Varend ontgassen: de saga continues

De afgelopen maanden zijn er veel vragen gesteld door lokale, provinciale en landelijke politici over varend ontgassen. De antwoorden hierop zijn inmiddels voor het merendeel binnen en de minister van Infrastructuur en Water heeft een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer gestuurd. Ook geeft de VVD Rotterdam nog steeds groots op van hun initiatief om in het gebied Groot Rotterdam een pilot met handhaving van een verbod op varend ontgassen uit te voeren. Tijd dus om me daar weer eens een Paasweekend lang doorheen te worstelen en mijn bevindingen te delen. De lezer die het dossier varend ontgassen van zeer zorgwekkende stoffen op Sargasso langer volgt zal zich niet verbazen dat ik na het lezen van alle stukken weer eindig met meer vragen dan antwoorden. Op 8 mei spreek ik tijdens de Maritime Industry beurs over varend ontgassen, wie weet krijg ik dan antwoorden.

Doorgaan met het lezen van “Varend ontgassen: de saga continues”

Provinciaal ontgasverbod: bewoners blij gemaakt met een dode mus

Deze week maakte de VVD Rotterdam en Zuid-Holland een nieuw plan bekend om ontgassen door de binnenvaart te verbieden in Zuid-Holland. Arno Bonte, GroenLinks wethouder in Rotterdam, was op twitter blij met het plan. Wie het plan leest vraagt zich echter vooral af wat het provinciaal ontgasverbod uit 2015 voorstelt. Het enige goede nieuws voor bewoners van Zuid-Holland is dat uit instructies van de Duitse reder Jaeger Shipping blijkt dat haar schippers opdracht hebben om niet in Zuid-Holland, maar in Gelderland te ontgassen. Aantal geconstateerde overtredingen in Gelderland sinds de invoer van het provinciaal ontgasverbod in 2017: 1. De Gelderlander constateert dan ook droogjes dat ook het Gelders provinciaal ontgasverbod een wassen neus is. Inmiddels reageren Gelderse politici boos op de nieuwste berichtgeving over ontgastoerisme en roeren bewoners zich met verhalen over stankoverlast.

VVD plan voor ontgasverbod

Dieke van Groningen, VVD raadslid in Rotterdam, heeft een initiatiefvoorstel gelanceerd. Het probleem van het varend ontgassen valt volgens het initiatiefvoorstel uiteen in vier delen (1) handhaven en beboeten, (2) praktische voorzieningen, (3) vergunningen en (4) betaalbaarheid.

Het handhaven en beboeten in de Rotterdamse wateren is volgens de VVD zeer lastig, omdat Rijkswateren niet onder de verantwoordelijkheid van de provincie Zuid-Holland vallen. Het ontbreken van een landelijk verbod maakt dat er geen urgentie is om op Rijkswateren te handhaven. Een punt waar Sargasso ook al meermalen op heeft gewezen en navraag over heeft gedaan.

De VVD stelt ook dat er sinds de invoering van het Provinciale verbod, de afgelopen jaren een stagnatie rond het ontgassingsdossier is opgetreden op het vlak van de ontgassingsfaciliteiten aan de kade. In het Rotterdamse havengebied heeft Rubis een vergunning om schepen van derden te kunnen ontgassen. Deze installatie heeft echter een beperkte capaciteit. Daarnaast is het mogelijk om in Moerdijk schepen te laten ontgassen. Deze twee plekken zijn lang niet voldoende zodra het landelijk verbod is ingevoerd.

In 2015 berichtte we op basis van een lokale nieuwssite dat DCMR geen daling van het aantal ontgassingen waarnam. Wat vervolgens door DCMR ontkend werd. De combinatie van de constatering van de VVD dat het ontbreekt aan handhaving, dat het aantal praktische voorzieningen om verantwoord te ontgassen beperkt is en de nauwelijks dalende cijfers van Emissieregistratie roept de vraag op of er meer rederijen zijn die net als Jaeger Shipping een instructie hebben waar schippers varend moeten ontgassen worden.

Vergunningverlening aan ontgassingsinstallaties

In zijn Kamervragen vraagt Remco Dijkstra in navolging van de aanbevelingen van de VVD fractie in Rotterdam om een pilot voor tenminste twee jaar voor het plaatsen, testen en volledig in gebruik nemen van ontgassingsinstallaties, waarbij de inzet is de uitstoot te minderen en te oormerken als restproduct en waarbij het vergunningstraject zo eenvoudig mogelijk wordt gehouden. In het plan schrijft de Rotterdamse VVD daarover:

De grootste bottleneck bij het realiseren van voorzieningen is gelegen in het emissie- en vergunningenvraagstuk. Hoe moeten we de lading die wordt ontgast definiëren; als restproduct of als restafval? De omgevingsdiensten en Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) categoriseren dit als afval, terwijl in het CDNI staat dat het restproduct zou betreffen. In het geval van afval zijn de vergunningstrajecten vele malen complexer. Daarbij moet de Provincie zich dan uitspreken over de emissie. Ook is het hergebruik van grondstoffen complexer, omdat dit onder afvalstoffen regelgeving niet of slechts beperkt is toegestaan.

De pilot die dient om de capaciteit aan ontgassingsinstallaties te vergroten en de vragen van de Remco Dijkstra vragen niet naar de concrete problemen waar twee ontgassingsinstallaties in de regio Rijnmond, in Amsterdam en in Gelderland tegenaan lopen. Deze installaties krijgen slechts sporadisch een ontheffing om hun ontgassingsinstallatie te testen. De Don Quichote (door GreenPoint Marine Services gebouwd met subsidie van het Havenbedrijf Rotterdam) heeft 9 maanden moeten wachten op toestemming voor een tijdelijke vergunning, waarbij de inspectie Leefomgeving en Transport een grote hobbel bleek. Deze inspectie had ook in 2013 al moeite met mobiele installaties. Want al in 2013 kreeg Sargasso interne correspondentie van IL&T in handen waaruit het verzet tegen het gebruik van mobiele ontgassingsinstallaties blijkt (let ook even op de hoeveelheden teruggewonnen product per schip waar hierover geschreven wordt in interne mailings, die zijn een factor hoger dan CE Delft en RIVM in hun rapportages hanteren):

De firma X is eigenaar het z.g. ontgassingsysteem van bedrijf Y.

Al zo’n 6 jaar ben ik namens ILT betrokken bij de ontwikkeling van deze mobiele ontgassings-unit.

De toepassing aan de walzijde, statisch dus, heeft zich inmiddels bewezen.

Mobiele toepassing ( in een ladingruim van een schip of op een ponton) stuit nog steeds op grote bezwaren. Per ontgassing wordt zo’n 4000 liter zuiver product teruggewonnen dat opgeslagen en vervoerd moet worden.

Ongeveer 2 maanden geleden is er overleg geweest met  Beleidskern van I en M, ILenT en klassebureau Z als vertegenwoordiger van Y.

Opnieuw is vastgesteld dat er ernstige bezwaren zijn ( regeltechnisch en veiligheid) dat de mobiele toepassing van het systeem niet wordt ondersteund.

Om kort te gaan… Y mag de ontgassingsunit gerust op een ponton plaatsen maar er mag GEEN ontgassing van een binnenvaartschip met gevaarlijke stoffen plaatsvinden.

Vragen blijven onbeantwoord

IL&T gaf op vragen van Sargasso enkel algemene antwoorden, maar heeft tot op heden de vervolgvragen onbeantwoord gelaten. Het Havenbedrijf Amsterdam heeft namelijk een proef uitgevoerd met een mobiele unit voor het ontgassen van binnenvaarttankschepen. Voor de goede orde en de liefhebber van vragen stellen herhaal ik onze vervolgvragen hieronder:

Begrijp ik het goed dat het Havenbedrijf Amsterdam zich volgens u in laat met illegale activiteiten?
Zo ja, welke regels worden er overtreden? Uw antwoord ‘Het ontgassen van ladingtanks met behulp van mobiele units op pontons is uit het oogpunt van regelgeving niet toegestaan.’ is te algemeen om mee uit de voeten te kunnen. Graag wetsartikel en/of AMVB en artikelnummer waar u het bestaande ‘verbod op ontgassen met behulp van mobiele units op pontons’ op baseert en op basis waarvan u dit verbod handhaaft.

Ik hoor ook graag van u of uw inspectie er vanwege achterlopende regelgeving kiest voor het in de lucht blazen van schadelijke gassen (benzine, benzeen, tolueen) met bijbehorende gezondheidsschade voor de omgeving in plaats van voor het (onder voorwaarden) gedogen van een schoon alternatief?

Indien het Havenbedrijf Amsterdam naar uw mening niet in overtreding is hoor ik graag op basis van welke uitzondering in uw regelgeving u de proef in Amsterdam toestaat en waarom deze constructie niet mogelijk is in de Rotterdamse haven?

De andere installatie in de Rotterdamse haven die niet voorkomt in de VVD stukken is die van maritiem dienstverlener Mariflex in Vlaardingen. Ook zij lopen aan tegen problemen in de vergunningverlening bij DCMR en IL&T. Walter van de Pluijm, sales director bij Mariflex, beklaagde zich in oktober 2018 al tegen het blad Mainport dat Mariflex hooguit een tijdelijke vergunning krijgt om een enkel schip te verantwoord te ontgassen. Terwijl de praktijkresultaten volgens hem een grote verbetering laten zien. Van 200.000 miligram per kubieke meter naar 20 miligram per kubieke meter. De installatie is mobiel, waardoor het voor de hand ligt dat zij tegen dezelfde problemen bij IL&T oplopen als het bedrijf uit de correspondentie van  2013. In Gelderland loopt het vergunningstraject voor ontgassingsinstallaties ook moeizaam. Het bedrijf 24/7 Nature Power probeert al ruim een jaar een locatie en vergunning te krijgen.

Emissies

Een grote crux in het verhaal is van wie de eigenaar van de ladingdamp die overblijft in binnenvaarttankschepen is. Is het van de verlader, dan kan het Wm-bevoegd gezag ze aanspreken op de ketenverantwoordelijkheid. Is het van de schipper, dan is het aan de schipper om te bepalen of het restproduct gewonnen kan en mag worden. In correspondentie met een ambtenaar van het ministerie van I&W werd daarbij de volgende denklijn uitgezet:

Het is in principe steeds de verlader die moet beslissen, wat er met de dampen dan wel het condensaat gebeurt. Hij is eigenaar van de lading. De vervoerder (schipper) wordt namelijk geen eigenaar van de lading of het afval, alhoewel de verladers op dit moment wel de schipper met de dampen opzadelt.

Interessante vraag in deze is, hoe de eigendomsrelatie verandert, als de verlader – zoals nu – de schipper wegzendt, terwijl er zich nog dampen in de tanks bevinden.

Dat zou kunnen worden beschouwd als het overdragen van het eigendomsrecht, waarna de schipper erover kan beslissen. Die zijn mogelijk wél bereid om het condensaat als verhandelbaar product te beschouwen.

Is de damp van de schipper? Dan kan hij ermee doen wat ‘ie wil (dus verkoopbaar product van laten maken). Dan zou e.e.a. formeel kunnen/moeten worden vastgelegd in de charter (de vervoersopdracht). Is het van de verlader? Dan geeft deze kennelijk impliciet opdracht om zíjn dampen te laten ontgassen door de schipper. Daarmee is het in principe een emissie van de verlader, uitgevoerd door een derde partij.

Over restproduct of afval schreef een ambtenaar van het ministerie van I&W het volgende:

Als je de ladingdamp als afval beschouwt, dan wordt de condensator inderdaad de ‘opwerkingsinstallatie’. Dat betekent, dat de installatie een afvalverwerkingsinstallatie is, die daarvoor alle benodigde Wm-vergunningen moet hebben. In dat geval kan de condensator niet meer op het terrein (of de steigers) van de verlader staan, omdat de activiteit afvalverwerking zeer waarschijnlijk niet past bij de vergunning van de verlader. Het is maar de vraag, of het juridisch mogelijk is die opwerking ‘mobiel’ te laten plaatsvinden. Na condensatie heb je in principe een opgewerkt product, dat weer in de handel kan worden gebracht.

Als het condenseren echter wordt gezien als een onderdeel van het losproces (immers komt er mogelijk zuiver product uit, dat bij de lading kan worden gevoegd), dan kan het mogelijk wél op de locatie van de verlader (of mobiel) en valt ‘t vermoedelijk wel onder zijn vergunning. Het wordt dan pas afval, als de verlader aangeeft, dat hij ’t niet als lading meer wenst te beschouwen en zich ervan wil ontdoen.

Er is misschien nog een optie: de verlader geeft niet aan, dat ‘ie zich ervan wil ontdoen, maar ‘verkoopt’ het als een off spec-product aan een handelaar.

Als de omgevingsdiensten en IL&T gelijk hebben en het is afval dan is handhaving heel simpel: afval lozen mag namelijk niet van de wet. Volgens de wet Milieubeheer en de kaderrichtlijn afval zijn afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Uit bovenstaande delen van de mailwisseling met het ministerie blijkt dat de verlader verantwoordelijk blijft voor de lozing op de lucht, zolang het eigendom van de ladingdamp niet wordt overgedaan van de verlader. Via de ketenverantwoordelijkheid kunnen omgevingsdiensten hier op ingrijpen. Zeker voor stoffen als benzeen, die in de categorie zeer zorgwekkende stof vallen. Voor deze stoffen geldt een minimalisatie en een 5 jaarlijkse informatieplicht op basis van artikel 2.4 lid 2 en artikel 2.4 lid 3 van het Activiteitenbesluit.

Deze informatie is in 2014 gedeeld met Essencia, de Belgische brancheorganisatie voor de chemie.

Handhaving een wassen neus

Groot struikelpunt voor Mariflex en haar concurrenten is het gebrek aan handhaving van de provinciale ontgasverboden en het niet inzetten van de ketenverantwoordelijkheid door omgevingsdiensten. Zeeschepen die na het lossen naar zee gaan en gasvrij terug keren, dat kan maar op een manier: luiken open en blazen maar. Geniet van uw patatje gasdamp in Hoek van Holland. Handhaving van de provinciale verboden voor de binnenvaart is niet makkelijker geworden sinds het ministerie verklaart heeft dat de provinciale verboden op varend ontgassen niet rechtsgeldig zouden zijn.

Een rondgang van Sargasso langs verschillende omgevingsdiensten en provincies leert dat handhaving in meer provincies niet hoog op de agenda staat. Vanuit de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied wordt aangegeven dat de provincie Noord-Holland het ontgassingsverbod niet handhaaft totdat een ontgassingsfaciliteit in Amsterdam operationeel is. De ontgassingsfaciliteit zou in 2017 operationeel moeten zijn geworden, maar  is dit wel het geval. Vanaf dat moment volgen er sancties op het varend ontgassen van benzeen en benzeenhoudende ladingen. We streven er naar dat in 2017 een ontgassingsfaciliteit operationeel is in de Amsterdamse haven.

Het aantal meldingen van de e-noses dat specifiek met ontgassen samenhangt wordt niet vermeld. Wel dat het aantal meldingen het grootst is bij de e-noses die rond de tankoverslagbedrijven zijn geplaatst. Nieuwsblad De Kennemer meldde in januari al wel dat er 7 ontgassingen per dag worden geregistreerd langs het Noordzeekanaal door het e-nose netwerk. Het nieuwsbericht geeft ook aan dat er stapsgewijs wordt gewerkt aan een verbod op varend ontgassen. Motorbrandstoffen worden verboden vanaf 2020. Nu weet ik niet precies wat er onder motorbrandstoffen wordt verstaan, maar het ontgassen van benzine (UN1203) al sinds lang verboden. Dat de grootste benzinehaven ter wereld vanaf 2020 gaat handhaven op ontgassen van motorbrandstoffen roept zodoende vragen op.

Bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) zijn de volgende aantallen klachten waarbij ontgassen de mogelijke oorzaak is, bekend:
2016     9
2017     12
2018     24

Bij de OZHZ zijn er geen handhavingsactie, boetes en processen verbaal bekend/behandeld. Er is namelijk afgesproken dat de ‘varende’ handhavers (Havenbedrijf, Zeehavenpolitie of Landelijke eenheid) de handhaving verzorgen.

De Provincie Zeeland antwoord dat uit gegevens van de Zeeuwse milieuklachtenlijn blijkt dat er in 2018 geen klachten zijn binnengekomen die gingen over ontgassen of die daaraan te relateren zijn. Overigens is het vaak voor de meldkamer niet eenvoudig om een klacht aan een bepaald bedrijf of activiteit te relateren.

De handhaving van het verbod is in handen van de Landelijke Eenheid van de politie. Zij hebben aan de provincie Zeeland doorgegeven dat er in 2018 een proces verbaal is opgemaakt en dat er enkele waarschuwingen zijn uitgedeeld.

De Omgevingsdienst Midden en West Brabant heeft enkel gereageerd dat beantwoording later zou volgen in verband met de kerstvakantie. DCMR heeft contact gezocht en mijn voicemail ingesproken, waarna ik zelf niet meer heb gebeld.

Gevolgen ontgassen voor de omgeving

Varend ontgassen heeft niet enkel gevolgen voor de bemanning en het milieu. Ook voor omwonenden en kantoren langs het water kunnen er gevolgen zijn. In april 2018 werd op Amsterdam Amstel een trein ontruimd, nadat een  passagier onwel geworden was door een ontgassend binnenvaartschip. Uit correspondentie die Sargasso in bezit heeft blijkt ook dat het kantoor van Rijkswaterstaat in Utrecht minstens een keer ontruimd is vanwege een passerend schip dat varend aan het ontgassen was. Het kantoorpand is vervolgens vrijgegeven zonder overleg met de veiligheidsregio, een gebeurtenis waar de brandweer op z’n zachts gezegd verbaasd over was.

In De Gelderlander vertellen verschillende bewoners over de stankoverlast die ze ervaren. Verschillende bewoners geven ook aan zich zorgen te maken over mogelijke gezondheidseffecten van langsvarende schepen die ontgassen aan de buitenlucht.

Uit het plan van de VVD blijkt dat bewoners van Zuid-Holland en ondernemers, die hebben geïnvesteerd in een ontgassingsinstallatie, de afgelopen 5 jaar blij zijn gemaakt met een dode mus. Uit de instructie van Jaeger Shipping blijkt dat provinciale ontgasverboden zonder handhaving een wassen neus zijn. Verbieden, vergunnen en handhaven horen bij elkaar. Dus leden van Provinciale Staten doe uw werk ook in verkiezingstijd en stel vragen over het uitblijven van die vergunningen voor ontgassingsinstallaties. Bewoners die actie willen ondernemen kunnen zich aansluiten bij de vereniging Stop Ontgassen en hun petitie tekenen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

SP en CDA willen snel landelijk verbod op varend ontgassen

De SP en CDA in de Tweede Kamer willen dat minister Van Nieuwenhuizen haast maakt met de invoering van een landelijk verbod op varend ontgassen. Nu de minister stelt dat provinciale verboden niet rechtsgeldig zijn, vinden de partijen dat er snel iets moet gebeuren.

De Gelderse gedeputeerde Bea Schouten stelt ondertussen in een reactie namens de 7 provincies met een verbod op varend ontgassen dat de provincies zich al lange tijd inzetten voor een Europees verbod op varend ontgassen. Omdat dit te lang op zich liet wachten hebben ze zelf een verbod ingesteld. Dat gebeurde, zo geeft de gedeputeerde aan, op basis van een niet-openbaar advies van de Landsadvocaat uit 2013, dat ‘ruimte zou bieden voor provinciale verboden op varend ontgassen’. Wat dan weer de vraag oproept hoe dat niet-openbare advies van de Landsadvocaat uit 2013 zich verhoudt tot de stelling van Minister Van Nieuwenhuizen dat het provinciale ontgasverbod niet rechtsgeldig is.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en geplaatst op Sargasso als onderdeel van het dossier ontgassen.

Minister: provinciale verboden op varend ontgassen niet rechtsgeldig

Een paar weken geleden publiceerde De Gelderlander een artikel over ontgastoerisme, het rondje vanuit Duitsland (of België) waarbij binnenvaartschippers vanuit Duitsland of België naar Nederland varen om de resterende benzeendamp uit hun ruim de lucht in te blazen. Deze praktijk levert risico’s op voor de schippers, hun bemanning en de volksgezondheid. Naar aanleiding van deze publiciteit stelde CDA, SP en Partij voor de Dieren Tweede Kamervragen. Inmiddels zijn de antwoorden binnen en is het hoge woord eruit: Het verbod op varend ontgassen, waarmee provincies het vrijlaten van giftige (benzeen)dampen op rijksvaarwegen (zoals de Rijn en de Waal) al jaren tegengaan, is volgens de minister juist op deze vaarwegen helemaal niet rechtsgeldig.

De minister geeft ook aan nog steeds geen goed beeld te hebben van de omvang van het probleem. Wat zacht gezegd opmerkelijk is er 4 jaar nadat het RIVM de officiële cijfers met een factor 10 omhoog bijstelde na publicaties op Sargasso. Terwijl er zacht gezegd een kleine discrepantie is tussen de officiële cijfers van Emissieregistratie.nl(ongeveer 24.000 kg benzeen emissie per jaar t.g.v. ontgassen door de binnenvaart) en het aantal schepen dat potentieel benzeen moet ontgassen per jaar volgens cijfers van de Taskforce Varend Ontgassen (2.000). Bij een buitentemperatuur van 20 graden Celsius bevat een gemiddelde binnenvaarttanker 900 kg benzeendamp. Dat betekent dat er volgens de officiële emissiecijfers minder dan 30 binnenvaarttankers per jaar varend ontgassen in Nederland. Hoe die andere 1.970 schepen van hun ladingdamp afkomen is al jaren een raadsel. Waarom ingezet wordt op 5 locaties waar schippers terecht kunnen voor verantwoorde verwerking van de ladingsdampen idem dito.

In de antwoorden van de minister komen ook oude bekende argumenten uit de hoge hoed, zoals het verbod om toxische stoffen te lozen in de buurt van bruggen, sluizen of in dichtbevolkt gebied (zie antwoorden op vragen SP). Dat laatste klinkt heel fraai, alleen is dit dichtbevolkt gebied niet gedefinieerd in de wet en dus is een verbod op ontgassen bij dichtbevolkt gebied ook niet handhaafbaar.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en geplaatst als open waanlink op Sargasso.

Arnhem wil af van varend ontgassen

De publicaties van De Gelderlander over varend ontgassen uit oktober hebben woensdagavond geleid tot vragen van D66, SP, GroenLinks en PVV in de Arnhemse gemeenteraad. Wethouder Cathelijne Bouwkamp heeft toegezegd bij de provincie Gelderland te gaan  aandringen wordt opgetreden tegen benzeentankers die ondanks het provinciaal ontgasverbod in Gelderland kankerverwekkend gas lozen terwijl ze over de Rijn en ook de Waal varen.

De kwestie staat volgens Bouwmeester ook geagendeerd voor een overleg tussen regiogemeenten, waaronder de gemeenten die aan de Waal en de Rijn liggen. In dat overleg zal ook besproken worden hoe paal en perk te stellen aan deze vervuilende praktijken. Of er tijdens het overleg ook gesproken wordt over locaties en vergunningen waar binnenvaartankschepen op verantwoorde wijze van hun ladingdamp af kunnen is onduidelijk.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Ontgassen binnenvaart: actuele stand van zaken

Vorige week kwam De Gelderlander met het nieuws naar buiten dat binnenvaarttankschepen vanuit Duitsland naar Nederland komen om hier te ontgassen, zogenaamd ontgastoerisme. In de reacties daarop op sociale media krijgt de provincie Gelderland behoorlijk wat kritiek. De provincie heeft namelijk een ontgasverbod ingesteld voor benzeen en benzeenhoudende stoffen, maar onduidelijk is hoe groot het probleem is, hoe het ontgasverbod gehandhaafd wordt en wat de provincie doet om schippers een alternatief te bieden voor varend ontgassen. De provincie Gelderland staat hierin niet alleen, daarom een overzicht van de status op deze onderwerpen.

Achtergrond provinciale ontgasverboden

Ik begrijp de emotie in Gelderland naar aanleiding van de berichtgeving over ontgastoerisme. Een fenomeen waar Robert Tieman, toen nog van het CBRB, in 2012 al voor waarschuwde. Het is echter de vraag of het terecht is om dit op de provincie af te reageren, terwijl het juist de nationale overheid en de verladers zijn die in dit dossier zo langzaam bewegen. Daarom hier wat achtergrond over de provinciale ontgasverboden.

De provincie Gelderland stelde in juli 2017 een verbod op varend ontgassen van benzeen in, hiermee volgde de provincie het voorbeeld van de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant (beide sinds 2015). Inmiddels zijn er in totaal 7 provincies met een ontgasverbod voor benzeen, ook Noord-Holland, Utrecht, Overijssel en Zeeland hebben inmiddels een verbod ingesteld op varend ontgassen.

Deze provinciale verboden zijn niet het ei van Columbus. Idealiter pak je dit op EU niveau, stroomgebied van de Rijn-Schelde (CDNI) of nationaal aan. De provinciale verboden waren het afgelopen decennium echter het maximaal haalbare en hebben een belangrijke bijdrage geleverd om het verbod op ontgassen in het CDNI verankert te krijgen. Op het moment dat Zuid-Holland en Noord-Brabant besloten het provinciaal verbod op ontgassen door te zetten verviel namelijk het nut voor de Europese branches om zich te verzetten tegen een internationaal ontgasverbod. Een internationaal verbod werd zelfs wenselijk, omdat een wildgroei aan provinciale regels dreigde.

Het CDNI is in 2017 aangepast. Het wachten is op de invoer in nationale wetgeving. Dit gebeurd in 2020, een invoertermijn van 3 jaar is rijkelijk traag. Voor het vaart maken van regelgeving kunnen bewoners hun peilen dan ook beter samen met binnenvaartschippers richten op het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en op de brancheorganisaties van verladers. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat beweert op Twitter nog steeds dat een nationaal verbod niet kan in verband met internationale regelgeving. Op mijn vraag waarom Duitsland dan wel in 2012 een nationaal verbod kon instellen heb ik nog geen antwoord.

Provincies en gemeenten hebben wel een andere belangrijke rol: vergunningen verlenen aan ondernemers en bedrijven met oplossingen voor verantwoord ontgassen.

Situatie Gelderland

Tegen De Gelderlander stelt de provincie Gelderland dat zij de landelijke eenheid van de politie gevraagd heeft de handhaving van het ontgasverbod ter hand te nemen, die heeft sindsdien één schip betrapt op illegaal ontgassen. De politie handhaaft niet actief, maar enkel op basis van binnengekomen meldingen.

Schippers van tankschepen die gevaarlijke stoffen vervoeren, erkennen tegen De Gelderlander dat er varend wordt ontgast op Nederlandse rivieren, maar alleen volgens de regels. Probleem is echter dat er verschillende regelgeving is: Europees, landelijk en en provinciaal. Wat bij mij de vraag oproept: welke regelgeving wordt er dan gehandhaafd?

Dat leidt tot verwarring bij schippers. Zo zeggen de schippers Fred Meurs uit Maasbracht en Hens van Buren dat het ontgassen met concentraties tot 10 procent benzeen is toegestaan. Schippers Leenard Spier uit Maasbracht en Hans de Waard uit Nijmegen weten zeker dat benzeen lozen, in welke concentratie dan ook, niet is toegestaan. Illegaal lozen komt wel voor:

omdat lozen sneller is en om niet langs de ontgassingsinstallatie van ATM in Moerdijk te hoeven. Schippers worden door de bevrachters onder druk gezet om toch illegaal te lozen. Het draait allemaal om geld.

In een ander artikel in De Gelderlander geven schippers aan dat ontgassen nu enkel kan bij ATM Moerdijk en dat het al snel 24 uur kost om het schip te reinigen. De controles van Rijkswaterstaat, de Inspectie Leefomgeving en Transport en de politie zijn streng, waarbij het dan wel de vraag is wat er gecontroleerd wordt: de Europese, de nationale of de provinciale regelgeving? Belangrijker dan de regelgeving is voor veel schippers de eigen gezondheid, schippers weten dat ze met ongezonde stoffen werken en willen zelf al jaren een oplossing.

Gezondheidseffecten ontgassen

De gezondheidseffecten van ontgassen hangen af van de stoffen die ontgast worden. In geval van benzeen kan langdurige blootstelling of blootstelling aan pieken ernstige gezondheidseffecten hebben. Al is het lastig om één op één relaties te leggen. Het RIVM meldt dat een kankerverwekkende stof is. Het is door het International Agency for Research on Cancer(IARC) ingedeeld als ‘kankerverwekkend voor de mens’ (Groep 1).  Langdurige blootstelling aan benzeen kan acute myeloïde leukemie veroorzaken, dit is de meest voorkomende vorm van acute leukemie bij volwassenen. Wie korte tijd met veel benzeen in aanraking komt, kan volgens De Gelderlander last krijgen van vermoeidheid, hoofdpijn, slaperigheid of duizeligheid. Volgens de GGD worden deze effecten merkbaar vanaf concentraties die 100.000 keer hoger zijn dan de normale concentratie van 1 tot 4 microgram per kubieke meter lucht.

Ook andere stoffen die ontgast worden en die (nog) niet verboden zijn kunnen gezondheidsschade opleveren. De loodvervangers ETBE en MTBE worden in verschillende Amerikaanse staten als kankerverwekkend beschouwd.

Omvang probleem

De omvang van het probleem blijft een groot grijs gebied. Naar mijn weten wordt er nog steeds niet standaard gemeten op binnenvaarttankschepen. Voorstellen die er liggen gaan enkel over het meten van de uitlaatgassen van binnenvaartschepen. Het laatste rapport om ons op te baseren is zodoende nog steeds het rapport van CE Delft waarmee dit dossier in 2013 begon. Sindsdien worden jaarlijks de cijfers op emissieregistratie.nl geactualiseerd, maar dat is nog steeds zo’n papieren exercitie als voorheen. Alleen nu op basis van het rapport van CE Delft uit 2013 en informatie over het aantal scheepvaartbewegingen, volumes per stof en (niet onderbouwde) aannames over comptabiliteitsvaart en dedicatievaart.

Markt voor oplossingen

De Gelderlander bericht ook dat uit onderzoek van haveneconoom Kuipers met professor Harry Geerlings, blijkt dat er vijf extra ontgassingsinstallaties bij moeten komen in Nederland en over de grens. Ze zijn nodig op plekken waar veel vaarbewegingen met gevaarlijke stoffen zijn, zoals Amsterdam, Arnhem-Nijmegen, Delfzijl en Rotterdam en ook in België (Antwerpen) en Midden-Duitsland. Zelf verwacht ik dat er ruimte is voor meer installaties, omdat ik nog steeds weinig vertrouwen heb in comptabiliteitsvaart en dedicatievaart. Zeker die tweede oplossing, waarbij schippers nog maar 1 stof of stofmengsel vervoeren leidt tot hogere kosten. Een schip vaart dan immers zonder retourvracht terug. Of de keten moet zo onlogisch in elkaar zitten dat er benzeen van Moerdijk naar Dortmund gaat en tegelijkertijd benzeen van Dortmund naar Moerdijk of Rotterdam…

Oplossingen

Al sinds ik in 2011 betrokken ben bij het dossier ken ik ondernemers en bedrijven die werken aan verantwoorde oplossingen voor ontgassen. Zowel startups als gevestigde namen, zoals Linde Gas. In al die jaren zijn er naar mijn weten drie installaties van de grond gekomen. ATM in Moerdijk heeft een installatie in gebruik genomen waar schippers hun schip kunnen laten reinigen en waar de afgevangen gassen verbrand worden. Het havenbedrijf Rotterdam heeft in 20.. 100.000 Euro subsidie gegeven om de Don Quichote in de vaart te krijgen, een schip met een mobiele oplossing van het Nederlandse Vaporsol. De derde installatie is van het Nederlandse Ventoclean, waarin ook NRK een belang had. Een bedrijf dat failliet is gegaan, wachtend op het internationaal verbod waar als sinds zeker 2004 aan gewerkt wordt. Voor gemeenten en provincies in de gebieden waar naar verwachting veel ontgast wordt ligt er een schone taak om locaties aan te wijzen waar ontgassingsinstallaties vergund mogen worden. Op dit moment wijst iedereen daarbij naar de Taskforce Varend Ontgassen. Dus in plaats van de gemeente of provincie lastig te vallen is het misschien verstandig om der Taskforce Varend Ontgassen massaal lastig te gaan vallen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd voor Sargasso en vormt onderdeel van Sargasso’s dossier over Ontgassen.

Vanaf 2020 landelijk verbod op varend ontgassen voor binnenvaart

Het Ministerie van Infrastructuur en Water heeft vorige week bekend gemaakt dat er vanaf 2020 een landelijk ontgassingsverbod komt voor binnenvaarttankschepen. Minister Van den Nieuwenhuizen wil dat de internationale afspraken hierover halverweg 2020 in Nederland ingevoerd zijn. Mark Lensselink, die al in 2010 vragen stelde over varend ontgassen aan het dagelijks bestuur van Hoek van Holland en zicht sindsdien inzet voor een verbod op varend ontgassen, zegt in een reactie:

Het heeft even geduurd, maar de uitstoot van benzeen en andere zwaar toxische stoffen wordt verder aangepakt. Dat is goed nieuws voor de bewoners, blootstelling aan Vossen kan echt niet


Ontgassen wat is het ook al weer?

Nadat schippers hun lading hebben gelost is het soms nodig om de ruimen te ontdoen van restanten van die lading. Waar het vluchtige stoffen betreft wordt dit vaak gedaan door middel van het ontgassen van het varende schip aan de buitenlucht.

De dampen die daarbij vrijkomen, bijvoorbeeld van benzeen of benzeenhoudende stoffen, kunnen milieu- en gezondheidsschade veroorzaken. Met behulp van ontgasinstallaties op de wal of op het schip kunnen schepen echter gecontroleerd worden ontgast.

Omvang emissies
Sargasso toonde in 2013 aan op basis van gegevens van CE Delft aan dat de emissies van varend ontgassen een factor 10 hoger lagen dan het RIVM rapporteerde via emissieregistratie.nl (korte versielange versie). De emissies daalde ook niet, zoals de VNCI beweerde, maar lagen juist een factor 10 hoger dan officieel werd gerapporteerd. De publicatie van Sargasso leidde tot Kamervragen van de SP en GroenLinks, ook op lokaal en provinciaal niveau zijn de afgelopen jaren geregeld vragen gesteld over varend ontgassen. Uiteindelijk paste het RIVM de emissiecijfers voor varend ontgassen aan.

Wachten op internationaal verbod
Staatssecretaris Mansveld reageerde in 2014 dat ze wilde inzetten op een internationaal verbod i.p.v. een landelijk verbod. Meerdere provincies hebben hier niet op gewacht en voerden de afgelopen jaren een provinciaal verbod in, te beginnen met Zuid-Holland en Noord-Brabant. Inmiddels gevolgd door o.a. de provincies Utrecht, Noord-Holland en Gelderland.

Fasering invoer nationaal verbod
De invoering van het nationaal verbod op varend ontgassen begint met een verbod op het ontgassen van motorbrandstoffen en benzeen in 2020, gevolgd door een verbod op vloeistoffen die meer dan 10% benzeen bevatten in 2022 en in 2023 een verbod op het ontgassen van de meeste vluchtige organische stoffen.

Het is de bedoeling dat de de dampen die worden teruggewonnen worden afgegeven bij een ontvangstinstallatie. Teruggewonnen stoffen kunnen worden hergebruikt als grondstof, zodat een milieuvriendelijke kringloop ontstaat. Een voorstel dat Mark Lensselink en ondergetekende in 2013 al aan de Haagse ministeries deden, maar dat toen op juridische bezwaren en ambtelijke haarkloverij stuitte. Wanneer hergebruik van de teruggewonnen dampen niet mogelijk is kunnen schepen terecht bij een verwerkingsinstallatie die de dampen onschadelijk maakt.

Om de invoer van het nationaal verbod te begeleiden wordt een taskforce bestaande uit overheid en bedrijfsleven opgericht. Deelnemende partijen zijn de Rijksoverheid, havenbedrijven, de provincies Noord-Holland, Noord-Brabant, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Flevoland en Zeeland, en Shell Nederland. In de taskforde werken verladers, industriepartijen, opslagbedrijven en vervoerders mee aan de invoer van het verbod op varend ontgassen voor binnenvaarttankschepen.

Handhaving

Het aangekondigde verbod op varend ontgassen vanaf 2020 is goed nieuws. Al blijven er na het lezen van het persbericht wel vragen. Bijvoorbeeld over handhaving van het verbod, over monitoring van de emissies, over de gevolgen van het verbod voor emissies bij laden en lossen, over de wijze waarop dedicatievaart en comptabiliteit geregeld worden. Bij dedicatievaart vervoert een schip meerdere keren achter elkaar slechts één stof, bijvoorbeeld benzeen. Tussendoor ontgassen van de tanks is dan niet nodig, maar om emissies naar de buitenlucht te voorkomen is een dampverwerkingsinstallatie bij de terminal of op het zeeschip waar geladen of gelost wordt nodig.

DCMR kon een aantal jaar geleden geen antwoord geven op vragen van Sargasso over welke terminals in de Rotterdamse haven beschikken over een dampverwerkingsinstallatie en welke enkel over een dampretourinstallatie beschikken. Bij zeeschepen is de vraag nog prangender, want deze willen geen damp boven hun lading in verband met internationale regelgeving voor de zeescheepvaart hierover.

Voor wat betreft de handhaving zijn bij Sargasso geen processen verbaal bekend uit provincies waar al een ontgasverbod geldt. In 2015 berichtte Sargasso op basis van de website Schiedams Nieuws dat DCMR geen daling van het aantal ontgassingen van benzeen kon ontdekken. DCMR ontkende dit nieuws tegen Sargasso. Een landelijk verbod maakt handhaving wel gemakkelijker, doordat ook Rijkswaterstaat actief kan gaan optreden en de onduidelijkheid over de status en handhaaafbaarheid van provinciale verboden op nationale vaarwegen verdwijnt.

De monitoring van emissies door varend ontgassen en van opslag- en overslag van vluchtige organische stoffen gebeurd momenteel op basis van rekenmodellen, die een hoog theoretisch gehalte hebben. Meting bij de tanks op de schepen zou een grote verbetering zijn. Uit het persbericht is niet op te maken of een dergelijke verbetering onderdeel uitmaakt van de plannen.