Impact klimaatakkoord Parijs voor Nederlands langetermijn-klimaatbeleid

Vorig jaar heeft Sargasso veel aandacht besteed aan klimaat in de verkiezingsprogramma’s. Onderstaand bericht heb ik geschreven voor Sargasso om te kijken naar wat volgens het Planbureau voor de Leefomgeving de impact is van het klimaatakkoord van Parijs op het Nederlands langetermijn-klimaatbeleid en dit te vergelijken met wat verschillende politieke partijen in hun verkiezingsprogramma hebben opgenomen. Bijstellingen op basis van amendementen bij partijcongressen zijn (nog) niet verwerkt, ontbreekt me de tijd voor. Voeg gerust met bronvermelding toe in de reacties, dan werk ik het overzicht bij.

Impact klimaatakkoord van Parijs volgens PBL

Om te bepalen hoeveel minder CO2 Nederland mag uitstoten heeft PBL eerst berekend hoe groot het wereldwijde koolstofbudget nog is. Hiervan heeft PBL concretere doelstellingen voor emissies in Nederland afgeleid. Hoe deze doelstellingen er uit zien hangt onder andere af van wat een rechtvaardige en eerlijke verdeling is van de wereldwijde emissieruimte per land. PBL is uitgegaan van een gelijke wereldwijde emissies per hoofd van de bevolking. De Nederlandse uitstoot moet dan dalen met 37 tot 47% in 2030 en met meer dan 87% in 2050.

Belang van snelle omslag

Volgens PBL zijn de komende jaren cruciaal, zowel wereldwijd als in Nederland, om aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te voldoen. De beleidsvoornemens moeten fors worden aangescherpt om binnen het koolstofbudget te blijven. Waarbij vermindering van de CO2 emissie en energietransitie de kern van de klimaatbeleidsopgave vormen. In Nederland wordt 85% van de broeikasgasemissies gevormd door CO2 en CO2 heeft een lange levensduur, een lagere CO2 emissie is volgens de analyse van PBL dan ook het belangrijkst voor het tegengaan lange termijn klimaatverandering.

Op termijn zijn negatieve emissies volgens PBL mogelijk, maar de technieken hiervoor zijn niet onomstreden. Negatieve emissies kunnen bestaan uit CO2 afvang en opslag (CCS), CO2 afvang en vastlegging (CCU) in bijvoorbeeld bouwproducten, of het vastleggen van CO2 door bijvoorbeeld herbebossing. De CO2 emissie moet verder omlaag als er geen gebruik gemaakt wordt van negatieve emissies. Voor de doelstelling van 1,5°C  heeft PBL enkel een scenario doorgerekend met inzet van negatieve emissies.

Huidig beleid

De Nederlandse broeikasgasemissies dalen nu tamelijk geleidelijk: de emissiereductie in de laatste 10 jaar bedroeg zo’n 0,7 procentpunt per jaar voor alle Kyoto-broeikasgassen en ongeveer 0,5 procentpunt per jaar voor alleen CO2 (ten opzichte van het emissieniveau in 1990). Om de doelen voor 2030 en 2050 uit de illustratieve berekeningen te halen zou de jaarlijkse reductie 2,6-2,8 procentpunt moeten bedragen van het emissieniveau in 1990.

PBL constateert dan ook dat het huidige en voorgenomen beleid in Nederland onvoldoende is. Met het voorgenomen beleid komt de CO2 reductie uit op 12%in 2030 ten opzichte van 1990. Daar komt dan nog 12% bij als gevolg van de daling van andere broeikasgassen, zoals methaan en lachgas. Om het Nederlandse beleid in lijn te brengen met het Parijsakkoord is in 2030 40-50% minder CO2 uitstoot nodig ten opzichte van 1990. In 2050 moet de CO2 emissie tenminste 87% lager zijn. Om de 1,5°C doelstelling te halen is in 2050 meer dan 100% emissiereductie nodig. Oftewel: CO2 afvangen en opslaan of gebruiken.

Mogelijk maatregelen om beleid in lijn te brengen

Om het Nederlandse beleid, zonder gebruik van kernenergie, is het volgens PBL nodig om onder meer in te zetten op energiebesparing, elektrificatie van het energieverbruik, inzet van meer hernieuwbare energie en afvang en opslag van CO2. Het halen van de doelen vergt inzet op al deze terreinen, dus geen of- of, maar en – en. Om een versnelling te bereiken is het daarnaast nodig om waarborgen in te bouwen, zodat een robuust investeringsklimaat ontstaat. PBL stelt verder dat het van belang is dat er beleid ingezet wordt om alle infrastructurele, technische en institutionele randvoorwaarden op orde te maken voor grootschalige toepassing van CO2-arme technieken.

Vergelijking doelstellingen politieke partijen met PBL

In onderstaande tabel heb ik de doelstellingen de verschillende partijen voor vermindering van de CO2 uitstoot opgenomen voor 2030 en 2050. Sommige partijen doelen daarbij op de CO2 emissie, andere op alle broeikasgassen. Ik heb niet alle partijprogramma’s hierop nagelopen, waar bekend heb ik het aangegeven.

Doel (t.o.v. 1990) 2030 2050
2 °C (met negatieve emissies) 37% 87%
2 °C (zonder negatieve emissies) 40% 96%
1,5 °C (met negatieve emissies) 47% >100%
Basispad Nationale Energieverkenning 2016 24% (waarvan 12% CO2) Niet bekend
PvdD 65%* 100%* (in 2040)
ChristenUnie 55% Tenminste 85% voor 2050**
GroenLinks Tenminste 55%* Tenminste 95%*
PvdA Tenminste 55%* Tenminste 95%*
D66 Tenminste 50% Tenminste 90%
VVD 40% in EU verband 80-95% in EU verband
CDA 40% in EU verband 80-95% in EU verband
SP geen 100%
DENK ? ?
SGP ? ?
Nieuwe Wegen ? ?
Ondernemerspartij ? ?
50Plus ? ?
VNL ? ?
Piraten Partij ? ?
PVV ? ?
Forum voor Democratie ? ?

* betreft alle broeikasgassen
** De ChristenUnie zet in op een snelle en volledige energietransitie binnen één generatie. Dit heb ik opgevat als het binnen 30 jaar naar nul brengen van de CO2 emissies van energieverbruik. Volgens PBL is energieverbruik 85% van de CO2 emissies energiegerelateerd.

Mocht ik doelstellingen over het hoofd hebben gezien in de analyses of doelstellingen van partijen verkeerd weergeven, vul ze dan gerust met bronvermelding aan in de reacties. Dan voeg ik ze toe.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Concept verkiezingsprogramma GroenLinks 2012: voorstel voor aanpassing bij de vervuiler betaalt

In het concept verkiezingsprogramma van GroenLinks staat uiteraard dat GroenLinks een verdere vergroening van de economie nastreeft. Maatregel 1 en 10 onder B de vervuiler betaalt van het concept verkiezingsprogramma zou ik echter graag aangescherpt zien. Ik ben zelf niet bij het verkiezingscongres (andere verplichtingen), maar hieronder mijn voorstel voor een alternatiev tekst voor hoofstuk 1B, bij punt 1 en 10.

Hoe luiden ze nu:

1. Alle subsidies die niet passen in een duurzame economie worden afgebouwd. Resterende subsidies worden, waar mogelijk, vervangen door overheidsgaranties en –kredieten.

10. Er worden geen vergunningen verstrekt voor boringen naar schaliegas zolang we onvoldoende weten over de risico’s voor mens en milieu. Ook bij andere risicovolle technieken staat het voorzorgsbeginsel centraal. Initiatiefnemers moeten kunnen aantonen dat hun techniek veilig is.

Hoe zou ik ze graag willen zien (cursief is toevoeging op basis van avondje knutselen, dus is vast nog voor verbetering vatbaar):

1. Alle subsidies en fiscale regels en investeringsarrangementen die niet passen in een duurzame economie worden afgebouwd. Resterende subsidies worden, waar mogelijk, vervangen door overheidsgaranties en –kredieten.

10. Er worden geen vergunningen verstrekt voor boringen naar schaliegas zolang we onvoldoende weten over de risico’s voor mens en milieu. Ook bij andere risicovolle technieken staat het voorzorgsbeginsel centraal. Initiatiefnemers moeten kunnen aantonen dat hun techniek veilig is. De Nederlandse overheid sluit investeringen in schaliegas via Energiebeheer Nederland uit.

Waarom?

De formulering van 1 bevat een kleine voetangel. Het klinkt namelijk zo mooi, maar het werkt net als met de hypotheekrenteaftrek. Ministers van Financien hebbe deze de afgelopen jaren stelselmatig weigeren te beoordelen op effectiviteit. Het is juridisch gezien namelijk geen subsidie of belastingheffing, maar een aftrekpost. En het effect van aftrekposten wordt niet geevalueerd.

Evenzo kan Bernard Wientjes (ondanks zijn oude uitspraak duurzaamheid = innovatie) rustig volhouden dat er geen sprake is van subsidies voor bv. fossiele energie. Economisch heeft hij ongelijk, fiscaal en juridisch heeft hij echter gelijk. Het gaat namelijk om fiscale voordelen (bv. vervroegd afschrijven van investeringen in kleine gasvelden), investeringsregelingen (bv. de risicodragende investeringen van Energiebeheer Nederland in exploratie en exploitatie van Nederlandse gas- en olievelden, dus ook van teerzandolie en in de toekomst van schaliegas) en degressieve tarieven (bv. van de energieheffing waar het idee is dat bedrijfsleven en particulieren beide 50% van de opbrengst ophoesten). Voor vergroening is het dus zaak om te zorgen dat ook fiscaal voordelige regels en investeringsregelingen aangepast worden. Dat is een taaier proces dan subsidies afschaffen, maar wel broodnodige voor een duurzame economie.

Bij de huidige formulering van punt 10 weten olie- en gasbedrijven nog steeds dat ze voor 40% van het benodigde kapitaal voor de winning van schaliegas een beroep kunnen doen op de Nederlandse staat (zoals Nederland via EBN ook in de winning van teerzandolie in Schoonebeek investeert). Die investeringen zijn risicodragend, wat betekent dat de Nederlandse staat tot 40% (of minder als de staat een kleiner deel van het veld heeft) van het financiële risico van proefboringen (exploratie) en winning voor haar rekening neemt. Sinds de RSV affaire is de olie- en gasindustrie de enige sector die permanent op zulke ruimhartige risicodragende ondersteuning kan rekenen. Het lijkt me hoog tijd dat GroenLinks zich hard gaat maken om daar wat aan te doen. Dat zorgt meteen voor een stukje extra risico en onzekerheid voor fossiele grondstofwinning. Voor de leden die het belang daar neit van snappen: Ik denk dat ieder lid van Holland Solar gratis komt uitleggen wat extra risico doet met je business case…

Het is wel zaak om nog na te denken over de manier waarop je de aardgasbaten regelt als EBN niet investeert in schaliegaswinning.

De concept tekst voor een amendement van deze strekking vind je hier.

De ideale studentenkandidaat voor Zuid-Holland: Brak ;-)

Een beetje flauw, maar zo’n voornaam vraagt er ook om. Kortom: Brak Storms for president! Te beginnen bij de provinciale staten verkiezingen van 2 maart aanstaande. Ik ken Brak als een integere, hard werkende jongen, met liefde voor sport en natuur. Brak heeft ook engelengeduld en houdt het hoofd koel.

PS Als je me genoeg biertjes geeft vertel ik misschien nog wel eens over de enige keer dat ik Brak de afgelopen jaren z’n hoofd heb zien verliezen 😉

Uit de inbox: Politiek Online lanceert Statenversie volgdeverkiezingen.nl

Op 2 maart vinden de verkiezingen voor de Provinciale Staten plaats. Ook bij deze verkiezingen houdt Politiek Online weer bij welke kandidaten er allemaal op sociale media actief zijn. Dat doen we via de website volgdeverkiezingen.nl. Op 27 januari lanceren we deze website in Perscentrum Nieuwspoort met een debat tussen de campagneleiders van de politieke partijen.

De website volgdeverkiezingen.nl is inmiddels uitgegroeid tot een goede traditie. Rondom de verkiezingen voor de Gemeenteraden en de Tweede Kamer vorig jaar bracht Politiek Online deze website in de lucht. En ook de komende campagnes volgt Politiek Online op de voet.

Op 27 januari vanaf 15.00 uur lanceert Politiek Online de nieuwe versie van volgdeverkiezingen.nl. De campagneleiders van alle deelnemende landelijke partijen zijn uitgenodigd om hun blik vooruit te werpen op de campagnes. Onder meer Michael Sijbom (CDA), Pieter Paul Slikker (PvdA), Arno Vliegenthart (SP) en Jaap de Bruijn (GroenLinks) zullen de degens kruisen. Wat zijn de trends en op welke manieren wordt er campagne gevoerd? U bent van harte uitgenodigd om deze bijeenkomst bij te wonen. Aanmelden wordt op prijs gesteld en dat kan via devries at politiekonline punt nl.

Uit de inbox: Wie verdient de titel Overheidsorganisatie 2.0?

In 2010 jaar was Amsterdam Overheidsorganisatie 2.0 van het jaar. De grote vraag is wie nomineer jij als opvolger voor deze titel?
Welke overheidsorganisatie onderscheidt zich door lef, durf en ambitie? Welke organisatie pakt de kansen van het web 2.0 op en zet deze succesvol in, intern dan wel extern? Wie strijdt mee om de titel Overheidsorganisatie 2.0 van het jaar?

Wordt het bijvoorbeeld Rotterdam met het aanpakken van de Irritatie top-10 middels de Twittercampagne #irriMKB010? Wat dacht je van het delen van je dromen bij Jij & Overijssel of de inzet van Yammer in Noord-Brabant om beter kennis te delen in de organisatie? Of gaat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport er met haar online wervingsacties voor orgaandonoren met de eer vandoor?

Op 16 februari tijdens de Dag van Ambtenaar 2.0 wordt uit deze voorbeelden de Overheidsorganisatie 2.0 van het jaar benoemd. Wordt jouw organisatie gekroond tot Overheidsorganisatie 2.0? Voeg dan de voorbeelden van 2.0 bij jouw organisatie toe!

Meer informatie over hoe jij jouw voorbeeld kunt toevoegen:

voorbeelden.ambtenaar20.nl

Alvast dank voor je bijdrage!

Vorig jaar was het toenmalig Ministerie van Economische Zaken goed vertegenwoordigd in de Overheidsorganisatie 2.0 van het jaar verkiezing. Met nominaties voor PIANOo en het Ministerie van Economische Zaken zelf. Daarnaast was ook het ondernemersforum HigherLevel waar Agentschap NL een actieve bijdrage aan levert voorgedragen, maar niet doorgedrongen tot de 5 genomineerden.

Op zich zou het nieuwe Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een goede kans moeten maken. Door de samenvoeging is tenslotte een behoorlijk ‘powerhouse’ ontstaan: PIANOo, Higherlevel.nl, GUUS.net, Innovatie 2.0 en de initiatiefnemers van het Rijksduurzaamheidsnetwerk onder een dak. Tel daarbij op het toegenomen gebruik van tools als Yammer, Twitter en LinkedIn onder de medewerkers en het is duidelijk dat er voldoende gebeurt binnen de muren van EL&I. Volgende week intern maar eens voorleggen of dat voldoende is om EL&I voor te dragen.

Verkiezing duurzaamste merk van Nederland

Op de site van P+ kwam ik een paar weken geleden het bericht tegen dat Allesduurzaam.nl de verkiezing van het duurzaamste merk van Nederland organiseert. De 75 bij Allesduurzaam.nl geregistreerde merken doen allen mee, maar ook andere merken kunnen zich alsnog registreren en kans maken op de titel “Duurzaamste merk van Nederland”. P+  roept al haar  lezers op om hun voorkeurmerk op te geven. De stemming begint vanaf 1 oktober en wordt op 11 november de winnaar op de Dag van de Duurzaamheid bekend gemaakt.

In mijn tweet over het nieuwsbericht van P+ ontbrak de link naar P+, waardoor er ook wat reacties van twitterazi loskwamen. Die wil ik de lezer niet onthouden:

Zelf heb ik mijn voorkeur nog niet bepaald. De vijf Nederlandse bedrijven die sectorleider in de Dow Jones Sustainability Index 2010 zijn gooien hoge ogen. Al vraag ik me af of Akzo Nobel, Unilever, TNT, Air France KLM en Philips ook als merk kwalificeren. TNT, KLM en Philips wel, de andere twee opereren toch meestal onder andere merknamen. Ik laat me echter graag overtuigen, dus wat is voor jou het meest duurzame merk van Nederland (dat mag ook een merk zijn dat niet bij Allesduurzaam.nl geregistreerd staat)?