Europese kolensector in mineur, net als in de VS

 De elektriciteitsproductie door kolencentrales in de EU is vorig jaar met bijna een kwart gedaald ten opzichte van 2018. De daling was het grootst in landen met veel wind- en zonne-energie. Ook werd er in 2019 voor het eerst meer elektriciteit opgewekt met behulp van zonne-energie en windenergie dan met kolen. Dat blijkt uit de jaarlijkse analyse van de elektriciteitsproductie door Sandbag en Agora Energiewende. De wereldwijde malaise in de kolensector is daarmee ook in de EU voelbaar.

Ontwikkeling van elektriciteitsproductie door kolen, wind- en zonne-energie.

De productie van elektriciteit dor kolencentrales in de EU daalt al sinds 2002. De productie van elektriciteit door zon en windenergie stijgt al jaren. Inmiddels wordt er meer stroom opgewekt met behulp van wind- en zonne-energie dan door kolencentrales. Als de dalende lijn van kolen doorzet produceert windenergie alleen meer stroom dan kolencentrales. Sinds 2010 daalde de elektriciteitsproductie van kolencentrales met 10%.

De daling doet zich voor in alle landen van de EU, maar met name in landen met veel groene stroom. In Duitsland daalde de productie van kolenstroom met 58 TWh, waarvan 26 TWh steenkool en 32 TWh bruinkool. Daarmee zet ook de daling van bruinkool nu door. Bruinkoolcentrales stoten meer CO2 uit en hebben dus ook meer last van de gestegen CO2 prijzen. Uniper heeft inmiddels aangeven haar Duitse steenkoolcentrales in 2025 te willen sluiten.

Gas krijgt geen voet tussen de deur

Ondanks de vaak gebezigde opvatting dat aardgas een belangrijke transitiebrandstof is wisten gascentrales de afgelopen jaren niet te profiteren van de afname van elektriciteitsproductie door kolencentrales. De elektriciteitsproductie van gascentrales steeg in 2019 wel, maar ligt nog steeds 1% lager dan in 2010. Ook het aantal nieuw gebouwde gascentrales valt tegen. Wat al duidelijk was uit de problemen die Siemens heeft bij haar gasturbine onderdeel. Een onderdeel dat Siemens probeert te verzelfstandigen en waarvan het de Hengelose vestiging in 2018 verkocht aan VDL. Slechts in een beperkt aantal landen wist gas te profiteren van de daling van kolenstroom.

Verandering in elektriciteitsmix per land 2010-2019

Wat ook opvalt is dat de daling van kolenstroom het grootst is in landen met veel groene stroom. Met name in Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland daalt de hoeveelheid kolenstroom. Ook in kolenland Polen is de elektriciteitsproductie van kolencentrales gedaald. De productie van wind- en zonne-energie steeg sinds 2010 juist met met 13%. De elektriciteitsproductie van kerncentrales en biomassa/biogas veranderde nagenoeg niet. De elektriciteitsproductie van kernenergie daalde met een kleine 1%, vooral doordat kerncentrales in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk minder stroom produceerde.

Ontwikkeling CO2 emissie elektriciteitssector

Door de daling van kolenstroom en de daling in het elektriciteitsverbruik is ook de CO2 uitstoot van de elektriciteitssector gedaald. Ten opzichte van 2018 daalde de CO2 emissie van de elektriciteitssector met 12%. De verwachting is dat er dit jaar wederom veel wind- en zonne-energie bij gaat komen in de EU. Sandbag en Agora Energiewende verwachten daarom dat de daling van kolenstroom in 2020 door zal zetten.

Ontwikkelingen in de VS

De situatie in de Verenigde Staten was niet veel beter dan in de EU in 2019. Ondanks Trump’s verkiezingsbelofte om de kolensector te helpen, sloot een fors aantal kolencentrales de deuren. De verwachtingen voor 2020 zijn niet veel beter.

De Energy Information Administration (EIA) verwacht dat het aandeel van kolen in de Amerikaanse elektriciteitsmix de komende vijf jaar terugloopt naar ongeveer 13%. Mogelijk dat er nog wat cadeau’s worden uitgedeeld in de verkiezingstijd om onrendabele kolencentrales open te houden. Het is echter een kwestie van tijd tot goedkopere aardgascentraels, maar vooral ook duurzame elektriciteitsproductie de rol van kolen overnemen in de VS. Daarmee lijkt ook voor de VS de rol van aardgas als transitiebrandstof eindig.

Ontwikkelingen Japan

Japan is een van de weinige resterende landen die snelheid maakt met de bouw van nieuwe kolencentrales. De komende vijf jaar wil Japan 22 nieuwe kolencentrales bouwen. Daarmee zet Japan de geloofwaardigheid van ‘de groen’ Olympische Spelen nog meer onder druk. Eerder werd al bekend dat de waterstof voor de Olympische Spelen geproduceerd gaat worden met Australische bruinkool.

Conclusie

In de EU en in de VS is de neergang van de kolensector in 2019 niet tot staan gebracht en het lijkt er ook niet op dat dat de komende jaren zal veranderen. In de EU zijn er nog slechts 8 lidstaten waar de discussie over de einddatum voor kolen nog moet beginnen, 2 waar de discussie loopt en 16 die een einddatum hebben ergens tussen 2020 en 2038.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Energieverbruik en -productie januari 2020

Januari is afgelopen en de energiestanden zijn nu echt allemaal binnen, dus na de eerdere analyse van het energieverbruik voor verwarming is het nu tijd voor analyse van het totale energieverbruik in januari. In onderstaande tabel de kerngetallen:

Wat (in kWh/maand)20192020verschil
Ruimteverwarming1307592-55%
Warm water20222512%
Apparaten349286-18%
Verbruik/graaddag2,711,53-43%
Gasverbruik1498225-85%
Elektriciteitsafname349892156%
Teruglevering14
Elektriciteitsverbruik349878152%
Zonnepanelen4938-22%
Zonnedelen440%
Winddelen187159-15%
Zonneboiler100-100%
Totaal opwekking250201-20%
Netto elektriciteitsverbruik109677523%
Opdeling energieverbruik en -productie in januari uitgedrukt in kilowattuur.

Wat opvalt, maar wat ik al uitgebreid besproken heb ik dat het energieverbruik voor verwarming fors gedaald is, zowel het verbruik per graaddag (door overschakeling van HR-ketel naar infraroodverwarming) als het totale verbruik (doordat januari 2020 warmer was dan januari 2019). Ook het verbruik van apparatuur lag lager, dit komt grotendeels doordat de infraroodverwarming van de badkamer in januari meetelt als verwarming en in januari 2019 nog meetelde onder apparaten. Een verschil van 83 kWh. Oftewel: het energieverbruik van apparaten is eigenlijk met 20 kWh gestegen.

Over de hele linie viel de duurzame energieproductie tegen t.o.v. 2019 met een daling van 20%. Wat betekent dat we netto 677 kWh van het net afnamen in januari.

Ontwikkeling aardgasverbruik

Nu we na 8 jaar bijna van het gas af zijn is het wel aardig om de ontwikkeling van het gasverbruik te bekijken. Omdat de meeste mensen nog steeds in kubieke meters rekenen heb ik het gasverbruik in onderstaande grafiek in m3 uitgedrukt.

In blauw staat het werkelijk gasverbruik. In rood het gasverbruik als gecorrigeerd wordt voor warme en koude winters met behulp van graaddagen. Zoals te zien valt maakt ons gasverbruik een fraaie duikeling door. We hebben thuis een jaar of vijf andere prioriteiten gesteld, maar begin 2019 toch de knoop doorgehakt om over te stappen op infraroodverwarming van ThermIQ. Wat betekent dat vanaf maart het gasverbruik enkel nog voor warm water zal zijn.

Investeringskosten voor onze label C woning tot nu toe:

PostKosten
ZonneboilerEuro 5.600
InfraroodverwarmingEuro 8.700
Subsidie zonneboiler-/- Euro 1.100
TotaalEuro 13.200
Overzicht investeringskosten van gas los in label C woning.

Ontwikkeling bruto energieverbruik

Ons bruto energieverbruik in januari ligt lager dan we ooit hebben gehad. De daling in december 2019 lijkt dus niet eenmalig.

Door de maanden heen varieert het energieverbruik fors. Vooral in het stookseizoen is fors meer energie nodig om het huis warm te houden. Wat dit stookseizoen opvalt is dat de piek veel minder hoog ligt dan met aardgas. Waarbij ik wel de kanttekening wil maken dat onderstaande grafiek niet is gecorrigeerd voor graaddagen. Zoals al eerder gezegd maakt dat voor de conclusie niet heel veel uit. Het energieverbruik per graaddag lag in januari dit jaar 43% lager dan in januari 2019, terwijl het totale energieverbruik voor verwarming 55% lager lag. Dat maakt dat 12% van het lagere energieverbruik toe te schrijven is aan de warmere winter.

Ook het bruto energieverbruik op jaarbasis toont een dalende lijn, waarbij vooral het verbruik voor verwarming daalt. Precies zoals verwacht toen we in maart vorig jaar de overstap naar infraroodverwarming maakten.

Het aandeel van verwarming in ons totale energieverbruik is nog steeds aan het dalen, zoals onderstaande grafiek goed laat zien.

Als ik het energieverbruik combineer met hoe we onze energie produceren of inkopen ontstaat onderstaand beeld per maand:

Waarbij goed te zien is dat het gasverbruik laag blijft in vergelijking met voorgaande stookseizoenen, terwijl de inkoop van stroom juist stijgt. Ook is te zien dat de piek in ons energieverbruik lager ligt dan voorgaande jaren.

Op jaarbasis is te zien dat het verbruik van elektriciteit sinds maart 2019 stijgt en het gasverbruik daalt. Beide met een tijdelijke pauze buiten het stookseizoen, omdat we niets verandert hebben aan de wijze waarop we warm water regelen.

Op jaarbasis is goed te zien dat het aandeel aardgas fors terugloopt in ons energieverbruik. Ook hier is te zien dat er in de zomermaanden weinig tot geen verschuiving plaats vind.

Het aandeel zelf opgewekte energie op jaarbasis is opgelopen van 43% in januari 2019 naar 53% in januari 2020. Terwijl de hoeveelheid zelf opgewekte energie in absolute zin met ruim 300 kWh is teruggelopen in dezelfde periode.

Ingeschat jaarverbruik Greenchoice

Een laatste aardigheidje is de ontwikkeling van de inschatting die GreenChoice, waar we al sinds we in Schiedam wonen klant zijn, maakt van ons elektriciteitsverbruik.

Sinds we een slimme meter hebben ontvangen we iedere maand een overzicht van ons energieverbruik. Meest opvallend daarin vind ik de inschatting van het netto elektriciteitsverbruik per jaar door Greenchoice. De blauwe balken geven aan hoe het werkelijke verbruik zich ontwikkeld. Hierin zijn wel onze zonnepanelen meegenomen, maar niet onze winddelen en zonnedelen. De rode balken geven aan hoe Greenchoice ons jaarverbruik inschat. In de zomermaanden loopt dat nog redelijk parallel. Vanaf september 2019 gebeuren er echter rare dingen in de inschatting van Greenchoice.

Waar zij denken dat ons netto elektriciteitsverbruik tussen de zevenduizend en tienduizend kilowattuur uit gaat komen kruipt ons werkelijke netto elektriciteitsverbruik richting de 4.000 a 5.000 kilowattuur. Overigens is het wel een verbetering sinds de slimme meter is geïnstalleerd, want vorig jaar maart dachten ze nog dat we rond de 14.000 kWh uit zouden komen.

Conclusie

Al met al ben ik niet ontevreden. Ons bruto energieverbruik op jaarbasis is ruim onder de 10.000 kWh gezakt en met een beetje beter ons best doen is zelfs de 8.000 kWh grens in zicht. Ons nette elektriciteitsverbruik is opgelopen, zoals verwacht was toen we de infraroodverwarming installeerden.

Quote du Jour | “I’m done with fossil fuels. They’re done”

ExxonMobil en Chevron hebben goede kwartaalcijfers bekend gemaakt, toch dalen de aandelenkoersen. Jim Cramer, presentator van Mad Money on CNBC, stelt:

I’m done with fossil fuels. They’re done. They’re just done. (…) We’re seeing divestment all over the world. (…) We’re in the death knell phase (…) This is the other side of Tesla. (…) These are tabacco, we’re not gonna own them any more.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Klimaatzaak kinderen vs. VS afgewezen

De uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad in de klimaatzaak die Urgenda tegen de Nederlandse overheid had aangespannen leverde wereldwijd publiciteit op. Sinds 2015 loopt er een soortgelijke zaak in de VS. Een groep van 21 kinderen was van mening dat het beleid dat voormalig president Obama voerde om de nationale fossiele energiewinning te verhogen hun recht op een veilig klimaat op het spel zette. De kinderen klaagden de federale overheid aan.

Obama en President Trump hebben de afgelopen jaren hun best gedaan het niet tot een inhoudelijke behandeling van de zaak te laten komen. In een uitspraak van het Ninth Circuit Court of Appeals wordt de zaak door de rechters afgewezen.

De rechters waren het er alle drie over eens dat klimaatverandering een urgent, bedreigend probleem is, maar oordeelden dat de eisers, die tussen de 8 en 19 jaar oud waren toen de zaak werd aangespannen, geen grond voor de aanklacht hadden. Het zetten van klimaatdoelstellingen is volgens de rechters aan de wetgevende macht. In het vonnis stellen de rechters:

The panel reluctantly concluded that the plaintiffs’ case must be made to the political branches or to the electorate at large.

Tegenslag voor klimaatactivisten

De uitspraak betekent een tegenslag voor klimaatactivisten. De uitspraak was niet unaniem. In het meerderheidsoordeel geeft rechter Andrew Hurwitz toe dat de klimaatrisico’s groeien en dat jongeren de ergste gevolgen ondervinden van stijgende gemiddelde temperaturen, zoals teeds destructievere overstromingen en branden:

In the mid-1960s, a popular song warned that we were ‘on the eve of destruction,’” he wrote. “The plaintiffs in this case have presented compelling evidence that climate change has brought that eve nearer.

Ook geven de rechters aan dat de jongeren overtuigend hebben aangetoond dat de federale overheid niet enkel gefaald had bij het terugdringen van de CO2 emissies, maar ook actief de ontwikkeling van fossiele brandstoffen had bevorderd.

Een van de drie rechters, Josephine Staton, is het niet eens met het meerderheidsoordeel en stelt in haar minderheidsstandpunt:

It is as if an asteroid were barreling toward Earth and the government decided to shut down our only defenses. Seeking to quash this suit, the government bluntly insists that it has the absolute and unreviewable power to destroy the Nation.

De advocaten van de jongeren geven ook aan dat de zaak voor niet is afgedaan met deze uitspraak. In een verklaring stellen ze:

The Court recognized that climate change is exponentially increasing and that the federal government has long known that its actions substantially contribute to the climate crisis. Yet two of the judges on the Panel refused to set the standard for redressing the constitutional violation, to protect our Nation’s children.

Daarnaast lopen er inmiddels diverse soortgelijke zaken in verschillende staten. Ook rechtenstudenten beginnen zich met de zaak te bemoeien. Recent is een groep studenten begonnen met druk uitoefenen op advocatenkantoren die fossiele energiebedrijven vertegenwoordigen in klimaatzaken. Ze roepen de advocatenkantoren op om zich terug te trekken en mede-studenten om niet voor de betreffende advocatenkantoren te gaan werken. Daarmee volgen ze de strategie van Australische ingenieurs.

Klimaatzaak openbaar aanklager New York – ExxonMobil

Een andere tegenslag voor klimaatactivisten is dat de openbaar aanklager van New York haar zaak over misleiding en fraude tegen Exxon verloor. De openbaar aanklager van New York was van mening dat Exxon beleggers had misleid over de effecten van klimaatverandering op de waarde van het bedrijf en haar bedrijfsactiviteiten. De rechter ging hier in december niet in mee. De openbaar aanklager van New York heeft inmiddels laten weten niet tegen de uitspraak in beroep te gaan.

Klimaatzaken

Met het winnen van bovenstaande zaken zijn de zorgen van de fossiele industrie over klimaatzaken niet weg. Verschillende staten en steden werken nog steeds aan rechtszaken tegen de olie-, gas- en kolenindustrie. Uit Amerikaanse wob-verzoeken komen daarbij inmiddels ook e-mails boven tafel die vragen oproepen over de rol van het Ministerie van Justitie. De mails suggereren dat er afstemming heeft plaatsgevonden tussen de olie- en gasindustrie en het ministerie van Justitie over de inbreng van de federale overheid in de rechtszaken van verschillende staten tegen de olie- en gasindustrie. Soortgelijke contacten zijn er niet geweest met de staten die de rechtszaken hebben aangespannen.

Tegelijkertijd laten de rechterlijke uitspraken in de VS zien dat het ook na de uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad in de klimaatzaak afwachten is hoe rechters in andere landen in soortgelijke zaken zullen vonnissen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Wereldwijde daling autoverkoop

De wereldwijde auto-industrie heeft te maken met een terugval van de vraag naar auto’s. LMC automotive heeft zijn rapport met wereldwijde verkoopcijfers vorige week gepubliceerd, hieruit blijkt een daling van het totaal aantal verkochte auto’s van 94,4 miljoen in 2018 naar 90,3 miljoen in 2019. Dat is een daling van 4%. LMC heeft de data niet uitgesplitst naar brandstofvoertuigen en elektrische auto’s. Cleantechnica houdt deze gegevens wel bij en op basis van gegevens van de 3 grootste markten (China, Europa en de VS) en schattingen voor de overige markten komen ze uit op een stijging van de verkoop van elektrische auto’s met 9,5% (volledig elektrische en hybrides). Het aantal verkochte brandstofauto’s is volgens deze zelfde schatting wereldwijd gedaald met 4,7%.

Ontwikkelingen per markt

De Chinese markt blijft de lastigste markt voor verkopers van brandstofauto’s (benzine, diesel en lpg). De verkoop van brandstofauto’s daalde in China met bijna 8,4% ten opzichte van 2018. De verkoop van elektrische auto’s liep met 4% terug, doordat de Chinese overheid haar stimuleringsbeleid bijstelde. Ondanks de daling van de verkoop van elektrische auto’s steeg hun marktaandeel van 4,5% naar 4,7%.

In de VS daalde de verkoop van brandstofauto’s met 1,1%, de verkoop van elektrische auto’s daalde nog harder met 8,9%. Volgens Cleantechnica ontbreekt het in de VS aan een aantrekkelijk en betaalbaar aanbod van elektrische auto’s. Zo waren de Hyundai Kona EV, de Kia e-Nero en de MG ZS EV in 2019 nog niet verkrijgbaar in de VS. Het beeld wordt verder vertekend doordat Tesla eind 2018 zoveel mogelijk Model 3’s afleverde in de VS om eigenaren van de belastingvoordelen te laten profiteren.

In Europa steeg de verkoop van brandstofauto’s met minder dan 0,1%, voornamelijk door een piek in de verkopen in het vierde kwartaal. Deze piek kan te maken hebben met de strengere CO2 eisen aan autofabrikanten die vanaf dit jaar gelden. De verkoop van elektrische auto’s lag veel hoger met een stijging van 43%. Het marktaandeel van elektrische auto’s komt daarmee uit op 3,8%. Waarmee het marktaandeel van elektrische auto’s in de EU het marktaandeel in China begint te naderen.

Ondanks het terugschroeven van de voordelen voor elektrisch rijden in bv. Nederland is de verwachting dat de verkoop in de EU in 2020 zal stijgen. Autofabrikanten moeten er vanaf dit jaar voor zorgen dat alle auto’s van hun bedrijf die in 2020 in de EU nieuw worden verkocht samen niet meer dan 95 gram CO2 per kilometer uitstoten. Bij een hogere uitstoot volgen boetes. Fiat Chrysler heeft bij Tesla al CO2 rechten gekocht om de boetes te ontlopen. De toenemende populariteit van SUV’s, die meer CO2 uitstoten per kilometer, en de invoer van de nieuwe testcyclus na het dieselgate schandaal maken het voor autofabrikanten niet gemakkelijker.

De grootste autofabrikanten van Europa gaan hun doelstellingen waarschijnlijk niet halen en kunnen boetes tegemoetzien met een totale waarde van 14,5 miljard euro of meer. PA Consulting, de internationale innovatie- en transformatieconsultant, concludeert dit in zijn jaarlijkse vooruitblik op de prestaties van autofabrikanten ten opzichte van de verplichte Europese CO2 emissiedoelstellingen. Volkswagen kan, mede dankzij de hoge verkoopcijfers in Europa, een boete van zo’n 4,5 miljard euro verwachten. Geld dat niet gestoken kan worden in voorkomen dat het bedrijf de nieuwe Nokia wordt. Maar ook andere merken die voorheen goed op koers lagen, zoals Renault-Nissan-Mitsubishi, Volvo en Jaguar Land Rover, liggen niet langer op schema. Zelfs Toyota, de marktleider in hybride voertuigen, zal volgens de voorspellingen de doelstellingen niet gaan halen. Verschillende autofabrikanten hebben inmiddels hun vergoedingen aan dealers aangepast om hun dealers te stimuleren meer CO2 arme modellen te verkopen. Daimler, het moederbedrijf van Mercedes en Smart, heeft vorig jaar al een grote bezuinigingsoperatie aangekondigd.

De hoogte van de boetes kunnen er voor zorgen dat het voor autofabrikanten interessant wordt om elektrische auto’s met forse kortingen te verkopen, om op die manier boetes te verlagen. De mogelijkheden om ze volledig te ontlopen zijn echter beperkt, omdat dat een forse stijging van de productie van elektrische auto’s vergt. Gelet op de problemen die bv. Volkswagen en Mercedes lijken te ondervinden bij het opschalen van de productie van hun elektrische auto’s lijkt het onwaarschijnlijk dat dit voldoende zode aan de dijk gaat zetten.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

2019: het jaar van worstelen met de impact van klimaatverandering

In 2019 publiceerde Jelmer Mommers zijn boek Hoe gaan we dit uitleggen? en kreeg Urgenda gelijk van de Hoge Raad in de zaak over de minimaal te behalen CO2 reductie door de Nederlandse overheid. Er waren vorig jaar echter veel meer goede en lezenswaardige publicaties van klimaatwetenschappers, activisten en mensen die worstelen met het onder ogen zien van de gevolgen van klimaatverandering. Hieronder een selectie, vul gerust aan in de commentaren.

Het goede nieuws

In een publicatie in december 2019 stellen klimaatwetenschappers Zeke Hausfather en Justin Ritchie dat het business as usual scenario nu leidt tot 3 graden opwarming in 2100 ten opzichte van pre-industriële temperaturen. Nog steeds ver boven de doelstelling van het klimaatakkoord van Parijs, maar beduidend lager dan de 4 tot 5 graden opwarming uit veel oudere business as usual scenario’s.

Zekerheid is er niet te geven, omdat er nog veel variabelen zijn die kunnen veranderen. Zoals de kosten van duurzame energie, energieopslag en de ontwikkeling van zero-emission vervoer. De positieve kant van het verhaal van Hausfather en Ritchie is dat klimaatbeleid dus wel degelijk werkt. Het gaat niet snel genoeg, maar de verwachte opwarming voor het jaar 2100 kan met 1 tot 2 graden naar beneden bijgesteld worden met dank aan het gevoerde beleid in verschillende landen in de afgelopen decennia.

Het belang van hoop en de vijf stappen om optimistisch te blijven over klimaat worden mooi beschreven in deze bijdrage van Climate Reality. In een bijdrage voor Harvard Business Review vragen Alice Chen en Vivek Murthy zich af of we niet optimistischer zouden moeten zijn over de aanpak van klimaatverandering.

Volgens klimaatwetenschapper Katharine Hayhoe hebben we een visie voor een betere toekomst nodig. Een visie die Chris Turner leverde in een opiniebijdrage, waarin hij stelde dat de toekomst groener is dan dan de meeste mensen denken. Ook de jaarlijkse vooruitblik van Michael Liebreich, topman bij Bloomberg New Energy Finance, biedt zicht op een betere toekomst. Hij voorspelt een snellere daling van de CO2-emissies dan veel mensen verwachten. Liebreich verwacht niet dat de daling genoeg is om binnen de bandbreedte te blijven die volgens het IPCC nodig is om onder de 2 graden Celsius opwarming te blijven (20% wereldwijd). Wel verwacht hij komend decennium een daling van de wereldwijde emissies met 5%. Eerder vorig jaar beredeneerde hij al dat de doorbraak van hernieuwbare energie wel eens veel eerder kan komen dan oliemaatschappijen denken. Ook David Roberts, milieujournalist bij Vox, brak vorig jaar een lans voor voorwaardelijk positivisme over het aanpakken van klimaatverandering. Voor Nederland kwam de WUR recent met een hoopvolle publicatie over hoeveel groener Nederland er in 2120 uit zou kunnen zien.

De zorgen

Al deze positieve denkers daar gelaten zijn de gevolgen van de al ingebakken klimaatverandering nog steeds enorm. De bosbranden in Australië zijn het meest recente voorbeeld van een van de verwachte effecten van klimaatverandering die waarheid wordt. Voor de toekomst van Nederland zijn de bijgestelde projecties voor de toekomstige zeespiegelstijging van groter belang. Vrij Nederland stelde vorig jaar dan ook dat de zeespiegelstijging voor Nederland een groter probleem is dan we beseffen. Deltares bracht in 2018 een rapport uit waarin onderzocht is wat de gevolgen zouden zijn van een versnelde zeespiegelstijging na 2050. In 2018 stelde Peter Kuipers Munnike al in NRC dat het niet meer de vraag is of, maar vooral wanneer Nederland onder de zeespiegel verdwijnt. Geen prettig vooruitzicht en het laten doorwerken van die kennis kan leiden tot psychische problemen. Om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden is dan ook vooral moed nodig, zo schrijft klimaatwetenschapper Kate Marvel.

Psycholoog Renee Lerzman beschrijft in dit artikel hoe praten over onze angsten kan helpen bij communicatie over klimaatverandering. Terwijl Meg Ruttan Walker in dit lezenswaardige artikel stelt dat actie de enige remedie tegen dit soort klimaatangsten en klimaatdepressie. Waarbij we volgens Mary Heglar moeten stoppen om elkaar de maat te nemen met betrekking tot onze individuele acties, maar ons moeten richten op het grotere plaatje. Het merendeel van de CO2 emissies wordt veroorzaakt door een handjevol bedrijven. Onze focus zou veel meer op deze bedrijven gericht moeten zijn in plaats van op het ons aanpraten van een schuldgevoel omdat we direct of indirect producten of diensten van deze bedrijven afnemen.

Ondanks de zorgelijke vooruitzichten en het feit dat wereldwijd het beleid nog steeds niet in lijn is met het klimaatakkoord van Parijs breekt Bina Venkataraman in de Washington Post een lans voor klimaatoptimisme. Juist nu een kleine maar groeiende groep stelt dat klimaatverandering niet meer te stoppen is en we ons maar beter bij de komende veranderingen kunnen neerleggen. Naast de vaak genoemde standaardreacties vluchten, bevriezen of vechten is er volgens wetenschapper Susanne Moser een vierde mogelijkheid: bevrienden.

Wie uiteraard niet mag ontbreken is Michael Mann, die in zijn bijdrage voor Time Magazine terugkijkt vanuit 2050 en ziet dat we de ergste gevolgen van klimaatverandering hebben weten te voorkomen.

Afsluitend

Ik sluit af met hetzelfde artikel van Diego Arguedas Ortiz uit 2020 waar Katharine Hayhoe haar twitterdraad waar dit artikel op gebaseerd is mee afsluit. In zijn artikel vraagt Ortiz zich af of het verkeerd is om optimistisch te zijn over klimaatverandering. Volgens hem niet, zolang het realistisch, rationeel en actief is.

Dit bericht is gebaseerd op een twitterdraad van Katharine Hayhoe, waar ook meer leesvoer over dit onderwerp te vinden is.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Energieverbruik verwarming januari 2020

Januari is voorbij. Ik heb nog niet alle energiestanden binnen, maar al wel het verbruik van de verwarming. Tijd dus om alvast te kijken naar de ontwikkeling daarvan.

Wat opvalt is dat ons energieverbruik voor verwarming fors lager ligt dan vorig jaar.We hebben 55% minder energie verbruikt dan in 2019. Nu is die vergelijking niet helemaal eerlijk, omdat januari 2020 ook minder koud was dan januari 2019. Januari 2020 had 386 graaddagen, 85 minder dan januari 2019.

Ons gedrag hebben we nauwelijks aangepast. De gemiddelde temperatuur van de woonkamer, waar we het meest stoken, was net als in januari 2019 19,8 graden Celsius. De minimum temperatuur was met 16,8 graden Celsius 0,3 graden hoger dan in 2019. De maximumtemperatuur lag met 22,1 graden Celsius juist 0,6 graden lager dan in 2019. Dat is iets wat ik eerder dit jaar ook al constateerde: infraroodverwarming lijkt de lucht bij onze thermometer (die bovenop een kast van 2 meter ligt) minder te verwarmen dan de hr-ketel die met luchtverwarming werkt. Wat gunstig is voor het energieverbruik, want we hebben niks aan de warmte op 2 meter hoogte.

Energieverbruik gecorrigeerd voor temperatuur

In bovenstaande grafiek is te zien dat het energieverbruik per graaddag ook een stuk lager lag in januari 2020 dan in januari 2019 en dat ook het voortschrijdend gemiddelde over de laatste 12 maanden al een paar maanden daalt. Daarmee zet de daling van maart en april 2019 voort.

Ook als uitgegaan wordt van een standaard jaar lag het energieverbruik voor verwarming in januari fors lager dan in voorgaande jaren. Het energieverbruik voor verwarming lag 46% lager dan het gemiddelde van het energieverbruik voor verwarming in januari 2011 t/m 2019 (exclusief 2013). Dat is wederom fors hoger dan de 15% besparing die door sommigen wordt voorgespiegeld als ‘gedragseffect’ en dan de 24% besparing waar CE mee rekent in haar CEGOIA model.

In bovenstaande grafiek is te zien dat het energieverbruik op jaarbasis inmiddels lager ligt dan verwacht op basis van CE’s Cegoia model en ons gasverbruik in 2018. Het ligt ook lager dan verwacht op basis van het Cegoia model op basis van ons langjarig gemiddelde gasverbruik. Ons energieverbruik voor verwarming ligt inmiddels ook lager dan ik zelf in november had ingeschat. Het lijkt er op dat we voor een standaard jaar richting de 3.300 kWh zakken, terwijl we per jaar gemiddeld 5.600 kWh aan gas verbruikten voor verwarming in de periode 2011-2018 (als ik 2013 buiten beschouwing laat).

Onze infraroodverwarming van ThermIQ zou daarmee 40% energie besparen ten opzichte van een hr-ketel. Dat is aanzienlijk meer besparing dan ik zou verwachten op basis van de gegevens uit het Cogeia model van CE of uit de studie van DWA voor het Lenteakkoord.