VVD-raadslid kijkt met selectieve blik naar subsidies voor de energiesector

In een opinieartikel in De Volkskrant trekt de heer W.R van Haga, raadslid voor de VVD te Haarlem en directeur van Solar4u, van leer tegen de subsidiemolen van de SDE+ en de in zijn ogen ambtelijke moloch Agentschap NL. Nu kan ik me prima vinden in inhoudelijke kritiek op subsidies voor energie, inclusief die voor duurzame energie. Toch wil ik een aantal kanttekeningen plaatsen bij zijn betoog.

Op de eerste plaats is de heer Van Haga directeur van Solar4u. Wie de website van het bedrijf bekijkt krijgt sterk de indruk op een site te komen waar particulieren een zonne-energie systeem voor thuisgebruik kunnen aanschaffen. Terwijl de heer Van Haga in zijn artikel nogal te keer gaat tegen subsidies voor duurzame energie stelt zijn bedrijf in de zeer beperkte FAQ op haar website:

De overheid stimuleert het aanschaffen van zonne-energie. Hierdoor zijn de systemen veel sneller rendabel en u kunt dus eerder dan u denkt aan uw centrale gaat verdienen

 Om voor deze subsidies in aanmerking te komen moeten de aanvragen tijdig en correct worden ingediend en moet de centrale door een erkend bedrijf worden geleverd en geïnstalleerd. Solar4U biedt u in dit proces een totaalproduct, van advies tot plaatsing en van subsidie tot gegarandeerde opbrengst. Zo bent u er zeker van dat alles goed gaat en u het hoogst mogelijk rendement haalt.

 Zonne-energie komt echter enkel in aanmerking voor de SDE+ bij installaties groter dan 15 kWp (bron: Agentschap NL). Voor de meeste particulieren is dat veel te groot, het zou de heer Van Haga sieren als zijn bedrijf duidelijk maakt dat deze subsidiemogelijkheid enkel voor grote installaties geldt.

Een tweede probleem dat ik heb met het verhaal van de heer Van Haga is dat hij stelt dat de overheid Agentschap NL in het leven heeft geroepen om de subsidiecarrousel voor duurzame energie gaande te houden. Wanneer hij de moeite had genomen om de website van Agentschap NL te bekijken had hij kunnen zien dat ze meer regelingen uitvoert dan enkel de SDE+. Ja, zelfs meer dan enkel energieregelingen. Grofweg is Agentschap NL opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  • Energie;
  • Innovatie;
  • Ondernemerschap (waaronder de borgstellingsregelingen voor ondernemers op zoek naar bankkrediet);
  • Milieu-regelingen (zowel subsidies als ondersteuning van mede-overheden bij milieuvergunningverlening);
  • Internationaal Zakendoen (de voormalige EVD);
  • AntwoordVoorBedrijven.

En ik zal vast nog het een en ander vergeten. De boodschap lijkt me echter helder: de kans dat het afschaffen van de SDE+ tot opheffing van Agentschap NL leidt lijkt is klein.

Terugkomend op de kern van het betoog van de heer Van Haga: schaf subsidie voor alternatieve energie af en laat de markt haar werk doen. Van dat laatste ben ik voorstander, van dat eerste enkel als het woordje alternatief voor energie geschrapt wordt. Een gelijk speelveld ontstaat pas als ook alle impliciete en expliciete ondersteuning van fossiele energie geschrapt wordt. Dan gaat het om fiscale voordelen, risicodragende investeringen die de overheid via Energiebeheer Nederland doet en andere vormen van (verborgen) ondersteuning van de enerigesector. Want zoals zonnepanelen de neiging hebben in prijs te dalen ondanks gebrek aan ondersteuning door de Nederlandse overheid, zo heeft de prijs van fossiele brandstoffen de neiging te stijgen in prijs ondanks de ondersteuning van de Nederlandse overheid. Die prijsstijging zien we terug in de winsten van de fossiele energiebedrijven. Een sector die na ruim 100 jaar toch een keer op eigen benen moet kunnen staan. Maken we bij energie ook meteen een eind aan nostalgische subsidies uit vervlogen eeuwen, zoals de VVD bij statiegeld bepleit.

Nederland modderland, belemmeringen voor duurzame innovaties

Gisteravond heb ik Goudzoekers zitten kijken. De aankonding van de aflevering Nederland Modderland beloofde veel:

Nederland dreigt de boot weer eens te missen. Het zou als ondernemend, duurzaam en vernieuwend land weer op de kaart gezet worden -dat was wat Balkenende voor ogen had, toen hij in 2003 het Innovatie Platform oprichtte. Hoe is het nu met dat ‘swingende kennisland’?

De start was ook goed met Ruud Koornstra en Igor Kluin die uitlegde op welke wijze zij hun onderneming runnen en tegen welke belemmeringen ze daarbij aan lopen. De anekdote van Igor Kluin over een manager van een netwerkbedrijf dat het product van Qurrent onzinnig vind legt meteen de vinger op een van de zere plekken van de transitiefanfare.

Desondanks kon de uitzending de belofte van de aankondiging naar mijn mening niet waarmaken. Zoals ik tijdens de uitzending al tweette vond een van de interviewers luchtgitaar spelen helaas belangrijker dan doorvragen aan de geëmigreerde ondernemer welke belemmeringen in regelgeving voor startups zijn vertrek naar de VS veroorzaakt hadden. Gelukkig maakte Frans Nauta het nog goed door voor te stellen om alle hoogleraren voortaan nog maar 9 maanden salaris te geven en ze de andere 3 maanden bij te laten klussen ter meerdere eer & glorie van het ‘algemeen belang’ (of ordinair gezegd: bijscharrelen om zorg te dragen voor voldoende nieuwe en innovatieve bedrijvigheid in profit of non-profit hoek).

Onderzoek naar belemmeringen

Ik wil niet beweren dat ik alle antwoorden heb op belemmeringen voor (duurzame) innovaties in Nederland. Op gebied van duurzame innovaties zijn er inmiddels al wel voldoende rapporten en onderzoeken verschenen die houvast bieden. Een makkelijk weg te lezen start vormt het rapport Koplopersloket Schone Energie (pdf  hier) uit 2009 van Rebelgroup. Degelijkere werkjes (vooral ook dikker, saaier en wetenschappelijk verantwoorder) zijn gemaakt in opdracht van de Europese Commissie, DG Enterprise. Bijvoorbeeld de Study on the Competitiveness of the EU eco-industry (2009) of de studie naar milieuschadelijke subsidies uit 2010.

De conclusies en aanbevelingen komen ruwweg overeen en bevatten vaak onderdelen van de volgende waslijst:

  • zorg voor een gelijk speelveld tussen duurzaam en niet-duurzaam (dus bouw milieuschadelijke subsidies en/of ondersteuningsregelingen af);
  • zorg voor voldoende geld / financiering;
  • zet de inkoopmacht van de overheid in;
  • neem hindernissen in regelgeving weg;
  • zorg voor kennisoverdracht tussen klant en leverancier van duurzame producten/diensten;
  • zorg voor een goede Europese markt voor duurzame innovaties, de Nederlandse markt is te klein om van schaalvoordelen te profiteren (dus zet in op Europese standaarden);
  • een eigen thuismarkt is van groot belang om tot export te kunnen komen (‘eat your own dogfood’).

Alternatieve opvattingen

Natuurlijk vind niet iedereen dat bovengenoemde punten recht doen aan de knelpunten die er bestaan op gebied van duurzame innovaties. Als je daar in geïnteresseerd bent raad ik je aan om eens rond te neuzen in de archieven van de LinkedIn groep Innovatie 2.0 of in het archief van het weblog van Wouter de Heij.