Blog

  • Shell en de Nederlandse achterstand op duurzaamheid

    Er is hier een grote achterstand op het gebied van duurzaamheid. Nu wil men vanuit die achterstand voorop gaan lopen. Toen wij het vijf tot tien jaar geleden aan de orde stelden, had niemand daar belangstelling voor.

    Aldus Marjan van Loon, CEO van Shell Nederland, over de situatie in Nederland in een artikel over de kritiek op de sponsoring van Generation Discover door Shell. Alleen is mevrouw van Loon vergeten dat voormalig Shell topman Peter Voser in 2013 nog pleitte voor vertraging van de CO2 reductiedoelstelling met 10 jaar. Hij zei toen:

    Om daadwerkelijk veranderingen tot stand te kunnen brengen is tijd nodig. We maken ons enigszins zorgen over de korte termijn waarin het doel bereikt moet worden.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Publiciteit over varend ontgassen leidt tot vragen in Tweede Kamer, provincie Gelderland en diverse gemeenten

    De berichtgeving vorige week in De Gelderlander vorige week over ontgastoerisme in Gelderland heeft tot een behoorlijk vloed aan vragen in gemeenteraden, provinciale staten en de Tweede Kamer geleid.

    Tweede Kamer

    In de Tweede Kamer stelden Frank Wassenberg en Christine Teunissen van de PvdDMaurits von Martels en Jaco Geurts van het CDA en Cem Laçin van de SP vragen.

    Provincie Gelderland

    In de provincie Gelderland stelde Paul Kusters van de SP schriftelijke vragen. De provincie Gelderland heeft inmiddels ook een reactie op de publiciteit op haar website staan. De provincie geeft aan in te zetten op een landelijk verbod op ontgassen en zich niet te herkennen in het beeld uit de berichtgeving dat er sprake zou zijn van veel ontgastoerisme. De provincie stelt de signalen serieus te nemen en te onderzoeken.

    De provincie wijst naar onderzoek van CE Delft uit 2016 naar ontgasroutes in Nederland. Uit dit onderzoek komt naar voren dat vooral de havens van Rotterdam, Amsterdam en Antwerpen risicogebieden zijn voor varend ontgassen van benzeen en benzeenhoudende stoffen.

    Ontgassen-web
    Bron: Varend ontgassen in kaart, CE Delft

    De onderzoekers constateren dat de omvang van het ontgastoerisme vanuit Duitsland  de grote onbekende is. De provincie Gelderland geeft aan dat er slechts 1 overtreding bekend is en dat hiervan aangifte is gedaan bij het Openbaar Ministerie.

    Lokale vragen

    In de gemeente Neder-Betuwe zijn ook vragen gesteld door SGP en Gemeentebelangen Neder-Betuwe. In Nijmegen zijn vragen gesteld door Daan Moerkerk van GroenLinks Nijmegen en Matthias van Hunnik van de SP. Ook in Arnhem heeft de SP vragen gesteld. In de gemeente Berg en Dal zijn vragen gesteld over lozingen van benzeen door L. Albers van de PvdA.

    RTV Rijnmond meldt dat ook de VVD in Rotterdam opheldering wil over benzeentankers n.a.v. de publicatie over ontgastoerisme in het AD en de Gelderlander. De partij heeft schriftelijke vragen gesteld en wil weten hoe vaak er op rivieren in de regio Rijnmond illegaal het kankerverwekkend gas wordt geloosd. De VVD wil helder krijgen op welke manier er op varend ontgassen gecontroleerd wordt. Daarnaast pleiten ze ook voor een legale ontgassingsplek voor binnenvaartschepen.

    Open waanlink

    Dit bericht is een bewerking van een bericht dat eerder geschreven is voor en gepubliceerd op Sargasso als onderdeel van het dossier Ontgassen. Een volledig overzicht van gestelde vragen over varend ontgassen vind je hier.

  • Kankerverwekkend gas in de Waal en Rijn

    Het AD meldt: Ondanks een vorig jaar ingesteld verbod varen benzeentankers bij Lobith de grens over en lozen stiekem extreme hoeveelheden kankerverwekkend gas terwijl ze over de Waal en de Rijn in Gelderland varen.

    De schadelijke import wordt ook wel ‘Het rondje vanuit Duitsland’ genoemd, aldus citeert het AD Krispijn Beek die voor weblog Sargasso onderzoek deed naar ontgastoerisme. Het hele dossier over ontgassen vindt u hier.

    Open waanlink

    Dit bericht is overgenomen van Sargasso en vormt onderdeel van Sargasso’s dossier over Ontgassen.

  • “Wet minimalisering gaswinning Groningen is onverantwoord”

    Deze week hebben de fracties van CDA (minus het lid Lokin-Sassen), SGP, ChristenUnie, VVD, OSF en D66 in de Eerste Kamer ingestemd met de wet minimalisering gaswinning Groningen. CDA-Eerste Kamerlid Pia Lokin-Sassen (de enige CDA senator die tegen de nieuwe mijnbouwwet stemde) schrijft in het Dagblad van het Noordenop persoonlijke titel dat deze mijnbouwwet onverantwoord is:

    Volgens de nieuwe Mijnbouwwet is het uiteindelijk de minister die met betrekking tot het Groningenveld – het veld dat bij uitstek aardbevingsgevoelig is! – beslist hoeveel laagcalorisch gas daaruit mag worden gewonnen volgens het criterium: ‘niet meer dan nodig’. Daarbij wordt in de nieuwe wet niet langer alléén rekening gehouden met de veiligheid der omwonenden, maar introduceert de wet een tweede ‘veiligheidsbegrip’, namelijk de ‘leveringszekerheid’. Het is de minister en de minister alléén die deze veiligheidsbelangen afweegt bij zijn beslissing over de hoeveelheid te winnen gas.

    In de nieuwe wet is voor het Groningenveld zowel aan de NAM als aan het SodM de bevoegdheid tot ingrijpen in de gaswinning ontnomen. De NAM krijgt van de minister nog slechts de plicht opgelegd om een bepaalde hoeveelheid gas te winnen: als zij zich daaraan houdt en dit correct doet, kan ze niet langer strafrechtelijk worden vervolgd. Zij heeft, anders gezegd, strafrechtelijke immuniteit. Het SodM mag nog slechts gevraagd en ongevraagd advies geven aan de minister, maar heeft ook geen bevoegdheid meer tot ingrijpen (lees: tijdelijk stopzetten) in de gaswinning in geval de veiligheid van omwonenden gevaar loopt.

    Hiermee wordt bevestigd wat ik in juni van dit jaar al schreef in een analyse van de nieuwe mijnbouwwet: De minister wordt de baas over de gaswinning in Groningen, NAM wordt uitvoerder van het beleid van de minister en is niet meer te vervolgen voor schade of het veroorzaken van gevaar in dit zeer aardbevingsgevoelige gebied. NAM en Staatstoezicht op de Mijnen zijn ook niet meer bevoegd om in te grijpen in de gaswinning in geval van gevaar, dat is aan het oordeel van de minister. Ook de dubbele betekenis van het veiligheidsbegrip is overeind gebleven, ondanks de kritiek van de Raad van State op het toevoegen van leveringszekerheid aan het veiligheidsbegrip:
    De Afdeling merkt op dat dit een wat geforceerde indruk maakt. De Afdeling onderschrijft het belang van leveringszekerheid, maar acht het aanmerken van leveringszekerheid als grondrecht in de zin van de artikelen 2 en 8 van het EVRM nodig noch wenselijk.

    Schadeherstel

    En de procedures voor schadeherstel en compensatie voor de Groningers? Die staan nog steeds op een laag pitje te sudderen. Van de 18.276 gemelde schadegevallen zijn er door de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) nu 1.139 afgehandeld. Dat zijn de eenvoudige, dat beloofd nog wat voor de rest. Want nog steeds is de aanwas van schademeldingen per week groter dan het aantal meldingen dat afgehandeld wordt. Toen de TCMG begon kwamen er ruim 13.000 schademeldingen over van het Centrum Veilig Wonen.

    Onderstaande tabel laat zien dat de uitvoeringskosten voor de schadeafhandeling door RVO.nl en de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen dit jaar hoger waren dan de schadevergoedingen aan particulieren. Volgend jaar verbeterd de verhouding iets, maar nog steeds gaat bijna 50% van het geld naar schadeafhandeling in plaats van schadevergoeding.

    uitgaven_schadevergoedingen_groningen
    Uitgaven rijksoverheid aan schadeafhandeling en schade-uitkeringen

    Om de uitgaven aan schadevergoedingen en schadeafhandeling in perspectief te zetten hieronder het staatje waarin de aardgasbaten zijn weergegeven:

    begroting_ezk

    Minder dan 1% van de aardgasbaten wordt besteed aan schadevergoedingen. Het meest frustrerend bij veel van de schades was in het verleden dat bewoners die de schade zelf lieten herstellen hun recht op schadevergoeding verloren. Een situatie waar tot op de dag van vandaag naar mijn weten niets aan gewijzigd is.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Ontgassen door de binnenvaart: een weekje media-aandacht

    Afgelopen maandag werd ik gebeld door De Gelderlander over ontgastoerisme vanuit Duitsland, een fenomeen waar in 2012 al voor werd gewaarschuwd. Op dinsdag 23 oktober plaatste De Gelderlander een eerste artikel over ontgastoerisme vanuit Duitsland naar Gelderland. Dat was de opmaat naar een week media-aandacht.

    Op dinsdag werden de redactie van Sargasso en ik benaderd door de Volkskrant, NPO FunX, Hart van Nederland, NOS Journaal, NPO Radio 5 en BNNVara’s Vroege Vogels. Alle aandacht leidde tot 3 radio-optredens (NPO FunX, NPO Radio 5 en Vroege Vogels). De Gelderland had op woensdag 24 oktober een tweede artikel over ontgassen door de binnenvaart en op 25 oktober een artikel over een bedrijf met een mogelijke oplossing, dat wacht op een milieuvergunning. Of de Volkskrant nog aandacht heeft besteed aan ontgassen weet ik niet.

    De publicatie in De Gelderlander heeft voor de nodige vragen gezorgd. Voor zover ik nu weet hebben in de Tweede Kamer de fracties van PvdD, CDA en SP vragen gesteld. Lokaal hebben de SP in Gelderland en de VVD in Rotterdam vragen gesteld. Deze zijn allemaal opgenomen in mijn overzicht met vragen. Andere vragen heb ik nog gevonden, tips welkom in de reacties.

    Wat ik ook weet is dat het hele dossier dat ik samen met de redactie van Sargasso sinds 2013 heb opgebouwd over ontgassen hier te vinden is. Mocht je meer informatie willen of zelf actie willen ondernemen, sluit je dan aan bij de vereniging Stop Ontgassen en teken hun petitie.

  • 27 proeftuinen gaan #vangaslos

    In het Energierapport – Transitie naar duurzaam uit 2016 geeft de rijksoverheid aan dat het gebruik van aardgas voor ruimteverwarming in de gebouwde omgeving in 2050 zoveel mogelijk zal zijn verminderd. Inmiddels heeft het kabinet aangegeven dat de gaswinning in het Groningen gasveld in 2030 gaat stoppen en voor nieuwbouwwoningen is een aansluiting op het gasnet sinds 1 juli 2018 een uitzondering. In de reacties op eerdere berichten vroegen verschillende reaguurders zich af wat dat gaat betekenen voor bestaande wijken en woningen. Vandaag een eerste stuk hierover naar aanleiding van de toekenning van 120 miljoen Euro subsidie aan 27 gemeenten om een wijk van gas los te maken. In dit stuk geef ik een beeld van de technische opties. Wie een beeld wil hebben hoe zijn gemeente de warmtetransitie gaat invullen kan dat beter navragen bij zijn eigen gemeente.

    Aanvragen

    In totaal zijn 74 voorstellen ingediend bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de plannen onder andere beoordeeld op kwaliteit en de financiële onderbouwing. Ook werd gekeken hoe de plannen konden helpen bij mogelijke andere opgaven in de wijk. Om zoveel mogelijk kennis op te doen voor andere wijken is een gevarieerde groep geselecteerd: groot en klein, landelijke en stedelijk, verschillende technieken en spreiding door heel Nederland: elke provincie heeft minimaal één proeftuin. Het kabinet heeft 40 miljoen Euro meer beschikbaar gemaakt dan de oorspronkelijke 80 miljoen Euro. Halverwege 2019 kunnen gemeente waarschijnlijk opnieuw een aanvraag indienen.

    De 27 geselecteerde gemeenten gaan kennis delen via een kennisprogramma, dat toegankelijk wordt voor alle gemeenten. Dit programma gaat gemeenten helpen bij het invullen van hun regierol in de warmtetransitie en is nodig om de overgang naar aardgasvrije wijken te versnellen. Andere partners van het Programma Aardgasvrije Wijken zijn het ministerie van EZK, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UVW). Naast de proeftuinen ondersteunt het rijk het aardgasvrij maken van Nederland met een programma voor aardgasvrije en frisse basisscholen (5 miljoen euro) en een subsidie voor technische innovaties (12,8 miljoen euro).

    Warmtenetten

    Uit een analyse door Squarewise blijkt dat de geselecteerde proeftuinen in bijna driekwart van de gevallen kiezen voor warmtenetten. In acht wijken gaat het om uitbreiding van conventionele warmtenetten die gebruik maken van industriële restwarmte of warmte van afvalverbranders. Daarnaast zijn er nog 11 wijken die kiezen voor een warmtenet. Uitbreiding van een bestaand warmtenet gebeurd bijvoorbeeld in Eindhoven, Amsterdam, Purmerend, Sliedrecht , Middelburg en Delfzijl. In Utrecht, Rotterdam en Den Haag is de keuze nog niet gemaakt volgens de nieuwsberichten. Wat mij lastig lijkt, omdat in de aanvraag aangegeven moest worden voor welke oplossing gekozen werd.

    Ook Brunsum en Sittard hebben subsidie gekregen voor uitbreiding van hun warmtenet. Brunsum voor het aansluiten van meer woningen op het warmtenet van Mijnwater bv en Sittard voor het aansluiten van meer woningen op Het Groene Net. Mijnwater bv gebruikt warm water uit oude mijnbouwschachten voor het verwarmen van huizen. Het Groene Net maakt gebruik van een biomassa centrale en restwarmte van industrieterrein Chemelot voor de voeding van het warmtenet.

    De gemeente Wageningen heeft subsidie toegekend gekregen voor aanleg van een coöperatief warmtenet, dat in handen komt van de bewoners. Voor zover ik het project in Wageningen begrijp bevat dit plan nog wel aardgas als achtervang voor de hoogtemperatuur warmtepomp. De gemeente Loppersum heeft plannen voor een warmtenet en de combinatie van warmtepompen en collectieve warmte-koude-opslag-systemen.

    Een bijzonder soort van warmtenet, waarvoor subsidie is toegekend is het project Nagele in balans. In het plan worden de daken gebruikt voor zonnecollectoren, waartoe het ‘platte daken-dorp’ zich uitstekend leent. Door seizoensberging wordt een balans gemaakt tussen opwekking, opslag en gebruik van energie. Onder de grote grasvelden van de hofjes komen goed geïsoleerde opslagtanks te liggen. Deze dienen als opslagplaats voor het overschot aan heet water die de thermische zonnecollectoren ‘s zomers opwekken. In de winter wordt dit warme water gebruikt om de huizen te verwarmen.

    All-electric en groen gas

    Warmtenetten zijn niet voor alle wijken een oplossing. Andere oplossingen, zoals all-electric en groen gas zijn pas veel korter in ontwikkeling en zijn daardoor vaak ook nog duur. De kans op kostendalingen door grotere volumes of door innovaties tijdens het bouwproces zijn daarmee ook groter. Om een voorbeeld te geven: een renovatie naar all-electric en nul op de meter kostte een jaar of 10 geleden meer dan een ton per woning, inmiddels zijn de kosten gedaald naar zo’n 60.000 Euro. Voor het all-electric maken van een woning heb ik ook al partijen gezien die dat voor 10.000 tot 30.000 Euro kunnen. Deze partijen zijn op zoek naar klanten en naar schaalgrootte, zodat ze kunnen profiteren van schaalvoordelen en de daarmee de kosten kunnen verlagen.

    Er zijn echter maar vier subsidies toegekend aan wijken die kiezen voor all-electric en vier subsidies voor groen gas. De gemeente Assen heeft geld gekregen voor het aanpakken van de wijk waar een van de eerste VVE flats (VVE Ellen) staat die naar nul op de meter is gerenoveerd. In het nieuwsbericht wordt gesproken over herhaling van deze aanpak bij andere flats in de wijk. In Assen wordt dus waarschijnlijk voor een all-electric oplossing gekozen. Ook de gemeente Appingedam gaat aan de slag met all-electric in de vorm van warmtepompen op lucht.

    De gemeente Pekela kiest voor een combinatie van hybride warmtepompen met biogas uit lokaal rioolslib. Ook de gemeente Oldambt kiest voor groen gas.

    Afvallers gaan door

    Veel van de initiatieven die geen subsidie hebben gekregen gaan wel door, als is vaak nog niet duidelijk hoe. Veel initiatieven zijn of gaan hierover lokaal in overleg met bewoners, gemeenten en andere betrokken organisaties, zoals netbeheerders en woningbouwcorporaties. Daar zitten ook initiatieven van bewoners bij, zoals Warm in de Wijk dat de Haagse Vruchtenbuurt aardgasvrij wil maken. Warm in de Wijk heeft geen subsidie gekregen van het rijk.

    Conclusie

    Voor zover ik de verschillende plannen heb weten te vinden verschillen ze sterk in aanpak en in hoe ver de plannen al gevorderd zijn. Technisch gezien kiest een groot aantal gemeenten voor (uitbreiding van) een conventioneel warmtenet. Slechts een klein aantal ervan zijn in mijn ogen innovatief te noemen en bieden kans om te leren voor andere wijken. Ik denk dan met name aan Brunsum, Loppersum, Nagele en Wageningen. In alle vier de gemeenten wordt een warmtenet aangelegd dat afwijkt van de standaard en dat mogelijk toepasbaar is in andere wijken, buurten en dorpskernen waar all-electric of biogas nu de enige alternatieven lijken.

    Ook de biogas en all-electric wijken vind ik technisch interessant, omdat dit technieken zijn die nog volop in ontwikkeling zijn. Het beschikbaar krijgen van voldoende biogas gaat wel een uitdaging worden. Wat betekent dat er vooral een grote kostendaling nodig is bij all-electric om de ambities uit het Energierapport en het Klimaatakkoord te halen.

    Vanuit sociaal oogpunt en draagvlak vind ik vooral de wijken waar de bewoners zelf het initiatief nemen interessant. Bij de geselecteerde proefwijken betreft dit Wageningen. Daarbuiten zijn er echter meer wijken die zelf bezig zijn, zoals de Vruchtenbuurt in Den Haag en Meer Energie in Amsterdam.

    Zelf aan de slag?

    Wie zelf aan de slag wil met het aardgasvrij maken van zijn woning kan terecht bij het stappenplan aardgasvrij wonen van MilieuCentraal,  bij een lokale energiecoöperatie of bij het lokale energieloket van zijn gemeente. Wie wil weten wat de plannen van zijn gemeente zijn voor zijn buurt kan kijken bij Hierverwarmt of navraag doen bij de eigen gemeente. Wie samen met zijn buren aan de slag wil kan veel informatie vinden bij Hierverwarmt en Hieropgewekt.

    Disclaimer: de gemeente waar ik woon en de gemeente waar ik werkzaam ben hebben ook een subsidieaanvraag ingediend, maar deze zijn niet toegewezen. In beide gemeenten ben ik niet rechtstreeks betrokken geweest bij de subsidieaanvragen.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Vraagtekens bij notitie energieconcepten DWA

    Op 14 september publiceerde het Lente Akkoord de resultaten van een onderzoek door DWA van verschillende verwarmingsconcepten voor nieuwbouw. In het onderzoek is naast warmtenet en warmtepomp ook infraroodverwarming meegenomen. Volgens het onderzoek is de investering voor infraroodverwarming het goedkoopst, maar zijn de totale lasten over een periode van 30 jaar het hoogst. De notitie roept bij mij de nodige vragen op. Die heb ik gesteld, maar vier weken na de eerste poging tot contact met DWA is er nog geen antwoord op mijn vragen. Neemt niet weg dat je in plaats van de conclusies klakkeloos over te nemen best leuk kan rekenen aan zo’n notitie. Dat levert wel de nodige vraagtekens op, zowel richting DWA als richting bouw- en energiegerelateerde nieuwssites die de conclusies hebben overgenomen. Tenzij ik ergens een grote denk- of rekenfout heb zitten, wat je in de reacties hieronder kunt aangeven.

    Update 9 november: ik ben op een leesfout gewezen, waarbij ik de volgende tekst op pagina 4 van de notitie over het hoofd heb gezien. Dat verandert een aantal vraagtekens in omvang:

    De variabele kosten voor elektriciteit zijn gebaseerd op de prognose van het totaal verbruik van elektriciteit. Dit betreft de som van gebouwgebonden installaties en een stelpost voor de nietgebouwgebonden apparatuur. Indien het warmteconcept niet voorziet in de levering van koude, dan is een forfaitair elektriciteitsverbruik voor een traditionele koelunit opgenomen in de post gebouwgebonden installaties

    Zit je er klaar voor? Gaan we dan 🙂

    Investeringskosten

    DWA heeft in de notitie onderstaande tabel staan met de investeringsraming per woning. Het gaat om bedragen exclusief btw. Voor de particulier komt er dus 21% bovenop.

    DWA_investeringskosten_aardgasvrije warmteconcepten en infrarood stralingspanelen

    De investeringskosten voor een warmtepomp vind ik aan de hoge kant, maar zit wel in de range zoals bv. Eigen Huis die op zijn site heeft staan. Voor een bodemwarmtepomp met bron rekent Eigen Huis op 10-15 duizend Euro. DWA zit met 11.200 Euro redelijk in lijn daarmee. Voor een luchtwarmtepomp rekent Eigen Huis op 8-12 duizend Euro, inclusief installatie, DWA zit met 9.000 Euro ook daar binnen de bandbreedte. Al hoor ik bij beide type warmtepompen op social media geregeld dat producenten dat soort prijzen zelden ontvangen voor hun warmtepomp.

    De kosten voor warmtenet liggen in de bandbreedte van aansluitkosten die ik vaker heb gehoord. Voor infrarood verwarming liggen de kosten wat lager dan ik zou verwachten.

    Een elektrisch boilervat van 1.200 Euro vind ik aan de dure kant. Uitgaande van een conventionele elektrische boiler koop je daarvoor bv. een 150 liter boiler uit een premium lijn, andere merken zijn met meer liters voor 600 tot 900 Euro te krijgen. Voor 1.200 Euro heb je, na aftrek van de ISDE subsidie, ook een 260 liter warmtepompboiler (geschikt voor 4 personen).

    Tesy warmtepomp boiler 260L   BoilerGarant.png

    Energieverbruik verwarming

    Nog leuker vind ik het uiteraard om al die theoretische sommetjes over het energieverbruik te zetten naast mijn eigen praktijkverbruik en naast de praktijkverbruiken die ik ken van infraroodverwarming en warmtepompen. Plus de berekening van het energieverbruik van verschillende verwarmingsconcepten, die ik van energieadviseur Lars Boelen ontving. DWA heeft geen elektriciteitsverbruik in de notitie staan en ook geen verdeling naar kosten voor ventilatie, verwarming, warm water en bewonersbundel. Wel staat onderstaande tabel met jaarlasten in de DWA notitie:

    DWA_berekening

    Zoals ik verwacht op basis van mijn kennis van de verschillende technieken levert het hoge temperatuur warmtenet de laagste rekening op voor elektriciteit woning exclusief pv. De vastrechtkosten voor warmte vind ik aan de hoge kant, bij het warmtenet van Eneco in Rotterdam lagen deze een aantal jaar geleden rond de 370 Euro inclusief btw. DWA gaat uit van 446 Euro exclusief btw. Bij de twee andere warmtenetten (10 en 40 graden) valt op dat daar geen vastrecht verschuldigd is. Dat de variabele kosten voor een bodemwarmtepomp lager liggen dan voor een lucht-warmtepomp ligt in de lijn der verwachting, een bodemwarmtepomp heeft een constantere brontemperatuur waardoor deze efficiënter werkte en minder stroom gebruikt.

    Zelf vind ik de elektriciteitsrekening aan de hoge kant. Een elektriciteitsverbruik van 1.205 Euro voor een individuele warmtepomp op buitenlucht is bij een prijs van 20 Eurocent per kilowattuur gelijk aan zesduizend kilowattuur per jaar, enkel voor gebouwgebonden installaties (verwarming, warm water en ventilatie), als ik de omschrijving “elektriciteit woning exclusief pv” goed begrijp. Dit is een van de punten waar ik DWA vragen over heb gesteld, maar waar ik nog geen reactie op heb ontvangen.

    De kosten van het elektriciteitsverbruik zijn verder niet gespecificeerd. Het elektriciteitsverbruik voor warm water en ventilatie heb ik daarom afgeleid uit onderstaande berekening van Lars Boelen. Wat een snelle, indicatieve berekening is, maar wat wel een aardig beeld geeft van de verwachte elektriciteitsverbruiken.

    berekening_lars_boelen

    Hieronder zal ik het elektriciteitsverbruik voor verwarming per techniek technieken vergelijken op basis van verschillende bronnen die ik beschikbaar heb.

    Energieverbruik lucht-water warmtepomp

    Op de eerste plaats heb ik het elektriciteitsverbruik van de verschillende luchtwarmtepomp vergeleken. Daarbij valt op dat DWA erg hoog zit t.o.v. andere rapporten en ten opzichte van praktijkverbruiken, waar ik eerder over schreef. Met behulp van de opdeling die Lars Boelen in zijn berekeningen heeft zitten heb ik bij DWA een opsplitsing gemaakt in elektriciteit voor warm water, ventilatie en verwarming.

    Concept DWA LWWP LB DWA LWWP BB Boelen LWWP Rapport 2 LWWP
    LWWP praktijk 2014
    Elektriciteit verwarming 1976 1276 759 1897 622
    Elektriciteit warm water 1122 1122 1122 1122 550
    Elektriciteit ventilatie 500 500 500 500
    Totaal gebouwgebonden 3598 2898 2381 3519 1172

    Bij DWA ben ik uit gegaan van 2 mogelijke bewonersbundels: van 2.000 kWh/jaar, zoals Lars Boelen die hanteert, en van 2.700 kWh/jaar zoals het andere rapport dat ik heb liggen hanteert. Bij beide bewonersbundels blijft het gebouwgebonden elektriciteitsverbruik aan de hoge kant. De berekening van Lars Boelen komt het dichtst in de buurt van het praktijkverbruik uit woningen in 2014. Het elektriciteitsverbruik voor warm water is wel een factor 2 hoger dan bij de praktijkwoningen. Bij het praktijkverbruik uit 2014 kan ik niet terugvinden of daar nog los elektriciteit nodig was voor ventilatie. Als ik daar 500 kWh voor reken blijft het gebouwgebonden elektriciteitsverbruik bij alle theoretische berekeningen zo’n 40 tot 115% hoger dan dat van praktijkwoningen.

    Als ik de gegeven omzet naar energieverbruik per vierkante meter per jaar (waar de nieuwe BENG norm naartoe lijkt te gaan) ontstaat het volgende beeld:

    Concept Verwarming in kWh/m2 per jaar
    DWA LWWP LB 16
    DWA LWWP BB 10
    Boelen LWWP 6
    Rapport 2 LWWP 15
    LWWP praktijk 2014 6

    DWA zit hier bij een bewonersbundel a la Lars Boelen (DWA LWWP LB) in een ZEN woning bijna een factor 3 hoger dan in een slechter geïsoleerde woning in de praktijk (LWWP praktijk 2014) en dan wat Lars Boelen berekend. Uitgaande van de bewonersbundel van Lars Boele komt het verbruik per m2 van DWA wel overeen het andere rapport dat ik ken.

    Beide rapporten zitten nog wel een bijna een factor 3 boven het energieverbruik in de praktijk en van Lars Boelen. Pas als ik bij DWA met een bewonersbundel van 3.200 kWh reken is het energieverbruik per m2 voor verwarming gelijk aan dat van een EPC 0,4 woning.

    Energieverbruik water-water warmtepomp bodemlus

    Voor bodemenergie heb ik geen vergelijkbare praktijkcijfers. Wel heb ik de cijfers van Lars Boelen en uit een tweede rapport. Dat levert onderstaande resultaten op voor het energieverbruik.

    Concept DWA WWWP LB DWA WWWP BB Boelen WWWP
    Rapport 2 WWWP
    Elektriciteit verwarming 1357 657 456 1247
    Elektriciteit warm water 935 935 935 935
    Elektriciteit ventilatie 500 500 500 500
    Totaal gebouwgebonden 2792 2092 1891 2682

    Wederom zitten DWA en het andere rapport hoger in elektriciteitsverbruik voor verwarming dan Lars Boelen. Dat kan zitten in de omvang van de woning, maar als ik kijk naar het energieverbruik in kilowattuur per vierkante meter per jaar ontstaat hetzelfde beeld. Tenzij DWA een hogere bewonersbundel hanteert, dan komt de bodemwarmtepomp in de buurt van het verbruik waar Lars Boelen op uitkomt.

    Concept Verwarming in kWh/m2 per jaar
    DWA WWWP LB 11
    DWA WWWP BB 5
    Boelen WWWP 4
    Rapport 2 WWWP 10

    Het energieverbruik van DWA met een bewonersbundel a la Lars Boelen ligt in de buurt van het tweede rapport.

    Energieverbruik warmtenet

    Over het energieverbruik op basis van een warmtenet kan ik weinig zinnigs zeggen, al heb ik mijn eigen energieverbruik wel eens omgerekend naar warmtenet. Daar heb ik geen andere rapporten over en geen praktijkgegevens. Voor nu sla ik die dus maar over.

    Energieverbruik infrarood stralingsverwarming

    Naar infrarood stralingsverwarming is in Nederland naar mijn weten weinig onderzoek gedaan. Ik ken wel onderzoek uit Duitland van de Universiteit van Kaiserslautern. Uit praktijk onderzoek uit 2008-2009 komt volgens de Universiteit van Kaiserlautern naar voren dat infraroodstraling een verstandig alternatief vormt voor conventionele verwarmingssystemen in oudere slecht geïsoleerde woningen (de metingen zijn gedaan aan 2 ongeïsoleerde jaren 30 woningen). Correct gebruik van infrarood stralingsverwarming biedt volgen de onderzoekers voordelen op het gebied van energieverbruik, kosten en CO2-balans.

    De Universiteit van Kaiserlautern maakt daarbij verschil tussen infrarood stralingsverwarming en infrarood verwarming. Het stralingsrendement is volgens de universiteit de cruciale parameter om te bepalen of het een infraroodstraler of een conventionele convectieverwarmer is. Op basis van de bestaande normen voor infrarood-radiatoren op hoge temperatuur definieert de universiteit van Kaiserslautern twee categorieën:

    • Categorie I: stralingsefficiëntie van 40% tot 50%.
    • Categorie II: meer dan 50% stralingsrendement.

    De fysisch-theoretisch haalbare waarden voor de stralingsefficiëntie in infrarood-radiatoren bij lage temperatuur zijn minder dan 60%. Ieder fabrikant die daar boven zit heeft dus wat uit te leggen. Uit onderzoek van de universiteit uit 2010-2013 komt naar voren dat meer dan 90% van de aangeboden producten als infraroodverwarmingstoestellen of infraroodverwarmers geen stralingsverwarmers zijn, maar conventionele elektrische convectie verwarmingstoestellen.

    De universiteit van Kaiserlautern komt uit op een energiebehoefte voor een gasgestookte woning van 187,85 kWh/m² tegen 71,21 kWh/m² voor een met infrarood stralingswarmte verwarmde woning. Wat wil zeggen dat het energieverbruik bij gebruik van infrarood stralingswarmte met ongeveer 2/3 daalt t.o.v. aardgas (zie pagina 4 van hun ForschungsberichtIR). Zelf ga ik er van uit dat dit te hoog is, ook leveranciers waar ik mee praat hebben het over lagere besparingen. Op basis van die informatie verwacht ik dat een daling van het energieverbruik met 20 tot 40% mogelijk is.

    Infraroodverwarming bij DWA

    Bij infraroodverwarming introduceert DWA een extra onbekende in de vorm van een forfaitaire post koeling, omdat woningen niet gekoeld kunnen worden met infraroodverwarming. Iets dat wel kan bij een warmtepomp. In mijn ogen een rare gedachtekronkel, omdat je hiermee een verwarmingstechniek afstraft voor ontwerpers die geen rekening houden met de seizoensinvloeden op woningen. Ik heb geen idee hoe hoog de forfaitaire post koeling is, dus ik zet hem voor de berekeningen hieronder op nul. Ook zorgt het uitgangspunt dat warm water met een standaard elektrische boiler wordt opgewekt voor een hogere elektriciteitsrekening.

    Om de gegevens van DWA te vergelijken heb ik bij infraroodstralingsverwarming naast de berekeningen van Lars Boelen ook praktijkgegevens van twee verschillende type woningen gebruikt. In beide gevallen gaat het om matig geïsoleerde woningen (2 tot 3 cm isolatiemateriaal). Eerder vergeleek ik mijn eigen energieverbruik al eens met een van de woningen en gaf ik ook een impressie van wonen in een huis met infraroodverwarming (straling, want > 50% stralingscomponent). Als ik het elektriciteitsverbruik van de verschillende concepten naast elkaar zet ontstaat het volgende beeld:

    DWA vs Boelen vs rapporten IR

    DWA zit bij infrarood stralingsverwarming op het eerste gezicht wederom hoger dan Lars Boelen en dit keer ook dan het tweede rapport dat ik heb, tenzij er een hogere bewonersbundel is. Voor verwarming zit DWA net als Lars Boelen en het tweede rapport onder het prakijkverbruik van IR 1 2017. Dit is dezelfde woning als waar ik in 2014 al een keer naar keek. Toen verwarmde deze familie slechts 150 m2 van hun 250 m2 grote woning, in 2017 verwarmden ze echter de volle 250 m2, wat het toegenomen elektriciteitsverbuik verklaart. Het te verwarmen oppervlak is daarmee ook bijna 2 keer zo groot als het oppervlak waar DWA, Lars Boelen en het 2e rapport mee rekenen.

    Ook hier zit een groot verschil in het energiegebruik voor warm water. Met doorstroomverwarmers komen de bewoners van IR 1 (gezin van 2 volwassenen met 2 kinderen) uit rond het elektriciteitsgebruik dat volgens Lars Boelen haalbaar is met een warmtepomp met COP 2. De bewoners van IR 2 maken het nog bonter, al ken ik de gezinssituatie daar niet goed en vermoed ik dat dat 1 of 2 persoonshuishouden is.

    Als we kijken naar het elektriciteitsverbruik voor verwarming per vierkante meter per jaar ontstaat het volgende beeld.

    Concept Verwarming in kWh/m2 per jaar
    DWA IR LB 30
    DWA IR BB 24
    Boelen boiler IR 18
    Boelen VWP IR 18
    Rapport 2 IR 31
    IR 1 2017 18
    IR 2 2017 26
    IR 1 2014 23

    Het energieverbruik per m2 van DWA bij gebruik van de bewonersbundel van Lars Boelen en het energieverbruik van het tweede rapport liggen dicht bij elkaar. Als ik er bij DWA een grotere bewonersbundel afhaal dan komt DWA in de buurt van het praktijkverbruik van IR 2 2017 en IR 1 in 2014. Dat betreft echter woningen die zeker niet voldoen aan de ZEN standaard voor isolatie. Lars Boelen zit wederom lager, dit keer minder dan bij de warmtepompen, maar nog steeds zo’n 40% lager dan DWA en het andere theoretische rapport. Lars Boelen komt voor een ZEN woning uit op het energieverbruik van een woning met 2,5 centimeter isolatie, wat behoorlijk hoger is dan verwacht omdat een ZEN woning betere isolatie heeft.

    DWA versus gas

    Zelf woon ik in een label C woning, die we met een HR ketel op aardgas verwarmen. Mijn energieverbruik per vierkante meter per jaar zou dus hoger moeten liggen dan wat een ZEN woning kan halen. De Rc waardes van ons huis zijn (uit mijn hoofd gezegd) 2 voor de wanden en 2,5 voor de vloer en het dak. In de leefruimte gewoon dubbel glas aan de zuidzijde, HR+ glas aan de noordzijde en een voordeur waarlangs je het licht naar binnen ziet kieren. Dat levert het volgende plaatje op:

    Concept Verwarming in kWh/m2 per jaar Beek gas = 1 Boelen gas = 1
    Boelen gas 18 47% 100%
    Beek gas 2017 39 100% 214%
    DWA LWWP LB 16 41% 87%
    DWA WWWP LB 11 28% 60%
    DWA IR LB 30 76% 162%
    IR 1 2017 18 46% 98%
    IR 2 2017 26 66% 142%
    IR 1 2014 23 57% 123%

    Een ZEN woning is zoals te verwacht is veel zuiniger dan mijn label C woning. Dit varieert volgens DWA met een bewonersbundel van 2.000 kWh van 34% zuiniger bij infraroodverwarming tot 72% zuiniger bij een bodemwarmtepomp. Een ZEN woning met aardgas is volgens berekening van Lars Boelen de helft zuiniger. Als de gaswoning van Lars Boelen als uitgangspunt wordt genomen is infrarood volgens DWA 62% onzuiniger. Ook op deze berekeningswijze valt te zien dat er een behoorlijke afwijking zit t.o.v. de praktijkcijfers met infraroodverwarming.

    Als ik ervan uitga dat de bewonersbundel van DWA geen bewonersbundel heeft meegerekend dan is een lucht-water warmtepomp in een ZEN woning dus slechts 18% zuiniger dan mijn C-label op aardgas.  Of eigenlijk is mijn huis dan zuiniger, want een luchtwarmtepomp met een COP hoger dan 1,2 levert al meer warmte dan mijn HR-keteltje… Voor de bodemwarmtepomp gaat dit op vanaf een COP van 1,5. Bij infrarood verwarming gebeurd helemaal iets raars. Het energieverbruik wordt daar in een beter geïsoleerde woning dan die van mij hoger. Nu wil ik best geloven dat er leveranciers zijn die te rooskleurige plaatjes voorschotelen, maar dit vind ik toch op z’n minst apart en hier heeft DWA wat mij betreft wat uit te leggen.

     

    Als ik uitga van een grotere bewonersbundel van 2.700 kWh ontstaat het volgende beeld:

    Concept Verwarming in kWh/m2 per jaar Beek gas = 1 Boelen gas = 1
    Boelen gas 18 47% 100%
    Beek gas 2017 39 100% 214%
    DWA LWWP BB 10 26% 56%
    DWA WWWP BB 5 13% 29%
    DWA IR BB 24 62% 132%
    IR 1 2017 18 46% 98%
    IR 2 2017 26 66% 142%
    IR 1 2014 23 57% 123%

    De luchtwater warmtepomp en de waterwater warmtepomp met bodemlus zijn nu nog energiezuiniger dan mijn C-label woning op aardgas. De woning van DWA met infraroodverwarming wordt energiezuiniger dan een van de praktijkwonineng met infraroodverwarming. De andere praktijkwoning met infraroodverwarming blijft beide jaren energiezuiniger, ondanks de veel slechtere isolatie.

    Aan DWA gestelde vragen

    Op 5 oktober heb ik onderstaande vragen gesteld aan DWA, omdat ik aandacht aan hun notitie wilde besteden op Sargasso. Tot op heden heb ik geen reactie gekregen, waardoor het verhaal een te hoog rekennerd gehalte houdt en ik het niet geschikt vind voor publicatie op Sargasso.

    1. Hebben de elektriciteitskosten in de notitie enkel betrekking op gebouwgebonden installaties (verwarming, ventilatie en warm water) en kunt u specificeren welk deel van het verbruik voor welke functie is?
    2. Als het elektriciteitsverbruik enkel voor gebouwgebonden installaties is klopt het dan het gebouwgebonden elektriciteitsverbruik bij een ZEN woning met luchtwarmtepomp op zo’n 5.600 kWh/jaar uitkomt, voor een bodemwarmtepomp op 4.800 kWh/jaar en voor infraroodverwarming op 5.700 kWh/jaar? Prijspeil per kWh: 0,20 Euro per kWh.
      Zo nee, kunt u aangeven hoe hoog het elektriciteitsverbruik voor gebouwgebonden installaties dan is, ik kan dit namelijk niet uit uw notitie halen?
      Zo ja, kunt u dan aangeven hoe u komt tot de conclusie dat infrarood stralingspanelen als onzuinig worden weergegeven, terwijl het probleem dan meer in de gekozen warm water voorziening lijkt te zitten?
    3. Kunt u aangeven met welke discontovoet is gerekend bij de TCO berekening en met welke levensduur en vervangingskosten voor de verschillende systemen gerekend is?
    4. Als er wel een bewonersbundel in de berekening zit kunt u dan aangeven hoe groot deze bewonersbundel voor elektriciteit is?

    Conclusie

    De energiekosten uit de DWA notitie blijven een black box. De getallen kunnen afwijken als de opdeling tussen ventilatie, warm water en verwarming, zoals ik die op basis van de gegevens van Lars Boelen heb gemaakt, door DWA anders is gemaakt. De enige die daar antwoord op kan geven is DWA.

    Het tweede dat opvalt is dat DWA, Lars Boelen en het tweede rapport moeite hebben met infraroodstralingsverwarming. De gebruikelijke reactie daarop is dat infraroodstralingsverwarming een COP van 1 heeft en dus niet interessant is. De vraag is of dat terecht is. Als het energieverbruik in een slecht geïsoleerde woning in Duitsland door toepassing van infraroodstralingsverwarming met tweederde omlaag te brengen is ten opzichte van gas, ligt het voor de hand dat er ook een besparing ten opzichte van gas mogelijk is in beter geïsoleerde woningen. Het is goed mogelijk dat die besparing lager ligt, maar dat een ZEN woning op infraroodverwarming slechts 1/3 tot 40% zuiniger zou zijn dan mijn label C woning lijkt me sterk.

    Het tweede dat opvalt is dat het energieverbruik in een Zeer Energiezuinige Nieuwbouw (ZEN) woning in energieverbruik per vierkante meter slechts beperkt beter scoort dan mijn eigen energieverbruik in een label C woning. Het maakt daarbij niet uit naar welke techniek ik kijk. Terwijl een ZEN woning zoals DWA die gebruikt veel beter geïsoleerd is dan mijn woning en ik ook een veel lagere warmtevraag zou verwachten. In techniek: de RC waarden van onze schil is 2 tot 2,5, DWA gaat uit van 4 voor de vloer, 4,5 voor de gevel en 7 voor het dak.

    Tot slot valt op dat de inschatting van het energiegebruik voor warm water een grote invloed heeft op de uitkomsten. Ook daar lijkt de aanname dat overschakelen op elektrische verwarming via doorstroomverwarmers of een elektrische boiler 1 op 1 leidt tot omzetting van gas naar elektriciteit te simplistisch. Ook roept het de vraag op waarom bij een boiler prijs van 1.200 Euro niet gekozen wordt voor een zuinigere vorm van warmwatervoorziening, bijvoorbeeld door te kiezen voor een warmtepompboiler.

    Mijn voorlopige conclusie: de energieverbruiken van DWA en het tweede rapport liggen hoger dan de praktijkcijfers die ik ken voor luchtwarmtepompen en dan de energieverbruiken waar Lars Boelen en de praktijkcijfers die ik heb op uitkomen. Voor infrarood stralingsverwarming valt tot slot op dat vastgehouden wordt aan de stelling dat de COP 1 is, waarmee bedoelt wordt dat er geen besparing mogelijk is ten opzichte van gas. Dat stemt niet overeen met de praktijkcijfers waar ik over beschik en ook niet met de theorie. Daar ga ik deze winter zelf in de praktijk aan rekenen, want ik heb op dat punt meer vertrouwen in het onderzoek van de Universiteit van Karlsruhe.

    Mochten er fouten of hiaten in mijn redeneringen zitten dan hoor ik dat graag in de reacties. Mijn berekeningen kun je hier vinden.

    Heb je zelf praktijkgegevens van een bodemwarmtepomp, stadsverwarming (hoog, laag en middentemperatuur) of een andere techniek dan hou ik me ook aanbevolen.

  • Tesla produceert honderduizendste Model 3

    Tesla heeft weer een mijlpaal weten te bereiken. Nummer 100.00 van de Model 3 is geproduceerd en de dagproductie ligt momenteel op 1.000 Model 3’s per dag. Een aantal waar Nissan volgens Autoblog 4 jaar over deed met de Leaf. De Model 3 is nog niet voor de basisprijs van $35.000 dollar beschikbaar, maar dat is een strategie die ook bij andere autofabrikanten gevolgd wordt.

    Wat niet begrijpelijk is, is dat een klein merk als Tesla nu al 100.000 Model 3’s bouwt en andere merken niets vergelijkbaars in de showroom hebben staan. Erger nog, er staat niets op de planning!

    Aldus Autoblog. Wie wil weten wat de 10 grootste autofabrikanten aan plannen voor ‘Tesla killers’ hebben kan hier of hier terecht.

    Open waanlink

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Uitspraak in hoger beroep Klimaatzaak

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag besloten dat de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. De Staat moet ervoor zorgen dat de uitstoot in Nederland in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990. De stichting Urgenda had de rechtbank om een uitspraak verzocht.

    Op basis van het huidige beleid van de Staat zal Nederland in 2020 een vermindering van ten hoogste 17% bereiken. Dat is volgens de rechtbank onder de norm van 25 tot 40% die in de klimaatwetenschap en het internationale klimaatbeleid noodzakelijk wordt geacht voor de geïndustrialiseerde landen.

    Volgens de rechtbank moet de Staat meer doen om het dreigende gevaar veroorzaakt door de klimaatverandering te keren. Daarbij wijst de rechtbank ook op de zorgplicht van de Staat voor de bescherming en verbetering van het leefmilieu. De kosten van de door de rechtbank bevolen maatregelen zijn niet onaanvaardbaar hoog. De Staat kan zich niet verschuilen achter het argument dat de oplossing van het wereldwijde klimaatprobleem niet alleen afhangt van Nederlandse inspanningen. Elke vermindering van uitstoot draagt namelijk bij aan het voorkomen van een gevaarlijke klimaatverandering. Nederland zou als geïndustrialiseerd land hierin voorop moeten lopen. Volgens de NOS verwierp het hof zo goed als alle argumenten die de landsadvocaat had aangevoerd.

    In tegenstelling tot sommige juristen is de rechtbank van mening dat zij met deze uitspraak zich niet het terrein van de politiek begeeft. De rechtbank moet rechtsbescherming bieden, ook in zaken tegen de overheid. Tegelijkertijd moet de rechtbank de vrije beleidsruimte van de overheid respecteren. Daarom past de rechter terughoudendheid. Dat is een reden om het bevel te beperken tot 25%, de ondergrens van de norm van 25 tot 40%. De rechtbank doet ook geen uitspraak over welke maatregelen de overheid zou moeten nemen om te voldoen aan de uitspraak.

    Update 9 oktober 2018 15.15u:

    Huidig pad emissie broeikasgas en mogelijke maatregelen

    emissie-ontwikkeling-nederland
    Ontwikkeling van de CO2 emissies in Nederland en doelen uit klimaatzaak en IPCC rapport 1,5 graden. Bron: Datagraver.

    De grafiek hierboven laat zien wat de bereikte daling in broeikasgasemissies ten opzichte van 1990 is, wat de eis uit de Klimaatzaak is en welke doelstelling volgt uit het recente rapport van IPCC over wat er nodig is om de klimaatverandering te beperken tot 1,5 graden Celsius. Zoals te zien is, betekent de uitspraak van het hof in hoger beroep een behoorlijke opgave voor de komende 2 jaar. In 1990 stootte Nederland 220 megaton CO2-equivalenten uit. In 2017 werd 193 megaton CO2 equivalenten uitgestoten. Zonder aanvullend beleid wordt gerekend op 17% CO2-reductie, dat is 183 megaton. De Urgenda Klimaatzaak vereist dat dit daalt tot 166 megaton. Dat betekent dat de emissie nog met 17 megaton extra omlaag moet.

    De doorrekening van de verkiezingsprogramma’s door het PBL en het CPB geeft geen uitsluitsel over hoe dit bereikt kan worden. Ik kijk daarom terug naar de oudere Quick scan mogelijke aanvullende maatregelen emissiereductie 2020 ten behoeve van Urgenda Klimaatzaak van het PBL en ECN (Energie Centrum Nederland) uit september 2015. Dit heeft zijn beperkingen, omdat toen werd gesteld dat het maximale reductiepotentieel 16 megaton was, maar dat dit 3 megaton minder zou zijn bij uitstel met een jaar. Inmiddels heeft de staat het nemen van maatregelen met 3 jaar uitgesteld. Daardoor is het reductiepotentieel waarschijnlijk niet groter geworden. Het is daarbij goed te bedenken dat het hoger beroep dat de Staat in heeft gesteld geen opschortende voorwaarde kreeg van de rechter.

    Maatregelen uit de categorie ‘snel en tegen lage kosten’:

    • Verlagen van de maximum snelheid op snelwegen. In 2015 was nog sprake van 120 km/uur naar 100 km/uur en 100 km/uur terug naar 80 km/uur. De bijbehorende CO2-reductie was 1,2 megaton. Inmiddels kan de snelheid terug van 130 km/uur naar 100 km/uur. Daarmee is de te behalen CO2-reductie ten minste 0,2 megaton groter.
    • Invoering kilometerheffing. Potentieel 1,2 tot 1,8 megaton CO2-reductie.

    Maatregelen uit de categorie ‘snel en tegen matige kosten’:

    • Emissiebeperkende maatregelen bij kolencentrales (biomassameestook, CCS, inzet gas in plaats van kolen). Potentieel 4,7– 8,5 megaton CO2.
    • Verhoging van de energiebelasting industrie. Dit levert 0,5 tot 0,8 megaton CO2-reductie op. Door de korte tijd die nog resteert tot 2020 is dit potentieel waarschijnlijk lager, want investeringen in de industrie vergen tijd om voor te bereiden en door te voeren.
    • Tender voor energiebesparing industrie. Dit kan 0,7 tot 1,4 megaton CO2 reductie opleveren. De vraag is of dit potentieel nog volledig realiseerbaar is binnen 2 jaar, omdat de tenderregeling nog niet ontwikkeld is.
    • Aanscherping van de bestaande vrijwillige afspraken betreffende energie-efficiëntie tussen overheid en ETS-industrie (MEE convenant). Potentie 1 megaton. De vraag is of het op deze korte termijn nog lukt om de afspraken aan te scherpen en de industrie ook daadwerkelijk tot extra maatregelen te bewegen.
    • Isolatie, proces- en distributieoptimalisaties, opwekking (zoals stoom) en elektromotoren en WKK omschakelen naar Bio-WKK, prijsprikkel
    • Energieverbruik door bonus-malus (6€/GJ) in combinatie met WKK-omschakeling en het regelen van een Biomasssamarkt). Potentieel 2,4 megaton CO2.
    • Maatregelen gericht op huishoudens, zoals een verplichting tot isolatie of vergroening van de installaties (bv. het verplichten van de warmtepomp bij bestaande bouw) vallen net als het inzetten op meer duurzame energie in de categorie langere termijn maatregelen. PBL en ECN verwachtten daar in 2015 geen snelle effecten van.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Tesla, de olifant in de Amerikaanse automarkt

    Twee maanden geleden schreef ik een lange analyse over de stand van zaken bij Tesla. Het derde kwartaal is inmiddels afgesloten en Tesla heeft zijn productie en afleveringscijfers bekend gemaakt. De financiële cijfers zijn nog niet bekend, wat wel duidelijk is is dat z’n productiedoel voor het derde kwartaal gehaald heeft. In de Amerikaanse media was in september nog weinig te merken van deze positieve vooruitzichten, daar overheerste negatieve koppen. Daarmee is Tesla de olifant in de Amerikaanse automarkt.

    Productie en aflevercijfers 3e kwartaal

    Het belangrijkste is dat Tesla afgelopen kwartaal twee van de drie gestelde doelen voor productie en aflevering van Tesla Model 3 gehaald heeft. Volgens voorlopige cijfers van het bedrijf heeft het in totaal 83,500 voertuigen afgeleverd. Waarvan 55,840 Model 3, 14,470 Model S en 13,190 Model X. Dat is 80% meer dan in geheel 2017 en het aantal Model 3’s dat is afgeleverd is verdubbeld t.o.v. het tweede kwartaal van 2018. Het bedrijf produceerde 53.000 Model 3 voertuigen, waarmee het productiedoel van 50 tot 55 duizend Model S voertuigen gehaald is. Het productiedoel van 5.000 Model S voertuigen per week is niet gehaald.

    Marktpositie Tesla

    Tesla publiceert geen gegevens over de geografische spreiding van auto’s die afgeleverd worden. Verschillende websites en analisten hebben hun eigen manier gevonden om schattingen te maken van het aantal verkopen in verschillende landen. Uit die schattingen komt naar voren dat Tesla haar marktpositie in de VS verder heeft verstevigd. De Model 3 staat inmiddels op de 5e plek van meest verkochte personenauto’s in de VS en is hard op weg verder te stijgen. Doordat de Model 3 duurder is dan de andere auto’s in de top 10 is het ook het automodel dat de meeste omzet genereert.

    Afgelopen jaar zijn er veel Tesla killers aangekondigd. Tot nu toe weet geen van deze voertuigen met verkoopcijfers in de praktijk te overtuigen. Tesla laat voorlopig de concurrentie ver achter zich en heeft als een van de weinige autofabrikanten een elektrisch model dat mee telt in de statistieken van alle auto’s. Tesla is inmiddels ook marktleider in het luxere segment van de Amerikaanse automarkt, geen geringe prestatie voor een bedrijf dat zes jaar geleden zijn eerste massaproductie aankondigde.

    China

    In China heeft Tesla last van de handelsoorlog tussen de VS en China. China heeft 40% importheffing op de Tesla geplaatst, waardoor de verkopen in China bijna opgedroogd zijn. Tesla zet daarom in op snelle bouw van een nieuwe fabriek in China. De ironie van handelsoorlogen: je wil lokale banen beschermen, maar je exporteert volledige fabrieken… Een fenomeen waar de VS kennis mee maakte toen er vrijwillige exportbeperkingen afgesproken werden met Japan om de marktpositie van Amerikaanse autofabrikanten te beschermen, waarna Japanse automerken fabrieken in de VS openden.

    Europa

    De Tesla Model 3 is nog niet leverbaar in Europa. Wat betekent dat andere fabrikanten in Europa marktaandeel in het elektrisch segment winnen. Fabrikanten van personenauto’s met brandstofmotor hebben echter wel last van de nieuwe testcyclus, waardoor meerdere modellen momenteel niet leverbaar zijn of zelfs niet geproduceerd worden. Een situatie waar Tesla, maar ook andere fabrikanten van elektrische auto’s van kunnen profiteren. De tijd zal leren of dat daadwerkelijk lukt of dat kopers van luxere personenauto’s wachten tot de bestaande modellen wel voldoen aan de nieuwe testcyclus.

    Schikking SEC

    Elon Musk kondigde in augustus via Twitter aan dat hij overwoog om Tesla van de beurs te halen tegen een aandelenprijs van US$420. Hij zou daarover in gesprek zijn met het Saoudisch staatsinvesteringsfonds. Dit fonds heeft echter recent een miljard dollar geïnvesteerd in Lucid, een start-up die wil concurreren met Tesla en waarvan de eerste auto’s naar verwachting rond 2020 geproduceerd worden.

    Tesla en Musk hebben hun voornemen om Tesla van de beurs te halen laten varen, mede nadat duidelijk werd dat veel bestaande aandeelhouders een minder groot aandeel wilden in een niet beursgenoteerd bedrijf. De Amerikaanse beurstoezichthouder, SEC, heeft wel een onderzoek uitgevoerd naar de aankondiging van Musk. De uitkomst daarvan is een schikking, waarbij zowel Tesla als Musk US$20 miljoen betalen en Musk aftreed als bestuursvoorzitter. Hij blijft wel aan als CEO. Een schuldbekentenis maakte geen onderdeel uit van de schikking met de SEC. Inmiddels heeft de rechtbank aan SEC en Tesla gevraagd om een onderbouwing van de schikking.

    Energieopslag en energieopwekking

    Over de zonnepanelenfabriek van Tesla is weinig nieuws bekend. Bij energieopslag is duidelijk dat Tesla tegen de grenzen van de productiecapaciteit aanloopt. Reden voor Panasonic om vervroegd te investeren in nieuwe productielijnen, waarmee de totale productiecapaciteit op 36 GWh per jaar komt, en voor Tesla om te investeren in nieuwe machines en robots om de accu’s van Panasonic samen te voegen tot accupakketten voor gebruik in de auto’s. Of de capaciteitsuitbreiding voldoende is voor Tesla om ook de vraag naar energieopslagsystemen weer aan te kunnen, of dat de focus op accu’s voor de elektrische auto’s blijft liggen is op dit moment onduidelijk.

    Conclusie

    Tesla heeft in het derde kwartaal van 2018 twee belangrijke doelstellingen voor de productie en aflevering van personenauto’s gehaald. De productieproblemen lijken daarmee onder controle, al resteren er nog wel uitdagingen in de aflevering en bij de reparatie van personenauto’s. Ook is nog onduidelijk of Tesla winst heeft gemaakt in het derde kwartaal van 2018 en of de kasstroom positief is. Toch is steeds duidelijker dat Tesla massaproductie van personenauto’s onder de knie heeft. Het wachten is op een antwoord van de concurrentie dat verder gaat dan conceptauto’s en bestaat uit verkoopcijfers van elektrische of waterstofauto’s.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.