China zet al ruim tien jaar sterk in op CO2-arme technieken voor elektriciteitsproductie. Het gaat daarbij om waterkracht, windenergie, zonne-energie en kernenergie. De grote groei zit hem daarbij al 13 jaar in waterkracht, wind- en zonne-energie. De elektriciteitsproductie van waterkracht, wind- en zonne-energie is exponentieel, terwijl kernenergie al 13 jaar een lineaire lijn omhoog vertoont. Ook de recente aankondiging van 10 nieuwe kerncentrales gaat daaraan weinig veranderen.
De Canadese klimaat futuroloog, strateeg en schrijver Michael Barnard volgt de ontwikkelingen in China al jaren (2014, 2019, 2021, 2022, 2024). Op basis van de trends uit het verleden en de aangekondigde 10 nieuwe kerncentrales is zijn verwachting dat water, wind en zon het zware werk zullen blijven doen, terwijl kernenergie hooguit 6% van de elektriciteitsmix in China zal uitmaken in 2030 (een stijging van 20% t.ov. de huidige 5%). Ter vergelijking het aandeel water, wind en zon stijgt van 20% naar meer dan 40% en het aandeel kolen zal dalen van bijna 60% naar 34%.
Nu zijn er bij het maken van scenario’s en verwachtingen veel variabele en kan het goed zijn dat de werkelijkheid anders uitpakt. Op basis van de grote projecten database van Flyvbjerg is de kans op tijd- of budgetoverschrijdingen bij kerncentrales echter groter dan bij wind- en zonprojecten.
De aankondiging van 10 nieuwe kerncentrales klinkt weliswaar spectaculair, in werkelijkheid is dat wat nodig is om het aandeel kernenergie lineair te laten stijgen in de mix en zeker niet wat nodig is om de Chinese klimaatdoelen te halen.
De werkelijke klimaatimpact in China komt van waterkracht, windturbines en zonnepanelen. Dezelfde technieken die in Nederland de afgelopen jaren voor verlaging van de CO2 uitstoot van de elektriciteitssector hebben gezorgd. En die in 2035 voor een CO2-vrij elektriciteitssysteem moeten zorgen. De eerste twee nieuwe kerncentrales zijn namelijk al minstens 2 jaar vertraagd tot 2037.
Sinds de hernieuwde inval van Rusland in Oekraïne begin dit jaar is de sluimerende Europese energiecrisis voor iedereen volop zichtbaar geworden. De prijzen voor olie, gas, elektriciteit en warmte liggen veel hoger dan we gewend zijn. Inmiddels heeft Rusland de gasleveringen naar grote delen van de EU gestaakt, is er een importverbod op Russische kolen van kracht en wordt het importverbod op olie op 5 december van kracht. Dat laatste zorgt dat ook de kosten voor diesel naar verwachting hoog blijven.
Er zijn grote verschillen tussen lidstaten van de EU, maar bijna allemaal hebben ze op een manier last van het stilvallen van de import uit Rusland. Een situatie die naar het er uit ziet voorlopig ook nog niet voorbij is. Zelfs als de oorlog in Oekraïne snel voorbij is is het de vraag of Europese beleidsmakers terug willen naar een situatie waarin ze zo afhankelijk zijn van Rusland voor de Europese energievoorziening. Dat heeft gevolgen voor huishoudens, maar ook voor het bedrijfsleven.
Het effect van het dichtdraaien van de gaskraan naar West-Europa en het importverbod op kolen en olie uit Rusland wordt versterkt doordat in Frankrijk nog steeds een groot deel van de kerncentrales stil ligt voor onderhoud. Deels door regulier onderhoud, deels vanwege reparaties. De verwachting is dat de volle capaciteit eind februari 2023 weer beschikbaar is. Op dit moment ligt bijna de helft van de capaciteit aan Franse kerncentrales stil.
Rusland doet er momenteel nog een schepje bovenop door het vernietigen van de Oekraïense energiecentrales, waardoor Oekraïne zelf onvoldoende stroom heeft laat staan kan exporteren. Deze factoren maken de pijn van de door de inval in Oekraïne veroorzaakte aanbodcrisis nog een tandje erger, want het zorgt voor nog sterker stijgende prijzen.
Amerikaans protectionisme
De Verenigde Staten doen stevig hun best om in het gat te springen dat het wegvallen van Russisch aanbod van olie en gas veroorzaakt. Voor aardgas gaat het dan LNG gemaakt van schaliegas. Een welkom, maar zeker niet milieuvriendelijk alternatief voor de korte termijn. Europa werkt ook aan het opkopen van LNG in andere landen. Alhoewel de hoofdprijs uit Qatar naar China gaat: 4 miljoen ton LNG voor 27 jaar. Europese energiebedrijven (en overheden) hebben vooralsnog het nakijken.
Amerika zet naast het verhogen van de export van aardgas naar de EU in op het versterken van de eigen economie. Bijvoorbeeld door de Buy American voorzieningen in de Inflation Reduction Act (IRA). Daarin is steun opgenomen voor onder andere elektrische auto’s, mits deze in een toenemend aandeel van Amerikaanse makelij zijn. Daarmee zet Biden de lijn van Trump door. Doel is om minder afhankelijk te worden van China, maar de voorwaarden zijn ook een drukmiddel op de EU om zich verder los te koppelen van China.
Steunpakketten voor bedrijfsleven en huishoudens
Veel overheden, waaronder de Nederlandse, hebben een noodpakket in elkaar gezet met steun voor huishoudens en (een deel van) het bedrijfsleven om te helpen bij de fors hogere prijzen. Ondanks die tijdelijke maatregelen is de verwachting dat het voor Europese huishoudens, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties een kostbare winter wordt. De prijsniveaus van het Nederlandse prijsplafond liggen namelijk behoorlijk boven de prijzen van de afgelopen jaren en 40 jaar loonmatiging helpt niet mee om de rekening betaalbaar te houden.
Concurrentiepositie Europese industrie
Voor het bedrijfsleven, zeker voor grootverbruikers van energie, vormt combinatie van hoge energieprijzen in de EU met het ‘buy American’ deel van de Amerikaanse Inflation Reduction Act een reden om hun locatiekeuze te (her)overwegen. Komt die nieuwe fabriek (en de bijbehorende werkgelegenheid en kennisontwikkeling) in de EU of in de VS? Zelfs de Europese troefkaart op gebied van energieoplag, Northvolt, kijkt naar de VS voor nieuwe batterijfabrieken.
Dat maakt het voor beleidsmakers in de EU, en in Nederland, des te prangender om na te denken over welke bedrijfstakken we hier willen krijgen, hebben en houden. En moet die fabriek dan in Nederland gevestigd zijn, of zijn er locaties binnen de EU die beter voldoet vanuit beschikbare energie?
Willen we bijvoorbeeld een kunstmestfabriek, die zich richt op export, houden in Nederland? Momenteel verbruikt een kunstmestfabriek veel aardgas, dat is te vervangen door waterstof. Waterstof vergt echter veel extra wind- en zonne-energie. Accepteren we die in onze achtertuin of op de Noordzee omwille van de productie van kunstmest? Of heeft kunstmest geen (of een kleinere) rol in het landbouwsysteem waar we naartoe willen?
Willen we datacenters die veel elektriciteit vragen, maar zich deels op Afrika richten? Zetten we in op fietsen, wandelen en ov, wat volgens het ontwerp klimaatplan nodig is om de klimaatdoelen op langere termijn te halen, of blijven we geld steken in elektrische auto’s? Bouwers van elektrische auto’s hebben we niet in Nederland, bedrijven die elektrische bussen en (elektrische) fietsen maken wel.
Energieproductie opschroeven
De huidige energiecrisis is een aanbodcrisis. Deels is dit op te vangen door vraagvermindering en gedragsverandering. Deels door het vinden van nieuw buitenlands aanbod van olie, kolen en gas. Dat gaat echter niet genoeg zijn en het vinden van alternatieve fossiele bronnen past echter niet in de klimaatdoelen van Nederland en de EU. Dat extra gaswinning in Groningen lastiger ligt dan vaak wordt gedacht heb ik al eerder toegelicht.
Voor de lange termijn werkt het kabinet aan twee extra kerncentrales. Volgens RTL Nieuws komen deze in Zeeland. De verwachting is dat deze rond 2035-2036 operationeel zijn. Dat is te laat om een bijdrage te leveren aan het oplossen van de huidige aanbodcrisis. Als ze al rond die tijd operationeel zijn, want kostenoverschrijdingen en vertragingen zijn schering en inslag bij de bouw van nieuwe kerncentrales, zie ook dezeeerdere berichten. En ja, dat geld ook bij de nieuwe troetelcentrales van het type small modular reactors, zoals het Institute for Energy Economics and Financial Analysis in februari 2022 al schreef en NuScale deze maand bevestigde met een prijsstijging van 58 naar 100 dollar/MWh. De eerste module wordt opgeleverd in 2029 (was oorspronkelijk 2024). Mocht u wel vertrouwen hebben in nieuwe kerncentrales dan kunt u zich aansluiten bij de atoomcoöperatie (al zijn we daar eigenlijk allemaal lid van).
Het vergroten van het aanbod aan elektriciteit van wind- en zonne-energie kan meer betaalbare groene stroom beschikbaar maken. De kostprijzen voor nieuwe wind- en zonne-energie op land lagen in 2022 namelijk onder de 6 Eurocent per kilowattuur voor wind op land en onder de 8 Eurocent per kilowattuur voor zonne-energie. Zelfs met de huidige stijgende prijzen voor grondstoffen en arbeid liggen deze kostprijzen ruim lager dan de prijzen van elektriciteit die geproduceerd wordt met kolen- en gascentrales. Het is alleen wel zaak om te zorgen dat de groene stroom niet voor de huidige marktprijs beschikbaar komt voor huishoudens en bedrijven, maar voor een betaalbaar tarief en liefst ook stabiel tarief. Gelukkig zijn er voorbeelden van initiatieven in Nederland en in het buitenland die daar al aan werken.
Zo werken energiecoöperaties aan overeenkomsten tussen producent en afnemer, buiten de elektriciteitsbeurs om. Voor investeerders (lokale energiecoöperaties, maar ook commerciële investeerders) levert dit meer zekerheid op over de lange termijn opbrengsten van de elektriciteit die ze produceren. Voor afnemers van elektriciteit is het prettig als ze niet de huidige hoofdprijs hoeven te betalen. Een belangrijke term om dat te bereiken is gelijktijdigheid: kan je zorgen dat leden of afnemers de groene stroom afnemen op het moment dat deze geproduceerd wordt. Hoe beter dat lukt, hoe minder elektriciteit ingekocht hoeft te worden van andere energiebronnen (bv gas- en kolencentrales) en hoe lager de energierekening blijft. Voor het deel dat gelijktijdig wordt geproduceerd en afgenomen kan je namelijk langjarige afspraken maken tussen producent en afnemer buiten de elektriciteitsbeurs om.
Praktijkvoorbeelden aanbod groene stroom tegen goedkoper tarief
Er zijn ook nu al Nederlandse praktijkvoorbeelden van bestaande exploitanten die hun groene stroom voor een veel schappelijker tarief aanbieden dan commerciële aanbiedingen. Een voorbeeld is energiecoöperatie Betuwewind. Zij bieden leden die stroom afnemen via de coöperatie elektriciteit aan voor maximaal 15 Eurocent per kilowattuur, ver onder het prijsplafond en inmiddels uitverkocht. Het is voor andere leden wachten op het opleveren van nieuwe windturbines, zonnedaken en zonneparken voordat ze gebruik kunnen maken van het voordeel van stroom afnemen van de eigen lokale energiecoöperatie.
Een ander Nederlands model is De Windcentrale, waarbij leden van de energiecoöperatie jaarlijks uitbetaald worden in kilowatturen. Deze worden gesaldeerd met het elektriciteitsverbruik tegen het kale leveringstarief. Wel zijn leden een bijdrage verschuldigd voor onbalanskosten en onderhoud van de windturbine. De kostprijs van elektriciteit van Windcentrales ligt bij mij persoonlijk de afgelopen jaren tussen de 8 en 14 Eurocent per kilowattuur (kaal leveringstarief, inclusief afschrijving, onderhoud, onbalans en btw, exclusief opslag duurzame energie en energiebelasting). Soms is dat duurder, maar nu is dat veel goedkoper dan het inkopen van stroom bij mijn energieleverancier.
Daarbij is gebruik gemaakt van Contracts for a Difference (CfD). Bij deze contractvorm wordt er bij elektriciteitsprijzen die lager liggen dan de afgesproken prijs door ACT bijbetaald. Bij elektriciteitsprijzen die hoger liggen dan de afgesproken prijs betalen de exploitanten van wind- en zonneparken (een deel van) de extra opbrengst terug aan ACT. Met dat geld kan ACT de elektriciteitsprijzen voor inwoners en bedrijven verlagen. Een mooie combinatie van lange termijn garanties voor exploitanten van windturbines en zonneparken met het instant houden van de korte termijn prijsprikkels van de elektriciteitsbeurs. Het effect is dat veel van deze gecontracteerde wind- en zonneparken op dit moment geld betalen aan ACT.
Conclusie
Behalve het inperken van de vraag is het belangrijk voor huishoudens en bedrijfsleven dat het aanbod aan energie snel stijgt. Bij elektriciteit kan dit bereikt worden door in te zetten op het versnellen van de ontwikkeling van wind- en zonne-energie. Waarbij het zaak is dat niet de (lokale) investeerder profiteert, maar vooral de (lokale) afnemers. Dat kan door langjarige prijsafspraken te maken. Voordeel voor de investeerder: zekerheid over de opbrengsten. Voordeel voor de afnemer: zekerheid over de hoogte van de energierekening. Het initiatief daartoe kan zowel komen van lokale energiecoöperaties of energiebedrijven, als van de lokale of landelijke overheid.
Een mythe waard door de Engelstalige wereld (en door Nederland): naar verluidt stijgt de CO2 uitstoot in Duitsland omdat hernieuwbare energiebronnen nucleaire energie niet kunnen vervangen – en dat Frankrijk gelijk heeft om te kiezen voor kernenergie. Wat laten de gegevens zien? Craig Morris onderzoekt het.
Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
Duitsland verlaagde de CO2 emissies terwijl het kerncentrales sloot (publiek domein).(meer…)
Augustus is voorbij, de scholen zijn weer begonnen. Tijd dus om het energieverbruik en de energieopwekking van augustus onder de loep te nemen. De korte samenvatting: 29% minder elektriciteitsverbruik t.o.v. 2018, 10% minder energieopwekking dan in augustus 2018 en 30 kWh (3 m3) aardgasverbruik.
Wat
2018
2019
verschil
Ruimteverwarming
0
0
#DIV/0!
Warm water
202
202
0%
Apparaten
243
172
-29%
Verbruik/graaddag
0,00
0,00
#DIV/0!
Elektriciteitsafname
243
357
47%
Teruglevering
185
Elektriciteitsverbruik
243
172
-29%
Zonnepanelen
289
240
-17%
Zonnedelen
48
35
-27%
Winddelen
70
50
-29%
Zonneboiler
143
172
20%
Totaal opwekking
550
497
-10%
Netto elektriciteitsverbruik
-164
-153
-7%
Energievraag opgesplitst naar toepassing
Onze energievraag in augustus bestond logischerwijs uit slechts onderdelen: elektrische apparaten en warm water.
Als we kijken naar de energievraag over een 12 maanden ziet het beeld er anders uit:
De vraag naar energie voor warm water ligt behoorlijk stabiel. Onze gewoontes met bad, douche, was en afwas wijzigen dan ook niet zo snel. De elektriciteit die we verbruiken voor apparatuur, waaronder licht, schommelt al wat meer. Het leeuwendeel van onze energievraag bestaat echter uit energie voor verwarming van ons huis. In deze grafiek is, net als bij andere weergaven, goed te zien wat een strenge winter met fors stoken doet t.o.v. ons normale stookgedrag. Ook is te zien hoe het energieverbruik voor verwarming dit jaar lager ligt dan voorgaande jaren. Een lijn waarvan ik hoop dat deze doorzet in het nieuwe stookseizoen. Ik werk nog aan weergave van de verwarmingscurve gecorrigeerd voor graaddagen.
Bron energieverbruik
Ons energieverbruik werd in augustus voornamelijk geleverd door de zon in de vorm van zowel elektriciteit als warmte, een klein deel werd geleverd door onze winddelen (50 kWh). Per saldo produceerde we deze maand 153 kWh meer energie dan we nodig hadden.
Op jaarbasis verbruiken we inmiddels 55 kWh meer dan we opwekken. Nog steeds is aardgas met 52% onze grootste energiebron. De zon is een goede tweede met ruim 35% (elektriciteit plus zonnewarmte). Mijn verwachting is nog steeds dat het gasverbruik na het begin van het stookseizoen sterk gaat teruglopen. We houden het nodig voor warm water, omdat onze zonneboiler in de winter niet veel warmte levert, maar voor verwarming zal het in koop van elektriciteit worden. Overigens is in onderstaande grafiek ook aardig zichtbaar dat ons totale energieverbruik al bijna 5 jaar schommelt tussen de 10.000 en 12.000 kWh. Belangrijkste doel voor komend stookseizoen: onder de 10.000 kWh uitkomen, waarvan zo’n 2.500 kWh voor warm water.
Ons netto energieverbruik ligt ook al een aantal jaar stabiel rond de 6.300 kWh. Soms wat meer, soms wat minder. In 2019 zitten we tot en met augustus 20% onder het gemiddelde over de periode 2014-2018. In juli-augustus zijn we ook iets onder het laagste niveau tot nu toe (2014) gezakt.
Variabele energiekosten
Onze variabele energiekosten liggen dit jaar iets hoger dan voorgaande jaren. Deels komt dat door de hogere energiebelasting en hogere opslag duurzame energie. Deels komt dit door de overschakeling van verwarmen met gas naar verwarmen met infraroodverwarming. Het verschil bedraagt tot nu toe Euro 50. Ruimschoots genoeg om gecompenseerd te kunnen worden door lager vastrecht of het zelfs helemaal de deur uit doen van de gasaansluiting, alleen heb ik dan nog een oplossing nodig voor warm water in de winter.
Inmiddels ben ik er door mailcorrespondentie met CE Delft achter dat er een betere COP = 1 hypothese te formuleren is dan ik tot nu toe heb gedaan. Waardoor de COP = 1 lijn lager zal komen te liggen. Ook heb ik van mijn leverancier een betere inschatting gekregen van de besparing op het energieverbruik die hij verwacht door te verwarmen met infraroodstralingsverwarming. Beide wil ik voor het komend stookseizoen aangepast hebben in mijn spreadsheet, maar dat vergt wat meer denkwerk om foutjes te voorkomen.
In mei berichtte ik dat de productie van Duitse kolenstroom daalde. Inmiddels zijn de gegevens voor het eerste half jaar van 2019 binnen en wederom is de elektriciteitsproductie met behulp van kolen in Duitsland gedaald. Vooral de productie van bruinkool, de meest milieuonvriendelijke vorm van elektriciteitsproductie, is fors gedaald. In absolute zin met 13,8 TWh ten opzichte van de eerste helft van 2018, in relatieve zin met 20,7% ten opzichte van de eerste helft van 2019. Ook de elektriciteitsproductie van steenkoolcentrales is teruggelopen. In absolute zin is de terugloop met 8,2 TWh kleiner dan bij bruinkool, procentueel is de stroomproductie van steenkoolcentrales met bijna een kwart teruggelopen ten opzichte van 2018. De productie van gascentrales is in het eerste half jaar van 2019 wel gestegen ten opzichte van de eerste helft van 2018
Wind en zon als werkpaarden van de Duitse Energiewende
De productie van wind- en zonne-energie steeg in het eerste half jaar met 15,6% ten opzichte van de eerste helft van 2018. De productie van windenergie steeg met 19% en zonne-energie met 5,6%. Wind- en zonne-energie zijn daarmee de werkpaarden van de Duitse energietransitie. De elektriciteitsproductie met behulp van biomassa bleef gelijk, terwijl waterkracht een behoorlijke daling liet zien. Het aandeel groene stroom ligt in Duitsland inmiddels op 47,7%. De kale stroomprijs is gedaald van 4,326 Eurocent per kWh in 2018 naar 3,681 Eurocent per kilowattuur in 2019.
De groei van wind- en zonne-energie en de daling van de productie van kolenstroom wil niet zeggen dat er geen zorgen zijn over de marktontwikkeling voor hernieuwbare energie in Duitsland. De groei is er uit bij wind op land in Duitsland en met name de burgerenergiebeweging (energiecoöperaties) heeft het hierdoor zwaar, precies zoals Craig Morris in 2105 en 2017 al voorspelde. In de twee veilingrondes van 2019 is slechts 746 megawatt aan nieuwe windturbines toegewezen, terwijl er 1.350 megawatt werd getenderd. Oftewel minder dan de helft. Een bijkomend probleem zijn de oplopende termijnen om een vergunning te bemachtigen. Deze zijn opgelopen tot gemiddeld 300 dagen. In het eerste kwartaal van 2019 kwam slecht 413 megawatt aan capaciteit door het vergunningverleningproces. De groei van het geïnstalleerd vermogen ligt daarmee op het laagste niveau sinds het begin van de Energiewende.
Burgers zijn via lokale energiecoöperaties en bewonersinitiatieven grote spelers en een belangrijke succesfactor van de Duitse Energiewende. Er zijn meer dan 1.000 energiecoöperaties die samen 42% van de Duitse ‘hernieuwbare energiecentrales’ in handen hebben. Kleine energieproducenten kunnen nog steeds een feedin tarief krijgen, maar bijna alle commerciële en niet-commerciële energieproducenten zijn hiervan uitgezonderd. Zij moeten meedoen aan de veilingen. De veilingen brengen kosten met zich mee, die niet terug te verdienen zijn als het project niet doorgaat. Ook de langere tijd tussen winnen van een veiling en vergunningverlening zorgen voor extra kosten, die voor kleinere spelers, zoals energiecoöperaties, lastig op te brengen zijn.
De verschuiving naar grote energiebedrijven is een vergissing, omdat lokaal eigenaarschap en lokale zeggenschap een belangrijke rol spelen bij de acceptatie van de energietransitie. De protesten tegen wind op land nemen in Duitsland dan ook toe nu het steeds vaker grote energiebedrijven zijn die projecten realiseren.
Energie-expert Michael Klare vraagt zich af of Trump bezig is met het creëren van een nieuwe wereldorde. Deze is in zijn ogen niet gebaseerd op het wereldbeeld van Wilsonian’s internationalisten, die de wereld verdeeld zien tussen liberale democratieën (aangevoerd door de VS en zijn Europese bondgenoten) en onvrije autocratische landen (geleid door Rusland onder Vladimir Putin). Het is ook niet gebaseerd op Samuel Huntington’s wereldbeeld uit The Clash of Civilizations,waarin de botsing plaatsvind tussen de Islam en het Joods-Christelijke westen. Veeleer lijkt de scheiding te lopen tussen landen die kiezen voor fossiele energie en landen die kiezen voor hernieuwbare energie.
Ultimately, Trump seems to be aiming at the creation of a new world order governed largely by energy preferences. From this perspective, an alliance of Russia, Saudi Arabia, and the United States makes perfect sense. As a start, authoritarian-minded leaders who detest liberal ideas and seek to perpetuate the Age of Carbon now run all three countries. They, in turn, exercise a commanding role in the global production of energy. As the world’s three leading producers of petroleum, they account for about 38% of total global oil output. The U.S. and Russia are also the world’s top two producers of natural gas. Along with Saudi Arabia, they jointly account for 41% of global gas output.
De eerste drie stappen die wijzen naar deze nieuwe wereldorde die Trump nastreeft zijn het aanhalen van de banden met Saoudi-Arabië, het van zich vervreemden van Europese NAVO-bondgenoten (waarvan de meeste het klimaatakkoord van Parijs steunen) en de aankondiging dat de VS zich terug gaat trekken uit het klimaatakkoord van Parijs. Klare schetst een dystopisch beeld van de gevolgen van een wereld overheerst door fossiele energie belangen:
A world dominated by petro-powers will be one in which oil is plentiful, the skies hidden by smog, weather patterns unpredictable, coastlines receding, and drought a recurring peril. The possibility of warfare is only likely to increase on such a planet, as nations and peoples fight over ever-diminishing supplies of vital resources, especially food, water, and arable land.
Een wereld overheerst door groene krachten leidt naar zijn mening waarschijnlijk tot een positiever toekomstbeeld:
A world dominated by green powers, on the other hand, is likely to be less ravaged by war and the depredations of extreme climate change as renewable energy becomes more affordable and available to all.
De Solar Days zijn nog bezig en dit weekend kun je op bezoek bij mensen die zonnepanelen hebben liggen. Een mooi moment dus voor wat interessant leesvoer uit de VS over de ontwikkelingen in de zonne-energiemarkt.