Tag: Craig Morris

  • Van gas naar duurzame energie in Europa

    In april onderzocht het Duitse Öko-Institut de situatie in de Europese elektriciteitssector en vond dat kolencentrales grofweg evenveel elektriciteit produceren, terwijl het de productie van hernieuwbare elektriciteit groeit. Elektriciteit geproduceerd met gas wordt vervangen.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    De productie van hernieuwbare elektriciteit is tussen 2010 en 2015 met meer dan eenderde gestegen in de EU, de productie is toegenomen met 244 TWh. De elektriciteitsproductie van kolencentrales is relatief stabiel gebleven met 300 TWh bruinkool en 500 TWh steenkool, maar de elektriciteitsproductie van gascentrales is in deze periode gedaald met 283 TWh.

    In Europa heeft dus in essentie een transitie van gas naar hernieuwbaar plaats gevonden.

    160204_obs_3_whhhaaaat
    Öko-Institut

    De studie, die in april is gepubliceerd, toont dat Duitsland goed is voor bijna de helft van de elektriciteitsproductie met bruinkool in Europa. Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Polen zijn samen goed voor meer dan de helft van de elektriciteitsproductie met steenkool.

    De auteurs schrijven dat prijs de belangrijkste uitdaging is voor gas in de elektriciteitssector. De brandstof is simpelweg niet competitief bij de huidige lage CO2-prijzen – zelfs al bieden gascentrales de flexibiliteit die wind- en zonne-energie uiteindelijk nodig zullen hebben als backup.

    Terwijl de productie van windenergie tussen 2010 en 2015 meer dan verdubbeld is in Europa van 149 TWh naar 307 TWh, is de productie van zonne-energie verviervoudigd van 23 naar 101 TWh. Duitsland is verreweg de grootste producent van hernieuwbare elektriciteit met 193 TWh, gevolgd door Italië, Spanje, Zweden en Frankrijk (in die volgorde) met ongeveer 100 TWh.

    (Craig Morris / @PPchef)


    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Daimler blijft Duitsland trouw

    Het verhaal dat de Duitse industrie het land verlaat als gevolg van de Energiewende, maar nieuws van Mercedes geeft aan dat het bedrijf van plan is in Duitsland te blijven. De nieuwe investeringen van het bedrijf in elektrische auto’s zullen voornamelijk in Duitsland gedaan worden. Onze zoektocht naar een bedrijf dat Duitsland verlaten heeft vanwege de energietransitie gaat dus door…

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    NIEUWS –

    Een paar maanden geleden, toen Politico claimde dat Mercedes een voorbeeld was van een bedrijf dat Duitsland verlaat vanwege de energietransitie, beloofde ik terug te komen op dat voorbeeld.

    Eerst was er de berichtgeving (in het Duits) dat Daimler en BMW sinds 2014 ieder meer dan 3 miljard Euro investeerden in het vernieuwen van hun Duitse productielocaties. Een paar maanden later splitste de wegen van Daimler en Tesla. Daimler maakte deze maand bekend dat Tesla geen leverancier zal zijn voor Mercedes’ nieuwe generatie elektrische auto’s. Tesla leverde de elektrische aandrijflijn voor Mercedes’s B klasse, die Daimler nu zelf wil gaan produceren.

    Het Duitse bedrijf is daarnaast ook van plan om 500 miljoen Euro (persbericht) in de productie van accu’s te investeren – wederom, in Duitsland (Kamenz, Saksen). De bouw van de nieuwe fabriek in Duitsland begint naar verwachting deze herfst en de productie van accu’s in de zomer van 2017.

    Daimler is ook van plan een half miljard Euro te investeren aan genetwerkte vrachtwagens. Er zijn een aantal persberichten beschikbaar over zelfrijdende vrachtwagens. Op 1 april zal een nieuwe divisie, met 200 personeelsleden, opgericht worden voor dit doel. Dit nieuws kan nog gehypet worden als ‘Mercedes verlaat Duitsland’, omdat de helft van het pesoneel in Detroit gevestigd zal worden. Voor een multinational is zo’n verdeling echter vrij normaal. Hoe dan ook is het lastig om dit nieuws te verkopen als ‘Daimler verlaat Duitsland’ – dus de volgende keer dat je dat hoort kan je mensen naar dit bericht verwijzen. Politico heeft nog niet bericht over de recente aanwijzingen dat Duitsland van plan is in Duitsland te blijven.


     

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Duitse kolen zijn waardeloos

    ANALYSE – Het is Vattenfall niet gelukt om een koper te vinden voor z’n bruinkoolmijnen en -elektriciteitscentrales in Duitsland. De focus ligt volgens Craig Morris nu op alternatieve modellen, zoals een fonds om de werknemers te beschermen.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
    Jänschwalde.jpg
    De bruinkoolcentrale Jänschwalde werd op 11 maart 2016 bezocht door de Duitse minister Peter Altmaier. (Photo by J.-H. Janßen, modified, CC BY-SA 3.0

    In november schreef ik voor Energy Transition hoe het Zweedse staatsbedrijf Vattenfall (ook moederbedrijf van NUON) z’n kolen bezittingen in Duitsland wilde verkopen als gevolg van de Zweedse verkiezingen van oktober 2014, die gewonnen werden door een klimaatvriendelijke regering. Een van de bieders was Greenpeace, die aanbood om een bruinkool stichting op te zetten om de sluiting van de bruinkoolmijnen en bruinkoolcentrales te begeleiden. Het aanbod van Greenpeace werd niet serieus genomen, maar half maart bleek dat de Zweden geen enkel redelijk bod hadden ontvangen voor hun bruinkoolcentrales en bruinkoolmijnen. Een bieder vroeg zelfs geld om de bruinkoolcentrales en bruinkoolmijnen over te nemen.

    Graphik_barclays
    Barclays zegt dat RWE, Duitsland’s energiebedrijf met het grootste vermogen aan kolencentrales, z’n inkomsten uit conventionele elektriciteitsproductie aanzienlijk zal zien dalen drop de rest van dit decennium. (Bron: Barclays Research)

    Op 16 maart gaf een potentiële bieder, het Tsjechische energiebedrijf ČEZ, twee redenen voor z’n gebrek aan interesse: de lage groothandelsprijs voor elektriciteit en de mogelijke vervroegde sluiting van kolencentrales in Duitsland. Het bedrijf bracht niet eens een bod uit. Een ander probleem is het klimaatakkoord van Parijs, die Duitse kolencentrales volgens Barclays vanaf 2030 waardeloos maakt.

    Duitse media melde vorige week (in Duits), dat een stichting of fonds de enige overgebleven optie zou zijn (zie onder). De zaak is serieus genoeg voor minister Peter Altmaier om vorige week vrijdag de Jänschwalde bruinkoolcentrale te bezoeken. De Duitse milieuminister Barbara Hendricks bezocht een paar weken geleden als de Schwarze Pumpe kolencentrale bij Berlijn. Zulke hooggeplaatste bezoeken binnen zo’n korte periode tekenen de ernst van de situatie: kolen zit in de problemen in Duitsland.

    De Tsjechische Republiek toont de grootste interesse in Duitse kolen. De Czech Coal Group heeft volgens berichten een bod uitgebracht. Mibrag, een Duitse bieder (eigendom van Tsjechische bedrijven) die ook bruinkool opgraaft in Oost-Duitsland, kondigde vorige week onverwachts aan dat in 2020 ongeveer 10% van z’n werknemers ontslagen zal zijn (in Duits). Een paar maanden geleden scheen het bedrijf nog gespitst op het versterken van z’n aanwezigheid in Oost-Duitsland door Vattenfall’s bezittingen over te nemen, maar de top van het bedrijf schijnt nu te begrijpen dat ze hun handen de komende tijd vol zullen hebben aan het in bedrijf houden van het bestaande bedrijf. Vorig jaar verkocht het bedrijf ongeveer 10% minder bruinkool (en dat zelfs tegen een lagere prijs), deels omdat de Lippendorf centrale in oost Duitsland minder stroom produceerde, net als de Buschhaus centrale in west Duitsland. De Buschhaus centrale zal de komende vier jaar deel zijn van de “veiligheids reserve”.

    Wat zou de rol van een fonds zijn?

    Duitse vakonden, die vorig jaar succesvol een strenge aanpak van Duitse kolencentrales blokkeerde, hebben recent aangegeven het meest geïnteresserd te zijn in het vormen van een stichting (berichtgeving in Duits). Het idee is om de huidige winsten in een fonds te stoppen voor latere, verliesgevende jaren. De winsten dalen momenteel in de Duitse kolensector, maar ze zouden kort op kunnen veren als de laatste 6 kerncentrales in 2021 en 2022 gesloten worden. (De sluiting van twee andere kerncentrales staat gepland voor 2017 en 2019, dat zal mogelijk wat ademruimte geven aan kolencentrales, al is dat mogelijk niet veel – zie ons rapport German coal conundrum uit 2014.) Vanaf 2023 zal Duitsland een uitfasering van kolen beginnen, met of zonder een officieel beleid met die naam; er is geen andere realistische manier om het officiële doel van 80 procent duurzame energie in 2050 te begrijpen.

    Het hoof van energie vakbond IG BCE zegt dat bruinkool nodig zal zijn tot 2047, een tijdspanne die ongeveer overeen komt. Hij gelooft echter ook dat kolen de komende 15 jaar nog winstgevend zal zijn, wat de boel wat kan rekken.

    Aanvankelijk kunnen de winsten in het fonds opgespaard worden om op een later tijdstip beschikbaar gesteld te worden aan gemeenschappen en werknemers die geraakt worden door de komende uitfasering van kolen. Als de kolensector eerder verlieslijdend wordt heeft de vakbond een idee: de belastingbetaler zou het gat moeten vullen.

    Als een complete uitfasering in 2047 niet ambitieus klinkt, hou dan in gedachte dat dit tijdspad is voorgesteld door de kolensector zelf. Over tien jaar zou de kolensector al verlieslijdend kunnen blijken, wat de noodzaak van ingrijpen op kosten van de belastingbetaler zou verhogen. Op dat moment zou een keuze keuze kunnen worden gemaakt – als dat goedkoper blijkt – om de Duitse kolensector op te doeken. Er liggen al voorstellen voor 2040 en eerder op tafel.

    Gemeenschappen en werknemers zouden nog steeds bescherming genieten, en dat is het goede nieuws deze week. Inmiddels tonen vakbonden bereidheid om te praten over het uitfaseren van kolen (voeg Duitslands op een na grootste vakbond Verdi maar toe aan de lijst,bericht in Duits). De belangen van werknemers en Duitse gemeenschappen aan de ene kant en kolenbedrijven aan de andere kant beginnen uiteen te drijven. RWE en E.On zullen zich op korte termijn op splitsen in gescheiden divisies voor hernieuwbare energie en voor het oude spul. Deze kleine stappen zouden het makkelijker kunnen maken om de kolenbedrijven kopje onder te laten gaan terwijl de hernieuwbare energiebedrijven het hoofd boven water houden – en zinvolle financiële ondersteuning richt zich op Duitse werknemers en gemeenschappen die momenteel afhankelijk zijn van de kolensector.

    Voor meer informatie over transformatie van kolen gemeentschappenverwijs ik naar eerdere rapporten van Energy Transiton over structurele veranderingen. CLEW geeft ook een overzicht van het kolendebat in Duitsland.


    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur vanPetite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en met toestemming van de auteur vertaald door mij vertaald voor Sargasso.

     

  • Gastbijdrage: Duitse elektriciteitsexport was in 2015 wederom meer waard dan import

    ANALYSE – Volgens een schatting van het Fraunhofer ISE, is de waarde van een gemiddelde kilowattuur die Duitsland vorig jaar exporteerde hoger dan de waarde van een gemiddelde geïmporteerde kilowattuur. Als Duitsland een overschot aan duurzame elektriciteit in buurlanden zou dumpen, zoals sceptici van de Energiewende beweren, zou dit niet gebeuren.

    In 2013 merkte ik iets op in de data over de handel in elektriciteit van 2012 waar iedereen overheen had gekeken. Iedereen focuste op hoe Duitsland’s netto export steeg, ondanks de sluiting van 8 van de 17 kerncentrales van Duitsland. Niet alleen was Duitsland niet afhankelijk geworden van import, maar de waarde van Duitse elektriciteit was hoger dan de waarde van elektriciteit in omliggende landen.

    Die situatie herhaalde zichzelf in 2013 en in 2014, al was het prijsverschil tussen import en export kleiner geworden, met een klein verschil in het voordeel van Duitse elektriciteit. Tegelijkertijd stijgt de Duitse export van elektriciteit nog steeds, met sinds 2012 jaarlijks een nieuw recordniveau.

    De Duitsers hebben geen feestje gevierd over deze cijfers. Mijn artikel uit 2013 was het enige dat de focus legde op iets anders: de hogere waarde van de Duitse export van elektriciteit. Maar inmiddels is Duitsland’s Fraunhofer ISE begonnen om de situatie nauwkeuriger te monitoren.

    Ik sprak deze week met ISE’s Bruno Burger. Hij is de persoon achter Energy-Charts.de. Het was me opgevallen dat het gigantische 200 pagina tellende pdf-overzicht van de Duitse elektriciteitssector voor 2015 nog niet was gepubliceerd. Hij informeerde me dat de website inmiddels zo gegroeid is dat hij zich af vroeg of de pdf nog steeds nodig is (ik weet niet zeker of ik het daar mee eens ben – maar hij gaf aan te overwegen om de pdf alsnog te publiceren). Hoe dan ook, hij wees me op een 15 pagina’s tellend overzicht (PDF), dat onderstaande grafiek bevat. De grafiek laat zien welke elektriciteitsbronnen gedaald zijn (elektriciteit van kernenergie, bruinkool, steenkool en gas) en wat gestegen is (elektriciteitsproductie van wind, zon, biomassa en waterkracht). In een jaar met een kleine stijging van elektriciteit van kolen zou er grote internationale ophef zijn, voor nu wachten we geduldig (en waarschijnlijk tevergeefs) op internationale erkenning van de herhaling van de verbetering in 2014, die ook grotendeels ongeprezen voorbijging.

    ISE2015

    Hou in gedachten dat het record niveau van de export van elektriciteit – grofweg 10% van de totale elektriciteitsproductie – een stijging van conventionele elektriciteitsproductie betekent; wind en zon regaeren op het weer, niet op de vraag naar elektriciteit. Wanneer Duitsland de komende 6 jaar de rest van z’n kerncentrales sluit zal de lage groothandelsprijs in Duitsland meer in balans komen. De huidige overcapaciteit in opwekkingsvermogen maakt Duitse elektriciteit onnatuurlijk competitief. Omdat er geen nieuwe kolencentrales in de pijplijn zitten (met Datteln als mogelijke uitzondering), zal het resultaat dramatisch lagere elektriciteitsproductie van conventionele centrales in 2023 zijn.

    Dat brengt me op de prijs situatie: omdat Duitsland zo veel overcapaciteit heeft is het in staat om relatief goedkoop elektriciteit te produceren als de vraag hoog is. En omdat de mix van elektriciteitscentrales een zekere flexibiliteit heeft is het in staat om naar import van stroom over te schakelen wanneer de vraag (en dus de prijzen) laag is. Vooral de vergelijking met Frankrijk is saillant.

    Het nieuwe overzicht van Fraunhofer voor 2015 zegt het volgende over de handel in elektriciteit:

    Imported electricity cost an average of 42.58 Euro/MWh compared to 42.69 Euro/MWh for exports.

    Duitse elektriciteit die verkocht wordt aan omliggende landen is daarom nog steeds 0,11 Euro per MWh meer waard dan de Duitse import van elektriciteit. Het verschil is met 0,3% verwaarloosbaar. Toch schat het Fraunhofer de netto inkomsten van de handel in elektriciteit op 1,6 miljard Euro.

    Er kunnen veel lessen uit deze analyse worden getrokken, maar de belangrijkste voor vandaag is dat de de situatie niet is veranderd sinds 2012:

    • Duitsland blijft in staat om elektriciteit te produceren tegen relatief lage prijzen wanneer de vraag hoog is;
    • Duitsland heeft geen overschot aan hernieuwbare energie (groene stroom heeft nog nooit meer dan zo’n 80% van de vraag naar elektriciteit geleverd, veel minder dan 100%);
    • elektriciteit wordt verhandeld op basis van prijzen, niet op basis van tekorten. Specifiek: elektriciteit wordt bijna nooit verhandeld om blackouts te voorkomen (al spreekt de blogosphere regelmatig over handel in elektriciteit in termen van blackouts); en
    • Duitse export van elektriciteit is waardevoller dan de import, ondanks de relatief lage groothandelsprijzen in Duitsland, omdat Duitsland elektriciteit verkoopt op momenten van grote vraag en koopt op momenten van lage vraag.

    Wat laat zien dat Duitsland niet afhankelijk is van het buitenland voor leveringszekerheid of betaalbaarheid, en dat Duitsland geen groene stroom dumpt in omliggende landen.

    (Craig Morris / @PPchef)

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur vanPetite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Tweede Duitse veiling voor zonne-energieprojecten ‘succesvol’ afgesloten

    De winnaars moeten nog bekendgemaakt worden, maar volgens Craig Morris weten we nu al dat er wederom veel meer verliezers dan winnaars van de tweede veiling van grondgebonden zonne-energieprojecten zullen zijn. De Duitse overheid spreekt desondanks van een ‘succes’.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    Op 3 augustus eindigde de tweede veilingronde voor grondgebonden zonne-energiesystemen. Dit keer werd een volume van 150 MW geveild. Het aantal biedingen was drie maal zo hoog, dus er zullen deze ronde twee keer zo veel verliezers als winnaars zijn. De biedingen worden momenteel beoordeeld. Rainer Baake, staatssecretaris voor de Energiewende, zegt dat het grote aantal biedingen een teken is van ‘succes’ (Duitstalig rapport).

    De eerste ronde leverde hogere prijzen op de feedin tarieven die anders van toepassing zouden zijn geweest, dat maakt een verandering in het betalingssysteem voor deze tweede ronde des te interessanter. Dit keer wordt de hoogst toegewezen prijs betaald aan alle winnende biedingen; met andere woorden: zelfs als je voor een lagere vergoeding hebt ingeschreven ontvang je de hogere prijs. Deze verandering lijkt ontworpen om de kosten te verhogen – een ironische uitkomt gegeven de oorspronkelijke justificatie voor de omschakeling van feed-in tarieven naar veilingen als een poging om de kosten te verlagen.

    De hele kostendiscussie was dan ook kunstmatig gecreëerd, zoals ik recent berichtte, en is compleet verdwenen. De opslag voor duurzame energie in 2015 (aangekondigd op 15 oktober 2015) zal waarschijnlijk nooit in zijn kostencomponenten uitgesplitst worden. Niemand is daar nog in geïnteresseerd.

    De werkelijke reden voor de veilingen kan daarom niet het verlagen van de kosten zijn, want die is er niet – en de overheid spreekt nog steeds van een beleidsmatig succes. Wat veilingen vooral doen is de groei van de markt beperken. De overheid is nu in staat om de hoeveelheid nieuw vermogen die ondersteuning krijgt te controleren. Twee andere aspecten van veilingen kunnen voor verdere vertraging zorgen: tijdsvertragingen bij het realiseren van projecten en het volledig mislukken van projecten.

    Na verschillende jaren met 7,5 GW aan nieuw geïnstalleerd vermogen aan zonne-energie lijkt de overheid een beleidsinstrument gevonden te hebben waarmee het de marktgroei kan beheersen op een veel lager niveau. Nu dat we zien hoe irrelevant het kostendebat was (en hoe veilingen zonne-energie duurder maken), zou het goed zijn dat we openlijk konden praten over de werkelijke reden om over te stappen van feed-in tarieven op veilingen: beleidsmakers controle geven over de marktgroei.

    (Craig Morris / @PPchef)


    Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso door Krispijn Beek.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

  • Gastpost: Duitse overheid neemt verwaterd klimaatplan aan

    ANALYSE – Drie weken geleden maakte de Duitse overheid plannen bekend om 2,7 GW aan bruinkoolcentrales van de elektriciteitsmarkt te halen en in reserve capaciteit te plaatsen. Tijd om na de aanvankelijke feestvreugde de analyse van Craig Morris te plaatsen.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    Het plan om een soort van nationaal CO2 emissiehandelssysteem te implementeren, dat zich specifiek richt op elektriciteitsproductie door bruinkool is officieel dood. Twee weken geleden maakte de Duitse regering een ander plan bekend met een bredere focus. Buiten de kolensector lijkt niemand erg enthousiast over het plan.

    De afgelopen weken heb ik mijn lezers de details bespaard. Tenslotte publiceerde Clean Energy Wire al een stap-voor-stap verslag van het debat. Het is voldoende om te zeggen dat een betaalbaar, effectief enpolititiek elegant voorstel tegenstand ondervond van sommige vakbonden en de industrie, en dat zij hun zin hebben gekregen. Als je wil horen hoe de bittere klaagzwang in het Duitse debat klonk, verwijs ik je naar Lily Fuhr’s recente post op Energietransition.de.

    coalprotest1
    300.000 handtekeningen voor het uitfaseren van kolen en een aantal protesten hebben niet geholpen: de Duitse overheid gaf toe aan de kolenbelangen. (Foto Christian Mang / Campact, CC BY-NC 2.0)

    Hier is een overzicht van de overeenkomst van twee weken terug, dat verschillende afspraken bevat die meer of minder gerelateerd zijn aan elektriciteitsproductie m.b.v. kolen:

    • 2,7 GW aan bruinkoolcentrales worden uit de elektriciteitsmarkt gehaald en in een capaciteitsreserve geplaatst;
    • Omdat Duitsland met dit akkoord alleen zijn CO2 reductiedoelstelling voor 2020 niet haalt wordt jaarlijks 1 miljard Euro extra uitgetrokken voor additionele energieefficiency maatregelen (specifiek: wkk en warmtepompen);
    • Eigenaren van kerncentrales zijn zelf financieel aansprakelijk voor verwijdering van kernafval;
    • Uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk gaan door. Beierenblokkeert de voortgang hiervan, dus de focus zal liggen op het beter gebruik maken van bestaande hoogspanningsleidingen, en op plaatsen waar publieke weerstand bestaat zal er meer gebruik worden gemaakt van ondergrondse kabels i.p.v. bovengrondse.

    Elk onderdeel zou zijn eigen blog bericht vergen om uit te leggen, dus volg de links bij de items over kernenergie en het elektriciteitsnetwerk voor meer informatie. Hier zal ik me focussen op kolen.

    Greenpeace’s Tobias Münchmeyer reageerde op aangekondigde afspraken door Bondskanselier Merkel te herinneren aan haar belofte om over te schakelen van kolen tijdens de G7-top van juni. Nu krijgen kolencentrales die van de elektriciteitsmarkt gehaald worden in essentie een gouden parachute – ze zullen betaald worden om standby te blijven. In een paper dat drie weken geleden werd gepubliceerd berekende Duitsland leidende economische instituut DIW (PDF in Duits) dat het voorstel om 2,7 GW aan bruinkoolcentrales – in basis het voorliggende akkoord – duurder zou zijn en minder CO2 emissie zou reduceren dan de klimaatheffing, die succesvol geblokkeerd is door IG BCE (de vakbond voor de mijnbouw-, chemie- en energiesector). In feite vonden de economen dat de emissie reductie van de kolenreserve slechts een tiende waren van wat een klimaatheffing zou hebben bereikt – vandaar de noodzaak voor alle andere maatregelen.

    De Duitse overheid negeerde niet alleen haar eigen top economen, maar ook haar top milieubeleidsadviseurs. Een maand geleden publiceerde de SRU (PDF in Duits) “10 stellingen over de toekomst van kolen tot 2040.” De eerst is cruciaal: we moeten het grootste deel van onze fossiele energiereserves in de grond laten, en Duitslands enorme bruinkool reserves (die in theorie in een kwart van de elektriciteitsvraag voor de komende twee eeuwen kan voorzien) zullen de Duitse bijdrage aan de wereldwijde divesteringsbeweging zijn. Met andere woorden: we moeten ons niet alleen focussen op wat we verbranden, maar ook op wat we opgraven.

    De SRU wees er ook op dat fluctueerende wind- en zonne-energie flexibele backup centrales vergen, geen basislast (wat oude bruinkool centrales zijn). Bovendien zou een ‘nationaal emissie handels platform’, gecreëerd door de klimaatheffing, een “waterbed effect” kunnen voorkomen – waarbij de dalende emissies van het ene land zich simpelweg verplaatsen naar het andere land. Met de klimaatheffing zou Duitsland emissierecten hebben kunnen vernietigen, in plaats van ze elders beschikbaar te maken.

    Carsten Pfeiffer van de hernieuwbare energie associatie BEE zegt echter dat er ook goed nieuws in het plan zit:

    Last night’s agreement also buried the capacity market idea called for by leading German utility groups.

    Hoewel het venijn in de details zit, want vanuit het perspectief van een leek is de reservecapaciteit in wezen een kleine capaciteit markt.

    Op het moment van schrijven zijn de details nog onduidelijk, inclusief de vraag welke bruinkoolcentrales gesloten zullen worden. Eerlijk gezegd is het akkoord een gemiste kans om de deur naar het uitbannen van kolen te openen. Hoe moeilijk het ook is voor een sociaal democraat – de partij van de vakbonden – om tegen een grote vakbond op te staan. Sorry, Minister Gabriel, het is gewoon niet genoeg.


    Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op The Energywende Blog en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

  • Frankrijk is steunoperatie voor kernenergie begonnen

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    Begin deze maand kondigde de Franse overheid plannen aan voor een kapitaalinjectie voor Areva, het bedrijf dat kerncentrales bouwt. Volgens Craig Morris is het een wanhopige poging om het onvermijdelijke af te wenden: faillissement.

    De Franse kernsector is sinds het praktisch vergeten (en mislukte) Messmer Plan uit het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw altijd een topprioriteit geweest voor overheidsfunctionarissen. De financiële vooruitzichten voor Areva zijn slecht, met een matig gevuld orderboek en enorme kostenoverschrijdingen bij de in aanbouw zijnde EPR (European Pressurized Reactor) centrale in Flamanville.

    Als gevolg hiervan is de Franse overheid officieel een ‘reorganisatie van de Franse nucleaire industrie’ aan het bestuderen (persbericht in ‘t Frans) via een strategische samenwerking tussen Areva en EDF, de voormalige Franse elektriciteitsmonopolist. Dit zou de orderboeken niet voller maken door de internationale vraag naar kerncentrales te vergroten. In plaats daarvan zou het de verliezen spreiden over het nieuwe gefuseerde bedrijf – en eventueel (gedeeltelijk) overdragen aan de belastingbetaler. De overeenkomst zou in ieder geval een eind maken aan het conflict over de vraag of EDF of Areva de kostenoverschrijdingen bij de in aanbouw zijnde EPR centrale in Flamanville moet betalen.

    Een rapport van AFP geeft wat cijfers bij de situatie. EDF heeft een bedrag geboden van 2 miljard Euro voor een meerderheidsbelang in Areva. Een beurshandelaar die geciteerd wordt in het artikel stelt dat het gefuseerde bedrijf uiteindelijk 7 miljard Euro nodig heeft. Raffale Piria, expert energiebeleid bij Adelphi en co-auteur van de World Nuclear Industry Status Report 2014, schat dat het reddingsplan uiteindelijk meer dan 10 miljard Euro kan kosten. Het reactorvat in Flamanville wordt momenteel onderzocht en moet mogelijk geheel opnieuw geconstrueerd worden, wat honderden miljoenen Euros kost. Hij legt uit dat de hoogte van deze kostenoverschrijdingen momenteel onduidelijk zijn, maar niet zijn inbegrepen in de huidige schattingen die de media halen.

    De vraag is hoe lang zulke subsidies politiek acceptabel blijven voor het Franse publiek

    stelt Piria, en of ze in overeenstemming zijn met de Europese staatssteunregels. De keuze van de Franse politiek om nationale kampioenen te steunen laat het land mogelijk weinig keuzes. Recent ontkende voormalig president Nicholas Sarkozy berichten van het voormalig hoofd van Areva dat Frankrijk van plan was om een kerncentrale aan de Libische dictator Gadhafi te verkopen. En nog maar enkele weken geleden maakte Finland bekend af te zien van de koop van een mogelijke tweede EPR centrale van Areva, terwijl de eerste aanzienlijke kostenoverschrijdingen en vertragingen kent.

    Een recent artikel in The Ecologist geeft een goed overzicht van de ondergang van de European Pressurized Reactor, waarop het lot van Areva zwaar leunt. En waarop het lot van de Franse economie ook in toenemende mate leunt.

    (Craig Morris / @PPchef)

    Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur voor Sargasso vertaald door Krispijn Beek.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

  • Gastbijdrage: Duitsland de aluminium magneet

    Tekst: Craig Morris; Vertaling: Krispijn Beek.

    Update: de Nederlandse aluminium smelter Aldel maakt dit jaar een doorstart met een directe aansluiting op het Duitse elektriciteitsnetwerk. En het lijkt erop alsof het Verenigd Koninkrijk ook jaloers is op de elektriciteitsprijzen voor de grootste industriële energieverbruikers.

    ACHTERGROND – Vandaag heb ik oud nieuws voor je, maar het is niet zo breed bekend. In 2013 schreef ik over de plannen van de Nederlandse aluminiumsmelter Aldel om faillissement aan te vragen als het geen directe aansluiting kreeg op het Duitse elektriciteitsnetwerk (Nederlandse elektriciteit is duurder). Kort daarna vroeg het bedrijf inderdaad faillissement aan.

    Maar hier eindigt het verhaal niet. In november kondigde het bedrijf aan dat de directe aansluiting op het Duitse netwerk dit jaar gereed zal komen en dat het bedrijf op dat moment een doorstart wil maken. (Update: het lijkt erop dat het bedrijf begin maart inderdaad doorgestart is. De directe lijn is toegezegd, maar nog niet gereed. Zie dit artikel.)

    In februari schreef Reuters dat de Duitse aluminium producent Trimet een in problemen verkerende concurrent in Frankrijk over had genomen. Het artikel wijst er op dat de aluminium sector in een aantal landen in moeilijkheden verkeerd, maar Duitsland behoort niet tot deze landen.

    In mijn onderzoek hiernaar kwam ik ook een studie (PDF) uit april 2012 tegen naar de sluiting van een aluminiumsmelter in het VK, dat zijn aluminiumsector de laatste jaren heeft zien verkommeren. De enige keer dat Duitsland genoemd wordt in de studie is in verband met de elektriciteitsprijzen:

    The most damaging of all additional energy costs are those that are imposed unilaterally, so that British energy-intensive industries pay costs that their rivals in other countries do not. With the addition of the most recent of these, the carbon price floor, total UK electricity costs in 2013 will be raised by 24 per cent for energy-intensive sectors.   To put this in perspective, German energy-intensive businesses will only be paying 16 per cent extra through government-added costs at the same time.

    En verderop:

    … the mitigation measures the UK gives to energy-intensive companies, such as a 65 per cent rebate on the climate change levy that will rise to 80 per cent from next year, are still small fry compared to the other green costs they face here and the greater discounts other countries offer. Germany for instance provides energy-intensive firms with a rebate of 98.5 per cent of the cost of subsidising renewable energy on electricity bills. This allows the German government to pursue its green agenda but without the risk of overburdening valuable and vulnerable industries. Including all other costs, British companies will be paying 15 per cent more for their electricity compared to Germany in 2013.

    Bedenk je dat dit rapport uit april 2012 stamt, toen de Duitse opslag voor duurzame energie 3,5 Eurocent bedroeg, vergeleken met 6,2 Eurocent op dit moment. Wat betekent dat de situatie verslechterd is bezien vanuit de energie-intensieve industrie in het VK.

    Het vormt aanvullend bewijs dat de grootste energieverbruikers in Duitsland zich goed staande houden in de Energiewende.

    En overigens hadden de Nederlanders onlangs een grote blackout in de regio Amsterdam. Hoewel Reuters zegt dat er problemen waren bij een onderstation, weten we allemaal dat hernieuwbare energiebronnen het grootste probleem waren. De Nederlanders hebben immers zoveel zonne-energie dat ze het niet eens kunnen niet eens tellen.

    Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

  • Gastbijdrage: Zorgen over zonsverduistering laaien op

    De Telegraaf, de NOS en Trouw besteedde een aantal weken geleden aandacht aan de gedeeltelijke zonsverduistering die op 20 maart dit jaar plaats vind. De basis hiervoor was een persbericht van Tennet. De reactie van Craig Morris op de Nederlandse berichtgeving: ‘Onzin’. Tijd dus om ook het derde artikel dat Craig Morris over de zonsverduistering schreef voor Renewables International te vertalen voor Sargasso.

    Entso-e, de organisatie van Europese netwerkbeheerders, heeft een paper gepubliceerd waarin ze de impact van de komende gedeeltelijke zonsverduistering op de productie van zonne-energie in de EU onderzoeken.

    Op 20 maart zal Europa getuige zijn van een gedeeltelijke zonsverduistering, de eerste sinds het continent zoveel capaciteit aan zonelektrisch vermogen heeft geïnstalleerd. Ik schreef al eerder over het onderwerp hier en hier. De grote vraag is of het elektriciteitsnetwerk in staat zal zijn om met zo’n snelle verandering in zonelektrisch vermogen om te gaan. Het korte antwoord is ja, maar het lange antwoord is dat het een ruige rit kan gaan worden – of een volstrekt oninteressante dag als het bewolkt is.

    Entso-e heeft z’n eigen overzicht voor Europa gepubliceerd (PDF). Hoewel het duidelijk geschreven is voor ingenieurs (de organisatie wil netwerkbeheerders helpen bij de voorbereiding voor de gebeurtenis), is het stuk nog steeds interessant om te lezen voor het algemene publiek, deels omdat het zoveel cijfers bevat. Tsjechië lijkt bijvoorbeeld een klein beetje minder te hebben op 28 maart dan eind 2013 had, en de cijfers voor Nederland zijn wilde gok (zie de tabel op bladzijde 5).

    De tabel op pagina 6 toont dat de maximale verduistering in Duitsland 76% zal bedragen (in Kassel), maar daalt naar 59% in Italië (Florence). Het ‘episch centrum’ van de eclips ligt erg noordelijk, zodat de invloed naar het zuiden toe verminderd. Wat interessant is is dat de verduistering in Madrid, Spanje, en Coimbra, Portugal met respectievelijk 67% en 70% groter is dan in Italië. Maar Spanje en Portugal hebben veel minder zonelektrisch vermogen geïnstalleerd.

    Door heel continentaal Europa kan de afname aan zonelektrisch vermogen zo’n 30 GW bedragen, op een geïnstalleerd vermogen van grofweg 90 GW. Ik schat in dat de afname in Duitsland met gemak 10 GW van de 39 GW geïnstalleerd vermogen kan bedragen; Entso-e stelt het maximum op 16.916 MW (iets minder dan 17 GW). Ze gaan daarbij uit van een stralende, hemelsblauwe lucht, terwijl ik uitging van een sigarenkist berekening op basis van een scenario met redelijk goed weer. Elke bedekking van de hemel met wolken (en er zullen best wat wolken boven Europa zijn) zal de impact van de zonsverduistering verminderen, en een bewolkte hemel boven Duitsland zal van de zonsverduistering een non-evenement maken. De studie verwacht dat de vermindering van de invoer van zonnestroom tot 50% van Duitsland alleen komt.

    De studie zet de maximale vermindering op 400 MW per minuut over Europa, maar de vermeerdering zal groter zijn met maximaal 700 MW per minuut. Het verschil hangt samen met het moment van de dag. De zonsverduistering start om 8:30u ‘s ochtends, wanneer er nog relatief weinig zoninstraling is. De eclipse begint grofweg een half uur later te verdwijnen. Dus het opvoeren van het vermogen aan zonne-energie vind ruwweg plaats tussen 9 en 10u ‘s ochtends, wanneer de zoninstraling groter is. Daarom gaat het opvoeren van het vermogen sneller dan het ‘afregelen’.

    De meest saillante verrassing is voor mij dat in Groot Brittanië het effect van mensen dat naar de zonsverduistering gaat kijken op de elektriciteitsvraag blijkbaar groter is dan het effect van zonne-energie op de elektriciteitsproductie. Vreemd genoeg stelt de studie:

    The PV effect acts in the opposite direction on the residual demand to the human-demand effect, and so will in fact ameliorate the situation.

    Ik weet niet zeker wat hier bedoeld wordt. De productie van zonnestroom zal eerst dalen en dan snel stijgen, dus het beweegt in twee richtingen. Het menselijk effect kan een lagere vraag naar elektriciteit zijn als veel mensen stoppen met werken om de zonsverduistering te bekijken (LET OP: kijk NIET rechtstreeks in de richting van de zon), maar eerlijk gezegd weet ik niet zeker of Entso-e denkt dat iedereen z’n tv aan zal zetten om de eclips te bekijken, waardoor de vraag naar elektriciteit juist stijgt. Hoe het ook zij, de vraag naar elektriciteit zal ongewoon zijn die ochtend, maar zal niet gelijk opgaan met de verandering in opgewekte zonnestroom. I neem aan dat mensen hun elektriciteitsverbruik net voor de eclips veranderen en weer aan het werk zullen gaan net nadat de zonsverduistering voorbij is. En nogmaals, bescherm a.u.b uw ogen. Het elektriciteitsnetwerk overleeft het wel, maar laten we ons niet allemaal blind staren op deze zeldzame gebeurtenis.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: In de herhaling: de Duitse eclips

    ACHTERGROND – De Telegraaf, de NOS en Trouw besteedde vorige week aandacht aan de gedeeltelijke zonsverduistering die op 20 maart dit jaar plaats vind. De basis hiervoor is het persbericht van Tennet. De reactie van Craig Morris op de berichtgeving in de Telegraaf: ‘Onzin’. Tijd dus om een drietal artikelen die Craig Morris eerder over dit onderwerp schreef voor Renewables International te vertalen voor Sargasso. Vandaag het tweede artikel, het eerste artikel vind je hier.

    De Duitse professor in duurzame energie Volker Quashning heeft zijn studenten onderzoek laten doen naar de wijze waarop de energiesector de eclips van 20 maart behandelt. Er worden geen echte problemen verwacht, maar we hebben nu een mooie video die laat zien hoe de gebeurtenis zal plaatsvinden. Vooral gascentrales zijn daarbij belangrijk.

    Eerder schreef ik al over de gedeeltelijke zonsverduistering van 20 maart 2015 in relatie tot het Duitse elektriciteitsnetwerk. De gebeurtenis kreeg in Duitsland algemene bekendheid toen ook Der Spiegel schreef dat netwerkbeheerders zich zorgen maken. Mijn initiële analyse was dat het opvoeren en afbouwen van de hoeveelheid zonelektrisch vermogen aan de top zit van wat al geregeld gedaan wordt, maar dat het niet exceptioneel is. Zeker niet als 20 maart een bewolkte dag wordt.

    Inmiddels heeft Professor Volker Quashning, die sommige zich mogelijk herinneren van dit interview of zijn oproep voor 200 GW PV in Duitsland, met zijn studenten een visualisatie van de eclips gemaakt.

    [youtube=http://youtu.be/0G8e9bDypSo]

    De video is gebaseerd op een zonnige dag, in zekere zin dus het slechts mogelijke scenario voor het op- en afregelen van conventionele centrales. Onze collega’s bij Sonne, Wind, & Warme hebben het volgende citaat van Quaschning:

    Duitsland heeft genoeg pumped-storage capaciteit om de fluctuatie tijdens de gedeeltelijke zonsverduistering volledig op te vangen.

    Hij zegt ook dat gascentrales gebruikt zouden kunnen worden, omdat deze goed regelbaar zijn, er van uitgaande dat gascentrales nog niet in gebruik zijn als basislast.

    We hoeven ons echter geen zorgen te maken over het onbeschikbaar zijn van gascentrales die dag. Gas is namelijk de grote verliezer op de huidige Europese elektriciteitsmarkt. Dit is hoe de elektriciteitsproductie van gascentrales in Duitsland er in 2013 en 2014 uitzag.

    CFgas
    De roze lijn geeft de lage capaciteitsfactor van gascentrales weer, die ook in 2014 weer fors is gedaald (t/m april). Met andere woorden: we kunnen allemaal rustig achterover gaan zitten en hopen op de zonnigst mogelijke dag op 20 maart 2015. Duitsland heeft een van de grootste aandelen zonelektrisch vermogen van alle landen (waarschijnlijk tweede na Italië). De eclips forceert netwerkbeheerders en conventionele centrales om hun vermogen met een ongekende hoeveelheid op te voeren en weer af te bouwen op een enkele ochtend – maar niemand zal het merken, behalve dan de netwerkbeheerders, energiecentrales, elektriciteitshandelaren, enzovoort. De wereld zal niet ten einde komen, en er zullen geen netwerkproblemen zijn.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald door Krispijn Beek voor Sargasso.