Tag: onderzoek

  • Revolutie met recht gestart

    Vorig jaar schreef ik over het boek Revolutie met recht van Roger Cox. Deze week werd duidelijk dat het Roger Cox en Urgenda ernst is. Na 5 jaar positieve acties, icoonprojecten, regiotours, dagen en nachten van de duurzaamheid, heeft Urgenda nu de eerste stappen richting een rechtzaak gezet met het sturen van een brief aan de Staat. Inzet is om klimaatmaatregelen in Nederland af te dwingen.

    Urgenda pakt het groot aan met de website Wij Willen Actie waarop iedereen zijn of haar bijdrage kan leveren bij het verzamelen van feiten, informatie en argumenten.

    De basis

    Als je gaat kijken naar hoe Nederland het internationaal gezien doet dan is er alle reden om de rijksoverheid te helpen met het zetten van een extra stapje. De ambities voor duurzame energie zijn onder Rutte 2b weer wat omhooggeschroefd, de realisatie laat echter nog steeds te wensen over. Nederland bungelt nog steeds onderaan de lijstjes met duurzame energie opwekkende lidstaten en is van duurzame koploper tot fossiele achterblijver verworden. Terwijl we als burger wel 2 keer zoveel energiebelasting betalen als de Duitsers aan feedin opslag kwijt zijn. Peter Desmet noemt dat betalen voor een energietransitie die we niet krijgen. ECN heeft het over een energiebeleid dat niet is afgestemd op energietransitie.

    Duurzame energie is echter maar een klein stukje van de puzzel die klimaatverandering oplevert, zoals de Algemene Rekenkamer deze week in een onderzoek over klimaatadaptatie liet zien. Klimaatadaptatie is een ander belangrijk onderdeel. Het effect van klimaatverandering op waterhuishouding en ruimtelijk ordening is op orde. Op een aantal andere terreinen zijn de effecten van klimaatverandering nog niet goed onder­zocht volgens de Algemene Rekenkamer: gezondheid, energie, transport en recreatie. Daardoor bestaat er geen goed zicht op wat de risico’s en kwets­baarheden in deze sectoren zijn. Ook blijven in de afzonderlijke onderzoeken van kennis- en onderzoeks­instituten de raakvlakken tussen de problemen (versterken effecten elkaar? welke gevolgen heeft een adaptatiemaatregel in sector x voor sector y?) veelal buiten beeld.

    Naarmate maatregelen later genomen worden lopen de kosten volgens de Rekenkamer op. Als ik me het boek Revolutie met Recht goed herinner kan dat ook reden zijn om nu al maatregelen af te dwingen via de rechter.

    Mijn mening

    Ik blijf mijn bedenkingen hebben tegen de juridische route, dat neemt niet weg dat ik de verrichtingen van Urgenda met  nieuwsgierigheid ga volgen. Dat er vandaag bij de SER gesproken is over een nationaal energieakkoord klinkt hoopgevend. Ik heb echter genoeg mooie woorden gehoord, het is tijd voor woorden die ondersteund worden met daden. Dus niet roepen dat je energiebesparing bij woningbouwcorporaties belangrijk vind terwijl je ondertussen 2 miljard van hun reserves de staatskas in sluist en de huurtarieven aanpast (naar 4,5% van de WOZ waarde). Of wel de hypotheekrenteaftrek aanpassen, maar daarin weer niks regelen voor mensen die hun huis willen verduurzamen.

  • Klimaatsceptici = klimaatontkenners ?

    Ik geef toe het is minder spectaculair nieuws dan het lekken van emails van onderzoekers. Toch zou je wat meer aandacht verwachten voor het recente BEST onderzoek dat laat zien dat het klimaat verandert en dat het veroorzaakt wordt door de mens. Vooral omdat het betreffende onderzoek gefinancierd is door een aantal klimaatontkenners. Aan de andere kant, je kan je er beter om vermaken dan al te druk om maken… Iemand een idee hoeveel seconden of centimeter persaandacht dit onderzoek in Nederland heeft gehad?

    Oh ja, en het antwoord op de vraag uit de titel van dit stuk is dus dat sceptici geen ontkenners zijn.

    Voor wie serieuzere stukken wil lezen op z’n vrije zondag:

    Voor wie zich afvraagt wie de Koch broers zijn is deze Al Jazeera documentaire een aardige starter:

    [youtube http://www.youtube.com/watch?v=eOCHAv25uTw&w=560&h=315]
    Bron: Climate Progress

  • Uit de inbox: Doe mee aan online onderzoek "duurzaamheidsdialoog financiele sector"

    Het woord duurzaamheid mag dan niet in de Troonrede hebben gezeten, dat wil niet zeggen dat Nederland stil zit op gebied van duurzaamheid. Gisteravond was ik bij de inleidende lezingen-avond van de cyclus Economie-Transitie, met als inzet om te komen tot een partij-overstijgend voorstel voor een economie-transitie in de richting van een duurzame / toekomstzekere / robuuste economie. De avond was georganiseerd door het Duurzaamheidsoverleg Politieke Partijen (DoPP) en is in zeker zin een vervolg op Nederland krijgt nieuwe energie.

    Vanaf maandag gaat er ook een cyclus van start georganiseerd door het Sustainable Finance Lab over de toekomst van het financiële systeem. En ten derde ontving ik in de inbox een uitnodiging om deel te nemen aan het online onderzoek “duurzaamheidsdialoog financiële sector”. Dat onderzoek maakt deel uit van een verkenning van de manier waarop de financiële sector zich oriënteert op haar bijdrage aan een verduurzamende samenleving. Waar wordt de dialoog over de rol van de sector gevoerd en gevoed? Welke drempels ervaren medewerkers bij het ter sprake brengen van duurzaamheid?

    Deelnemen aan het onderzoek kan via: http://www.enqueteviainternet.nl/fs42bt55pe .

    Het onderzoek is een initiatief van Marleen Janssen Groesbeek en Wibo Koole, wordt gefinancierd door Agentschap NL en geniet de steun van de Stichting Eumedion (koepel van institutionele beleggers) en NIBE-SVV (opleidingsinstituut van de sector).

    Het onderzoek bestaat uit een 25-tal diepte-interviews met topmensen en opinion leaders in en rond de sector, plus een online onderzoek onder duizenden medewerkers. Met de resultaten willen wij in het najaar een founders table bij elkaar brengen die de vorm en scope van een permanent platform voor dialoog (werktitel: Societeit Pure Winst) met elkaar bepalen.Het onderzoek strekt zich uit tot een brede groep stakeholders, waaronder onderwijs, toezichthouders, adviseurs, klanten en maatschappelijke organisaties.

    Nu maar hopen dat deze drie initiatieven elkaar (en de vele andere lopende initiatieven) gaan vinden en versterken.

  • Milieucentraal vind consumenten te dom om hun onderzoeken te lezen

    Dat is althans de enige conclusie die ik kan trekken op basis van onderstaande twee tweets:

    @Treemagotchi @krispijnbeek @hetkanWel Alle info wordt verwerkt in onze webteksten, die zijn openbaar. Brondocs zijn moeilijk leesbaar.

    @Treemagotchi @krispijnbeek @hetkanWelHet is opvraagbaar voor journalisten, maar niet geschikt voor consum. Het behoeft veel toelichting.

    Wat vooraf ging

    Op HetKanWel.nl las ik dat onderzoek van Milieucentraal laat zien dat groen rijden (biogas of elektrisch) al voordelig is vanaf 13.00o kilometer. HetKanWel.nl verwees naar een artikel in de papieren Trouw, maar schreef ook dat het artikel niet online beschikbaar is. Geen nood dacht ik, want Milieucentraal zal het onderzoek toch wel op haar website hebben geplaatst. Of op z’n minst een persbericht met een link naar het artikel? Of anders een blogbericht. Volgens het testje van Milieucentraal rijdt een gezin al snel 12.500 kilometer per jaar. Wat betekent dat dit revolutionair goed nieuws is voor alle mensen in Nederland die op het punt staan om een nieuwe auto te kopen…

    Helaas was het onderzoek niet te vinden op Milieucentraal. Waarop ik de volgende tweet plaatste:

    @hetkanWel toch jammer dat het onderzoek over de kosten van groen rijden niet vindbaar is op de site van @milieucentraal

    Naar mijn mening is de reactie van Milieucentraal (zie begin van dit bericht) zwaar ondermaats. Alsof ik als ‘consument’ te dom ben om de onderzoeken die MilieuCentraal laat uitvoeren te begrijpen. Met alle respect voor de experts van Milieucentraal: ik ben in 2002 afgestudeerd als milieu-econoom aan de WUR en heb daar echt wel voldoende milieu-economische scholing gehad om dergelijke onderzoeksrapporten te beoordelen. De afgelopen 6 jaar heb ik voor het Ministerie van Economische Zaken (, Landbouw & Innovatie) gewerkt op voornamelijk milieu en duurzaamheidsthema’s, zoals de herziening van de Europese milieuvergunningenrichtlijn (IPPC), milieujaarverslagen, grootschalige luchtverontreiniging, samenhang tussen klimaat- & luchtkwaliteitsbeleid, en duurzaam ondernemen. Waarbij ik ook in verschillende begeleidingscommissies van beleidsonderzoeken heb gezeten.

    Helaas ben ik weg bij het Ministerie en ben ik volgens Milieucentraal weer met domheid geslagen. Want in mijn rol als consument kan ik een testje doen met black box berekeningen en heb ik te weinig hersens om de rapporten die Milieucentraal te begrijpen. Stelletje ****************

    Hoe kan het ook?

    Voor een heel andere aanpak kijk je op de site CompareMySolar.nl. Daar kun je verschillende offertes voor zonnepanelen vergelijken. Voordat je een offerte aanvraagt kun je ook de achterliggende berekeningen bekijken, inclusief de achterliggende aannames.

    En dat is nou net wat ik wil: de ruwe data nu! En anders op z’n minst de achterliggende berekeningen en aannames.

  • Nederland modderland, belemmeringen voor duurzame innovaties

    Gisteravond heb ik Goudzoekers zitten kijken. De aankonding van de aflevering Nederland Modderland beloofde veel:

    Nederland dreigt de boot weer eens te missen. Het zou als ondernemend, duurzaam en vernieuwend land weer op de kaart gezet worden -dat was wat Balkenende voor ogen had, toen hij in 2003 het Innovatie Platform oprichtte. Hoe is het nu met dat ‘swingende kennisland’?

    De start was ook goed met Ruud Koornstra en Igor Kluin die uitlegde op welke wijze zij hun onderneming runnen en tegen welke belemmeringen ze daarbij aan lopen. De anekdote van Igor Kluin over een manager van een netwerkbedrijf dat het product van Qurrent onzinnig vind legt meteen de vinger op een van de zere plekken van de transitiefanfare.

    Desondanks kon de uitzending de belofte van de aankondiging naar mijn mening niet waarmaken. Zoals ik tijdens de uitzending al tweette vond een van de interviewers luchtgitaar spelen helaas belangrijker dan doorvragen aan de geëmigreerde ondernemer welke belemmeringen in regelgeving voor startups zijn vertrek naar de VS veroorzaakt hadden. Gelukkig maakte Frans Nauta het nog goed door voor te stellen om alle hoogleraren voortaan nog maar 9 maanden salaris te geven en ze de andere 3 maanden bij te laten klussen ter meerdere eer & glorie van het ‘algemeen belang’ (of ordinair gezegd: bijscharrelen om zorg te dragen voor voldoende nieuwe en innovatieve bedrijvigheid in profit of non-profit hoek).

    Onderzoek naar belemmeringen

    Ik wil niet beweren dat ik alle antwoorden heb op belemmeringen voor (duurzame) innovaties in Nederland. Op gebied van duurzame innovaties zijn er inmiddels al wel voldoende rapporten en onderzoeken verschenen die houvast bieden. Een makkelijk weg te lezen start vormt het rapport Koplopersloket Schone Energie (pdf  hier) uit 2009 van Rebelgroup. Degelijkere werkjes (vooral ook dikker, saaier en wetenschappelijk verantwoorder) zijn gemaakt in opdracht van de Europese Commissie, DG Enterprise. Bijvoorbeeld de Study on the Competitiveness of the EU eco-industry (2009) of de studie naar milieuschadelijke subsidies uit 2010.

    De conclusies en aanbevelingen komen ruwweg overeen en bevatten vaak onderdelen van de volgende waslijst:

    • zorg voor een gelijk speelveld tussen duurzaam en niet-duurzaam (dus bouw milieuschadelijke subsidies en/of ondersteuningsregelingen af);
    • zorg voor voldoende geld / financiering;
    • zet de inkoopmacht van de overheid in;
    • neem hindernissen in regelgeving weg;
    • zorg voor kennisoverdracht tussen klant en leverancier van duurzame producten/diensten;
    • zorg voor een goede Europese markt voor duurzame innovaties, de Nederlandse markt is te klein om van schaalvoordelen te profiteren (dus zet in op Europese standaarden);
    • een eigen thuismarkt is van groot belang om tot export te kunnen komen (‘eat your own dogfood’).

    Alternatieve opvattingen

    Natuurlijk vind niet iedereen dat bovengenoemde punten recht doen aan de knelpunten die er bestaan op gebied van duurzame innovaties. Als je daar in geïnteresseerd bent raad ik je aan om eens rond te neuzen in de archieven van de LinkedIn groep Innovatie 2.0 of in het archief van het weblog van Wouter de Heij.

  • Impressie Cradle 2 Cradle – duurzaam beton – 23 juni 2011

    Op donderdag 23 juni was ik te gast bij de Cradle 2 Cradle – duurzaam beton conferentie die werd georganiseerd door Strukton, Bouwend Nederland en de Stichting Vernieuwing Bouw. Onderwerp van de bijeenkomst was een onderzoeksproject naar recycling van beton in het kader van het 7e Kaderprogramma (KP7) Recyling bouwmaterialen, waar vanuit Nederland StruktonTheo PauwHeidelberg/ENCI en de TU Delftaan meewerken (met nog 12 Europese partners). De bijeenkomst vond plaats in het gebouw van Bomen Centrum Nederland te Baarn, waar geen spatje beton in te vinden was… Tijdens de bijeenkomst waren er presentaties van:

    • Peter Rem, Technische Universiteit Delft;
    • Frank Hoekemeijer, Strukton Civiel;
    • Andre Burger, directeur Cement & BetonCentrum;
    • Douwe Jan Joustra, partner One Planet Architecture institute (OPAi).

    Bij de opening door Martijn Smitt, directeur Strukton Civiel, passeerde een paar mooie voorbeelden van duurzame oplossingen van Strukton de revue, zoals hergebruik van rail ballast, hergebruik van sloopmateriaal in het eigen productieproces, het combineren van transportbewegingen voor brengen van bouwmateriaal en halen van afval, en een getijde energiecentrale in de Oosterschelde, waarvan Strukton zelf ook elektriciteit af gaat nemen.

    De presentaties

    Peter Rem van de TU Delft schetste in zijn presentatie de technische contouren van het project en de mogelijkheden die het project biedt. Hij gaf aan dat Europese programma’s beginnen vanuit een oogpunt dat voor bedrijven soms wat vreemd oogt: de positieve effecten voor de Europese burger. Projecten die de EU steunt vanuit de Kaderprogramma’s moeten bijdragen aan de gezondheid, welvaart en het milieu voor de Europese burger en aan harmonisatie van regelgeving binnen Europa.

    In het geval van recycling van bouwmaterialen gaat het dan concreet om:

    • het verminderen van transportbewegingen;
    • minder gebruik van niet-duurzame materialen;
    • uitwerking van de resultaten van het onderzoek op Europese regelgeving.

    Peter Rem gaf aan dat de cementindustrie (een belangrijke grondstof voor beton) wereldwijd goed is voor 5 tot 10% van de CO2 emissies. André Burger gaf later aan dat de cementindustrie wereldwijd goed is voor 5% van de CO2 emissies en in Nederland slechts voor 2% van de CO2 emissie. Daarmee zit de cementindustrie volgens Douwe Jan Joustra in dezelfde orde van grootte als de luchtvaart- en scheepvaartsector. Een grote uitstoter van CO2, wat ook verantwoordelijkheid voor de vermindering van emissies met zich meebrengt.

    Toekomstverwachtingen betonmarkt

    Wereldwijd is veel beton aan het einde van haar levensduur (in jargon EOL beton als ik het goed begreep). Nederland loopt binnen Europa voorop in recycling van Bouw en Sloop Afval (BSA), in het zoeken van hoogwaardige toepassing van vrijkomende materialen en in innovatieve methodieken om gebouwen te ontmantelen. Het storten van beton (of ander afval) gebeurd in Nederland vergeleken met andere landen niet tot nauwelijks.

    De verwachting voor de toekomst (tot 2025) is dat de hoeveelheid EOL beton toeneemt. Momenteel wordt end of life beton vooral gebruikt om menggranulaat van te maken, dat op haar beurt weer dient als fundering voor wegen. De verwachting is dat de vraag naar menggranulaat voor deze toepassing in de toekomst echter nauwelijks groeit. Dat betekent dat in 2025 mogelijk een overschot aan EOL beton ontstaat. De hoofdvraag van het onderzoeksproject is hoe dit overschot op een duurzame wijze gerecycled kan worden. Factoren die daarbij meespelen zijn het aantal transportbewegingen, cement en energie (de 3 ecologische kanten waar naar gekeken wordt), de proceskosten (de economische kant), de productkwaliteit en productgaranties (de markt kanten).

    Het onderzoeksconsortium heeft een proefproces ontwikkeld dat de naam Advanced Dry Recovery (ADR) heeft meegekregen. Het betreft een mobiel proces dat ingezet kan worden op de slooplocatie, waardoor de hoeveelheid transportbewegingen beperkt blijft. In de ADR wordt het beton gescheiden in grof en fijn betongranulaat. Het grove betongranulaat is zuiver genoeg om als grondstof voor beton te dienen. De fijnere fractie kan als grondstof voor cement dienen, waarmee het een CO2 besparende vorm van recycling is. De kwaliteit van de reststoffen is digitaal te monitoren. Volgens Peter Rem is het proces economisch rendabel en competitief. Een eerste praktijktest wordt uitgevoerd bij de sloop van het oude IBG gebouw in Groningen.

    Uitdagingen

    Hoewel ADR volgens de TU Delft een veelbelovende technologie is, zijn er zeker ook nog beren op de weg. Zo is het lastig om met vaste percentages herbruik te werken, zoals BREAAM doet, omdat betongranulaat niet altijd lokaal beschikbaar is (je gaat bv. meestal het oude pand pas slopen als je het nieuwe pand voor een opdrachtgever hebt staan). Daarnaast is het van belang dat het beton bij sloop meteen gescheiden wordt en dat de kwaliteit van het betongranulaat goed is. Verder moet het inzetten van de techniek ook in de praktijk rendabel zijn.

    Een laatste uitdaging is het effect van ADR op de duurzaamheidsscore van een project. Vooralsnog levert het nieuwe proces binnen de verschillende berekeningsmethoden voor duurzaam bouwen nog weinig op. Bij BREAAM is 1 punt te verdienen als je meer dan 25% beton hergebuikt binnen een straal van 30 kilometer. Bij DuboCalc en GreenCalc heeft hergebruik van beton nog helemaal geen effect op de duurzaamheidsscore. Terwijl er in de levencyclusanalyse wel milieuwinst geboekt wordt. Niet alleen wordt er minder CO2 uitgestoten per ton cement, ook wordt er bespaard op het aantal benodigde transportbewegingen. En de transportsector is goed voor een aanzienlijk deel van de CO2 emissies, maar ook voor geluidshinder en luchtverontreinigende emissies, zoals fijn stof en stikstofoxides.

    Hoe worden de uitdagingen getackeld?

    Strukton pleitte tijdens de bijeenkomst voor een ketenbrede aanpak om de uitdagingen te tackelen en ADR tot een succes te maken. Strukton werkt zelf mee aan het opzetten van deze ketenbrede aanpak, zowel binnen het onderzoeksconsortium als via het betonketen overleg van MVO Nederland.

    Overige opvallende punten van de middag

    Wat me opviel tijdens de bijeenkomst was de wil en verwachting bij een groot aantal aanwezigen dat het nu echt tijd is om veranderingen in de bouwsector in te gaan zetten. Niet meer praten, maar echt gaan doen. Dat stemt hoopvol.

    Wat me ook opviel was het grote verschil tussen de defensieve toonzetting van Andre Burger over duurzaam beton en de offensieve insteek van Douwe Jan Joustra van OPAi. Burger haalde de passage uit Alice in Wonderland aan waarbij Alice vraagt welke weg ze moet nemen. Waarop ze de vraag krijgt waar ze heen wil. Alice zegt dat ze dat niet weet, waarop ze het antwoord krijgt dan maakt het ook niet uit welke weg je neemt. Moraal van het verhaal: definieer eerst duurzaamheid en dan gaan we ’t oplossen. De versie van Douwe Jan Joustra (waar ik me meer in kan vinden) luidde: we weten allemaal waar we niet willen zijn, dus tijd om aan de slag te gaan om uit te zoeken hoe we hier vandaan komen.

    Een van de manieren van de cementindustrie in Nederland en Europa om de CO2 emissie te reduceren is door de inzet van secondaire brandstoffen en biomassa. Overigens lobbied de cementindustrie naar mijn weten nog steeds stevig tegen het verhogen van de reductiedoelstelling voor CO2 in de EU i.v.m. de kans op carbon leakage. Als de cementindustrie in de EU nagenoeg klimaatneutraal zou zijn lijkt me dat weggegooid geld…

    Daarnaast is klimaatneutrale productie slechts een aspect van velen die te maken hebben met duurzaamheid. Wie bijvoorbeeld kijkt in het Europese Emissieregistratiesysteem (E-PRTR) onder mineral industry / productie van cement komt nog een heleboel andere stoffen tegen die niet bekend staan om hun onschadelijkheid. Andre Burger stelde dat er wereldwijd ruim voldoende grondstoffen voor cement zijn, de wereldbehoefte aan aggregaten voor beton voor een periode van 40 jaar komt overeen met de inhoud van één Mont Blanc. Waarop een van de aanwezige antwoordde: de Zwitsers hebben misschien grondstof voor cement in overvloed, maar ze zijn wereldkampioen recyclen en bovendien erg gehecht aan hun Alpen…

    Joustra nam een andere insteek: het gaat er in zijn optiek niet zozeer om om minder CO2 uit te stoten, als wel om zo te ontwerpen dat je je schaarse grondstoffen terugkrijgt aan het einde van de levensduur van een produkt. Bij voorkeur met behoud van kwaliteit. Zoals gebruikelijk bij Cradle2Cradle maakte Douwe Jan daarbij een onderscheidt tussen de technische en biologische kringloop. Alles wat vanzelf afbreekt zonder gevaar voor het ecosysteem behoort tot de laatste categorie, alles wat wel risico’s voor ecosystemen oplevert hoort thuis in de technische kringloop. Douwe Jan pleitte ook voor het gebruik van goede stoffen (geen betere of minder slechte, maar GOEDE).

    Fabrikanten kunnen het bezit van grondstoffen behouden door producten niet te verkopen, maar te verhuren of leasen. Dat maakt dat je vanzelf anders gaat ontwerpen, want aan het eind van de rit mag je het zelf opruimen… De gebruiker vraagt ook niet om alle problemen die er komen kijken bij het bezit van een produkt, maar om de prestatie die het produkt levert. Je wil geen lamp, maar licht. In dat kader ontwikkelde Rau Turntoo, een concept dat draait om de prestatie van een produkt ipv het eigendom. Dat kan ook voor de bouw interessant zijn, zo zijn oude bakstenen vaak meer waard dan nieuwe. Ziedaar de ClickBrick van Daas Baksteen

    Tot slot las ik nog een intrigrerende vraag die Ruud Koornstra tijdens een andere bijeenkomst over beton stelde, namelijk hoe het komt dat we als land met bijna de zachtste boden van de wereld toch de zwaarste gebouwen neerzetten? Een vraag waarop de zaal vol bouw- en betonexperts stil bleef.

    Update 17 augustus 2011: Uit reacties via de email begrijp ik inmiddels dat Nederland niet zwaarder bouwt dan andere landen en dat de bouwmateriaalconsumptie per m3 gebouwinhoud in België en Duitsland tientallen procenten hoger ligt. Ik heb geen statistieken of gegevens om dat te onderbouwen. Terecht werd via de mail de vraag gesteld of gewicht het punt is of dat het gaat om een optimale bouwstijl gegevens de lokale omstandigheden.

  • Impressie Powershift bijeenkomst 28 juni 2011

    Op donderdag 28 juni was ik via Igor Kluin uitgenodigd bij de Powershift bijeenkomst die Sogeti en Rijkswaterstaat samen organiseerde in het LEF Future Centre van Rijkswaterstaat in Utrecht. Onderwerp van de bijeenkomst was de vraag hoe we de Energietransitie in Nederland kunnen versnellen. Aanleiding voor de bijeenkomst was een internationale studie uitgevoerd door VINT over de stand van zaken op gebied van energietransitie.

    Menno van Doorn, een van de onderzoekers, legde na afloop van de bijeenkomst uit dat er geen dik rapport zal komen, want die zijn er al genoeg. In plaats daarvan staan fragmenten van de interviews online op Vimeo. Je kan ze op dit Vimeo kanaal vinden en ik zal de komende weken de verschillende delen hier de revue laten passeren. Er zit namelijk voldoende stof tot nadenken in de fragmenten.

    Voor nu de inleiding en een korte impressie van de bijeenkomst.

    [vimeo http://www.vimeo.com/25663459 w=400&h=220]

    Powershift Introduction from Sogeti VINT on Vimeo.

    De Powershift bijeenkomst

    Het was een inspirerende bijeenkomst, op een mooie locatie. Al moet ik eerlijk zeggen dat de dag het niet haalde bij de speech van Van Jones eerder op de Powershift bijeenkomst in de VS. Tijdens de dag (zowel plenair, als in kleinere groepjes) werd mij erg duidelijk dat de verschillen van inzicht in de energiewereld groot (aan het worden) zijn. Het duidelijkst werd dat in de gesprekken over de toekomstige rol en het business model van grote energiebedrijven.

    Een aantal aanwezige grote energiebedrijven vertelde sterk in te zetten op een functie als energiemakelaar in een decentrale energiewereld, waarbij ze verdienen aan het afstemmen van bijvoorbeeld vraag en aanbod. Er waren ook een paar grote energiebedrijven die een heel ander business model bedacht hadden. Het meest in het oog springende plan vond ik om klanten korting te geven als ze op jaarbasis precies afnemen wat ze van te voren hebben afgesproken (mogelijk zelfs op het tijdstip dat ze hebben afgesproken), maar ze fors te laten betalen als ze meer of minder elektriciteit afnemen. Als potentiële klant vond ik dat nou niet echt een aantrekkelijk idee, alsof je gestraft wordt voor minder minuten bellen dan er in je belbundel zitten…

    Daarnaast waren er kleine bedrijven die sterk inzetten op business modellen om decentrale, duurzame energie en energiebesparing voor burgers en bedrijven interessant te maken. Waarbij soms samenwerking met grotere marktpartijen wordt gezocht om schaalgrootte te genereren.

    Stof tot nadenken

    Van de ideeën die ik heb gehoord wil ik er drie niet ongenoemd laten:

    • De nationale black-out day: een dag zonder elektriciteit om iedereen bewust te maken van de kwetsbaarheid van onze elektriciteitssysteem en van onze afhankelijkheid daarvan. En zoals Igor Kluin stelde: iedereen is zelf verantwoordelijk om daar al dan niet wat aan te doen. Het idee is afkomstig van de groep die zich bezig hield met bewustwording van de burger.
    • Iedere vierkante meter moet meervoudig productief zijn.
    • De ‘Tupperware’ energieparty, waarop leden van VvE’s of huiseigenaren uitleg krijgen over de (on)mogelijkheden van decentrale, duurzame energie.
  • Veerkrachtige steden toegift

    Mark van Baal vroeg zich vorig jaar in een artikel in Ode af wat er komt na duurzaamheid. Hij stelde voor om uit te gaan van het begrip veerkracht. Een mooi concept, inmiddels heb ik ook een aantal geweldige filmpjes op internet gevonden dat invulling geven aan het begrip voor steden.

    Als toegift op een week vol berichten over veerkrachtige steden vandaag een met feiten en cijfers overladen presentatie van Peter Calthrope. Ondanks de hoeveelheid cijfers is het zeker geen saaie presentatie. Calthrope gaat onder andere in op de relatie tussen bouwwijze en CO2 uitstoot, maar ook op het verband tussen waarde van het vastgoed en de ‘loopbaarheid’ van de buurt. Waarschuwing voor autominnaars en OV-haters: het bekijken van deze presentatie kan je aan het nadenken zetten 😉

  • Waarschuwing: Zonnepanelen zijn besmettelijk

    Dat schrijft de Club van 30 in een berichtje van 12 april op basis van een onderzoek van Stanford University. Hoe meer zonnepanelen er in een buurt geïnstalleerd zijn, hoe meer mensen geneigd zijn zonnepanelen te installeren. Of het zonnevirus ook werkt voor zonneboilers weet ik niet, maar voorlopig zijn wij naar mijn weten de eerste in de buurt die de 20 jaar oude zonneboiler vervangen hebben door een modernere variant. Een aantal buren heeft al laten vallen dat ze op termijn toch ook wel een nieuwe zonneboiler of zonnepanelen overwegen. Volgens het grafiekje op de site van de Club van 30 kan het echter nog wel even duren voordat ze werkelijk tot installatie overgaan.

    Het onderzoek van Stanford geeft wel het belang aan van evenementen als de Solar Days, die van 7 tot en met 15 mei in Nederland georganiseerd worden. Tijdens deze dagen kun je onder andere op bezoek bij mensen die zonnepanelen geïnstalleerd hebben, zie het overzicht van evenementen. Als ik eerlijk ben vind ik de mogelijkheden in de buurt van Rotterdam tegenvallen.

    Daar kan de komende jaren natuurlijk snel verandering in komen, zeker als de kostprijs van zonne-energie werkelijk verder daalt op een of meer van de 14 manieren die John Addison op Cleantechblog beschrijft of als blijkt dat de wet van Moore ook op gaat voor zonne-energie. Want dan wil uw portomonnee zonne-energie. Andere mogelijkheden om zonne-energie betaalbaarder te maken zijn gezamenlijke inkoopacties (zoals Wijwillenzon.nl), leaseconstructies (zoals ZonVast van Greenchoice of Zoneco) en gezamenlijke installatie acties (waar Stichting Natuur en Milieu aan werkt, maar waar ik sinds ik me in december heb aangemeld nog niks over heb gehoord).

    Het hele onderzoek is hier te lezen: Bryan Bollinger & Kenneth Gillingham: Environmental preferences and peer pressure in the diffusion of solar photovoltaic panels, Good.

    PS Extra waarschuwing voor als u gegrepen wordt door het zonne-energievirus: het kan gedragsverandering veroorzaken. Mijn ervaring is dat het zelf opwekken van energie (elektriciteit of warmte) een merkbaar andere draai aan de energiebesparingsdiscussie binnen een gezin geeft (binnenkort meer daarover).

  • Negatieve boodschap vergroot skepsis

    Ben ik toch niet de enige met een hekel aan de ‘help de wereld vergaat, koop een spaarlamp’ mentaliteit van veel milieucommunicatie. Onderstaand onderzoek is nogmaals een bevestiging van het belang van positieve communicatieboodschappen:

    Dire messages about the impact of global warming may increase scepticism because they contradict a commonly held belief that the world is a just and orderly place. This is the conclusion of new psychological research which investigated the reaction of individuals to messages about global warming.

    Despite the increasing amount of scientific evidence for global warming, there appears to be an increasing number of people who consider global warming to be non-existent or unrelated to human activities. Public appeals to increase pro-environmental behaviour often emphasise the severity of potential impacts of climate change. Ironically, it could be that these appeals are increasing scepticism in global warming.

    The study investigated the role of ‘just world beliefs’, which are beliefs that the world is a fair and orderly place where rewards and punishments are delivered to those that deserve them accordingly. Information on the devastating impacts of climate change can threaten these ‘just world beliefs’, as they suggest a chaotic future in which innocent children will suffer. In order to hold onto their beliefs, individuals may deny or discount the evidence of global warming, resulting in increased scepticism and ultimately a decreased willingness to change their behaviour.

    Using a sample of undergraduate students in the USA, the study indicated that the greater the belief in a just world, the more likely participants would become sceptical about climate change after reading a newspaper article that detailed the devastating consequences of global warming. However, if they read an article that communicated some positive messages in terms of finding solutions to carbon emissions, then the level of belief in a just world had no effect on scepticism.

    The researchers further investigated the link between just world beliefs and scepticism about global warming. They experimentally manipulated the level of belief in a just world by exposing participants to just world beliefs in a language comprehension test. They discovered that those who had been exposed to just world statements demonstrated higher levels of scepticism after watching a 60 second video with a dire message about global warming, compared with those who had been primed to believe in an unjust world. Those exposed to just world beliefs were also less willing to change their lifestyle to reduce their carbon footprint.

    The research indicates that dire messages about global warming which aim to encourage pro-environmental behaviour could in fact backfire and produce more scepticism and less positive behavioural change. This could be because the message challenges deeply held beliefs about the fairness of the world. However, if messages are delivered in a positive frame that refers to potential solutions then beliefs in a just world are not confronted so strongly and we remain open to global warming and our ability to contribute towards mitigation.

    The study only involved Americans and researchers suggest that Americans may hold stronger just world beliefs than other nationalities. More research in this area is needed with other populations and to investigate more specifically which part of just world beliefs, e.g. fairness or predictability, conflict with negative global warming messages.

    Download article

    Source: Feinberg, M. & Willer, R. (2010) Apocalypse Soon? Dire messages reduce belief in global warming by contradicting just-world beliefs. Psychological Science. Doi: 10.1177/0956797610391911.