Badkamerverbouwing

Een paar maanden geleden hebben we de knoop doorgehakt om onze badkamer te laten verbouwen. Ondanks een aantal onzekerheden rond werk en inkomen. Na twee weken verbouwen zijn we super tevreden met het resultaat. Nu in januari nog het nieuwe HR++ kozijn er in en dan is het echt helemaal af.

Oude badkamer

Onze oude badkamer begon behoorlijke kuren te vertonen. De wastafel wiebelde en hing los in een muur van gipsbeton. Met twee kleine kinderen die het leuk vinden om te gaan hangen aan de wastafel bracht dit soms wat stress mee. We hebben vorig jaar al een keer de afvoer moeten laten repareren, omdat deze afgebroken was. Schade was dus niet geheel denkbeeldig. Ook de douchebak vertrouwden we niet helemaal meer. Met regelmaat kwam er water uit de zijnaden of tussen de schuifdeuren door. Bovendien waren de talloze richels in de schuifdeuren slecht schoon te houden. De badkuip had op een behoorlijk aantal punten schade en de wc was oud en op. Op zich niet gek dat de originele badkamer sinds de bouw van het huis na 23 jaar aan vervanging toe is, dus tijd voor een nieuwe.

20141208_11204120141208_11214720141208_11210820141208_112137

Nieuwe badkamer

Nelleke heeft het meeste werk verricht in uitzoeken van de benodigde materialen. Het ontwerp en de kleurstelling zijn van haar hand. De enige twee zaken waar ik wat meer bij betrokken ben geweest zijn de keuze voor infrarood verwarming van ThermIQ en de keuze van de verlichting. Al gebied de eerlijkheid te zeggen dat Nelleke al geen ander licht dan led wilde voor de badkamer en een voorselectie had gemaakt voor Mosa tegels voorzien van een Cradle 2 Cradle certificaat. Ik had daar zelf eigenlijk niet op gelet of over nagedacht bij de keuze van de tegels, maar Nelleke wel.

De werkzaamheden zijn uitgevoerd door BISbouw, (die ook onze zolderramen hebben vervangen, en waarvan het zusterbedrijf BeSolar onze zonnepanelen heeft geplaatst.  Het resultaat ziet er weer superstrak uit!

17920141219_19425218420141219_194105

Infraroodverwarming: ThermIQ

182De infraroodverwarming bevalt goed. In tegenstelling tot een verhaal op Olinio, waar reageerder Gerard naar verwees komt de ruimte goed op temperatuur en voelt de ruimte behaagelijk aan. Over het stroomverbruik kan ik nog niet zoveel zeggen, daarvoor hangt het paneel er te kort.

Het is nog wel even wennen met het inregelen van de thermostaat die we bij de ThermIQ hebben gekocht. Dat is namelijk niet de meest gebruiksvriendelijke, maar wel een van de goedkoopste draadloze. Inmiddels hebben we ons bij ThermIQ aangemeld als proefpersoon voor de nieuwe draadloze aansturing die ze aan het ontwikkelen zijn. De eerste proefserie daarvan komt pas tegen het einde van dit stookseizoen. Dus voorlopig behelpen we ons.  Wie iets meer budget heeft zou ik aanraden om meteen een andere thermostaat te kiezen.

Vervanging mechanische ventilatie

20141220_114613Via reacties op Twitter was ik er eerder dit jaar achter gekomen dat onze mechanische ventilatie nog een wisselspanningsmotor had. Daardoor was deze onzuiniger dan moderne mechanische ventilaties met een gelijkspanningsmotor. De verbouwing van de badkamer was een mooie gelegenheid om de mechanische ventilatie meteen te vervangen. We hebben nu een Orcaon MVS-15RHBP met vochtsensor en afstandsbediening. De CO2-meter hebben we voorlopig achterwege gelaten.

De verwachting is dat we hier weer wat elektriciteit mee gaan besparen. Hoeveel dat gaan we komend jaar ontdekken. Al zal het lastig worden het effect van de infraroodverwarming en de mechanische ventilator van elkaar te scheiden.

Alle tijdens de verbouwing gemaakte foto’s kun je hier zien. Binnenkort zal ik ook de pagina met energiebesparende & -opwekkende maatregelen in huis updaten, net als onze profielpagina’s bij Duurzame Buren, Huis Vol Energie en de Nationale Duurzame Huizenroute.

Uit de inbox: Hoe verder met de circulaire economie?

Dat was de vraag die Wayne Visser van The Guardian me in september stelde. Wayne Visser was bij mij terecht gekomen via Lars Moratis en wilde weten hoe het stond met cradle to cradle. Een concept dat onder Balkenende IV (of was het III?) een plaats kreeg in het regeerakkoord en ook in de toekomstambities voor duurzaam inkopen van de rijksoverheid.

Sindsdien is het vanuit de overheidshoek wat stiller geworden rond C2C. Mijn mening over het hoe en waarom kun je lezen hier lezen. Uiteraard heb ik de kans te baat genomen om een aantal (mkb-)bedrijven die in mijn ogen een bijzondere bijdrage leveren aan de circulaire economie onder de aandacht te brengen.

Overigens is er op dit moment een opleving rondom circulaire economie binnen het ambtenarenapparaat (zie bv. het Rijksduurzaamheidsnetwerk), al kan ik niet goed inschatten hoe sterk dat dit keer gedragen wordt door het Kabinet en/of hogere ambtenaren. Ongeacht de uitkomst van die opleving werken we bij Strukton samen met onze ketenpartners vrolijk door aan de circulaire economie, bv. door een parkeergarage te bouwen uit betonpuin m.b.v. C2Ca.

 

Impressie Cradle 2 Cradle – duurzaam beton – 23 juni 2011

Op donderdag 23 juni was ik te gast bij de Cradle 2 Cradle – duurzaam beton conferentie die werd georganiseerd door Strukton, Bouwend Nederland en de Stichting Vernieuwing Bouw. Onderwerp van de bijeenkomst was een onderzoeksproject naar recycling van beton in het kader van het 7e Kaderprogramma (KP7) Recyling bouwmaterialen, waar vanuit Nederland StruktonTheo PauwHeidelberg/ENCI en de TU Delftaan meewerken (met nog 12 Europese partners). De bijeenkomst vond plaats in het gebouw van Bomen Centrum Nederland te Baarn, waar geen spatje beton in te vinden was… Tijdens de bijeenkomst waren er presentaties van:

  • Peter Rem, Technische Universiteit Delft;
  • Frank Hoekemeijer, Strukton Civiel;
  • Andre Burger, directeur Cement & BetonCentrum;
  • Douwe Jan Joustra, partner One Planet Architecture institute (OPAi).

Bij de opening door Martijn Smitt, directeur Strukton Civiel, passeerde een paar mooie voorbeelden van duurzame oplossingen van Strukton de revue, zoals hergebruik van rail ballast, hergebruik van sloopmateriaal in het eigen productieproces, het combineren van transportbewegingen voor brengen van bouwmateriaal en halen van afval, en een getijde energiecentrale in de Oosterschelde, waarvan Strukton zelf ook elektriciteit af gaat nemen.

De presentaties

Peter Rem van de TU Delft schetste in zijn presentatie de technische contouren van het project en de mogelijkheden die het project biedt. Hij gaf aan dat Europese programma’s beginnen vanuit een oogpunt dat voor bedrijven soms wat vreemd oogt: de positieve effecten voor de Europese burger. Projecten die de EU steunt vanuit de Kaderprogramma’s moeten bijdragen aan de gezondheid, welvaart en het milieu voor de Europese burger en aan harmonisatie van regelgeving binnen Europa.

In het geval van recycling van bouwmaterialen gaat het dan concreet om:

  • het verminderen van transportbewegingen;
  • minder gebruik van niet-duurzame materialen;
  • uitwerking van de resultaten van het onderzoek op Europese regelgeving.

Peter Rem gaf aan dat de cementindustrie (een belangrijke grondstof voor beton) wereldwijd goed is voor 5 tot 10% van de CO2 emissies. André Burger gaf later aan dat de cementindustrie wereldwijd goed is voor 5% van de CO2 emissies en in Nederland slechts voor 2% van de CO2 emissie. Daarmee zit de cementindustrie volgens Douwe Jan Joustra in dezelfde orde van grootte als de luchtvaart- en scheepvaartsector. Een grote uitstoter van CO2, wat ook verantwoordelijkheid voor de vermindering van emissies met zich meebrengt.

Toekomstverwachtingen betonmarkt

Wereldwijd is veel beton aan het einde van haar levensduur (in jargon EOL beton als ik het goed begreep). Nederland loopt binnen Europa voorop in recycling van Bouw en Sloop Afval (BSA), in het zoeken van hoogwaardige toepassing van vrijkomende materialen en in innovatieve methodieken om gebouwen te ontmantelen. Het storten van beton (of ander afval) gebeurd in Nederland vergeleken met andere landen niet tot nauwelijks.

De verwachting voor de toekomst (tot 2025) is dat de hoeveelheid EOL beton toeneemt. Momenteel wordt end of life beton vooral gebruikt om menggranulaat van te maken, dat op haar beurt weer dient als fundering voor wegen. De verwachting is dat de vraag naar menggranulaat voor deze toepassing in de toekomst echter nauwelijks groeit. Dat betekent dat in 2025 mogelijk een overschot aan EOL beton ontstaat. De hoofdvraag van het onderzoeksproject is hoe dit overschot op een duurzame wijze gerecycled kan worden. Factoren die daarbij meespelen zijn het aantal transportbewegingen, cement en energie (de 3 ecologische kanten waar naar gekeken wordt), de proceskosten (de economische kant), de productkwaliteit en productgaranties (de markt kanten).

Het onderzoeksconsortium heeft een proefproces ontwikkeld dat de naam Advanced Dry Recovery (ADR) heeft meegekregen. Het betreft een mobiel proces dat ingezet kan worden op de slooplocatie, waardoor de hoeveelheid transportbewegingen beperkt blijft. In de ADR wordt het beton gescheiden in grof en fijn betongranulaat. Het grove betongranulaat is zuiver genoeg om als grondstof voor beton te dienen. De fijnere fractie kan als grondstof voor cement dienen, waarmee het een CO2 besparende vorm van recycling is. De kwaliteit van de reststoffen is digitaal te monitoren. Volgens Peter Rem is het proces economisch rendabel en competitief. Een eerste praktijktest wordt uitgevoerd bij de sloop van het oude IBG gebouw in Groningen.

Uitdagingen

Hoewel ADR volgens de TU Delft een veelbelovende technologie is, zijn er zeker ook nog beren op de weg. Zo is het lastig om met vaste percentages herbruik te werken, zoals BREAAM doet, omdat betongranulaat niet altijd lokaal beschikbaar is (je gaat bv. meestal het oude pand pas slopen als je het nieuwe pand voor een opdrachtgever hebt staan). Daarnaast is het van belang dat het beton bij sloop meteen gescheiden wordt en dat de kwaliteit van het betongranulaat goed is. Verder moet het inzetten van de techniek ook in de praktijk rendabel zijn.

Een laatste uitdaging is het effect van ADR op de duurzaamheidsscore van een project. Vooralsnog levert het nieuwe proces binnen de verschillende berekeningsmethoden voor duurzaam bouwen nog weinig op. Bij BREAAM is 1 punt te verdienen als je meer dan 25% beton hergebuikt binnen een straal van 30 kilometer. Bij DuboCalc en GreenCalc heeft hergebruik van beton nog helemaal geen effect op de duurzaamheidsscore. Terwijl er in de levencyclusanalyse wel milieuwinst geboekt wordt. Niet alleen wordt er minder CO2 uitgestoten per ton cement, ook wordt er bespaard op het aantal benodigde transportbewegingen. En de transportsector is goed voor een aanzienlijk deel van de CO2 emissies, maar ook voor geluidshinder en luchtverontreinigende emissies, zoals fijn stof en stikstofoxides.

Hoe worden de uitdagingen getackeld?

Strukton pleitte tijdens de bijeenkomst voor een ketenbrede aanpak om de uitdagingen te tackelen en ADR tot een succes te maken. Strukton werkt zelf mee aan het opzetten van deze ketenbrede aanpak, zowel binnen het onderzoeksconsortium als via het betonketen overleg van MVO Nederland.

Overige opvallende punten van de middag

Wat me opviel tijdens de bijeenkomst was de wil en verwachting bij een groot aantal aanwezigen dat het nu echt tijd is om veranderingen in de bouwsector in te gaan zetten. Niet meer praten, maar echt gaan doen. Dat stemt hoopvol.

Wat me ook opviel was het grote verschil tussen de defensieve toonzetting van Andre Burger over duurzaam beton en de offensieve insteek van Douwe Jan Joustra van OPAi. Burger haalde de passage uit Alice in Wonderland aan waarbij Alice vraagt welke weg ze moet nemen. Waarop ze de vraag krijgt waar ze heen wil. Alice zegt dat ze dat niet weet, waarop ze het antwoord krijgt dan maakt het ook niet uit welke weg je neemt. Moraal van het verhaal: definieer eerst duurzaamheid en dan gaan we ’t oplossen. De versie van Douwe Jan Joustra (waar ik me meer in kan vinden) luidde: we weten allemaal waar we niet willen zijn, dus tijd om aan de slag te gaan om uit te zoeken hoe we hier vandaan komen.

Een van de manieren van de cementindustrie in Nederland en Europa om de CO2 emissie te reduceren is door de inzet van secondaire brandstoffen en biomassa. Overigens lobbied de cementindustrie naar mijn weten nog steeds stevig tegen het verhogen van de reductiedoelstelling voor CO2 in de EU i.v.m. de kans op carbon leakage. Als de cementindustrie in de EU nagenoeg klimaatneutraal zou zijn lijkt me dat weggegooid geld…

Daarnaast is klimaatneutrale productie slechts een aspect van velen die te maken hebben met duurzaamheid. Wie bijvoorbeeld kijkt in het Europese Emissieregistratiesysteem (E-PRTR) onder mineral industry / productie van cement komt nog een heleboel andere stoffen tegen die niet bekend staan om hun onschadelijkheid. Andre Burger stelde dat er wereldwijd ruim voldoende grondstoffen voor cement zijn, de wereldbehoefte aan aggregaten voor beton voor een periode van 40 jaar komt overeen met de inhoud van één Mont Blanc. Waarop een van de aanwezige antwoordde: de Zwitsers hebben misschien grondstof voor cement in overvloed, maar ze zijn wereldkampioen recyclen en bovendien erg gehecht aan hun Alpen…

Joustra nam een andere insteek: het gaat er in zijn optiek niet zozeer om om minder CO2 uit te stoten, als wel om zo te ontwerpen dat je je schaarse grondstoffen terugkrijgt aan het einde van de levensduur van een produkt. Bij voorkeur met behoud van kwaliteit. Zoals gebruikelijk bij Cradle2Cradle maakte Douwe Jan daarbij een onderscheidt tussen de technische en biologische kringloop. Alles wat vanzelf afbreekt zonder gevaar voor het ecosysteem behoort tot de laatste categorie, alles wat wel risico’s voor ecosystemen oplevert hoort thuis in de technische kringloop. Douwe Jan pleitte ook voor het gebruik van goede stoffen (geen betere of minder slechte, maar GOEDE).

Fabrikanten kunnen het bezit van grondstoffen behouden door producten niet te verkopen, maar te verhuren of leasen. Dat maakt dat je vanzelf anders gaat ontwerpen, want aan het eind van de rit mag je het zelf opruimen… De gebruiker vraagt ook niet om alle problemen die er komen kijken bij het bezit van een produkt, maar om de prestatie die het produkt levert. Je wil geen lamp, maar licht. In dat kader ontwikkelde Rau Turntoo, een concept dat draait om de prestatie van een produkt ipv het eigendom. Dat kan ook voor de bouw interessant zijn, zo zijn oude bakstenen vaak meer waard dan nieuwe. Ziedaar de ClickBrick van Daas Baksteen

Tot slot las ik nog een intrigrerende vraag die Ruud Koornstra tijdens een andere bijeenkomst over beton stelde, namelijk hoe het komt dat we als land met bijna de zachtste boden van de wereld toch de zwaarste gebouwen neerzetten? Een vraag waarop de zaal vol bouw- en betonexperts stil bleef.

Update 17 augustus 2011: Uit reacties via de email begrijp ik inmiddels dat Nederland niet zwaarder bouwt dan andere landen en dat de bouwmateriaalconsumptie per m3 gebouwinhoud in België en Duitsland tientallen procenten hoger ligt. Ik heb geen statistieken of gegevens om dat te onderbouwen. Terecht werd via de mail de vraag gesteld of gewicht het punt is of dat het gaat om een optimale bouwstijl gegevens de lokale omstandigheden.

Via twitter: Vraag over duurzaam ondernemen van @oldekamp

Naar aanleiding van mijn eerdere bericht over de informatie avond over duurzaam ondernemen in Schiedam kreeg ik een vraag om meer informatie. Dat kan ik zelf niet geven, aangezien ik niet meer weet dan op de website van Schiedam staat.

Ontwikkelingen op gebied van duurzaam ondernemen

Op visie gebied zijn er verschillende ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Ten eerste zijn er verschillende keteninitiatieven van grote leveranciers, bv. IBM, Wal-Mart, Unilever, Ahold en KPMG. Daarnaast zijn er veel ontwikkelingen op het gebied van eco-design, Cradle to Cradle, The Natural Step, biomimicry (zie ook de TED talk van Janine Benyus, waar ik vorig jaar over schreef) en biobased economy/groene grondstoffen.

Beschikbare instrumenten

Wat ik wel heb doorgegeven zijn de instrumenten die als eerste bij me op kwamen die op landelijk niveau beschikbaar zijn om duurzaam ondernemen te bevorden.

Op de eerste plaats de Doe MEE / duurzaamheidsscan van Syntens. Op de tweede plaats het innovatiekrediet voor technologie ontwikkeling (ook duurzame technologie), met daarin vanuit het aanvullend beleidsakkoord een speciaal luik voor duurzame technologie ontwikkeling voor niet-MKB’ers.

Natuurlijk ben ik daarbij een aantal zaken vergeten, en daarom zonder te beweren volledig te zijn hierbij een aantal aanvullingen:

  • Programma Milieu & Technologie.
  • Groen beleggen en financieren, door fiscale vrijstellingen voor consumenten kunnen banken met rentekorting t.o.v. normale leningen geld uitlenen aan ondernemers. Kredietaanvragen voor ondernemers loopt via de zogenaamde groenbanken en groenfondsen.
  • SBIR, al is dat meer een instrument voor overheden om bedrijven uit te dagen om oplossingen voor maatschappelijke problemen te ontwikkelen. Dat kan gaan om producten of diensten die de overheid vervolgens zelf kan afnemen, het kan ook gaan om producten of diensten die de overheid zelf niet inkoopt en die uiteindelijk afgenomen zullen moeten worden door marktpartijen.
  • Duurzaam inkopen. Ook meer voor overheden, maar wel interessant voor ondernemers en bedrijven die duurzamere producten en diensten leveren.

Voor een vollediger overzicht van nationale regelingen kun je terecht op Antwoord voor bedrijven of op Agentschap NL, daar staat per divisie een overzicht van regelingen. Zie bijvoorbeeld hier voor de regelingen van de divisie Milieu & Leefomgeving, en hier voor de regelingen van divisie Innovatie. Helaas staan daar de regionale en lokale regelingen niet tussen. Voor de noordelijke provincies is er ook de site 123 subsidie waar 68 regelingen in zitten.

Een inspirerende spreker en locatie kan natuurlijk ook geen kwaad 😉 Heb je zelf aanvullingen of andere ideeën over wat er thuishoort op een avond over duurzaam ondernemen? Kom maar door in de reacties.

Ondernemersbijeenkomst ‘Duurzaamheid loont’ op 22 september in Schiedam

Toch leuk om te zien dat m’n toekomstige woonplaats aandacht aan duurzaam ondernemen besteed:

De gemeente Schiedam organiseert op woensdag 22 september het seminar ‘Duurzaamheid loont’ voor Schiedamse ondernemers die kansen zien in duurzaam ondernemen. De bijeenkomst, die wordt ondersteund door de Stadsregio, vindt plaats onder regie van Gilbert Curtessi van CEMC, dat verder ook zorg draagt voor de programmatische invulling. Achter de schermen wordt gewerkt aan een inspirerend programma met bijdragen van bijvoorbeeld dr. Michael Braungart, de man achter het wereldwijd bekende ‘cradle tot cradle’ principe. Het doel van de bijeenkomst is om Schiedamse ondernemers inzicht te geven in de voordelen die duurzaam ondernemen biedt, zowel bedrijfseconomisch als ecologisch, en tevens om ze te faciliteren wanneer zij duurzaamheid in de praktijk willen brengen.

De gemeente Schiedam heeft grote ambities op het gebied van milieu en duurzaamheid. Het in 2009 door de gemeenteraad vastgestelde Milieubeleidsplan 2009-2012 vormt hierbij het uitgangspunt. Speerpunten bij de uitvoering in het gemeentelijke beleid zijn onder andere duurzaam bouwen, ‘cradle to cradle’ en natuur- en milieucommunicatie. In dit verband is Schiedam ook betrokken bij Sisco, een internationaal kennisuitwisselingsprogramma dat met Europese subsidie tot stand is gekomen. Bij deze samenwerking met Engelse, Belgische en Nederlandse partners, waaronder de DCMR, brengt Schiedam haar kennisontwikkeling en ervaring met duurzaamheid in bij het project Nieuw-Mathenesse. Bij de herontwikkeling en herstructurering van dit bedrijventerrein vormt duurzaamheid het centrale uitgangspunt.

Meer informatie en aanmelden kan via de site van de gemeente Schiedam.

Met dank aan Erik van Erne van Milieunet voor de tip.

Duurzaamheidscheck met je mobiele telefoon

Vorig jaar schreef ik al over Pattie Maes van MIT die op de TED conferentie liet zien wat het zesde zintuig van Pranav Mistry van de Fluid Interface Group mogelijk maakt met een mobiele telefoon. Het ging in het filmpje onder andere over de mogelijkheid om de barcode van producten te scannen in de supermarkt. Het resultaat van die scan is een rood, oranje of groen stoplicht op basis van de criteria die je zelf instelt, bijvoorbeeld de duurzaamheid van een produkt.

Inmiddels is in Duitsland de applicatie Barcoo voor de mobiele telefoon gelanceerd, waarmee dit werkelijk mogelijk is. Deze is ruim 500.000 keer gedownload volgens duurzaam ondernemen. Ook de Nederlandse community site Rank a brand levert informatie voor de Duitse startup Barcoo aan.

Voor de iPhone zijn zulke applicaties volgens mij ook al voorhanden. In Nederland is er (voor zover ik weet, maar ik heb er ook niet hard naar gezocht) geen applicatie op de markt, maar er zijn wel meerdere partijen die daar over nadenken. Bijvoorbeeld Diana den Held die vorig jaar het idee voor een mobiele cradle to cradle applicatie en Wouter de Heij speelt in het kader van Kijk of het klopt en Foodcyclopedia met eenzelfde idee voor voedsel.

Een groeiend aantal organisatie verzameld informatie die gebruikt kan worden in dergelijke applicaties, met als overtreffende trap het initiatief tot een open database met de gegevens van levenscyclus analyses waartoe het Sustainability Consortium het initatiatief heeft genomen (en waar ik eerder deze week over schreef). Het is een kwestie van tijd tot de uitkomsten daarvan bij producten in de supermarkt vermeld worden. Onder de leden zitten tenslotte verschillende supermarkten zoals Wal-Mart, Ahold en Asda. Bovendien heeft Wal Mart in juli 2009 jaar tijdens een grote meeting aangegeven dat uiteindelijk de consument de beschikking krijgt over de data op de wijze die de consument wil. Wanneer dat gebeurt veranderen supermarkten misschien wel echt van boodschappenbolwerk in duurzaamheidsbolwerk. Of ben ik dan te optimistisch?

In ieder geval maakt het succes van Barcoo wederom zichtbaar dat verschillende trends bij elkaar komen en elkaar de komende jaren naar mijn mening zullen versterken.

Wie wordt de groenste & meest ondernemende partij?

Het zal niemand ontgaan zijn dat de PvdA dit weekend uit het Kabinet is gestapt/gezet. Dat betekent dat er vervroegde verkiezingen zullen komen.

Ik ben zelf erg benieuwd wat de impact van de 8 speerpunten van De Groene Zaak op de verkiezingsprogramma’s van de verschillende partijen zal zijn. Hoewel De Groene Zaak pas sinds 11 februari dit jaar bestaat als vereniging van duurzame ondernemers, hebben ze nu al 8 speerpunten richting de overheid geformuleerd.

  1. de kracht van Nederland optimaal benutten
  2. eerlijke concurrentie
  3. omwenteling van aandeelhoudersbelang naar bedrijfsbelang
  4. duurzaamheid als eis van kredietwaardigheid
  5. verantwoordelijkheid daar leggen waar hij hoort
  6. stimulerende handhaving
  7. opdrachtgever en launching customer
  8. van divergentie naar eenduidigheid

Ik ben benieuwd welke daarvan in de verschillende partijprogramma’s terug gaan komen. Ik vermoed dat zelfs mijn eigen partij GroenLinks nog wel wat zaken aan zal moeten passen om de speerpunten van De Groene Zaak een plek te geven.

Daarnaast ben ik erg benieuwd of en zo ja, welke partijen de handschoen oppakken om een open Cradle to Cradle register op te zetten en lange termijn doelen te stellen voor ontwikkelaars & ontwerpers. Waar Michael Braungart vorige week de politiek toe opriep bij de opening van een cradle-to-cradle-tentoonstelling in stadsdeel Oost-Watergraafsmeer.