Vragen aan de Plastic Heroes nav hun anti-statiegeld twittercampagne

Vorige week werd ik benaderd met een anti-statiegeldbericht door de twitterbrigade van Plastic Heroes, het inzamelingssysteem voor plastic afval. Reden om eens wat vragen op deze club af te vuren. Hoe snel ze antwoorden en wanneer? U leest het hier of bij Sargasso:

Geachte medewerker van Plastic Heroes,

Afgelopen week heeft uw twitteraccount een vrij massale twittercampagne gevoerd waarin u verwijst naar een pagina op uw site die zou laten zien dat Nederlanders geen probleem hebben met het afschaffen van statiegeld. Een onderzoek dat methodologisch rammelt aan alle kanten zoals zowel Trouw als Ionica Smeets al uitvoerig hebben besproken.

Dat roept bij mij als consument de volgende vragen op:

  1. Waarom bemoeit plastic heroes (dat zich omschrijft als inzamelingssysteem voor plastic) zich met de statiegeld discussie?
  2. Bent u het met mij eens dat deze inzet tot irritatie en verlies aan draagvlak kan leiden voor het inzamelingssysteem van plastic heroes, in ieder geval bij voorstanders van behoud van statiegeld?
  3. Hoe past in uw visie afschaffen van statiegeld bij de ontwikkelingen rond circulaire economie, waarin het breder invoeren van statiegeld juist een van de terugkerende thema’s is?
  4. Wie financiert uw twitter campagne tegen statiegeld?
  5. Bent u er zich bewust van dat uw public relations bureau, Burson-Marsteller, op milieu en duurzaamheidsgebied niet bepaald een goede reputatie heeft? Zo heeft Burson-Marsteller in het verleden veelvuldig en langdurig samengewerkt met de tabaksindustrie om maatregelen tegen roken en meeroken te voorkomen, en is het bedrijf vorig jaar op de vingers getikt door de Britse reclamecodecommissie vanwege misleidende reclames voor de kolensector.

Mvg. Krispijn Beek

Hoe ziet een goed vrijhandelsbedrag voor de middenklasse er uit?

Er is veel te doen over de vrijhandelsverdragen TTIP en TPP. Voorstanders stellen dat deze verdragen leiden tot welvaartsgroei voor de middenklasse. In een blogbijdrage op de website van het Economic Policy Institute stelt Josh Bivens dat in tegenspraak is met zowel de economische theorie als eerdere ervaringen.

Ook stelt hij dat vrijhandelsverdragen, zoals TPP, niet zo zeer gaan over vrijhandel, als wel over wie wel en wie bloot gesteld gaan worden aan wereldwijde concurrentie. Waarbij Amerikaanse bedrijven die winst maken met intellectueel eigendom, zoals softwarebedrijven en de farmaceutische industrie, de grote winnaars zijn, omdat intellectueel eigendom via internationale vrijhandelsverdragen vaak nog beter beschermd wordt.

Een vrijhandelsverdrag dat winst op levert voor de middenklasse zou er volgens Bivens volstrekt anders uit zien:

Simply put, nothing at all like the TPP. An agreement that fostered international cooperation to let countries tax capital income without it simply fleeing abroad would be hugely useful. So would an agreement that instituted a harmonized financial transactions tax across international borders. And so would an agreement that tried to stop carbon “leakage” – the movement of activity that produced greenhouse gases to those countries that have not institute measures to mitigate greenhouse gas emissions. And so would an agreement that finally put teeth into provisions to stop currency management that led to global trade imbalances.

Open waanlink

Dit bericht is eerder als open waanlink op Sargasso gepubliceerd.

Van duurzaam naar circulair inkopen

Vorige week plaatste ik hier mijn presentatie over duurzaamheid in de (inkoop)keten. Vandaag kreeg ik via de mail een link naar een filpje over Pre Returnable Procurement (PRP). Een door Rene de Klerk, Rendemint, ontwikkelde methode voor de transitie van de lineaire economie naar de circulaire economie. Voor producten én projecten, van idee tot en met realisatie en van extractie tot en met re-entry. Een methode die Rendemint al meerdere keren heeft weten te integreren in Europese aanbestedingen.

Wie meer wil weten kan op 6 oktober bij het Rijks innovatie lab een kijkje nemen of op 12 november bij de Innovatie-estafette.

Uit de inbox: Hoe verder met de circulaire economie?

Dat was de vraag die Wayne Visser van The Guardian me in september stelde. Wayne Visser was bij mij terecht gekomen via Lars Moratis en wilde weten hoe het stond met cradle to cradle. Een concept dat onder Balkenende IV (of was het III?) een plaats kreeg in het regeerakkoord en ook in de toekomstambities voor duurzaam inkopen van de rijksoverheid.

Sindsdien is het vanuit de overheidshoek wat stiller geworden rond C2C. Mijn mening over het hoe en waarom kun je lezen hier lezen. Uiteraard heb ik de kans te baat genomen om een aantal (mkb-)bedrijven die in mijn ogen een bijzondere bijdrage leveren aan de circulaire economie onder de aandacht te brengen.

Overigens is er op dit moment een opleving rondom circulaire economie binnen het ambtenarenapparaat (zie bv. het Rijksduurzaamheidsnetwerk), al kan ik niet goed inschatten hoe sterk dat dit keer gedragen wordt door het Kabinet en/of hogere ambtenaren. Ongeacht de uitkomst van die opleving werken we bij Strukton samen met onze ketenpartners vrolijk door aan de circulaire economie, bv. door een parkeergarage te bouwen uit betonpuin m.b.v. C2Ca.

 

The price of domestic waste in a circular economy

Domestic waste. The only time Henk & Ingrid actively consider this to be an issue is when it’s that time of the week again, and he or she has to lug the waste out of the house. Usually in the poring rain.  And granted, who would consider the remainder of our daily life as an interesting topic? Perhaps it is not a coincidence as most of the expressions concerning waste have a negative connotation!

But there is more to domestic waste than we generally care to consider. And I’m not just talking about the resources hidden in the enormous quantities of domestic waste we collectively chuck out each year.



In The Netherlands, there is something odd going on with domestic waste.
The amount of domestic waste produced annually has increased steeply for decades until the year 2000. From 2000-2007 the growth decreased as from 2007 the total amount of domestic waste decreases.

As of 1990, the Dutch become more and more positive towards the idea of separating domestic waste, which is clearly shown in the amounts of waste collected in separate streams and what domestic waste in the Netherlands consists of. The connection between the contents and the degree of separating waste is obviously not a coincidence.

Every household in The Netherlands pays an annual fee to the municipality for the disposal of its domestic waste. This fee is not just for paying the individual who comes to take the trash away, but obviously for managing the system as well but not for other expenses. Thus, when the total amount of domestic waste decreased, the obvious assumption is that this fee would decrease as well. Well, no, not necessarily.

Based on the principle that waste has no use or function, our municipalities have been given (or have taken, depending on the point of view) the authority to get rid of our waste to keep our town and cities inhabitable. And obviously the ones –the households- causing the pollution are the ones who have to pay to get rid of it. And traditionally, the waste was taken to a landfill, or incinerated. Luckily for us the landfills are largely obsolete and the majority of waste is incinerated, the released energy is used to generate ‘sustainable’ energy (both electricity and heath). But still.

The annual fee every household pays has not decreased but steadily increased over the past years. In all honesty, this is not the case for every municipality. There is a significant difference between three systems in place. The most common system is a fixed fee per household (one person, or more) per annum (green line). Alternatively there is a different system which calculates the fee per person in every household (purple line).

And finally there is the DIFTAR system (blue line). Municipalities who have chosen for this differentiated system have not had to decrease the annual fee over the past decade. Roughly 30% of the Dutch municipalities are DIFTAR-municipalities.

But what does this mean for Henk & Ingrid? Generally speaking this means that separating waste does not bring them anything, apart from the knowledge that they are actively reducing the amount of resources incinerated and making them Plastic Heroes. They will pay the same fee, regardless whether they turn out one bag of refuge or 10. Suffice to say that this does not offer an incentive to separate or reduce waste.

Perhaps this stems from an era in which we could not have known better (or could we?), in a time in which recycling was a myth and municipalities signed European tender agreements which lasted for decades with large multinational refuge handlers? It is a fact that most of the major cities in the Netherlands have entered such agreements and that the municipal waste goes straight into the incinerators, after a stage in which the separate materials are separated and – in all likelihood – sold.

There are different approaches, though. Ryck is an initiative in which individuals are financially rewarded for every kg of separated waste they hand in. Twence is a cooperative of a number of municipalities, which have taken matters into their own hands and in doing so, have created a system which turns out green energy, large quantities of raw material and a substantially lower annual fee for the inhabitants. HVC Groep, has taken it upon itself after being confronted with decreasing quantities of waste to incinerate to turn towards sustainable energy and to create awareness and subsequently decrease the amount of waste produced by its shareholders, a number of municipalities. This is a paradigm shift from the more obvious paradigm to import waste from abroad to keep the incinerators burning. And finally, one municipality has, in spite of a very lucrative contract (for the refuge handler, that is) taken the initiative to organize a subsystem for raw materials and thrift stores, to ensure that the absolute minimum of materials go to waste. As a “prize” for this initiative they may face a penalty because the quantity of waste collected goes beneath a threshold set in the 90’s (!).

This example shows once again that economic principles can only be applied to green our economy with the right government policies in place. Otherwise the Dutch will all become Plastic Heroes instead of getting a lower annual fee for removing a decreasing amount of waste in an increasingly circular economy.

This post was written for and published by TEDxBinnenhof in close collaboration with Ivo Stroeken, Advisor Electric Transportation.

De (on)logica van de markt: schuldprobleem

De afgelopen jaren blijf ik me verbazen over de logica van de heilige gelovers in de vrije markt ten aanzien van een te hoge schuldenlast. Op de een of andere manier lukt het banken en politici om twee tegengestelden redenaties te verkopen.

De redenatie die wordt opgehangen voor kleine bedrijven en individuen luidt wie te veel schulden heeft gemaakt krijgt geen leningen meer en gaat failliet. Een doorstart is mogelijk, voor individuen zoals u en ik betekent dat 3 jaar lang leven op een absoluut bestaansminimum. Via de schuldhulpverlening wordt alle inkomsten boven het minimum gebruikt om zoveel mogelijk schulden af te betalen. Tegelijkertijd krijg je begeleiding om te voorkomen dat je jezelf nog een keer zo in de problemen brengt. Na 3 jaar ben je schuldenvrij, uw schuldeisers achterlatend met een waardeloze vordering.

Voor landen geldt een andere logica, zie bijvoorbeeld Griekenland. Om te zorgen dat ze het teveel aan schulden af kunnen lossen lenen we extra geld uit via andere Europese lidstaten en het IMF. Die extra leningen in combinatie met forse bezuinigingen moeten er dan voor zorgen dat alle leningen alsnog terugbetaald worden. De bezuinigingen leiden tot economische krimp (= minder inkomsten) en de extra leningen tot extra uitgaven… Daarbij wordt dan ook nog het fabeltje opgehangen dat Griekenland failliet gaat als we dat niet doen (oa in de advertenties van ING op BNR), maar landen kunnen niet failliet. Landen kunnen wel stoppen met het terugbetalen van hun schulden of met het betalen van rente.

Dat is nu precies wat Argentinië een paar jaar geleden heeft gedaan (zie bv. dit artikel in De Groene). Het snijdt de banden met de internationale kapitaalmarkt door, want wie leent er nog geld uit aan een land dat weigert terug te betalen? Tegelijkertijd maakt het ruimte om te investeren in de nationale economie en in werkgelegenheid. De economische groei die dat oplevert maakt het vervolgens mogelijk om alsnog een deel van de schulden af te lossen.

Wanneer Griekenland stopt met terugbetalen levert dat wel een groot probleem op voor banken, verzekeraars en pensioenfondsen (zoals ABP) die hun geld geïnvesteerd hebben in Griekse staatsobligaties. Je kunt je ook afvragen waarom de goedbetaalde en hooggeschoolde werknemers daar niet eerder op het idee zijn gekomen dat de Griekese staatsschuld wel erg hoog op liep?

Laat ik duidelijk zijn. Griekenland behoeft onze steun, de huidige manier van steunen is naar mijn mening een verkapte vorm van staatssteun aan banken, verzekeraars en pensioenfondsen die teveel geld hebben uitgeleend aan landen als Griekenland. De Grieken zien namelijk geen Euro van de steun die we zogenaamd aan hun geven.

Transactiekosten van milieubeleid

Milieubeleid kan gepaard gaan met hoge kosten, een deel daarvan bestaat uit de kosten die bedrijven en burgers moeten nemen om emissies te reduceren. Een ander deel bestaat uit zogenaamde transactiekosten. Dat zijn indirecte kosten die samenhangen met het milieubeleid. Het kan gaan om informatie verzamelen, personeel bijscholen, monitoring, rapportagekosten, kosten om wetgeving te ontwikkelen, implementatiekosten, handhavingskosten etc.

Transactiekosten

Transactiekosten staan binnen de economie al langer in de belangstelling, vooral door het boek Transaction Cost Economics. In dit boek biedt Williamson een verklaring voor het bestaan van bedrijven/organisaties terwijl de vrije markt de heilige graal is. Binnen een bedrijf/organisatie wordt de vrije markt tenslotte uitgeschakeld, er zijn dus omstandigheden waarin de markt niet het beste systeem is om schaarse middelen te verdelen. De keuze om een transactie binnen de eigen organisatie plaats te laten vinden of via de markt hangt volgens Williamson af van:

  • frequentie
  • specificiteit
  • beperkte rationaliteit
  • opportunistisch gedrag

Belangrijkste factoren

Een recente studie (pdf) van Coggan, Whitten en Bennett laat zien dat dit ook speelt bij milieubeleid. Transactiekosten kunnen volgens Coggan ea. optreden in verschillende fase van het milieubeleisproces, van planning tot handhaving. Volgens de studie zijn de transactiekosten van milieubeleid vooral afhankelijk van:

  1. De door Williamson al genoemde factoren, zoals:
    De aard en frequentie van de transactie. Hoe specifieker het onderwerp van beleid, hoe hoger de kosten waarschijnlijk zijn. Overigens laat een andere recente studie (pdf) zien dat er ook grote synergie in het halen van doelstellingen is bereiken door betere afstemming van bijvoorbeeld klimaatbeleid, energiebeleid en luchtkwaliteitsbeleid op elkaar afgestemd worden [link toevoegen]. Voor de meeste beleidseconomen is dit geen nieuw inzicht, aangezien dit een andere manier is om te zeggen dat de voorkeur uitgaat naar zogenaamde ‘no regret’ maatregelen.
    Wanneer transacties vaker herhaald worden kunnen de transactiekosten beperkt worden door bv. standaardcontracten op te stellen of een markt te creëren.
  2. Transactiekosten kunnen sterk variëren door de tijd en activiteiten in het begin van het beleidsproces kunnen een grote impact hebben op de transactiekosten bij de uitvoering of handhaving.
  3. Transactiekosten hangen af van het gekozen beleidsinstrument. Bv. van de keuze tussen regulering en marktinstrumenten. Wanneer voor een marktinstrument gekozen wordt stijgen bv. de transactiekosten van investeringsbeslissingen, omdat er verschillende opties afgewogen moeten worden. Regulering kan echter tot hogere kosten als gevolg van regulering en handhaving leiden. Bovendien kan regulering erg duur uitpakken als het leidt tot veel vervroegde afschrijvingen op bestaande apparatuur die niet kan voldoen aan de nieuwe norm.