Energieverbruik en energieopwekking december 2018

Het nieuwe jaar is begonnen. Dus tijd om het energieverbruik van december te analyseren en de jaarlijkse energierekening. Om te beginnen met de cijfers van december.

Energieverbruik december 2018 vergeleken met december 2017

Vergeleken met 2017 is ons energieverbruik in december gedaald en de energieopwekking gestegen.

Wat20172018verschil
Gasverbruik130111-15%
Verbruik/graaddag0.30.27-10%
Elektriciteitsverbruik3233436%
Zonnepanelen478479%
Zonnedelen111755%
Winddelen129111-14%
Totaal opwekking18721213%
Netto elektriciteitsverbruik136131-4%
Saldo jaarbasis-249-39860%

Vergeleken met 2017 is ons gasverbruik in december gedaald. Zowel in absolute zin, als per graaddag. Ons totale gasverbruik lag met 111 kubieke meter 15% lager dan in 2017. Het gasverbruik per graaddag (dus gecorrigeerd voor de buitentemperatuur lag 10% lager). Het elektriciteitsverbruik lag 6% hoger dan in december 2017. De energieopwekking lag hoger. De winddelen presteerden 14% minder goed dan in 2017, onze zonnepanelen en zonnedelen leverden veel meer op dan in december 2017. Per saldo hebben we daardoor 131 kilowattuur meer verbruikt dan opgewekt, iets minder dan de 136 kilowattuur van december 2017.

Energieverbruik

Ons gasverbruik schommelt zoals altijd met het seizoen, waarbij in de zomer bijna alle benodigde warmte geleverd wordt door onze zonneboiler. Het gasverbruik in de zomer zou nog iets hoger kunnen zijn als we ’s zomers de cv ketel uitzetten en deze slechts 1 keer per week een uurtje aanzetten om te voorkomen dat de pomp vast gaat zitten. Ons elektriciteitsverbruik ligt redelijk constant.

Ons voortschrijdende gasverbruik per 12 maanden is in 2018 met 8% gestegen ten opzichte van 2017. Met 712 kubieke meter blijft het aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddeld. Ondanks dat vormt warmte de hoofdmoot van ons energieverbruik. Op jaarbasis bestaat 81% van ons energieverbruik uit warmte, dat geleverd wordt door gas en door onze zonneboiler.

Energieopwekking

In december 2018 hebben 212 kilowattuur elektriciteit opgewekt. Daarmee komt het totaal voor 2018 op 3.793 kilowattuur. Meer dan ons jaarverbruik aan elektriciteit. Daarnaast heeft onze zonneboiler naar schatting zo’n 1.330 kilowattuur aan warmte opgeleverd. Het blijft een schatting, omdat ik geen precieze cijfers heb over de warmteproductie van onze zonneboiler en omdat ik geen precieze uitsplitsing heb van ons gasverbruik naar verwarming en warm water.

Het aandeel eigen opwek in ons jaarverbruik is al een paar stabiel rond de 40%. We hebben wel wederom meer elektriciteit opgewekt dan verbruikt, dit jaar bijna 400 kilowattuur tegen 250 kilowattuur in 2017.

Grafiek met energie

Zonneenergie

De kostprijs van onze zonnestroom is inmiddels gedaald naar 32 Eurocent per kilowattuur, nog steeds boven de prijs van een kilowattuur. De panelen liggen er dan ook pas sinds de zomer van 2013.

Winddelen

Onze winddelen hebben afgelopen jaar wederom minder opgewekt per winddeel dan 500 kilowattuur. In totaal hebben de winddelen ons sinds 2013 Euro 507,45 opgeleverd. Dat is 100 Euro minder dan verwacht. De kostprijs van onze windenergie zit daarmee op 13,8 Eurocent, dat is hoger dan de verwachte 11,5 Eurocent. Of dat komt door minder wind of doordat de opbrengstverwachting per winddeel die de Windcentrale heeft voorgeschoteld te optimistisch was in 2012 weet ik niet.

Vanaf 2019 lopen de onderhoudscontracten voor de windmolens waarin we winddelen hebben af, dat betekent dat we vanaf dit jaar onderhoudskosten gaan betalen. Of de onderhoudskosten wel goed ingeschat zijn door de Windcentrale gaan we eind dit jaar ontdekken.

Netto energieverbruik 2018

Ons netto energieverbruik is uitgekomen op 6.554 kilowattuur, dat is inclusief ons gasverbruik en de zonneboiler. Daarmee ligt ons netto energieverbruik in lijn met eerdere jaren. Ten opzichte van 2014 (ons zuinigste jaar) ligt het netto energieverbruik 13% hoger. Ondanks het feit dat we sinds 2014 meer zonnedelen hebben bijgekocht.

Ons netto energieverbruik per vierkante meter verschilt ook weinig met voorgaande jaren, aangezien ons huis nog steeds niet gegroeid is ligt ook het energieverbruik per vierkante meter 13% hoger dan in 2014.

Ons netto energieverbruik per graaddag ligt iets hoger dan vorig jaar. Al is het verschil in de tweede helft van het jaar wel kleiner geworden. Vooral door een hogere opbrengst van onze zonnepanelen en zonnedelen.

Variabele energiekosten

Het laatste deel voor nu is de ontwikkeling van onze variabele energiekosten in 2018.

In 2018 zijn onze variabele elektriciteitskosten iets lager uitgevallen dan in 2017. Met 171 Euro liggen de elektriciteitskosten slechts 1,3% hoger dan ons zuinigste jaar 2014.

Onze variabele gaskosten liggen met Euro 476 zo’n 25% boven ons zuinigste jaar 2014. Deels komt dit door een hoger verbruik, deels door de gestegen gasprijs. Waarbij met name ook de verhoging van de energiebelasting en de opslag duurzame energie meespelen.

Onze totale variabele energiekosten zijn ten opzichte van 2014 met 17% gestegen. Een deel daarvan komt doordat ons energieverbruik hoger ligt (11% t.o.v. 2014). Een belangrijk deel komt echter doordat de opslag duurzame energie gestegen is en doordat de energiebelasting op gas gestegen is.

De verandering in de totale energierekening, inclusief de vaste lasten, bewaar ik voor een volgende keer.

Infraroodverwarming effectiefste weg naar aardgasvrij?

Afgelopen jaar is de discussie over hoe we onze huizen gaan verwarmen na aardgas in volle hevigheid losgebarsten. Vooral het verbod op aardgas bij nieuwbouwwoningen deed het nodige stof opwaaien. De grote uitdaging zit echter niet in de nieuwbouw, maar in de bestaande bouw. Bij nieuwbouw worden de energetische bouwnormen steeds scherper, waardoor verwarmen zonder aardgas ook steeds eenvoudiger wordt. Bestaande bouw is er in vele smaken, waardoor er ook vele oplossingen mogelijk zijn. Wat ook blijkt uit de plannen in de 27 proefwijken die van gas af gaan. Natuurkundig zijn er drie vormen van warmteoverdracht: geleiding, convectie en straling. In dit artikel pleiten we voor meer aandacht voor een specifieke vorm van stralingswarmte: infraroodstralingspanelen.

Dit artikel is geschreven door Gerard de Leede en Krispijn Beek

Geleiding

Geleiding (conductie). Dit is warmteoverdracht binnen de desbetreffende stof, waarbij warmte stroomt van delen met een hoge temperatuur naar delen die kouder zijn. De warmtestroom is afhankelijk van het temperatuursverschil over de afstand en de interne weerstand tegen warmtestroom van het betreffende materiaal. Materialen met een hoge interne weerstand tegen warmtestroom zijn geschikt als isolatiemateriaal.

Convectie

Stroming (convectie). Dit is warmteoverdracht door verplaatsing van een warme vloeistof of een warm gas. Bijvoorbeeld door verplaatsing van warme lucht, deze wordt verwarmd door de radiator, stijgt op naar het plafond, koelt weer af en daalt daardoor weer. Als deze luchtstromen te groot worden is dat onaangenaam en wordt tocht of een koudeval ervaren.

Een centrale verwarming maakt gebruik van convectie. In Nederland beschikt het merendeel (>85%) van de woningen in Nederland over centrale luchtverwarming. Luchtverwarming is inefficiënt en verbruikt veel energie, omdat het volledige volume aan lucht in een ruimte moet worden opgewarmd, ongeacht hoeveel personen er zich in de ruimte bevinden. Warme lucht heeft ook de eigenschap om naar het plafond te stijgen, waar ze van geen nut is voor het verwarmen van personen in een ruimte. Dat betekent dat slechts een deel van het energieverbruik van de centrale verwarming nuttig wordt gebruikt voor het verwarmen van mensen.

Ondanks dat hoge energieverbruik levert luchtverwarming niet het gewenste resultaat op, zeker niet als meerdere mensen dezelfde ruimte delen. In het praktijkhandboek voor binennklimaat in kantoren wordt ervan uitgegaan dat 10 tot 15% van de mensen ontevreden is over het thermisch comfort (te warm of te koud) en dat 10 tot 20% ontevreden is over de ventilatie.

Stralingsverwarming

Bij straling (radiatie) is sprake van warmteoverdracht tussen twee lichamen, die niet met elkaar in aanraking zijn zonder gebruik te maken van een tussenstof. Het ene lichaam is warm en geeft daardoor veel elektromagnetische straling af en verliest zo warmte, en het andere lichaam absorbeert een deel van de binnenkomende straling en zet die om in warmte. De bekendste warmtestraling is de zonnestraling, die zich in het bereik UV-straling, zichtbaar licht en infraroodstraling laat opdelen.

Kris de Decker van Lowtechmagazine noemde stralingsverwarming in 2015:

een controversieel en slecht begrepen onderwerp. Er worden tegenstrijdige meningen verkondigd en er wordt soms met religieus fanatisme over gediscussiëerd. De wetenschap achter stralingswarmte is bijzonder complex en de regulering en normering lopen achterop.

Straling wordt niet geabsorbeerd door de lucht en verwarmt alle voorwerpen en muren/plafonds. Deze stralen terug naar mensen in de woning. Een persoon voelt warmte door overdracht van de hem direct omringende lucht, en stralingswarmte van alle voorwerpen en muren in de ruimte. Een goed voorbeeld van stralingswarmte is zonnewarmte in de sneeuw. Dit is tegelijkertijd een extreem voorbeeld want sneeuw reflecteert heel veel zonnestraling. Een infraroodpaneel gaat dit effect niet evenaren, de werking is wel vergelijkbaar. Leveranciers stellen dat infraroodstralingspanelen bij een 2 tot 3 graden lagere luchttemperatuur hetzelfde comfortniveau kunnen bieden als convectieverwarming. Per graad lagere temperatuur daalt het energieverbruik voor verwarming met ongeveer 6%. Er is nog geen goed kwantitatief onderzoek gedaan naar dit effect. Volgend jaar start hier wel onderzoek naar m.b.v. subsidie vanuit de landelijke TKI regeling.

Een mens is ook gevoelig voor tocht/trek, dat voelt direct kouder en onprettig. Bij IR straling ontstaat geen convectie, zoals dat wel gebeurt bij een warme radiator.

Verder is er een hypothese dat door de straling van de muur het vochtgehalte op en in de muur minder wordt, waardoor een betere isolatiewerking ontstaat.

Traditionele vormen van stralingswarmte zijn de gaskachel en de open haard of houtkachel. Modernere vormen zijn infraroodstralingspanelen, beter bekend als infraroodpanelen. In de praktijk is er een groot verschil in kwaliteit en stralingsfactor tussen verschillende leveranciers. Theoretisch is de stralingsfactor van een infraroodpaneel maximaal 60%. Peter Kosack, onderzoeker aan de Universiteit van Kaiserlautern, spreekt van infraroodstralingsverwarming als de stralingsfactor groter is dan 50%. Infraroodpanelen met een lagere stralingsfactor leveren vooral convectieverwarming.

Kosten bij aanschaf

De aanschafkosten hangen sterk af van de vraag welke stralingsbron gekozen wordt. Infraroodpanelen zijn in verschillende kwaliteiten verkrijgbaar. Voor onze eigen woning van 119 m2 kom ik (Krispijn) op basis van de tarieven die Thuisbaas rekent uit op ongeveer €10.000, inclusief installatiekosten. Als ik alleen de woonkamer en de hal onder handen neem, de twee ruimtes die het meest verwarmd worden, kom ik uit op €4.500, inclusief installatiekosten. Gelet op het beschikbare budget ligt momenteel de keuze voor om de woonkamer, hal en de slaapkamers van de kinderen te voorzien van infraroodpanelen. De voorlopige inschatting van onze installateur is dat we geen verzwaring van de elektriciteitsaansluiting nodig hebben en dat de 6 extra infraroodpanelen passen op onze 1*35A aansluiting. Als dat toch niet mogelijk blijkt moeten we de aansluiting laten verzwaren tot 3*25A wat rond de €250 kost en geen effect heeft op de vastrechtkosten van de elektriciteitsaansluiting.

Op basis van vergelijking van verschillende offertes van leveranciers van infraroodpanelen van goede kwaliteit komen de kosten voor infraroodverwarming momenteel uit op €1.000 tot €1.500 per 25 vierkante meter vloeroppervlak.

Verbruikskosten

De verbruikskosten van infraroodverwarming hangen uiteraard af van het eigen stookgedrag. Als vuistregel kan voor bestaande woningen uitgegaan worden van 25 tot 45 kWh/m2 vloeroppervlak per jaar. DWA komt in zijn recente notitie over zeer energiezuinige nieuwbouw uit op 20 tot 30 kWh/m2, afhankelijk van de bewonersbundel en het forfait voor koeling waar ze mee hebben gerekend (wat niet inzichtelijk is in de notitie). Voor de woning van Krispijn betekent dit een extra electriciteitsverbruik tussen de 3.000 en 5.355 kWh.

In de praktijk komen we verbruikscijfers tussen de 18 en 26 kWh/m2 per jaar tegen in bestaande woningen bij gebruik van infraroodstralingspanelen. Op basis van Krispijn’s eigen stookgedrag was zijn verwachting in 2014 dat er tussen de 1.500 en 2.000 kWh elektriciteit nodig zou zijn voor het verwarmen van de woning met infraroodpanelen. Dat betekent zo’n Euro 315 aan extra elektriciteitskosten. Daar staat een besparing op de gasrekening tegenover van ongeveer Euro 350 (het gasverbruik voor verwarmen bij Krispijn ligt rond de 500 m3 aardgas). Overschakelen op infraroodverwarming lijkt dus geen grote daling van de energierekening op te gaan leveren, tenzij de overheid het beleid om gas duurder te maken en elektriciteit goedkoper doorzet of als de gasprijs de komende jaren harder stijgt dan de elektriciteitsprijs. Echt interessant wordt het eigenlijk pas als de gasaansluiting er helemaal uit kan, dan wordt €180 aan vastrecht voor gas bespaart (tarief Stedin 2018).

Waarom is infraroodverwarming een alternatief voor gas?

Infraroodverwarming is niet nieuw en wordt al meer dan tien jaar op kleine schaal succesvol toegepast in verschillende landen. De techniek heeft een grote potentie om onze woningen goedkoop van het aardgas af te krijgen. Steeds meer ervaringen in de nieuwbouw en renovatie laten zien dat het juist heel comfortabel is om een woning in haar geheel te verwarmen door middel van infrarood techniek. Zo heeft woningbouwcorporatie Kleurrijk Wonen eerder dit jaar jaar 34 energieneutrale nieuwbouwwoningen uitgerust met infraroodverwarming en balansventilatie met warmteterugwinning. Ook Heijmans paste in 2016 infraroodverwarming toe in hun concept voor tijdelijke woningen de Heijmans One. Zelf ben ik (Krispijn) begonnen met de badkamer, een kamer die we vaak, maar slechts kortstondig gebruiken.

Verwarming met infraroodpanelen is nu al betaalbaar en kan ook in stappen worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld door eerst de badkamer en woonkamer ermee uit te rusten, of door juist te kiezen voor toepassing in kamers die slechts een deel van de dag gebruikt worden. De kosten van infraroodverwarming zullen volgens Gerard de Leede, Professor of Practice Smart Cities JADS aan de Tilburg Universiteit, razendsnel verder dalen bij grootschalige toepassing. Dat komt omdat het schaaleffect een enorme invloed heeft op de kostprijs van de panelen. Infraroodpanelen zijn op dat punt vergelijkbaar met zonnepanelen. Een infraroodpaneel bevat een geleidende pasta, een type product waar Nederland rond Eindhoven veel kennis en ervaring mee heeft. Volgens Gerard de Leede leert een kostenanalyse van dat de investering op termijn zelfs lager zal uitkomen dan de investering die nodig is voor een gasketel. Bovendien ligt het energieverbruik bij verwarmen van een woning met infrarood panelen minstens 35% lager dan het verbruik bij verwarming op gas, doordat de warmte veel beter wordt benut.

De effectiviteit van infraroodverwarming is te verhogen door speciale verf of speciaal stucwerk toe te passen,waarmee de infraroodstraling gereflecteerd wordt door de muren.

Misverstanden over infraroodverwarming

Toch wordt deze manier van verwarming door adviseurs en instanties behoudend getypeerd als een interessante bijverwarming. Wat opvalt is dat deze meningen over infrarood verwarming zelden zijn gebaseerd op degelijke ervaringsfeiten. De conclusies worden volgens Gerard de Leede veelal getrokken uit beperkte deelonderzoeken en -aspecten.

Een van de veel gehoorde argumenten tegen infraroodverwarming is dat infraroodverwarming een coefficient of performance (COP) van 1 heeft. De COP geeft de verhouding weer tussen de hoeveelheid afgegeven warmte tegenover de hoeveelheid verbruikte energie. Hoe hoger de COP hoe kleiner de hoeveelheid elektriciteit die nodig is om een huis te verwarmen. Bij gebruik van stralingswarmte wordt de lucht niet opgewarmd en is de COP waarde dus ook niet relevant. De daadwerkelijk meetbare energiebesparing ten opzichte van verwarmen met gas bedraagt minstens 35%.

Een ander argument tegen infrarood verwarming is dat de stroom voor de panelen van het elektriciteitsnet moet komen. Die stroom wordt momenteel nog grotendeels opgewekt uit fossiele brandstoffen als kolen en gas. Maar bijna alle duurzame woningen zijn voorzien van een dak met zonnepanelen, deze verbruiken in het stookseizoen veel van de duurzaam opgewekte stroom direct zelf voor de verwarming. Verder zal de landelijke energiemix in snel tempo gaan veranderen als gevolg van nieuw beleid. Volgens de Nationale Energieverkenning Verkenning 2017 (NEV-2017) stijgt het aandeel groene stroom naar meer dan 50% in 2025 en ongeveer 75% in 2030. Dit is inmiddels al weer achterhaald, doordat hierin de aangekondigde sluiting van alle kolencentrales in Nederland uiterlijk in 2030 nog niet is meegenomen. Een groot deel hiervan zal van wind op zee en wind op land komen (in 2020 38% en in 2030 59%), windmolens leveren in het stookseizoen meer elektriciteit dan in de zomer. Voor een uitgebreidere onderbouwing zie het blog van Jasper Vis.

Een ander veelgehoord argument tegen infrarood verwarming betreft de uitdaging voor ons elektriciteitsnetwerk bij vergaande elektrificering van de energievraag in de woningen. Hier moeten we nuchter kijken naar de beschikbare data. Uit de praktijkmetingen aan woningen die geïsoleerd zijn naar de huidige standaarden blijkt dat de stroomvraag bij infrarood verwarming helemaal niet zo groot is. Dat blijkt zelfs op koude dagen zo te zijn. We hebben het hier over een stroomverbruik als van een flinke stofzuiger. Het stroomverbruik variëert bovendien niet veel over een etmaal. Energiezuinigheid en een aangenaam binnenklimaat gaan hier hand in hand. Dat geeft een gelijkmatige belasting van het elektriciteitsnet, en de gevreesde grote piekvragen blijven achterwege.

Conclusie

De sector zou in snel tempo meer ervaring op moeten doen met de praktische toepassing van infrarood verwarming in nieuwbouw en renovatie. Er is zeker nog ruimte voor verbetering. Nu nog worden infraroodpanelen veelal met de hand bediend, of met een thermostaat. Het systeem leent zich echter uitstekend voor eenvoudige besturingen met slimme, gebruiksvriendelijke apps. Wetenschappers hebben veel bruikbare kennis over de relaties tussen binnenklimaat en comfort, die we met deze manier van verwarmen optimaal kunnen gaan benutten. De eerste fabrikanten die werken aan slimme, gebruiksvriendelijke apps zijn er al.

Om de transitie voortvarend en tegen zo laag mogelijke kosten uit te voeren is het aangewezen in te zetten op snel schaalbare innovaties. Er wordt gestreefd naar de juiste oplossingen in de transitie, de zogenaamde ‘no regret’ oplossingen. De ervaringsfeiten tonen aan dat infarood verwarming wel eens bovenaan in de lijst van de ‘no regret’ oplossingen zou kunnen thuishoren. We dagen de betrokkenen in de sector uit om zich versneld en beter te verdiepen in de infrarood techniek.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Kamerleden willen duidelijkheid over meetgegevens giflek Farmsum

Follow The Money en EenVandaag onderzoeken samen de grote lekkage van giftig aardgascondensaat begin oktober op het tankenpark van de (Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) in het Groningse Farmsum. Hierbij kwamen grote hoeveelheden giftige stoffen vrij, waaronder het  benzeen (dat ook een rol speelt bij het ontgassen in de binnenvaart).  Op basis van geheime documenten van de gemeente Delfzijl stellen Follow The Money en EenVandaag dat er veel hogere gehaltes van het gelekte en kankerverwekkende benzeen zijn gemeten dan minister Wiebes aan de Kamer heeft laten weten.

SP, PvdA en GroenLinks willen opheldering en een bloedonderzoek voor omwonenden, die aangeven meerdere keren per jaar benzeen te ruiken.

Het Openbaar Ministerie is inmiddels een strafrechtelijk onderzoek gestart en staatstoezicht op de mijnen heeft NAM onder verscherpt toezicht geplaatst.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Energieverbruik en opwekking november 2018

November is afgelopen, Sinterklaas is naar Spanje terug aan het lopen, tijd dus om ons energieverbruik weer eens tegen het licht te houden. Te beginnen met de droge cijfers. De mooie plaatjes staan verder naar onder. 

Energieverbruik november 2018 vergeleken met november 2017

In onderstaande tabel is te zien dat ons energieverbruik in 2018 hoger ligt dan in 2017. Zowel het gasverbruik als het elektriciteitsverbruik. Onze zonnepanelen en zonnedelen hebben meer elektriciteit opgewekt dan in 2017, onze winddelen juist minder. Per saldo hebben we 13% meer elektriciteit opgewekt. Nog steeds is ons netto elektriciteitsverbruik in november met bijna 27% gestegen. Mogelijke oorzaken van het hogere elektriciteitsverbruik? In november ben ik wat slordiger geweest met het uitzetten van verlichting en de infraroodverwarming in de badkamer, beide hebben een aantal keer de hele dag aangestaan in plaats van enkel op de uren dat we de badkamer gebruiken of in een ruimte aanwezig zijn. Ook de centrale verwarming in de huiskamer is een paar keer ’s nachts aan blijven staan.

Wat20172018verschil
Gasverbruik (m3)869915%
Verbruik/graaddag (m3/graaddag)0.260.288%
Elektriciteitsverbruik (kWh)29034318%
Zonnepanelen (kWh)478479%
Zonnedelen (kWh)111755%
Winddelen (kWh)129111-14%
Totaal opwekking (kWh)18721213%
Netto elektriciteitsverbruik (kWh)10313127%
Saldo elektriciteitsverbruik – opwekking (kwh/jaar)-357-726103%

Netto energieverbruik

Ons netto energieverbruik tot en met november is 5.165 kWh. Daarmee zijn we 17% onzuiniger dan in 2014, terwijl we meer opwekken door onze zonnedelen. Ondanks kan 2018 nog in de top 3 van zuinigste jaren tot nu komen. Het verschil met 2015 is minder dan 30 kWh, dat is minder dan 1 kubieke meter aardgasverbruik.

Het netto energieverbruik per vierkante meter ligt voor 2018 inmiddels ook op hetzelfde niveau als in 2015. Ook al lag dat deze zomer nog beduidend hoger.

Wanneer ik het energieverbruik corrigeer voor het aantal graaddagen dan valt op dat dit al vijf jaar behoorlijk constant is, alleen in 2016 heeft het energieverbruik hoger gelegen. De variatie tussen de andere jaren bedraagt ongeveer 5% per jaar. Het gaat hier om ons totale energieverbruik, dus zowel gebouwgebonden als onze bewonersbundel. Wellicht dat ik die twee in de toekomst nog een keer uit elkaar ga proberen te knutselen. Aan de andere kant is met enkel ledverlichting en slechts gering gebruik van onze wasdroger de variatie in het gebruiksdeel beperkt.

Netto energieverbruik in kilowattuur per graaddag, 2011-2018

Als je kijkt naar ons voortschrijdend gemiddelde energieverbruik over 12 maanden is goed te zien dat dit sinds 2014 een behoorlijk constante lijn vertoont. Er zitten wel lichte schommelingen in, maar groot is het verschil niet te noemen. Het grootste deel van ons energieverbruik bestaat ook nog steeds uit ons gasverbruik. Waar we dus nog steeds van af willen. De eerste offertes zijn inmiddels binnen. Dus hopelijk binnen nu en 2 maanden meer daarover.

Energiekosten

Belangrijker dan het energieverbruik is de ontwikkeling van onze energiekosten. Deze bestaan deels uit vaste kosten voor de gas- en elektriciteitsaansluiting en deels uit variabele kosten voor stroom en gas. Zodra de jaarrekening binnen is in januari kijk ik weer naar de totale rekening, voor vandaag enkel de variabel kosten. Te beginnen met de kosten voor gas.

De kosten voor gas zijn dit jaar behoorlijk gestegen. In totaal zijn we dit jaar tot nu toe al 70 Euro meer kwijt dan vorig jaar. Dat is een stijging van 20%, waarvan het grootste deel veroorzaakt wordt door een hoger gasverbruik.

Onze elektriciteitskosten liggen dit jaar tot nu toe juist 50 Euro lager dan in 2017. Daarmee dalen onze elektriciteitskosten met 25% ten opzichte van 2017. Nog steeds hoger dan in 2014, toen we tot op heden verreweg de laagste elektriciteitsrekening hebben weten te behalen.

De variabele energiekosten tot en met november zijn nauwelijks gewijzigd ten opzichte van 2017. Deze liggen 16 Euro hoger, wat een stijging is van 3%. Nog steeds jammer en vooral jammer dat we op deze wijze langzaamaan terugkruipen naar de variabele energiekosten van 2011, al zitten we daar nog steeds 35% onder.

Mijnbouwschade Groningen: de smoezengenerator

Sargasso schreef al eerder over de aardbevingen in Groningen, de ellenlange procedures waar bewoners met mijnbouwschade mee geconfronteerd worden en wat dat doet psychisch doet met mensen. Inmiddels is Kor Dwarshuis een smoezengenerator gestart met echt gegeven alternatieve oorzaken voor de geconstateerde schade. Hieronder mijn favoriete smoes.

“Vraag van CVW ‘expert’ tijdens schade-opname in onze woning ‘heeft u kinderen?’ Antwoord: ‘ja 2 dochters, maar die zijn het huis al uit’. CVW expert: ‘dan weet ik de oorzaak van uw scheurvorming ook al’. ‘Oh?’ CVW expert: ‘het ligt aan het veranderende douche patroon in uw huis. Meiden douchen altijd langer, daardoor veel vocht in huis. Nu ze de deur uit zijn, is de vochthuishouding in uw woning veranderd en dat veroorzaakt scheuren’.

Mijn vrouw: ‘maar dat is toch vreemd?’ Antwoord: ‘nee hoor’. Mijn vrouw: ‘ik vind het wel vreemd…

Weten hoe hij verder gaat? Bezoek de smoezengenerator en lees en luister ze af tot je hem tegenkomt.

Ondertussen vertellen de overheid, NAM, Shell en ExxonMobil in de media een ander verhaal (“We gaan ruimhartig vergoeden”, “We hebben een ereschuld aan Groningen”).

Er zijn inmiddels 200.000 mensen met schade in het gaswinningsgebied. De ene helft krijgt de schade gewoon vergoed en de andere helft krijgt bovenstaande onzin over zich heen. Dit zorgt voor scheve ogen en nog meer boosheid.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Frankrijk wil 14 kerncentrales sluiten

Deze week heeft Macron bekendgemaakt dat Frankrijk tot 2035 14 van zijn 58 kerncentrales wil sluiten. Het aandeel kernenergie in de elektriciteitsmix zal daardoor dalen tot 50%. Hollande was al van plan om het aandeel kernenergie in 2025 al terug te brengen tot 50%, Macron stelt dit 10 jaar uit. Op social media klinkt van verschillende mensen kritiek op de plannen om kerncentrales te sluiten, omdat daarmee een CO2 arme energiebron gesloten wordt. De vraag is of die kritiek terecht is.

Combinatie van kernenergie en duurzame energie

Met de plannen om het aandeel kernenergie te verlagen volgt Frankrijk het beleid van Duitsland om kerncentrales te sluiten om ruimte te maken voor duurzame energiebronnen, zoals wind- en zonne-energie. Daarmee volgt Frankrijk het beleid van Duitsland en Spanje, hoewel de eerlijkheid gebied te zeggen dat de meningen over de flexibiliteit van kerncentrales verschillen:

Zelfs als kerncentrales wel flexibel kunnen opereren is het de vraag of het financieel verstandig is om kerncentrales als achtervang voor zon en wind in te zetten.

Welke kerncentrales wil Frankrijk sluiten?

Macron wil minder centrales sluiten dan aanvankelijk verwacht om het aandeel kernenergie terug te brengen, al heb ik geen volledige lijst kunnen vinden van de veertien kerncentrales die Macron wil sluiten voor 2035. Wie op Wikipedia kijkt naar de bouwjaren van Franse kerncentrales ziet echter dat Frankrijk 19 kerncentrales heeft die voor 1982 in gebruik zijn genomen. In 2035 zijn die tenminste 54 jaar oud. De oudste zal dan zelfs 64 jaar in gebruik zijn. Het is dus niet geheel onlogisch dat een deel daarvan voor die tijd aan vervanging of sluiting toe is. Cleantechnica schrijft dat het gaat om centrales van de eerste generatie. Volgens Het Laatste Nieuws gaat het onder andere om de centrales in Gravelines uit 1980. Ook de oude centrales in Fessenheim staan al langer op de lijst om te sluiten. De kerncentrales in Fessenheim zijn volgens Reuters ook de enige twee die zullen sluiten tijdens de termijn van Macron. In 2025-206 volgen mogelijk nog 1 of 2 kerncentrales en in 2027-2028 nog 1 of 2, mits de energievoorziening dat toestaat. De resterende 6 tot 8 centrales zullen tussen 2030 en 2035 sluiten. Reuters stelt dat het gaat om de centrales in Tricastin (1980), Bugey (1979), Gravelines (1981) en Chinon (1984). Reuters verwacht dat de sluitingsplannen kunnen leiden tot een herstructurering van EDF, de Franse exploitant van kerncentrales.

Gelet op de impact die het sluiten van kerncentrales heeft op de energievoorziening in Frankrijk en op de bouwtijd voor een nieuwe kerncentrale is het eigenlijk niet meer dan logisch dat de Franse overheid nu al aankondigt wat de plannen met kernenergie tot 2035 zijn. De nieuwe reactor in Flamanville is bijvoorbeeld in aanbouw sinds 2007 en zou in 2012 opgestart worden, een bouwtijd van 5 jaar. Inmiddels is de geplande commerciële ingebruikname verschoven naar het 2e kwartaal van 2020 (bouwtijd van 13 jaar) en zijn de kosten opgelopen van €3.3 miljard naar €10,9 miljard. Finland begon in 2005 met de bouw van een nieuwe centrale, die in 2010 opgeleverd zou worden. De verwachting is nu dat deze in 2019 in gebruik genomen gaat worden. Een bouwtijd van 14 jaar. De verwachte opleverdatum van de Engelse kerncentrale Hinkley C is inmiddels 2025, een vertraging van 8 jaar. De eerste vergunningen voor deze centrale werden in 2012 afgegeven. Een voorlopige doorlooptijd van 12 jaar.

Andere klimaatplannen van Macron

Naast het sluiten van kerncentrales houdt Macron vast aan eerdere plannen om de laatste vier kolencentrales per 2022 te sluiten. Tegelijkertijd wil Macron het aandeel duurzame energie verhogen. De stroomproductie van Franse windmolens op land wordt voor 2030 verdrievoudigd en het aandeel zonne-energie moet vijf keer zo groot worden. Er wordt ook gewerkt aan meer wind op zee, de komende 5 jaar zal Frankrijk vier tenders voor offshore wind in de markt zetten. Volgens Bloomberg houdt Frankrijk last van logge administratieve procedures, die tot vertraging leiden. Het goede nieuws is dat de eerste offshore windturbine inmiddels stroom levert aan het net.

Macron wil de brandstofaccijnzen  niet verlagen, ondanks de protesten:

Je kunt niet op maandag voor het milieu zijn en op dinsdag tegen de verhoging van brandstofprijzen. Wat in een verkiezingscampagne is gezegd, schept verplichtingen.

De opbrengst van de brandstofaccijnzen wordt volgens Cleantechnicaingezet voor de financiering van de plannen met duurzame energie.

Conclusie

Gelet op de leeftijd van de Franse kerncentrales die de komende 15 jaar gaan sluiten is het de vraag of het terecht is om kritiek te hebben op de plannen om kerncentrales. Het is goed mogelijk dat deze centrales aan het einde van hun technische of economische levensduur zitten. Het kan zijn dat ze met een forse investering weer een aantal jaar meekunnen. Het is echter de vraag of dat economisch verstandig is gelet op de dalende kosten van duurzame energiebronnen, zoals windenergie en zonne-energie. Het is ook de vraag of het voor Frankrijk economisch verstandig is om enkel in te blijven zetten op kernenergie, gelet op de tegenvallers bij de drie kerncentrales die EDF in aanbouw heeft in Europa.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Mogelijk sneller verbod op varend ontgassen

Minister Van Nieuwenhuizen gaat op verzoek van de Partij voor de Dieren onderzoeken of zij het schoonblazen van tanks door binnenvaartschepen tijdens de vaart eerder dan in 2020 kan verbieden. Ook zegde de minister tijdens een overleg met de Tweede Kamer toe het ontgassen maximaal in te perken tot een nationaal verbod geldt. Alleen wat zijn dan de alternatieven voor schippers?

Om bij die laatste toezegging te beginnen: het is onduidelijk hoe de minister dit denkt te bereiken. De actiegroep Stop Ontgassen stelt in een reactie:

Het gekke is dat we – behalve in het stukje zelf – nergens iets over die toezegging kunnen vinden. De minister heeft wel gezegd dat er in 2019 een proef komt met handhaving. We nemen aan dat het 6 december in de Transportraad besproken wordt.

De toezegging van de minister klinkt dan ook vooral als een herhaling van zetten. Soortgelijke geluiden waren er ook in 2013 (toen Sargasso voor het eerst over dit dossier publiceerde) te horen, concrete aanwijzingen dat comptabiliteitslijsten en dedicatievaart succes hebben zijn er niet. Of je moet uitgaan van de officiële cijfers van het RIVM (die al eerder aangepast zijn door het RIVM). Volgens de officiële cijfers bedroeg de benzeenemissie in 2012 60.751 kg. De meest recente cijfers voor 2016 laten een daling tot 24.430 kg zien. De emissie van MTBE (loodvervanger) is zelfs helemaal uit de statistieken van Emissieregistratie.nl verdwenen. Waaruit ik voorzichtig concludeer dat de sector per 2015 niet vrijwillige is gestopt met varend ontgassen van benzeen. Voorzichtig, omdat goede cijfers over ontgassen nog steeds niet beschikbaar zijn. De huidige emissiecijfers zijn gebaseerd op het rapport van CE Delft uit 2013, wat een update was van een rapport uit 2003. In beide gevallen rapporten waarvoor de opdracht mede door de industrie is gegeven. In 2013 stelde Sargasso al vragen bij de hoeveelheden uit die onderzoeken. Die vragen zijn in de tussentijd niet beantwoord.

Infographic ontgassen. Bron: SVGRE

Wie naar bovenstaande infographic kijkt en dat vergelijkt met de normen die in de nationale emissierichtlijn voor benzeen staan of in de arbonormen mag zich nog even achter de oren krabben. De SVGRE stelt dat bij ontgassen de eerste uren terugloopt van 200.000 mg/m3 naar 3.000 mg/m3. De norm voor landinstallaties is 1 mg/m3. Da’s een overschrijding van de norm met een factor 200.0000 tot 1.000. Voor de opvarenden kan dat ook niet gezond zijn. De norm vanuit de arbo is met 0.7 mg/m3 namelijk lager dan de milieunorm.

De minister bezwoer in haar antwoorden op schriftelijke vragen heel vroom dat ontgassen in dichtbevolkt gebied niet mag, waardoor het risico voor omwonenden beperkt zou zijn. Helaas is het begrip dichtbevolkt gebied in de Nederlandse wet niet gedefinieerd. Van Stop Ontgassen begrijp ik dat er gehandhaafd kan worden als een schip dichter dan 25 meter bij bebouwing komt. Je kan dus prima varend kunt ontgassen door hartje Rotterdam, want de rivier is daar 500 meter breed. Alleen zorgen dat je uit de buurt van de bruggen blijft…

Wat het onderzoek naar een versneld invoeren van een nationaal verbod op ontgassen in gaat houden is ook onduidelijk. De wetgeving hiervoor zal ongetwijfeld al in de maak zijn. Meer haast maken met de benodigde wetswijziging lijkt me dan ook meer zoden aan de dijk zetten dan een onderzoek te starten naar de mogelijkheid om een jaar te versnellen.

Ophef in Duitsland

Inmiddels begint ook in Duitsland ophef te ontstaan over varend ontgassen. Ook daar blijkt de handhaving minder goed geregeld dan het op papier klinkt. Binnenvaarttankers zijn in Duitsland sinds 2001 verplicht om hun tanks op verantwoorde wijze te ontgassen. Langs de Rijn staan echter geen installaties waarmee dit mogelijk is. De kankerverwekkende gassen worden daarom vaak gewoon de lucht in geblazen.

In Duitsland mogen schippers benzeen alleen bij uitzondering varend ontgassen. Hiervoor moet speciaal toestemming worden aangevraagd. In 2012 werd er 3 keer toestemming gevraagd en werd deze toestemming 2 keer verleend. Het federaal milieuagentschap bevestigd in een interview dat benzeen (en andere stoffen) nog vaak in de lucht worden geloosd. De controle op varend ontgassen is ook in Duitsland ontoereikend, waardoor installaties om verantwoord te ontgassen economisch geen kans hebben.

Axel Friedrich, voormalig afdelingshoofd van het Federaal Milieuagentschap, co-auteur van de Federal Immission Control Act in de jaren negentig, stelt:

De huidige praktijk is absoluut onwettig. Er is een verbod en niemand controleert of het wordt gerespecteerd of kan worden gerespecteerd. Dat is een schandaal.

Jan Harm Brouwer, teamtrekker Lucht en Geluid bij de Provincie Zuid-Holland, noemt het Duitse verbod op varend ontgassen in een ingezonden brief in de NRC ook een lege huls. Hij stelt dat de provinciale verboden in Nederland geholpen hebben bij het doorbreken van de Duitse weerstand tegen een internationaal verbod op varend ontgassen.

Friedrich herinnert zich dat er al in de jaren negentig ophef was over varend ontgassen in Duitsland.  In 2014 presenteerde het Duitse Federaal Milieuagentschap een haalbaarheidsstudie over de installatie van emissiecontrolesystemen langs de Rijn. In het 150 pagina’s tellende rapport – dat snel in de vergetelheid lijkt te zijn geraakt – zijn de problemen duidelijk beschreven. De belangrijkste verkeersas voor het vervoer van aardolieproducten in Duitsland is de Rijn. Aangezien er geen mogelijkheden voor verantwoord ontgassen zijn, gaat het rapport ervan uit dat “gedeeltelijk niet-geautoriseerde ventilatie wordt uitgevoerd”. Duitsland heeft twee decennia later nog steeds geen statistieken over varend ontgassen. Ook in die zin lijkt de Duitse situatie sterk op die in Nederland. Het enige voordeel voor bewoners van Gelderland is dat de slechte handhaving in Duitsland mogelijk betekent dat het meevalt met het ontgastoerisme.

Ook in Duitsland stelt men aan een internationale oplossing te werken. Net als in Nederland is dat geen garantie voor deugdelijke monitoring en handhaving.

Technische alternatieven voor varend ontgassen

Verschillende bedrijven hebben de afgelopen decennia alternatieven voor varend ontgassen ontwikkeld. Een deel van deze bedrijven heeft zich in Nederland inmiddels verenigd in de Sector Group Vapour Recovery and Emission Control Europe (SGVRE). Een brancheorganisatie die op initiatief van Antea Group en Berkenlinde Management Consultants is opgericht. Er zijn verschillende technieken om bij tankschepen vrijkomende vluchtige organische koolwaterstoffen te verwerken: mobiele adsorptie (actief kool), absorptie (gaswasser), oxidatie (verbranding) en condensatie-installaties. De laatste hebben de voorkeur in de markt vanwege hun duurzaamheid (hergebruik stoffen, circulaire economie), snelheid en veiligheid (inert).

Infographic ontgassen. Bron: SVRGE

In de infographic is te zien dat uitgegaan wordt van zo’n 2.000 ontgassingen per jaar in Nederland. Bij ATM in Moerdijk zijn in het vorige boekjaar 3.300 schepen gereinigd; daarvan zijn er 495 tevens ontgast. Dat betekent dat er nog zo’n 1.500 ontgassingen in de buitenlucht plaatsvinden. ATM heeft naar mijn weten een oxidatie installatie staan om schepen te kunnen ontgassen.

Een aantal jaar geleden gaf het havenbedrijf Rotterdam subsidie aan Greenpoint Maritime Services voor het realiseren van een mobiel alternatief. Dit werd de BF Don Quichote, die via crowdfunding is gefinancierd. Greenpoint Maritime Services gebruikt techniek van Vaporsol, dat gebruik maakt van absorptie. Tot op heden heeft deze naar mijn weten geen milieuvergunning weten te bemachtigen en is de installatie dus niet in gebruik. Greenpoint heeft op de website staan dat ze verwachten in het eerste kwartaal van 2019 in Rotterdam van start te kunnen. Dat is 4 jaar na invoer van het provinciale ontgasverbod. De website stelt dat het bedrijf sinds juli van dit jaar al wel in Amsterdam actief is.

Een andere optie is ontwikkeld door Linde Gas, dat schepen met behulp van stikstof verantwoord wil ontgassen. Linde Gas maakt daarbij gebruik van een condensatietechniek. De installatie van Linde Gas is mobiel, zodat de installatie naar schepen toe kan en schepen niet om hoeven te varen om verantwoord ontgast te worden.

Een nieuwkomer op de markt is 24-7 Nature Power. Ook zij hebben een mobiele techniek op basis van condensatie. 24-7 Nature Power is volgens De Gelderlander op zoek naar een locatie voor haar installatie in Gelderland.

Conclusie

Mijn voorlopige conclusie is dat de sector niet uit zichzelf gaat stoppen met varend ontgassen, anders waren ze hun toezegging aan de staatssecretaris uit 2014 om per 2015 te stoppen met het varend ontgassen van benzeen wel nagekomen. Ook een provinciaal, nationaal of internationaal verbod gaat daar niet voor zorgen, tenzij er werk gemaakt wordt van goede monitoring en handhaving. Er zijn inmiddels wel voldoende technische alternatieven ontwikkeld om een verbod snel in te kunnen voeren, mits er ook snelheid gemaakt wordt bij het verlenen van de benodigde milieuvergunning. Het volledig ontbreken van betrouwbare gegevens over varend ontgassen maakt het echter moeilijk voor marktpartijen om in te schatten hoeveel vraag er naar hun diensten is.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso als onderdeel van het dossier ontgassen binnenvaart.