Tag: Nederland

  • Stand van zaken duurzame elektriciteit Nederland

    Eind vorig jaar werd bekend dat 2024 te boek staat als een van de warmste jaren sinds de metingen zijn begonnen. Ook maakte het World Weather Attribution (WWA) project bekend dat grote schade door klimaatverandering  geen dreiging is, maar al dagelijkse realiteit bij de huidige 1,3 graad opwarming. Tijd dus om vaart te zetten achter duurzame energie, want verbranden van fossiele energie is een van de belangrijkste oorzaken van klimaatverandering.

    Sinds het ondertekenen van het nationale klimaatakkoord heeft de landelijke overheid zich in Brussel hard gemaakt voor ambitieuzere doelstellingen voor 2030. Deze hogere doelstelling (55% in 2030) is ook vastgelegd in de de landelijk Klimaatwet. Dat komt mooi uit, want het Klimaatakkoord bevatte al een optie om de doelstelling op te hogen van 49% CO2-reductie naar 55% CO2-reductie. In het hoofdstuk over elektriciteit zijn hier ook cijfers voor opgenomen:

    Bron (in TWh)49% basispakket55,00%
    Wind op zee49
    Hernieuwbaar op land (> 15 kW)35
    Overige hernieuwbare opties (incl. CO2 vrij regelbaar vermogen)pm127
    Klein zon (< 15 kW)7
    Totaal91127

    De getallen in bovenstaande tabel zijn 7 TWh (Terawattuur) hoger dan in het hoofdstuk uit het klimaatakkoord, omdat ik er voor gekozen heb ook kleine zonnestroominstallaties mee te rekenen in de totale opgave. Het goede nieuws is dat het doel voor kleine zonnestroominstallaties (7 TWh) in beeld is, zodat ook kleine zonnestroominstallaties mee gaan tellen voor het behalen van de RES-biedingen.

    Voorgeschiedenis

    Bij het klimaatakkoord werd afgesproken dat gemeenten, waterschappen en provincies zich zouden organiseren in regionale energiestrategieën (RES’en). Nederland werd daarmee opgedeeld in 30 RES’en, sommige zo groot als één gemeente, andere bestaande uit 15 tot 20 gemeenten. De logica van de indeling? Da’s voer voor promotieonderzoek. In 2020 bleken de losse RES’en bij elkaar opgeteld ambitieuzer dan het minimum bod van tenminste 35 TWh. Uiteindelijk hebben de RES’en gezamenlijk 55 TWh hernieuwbare elektriciteit op te wekken. Deze biedingen zijn vastgesteld door bijna alle gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen. Al in 2019 en 2020 berichtte Sargasso dat het doel om tenminste 35 TWh hernieuwbare elektriciteit op land op te wekken in beeld was. Da’s geen reden om achterover te leunen, want inmiddels heeft het kabinet de ambitie opgehoogd naar 55% CO2-reductie in 2030, terwijl voormalig minister Jetten de Kamer informeerde dat in 2024 besluitvorming over wind op zee plaats moest vinden om de doelstelling voor 2030 en 2035 te kunnen halen. Het Kabinet heeft dat besluit niet genomen, waarmee de druk om lokale elektriciteitsproductie te realiseren groeit.

    Stand van zaken duurzame elektriciteit

    Het goede nieuws is dat de productie van duurzame elektriciteit in Nederland nog steeds in de lift zit, dat blijkt uit de Klimaat en Energieverkenning 2024 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het slechte nieuws is dat volgens het PBL de pijplijn aan nieuwe projecten ook in 2024 verder is opgedroogd. Oftewel projecten waar al aan gewerkt wordt worden langzaam maar zeker gerealiseerd, maar het aantal nieuwe projecten is gering. Zo gering dat verschillende internationale projectontwikkelaars zich inmiddels terugtrekken van de Nederlandse markt, op zoek naar meer veelbelovende markten.

    2030Monitor RES
    Bron (in TWh)K.A. 55%RES 1.0KEV 2024NPE20232024
    Wind op zee656548954848
    Hernieuwbaar op land (> 15 kW)555546673941
    Klein zon771211
    Kernenergie444444
    Totaal13113198166103104

    Het opdrogen van de pijplijn aan nieuwe projecten betekent ook dat het lastiger gaat worden om de streefcijfers voor 2035 uit het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) te gaan halen. Het gat tussen streefcijfers uit het NPE en de cijfers uit de Klimaat en Energieverkenning en Monitor RES 2024 is voor 2030 al groot, voor 2035 loopt dit alleen maar verder op. Dat is slecht nieuws voor huishoudens, bedrijfsleven en industrie, die zitten te springen om betaalbare elektriciteit. Een kleiner aanbod zal namelijk een hogere prijs betekenen.

    20352050
    Bron (in TWh)KEVNPENPE
    Wind op zee91158315
    Hernieuwbaar op land (> 15 kW)5899185
    Klein zon
    Kernenergie01656
    Totaal149273556

    Een grote blokkade voor hernieuwbare elektriciteit op land zijn zorgen over de (vermeende) impact op menselijke gezondheid. Aanvankelijk ging dat vooral om geluid en trillingen van windturbines, inmiddels ook om Bisfenol A en pfas emissies. En begrijp me goed, ik ben groot voorstander van het serieus nemen van de gezondheid en hinderbeleving van omwonenden (ik heb bij een van mijn werkgevers succesvol geadviseerd een lokale geluidsnorm voor warmtepompen en airco’s op te nemen, zodat ook bestaande installaties aan de geluidsnormen moesten voldoen). Tegelijkertijd blijkt er uit RIVM meta-analyse van de beschikbare studies niet dat er sprake is van gezondheidsschade. Provincie Flevoland heeft onderzoek gedaan naar fijnstof, microplastics en bisfenol A in het oppervlaktewater en de bodem rond windmolens. Conclusie van dit onderzoek is dat het volgens Gedeputeerde Staten niet aan te tonen is dat windmolens de bron zijn van deze stoffen. De provincie heeft eind 2023 onderzoek laten doen door ingenieursbureau RoyalHaskoningDHV. Daaruit is gebleken dat de hoeveelheden bisfenol A die vrijkomen van windmolens bijna niet te meten zijn. De hoeveelheden zijn zelfs marginaal vergeleken met wat er vrijkomt door het verkeer, de industrie en de landbouw. Ook verspreidt BPA zich over een groot gebied en is er van een concentratie rond windmolens geen sprake. Ik bemoei me zelf al 15 jaar met het bisfenol A dossier, o.a. door bij de geboorte van mijn kinderen te kiezen voor BPA vrije flessen. Gelet op de zorgen bij Forum voor Democratie ben ik benieuwd naar de vervolgvragen over vervuiling van verkeer, industrie en landbouw.

    Duurzame elektriciteit projecten hebben ook te maken met van een stapeling van ambities: natuurinclusief, lokaal eigendom, ‘draagvlak’ (hoorde je bij de nieuwe kolencentrales en gascentrales begin deze eeuw geen politicus over…), landschappelijke inpassing etc. Terwijl de subsidie vanuit het Rijk tot en met 2024 vooral gericht was op kilowattknallen: wie het meeste kilowatturen hernieuwbare elektriciteit weet te produceren tegen de laagste prijs krijgt de subsidie toegewezen. Pas vanaf 2025 komt er ruimte in de subsidieregeling om kwaliteitsaspecten mee te wegen en te waarderen in de vorm van een hogere subsidie.

    Stand van zaken per RES

    Onderstaande tabel laat de ontwikkelingen per RES zien. Waarbij goed te zien is dat er grote verschillen zijn in de resultaten per RES. Dat hangt echter ook samen met hoe ambitieus het RES-bod was ten opzichte van wat er daadwerkelijk gerealiseerd was in 2018. Over het algemeen doen RES’en waar in 2018 al een aanzienlijke hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit werd geproduceerd het beter, dan RES’en die in RES 1.0 een hoge ambitie hebben neergelegd zonder dat er al productie plaatsvond. Waarbij Friesland en Groningen de uitzonderingen zijn die de regel bevestigen.

    RES-regioBod RES 1.02018202120232024%
    Achterhoek1.3503016237541231%
    Alblasserwaard320104272268%
    Amersfoort5002055010721%
    Arnhem/Nijmegen1.6203017822970043%
    Drechtsteden370204131320956%
    Drenthe3.49910560911.83853%
    Flevoland5.810805811.9095.62897%
    Foodvalley750903684.81226936%
    Friesland3.000304501582.51584%
    Fruitdelta Rivierenland1.2001003362.32543937%
    Goeree-Overflakkee85320281427934109%
    Groningen5.7001101.8819084.09372%
    Hart van Brabant1.0004034044149449%
    Hoeksche Waard38608532534389%
    Holland Rijnland1.1403063835321219%
    Metropoolregio Eindhoven2.0008026014264132%
    Midden-Holland4351087486368%
    Noord- en Midden-Limburg1.200702528895980%
    Noord-Holland Noord3.600809002472.04857%
    Noord-Holland Zuid2.700801.3772.47280030%
    Noord-Veluwe53010951.0305110%
    Noordoost-Brabant1.6007014411456135%
    Rotterdam/Den Haag2.800304763781.83566%
    Stedendriehoek1.070703211.56238736%
    Twente1.5005027037053436%
    U161.8005027036947326%
    West-Brabant2.200806821.2611.67176%
    West-Overijssel1.8265040252679744%
    Zeeland3.055801.6802.2862.45380%
    Zuid-Limburg1.330209314222117%
    Totaal55.1441.45013.30728.18031.68657%

    Kernenergie

    Wie goed op heeft gelet heeft gezien dat kernenergie in het NPE een behoorlijke rol speelt. De productie moet groeien van 4 TWh nu naar ruim 56 TWh in 2050. De eerste nieuwe kerncentrales zouden rond 2035 online moeten komen, maar lopen tegen vertragingen op, doordat er nog te veel onzekerheden zijn over de mogelijke locaties. Die zullen dus eerder rond 2040 operationeel worden. Als dat niet nog later wordt, wat gezien de ervaringen met kernenergie in de EU, VS en China niet onverwacht zou zijn. Want ook China, vaak aangehaald als voorbeeld van een land met een succesvolle nucleaire strategie, loopt achter bij het halen van zijn doelstellingen voor kernenergie: 58 GW in 2020, 70 GW in 2025 en 120 tot 130 GW in 2030. Met de kerncentrales in voorbereiding komt China uit op 88 GW in 2030. Eind 2024 heeft China volgens de World Nuclear Association 56,9 GW geïnstalleerd vermogen. Wat betekent dat China minstens 5 jaar achterloopt bij het behalen van z’n doelen voor kernenergie.

    Voor de voorstanders van kleine modulaire kerncentrales (SMR’s) is er ook minder goed nieuws. Nadat het eerste project van Nuscale werd afgeblazen, omdat de investeringskosten opgelopen waren naar $20.000 per kilowatt, wordt inmiddels ook duidelijk dat de bouwkosten van de BWRX-300 van GE-Hitachi een factor drie hoger ligt dan de oorspronkelijk begroot $2.250 per kilowattuur. Het goede nieuws voor GE-Hitachi is dat Ontario vooralsnog wel doorzet om de de SMR te realiseren. Het slechte nieuws is dat andere potentiële kopers voorlopig de kat uit de boom lijken te kijken om te zien of GE-Hitachi de kostprijs omlaag weet te krijgen.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Ruimtelijke ordeningsverkiezingen 2023

    De afgelopen 13 jaar was visie de olifant die het zicht belemmerde. Waar het eerste kabinet Rutte zo’n 10 jaar geleden verklaarde dat Nederland af is kondigde het laatste Kabinet Rutte de ‘grootste verbouwing van Nederland’ aan. Hoewel veel mensen dan denken aan het energiesysteem, gaat de verbouwing op veel meer terreinen spelen en veel meer aspecten van de leefomgeving raken. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) publiceerde vier scenario’s voor de inrichting van Nederland in 2050.

    In deze vier scenario’s schetst het PBL wat de effecten zijn van verschillende keuzes voor de inrichting van Nederland. Het PBL heeft een scenario ontwikkeld waarin grote bedrijven de lead hebben, een scenario met nog verdere digitalisering waardoor afstanden verdwijnen, een scenario met veel ruimte voor de natuur en een scenario waarin burgers het initiatief nemen in hun eigen leefomgeving. De uitkomsten van de scenario’s laten zien dat er wat te kiezen valt en laat dat nou net zijn wat in november 2023 mag doen: kiezen.

    Het belang van visie

    Investeringen die nu gedaan worden in nieuwe woonwijken, (energie)infrastructuur of waterhuishouding gaan zeker 50 jaar mee. Het is daarom van belang om vooruit te kijken naar het land waar we over 30 tot 50 jaar in willen wonen. Hoe ziet het er uit? Hoe en waar verdienen we er ons brood? Hoe en waar wonen we? Hoe ziet onze energievoorziening er uit? Waar bufferen we water voor droge tijden? Hoe ziet onze zorg er uit? Hoe verplaatsen we ons binnen de stad, maar misschien juist wel in de gebieden buiten de stad? Zetten we landelijk nog steeds in op de auto, terwijl steden die stapsgewijs weg lijken te plaatsen?

    En controversiëler wie verdienen hier hun brood? Als een kabinet al valt over een paar duizend gezinsherenigers, waarom zijn de honderdduizenden arbeidsmigranten dan geen onderwerp van discussie? Of is dat de onbenoemde olifant in de kamer? Hoe zorgen we voor voldoende arbeidskrachten voor onze economie? Willen we dat arbeidsmigranten weer terugkeren na gedane arbeid i.p.v. hier te blijven en zo ja, hoe zorgen we daar dan voor? Blijven we inzetten op arbeidsintensieve sectoren met lage lonen (bv. distributiehallen en kassen vol arbeidsmigranten die druk leggen op de woningmarkt en op schaarse ruimte)? Gaan we verplegend personeel uit het buitenland halen voor onze ouderenzorg of gaan we mee in het VVD verhaal dat de ouderenzorg digitaal wordt? Blijven we inzetten op meer werken en meer mantelzorg leveren i.p.v. op kwaliteit van leven?

    Ook wat controversiëler: Hoe ziet de landbouw er uit? Welke plek is er nog voor de intensieve, niet grondgebonden veeteelt? Hoe gaan we bodemdaling en de methaan en CO2 uitstoot van onze veenweidegebieden aanpakken? Maken we bodem en water sturend en gaan we weer CO2 vastleggen in onze veenweidegebieden? En wat betekent dat voor het verdienmodel van de boeren in deze gebieden en voor bv de energietransitie in het Groene Hart (pdf)?

    En hoe gaan we alle veranderingen organiseren. Is het initiatief aan het grote bedrijfsleven, is het aan inwoners, neemt de overheid weer de lead?

    Wie het antwoord weet mag het zeggen. Dat het komende kabinet de komende jaren op deze punten voor belangrijke keuzes staat is zeker. Want nationale ruimtelijke ordening is dan wel terug, maar de nationale keuzes zijn nog lang niet allemaal gemaakt.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Energieverkiezingen 2023

    De komende jaren zijn er tal van belangrijke onderwerpen waar de komende jaren belangrijke keuzes gemaakt moeten worden. Keuzes die vragen om visie. Vandaag de energieverkiezingen van 2023. Want de bij elkaar gefabuleerde migratiecrisis, is een doorzichtige poging tot machtsbehoud en focussen op het spel i.p.v. de knikkers.

    Concept plannen energie

    De afgelopen weken zijn belangrijke conceptplannen gepubliceerd voor iedereen die wat vindt van windturbines, zonnevelden, kerncentrales, hoogspanningsleidingen, waterstof en andere energiegerelateerde zaken. Te weten het concept Nationaal plan energiesysteem 2050, het Ontwerp-programma Energiehoofdstructuur, de zonnebrief van Jetten, het Nationaal programma verduurzaming industrie en de Routekaart verduurzaming industrie. Taaie kost, maar wel van stevige invloed op de economische en ruimtelijke structuur van Nederland de komende decennia. Daarmee kunnen deze verkiezingen wel eens de energieverkiezingen worden. Gezocht: partijen met visie en lef om keuzes te maken.

    Ontwerp-programma Energiehoofdstructuur

    Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) laat zien welke nieuwe nationale energie-infrastructuur nodig is richting 2050 en waar deze geplaatst kan worden. Hiermee kan het Rijk eerder afspraken maken over ruimte met gemeenten, provincies, havenbedrijven en netbeheerders. Ook geeft het PEH nationale kaders om zorgvuldig om te gaan met de ruimte en met respect voor de natuur, cultureel erfgoed, en leefbaarheid. Daarmee draagt het PEH bij aan het doel van een klimaatneutraal energiesysteem in 2050.

    Het ontwerp-PEH geeft een eerste beeld van de energiehoofdstructuur die nodig is voor het energiesysteem van de toekomst en de sturingsinstrumenten om hier te komen. De energiewereld en ruimtelijke ordening zijn hierin dichter bij elkaar gebracht.

    De ruimtelijke strategie die het Rijk voert via het PEH bestaat uit vijf peilers. De afwegingen waar welke functie het beste past kunnen per landschap en daarmee per regio verschillen. Op de eerste plaats wordt uitgegaan van hergebruik van fossiele ruimte voor energiehoofdstructuur. Dit is het meest efficiënt. Het gaat daarbij om hergebruik van bestaande leidingen en buisleidingstraten (bijvoorbeeld waterstof als vervanging van aardgas) alsook om het behoud van locaties van bestaande nationale energiecentrales voor toekomstige centrales. Voor kernenergie blijven enkel de locaties Borssele en Maasvlakte over. De locatie Eemshaven wordt geschrapt (bedankt VVD).

    Een tweede uitgangspunt is voorsorteren op elektrificatie. Op basis van scenario’s rekent het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat er op dat er op veel meer plekken elektriciteit wordt geproduceerd en gebruikt. Als reactie hierop komt er een diepe aanlanding van wind op zee. Hogere taalkunde voor een gelijkspanningskabel vanaf de kust naar Chemelot in Limburg.

    De derde peiler is ruimtelijke regie op opslag en conversie als nieuwe onderdelen in het energiesysteem. Voor grootschalige conversie en opslag van energie bestond tot nu toe geen ruimtelijk beleid. Hoewel de ontwikkeling van elektrolyse zich nog in een beginstadium bevindt, is het belangrijk om nu al rekening te houden met stevige groei. Ook omdat de Tweede Kamer een hoog ambitieniveau heeft vastgelegd. Electrolyse vraagt ruimte, aansluiting op het elektriciteitsnetwerk, aansluiting op het buisleidingennetwerk en water.

    In het energiesysteem van de toekomst zullen batterijen in toenemende mate een belangrijke rol spelen voor het opvangen van korte-termijn onbalans in vraag en aanbod van elektriciteit. Deze vergen ook ruimte (fysiek en op het elektriciteitsnetwerk).

    De vierde en vijfde peiler zijn de duizenddingendoekjes van het moderne beleid: de integrale afweging in de leefomgeving en de lerende aanpak.

    Na vaststelling van het PEH start een juridisch traject waarin onderdelen uit het PEH worden vertaald naar het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en de Energiewet. Daarnaast wordt de interbestuurlijke handhaving en monitoring voor het behoud
    van ruimte voor energiehoofdstructuur aangescherpt. Of het PEH nog vastgesteld gaat worden nu het Kabinet demissionair is, is een goede vraag.

    Nationaal plan energiesysteem 2050

    Een tweede belangrijk document dat op 3 juli naar de Tweede Kamer is gestuurd en dat tot en met 1 oktober ter inzage en consultatie ligt is het Nationaal plan energiesysteem 2050 (NPE). Het doel om in 2050 klimaatneutraal te zijn heeft grote gevolgen voor het toekomstige energiesysteem. Het NPE kijkt met een integrale blik en vanuit klimaatneutraliteit in 2050 naar het energiesysteem. Door de ontwikkelpaden van energieketens en vraagsectoren in kaart te brengen, wordt helder waar deze niet op elkaar aansluiten. Hier zijn dus keuzes nodig.

    Op basis van gesprekken met experts, een Energieraadpleging en diverse bijeenkomsten concludeert de Minister dat we een duurzaam en rechtvaardig energiesysteem willen. Het concept Nationaal plan energiesysteem 2050 bevat 5 richtinggevende keuzes:

    1. Maximaal aanbod: ontwikkeling van maximaal aanbod en infrastructuur van elektriciteit, waterstof, duurzame koolstofdragers en warmte.
    2. Energiebesparing: energiebesparing is onmisbaar bij schaarste aan energie en infrastructuur.
    3. Verdelen bij schaarste: verdeling en inzet van energie en energie-infrastructuur vanuit een systeemperspectief.
    4. Internationale samenwerking: Nederland als belangrijke energiehub voor de EU.
    5. Samen sturen: met burgers en bedrijven, met ruimte voor participatie en perspectief.

    Maximaal aanbod

    De sturende keuze ‘maximale inzet op aanbod van energie’ is een belangrijke. Het concept-NPE bevat een tamelijk ambitieus te noemen groeiscenario voor het aanbod van elektriciteit, onder het motto: afschalen is makkelijker dan opschalen. Het concept Nationaal plan energiesysteem zet maximaal in op een groei van de elektriciteitsproductie van zo’n 122 TWh in 2022 naar zo’n 600 TWh in 2050. Een groei die nodig is om de toenemende vraag naar elektriciteit aan te kunnen, waarbij het uitgangspunt lijkt: we blijven alles doen wat we nu doen.

    Met een beetje rekenen en meten op basis van de tabel op bladzijde 26 van het NPE kom ik grofweg tot de volgende hoeveelheden. Kleine zonnedaken zijn meegerekend bij wind en zon op land (al mag dat niet volgens de huidige systematiek van de regionale energiestrategieën, wat ik stom vind). Bij de bron waterstof gaat het om energiecentrales die elektriciteit maken met behulp van waterstof. Alle getallen zijn in TWh, dat staat gelijk aan 1.000.000 kWh. Voor de productie van 1 TWh zijn volgens het Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën zo’n 54 windturbines van 5 MW of 1.000 ha zonnepanelen benodigd (op dak, water of veld). Een kerncentrale van 1 GW produceert zo’n 7,4 TWh, uitgaande van 85% beschikbaarheid op jaarbasis (gemiddelde van Belgische kerncentrales van 2000-2021).

    Npe Elektriciteitsproductie 1024x273 1

    Een andere belangrijke vraag is waar de elektriciteit voor gebruikt wordt. Daarbij zijn er twee hoofdcategorieën te onderscheiden: elektriciteit die ingezet wordt als eindgebruik (bv voor verlichting in je huis) en elektriciteit die ingezet wordt in andere ketens (bv voor de productie van waterstof) of elektriciteit die verloren gaat (bv door omzettingsverliezen). Onderstaande tabel laat zien om wellke hoeveelheden het gaat volgens het NPE.

    Npe2050 Elektriciteitsvraag 1024x345 1

    Wat opvalt is de sterke stijging bij transport (is nationaal en internationaal samen, omdat de grafiek slecht leesbaar is), de stijging bij de industrie en vooral de forse stijging van de inzet van elektriciteit bij de productie van waterstof, koolstofdragers en warmtelevering. In totaal is de verwachte vraag naar elektriciteit in 2050 568 TWh. Dat lijkt een groot verschil, maar betekent dat de minister inzet op 6% meer productie dan de verwachte vraag.

    Een beetje extra productie t.o.v. de vraag is geen overbodige luxe, want De Groene Amsterdammer heeft een aantal weken geleden berekend dat alleen al de chemie en raffinaderijen 350 TWh nodig heeft. Daarmee wordt dan rond 2050 brandstoffen geproduceerd voor Afrika en andere landen met minder strenge milieuregels (als de oliebedrijven voor elkaar krijgen wat de kolenindustrie niet lukt).

    Wanneer ik de cijfers uit de Groene vergelijk met de cijfers uit het NPE zou het volledige stroomgebruik van industrie en van de inzet voor waterstof, koolstofdragers en warmtelevering enkel voor chemie en raffinaderijen bestemd zijn. Wat niet waarschijnlijk lijkt, want er zijn meer sectoren. Volledige verduurzaming van de bestaande industrie zou de vraag naar elektriciteit dus nog wel eens verder kunnen verhogen.

    Een van de redenen dat bijvoorbeeld Natuur&Milieu zich op basis van een CE rapport afvraagt of energie-intensieve basisindustrie nog een plaats heeft in Nederland.

    Vragen om visie en keuze

    De vragen waar ik van politieke partijen graag een antwoord op zou zien is:

    Het tijdperk van goedkope beschikbare energie als comparatief voordeel voor het aantrekken van energie-intensieve bedrijven is met het afbouwen van de gaswinning in Groningen voorbij voor Nederland. Wat niet wil zeggen dat energie voor alle gebruikers duurder wordt.

    Het vraagt wel antwoord op de vraag: Welke bedrijfstakken willen we voor Nederland behouden? Zijn er (deel)sectoren die beter herplaatsbaar zijn binnen de EU, naar delen met een comparatief voordeel in tijden van goedkope energie van wind, zon en water?

    Als we wel actief een sector ondersteunen om deze te behouden, hoeveel elektriciteit en ruimte vergen die dan? Hoe en waar gaan we de elektriciteit opwekken? Geen gratis lunch meer: alles houden, dan ook zelf de zaaltjes in om uit te leggen dat er extra windturbines / zonneparken / energieopslag / kerncentrales / waterstofcentrales* etc. nodig zijn?

    Hoeveel extra windturbines/zonnevelden/waterstofcentrales/kerncentrales* gaat uw partij realiseren voor verkoop van fossiele brandstoffen in andere landen, of zetten we in op meer duurzame elektriciteitsproductie in die landen en elektrificatie van het vervoer daar. Op die manier verplaatsen we de overlast van windturbines en zonnevelden en verlagen we de CO2 uitstoot wereldwijd. Of accepteren we zo’n 42 GW aan extra kerncentrales om Afrika te voorzien van fossiele brandstoffen?

    Maar ook andersom geen gratis lunch: Als uw partij geen windturbines / zonneparken / energieopslag / kerncentrales / waterstofcentrales* wil, welke economische sector gaat dan krimpen?

    Als uw partij geen warmtenet of wijkaanpakken voor aardgasvrij wil hoe gaat u dan de extra benodigde stroom voor aardgasvrij verwarmen opwekken?

    Hoe denkt uw partij over de nieuwe milieunormen voor windparken en over de nieuwe zonneregels? Passen deze opvattingen bij uw opvatting over het tempo van opschaling van uw variant van het NPE en past uw variant van het NPE in het bredere klimaatbeleid?

    * doorhalen wat van toepassing is

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • De Danseressen van Don Quichot (deel 8): Almere

    Voor het verhaal over de Danseressen van Don Quichot is de polderwachter op bezoek geweest op plekken in Nederland waar mensen windturbines ‘in hun achtertuin’ hebben staan. Dit is het verslag van zijn bezoek aan een woonwijk in Almere

    Toelichting

    De polderwachter vertelt verhalen over het Hollandse landschap. En nu kreeg hij de vraag of de polderwachter een verhaal wilde maken over windturbines. U weet wel: die moderne windmolens waarmee we zelf onze eigen schone groene energie op kunnen wekken. Maar hoe schildert hij ze af: Zijn het de reuzen waar Don Quichot tegen vocht of moeten we ze zien als vrolijke danseressen op het polderpodium?

    De polderwachter ziet de danseressen, maar als hij op internet kijkt of als hij het vraag aan zijn gasten in de polder dan lijkt het vaak vrij heftig: “Vogels worden doormidden gehakt”, “Man slaapt in auto na komst windturbine”. Dan wordt het een lelijk portret.

    Uit ervaring weet hij dat sommige verhalen sterker zijn dan de realiteit. Dus heeft hij zijn stalen ros gezadeld en is op pad gegaan. Naar plekken waar mensen turbines in hun achtertuin hebben. Om ook de mensen te horen die je normaal niet hoort, heeft hij bij alle huizen aangebeld met de vraag: Hoe is dat: Een windturbine ‘in your backyard’? …en als u nu denkt: “Ja, hij heeft gewoon geknipt en geplakt”. Dat klopt. Voor het hele verhaal kunt u de zeven verslagen van de bezoeken beluisteren.

  • De Danseressen van Don Quichot (deel 6): Kolhorn

    Voor het verhaal over de Danseressen van Don Quichot is de polderwachter op bezoek geweest op plekken in Nederland waar mensen windturbines ‘in hun achtertuin’ hebben staan. Dit is het verslag van mijn bezoek aan een woonwijk in Kolhorn.

    Toelichting

    De polderwachter vertelt verhalen over het Hollandse landschap. En nu kreeg hij de vraag of de polderwachter een verhaal wilde maken over windturbines. U weet wel: die moderne windmolens waarmee we zelf onze eigen schone groene energie op kunnen wekken. Maar hoe schildert hij ze af: Zijn het de reuzen waar Don Quichot tegen vocht of moeten we ze zien als vrolijke danseressen op het polderpodium?

    De polderwachter ziet de danseressen, maar als hij op internet kijkt of als hij het vraag aan zijn gasten in de polder dan lijkt het vaak vrij heftig: “Vogels worden doormidden gehakt”, “Man slaapt in auto na komst windturbine”. Dan wordt het een lelijk portret.

    Uit ervaring weet hij dat sommige verhalen sterker zijn dan de realiteit. Dus heeft hij zijn stalen ros gezadeld en is op pad gegaan. Naar plekken waar mensen turbines in hun achtertuin hebben. Om ook de mensen te horen die je normaal niet hoort, heeft hij bij alle huizen aangebeld met de vraag: Hoe is dat: Een windturbine ‘in your backyard’? …en als u nu denkt: “Ja, hij heeft gewoon geknipt en geplakt”. Dat klopt. Voor het hele verhaal kunt u de zeven verslagen van de bezoeken beluisteren.

  • De Danseressen van Don Quitchot (deel 5): Leimuiden

    Voor het verhaal over de Danseressen van Don Quichot is de polderwachter op bezoek geweest op plekken in Nederland waar mensen windturbines ‘in hun achtertuin’ hebben staan. Dit is het verslag van zijn bezoek aan een woonwijk in Leimuiden.

    Toelichting

    De polderwachter vertelt verhalen over het Hollandse landschap. En nu kreeg hij de vraag of de polderwachter een verhaal wilde maken over windturbines. U weet wel: die moderne windmolens waarmee we zelf onze eigen schone groene energie op kunnen wekken. Maar hoe schildert hij ze af: Zijn het de reuzen waar Don Quichot tegen vocht of moeten we ze zien als vrolijke danseressen op het polderpodium?

    De polderwachter ziet de danseressen, maar als hij op internet kijkt of als hij het vraag aan zijn gasten in de polder dan lijkt het vaak vrij heftig: “Vogels worden doormidden gehakt”, “Man slaapt in auto na komst windturbine”. Dan wordt het een lelijk portret.

    Uit ervaring weet hij dat sommige verhalen sterker zijn dan de realiteit. Dus heeft hij zijn stalen ros gezadeld en is op pad gegaan. Naar plekken waar mensen turbines in hun achtertuin hebben. Om ook de mensen te horen die je normaal niet hoort, heeft hij bij alle huizen aangebeld met de vraag: Hoe is dat: Een windturbine ‘in your backyard’? …en als u nu denkt: “Ja, hij heeft gewoon geknipt en geplakt”. Dat klopt. Voor het hele verhaal kunt u de zeven verslagen van de bezoeken beluisteren.

  • De danseressen van Don Quichot (deel 4): Maarssenbroek

    Voor het verhaal over de Danseressen van Don Quichot is de polderwachter op bezoek geweest op plekken in Nederland waar mensen windturbines ‘in hun achtertuin’ hebben staan. Dit is het verslag van zijn bezoek aan een woonwijk in Maarssenbroek.

    Toelichting

    De polderwachter vertelt verhalen over het Hollandse landschap. En nu kreeg hij de vraag of de polderwachter een verhaal wilde maken over windturbines. U weet wel: die moderne windmolens waarmee we zelf onze eigen schone groene energie op kunnen wekken. Maar hoe schildert hij ze af: Zijn het de reuzen waar Don Quichot tegen vocht of moeten we ze zien als vrolijke danseressen op het polderpodium?

    De polderwachter ziet de danseressen, maar als hij op internet kijkt of als hij het vraag aan zijn gasten in de polder dan lijkt het vaak vrij heftig: “Vogels worden doormidden gehakt”, “Man slaapt in auto na komst windturbine”. Dan wordt het een lelijk portret.

    Uit ervaring weet hij dat sommige verhalen sterker zijn dan de realiteit. Dus heeft hij zijn stalen ros gezadeld en is op pad gegaan. Naar plekken waar mensen turbines in hun achtertuin hebben. Om ook de mensen te horen die je normaal niet hoort, heeft hij bij alle huizen aangebeld met de vraag: Hoe is dat: Een windturbine ‘in your backyard’? …en als u nu denkt: “Ja, hij heeft gewoon geknipt en geplakt”. Dat klopt. Voor het hele verhaal kunt u de zeven verslagen van de bezoeken beluisteren.

  • De danseressen van Don Quichot (deel 2): Wilnis

    Voor het verhaal over de Danseressen van Don Quichot is de polderwachter op bezoek geweest op plekken in Nederland waar mensen windturbines ‘in hun achtertuin’ hebben staan. Dit is het verslag van zijn bezoek aan een parkeerplaats in Wilnis met uitzicht op de windturbine.

    Toelichting

    De polderwachter vertelt verhalen over het Hollandse landschap. En nu kreeg hij de vraag of de polderwachter een verhaal wilde maken over windturbines. U weet wel: die moderne windmolens waarmee we zelf onze eigen schone groene energie op kunnen wekken. Maar hoe schildert hij ze af: Zijn het de reuzen waar Don Quichot tegen vocht of moeten we ze zien als vrolijke danseressen op het polderpodium?

    De polderwachter ziet de danseressen, maar als hij op internet kijkt of als hij het vraag aan zijn gasten in de polder dan lijkt het vaak vrij heftig: “Vogels worden doormidden gehakt”, “Man slaapt in auto na komst windturbine”. Dan wordt het een lelijk portret.

    Uit ervaring weet hij dat sommige verhalen sterker zijn dan de realiteit. Dus heeft hij zijn stalen ros gezadeld en is op pad gegaan. Naar plekken waar mensen turbines in hun achtertuin hebben. Om ook de mensen te horen die je normaal niet hoort, heeft hij bij alle huizen aangebeld met de vraag: Hoe is dat: Een windturbine ‘in your backyard’? …en als u nu denkt: “Ja, hij heeft gewoon geknipt en geplakt”. Dat klopt. Voor het hele verhaal kunt u de zeven verslagen van de bezoeken beluisteren.

  • De danseressen van Don Quichot (deel 1)

    De polderwachter vertelt verhalen over het Hollandse landschap. En nu kreeg hij de vraag of de polderwachter een verhaal wilde maken over windturbines. U weet wel: die moderne windmolens waarmee we zelf onze eigen schone groene energie op kunnen wekken. Maar hoe schildert hij ze af: Zijn het de reuzen waar Don Quichot tegen vocht of moeten we ze zien als vrolijke danseressen op het polderpodium?

    De polderwachter ziet de danseressen, maar als hij op internet kijkt of als hij het vraag aan zijn gasten in de polder dan lijkt het vaak vrij heftig: “Vogels worden doormidden gehakt”, “Man slaapt in auto na komst windturbine”. Dan wordt het een lelijk portret.

    Uit ervaring weet hij dat sommige verhalen sterker zijn dan de realiteit. Dus heeft hij zijn stalen ros gezadeld en is op pad gegaan. Naar plekken waar mensen turbines in hun achtertuin hebben. Om ook de mensen te horen die je normaal niet hoort, heeft hij bij alle huizen aangebeld met de vraag: Hoe is dat: Een windturbine ‘in your backyard’? …en als u nu denkt: “Ja, hij heeft gewoon geknipt en geplakt”. Dat klopt. Voor het hele verhaal kunt u de zeven verslagen van de bezoeken beluisteren.

  • FTM: Uniper wil belastingbetaler op laten draaien voor foutieve investeringsbeslissing

    Het bedrag dat Uniper wil hebben voor het sluiten van zijn nieuwe kolencentrale  op de Maasvlakte is veel hoger dan de marktontwikkelingen rechtvaardigen. Dat blijkt uit documenten die Follow The Money in handen heeft. Uniper besloot in 2008 tot de bouw van een nieuwe kolencentrale ter waarde van 1,7 miljard Euro. Uniper wil momenteel 850 miljoen Euro van de staat, voor het uiterlijk in 2030 sluiten van de zijn kolencentrale.

    De business case uit 2006

    In 2008 was het groothandelstarief van elektriciteit in Nederland hoog. Reden voor het toenmalig kabinet om aan te dringen op nieuwe kolencentrales, de gasprijs lag namelijk ook hoog en de kosten van zon- en windenergie waren nog niet concurrerend. Uiteindelijk zorgde dit voor plannen van nieuwe kolencentrales van (de voorgangers van) RWE, Uniper, Vattenfall en Engie. Eneco koos voor een nieuwe gascentrale, Vattenfall besloot eerst het gasdeel van de nieuwe Magnum centrale te bouwen en heeft later afgezien van het kolendeel. RWE, Uniper en Engie zetten hun plannen wel door.

    Uit de documenten die FTM in handen heeft blijkt dat ze bij hun investeringsbeslissing uitgingen van een verwachte stroomprijs van 85,31 Euro/MWh in 2019, 107,53 Euro/MWh in 2030 en 144,83 Euro/MWh in 2050. De werkelijke stroomprijs in 2019 schommelt tussen de 25 en 45 Euro/MWh op de spotmarkt. Dat is 36-70% minder dan verwacht. De verwachte stijging van de stroomprijs is uitgebleven, zoals met name het ministerie van Economische Zaken en het grootverbruikersconsortium hoopten.

    De elektriciteitsbedrijven verwachtte in 2006 dat de CO2 prijs van 12,91 Euro/ton CO2 naar 42,11 Euro/ton CO2 zou oplopen. Dat is een overschatting gebleken, momenteel schommelt de ETS-prijs rond de 25 Euro per ton. Dat levert een meevaller op van zo’n 17 Euro/ton CO2.

    De energiebedrijven dachten echter dat Nederland een Duits plan uit dit tijd over zou nemen om de energie-intensieve industrieën 14 jaar van gratis CO2-rechten te voorzien. In een memo in handen van FTM wordt de verwachting uitgesproken dat de lobby van de energiesector voor overname van het Duitse plan en daarmee gratis rechten succesvol zal zijn. En dat elektriciteitsbedrijven in het pessimistische scenario 85% van hun CO2 rechten 10 jaar gratis zouden krijgen. Het Duitse systeem werd echter niet overgenomen, sterker sinds 2013 is Nederland gestopt met het gratis verstrekken van CO2 rechten aan elektriciteitsbedrijven.

    FTM rekent voor dat steenkolenstroom per Euro prijsstijging in ETS 0,08 Eurocent duurder wordt. Gascentrales stoten minder CO2 uit, waardoor de kostprijs met slechts 0,04 Eurocent stijgt. Bij een ETS prijs van 25 Euro/ton betekent dat dat de kosten van kolenstroom 2 Eurocent stijgen en van gasstroom met 1 Eurocent. Biomassa, windenergie en zonne-energie hebben geen last van de stijging van de ETS-prijs.

    Kolen uit de mix

    Veel Europese kolencentrales hebben last van de stijgende CO2 prijs, lage gasprijzen en van het toenemend aandeel hernieuwbare energie, met name zon- en windenergie. Volgens een onderzoek van Carbon Tracker, waar we hier eerder over berichtte, draait bijna 80% van de Europese kolencentrales met verlies.

    Dat de Nederlandse kolencentrales hier ook last hebben bleek dit jaar met verschillende kolenstroomvrije dagen. Dagen waarop er voldoende wind- en zonne-energie voorhanden was om aan de vraag naar stroom te voldoen. De eerste was op 6 juli 2019, het eerste moment zonder kolenstroom in 133 jaar duurde 2 dagen. In de periode 7 tot 21 augustus gingen de kolencentrales 2 weken uit. In september waren de kolencentrales uit van 11 tot 16 september en op 28 en 29 september.

    Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproducten

    In de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproducten staat dat het vanaf 2030 verboden is om elektriciteit te produceren met kolen als brandstof. De wet werd op 4 juli 2019 met 125 stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. Op het eerste gezicht een overwinning voor de milieubeweging en de groene partijen in de Tweede Kamer. De wet is echter ook aanleiding voor Uniper om naar de rechter te stappen. Uniper stelt dat het wetsvoorstel een verkapte vorm van onteigening is en eist 850 miljoen Euro van de staat. Op basis van de verwachtingen uit 2006 en de werkelijke ontwikkelingen in 2019 is het de vraag of dat bedrag gerechtvaardigd is. Een veel lager bedrag ligt voor de hand. Zeker omdat verschillende concurrenten al fors hebben afgeboekt op de waarde van hun nieuwe kolencentrales. Ook heeft Engie z’n Nederlandse kolencentrale samen met 3 andere verkocht voor een bedrag van naar verluidt 250 miljoen Euro. Al heeft Engie het precieze bedrag niet bekend gemaakt, de schuldenpositie kon met 200 miljoen worden verbeterd door de verkoop.

    Conclusies

    De belangrijkste conclusie lijkt dat ook scenario’s van energiebedrijven er naast kunnen zitten. De tweede conclusie heeft te maken met de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproducten. Hoe aantrekkelijk het ook lijkt om dergelijk verboden in te stellen, het is niet per se verstandig als gekozen wordt voor een marktsysteem, zoals ETS.  Het maakt namelijk kwetsbaar voor juridische procedures. Wanneer Engie wint kan het zelfs reden zijn voor gascentrales of andere sectoren die gesaneerd moeten worden vanuit bedrijfseconomisch en milieu-oogpunt om in te zetten op een verbod voor hun sector. In dat laatste geval lopen ze namelijk weg met een vergoeding van de belastingbetaler voor een sanering die bedrijfseconomisch toch al plaats zal vinden. Al is het bij een bedrijfseconomisch proces lastiger om een harde einddatum te bepalen.

    Open waanlink

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.