Categorie: Gastpost

  • Gastpost: Duitse overheid neemt verwaterd klimaatplan aan

    ANALYSE – Drie weken geleden maakte de Duitse overheid plannen bekend om 2,7 GW aan bruinkoolcentrales van de elektriciteitsmarkt te halen en in reserve capaciteit te plaatsen. Tijd om na de aanvankelijke feestvreugde de analyse van Craig Morris te plaatsen.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    Het plan om een soort van nationaal CO2 emissiehandelssysteem te implementeren, dat zich specifiek richt op elektriciteitsproductie door bruinkool is officieel dood. Twee weken geleden maakte de Duitse regering een ander plan bekend met een bredere focus. Buiten de kolensector lijkt niemand erg enthousiast over het plan.

    De afgelopen weken heb ik mijn lezers de details bespaard. Tenslotte publiceerde Clean Energy Wire al een stap-voor-stap verslag van het debat. Het is voldoende om te zeggen dat een betaalbaar, effectief enpolititiek elegant voorstel tegenstand ondervond van sommige vakbonden en de industrie, en dat zij hun zin hebben gekregen. Als je wil horen hoe de bittere klaagzwang in het Duitse debat klonk, verwijs ik je naar Lily Fuhr’s recente post op Energietransition.de.

    coalprotest1
    300.000 handtekeningen voor het uitfaseren van kolen en een aantal protesten hebben niet geholpen: de Duitse overheid gaf toe aan de kolenbelangen. (Foto Christian Mang / Campact, CC BY-NC 2.0)

    Hier is een overzicht van de overeenkomst van twee weken terug, dat verschillende afspraken bevat die meer of minder gerelateerd zijn aan elektriciteitsproductie m.b.v. kolen:

    • 2,7 GW aan bruinkoolcentrales worden uit de elektriciteitsmarkt gehaald en in een capaciteitsreserve geplaatst;
    • Omdat Duitsland met dit akkoord alleen zijn CO2 reductiedoelstelling voor 2020 niet haalt wordt jaarlijks 1 miljard Euro extra uitgetrokken voor additionele energieefficiency maatregelen (specifiek: wkk en warmtepompen);
    • Eigenaren van kerncentrales zijn zelf financieel aansprakelijk voor verwijdering van kernafval;
    • Uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk gaan door. Beierenblokkeert de voortgang hiervan, dus de focus zal liggen op het beter gebruik maken van bestaande hoogspanningsleidingen, en op plaatsen waar publieke weerstand bestaat zal er meer gebruik worden gemaakt van ondergrondse kabels i.p.v. bovengrondse.

    Elk onderdeel zou zijn eigen blog bericht vergen om uit te leggen, dus volg de links bij de items over kernenergie en het elektriciteitsnetwerk voor meer informatie. Hier zal ik me focussen op kolen.

    Greenpeace’s Tobias Münchmeyer reageerde op aangekondigde afspraken door Bondskanselier Merkel te herinneren aan haar belofte om over te schakelen van kolen tijdens de G7-top van juni. Nu krijgen kolencentrales die van de elektriciteitsmarkt gehaald worden in essentie een gouden parachute – ze zullen betaald worden om standby te blijven. In een paper dat drie weken geleden werd gepubliceerd berekende Duitsland leidende economische instituut DIW (PDF in Duits) dat het voorstel om 2,7 GW aan bruinkoolcentrales – in basis het voorliggende akkoord – duurder zou zijn en minder CO2 emissie zou reduceren dan de klimaatheffing, die succesvol geblokkeerd is door IG BCE (de vakbond voor de mijnbouw-, chemie- en energiesector). In feite vonden de economen dat de emissie reductie van de kolenreserve slechts een tiende waren van wat een klimaatheffing zou hebben bereikt – vandaar de noodzaak voor alle andere maatregelen.

    De Duitse overheid negeerde niet alleen haar eigen top economen, maar ook haar top milieubeleidsadviseurs. Een maand geleden publiceerde de SRU (PDF in Duits) “10 stellingen over de toekomst van kolen tot 2040.” De eerst is cruciaal: we moeten het grootste deel van onze fossiele energiereserves in de grond laten, en Duitslands enorme bruinkool reserves (die in theorie in een kwart van de elektriciteitsvraag voor de komende twee eeuwen kan voorzien) zullen de Duitse bijdrage aan de wereldwijde divesteringsbeweging zijn. Met andere woorden: we moeten ons niet alleen focussen op wat we verbranden, maar ook op wat we opgraven.

    De SRU wees er ook op dat fluctueerende wind- en zonne-energie flexibele backup centrales vergen, geen basislast (wat oude bruinkool centrales zijn). Bovendien zou een ‘nationaal emissie handels platform’, gecreëerd door de klimaatheffing, een “waterbed effect” kunnen voorkomen – waarbij de dalende emissies van het ene land zich simpelweg verplaatsen naar het andere land. Met de klimaatheffing zou Duitsland emissierecten hebben kunnen vernietigen, in plaats van ze elders beschikbaar te maken.

    Carsten Pfeiffer van de hernieuwbare energie associatie BEE zegt echter dat er ook goed nieuws in het plan zit:

    Last night’s agreement also buried the capacity market idea called for by leading German utility groups.

    Hoewel het venijn in de details zit, want vanuit het perspectief van een leek is de reservecapaciteit in wezen een kleine capaciteit markt.

    Op het moment van schrijven zijn de details nog onduidelijk, inclusief de vraag welke bruinkoolcentrales gesloten zullen worden. Eerlijk gezegd is het akkoord een gemiste kans om de deur naar het uitbannen van kolen te openen. Hoe moeilijk het ook is voor een sociaal democraat – de partij van de vakbonden – om tegen een grote vakbond op te staan. Sorry, Minister Gabriel, het is gewoon niet genoeg.


    Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op The Energywende Blog en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

  • Frankrijk is steunoperatie voor kernenergie begonnen

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    Begin deze maand kondigde de Franse overheid plannen aan voor een kapitaalinjectie voor Areva, het bedrijf dat kerncentrales bouwt. Volgens Craig Morris is het een wanhopige poging om het onvermijdelijke af te wenden: faillissement.

    De Franse kernsector is sinds het praktisch vergeten (en mislukte) Messmer Plan uit het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw altijd een topprioriteit geweest voor overheidsfunctionarissen. De financiële vooruitzichten voor Areva zijn slecht, met een matig gevuld orderboek en enorme kostenoverschrijdingen bij de in aanbouw zijnde EPR (European Pressurized Reactor) centrale in Flamanville.

    Als gevolg hiervan is de Franse overheid officieel een ‘reorganisatie van de Franse nucleaire industrie’ aan het bestuderen (persbericht in ‘t Frans) via een strategische samenwerking tussen Areva en EDF, de voormalige Franse elektriciteitsmonopolist. Dit zou de orderboeken niet voller maken door de internationale vraag naar kerncentrales te vergroten. In plaats daarvan zou het de verliezen spreiden over het nieuwe gefuseerde bedrijf – en eventueel (gedeeltelijk) overdragen aan de belastingbetaler. De overeenkomst zou in ieder geval een eind maken aan het conflict over de vraag of EDF of Areva de kostenoverschrijdingen bij de in aanbouw zijnde EPR centrale in Flamanville moet betalen.

    Een rapport van AFP geeft wat cijfers bij de situatie. EDF heeft een bedrag geboden van 2 miljard Euro voor een meerderheidsbelang in Areva. Een beurshandelaar die geciteerd wordt in het artikel stelt dat het gefuseerde bedrijf uiteindelijk 7 miljard Euro nodig heeft. Raffale Piria, expert energiebeleid bij Adelphi en co-auteur van de World Nuclear Industry Status Report 2014, schat dat het reddingsplan uiteindelijk meer dan 10 miljard Euro kan kosten. Het reactorvat in Flamanville wordt momenteel onderzocht en moet mogelijk geheel opnieuw geconstrueerd worden, wat honderden miljoenen Euros kost. Hij legt uit dat de hoogte van deze kostenoverschrijdingen momenteel onduidelijk zijn, maar niet zijn inbegrepen in de huidige schattingen die de media halen.

    De vraag is hoe lang zulke subsidies politiek acceptabel blijven voor het Franse publiek

    stelt Piria, en of ze in overeenstemming zijn met de Europese staatssteunregels. De keuze van de Franse politiek om nationale kampioenen te steunen laat het land mogelijk weinig keuzes. Recent ontkende voormalig president Nicholas Sarkozy berichten van het voormalig hoofd van Areva dat Frankrijk van plan was om een kerncentrale aan de Libische dictator Gadhafi te verkopen. En nog maar enkele weken geleden maakte Finland bekend af te zien van de koop van een mogelijke tweede EPR centrale van Areva, terwijl de eerste aanzienlijke kostenoverschrijdingen en vertragingen kent.

    Een recent artikel in The Ecologist geeft een goed overzicht van de ondergang van de European Pressurized Reactor, waarop het lot van Areva zwaar leunt. En waarop het lot van de Franse economie ook in toenemende mate leunt.

    (Craig Morris / @PPchef)

    Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur voor Sargasso vertaald door Krispijn Beek.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

  • Gastbijdrage: Duitsland de aluminium magneet

    Tekst: Craig Morris; Vertaling: Krispijn Beek.

    Update: de Nederlandse aluminium smelter Aldel maakt dit jaar een doorstart met een directe aansluiting op het Duitse elektriciteitsnetwerk. En het lijkt erop alsof het Verenigd Koninkrijk ook jaloers is op de elektriciteitsprijzen voor de grootste industriële energieverbruikers.

    ACHTERGROND – Vandaag heb ik oud nieuws voor je, maar het is niet zo breed bekend. In 2013 schreef ik over de plannen van de Nederlandse aluminiumsmelter Aldel om faillissement aan te vragen als het geen directe aansluiting kreeg op het Duitse elektriciteitsnetwerk (Nederlandse elektriciteit is duurder). Kort daarna vroeg het bedrijf inderdaad faillissement aan.

    Maar hier eindigt het verhaal niet. In november kondigde het bedrijf aan dat de directe aansluiting op het Duitse netwerk dit jaar gereed zal komen en dat het bedrijf op dat moment een doorstart wil maken. (Update: het lijkt erop dat het bedrijf begin maart inderdaad doorgestart is. De directe lijn is toegezegd, maar nog niet gereed. Zie dit artikel.)

    In februari schreef Reuters dat de Duitse aluminium producent Trimet een in problemen verkerende concurrent in Frankrijk over had genomen. Het artikel wijst er op dat de aluminium sector in een aantal landen in moeilijkheden verkeerd, maar Duitsland behoort niet tot deze landen.

    In mijn onderzoek hiernaar kwam ik ook een studie (PDF) uit april 2012 tegen naar de sluiting van een aluminiumsmelter in het VK, dat zijn aluminiumsector de laatste jaren heeft zien verkommeren. De enige keer dat Duitsland genoemd wordt in de studie is in verband met de elektriciteitsprijzen:

    The most damaging of all additional energy costs are those that are imposed unilaterally, so that British energy-intensive industries pay costs that their rivals in other countries do not. With the addition of the most recent of these, the carbon price floor, total UK electricity costs in 2013 will be raised by 24 per cent for energy-intensive sectors.   To put this in perspective, German energy-intensive businesses will only be paying 16 per cent extra through government-added costs at the same time.

    En verderop:

    … the mitigation measures the UK gives to energy-intensive companies, such as a 65 per cent rebate on the climate change levy that will rise to 80 per cent from next year, are still small fry compared to the other green costs they face here and the greater discounts other countries offer. Germany for instance provides energy-intensive firms with a rebate of 98.5 per cent of the cost of subsidising renewable energy on electricity bills. This allows the German government to pursue its green agenda but without the risk of overburdening valuable and vulnerable industries. Including all other costs, British companies will be paying 15 per cent more for their electricity compared to Germany in 2013.

    Bedenk je dat dit rapport uit april 2012 stamt, toen de Duitse opslag voor duurzame energie 3,5 Eurocent bedroeg, vergeleken met 6,2 Eurocent op dit moment. Wat betekent dat de situatie verslechterd is bezien vanuit de energie-intensieve industrie in het VK.

    Het vormt aanvullend bewijs dat de grootste energieverbruikers in Duitsland zich goed staande houden in de Energiewende.

    En overigens hadden de Nederlanders onlangs een grote blackout in de regio Amsterdam. Hoewel Reuters zegt dat er problemen waren bij een onderstation, weten we allemaal dat hernieuwbare energiebronnen het grootste probleem waren. De Nederlanders hebben immers zoveel zonne-energie dat ze het niet eens kunnen niet eens tellen.

    Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

  • Gastbijdrage van Craig Morris: Angst… dat de Duitse Energiewende zal slagen

    Het Instituut voor Energie Onderzoek (IER) stelt dat angst een belangrijke drijfveer is van de Duitse Energiewende. Een energietransitie die zonder de inzet van schaliegas zal falen in het reduceren van emissies, zeker zonder inzet van kernenergie. Craig Morriss stelt echter dat het erop lijkt dat sommige critici zelf bang zijn, bang dat de Duitsers hun energietransitie voor elkaar krijgen zonder inzet van schaliegas of kernenergie.

    Angst_energiewende_werkt_afb_1
    De grootste angst van critici van de Duitse Energiewende is niet dat deze zal falen, maar dat deze zal slagen (foto credits: Günter Hentschel, CC BY-ND 2.0

    De IER schrijft in zijn commentaar met de titel ‘Duitsland’s angst voor hydraulisch fracken en emissie reductie doelstellingen:

    “[…] als Duitsland vasthoud aan het halen van haar CO2 doelstellingen, sluit een verbod op hydraulisch fracken het land af van een energiebron met relatief lage emissies en maakt het het halen van de gestelde doelstellingen moeilijker.

    Er valt niks weinig af te dingen op die zin, maar veel meer op stellingen elders – te beginnen met de titel.

    Beschuldigingen van Duitse angst ploppen op zoals in het spel Whack-A-Mole. Ze zijn gemakkelijk te weerleggen, zeker als we rekening houden met de reactie van andere landen op nucleaire incidenten.

    Zorgen over de risico’s van kernenergie speelden een hoofdrol in het Duitse debat na het ongeluk in Tsjernobyl in 1986, toen Duitse ambtenaren het publiek waarschuwde voor de risico’s. In reactie daarop implementeerde Duitsland z’n eerste uitfasering van kernenergie – 16 jaar later, in 2002. De regering die de uitfasering implementeerde trad aan in 1998 en besteedde vier jaar aan het plannen en uitonderhandelen van de details van de uitfasering met experts en eigenaren van kerncentrales. Zo’n tijdsplanning klinkt eerder als professioneel, dan als paniek voetbal.

    Italië reageerde na het ongeluk in Tsjernobyl snel met z’n eigen referendum door in 1987 een eigen uitfasering van kernenergie te starten. De Italianen sloten de laatste van hun vier kernreactoren in 1990. Ze hadden geen plan voor het vervangen van kernenergie, dus is Italië nu een van de grootste elektriciteitsimporteurs van Europa, voornamelijk uit Frankrijk. Maar wellicht is Italië’s beslissing slimmer dan je op het eerste gezicht denkt, want de Italianen lijken tegen de Fransen te hebben gezegd: “We willen jullie kernenergie best kopen, maar jullie moeten de risico’s voor ons dragen.”

    Vergelijk dat met de Zweedse rectie – niet op Tsjernobyl (1986), maar oop het veel minder zware ongeluk bij Three Mile Island (1979). In 1980 – op een moment dat zonnecellen een buitenaardse techniek waren en de ontwikkeling van de eerste moderne, maar nog steeds kleine windturbine nog niet eens begonnen was – besloten de Zweden in een referendum tot het uitfaseren van kernenergie in 2010. De Zweedse uitfasering faalde, omdat de Zweden (net als de Italianen) geen tijd hadden genomen om na te denken over hoe kernenergie vervangen kon worden.

    Oostenrijk had al een referendum gehouden in 1978, het jaar voor Three Mile Island, om de ingebruikname van de eerste afgebouwde kerncentrale van het land te blokkeren. Sindsdien staat de afgebouwde centrale weg te roesten, zonder ooit een kilowattuur elektriciteit te hebben geproduceerd, en Oostenrijk begon z’n eigen uitfasering van kernenergie in 1997. Bezien vanuit de Europese context lijkt de Duitse reactie op kernenergie van de afgelopen decennia simpelweg verstandig.

    Veiligheidstheater

    Toegegeven, het besluit om kernenergie uit te faseren van bondskanselier Merkel in 2011 was een verrassing. Toendertijd noemde ik het incompetent en onverantwoordelijk. Zo minitieus, gedetailleerd en flexibel als de uitfasering van 2002 was, zo plotseling en drastisch was de uitfasering van 2011. En het vormde de ergste vorm van overheidsingrijpen in een markt en private bezittingen. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met het terugdraaien van de uitfasering van kernenergie door bondskanselier Merkel, een paar maanden voor het ongeluk in Fukushima; in de zomer van 2010 was de levensduur van Duitse kerncentrales met 8 tot 14 jaar verlengd. De uitfasering van 2011 vormde de tweede draai in het kernenergiebeleid in 8 maanden.

    Ik denk dat de IER en ik het met elkaar eens zijn dat de wijze waarop de uitfasering van 2011 is aangepakt ruimte biedt voor verbetering. Maar onze wegen scheiden als het aankomt op de onderbouwing van de uitfasering van kernenergie. Zij schrijven dat “het zeer onwaarschijnlijk is dat Duitsland getroffen wordt door een tsunami.” Dat is waar, maar dat betekent niet dat kernenergie risicoloos is.

    Dit soort denken is wat veiligheidsexpert Bruce Schneier veiligheidstheater noemt – geen echte veiligheid, maar alleen maar acteren om mensen zich veilig te laten voelen: “als we ons bij de beveiliging van vliegvelden concentreren op het controleren van schoenen en het in beslag nemen van vloeistoffen, en de terroristen verstoppen hun explosieven in bh’s of vaste stoffen, hebben we ons geld verspild.” Een kernongeluk in Duitsland zou niet het gevolg zijn van Soviet onbekwaamheid of een tsunami, maar eerder van een combinatie van technisch en menselijk falen, eventueel met een natuurramp als aanstichter. Verschillende Duitse kerncentrales zijn gebouwd op tectonische breuklijnen en ontberen de meest basale bescherming tegen aardbevingen. Het hele land is gevoelig voor overstromingen, maar bij verschillende Duitse kerncentrales ontbreekt fatsoenlijke bescherming tegen overstromingen. Onvoorziene gebeurtenissen zijn dus mogelijk.

    Duitsers begrijpen dat het volgende kernongeluk gemakkelijk anders kan zijn dan Tsjernobyl en Fukushima. Maar zoals Merkel zich in 2011 realiseerde, het volgende ongeluk zou in Duitsland plaats kunnen vinden – om verschillende redenen.

    Duitsland wist hoe kernenergie te vervangen

    In tegenstelling tot de Zweden en Italianen, wisten de Duitsers in 2002 hoe kernenergie te vervangen – en ze hebben zelfs alle kernenergie die vanaf 2011 verloren is gegaan vervangen. De IER beweert het tegendeel:

    Duitsers zijn teruggevallen op kolen als back-up voor de onregelmatige hernieuwbare technologiën en om zich te verzekeren van voldoende vermogen om te voldoen aan de elektriciteitsvraag.

    Angst_dat_energiewende_werkt_afb_2_Figure-2003to20132Deze claim is gebaseerd op een eerdere publicatie van de IER zelf (PDF). Maar zoals we al gedemonstreed hebben in onze studie German Coal Conundrum (zie ook het artikel Welke rol voor kolen in de Duitse energietransitie?), overstijgt de groei van hernieuwbare elektriciteit vanaf 2011 de reductie in kernenergie. En zoals regelmatige lezers van mijn stukken weten vergroot de vraag van het buurlanden naar Duitse stroom het aandeel van de resterende vraag dat bediend wordt door conventionele centrales (in 2013 waren Nederland en Frankrijk in 2013 de grootste importeurs van Duitse stroom). Preciezer gesteld als we de Duitse recordexport van elektriciteit in 2013 buiten beschouwing laten zouden kolenstroom en CO2-emissies met ongeveer 2.5 procent gedaald zijn. Vooral het buitenland maakt massaal gebruik van Duitse kolenstroom; Duitsland heeft veel minder elektriciteit van kolen nodig om in z’n eigen elektriciteitsvraag te voldoen.

    We zouden ook niet moeten stoppen met tellen bij 2013. De verandering in TWh (terawattuur, 1 miljard kilowattuur) staat in de grafiek hierboven. Maak je maar vast op voor rapporten over dalende emissies in Duitsland dit jaar.

    Angst_dat_energietransitie_werkt_afb_3_63changeelectricityproduction2014

    Koolstof in de grond laten

    Tot slot: neemt iemand bij de IER de term ‘unburnable carbon’ serieus? Meerdere organisaties, die je niet kunt beschuldigen van te groen zij, zoals het Internationaal Energie Agentschap (IEA), stellen inmiddels dat we ten minste tweederde van de huidige bewezen reserves fossiele brandstoffen in de grond moeten laten. Als Duitsland schaliegas gaat produceren verhoogt dat enkel de hoeveelheid koolstof die in de grond moet blijven.

    De IER stelt dat Duitsland schaliegas afwijst ‘ondanks stijgende elektriciteitsprijzen,’ alsof binnenlands geproduceerd Duits schaliegas op een of andere magische wijze de elektriciteitsprijzen zou verlagen. Duitsland heeft een van de grootste en minst dure bruinkool voorraden in de wereld. Elektriciteit van schaliegas gaat niet automatisch elektriciteit van bruinkool vervangen, en gas zou relatief goedkoop moeten zijn om elektriciteit van steenkool te vervangen, die ook steeds vaker de markt uit gedrukt wordt (zie grafieken hierboven). Het meest waarschijnlijk is dat Duits schaliegas de Duitse import van gas zou verlagen, zonder de CO2 emissies substantieel te veranderen.

    Globaal genomen lijkt het er op dat het doel van de IER studie is om de Duitse Energiewende in een kwaad daglicht te stellen. Zinnen zoals deze zijn veelzeggend:

    In de nasleep van het besluit tot sluiting van kerncentrales uit 2011 zijn de Duitse CO2 emissie daadwerkelijk gestegen en Duitsland is nu het EU land met de hoogste CO2 emissie (met 760 miljoen ton in 2013) volgens het statistisch bureau van de EU, Eurostat.

    Duitsland heeft niet ‘nu’ de hoogste CO2 emissies, het is verreweg de grootste economie van de EU en is de grootste CO2 uitstoter voor zo ver terug als je wenst te gaan.

    Agst_dat_energiewende_werkt_afb_4_63co2emissionsbycountry

    We moeten bedenken dat het voorzien in goedkope fossiele brandstof geen doel is van de Energiewende. Voor het klimaat moet het doel zijn om om zoveel mogelijk koolstof in de grond te laten, niet om meer grondstoffen (schaliegas) om te zetten in bewezen reserves. Maar het IER lijkt sowieso bezorgder om goedkope energie voor de industrie dan het klimaat. Zoals ik recent uitlegde is Duitsland nieuwe wetgeving geïnterpreteerd als het open zetten van de sluizen (door degene die fracking willen verbieden) of als een verbod (door het bedrijfsleven). De interpretatie van de IER valt duidelijk in het tweede kamp.

    Niemand maakt zich zo druk om de Duitse economie als de voorstanders van fracking en kernenergie lijken te doen. De Duitse economie heeft er sinds de hereniging nog nooit zo goed voorgestaan, en marktanalisten zeggen dat Duitsers zich op kunnen maken voor de Golden 20s in het volgende decenium. Hoe dan ook maakt de IER zich geen werkelijke zorgen om klimaatverandering, CO2 emissies of het succes van de Energiewende. De IER is bezorgd dat Duitsland de omslag voor elkaar gaat krijgen zonder schaliegas of kernenergie.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een vertaling van het artikel ‘Angst… that the Energiewende will workHet artikel is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Duitse energiebedrijven willen 7,9 GW aan conventionele elektriciteitscentrales sluiten

    ANALYSE – Ben je op zoek naar een woord voor galgje in het Duits? Probeer “Kraftwerksstillegungsanzeigenliste”, dat is de lijst met (conventionele) elektriciteitscentrales waarvoor een sluitingsverzoek is ingediend. In juli stonden er 49 centrales op deze lijst met een totale productiecapaciteit van 7.900 megawatt.

    Als je de critici van windenergie mag geloven zijn windturbines niet alleen vogelgehaktmolens, maar zijn ze ook niet volledig in staat om conventionele elektriciteitscentrales te vervangen. Deze blijven nodig als backup, voor als de wind niet waait.

    Maar als je, zoals Duitsland doet, veel windturbines plaatst in combinatie met zonne-energie en biomassa dan vervang je op een gegeven moment blijkbaar toch volledige conventionele elektriciteitscentrales. Volgens de officiële lijstvanconventioneleelektriciteitscentraleswaareensluitingsverzoekvoorisingediend (fraai resultaat van verlengingen in het Duits!), zouden Duitse energiebedrijven 49 centrales willen sluiten met een totale capaciteit van 7,9 GW. De Bundesnetzagentur, die de verzoeken moet beoordelen om de betrouwbaarheid van het net te garanderen alvorens zijn goedkeuring te verlenen, heeft tot nu toe slechts 246 MW laten sluiten. Dat lijkt niet veel, maar Duitsland heeft al 10 kerncentrales volledig vervangen met hernieuwbare energie, met nog 9 te gaan tot 2020.

    De nieuwe Kraftwerksstilllegungsanzeigenliste (afgekort tot KWSAL om op kleine schermpjes te passen) toont dat het aantal kolencentrales, gasturbines, oliegestookte elektriciteitscentrales en pompcentrales dat te weinig draait om winstgevend te blijven inmiddels ruwweg 7% van de conventionele capaciteit bedraagt. De conventionele capaciteit wordt op basis van de Kraftwerksliste (geen afkorting) geschat op 107 GW.

    Natuurlijk worden niet al de centrales waar een sluitingsverzoek voor is ingediend gesloten. Ongeveer 4,5 GW van de centrales liggen in Zuid-Duitsland, waar de komende jaren knelpunten worden verwachten door het sluiten van kerncentrales. En natuurlijk heeft Duitsland, zoals ik herhaaldelijk stel, ongeveer de omvang van z’n piek elektriciteitsvraag (plus 10% veiligheidsmarge) nodig als afroepbaar vermogen.

    Vorig jaar lag de piekvraag naar elektriciteit rond de 75 GW, een verlaging ten opzichte van de gebruikelijke piek van 80 GW, en de elektriciteitsvraag ligt dit jaar wederom lager. Misschien dat 75 GW het nieuwe startpunt zou moeten zijn voor berekening van het benodigd afroepbaar vermogen in plaats van 80 GW.

    Met een veiligheidsmarge van 10% betekent dit dat Duitsland grofweg 82,5 GW afroepbaar vermogen nodig heeft voor de nabije toekomst. Maar afroepbaar betekent nog niet dat dit vermogen niet hernieuwbaar kan zijn en Duitsland heeft al grofweg 7,5 GW (de veiligheidsmarge) aan basislast vermogen in de vorm van waterkracht en biomassacentrales.

    Het lijkt dus denkbaar dat Duitsland haar vloot conventionele centrales kan verkleinen van 107 GW naar ongeveer 75 GW. Duitsland zou dan geen 8 GW, maar 32 GW aan conventionele centrales sluiten. En

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een vertaling van het artikel ‘German utillities want to shut down 7.9 GW. Het artikel is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Welke rol is er voor kolen in de Duitse energiewende?

    ANALYSE – Bouwt Duitsland kolencentrales om haar kerncentrales te vervangen? En als Duitsland zijn CO2-doelstellingen wil halen, hebben deze kolencentrales dan toekomst? Begin juni is een studie gepubliceerd die deze onderwerpen onderzoekt en de uitkomsten zijn in lijn met een beoordeling van Deutsche Bank later die maand.

    In een nieuwe studie van de Böll Foundation getiteld German Coal Conundrum (het Duitse kolen raadsel) heb ik samen met mijn collegas Arne Jungjohann en Thomas Gerke (die regelmatige lezers van Renewables International al kennen) onderzocht wat de rol is van kolencentrales in de Duitse energietransitie. We hebben een historisch perspectief gekozen, waarbij we hebben onderzocht waarom intelligente topmannen uit het bedrijfsleven het afgelopen decennium zoveel kolencentrales hebben gepland; onze aanname was dat het om slimme mensen gaat die hiervoor goede redenen gehad moeten hebben.

    Vandaag de dag kennen we allemaal de uitkomsten, een dramatisch grote overcapaciteit ondanks de onverwachte sluiting van zo’n 8 GW aan kerncentrales in 2011. De energiebedrijven zelf geven inmiddels ook toe dat ze de situatie verkeerd hebben ingeschat. Het historisch perspectief is bedoeld om te begrijpen welke markt- en beleidsprikkels er voor zorgen dat zulke slimme mensen het verkeerde pad kiezen, zodat in de toekomst dergelijke misleidende signalen voorkomen kunnen worden. Het is niet de bedoeling om deze mensen af te kraken.

    Wellicht belangrijker is dat onze studie concludeert dat Duitse bruinkool zich in een relatief veilige marktpositie bevind tijdens de uitfasering van kernenergie. Hier is de belangrijkste grafiek die dat uitbeeld:

    NoMoreCoal
    Bron: Böll foundation

    2003 was het jaar waarin de eerste kerncentrale werd gesloten als gevolg van de oorspronkelijke uitfasering van kernenergie uit 2002. 2013 is het laatste jaar waarvoor we volledige gegevens hebben en 2023 is het eerste jaar zonder kernenergie in Duitsland, omdat de laatste kerncentrale in 2022 gesloten wordt.

    Wat we in de grafiek zien is dat het vooral hernieuwbare energiebronnen zullen zijn die kernenergie vervangen in termen van TWh (de hoeveelheid elektriciteit die geproduceerd wordt). Hernieuwbare energie zal een klein deel van de kolencentrales vervangen en gascentrales blijven uit de elektriciteitsmix geperst worden. Het is ook duidelijk dat de uitfasering van kolen pas begint na 2023.

    We hebben in onze studie niet verder gekeken dan 2023, maar onze inschatting is in lijn met cijfers die Deutsche Bank (PDF) in juni heeft gepubliceerd. Volgens hun analisten wekt Duitsland 33% van zijn elektriciteit op met kolen (steen- en bruinkool) in 2035, vergeleken met grofweg 42% in onze analyse voor 2023 en verder. Alleen in een gas-vriendelijke beleidsscenario daalt het aandeel kolen naar 28%, waarbij aardgas het gat opvult.

    De cijfers voor 2023 zijn onze beste inschatting en we hebben ervoor gekozen om de internationale elektriciteitshandel buiten beschouwing te laten, omdat internationale handel en aantal onzekerheden oplevert die Duitse beleidsmakers niet in de hand hebben. Het is voldoende om te zeggen dat een verdere stijging van de Duitse netto export van elektriciteit direct zal leiden tot een grotere vraag naar conventionele elektriciteit, en dat de EU het bevorderen van internationale elektriciteits handel tussen lidstaten als doel heeft.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een vertaling van het artikel ‘What role for coal in the Energiewende?. Het artikel is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Hoe staat het met de Duitse de-industrialisatie?

    ACHTERGROND – De voorspelde negatieve gevolgen van de Duitse energietransitie op de industrie blijven uit.

    Deze gastbijdrage betreft een vertaling van twee artikelen van Craig Morris door mij voor Sargasso.

    Naar verwachting worden de nieuwe amendementen op de Duitse duurzame energiewet in augustus van kracht. Een van de doelen van deze wijzigingen is om een belangrijk – maar niet-bestaand – bijeffect van de Duitse energietransitie aan te pakken: industrie die het land uit wordt gejaagd. Nieuwe cijfers van Deutsche Bank tonen hoe erg de Duitse industrie ‘lijdt’.

    Zoals iedereen weet is een van de belangrijkste doelstellingen van de Duitse energietransitie om de economie te ruïneren. Dat is althans het beeld dat ik krijg bij het lezen van internationale rapporten. Afgaande op de laatste data van Deutsche Bank (pdf) behaalt de energietransitie deze doelstelling echter niet.

    ‘Capaciteitsbenutting is momenteel hoog,’ schrijven de analisten van Deutsche Bank in hun rapport en ze voegen er aan toe dat ze verwachten dat de reële industriële productie in Duitsland in 2014 met 4% zal groeien. De export naar West-Europa stijgt, maar de wereldwijde groei blijft achter. Dat zorgt ervoor dat de inflatie laag blijft op 1,1% in de eerste helft van 2014, ondanks de ‘goede arbeidsmarktsituatie’.

    Deutsche-Bank-500x221
    Bron: Deutsche Bank

    Vergeleken met andere landen in de Eurozone heeft Duitsland (op Ierland na) de hoogste verwachte economische groei, een lage inflatie en als enige begrotingsevenwicht (Luxemburg heeft dat ook, maar is niet weergegeven).

    Energie wordt enkel genoemd in de context van inflatie: door de sterke euro en stabiele olieprijzen stijgen de energieprijzen niet. En hoewel de analisten het niet noemen, heb ik al eens beschreven hoe groothandelstarieven zijn gedaald en retailtarieven stabiel (het tarief dat de consument betaalt) zijn gebleven. Mogelijkerwijs gaan dit jaar ook deze tarieven dalen.

    De analisten van Deutsche Bank richten zich meer op arbeid, omdat de invoer van een minimumloon logischerwijs een belangrijke factor vormt voor het bedrijfsleven. In ieder geval groter dan energie. Momenteel heeft Duitsland namelijk enkel loonafspraken per sector.

    Bron: Deutsche Bank
    Bron: Deutsche Bank.

    De rechter van deze twee grafieken toont hoe de industrie in het voorjaar van 2011 in eerste instantie behoorlijk negatief reageerde op het besluit tot uitfasering van kernenergie door Bondskanselier Merkel. De verwachtingen van de industrie vielen toen scherp terug. Aan het eind van 2012 werd duidelijk dat de Duitse energietransitie vooral lagere energieprijzen betekende voor de industrie en geen uitval van het elektriciteitsnetwerk. In de linker grafiek is te zien dat de werkelijke prestaties van de industrie stabiel bleven, ondanks de schommelende verwachtingen.

    Het rapport is nog het somberst over de energietransitie in de volgende passage:

    Moreover, in light of various government decisions (such as higher pensions) or high energy prices, some companies will probably show restraint when it comes to investment in Germany. As a result, employment growth in industry also looks hardly likely…. However, one needs to bear in mind that the number of employees in German industry currently is more than 7% higher than at its low point of spring 2010, and in a longer-term comparison is high overall.

    Door de tegenvallende start van 2014 voor de machinebouw en chemie is de Duitse industrie afhankelijker geworden van de automotive-sector. De enige reden die wordt gegeven voor de tegenvallende start van de machinebouw is een lager handelsvolume met Rusland.

    Aldel ontvluchtte Nederland vanwege de Duitse Energiewende

    Speciaal voor de Nederlandse lezer vul ik onze non-serie over bedrijven die Duitsland ontvluchten vanwege de hoge elektriciteitsprijzen aan met het verhaal van Aldel. Een Nederlands bedrijf, net over de grens met Duitsland, dat meer elektriciteit wilde inkopen in Duitsland. Want als je gehoord hebt over de Duitse energietransitie die energie-intensieve industrie, zoals aluminium smelters, wegjaagt, raad ik je aan even goed te gaan zitten voor het originele citaat uit het persbericht:

    De Provincie Groningen zelf zal zorgen voor de lening van € 7 miljoen, die nodig is om er voor te zorgen dat Aldel, haar aandeelhouders en de Nederlandse overheid een oplossing vinden op lange termijn, in de vorm van een directe verbinding van Aldel naar het Duitse elektriciteitsnet. Deze verbinding zal dienen als een belangrijke levensader voor Aldel; het zal concurrerende internationale energieprijzen in de toekomst veilig stellen.

    Oftewel: de provincie Groningen, met een van Europa’s grootste gasvelden, leent Aldel 7 miljoen Euro zodat het bedrijf aangesloten kan worden op het Duitse elektriciteitsnetwerk. Deze verbinding noemen ze een ‘belangrijke levensader’, omdat het zorgt voor ‘internationaal concurrerende elektriciteitsprijzen’.

    De Volkskrant meldde dat Aldel’s Duitse concurrenten 25% minder voor elektriciteit betalen. De roep om aansluiting op het Duitse elektriciteitsnetwerk toont dat het verschil niet komt door uitzonderingen voor de Duitse industrie, maar door verschil in werkelijke stroomprijzen.

    De Volkskrant had het echter fout toen ze stelde dat de Duitse reactie op Fukushima aantoont waarom de elektriciteitsmarkt op Europees in plaats van op nationaal niveau moet worden gecoördineerd. Het elektriciteitsaanbod was namelijk nog veel groter – en de elektriciteitsprijs dus veel lager – geweest als Duitsland in 2011 niet acht kerncentrales had gesloten.
    De oorzaak van de dalende elektriciteitsprijzen in Duitsland is vooral de enorme groei van zonne-energie. En dat was al jaren voor Fukushima aan de gang. Sommigen onder ons probeerden uit te leggen wat de resultaten daarvan zouden zijn, maar luisterde daar eigenlijk wel iemand naar?

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een samenvoeging van twee eerder op Renewables International gepubliceerde artikelen over het effect van de energietransitie op de industrie. Te weten German deindustrialization: how is that going? en Dutch aluminum firm hungry for German electricity. De artikelen zijn met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Duitse export van elektriciteit waardevoller dan import

    ANALYSE – De elektriciteit die Duitsland in 2013 exporteerde was 6,3% duurder per MWh dan de elektriciteit die het land importeerde. De realiteit is dus precies tegenovergesteld aan het veelgehoorde verhaal dat Duitsland haar overschot aan duurzame elektriciteit tegen dumpprijzen verkoopt in omliggende landen.

    Deze gastbijdrage is een vertaling van een artikel van Craig Morris door mij voor Sargasso.

    Vooral voor Frankrijk is de situatie ongunstig; de Duitse elektriciteit die wordt geïmporteerd is 24,4% duurder dan de elektriciteit die Frankrijk naar Duitsland exporteert.

    Trek dus maar 2,8 miljard Euro af van de kosten van de Energiewende in 2013. Dit bedrag verdiende Duitsland dat jaar met de export van energie.

    De algemene aanname is dat Duitsland haar overtollig geproduceerde duurzame elektriciteit (een gevolg van ‘onberekenbare’ wind- en zonne-energie) dumpt in omliggende landen. Dit zou dan betekenen dat de elektriciteit die Duitsland exporteert minder waard moet zijn dan de waarde van de elektriciteit die Duitsland – naar wordt aangenomen op zon- of windloze dagen – importeert.

    Dat lijkt een logische conclusie, maar als we naar de data kijken, ontstaat een heel ander verhaal.

    Zo zijn in Frankrijk de stroomprijzen vaak flink negatiever dan in Duitsland. (Negatieve stroomprijzen worden berekend wanneer, met name in daluren, veel overtollige energie op het elektriciteitsnet wordt gedumpt – bijvoorbeeld door een teveel aan wind of zon, maar ook door de relatief hoge kosten van het naar beneden schakelen van conventionele kern- of kolencentrales.)

    Het veelgehoorde bezwaar tegen zonne- of windenergie, dat deze moeilijker dan conventionele elektriciteit, in overeenstemming met de energievraag zijn te brengen, gaat dus niet op.

    Vorig jaar schreef ik hoe de gemiddelde Duitse exportprijs per kWh 5,6 Eurocent was, vergeleken met 5,25 Eurocent voor iedere geïmporteerde kWh. Met andere woorden: Duitse elektriciteit was 0,35 Eurocent meer waard dan buitenlandse elektriciteit.

    Dit prijsverschil is vorig jaar echter nooit expliciet gemaakt; het persbericht van het Duitse centraal bureau voor statistiek presenteerde enkel de ruwe data. Dit jaar was er niet eens een persbericht. Daarom heb ik de ruwe data zelf opgehaald (klik hier).

    Country Power exports MWh Value in 1,000 euros Power imports in MWh Value in 1,000 euros
    2013
    Belgium
    Luxembourg 4,137,024 209,295
    Sweden 1,049,091 44,492 1,078,890 46,899
    Denmark 6,128,898 301,543 3,678,792 209,096
    France 1,605,290 85,743 11,606,053 498,465
    Netherlands 24,491,975 1,337,447 273,985 14,313
    Austria 15,424,664 812,725 7,070,229 382,777
    Poland 5,672,752 270,502 562,580 25,932
    Czech Republic 2,525,571 135,571 9,203,951 471,618
    Switzerland 10,792,061 559,501 3,398,437 164,927
    TOTAL 71,827,326 4,581,922 35,794,027 1,767,128
    Price of kWh (all) 5.2303 4.9197
    Price of kWh (France) 5.3413 4.2949

    Op de eerste plaats zien we dat er geen elektriciteit wordt verhandeld met België (informatie die ik heb toegevoegd om duidelijk te maken dat ik België niet ben vergeten). Ook Luxemburg exporteert geen stroom terug naar Duitsland. Het verschil tussen de gemiddelde prijs per kWh geëxporteerde stroom en geïmporteerde stroom is 0,31 Eurocent in het voordeel van Duitsland. Opvallend is het grote verschil bij de handel met Frankrijk, dat is bijna 25%.

    Let op dat het hier gaat over fysieke elektriciteitsstromen, niet om commerciële aankopen. In de tabel hierboven lijkt het alsof Frankrijk acht keer zoveel stroom verkoopt aan Duitsland dan het koopt van Duitsland, maar Frankrijk gebruikt het Duitse elektriciteitsnet ook om stroom te verkopen aan Zwitserland en Italië. In werkelijkheid is Frankrijk een grote commerciële koper van Duitse stroom.

    De oorzaken hiervan zijn wederom empirisch eenvoudig te begrijpen (al lijken ze niet logisch). Op de eerste plaats moeten we voorbij de nonsens dat Duitsland onverkoopbare hernieuwbare elektriciteit dumpt op de elektriciteitsmarkt van buurlanden. (Wat Frankrijk overduidelijk wel doet met onverkooopbare kernenergie). Duitsland heeft recent een nieuw record gevestigd, waarbij 73% van de elektriciteit duurzaam werd opgewekt. Dat is duidelijk geen overproductie aan hernieuwbare elektriciteit, daarvoor moet meer dan 100% worden opgewekt (een grens die Denemarken al haalt met enkel windenergie).

    En zoals ik al heb uitgelegd, zorgt de buitenlandse vraag naar Duitse elektriciteit voor een hogere productie van grijze stroom; de productie van hernieuwbare elektriciteit wordt niet beïnvloed door de vraag uit het buitenland.

    Duitsland exporteert goedkope energie omdat conventionele centrales in de knel komen door de groeiende productie van hernieuwbare elektriciteit en deze conventionele centrales niet rendabel kunnen draaien bij een passende (lage) energieproductie. Kortom: Duitsland dumpt juist grijze stroom in buurlanden.

    Onderstaande grafiek illustreert ook wanneer Duitsland stroom importeert en exporteert.

    Energie-export-Dld-458x300

    Agora Energiewende

    De rode lijn geeft de Duitse elektriciteitsvraag weer. Duitsland exporteert elektriciteit wanneer de rode lijn onder het grijze gebied komt. ‘s nachts en aan het begin van de dag gaan de elektriciteitsproductie en de vraag naar elektriciteit redelijk gelijk op. Op deze momenten, wanneer de elektriciteitsvraag en -prijs laag zijn, exporteert Duitsland, relatief gesproken, maar een klein beetje energie. Echter wanneer de vraag (en dus ook de prijs) hoog zijn, is de Duitse energie-export veel groter.

    Kerncentrales in Frankrijk draaien over het algemeen zo veel mogelijk op vol vermogen, dus die kunnen de productie niet verder opschroeven. Frankrijk was mede daarom de tweede importeur van Duitse elektriciteit na Nederland. Alleen zijn Nederlanders gewiekste ondernemers, geen ideologische aanhangers van bepaalde technologieën, zodat de waarde van de elektriciteit die Duitsland aan Nederland verkocht slechts 4,6% meer waard was dan de elektriciteit die Duitsland van Nederland kocht.

    Dat is dan het einde van het verhaal dat Duitsland duurzame elektriciteit tegen verlies dumpt in omliggende landen. Het is een logisch verhaal, maar dat was Aristoteles’ metafysica ook. Sinds de Middeleeuwen is wetenschappelijk denken gebaseerd op experimenten en data. En dat is waar de Duitse energietransitie op is gebaseerd.

    Helaas lijkt veel van de kritiek op de Duitse energietransitie op het wensdenken van metafysici die hun uitleg van de vier elementen en lichaamsvloeistoffen als een feit neerzetten, terwijl hun verhaal enkel klopt volgens de regels van de logica.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Infographic: effect van isolatieglas op gasverbruik

    Zo nu en dan word ik benaderd door bedrijven met het verzoek om gastberichten te plaatsen. Tot op heden ben ik daar spaarzaam mee geweest, al heb ik vorig jaar wel aandacht besteed aan de crowdfundingactie van Thermosmart en aan de lancering van Vandebron. Vanaf vandaag ga ik wat minder spaarzaam met gastberichten om. Op de eerste plaats omdat ik zelf te weinig toe kom aan bloggen en op de tweede plaats omdat ik hoop dat de berichten die ik hier deel van nut zijn voor de lezers van dit blog. Waarbij opgemerkt dat, tenzij anders vermeld, ik geen vergoedingen ontvang van bedrijven waar ik berichten van plaats.

    Infographic isolatieglas

    Om de zomerse hitte te verdrijven vandaag een infographic van JLM Glas over de besparingen en voordelen van isolatielas. De berekeningen in de infographic zijn gebaseerd op een verbruik van 1.200 m3 aardgas voor verwarming en vervanging van enkel glas door de genoemde glassoorten. Bij een woning waar 20 m2 enkel glas vervangen wordt door HR++ levert dat een besparing op van 315 tot 460 m3 gas besparen, dat is dus 26% tot 38% gas.

    In ons geval (gasverbruik tussen de 700 en 1.000 m3) zou dat bij vervanging van enkel glas een besparing betekenen tussen de 182 m3 en 380 m3 aardgas. Alleen hebben we al dubbel glas, wat betekent dat het besparend effect nog kleiner is. We verwarmen ongeveer 50 m2 (vloeroppervlak) van onze woning, dus bij vervanging van al ons glas door HR+++ levert dat een besparing op van ongeveer 200 m3 aardgas (er van uitgaande dat ons huidige dubbelglas ongeveer vergelijkbaar is met HR glas). Wat overigens niet wegneemt dat we vervanging van het glas door HR++ of HR+++ op ons verlanglijstje hebben staan, al was het maar vanwege het comfort van een minder warm huis in de zomer en het geluidsdempend effect. Een effect dat we op onze zolder al merken.

     

    Infographic isolatieglas

    Bron: JLM Glas