Gastbijdrage: Duitsland mijlenver verwijderd van CO2 reductiedoelstelling voor 2020

Een recente studie in opdracht van de Duitse Groenen komt tot de conclusie dat Duitsland weinig kans heeft om de 40% CO2 reductiedoelstelling voor 2020 te halen. Maar als je denkt dat elektriciteitsproductie door kolencentrales het grote probleem zijn, zal je verbaasd zijn over de analyse van Craig Morris.

Niederaussem
Emissies blijven hoog, maar kolen zijn mogelijk niet de boosdoener (foto door Leon Liesener, edited, CC BY-SA 3.0).

Noem het onzinnig – of misschien simpelweg onrealistisch: maar in 2007 stelden Bondskanselier Merkel en toenmalig milieuminister Gabriel een ambitieuze doelstelling vast om de CO2 emissies met 40% te verminderen in 2020 ten opzichte van 1990. Hoe onrealistisch was het?

img1-1_germany_miss_2020_carbon_target

Overweeg in de eerste plaats dat de oorspronkelijk uitfasering van kernenergie in 2002 (teruggedraaid in 2020 en toen weer vastgesteld in 2011) er toe zou leiden dat de meeste kerncentrales in Duitsland in 2020 gesloten zouden zijn. De sluiting van deze CO2 arme energiecentrales zou het enkel moeilijker maken om de CO2 emissies in die jaren te verlagen.

Bovendien wisten we in 2007 nog niet dat hernieuwbare energie zo snel zou groeien. Van 2000 tot 2006 steeg het aandeel groene stroom van 6,6 procent naar 11,2 procent, een groei van minder dan één procentpunt per jaar. Sinds 2006 is dat aandeel twee keer zo hard gegroeid, maar in 2007 was het was nog niet zeker of dit succes zou doorzetten.

End dan was er nog de daling van CO2 emissies. Volgens het Kyoto protocol diende Duitsland in 2012 21 procent minder CO2 uit te stoten, wat nog acht jaar overlaat voor de resterende 19 procent – ruwweg 2,4 procentpunt per jaar. Om dit cijfer in context te plaatsen, de doelstelling voor 2050 is 80% reductie; gemeten vanaf 2012 is dat 1,55 procent per jaar. Dus de korte termijndoelstelling is 50% ambitieuzer dan de lange termijn doelstelling – ondanks de gelijktijdige uitfasering van kernenergie!

Er is een verzachtende factor: de werkelijke emissiereductie in Duitsland naderde in 2012 met 25% veel hoger dan Duitslands Kyoto doelstelling. Dat betekent dat Duitsland in 2020 zijn emissies nog slechts met 15 procentpunt hoefde te verlagen. Maar toch, 15 procent in acht jaar is snel – een derde sneller dan het lange termijn gemiddelde.

Gebaseerd op de uitfasering van kernenergie en de staat van hernieuwbare energie in 2007 ligt het meer voor de hand dat de vermindering van de CO2 uitstoot in de periode 2012-2020 lager zou liggen dan het lange termijn gemiddelde. Misschien dat Merkel en Gabriel dachten dat er voldoende laag hangend fruit was om succes te verzekeren. Hoe dan ook schat Arepo Consult in een rapport voor de Groenen (PDF in Duits) dat Duitse CO2 emissies in 2016 met 0,5 procent waren gestegen in 2016.

De harde cijfers voor 2016 zijn nog niet beschikbaar, maar in januari publiceerde het Duitse milieuagentschap UBA de cijfers voor 2015. Een kleine daling van 0,3 procent bracht de totale CO2 reductie t.o.v. 1990 op 27,9%. Duitsland heeft nu nog vijf jaar om de emissies met 12,1% te laten dalen – dat is 2,4 procent per jaar. Sinds 2012 zijn de emissies met slechts 0,5% per jaar gedaald. In dat tempo komt Duitsland dichter bij 32% dan bij 40% in 2020.

Kolen zijn misschien niet eens het grootste probleem

Hou in gedachten dat de emissies van kolencentrales omlaag zijn gegaan. Zowel UBA (PDF persbericht van 20 maart) als Arepo wijzen er op dat de emissies van transport en warmte het probleem zijn. De emissies van de gebouwde omgeving is praktisch gelijk aan de emissie in 1995; voor transport zijn ze gelijk aan het niveau van 1990. Er is duidelijk te weinig voortgang gemaakt in warmte en transport; Duitslands energietransitie blijft een elektriciteitstransitie.

Vluchtelingen zorgden in 2016 voor een stijging van de bevolking van Duitsland met ongeveer 1%. Veel van hen werden tijdelijk gehuisvest in grote, ongeïsoleerde tenten waar hete lucht in werd geblazen – een zeer inefficiënt proces. Dit effect kan echter tijdelijk blijken.

Maar dit tijdelijke effect telt op bij een structureel probleem: Duitsland heft nog niet bedacht hoe ze het tempo van energie-efficiënte gebouw renovaties kan opvoeren. En Berlijn heeft het afgelopen decennium besteed aan het verdedigen van diesel in plaats van elektrische mobiliteit, inclusief openbaar vervoer – om het maar niet te hebben over fietspaden en beloopbare steden.

De auteurs van Arepo hebben duidelijk aanbevelingen: sluit kolencentrales en maak de omslag naar hybride en elektrische mobiliteit, inclusief spoorwegen. Voor de warmtesector bevelen ze “grotere efficiency” aan. Maar hoe? Oproepen om huiseigenaren te dwingen tot geode isolatie en het vervangen van oud olie gestokte verwarmingssystemen door efficiëntere nieuwere (idealiter draaiend op gas of hernieuwbare warmte) worden beantwoord met beschuldigingen van aantasting van eigendomsrecht. Merkel is tegen een snelle uitfasering van kolen vanwege de impact op de betreffende gemeenschappen (bericht in het Duits). En gemeentelijke overheden die gaan over het aanleggen van fietspaden en verbeteren van openbaar vervoer missen de financiële middelen.

We weten allemaal wat de problemen zijn. We hebben zelfs een heleboel oplossingen. De oplossingen geïmplementeerd krijgen – dat is de crux. Om dat voor elkaar te krijgen hebben we sociale, en niet alleen technische, oplossingen nodig. Het Duitse publiek, dat naar verluidt de Energiewende sterk steunt, moet overtuig worden om de juiste stappen te nemen buiten de elektriciteitssector.

Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende en hij is momenteel Senior Fellow bij IASS.

Dit artikel is eerder verschenen op Energytransition en is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

Gastbijdrage: Nederland stapt af van zijn gas

ANALYSE – Nederland: het land van windmolens, tulpen… en een van ’s wereld tien grootste gasvelden. Maar wat ooit gezien werd als een zegen wordt in toenemende mate gezien als een ding van het verleden. Craig Morris vraagt zich af: is het tijd om te breken met de Nederlandse traditie van ‘prettige voortzetting’?

Je eerste Nederlandse zin van de dag: smakelijk eten. Ongeveer 98 percent van de huishoudens kookt en verwarmd met gas. Het is niet moeilijk om deze afhankelijkheid te verklaren: in 1959 ontdekte de Nederlanders het grootste gasveld van Europa en het in omvang 10e gasveld van de wereld  onder hun voeten in Groningen. Nederland wilde dit gasveld zo snel mogelijk opmaken, omdat experts ten onrechte dachten dat kernenergie gas snel onverkoopbaar zou maken (een goed voorbeeld van de hype rond kernenergie rond 1959 – zie ook deze van een ander Nederlands bedrijf).

speech_exxon
Citaat uit een speech van de Senior Vice President van Exxon in 2013.

Bijna zestig jaar verder is er veel gasinfrastructuur aangelegd, omdat kernenergie heeft gefaald. Deze afhankelijkheid van gas bleef niet zonder kritiek. In 1977 bedacht het Britse weekblad The Economist de term ‘Dutch disease‘ (Nederlandse ziekte) voor het vermeende onvermogen van Nederland om zich zelf uit economische neergangen te innoveren (niet te verwarren met de recentere Dutch Coal Mistake (Nederlandse kolen vergissing): meerdere kolencentrales bouwen die meteen verliesgevend waren). Nederlanders, zo werd gedacht, waren lui geworden door de grote hoeveelheid gas.  Shell, de olie en gas gigant, is ook te groot voor zo’n klein land; de omzet van Shell is bijna net zo groot als de hele Nederlandse economie.

Maar recente gebeurtenissen zorgden voor een fundamentele omwenteling. Aardbevingen begonnen schade te veroorzaken aan huizen boven het Groninger gasveld (doordat het gas wordt gewonnen, klinkt de bodem in). De productie is daarvoor bijna gehalveerd t.o.v. 2013. Begin dit jaar besliste de rechtbank in een aangespannen spoedprocedure dat het gaswinningsbesluit voorlopig blijft gehandhaafd in afwachting van de inhoudelijke behandeling van de bezwaren tegen de gaswinning in mei. Maar gas is op z’n retour: vorig jaar verzocht de Tweede Kamer om de gasaansluitplicht af te schaffen en in de Energieagenda geeft het Kabinet aan dat de gasaansluitplicht geschrapt gaat worden. Amsterdam heeft inmiddels een plan om alle huizen voor 2050 van het gas af te halen. Nederland heeft als doel 100% hernieuwbare energie in 2050 (KB: in de Energieagenda wordt gesproken van een CO2-arme energievoorziening voor 2050).

“The mind is a funny thing”

“We moesten onszelf binnen ons bedrijf overtuigen dat een toekomst zonder gas mogelijk is,” zegt Elbert Huijzer van netwerkbedrijf Alliander. Huijzer en zijn collega’s probeerde een scenario voor Nederland te ontwikkelen zonder gas, om beter deel te kunnen nemen aan het debat over de mogelijkheid van een gasvrij Nederland. Hij en zijn collega’s dachten dat hun banen zeker waren, gegeven de dominantie van gas. “We namen de bedreiging simpelweg niet serieus.” Dus hij liet zijn collega’s eind 2015 vier dagen werken aan het ontwikkelen van scenario’s voor een gasvrij Nederland.

“Mijn doel was om te bewijzen dat het idee van een gasvrij Nederland onhaalbaar was. Maar het effect was tegenovergesteld,” zegt hij. Tot hun eigen verbazing ontdekten zijn collega’s dat een toekomst zonder gas mogelijk was voor Nederland. “Nadat we deze energiemix zelf hadden ontworpen begrepen we dat het risico reëel was,” zegt hij, “maar het kost veel tijd en discussie. The mind is a funny thig,” zo beschrijft hij de ervaring.

Dat inzicht komt precies op tijd. De directeur van NAM, het bedrijf dat het Groninger gasveld exploiteert, heeft recent opgeroepen om de gasbaten in een fonds voor hernieuwbare energie te stoppen: “Momenteel lopen de winsten van gaswinning nog in de miljarden en we kunnen die investeren in de energie van de toekomst.”

Shell heeft ook een ommezwaai gemaakt. Tot voor kort ondermijnde de olie- en gasgigant heimelijk achter de schermen de EU doelen voor hernieuwbare energie. De antidemocratische rol die Shell historisch gezien speelde in Nederland is goed beschreven in een boek waarvan de titel geen uitleg behoeft: Gaskolonie.

entrance_aandeel_duurzame_energie_tm_kw3_2016
De Nederlanders zijn nog lang niet in de buurt van het doel voor 2020 van 14 hernieuwbare energie. Inderdaad, is er weinig voortgang geboekt. Bron: EnTranCe.

 

Recent heeft Shell, als onderdeel van een consortium, een winnend bod geplaatst voor wind op zee met een bod van 5,45 ct/kWh. Toch blijft er kritiek, een kenner van de Nederlandse energiesector waar ik mee sprak op voorwaarde van anonimiteit stelt dat Shell zich meester wil maken van de markt voor wind op zee: “Ze lobbyen voor een grote tender van 10-15 GW. Als ze die winnen, domineren ze de windmarkt, net zoals ze met NAM en Exxon voor gas doen.”

Het maakt een duidelijk politiek verschil wie de energietransitie drijft: een kleine groep grote bedrijven of een breder scala van kleinere ondernemingen en coöperaties. Hoewel dit aspect vaak over het hoofd wordt gezien is de wereldwijde energietransitie een eenmalige kans om de energiesector te democratiseren. In Nederland is het een eenmalige kans om de dominantie van een zeer kleine, maar machtige gas oligarchie te verzwakken.

Welke weg de Nederlanders ook kiezen, het publiek moet eerst rijp gemaakt worden voor een gasvrije toekomst. Hiervoor zet Nuon (een dochterbedrijf van Vattenfall) een Cook Truck in om mensen vertrouwt te maken met elektrisch koken. Je tweede Nederlandse uitspraak van de dag is: prettige voortzetting. Misschien zou prettige transitie beter zijn?

Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende en hij is momenteel Senior Fellow bij <ahref=”http://www.iass-potsdam.de/&#8221; target=”_blank”>IASS.

Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

Gastbijdrage: Slecht nieuws over lage prijzen duurzame energie

OPINIE – Een grote zorg bij veilingen voor duurzame energie is dat de grote spelers mogelijk te laag bieden om toekomstige competitie af te schrikken. Zodra een klein aantal bedrijven de concurrentie heeft afgeschrokken kunnen ze de toekomstige prijzen verhogen. Het nieuws uit Abu Dhabi is daarom ontmoedigend. En het nieuws uit Nederland zou dat binnenkort ook wel eens kunnen zijn, zo stelt Craig Morris.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

Vorige week berichtte de pers in de Verenigde Arabische Emiraten dat verschillende bedrijven zich teruggetrokken hebben uit de komende veiling van 350 MW zonne-energie. De bedrijven verwachten dat de opbrengsten van de veiling simpelweg te laag zullen zijn. De vorige veiling leverde een prijsrecord van 2,99 cent op. Talrijke analystenhebben geprobeerd deze prijs in perspectief te plaatsen. Naast specifieke lokale omstandigheden werd ook het risico op onderbieden bediscussieerd.

Het Italiaanse Enel is een van de bedrijven die zich teruggetrokken heeft uit de veiling in Abu Dhabi. Toch plaatste het bedrijf onlangs een winnend bod van 3,5 cent in Mexico. Het is duidelijk dat het bedrijf zeer concurrerend is, maar blijkbaar zijn de prijzen in Abu Dhabi zelfs voor de Italianen te laag worden.

De volgende dag maakte de Nederlandse staat de prijs in de veiling van twee offshore windenergie parken bekend: 7,27 cent per kilowatt-uur. Deze prestatie is geprezen als een doorbraak, wat het zeker is. Ter vergelijking: de oorspronkelijke kostenraming voor deze specifieke windmolenparken was ongeveer 12,4 cent, en de laagste prijs voor offshore wind was 10,3 cent in Denemarken.

Dong Energy plaatste het winnende bod in Nederland en kan ook achter het project in Denemarken zitten (update: het is Vattenfall, met dank voor de informatie aan Jasper Vis, de directeur van Dong Nederland). Vroeger was Dong een staatsbedrijf, maar Dong ging in juni publiek. Er waren al eerder berichten dat vooral het offshore deel van het bedrijf aantrekkelijk was voor investeerders.

Hoe komt Dong aan het geld voor dergelijke lage biedingen? VanGoldman Sachs:

[Dong] has used the capital from Goldman to become the clear global leader in developing and operating offshore wind farms as it won a series of projects in the UK and elsewhere.

Dus hier heb je het: de mensen die u de Griekse financiële crisis brachten, die beleggers bedrogen tijdens de financiële crisis van 2008, en waarvan de andere misbruiken de helft van de Wikipedia-pagina van het bedrijf vullen brengt u nu goedkope offshore windenergie. Graag gedaan.

Mogelijk zijn we getuige van consolidatie in de offshore windsector. De grote spelers zijn mogelijk bezig ervoor te zorgen dat de concurrentie te klein blijft om biedingen uit te brengen. Als dat zo is, zal het enkele jaren duren voordat we de resultaten daarvan zien, en gedurende die tijd krijgen neoliberale commentatoren ruim de tijd om de ongelooflijke lage prijzen te prijzen die bereikt worden door “niet-gesubsidieerde” duurzame energie.

(Craig Morris / @PPchef)


Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète. Craig Morris is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

Gastbijdrage: Staat Franse kernenergie onder druk… van Duitse hernieuwbare energie?

Eind mei zorgden stakingen voor een verlaging van de productie van kernenergie in Frankrijk. Toch legden een paar weken eerder, zonder stakingen, meer kerncentrales die de productie stil. Duitse en Europese hernieuwbare elektriciteit kunnen een van de redenen zijn geweest voor Frankrijk om zoveel kerncentrales in dat weekend stil te leggen. Gelet op de discussie die de vorige vertaling over kernenergie en energietransitie opleverde, leek het me goed om deze nieuwe analyse van Craig Morris ook te vertalen.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
AKW_Paluel_01
Op 31 maart ontsnapte de kerncentrale Paluel 2 ‘ maar net aan een catastrofe,’ aldus Le Parisien. (Foto door Bodoklecksel, modified, CC BY-SA 3.0)

De kerncentrale Paluel 2 “ontsnapte maar net aan een catastrofe,” zoals Le Parisien het stelde, op 31 maart. (Photo by Bodoklecksel, modfied, CC BY-SA 3.0)

Het nieuws was wat lastig te begrijpen. Reuters meldde bijvoorbeeld dat de stakingen van de vakbond op 26 mei slechts ‘19 kerncentrales’ zouden treffen. Om preciezer te zijn, Frankrijk heeft 58 kernreactoren op 19 locaties. Het verschil tussen deze cijfers is belangrijk als we willen begrijpen wat het betekent dat negen reactoren die dag stilgelegd zijn vanwege de stakingen. Dat betekent dat minder dan een zesde van de reactoren geraakt werden door de stakingen en niet bijna de helft. Stakingen zijn relevant voor nucleaire veiligheid. Mark Hertsgaard schreef al in 1983 dat kerncentrales

Must be designed to sidestep labor-management antagonisms,

Aan de ander kant schroefde 33 van Frankrijks kernreactoren de productie op 26 mei terug of lagen zelfs helemaal stil. Toch was de situatie op donderdag 26 mei niet zo zwaar voor Franse kerncentrales als op zondag 15 mei, al kreeg die laatste dag veel minder aandacht. Op 26 mei zorgden de stakingen voor een daling van de elektriciteitsproductie van de Franse kerncentrales terug tot beneden de 40 GW (en kortstondig onder de 37 GW, zoals te zien is in de grafiek hieronder).

Franse_elektriciteitsproductie_.png
Bron: RTE

Op zondag 15 mei daarentegen daalde de productie van kernenergie tot onder de 28 GW, wat mogelijk een historisch dieptepunt is (het is in ieder geval het laagste productieniveau van dit jaar). Let ook op het verschil in tijdstip; het dieptepunt op 26 mei (een werkdag) ontstond in het midden van de nacht, als de vraag naar stroom laag is. Maar op zondag 15 mei lag het dieptepunt ‘s middags.

Franse_stroomproductie_26 mei
Bron: RTE

Er is een interessante correlatie tussen de waarschijnlijke recordproductie van duurzame elektriciteit in Duitsland om 3 uur ‘s middags op 15 mei. Zoals de grafiek hieronder laat zien produceerde wind- en zonne-energie op dat moment samen 35 GW – terwijl de vraag naar stroom slechts zo’n 10 GW hoger lag. Alle andere elektriciteitscentrales (waterkracht, biomassa, kolen, gas en kernenergie) verlaagden hun gezamenlijke elektriciteitsproductie tot 17 GW, waarvan meer dan de helft voor de export bestemd was.

duitse_stroomproductie.png
Bron: energy-charts.de

Op 15 mei hebben 34 van de 58 kernreactoren in Frankrijk hun productie verlaagd of zelfs helemaal stilgelegd, een aantal dat mogelijk een historisch record is (als iemand ons kan helpen dat uit te vinden, laat dan a.u.b. een reactie achter). Acht van de 24 productieverlagingen waren ongepland.

Al deze 8 ongeplande gebeurtenissen in Frankrijk begonnen pas op 14 mei, de dag voor het nieuwe record aandeel duurzame energie in de Duitse stroomproductie. Maar duurzame energie zette zaterdag al behoorlijk wat druk op de overige Duitse energiecentrales, zoals de grafiek boven toont.

Frankrijk wordt omgeven door landen met een groot aandeel zon en wind, met uitzondering van Zwitserland. Het lijkt er dus op dat de piek in duurzame energieproductie in west Europa de Franse kerncentrales uit de elektriciteitsmix duwt. Als dat zo is, zullen we zien hoe flexibel de kerncentrales zijn. Mijn gok is dat Frankrijk het zich niet kan veroorloven om meer zon en windenergie te bouwen tenzij het kerncentrales gaat sluiten. Als omliggende landen doorgaan met het ontwikkelen van zon- en windenergie kan het resultaat zijn dat er meer storingen optreden in Frankrijks verouderende kerncentrales.

Sommige van de andere sluitingen vergen nadere bestudering. De kerncentrale Paluel 2 ontsnapte volgens Le Parisien (in Frans) op 31 maart maar net aan een catastrofe. Die dag viel een 465 ton zware stoomgenerator, die boven het betonnen bassin van de kerncentrale hing (de centrale was niet in bedrijf op dat moment), zo’n 22 meter omlaag. De val veroorzaakte een impact ‘vergelijkbaar met een aardbeving’ volgens de Franse krant. Het is onduidelijk of de reactor ooit nog opnieuw stroom gaat produceren.

Als Paluel 2 niet meer in gebruik genomen wordt is het in principe mogelijk dat Frankrijks oudste reactor, Fessenheim, niet gesloten hoeft te worden. De huidige afspraak is dat Fessenheim gesloten wordt zodat de nieuwe centrale in Flamanville opgestart kan worden. Alleen wordt Flamanville mogelijk nooit voltooid en Fessenheim draait ook niet zo goed. Block 1 werd in mei stilgelegd toen er een mogelijk lek werd ontdekt. In totaal had de reactor alleen al in mei 4 storingen en werd de reactor ook 2 dagen volledig stilgelegd voor gepland onderhoud.

Frankrijk heeft zoveel eieren in het nucleaire mandje gelegd dat het zich niet gemakkelijk van de techniek kan afkeren. En omdat teveel mensen die zich zorgen maken om CO2 emissies niet begrijpen dat kernenergie niet verenigbaar is met wind en zon, is het zomaar mogelijk dat Frankrijk gaat proberen die twee te integreren. Het resultaat zou een ongeluk kunnen zijn dat de publieke opinie in het land voor altijd verandert. Dat zou een hoge prijs zijn voor het inzicht dat de toekomst aan wind- en zonne-energie is – en dat deze niet verenigbaar zijn met kernenergie.

(Craig Morris / @PPchef)


Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

Helpt Franse kernenergie bij de integratie van duurzame energie?

“Franse export van kernenergie helpt Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Spanje de integratie van hernieuwbare energie te versnellen” schrijft Nick Grealy, voorstander van schaliegas. Maar wat laten de data zien?, vraagt Craig Morris zich af.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

April was een relatief koude maand in Europa, wat zorgde voor een licht hogere vraag naar elektriciteit en een licht hogere prijs. Vandaag onderzoek ik 25 april, een koude maandag, om te zien wanneer Frankrijk precies elektriciteit importeert en exporteert op een dag met hoge vraag naar elektriciteit.

Het verhaal waar Grealy voor valt is dat de productie van kernenergie vergroot kan worden als er vraag naar is. Deze vermeende flexibiliteit is van cruciaal belang om als backup van zon en windenergie te dienen. Dit is hoe 25 april er uit zag in Frankrijk.

FranceApr25
RTE

 

 

Kernenergie fluctueert tussen 41,3 GW om 3 uur ’s nachts en 42,6 GW om 8 uur ’s ochtends, oftewel een flexibiliteit van 3%. De vraag naar elektriciteit fluctueerde tussen 41,4 GW rond 5 uur ’s ochtends tot 56,8 GW rond 1 uur ’s middags – een toename van bijna 50%.  Let ook op dat kernenergie ’s nachts goed was voor bijna 100% van de Franse elektriciteitsconsumptie. De import curve voor 25 april spreekt dan ook boekdelen.

FranceimportsApr25
RTE

Hier zien we een duidelijk patroon: stevige export midden in de nacht en in de namiddag en avond. Maar van 6 uur ’s ochtends tot 3 uur ’s middags is Frankrijk een netto importeur van elektriciteit. De patronen komen grofweg overeen met het patroon van de Franse elektriciteitsproductie; de grafiek hieronder toont een hoog consumptie niveau vanaf ongeveer 9 uur ’s ochtends tot 3 uur ’s middags. De grote toename van de vraag naar elektriciteit tussen 6 en 9 uur ’s ochtends is de reden dat Frankrijk van exporteur verandert in importeur van elektriciteit.

Franceconsumption
RTE

 

We hebben geen grafiek voor de dagelijks elektriciteitsproductie voor Duitsland op Energy-Charts.de, dus we zullen het moeten doen met de weekweergave hieronder. Het toont het tegenstelde patroon voor 25 april. Alles onder 0 is export van elektriciteit. Op momenten met lage vraag exporteert Duitsland minder, met het minimum om 6 uur ’s ochtends. Maar om 2 uur ’s middags heeft Duitsland een netto export van bijna 9 GW. Het overschot op de handelsbalans vlakt af richting middernacht, maar over de gehele dag genomen is Duitsland een netto exporteur van elektriciteit voor 23 van de 24 uur.

GermanyApr25
Energy-Charts.de

Wat leert deze vergelijking ons?

Op de eerste plaats leert deze vergelijking ons dat Frankrijk liever elektriciteit verkoopt tegen lage prijzen op momenten met weinig vraag dan de elektriciteitsproductie van kerncentrales te verlagen. Ten tweede leert het ons dat het Duitse productiepark voldoende flexibiliteit heeft om de elektriciteitsproductie te verlagen in plaats van tegen lage prijzen te verkopen – om de elektriciteitsproductie weer te verhogen wanneer prijzen hoger worden op tijden van hoge elektriciteitsvraag.

Franse kerncentrales faciliteren dus geen betere integratie van wind- en zonne-energie in omliggende landen. Ze zorgen er eerder voor opstoppingen op het het netwerk en minder flexibiliteit. De productie van zonne-energie in Duitsland zorgt er voor dat conventionele elektriciteitscentrales in Duitsland op een relatief bescheiden niveau draaien, met name tussen 9 uur ’s ochtends en 3 uur ’s middags. In de grafiek hierboven is te zien dat de productie van conventionele centrales daalt van ongeveer 50 GW om 7 uur ’s ochtends naar 40 GW om 2 uur ’s middags. Zonder de 9 GW aan export zou de Duitse conventionele elektriciteitsproductie verminderd worden tot 30 GW – vandaar de enorme export van elektriciteit.

(Craig Morris / @PPchef)


Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

Van gas naar duurzame energie in Europa

In april onderzocht het Duitse Öko-Institut de situatie in de Europese elektriciteitssector en vond dat kolencentrales grofweg evenveel elektriciteit produceren, terwijl het de productie van hernieuwbare elektriciteit groeit. Elektriciteit geproduceerd met gas wordt vervangen.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

De productie van hernieuwbare elektriciteit is tussen 2010 en 2015 met meer dan eenderde gestegen in de EU, de productie is toegenomen met 244 TWh. De elektriciteitsproductie van kolencentrales is relatief stabiel gebleven met 300 TWh bruinkool en 500 TWh steenkool, maar de elektriciteitsproductie van gascentrales is in deze periode gedaald met 283 TWh.

In Europa heeft dus in essentie een transitie van gas naar hernieuwbaar plaats gevonden.

160204_obs_3_whhhaaaat
Öko-Institut

De studie, die in april is gepubliceerd, toont dat Duitsland goed is voor bijna de helft van de elektriciteitsproductie met bruinkool in Europa. Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Polen zijn samen goed voor meer dan de helft van de elektriciteitsproductie met steenkool.

De auteurs schrijven dat prijs de belangrijkste uitdaging is voor gas in de elektriciteitssector. De brandstof is simpelweg niet competitief bij de huidige lage CO2-prijzen – zelfs al bieden gascentrales de flexibiliteit die wind- en zonne-energie uiteindelijk nodig zullen hebben als backup.

Terwijl de productie van windenergie tussen 2010 en 2015 meer dan verdubbeld is in Europa van 149 TWh naar 307 TWh, is de productie van zonne-energie verviervoudigd van 23 naar 101 TWh. Duitsland is verreweg de grootste producent van hernieuwbare elektriciteit met 193 TWh, gevolgd door Italië, Spanje, Zweden en Frankrijk (in die volgorde) met ongeveer 100 TWh.

(Craig Morris / @PPchef)


Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

Gastbijdrage: Daimler blijft Duitsland trouw

Het verhaal dat de Duitse industrie het land verlaat als gevolg van de Energiewende, maar nieuws van Mercedes geeft aan dat het bedrijf van plan is in Duitsland te blijven. De nieuwe investeringen van het bedrijf in elektrische auto’s zullen voornamelijk in Duitsland gedaan worden. Onze zoektocht naar een bedrijf dat Duitsland verlaten heeft vanwege de energietransitie gaat dus door…

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

NIEUWS –

Een paar maanden geleden, toen Politico claimde dat Mercedes een voorbeeld was van een bedrijf dat Duitsland verlaat vanwege de energietransitie, beloofde ik terug te komen op dat voorbeeld.

Eerst was er de berichtgeving (in het Duits) dat Daimler en BMW sinds 2014 ieder meer dan 3 miljard Euro investeerden in het vernieuwen van hun Duitse productielocaties. Een paar maanden later splitste de wegen van Daimler en Tesla. Daimler maakte deze maand bekend dat Tesla geen leverancier zal zijn voor Mercedes’ nieuwe generatie elektrische auto’s. Tesla leverde de elektrische aandrijflijn voor Mercedes’s B klasse, die Daimler nu zelf wil gaan produceren.

Het Duitse bedrijf is daarnaast ook van plan om 500 miljoen Euro (persbericht) in de productie van accu’s te investeren – wederom, in Duitsland (Kamenz, Saksen). De bouw van de nieuwe fabriek in Duitsland begint naar verwachting deze herfst en de productie van accu’s in de zomer van 2017.

Daimler is ook van plan een half miljard Euro te investeren aan genetwerkte vrachtwagens. Er zijn een aantal persberichten beschikbaar over zelfrijdende vrachtwagens. Op 1 april zal een nieuwe divisie, met 200 personeelsleden, opgericht worden voor dit doel. Dit nieuws kan nog gehypet worden als ‘Mercedes verlaat Duitsland’, omdat de helft van het pesoneel in Detroit gevestigd zal worden. Voor een multinational is zo’n verdeling echter vrij normaal. Hoe dan ook is het lastig om dit nieuws te verkopen als ‘Daimler verlaat Duitsland’ – dus de volgende keer dat je dat hoort kan je mensen naar dit bericht verwijzen. Politico heeft nog niet bericht over de recente aanwijzingen dat Duitsland van plan is in Duitsland te blijven.


 

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

Gastbijdrage: Duitse kolen zijn waardeloos

ANALYSE – Het is Vattenfall niet gelukt om een koper te vinden voor z’n bruinkoolmijnen en -elektriciteitscentrales in Duitsland. De focus ligt volgens Craig Morris nu op alternatieve modellen, zoals een fonds om de werknemers te beschermen.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
Jänschwalde.jpg
De bruinkoolcentrale Jänschwalde werd op 11 maart 2016 bezocht door de Duitse minister Peter Altmaier. (Photo by J.-H. Janßen, modified, CC BY-SA 3.0

In november schreef ik voor Energy Transition hoe het Zweedse staatsbedrijf Vattenfall (ook moederbedrijf van NUON) z’n kolen bezittingen in Duitsland wilde verkopen als gevolg van de Zweedse verkiezingen van oktober 2014, die gewonnen werden door een klimaatvriendelijke regering. Een van de bieders was Greenpeace, die aanbood om een bruinkool stichting op te zetten om de sluiting van de bruinkoolmijnen en bruinkoolcentrales te begeleiden. Het aanbod van Greenpeace werd niet serieus genomen, maar half maart bleek dat de Zweden geen enkel redelijk bod hadden ontvangen voor hun bruinkoolcentrales en bruinkoolmijnen. Een bieder vroeg zelfs geld om de bruinkoolcentrales en bruinkoolmijnen over te nemen.

Graphik_barclays
Barclays zegt dat RWE, Duitsland’s energiebedrijf met het grootste vermogen aan kolencentrales, z’n inkomsten uit conventionele elektriciteitsproductie aanzienlijk zal zien dalen drop de rest van dit decennium. (Bron: Barclays Research)

Op 16 maart gaf een potentiële bieder, het Tsjechische energiebedrijf ČEZ, twee redenen voor z’n gebrek aan interesse: de lage groothandelsprijs voor elektriciteit en de mogelijke vervroegde sluiting van kolencentrales in Duitsland. Het bedrijf bracht niet eens een bod uit. Een ander probleem is het klimaatakkoord van Parijs, die Duitse kolencentrales volgens Barclays vanaf 2030 waardeloos maakt.

Duitse media melde vorige week (in Duits), dat een stichting of fonds de enige overgebleven optie zou zijn (zie onder). De zaak is serieus genoeg voor minister Peter Altmaier om vorige week vrijdag de Jänschwalde bruinkoolcentrale te bezoeken. De Duitse milieuminister Barbara Hendricks bezocht een paar weken geleden als de Schwarze Pumpe kolencentrale bij Berlijn. Zulke hooggeplaatste bezoeken binnen zo’n korte periode tekenen de ernst van de situatie: kolen zit in de problemen in Duitsland.

De Tsjechische Republiek toont de grootste interesse in Duitse kolen. De Czech Coal Group heeft volgens berichten een bod uitgebracht. Mibrag, een Duitse bieder (eigendom van Tsjechische bedrijven) die ook bruinkool opgraaft in Oost-Duitsland, kondigde vorige week onverwachts aan dat in 2020 ongeveer 10% van z’n werknemers ontslagen zal zijn (in Duits). Een paar maanden geleden scheen het bedrijf nog gespitst op het versterken van z’n aanwezigheid in Oost-Duitsland door Vattenfall’s bezittingen over te nemen, maar de top van het bedrijf schijnt nu te begrijpen dat ze hun handen de komende tijd vol zullen hebben aan het in bedrijf houden van het bestaande bedrijf. Vorig jaar verkocht het bedrijf ongeveer 10% minder bruinkool (en dat zelfs tegen een lagere prijs), deels omdat de Lippendorf centrale in oost Duitsland minder stroom produceerde, net als de Buschhaus centrale in west Duitsland. De Buschhaus centrale zal de komende vier jaar deel zijn van de “veiligheids reserve”.

Wat zou de rol van een fonds zijn?

Duitse vakonden, die vorig jaar succesvol een strenge aanpak van Duitse kolencentrales blokkeerde, hebben recent aangegeven het meest geïnteresserd te zijn in het vormen van een stichting (berichtgeving in Duits). Het idee is om de huidige winsten in een fonds te stoppen voor latere, verliesgevende jaren. De winsten dalen momenteel in de Duitse kolensector, maar ze zouden kort op kunnen veren als de laatste 6 kerncentrales in 2021 en 2022 gesloten worden. (De sluiting van twee andere kerncentrales staat gepland voor 2017 en 2019, dat zal mogelijk wat ademruimte geven aan kolencentrales, al is dat mogelijk niet veel – zie ons rapport German coal conundrum uit 2014.) Vanaf 2023 zal Duitsland een uitfasering van kolen beginnen, met of zonder een officieel beleid met die naam; er is geen andere realistische manier om het officiële doel van 80 procent duurzame energie in 2050 te begrijpen.

Het hoof van energie vakbond IG BCE zegt dat bruinkool nodig zal zijn tot 2047, een tijdspanne die ongeveer overeen komt. Hij gelooft echter ook dat kolen de komende 15 jaar nog winstgevend zal zijn, wat de boel wat kan rekken.

Aanvankelijk kunnen de winsten in het fonds opgespaard worden om op een later tijdstip beschikbaar gesteld te worden aan gemeenschappen en werknemers die geraakt worden door de komende uitfasering van kolen. Als de kolensector eerder verlieslijdend wordt heeft de vakbond een idee: de belastingbetaler zou het gat moeten vullen.

Als een complete uitfasering in 2047 niet ambitieus klinkt, hou dan in gedachte dat dit tijdspad is voorgesteld door de kolensector zelf. Over tien jaar zou de kolensector al verlieslijdend kunnen blijken, wat de noodzaak van ingrijpen op kosten van de belastingbetaler zou verhogen. Op dat moment zou een keuze keuze kunnen worden gemaakt – als dat goedkoper blijkt – om de Duitse kolensector op te doeken. Er liggen al voorstellen voor 2040 en eerder op tafel.

Gemeenschappen en werknemers zouden nog steeds bescherming genieten, en dat is het goede nieuws deze week. Inmiddels tonen vakbonden bereidheid om te praten over het uitfaseren van kolen (voeg Duitslands op een na grootste vakbond Verdi maar toe aan de lijst,bericht in Duits). De belangen van werknemers en Duitse gemeenschappen aan de ene kant en kolenbedrijven aan de andere kant beginnen uiteen te drijven. RWE en E.On zullen zich op korte termijn op splitsen in gescheiden divisies voor hernieuwbare energie en voor het oude spul. Deze kleine stappen zouden het makkelijker kunnen maken om de kolenbedrijven kopje onder te laten gaan terwijl de hernieuwbare energiebedrijven het hoofd boven water houden – en zinvolle financiële ondersteuning richt zich op Duitse werknemers en gemeenschappen die momenteel afhankelijk zijn van de kolensector.

Voor meer informatie over transformatie van kolen gemeentschappenverwijs ik naar eerdere rapporten van Energy Transiton over structurele veranderingen. CLEW geeft ook een overzicht van het kolendebat in Duitsland.


Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur vanPetite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en met toestemming van de auteur vertaald door mij vertaald voor Sargasso.

 

Gastbijdrage: Duitse elektriciteitsexport was in 2015 wederom meer waard dan import

ANALYSE – Volgens een schatting van het Fraunhofer ISE, is de waarde van een gemiddelde kilowattuur die Duitsland vorig jaar exporteerde hoger dan de waarde van een gemiddelde geïmporteerde kilowattuur. Als Duitsland een overschot aan duurzame elektriciteit in buurlanden zou dumpen, zoals sceptici van de Energiewende beweren, zou dit niet gebeuren.

In 2013 merkte ik iets op in de data over de handel in elektriciteit van 2012 waar iedereen overheen had gekeken. Iedereen focuste op hoe Duitsland’s netto export steeg, ondanks de sluiting van 8 van de 17 kerncentrales van Duitsland. Niet alleen was Duitsland niet afhankelijk geworden van import, maar de waarde van Duitse elektriciteit was hoger dan de waarde van elektriciteit in omliggende landen.

Die situatie herhaalde zichzelf in 2013 en in 2014, al was het prijsverschil tussen import en export kleiner geworden, met een klein verschil in het voordeel van Duitse elektriciteit. Tegelijkertijd stijgt de Duitse export van elektriciteit nog steeds, met sinds 2012 jaarlijks een nieuw recordniveau.

De Duitsers hebben geen feestje gevierd over deze cijfers. Mijn artikel uit 2013 was het enige dat de focus legde op iets anders: de hogere waarde van de Duitse export van elektriciteit. Maar inmiddels is Duitsland’s Fraunhofer ISE begonnen om de situatie nauwkeuriger te monitoren.

Ik sprak deze week met ISE’s Bruno Burger. Hij is de persoon achter Energy-Charts.de. Het was me opgevallen dat het gigantische 200 pagina tellende pdf-overzicht van de Duitse elektriciteitssector voor 2015 nog niet was gepubliceerd. Hij informeerde me dat de website inmiddels zo gegroeid is dat hij zich af vroeg of de pdf nog steeds nodig is (ik weet niet zeker of ik het daar mee eens ben – maar hij gaf aan te overwegen om de pdf alsnog te publiceren). Hoe dan ook, hij wees me op een 15 pagina’s tellend overzicht (PDF), dat onderstaande grafiek bevat. De grafiek laat zien welke elektriciteitsbronnen gedaald zijn (elektriciteit van kernenergie, bruinkool, steenkool en gas) en wat gestegen is (elektriciteitsproductie van wind, zon, biomassa en waterkracht). In een jaar met een kleine stijging van elektriciteit van kolen zou er grote internationale ophef zijn, voor nu wachten we geduldig (en waarschijnlijk tevergeefs) op internationale erkenning van de herhaling van de verbetering in 2014, die ook grotendeels ongeprezen voorbijging.

ISE2015

Hou in gedachten dat het record niveau van de export van elektriciteit – grofweg 10% van de totale elektriciteitsproductie – een stijging van conventionele elektriciteitsproductie betekent; wind en zon regaeren op het weer, niet op de vraag naar elektriciteit. Wanneer Duitsland de komende 6 jaar de rest van z’n kerncentrales sluit zal de lage groothandelsprijs in Duitsland meer in balans komen. De huidige overcapaciteit in opwekkingsvermogen maakt Duitse elektriciteit onnatuurlijk competitief. Omdat er geen nieuwe kolencentrales in de pijplijn zitten (met Datteln als mogelijke uitzondering), zal het resultaat dramatisch lagere elektriciteitsproductie van conventionele centrales in 2023 zijn.

Dat brengt me op de prijs situatie: omdat Duitsland zo veel overcapaciteit heeft is het in staat om relatief goedkoop elektriciteit te produceren als de vraag hoog is. En omdat de mix van elektriciteitscentrales een zekere flexibiliteit heeft is het in staat om naar import van stroom over te schakelen wanneer de vraag (en dus de prijzen) laag is. Vooral de vergelijking met Frankrijk is saillant.

Het nieuwe overzicht van Fraunhofer voor 2015 zegt het volgende over de handel in elektriciteit:

Imported electricity cost an average of 42.58 Euro/MWh compared to 42.69 Euro/MWh for exports.

Duitse elektriciteit die verkocht wordt aan omliggende landen is daarom nog steeds 0,11 Euro per MWh meer waard dan de Duitse import van elektriciteit. Het verschil is met 0,3% verwaarloosbaar. Toch schat het Fraunhofer de netto inkomsten van de handel in elektriciteit op 1,6 miljard Euro.

Er kunnen veel lessen uit deze analyse worden getrokken, maar de belangrijkste voor vandaag is dat de de situatie niet is veranderd sinds 2012:

  • Duitsland blijft in staat om elektriciteit te produceren tegen relatief lage prijzen wanneer de vraag hoog is;
  • Duitsland heeft geen overschot aan hernieuwbare energie (groene stroom heeft nog nooit meer dan zo’n 80% van de vraag naar elektriciteit geleverd, veel minder dan 100%);
  • elektriciteit wordt verhandeld op basis van prijzen, niet op basis van tekorten. Specifiek: elektriciteit wordt bijna nooit verhandeld om blackouts te voorkomen (al spreekt de blogosphere regelmatig over handel in elektriciteit in termen van blackouts); en
  • Duitse export van elektriciteit is waardevoller dan de import, ondanks de relatief lage groothandelsprijzen in Duitsland, omdat Duitsland elektriciteit verkoopt op momenten van grote vraag en koopt op momenten van lage vraag.

Wat laat zien dat Duitsland niet afhankelijk is van het buitenland voor leveringszekerheid of betaalbaarheid, en dat Duitsland geen groene stroom dumpt in omliggende landen.

(Craig Morris / @PPchef)

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur vanPetite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

Gastbijdrage: Tweede Duitse veiling voor zonne-energieprojecten ‘succesvol’ afgesloten

De winnaars moeten nog bekendgemaakt worden, maar volgens Craig Morris weten we nu al dat er wederom veel meer verliezers dan winnaars van de tweede veiling van grondgebonden zonne-energieprojecten zullen zijn. De Duitse overheid spreekt desondanks van een ‘succes’.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

Op 3 augustus eindigde de tweede veilingronde voor grondgebonden zonne-energiesystemen. Dit keer werd een volume van 150 MW geveild. Het aantal biedingen was drie maal zo hoog, dus er zullen deze ronde twee keer zo veel verliezers als winnaars zijn. De biedingen worden momenteel beoordeeld. Rainer Baake, staatssecretaris voor de Energiewende, zegt dat het grote aantal biedingen een teken is van ‘succes’ (Duitstalig rapport).

De eerste ronde leverde hogere prijzen op de feedin tarieven die anders van toepassing zouden zijn geweest, dat maakt een verandering in het betalingssysteem voor deze tweede ronde des te interessanter. Dit keer wordt de hoogst toegewezen prijs betaald aan alle winnende biedingen; met andere woorden: zelfs als je voor een lagere vergoeding hebt ingeschreven ontvang je de hogere prijs. Deze verandering lijkt ontworpen om de kosten te verhogen – een ironische uitkomt gegeven de oorspronkelijke justificatie voor de omschakeling van feed-in tarieven naar veilingen als een poging om de kosten te verlagen.

De hele kostendiscussie was dan ook kunstmatig gecreëerd, zoals ik recent berichtte, en is compleet verdwenen. De opslag voor duurzame energie in 2015 (aangekondigd op 15 oktober 2015) zal waarschijnlijk nooit in zijn kostencomponenten uitgesplitst worden. Niemand is daar nog in geïnteresseerd.

De werkelijke reden voor de veilingen kan daarom niet het verlagen van de kosten zijn, want die is er niet – en de overheid spreekt nog steeds van een beleidsmatig succes. Wat veilingen vooral doen is de groei van de markt beperken. De overheid is nu in staat om de hoeveelheid nieuw vermogen die ondersteuning krijgt te controleren. Twee andere aspecten van veilingen kunnen voor verdere vertraging zorgen: tijdsvertragingen bij het realiseren van projecten en het volledig mislukken van projecten.

Na verschillende jaren met 7,5 GW aan nieuw geïnstalleerd vermogen aan zonne-energie lijkt de overheid een beleidsinstrument gevonden te hebben waarmee het de marktgroei kan beheersen op een veel lager niveau. Nu dat we zien hoe irrelevant het kostendebat was (en hoe veilingen zonne-energie duurder maken), zou het goed zijn dat we openlijk konden praten over de werkelijke reden om over te stappen van feed-in tarieven op veilingen: beleidsmakers controle geven over de marktgroei.

(Craig Morris / @PPchef)


Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso door Krispijn Beek.

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.