Tag: duurzame elektriciteit

  • Stand van zaken duurzame elektriciteit Nederland

    Eind vorig jaar werd bekend dat 2024 te boek staat als een van de warmste jaren sinds de metingen zijn begonnen. Ook maakte het World Weather Attribution (WWA) project bekend dat grote schade door klimaatverandering  geen dreiging is, maar al dagelijkse realiteit bij de huidige 1,3 graad opwarming. Tijd dus om vaart te zetten achter duurzame energie, want verbranden van fossiele energie is een van de belangrijkste oorzaken van klimaatverandering.

    Sinds het ondertekenen van het nationale klimaatakkoord heeft de landelijke overheid zich in Brussel hard gemaakt voor ambitieuzere doelstellingen voor 2030. Deze hogere doelstelling (55% in 2030) is ook vastgelegd in de de landelijk Klimaatwet. Dat komt mooi uit, want het Klimaatakkoord bevatte al een optie om de doelstelling op te hogen van 49% CO2-reductie naar 55% CO2-reductie. In het hoofdstuk over elektriciteit zijn hier ook cijfers voor opgenomen:

    Bron (in TWh)49% basispakket55,00%
    Wind op zee49
    Hernieuwbaar op land (> 15 kW)35
    Overige hernieuwbare opties (incl. CO2 vrij regelbaar vermogen)pm127
    Klein zon (< 15 kW)7
    Totaal91127

    De getallen in bovenstaande tabel zijn 7 TWh (Terawattuur) hoger dan in het hoofdstuk uit het klimaatakkoord, omdat ik er voor gekozen heb ook kleine zonnestroominstallaties mee te rekenen in de totale opgave. Het goede nieuws is dat het doel voor kleine zonnestroominstallaties (7 TWh) in beeld is, zodat ook kleine zonnestroominstallaties mee gaan tellen voor het behalen van de RES-biedingen.

    Voorgeschiedenis

    Bij het klimaatakkoord werd afgesproken dat gemeenten, waterschappen en provincies zich zouden organiseren in regionale energiestrategieën (RES’en). Nederland werd daarmee opgedeeld in 30 RES’en, sommige zo groot als één gemeente, andere bestaande uit 15 tot 20 gemeenten. De logica van de indeling? Da’s voer voor promotieonderzoek. In 2020 bleken de losse RES’en bij elkaar opgeteld ambitieuzer dan het minimum bod van tenminste 35 TWh. Uiteindelijk hebben de RES’en gezamenlijk 55 TWh hernieuwbare elektriciteit op te wekken. Deze biedingen zijn vastgesteld door bijna alle gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen. Al in 2019 en 2020 berichtte Sargasso dat het doel om tenminste 35 TWh hernieuwbare elektriciteit op land op te wekken in beeld was. Da’s geen reden om achterover te leunen, want inmiddels heeft het kabinet de ambitie opgehoogd naar 55% CO2-reductie in 2030, terwijl voormalig minister Jetten de Kamer informeerde dat in 2024 besluitvorming over wind op zee plaats moest vinden om de doelstelling voor 2030 en 2035 te kunnen halen. Het Kabinet heeft dat besluit niet genomen, waarmee de druk om lokale elektriciteitsproductie te realiseren groeit.

    Stand van zaken duurzame elektriciteit

    Het goede nieuws is dat de productie van duurzame elektriciteit in Nederland nog steeds in de lift zit, dat blijkt uit de Klimaat en Energieverkenning 2024 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het slechte nieuws is dat volgens het PBL de pijplijn aan nieuwe projecten ook in 2024 verder is opgedroogd. Oftewel projecten waar al aan gewerkt wordt worden langzaam maar zeker gerealiseerd, maar het aantal nieuwe projecten is gering. Zo gering dat verschillende internationale projectontwikkelaars zich inmiddels terugtrekken van de Nederlandse markt, op zoek naar meer veelbelovende markten.

    2030Monitor RES
    Bron (in TWh)K.A. 55%RES 1.0KEV 2024NPE20232024
    Wind op zee656548954848
    Hernieuwbaar op land (> 15 kW)555546673941
    Klein zon771211
    Kernenergie444444
    Totaal13113198166103104

    Het opdrogen van de pijplijn aan nieuwe projecten betekent ook dat het lastiger gaat worden om de streefcijfers voor 2035 uit het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) te gaan halen. Het gat tussen streefcijfers uit het NPE en de cijfers uit de Klimaat en Energieverkenning en Monitor RES 2024 is voor 2030 al groot, voor 2035 loopt dit alleen maar verder op. Dat is slecht nieuws voor huishoudens, bedrijfsleven en industrie, die zitten te springen om betaalbare elektriciteit. Een kleiner aanbod zal namelijk een hogere prijs betekenen.

    20352050
    Bron (in TWh)KEVNPENPE
    Wind op zee91158315
    Hernieuwbaar op land (> 15 kW)5899185
    Klein zon
    Kernenergie01656
    Totaal149273556

    Een grote blokkade voor hernieuwbare elektriciteit op land zijn zorgen over de (vermeende) impact op menselijke gezondheid. Aanvankelijk ging dat vooral om geluid en trillingen van windturbines, inmiddels ook om Bisfenol A en pfas emissies. En begrijp me goed, ik ben groot voorstander van het serieus nemen van de gezondheid en hinderbeleving van omwonenden (ik heb bij een van mijn werkgevers succesvol geadviseerd een lokale geluidsnorm voor warmtepompen en airco’s op te nemen, zodat ook bestaande installaties aan de geluidsnormen moesten voldoen). Tegelijkertijd blijkt er uit RIVM meta-analyse van de beschikbare studies niet dat er sprake is van gezondheidsschade. Provincie Flevoland heeft onderzoek gedaan naar fijnstof, microplastics en bisfenol A in het oppervlaktewater en de bodem rond windmolens. Conclusie van dit onderzoek is dat het volgens Gedeputeerde Staten niet aan te tonen is dat windmolens de bron zijn van deze stoffen. De provincie heeft eind 2023 onderzoek laten doen door ingenieursbureau RoyalHaskoningDHV. Daaruit is gebleken dat de hoeveelheden bisfenol A die vrijkomen van windmolens bijna niet te meten zijn. De hoeveelheden zijn zelfs marginaal vergeleken met wat er vrijkomt door het verkeer, de industrie en de landbouw. Ook verspreidt BPA zich over een groot gebied en is er van een concentratie rond windmolens geen sprake. Ik bemoei me zelf al 15 jaar met het bisfenol A dossier, o.a. door bij de geboorte van mijn kinderen te kiezen voor BPA vrije flessen. Gelet op de zorgen bij Forum voor Democratie ben ik benieuwd naar de vervolgvragen over vervuiling van verkeer, industrie en landbouw.

    Duurzame elektriciteit projecten hebben ook te maken met van een stapeling van ambities: natuurinclusief, lokaal eigendom, ‘draagvlak’ (hoorde je bij de nieuwe kolencentrales en gascentrales begin deze eeuw geen politicus over…), landschappelijke inpassing etc. Terwijl de subsidie vanuit het Rijk tot en met 2024 vooral gericht was op kilowattknallen: wie het meeste kilowatturen hernieuwbare elektriciteit weet te produceren tegen de laagste prijs krijgt de subsidie toegewezen. Pas vanaf 2025 komt er ruimte in de subsidieregeling om kwaliteitsaspecten mee te wegen en te waarderen in de vorm van een hogere subsidie.

    Stand van zaken per RES

    Onderstaande tabel laat de ontwikkelingen per RES zien. Waarbij goed te zien is dat er grote verschillen zijn in de resultaten per RES. Dat hangt echter ook samen met hoe ambitieus het RES-bod was ten opzichte van wat er daadwerkelijk gerealiseerd was in 2018. Over het algemeen doen RES’en waar in 2018 al een aanzienlijke hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit werd geproduceerd het beter, dan RES’en die in RES 1.0 een hoge ambitie hebben neergelegd zonder dat er al productie plaatsvond. Waarbij Friesland en Groningen de uitzonderingen zijn die de regel bevestigen.

    RES-regioBod RES 1.02018202120232024%
    Achterhoek1.3503016237541231%
    Alblasserwaard320104272268%
    Amersfoort5002055010721%
    Arnhem/Nijmegen1.6203017822970043%
    Drechtsteden370204131320956%
    Drenthe3.49910560911.83853%
    Flevoland5.810805811.9095.62897%
    Foodvalley750903684.81226936%
    Friesland3.000304501582.51584%
    Fruitdelta Rivierenland1.2001003362.32543937%
    Goeree-Overflakkee85320281427934109%
    Groningen5.7001101.8819084.09372%
    Hart van Brabant1.0004034044149449%
    Hoeksche Waard38608532534389%
    Holland Rijnland1.1403063835321219%
    Metropoolregio Eindhoven2.0008026014264132%
    Midden-Holland4351087486368%
    Noord- en Midden-Limburg1.200702528895980%
    Noord-Holland Noord3.600809002472.04857%
    Noord-Holland Zuid2.700801.3772.47280030%
    Noord-Veluwe53010951.0305110%
    Noordoost-Brabant1.6007014411456135%
    Rotterdam/Den Haag2.800304763781.83566%
    Stedendriehoek1.070703211.56238736%
    Twente1.5005027037053436%
    U161.8005027036947326%
    West-Brabant2.200806821.2611.67176%
    West-Overijssel1.8265040252679744%
    Zeeland3.055801.6802.2862.45380%
    Zuid-Limburg1.330209314222117%
    Totaal55.1441.45013.30728.18031.68657%

    Kernenergie

    Wie goed op heeft gelet heeft gezien dat kernenergie in het NPE een behoorlijke rol speelt. De productie moet groeien van 4 TWh nu naar ruim 56 TWh in 2050. De eerste nieuwe kerncentrales zouden rond 2035 online moeten komen, maar lopen tegen vertragingen op, doordat er nog te veel onzekerheden zijn over de mogelijke locaties. Die zullen dus eerder rond 2040 operationeel worden. Als dat niet nog later wordt, wat gezien de ervaringen met kernenergie in de EU, VS en China niet onverwacht zou zijn. Want ook China, vaak aangehaald als voorbeeld van een land met een succesvolle nucleaire strategie, loopt achter bij het halen van zijn doelstellingen voor kernenergie: 58 GW in 2020, 70 GW in 2025 en 120 tot 130 GW in 2030. Met de kerncentrales in voorbereiding komt China uit op 88 GW in 2030. Eind 2024 heeft China volgens de World Nuclear Association 56,9 GW geïnstalleerd vermogen. Wat betekent dat China minstens 5 jaar achterloopt bij het behalen van z’n doelen voor kernenergie.

    Voor de voorstanders van kleine modulaire kerncentrales (SMR’s) is er ook minder goed nieuws. Nadat het eerste project van Nuscale werd afgeblazen, omdat de investeringskosten opgelopen waren naar $20.000 per kilowatt, wordt inmiddels ook duidelijk dat de bouwkosten van de BWRX-300 van GE-Hitachi een factor drie hoger ligt dan de oorspronkelijk begroot $2.250 per kilowattuur. Het goede nieuws voor GE-Hitachi is dat Ontario vooralsnog wel doorzet om de de SMR te realiseren. Het slechte nieuws is dat andere potentiële kopers voorlopig de kat uit de boom lijken te kijken om te zien of GE-Hitachi de kostprijs omlaag weet te krijgen.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Dag gemeenten, hallo provincie

    Vorige week was mijn laatste werkweek bij de gemeente Woerden en gemeente Oudewater. Vanaf half juli ga ik aan de slag bij de Provincie Zuid-Holland als coördinator voor de zeven regionale energiestrategieën van Zuid-Holland (VOC mentaliteit iemand? 😉 ).

    Ik kijk terug op een mooie en leerzame periode bij twee gemeenten in een zeer gewaardeerd deel van het Groene Hart. Een periode waarin ik met veel experts, medeoverheden en betrokken inwoners heb samengewerkt aan het tegengaan van gaswinning onder Woerden en met grootschalige duurzame energieproductie (windturbines, zonnevelden en grote zonnedaken). Dat laatste zowel lokaal voor de gemeente Woerden en gemeente Oudewater, als binnen de regionale energiestrategie RES-U16.

    De laatste weken voor het zomerreces zijn, zoals eigenlijk altijd in de ambtenarij, drukker geweest dan verwacht. Daardoor heb ik niet iedereen persoonlijk, telefonisch of via de mail weten te informeren. Degene die ik de afgelopen weken niet heb gemaild, gesproken of gebeld wil ik bij deze alsnog bedanken voor de samenwerking in de afgelopen vier en een half jaar. We zijn het zeker niet altijd eens geweest over inhoud en/of proces en/of uitkomst en/of keuzes die zijn gemaakt. Toch kijk ik terug op een vruchtbare en goede samenwerking, ook (of misschien wel juist) met degene die kritisch zijn op gemaakte keuzes. Zonder hen bv geen professionele visualisaties. Van wrijving komt glans. Binnen de door de raad en college gestelde kaders heb ik mijn werk zo goed mogelijk proberen uit te voeren en de belangen van beide gemeenten zo goed mogelijk proberen te dienen in de regio.

    Tijdens de afgelopen jaren is er lokaal, regionaal, landelijk en internationaal veel veranderd is in het energie- en klimaatbeleid. Veranderingen die niet ophouden, zoals de landelijke beleidsontwikkelingen en de ontwikkelingen op de energiemarkt van het afgelopen jaar laten zien. Deze veranderingen krijgen (deels) hun weerslag krijgen in ons landschap, de gebouwde omgeving en ons huis, en (deels) in onze portemonnee.

    De veranderingen in het landschap die hernieuwbare energieproductie tot gevolg heeft leidde in beide gemeenten tot de nodige discussies tijdens het participatieproces. Daarbij ging het er soms fel en emotioneel aan toe. Tijdens het participatieproces en de discussies met experts hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de kennis en kunde van EMMA, Generation.Energy, Bosch & Van Rijn en The Imagineers. Daarbij heb ik zelf ook veel gehad aan de kennis die ik eerder opdeed vanuit Ambtenaar 2.0 en de toolbox interactieve beleidsontwikkeling.

    Naar mijn persoonlijke mening hebben de door inwoners en experts geuite zorgen met betrekking tot onder andere landschappelijke kwaliteit, inwonersparticipatie, klimaatverandering, veiligheid en niet te vergeten gezondheid een goede plaats gekregen in de door de raad vastgestelde Afwegingskaders. Daarmee ligt er in beide gemeenten een basis voor het vervolg. Tegelijkertijd besef ik heel goed dat een deel van de inwoners, volksvertegenwoordigers, geraadpleegde experts en belanghebbenden ontevreden is over de uitkomsten van het raadsbesluit, over het proces daarnaartoe of over de concreet behaalde resultaten. Zelf kijk ik tevreden terug op de discussies van de afgelopen jaren en op de samenwerking met inwoners, collega’s, belangenorganisaties, colleges, raadsleden en medeoverheden.

    In beide gemeenten heeft de raad een maximum hoeveelheid te produceren hernieuwbare elektriciteit tot 2030 vastgelegd. Ook stellen beide gemeenten dat de selectie van initiatieven voor grootschalige opwek met behulp van zonne-energie en/of windenergie door middel van een of meer maatschappelijke tenders gaat plaatsvinden. Daarmee hebben beide raden aangegeven meer sturing te willen geven op de selectie van locaties dan louter het stellen van ruimtelijke kaders. Het oplossen van de puzzel hoe een maatschappelijke tender kan bijdragen aan het bereiken van een landschap van verlangen is aan de inwoners, grondbezitters, gemeenteraadsleden, colleges en niet te vergeten mijn opvolger.

    Het eerste puzzelstuk daarvoor is de uitkomst van het ontwerpend onderzoek naar de landschappelijke inpassing van zonnevelden in de vijf gemeenten van de Lopikerwaard (IJsselstein, Lopik, Montfoort, Oudewater en Woerden). Een onderzoek waarin de vijf gemeenten een consortium hebben gevormd met Paul Roncken, de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit, Architectuurcentrum Aorta, MooiSticht en landschapsarchitect Ben Kuipers.

    Het resultaat daarvan is een Routekaart naar het Landschap van Verlangen. Om daar te komen is een bredere blik nodig dan enkel het doel energietransitie en een groter schaalniveau dan het toevallige perceel waar een vergunning voor wordt aangevraagd. Dan wordt energie een middel om een bredere visie op de kwaliteit van een gebied te realiseren, gekoppeld aan andere opgaven in het gebied. Een belangrijke les uit dit onderzoek is dat de huidige praktijk waarbij energie een doel op zich is en waarbij vergunningen op kavelniveau worden beoordeeld voor veel inwoners op z’n best tot een landschap van acceptatie leidt.

    Gebiedsprocessen

    Een tweede puzzelstuk vormen de gebiedsprocessen die de gebiedscommissie Utrecht West de afgelopen jaren in meerdere gebieden van Woerden en Oudewater heeft opgezet. Niet altijd voor energie, meestal niet zelfs. Een aantal keren wel met energie als een van de thema’s. Een daarvan is gebiedscoöperatie Ons Polderhart in polder Gerverscop, gemeente Woerden. Succesvol voor energietransitie: inwoners werken samen om de daken te vullen met zonnepanelen en om oplossingen te zoeken voor netcongestie. Maar vooral ook succesvol in sociaal opzicht: een gebied met meer onderlinge sociale contacten tussen boeren en buitenlui.

    In Oudewater Noord loopt het gebiedsproces, dat oorspronkelijk is begonnen vanuit bodemdaling. Het lastige van dergelijke processen is loslaten en geduld: het is net beleidsontwikkeling zonder participatie. Bij beleidsontwikkeling zonder participatie horen inwoners pas wat als het beleid af is, bij een gebiedsproces zit je als ambtenaar in die rol: Je hoort pas wat als er resultaten geboekt worden, tot die tijd is het gissen. Extra dossiers vanuit het Rijk (stikstof, kaderrichtlijn water) die nu gaandeweg het gebiedsproces binnenkomen via waterschap en provincie maken het er niet makkelijker op voor de deelnemers. Ik wens de betrokken boeren en inwoners toe dat het gebiedsproces op z’n minst succesvol is op sociaal gebied.& kennisopbouw bij inwoners.

    Kennisopbouw bij raad inwoners

    De afgelopen jaren hebben we in Woerden behoorlijk wat tijd gestoken in kennisopbouw bij raadsleden. Eerst in besloten sessies, later openbaar. Doel was om raadsleden in positie te brengen om besluiten te nemen door ze kennis mee te geven over verschillende deelaspecten van de energietransitie, zoals veiligheid en gezondheid. Maar ook over wat een regionale energiestrategie is, hoe bevoegdheden wettelijk verdeeld zijn tussen rijk, provincie en gemeenten, wat de rol van de netbeheerder is, hoe het elektriciteitsnetwerk werkt en niet te vergeten allerlei onderwerpen die bij de warmtetransitie spelen. Want ik geef je het te doen als lekenbestuur: beslissen over dit soort ingewikkelde materie, naast alle andere ingewikkelde dossiers van bv. het sociaal domein en naast je gewone baan. Daarbij hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de kennis van de Veiligheidsregio Utrecht, Stedin, de Omgevingsdienst Regio Utrecht en de GGD regio Utrecht.

    Ook voor geïnteresseerde inwoners hebben we kennis proberen te ontsluiten. Eerst via een energiecafe. Wat tijdens corona nog niet zo makkelijk was en omschakeling van locatiebezoek naar webinar tot gevolg had. Een webinar over duurzame energie en een webinar over de RES U16. Die laatste begonnen we als Woerden en Oudewater, waarna bijna alle gemeenten van de RES U16 uit het Groene Hart zich aansloten.

    Een derde puzzelstuk voor het vervolgproces vormt dan ook kennisopbouw bij belangenorganisaties voor natuur- en landschap, en bij inwoners. Om hen meer kennis op te laten doen over de impact van ecologie en wind- en zonne-energie heeft de NMU afgelopen half jaar van gemeente Woerden de opdracht gekregen om een groep Energieboswachters op te leiden. Met als doel dat inwoners beter in staat zijn om projectvoorstellen te beoordelen en ook betere inbreng kunnen leveren op voorstellen voor windparken en zonnevelden. Daarmee wordt de realisatie mogelijk ingewikkelder, maar zonder weerstand geen glans. Een pilot waarmee de gemeente Woerden haar nek heeft uitgestoken.

    De drie voorstellen van de energieboswachters die ik op de slotavond heb mogen zien en horen waren stuk voor stuk verrassende oplossingen. Verrassend in de zin dat er echt werk was gemaakt van het uitzoeken van overheidsdoelen voor de kwetsbare soorten in een gebied en de mogelijkheden die een zonnepark kan bieden om hun leefgebied te vergroten en/of verbeteren. En verrassend in de combinaties die per voorstel gekozen waren om ook andere opgaven in het gebied op te pakken. Waarmee de resultaten van de training energieboswachters per ongeluk aansloot bij de Routekaart naar een Landschap van verlangen. Mooi om te zien hoe inwoners begeleid door expertise tot dezelfde uitkomst komen als experts begeleid door inwoners.

    Een puzzelstuk dat al lang op het verlanglijstje staat, maar dat nog niet is uitgewerkt, is een kwalitatief beter ontwerp van randapparatuur. Nederland heeft een lange traditie van industrieel ontwerp. De huidige generatie trafohuisjes, inkoopstations en energieopslagsystemen (zeecontainers met batterijen) zijn m.i. geen reclamebord hiervoor. Functionele grijze blokkendozen. Dat zou echt beter kunnen en moeten. Zeker binnen het NOVI/NOVEX gebied Groene Hart zou daar een aansprekend karakteristiek ontwerp voor kunnen ontwikkelen voor het gebied. Persoonlijk ben ik van mening dat een beter passend ontwerp de maatschappelijke acceptatie van dergelijke noodzakelijke nutsvoorzieningen in de buitenruimte kan vergroten.

    Netcongestie

    Zoals meer gebieden van Nederland kregen ook de gemeenten waar ik voor werkzaam was te maken met netcongestie. Gelukkig hoefde het wiel niet geheel opnieuw uitgevonden te worden, want de provincie Drenthe heeft al een handreiking met 10 mogelijke oplossingen voor netcongestie op de site staan. Ook kreeg ik via oud-collega’s een tips over de inzet van hergebruikte loodzuuraccu’s, die brandveiliger en een factor 4 goedkoper zijn dan lithiumionaccu’s. Met als bijkomend voordeel dat recycling al via vele protocollen is geregeld (best handig met circulaire ambities). Ook worden ze aangeboden als service, waardoor overschakeling op nieuwe technieken eenvoudig is. Een heel andere optie, die via dezelfde weg binnen kwam, is de productie van waterstof via pyrolyse. Een pilot die in provincie Brabant wordt uitgevoerd en moet leiden tot een energiezuiniger proces om waterstof uit methaan (=meestal aardgas, maar kan ook biogas) te produceren, van de huidige 50 kWh/kg H2 naar 20 kWh/kg H2.

    Slotsom

    De slotsom is dat ik Woerden en Oudewater ga missen. De collega’s, de overzichtelijke schaal van de organisatie, de puzzel van werken voor twee besturen, maar vooral de inwoners. Hun betrokkenheid bij hun stad, hun buitengebied en bij het verbeteren daarvan.

    Tegelijkertijd heb ik veel zin in de nieuwe uitdagingen die er bij en in de provincie Zuid-Holland wachten. Waarbij ik wederom met het Groene Hart te maken krijg en met de buurgemeenten van Woerden en Oudewater. Een andere provincie, maar provinciegrenzen zijn net gemeentegrenzen: potloodstreepjes op een kaart. Het ergste wat kan gebeuren is dat je ze terugziet in het landschap…

  • Antwoord van de RGD & poging 4: Overheid en Tweede Kamer wat voor groene stroom gebruikt u zelf?

    Gisteren heb ik antwoord gekregen van de Rijksgebouwendienst op de vraag over groene stroom, die ik vorige week stelde aan de Tweede Kamer:

    Geachte heer Beek,

    Via persvoorlichter [naam verwijderd] van de Tweede Kamer ontving ik uw gegevens en vragen mbt tot groene stroom.

    Wat betreft de Rijksoverheid kan ik u het volgende meedelen over de verduurzaming van elektra en gas:

    Verduurzaming elektra: Sinds 1 januari 2010 nemen alle Rijkspartijen 100% groene stroom af. Dit gebeurt door de aanschaf van de zogenaamde garanties van oorsprong. Deze zijn het bewijs dat de elektriciteit duurzaam is opgewekt.

    Verduurzaming gas: Sinds vorig jaar (2012) geldt ook de verplichting om het gasverbruik te verduurzamen. De beschikbaarheid van groen gas is echter nog te gering (slecht 1% beschikbaar) om in onze vraag te voorzien . De rest moet vergroend worden via wederom de aankoop van certificaten. In dit geval de Gold Standard certificaten. grt.

    Met vriendelijke groet,

    [naam verwijderd]

    Senior Communicatieadviseur Rijksgebouwendienst

    Of eigenlijk: ik heb nog steeds geen antwoord op de vraag die ik heb gesteld. Want nu weet ik nog niet wat voor stroom ze gebruiken: buitenlandse GvO’s of Hollandse Groene. Daarom heb ik meteen maar een 4e poging gedaan:

    Geachte [naam verwijdert],

    Bedankt voor uw reactie.

    Helaas is dit geen antwoord op de vraag die ik gesteld heb aan de Tweede Kamer en aan de rijksoverheid.

    Gezien de ophef die een aantal weken geleden bij Tweede Kamerleden ontstond over de verkoop van spotgoedkope buitenlandse GvO’s aan Nederlandse consumenten wil ik graag weten wat voor GvO’s de Tweede Kamer en het Rijk zelf gebruiken als bewijs van duurzame elektriciteitsopwekking.

    Oftewel: zijn het Nederlandse GvO’s of buitenlandse GvO’s? In het geval van buitenlandse GvO’s: telt het exporterende land deze dan mee in de rapportage aan de EU in het kader van de EU duurzame energie richtlijn of niet*?

    Mvg. Krispijn Beek

    De derde vraag staat ook uit bij de RGD, ik neem aan dat ze die samen met vraag 4 beantwoorden. Verder weet ik  inmiddels dat de vraag over samenhang tussen de criteria duurzaam inkopen en overige beleidsdoelen in behandeling is bij I&M. Inhoudelijk heb ik daar nog niks op teruggehoord.

    To be continued…

    * Dat zijn de eisen die de CO2 prestatieladder stelt om CO2 reductie van groene stroom mee te mogen nemen. Anders telt het simpelweg als grijs bij het bepalen van de CO2 footprint.