Uit de inbox: Hoe verder met de circulaire economie?

Dat was de vraag die Wayne Visser van The Guardian me in september stelde. Wayne Visser was bij mij terecht gekomen via Lars Moratis en wilde weten hoe het stond met cradle to cradle. Een concept dat onder Balkenende IV (of was het III?) een plaats kreeg in het regeerakkoord en ook in de toekomstambities voor duurzaam inkopen van de rijksoverheid.

Sindsdien is het vanuit de overheidshoek wat stiller geworden rond C2C. Mijn mening over het hoe en waarom kun je lezen hier lezen. Uiteraard heb ik de kans te baat genomen om een aantal (mkb-)bedrijven die in mijn ogen een bijzondere bijdrage leveren aan de circulaire economie onder de aandacht te brengen.

Overigens is er op dit moment een opleving rondom circulaire economie binnen het ambtenarenapparaat (zie bv. het Rijksduurzaamheidsnetwerk), al kan ik niet goed inschatten hoe sterk dat dit keer gedragen wordt door het Kabinet en/of hogere ambtenaren. Ongeacht de uitkomst van die opleving werken we bij Strukton samen met onze ketenpartners vrolijk door aan de circulaire economie, bv. door een parkeergarage te bouwen uit betonpuin m.b.v. C2Ca.

 

Impressie Cradle 2 Cradle – duurzaam beton – 23 juni 2011

Op donderdag 23 juni was ik te gast bij de Cradle 2 Cradle – duurzaam beton conferentie die werd georganiseerd door Strukton, Bouwend Nederland en de Stichting Vernieuwing Bouw. Onderwerp van de bijeenkomst was een onderzoeksproject naar recycling van beton in het kader van het 7e Kaderprogramma (KP7) Recyling bouwmaterialen, waar vanuit Nederland StruktonTheo PauwHeidelberg/ENCI en de TU Delftaan meewerken (met nog 12 Europese partners). De bijeenkomst vond plaats in het gebouw van Bomen Centrum Nederland te Baarn, waar geen spatje beton in te vinden was… Tijdens de bijeenkomst waren er presentaties van:

  • Peter Rem, Technische Universiteit Delft;
  • Frank Hoekemeijer, Strukton Civiel;
  • Andre Burger, directeur Cement & BetonCentrum;
  • Douwe Jan Joustra, partner One Planet Architecture institute (OPAi).

Bij de opening door Martijn Smitt, directeur Strukton Civiel, passeerde een paar mooie voorbeelden van duurzame oplossingen van Strukton de revue, zoals hergebruik van rail ballast, hergebruik van sloopmateriaal in het eigen productieproces, het combineren van transportbewegingen voor brengen van bouwmateriaal en halen van afval, en een getijde energiecentrale in de Oosterschelde, waarvan Strukton zelf ook elektriciteit af gaat nemen.

De presentaties

Peter Rem van de TU Delft schetste in zijn presentatie de technische contouren van het project en de mogelijkheden die het project biedt. Hij gaf aan dat Europese programma’s beginnen vanuit een oogpunt dat voor bedrijven soms wat vreemd oogt: de positieve effecten voor de Europese burger. Projecten die de EU steunt vanuit de Kaderprogramma’s moeten bijdragen aan de gezondheid, welvaart en het milieu voor de Europese burger en aan harmonisatie van regelgeving binnen Europa.

In het geval van recycling van bouwmaterialen gaat het dan concreet om:

  • het verminderen van transportbewegingen;
  • minder gebruik van niet-duurzame materialen;
  • uitwerking van de resultaten van het onderzoek op Europese regelgeving.

Peter Rem gaf aan dat de cementindustrie (een belangrijke grondstof voor beton) wereldwijd goed is voor 5 tot 10% van de CO2 emissies. André Burger gaf later aan dat de cementindustrie wereldwijd goed is voor 5% van de CO2 emissies en in Nederland slechts voor 2% van de CO2 emissie. Daarmee zit de cementindustrie volgens Douwe Jan Joustra in dezelfde orde van grootte als de luchtvaart- en scheepvaartsector. Een grote uitstoter van CO2, wat ook verantwoordelijkheid voor de vermindering van emissies met zich meebrengt.

Toekomstverwachtingen betonmarkt

Wereldwijd is veel beton aan het einde van haar levensduur (in jargon EOL beton als ik het goed begreep). Nederland loopt binnen Europa voorop in recycling van Bouw en Sloop Afval (BSA), in het zoeken van hoogwaardige toepassing van vrijkomende materialen en in innovatieve methodieken om gebouwen te ontmantelen. Het storten van beton (of ander afval) gebeurd in Nederland vergeleken met andere landen niet tot nauwelijks.

De verwachting voor de toekomst (tot 2025) is dat de hoeveelheid EOL beton toeneemt. Momenteel wordt end of life beton vooral gebruikt om menggranulaat van te maken, dat op haar beurt weer dient als fundering voor wegen. De verwachting is dat de vraag naar menggranulaat voor deze toepassing in de toekomst echter nauwelijks groeit. Dat betekent dat in 2025 mogelijk een overschot aan EOL beton ontstaat. De hoofdvraag van het onderzoeksproject is hoe dit overschot op een duurzame wijze gerecycled kan worden. Factoren die daarbij meespelen zijn het aantal transportbewegingen, cement en energie (de 3 ecologische kanten waar naar gekeken wordt), de proceskosten (de economische kant), de productkwaliteit en productgaranties (de markt kanten).

Het onderzoeksconsortium heeft een proefproces ontwikkeld dat de naam Advanced Dry Recovery (ADR) heeft meegekregen. Het betreft een mobiel proces dat ingezet kan worden op de slooplocatie, waardoor de hoeveelheid transportbewegingen beperkt blijft. In de ADR wordt het beton gescheiden in grof en fijn betongranulaat. Het grove betongranulaat is zuiver genoeg om als grondstof voor beton te dienen. De fijnere fractie kan als grondstof voor cement dienen, waarmee het een CO2 besparende vorm van recycling is. De kwaliteit van de reststoffen is digitaal te monitoren. Volgens Peter Rem is het proces economisch rendabel en competitief. Een eerste praktijktest wordt uitgevoerd bij de sloop van het oude IBG gebouw in Groningen.

Uitdagingen

Hoewel ADR volgens de TU Delft een veelbelovende technologie is, zijn er zeker ook nog beren op de weg. Zo is het lastig om met vaste percentages herbruik te werken, zoals BREAAM doet, omdat betongranulaat niet altijd lokaal beschikbaar is (je gaat bv. meestal het oude pand pas slopen als je het nieuwe pand voor een opdrachtgever hebt staan). Daarnaast is het van belang dat het beton bij sloop meteen gescheiden wordt en dat de kwaliteit van het betongranulaat goed is. Verder moet het inzetten van de techniek ook in de praktijk rendabel zijn.

Een laatste uitdaging is het effect van ADR op de duurzaamheidsscore van een project. Vooralsnog levert het nieuwe proces binnen de verschillende berekeningsmethoden voor duurzaam bouwen nog weinig op. Bij BREAAM is 1 punt te verdienen als je meer dan 25% beton hergebuikt binnen een straal van 30 kilometer. Bij DuboCalc en GreenCalc heeft hergebruik van beton nog helemaal geen effect op de duurzaamheidsscore. Terwijl er in de levencyclusanalyse wel milieuwinst geboekt wordt. Niet alleen wordt er minder CO2 uitgestoten per ton cement, ook wordt er bespaard op het aantal benodigde transportbewegingen. En de transportsector is goed voor een aanzienlijk deel van de CO2 emissies, maar ook voor geluidshinder en luchtverontreinigende emissies, zoals fijn stof en stikstofoxides.

Hoe worden de uitdagingen getackeld?

Strukton pleitte tijdens de bijeenkomst voor een ketenbrede aanpak om de uitdagingen te tackelen en ADR tot een succes te maken. Strukton werkt zelf mee aan het opzetten van deze ketenbrede aanpak, zowel binnen het onderzoeksconsortium als via het betonketen overleg van MVO Nederland.

Overige opvallende punten van de middag

Wat me opviel tijdens de bijeenkomst was de wil en verwachting bij een groot aantal aanwezigen dat het nu echt tijd is om veranderingen in de bouwsector in te gaan zetten. Niet meer praten, maar echt gaan doen. Dat stemt hoopvol.

Wat me ook opviel was het grote verschil tussen de defensieve toonzetting van Andre Burger over duurzaam beton en de offensieve insteek van Douwe Jan Joustra van OPAi. Burger haalde de passage uit Alice in Wonderland aan waarbij Alice vraagt welke weg ze moet nemen. Waarop ze de vraag krijgt waar ze heen wil. Alice zegt dat ze dat niet weet, waarop ze het antwoord krijgt dan maakt het ook niet uit welke weg je neemt. Moraal van het verhaal: definieer eerst duurzaamheid en dan gaan we ’t oplossen. De versie van Douwe Jan Joustra (waar ik me meer in kan vinden) luidde: we weten allemaal waar we niet willen zijn, dus tijd om aan de slag te gaan om uit te zoeken hoe we hier vandaan komen.

Een van de manieren van de cementindustrie in Nederland en Europa om de CO2 emissie te reduceren is door de inzet van secondaire brandstoffen en biomassa. Overigens lobbied de cementindustrie naar mijn weten nog steeds stevig tegen het verhogen van de reductiedoelstelling voor CO2 in de EU i.v.m. de kans op carbon leakage. Als de cementindustrie in de EU nagenoeg klimaatneutraal zou zijn lijkt me dat weggegooid geld…

Daarnaast is klimaatneutrale productie slechts een aspect van velen die te maken hebben met duurzaamheid. Wie bijvoorbeeld kijkt in het Europese Emissieregistratiesysteem (E-PRTR) onder mineral industry / productie van cement komt nog een heleboel andere stoffen tegen die niet bekend staan om hun onschadelijkheid. Andre Burger stelde dat er wereldwijd ruim voldoende grondstoffen voor cement zijn, de wereldbehoefte aan aggregaten voor beton voor een periode van 40 jaar komt overeen met de inhoud van één Mont Blanc. Waarop een van de aanwezige antwoordde: de Zwitsers hebben misschien grondstof voor cement in overvloed, maar ze zijn wereldkampioen recyclen en bovendien erg gehecht aan hun Alpen…

Joustra nam een andere insteek: het gaat er in zijn optiek niet zozeer om om minder CO2 uit te stoten, als wel om zo te ontwerpen dat je je schaarse grondstoffen terugkrijgt aan het einde van de levensduur van een produkt. Bij voorkeur met behoud van kwaliteit. Zoals gebruikelijk bij Cradle2Cradle maakte Douwe Jan daarbij een onderscheidt tussen de technische en biologische kringloop. Alles wat vanzelf afbreekt zonder gevaar voor het ecosysteem behoort tot de laatste categorie, alles wat wel risico’s voor ecosystemen oplevert hoort thuis in de technische kringloop. Douwe Jan pleitte ook voor het gebruik van goede stoffen (geen betere of minder slechte, maar GOEDE).

Fabrikanten kunnen het bezit van grondstoffen behouden door producten niet te verkopen, maar te verhuren of leasen. Dat maakt dat je vanzelf anders gaat ontwerpen, want aan het eind van de rit mag je het zelf opruimen… De gebruiker vraagt ook niet om alle problemen die er komen kijken bij het bezit van een produkt, maar om de prestatie die het produkt levert. Je wil geen lamp, maar licht. In dat kader ontwikkelde Rau Turntoo, een concept dat draait om de prestatie van een produkt ipv het eigendom. Dat kan ook voor de bouw interessant zijn, zo zijn oude bakstenen vaak meer waard dan nieuwe. Ziedaar de ClickBrick van Daas Baksteen

Tot slot las ik nog een intrigrerende vraag die Ruud Koornstra tijdens een andere bijeenkomst over beton stelde, namelijk hoe het komt dat we als land met bijna de zachtste boden van de wereld toch de zwaarste gebouwen neerzetten? Een vraag waarop de zaal vol bouw- en betonexperts stil bleef.

Update 17 augustus 2011: Uit reacties via de email begrijp ik inmiddels dat Nederland niet zwaarder bouwt dan andere landen en dat de bouwmateriaalconsumptie per m3 gebouwinhoud in België en Duitsland tientallen procenten hoger ligt. Ik heb geen statistieken of gegevens om dat te onderbouwen. Terecht werd via de mail de vraag gesteld of gewicht het punt is of dat het gaat om een optimale bouwstijl gegevens de lokale omstandigheden.

Uit de inbox: I:CO AWARD rethink. recycle. reward. Research Prize 2010 (via @strateeg)

Dit klinkt mooi, ben benieuwd naar de ideeën die er gaan binnenkomen:

“From Recycling to Cycling – Continuous Product Circulation”

Award ceremony for the best recycling concepts for shoes and textiles.

Er zijn 3 categoriën:

  • the introduction into a cycle of circulation
    Product Idea: “A new transport box for used clothes and shoes as a valuable raw material”
    Concept Idea: “shoe recycling by post”
  • maintained in a cycle of circulation
    Product Idea: “Keeping 100 percent of garments and shoes in a cycle of circulation.”
    Concept Idea: “Leasing shoes and clothes” or “flat-rate for shoe repairs”
  • conversion of products already in the cycle
    Product Idea: “How to convert shoes into chairs.”
    Concept Idea: “Permanently changing consumer and company conscience to always think sustainably.”

Sluitingsdatum 31 juli 2010. Meer informatie vind je hier.

Uit de inbox: Het ‘Beyond C2C’ Business Model van Steelcase

Mijn eerste kennismaking met kantoormeubilair producent Steelcase was tijdens een bijeenkomst over Cradle to Cradle op het Ministerie van Economische Zaken in 2008. Op ManagementIssues.com staat deze week een interessant interview van Max Herold met Mario Gerssen, Area Sales Manager bij Steelcase Benelux, over de wijze waarop Steelcase duurzaamheid heeft geïmplementeerd. Mooie quote van Tom Dogterom van Atos Origin over Steelcase:

Dat is een bedrijf dat verder gaat dan Cradle-to-Cradle!

Zie verder: ManagementIssues.com

Uit de inbox: Ontwerpwedstrijd duurzaam drijvend wonen

Van de gemeente Amsterdam:

Samen de problemen op het gebied van luchtkwaliteit en klimaat aanpakken! Stadsdeel Oost-Watergraafsmeer in Amsterdam daagt je uit mee te doen aan de ontwerpwedstrijd voor zelfvoorzienende drijvende woningen die volgens het cradle to cradle-principe worden gebouwd.

Teams van professionals en studenten

De wedstrijd is een kans om samen te werken met anderen die ook met duurzaamheid bezig zijn, en is bedoeld voor gemengde teams van professionals en studenten. Inschrijven kan als team of individueel. In dat laatste geval zorgt de organisatie dat je in contact komt met anderen om samen teams te vormen.

Meer dan een wedstrijd

Het doel van de wedstrijd is drie duurzame drijvende woningen in de Amstel te realiseren. Net zo belangrijk is het bewustzijn en de kennis vergroten op het gebied van duurzaam bouwen en duurzame energie. Voor deelnemers wordt drie maal een masterclass georganiseerd. De duurzaamheidsspecialist van Nederland, Maurits Groen begeleidt de wedstrijd.

Schrijf je in op www.duurzaamoostamsterdam.nl

Dit is een éénmalig bericht om u te attenderen op de ontwerpwedstrijd. Meldt u hier aan voor de nieuwsbrief als u op de hoogte gehouden wilt worden.

Meer informatie op de website van Duurzaam Oost Amsterdam.

Een duurzaam weekje

Deze week heb ik twee bijeenkomsten over duurzame ontwikkeling bijgewoond. Maandagavond het debat Nederlands milieubeleid: ondergelopen polder? in Nijmegen en gisteren het jaarcongres van het programma Leren voor Duurzame Ontwikkeling.

Deelnemers aan het debat maandag waren

  • Pieter Leroy, hoogleraar Beleidswetenschappelijke milieukunde Radboud Universiteit
  • Jos Hessels, woordvoerder energie Tweede Kamerfractie CDA
  • Kees Kodde, adjunct-directeur Milieudefensie
  • Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde Universiteit Utrecht en oud-directeur Milieu- en Natuurplatform.

Het ging over falende instituties, een democratische rechtsorde die niet in staat zou zijn om de huidige klimaatproblemen aan te pakken en gebrek aan visie en leiderschap bij de de politiek en de overheid. Ik vond het een nogal vermoeiende avond met veel rampverhalen en gezeur, zonder enig oog voor wat de aanwezigen zelf dagelijks kunnen aanpakken.

Als het een sociaal dilemma is voor de burger dat hij een schone en gezonde omgeving wil, maar als consument zo goedkoop mogelijk wil vliegen en kiloknallers koopt in de supermarkt, waarom moet de politiek dan ingrijpen om dat sociaal dilemma op te lossen met weer meer nieuwe regels? Ik zag het niet, ik zie het niet en het debat heeft daar geen snars aan veranderd.

Mijn conclusies aan het eind van de avond: milieu is moeilijk en vermoeiend en als burger ben ik weer inconsequent want als kiezer wil ik namelijk minder regels van de overheid. Maar omdat ik te dom/bang/onhandig (of is het gewoon slap?) ben om mijn eigen verantwoordelijkheid te nemen kijk ik op naar die grote instituties (die ik steeds minder vertrouw) om mij te helpen met… extra regels.

Gelukkig had ik het boek Eckard’s notes bij me voor wat inspiratie op de terugweg. Daarin vond ik ook de huiswerkparadox:

Doorgaan met het lezen van “Een duurzaam weekje”

Rijksbouwmeester bemoeit zich met sloop ecowoning

Volgens EngineeringNow.nl heeft Rijksbouwmeester Mels Crouwel dinsdag een brief aan het college van B&W van de gemeente Steenwijkerland gestuurd over het ecohuis van Jan Husslage in Steenwijk. De Rijksbouwmeester is het oneens met het voornemen van de gemeente tot sloop van dit ecohuis.

Crouwel vindt dat de woning voldoet aan alle uitgangspunten van duurzaam bouwen, cradle-to-cradle principes en CO2-neutraal bouwen. Ook komt de woning ‘op een groot aantal punten overeen’ met de uitgangspunten voor een deel van de woonwijk en heeft de welstandscommissie zich positief uitgelaten over het uiterlijk van het huis.

Crouwel stelt in zijn brief:

Uit de informatie concludeer ik voorts dat het Ecohuis van de heer Husslage op een groot aantal punten overeenkomt met de uitgangspunten die in eerste instantie gevraagd werden voor een deel van deze woonwijk; dat daarbij de welstandscommissie zich positief heeft uitgelaten over het uiterlijk van deze woning en dat het uiteindelijke ontwerp bovendien voldoet aan bijna, zoniet alle uitgangspunten van duurzaam bouwen, cradle-to-cradle principes en CO2 neutraal bouwen. Tevens staan op dit moment al deze uitgangspunten hoog op de maatschappelijke agenda; van het mondiale klimaat tot aan de energielabels van VROM.

Op grond hiervan lijkt het mij ongewenst dat juist dit huis van Husslage, dit ver doorgevoerde staaltje van duurzaam bouwen, in aanmerking komt voor sloop. Dat is echt een verkeerd signaal op het verkeerde moment, zeker voor iedereen die zich op wat voor manier dan ook met duurzaam bouwen bezighoudt. Het blijft daarom voor mij onbegrijpelijk dat hier geen meer bevredigende oplossing mogelijk is.

Volgens wethouder André van de Nadort van Steenwijk is de reactie van Crouwel ‘onzorgvuldig’ omdat deze zich volledig op krantenberichten heeft gebaseerd.

Toch ben ik het eens met Crouwel. Ik snap de houding van de gemeente Steenwijk ook niet…

Bron: Rijksbouwmeester oneens met sloop ecowoning, bron: Atelier Rijksbouwmeester – EngineeringNow.nl – nieuwsplatform voor de ingenieur

links for 2008-01-21

C2C Planet

Gijs Meyer Swantee en Rob van Hattum, de makers van de Afval is voedsel documentaires van VPRO’s Tegenlicht over Cradle to Cradle hebben een nieuwe stichting opgericht: Stichting Cradle to Cradle planet. Het doel is volgens de website:

het monitoren van de Cradle to Cradle activiteiten in Nederland.

Vooralsnog is de website niet erg gevuld, maar ik ben benieuwd wat er vanaf eind februari volgt. Gelet op de personen die zich aan de stichting verbonden hebben beloofd het veel goeds:

Board members: Rob van Hattum, Gijs Meyer Swantee, Louise Vet

Advisory Committee: Michael Braungart, Bill McDonough, Bert Kersten, Adri Duivesteijn, Roger Cox, Willem Vermeend

Meer informatie:
Stichting Cradle to Cradle planet
VPRO’s Tegenlicht: Afval is Voedsel.
VPRO’s Tegenlicht: Afval is Voedsel. Een revolutie in NederlandAfval is voedsel

C2C: Na Venlo en Almere, nu ook Amsterdam?

‘Amsterdam moet C2C-topstad worden’ | Wieg tot wieg

Amsterdam moet zich met cradle to cradle profileren als ‘topstad van de toekomst’. Dat vindt het Amsterdamse gemeenteraadslid Lex van Drooge. Zijn CDA-fractie wil dat het college van B en W in Amsterdam met cradle to cradle aan de slag gaat.

Wie volgt?