Wetenschap: kans op hittegolf juni minstens vijf keer zo waarschijnlijk door klimaatverandering

Afgelopen juni was wereldwijd de heetste juni ooit gemeten. Ook werden er verschillende Europese weerrecords gebroken. Deze extreme hitte leidde onder andere tot natuurbranden in Spanje, verlaging van de maximumsnelheid op Duitse wegen en uitstel van nationale schoolexamens in Frankrijk. Kunnen we dit extremere weer toeschrijven aan klimaatverandering?

Klimaatwetenschapper Geert Jan van Oldenborgh van het KNMI werkt met een groep onderzoekers van World Weather Attribution aan zogenaamde ‘attributiewetenschap’. Uit de studie naar de hittegolf van afgelopen juni in Frankrijk bleek dat deze hittegolf minstens vijf keer zo waarschijnlijk is geworden door klimaatverandering. De effecten van klimaatverandering zijn dus nu al merkbaar.

Onderzoeken kunnen ook aantonen dat er geen relatie is met klimaatverandering, vertelt Geert Jan van Oldenborgh:

We hebben ook studies gedaan naar de droogte in Oost-Afrika, waar we geen enkel verband konden vinden met klimaatverandering. Dat rapporteren we ook.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Energieopwekking en energieverbruik juni 2019

Juli is begonnen, dus tijd voor het energieverbruik en de energieopwekking over juni. Niet dat het een spannende maand is, de kachel is uit, de zonnepanelen en zonneboiler pruttelen lekker door. Het is dus eigenlijk een erg saaie maand. Tijd om eens naar wat andere aspecten te gaan kijken. Bijvoorbeeld de voorspelling van de energierekening door het energiebedrijf, want die schommelt tot mijn verbazing door de seizoenen heen.

Wat20182019verschil
Ruimteverwarming (kWh)000%
Warm water (kWh)2022020%
Apparaten (kWh)238214-10%
Verbruik/graaddag (kWh/graaddag)0,000,000%
Elektriciteitsafname (kWh)23841876%
Teruglevering (kWh)204
Elektriciteitsverbruik (kWh)238214-10%
Zonnepanelen (kWh)2832851%
Zonnedelen (kWh)3837-3%
Winddelen (kWh)6744-34%
Zonneboiler (kWh)14318227%
Totaal opwekking (kWh)5325483%
Netto elektriciteitsverbruik (kWh)-150-1521%

Energieverbruik naar bron in juni

Zoals altijd in de zomermaanden is ons gasverbruik erg laag. Het grootste deel van de benodigde warmte voor warm water wordt in de zomer nou eenmaal geleverd door onze zonneboiler. Wat zich in onderstaande grafiek wel aftekent is dat we in maart onze verwarming van cv-ketel op gas naar infrarood op elektriciteit hebben omgezet. Waarmee ons elektriciteitsverbruik van maart tot en met mei een behoorlijke groei laat zien. Aangezien we in juni niet hebben gestookt verwijs ik voor het effect op het energieverbruik terug naar mijn eerdere berichten over het energieverbruik in maart, april en mei. Of naar onze eerste ervaringen met het effect op de energierekening. Vanaf oktober verwacht ik weer nieuwe meetresultaten.

Ook bij het verbruik over 12 maanden is effect te zien op zowel het totale energieverbruik als op het aandeel elektriciteitsverbruik in de totale mix. Vanaf begin dit jaar loopt ons 12 maands energieverbruik terug. Inmiddels zit het op 10.269 kWh aan elektriciteit en aardgas, waarvan 5.371 kWh (554 m3) aardgas. In dezelfde periode vorig jaar was dit 7.119 kWh aardgas (731 m3). In totaal 1.680 kWh minder gasverbruik terwijl het elektriciteitsverbruik met slechts 315 kWh is toegenomen.

Het aandeel elektriciteit is opgelopen van 30% naar 37%. Aardgas voorziet nog steeds voor 53% is onze energiebehoefte, de laatste 10% komt van onze zonneboiler. Op basis van onderstaande grafiek durf ik de stelling wel aan dat we aan het eind van het jaar weer stroom gaan inkopen.

Energieverbruik per m2 en graaddag

Het netto energieverbruik in kWh per m2 vloeroppervlakte is in juni licht gedaald, doordat onze zonnepanelen nu per saldo stroom terugleveren en het gasverbruik zeer laag lag. 2019 blijft op het niveau van de zuinigste jaren sinds we in ons huis wonen.

Ook wanneer gekeken wordt naar het energieverbruik per graaddag, dus gecorrigeerd voor weersinvloeden, dan zit ons energieverbruik in 201 onder het energieverbruik van eerdere jaren. Met een beetje geluk duiken we deze zomer (wanneer er meestal toch ook wel een paar dagen kouder dan 18 graden Celsius zijn) zelfs onder de 2 kWh per graaddag. Iets wat in de zomer van 2015 bijna leek te lukken.

Voorschot GreenChoice

De berekening van het voorschot door Greenchoice blijft ondoorgrondelijk. In eerste instantie werd het elektriciteitsverbruik in de app van Greenchoice extreem hoog ingeschat op 97.350 kWh per jaar. Later daalde dit naar ongeveer 3.700 kWh per jaar, een stuk meer in lijn met ons werkelijke verbruik. Een paar weken goede zon heeft ons geschatte verbruik laten dalen tot 3.240 kWh. Op de website wordt ons elektriciteitsverbruik bij energieverbruik vergelijken op dit moment ingeschat op 1.416 kWh per jaar. Op het tabblad termijnbedrag instellen staat dan weer 3.240 kWh. Sowieso is het tabblad vergelijken een feest van verwarring. Er staat namelijk dat ik mijn termijnbedrag waarschijnlijk te laag is en dat mijn termijnbedrag waarschijnlijk te hoog is. Ook staat er dat mijn verbruik 129% hoger is dan vorig jaar, dus wellicht is het tijd om het voorschotbedrag te verhogen.

Bij gasverbruik is het verschil ook groot. In de app van Greenchoice en op de website bij het instellen van het voorschotbedrag wordt ons jaarverbruik ingeschat op 115 m3 per jaar, op de website bij vergelijken op 717 m3 aardgas per jaar. Nu lijkt 115 m3 per jaar me op basis van ons historisch gasverbruik erg laag. Tenzij ze nu al rekening houden met het feit dat we elektrisch gaan verwarmen. Als daar rekening mee wordt gehouden is het aantal kilowattuur elektriciteit met 3.240 aan de lage kant, tenzij dat gaat om de kWh die ik inkoop bij Greenchoice bovenop de elektriciteitsopwekking van onze winddelen en zonnepanelen. Die zijn samen namelijk goed voor zo’n 3.500 kWh op jaarbasis.

Bij de maandelijkse voorschotbedragen valt me al een paar jaar op dat het geadviseerde voorschotbedrag in de zomer daalt en in de winter stijgt. Alsof het Greenchoice niet lukt om in het algoritme rekening te houden met onze zonnepanelen en zonneboiler. In juni is ons adviesbedrag gedaald van 82 naar 75 Euro. Geen wereldschokkend verschil, ik heb alleen zo’n vermoeden dat het geadviseerde voorschotbedrag vanaf oktober weer stapsgewijs gaat oplopen.

Variabele energiekosten

Onze variabele energiekosten ontwikkelen zich in juni zoals verwacht: een lichte daling als gevolg van weinig gasverbruik en veel elektriciteitsopwekking. De variabele energiekosten liggen nog steeds iets hoger dan met een cv-ketel.

De kosten voor gasverbruik liggen uiteraard lager dan met een hr-ketel, maar nog steeds niet onder het laagste niveau van de afgelopen jaren. Wel is er een duidelijk knik in maart door de overschakeling van verwarming met hr-ketel naar verwarming met infraroodverwarming.

De elektriciteitskosten liggen uiteraard hoger dan voorgaande jaren. In juni zijn de kosten wel gedaald ten opzichte van mei, met dank aan onze zonnepanelen. Al heb ik niet de illusie dat we dit jaar nog een maand hebben waarin de cumulatieve kosten vanaf januari terug naar 0 Euro komen, zoals in 2017.

Daling Duitse kolenstroom zet door

In mei berichtte ik dat de productie van Duitse kolenstroom daalde. Inmiddels zijn de gegevens voor het eerste half jaar van 2019 binnen en wederom is de elektriciteitsproductie met behulp van kolen in Duitsland gedaald. Vooral de productie van bruinkool, de meest milieuonvriendelijke vorm van elektriciteitsproductie, is fors gedaald. In absolute zin met 13,8 TWh ten opzichte van de eerste helft van 2018, in relatieve zin met 20,7% ten opzichte van de eerste helft van 2019. Ook de elektriciteitsproductie van steenkoolcentrales is teruggelopen. In absolute zin is de terugloop met 8,2 TWh kleiner dan bij bruinkool, procentueel is de stroomproductie van steenkoolcentrales met bijna een kwart teruggelopen ten opzichte van 2018. De productie van gascentrales is in het eerste half jaar van 2019 wel gestegen ten opzichte van de eerste helft van 2018

Wind en zon als werkpaarden van de Duitse Energiewende

De productie van wind- en zonne-energie steeg in het eerste half jaar met 15,6% ten opzichte van de eerste helft van 2018. De productie van windenergie steeg met 19% en zonne-energie met 5,6%. Wind- en zonne-energie zijn daarmee de werkpaarden van de Duitse energietransitie. De elektriciteitsproductie met behulp van biomassa bleef gelijk, terwijl waterkracht een behoorlijke daling liet zien. Het aandeel groene stroom ligt in Duitsland inmiddels op 47,7%. De kale stroomprijs is gedaald van 4,326 Eurocent per kWh in 2018 naar 3,681 Eurocent per kilowattuur in 2019.

Grafiek met ontwikkeling Duitse stoommix 1ste half jaar 2019 vergeleken met 1ste half jaar 2018

Meer cijfers hier in de (pfd).

Voortgang Energiewende

De groei van wind- en zonne-energie en de daling van de productie van kolenstroom wil niet zeggen dat er geen zorgen zijn over de marktontwikkeling voor hernieuwbare energie in Duitsland. De groei is er uit bij wind op land in Duitsland en met name de burgerenergiebeweging (energiecoöperaties) heeft het hierdoor zwaar, precies zoals Craig Morris in 2105 en 2017 al voorspelde. In de twee veilingrondes van 2019 is slechts 746 megawatt aan nieuwe windturbines toegewezen, terwijl er 1.350 megawatt werd getenderd. Oftewel minder dan de helft. Een bijkomend probleem zijn de oplopende termijnen om een vergunning te bemachtigen. Deze zijn opgelopen tot gemiddeld 300 dagen. In het eerste kwartaal van 2019 kwam slecht 413 megawatt aan capaciteit door het vergunningverleningproces. De groei van het geïnstalleerd vermogen ligt daarmee op het laagste niveau sinds het begin van de Energiewende.

Burgers zijn via lokale energiecoöperaties en bewonersinitiatieven grote spelers en een belangrijke succesfactor van de Duitse Energiewende. Er zijn meer dan 1.000 energiecoöperaties die samen 42% van de Duitse ‘hernieuwbare energiecentrales’ in handen hebben. Kleine energieproducenten kunnen nog steeds een feedin tarief krijgen, maar bijna alle commerciële en niet-commerciële energieproducenten zijn hiervan uitgezonderd. Zij moeten meedoen aan de veilingen. De veilingen brengen kosten met zich mee, die niet terug te verdienen zijn als het project niet doorgaat. Ook de langere tijd tussen winnen van een veiling en vergunningverlening zorgen voor extra kosten, die voor kleinere spelers, zoals energiecoöperaties, lastig op te brengen zijn.

De verschuiving naar grote energiebedrijven is een vergissing, omdat lokaal eigenaarschap en lokale zeggenschap een belangrijke rol spelen bij de acceptatie van de energietransitie. De protesten tegen wind op land nemen in Duitsland dan ook toe nu het steeds vaker grote energiebedrijven zijn die projecten realiseren.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Rekenkamer: stimuleren elektrisch rijden 65% goedkoper dan verwacht

Gisteren kwam de Rekenkamer met een brief aan de Tweede Kamer over de kosten van het stimuleren van elektrisch rijden. Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de Tweede Kamer. De Rekenkamer concludeert dat het reduceren van CO2 via het stimuleren van elektrisch rijden een dure manier is om de CO2 uitstoot te verlagen. De Rekenkamer kwam in de verantwoordingsonderzoeken over 2013 en 2014 ook al tot deze conclusie. Het Interdepartementale Beleidsonderzoek CO2 (IBO CO2) uit 2016 noemde het stimuleren van elektrisch rijden de duurste maatregel per ton CO2 reductie bezien vanuit de overheidsfinanciën. De Rekenkamer trekt in zijn brief de berekeningen van de staatssecretaris , die uitkomt op € 1.700 per vermeden ton CO2, in twijfel. Met de rekenmethode van de Algemene Rekenkamer kunnen die kosten oplopen tot bijna € 2.000 euro per bespaarde ton CO2. Dat is echter nog steeds een 65% lager dan de € 5.700 per bespaarde ton CO2 uit IBO CO2 van 2016. De echte vraag zou moeten zijn: waarom wijkt de prognose van IBO CO2, PBL en ECN zoveel af van de werkelijke overheidskosten per ton CO2 reductie?

Kosten elektrisch rijden: IBO CO2 en Rekenkamer

In het IBO CO2 van 2016 (pdf) staan tabellen met de kosten en effecten van verschillende maatregelen om CO2 te reduceren. In tabel 5.2 staat voor het stimuleren van elektrisch rijden een prijs van € 5.700 per ton vermeden CO2 voor de overheid. Ook de Rekenkamer constateerde al in 2013 en 2014 dat elektrisch rijden een dure manier is om de CO2 uitstoot te reduceren. Elektrisch rijden is dan ook een maatregel die thuishoort in de categorie meters voorbereiden in plaats van meters maken. Bij meters voorbereiden gaat het om doorbraaktechnologieën die nodig zijn om in 2050 de CO2 reductie te halen. De nationale kosten lagen volgens IBO CO2 met ruim € 900 per bespaarde ton CO2 een stuk lager en dalen richting 2030 scherp naar € 90 per ton CO2. De nieuwste prognoses van het PBL zijn dat de nationale kosten in 2030 nog lager zullen zijn en rond de € 0 per ton CO2 reductie uit komen. Journalisten en politici draaien het frame ondertussen de andere kant op en doen het voorkomen alsof de hoge overheidskosten voor het stimuleren van elektrisch rijden een verrassing zijn, terwijl ze dus feitelijk nu al 65% lager liggen dan de verwachte overheidskosten per ton CO2 reductie in 2020.

Ook de reactie van Remco Dijkstra, Tweede Kamerlid voor de VVD, speelt in op de hoogte van de subsidie.

Gelet op de verantwoordingsrapporten van de Rekenkamer uit 2013 en 2014 en het rapport van IBO CO2 uit 2016, dat in de Tweede Kamer volop gebruikt werd in de discussies over klimaatbeleid, kan het echter geen verrassing zijn dat het stimuleren van elektrisch rijden geen kosteneffectieve manier is om de CO2 uitstoot te verminderen. De verantwoordingsrapporten van de Rekenkamer uit 2013 en 2014 zijn voor de VVD ook geen reden geweest om na 2013 tegen de stimulans van elektrische auto’s te stemmen in de Tweede Kamer of om deze af te bouwen. Het is voor de VVD ook geen reden om zich zorgen te maken over de kosten van die andere vorm van nulemissie personenauto’s: waterstof. Sterker nog die kan Kamerlid Remco Dijkstra niet snel genoeg gaan:

Ook al zijn er miljoenensubsidies van de EU en Nederlandse staat nodig om een winstgevend bedrijf als Shell te porren om 4 waterstoftankstations aan te leggen. Shell ontvangt 1 miljoen Euro per waterstofstation van de Nederlandse staat en 7,2 miljoen van de EU voor de realisatie van 8 waterstoftankstations in de Benelux, waarvan 4 in Nederland. Uitgaande van de doelstelling om in 2025 15.000 waterstofauto’s te hebben rijden is dat een subsidie van 533 Euro per voertuig.

Daar komt dan nog de subsidie voor het voertuig bovenop en die gaan minstens gelijk zijn aan de kosten van elektrische auto’s. Ook bij waterstofauto’s zijn de voordelen vooral voor de zakelijke rijders, waarbij er voor waterstof een speciale Louwman-bonus geldt. Vanaf 2019 is er, voor de categorie van 4% bijtelling, een maximum van 50.000 euro fiscale waarde. Voor bedragen daarboven geldt het bijtellingspercentage van 22 procent. Uitzondering hierop zijn auto’s die op waterstof rijden. Een voordeel ten opzichte van batterij-elektrische auto’s met een fiscale waarde boven de 50.000 euro, dat vooral ten goede komt aan rijders van Toyota (80.000 Euro) en in minder mate Hyundai (vanaf 70.000 Euro). De overheidskosten per bespaarde ton CO2 gaan waarschijnlijk minstens zo hoog zijn als voor elektrische auto’s, waarschijnlijk zelfs hoger vanwege conversieverliezen bij de productie van waterstof en bij de conversie van waterstof naar elektriciteit om de elektromotor van de waterstofauto aan te drijven.

Klimaatbeleid tegen minder overheidskosten

Wie wil weten hoe klimaatbeleid dat een minder groot beslag legt op overheidsmiddelen er uit ziet kan ook bij het IBO CO2 rapport terecht, want de overheidsmiddelen zijn veel effectiever in te zetten voor klimaatbeleid. Alleen liggen die electoraal wat gevoelig bij de VVD en het CDA, die het klimaatbeleid sinds 2013 vorm heeft gegeven onder premier Rutte. Kijk maar even mee naar de rangschikking van klimaatmaatregelen op basis van oplopend overheidskosten, zoals het IBO CO2 die in 2016 publiceerde. Waarbij ik de tabellen van maatregelen voor sectoren die onder het Europees emissiehandelsysteem voor CO2 (ETS) en de sectoren die daar niet onder vallen heb samengevoegd. Het gaat om de overheidskosten en emissiereductie in 2020. Maatregelen waarvoor geen overheidskosten voor 2020 vermeld zijn heb ik weggelaten.

ETS of non-ETSMaatregelOverheidskosten (in EUR/tonDirecte emissiereductie (excl. Evt. waterbed)
ETS6. CO2 bodemprijs (brits model) industrie-233710
Non-ETS12. Kilometerheffing vrachtverkeer-13650,4
Non-ETS14. Kilometerheffing personenvervoer (7 Eurocent/km vlak)-8211,7
ETS2. Aanpassen 3e en 4e schijf EB op aardgas-6600,2
ETS10. Sluiting alle kolencentrales voor 2020-678,1
ETS7. Sluiting oude kolencentrales van voor 1990-610,7
ETS4. CO2 bodemprijs (brits model) elektriciteitsopwekking-441,6
ETS8. Verdubbelen kolenbelasting elektriciteitsopwekking0 -0,7
Non-ETS6. Reductie methaanslip uit (wkk-)gasmotoren00,9
Non-ETS7. Afspraken gemiddeld label B huurwoningen00,4
Non-ETS9. Verhogen aandeel biobrandstoffen transport00,6
ETS5. Opkoop ETS-rechten111
ETS11. Budgetneutrale prijsprikkel energie-intensieve160,6
ETS13. CCS demonstratieproject ROAD461,2
ETS14. SDE+ regeling wind op land813,7
Non-ETS10 Label C koopwoningen binnen 2 jaar na verhuizing860,5
Non-ETS13. Aanpassen 1e schijf EB aardgas (+) en elektriciteit (–)890
ETS12. SDE+ regeling biomassameestook kolencentrales934,3
Non-ETS11. Minimaal label B huurwoningen1390,9
Non-ETS8. Verplichting monomestvergisting van mest1511,3
ETS1. Verscherpte handhaving Wet Milieubeheer1541
Non-ETS1. Verscherpte handhaving Wet Milieubeheer1541
ETS16. SDE+ regeling grootschalig zon-pv1550,9
ETS15.SDE+ regeling wind o pzee1663,6
Non-ETS1. Verplichte toepassing zuiniger banden2191,2
Non-ETS3. EU-norm CO2 uitstoot personenauto’s naar 95g/km2510,7
Non-ETS5. Terugdraaaien verhoging maximum snelheid2580,1
Non-ETS15. STEP-regeling (huursector)9300,1
Non-ETS16. Fiscaal stimuleren nulemissieauto’s57000

De top 10 goedkoopste klimaatmaatregelen, bezien vanuit overheidsfinanciën leest als de lijst met taboeonderwerpen voor de opeenvolgende Kabinetten onder leiding van de VVD van de afgelopen jaren. Van Remco Dijkstra en Pieter Omtzigt, die zich zorgen maken over de hoge kosten van het stimuleren van elektrische auto’s hoor ik graag welke andere maatregelen ze dan wel hadden willen nemen. Bij Bart Snels heb ik daar wel een beeld van, want GroenLinks stond in 2016 vooral andere maatregelen voor om de CO2 uitstoot te verminderen. Maatregelen die een stuk dichter bij het lijstje met voor de overheid goedkope maatregelen komen, zie de Klimaatbegroting 2017-2020 uit 2016 (pdf). Al moet daarbij gezegd dat ook GroenLinks voorstander was van het stimuleren van elektrisch rijden, omdat het een belangrijke techniek is om de autoindustrie op de middellange termijn minder CO2 uit te laten stoten. En omdat elektrisch rijden strategisch een belangrijke techniek is om een wig te drijven tussen de oliebedrijven en de autofabrikanten.

Helemaal, helemaal onderaan staat het fiscaal stimuleren van nulemissieauto’s. Waarbij de CO2 reductie na verloop van het leasecontract ook nog wegvalt, omdat de auto dan naar het buitenland verplaatst wordt. Bij de industrie schreeuwen we dan moord en brand vanwege het waterbedeffect. Bij elektrische auto’s lijkt het kabinet het het niet zo erg te vinden, want hetzelfde probleem speelt al jaren en er is nog steeds geen fatsoenlijke stimulans om schone tweedehands auto’s in Nederland te houden. Wat ons extra CO2 uitstoot en extra stikstof uitstoot oplevert, want op de tweedehands markt wint de diesel nog steeds aan populariteit. Wat ons zowel voor CO2 als stikstof problemen oplevert met de internationaal afgesproken doelstellingen, de een vanuit het vonnis in de klimaatzaak van Urgenda (al zal het effect van het in Nederland houden van elektrische auto’s op de CO2 emissie in 2020 gering zijn), het ander vanuit het vonnis van de Raad van State dat de programmatische aanpak stikstof afkeurde.

Slot

De ophef gisteren over de brief van de Rekenkamer roept de vraag op of er nog journalisten zijn die hun huiswerk een beetje doen. Ieder zichzelf respecterende journalist had de Kabinetten en Tweede Kamerleden de afgelopen jaren kunnen bevragen waarom elektrische auto’s gestimuleerd worden terwijl Rekenkamer en het interdepartementale beleidsonderzoek CO2 beide aangeven dat het een erg dure optie is.

Wat mij veel meer opvalt is dat de leercurve van nulemissievoertuigen, en dan meer specifiek elektrische auto’s, in de praktijk zoveel afwijkt dan waar de modellen van PBL en ECN mee rekenen. Daardoor worden de kosten van klimaatbeleid veel te hoog weergegeven. Iets waar ik in 2016 ook al tegenaan liep bij de doorrekening van het verkiezingsprogramma van GroenLinks. De kostprijs voor wind op zee in 2030 lag toen rond dan de tenderprijzen voor wind op zee. Inmiddels is duidelijk dat de kostendaling inderdaad sneller gaat dan verwacht en dat de kosten van het Energieakkoord vele miljarden lager uitvallen. De werkelijke discussie zou moeten zijn hoe het kan dat de overheidsuitgaven voor elektrisch rijden, windenergie en zonne-energie in een kort tijdsbestek zo fors kunnen afwijken van de modellen van PBL en ECN. Elektrisch rijden is een relatief nieuwe techniek, dat die leercurve nog gebreken toont kan ik me voorstellen. Voor windenergie en zonne-energie is er wereldwijd voldoende data beschikbaar om een grote verbeterslag te maken.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

NWEA en Holland Solar: 73 TWh wind en zonne-energie op land in zicht

In het concept nationaal klimaatakkoord is een doelstelling opgenomen van 42 TWh voor hernieuwbare elektriciteitsproductie (groene stroom) in 2030. Deze bestaat uit 7 TWh zonne-energie op woonhuizen en 35 TWh grootschalige opwekking (bv. zon op bedrijfsdaken, zonneparken en windenergie). Tijdens de nationale Windenergy Days 2019 hebben de branchorganisaties voor windenergie (NWEA) en zonne-energie (Holland Solar) gisteren prognoses vrijgegeven voor de ontwikkeling van zonne-energie en windenergie. In totaal komen ze uit op een prognose van 73 TWh groene stroom uit zon en wind in 2030.

Opbouw prognose

Voor windenergie is de prognose van NWEA dat er 23 TWh opgewekt wordt in 2030 op basis van wat er nu staat (inclusief deel repowering) en alles wat in de pijplijn zit en waarmee de provincies al hebben ingestemd.

Voor zonne-energie is de verwachting van Holland Solar dat er in 2030 30TWh opgewekt wordt m.b.v. zakelijke dakopstellingen en 10 TWh met veldopstellingen. Wat in totaal 30 TWh aan groene stroom uit grootschalige zonne-energieprojecten betekent. Met de opbrengst van windenergie erbij zou dat 63 TWh grootschalige opwekking van groene stroom op land betekenen. Voor huishoudens gaat Holland Solar uit van 10 TWh zonnestroom in 2030. Wat het totaal hernieuwbaar op land op 73 TWh brengt.

Basispad Nationale Energieverkenning uit 2017

De prognoses van NWEA en Holland Solar zijn fors hoger dan het basispad uit de laatste Nationale Energieverkenning (NEV) uit 2017 (pdf). In het basispad zonder SDE+ na 2019 werd daar uitgegaan van 12 TWh wind op land, 5 TWh grootschalige zonne-energie, in totaal 1 7 TWh. Voor kleinschalige zonne-energie (zon op woonhuizen) werd in de NEV 2017 uitgegaan van 7 TWh in het basispad. In totaal ging de NEV 2017 dus uit van ongeveer 24 TWh groene stroom van wind- en zonne-energie.

Conclusie

Mijn eerste conclusie is het ik erg benieuwd ben naar het nieuwe basispad in de NEV 2019 en dat het in een zo snel ontwikkelende markt als hernieuwbare energie geen goede zaak is dat er vorig jaar voor gekozen is om de NEV 2018 over te slaan. Meer budget voor PBL en CPB had hier zeker meerwaarde gehad. Zeker ook voor de regionale energiestrategieën die elke regio na het ondertekenen van het klimaatakkoord moet gaan opstellen.

Ook duiden de prognoses van NWEA en Holland Solar er op dat de groei van groene stroom nu ook in Nederland eindelijk stevig van de grond is gekomen. Zo sterk dat ook onze modellen mogelijk binnenkort achter de werkelijkheid aan gaan lopen, in plaats van dat de ontwikkeling standaard langzamer gaat dan gehoopt.

Kanttekening bij de prognoses van NWEA en Holland Solar is natuurlijk wel dat de projecten nog niet daadwerkelijk gerealiseerd zijn. Zelfs als een deel niet gerealiseerd wordt lijkt de marge ten opzichte van de 42 TWh doelstelling voor 2030 ruim genoeg om te concluderen dat de doelstelling voor 2030 in zicht is. NWEA en Holland Solar houden in hun prognose er zelf ook rekening mee dat een deel niet gerealiseerd wordt. Voor zover ik begrepen heb zit dat verwerkt in de prognose voor 2030.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Klimaatnoodtoestand

De afgelopen maanden hebben Engeland, Wales, Schotland, Ierland en verschillende steden in de wereld (waaronder Londen, Bristol en Manchester) de klimaatnoodtoestand uitgeroepen. De Britse krant The Guardian paste z’n stijlhandboek ook aan en spreekt niet meer van klimaatverandering, maar van een klimaatcrisis. Vandaag stemt de Tweede Kamer over een motie van de Partij van de Dieren om de klimaatnoodtoestand in Nederland uit te roepen (pdf). Een tweede motie van de Partij voor de Dieren roept op tot het uitroepen van een biodiversiteitsnoodtoestand (pfd).

Wat is de klimaatnoodtoestand?

De Partij voor de Dieren stelt in haar motie dat ze van mening is dat het uitroepen van de klimaatnoodtoestand een sterke erkenning is van de gezamenlijke opdracht om een maximale inspanning te leveren om de opwarming van de aarde zo veel als mogelijk te beperken. Fractievoorzitter Marianne Thieme stelt:

Het zelfbenoemde ‘groenste kabinet ooit’ is tijdens de grootste ecologische crisis ooit een kabinet dat vooral afschuift en doorschuift. Afschuift aan klimaattafels, waar grootvervuilers zijn oververtegenwoordigd. En doorschuift naar toekomstige generaties. Dit gebrek aan dadendrang steekt schril af bij wat er om ons heen gebeurt. Jongeren gaan wereldwijd massaal de straat op voor een beter klimaatbeleid. Om met het gezicht van deze klimaatstakers, de Zweedse Greta Thunberg, te spreken: Ik wens dat u handelt zoals u in een crisis zou doen. Ik wil dat u doet alsof het huis in brand staat. Dat staat het namelijk.

Extinction Rebellion

De motie om de klimaatnoodtoestand uit te roepen vindt z’n oorsprong in de eisen van de actiegroep Extinction Rebellion, dat ook in Nederland een afdeling heeft. De meest in het oog springende actie tot nu toe van Extinction Rebellion Nederland was de actie tijdens Koningsdag. Ook vandaag hebben ze acties gepland op het plein bij Den Haag. Extinction Rebellion Nederland heeft eerder in een open brief 4 eisen aan de overheid en politici geformuleerd:

  1. Dat de Nederlandse overheid de waarheid vertelt aan haar burgers, bedrijven en andere betrokken over hoe levensbedreigend de huidige situatie is. Dit verhaal moet weerklank vinden binnen het onderwijs.
  2. Wij eisen dat de CO2 uitstoot naar netto nihil gaat in 2025 en ecosystemen moeten worden hersteld om broeikasgassen weg te nemen uit de atmosfeer. Regelgeving en internationale afspraken die dit doel in de weg staan moeten worden teruggedraaid en er moet internationaal gestreefd worden naar een economie die de planetaire grenzen respecteert.
  3. Er moet een Deltaplan Klimaat ontwikkeld en uitgevoerd worden dat recht doet aan de omvang van deze crisis. Deze transitie kan het best worden gecontroleerd door een burgerkamer, een nieuw bestuursorgaan die de diversiteit aan inwoners van dit land weerspiegeld.
  4. Wij willen dat de vervuiler betaalt en dat de lasten en kosten van de vereiste transitie op een rechtvaardige manier verdeeld worden.

In de Groene Amsterdammer van deze week is meer informatie over Extinction Rebellion, dat zich met name richt op de overheid, en Code Rood, de tegenhanger die zich richt op de fossiele energie industrie, te vinden.

Effecten klimaatverandering voor Nederland

Vrij Nederland had begin februari een uitgebreide rapportage (betaalmuur) over de effecten van zeespiegelstijging ten gevolge van klimaatverandering op Nederland. Verschillende experts gaven daarbij aan dat de huidige kustlijn van Nederland te beschermen is tot 1 a 2 meter zeespiegelstijging. Een versnelde zeespiegelstijging zal in de komende decennia nog niet tot grote problemen leiden. Maar voor de termijn daarna is er veel onzeker. Marjolein Haasnoot van onderzoeksinstituut Deltares en auteur van een rapport over de gevolgen van zeespiegelstijging voor Nederland vind dat bij heel grote infrastructurele werken rekening moet worden gehouden met een potentieel grote zeespiegelstijging.

Voor alle maatregelen is tijd nodig. Nu is de tijd er nog om daarover na te denken en een goed plan te maken. (…) Als het gaat om zeespiegelbeleid moet je kunnen omgaan met onzekerheden. Je kunt niet wachten tot je precies weet wat er gaat gebeuren. Als je het zeker weet, dan gebeurt het al, en zou het bovendien veel te snel kunnen gaan.

Een van de opties die de verschillende onderzoekers noemen is een gecontroleerde terugtrekking naar het hogerop gelegen deel van Nederland, oftewel richting Veluwestad en op naar Duitsland. Waarbij het deel van Nederland ten westen van de Utrechtse Heuvelrug de komende anderhalve eeuw grotendeels opgegeven wordt, oftewel de volledige Randstad. Een andere optie is een ring van dijken en meren rondom Nederland, dat vergt echter heel veel zandsuppleties. Ook blijven bestaande problemen met bodemdaling en verzilting dan bestaan. De uitdagingen om water te spuien bij hevige neerslag of grote afvoer van rivierwater zullen bij een dergelijk scenario ook niet kleiner worden.

Slot

Grote infrastructurele projecten worden voor 100 tot 200 jaar aangelegd. Dat maakt het volgens de onderzoekers nodig om de komende 20 tot 30 jaar strategische keuzes te maken: een rand van meren en dijken om Nederland heen, met alle bijbehorende kosten en energieverbruik, of zoeken we het hogerop voor de generaties na ons? Zo bezien zijn de motie van Partij voor de Dieren en de eisen van Extinction Rebellion niet zo buitensporig als ze op het eerste gezicht lijken. Zoals verwacht werd de motie verworpen en stemde enkel PvdD en GroenLinks voor de motie.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Rutte oefende druk uit om presentatie doorrekening klimaatakkoord uit te stellen

Premier Rutte heeft vorig jaar druk laten uitoefenen op het PBL en CPB om de publicatie van de analyse van het voorstel voor hoofdlijnen van het klimaatakkoord uit te stellen tot na Prinsjesdag. Dit blijkt uit stukken die het rijk heeft vrijgegeven na een WOB-verzoek van Nieuwsuur.

PBL wil uitkomsten publiceren voor Prinsjesdag

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) wilden de bewuste doorrekeningen van het klimaatakkoord op 13 september 2018 naar buiten brengen. Een week voor Prinsjesdag en het belangrijkste debat van het jaar: de Algemene Politieke Beschouwingen. Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, en zijn ambtenaren waren hiervan op de hoogte. Wiebes was eind augustus ook op de hoogte gebracht van de eerste indrukken van de doorrekening door PBL. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat was voorstander van publicatie uit angst voor lekken en omdat bij uitstel van publicatie de indruk zou kunnen bestaan dat de resultaten van de doorrekening onder de pet gehouden zouden worden. Formeel hadden de departementen ook geen invloed op het moment van publicatie, omdat zij niet de opdrachtgever van het onderzoek waren. Dat was Ed Nijpels als voorzitter van de klimaattafels. Wiebes is er vooraf door zijn ambtenaren op gewezen dat uitstel van publicatie een ongebruikelijke ingreep van het ministerie vergde.

Premier Rutte oefent drukt uit om publicatie uit te stellen

In een mail schrijft de raadsadviseur van het ministerie van Algemene Zaken aan het ministerie van Economische Zaken dat Rutte tegen publicatie van de doorrekening voor Prinsjesdag is (pagina 37 van de pdf met vrijgegeven documenten):

De doorrekening (en daarmee de appreciatie) wordt dan gespreksonderwerp op het APB (Algemene Politieke Beschouwingen) en dat is onwenselijk. MP (Minister President) wil vasthouden aan de procesafspraken in de MR (Ministerraad) van 24/8.

Uit de stukken is niet te halen of premier Rutte, net als Wiebes, op de hoogte was van de eerste indrukken van de doorrekening. Ed Nijpels, de voorzitter van de klimaattafels, reageert op 3 september uiterst stekelig op het verzoek van EZK om publicatie uit te stellen. Op 6 september constateert Sandor Gaastra, momenteel Directeur Generaal Klimaat en Energie bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, echter dat er een kleine opening is doordat Ed Nijpels heeft gevraagd om de departementen en tafelvoorzitters de tijd te geven om tussen 13 en 17 september de volledige analyse in te zien en om op de volledige analyse te kunnen reageren.

Vervolg

Verschillende Kamerfracties hadden gevraagd om publicatie van de doorrekening van het PBL voorafgaand aan Prinsjesdag en de Algemene Politieke Beschouwingen. Zowel Forum voor Democratie, PvdA en GroenLinks wilden opheldering over de rol van premier Rutte. Volledig begrijpelijk en terecht, klimaatbeleid gaat de komende decennia grote invloed hebben op het beleid. De meest logische plek om dat debat te voeren is niet in commissievergaderingen, maar juist in de plenaire zaal van de Tweede Kamer bij het belangrijkste debat van het jaar over de toekomstplannen van het Kabinet.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.