Meer dan 11.000 wetenschappers waarschuwen voor klimaatcrisis

27 jaar geleden, in 1992, publiceerde de ‘Union of Concerned Scientists’, samen met meer dan 1.700 onafhankelijke wetenschappers, met onder hen de meerderheid van de nog levende Nobelprijswinnaars Natuurwetenschappen, de ‘World Scientists’ Warning to Humanity’ (pdf). Deze bezorgde wetenschappers riepen de mensheid op de vernietiging van ons milieu af te remmen en waarschuwden dat:

een grote verandering in de omgang van de mensheid met de aarde en het leven noodzakelijk zou zijn, als we enorme menselijke ellende nog wilden voorkomen.

Deze week herhaalde William J Ripple, Christopher Wolf, Thomas M Newsome, Phoebe Barnard, en William R Moomaw deze oproep in een publicatie in BioScience. De publicatie werd ondertekend door ruim 15,364 mensen, waarvan ruim 11.000 wetenschappers, uit 184 landen. Ripple et al. constateren dat er op een paar onderdelen na in 27 jaar weinig vooruitgang is geboekt. Dit baseren ze op een wetenschappelijke analyse van meer dan veertig jaar aan beschikbare gegevens over onder andere energieverbruik, temperatuur, bevolkingsgroei, ontbossing, ijsmassa en emissies.

Het goede nieuws

Om het bericht optimistisch te houden begin ik bij het goede nieuws. Volgens de auteurs toont de snelle wereldwijde afname in de productie van ozon-schadelijke stoffen aan dat wij in staat zijn snel positieve veranderingen uit te voeren. De auteurs zien ook vooruitgang in de vermindering van extreme armoede en honger. Andere pluspunten zijn de snelle daling van de geboortecijfers in vele gebieden (ondanks de teruglopende bestedingen aan family planning), toe te schrijven aan investeringen in het onderwijs aan meisjes en vrouwen, de veelbelovende daling van ontbossing van sommige gebieden, en de snelle groei van de hernieuwbare energiesector.

Het slechte nieuws

Ondanks het goede nieuws zijn de bedreigingen voor ons ecosysteem op aarde de afgelopen 25 jaar verre van afgenomen. Deze zijn zelfs veel erger geworden, zoals onderstaande figuur laat zien. Alarmerend is volgens de auteurs de huidige tendens naar een potentieel catastrofale klimaatverandering als gevolg van de toename van broeikasgassen in de atmosfeer door de verbranding van fossiele brandstoffen (Hansen et al. 2013), door ontbossing (Keenan et al. 2015) en door landbouwproductie – in het bijzonder de toename van herkauwers voor de vleesconsumptie (Ripple et al. 2014). Verder hebben wij volgens de auteurs een massa extinctie ontketend, de zesde in ruwweg 540 miljoen jaar. Deze massa extinctie zou vele van de huidige levensvormen kunnen vernietigen of richting uitsterving tegen het eind van deze eeuw sturen.

Ripple et al. stellen:

Wij brengen onze toekomst in gevaar door onze intensieve, maar geografisch en demografisch ongelijke materiële consumptie niet te beteugelen en omdat wij ons niet realiseren dat de snelle toename van de bevolking de hoofdreden is achter vele ecologische en zelfs sociale gevaren (Crist et al. 2017).Omdat we er niet in te slagen de bevolkingstoename te beperken, de rol van een economie enkel gebaseerd op groei te herzien, broeikasgassen te verminderen, hernieuwbare energie uit te breiden , biotopen te beschermen, ecosystemen te herstellen, verontreiniging onder controle te houden, dierensterfte te stoppen en invasieve vreemde fauna en flora te beperken, onderneemt de mensheid niet de noodzakelijke stappen om onze bedreigde biosfeer te beveiligen.

Wereldwijde klimaatplannen schieten te kort

De constateringen van de Ripple et al. ten aanzien van de voortgang op gebied van klimaatbeleid komen overeen met een recent rapport van het Universal Ecological Fund dat stelt dat enkel de plannen van de EU en een aantal andere Europese landen afdoende zijn om aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te voldoen. Van de 184 landen die toezeggingen hebben scoren slechts 36 een voldoende, terwijl 12 gedeeltelijk voldoende scoren. De overigen scoren een (gedeeltelijke) onvoldoende.

Van de vijf grootste uitstoters van broeikasgassen zijn enkel de toezeggingen van de EU voldoende. De EU zet in op tenminste 40% CO2e reductie ten opzichte van 1990 in 2030. De lidstaten liggen volgens het Universal Ecological Fund op koers om gezamenlijk 58% reductie te behalen. China heeft grootse plannen, maar deze zijn volgens het Universal Ecological Fund de komende jaren nog onvoldoende om de broeikasgasemissies in China daadwerkelijk te laten dalen. Ook India’s broeikasgasemissies stijgen naar verwachting nog tot 2030 door economische groei. De Verenigde Staten hebben recent stappen gezet om het klimaatakkoord van Parijs te verlaten, al zal dat pas na de presidentsverkiezingen volgend jaar z’n effect krijgen. Rusland heeft nog helemaal geen toezeggingen voor het reduceren van haar broeikasgasemissies gedaan. Het enige lichtpunt is dat Rusland recent wel toegetreden is tot het klimaatakkoord van Parijs.

Niet alleen de plannen om klimaatemissies te verminderen zijn onvoldoende, ook de realisatie schiet te kort. Veel landen hebben namelijk nog onvoldoende beleid om de gestelde doelen te halen. Ook komen landen hun toezeggingen voor financiering, technologieoverdracht en kennisopbouw niet na. Het niet nakomen van deze toezeggingen is een probleem, want 126 landen hebben hun toezeggingen hier geheel of gedeeltelijk van afhankelijk gemaakt.

Benodigde acties

Volgens Riple et al. zijn voor een overgang naar duurzaamheid de volgende effectieve en gevarieerde stappen nodig (niet in
volgorde van belang of urgentie):

  • Prioriteit geven aan de oprichting van stevig gefinancierde en goed beheerde reservaten voor een belangrijk deel van de leefgebieden van de aarde op het land, het water, de zee en de lucht.
  • behoud van de natuurlijke ecosysteemdiensten door het stoppen van de herbestemming van de bossen, graslanden, en andere inheemse leefgebieden;
  • grootschalig herstel van inheemse aanplantingen, boslandschappen in het bijzonder;
  • wilde inheemse diersoorten opnieuw uitzetten, zeker de top predators om de ecologische processen en dynamiek te herstellen;
  • ontwikkeling en uitvoering van passende beleidsinstrumenten om het uitsterven van dieren te verhelpen en om de stroperij en de handel en exploitatie van bedreigde diersoorten te stoppen;
  • verminderen van voedseloverschotten door opvoeding en betere infrastructuur;
  • stimuleren van de consumptie van plantaardige voedingsmiddelen;
  • verdere vermindering van de geboortecijfers, door vrouwen en mannen toegang te geven tot onderwijs en diensten voor vrijwillige gezinsplanning, met name in gebieden waar deze middelen nog steeds ontbreken;
  • bevorderen van natuureducatie in open lucht voor kinderen en van een algemene betrokkenheid van de samenleving voor de waardering van de natuur;
  • het overhevelen van financiële investeringen naar positieve ecologische innovatie;
  • ontwikkeling en bevordering van nieuwe groene technologieën en massaal omschakelen naar hernieuwbare energiebronnen, met een gelijktijdige afschaffing van subsidies voor de productie van energie uit fossiele brandstoffen;
  • herziening van onze economie om de ongelijke verdeling van kapitaal te verminderen en ervoor te zorgen dat prijzen, belastingen en financiële toeslagen rekening houden met de werkelijke kosten van consumptiepatronen op onze omgeving; en
  • het inschatten van de grootte van een wetenschappelijk verdedigbare, duurzame menselijke populatie op lange termijn en tegelijk landen en hun leiders verenigen om dit cruciaal doel te ondersteunen.

Om een wijdverbreide ellende en een catastrofaal verlies aan biodiversiteit te voorkomen, moet de mensheid  volgens Ripple et al. een duurzaam milieugericht businessmodel uitwerken en uitvoeren. Vijfentwintig jaar geleden was dit reeds ondubbelzinnig geformuleerd door wetenschappers, maar in de meeste opzichten hebben we geen rekening gehouden met hun waarschuwing. Volgens de Rippel et al. is het vijf voor twaalf en zal het binnenkort te laat zijn om corrigerende maatregelen te nemen. De auteurs stellen dat we moeten erkennen, in ons dagelijks leven en in onze bestuurlijke instellingen, dat de Aarde met al zijn leven ons enige huis is.

Onder druk wordt alles vloeibaar

Veel politieke leiders reageren op publieke druk (of op tractoren en graafmachines). Daarom moeten wetenschappers, opiniemakers en burgers er volgens Ripple et al. op aandringen dat hun overheden direct maatregelen nemen. Dit is volgens hen een morele verplichting tegenover huidige en toekomstige generaties van menselijk en ander leven. De toename van georganiseerde initiatieven vanuit de basis noemen ze hoopvol. Daarnaast zullen volgens hen ook ons individueel gedrag moeten veranderen. Bijvoorbeeld door het drastisch verminderen van onze individuele consumptie van fossiele brandstoffen, vlees, en andere natuurlijke rijkdommen. Ook nadenken over het aantal kinderen dat we krijgen behoort daarbij. Waarbij meteen opgemerkt dat rijke mensen een veelvoud vervuilen van arme mensen.

De Nederlandse vertaling van de oproep van de 11.000 wetenschappers is hier (pdf alert) te vinden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Onderzoek regionale omroepen: Gegevens en rapporten mijnbouw vol met fouten

Officiële gegevens en rapporten over gaswinning in ons land zitten vol met fouten. Ook is regelmatig  sprake van tegenstrijdige adviesrapporten over de gas-, olie- en zoutwinning en afvalwaterinjectie. Dat blijkt uit onderzoek van de vier noordelijke regionale omroepen RTV Noord, RTV Drenthe, Omrop Fryslân en RTV Oost. Volgens de omroepen worden de Europese richtlijnen niet altijd nageleefd en worden milieuvergunningen niet aangevraagd. Verder worden risico’s in veel conceptrapporten beschreven, maar zijn ze ineens verdwenen uit het definitieve rapport.

De vier regionale omroepen hebben verschillende conceptrapporten en de officiële versies naast elkaar gelegd. In het onderzoek zijn ook e-mails betrokken die door vertegenwoordigers van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) zijn verstuurd. Het SodM houdt toezicht op de winning van gas en olie in Nederland. Ze kijken ook of bedrijven de regels naleven.Medewerkers van SodM zeggen in de e-mails dat ze van de fouten weten en dat zij zich in sommige gevallen ook verbazen over de uitkomsten van rapporten.

Wouter van der Zee, hoofd Ondergrond bij toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen, durft in een reactie niet te spreken van fraude:

Het kan een slordigheid zijn, er kan bij de verwerking een fout zijn gemaakt, je kunt niet spreken van moedwillige fraude.

Voor gegevens uit de mijnbouw zijn vergunningverleners en toezichthouders vrijwel volledig afhankelijk van de commerciële olie- en gasbedrijven. Zij hebben de wettelijke plicht om te zorgen voor een deugdelijke verzameling van alle data en de plicht om die te delen met de overheid. De overheid publiceert deze data op NLOG. Er is geen feitelijke controle van de data die commerciële olie- en gasbedrijven aanleveren, SodM stuurt alleen op risico’s en we moeten de bedrijven vertrouwen op het netjes naleven van de wet. Intussen moet de minister zijn besluiten en risico-afwegingen wel maken op basis van wat deze bedrijven ons willen vertellen.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Duurzaam denken is nog niet duurzaam doen

Binnenlands Bestuur heeft een onderzoek naar het klimaatbewustzijn en het gedrag van mensen laten doen door I&O research. In het onderzoek is gekeken hoe Nederlanders denken overduurzaamheid, welk gedrag ze vertonen, en hoe dit gedrag leidt tot eengrote of minder grote ecologische voetafdruk. Het verschil dustussen denken en doen. Het onderzoek kijkt ook naar de verschillen tussen stemmers op diverse politieke partijen. Reden voor verschillende twitteraars om al kersen plukkend de stemmer op de politieke partij van hun keuze af te schieten. Reden om eens wat dieper in het oorspronkelijke onderzoek te duiken. Te beginnen met een open deur.

Open deur: hoger inkomen leidt tot hogere CO2 uitstoot

Ik noem het een open deur, maar vaak wordt de theorie aangehangen dat een hoger inkomen tot milieubewuster gedrag leidt en dat daarmee de klimaatimpact zal dalen. De zogenaamde milieu Kuznetscurve, waarbij gesteld wordt dat het inkomen eerst moet stijgen tot een bepaald niveau voordat mensen milieubewuster gaan leven. Bij klimaat is dat in de resultaten van het onderzoek van I&O research niet terug te vinden:

In figuur 2.2 is ook terug te zien dat mensen met een hogere opleiding nou niet echt minder CO2 uitstoten. Dus ook een leercurve lijkt niet aanwezig te zijn. Hooguit is het dat hoger opgeleide mensen zich vaker zorgen maken over klimaatverandering:

Invloed politieke voorkeur op klimaatuitstoot

Een aantal media was vlot met het overnemen van sappige details, bijvoorbeeld RTL Nieuws dat meldde dat GroenLinks stemmers net zoveel uur vliegen als stemmers op Forum voor Democratie. Hieronder daarom het volledige overzicht van grafieken uit het onderzoek waarin CO2 uitstoot of milieuonvriendelijk gedrag gekoppeld wordt aan politieke voorkeur. Oordeel vooral zelf. Spoiler alert: RTL Nieuws vertelde geen onwaarheid, het was echter wel wat selectief winkelen uit de gegevens.

In het onderzoek zijn aan de gemiddelde uitstoot van een Nederlander 1.000 punten toegekend. De totale CO2 uitstoot per politieke partij, op basis van stemgedrag voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2017, ziet er als volgt uit.

De VVD stemmer scoort het slechts, gevolgd door het CDA. Opvallend is de slechte score van D66, dat zich als politieke partij toch voorstaat op haar groene ambities. Haar kiezers hebben daar duidelijk wat meer moeite mee. Iets meer nog zelfs dan stemmers van PVV en FvD. De kiezers van SP, ChristenUnie, GroenLinks en Partij voor de Dieren hebben een lager dan gemiddelde uitstoot.

Energieverbruik in huis

Wanneer gekeken wordt naar het energieverbruik in huis ziet het beeld er als volgt uit. Waarbij een rangschikking is gekozen van hoogste naar laagste energierekening. Tevens is weergegeven of mensen energie afnemen van een groene energieleverancier en of ze met anderen praten over klimaatverandering. Als definitie voor groene energieleverancier is gekeken naar de voorlopers volgens het jaarlijkse onderzoek van WISE, Greenpeace, Natuur & Milieu en de Consumentenbond. Op de methodologie van dit onderzoek is kritiek of het wel de juiste manier is om te bepalen of energiebedrijf groen is is de vraag. Aan de andere kant nodigt I&O Research criticasters expliciet uit om verbeteringen in de methodologie aan te dragen. 

Mobiliteit

Bij mobiliteit is naar twee belangrijke componenten gekeken. Op de eerste plaats naar autogebruik, waarbij ook gevraagd is of mensen hun bandenspanning regelmatig controleren. Ook is gevraagd of mensen bereid zijn de maximumsnelheid naar 100 km/uur te verlagen. De uitkomsten staan in onderstaande figuur:

De tweede component voor mobiliteit bestaat uit vliegen. Daarbij is gekeken naar het aantal vlieguren per jaar. Waarbij opvalt dat GroenLinks stemmers inderdaad hoog zitten, iets hoger zelfs dan stemmers op FvD. Enkel stemmers op VVD en D66 vliegen meer. Een andere aardigheid is dat stemmers op SP, 50Plus en PVV minder vliegen dan stemmers op de Partij voor de Dieren.

Vlees

Bij voedsel is enkel gekeken naar de consumptie van vlees. De rangschikking van links naar rechts in onderstaande figuur is op basis van het aantal gram vlees dat per week gegeten wordt. Weinig verrassend scoort de PvdD daarbij het laagst. Opvallender vind ik dat het nog steeds 356 gram per week is. Hier laat zich een grote spagaat tussen denken en doen zien: 45% van de PvdD stemmers is van plan om minder vlees te eten en 26% voelt zich schuldig als hij of zij vlees eet. Dat is ook zichtbaar bij GroenLinks en D66 stemmers, ook daar wil meer dan 40% van de stemmers minder vlees eten.

Apparaten

Bij apparaten is het onderscheidt tussen verschillende partijen minder duidelijk zichtbaar. Het percentage mensen dat kiest voor de meest zuinige variant loopt wel uiteen.

Kleding

Bij kleding zijn er wel duidelijk verschillen, al is goed zichtbaar dat dit een thema is dat minder lang op de agenda staat. Gemiddeld let slechts 20% van de mensen op waar kleding gefabriceerd. Uitschieters zitten met name bij D66, GroenLinks en PvdD.

Conclusie

Bovenstaand overzicht is slechts een bloemlezing uit het rapport. Er zit veel meer interessante informatie in. Bijvoorbeeld over de rol van de overheid. Het rapport geeft ook een overzicht van de hoogst scorende CO2-uitstoters. Oordeel zelf op wie de focus zich in het publieke debat behoort te richten:

Het hele onderzoek is hier te downloaden (na registratie)

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Kans dat mens niet verantwoordelijk is voor klimaatverandering 1 op de 3,5 miljoen

Internationale wetenschappers hebben de resultaten van een aantal gezaghebbende onderzoeken op het gebied van klimaatverandering in de afgelopen decennia naast elkaar gelegd. Uit deze onderzoeken blijkt dat de kans dat de aarde niet sneller opwarmt door toedoen van de mens 1 op de 3,5 miljoen is.

Hiermee is een waarschijnlijkheid bereikt die een ‘gouden standaard’ wordt genoemd. Dit is een maat waarmee in de fysische wetenschappen een waarschijnlijkheid wordt aangeduid, melden de onderzoekers in een artikel in het blad Nature Climate ChangeIn 2012 werd voor het laatst zo’n ‘gouden standaard’ toegekend. Het ging toen om de vondst van het Higgs-deeltje, de ontdekking van het elementaire deeltje dat ervoor zorgt dat alle minieme deeltjes in het universum massa hebben.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Onderzoek naar wat ExxonMobil wist van klimaatverandering breidt zich uit

In Nederland is het wachten op het hoger beroep in de klimaatzaak en op de wijze waarop het kabinet de uitspraak van de rechtbank in de tussentijd uit denkt te gaan voeren. In de VS stapelen de klimaatzaken zich ondertussen op. Naast verschillende rechtszaken tegen de overheid onderzoeken 17 aanklagers in de VS de mogelijkheden om samen te gaan werken in het onderzoek naar klimaatgerelateerde initiatieven, zoals

ongoing and potential investigations into whether fossil fuel companies misled investors and the public on the impact of climate change on their businesses.

De coalitie bestaat uit openbaar aanklagers uit Californië, Connecticut, District of Columbia, Illinois, Iowa, Maine, Maryland, Massachusetts, Minnesota, New Mexico, New York, Oregon, Rhode Island, de Maagdeneilanden, Virginia, Vermont en Washington.


Schneiderman, de New Yorkse openbaar aanklager die in november vorig jaar als eerste een onderzoek naar Exxon startte, sprak stevige woorden over het verantwoordelijk houden van bedrijven die frauduleuze activiteiten hebben ontplooid met betrekking tot klimaatverandering:

Everyone from President Obama on down is under a relentless assault from well-funded, highly aggressive and morally vacant forces that are trying to block every step by the federal government to take meaningful action. So today we are sending a message that at least some of us, actually a lot of us, in state government are prepared to step into this battle with an unprecedented level of commitment and coordination.

If there are companies —whether utilities or fossil fuel companies— committing fraud in an effort to maximize their short-term profit at the expense of the people we represent, we want to find out about it and want to expose it and we want to pursue them to the fullest extent of the law, prosecute them to the fullest extent of the law.

De openbaar aanklagers maakte weinig details bekend over hun plannen of over lopende onderzoeken. Al was wel duidelijk dat de openbaar aanklagers gaan samenwerken in het onderzoek naar mogelijke misleiding door ExxonMobil van investeerders en het publiek over de gevolgen van de eigen bedrijfsvoering voor klimaatverandering. De openbaar aanklagers gaan daarnaast samenwerken om belangrijke wetgevings- en beleidsinitiatieven met betrekking tot klimaatverandering te beschermen tegen aanvallen van de olie-, gas- en kolenindustrie.  Ook anticipeerde Schneiderman op een mogelijk verweer van ExxonMobil dat de onderzoeken en aanklachten de vrijheid van meningsuiting in gevaar zouden brengen:

The First Amendment, ladies and gentlemen, does not give you the right to commit fraud. Every attorney general does work on fraud cases, and we are pursuing this as we would any other fraud matter. You have to tell the truth, you can’t make misrepresentations of the kinds we’ve seen here.

ExxonMobil reageerde inderdaad binnen enkele uren met eenpersverklaring, waarin ze het onderzoek als een aanval op de vrijheid van meningsuiting betitelde. Ook op Twitter ging ExxonMobil in het tegenoffensief:

Screen Shot 2016-03-30 at 11.59.48 AM.png

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Is de uitkomst van klimaatsceptisch onderzoek reproduceerbaar?

Dat is de vraag die een groep klimaatwetenschappers zichzelf heeft gesteld. Ze hebben 38 studies van klimaatsceptici genomen met als hypothese dat de conclusies van deze 38 studies juist zijn. Om vervolgens te kijken of ze de resultaten van het onderzoek konden reproduceren en de hypothese konden falsifiëren. Kortom, de goede oude combinatie van de wetenschappelijke basisprincipes reproduceerbaarheid en falsifieerbaarheid.

Om een lang verhaal kort te maken:

It didn’t go well for the contrarian studies.

De onderzoekers stellen overigens dat de gevonden vergissingen geen kwestie van kwaadwillendheid hoeven te zijn. Het artikel is hier beschikbaar onder open access.

Open waanlink

Dit bericht is eerder gepubliceerd als open waanlink op

Een aanpak voor Griekenland gebaseerd op IMF onderzoek

Terwijl het Griekse drama afgelopen week nieuwe hoogte-, of misschien passender dieptepunten bereikte vroeg Ashoka Mody, bezoekend professor internationale economische politiek aan de Princeton Universiteit, zich af hoe een aanpak voor Griekenland er uit zou zien als IMF onderzoek als basis zou dienen.

De aanpak van de Eurogroep bestaat volgens Mody al 5 jaar uit:

  • Borrow more money (this time mainly from the European authorities) to repay one group of creditors (the IMF, to which substantial repayments are due);
  • Stay focused on more austerity, steadily increasing the primary surplus (the budget surplus not including interest payments); and
  • Undertake structural reforms—changes in labour and other markets to improve the Greek economy’s longer-term growth potential.

Om te laten zien waarom dat al vijf jaar niet de gewenst resultaten geeft verwijst hij naar drie uitkomsten van IMF studies:

  • Over-indebted countries struggle to grow.
  • Austerity in a weak economy is self-defeating (Blanchard and Leigh 2013). As the budget deficit is reduced, the economy slows down, and the ability to repay debt is undermined. Indeed, austerity can be self-defeating (Eyraud and Weber 2013).
  • Structural reforms have, at best, an uncertain payoff (IMF 2015). In Box 3.5 of this recent chapter from the IMF’s World Economic Outlook, the updated finding has a long pedigree. Policy measures can possibly create an environment for growth in the long-run, but no immediate payoffs should be expected

Hoe zou een programma voor Griekenland er dan wel uit moeten zien?

  • Forgive Greek debt so that it comes down to 50% of GDP payable over 40 years.
  • Scale down the banking system, which has been badly damaged and will continue to create vulnerabilities.
  • And agree to a flat 0.5% of GDP primary surplus over the next three years, which even Greece can deliver.

Volgens Mody komt de schuldenkwijtschelding bij het voortzetten van de huidige aanpak in kleine beetjes. Wat tot langdurige pijniging van Griekenland en z’n schuldeisers leidt.

Open waanlink

Dit bericht verscheen eerder als open waanlink op Sargasso.