Impressie Innovatie-Estafette 2011 & Toekomstdag

Afgelopen week heb ik twee bijeenkomsten bijgewoond namens Strukton. De eerste was de Innovatie-Estafette 2011 in de Van Nelle fabriek, georganiseerd door de Club van Maarssen. De tweede de Toekomstdag van ISDuurzaam.

Innovatie Estafette

De Innovatie Estafette was de officiële ondertekening van een van de Green Deals waar Strukton bij betrokken is, te weten de Green Deal Duurzaam Beton. Een initiatief waarin bijna twintig partijen in de Nederlandse bouwwereld samenwerken in het Programma verduurzaming betonketen. Van productie tot toepassing en hergebruik zal gewerkt gaan worden aan vergaande verduurzaming van de gehele betonketen. Het bijzondere aan het Programma verduurzaming betonketen is dat het alle schakels in de Nederlandse betonketen behelst en niet alleen gaat over het product beton, maar ook over betonnen constructies. Wat meteen ook duidelijk maakt dat mijn indruk van eerder dit jaar dat de betonsector behoudend zou zijn bijstelling behoeft. Tijdens een goed bezochte workshop over de Green Deal Duurzaam Beton pakte de asfaltsector de uitdaging op om ook die keten gezamenlijk nog een stap verder te verduurzamen.

De opzet van de beursvloer vond ik zelf geslaagd. Geen muurtjes, geen schotjes, waardoor het makkelijk ronddwalen was van de ene naar de andere stand. Waarbij ik weer een hoop nieuwe indrukken en kennis heb opgedaan. Een tweetal gesprekken zijn me in het bijzonder bijgebleven. De een was met een vertegenwoordiger van de Stichting Vernieuwing Bouw over drempels voor vernieuwing en over verantwoordelijkheid nemen voor een ondersteunende rol (klinkt wazig en is ook nog niet geheel uitgekristalliseerd in mijn hoofd). Het andere gesprek was met bestuursleden van de Stichting Gelijkspanning. Een stichting die de aanleg van openbare gelijkstroom netten promoot in Nederland. Bijzonder, want alle elektriciteit uit het stopcontact in Nederland is wisselstroom. Zelfs nu steeds meer apparaten (van led-verlichting en laptop tot zon pv en wkk) gelijkstroom verbruiken en opwekken. Ook een stukje meerijden in een tot elektrische auto omgebouwde Volkswagen Golf met een range van 200 kilometer was een bijzonder leuke ervaring.

Toekomstdag

De Toekomstdag was georganiseerd door ISDuurzaam. De dag was bedoeld om professionals binnen overheid, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en politiek met elkaar te verbinden. Gelet op het gemengde gezelschap was dat goed gelukt. Zelf zat ik bij de ronde tafel duurzaamheid, waar onder andere ook Raymond Steenvoorden, lid van de Raad van Bestuur van Strukton, aan deelnam.

Tijdens de ronde tafel ging het veelvuldig of systemen en systeemfouten. Variërend van de grote nadruk die de Nederlandse overheid legt op laagwaardige toepassingen van biomassa, zoals energie-opwekking, in plaats van te focussen op hoogwaardige inzet van biomassa, tot de hindernissen die je ondervind als je een decentraal energiebedrijf probeert op te zetten. Op de vraag van een van de aanwezigen welke systemen de sprekers bedoelde volgde het antwoord: systemen bestaan niet, er bestaan alleen maar mensen. Wat het dan weer extra jammer maakte dat er veelvuldig gezocht werd naar oplossingen buiten de eigen cirkel van invloed, zoals aanpassing van ‘het systeem’ door ‘de overheid’. Waardoor de sessie af en toe aanvoelde als overheidsbashing, ongeacht of dat terecht is vind ik het weinig out of the box.

Voor de overheid geldt echter hetzelfde als voor het systeem: ze bestaat niet. Er bestaan alleen personen die al dan niet volgens de (ongeschreven) regels van het systeem handelen. Terecht werd tijdens de discussie de uitdaging neergelegd om de connectie te leggen met individuele mensen in het systeem.

Twee mooie ideeën die daarbij naar voren kwamen waren:

  1. Bel je pensioenfonds en vraag ze minstens 50% van je pensioengeld in duurzaamheid te investeren. Als dat volgens hun financieel niet uit kan is het de vraag wie dan over 30 jaar de rekening betaalt voor ellende die we nu veroorzaken.
  2. Neem in je eigen werkafspraken voor 2012 een SMART geformuleerde duurzame daad op. Het voorbeeld kwam van IBM Nederland, waar dit sinds een aantal jaar gebeurd. Je duurzame daad kan variëren van vrijwilligerswerk tot het ontwikkelen van een duurzamer alternatief voor een bestaande business case.

Gaandeweg de dag kwam ik er ook achter dat Strukton via de Green Deal Rotterdam: Halvering CO2 emissie bij nog een Green Deal betrokken is. Daar ga ik over een paar weken hopelijk meer over leren, als ik een van de zwembaden waar Strukton actief is mag bezoeken.

Tijdens de borrel na afloop van het officiële programma heb ik nog een aantal erg leuke/interessante gesprekken gehad. Een van de interessante dingen die ik opving is dat solar as a service er nu echt aan zit te komen in Europa. Nu maar hopen dat de Nederlandse particuliere markt interessant genoeg is voor bedrijven die daar actief in willen worden. Zo ja, ik heb een schuin dak dat ligt op het zuid/zuid-oosten en het is beschikbaar… (hint 😉

Belemmeringen van duurzame ondernemers

Vorige week schreef ik een stukje over belemmeringen voor duurzame ondernemers en duurzame innovatie. Uit dat stuk kan onterecht de indruk ontstaan dat uitdagingen enkel bij de overheid of financiers liggen. Dat is naar mijn mening niet het geval, ook voor duurzame ondernemers zijn er nog voldoende uitdagingen. De vier meest in het oog springende zijn in mijn ogen:

  1. Idealisme;
  2. Kennis van financiering;
  3. Verschil tussen opschalen en kopiëren;
  4. De overheid als probleemoplosser.

Idealistisch

Duurzame ondernemers zijn vaak wat idealistischer dan andere ondernemers. Dat maakt dat ze soms onjuiste verwachtingen hebben van hun marktkansen. Als hun product bijvoorbeeld milieuvriendelijker is dan dat van de concurrent denken ze in een paar jaar tijd minstens 50% van de markt over te nemen, alsof bestaande concurrent voor die tijd niet allang gereageerd zullen hebben… Soms door verbeterde producten, soms door te lobbyen voor aanpassing van de regelgeving om het concurrentievoordeel van de duurzame ondernemer te beperken (of in heel extreme gevallen zelfs tot een concurrentienadeel te maken).

Een andere reactie kan zijn dat concurrenten langjarige contracten aangaan met hun afnemers. Op die manier wordt het voor een nieuwkomer op de markt erg lastig om er tussen te komen. Nieuwe contracten binnenhalen wordt dan een kwestie van een lange adem, wat in het nadeel is van met name startende bedrijven. Want geen klanten = geen omzet, en startende ondernemers beschikken vaak niet over diepe zakken.

Financiering

Dat brengt ons meteen bij het tweede probleem van duurzame ondernemers: ze hebben niet altijd even veel kaas gegeten van financiering. Ze kloppen bijvoorbeeld bij een bank aan om een experimentele productontwikkeling gefinancierd te krijgen. Het risico van zo’n project is echter vaak te hoog voor een bank. De klanten van de bank willen nu eenmaal jaarlijks rente over hun spaargeld en uiteindelijk ook hun spaarcentjes gewoon volledig terug krijgen.

Voor het financieren van R&D en pilot projecten zul je naar business angels of venture capital op zoek moeten. Wat een nieuwe uitdaging oplevert, omdat deze meestal via het verstrekken van eigen vermogen werken. De ondernemer moet dan een deel van zijn bedrijf ‘verkopen’ aan een ander, wat ook de nodige stof voor conflicten kan opleveren. Al biedt het ook volop kansen, want een goede business angel of venture capitalist brengt ook kennis en een netwerk mee. Zoals een Amerikaanse venture capitalist ooit tegen mij zei:

Het is kiezen tussen 100% van het chocoladekoekje of 25% van de chocoladetaart.

Wat een ondernemer kiest is zijn eigen keus, beide keuzes hebben z’n voor- en z’n nadelen. Wanneer je kiest voor het volledige chocoladekoekje is het hard werken en mogelijk een stevige strijd tegen gevestigde partijen. Wanneer je kiest voor een deel van de chocoladetaart kan het zomaar gebeuren dat je bedrijf wordt opgekocht door een grote partij, zoals recent met Epyon is gebeurd.

In beide gevallen biedt het opkomende fenomeen van crowdfunding een nieuwe mogelijkheid voor financiering van je bedrijf. Dat kan zowel via eigen vermogen (bv. Symbid) of via vreemd vermogen / leningen (bv. CrowdAboutNow of We komen er wel).

Kopiëren vs. opschalen

Veel duurzame ondernemers die ik de afgelopen jaren heb gesproken zijn actief in de milieutechnische hoek. Het zijn gedreven en ambitieuze techneuten. Het nabouwen van een bestaande installatie vinden ze maar saai en het streven blijft naar nog beter en nog groter. Terwijl het veel makkelijker is om een bestaand type installatie nogmaals te bouwen. De technische en financiële risico’s zijn voor klanten en financiers veel beter te overzien, waardoor de financiële voorwaarden gunstiger zijn. Aan financiers en potentiële klanten kan een bestaande installatie getoond worden die aan dezelfde specificaties voldoet en naar tevredenheid van de klant werkt.

Een grotere of betere installatie geeft opnieuw de nodige (financiële) risico’s. Een installatie die een factor 10 groter is kan te maken krijgen met onverwachte technische problemen. In het geval van gebruik van een verbrandingsmotor kan het bijvoorbeeld gaan om sterk stijgende verbrandingsemissies door onvolledige verbranding. Bij gebruik van een verwarmingsmotor voor het verwarmen van een oven kan de temperatuur in de oven ongelijkmatig worden met schade aan het eindprodukt tot gevolg.

Bel OVERHEID voor al uw problemen

Een laatste categorie uitdagingen is de reflex om voor de oplossing van ieder probleem naar de overheid te kijken. Of het nu gaat om problemen met regelgeving, vinden van klanten of financiering de neiging bestaat al snel om naar de overheid te kijken voor de oplossing van deze problemen. Zelf werd ik altijd het meest recalcitrant van ondernemers met een briljante business case die alleen nog even gefinancierd moet worden door de overheid. Mijn tegenvraag was altijd waarom de bank of een andere financier de briljante business case niet wilde financieren?

Meestal lagen er dan onder de oppervlakte factoren die voor een bank (en iedere andere financier) een risico vormen, bijvoorbeeld onervaren ondernemers, geen of weinig zekerheden, geen of weinig omzet, enkel een prototype beschikbaar (en nog geen werkend produkt) of de financier wilde een aandeel en zeggenschap in het bedrijf in ruil voor financiering.

De overheid heeft diverse regelingen om dergelijke risico’s voor financiers te verkleinen of beheersbaar te maken, bijvooorbeeld d.m.v. borgstellingen. Stap 1 is echter dat de business case werkelijk op orde is, want over het algemeen moet de financier de aanvraag voor deze regelingen doen. Zodat de overheid zeker weet dat enkel geld wordt gestoken in ondernemers met voldoende marktpotentie. De overheid investeert zelf namelijk niet rechtstreeks in bedrijven. Tenzij je een olie- of gasput gaat slaan dan kan je de Nederlandse overheid vragen om via haar dochteronderneming Energie Beheer Nederland risicodragend te investeren, wat via dividendafdrachten weer terugkeerd in de schatkist als aardgasbaten.

Waar haal je meer kennis vandaan?

Als je als duurzaam ondernemer meer zicht wilt krijgen op mogelijke strategiën om bovengenoemde uitdagingen aan te pakken kun je op verschillende plekken terecht. Zelf heb ik de afgelopen jaren veel plezier gehad van het TNO onderzoek The Future of Industry. Vooral de bijbehorende visualisaties van marktblokkades en mogelijke strategiën om deze te overkomen vind ik erg verhelderend. Ik weet niet zeker of die ook in het onderzoeksrapport staan en ik kan helaas geen presentatie online vinden met de plaatjes die ik bedoel. Een andere optie is om je licht eens op te steken bij MVO-Nederland of De Groene Zaak.

Nederland modderland, belemmeringen voor duurzame innovaties

Gisteravond heb ik Goudzoekers zitten kijken. De aankonding van de aflevering Nederland Modderland beloofde veel:

Nederland dreigt de boot weer eens te missen. Het zou als ondernemend, duurzaam en vernieuwend land weer op de kaart gezet worden -dat was wat Balkenende voor ogen had, toen hij in 2003 het Innovatie Platform oprichtte. Hoe is het nu met dat ‘swingende kennisland’?

De start was ook goed met Ruud Koornstra en Igor Kluin die uitlegde op welke wijze zij hun onderneming runnen en tegen welke belemmeringen ze daarbij aan lopen. De anekdote van Igor Kluin over een manager van een netwerkbedrijf dat het product van Qurrent onzinnig vind legt meteen de vinger op een van de zere plekken van de transitiefanfare.

Desondanks kon de uitzending de belofte van de aankondiging naar mijn mening niet waarmaken. Zoals ik tijdens de uitzending al tweette vond een van de interviewers luchtgitaar spelen helaas belangrijker dan doorvragen aan de geëmigreerde ondernemer welke belemmeringen in regelgeving voor startups zijn vertrek naar de VS veroorzaakt hadden. Gelukkig maakte Frans Nauta het nog goed door voor te stellen om alle hoogleraren voortaan nog maar 9 maanden salaris te geven en ze de andere 3 maanden bij te laten klussen ter meerdere eer & glorie van het ‘algemeen belang’ (of ordinair gezegd: bijscharrelen om zorg te dragen voor voldoende nieuwe en innovatieve bedrijvigheid in profit of non-profit hoek).

Onderzoek naar belemmeringen

Ik wil niet beweren dat ik alle antwoorden heb op belemmeringen voor (duurzame) innovaties in Nederland. Op gebied van duurzame innovaties zijn er inmiddels al wel voldoende rapporten en onderzoeken verschenen die houvast bieden. Een makkelijk weg te lezen start vormt het rapport Koplopersloket Schone Energie (pdf  hier) uit 2009 van Rebelgroup. Degelijkere werkjes (vooral ook dikker, saaier en wetenschappelijk verantwoorder) zijn gemaakt in opdracht van de Europese Commissie, DG Enterprise. Bijvoorbeeld de Study on the Competitiveness of the EU eco-industry (2009) of de studie naar milieuschadelijke subsidies uit 2010.

De conclusies en aanbevelingen komen ruwweg overeen en bevatten vaak onderdelen van de volgende waslijst:

  • zorg voor een gelijk speelveld tussen duurzaam en niet-duurzaam (dus bouw milieuschadelijke subsidies en/of ondersteuningsregelingen af);
  • zorg voor voldoende geld / financiering;
  • zet de inkoopmacht van de overheid in;
  • neem hindernissen in regelgeving weg;
  • zorg voor kennisoverdracht tussen klant en leverancier van duurzame producten/diensten;
  • zorg voor een goede Europese markt voor duurzame innovaties, de Nederlandse markt is te klein om van schaalvoordelen te profiteren (dus zet in op Europese standaarden);
  • een eigen thuismarkt is van groot belang om tot export te kunnen komen (‘eat your own dogfood’).

Alternatieve opvattingen

Natuurlijk vind niet iedereen dat bovengenoemde punten recht doen aan de knelpunten die er bestaan op gebied van duurzame innovaties. Als je daar in geïnteresseerd bent raad ik je aan om eens rond te neuzen in de archieven van de LinkedIn groep Innovatie 2.0 of in het archief van het weblog van Wouter de Heij.

Persbericht: Icos Capital, BAM, CSM, Imtech en TU DELFT geven nieuwe impuls aan cleantech innovaties

Via de Technopartner regeling ondersteunt EZ zogenaamd seed-capital fondsen om te investeren in technostarters. Cleantech vormt daar ook een onderdeel van, zoals blijkt uit het persbericht dat Icos Capital, een van de fondsen die deelneemt aan de Technopartner regeling, deze week uitbracht. Icos Capital richt een nieuw fonds op waarin CSM, Koninklijke BAM Groep, TU Delft en Imtech participeren. Dat persbericht wilde ik jullie dus niet onthouden:

Icos Capital, een Nederlandse investeringsfonds gespecialiseerd in schone technologieën (cleantech), heeft samen met een consortium van beursgenoteerde industriële en technologische bedrijven – Koninklijke BAM Groep, CSM en Imtech – en de Technische Universiteit Delft, het cleantech investeringsfonds ICF II (Icos Cleantech early stage Fund II) opgericht. Doel van het fonds is met financiële ondersteuning nieuwe initiatieven voor ‘groene’ technologie op het gebied van energie, voeding, recycling, water en bouw tot goed renderende ontwikkeling te brengen.

Wat is ICF II

Icos Cleantech early-stage Fund II (ICF II) richt zich op patenteerbare eigen technologisch innovaties op het gebied van schone technologieën die oplossingen bieden voor het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering en de schaarste aan grondstoffen. Het fonds beschikt over ruime middelen en zal tot maximaal 2,5 miljoen euro per belegging investeren in verschillende, veelal kleinere, cleantech bedrijven.

Het management van het Fonds is in handen van Icos Capital, een onafhankelijke cleantech investeerder, met partners Nityen Lal, Peter van Gelderen en Fred van Efferink, die een jarenlange ervaring hebben in dit specifieke domein en een bewezen track record in cleantech investeringen. Daarnaast krijgt het fonds industriële expertise en markt knowhow van leidende CEOs, Daan den Ouden, Ger Spruijtenburg, en John Gardner, deze industrie partners hebben aanzienlijke ervaring in het opzetten van Europese cleantech bedrijven.

Voorbouwen op ICF I

Het nieuwe fonds bouwt voort op de successen van ICF I (Icos Cleantech early stage Fund I), waarin zowel Imtech als CSM hebben geïnvesteerd. Jaarlijks is ICF I door meer dan 300 bedrijven benaderd voor mogelijke participatie. Dit biedt de kans alleen de allerbeste investeringen te doen. Zo is geïnvesteerd in technologieën die het mogelijk maken zwaar verontreinigende reststromen om te zetten in energie (i-Res & Ensartech), water uit wind te maken (Dutch Rainmaker) en van schroot de (kopervrije) primaire grondstof ijzer te maken (Resteel).

Nummer 1 in de Technopartner-tender

ICF I en ICF II zijn in respectievelijk 2006 en 2010 door een panel van succesvolle ondernemers en deskundige fondsmanagers uitgeroepen tot de nummer 1 in de Technopartner-tender, georganiseerd door het Nederlandse Ministerie van Economisch Zaken.

Nityen Lal, Managing Director of Icos Capital: “De unieke samenwerking met grote technologische bedrijven zoals BAM, CSM Imtech en de TUD resulteert in waardevolle investeringsbeslissingen waardoor groeiende innovatieve start-ups zich ontwikkelen tot succesvolle internationale cleantech bedrijven.”

Nico de Vries, voorzitter van de Raad van Bestuur van Koninklijke BAM Groep: ”Duurzaamheid en de ontwikkeling van innovatieve duurzame oplossingen vormen prioriteit voor onze organisatie. De beslissing om deel te nemen aan ICF II is complementair aan onze strategie om te werken met innovatieve duurzame technologie. Wij verwachten dat onze betrokkenheid bij ICF II onze kennis over dit nieuwe technologiespectrum verbreedt en de intensiteit van onze activiteiten in deze richting verder vergroot.”

Gerard Hoetmer, CEO CSM: “CSM is constant op zoek naar innovatieve technologieën om de (nutritionele) waarde van producten te vergroten en tegelijkertijd belangrijke doelstellingen ten aanzien van “people – planet – profit” te bereiken. Door onze betrokkenheid in ICF II willen wij onze
technologiehorizon verder verbreden door inzicht te verkrijgen in baanbrekende technologische innovaties in de volle breedte van ons activiteitenspectrum.”

René van der Bruggen, CEO Imtech: ‘’Imtech heeft in verleden ook al geïnvesteerd in het cleantechfund ICF I. Vroegtijdige participatie in duurzame technologische ontwikkeling is voor ons strategisch van belang. Enerzijds biedt dit ons de kans aan te haken bij innovatieve cleantechontwikkelingen. Anderzijds blijkt uit ICF I dat er sprake is van spin-off in de vorm van concrete orders, waarbij Imtech technische oplossingen verzorgt bij projecten die uit de participatie voortvloeien. De kennis die we hiermee opdoen kunnen weer als input dienen voor andere, veelal aan de energiemarkt gerelateerde, projecten. Triple-win dus. Daarnaast kunnen we ook nog rekenen op een goed rendement uit onze investering.’’

Meer informatie is te vinden op de site van Icos Capital.

Leesvoer: TNO rapporten Future of Industry

TNO developed a methodology to identify sector specific opportunities by examining bottlenecks and drivers for sustainable innovation. Their research results are presented in 4 reports: