Een lagere energierekening? Een zonneboiler helpt

In 2015 schreef ik voor Sargasso het bericht Wanneer ga jij van het gas af? Sindsdien heeft Sargasso geregeld aandacht besteed aan klimaatbeleid en energietransitie, zoals het verbod op aardgas bij nieuwbouw27 proeftuinen die van gas af gaannul op de meter renovatiesinfraroodverwarming en energiebesparing.
Maar hoe breng je dat zelf in praktijk? Hoe verduurzaam je je eigen huis? Waar loop je tegenaan en zijn adviseurs, bouwbedrijven en installateurs er wel klaar voor om je te ondersteunen? Vorige keer beschreef ik een reeks kleinere maatregelen. Dit keer onze speurtocht naar een zonneboiler. Heb je zelf ervaring met een zonneboiler in je huis? Deel ze in de reacties.

De aanleiding

Nadat onze oudste kind in 2009 was geboren werd het tijd om een ander huis te zoeken. Een 2-kamer appartement op 3 hoog, zonder lift, was niet echt ideaal met kind. De keuze viel als snel op een rijtjeshuis in de regio, waarbij we na heel veel huizen bezichtigen uitkwamen op ons huidige huis in Schiedam. De koop werd in het voorjaar van 2010 gesloten, terwijl we er pas begin november in zouden kunnen. Tijd genoeg dus om na te denken over mogelijke maatregelen om het huis te verduurzamen. Een van de eerste opties die in beeld kwam was een zonneboiler, zeker na het zien van dit filmpje.

Een collega was na het zien van het filmpje zo enthousiast dat hij zelf een vergelijkbaar systeem installeerde. Dat leek hem ideaal met 3 puberende kinderen die veel te lang douchen. Het boilervat dat hij kocht was wat aan de kleine kant ten opzichte van het aantal heatpipes dat hij installeerde, waardoor hij voor het middaguur al een vat met bijna kokend water had staan. Aldus niet getreurd, in de kelder installeerde hij extra boilervaten om het warme water op te slaan. Het aansluiten was wel wat linke soep met dat hete water. Les 1 tot en met 3 waren geleerd: zelf installeren is leuk, maar met mijn 2 linkerhanden niet verstandig. Hoe vuurvast mijn handjes ook zijn. Ten tweede is goed doorvragen over wat er gebeurd als het vat boven een bepaalde temperatuur komt geen overbodige luxe bij de keuze van een zonneboiler. En ten derde moet je niet teveel heatpipes installeren ten opzichte van je boilervat, dan heb je in de zomer namelijk een enorm warmteoverschot.

Het gasloos maken van de woning speelde bij onze keuze voor zonneboiler nauwelijks een rol, geld besparen en gebruik maken van de ‘gratis’ energie van de zon des te meer.

Soorten zonneboilers

Bij zonneboilers heb je grofweg de keuze tussen een drukgevuld systeem, een terugloopsysteem en een compact systeem. Daarnaast moet je kiezen of je de zonneboiler enkel gebruikt voor warm water, of ook voor ondersteuning bij de verwarming. Bij de collectors heb je dan nog de keuze tussen vlakke-plaatcollectoren, vacuümbuiscollectoren, zogenaamde PVT collectoren (warmte en elektriciteit) of modernere collectoren.

Bij een drukgevuld systeem staat de transportvloeistof onder druk. De vloeistof kan overal in het buizenstelsel aanwezig zijn, ook in de collector. Daarom moet de transportvloeistof antivries bevatten. Dat maakt het systeem iets duurder in onderhoud. Bij een terugloopsysteem loopt de transportvloeistof terug in een opslagvat als de zonneboiler niet in werking is, bijvoorbeeld als het vriest. De transportvloeistof hoeft daarom geen antivries te bevatten, waardoor een terugloopsysteem goedkoper in onderhoud is dan een drukgevuld systeem.

Bij een vlakke-plaatcollector lopen buizen onder een vlakke glasplaat waarop het zonlicht valt. Door de buizen loopt transportvloeistof die door door de zon verwarmd wordt. Een vacuümbuiscollector bestaat uit een rij glazen vacuum buizen die naast elkaar op het dak liggen. In deze vacuüm buis zit een metalen buis waar het op te warmen water doorheen loopt. Een variant hierop zijn heatpipes, bij dit type zit er in de vacuümbuis een metalen buis met vloeistof die de zonnewarmte transporteert naar de op te warmen transportvloeistof aan de uiteinden van de vacuümbuizen. Bij PVT collectoren kunnen de buizen met warm water onder de panelen fungeren als warmtebron voor een elektrische warmtepomp. De zonnepanelen zijn dan eigenlijk de buitenunit van de warmtepomp. Een groot voordeel van dit systeem is dat je een warmtepomp hebt zonder grondboring én zonder buitenunit die plaats inneemt en geluid maakt.

Meer informatie over zonneboilers vind je bij Milieucentraal of Eigen Huis, al heeft de Consumentenbond betere uitleg over welke verschillende soorten zonneboilers er bestaan. Bij het kiezen van een installateur is het verstandig om te letten op het zonnekeur installateur. Dit keurmerk garandeert dat een vakbekwame installateur erkend is door de Stichting Erkenning Installatiebedrijven (SEI).

De zoektocht naar een nieuwe HR-ketel en zonneboiler

Bij het zoeken naar een nieuwe HR-ketel met zonneboiler liepen we tegen verschillende zaken aan. Op de eerste plaats was het lastig om een goede informatie en een goede installateur te vinden, met name voor de zonneboiler. Inmiddels kun je daarvoor in veel gemeenten ook terecht bij je lokale energiecoöperatie of het lokale energieloket. In 2010 vond ik het behelpen met informatie die beschikbaar was.

Uiteindelijk hebben we voor de zonneboiler meerdere offertes laten uitbrengen. Sommige installateurs beloofden gouden bergen, zoals 75% besparing op de gasrekening met enkel en alleen een zonneboiler voor warm water. Hoe dat werkt als de gasrekening gemiddeld 80% van de gasrekening op gaat aan verwarming en 20% aan warm water konden ze niet helemaal uitleggen.

Ook bij de keuze tussen systemen en de benodigde omvang van het boilervat werden soms onlogische verhalen opgehangen, wat veel zoekwerk op internet opleverde. Een van de verkopers adviseerde een boilervat van maximaal 100 liter, wat ik aan de kleine kant vond voor een 3-persoonshuishouden waar zowel een douche als een bad gebruikt wordt. Een andere verkoper legde uit dat een vlakke plaat zonneboiler meer warmte oplevert in de zomer, terwijl vacuümbuizen (heatpipes) het beter doen in de herfst en in het voorjaar. Daarom vond hij vlakke plaat verstandiger. Wat ik niet met hem eens was, want in de zomer heb ik de minste behoefte aan warmte. In andere seizoenen is het spannender of een zonneboiler voldoende warmte weet te leveren voor warm water. Dus alles wat het seizoen oprekt is mooi meegenomen. Bovendien had ik dat filmpje van 70 graden in het boilervat in de winter in m’n achterhoofd.

Uiteindelijk hebben we gekozen voor een drukgevuld vacuümbuissysteem met een boilervat van 300 liter. Het resultaat van onze zonneboiler is dat ons gasverbruik tussen april en oktober (buiten het stookseizoen) gemiddeld zo’n 8 m3 per maand bedraagt, terwijl we volgens mijn schatting (gebaseerd op die van Milieucentraal) zo’n 25 m3 per maand aan gas verbruiken voor warm water. Gedurende 7 maanden van het jaar voorziet onze zonneboiler dus in zo’n 75% van ons warme water.

Onze wasmachine en vaatwasmachine sloten we, zonder voorschakelapparaat, aan op het warme water van de zonneboiler (een zogenaamde hotfill). Op die manier sparen we elektriciteit voor het verwarmen van water uit. Het leverde al snel een vierde les op: Doordat de wasmachine rechtstreeks op het warme water was aangesloten en niet met koud water werd nagespoeld bleef de was warm. Als de was niet meteen werd opgehangen na afloop van het programma ging de was daardoor muf ruiken. Staaltje goedkoop is duurkoop, want voor een paar honderd Euro extra hadden we een voorschakelapparaat gehad. Zo’n apparaat zorgt ervoor dat de was wel met koud water wordt nagespoeld.

De vijfde les volgde een paar jaar later: onze wasmachine begaf het. Bij de reparatie bleek alles verstopt te zitten met algen, die zich prima hadden ontwikkeld bij de warme temperaturen in onze wasmachine. Doordat er niet met koud water werd nagespoeld hadden ze een prima biotoop. De nieuwe wasmachine is dan ook niet meer hotfill aangesloten. Zelfs het voorschakelapparaat kreeg ik thuis niet meer door de huisvergadering.

Energieverbruik woning

Na aanschaf schatte het energiebedrijf ons energieverbruik in op 1.800 m3 aardgas en 6.800 kWh elektriciteit, wat een voorschotrekening van ruim 200 Euro per maand opleverde. Reden om sindsdien iedere maand de energiestanden bij te houden. Groot was mijn vreugde toen we in het eerste jaar dat we er woonden met nieuwe HR ketel en zonneboiler op slechts 680 m3 aardgas en 2.900 kWh elektriciteitsverbruik uitkwamen. Waarmee ons voorschot terug ging naar 120 Euro. Wat ook terug te zien is in de ontwikkeling van onze totale energierekening. De schatting voor het eerste jaar was Euro 2.400, maar uiteindelijk eindigde we rond de Euro 1.300. In 2012 en 2013 zat dat hoger. Waarom we sinds 2014 geen leveringskosten voor elektriciteit meer betalen is een onderwerp voor een andere keer.

Ontwikkeling energieverbruik per jaar
Ontwikkeling energieverbruik per jaar

De verlaging in ons energieverbruik komt ook door gedragsverandering ten opzichte van de vorige bewoners, maar onze nieuwe HR-ketel en de zonneboiler hebben wel degelijk een rol gespeeld. De eerste maanden was het op zolder, waar de cv-ketel hangt, warmer dan in de woonkamer. Dat is pas verandert toen we de nieuwe hr-ketel ingebruik namen. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat we op zolder een radiator hebben geplaatst om de zolder als werkkamer te kunnen gebruiken. Er zat daar geen radiator, terwijl het bij de vorige bewoners een kinderkamer was. De oude ketel verwarmde dus simpelweg het verkeerde deel van het huis.

Kosten zonneboiler

Wij hebben in 2011 Euro 5.600 betaald voor onze zonneboiler. De aanschaf gaf ons ook recht op Euro 1.100 subsidie. Vlak nadat we de opdracht hadden gegeven bleek dat het Ministerie van Economische Zaken deze met terugwerkende kracht afschafte. Onze installateur heeft hier namens ons en andere klanten succesvol bezwaar tegen aangetekend. Het heeft wel ruim een jaar geduurd voordat het ministerie tot uitbetaling van de subsidie over ging. Waarbij we meermalen nieuwe machtigingsformulieren hebben moeten invullen omdat er een punt of komma verkeerd stond.

Bij de keuze voor een zonneboiler heeft voor ons de terugverdientijd niet de grootste rol gespeeld. De kosten van zonneboilers zijn inmiddels gedaald en er is wederom subsidie op mogelijk via de ISDE regeling. Op verschillende websites vind je zonneboilers vanaf Euro 1.600 na aftrek van de ISDE subsidie. De terugverdientijd ligt zo rond de 8 à 10 jaar, afhankelijk van je eigen energieverbruik.

De aanschaf van de hr-ketel tel ik niet mee bij de kosten om van aardgas af te gaan. De vervanging van de vr-ketel door een hr-ketel was namelijk een reguliere vervanging: ketel stuk, moderne ketel er in. De kosten van deze eerste grote maatregel om van gas af te gaan voor onze label C woning bedragen daarmee Euro 4.500. Naast een kleine honderd Euro aan tochtstrips en isolatiemateriaal voor o.a. de verwarmingsbuizen brengt dat de rekening op Euro 4.600.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Milieudefensie dagvaardt Shell over klimaatbeleid

Milieudefensie kondigde vorig jaar een klimaatzaak tegen Shell aan en stelde de volgende eisen aan Shell om dagvaarding te voorkomen:

  1. Shell brengt zijn beleid en investeringen in lijn met de klimaatdoelen van Parijs;
  2. Shell bouwt zijn olie- en gasproductie af en brengt zijn uitstoot terug naar nul in 2050;
  3. Shell maakt afspraken met Milieudefensie over de invulling, tussendoelen en openbare verantwoording.

Shell kreeg 8 weken om tegemoet te komen aan de eisen van Milieudefensie, maar deed dat niet. Daarom overhandigt Milieudefensie vorige week de dagvaarding met als inzet dat Shell zijn plannen en strategie aanpast zodat die in lijn komen met het klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Er wordt geen schadevergoeding geëist.

Reactie Shell

Shell stelt de klimaatafspraken te ondersteunen. Tegelijkertijd heeft het bedrijf sinds 2015 ook forse bedragen uitgegeven om klimaatbeleid te vertragen of voorkomen. Shell kondigde recent wel aan zijn lidmaatschap van de invloedrijke Amerikaanse lobbyclub AFPM heeft opgezegd. De AFPM is het niet eens met de klimaatdoelen die afgesproken zijn in Parijs, die Shell wel zegt te omarmen. Daarnaast heeft de AFPM zich de afgelopen jaren ingezet om de uitstootregels voor nieuwe auto’s in de Verenigde Staten te verruimen. Shell zegt die ruimere uitstootregels niet te steunen, maar zat nog wel in het bestuur van de American Fuel & Petrochemical Manufacturers (AFPM) die volgens Influence Map waarschijnlijk een belangrijke rol speelde bij de verruiming van de uitstootregels. Bij het aanpassen van de eisen aan methaanemissies in de VS is een zelfde beeld zichtbaar. Voor de schermen stelt Shell daar tegen te zijn, terwijl het bedrijf in 2017 en 2018 samen met het American Petroleum Institute (API) diverse ontmoetingen heeft gehad met de Amerikaanse overheid om de regels voor methaanemissies, die Obama heeft ingevoerd, te verzwakken.

Mars vanaf Malieveld

Sinds Milieudefensie de klimaatzaak tegen Shell aankondigde hebben onder meer Greenpeace Nederland, Jongeren Milieu Actief en de Waddenvereniging zich bij het initiatief aangesloten, evenals ruim 17.300 Nederlanders. Vorige week trokken de actievoerders in een mars van het Malieveld naar het Shell-gebouw in de wijk Benoordenhout. Een deurwaarder heeft de dagvaarding, een ruim 200 pagina’s tellend document, en meerdere dozen met bewijsmateriaal officieel overhandigen.

Disclaimer: net als bij de klimaatzaak van Urgenda ben ik mede-eiser in de klimaatzaak tegen Shell.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Bewoners van het gas af en bedrijven aan het gas

In Schiedam is ophef ontstaan in de raad over de plannen van staalharderij Dominial om meer aardgas te gaan gebruiken. Aan de ene kant worden plannen ontwikkeld worden om de eerste wijken van aardgas te gaan halen en op het warmtenet van Eneco aan te sluiten. Aan de andere kant heeft de gemeente het bedrijf Dominial een vergunning verleend om het gasverbruik met een factor 2 tot 3 te verhogen. Dat staat haaks op de ambities van de gemeente om het aardgasverbruik te verminderen.

Brief college aan ministerie

De gemeente Schiedam heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat een brief gestuurd waarin de gemeente aandacht vraagt voor deze ongewenste situatie. Volgens de gemeente zijn er binnen de huidige landelijke wet- en regelgeving namelijk geen mogelijkheden om de groei van het gasverbruik bij een bedrijf te reguleren.

Volgens de brief van het college (in bezit van Sargasso) leveren de uitbreidingsplannen van Dominial een extra aardgasverbruik van 660.000 m3 op (equivalent aan het aardgasverbruik van circa 440 huishoudens). Het is volgens het college van Schiedam nauwelijks uit te leggen:

dat wij aan bedrijven een vergunning met extra gasstook moeten verlenen en tegelijkertijd proberen bewoners mee te krijgen om een eerste woonwijk van het gas af te halen (en daar nu al veel geld voor uitgeven).

Het college van Schiedam wil de komende maanden Euro 305.000 namelijk uittrekken om de haalbaarheid van een warmtenet in de wijk Groenoord nader te onderzoeken. Een voorstel dat zorgt voor verdeeldheid in de raad, omdat er nog geen concreet plan op tafel ligt.

In haar brief schrijft het college ook dat de omgevingswet meer ruimte biedt voor lokale afwegingen, maar dat deze niet geschikt is om klimaatdoelen bij bedrijven te bereiken. Ten eerste omdat de gemeente maar voor een beperkt deel van de bedrijven het bevoegd gezag is, veel grotere bedrijven vallen onder het bevoegd gezag van de provincie. Het aanscherpen van lokale regels zou er dan voor zorgen dat juist kleinere bedrijven scherpere regels krijgen, terwijl grotere bedrijven niet onder deze regels vallen.

Op de tweede plaats kan lokaal beleid, dat verder gaat dan rijksbeleid, er volgens de gemeente voor zorgen dat bedrijven naar andere gemeenten vertrekken. Het befaamde waterbedeffect dat we ook op nationaal niveau kennen en dat pas ophoudt bij een intergalactisch klimaatbeleid.

Het college van Schiedam schrijft ook:

De ongeclausuleerde uitbreiding van gasstook bij bedrijven conflicteert met het kunnen overtuigen van bewoners om hun bestaande gasstook terug te dringen. Bovendien wordt onze klimaatopgave groter door toename van het gasverbruik van het bedrijfsleven.

In de brief constateert het college van Schiedam dat het ontwerp klimaatakkoord nog geen zicht geeft op een afbouwschema voor gas of op mogelijkheden om meer te kunnen regelen dan nu volgens wet- en regelgeving mogelijk is. In de brief vraagt het college de minister welke oplossingen hij voor ogen heeft voor de genoemde dilemma’s.

Dominial levert de restwarmte van haar productieproces overigens wel aan bedrijven in de buurt. Dat gebeurt niet via een warmtenet maar met behulp van een warmtewisselaar. Hierdoor krijgt Dominial koelwater voor haar productieproces en krijgen de buren warmte voor hun kantoren en bedrijfsruimtes.

In een reactie aan Sargasso stelt Evert Hassink van Milieudefensie:Niet alleen voor Schiedammers, ook voor Groningers is het onbegrijpelijk dat er nog een fabriek ter grote van een dorp op Gronings gas wordt aangesloten. Is dit de energietransitie?

Conclusie

Naar mijn mening vergt het maar een  paar van dit soort vergunningen erbij en naar je draagvlak bij bewoners voor de overstap van aardgas op een andere warmtebron kun je als gemeente wel fluiten. Momenteel ligt er een wetsvoorstel ter consultatie voor over een verbod op laagcalorisch (Gronings) gas voor grootverbruikers, in dit wetsvoorstel is niks geregeld voor uitbreidingsvergunningen of nieuwe vergunningen voor bedrijven die niet tot de grootverbruikers behoren. Regeren is vooruitzien, dat het ministerie van EZK vergunningsaanvragen voor het gebruik van extra laagcalorisch aardgas niet heeft meegenomen vind ik dan ook teleurstellend. De kleinste stap die genomen kan worden is dat bedrijven verplicht worden om groen gas in te kopen als ze hun gasverbruik willen opschroeven.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.


Volkskrant: Waarom tankers ongehinderd gifstoffen verspreiden

In De Volkskrant van 1 april besteedde Toine Heijmans aandacht aan varend ontgassen, of beluchten van de tanks zoals de branche het liever lijkt te noemen.

Nu is ontgassen verboden door de provincie maar de schepen ontgassen door. De Lek is rijkswater en het rijk handhaaft niet omdat eerst een internationaal verdrag moet geratificeerd – zo zit het ongeveer.

Maanden, jarenlang melden bij DCMR zorgde er voor de bewoners enkel voor dat ze werden verwezen van het kastje naar de muur. Ook contact met het ministerie leidde niet tot een oplossing voor de overlast. Een voor mij bekende situatie, want voordat ik mijn eerste publicatie over varend ontgassen op Sargasso plaatste was ik al zeker twee jaar bezig met autoriteiten aanspreken op hun verantwoordelijkheden. Wat niet lukte, want de verantwoordelijkheid in dit dossier is vakkundig weggewerkt.

Of zoals Heijmans concludeert:

Dit land is in staat iedereen te bekeuren die een kilometer per uur te hard rijdt, die een dag te vroeg met zijn kinderen op vakantie gaat, die een ondermaatse vis vangt, zwemt bij een brug, wandelt buiten de paden, Utrecht binnengaat met een oude diesel – en wie niet tijdig zijn boetes betaalt krijgt daar weer boetes voor.

Maar tankers die chemische wolken uitblazen: ingewikkeld.

Ondertussen stemt de Rotterdamse gemeenteraad vanavond over het VVD plan om een pilot te starten met handhaving van het provinciaal ontgasverbod uit 2015.

Begin maart heeft Sargasso daarover onderstaande vragen gesteld aan de VVD-fractie van Rotterdam:

  1. Waarom schroeft de VVD de ambities voor de regiodeal terug van de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant naar enkel de regio Groot-Rotterdam?
  2. Waarom noemt de VVD de regiodeal uit 2014 niet, terwijl gedeputeerde Baljeu als havenwethouder betrokken was bij de totstandkoming van deze regiodeal?
  3. Heeft de VVD fractie navraag gedaan bij de gemeente of provincie naar de resultaten van de regiodeal uit 2014?

Daar hebben we nog geen antwoord op ontvangen.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

NAM start voorbereiding sloop eerste Groningse winningslocaties

NAM is begonnen met het voorbereiden van de sloop van de gaswinningslocaties van de vijf zogenoemde Loppersumclusters. Als eerste is de gaswinningslocatie in Ten Post aan de beurt. De NAM-installatie is één van de vijf zogenoemde Loppersumclusters. Na Ten Post volgt de sloop van de andere vier locaties. De vijf installaties liggen al sinds februari 2018 stil. Als gevolg van het besluit van minister Eric Wiebes (VVD) van Economische Zaken om op termijn volledig te stoppen met de gaswinning in Groningen mogen ze ook niet meer gebruikt gaan worden voor gaswinning.

De NAM begint nu met het opruimen en slopen van de installaties. Bij de winningslocatie Ten Post is de NAM vorige maand begonnen met voorbereidende werkzaamheden, zoals het schoonmaken van de installatie. De verwachting is dat de voorbereidende werkzaamheden zo’n vier maanden in beslag nemen en dat de sloop daarna in een aantal weken plaats zal vinden.

Na het afsluiten van de boorput zal de put nog jaren gemonitord moeten worden op lekkages. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) constateerde eerder dit jaar dat te veel Nederlandse putten gebreken vertonen. Bij 1% van de gasputten is volgens SodM een zeer kleine lekkage naar de omgeving geconstateerd. Het ging hier om maximaal 115 liter per dag, dit is grofweg een kwart van wat één koe dagelijks aan methaan uitstoot. Een deel van deze gasputten is ondertussen geabandonneerd. Alle ondernemingen in de gassector hebben volgens SodM hun veiligheidsbeheerssysteem op orde waardoor ze snel en gericht kunnen reageren op incidenten.

Onderzoek van De Correspondent uit 2018 toont een ander beeld van de situatie in de olie- en gassector. Oude gas- en olieputten worden namelijk afgesloten met cement. Enig probleem: dat werkt niet. Cement kan krimpen, breken en degraderen. En als de metalen cilinders van de winningsput in de grond blijven zitten, wat meestal zo is, kan gas langs het cement gewoon omhoog blijven kruipen. Alleen is er dan meestal niemand om dat op te merken  – buiten gebruik gestelde putten worden volgens De Correspondent vrijwel nooit gemonitord.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

EU: heel Europa ‘van aardgas los’

De Europese Unie heeft een voorstel aangenomen om het gebruik van hernieuwbare energie voor verwarming en koeling vanaf 2021 jaarlijks met 1,3% te vergroten. Daarmee wordt eindelijk de draai gemaakt van hernieuwbare elektriciteit naar warmte en koeling. Niet onbelangrijk aangezien verwarming en koeling goed zijn voor een groot deel van de energievraag in de EU en slechts 18% van de warmte en koude duurzaam is. In Nederland bestond 19% van de totale energievraag in 2017 uit warmte. Waarvan slechts 10% hernieuwbare warmte was, vooral uit biomassa.

Het Europese voorstel laat zien dat Nederland misschien een van de weinige lidstaten is die al bezig is met de omslag van aardgas naar andere bronnen voor verwarming van de gebouwde omgeving, maar dat er wel degelijk gewerkt wordt aan een Europees plan om de omslag naar gas te voorkomen. Of als dat niet lukt er een tijdelijke fase van te maken. Landen als Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Belgiëwerken ook al aan de overstap naar andere warmtebronnen. En ook in de VS zijn plannen om aardgas als warmtebron te vervangen.

Om de EU klimaatdoelen voor 2050 te halen is volgens sommige onderzoekers een verbod op nieuwe gasketels en gasboilers per 2030nodig. Dat verbod is echter voorlopig nog niet in de maak.

Kansen voor de industrie

Een verplichting om het aandeel duurzame warmte en koude vanaf 2021 te verhogen biedt kansen voor de Europese industrie. Zeker voor bedrijven die zich bezig houden met zonnewarmte oplossingen (zonneboilers, heatpipes etc). Zonnewarmte maakt nu nog maar een klein deel van de totale warmtevoorziening uit. Europa exporteert zijn kennis en producten nu vooral naar Zuid-Amerika en China. Terwijl zonnewarmte in zuidelijke lidstaten, zoals Griekenland, volledig in de warmwatervoorziening voor een huishouden kan voorzien. Ook in Denemarken en Oostenrijk zijn grote zonnewarmte systemen te vinden. Grote zonnewarmte systemen kunnen ook een rol spelen bij het leveren van warmte aan een warmtenet, zoals bijvoorbeeld bij Nagele in balans, een van de 27 proeftuinen voor aardgasvrije wijken, de bedoeling is.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Techniek neutraal van gas los

Vanuit de opslag duurzame energie financiert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat twee regelingen. De bekendste is de SDE+, waarmee de productie van duurzame energie wordt gestimuleerd. Minder bekend is de ISDE regeling, waarmee EZK subsidie geeft bij de aankoop van zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels en pelletkachels. Terwijl het ministerie van EZK in Den Haag een van de grootste pleitbezorgers is voor het stellen van doelen in plaats van technieken voorschrijven. Tijd voor een herbezinning?

Techniek sturing en EZK

Het ministerie van EZK heeft de afgelopen 15 jaar met succes ingezet op een milieubeleid dat zich richt op doelen in plaats van middelen. Hierbij stelt de vergunningverlener de doelen die een bedrijf moet halen en kiest een bedrijf zelf met welke technische maatregelen deze het best gehaald kunnen worden.

Tegelijkertijd zet EZK in het energiedomein juist fors in op middelen in plaats van doelen. Zo ook bij het gasloos maken van de gebouwde omgeving. EZK stuurt bij de ISDE (net als bij de SDE+) op techniek, zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels en pelletkachels komen in aanmerking voor subsidie. Andere technieken niet, ook al halen ze vergelijkbare resultaten ten aanzien van doelen als energiebesparing en verminderen van de gasvraag. Bij biomassaketels en pelletkachels worden naar mijn weten ook geen aanvullende luchtkwaliteitseisen gesteld.

Techniek neutraal

Dat het ook anders kan laat de gemeente Amsterdam zien. Amsterdam heeft een aardgasvrij subsidie geïntroduceerd die techniekneutraal, doelgericht inzet op het eindresultaat: aardgasvrij. De subsidie is beschikbaar voor eigenaren en gebruikers van een woning, complex van woningen, vastgoed bij kleinschalige transformatie of maatschappelijk vastgoed in Amsterdam dat is aangesloten op het aardgasnetwerk. Het moet gaan om bestaande woningen of vastgoed, nieuwbouw is uitgesloten van de regeling. Er kan subsidie aangevraagd worden voor de meerkosten om een woning te verbouwen tot aardgasvrij of nul op de meter, en de kosten van het (laten) afsluiten van het aardgasnetwerk.

De kosten van biomassaketels, hout- of pelletkachels en installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen (zoals kolen, olie of butaangas) zijn in Amsterdam uitgesloten. Dit vanwege de negatieve effecten van zulke installaties op de luchtkwaliteit. Waarmee de gemeente Amsterdam, anders dan het rijk meteen rekening houdt met de vele klachten over houtstook en de adviezen die de GGD’s als een aantal jaar geven.

De kosten van zonnepanelen zijn enkel subsidiabel als de woning tot nul op de meter wordt verbouwd en er sprake is van een nieuwe duurzame verwarmingsinstallatie. Het aansluiten van een woning op het warmtenet is in Amsterdam niet subsidiabel.

Amsterdam vergoedt de volgende bedragen:

  • voor de verbouw van een woning, complex van woningen of vastgoed bij kleinschalige transformatie naar nul op de meter : € 8.000,- per woning.
  • voor de verbouw van een woning of complex van woningen naar aardgasvrij: € 5.000,- per woning
  • voor het (laten) afsluiten van de woning of het wooncomplex van het aardgasnet door de netbeheerder: het geldende tarief van de netbeheerder

Ervaringen in Amsterdam

De ervaring in Amsterdam is dat het gemiddeld investeringsbedrag voor een appartement €10.000 incl. BTW bedraagt. Het energieverbruik na de verduurzamingsoperatie ligt onder de 50 kWh/m2 per jaar, waarmee de appartementen op dat punt de norm voor nul op de meter halen. Volgens de cijfers die ik heb mogen inzien is dit gelukt bij appartementen die voor een warmtepomp hebben gekozen en voor appartementen die voor infraroodverwarming hebben gekozen. Ter vergelijking in mijn label C woning verbruiken we 62 kWh/m2 per jaar voor verwarming en warm water, waarvan 47 kWh/m2 voor verwarming.

De huidige regeling in Amsterdam zorgt er voor dat appartementen relatief veel subsidie kunnen krijgen, terwijl de kosten bij appartementen gemiddeld genomen lager liggen dan bij tussenwoningen, hoekwoningen of vrijstaande woningen.

Regeling op rijksniveau

De regeling van de gemeente Amsterdam biedt een mooi aanknopingspunt voor aanpassing van de landelijke ISDE regeling. De maximumbedragen van de subsidie op rijksniveau kunnen gelijkgesteld worden aan de bedragen in Amsterdam. De vergoeding vindt plaats op basis van daadwerkelijke kosten en bedraagt maximaal 50% van de meerkosten voor aardgasvrij of energieneutraal. Door uit te gaan van daadwerkelijke kosten wordt oversubsidiëring van appartementen en nieuwere woningen. Eventueel kan er voor gekozen worden om in wijken waar het gasnet voor 2030 aan vervanging toe is de maximale subsidie te verhogen.

Na aanvraag van de subsidie heeft een gebouweigenaar of gebouwgebruiker 12 maanden om aan te tonen dat de woning aardgasvrij of energieneutraal is. Dat kan door facturen te overleggen van de genomen maatregelen en de factuur van de verwijdering van de gasaansluiting. Een woning geldt als energieneutraal als deze in een periode van 12 maanden tenminste evenveel energie heeft verbruikt als opgewekt. Een gebouweigenaar die ervoor kiest om de woning energieneutraal te verbouwen toont dit aan door binnen 30 maanden na aanvraag van de subsidie aan te tonen dat de woning op jaarbasis energieneutraal is.

Een andere verbetering is nu al te schetsen hoe de toekomstige subsidiebedragen zich zullen ontwikkelen tot aan 2030. Op die manier weten bedrijven, gebouweigenaren en gebouwgebruikers hoe de maximale subsidie zich gaat ontwikkelen en waar ze zich op kunnen richten. Gebouweigenaren en gebouwgebruikers die subsidie aanvragen, maar deze niet gebruiken worden 3 jaar van het aanvragen van nieuwe subsidie uitgesloten. Op die manier wordt voorkomen dat subsidie op de plank blijft liggen.

De kwaliteitscontrole is een onderwerp dat nog op te lossen is. De overheid heeft mijns inziens een rol om te zorgen dat bedrijven die niet werkende oplossingen aanbieden worden uitgesloten van subsidieaanvragen, en een rol om te evalueren welke oplossingen haalbaar en betaalbaar zijn.

Conclusie

Naar mijn mening is het hoog tijd dat het het ministerie van Economische Zaken en Klimaat intern met dezelfde vasthoudendheid het gebruik van techniekvoorschriften aanpakt als dat ze dat richting andere ministeries doet. Wanneer het ministerie op doelen gaat sturen dan biedt ze gebouweigenaren en gebouwgebruikers de mogelijkheid om op de markt te kiezen welke techniek in hun situatie het best past.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.