Tag: Nederland

  • 7 voorstellen voor versnelling duurzame energie in Nederland

    Eerder deze week vroeg Henri Bontenbal waar ik zou beginnen om duurzame energie in Nederland te bevorderen (en hoe ik dat zou betalen). Hieronder mijn 7 mogelijke startpunten met een eerste indicatie van mogelijk financiering:

    1. Aanpassen syteem van gunning voor duurzame energie projecten: overheid brengt locatie inclusief MER en bouwvergunning in, zoals Belgie dat doet. Dit verlaagt de kosten van voorfinanciering voor bedrijven en het verlaagt de risico opslag die financiers nu vragen i.v.m. mogelijk niet doorgaan van projecten. Deze maatregel kost geen geld. Desgewenst kunnen procedurekosten doorgerekend worden aan de uiteindelijk bouwer van het duurzame energie project.
    2. Energiebelasting aanpassen aan milieu-impact van energiebron, zoals dat ook gedaan is bij schonere auto’s. Te beginnen bij kleinverbruikers. Dat kan budgetneutraal door ofwel de energiebelasting voor fossiele energie bij kleinverbruikers verder te verhogen. Ofwel door de energiebelasting voor andere schijven van de energiebelasting te verhogen, waardoor ook grotere energieverbruikers geprikkeld worden om duurzame energie af te gaan nemen. Aanpassing hoeft ook niet vandaag geregeld te zijn, kies eerder voor een traject waarbij de tarieven in 5 a 10 jaar aangepast worden. Dergelijke overgangstermijnen geven burgers en bedrijven de kans om zich aan een nieuwe werkelijkheid aan te passen, terwijl ze al wel invloed gaan hebben op investeringsbeslissingen van burgers en bedrijven. Hogere energietarieven hoeven voor energieintensieve industrie geen probleeem te zijn, mits overgangstermijn afgestemd zijn op afschrijvingstermijnen en compenserende maatregelen genomen worden. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld te vinden in Denemarken, waar het verschil in tarief tussen grootverbruikers en kleinverbruikers veel minder groot is.
    3. Afbouw subsidies, fiscale voordelen en investeringsregelingen voor gebruik (en winning) van fossiele energie in 5 a 10 jaar. Ook hier geldt dat een overgangstermijn bedrijven en burgers in staat stelt zich aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. Deze maatregel levert per saldo geld op.
    4. Maak het aantrekkelik voor burgers en bedrijven om te investeren in duurzame energieopwekking, bijvoorbeeld door een korting op de energiebelasting bij opwekking voor eigen verbruik of door op soortgelijke wijze mee te financieren als bij fossiele energie.
    5. Maak het netwerktarief afhankelijk van de hoeveelheid energie die je cumulatief door het net laat stromen, oftewel: bevorder dat burgers en bedrijven energievraag en energieaanbod zo goed mogelijk op elkaar afstemmen en dat energieopwekker en energiegebruiker dicht bij elkaar zitten.
    6. Biedt energiebedrijven de mogelijkheid om de huidige fossiele energietarief structuur (met enkel piek en dal tarief) aan te passen aan de structuur die past bij duurzame energie. Dus lager tarief voor zonne-stroom als de zon schijnt en hoger als het donker is.
    7. Maak duurzame energie technieken die minder dan 20 Eurocent per kWh of 0,60 Eurocent per m3 gas interessant door “ingroeitarieven” in de energiebelasting voor particulieren en mkb. Financier dit door afbouw van de SDE+ voor deze technieken. Technieken waarvoor deze aanpak (nog) niet geschikt is kunnen bevordert worden volgens de standaard innovatiemethodiek van de topsectoren.
  • De week van de energierekening

    MilieuCentraal organiseert tot en met 22 oktober de week van de energierekening. Een mooi moment om je energierekening te benchmarken met andere Nederlanders. Met de nieuwe tool krijg je te zien hoe je het doet ten opzichte van andere Nederlanders. Behoor je tot de 10% zuinigste, of tot de 10% onzuinigste huishoudens? Daarbij kun je ook zien hoe je het doet in gas-/warmteverbruik en elektriciteitsverbruik. De tool is nog niet helemaal rijp voor mensen die zelf elektriciteit opwekken, maar Milieucentraal gaf vandaag in een tweet aan dat ze dat in een volgende release willen toevoegen.

    Onze benchmark

    Zelf heb ik dat vandaag ook meteen gedaan, na een tip van twitteraar Niels Thijssen. Hij zat in de top 10% van meest energiezuinige Nederlanders. Wij blijven hangen in de top 30%. Vooral ons elektriciteitsverbruik is ronduit slecht: we behoren tot de middenmoot ondanks onze ledverlichting en zuinige nieuwe wasmachine en vaatwasser. Ons gasverbruik is een stuk beter, daarin behoren we tot de 20% zuinigste verbruikers. Hebben onze zonneboiler, HR ketel en bewuste stookgedrag toch effect 🙂

    Vergelijk mijn energieverbruik oktober 2012

  • Strukton zet Dag van de Duurzaamheid in het Zonnetje

    2012 10 10 08.27.37 300x225Op de Dag van de Duurzaamheid besteed Strukton aandacht aan de mogelijkheden van zonne-energie. Ook worden verschillende acties rond duurzame mobiliteit in gang gezet.2012 10 09 16.32.34 150x150

    Bij de entree staan diverse verkeersgeleidingswagens van CRS Verkeersgeleiding. De wagens maken gebruik van zonne-energie. Tevens is een proefstuk van de SolaRoad, waar dochterbedrijf Ooms aan meewerkt, op bezoek bij het hoofdkantoor van Strukton in Utrecht.

    In de zomermaanden heeft Strukton een fotowedstrijd voor medewekers georganiseerd rond toepassingen van zonne-energie georganiseerd. Vandaag is uit de ruim 50 ingezonden foto’s een winnaar getrokken. De winnaar ontvangt een tuinlamp op zonne-energie.

    Vanmiddag geeft Dutch Solar Systems, onderdeel van Centric, een lezing voor medewerkers van zonne-energie over de do’s en don’ts van zonne-energie. Tijdens deze lezing maken DSS en Strukton ook een aanbieding richting het personeel van Strukton bekend.

    Strukton doet mee aan Low Car Diet

    10okt Urgenda Low Car Diet Web 300x200Autosleutel in de kluis. Tien topbestuurders gaan op een Low Car Diet en laten tien dagen lang de auto staan. Op de Dag van de Duurzaamheid leverden zij hun autosleutels in bij Marjan Minnesma van Urgenda, de meest duurzame Nederlander van 2012. Komende tien dagen doen zij aan autodelen, thuiswerken, fietsen en openbaar vervoer of zij schuiven aan in werkruimtes op NS stations. Vlnr: Maurice Koot van ABN AMRO Lease, Eduard Schaepman van Regus, Diederik Schonebaum van Strukton, Stef Kranendijk van Desso, Marjan Minnesma van Urgenda, Thomas Heerkens van Landal Greenparks en Ewoud Goudswaard van de ASN Bank.

    (c) Urgenda/Simone de Greef 2012

    Diederik Schonebaum heeft de Strukton medewerkers uitgedaagd om ook mee te doen aan het Low Car Diet. Een oproep waar verschillende medewerkers, waaronder ik, gehoor hebben gegeven.

    Uitrol e-driver

    De deelname aan Low Car Diet staat voor Strukton niet op zichzelf. Duurzame mobiliteit is een belangrijk thema. Daarom starten we vandaag met de uitrol van e-driver bij 1.000 medewerkers van Strukton. e-Driver is totaaloplossing voor veilige en zuinige verkeersdeelname. Bij de aanpak speelt de leidinggevende altijd een belangrijke rol. De e-Driver managementtools stellen leidinggevenden in staat actief te sturen op ongevalpreventie en brandstofbesparing. Het programma richt zich met slimme tools en relevante informatie op de mensen die de resultaten moet behalen. In een eerste pilot hebben medewerkers van Strukton Worksphere 8,5% brandstofreductie weten te bereiken.

  • TEDxBinnenhof: Innovation in Construction – part 2: Energy Producing Buildings

    In my first postI linked to a TEDx talk by an architect who showed a lot of innovative ideas to construct more sustainable buildings and cities. In this post I will focus on ways the construction industry is enabling him and his colleagues to actually build them. Reducing the energy use and increasing the energy generation capacity of buildings is a central theme, but the focus is shifting towards more integrated approaches. In this post I will focus on energy, because I think it still remains the question whether the Dutch regulatory framework is facilitating the transition towards energy neutral and energy producing buildings.

    Increasing the energy generation capacity of buildings
    It is becoming increasingly clear that solar power is reaching grid parity for consumers in The Nethterlands, according to some the price of solar power has fallen below grid parity for consumers already. The Dutch are becoming totally enthousiastic about collective purchasing of solar power. In 2009 Urgenda started the collective purchasing action called we want solare (Wij Willen Zon). Currently there are over 60 active collective purchasing actions in the Netherlands. Even now, more local community energy companies are starting everywhere in the Netherlands.

    For those who won’t or can’t afford the upfront investment in solar panels a growing number of solar as a service companies are starting. Zonline, for example, offers consumers solar panels paid by a fixed price per kilowatt hour electricity produced. They’ve only just started, but looking at Dutch consumer prices for electricity (around 21 to 23 Eurocent per kilowatt hour, about 70% of which are taxes) and the growth rate of it’s US partner Sungevity it promises to be a booming business. Other companies, like Rooftop Energy are applying the same business model to the business market. Which is a bit more difficult as companies pay a lower rate for electricity. Still the first examples of local governments using solar lease to get solar on their rooftops are popping up. For business placing solar on your own rooftop can be part of their CSR strategy too.

    Different forms of sustainable heating are catching up too. Sometimes (old fashioned ) based on using the waste heat of waste incinerators, but also based on heat pumps (air-to-air or air-to-water) or geo-thermal power.

    Reducing energy use
    Although solar energy is the sexiest kid on the block, it surely isn’t the only one.
    Stimulated by the energy label for buildings and rising energy prices a growing number of companies are offering help to property owners to reduce their energy use in existing buildings. Most of them demand upfront investments by the property owner. A few are exploring new business models and let property owners repay their investment through a reduction in their energy bill. In the commercial property market (offices, swimming pools) energy service companies (ESCo’s) are emerging. ESCo’s are offering a way to reduce the energy use budget neutral or even with a direct reduction in costs for the property owner or tenant. The upfront investments are done by the ESCo. The reduction in energy use can be achieved by changes to the installations, but also by adjustments to the façade of the building.

    Some companies are even exploring business models that combine ESCo’s with green lease agreements. Which is a logical combination, as even the most energy efficient building will use a lot of energy if the tenant doesn’t change it’s habits.

    Examples for the residential market include WAIFER and Qurrent. WAIFER says it can renovate a home within weeks and is currently renovating around 2500 homes from housing corporations in the Rotterdam area. Qurrent advertises as a new kind of energy company: one that wants to sell as little energy as possible.

    Dutch regulatory framework
    The Dutch regulatory framework for the construction industry used to consists mainly on construction. As energy generation is increasing because of the rise in popularity of solar panels, amongst others, the regulatory framework for the energy industry is becoming increasingly pressing. Energy regulation is mainly focused on centralized energy production making little use of lessons learned in other environmental policy fields or in other countries. Despite the subsidy for sustainable energy and many policy changes The Netherlands are lacking behind in sustainable energy.

    For example users of sustainable energy have to pay the same amount of energy tax as users of fossil energy. This means sustainable energy has to be subsidized to be able to compete with fossil energy at wholesale prices. For cars the Dutch government has chosen a different strategy making fuel efficient cars more attractive using tax incentives. Looking at the sales figures of hybrids like the Toyota Prius this has proven a very successful strategy.

    The high energy tax on (sustainable) energy does make investments in energy efficiency and solar power more attractive, especially for consumers. This will put a growing pressure on the 2 billion Euro in energy taxes the Dutch government collects from users of residential buildings each year.

    To make things worse for government budget some community owned energy companies have stopped paying energy taxes on energy used by their members/investors. They claim that there is no difference between people growing their own food and transporting it to their home via public infrastructure and producing your own energy and using public infrastructure to get the energy to your home. It is not yet known if judges will agree, but it does show that current legislation is hindering people who try to provide their own energy together with their neighbors. Pretty strange if you consider the fact that some Dutch politicians are complaining about the nimby-behaviour of Dutch citizens.

    Changes for Dutch government
    Things can be arranged differently as the Dutch government has a well established system of reaping the benefits of our natural gas supplies. Through EBN, a subsidiary of the Ministry of Economic Affairs, the Dutch government offers the possibility to provide up to 40% of the necessary capital for the exploration and production of natural gas and oil. Dutch government earned around 6 billion Euro from this investments in 2011 alone. So why not use the same model to finance sustainable energy now that it has become a profitable alternative?

    This alternate business model, based on the exploration and exploitation of sustainable energy, would earn a growing income for the Dutch government as opposed to the decreasing income if more inhabitants will change to solar power as a primary source of energy. It can also decrease the funds and manpower necessary for subsidizing alternate sources of energy, thus reducing the costs of reaching the sustainable energy goals set by the Dutch government.

    For solar power it can help in decreasing the costs and improving the efficiency of the installations. Take for example my own neighborhood. An average house can uphold about 6 till 9 solar panels, while larger installations are relatively cheaper to install. I would love to be able to combine my installation with the neighbors and exchange the energy generated. Current legislation makes that financially unattractive if not impossible, whereas there would be a valid business case for combining our solar energy systems under a different regulatory framework.

    Similar cases are abundant all through the Netherlands, not only for rooftop solar PV installations, but also for the production of biogas or heat recovery from waste water treatment. Adjusting the regulatory framework would also open up opportunities for other technologies like using the heat generated by roads or datacenters to cool and warm our buildings.

    Due to the current regulatory framework for energy those types of innovation need subsidy way to long and large scale application is pushed to the future setting Dutch companies on a disadvantage in the international market.

    Conclusion
    What can we learn from the above? I think the best lesson to be learned is that it’s time to shift pardigm. With sustainable energy becoming competitive with fossil energy (despite existing subsidies and tax breaks for fossil fuel) there are chances for both Dutch government, society and entrepreneurs if we can apply lessons learned from other policy fields to sustainable energy.

    For example the government could increase the amount of sustainable energy produced by variating the amount of energy tax paid for sustainable energy and fossil energy. The downside of this policy is that part of the benefit will go to foreign producers of sustainable energy and not towards more sustainable energy production in The Netherlands.

    Changing the energy tax system in such a way that no energy tax has to be paid on energy produced by your own solar panels, windturbine or part of the solar road, does have a lot of potential to increase sustainable energy production in The Netherlands. It will bring possibilities to rationalize the decision to invest for consumers. Combining solar installations with your neighbors, using noise barriers next to highways for large scale solar pv installations (like Solar Green Point is promoting) or using heat collected from highways to keep buildings warm in the winter and cool in the summer.

    To speed up the development even further and to yield some of the financial benefits the government could use part of the profits from oil and gas production for co-investing in sustainable energy production. Like some local government are already doing.

    This way the government gets more than a double dividend. The first benefit will be that the amount of necessary subsidies for sustainable energy can be reduced. The subsidy can be focused on innovative technologies, like tidal power or offshore wind. Dutch government will get a growing revenue base from investments in sustainable energy production to compensate for the expected downward trends in energy taxes. The governmentbudget can be safeguarded even more if existing tax breaks and subsidies for fossil fuels are removed or decreased, like Maria van der Hoeven executive director of the International Energy Agency calls upon.

    For investors and entrepreneurs in sustainable energy the co-investment from the Dutch government acts as an assurance that Dutch policy won’t change overnight, just like the current investments by EBN in oil and gas do for fossil fuel companies.

    This post was originally written for and published at TEDxBinnenhof with the support of Ivo Stroeken and Max Herold.

  • Het belang van teerzandolie voor Nederland

    Vorige week berichtte Damian Carrington in The Guardian dat de Nederlandse overheid zich net als Engeland sterk maakt voor een compromis om te voorkomen dat Canadese teerzandolie als zeer milieuonvriendelijk te boek komt te staan. Daarmee verplaatst de strijd om de winning van de Canadese teerzanden zich naar Nederland. In eerste instantie leek het me een onlogische zet om je in te zetten voor de importmogelijkheden van Canadese olie. Totdat ik bedacht dat de Nederlandse staat via Energiebeheer Nederland voor 40% participeert in de winning van olie door NAM (onderdeel van Shell & Exxon) in Schoonebeek (zie lijst met deelnemingen op EBN site). De olie in Schoonebeek is ” zo taai en dik dat het lijkt op pannenkoekenstroop

    Strijd om teerzand in Canada & de VS

    In Canada is de strijd al een paar jaar in volle gang en heeft de minister onlangs een open brief gestuurd, waarin hij stelt dat tegenstanders van de winning van teerzand tegenstanders van Canada zijn. In de VS  wordt al een tijd een zware strijd geleverd om de vergunning voor de Keystone XL pijpleiding te blokkeren. Begin deze week heeft Obama de vergunning voor Keystone XL voorlopig afgewezen, maar wel de mogelijkheid open gelaten om een nieuwe vergunning aan te vragen. Obama is van mening dat het Amerikaanse parlement hem onvoldoende tijd gunt om de milieu- en sociale effecten van de pijpleiding te onderzoeken.

    Californië werkt daarnaast aan wetgeving die de invoer van teerzandolie stukken lastiger maakt, door eisen te stellen aan de CO2 emissie van brandstof over de hele winningsketen (van well to wheel). Een rekenmethodiek die ook wel bekend staat als levenscyclus analyse en volstrekt gebruikelijk is in andere branches. Zo niet in de energiehoek, want de oliemaatschappijen voeren een stevige juridische strijd tegen het voorstel.

    Teerzandolie in de EU & Nederland

    In Europa werkt de Europese Commissie aan een herziening van The Fuel Quality Directive, dit is een soortgelijk voorstel als waar Californië aan werkt. Engeland (volgens sommige een lichtend voorbeeld op milieugebied) probeert al langer om dit voorstel van tafel te krijgen. Nederland heeft zich daar volgens Damian Carrington inmiddels bijgevoegd met een eigen voorstel. Damian Carrington wijst er op dat BP en Shell beide fors hebben geïnvesteerd in de Canadese teerzandolie. Wat hij over het hoofd ziet is dat de Nederlandse overheid via Energiebeheer Nederland ook (fors?) geïnvesteerd heeft in de winning van teerzandolie in ons eigen kikkerlandje. De hoeveelheid energie die nodig is om de Nederlandse teerzanden te ontginnen is misschien minder groot dan voor de Canadese teerzanden, maar ik vermoed dat het nog altijd meer is dan benodigd is voor conventionele oliewinning.

    Als het voorstel van de Europese Commissie ongewijzigd wordt aangenomen kan het dan ook wel eens een stuk lastiger worden om de verwachte 100 miljoen vaten olie te verkopen. Wat weer gevolgen heeft voor de ‘aardgasbaten’ die EBN afdraagt aan de Nederlandse staat. In 2010 was de afdracht van EBN aan de Nederlandse staat volgens de jaarrekening goed voor ruim 5,3 miljard Euro. Al komt het grootste deel daarvan ongetwijfeld van aardgas.

    PS Waarom investeert de Nederlandse overheid eigenlijk via EBN risicodragend in de zoektocht naar en de winning van fossiele brandstoffen, terwijl hernieuwbare bronnen hooguit exploitatiesubsidie krijgen?

  • Meerkosten van overschakeling op duurzame energie 400 pond per persoon per jaar

    De kosten voor overschakeling naar een duurzaam energiesysteem kost het Verenigd Koninkrijk 5.000 pond per inwoner per jaar. Dat blijkt uit berekeningen van Professor David MacKay, auteur van Sustainable energy, without the hot air. Dat is een kleine 400 pond meer dan doorgaan op de huidige weg met fossiele energie, maar goedkoper dan het scenario met meer CO2 afvang en opslag (CCS) en hogere inzet van biomassa. Het laatste scenario met meer kernenergie komt als duurste uit de bus in het Verenigd Koninkrijk.

    Dat laatste mag geen verrassing zijn voor wie het rapport van City Bank of de rapporten over de negatieve leercurve van kernenergie gelezen heeft (dat betekent dat nieuwe centrales duurder zijn dan oudere, alsof je nieuwe pc dezelfde prestatie levert tegen een hogere prijs dan de huidige). Ook de ontwikkelingen bij Delta zeggen voldoende over de commerciële haalbaarheid van kernenergie. Zoals Jonathan Porritt al zei in zijn afscheidsinterview kernenergie komt niet van de grond zonder staatssteun.

    Het scenario dat inzet op biomassa en CCS kent twee uitdagingen. Ten eerste de beschikbaarheid van voldoende duurzaam geproduceerde biomassa voor energieopwekking (die daarmee dus niet voor andere doeleinden beschikbaar is). Ten tweede is het nodig om CCS succesvol op commerciële schaal toe te gaan passen. Wat bij de huidige CO2 prijzen op z’n zachtst gezegd een uitdaging is.

    In bovenstaande berekeningen zijn de externe kosten van fossiele energie buiten beschouwing gelaten. Volgens verschillende rapporten zijn die aanzienlijk, al hangt het natuurlijk af van de invulling van duurzame energie of dat voordelen oplevert. Zo zal de luchtkwaliteit niet noemenswaardig verbeteren als je kolen en gas vervangt door biomassa. Volgens de Stern Review zijn de kosten van klimaatverandering per Brit 6.500 pond per jaar. Met een meerprijs van 400 pond per Brit voor duurzame energie lijkt dat me een uitermate rendabele investering… Met als bijkomend voordeel dat het opwekken van decentrale energie en het realiseren van energiebesparing vrij lastig te importeren is, waardoor het lokale werkgelegenheid oplevert.

    Nederland

    Ervan uitgaande dat het Verenigd Koninkrijk en Nederland redelijk vergelijkbaar zijn (met dien verstande dat het VK nog meer laaghangend fruit heeft dan Nederland) biedt bovenstaande berekening een mooi startpunt voor Nederland. In Nederland is daarvoor het Energietransitiemodel ontwikkeld. Daarmee kun je ook verschillende scenario’s doorrekenen, zoals bijvoorbeeld het scenario dat ontwikkeld is door Nederland krijgt nieuwe energie van het Duurzaamheidsoverleg Politieke Partijen. Toch zou ik er de voorkeur aan geven om het model van MacKay om te planten naar Nederland. Al was het maar omdat MacKay ook werkt aan de toevoeging van zaken als kostenvergelijkingen tussen scenario’s en het effect op luchtkwaliteit. Daarnaast vind ik de toelichting bij de scenario’s van de 2050 Pathway Calculator begrijpelijker en gedetailleerder.

  • Uit de inbox: Doe mee aan online onderzoek "duurzaamheidsdialoog financiele sector"

    Het woord duurzaamheid mag dan niet in de Troonrede hebben gezeten, dat wil niet zeggen dat Nederland stil zit op gebied van duurzaamheid. Gisteravond was ik bij de inleidende lezingen-avond van de cyclus Economie-Transitie, met als inzet om te komen tot een partij-overstijgend voorstel voor een economie-transitie in de richting van een duurzame / toekomstzekere / robuuste economie. De avond was georganiseerd door het Duurzaamheidsoverleg Politieke Partijen (DoPP) en is in zeker zin een vervolg op Nederland krijgt nieuwe energie.

    Vanaf maandag gaat er ook een cyclus van start georganiseerd door het Sustainable Finance Lab over de toekomst van het financiële systeem. En ten derde ontving ik in de inbox een uitnodiging om deel te nemen aan het online onderzoek “duurzaamheidsdialoog financiële sector”. Dat onderzoek maakt deel uit van een verkenning van de manier waarop de financiële sector zich oriënteert op haar bijdrage aan een verduurzamende samenleving. Waar wordt de dialoog over de rol van de sector gevoerd en gevoed? Welke drempels ervaren medewerkers bij het ter sprake brengen van duurzaamheid?

    Deelnemen aan het onderzoek kan via: http://www.enqueteviainternet.nl/fs42bt55pe .

    Het onderzoek is een initiatief van Marleen Janssen Groesbeek en Wibo Koole, wordt gefinancierd door Agentschap NL en geniet de steun van de Stichting Eumedion (koepel van institutionele beleggers) en NIBE-SVV (opleidingsinstituut van de sector).

    Het onderzoek bestaat uit een 25-tal diepte-interviews met topmensen en opinion leaders in en rond de sector, plus een online onderzoek onder duizenden medewerkers. Met de resultaten willen wij in het najaar een founders table bij elkaar brengen die de vorm en scope van een permanent platform voor dialoog (werktitel: Societeit Pure Winst) met elkaar bepalen.Het onderzoek strekt zich uit tot een brede groep stakeholders, waaronder onderwijs, toezichthouders, adviseurs, klanten en maatschappelijke organisaties.

    Nu maar hopen dat deze drie initiatieven elkaar (en de vele andere lopende initiatieven) gaan vinden en versterken.

  • Financieringsplan ASN Bank voor oude woonwijken

    Op de website van P+ Magazine staat een voorstel (pdf) van de ASN-bank voor het energiezuinig renoveren van oude woonwijken. Woningen met energielabel G. Daarmee biedt de ASN bank een aanvulling op de mogelijkheden die gemeenten hebben om hun duurzaamheidsambities te halen. Bovendien help je woningeigenaren om te investeren in het verlagen van de energierekening en de waarde van hun woning. En passant bespaart dat CO2, want CV ketels vallen niet onder het CO2-emissiehandelssysteem en het gloeilampprobleem van Jan Paul van Soest speelt dus niet.

    Het voorstel behelst 6 stappen (die stuk voor stuk minder makkelijk zijn dan ze hier opgeschreven worden 😉 :

    1. Verenig de huiseigenaren;
    2. De overheid stelt zich garant voor (een deel van) de benodigde lening;
    3. Bank verstrekt de lening;
    4. De renovatiebedrijven garanderen het resultaat voor de bewoner;
    5. Bewoners lossen de lening af;
    6. Alle partijen tellen hun winst.

    Het volledige voorstel beschrijft de verschillende stappen nauwkeuriger. Zelf ben ik groot voorstander van het geven van garanties door overheden voor energiebesparing of decentrale duurzame energieopwekking i.p.v. subsidies. Veel maatregelen verdienen zich op termijn namelijk terug voor degene die het aanschaft. De terugverdientijd is wellicht lang, maar zodra deze er wel is is subsidie onzinnig. Het is dan logischer om na te denken over manieren om de drempel voor de investering in energiebesparing of decentrale energieopwekking te verlagen. Of naar manieren te kijken waarmee de maandlasten voor bewoners gelijk blijven.

  • Powershift: Is een klein land er klaar voor?

    De filmpjes die bij de Powershift bijeenkomst van Sogeti horen zijn naar mijn mening een laagdrempelige manier om meer te weten te komen van de uitdagingen en kansen die er aan komen in ons energiesysteem. Aangezien onze hele samenleving zwaar afhankelijk is van energie (gas, olie en elektriciteit) zal ik deze filmpjes de komende weken hier de revue laten passeren met links naar aanvullend leesvoer voor wie meer wil weten.

    Is een klein land er klaar voor?

    Kijk en oordeel zelf of het Nederlandse energiebeleid overeenkomt met de toekomstvise die de heren in onderstaande filmpje verwoorden.

    [vimeo http://www.vimeo.com/26054831 w=400&h=220]

    Powershift 7: Is een klein land klar? from Sogeti VINT on Vimeo.

    Meer lezen?

    Er valt heel veel te lezen over dit onderwerp. Een aardige start zijn onderstaande drie artikelen.

    De transitiefanfare van Jan Paul van Soest

    Nederland – Duitsland: 0-2

    Duitsland op stoom met groene stroom

    Voor wie liever kijkt:

    De Groene Masterclass van wijlen Herman Scheer bij VPRO’s Tegenlicht of een van de andere afleveringen uit de Groene Transitie.

  • Belemmeringen van duurzame ondernemers

    Vorige week schreef ik een stukje over belemmeringen voor duurzame ondernemers en duurzame innovatie. Uit dat stuk kan onterecht de indruk ontstaan dat uitdagingen enkel bij de overheid of financiers liggen. Dat is naar mijn mening niet het geval, ook voor duurzame ondernemers zijn er nog voldoende uitdagingen. De vier meest in het oog springende zijn in mijn ogen:

    1. Idealisme;
    2. Kennis van financiering;
    3. Verschil tussen opschalen en kopiëren;
    4. De overheid als probleemoplosser.

    Idealistisch

    Duurzame ondernemers zijn vaak wat idealistischer dan andere ondernemers. Dat maakt dat ze soms onjuiste verwachtingen hebben van hun marktkansen. Als hun product bijvoorbeeld milieuvriendelijker is dan dat van de concurrent denken ze in een paar jaar tijd minstens 50% van de markt over te nemen, alsof bestaande concurrent voor die tijd niet allang gereageerd zullen hebben… Soms door verbeterde producten, soms door te lobbyen voor aanpassing van de regelgeving om het concurrentievoordeel van de duurzame ondernemer te beperken (of in heel extreme gevallen zelfs tot een concurrentienadeel te maken).

    Een andere reactie kan zijn dat concurrenten langjarige contracten aangaan met hun afnemers. Op die manier wordt het voor een nieuwkomer op de markt erg lastig om er tussen te komen. Nieuwe contracten binnenhalen wordt dan een kwestie van een lange adem, wat in het nadeel is van met name startende bedrijven. Want geen klanten = geen omzet, en startende ondernemers beschikken vaak niet over diepe zakken.

    Financiering

    Dat brengt ons meteen bij het tweede probleem van duurzame ondernemers: ze hebben niet altijd even veel kaas gegeten van financiering. Ze kloppen bijvoorbeeld bij een bank aan om een experimentele productontwikkeling gefinancierd te krijgen. Het risico van zo’n project is echter vaak te hoog voor een bank. De klanten van de bank willen nu eenmaal jaarlijks rente over hun spaargeld en uiteindelijk ook hun spaarcentjes gewoon volledig terug krijgen.

    Voor het financieren van R&D en pilot projecten zul je naar business angels of venture capital op zoek moeten. Wat een nieuwe uitdaging oplevert, omdat deze meestal via het verstrekken van eigen vermogen werken. De ondernemer moet dan een deel van zijn bedrijf ‘verkopen’ aan een ander, wat ook de nodige stof voor conflicten kan opleveren. Al biedt het ook volop kansen, want een goede business angel of venture capitalist brengt ook kennis en een netwerk mee. Zoals een Amerikaanse venture capitalist ooit tegen mij zei:

    Het is kiezen tussen 100% van het chocoladekoekje of 25% van de chocoladetaart.

    Wat een ondernemer kiest is zijn eigen keus, beide keuzes hebben z’n voor- en z’n nadelen. Wanneer je kiest voor het volledige chocoladekoekje is het hard werken en mogelijk een stevige strijd tegen gevestigde partijen. Wanneer je kiest voor een deel van de chocoladetaart kan het zomaar gebeuren dat je bedrijf wordt opgekocht door een grote partij, zoals recent met Epyon is gebeurd.

    In beide gevallen biedt het opkomende fenomeen van crowdfunding een nieuwe mogelijkheid voor financiering van je bedrijf. Dat kan zowel via eigen vermogen (bv. Symbid) of via vreemd vermogen / leningen (bv. CrowdAboutNow of We komen er wel).

    Kopiëren vs. opschalen

    Veel duurzame ondernemers die ik de afgelopen jaren heb gesproken zijn actief in de milieutechnische hoek. Het zijn gedreven en ambitieuze techneuten. Het nabouwen van een bestaande installatie vinden ze maar saai en het streven blijft naar nog beter en nog groter. Terwijl het veel makkelijker is om een bestaand type installatie nogmaals te bouwen. De technische en financiële risico’s zijn voor klanten en financiers veel beter te overzien, waardoor de financiële voorwaarden gunstiger zijn. Aan financiers en potentiële klanten kan een bestaande installatie getoond worden die aan dezelfde specificaties voldoet en naar tevredenheid van de klant werkt.

    Een grotere of betere installatie geeft opnieuw de nodige (financiële) risico’s. Een installatie die een factor 10 groter is kan te maken krijgen met onverwachte technische problemen. In het geval van gebruik van een verbrandingsmotor kan het bijvoorbeeld gaan om sterk stijgende verbrandingsemissies door onvolledige verbranding. Bij gebruik van een verwarmingsmotor voor het verwarmen van een oven kan de temperatuur in de oven ongelijkmatig worden met schade aan het eindprodukt tot gevolg.

    Bel OVERHEID voor al uw problemen

    Een laatste categorie uitdagingen is de reflex om voor de oplossing van ieder probleem naar de overheid te kijken. Of het nu gaat om problemen met regelgeving, vinden van klanten of financiering de neiging bestaat al snel om naar de overheid te kijken voor de oplossing van deze problemen. Zelf werd ik altijd het meest recalcitrant van ondernemers met een briljante business case die alleen nog even gefinancierd moet worden door de overheid. Mijn tegenvraag was altijd waarom de bank of een andere financier de briljante business case niet wilde financieren?

    Meestal lagen er dan onder de oppervlakte factoren die voor een bank (en iedere andere financier) een risico vormen, bijvoorbeeld onervaren ondernemers, geen of weinig zekerheden, geen of weinig omzet, enkel een prototype beschikbaar (en nog geen werkend produkt) of de financier wilde een aandeel en zeggenschap in het bedrijf in ruil voor financiering.

    De overheid heeft diverse regelingen om dergelijke risico’s voor financiers te verkleinen of beheersbaar te maken, bijvooorbeeld d.m.v. borgstellingen. Stap 1 is echter dat de business case werkelijk op orde is, want over het algemeen moet de financier de aanvraag voor deze regelingen doen. Zodat de overheid zeker weet dat enkel geld wordt gestoken in ondernemers met voldoende marktpotentie. De overheid investeert zelf namelijk niet rechtstreeks in bedrijven. Tenzij je een olie- of gasput gaat slaan dan kan je de Nederlandse overheid vragen om via haar dochteronderneming Energie Beheer Nederland risicodragend te investeren, wat via dividendafdrachten weer terugkeerd in de schatkist als aardgasbaten.

    Waar haal je meer kennis vandaan?

    Als je als duurzaam ondernemer meer zicht wilt krijgen op mogelijke strategiën om bovengenoemde uitdagingen aan te pakken kun je op verschillende plekken terecht. Zelf heb ik de afgelopen jaren veel plezier gehad van het TNO onderzoek The Future of Industry. Vooral de bijbehorende visualisaties van marktblokkades en mogelijke strategiën om deze te overkomen vind ik erg verhelderend. Ik weet niet zeker of die ook in het onderzoeksrapport staan en ik kan helaas geen presentatie online vinden met de plaatjes die ik bedoel. Een andere optie is om je licht eens op te steken bij MVO-Nederland of De Groene Zaak.