FTM: Uniper wil belastingbetaler op laten draaien voor foutieve investeringsbeslissing

Het bedrag dat Uniper wil hebben voor het sluiten van zijn nieuwe kolencentrale  op de Maasvlakte is veel hoger dan de marktontwikkelingen rechtvaardigen. Dat blijkt uit documenten die Follow The Money in handen heeft. Uniper besloot in 2008 tot de bouw van een nieuwe kolencentrale ter waarde van 1,7 miljard Euro. Uniper wil momenteel 850 miljoen Euro van de staat, voor het uiterlijk in 2030 sluiten van de zijn kolencentrale.

De business case uit 2006

In 2008 was het groothandelstarief van elektriciteit in Nederland hoog. Reden voor het toenmalig kabinet om aan te dringen op nieuwe kolencentrales, de gasprijs lag namelijk ook hoog en de kosten van zon- en windenergie waren nog niet concurrerend. Uiteindelijk zorgde dit voor plannen van nieuwe kolencentrales van (de voorgangers van) RWE, Uniper, Vattenfall en Engie. Eneco koos voor een nieuwe gascentrale, Vattenfall besloot eerst het gasdeel van de nieuwe Magnum centrale te bouwen en heeft later afgezien van het kolendeel. RWE, Uniper en Engie zetten hun plannen wel door.

Uit de documenten die FTM in handen heeft blijkt dat ze bij hun investeringsbeslissing uitgingen van een verwachte stroomprijs van 85,31 Euro/MWh in 2019, 107,53 Euro/MWh in 2030 en 144,83 Euro/MWh in 2050. De werkelijke stroomprijs in 2019 schommelt tussen de 25 en 45 Euro/MWh op de spotmarkt. Dat is 36-70% minder dan verwacht. De verwachte stijging van de stroomprijs is uitgebleven, zoals met name het ministerie van Economische Zaken en het grootverbruikersconsortium hoopten.

De elektriciteitsbedrijven verwachtte in 2006 dat de CO2 prijs van 12,91 Euro/ton CO2 naar 42,11 Euro/ton CO2 zou oplopen. Dat is een overschatting gebleken, momenteel schommelt de ETS-prijs rond de 25 Euro per ton. Dat levert een meevaller op van zo’n 17 Euro/ton CO2.

De energiebedrijven dachten echter dat Nederland een Duits plan uit dit tijd over zou nemen om de energie-intensieve industrieën 14 jaar van gratis CO2-rechten te voorzien. In een memo in handen van FTM wordt de verwachting uitgesproken dat de lobby van de energiesector voor overname van het Duitse plan en daarmee gratis rechten succesvol zal zijn. En dat elektriciteitsbedrijven in het pessimistische scenario 85% van hun CO2 rechten 10 jaar gratis zouden krijgen. Het Duitse systeem werd echter niet overgenomen, sterker sinds 2013 is Nederland gestopt met het gratis verstrekken van CO2 rechten aan elektriciteitsbedrijven.

FTM rekent voor dat steenkolenstroom per Euro prijsstijging in ETS 0,08 Eurocent duurder wordt. Gascentrales stoten minder CO2 uit, waardoor de kostprijs met slechts 0,04 Eurocent stijgt. Bij een ETS prijs van 25 Euro/ton betekent dat dat de kosten van kolenstroom 2 Eurocent stijgen en van gasstroom met 1 Eurocent. Biomassa, windenergie en zonne-energie hebben geen last van de stijging van de ETS-prijs.

Kolen uit de mix

Veel Europese kolencentrales hebben last van de stijgende CO2 prijs, lage gasprijzen en van het toenemend aandeel hernieuwbare energie, met name zon- en windenergie. Volgens een onderzoek van Carbon Tracker, waar we hier eerder over berichtte, draait bijna 80% van de Europese kolencentrales met verlies.

Dat de Nederlandse kolencentrales hier ook last hebben bleek dit jaar met verschillende kolenstroomvrije dagen. Dagen waarop er voldoende wind- en zonne-energie voorhanden was om aan de vraag naar stroom te voldoen. De eerste was op 6 juli 2019, het eerste moment zonder kolenstroom in 133 jaar duurde 2 dagen. In de periode 7 tot 21 augustus gingen de kolencentrales 2 weken uit. In september waren de kolencentrales uit van 11 tot 16 september en op 28 en 29 september.

Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproducten

In de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproducten staat dat het vanaf 2030 verboden is om elektriciteit te produceren met kolen als brandstof. De wet werd op 4 juli 2019 met 125 stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. Op het eerste gezicht een overwinning voor de milieubeweging en de groene partijen in de Tweede Kamer. De wet is echter ook aanleiding voor Uniper om naar de rechter te stappen. Uniper stelt dat het wetsvoorstel een verkapte vorm van onteigening is en eist 850 miljoen Euro van de staat. Op basis van de verwachtingen uit 2006 en de werkelijke ontwikkelingen in 2019 is het de vraag of dat bedrag gerechtvaardigd is. Een veel lager bedrag ligt voor de hand. Zeker omdat verschillende concurrenten al fors hebben afgeboekt op de waarde van hun nieuwe kolencentrales. Ook heeft Engie z’n Nederlandse kolencentrale samen met 3 andere verkocht voor een bedrag van naar verluidt 250 miljoen Euro. Al heeft Engie het precieze bedrag niet bekend gemaakt, de schuldenpositie kon met 200 miljoen worden verbeterd door de verkoop.

Conclusies

De belangrijkste conclusie lijkt dat ook scenario’s van energiebedrijven er naast kunnen zitten. De tweede conclusie heeft te maken met de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproducten. Hoe aantrekkelijk het ook lijkt om dergelijk verboden in te stellen, het is niet per se verstandig als gekozen wordt voor een marktsysteem, zoals ETS.  Het maakt namelijk kwetsbaar voor juridische procedures. Wanneer Engie wint kan het zelfs reden zijn voor gascentrales of andere sectoren die gesaneerd moeten worden vanuit bedrijfseconomisch en milieu-oogpunt om in te zetten op een verbod voor hun sector. In dat laatste geval lopen ze namelijk weg met een vergoeding van de belastingbetaler voor een sanering die bedrijfseconomisch toch al plaats zal vinden. Al is het bij een bedrijfseconomisch proces lastiger om een harde einddatum te bepalen.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

De toekomst van gaswinning in Nederland

Minister Wiebes van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft begin 2018 aangekondigd dat de gaswinning in Groningen vanaf 2030 beëindigd wordt. NAM maakte vorig jaar al duidelijk dat het veld tegen die tijd ook al leeg is of niet meer op het huidig niveau kan produceren. NAM is inmiddels begonnen met de ontmanteling van de eerste productielocaties in Groningen. Om de gasbaten nog wat langer binnen te laten komen is de rijksoverheid er veel aan gelegen om de gaswinning uit kleine velden op te voeren. In antwoord op schriftelijke Kamervragen van Tierry Baudet stelt minister Wiebes dat hij een toename van de binnenlandse gasproductie verwacht.

Het voorgenomen verbod op het gebruik van kolen voor elektriciteitsproductie moet ertoe leiden dat er per 1 januari 2030 geen kolen meer gebruikt worden voor de productie van elektriciteit. Hiermee wordt verzekerd dat het verbod op kolen een aanzienlijke bijdrage levert aan het realiseren van de ambitie uit het klimaatakkoord van 49% CO2-reductie. Dit heeft invloed op de samenstelling van het Nederlandse productiepark. Welke energiebronnen de weggevallen productie als gevolg van het verbod zullen opvangen is afhankelijk van de ontwikkelingen op de elektriciteitsmarkt en daarmee onzeker. Op basis van de analyse van Frontier Economics (2018) is onze inschatting dat de voorgenomen wet zal leiden tot een toename van de import en een toename van de binnenlandse productie van gas en biomassa.

Een toename van binnenlandse productie? Waar wil de minister die vandaan toveren met afbouw van de gaswinning in Groningen en afnemende productie van de kleine velden? Broeden EZK en EBN op een hernieuwde poging om schaliegas te winnen of heeft EBN hoge verwachtingen van de hoeveelheid aardgas die gewonnen kan worden via de dual-play strategie bij diepe en ultradiepe aardwarmte? Deze dual-play strategie beschreef EBN in 2018 op pagina 45 van het rapport Play based portfoliobenadering (pdf):

Met name op het gebied van het combi­neren van geothermie en olie- en gaswinning zou onshore nog veel mogelijk zijn. Dit gaat om herge­bruik van bestaande olie- en gasputten, maar ook om nieuwe projectontwikkelingen waarbij tijdelijk nog olie- en gas gewonnen worden en tegelijk duurzame geothermie kan worden ontwikkeld die profiteert van een sterke risico- en kostenreductie.

En waarom is onduidelijk hoe de weggevallen elektriciteitsproductie van kolencentrales opgevangen gaat worden? Is er als opdracht aan de elektriciteitstafel van het klimaatakkoord geen opgave voor 20 Mton CO2 reductie in 2030 meegegeven? Lijkt me lastig realiseerbaar als aardgas op veel grotere schaal ingezet gaat worden voor elektriciteitsopwekking.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

CO2-heffing: ’Industrie is kleuter die tegenstribbelt’

De industrie schreeuwt moord en brand omdat het kabinet een CO2-heffing invoert. Gaat dit banen kosten in de staalindustrie en bij andere vervuilende bedrijven? Klimaateconoom Reyer Gerlagh ontkent de risico’s niet, maar is toch voorstander. De Tilburgse hoogleraar klimaateconomie was mede-initiatiefnemer van een open brief van 71 economen die pleitten voor een CO2-heffing. In een interview met De Telegraaf stelt Gerlagh:

We kunnen wel op elkaar blijven wachten, dan komen we helemaal nergens.

(…)

Er wordt van twee walletjes gegeten. De prijs moet laag zijn én ze moeten een hoge compensatie krijgen. Met zo’n hoge compensatie kun je je juíst een hoge prijs veroorloven zonder dat je failliet hoeft te gaan. De energie-intensieve industrie gedraagt zich heel behoudend, hakken in het zand. Terwijl je je de vraag moet stellen: waar wil je staan over 20 jaar? Maar de industrie richt zich te veel op het tegenhouden van verandering. De industrie is als een tegenstribbelende kleuter.

Met compenserende maatregelen kun je volgens Gerlagh voor een belangrijk deel voorkomen dat bedrijven naar het buitenland verdwijnen. Een ander doel waar een CO2 heffing bij helpt is technologische veranderingen, dat blijkt uit empirisch onderzoek. Als er een prijs is voor CO2 ontwikkelen bedrijven patenten voor zuiniger productieprocessen. Precies de innovaties die nodig zijn voor een CO2 arme economie.

Gerlach stelt dat bedrijven die hun ingenieurs opdracht geven om slimme manieren te bedenken om minder CO2 uit te stoten uiteindelijk minder CO2-heffing betalen en subsidies ontvangen. Bedrijven die dat niet doen en het allemaal maar gedoe vinden, betalen de heffing en doen verder niks. Dan zijn bedrijven die investeren beter af. Die bedrijven blijven bestaan, bedrijven die niets doen gaan failliet.

Gerlach geeft in het interview ook aan dat de energieprijs voor de industrie in Nederland laag is. Als we die lage energieprijs zouden houden en die CO2-heffing er bovenop zetten, komt Nederland misschien op het niveau van gewone energieprijzen. Op papier is Nederland dan het enige land met een CO2-prijs, in de realiteit is de Nederlandse lastendruk dan vergelijkbaar met andere landen. Waarmee niet gezegd is dat het geen spannend experiment is, op deze specifieke manier is het volgens Gerlach nog niet eerder gedaan door andere landen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Shell en de Nederlandse achterstand op duurzaamheid

Er is hier een grote achterstand op het gebied van duurzaamheid. Nu wil men vanuit die achterstand voorop gaan lopen. Toen wij het vijf tot tien jaar geleden aan de orde stelden, had niemand daar belangstelling voor.

Aldus Marjan van Loon, CEO van Shell Nederland, over de situatie in Nederland in een artikel over de kritiek op de sponsoring van Generation Discover door Shell. Alleen is mevrouw van Loon vergeten dat voormalig Shell topman Peter Voser in 2013 nog pleitte voor vertraging van de CO2 reductiedoelstelling met 10 jaar. Hij zei toen:

Om daadwerkelijk veranderingen tot stand te kunnen brengen is tijd nodig. We maken ons enigszins zorgen over de korte termijn waarin het doel bereikt moet worden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Gastbijdrage: Nederland stapt af van zijn gas

ANALYSE – Nederland: het land van windmolens, tulpen… en een van ’s wereld tien grootste gasvelden. Maar wat ooit gezien werd als een zegen wordt in toenemende mate gezien als een ding van het verleden. Craig Morris vraagt zich af: is het tijd om te breken met de Nederlandse traditie van ‘prettige voortzetting’?

Je eerste Nederlandse zin van de dag: smakelijk eten. Ongeveer 98 percent van de huishoudens kookt en verwarmd met gas. Het is niet moeilijk om deze afhankelijkheid te verklaren: in 1959 ontdekte de Nederlanders het grootste gasveld van Europa en het in omvang 10e gasveld van de wereld  onder hun voeten in Groningen. Nederland wilde dit gasveld zo snel mogelijk opmaken, omdat experts ten onrechte dachten dat kernenergie gas snel onverkoopbaar zou maken (een goed voorbeeld van de hype rond kernenergie rond 1959 – zie ook deze van een ander Nederlands bedrijf).

speech_exxon
Citaat uit een speech van de Senior Vice President van Exxon in 2013.

Bijna zestig jaar verder is er veel gasinfrastructuur aangelegd, omdat kernenergie heeft gefaald. Deze afhankelijkheid van gas bleef niet zonder kritiek. In 1977 bedacht het Britse weekblad The Economist de term ‘Dutch disease‘ (Nederlandse ziekte) voor het vermeende onvermogen van Nederland om zich zelf uit economische neergangen te innoveren (niet te verwarren met de recentere Dutch Coal Mistake (Nederlandse kolen vergissing): meerdere kolencentrales bouwen die meteen verliesgevend waren). Nederlanders, zo werd gedacht, waren lui geworden door de grote hoeveelheid gas.  Shell, de olie en gas gigant, is ook te groot voor zo’n klein land; de omzet van Shell is bijna net zo groot als de hele Nederlandse economie.

Maar recente gebeurtenissen zorgden voor een fundamentele omwenteling. Aardbevingen begonnen schade te veroorzaken aan huizen boven het Groninger gasveld (doordat het gas wordt gewonnen, klinkt de bodem in). De productie is daarvoor bijna gehalveerd t.o.v. 2013. Begin dit jaar besliste de rechtbank in een aangespannen spoedprocedure dat het gaswinningsbesluit voorlopig blijft gehandhaafd in afwachting van de inhoudelijke behandeling van de bezwaren tegen de gaswinning in mei. Maar gas is op z’n retour: vorig jaar verzocht de Tweede Kamer om de gasaansluitplicht af te schaffen en in de Energieagenda geeft het Kabinet aan dat de gasaansluitplicht geschrapt gaat worden. Amsterdam heeft inmiddels een plan om alle huizen voor 2050 van het gas af te halen. Nederland heeft als doel 100% hernieuwbare energie in 2050 (KB: in de Energieagenda wordt gesproken van een CO2-arme energievoorziening voor 2050).

“The mind is a funny thing”

“We moesten onszelf binnen ons bedrijf overtuigen dat een toekomst zonder gas mogelijk is,” zegt Elbert Huijzer van netwerkbedrijf Alliander. Huijzer en zijn collega’s probeerde een scenario voor Nederland te ontwikkelen zonder gas, om beter deel te kunnen nemen aan het debat over de mogelijkheid van een gasvrij Nederland. Hij en zijn collega’s dachten dat hun banen zeker waren, gegeven de dominantie van gas. “We namen de bedreiging simpelweg niet serieus.” Dus hij liet zijn collega’s eind 2015 vier dagen werken aan het ontwikkelen van scenario’s voor een gasvrij Nederland.

“Mijn doel was om te bewijzen dat het idee van een gasvrij Nederland onhaalbaar was. Maar het effect was tegenovergesteld,” zegt hij. Tot hun eigen verbazing ontdekten zijn collega’s dat een toekomst zonder gas mogelijk was voor Nederland. “Nadat we deze energiemix zelf hadden ontworpen begrepen we dat het risico reëel was,” zegt hij, “maar het kost veel tijd en discussie. The mind is a funny thig,” zo beschrijft hij de ervaring.

Dat inzicht komt precies op tijd. De directeur van NAM, het bedrijf dat het Groninger gasveld exploiteert, heeft recent opgeroepen om de gasbaten in een fonds voor hernieuwbare energie te stoppen: “Momenteel lopen de winsten van gaswinning nog in de miljarden en we kunnen die investeren in de energie van de toekomst.”

Shell heeft ook een ommezwaai gemaakt. Tot voor kort ondermijnde de olie- en gasgigant heimelijk achter de schermen de EU doelen voor hernieuwbare energie. De antidemocratische rol die Shell historisch gezien speelde in Nederland is goed beschreven in een boek waarvan de titel geen uitleg behoeft: Gaskolonie.

entrance_aandeel_duurzame_energie_tm_kw3_2016
De Nederlanders zijn nog lang niet in de buurt van het doel voor 2020 van 14 hernieuwbare energie. Inderdaad, is er weinig voortgang geboekt. Bron: EnTranCe.

 

Recent heeft Shell, als onderdeel van een consortium, een winnend bod geplaatst voor wind op zee met een bod van 5,45 ct/kWh. Toch blijft er kritiek, een kenner van de Nederlandse energiesector waar ik mee sprak op voorwaarde van anonimiteit stelt dat Shell zich meester wil maken van de markt voor wind op zee: “Ze lobbyen voor een grote tender van 10-15 GW. Als ze die winnen, domineren ze de windmarkt, net zoals ze met NAM en Exxon voor gas doen.”

Het maakt een duidelijk politiek verschil wie de energietransitie drijft: een kleine groep grote bedrijven of een breder scala van kleinere ondernemingen en coöperaties. Hoewel dit aspect vaak over het hoofd wordt gezien is de wereldwijde energietransitie een eenmalige kans om de energiesector te democratiseren. In Nederland is het een eenmalige kans om de dominantie van een zeer kleine, maar machtige gas oligarchie te verzwakken.

Welke weg de Nederlanders ook kiezen, het publiek moet eerst rijp gemaakt worden voor een gasvrije toekomst. Hiervoor zet Nuon (een dochterbedrijf van Vattenfall) een Cook Truck in om mensen vertrouwt te maken met elektrisch koken. Je tweede Nederlandse uitspraak van de dag is: prettige voortzetting. Misschien zou prettige transitie beter zijn?

Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende en hij is momenteel Senior Fellow bij <ahref=”http://www.iass-potsdam.de/&#8221; target=”_blank”>IASS.

Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

Gastbijdrage: Duitsland de aluminium magneet

Tekst: Craig Morris; Vertaling: Krispijn Beek.

Update: de Nederlandse aluminium smelter Aldel maakt dit jaar een doorstart met een directe aansluiting op het Duitse elektriciteitsnetwerk. En het lijkt erop alsof het Verenigd Koninkrijk ook jaloers is op de elektriciteitsprijzen voor de grootste industriële energieverbruikers.

ACHTERGROND – Vandaag heb ik oud nieuws voor je, maar het is niet zo breed bekend. In 2013 schreef ik over de plannen van de Nederlandse aluminiumsmelter Aldel om faillissement aan te vragen als het geen directe aansluiting kreeg op het Duitse elektriciteitsnetwerk (Nederlandse elektriciteit is duurder). Kort daarna vroeg het bedrijf inderdaad faillissement aan.

Maar hier eindigt het verhaal niet. In november kondigde het bedrijf aan dat de directe aansluiting op het Duitse netwerk dit jaar gereed zal komen en dat het bedrijf op dat moment een doorstart wil maken. (Update: het lijkt erop dat het bedrijf begin maart inderdaad doorgestart is. De directe lijn is toegezegd, maar nog niet gereed. Zie dit artikel.)

In februari schreef Reuters dat de Duitse aluminium producent Trimet een in problemen verkerende concurrent in Frankrijk over had genomen. Het artikel wijst er op dat de aluminium sector in een aantal landen in moeilijkheden verkeerd, maar Duitsland behoort niet tot deze landen.

In mijn onderzoek hiernaar kwam ik ook een studie (PDF) uit april 2012 tegen naar de sluiting van een aluminiumsmelter in het VK, dat zijn aluminiumsector de laatste jaren heeft zien verkommeren. De enige keer dat Duitsland genoemd wordt in de studie is in verband met de elektriciteitsprijzen:

The most damaging of all additional energy costs are those that are imposed unilaterally, so that British energy-intensive industries pay costs that their rivals in other countries do not. With the addition of the most recent of these, the carbon price floor, total UK electricity costs in 2013 will be raised by 24 per cent for energy-intensive sectors.   To put this in perspective, German energy-intensive businesses will only be paying 16 per cent extra through government-added costs at the same time.

En verderop:

… the mitigation measures the UK gives to energy-intensive companies, such as a 65 per cent rebate on the climate change levy that will rise to 80 per cent from next year, are still small fry compared to the other green costs they face here and the greater discounts other countries offer. Germany for instance provides energy-intensive firms with a rebate of 98.5 per cent of the cost of subsidising renewable energy on electricity bills. This allows the German government to pursue its green agenda but without the risk of overburdening valuable and vulnerable industries. Including all other costs, British companies will be paying 15 per cent more for their electricity compared to Germany in 2013.

Bedenk je dat dit rapport uit april 2012 stamt, toen de Duitse opslag voor duurzame energie 3,5 Eurocent bedroeg, vergeleken met 6,2 Eurocent op dit moment. Wat betekent dat de situatie verslechterd is bezien vanuit de energie-intensieve industrie in het VK.

Het vormt aanvullend bewijs dat de grootste energieverbruikers in Duitsland zich goed staande houden in de Energiewende.

En overigens hadden de Nederlanders onlangs een grote blackout in de regio Amsterdam. Hoewel Reuters zegt dat er problemen waren bij een onderstation, weten we allemaal dat hernieuwbare energiebronnen het grootste probleem waren. De Nederlanders hebben immers zoveel zonne-energie dat ze het niet eens kunnen niet eens tellen.

Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

De zwarte kant van onze stroomimport

OPINIE – Het artikel De zon en wind zijn Europees dat de Onderzoeksredactie een aantal weken geleden in De Groene Amsterdammer publiceerde, beschrijft de ontwikkelingen op de elektriciteitsmarkten in Noordwest-Europa.

In het artikel noemen de auteurs de Duitse bruinkoolcentrales de zwarte keerzijde van de Duitse Energiewende. Een analyse waar Nederlanders graag op terugvallen om te verbloemen hoe slecht de eigen prestaties zijn op gebied van duurzame energie. Het is echter de vraag of de analyse klopt.

Wat gemist wordt in het artikel is het belang van de bestaande interconnectiecapaciteit van de Franse en Nederlandse elektriciteitsmarkt met Duitsland bij het openhouden van Duitse bruinkoolcentrales. Zowel Nederland als Frankrijk behoren tot de grootste importeurs van Duitse elektriciteit. Beide landen betalen per kilowattuur ook meer dan ze ontvangen voor hun eigen export naar Duitsland.

Frankrijk importeert met name veel in de wintermaanden, als de elektrische verwarmingen in Frankrijk veel stroom vreten. Het Franse elektriciteitssysteem, dat grotendeels op kerncentrales draait, kan slecht met grotere vraag naar elektriciteit omgaan. Kerncentrales draaien namelijk bij voorkeur zo dicht mogelijk tegen vol vermogen aan. Frankrijk importeert bij piekvraag elektriciteit uit Duitsland.

Deze extra vraag kan niet geleverd worden door wind- of zonne-energie, omdat deze vooralsnog niet op verandering in vraag kunnen reageren. De extra elektriciteit komt daarom grotendeels van Duitse conventionele centrales, waarbij centrales met de laagste marginale kosten als eerste stroom gaan produceren. Veelal zijn dit bruinkoolcentrales.

Eenzelfde verhaal geldt voor Nederland dat bij grote elektriciteitsvraag liever kiest voor import uit Duitsland, dan voor duurdere stroom uit Nederlandse gascentrales. Voor wie deze analyse niet gelooft, een klein gedachte-experiment: stel dat Duitsland, net als België geen of te weinig interconnectiecapaciteit zou hebben met Nederland en Frankrijk. Op momenten met veel elektriciteitsvraag in Nederland of Frankrijk, zouden de Nederlandse en Franse piekcentrales dan bijspringen, deze draaien veelal op gas. Tegelijkertijd zou – zonder export – op dagen met veel zon en wind in Duitsland veel minder behoefte zijn aan de elektriciteit van conventionele centrales. Wat betekent dat die dan hun elektriciteitsproductie zouden moeten terugschroeven.

Om een beeld te geven Duitsland exporteerde in 2013 33 TWh, dat is ruim 5% van de Duitse elektriciteitsproductie. De Nederlandse en Franse stroomimport is zodoende indirect verantwoordelijk voor het aantal MWh dat Duitse kolencentrales kunnen produceren.

De Duitse regering heeft kort geleden ook een discussiestuk over uitfasering van kolencentrales gepubliceerd. Inmiddels is duidelijk dat de Duitse regering niet aan het uitfaseren van kolen wil beginnen zolang de uitfasering van kernenergie nog niet afgerond is. Denemarken lijkt de uitfasering van haar kolencentrales wel te willen vervroegen.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Aldel, of het failliet van het grootverbruikersconsortium

Bijna tien jaar geleden streed een klein groepje grootverbruikers van elektriciteit samen met de FNV voor lagere stroomprijzen. De overheersende gedachte bij het grootverbruikersconsortium (met steun van VNO-NCW) en de FNV was dat Nederland teveel dure gascentrales had die energie met een (te) hoge kostprijs leverden.

Het was dus tijd, meenden zij, voor nieuwe gas- en kolencentrales, die energie met een lagere kostprijs zouden kunnen leveren. Dure wind- en zonne-energie kon in hun optiek geen oplossing zijn.

Ook het Ministerie van Economische Zaken ging in die gedachte mee, zoals vorig jaar al te lezen viel in het uitstekende onderzoeksdossier Land van gas en kolen van de Onderzoeksredactie.

Energiebedrijven

De energiebedrijven hebben weinig plezier beleefd aan de toen gemaakte keuze voor investeringen in nieuwe kolen- en gascentrales. Eneco heeft zijn nieuwe gascentrale alweer gesloten. Vattenfall en RWE hebben forse afschrijvingen gedaan op hun Nederlandse tak. Een groot deel daarvan komt voor rekening van de afwaardering van hun productiepark.

Als gevolg hiervan is Nuon inmiddels door eigenaar Vattenfall uit de etalage gehaald. Pech voor de Nederlandse crowdfunders die vorig jaar het plan opperden om Nuon terug te kopen.

Grootverbruikersconsortium

Ook de leden van het grootverbruikersconsortium hebben weinig plezier beleefd van hun lobby. Het verschil in groothandelsprijs van elektriciteit met Duitsland is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Duitsland is de afgelopen jaren immers alleen maar doorgegaan met forse investeringen in wind- en zonne-energie.

Hoewel de kostprijs per megawattuur van laatstgenoemde energiebronnen misschien wel hoger ligt dan die van conventionele energie, zijn de marginale kosten nihil. Daarmee drukken wind- en zonne-energie de groothandelsprijs omlaag. Tot groot verdriet van eigenaren van kolen-, gas- en kerncentrales, doen met name zonnepanelen dat ook nog eens vooral op momenten met veel vraag naar elektriciteit, wat traditioneel de lucratieve uren waren.

De crisis in de kolensector is zo groot dat Vattenfall nu van de bruinkool activiteiten in Duitsland af wil. Al kan dat ook komen door de eigen duurzaamheidsdoelstellingen. Een duidelijker teken is dat Bilfinger, een bouwer van gas- en kolencentrales, Duitsland gaat verlaten (oei… toch wat de-industrialisatie). De draai die Bilfinger de laatste jaren heeft gemaakt, van nieuwbouw naar service, is duidelijk te laat gekomen.

Voor Herbert Bodner, de CEO van Bilfinger, is de situatie helder:

We moeten ons richten op landen waar kolen nog een toekomst hebben.

Het verdriet van Bilfinger en de energiebedrijven is echter de blijdschap van de Duitse energie-intensieve industrie. Het prijsvoordeel is zo groot dat Aldel vorig jaar al aangaf een eigen stroomkabel naar het Duitse net te willen om van dat prijsverschil te kunnen profiteren.

In de aankondiging dat aluminiumsmelterij Aldel weer opengaat, ontbreekt helaas de verwijzing naar de lobby, die Aldel en het grootverbruikersconsortium jaren hebben gevoerd, voor meer kolencentrales.

Aldel gaat open en zal in de toekomst rechtstreeks goedkope stroom uit Duitsland halen. De investering voor de kabel is voor de nieuwe oude eigenaar Kletsch waarschijnlijk met gemak te betalen uit winstuitkeringen van de afgelopen jaren.

Ministerie van Economische Zaken

Tenslotte heeft ook het Ministerie van Economische Zaken weinig plezier van de gevoerde strategie voor meer kolencentrales. Op de eerste plaats liggen de vergunningen nog steeds onder vuur van de milieubeweging. Op de tweede plaats is Nederland nog steeds niet de netto-exporteur van elektriciteit waar in Den Haag van gedroomd werd. Sterker Nederland betaalt per megawattuur meer aan Duitslandvoor import dan het ontvangt voor haar eigen export.

Om de zaak nog wat erger te maken, gaat het Ministerie van Economische Zaken de kolencentrales vanaf volgend jaar laten bijstoken met biomassa die duurder is dan windenergie… In de juni-fase van de Stimuleringsregeling duurzame energieproductie 2015 (SDE) ontvangen windmolens maximaal 10,7 Eurocent/kWH. Kolencentrales krijgen bij ‘meestook bestaande capaciteit’ 10,8 ct/kWh.

Dit artikel is eerder verschenen op Sargasso.

Nieuwe investering: Ampyx Powerplane

Eerder deze week werd bekend dat Google(X) Makani Power overneemt. Makani Power wil stroom winnen met windturbines die hoog in de lucht zweven, de wind opvangen en hierdoor energie creëren. Dat deed me er aan denken dat ik eerder deze maand zelf een kleine investering heb gedaan in een concurrent van Hollandse bodem: Ampyx Powerplane, waar ik in 2011 al over schreef. Daarbij heb ik gekozen voor een converteerbare lening, dus wie weet wordt ik in de toekomst nog aandeelhouder 😉

Werking

Een PowerPlane-systeem brengt met behulp van een aan een kabel verbonden zweefvliegtuig windkracht over naar een stroomgenerator op de grond. Het zweefvliegtuig vliegt volautomatisch, gebruikmakend van de modernste sensor- en besturingstechnologie. Resultaat: veel groene stroom opwekken met minimaal materiaalverbruik – dus dubbel duurzaam.  Vergeleken met een conventionele windmolen met hetzelfde vermogen wordt dan 120.000 kilo toren en wieken vervangen door een vliegtuig en een kabel van samen nog geen 400 kilo. Bovendien vliegt de PowerPlane veel hoger, waar de wind harder en constanter waait. Door het lage materiaalverbruik en de krachtigere wind is het 850kW PowerPlane-systeem goedkoper dan gewone windmolens.

Toekomst

Het eerste commerciële PowerPlane-systeem van 850kW komt in 2015 op de markt. Na een opschaling denkt Ampyx dat PowerPlanes rond 2018 een kostenniveau bereiken dat goed kan concurreren met kolencentrales.

Filmpje

Jokkebrokken over groene energie

Vorige week opende de Nederlandse Energie Maatschappij de aanval op groene energie. Waarom? En hebben ze gelijk?

In paginagrote advertenties in landelijke dagbladen noemt de Nederlandse Energie Maatschappij de informatievoorziening rondom groene stroom “jokkebrokken”. Ze legt uit dat er in Nederland niet eens genoeg groene stroom opgewekt wordt om te leveren aan iedereen die daar om gevraagd heeft. De vraag in Nederland was in 2011 33 miljard kilowattuur, terwijl Nederland slechts 11 miljard kilowattuur aan duurzame elektriciteit produceerde. Het restant leveren energiebedrijven door grijze stroom te vergroenen met Garanties van Oorsprong (GvO’s) uit andere landen. Voor GvO’s bestaat namelijk een Europese markt.  Zo is het wettelijk geregeld, CertiQ ziet in Nederland toe op de handel in Garanties van Oorsprong. CertiQ is onderdeel van elektriciteitstransporteur TenneT TSO B.V. en is door de minister van Economische Zaken aangewezen Garanties van Oorsprong te verstrekken, als enige in Nederland.

De kosten van GvO’ s zijn voor energiebedrijven beperkt. Nle spreekt over € 1,44 per jaar voor het vergroenen van de stroom van een gemiddeld Nederlands gezin. De HIER Klimaatcampagne en WISE hebben het over soortgelijke bedragen.

‘Jokkebrokken’

In de jokkebrokken-campagne draait het naar mijn mening om twee zaken. In de eerste plaats om de vraag of energiebedrijven de groene stroom die ze verkopen ook in Nederland opwekken. In de tweede plaats  gaat het er om hoe energiebedrijven de groene stroom die ze verkopen in Nederland opwekken.

Ten aanzien van het eerste punt suggereren energiebedrijven al jaren dat het kopen van groene stroom goed is voor het milieu in de buurt, terwijl de meesten al jaren bezig zijn vooral fossiele centrales bij te bouwen. De Nederlandse duurzame elektriciteitproductie is dan ook maar goed voor eenderde van het Nederlandse verbruik van duurzame elektriciteit. De rest wordt groengewassen met GvO’s uit andere landen.

Nederlandse groene stroom wordt voor bijna 50 procent opgewekt door de bijstook van biomassa in elektriciteitscentrales (lees kolencentrales) en van afvalverbrandingsinstallaties. Die zie je slechts zelden figureren in spotjes voor groene stroom. Dan gaat het om windmolens, biovergisters en zonnepanelen. Windenergie is leverde in 2011 ongeveer 40 procent van de totale hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit, zon was goed voor ongeveer 1 procent en biovergisters voor 1,5 procent.

Buitenbeentje

Nle is een buitenbeentje in de elektriciteitsmarkt. Het is een handelsmaatschappij zonder eigen opwekkingvermogen. Volgens hun stroometiket leveren ze echter al sinds hun oprichting 100% waterkracht. De vraag is dan ook wat Nle motiveert tot de jokkenbrokken-campagne. Ze stellen zelf dat ze van plan zijn de energiemarkt open te gooien in Nederland. De vraag is of ze dat willen doen door groene stroom in een kwaad daglicht te stellen als zijnde ‘green tape’, zodat ze per klant €1,44 per jaar kunnen besparen en nog goedkoper kunnen aanbieden. Of dat ze van plan zijn te gaan investeren in groene stroom productie in Nederland.

Inmiddels roept Peer de Rijk van WISE via Twitter op om over te stappen naar een andere energieleverancier, bij voorkeur te kiezen via hun groenestroomchecker en niet via die van de HIER Klimaatcampagne. Alsof er door zo’n overstap ook maar een kWh extra groene stroom opgewekt gaat worden in Nederland. Roep de Nederlandse Energie Maatschappij liever op om zo snel mogelijk echt Hollandse groene stroom te gaan leveren aan hun klanten, door te investeren in uitbreiding van de Nederlandse opwekkingscapaciteit. Dan komen de Nederlandse duurzame energie-doelstellingen meteen ook weer een stukje dichterbij.

Overheid: Hollandse Groene of sjoemelstroom

In de Tweede Kamer ontstond dinsdag verrassend genoeg meteen ophef over de herkomst van duurzame stroom in Nederland. Verbazingwekkend, want met een kleine blik op de CBS-cijfers over verbruik en productie van hernieuwbare elektriciteit hadden de Kamerleden dit al lang en breed horen te weten. Inmiddels ben ik zelf maar eens op zoek naar het soort groene elektriciteit dat de overheid gebruikt. Tot nu toe kom ik niet veel verder, behalve dan dat de Tweede Kamer het zelf ook niet weet.

De Rijksoverheid gaf in reactie op mijn vraag in eerste instantie aan alleen algemene vragen over beleid te beantwoorden. Dus in tweede poging heb ik mijn vraag opnieuw geformuleerd. Inmiddels heb ik via Wolter (een van de lezers van mijn blog) deze presentatie (pdf) over de inkoop van gas en stroom door de overheid. Deze geeft een goed beeld van hoe het waarschijnlijk zit: sjoemelstroom (Europese aanbesteding tegen minimale opslag op marktprijs).

Het Rijk verbruikt jaarlijks 1 TeraWatt aan stroom. Dat is 1 miljard kWh. Wanneer het rijk Hollandse Groene zou gebruiken gaat kopen ze dus 1/11 van de Nederlandse groene stroom in. Dat zou een aanzienlijke stijging van de vraag naar groene stroom zijn. En daarmee van de prijs van GvO’s, waardoor de SDE+ weer omlaag kan.


De bijbehorende berekeningen vind je hier.

Ons eigen elektriciteitsverbruik

Voordat je denkt dat ik hier zelf niks aan doe: we zijn thuis al jaren actief bezig met ons energieverbruik. Sinds een jaar of drie houden we dat maandelijks bij. Ons gasverbruik hebben we teruggebracht tot ongeveer 1.000 m3 per jaar met behulp van een zonneboiler. De afgelopen jaren hebben we diverse besparingsmaatregelen genomen in huis en sinds januari wekken we ongeveer 40 procent van ons elektriciteitsverbruik zelf op via Winddelen van de Windcentrale. Binnenkort worden zonnepanelen geplaatst waarmee we nog eens 40 procent van ons elektriciteitsverbruik zelf op gaan wekken. Het resterend deel nemen we af van Greenchoice (een jaar vast), volgens zowel de groene stroom checker van WISE als de HIER Klimaatcampagne een groene keus.

Dit bericht is een bewerking van een bericht dat eerder verscheen op Sargasso.