Nieuwe Amerikaans kerncentrale 2 dagen na oplevering al in storing

Watts Bar 2, een nieuwe Amerikaanse kerncentrale waarvan de bouwvergunning in 1971 werd goedgekeurd, is op 5 juni (2 dagen na de start van de elektriciteitsproductie) stilgelegd. De kerncentrale draaide op het moment van de storing op 12,5% van zijn capaciteit. De kernreactor werd automatisch stilgelegd toen een hoge druk ventiel  weigerde te openen.

De bouw van de kerncentrale kent een lange geschiedenis van vertragingen en kostenoverschrijdingen. In 1971 kreeg de kerncentrale ontheffing van bepaalde vergunningen om te zorgen dat deze op tijd af zou om aan de piekvraag naar elektriciteit in 1977-1978 te voorzien. De kosten liepen op van $2,5 miljard in 2007 tot $4,7 miljard in februari 2016.

Open waanlink

Dit bericht is eerder als open waanlink gepubliceerd op Sargasso.

Gastbijdrage: Staat Franse kernenergie onder druk… van Duitse hernieuwbare energie?

Eind mei zorgden stakingen voor een verlaging van de productie van kernenergie in Frankrijk. Toch legden een paar weken eerder, zonder stakingen, meer kerncentrales die de productie stil. Duitse en Europese hernieuwbare elektriciteit kunnen een van de redenen zijn geweest voor Frankrijk om zoveel kerncentrales in dat weekend stil te leggen. Gelet op de discussie die de vorige vertaling over kernenergie en energietransitie opleverde, leek het me goed om deze nieuwe analyse van Craig Morris ook te vertalen.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
AKW_Paluel_01
Op 31 maart ontsnapte de kerncentrale Paluel 2 ‘ maar net aan een catastrofe,’ aldus Le Parisien. (Foto door Bodoklecksel, modified, CC BY-SA 3.0)

De kerncentrale Paluel 2 “ontsnapte maar net aan een catastrofe,” zoals Le Parisien het stelde, op 31 maart. (Photo by Bodoklecksel, modfied, CC BY-SA 3.0)

Het nieuws was wat lastig te begrijpen. Reuters meldde bijvoorbeeld dat de stakingen van de vakbond op 26 mei slechts ‘19 kerncentrales’ zouden treffen. Om preciezer te zijn, Frankrijk heeft 58 kernreactoren op 19 locaties. Het verschil tussen deze cijfers is belangrijk als we willen begrijpen wat het betekent dat negen reactoren die dag stilgelegd zijn vanwege de stakingen. Dat betekent dat minder dan een zesde van de reactoren geraakt werden door de stakingen en niet bijna de helft. Stakingen zijn relevant voor nucleaire veiligheid. Mark Hertsgaard schreef al in 1983 dat kerncentrales

Must be designed to sidestep labor-management antagonisms,

Aan de ander kant schroefde 33 van Frankrijks kernreactoren de productie op 26 mei terug of lagen zelfs helemaal stil. Toch was de situatie op donderdag 26 mei niet zo zwaar voor Franse kerncentrales als op zondag 15 mei, al kreeg die laatste dag veel minder aandacht. Op 26 mei zorgden de stakingen voor een daling van de elektriciteitsproductie van de Franse kerncentrales terug tot beneden de 40 GW (en kortstondig onder de 37 GW, zoals te zien is in de grafiek hieronder).

Franse_elektriciteitsproductie_.png
Bron: RTE

Op zondag 15 mei daarentegen daalde de productie van kernenergie tot onder de 28 GW, wat mogelijk een historisch dieptepunt is (het is in ieder geval het laagste productieniveau van dit jaar). Let ook op het verschil in tijdstip; het dieptepunt op 26 mei (een werkdag) ontstond in het midden van de nacht, als de vraag naar stroom laag is. Maar op zondag 15 mei lag het dieptepunt ‘s middags.

Franse_stroomproductie_26 mei
Bron: RTE

Er is een interessante correlatie tussen de waarschijnlijke recordproductie van duurzame elektriciteit in Duitsland om 3 uur ‘s middags op 15 mei. Zoals de grafiek hieronder laat zien produceerde wind- en zonne-energie op dat moment samen 35 GW – terwijl de vraag naar stroom slechts zo’n 10 GW hoger lag. Alle andere elektriciteitscentrales (waterkracht, biomassa, kolen, gas en kernenergie) verlaagden hun gezamenlijke elektriciteitsproductie tot 17 GW, waarvan meer dan de helft voor de export bestemd was.

duitse_stroomproductie.png
Bron: energy-charts.de

Op 15 mei hebben 34 van de 58 kernreactoren in Frankrijk hun productie verlaagd of zelfs helemaal stilgelegd, een aantal dat mogelijk een historisch record is (als iemand ons kan helpen dat uit te vinden, laat dan a.u.b. een reactie achter). Acht van de 24 productieverlagingen waren ongepland.

Al deze 8 ongeplande gebeurtenissen in Frankrijk begonnen pas op 14 mei, de dag voor het nieuwe record aandeel duurzame energie in de Duitse stroomproductie. Maar duurzame energie zette zaterdag al behoorlijk wat druk op de overige Duitse energiecentrales, zoals de grafiek boven toont.

Frankrijk wordt omgeven door landen met een groot aandeel zon en wind, met uitzondering van Zwitserland. Het lijkt er dus op dat de piek in duurzame energieproductie in west Europa de Franse kerncentrales uit de elektriciteitsmix duwt. Als dat zo is, zullen we zien hoe flexibel de kerncentrales zijn. Mijn gok is dat Frankrijk het zich niet kan veroorloven om meer zon en windenergie te bouwen tenzij het kerncentrales gaat sluiten. Als omliggende landen doorgaan met het ontwikkelen van zon- en windenergie kan het resultaat zijn dat er meer storingen optreden in Frankrijks verouderende kerncentrales.

Sommige van de andere sluitingen vergen nadere bestudering. De kerncentrale Paluel 2 ontsnapte volgens Le Parisien (in Frans) op 31 maart maar net aan een catastrofe. Die dag viel een 465 ton zware stoomgenerator, die boven het betonnen bassin van de kerncentrale hing (de centrale was niet in bedrijf op dat moment), zo’n 22 meter omlaag. De val veroorzaakte een impact ‘vergelijkbaar met een aardbeving’ volgens de Franse krant. Het is onduidelijk of de reactor ooit nog opnieuw stroom gaat produceren.

Als Paluel 2 niet meer in gebruik genomen wordt is het in principe mogelijk dat Frankrijks oudste reactor, Fessenheim, niet gesloten hoeft te worden. De huidige afspraak is dat Fessenheim gesloten wordt zodat de nieuwe centrale in Flamanville opgestart kan worden. Alleen wordt Flamanville mogelijk nooit voltooid en Fessenheim draait ook niet zo goed. Block 1 werd in mei stilgelegd toen er een mogelijk lek werd ontdekt. In totaal had de reactor alleen al in mei 4 storingen en werd de reactor ook 2 dagen volledig stilgelegd voor gepland onderhoud.

Frankrijk heeft zoveel eieren in het nucleaire mandje gelegd dat het zich niet gemakkelijk van de techniek kan afkeren. En omdat teveel mensen die zich zorgen maken om CO2 emissies niet begrijpen dat kernenergie niet verenigbaar is met wind en zon, is het zomaar mogelijk dat Frankrijk gaat proberen die twee te integreren. Het resultaat zou een ongeluk kunnen zijn dat de publieke opinie in het land voor altijd verandert. Dat zou een hoge prijs zijn voor het inzicht dat de toekomst aan wind- en zonne-energie is – en dat deze niet verenigbaar zijn met kernenergie.

(Craig Morris / @PPchef)


Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

Helpt Franse kernenergie bij de integratie van duurzame energie?

“Franse export van kernenergie helpt Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Spanje de integratie van hernieuwbare energie te versnellen” schrijft Nick Grealy, voorstander van schaliegas. Maar wat laten de data zien?, vraagt Craig Morris zich af.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

April was een relatief koude maand in Europa, wat zorgde voor een licht hogere vraag naar elektriciteit en een licht hogere prijs. Vandaag onderzoek ik 25 april, een koude maandag, om te zien wanneer Frankrijk precies elektriciteit importeert en exporteert op een dag met hoge vraag naar elektriciteit.

Het verhaal waar Grealy voor valt is dat de productie van kernenergie vergroot kan worden als er vraag naar is. Deze vermeende flexibiliteit is van cruciaal belang om als backup van zon en windenergie te dienen. Dit is hoe 25 april er uit zag in Frankrijk.

FranceApr25
RTE

 

 

Kernenergie fluctueert tussen 41,3 GW om 3 uur ’s nachts en 42,6 GW om 8 uur ’s ochtends, oftewel een flexibiliteit van 3%. De vraag naar elektriciteit fluctueerde tussen 41,4 GW rond 5 uur ’s ochtends tot 56,8 GW rond 1 uur ’s middags – een toename van bijna 50%.  Let ook op dat kernenergie ’s nachts goed was voor bijna 100% van de Franse elektriciteitsconsumptie. De import curve voor 25 april spreekt dan ook boekdelen.

FranceimportsApr25
RTE

Hier zien we een duidelijk patroon: stevige export midden in de nacht en in de namiddag en avond. Maar van 6 uur ’s ochtends tot 3 uur ’s middags is Frankrijk een netto importeur van elektriciteit. De patronen komen grofweg overeen met het patroon van de Franse elektriciteitsproductie; de grafiek hieronder toont een hoog consumptie niveau vanaf ongeveer 9 uur ’s ochtends tot 3 uur ’s middags. De grote toename van de vraag naar elektriciteit tussen 6 en 9 uur ’s ochtends is de reden dat Frankrijk van exporteur verandert in importeur van elektriciteit.

Franceconsumption
RTE

 

We hebben geen grafiek voor de dagelijks elektriciteitsproductie voor Duitsland op Energy-Charts.de, dus we zullen het moeten doen met de weekweergave hieronder. Het toont het tegenstelde patroon voor 25 april. Alles onder 0 is export van elektriciteit. Op momenten met lage vraag exporteert Duitsland minder, met het minimum om 6 uur ’s ochtends. Maar om 2 uur ’s middags heeft Duitsland een netto export van bijna 9 GW. Het overschot op de handelsbalans vlakt af richting middernacht, maar over de gehele dag genomen is Duitsland een netto exporteur van elektriciteit voor 23 van de 24 uur.

GermanyApr25
Energy-Charts.de

Wat leert deze vergelijking ons?

Op de eerste plaats leert deze vergelijking ons dat Frankrijk liever elektriciteit verkoopt tegen lage prijzen op momenten met weinig vraag dan de elektriciteitsproductie van kerncentrales te verlagen. Ten tweede leert het ons dat het Duitse productiepark voldoende flexibiliteit heeft om de elektriciteitsproductie te verlagen in plaats van tegen lage prijzen te verkopen – om de elektriciteitsproductie weer te verhogen wanneer prijzen hoger worden op tijden van hoge elektriciteitsvraag.

Franse kerncentrales faciliteren dus geen betere integratie van wind- en zonne-energie in omliggende landen. Ze zorgen er eerder voor opstoppingen op het het netwerk en minder flexibiliteit. De productie van zonne-energie in Duitsland zorgt er voor dat conventionele elektriciteitscentrales in Duitsland op een relatief bescheiden niveau draaien, met name tussen 9 uur ’s ochtends en 3 uur ’s middags. In de grafiek hierboven is te zien dat de productie van conventionele centrales daalt van ongeveer 50 GW om 7 uur ’s ochtends naar 40 GW om 2 uur ’s middags. Zonder de 9 GW aan export zou de Duitse conventionele elektriciteitsproductie verminderd worden tot 30 GW – vandaar de enorme export van elektriciteit.

(Craig Morris / @PPchef)


Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

Jodiumpillen voor uw kroost

Begin maart maakte minister Schippers van Volksgezondheid bekend dat er in een straal van 100 km rond kerncentrales preventief jodiumpillen uitgedeeld gaan worden aan zwangere vrouwen en kinderen onder de 18. Het staat bij bewoners van Schiedam misschien niet zo op het netvlies, maar zowel de kerncentrale van Doel bij Antwerpen, als die van Borssele in Zeeland liggen op minder dan 100 km van Schiedam.

Beide kerncentrales zijn met enige regelmaat in het nieuws. Borssele vanwege de financiële problemen bij moederbedrijf Delta. Doel vanwege een reeks van technische mankementen, die eerder dit jaar tot bezorgdheid bij de Zeeuwse Commissaris van de Koning leidde. Voeg daarbij dat de Onderzoeksraad voor de Veiligheid recent meedeelde na te denken om een onderzoek in te stellen naar de veiligheid van kerncentrales in Nederland en u slaapt vast rustig verder.

Doel van het uitdelen van de jodiumpillen is het verkleinen van de kans op schildklierkanker in geval van een incident of ramp in een kerncentrale. De schildklier van (ongeboren) kinderen is namelijk veel gevoeliger voor radioactief jodium, waardoor ook op grotere afstand, bij een geringere blootstelling, jodiumtabletten effectief kunnen zijn. Je moet de tabletten dan wel op het goede moment innemen.

Jodiumtabletten bieden overigens geen bescherming tegen andere radioactieve stoffen die bij een ongeluk in een kerncentrale kunnen vrijkomen. Dat zijn er tientallen. Daar kun je je niet effectief tegen beschermen, ze bieden dus een vals gevoel van veiligheid. Het enige dat helpt is evacuatie, maar volgens emiritus hoogleraar Wim Turkenburg heeft Nederland zijn evacuatieplannen niet op orde. Vorig jaar bleek ook al dat België z’n noodplannen voor kernrampen niet op orde heeft. Ik betwijfel dan ook ten zeerste of onze Veiligheidsregio die plannen wel op orde heeft, als ze al contact hebben met de Zeeuwse of Belgische autoriteiten over de rampenplannen voor de kerncentrales. De statenfractie van GroenLinks in Zuid-Holland heeft hier vorige week vragen over gesteld aan Gedeputeerde Staten.

Dit artikel is geschreven voor GroenLinks Schiedam.

Groei duurzame energieproductie overschaduwt groei kernenergie

Kerncentrales produceren gemiddeld ongeveer twee keer zoveel elektriciteit als hernieuwbare energie per kilowatt uur geïnstalleerd vermogen. De snelle groei van zon, wind en andere duurzame energiebronnen overschaduwt de groei van elektriciteitsproductie door kernenergie. Dat is volgens Reuters een van de belangrijkste constateringen van het World Nuclear Industry Status Report 2015.

Het opgesteld vermogen van kernenergie steeg wereldwijd met 2,2% in 2014, maar zonne-energie groeide met 38% en wind met 10%. Hierdoor overtreft de elektriciteitsproductie van hernieuwbare bronnen die van kernenergie. Stijgende kosten, vertragingen bij de bouw, publieke weerstand en verouderde centrales vormen problemen voor de kansen van kernenergie. Tegelijkertijd veranderen de dalende kosten, stijgende efficiency en beter management van fluctuerende hernieuwbare energie, samen met verbeterde opslagmogelijkheden, de wereldwijde elektriciteitsproductie.

“The impressively resilient hopes that many people still have of a global nuclear renaissance are being trumped by a real‐time revolution in efficiency‐plus‐renewables‐plus‐storage, delivering more and more solutions on the ground every year,” Jonathon Porritt, co-founder and trustee of the Forum for the Future, wrote in a foreword to the report.

Bijna de helft van de toegevoegde productiecapaciteit voor elektriciteit in 2014 bestond volgens het rapport uit duurzame bronnen, exclusief waterkracht

Frankrijk is steunoperatie voor kernenergie begonnen

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

Begin deze maand kondigde de Franse overheid plannen aan voor een kapitaalinjectie voor Areva, het bedrijf dat kerncentrales bouwt. Volgens Craig Morris is het een wanhopige poging om het onvermijdelijke af te wenden: faillissement.

De Franse kernsector is sinds het praktisch vergeten (en mislukte) Messmer Plan uit het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw altijd een topprioriteit geweest voor overheidsfunctionarissen. De financiële vooruitzichten voor Areva zijn slecht, met een matig gevuld orderboek en enorme kostenoverschrijdingen bij de in aanbouw zijnde EPR (European Pressurized Reactor) centrale in Flamanville.

Als gevolg hiervan is de Franse overheid officieel een ‘reorganisatie van de Franse nucleaire industrie’ aan het bestuderen (persbericht in ‘t Frans) via een strategische samenwerking tussen Areva en EDF, de voormalige Franse elektriciteitsmonopolist. Dit zou de orderboeken niet voller maken door de internationale vraag naar kerncentrales te vergroten. In plaats daarvan zou het de verliezen spreiden over het nieuwe gefuseerde bedrijf – en eventueel (gedeeltelijk) overdragen aan de belastingbetaler. De overeenkomst zou in ieder geval een eind maken aan het conflict over de vraag of EDF of Areva de kostenoverschrijdingen bij de in aanbouw zijnde EPR centrale in Flamanville moet betalen.

Een rapport van AFP geeft wat cijfers bij de situatie. EDF heeft een bedrag geboden van 2 miljard Euro voor een meerderheidsbelang in Areva. Een beurshandelaar die geciteerd wordt in het artikel stelt dat het gefuseerde bedrijf uiteindelijk 7 miljard Euro nodig heeft. Raffale Piria, expert energiebeleid bij Adelphi en co-auteur van de World Nuclear Industry Status Report 2014, schat dat het reddingsplan uiteindelijk meer dan 10 miljard Euro kan kosten. Het reactorvat in Flamanville wordt momenteel onderzocht en moet mogelijk geheel opnieuw geconstrueerd worden, wat honderden miljoenen Euros kost. Hij legt uit dat de hoogte van deze kostenoverschrijdingen momenteel onduidelijk zijn, maar niet zijn inbegrepen in de huidige schattingen die de media halen.

De vraag is hoe lang zulke subsidies politiek acceptabel blijven voor het Franse publiek

stelt Piria, en of ze in overeenstemming zijn met de Europese staatssteunregels. De keuze van de Franse politiek om nationale kampioenen te steunen laat het land mogelijk weinig keuzes. Recent ontkende voormalig president Nicholas Sarkozy berichten van het voormalig hoofd van Areva dat Frankrijk van plan was om een kerncentrale aan de Libische dictator Gadhafi te verkopen. En nog maar enkele weken geleden maakte Finland bekend af te zien van de koop van een mogelijke tweede EPR centrale van Areva, terwijl de eerste aanzienlijke kostenoverschrijdingen en vertragingen kent.

Een recent artikel in The Ecologist geeft een goed overzicht van de ondergang van de European Pressurized Reactor, waarop het lot van Areva zwaar leunt. En waarop het lot van de Franse economie ook in toenemende mate leunt.

(Craig Morris / @PPchef)

Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur voor Sargasso vertaald door Krispijn Beek.

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Gastbijdrage van Craig Morris: Angst… dat de Duitse Energiewende zal slagen

Het Instituut voor Energie Onderzoek (IER) stelt dat angst een belangrijke drijfveer is van de Duitse Energiewende. Een energietransitie die zonder de inzet van schaliegas zal falen in het reduceren van emissies, zeker zonder inzet van kernenergie. Craig Morriss stelt echter dat het erop lijkt dat sommige critici zelf bang zijn, bang dat de Duitsers hun energietransitie voor elkaar krijgen zonder inzet van schaliegas of kernenergie.

Angst_energiewende_werkt_afb_1
De grootste angst van critici van de Duitse Energiewende is niet dat deze zal falen, maar dat deze zal slagen (foto credits: Günter Hentschel, CC BY-ND 2.0

De IER schrijft in zijn commentaar met de titel ‘Duitsland’s angst voor hydraulisch fracken en emissie reductie doelstellingen:

“[…] als Duitsland vasthoud aan het halen van haar CO2 doelstellingen, sluit een verbod op hydraulisch fracken het land af van een energiebron met relatief lage emissies en maakt het het halen van de gestelde doelstellingen moeilijker.

Er valt niks weinig af te dingen op die zin, maar veel meer op stellingen elders – te beginnen met de titel.

Beschuldigingen van Duitse angst ploppen op zoals in het spel Whack-A-Mole. Ze zijn gemakkelijk te weerleggen, zeker als we rekening houden met de reactie van andere landen op nucleaire incidenten.

Zorgen over de risico’s van kernenergie speelden een hoofdrol in het Duitse debat na het ongeluk in Tsjernobyl in 1986, toen Duitse ambtenaren het publiek waarschuwde voor de risico’s. In reactie daarop implementeerde Duitsland z’n eerste uitfasering van kernenergie – 16 jaar later, in 2002. De regering die de uitfasering implementeerde trad aan in 1998 en besteedde vier jaar aan het plannen en uitonderhandelen van de details van de uitfasering met experts en eigenaren van kerncentrales. Zo’n tijdsplanning klinkt eerder als professioneel, dan als paniek voetbal.

Italië reageerde na het ongeluk in Tsjernobyl snel met z’n eigen referendum door in 1987 een eigen uitfasering van kernenergie te starten. De Italianen sloten de laatste van hun vier kernreactoren in 1990. Ze hadden geen plan voor het vervangen van kernenergie, dus is Italië nu een van de grootste elektriciteitsimporteurs van Europa, voornamelijk uit Frankrijk. Maar wellicht is Italië’s beslissing slimmer dan je op het eerste gezicht denkt, want de Italianen lijken tegen de Fransen te hebben gezegd: “We willen jullie kernenergie best kopen, maar jullie moeten de risico’s voor ons dragen.”

Vergelijk dat met de Zweedse rectie – niet op Tsjernobyl (1986), maar oop het veel minder zware ongeluk bij Three Mile Island (1979). In 1980 – op een moment dat zonnecellen een buitenaardse techniek waren en de ontwikkeling van de eerste moderne, maar nog steeds kleine windturbine nog niet eens begonnen was – besloten de Zweden in een referendum tot het uitfaseren van kernenergie in 2010. De Zweedse uitfasering faalde, omdat de Zweden (net als de Italianen) geen tijd hadden genomen om na te denken over hoe kernenergie vervangen kon worden.

Oostenrijk had al een referendum gehouden in 1978, het jaar voor Three Mile Island, om de ingebruikname van de eerste afgebouwde kerncentrale van het land te blokkeren. Sindsdien staat de afgebouwde centrale weg te roesten, zonder ooit een kilowattuur elektriciteit te hebben geproduceerd, en Oostenrijk begon z’n eigen uitfasering van kernenergie in 1997. Bezien vanuit de Europese context lijkt de Duitse reactie op kernenergie van de afgelopen decennia simpelweg verstandig.

Veiligheidstheater

Toegegeven, het besluit om kernenergie uit te faseren van bondskanselier Merkel in 2011 was een verrassing. Toendertijd noemde ik het incompetent en onverantwoordelijk. Zo minitieus, gedetailleerd en flexibel als de uitfasering van 2002 was, zo plotseling en drastisch was de uitfasering van 2011. En het vormde de ergste vorm van overheidsingrijpen in een markt en private bezittingen. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met het terugdraaien van de uitfasering van kernenergie door bondskanselier Merkel, een paar maanden voor het ongeluk in Fukushima; in de zomer van 2010 was de levensduur van Duitse kerncentrales met 8 tot 14 jaar verlengd. De uitfasering van 2011 vormde de tweede draai in het kernenergiebeleid in 8 maanden.

Ik denk dat de IER en ik het met elkaar eens zijn dat de wijze waarop de uitfasering van 2011 is aangepakt ruimte biedt voor verbetering. Maar onze wegen scheiden als het aankomt op de onderbouwing van de uitfasering van kernenergie. Zij schrijven dat “het zeer onwaarschijnlijk is dat Duitsland getroffen wordt door een tsunami.” Dat is waar, maar dat betekent niet dat kernenergie risicoloos is.

Dit soort denken is wat veiligheidsexpert Bruce Schneier veiligheidstheater noemt – geen echte veiligheid, maar alleen maar acteren om mensen zich veilig te laten voelen: “als we ons bij de beveiliging van vliegvelden concentreren op het controleren van schoenen en het in beslag nemen van vloeistoffen, en de terroristen verstoppen hun explosieven in bh’s of vaste stoffen, hebben we ons geld verspild.” Een kernongeluk in Duitsland zou niet het gevolg zijn van Soviet onbekwaamheid of een tsunami, maar eerder van een combinatie van technisch en menselijk falen, eventueel met een natuurramp als aanstichter. Verschillende Duitse kerncentrales zijn gebouwd op tectonische breuklijnen en ontberen de meest basale bescherming tegen aardbevingen. Het hele land is gevoelig voor overstromingen, maar bij verschillende Duitse kerncentrales ontbreekt fatsoenlijke bescherming tegen overstromingen. Onvoorziene gebeurtenissen zijn dus mogelijk.

Duitsers begrijpen dat het volgende kernongeluk gemakkelijk anders kan zijn dan Tsjernobyl en Fukushima. Maar zoals Merkel zich in 2011 realiseerde, het volgende ongeluk zou in Duitsland plaats kunnen vinden – om verschillende redenen.

Duitsland wist hoe kernenergie te vervangen

In tegenstelling tot de Zweden en Italianen, wisten de Duitsers in 2002 hoe kernenergie te vervangen – en ze hebben zelfs alle kernenergie die vanaf 2011 verloren is gegaan vervangen. De IER beweert het tegendeel:

Duitsers zijn teruggevallen op kolen als back-up voor de onregelmatige hernieuwbare technologiën en om zich te verzekeren van voldoende vermogen om te voldoen aan de elektriciteitsvraag.

Angst_dat_energiewende_werkt_afb_2_Figure-2003to20132Deze claim is gebaseerd op een eerdere publicatie van de IER zelf (PDF). Maar zoals we al gedemonstreed hebben in onze studie German Coal Conundrum (zie ook het artikel Welke rol voor kolen in de Duitse energietransitie?), overstijgt de groei van hernieuwbare elektriciteit vanaf 2011 de reductie in kernenergie. En zoals regelmatige lezers van mijn stukken weten vergroot de vraag van het buurlanden naar Duitse stroom het aandeel van de resterende vraag dat bediend wordt door conventionele centrales (in 2013 waren Nederland en Frankrijk in 2013 de grootste importeurs van Duitse stroom). Preciezer gesteld als we de Duitse recordexport van elektriciteit in 2013 buiten beschouwing laten zouden kolenstroom en CO2-emissies met ongeveer 2.5 procent gedaald zijn. Vooral het buitenland maakt massaal gebruik van Duitse kolenstroom; Duitsland heeft veel minder elektriciteit van kolen nodig om in z’n eigen elektriciteitsvraag te voldoen.

We zouden ook niet moeten stoppen met tellen bij 2013. De verandering in TWh (terawattuur, 1 miljard kilowattuur) staat in de grafiek hierboven. Maak je maar vast op voor rapporten over dalende emissies in Duitsland dit jaar.

Angst_dat_energietransitie_werkt_afb_3_63changeelectricityproduction2014

Koolstof in de grond laten

Tot slot: neemt iemand bij de IER de term ‘unburnable carbon’ serieus? Meerdere organisaties, die je niet kunt beschuldigen van te groen zij, zoals het Internationaal Energie Agentschap (IEA), stellen inmiddels dat we ten minste tweederde van de huidige bewezen reserves fossiele brandstoffen in de grond moeten laten. Als Duitsland schaliegas gaat produceren verhoogt dat enkel de hoeveelheid koolstof die in de grond moet blijven.

De IER stelt dat Duitsland schaliegas afwijst ‘ondanks stijgende elektriciteitsprijzen,’ alsof binnenlands geproduceerd Duits schaliegas op een of andere magische wijze de elektriciteitsprijzen zou verlagen. Duitsland heeft een van de grootste en minst dure bruinkool voorraden in de wereld. Elektriciteit van schaliegas gaat niet automatisch elektriciteit van bruinkool vervangen, en gas zou relatief goedkoop moeten zijn om elektriciteit van steenkool te vervangen, die ook steeds vaker de markt uit gedrukt wordt (zie grafieken hierboven). Het meest waarschijnlijk is dat Duits schaliegas de Duitse import van gas zou verlagen, zonder de CO2 emissies substantieel te veranderen.

Globaal genomen lijkt het er op dat het doel van de IER studie is om de Duitse Energiewende in een kwaad daglicht te stellen. Zinnen zoals deze zijn veelzeggend:

In de nasleep van het besluit tot sluiting van kerncentrales uit 2011 zijn de Duitse CO2 emissie daadwerkelijk gestegen en Duitsland is nu het EU land met de hoogste CO2 emissie (met 760 miljoen ton in 2013) volgens het statistisch bureau van de EU, Eurostat.

Duitsland heeft niet ‘nu’ de hoogste CO2 emissies, het is verreweg de grootste economie van de EU en is de grootste CO2 uitstoter voor zo ver terug als je wenst te gaan.

Agst_dat_energiewende_werkt_afb_4_63co2emissionsbycountry

We moeten bedenken dat het voorzien in goedkope fossiele brandstof geen doel is van de Energiewende. Voor het klimaat moet het doel zijn om om zoveel mogelijk koolstof in de grond te laten, niet om meer grondstoffen (schaliegas) om te zetten in bewezen reserves. Maar het IER lijkt sowieso bezorgder om goedkope energie voor de industrie dan het klimaat. Zoals ik recent uitlegde is Duitsland nieuwe wetgeving geïnterpreteerd als het open zetten van de sluizen (door degene die fracking willen verbieden) of als een verbod (door het bedrijfsleven). De interpretatie van de IER valt duidelijk in het tweede kamp.

Niemand maakt zich zo druk om de Duitse economie als de voorstanders van fracking en kernenergie lijken te doen. De Duitse economie heeft er sinds de hereniging nog nooit zo goed voorgestaan, en marktanalisten zeggen dat Duitsers zich op kunnen maken voor de Golden 20s in het volgende decenium. Hoe dan ook maakt de IER zich geen werkelijke zorgen om klimaatverandering, CO2 emissies of het succes van de Energiewende. De IER is bezorgd dat Duitsland de omslag voor elkaar gaat krijgen zonder schaliegas of kernenergie.

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is een vertaling van het artikel ‘Angst… that the Energiewende will workHet artikel is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.