Energieverbruik en productie januari 2021

Januari is voorbij, tijd om weer eens naar het energieverbruik te kijken. Meest opvallend is het stijgend energieverbruik voor verwarming en apparaten, veroorzaakt door thuiswerken en thuisonderwijs. Daardoor verwarmen en verlichten we momenteel 3 extra kamers in huis en staan er overdag 4 computers aan, tegen hooguit een in de avonduren vorig jaar.

Wat (in kWh)20202021verschil
Ruimteverwarming59288249%
Warm water228225-1%
Apparaten26535132%
Totaal verbruik1085145834%
Verbruik/graaddag1,531,8420%
Gasverbruik228225-1%
Elektriciteitsafname857123344%
Teruglevering143-79%
Zonnepanelen385134%
Zonnedelen440%
Winddelen159113-29%
Zonneboiler00n.v.t.
Totaal opwekking201168-16%
Netto elektriciteitsverbruik656106562%
% eigen verbruik63%94%
Saldo jaarbasis2646

Energieverbruik

Ons energieverbruik lag in januari duidelijk hoger dan in januari vorig jaar. Zoals in de inleiding gezegd is dat waarschijnlijk deels terug te voeren op het effect van thuiswerken en thuisonderwijs. Ook was januari 20221 een stuk kouder dan vorig jaar, met ruim 20% meer gewogen graaddagen. Het bruto energieverbruik van januari 2021 was 1458 kWh, ruim 370 kWh hoger dan in januari 2020. Desondanks lag het bruto energieverbruik in januari 23% lager dan de mediaan van het bruto energieverbruik van 2011-2018 en ook lager dan ooit bereikt met de cv-ketel.

Het netto energieverbruik lag in januari 2021 400 kWh hoger dan in januari 2020. Dat is nog steeds 18% lager dan het gemiddelde in de periode 2014-2018. De periode 2011-2013 reken ik niet mee, omdat we toen geen zonnepanelen hadden.

Als ik kijk naar ons energieverbruik per maand dan hebben we vorige maand fors elektriciteit ingekocht. De eigen elektriciteitsproductie viel met 168 kWh tegen. De verbruikspiek ligt in januari hoger dan vorig jaar, zoals in onderstaande grafiek goed te zien is. Of januari de top blijft, ofd dat we net als in 2012 een nog hoger verbruik krijgen in februari zal afhangen van hoe lang het winterse weer aanhoudt.

Onderstaande grafiek laat zien hoe ons energieverbruik per 12 maanden zich heeft ontwikkeld, zoals te zien is loopt dit sinds december vorig jaar weer op. Thuiswerken en de schoolsluiting hebben hun effect op ons energieverbruik. Al zitten we met 9.200 kWh nog steeds bijna 2.000 kWh onder ons verbruik toen we aardgas gebruikte voor verwarming. Daarbij heb ik dan niet gecorrigeerd voor temperatuur.

Op jaarbasis groeit de inkoop van elektriciteit nog steeds, inmiddels bestaat ongeveer 30% van ons energieverbruik uit ingekochte elektriciteit. Als we ook het gas meerekenen kopen we op jaarbasis een kleine 45% van ons energieverbruik in. De andere 55% produceren we zelf via onze zonneboiler, zonnepanelen, winddelen en zonnedelen.

Energievraag naar functie

Onze energievraag bestaat deze maand vooral uit verwarming, waarover straks meer. De energievraag vanuit apparaten is ook opgelopen. Dat laatste kan te maken hebben met de spelcomputer die de meiden hebben gekregen, maar ook met het feit dat er nu dagelijks 4 computers aan staan in verband met thuiswerken en schoolwerk.

In onderstaande grafiek is mooi te zien dat op jaarbasis de energievraag voor verwarming zeer constant is. Het energieverbruik van apparaten is weer iets aan het oplopen. Wat echter vooral stijgt is de energievraag van verwarming. Op jaarbasis ligt ons energieverbruik voor verwarming overigens nog steeds zo’n 100 kWh lager dan in januari 2020. De dalende trend is echter wel tot stilstand gekomen de afgelopen twee maanden.

Doordat het energieverbruik voor verwarming is opgelopen neemt ook het aandeel van verwarming op jaarbasis weer toe. Het aandeel is gestegen van 32 naar 34%. Het aandeel voor warm water is juist afgenomen, omdat het energieverbruik voor warm water redelijk constant is door het jaar heen.

Energieproductie

De energie die we zelf produceren bestaat voornamelijk uit zonne-energie, waarbij we zowel zonnewarmte hebben van onze zonneboiler als elektriciteit van onze zonnepanelen.

Aan de grafieken hiervoor kun je als zien dat zonne-energie niet de handigste energiebron is om de winterpieken in onze energiebehoefte op te vangen. Reden waarom we aan het kijken zijn hoe we onze warmwaterbehoefte in de winter op een andere wijze kunnen invullen.

Inmiddels weet ik van De Warmte dat hun systeem voldoende warm water produceert om ook in de wintermaanden comfortabel te kunnen douchen. De vraag die nog openstaat is of ze dat ook kunnen en willen zonder na verwarming.

Verwarming

In bovenstaande grafieken en analyses is geen rekening gehouden met het effect van het aantal graaddagen op het energieverbruik voor verwarming. Tijd dus om de verwarmingscijfers beter vergelijkbaar te maken. In onderstaande grafiek heb ik het energieverbruik voor verwarming per maand gedeeld door het aantal gewogen graaddagen in een maand. Waarbij we tot februari 2019 ons huis verwarmden op aardgas met een hr-ketel. In maart 2019 zijn we overgestapt op infraroodverwarming van ThermIQ.

In januari 2021 lag ons verbruik voor verwarming maar liefst 49% hoger dan in januari 2020. Het effect per gewogen graaddag is minder, maar nog steeds is ons energieverbruik in januari 20% gestegen ten opzichte van dezelfde periode in 2020. Van 1,53 kWh/gewogen graaddag naar 1,84 kWh/gewogen graaddag. Zouden de infraroodpanelen dan toch niet de verwachte daling in energieverbruik halen en was 2020 een toevalstreffer?

Gelukkig biedt ons BeNext monitoringssysteem daarbij uitkomst. Waar de stijging in 2013 en 2018 een kwestie van gissen blijft, kan ik bij BeNext per paneel terugzien wat het energieverbruik is. Zoals aan het begin al gezegd hebben we in januari 2021 een veel groter deel van ons huis verwarmt dan in januari 2020. Dat heeft ons zo’n 150 kWh extra aan elektriciteit gekost. Als ik corrigeer voor dit extra verbruik ten gevolge van thuiswerken en gesloten scholen dan was ons energieverbruik met 1,54 kWh per gewogen graaddag nagenoeg gelijk aan het verbruik in januari 2020.

Door het hogere verbruik in december en januari is ons energieverbruik in een standaardjaar met bijna 400 kWh gestegen. Dat is 12% en brengt ons weer in de buurt van het energieverbruik dat ik verwachtte voor een standaardjaar in november 2019. Ons verbruik blijft lager dan het verbruik dat ik op basis van CE’s Cegoia model zou verwachten. Om dat verbruik te bereiken moeten we echt nog een paar maanden fors doorstoken.

Effect klimaatverandering op aantal gewogen graaddagen

Ik ben nog steeds aan het rekenen aan het effect van klimaatverandering op het aantal gewogen graaddagen. Ik heb inmiddels de gemiddelde etmaaltemperatuur vanaf 1901 tot 2020 van De Bilt gevonden en ook van meetstation Rotterdam vanaf 1957. Voor De Bilt kom ik vooralsnog uit op 3.386 gewogen graaddagen over de periode 1901-1930. De laatste 30 jaar zijn dat er bijna 450 minder, oftewel meer dan 10%. De week winterse kou is leuk, maar zelfs als 2021 het aantal gewogen graaddagen uit 1963 (meeste aantal sinds 1901) evenaart blijft het verschil met de periode 1901-1930 bijna 430 gewogen graaddagen op jaarbasis.

Energieverbruik en productie december 2020

Het nieuwe jaar is begonnen, december achter de rug. Tijd om naar ons energieverbruik te kijken. Een energieverbruik dat deze december beduidend hoger lager dan in 2019, met name door het energieverbruik voor verwarming, al lag ook het energieverbruik voor apparaten hoger. Op zich begrijpelijk, aangezien we dit jaar kerst en Oud&Nieuw thuis hebben gevierd. Waardoor we beduidend meer stookuren hebben gehad en ook een hoger elektriciteitsverbruik van tv, lampen en koken. Het totale energieverbruik nam met 34% toe ten opzichte van december 2019.

Wat (in kWh)20192020verschil
Ruimteverwarming44269758%
Warm water247234-5%
Apparaten22729831%
Totaal verbruik916122934%
Verbruik/graaddag1,111,7154%
Gasverbruik247234-5%
Elektriciteitsafname66999549%
Teruglevering142-86%
Zonnepanelen4832-33%
Zonnedelen4775%
Winddelen113106-6%
Zonneboiler00
Totaal opwekking165145-12%
Netto elektriciteitsverbruik50485069%
% eigen verbruik71%94%
Saldo jaarbasis2237

Energieverbruik

Ons bruto energieverbruik is uitgekomen op 8.819 kWh, dat is 22% lager dan de mediaan over de periode 2011-2018. De jaren waarin we ons huis met aardgas verwarmden. Al met al geen slecht resultaat na 9 maanden thuiswerken, wat toch echt een hele grote verandering in levensstijl en gebruik van ons huis heeft betekend.

Ons energieverbruik bestond in 2020 voor het grootste deel uit elektriciteit. Aardgas en zonnewarmte leverden beide ongeveer 15% van ons energieverbruik.

In ons elektriciteitsverbruik is de inkoop van elektriciteit fors gestegen. In de eerste helft van 2019 konden op jaarbasis nog in ons eigen elektriciteitsverbruik voorzien. Door het hogere verbruik als gevolg van de overstap op infraroodverwarming lukt dat niet meer en kopen we nu op jaarbasis zo’n 2.000 kWh in. Daar staat tegenover dat de inkoop van aardgas met ruim 5.000 kWh (zo’n 500 m3 aardgas) gedaald is. Per saldo is het aandeel eigen opwek dus gestegen, van 43% eind 2018 tot 50% eind 2019 en naar bijna 59% eind 2020.

Energieproductie

Het aantal kWh dat we zelf opwekken ligt wel redelijk constant, al schommelt het wel een beetje per jaar. Afgelopen jaar krabbelde met name onze winddelen weer enigzins op. Desondanks hebben ze in 2020 slechts 1.410 kWh van de voorgespiegelde 1.500 kWh opgeleverd.

Verwarming

Tot slot de cijfers voor verwarming, omgerekend naar het gebruik per gewogen graaddag. Daarbij is geen rekening gehouden met het effect van minder graaddagen door klimaatverandering, waar ik eerder over schreef.

In bovenstaande grafiek is goed te zien hoe het energieverbruik per gewogen graaddag schommelt met de seizoenen. In het stookseizoen 2019 lag de piek beduidend lager dan december. Tocht lag ons verbruik per graaddag in december 2020 nog steeds 30% lager dan het gemiddelde voor de maand december met aardgas.

Omgerekend naar een standaardjaar, waarbij een standaardjaar hier het gemiddeld aantal gewogen graaddagen voor de periode 2000-2019 is, hebben we in 2020 ruim 3200 kWh verbruikt. In werkelijkheid lag het aantal gewogen graaddagen lager dan het gemiddeld aantal graaddagen in de genoemde periode, waardoor we in werkelijkheid een kleine 2.900 kWh hebben verbruikt. Bijna 300 kWh minder, doordat er 405 gewogen graaddagen minder waren in 2020 dan gemiddeld in de periode 2000-2019. De berekening van het aantal gewogen graaddagen zonder klimaatverandering vergt wat meer tijd, wordt aan gewerkt.

Het effect van klimaatverandering op verwarming

Met ingang van dit jaar verandert het ‘normale weer’ in Nederland. Het KNMI heeft nieuwe gemiddelden berekend, gemeten over de afgelopen dertig jaar. Deze berekeningen leiden tot een ‘nieuw normaal’, voor bijvoorbeeld temperatuur en neerslag. Het KNMI stelt dat het daardoor nog duidelijker wordt dat het Nederlandse klimaat verandert. Een aantal wetenschappers denkt daar anders over, zeker na een jaar vol weer records. Dennis Botman ontwikkelde de app ThermoMate, waarmee je het weer kan vergelijken met het gemiddelde van de dag of het uur over de periode van 1950 tot 2020. Ik heb ook zo mijn twijfels bij het tot normaal verklaren van het weer van de afgelopen 30 jaar. Vandaar dat ik op zoek ben gegaan naar een historisch vergelijkingsmateriaal voor ons energieverbruik.

Inmiddels houden we al bijna 10 jaar maandelijks ons energieverbruik bij, daarin is wel zichtbaar wat het effect is van besparingsmaatregelen, maar niet van klimaat. Daarom vandaag een poging om daar verandering in aan te brengen. Er valt ongetwijfeld een hoop tegen onderstaande berekeningen in te brengen, dat kan in de reacties.

Bepalen van de benchmark

Ik bereken ons energieverbruik voor verwarming altijd terug aan de hand van het aantal gewogen graaddagen. De cijfers die ik daarvoor kan vinden gaan terug tot 1970. Om te bepalen hoeveel graaddagen normaal zijn in Nederland wil ik eigenlijk het aantal graaddagen weten zonder invloed van het menselijk broeikaseffect. Dan heb ik naar mijn mening gegevens nodig van voor 1970. In mijn zoektocht stuitte ik op “KNMI publicatie 219 Effectieve temperatuur en graaddagen Klimatologie en klimaatscenario’s” (pdf) uit 2008. Daarin staan gegevens over het aantal graaddagen in de periode 1904 tot en met 2006. Waarbij de onderzoekers ook aangeven dat mediaan voor het aantal graaddagen bij meetstation De Bilt op 2406 ligt in de periode 1904-1975.

Ik gebruik alleen zelf het aantal graaddagen in Rotterdam, dichter bij Schiedam, waar het over het algemeen wat warmer is in de wintermaanden. Met behulp van een bestand met graad- en koeldagen dat ik bij KWA heb gevonden heb ik voor de periode 1970-2019 berekent dat het gemiddeld 86 graaddagen scheelt per stookseizoen (oktober tot en met maart), dat is een verschil van 4%.

Voor het gemak ben ik er van uitgegaan dat er sprake is van een lineair verband tussen het aantal graaddagen in De Bilt en Rotterdam. Het aantal graaddagen in Rotterdam is dan 0,94 met een 95% betrouwbaarheidsinterval van 0,90 tot 0,98.

Dat betekent dat ik voor Rotterdam op gemiddeld aantal graaddagen in de periode 1904 tot en met 1975 op 2.259 graaddagen kom, plus of min 97 graaddagen. Onderstaande tabel geeft het aantal ongewogen graaddagen per jaar in het stookseizoen van Rotterdam voor de periode 2010-2020 in vergelijking met het gemiddelde aantal ongewogen graaddagen in de periode 1904-1975. Als er sprake is van opwarming dan is de verwachting dat het aantal graaddagen daalt.

JaarOng. Graaddagen RotterdamVerwacht 1904-1975Verschil%
20102496225923811%
201119932259-266-12%
201221262259-132-6%
201322802259211%
201417852259-473-21%
201518932259-366-16%
201621412259-117-5%
201719722259-287-13%
201821082259-151-7%
201919592259-300-13%
202019842259-275-12%
Gemiddelde2.0672.259-191-8%

In bovenstaande tabel is te zien dat het aantal ongewogen graaddagen gemiddeld lager ligt dan in de periode 1904-1975. Om te bezien of dit ook statistisch significant is heb ik een t-toets uitgevoerd. Met als nul hypothese dat er het aantal graaddagen in de periode 2011-2020 gelijk is aan het aantal graaddagen in de periode 1904-1975. De uitkomst van deze t-toets is dat de t-waarde -3,2 bedraagt. Daarmee is nul hypothese (geen opwarming) bij significantiedrempel van 5% verworpen. Ergo: het aantal graaddagen ligt in de periode 2011-2020 significant lager dan in de periode 1904-1975.

Aangezien de wetenschap ervan uitgaat dat dit komt door klimaatwetenschap reken ik de bijbehorende energiebesparing voortaan toe aan klimaatverandering.

Effect klimaatverandering op energieverbruik

In onderstaande tabel heb ik het effect van klimaatverandering, energiebesparingsmaatregelen en ons gedrag uitgesplitst. Alle verbruiken zijn omgerekend naar kilowattuur. Om dit terug te rekenen naar m3 aardgas kan je het verbruik door 10 delen (eigenlijk 9,8 nogwat, maar da’s voor de puristen).

Toen we het huis kochten zat er een oude VR-ketel in. Deze hebben we enkel in november en december gebruikt in 2010, in die periode waren we aan het klussen maar woonden we nog niet in het huis. Het verbruik voor 2010 is berekend op basis van deze twee maanden. Omgerekend zouden we dat jaar zo’n 1.100 m3 aardgas voor verwarming hebben gebruikt. Niet heel vreemd voor een C-label woning. Omgerekend naar een standaardjaar zou het ruim 950 m3 aardgas zijn geweest, of 9.622 kWh. Het totale verschil per jaar is telkens het werkelijk verbruik minus het standaardjaarverbruik van 2010.

In 2010 was het aantal graaddagen hoger dan de mediaan in de periode 1904-1975, zoals in de vorige tabel te zien was. Daardoor hebben we in 2010 extra gestookt door het klimaateffect. Een situatie die zich enkel in 2013 herhaald heeft. In alle andere jaren hebben we minder gestookt door minder graaddagen.

JaarVerschil klimaatVerschil HRVerschil IRVerschil gedragTotaal verschil
20101.0130001.013
2011-1.131-3.3720-1.068-5.571
2012-564-3.5970551-3.610
201391-3.85702.789-977
2014-2.017-3.0200-392-5.429
2015-1.557-3.2030-456-5.216
2016-499-3.6230-526-4.648
2017-1.221-3.3360-282-4.839
2018-641-3.5660-207-4.415
2019-1.277-3.314-1.855413-6.033
2020-1.170-3.357-1.879-418-6.824
Totaal-8.973-34.245-3.735405-46.548
Gemiddeld-816-3.113-34037-4.232

Wat verder opvalt is het grote effect van overschakelen op een HR-ketel en ook van de vervolgstap overstappen op infraroodverwarming. Gemiddeld hebben we de afgelopen 10 jaar ruim 800 kWh (ong. 80 m3) aardgas bespaart door klimaatverandering, dat is 19% van ons energieverbruik voor verwarming. Dat valt in het niet bij de besparing die we hebben bereikt door maatregelen te treffen in ons huis. In de meeste jaren is het klimaateffect wel groter dan het effect van ons gedrag op ons verbruik voor verwarming.

Lessen voor klimaatakkoord 2.0

De Europese Unie heeft gekozen voor een scherper klimaatdoel voor 2030, in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de doelstelling in de klimaatwet aan te scherpen en de verkiezingen komen er aan.

De initiatiefwet van D66 en GroenLinks wordt ongetwijfeld inzet van de coalitieonderhandelingen en zal zorgen voor nieuwe onderhandelingen over aanpassingen in het nationale klimaatakkoord. Hoog tijd om daarop vooruitlopend een aantal lessen mee te geven vanuit de dagelijkse praktijk van de lokale uitvoering (eerder gepubliceerd op Sargasso), want het huidige klimaatakkoord bevat een aantal schotten tussen doelstellingen die zacht gezegd niet bepaald zorgen voor maatschappelijke acceptatie bij inwoners. Schotten ook die ervoor zorgen dat inwoners het gevoel hebben dat ze niet serieus worden genomen, dat er enkel ‘infantiele keuzes’ tussen zonneveld of windturbine voorliggen en dat ze de kans missen om de opgave voor de eigen gemeente te verkleinen. Een volstrekt gemiste kans in het huidige klimaatakkoord, die ook zorgt voor onnodige polarisatie. Een goed ontworpen en simpele set spelregels kan inwoners en raadsleden weer grip geven op de enorme opgave die er de komende decennia op ze afkomt vanuit de energietransitie.

Ontwikkelingen in de EU en nationaal

De Europese Commissie heeft aangekondigd de doelstelling voor 2030 te willen aanscherpen naar 55% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990. Het Europees Parlement wil zelfs inzetten op 60% reductie in 2030. Ook in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de ambitie in de klimaatwet voor 2030 op te hogen van 49% naar 55%. Wanneer deze aanscherpingen doorgaan ligt het voor de hand dat ook de maatregelen van het Nederlandse klimaatakkoord (dat is bestempeld tot het eerste klimaatplan, als bedoelt in de klimaatwet) aangevuld moeten worden. Wat weer zal doorwerken in de 30 regionale energiestrategieën. Wat weer tot aanvullende lokale gesprekken met inwoners en gemeenteraden zal leiden over welk aandeel iedere gemeente wil nemen in deze extra opgave.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Koppel energiebesparen aan energie produceren

Veel inwoners vinden dat energiebesparen de eerste stap moet zijn. Jarenlang hameren op de trias energetica heeft zo z’n vruchten afgeworpen. Alleen heeft energiebesparen geen enkel effect op de hoeveelheid te produceren hernieuwbare elektriciteit voor 2030. Terwijl energiebesparen keihard nodig is om het aardgasverbruik in woningen terug te dringen, met als bijkomend voordeel dat woningen die beter geïsoleerd zijn makkelijker aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Ook energiebesparing bij bedrijven kan de hoeveelheid energie die we moeten produceren verminderen. Als inwoners en bedrijven daarmee samen de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit die een gemeente of regio moet opwekken kunnen verminderen biedt dat handelingsperspectief. Het moet dan wel gaan om harde afspraken, niet om zachte convenanten. Worden de afspraken niet gehaald dan is er ook meer energieproductie nodig. Dat betekent meer zonnedaken, maar ook meer zonnvelden, windturbines en op termijn ook meer aardwarmtebronnen (die ook niet vrij van risico’s en nadelen zijn).

De tandeloze zonneladder

In het nationaal beleid, bijvoorbeeld de nationale omgevingsvisie, is een zonneladder opgenomen. Bovenaan staat daarbij zon op dak en iedereen die je er naar vraagt is het daar mee eens. Alleen bij nieuwbouw is de standaard nog steeds dat er een paar schaampanelen op geplaatst worden, net genoeg om aan de normen in het bouwbesluit te voldoen. Als het rijk werkelijk wil dat zonnepanelen bij voorkeur op daken komen dan moet ze daarvoor regels opnemen in het bouwbesluit, zoals Frankrijk dat heeft gedaan. Mocht het rijk dat niet willen geef dan tenminste gemeenten de mogelijkheid om zonnepanelen op het dak verplicht voor te schrijven bij nieuwbouwprojecten. Het is aan inwoners niet uit te leggen dat het rijk een zonneladder heeft waarin zon op dak voorop staat, maar dat de gemeente richting projectontwikkelaars met lege handen staat om dat af te dwingen. Hierdoor blijven daken van nieuwe huizen en bedrijfsgebouwen onbenut, en zijn uiteindelijk meer zonnevelden en windturbines nodig om aan de doelstelling voor 2030 te voldoen. Dat is niet in lijn met de zonneladder en niet in lijn met wat inwoners lokaal als volstrekte nobrainer zien: nieuwe daken moeten vol met zonnepanelen, waar mogelijk zouden zelfs gevels ingezet moeten worden.

Splitsing tussen kleinschalige en grootschalige opwekking van hernieuwbare energie

In het huidige nationale klimaatakkoord is de productie van hernieuwbare energie gesplitst in drie delen: wind op zee, kleinschalige zonnestroominstallaties (<15 kWp, zeg een paneel of 50) en grootschalige opwek door wind- en zonne-energie. De splitsing tussen wind op zee en hernieuwbaar op land is zinvol, dit voorkomt dat lokaal gezegd kan worden dat eerst de zee vol gezet dient te worden. Het gesprek gaat daarmee over de vraag wat inwoners en raadsleden lokaal willen bijdragen aan de nationale opgave.

Wat averechts werkt is de splitsing die in het klimaatakkoord is gemaakt tussen kleinschalige zonnestroominstallaties aan de ene kant en grootschalige wind- en zonne-energie aan de andere kant. Een deel van de inwoners en raadsleden vind zonnevelden en windturbines niet passen bij het lokale landschap, of maakt zich zorgen over de impact zaken als gezondheid, flora en fauna. De kwaliteit van het lokale gesprek zou met sprongen vooruit gaan als inwoners de keuze hadden om de benodigde hoeveelheid zonnevelden en windturbines te beperken door zelf nog massaler dan nu al gebeurd zonnepanelen op hun eigen dak te plaatsen. Alleen is het aantal huiseigenaren dat meer dan 40 tot 50 zonnepanelen kan plaatsen beperkt.

Een extra inzet op (kleinschalig)e zonne-energie in de gebouwde omgeving brengt ook nadelen met zich mee, daar zou de wetgever ook oplossingen voor in kunnen bouwen in de regelgeving. Er zijn inmiddels voldoende oorbeelden uit Australië, Hawaii, Californië, New York en Duitsland beschikbaar om daar slimme regelgeving voor te maken. Bv door zoals in Duitsland regels te stellen over de verhouding tussen omvormer en piekvermogen van de zonnestroominstallatie, of door slimme omvormer voor te schrijven die op afstand terug te regelen zijn door de netbeheerder of een zogenaamde aggregator. Ook het combineren van zonnestroominstallaties met energie-opslag (accu’s of ouderwetse waterboilers) kan helpen om pieken op het netwerk beheersbaar te houden.

Techniekneutraal

In de eerste versie van de handreiking voor regionale energiestrategie werd gesteld dat de invulling van de opgave voor hernieuwbare elektriciteit op land techniek neutraal mocht. In normaal Nederlands regio’s en gemeenten mochten zelf kiezen tussen windenergie, zonne-energie, de inzet van biomasssa/biogas of welke vorm van hernieuwbare elektriciteit dan ook. Enige voorwaarden:  vergunning verlening uiterlijk in 2025 en realisatie uiterlijk in 2030. In latere versies van de handreiking werd techniek neutraal vervangen door wind- en grootschalige zonne-energie. Landelijk was bedacht dat dit de twee technieken zijn die technologisch voldoende ontwikkeld zijn om in 2030 een bijdrage te kunnen leveren.

Daarmee zijn de opstellers van de handreiking in dezelfde valkuil gestapt als het Energie Akkoord: voorschrijven welke techniek voor 2030 passend en haalbaar wordt geacht. Heel fijn dat ze landelijk de discussie daarover gevoerd hebben met elkaar, alleen op lokaal niveau verschillen de meningen over de haalbaarheid en wenselijkheid van de inzet van verschillende vormen van hernieuwbare elektriciteit.

Voor biomassa wordt de discussie op social media,  landelijk en hier op Sargasso bij voorkeur zo ongenuanceerd mogelijk gevoerd. De inzet van biomassa en biogas wordt daarbij per definitie gelijk gesteld aan het importeren van houtige biomassa uit Canada, de VS of zelfs uit tropische bossen. Ook wordt vaak gesteld dat biomassa per definitie luchtkwaliteitsproblemen geeft. Beide hoeft niet het geval te zijn. In agrarische gemeenten is het mogelijk om te kiezen voor de inzet van kleinschalige biogasinstallaties voor elektriciteitsproductie. Ook kan biogas gewonnen worden bij rioolwaterzuiveringsinstallaties. Zelfs als er vanuit landelijk perspectief rendabelere opties zijn zoals het gebruik van het biogas voor verwarming of als feed stock voor de industrie, dan nog is het mogelijk dat daar lokaal andere keuzes in gemaakt worden. De gemeenteraad heeft nu eenmaal haar eigen democratische mandaat en kan dus andere keuzes maken dan de Tweede Kamer. Deze andere keuzes kunnen bijvoorbeeld gemaakt worden vanwege zorgen over het landschap, biodiversiteit of gezondheid. Wat betreft het effect op luchtkwaliteit is het rijk aan zet, een zeer eenvoudige manier om te voorkomen dat biomassa en biogas een negatief effect op de luchtkwaliteit hebben is om de norm voor biobrandstoffen gelijk te trekken met de norm voor fossiele brandstoffen. Er is geen enkele reden te verzinnen waarom biomassa of biogas meer luchtvervuiling zou mogen uitstoten dan hun fossiele tegenhanger. Behalve dan gebrek aan normstelling vanuit de landelijke overheid.

Ontkoppeling tussen hernieuwbare energie en emissies t.g.v. grondgebruik

Klimaatverandering wordt niet enkel veroorzaakt door de CO2 uitstoot van fossiele brandstoffen. Ook methaanemissies vanuit landbouw en grondgebruik spelen een belangrijke rol. Op lokaal niveau zoeken gemeenten naar mogelijkheden om koppelingen tussen deze opgaven te maken, een koppeling die ook past in de geest van de wederom uitgestelde Omgevingswet. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het tegengaan van bodemdaling in veenweidegebied door het verhogen van het peil in een deel van de polder, waarna het deel van het agrarisch land wordt omgevormd tot een combinatie van bloem- en kruidenrijk grasland en zonneveld. Hiermee krijgen insecten weer meer kans, daalt de methaanemissies ten gevolge van veenverbranding, wordt de bodemdaling beperkt en wordt groene stroom geproduceerd. Een aanpak die aan vier kanten hout snijd, maar geen enkele meerwaarde heeft voor de gemeente of de lokale gemeenschap binnen het huidige klimaatakkoord. Het inzetten op dit soort functiecombinaties wordt wel in de ontwerpprincipes van de nationale omgevingsvisie geadviseerd, enige beloning bijvoorbeeld in de vorm van een (tijdelijk) minder hoge opgave in de warmtetransitie of in de opgave voor hernieuwbare elektriciteit biedt het echter niet.

Conclusie

Door slimmere koppelingen te maken tussen verschillende tafels van het klimaatakkoord kan inwoners handelingsperspectief geboden worden. Acties die ze zelf kunnen nemen om ontwikkelingen die ze ongewenst vinden in hun omgeving te beperken of mogelijk zelfs te voorkomen. Dat maakt het lokale gesprek over de energietransitie makkelijker en constructiever. In plaats van de ene dag de vraag zonneveld of windturbine te stellen en de volgende dag warmtenet of warmtepomp, wordt dan de vraag: u wilt geen of minder windmolens? Prima, alleen betekent dat wel dat u zonnepanelen op uw eigen woning en misschien ook wel die van uw buren moet aanbrengen. Minder zonnevelden in uw gemeente? Wat doet u aan energiebesparing en hoeveel minder energieverbruik belooft u in 2030 te realiseren? Eerst zonnepanelen op de grote bedrijfsdaken in de gemeente? Wat gaat u zelf doen om bedrijven daar op aan te spreken en om die zonnedaken te realiseren?

Het ontbreken van slimme koppelingen tussen de verschillende tafels van het klimaatakkoord en speelruimte voor lokaal maatwerk is een gemiste kans. We hebben dan wel haast bij het aanpakken van het klimaatprobleem, maar lokale gemeenschappen hebben ook tijd nodig om te wennen aan nieuwe werkelijkheden en om samen het gesprek te voeren over de wijze waarop ze willen bijdragen aan het doel.

Goede voornemens 2020: de stand van zaken

Begin dit jaar heb ik me drie zaken voorgenomen. De laatste dag van het jaar lijkt me een mooi moment om de stand van zaken op te maken. Nieuwe voornemens heb ik nog niet. Tips mag je in de reacties achterlaten.

Land van Ons

Het eerste voornemen was om lid te worden van Land van Ons, een coöperatieve vereniging die zich tot doel stelt om Nederlandse landbouwgrond te revitaliseren. De grond wordt dus geen natuurgebied, maar blijft in gebruik als cultuurgrond: die door mensen bewerkt wordt en waar producten vanaf komen voor ons dagelijks bestaan. Waar Land van Ons zich door willen onderscheiden is dat de ecologie de basis is voor de exploitatie van de gronden. Dat betekent dat er nog steeds op geboerd kan worden op een manier die meer lijkt op hoe de ‘biologische’ boeren dat aanpakken. Hoewel de eerlijkheid gebiedt: ook daar kunnen op het vlak van herstel biodiversiteit nog genoeg stappen gemaakt worden.

Inmiddels heeft Land van Ons vijf percelen aangekocht in verschillende provincies van Nederland. Zelf hebben we onze inleg verhoogd en hebben we nu omgerekend voor zo’n 40 m2 aan grond helpen aankopen. Niet veel, maar vele kleine beetjes kunnen samen een grote beweging maken zoals de coöperatieve energiesector steeds duidelijker laat zien. Want ook het aantal initiatieven dat zich inzet voor verandering in de landbouw groeit. Of het nu gaat om Rechtstreex, Herenboeren of Caring Farmers. Ze hebben een ding gemeen: ze zoeken naar een nieuwe verbinding tussen stad en platteland, en naar exploitatie van de grond binnen de ecologische grenzen. Al die kleine initiatieven samen kondigen verandering aan, net als lokale biologische boeren (bv Ruyge Weide in Oudewater) en grootschaligere initiatieven zoals Common Land en Kipster.

Ben je op zoek naar een goed voornemen voor 2021? Sluit je aan bij een van de verschillende initiatieven, of stem volgend jaar met je portemonnee. Al gebied de eerlijkheid me te zeggen dat we dit jaar wel een aantal maanden wekelijks een deel van onze boodschappen bij Rechtstreex hebben besteld, maar dat ik dat niet heb volgehouden. Het ritme om uiterlijk op dinsdag het menu voor het weekend daarop te bepalen kregen we niet in ons systeem. Wel zijn we voor de koffie bijna volledig overgeschakeld op plantaardige melk van haver, amandelen en soja. Koffie en thee bestel ik sinds de eerste lockdown bij Peeze.

Groasis

Kort na het bekend maken van mijn twee goede voornemens werd ik gewezen op Groasis. Een Nederlands bedrijf dat een waterbox maakt, waarmee planten en bomen die in droge gebieden worden aangeplant een veel hogere overlevingskans hebben. De video hieronder laat goed zien hoe het werkt.

Het investeringsprogramma van Groasis is per 1 december 2020 gesloten, dus je kan momenteel helaas niet meer meedoen. Maar er zijn genoeg mogelijkheden om te helpen met het herplanten van bomen, ook in Nederland. Bijvoorbeeld de actie Meer Bomen. Dus als je nog een goed voornemen zoekt voor volgend jaar hoeft de investeringsstop van Groasis je niet te weerhouden.

Van gas af

Het derde voornemen dat ik had was om verder te gaan in de speurtocht om van aardgas af te gaan. Over heel 2020 komt ons verbruik uit op minder dan 200 m3. Dat is energie die we enkel nog nodig hebben voor warm water in herfst, winter en lente. In de zomer kunnen we het af met onze zonneboiler. Dit jaar hebben we nog geen keuze gemaakt, wel hebben we genoeg gespaard om de laatste stap te kunnen gaan zetten. Voor de keuken staat inmiddels wel vast dat we een close in boiler gaan nemen, waarschijnlijk met kookwaterkraan.

Voor warm water in de badkamer zijn nog een paar serieuze kandidaten over. Een optie is om een doorstroomverwarmer te nemen, nadeel zijn de piekbelasting en het relatief hoge energieverbruik. Voordeel zijn de kosten en relatief simpele installatie, die ook weinig ruimte in beslag neemt. Een tweede kandidaat is warm water maken uit de lucht die onze mechanische ventilatie afzuigt. Een andere kandidaat die dit jaar op de radar kwam was DeWarmte, een nieuw riothermie bedrijf uit Delft. Zij winnen warmte terug die anders letterlijk door het putje gaat. Vraag is nog even wat de kosten hiervan zijn, hoe makkelijk de installatie is en of het voldoende is om in onze warmwaterbehoefte te voorzien.

Een definitieve keus hebben we nog niet gemaakt. Het goede voornemen om van gas af te gaan schuift dus nog een jaartje door. Wel met reden, want door het coronavirus vergde werk en privé beide veel meer aandacht, en een dag heeft nu eenmaal een beperkt aantal uren. Zoals ook wel blijkt uit de teruggelopen hoeveelheid berichten op mijn weblog dit jaar.

Voortgezette activiteiten

Buiten de drie nieuwe goede voornemens had ik natuurlijk al de nodige zaken lopen. Een daarvan is mijn bestuurslidmaatschap van Energiek Schiedam. Daar hebben we een belangrijke stap gezet met het realiseren van ons tweede zonnedak. Ook is het bestuur dit jaar vernieuwd en hebben we de samenwerking met gemeente Schiedam op gebied van energiebesparing bij inwoners versterkt.

Mijn lidmaatschap van De Windvogel loopt nog steeds door, al ben ik daar verder niet actief. Dit jaar heb ik geen verdere investeringen via Zonnepanelendelen of De Windcentrale gedaan. Wel heb ik weer in verschillende zonne-energie projecten in Afrika geïnvesteerd via Trine en Energise Africa. Want het gaat mij niet alleen om hieropgewekt, maar ook om daaropgewekt. Daar meer hernieuwbare energie opwekken zorgt voor minder kansen voor nieuwe kolencentrales, maar ook voor minder afzet van slechte kwaliteit kerosine voor Europese raffinaderijen. Bovendien draag ik graag mijn steentje bij aan het behalen van de Sustainable Development Goals.

Ik heb in 2020 een investering via crowdfunding gedaan in GoSun. Daarnaast hebben we nog steeds een reeks investeringen uit het het verleden, waaronder investeringen in de verschillende fondsen van Meewind en in Ampyx Power.

Opmerkelijke klimaatzaken

De Amerikaanse Climate Change Litigation database telt inmiddels 1224 Amerikaanse klimaatzaken en 368 niet Amerikaanse klimaatzaken. Waarbij een klimaatzaak breder gaat dan enkel rechtszaken, het kan ook gaan om dagvaardingen of dreigingen met een rechtszaak. De database is een initiatief van het Sabin Center for Climate Change Law van de Columbia Law School en Arnold & Porter. De afgelopen weken zijn er een aantal ontwikkelingen die de komende jaren grote gevolgen kunnen hebben.

Uitspraak in Ierse klimaatzaak: klimaatbeleid te vaag

De Ierse milieuorganisatie Friends of the Irish Environment (FIE) had een zaak aangespannen tegen de Ierse overheid. FIE stelde dat de Ierse overheid niet voldoet aan verplichtingen uit de Climate Action and Low Carbon Development Act, een wet uit 2015 die zegt dat de overheid plannen moet maken om de transitie naar een klimaatneutrale economie in 2050 te realiseren. Een panel van zeven Ierse opperrechters gaf de milieuorganisatie unaniem gelijk.

Zij bevestigden afgelopen vrijdag dat uit de huidige plannen niet valt af te leiden dat Ierland op weg is om zijn doelen te behalen. De rechter heeft de overheid daarom opgedragen op om een nieuw, gedetailleerd plan te maken. Daarbij moet een redelijk geïnformeerd persoon kunnen beoordelen of het plan realistisch is en of ze het eens zijn met de in het plan gemaakte beleidskeuzes. Het plan moet ook de volle periode tot 2050 beslaan, de latere jaren mogen wel minder gedetailleerd zijn dan de periode tot 2030. De Ierse Hoge Raad is in haar uitspraak niet ingegaan op grondwettelijke of mensenrechten zaken, aangezien de zaak niet door een individu was aangespannen. Dit kan in toekomstige rechtszaken nog wel een rol gaan spelen.

Klimaatactivisten noemen de ontwikkeling hoopgevend. In de uitspraak verwijst de Ierse Hoge Raad (pdf) verschillende keren naar de klimaatzaak van Urgenda. De Ierse regering heeft de uitspraak van de Ierse Hoge Raad positief ontvangen. De nieuwe coalitie, met daarin onder andere de Ierse Groenen, wil dat de uitstoot van broeikasgassen vanaf nu elk jaar met 7 procent afneemt.

Massachusetts vs Exxon Mobil

Eerder dit jaar verloor de aanklager van New York zijn klimaatzaak tegen Exxon Mobil. De aanklager van New York stelde dat Exxon Amerikaanse beleggers en investeerders had misleid over de financiële risico’s van klimaatverandering voor de bedrijfsvoering en waarde van Exxon Mobil. Daarmee zijn de zorgen voor Exxon Mobil niet weg, want Massachusetts heeft een soortgelijke klimaatzaak aangespannen tegen het Amerikaanse olie- en gasbedrijf. Exxon probeert de rechtszaak naar de federale rechtbank verplaatst te krijgen, maar slaagt daar vooralsnog niet in. De rechtbank van Massachusetts heeft eind mei aangegeven van mening te zijn dat de aanklacht van Massachusetts enkel betrekking heeft op mogelijke overtreding van staatswetgeving en dat deze geen federale vragen bevat.

Om de zaken nog wat erger te maken voor Exxon Mobil, maar ook voor andere fossiele energiebedrijven, heeft het Amerikaanse Huis voor Klokkenluiders (National Whistleblower Center (NWC)) op 23 juli het rapport Exposing a Ticking Time Bomb: How Fossil Fuel Industry Fraud is Setting Us Up for a Financial Implosion – and What Whistleblowers Can Do About It gepubliceerd. John Kostyack, NWC Executive Director stelt:

In light of the deceptions we found, the handful of pending fraud cases challenging climate risk disclosures by fossil fuel companies are probably just the tip of the iceberg. We anticipate that the number of cases and defendants will increase dramatically in the near future once potential whistleblowers learn about the benefits of modern whistleblower laws and begin providing information to regulators and prosecutors about climate risk deceptions along the lines of those outlined in our report.

De belangrijkste bevindingen van het rapport zijn dat misleiding over de financiële risico’s van klimaatverandering alomtegenwoordig is in de fossiele brandstofindustrie. Het gaat daarbij om het routinematig weglaten van twee soorten informatie in verklaringen van bedrijven aan aandeelhouders. Op de eerste plaats de onmiddellijke risico’s die klimaatverandering vormt voor de financiële toestand van bedrijven en ten tweede het risico dat de vermindering van de de waarde van activa van het bedrijf zal bijdragen aan een economiebrede financiële implosie. Op de tweede plaats wijst het rapport er op dat de groeiende rol van klokkenluiders in de strijd tegen fraude betekent dat het handjevol van lopende effectenfraudezaken slechts het topje van de ijsberg vormen. Er zijn momenteel slechts vijf lopende zaken – allemaal tegen Exxon – over de vraag of de verklaringen van het bedrijf over de financiële risico’s van klimaatverandering volgens staats- of federale wetgeving vallen onder effectenfraude. De NCW verwacht dat het aantal zaken en gedaagden sterk zal toenemen zodra potentiële klokkenluiders leren over de bescherming en beloningen, die door de huidige Amerikaanse klokkenluiderswet wordt geboden voor het verstrekken van gedetailleerde informatie aan toezichthouders en openbaar aanklagers over fraude met klimaatrisico’s. Volgens het NCW kunnen klokkenluiders in de fossiele brandstof industrie, net als hun voorgangers in tabaksindustrie, bankwezen en gezondheidszorg een centrale rol spelen in de hervorming van hun bedrijfstak en kunnen ze helpen om een wereldwijde financiële implosie te voorkomen.

Afrondend

De recente ontwikkelingen laten zien dat de uitspraak in de Urgenda klimaatzaak niet uniek is. De uitspraak van de Ierse Hoge Raad ligt in het verlengde en dwingt de Ierse overheid tot het maken van concretere plannen. Daarmee is duidelijk dat uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad in de Urgenda klimaatzaak niet enig in zijn soort is. Daarmee kan er ook uitstraling naar andere overheden binnen met name de EU zijn. Voor Exxon Mobil en andere olie, gas en kolenbedrijven betekent de publicatie van het Amerikaanse Huis voor Klokkenluiders en van de rechtbank in Massachusetts dat de juridische gevaren na het winnen van de rechtszaak in New York nog lang niet geweken zijn.

Dit bericht is begin augustus 2020 geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Juli 2020: Milieucommissie Europarlement wil internationale scheepvaart onder CO2-emissiehandel brengen

De Milieucommissie van het Europees Parlement wil dat de internationale scheepvaart vanaf 1 januari 2022 onder het Emissiehandelssysteem (ETS) valt. Dit moet vanaf 2021 gelden voor reizen die vertrekken van, of aankomen in Europese havens. Ook wil de milieucommissie de sector een bindende CO2-reductiedoelstelling opleggen van 40% in 2030 ten opzichte van 2018. De milieucommissie wil ook een fonds opzetten voor de opbrengsten van het veilen van CO2-rechten terug laten vloeien naar de scheepvaartsector voor investeringen in nieuwe CO2-reducerende technieken.

In een reactie op het besluit van de milieucommissie van het Europees Parlement stelt Jutta Paulus, de rapporteur van het Europees Parlement:

The Environment Committee has today made an important contribution to achieving the Paris Climate Agreement goals! I am very pleased that a majority of MEPs support the extension of the EU ETS to maritime transport. We also agreed that half of the revenue should go to a fund that supports research and development of innovative, climate-friendly ships and co-finances nature conservation in our seas.

It was important to everyone that, in addition to CO2, other climate-damaging gases, especially methane, should also be included in the monitoring programme. The ambitious efficiency target of 40% less CO2 per tonne of freight transported and nautical mile travelled will probably have the greatest effect. For this will provide a real incentive to build more economical ships – which will also operate outside the EU.

Today’s vote in the Environment Committee is an important step in the fight against the climate crisis. International maritime shipping is the only transport sector not subject to a binding target for reducing climate-damaging emissions, despite the fact that it is responsible for around three percent of global greenhouse gases.

In its present form, the MRV Regulation has done important groundwork and provided valuable data on CO2 emissions from ships. However, data alone does not reduce greenhouse gases. That is why we MEPs have gone far beyond the Commission proposal.

Na de zomer stemt het voltallig Europees Parlement over het voorstel, daarna beginnen de onderhandelingen met de EU-landen over de uiteindelijke wet. Het gaat interessant worden om te zien wat het openbare standpunt van de Nederlandse regering wordt en hoe ze zich achter de schermen opstellen. Evenals de opstelling van de havens van Rotterdam en Amsterdam, en de Nederlandse reders.

Dit bericht is in juli 2020 geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

‘Het is geen genocide of zo’

In het eigen FvD journaal kreeg Baudet de vraag voorgelegd:

Hoe sta je tegenover Groningen? Meer gas geboord worden of moet de kraan dicht? Zou Fvd ook meer steun kunnen geven aan Groningers voor de schade die veroorzaakt is door het boren?


Het antwoord van Baudet kun je hier zelf zien (of onder de video lezen):

Er zit voor iets van 500 miljard aan gas in de grond in Groningen en dat is een conservatieve schatting want er wordt steeds nieuw bij gevonden. Maar dat is een astronomisch bedrag. De totale waarde van al die huizen daar die door aardbevingen geraakt worden enzovoort loopt in de tientallen miljarden maximaal. Dus dat is een, dat staat totaal, dat staat niet in verhouding tot elkaar.

Dus wat je moet doen. Wat je had had moeten doen als je een normale daadkrachtige regering had gehad die problemen kon oplossen dat je onmiddellijk die mensen compenseert. Het is heel, het is heel, want je moet ook niet overdrijven het is niet heel erg wat er gebeurd is met die aardbevingen. Maar het is wel, het is verdomd vervelend. Een scheur in je huis, je moet een weekend ergens anders logeren dat soort dingen allemaal. He ik bedoel het is geen genocide of zo, het is niet dat die mensen allemaal massaal…

En toen ging het beeld zwart…

Uit het verhaal van Baudet over mijnbouwschade in Groningen onderschrijf ik één ding: de overheid moet mensen onmiddellijk compenseren voor mijnbouwschade. De waarde van woningen in Groningen bedroeg volgens het CBS in 2019 een kleine 48 miljard Euro. Of dat valt binnen de tientallen miljarden van Baudet laat ik aan hem.

Of de mijnbouwschade valt in de categorie ‘verdomd vervelend’ waag ik echter zacht gezegd te betwijfelen. Wie v

orig jaar het dossier Ik Wacht bij Dagblad van het Noorden heeft gevolgd weet dat de gevolgen voor mensen veel groter kunnen zijn dan ‘verdomd vervelend’. Wat ‘verdomd vervelend’ is, is een zwart scherm tijdens een lifestream. Mijnbouwschade lijdt tot grote financiële problemen bij bewoners die kampen met mijnbouwschade en zorgt nog steeds voor psychische problemen, waar Sargasso al in 2016 over schreef.

Dit bericht schreef ik in juni 2020 voor Sargasso.

The devil put the coal in the ground

Op 5 april 2010 kwamen 29 mijnwerkers in West Virginia om het leven bij een explosie. Theatermakers Jessica Blank en Erik Jensen maakten een stuk op basis van interviews met de overlevenden en familie van de overledenen. Steve Earl schreef, op basis van de interviews, de nummers voor het stuk. Waaronder het nummer The devil put the coal in the ground. Ter herinnering dat niet alleen mijnbouw in Congo zwaar en gevaarlijk werk is, maar ook mijnbouw voor oude vormen van energie: kolen.

Dat geldt ook voor de omgang met de werknemers en het milieu. De afgelopen jaren hebben verschillende Amerikaanse kolenmijnen geprobeerd om van hun verplichtingen ten aanzien van landschapsherstel, pensioenen en zieke werknemers af te komen via de Amerikaanse Chapter 11 procedure. Een methode die in iets aangepaste vorm in Nederland wordt toegepast bij de gaswinning in Groningen, waar het leeuwendeel van de 101 mensen die het Dagblad van het Noorden vorig jaar interviewde voor de serie Ik wacht nog steeds wacht op het verhelpen van de mijnbouwschade ten gevolge van gaswinning.

HT De Groene Amsterdammer.

Dit bericht is eerder gepubliceerd als Closing Time op Sargasso.

Energieverbruik en productie november 2020

Sinterklaas is al weer een week het land uit, tijd dus om de energiecijfertjes van november 2020 door te akkeren. Aangezien het in november warmer was dan in 2019 heb ik me voorgenomen om de jaarcijfers van 2020 ook te gaan vergelijken met het gemiddeld aantal graaddagen van de vorige eeuw. Dat is nog even puzzelen om te komen tot vergelijkbare cijfers, omdat de meeste landelijke cijfers uitgaan van weerstation De Bilt en ik weerstation Rotterdam als referentie hanteer. Dat kan betekenen dat er volgend jaar een bericht komt waarin alle getallen omgerekend zijn naar weerstation De Bilt.

Cijfertjes

Wat (in kWh)20192020verschil
Ruimteverwarming487362-26%
Warm water230198-14%
Apparaten2782821%
Totaal verbruik995842-15%
Verbruik/graaddag1,311,26-4%
Gasverbruik208176-15%
Elektriciteitsafname765644-16%
Teruglevering212624%
Zonnepanelen607017%
Zonnedelen1711-35%
Winddelen6712486%
Zonneboiler22220%
Totaal opwekking16622737%
Netto elektriciteitsverbruik622439-29%
% eigen verbruik65%63%
Saldo jaarbasis1891

Bruto energieverbruik

Ons bruto energieverbruik, dus het energieverbruik zonder wat we opwekken ligt tot en met november 20% lager dan gemiddeld in voorgaande jaren. Ik heb geen reden om te verwachten dat dit in december nog erg gaat veranderen. De daling die sinds maart 2019 zichtbaar is zet dus door. Deels doordat 2020 wederom een warm jaar is, deels door de verandering van wijze van verwarming van ons huis. Als ik corrigeer voor het warmere weer blijft een daling van 19% van ons bruto energieverbruik over.

Bij het netto energieverbruik is het effect nog steviger zichtbaar. Tot en met november hebben we zo’n 2.500 kWh ingekocht. De rest wekken we zelf op met onze zonnepanelen, zonnedelen en winddelen. Volgend jaar gaat er op dat punt wel wat veranderen, omdat we overstappen naar Energiek Schiedam | om. Dat betekent dat we onze winddelen gaan verkopen.

Energieverbruik per toepassing

In november is vormt het energieverbruik voor verwarming uiteraard weer een groter deel van ons totale energieverbruik dan in de zomermaanden. Toch is de piek tot nu toe ook dit jaar lager dan in voorgaande jaren. Het energieverbruik voor warm water en voor elektrische apparaten ligt nog steeds redelijk constant rond de 500 kWh per maand.

Ook op jaarbasis wordt de uitsplitsing van ons energieverbruik per toepassing ronduit saai. Ik hoop dat ons verbruik voor verwarming deze winter nog wat gaat schommelen, anders wordt het wel een erg saaie bedoening. Het verbruik voor warm water en elektrische apparaten ligt samen rond de 6.000 kWh, waarvan het deel voor warm water geleverd wordt door onze zonneboiler en onze cv-ketel.

Als ik kijk naar het aandeel van de verschillende toepassingen in ons energieverbruik, dan daalt het aandeel voor verwarming nog steeds. Het aandeel van warm water blijft de laatste paar maanden redelijk gelijk, voor het verbruik voor elektrische apparaten stijgt. Wat op zich niet raar is, aangezien er met thuiswerken beduidend vaker laptops en lichten aan zijn, ook hebben we extra wifi-toegangspunten geïnstalleerd voor thuiswerken.

Verwarming

Onze keuze om over te schakelen van een HR-ketel naar infraroodverwarming loopt geregeld tegen de nodige vooroordelen op. Daarom hier toch maar weer even kort de toelichting op onze keuze. Op de eerste plaats wilde we van het gas af en vonden we dat belangrijker dan CO2-reductie. Dat heeft niet alleen te maken met het feit dat ik werkzaam ben in de energietransitie of met CO2-reductie, maar vooral met de wijze waarop bij gaswinning wordt omgegaan met de rechten van bewoners. Al in 2015 schreef ik daar een gastbijdrage over voor Nudge.

Een andere belangrijke reden is dat onze woning met C-label schil (inmiddels officieel tot A-label gedoopt d.m.v. toevoegen van zonneboiler en zonnepanelen) niet geschikt is voor een warmtepomp. Ik heb daar meerdere fabrikanten op bevraagd. De meeste geven aan dat er eerst fors geïsoleerd moet worden, voordat mijn woning geschikt is voor een warmtepomp. De rekening daarvan is fors, alleen al het vervangen van dubbelglas door HR++ kost voor onze woning ruim Euro 20.000. Deels gaat het dan om het vervangen dubbelglas door HR++, deels om het vervangen van oude kozijnen en ruiten. Formeel is in dat laatste geval natuurlijk slechts een klein deel kosten voor extra isolatie, de rest van de kosten moet je echter ook gewoon betalen. Het extra isoleren van onze muren, vloer en dak kost ook geld. Ons gasverbruik voor verwarming lag rond de 600 m3 per jaar, laat isolatie daar 20% op schelen dan daalt ons gasverbruik met 120 m2 per jaar.

Voor mij valt hoge temperatuur stadsverwarming af voor onze woning. Dat is veel te veel warmte om milieutechnisch interessant te zijn en het levert veel te hoog vastrecht op om interessant te zijn. Warmtepompen vallen technisch af en een bijkomend aandachtspunt vind ik mogelijke geluidsoverlast voor de buren in geval van een lucht-waterwarmtepomp. Er zijn drie opties voor een buitenunit in ons huis: voorgevel (geluid gericht op slaapkamers van overburen op 20 meter afstand), achtergevel (geluid gericht op slaapkamers van buren op 25 meter afstand), zijgevel (geluid boven dakterras buren). Geen van drieën ideaal. Ook zijn onze huidige radiatoren ongeschikt voor lage temperatuur. Met voeding van een hr-ketel hebben ze al moeite om de huiskamer comfortabel te krijgen, doordat ze relatief klein zijn t.o.v. de omvang van onze woonkamer.

In 2018 hebben we na 4 jaar testdraaien in de badkamer besloten om alle niet verblijfsruimtes uit te rusten met infraroodverwarming. Na een aantal gesprekken met de leverancier hebben we besloten een kleine, maar belangrijke, extra stap te maken en ook onze woonkamer met infraroodverwarming uit te rusten. De panelen zijn in maart 2019 geïnstalleerd. Sindsdien gebruiken we infraroodverwarming als hoofdverwarming in onze woning.

Daarbij corrigeer ik mijn verbruikscijfers (nog) niet voor efficiencyverliezen van de verwarming, ik ga uit van wat we afnemen op de meter. Ik blijf corrigeren voor efficiency ook een raar fenomeen vinden, bij de overschakeling naar led-verlichting heb ik de besparing op het elektriciteitsverbruik van apparaten ook niet gecorrigeerd voor de efficiency van gloeilampen. Ik kom de professionele energiebespaaradviseurs echter met alle plezier tegemoet met een verdere uitsplitsing van het energieverbruik, voor nu ben ik daar niet aan toegekomen.

Dan nu op naar de cijfers van ons energieverbruik voor ruimteverwarming in november, deze lagen 26% lager dan in 2019. November 2020 telde 22% minder graaddagen dan november 2019, wat betekent dat een groot deel van het gedaalde energieverbruik aan de zachte november maand lag. Tegelijkertijd zijn we in november 2020 veel meer thuis geweest dan vorig jaar en hebben we ook extra ruimtes verwarmd vanwege thuiswerken. Een temperatuur gecorrigeerde daling van 4% t.o.v. 2019 is dus zacht gezegd onverwacht.

Het energieverbruik per graaddag lag in november 2020 net als in oktober lager dan in 2019, terwijl we dit jaar toch echt meer thuis zijn en meer ruimtes verwarmen. Ook verwarmen we ruimtes langer, de woonkamer wordt nu de hele dag verwarmd. In 2019 werd deze tussen 9 en 15u niet verwarmd.

Op jaarbasis verbruiken we in een standaardjaar (met het gemiddeld aantal graaddagen van de afgelopen 10 jaar) 3.070 kWh. Dat is 46% lager dan ons langjarig gemiddelde verbruik met de HR-ketel. Als geen rekening gehouden wordt met het aantal graaddagen lag ons jaarverbruik over de afgelopen 12 maanden op 2.622 kWh. Dat betekent dat we dus ruim 400 kWh aan energie bespaart hebben doordat de afgelopen 12 maanden warmer zijn dan gemiddeld in de periode 2000-2019.

Energieproductie / herkomst energieverbruik

Een groot deel van de energie die we per maand verbruiken is elektriciteit, zo’n 15% komt op jaarbasis van zonnewarmte. Een klein deel, minder dan 20%, komt nog van aardgas. De overschakeling naar infraroodverwarming is goed terug te zien in onderstaande grafiek.

De elektriciteit die gebruiken wekken we deels zelf op. In november was dat 47% van ons totale verbruik, de overige 53% kopen we in bij onze elektriciteitsleverancier. Ten opzichte van onze HR-ketel levert dat 96% CO2-reductie op (o.b.v. stroometiket 2019), of een stijging van 1% op basis van de Nederlandse elektriciteitsmix in 2019. Tot zover de dwaze beweringen over enorme CO2 stijging ten gevolge van infraroodverwarming. Met de marginale CO2 emissie van het elektriciteitssysteem ga ik niet rekenen, het is m.i. op systeemniveau namelijk niet mogelijk om te bepalen of er een gascentrale bijspringt voor mijn wasmachine of mijn infraroodverwarming, zoals ik ook niet kan nagaan of er ergens een grootverbruiker een tandje terugschakelt ipv de marginale centrale extra stroom te laten produceren.

Op jaarbasis is in onderstaande grafiek wederom goed te zien dat ons energieverbruik stapsgewijs gedaald is sinds begin 2019, waarbij ons gasverbruik is gedaald en ons elektriciteitsverbruik is gestegen. Per saldo zijn we bijna 2.000 kWh gedaald in verbruik.

Ook de mix waar we onze energie vandaan halen is behoorlijk verandert sinds begin 2019. De inkoop van elektriciteit is weer terug in de mix met een aandeel van ruim 20%. Toch is de mix behoorlijk verandert sinds we in 2011 in ons huis zijn gaan wonen. Kochten we in 2012 nog bijna 80% van onze energie in in de vorm van elektriciteit en aardgas, inmiddels wekken we ruim 60% van onze energie zelf op.