“CO2 maakt de aarde groener”. Klinkt goed, maar is dat ook enkel goed nieuws?

Vooraf: beter artikel over dit onderwerp is hier te vinden (met dank aan een van Sargasso’s reageerders).

Planten en bomen hebben CO2 nodig om te groeien en we stoten inmiddels 40 miljard ton per jaar uit, de atmosfeer in. Een aantal studies suggereren dat mensen door de uitstoot van CO2 bijdragen aan een wereldwijde toename in de fotosynthese. Reden voor sommige reageerders op Sargasso om te stellen dat de aarde voorlopig vooral groener wordt ten gevolge van de klimaatverandering. Tijd dus om er wat dieper in te duiken op basis van de gegevens van een van de onderzoekers naar het verschijnsel dat de aarde groener wordt ten gevolge van stijgende CO2 emissies.

Het goede nieuws

Om met het goede nieuws te beginnen. Het klopt dat de aarde groener wordt ten gevolge van hogere CO2-emissies. Elliot Campbell, een milieuwetenschapper van de Universiteit van Californië, en zijn collega’s publiceerden vorig jaar een studie waaruit bleek dat planten momenteel 31 procent meer CO2 omzetten in organische stof dan vóór de Industriële Revolutie. Verschillende pseudo-sceptische denktanks doken dan ook meteen bovenop het artikel. Het Competitive Enterprise Institute verklaarde kort nadat de studie verscheen:

So-called carbon pollution has done much more to expand and invigorate the planet’s greenery than all the climate policies of all the world’s governments combined.

Ook het Heartland Institute (u weet wel, de denktank die mensen die vertrouwen hebben in de klimaatwetenschap vergeleek met de Unabomber) besteedde aandacht aan het onderzoek.

Het slechte nieuws

The New York Times vroeg Elliot Campbell wat het effect van de vergroening is, en daar begint het slechte nieuws. Meer fotosynthese betekent namelijk geen hogere landbouwopbrengst. De opbrengst per hectare landbouwgrond ligt fors hoger dan een eeuw geleden. Dat is volgens dr. Campbell slechts voor een klein deel toe te schrijven aan de verhoogde fotosynthese:

The driving factor has to be the fertilizers, the seed varieties, the irrigation,

De tweede reden om niet al te blij te zijn met de extra opname van CO2 is dat planten normaal gesproken ’s nachts weer een groot deel van de CO2 die ze overdag opnemen uitademen. Om nog onduidelijke reden stijgt de fotosynthese wel, maar de uitademing niet. Het is onduidelijk of deze onbalans bij hogere CO2-concentraties blijft bestaan.

Een derde reden dat vergroening geen goed nieuws is, is dat planten door hogere CO2-concentraties lagere concentraties voedingsstoffen zoals stikstof, koper en kalium kunnen bevatten. Het is onduidelijk waarom dit gebeurt. In een recent artikel in het blad Current Opinion in Plant Biology suggereren Johan Uddling en zijn collega’s van de Universiteit van  Gothenburg in Zweden dat dit aan microben kan liggen.

Zoals fotosynthese in planten wordt versneld door CO2, wordt mogelijk ook de snelheid waarmee microben nutriënten uit de grond opnemen verhoogd. Hierdoor blijft er minder over voor planten. Het eten van planten met te weinig nutriënten maakt mensen vatbaar voor verschillende ziektes. Een onderzoeksteam van de Universiteit van Stanford onderzocht de mogelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid.

Uit nieuw onderzoek blijkt ook dat de hoeveelheid CO2 die de bodem uitstoot stijgt als de temperatuur stijgt. Dit komt doordat microben bij warmere temperaturen harder gaan werken, wat weer leidt tot nog meer koolstof in de atmosfeer. Daarmee lijkt de bodem zijn rol als opslag van CO2 te verliezen. Een vierde reden dat het geen goed nieuws is is dat planten en bomen slechts een kwart van de extra CO2 uitstoot absorberen. De andere driekwart van de uitstoot bouwt op in de atmosfeer en de oceaan.

Dit artikel is oorspronkelijk geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Het decennium waarin we klimaatverandering bijna stopten

Een lang stuk van Nathaniel Rich in de New York Times over de periode 1979-1989: het decennium waarin de mensheid voor het eerst tot breed inzicht in de oorzaken en gevaren van klimaatverandering kwam. En een decennium waarin een oplossing binnen handbereik leek.

Ht Miko F Lohr.

Open waanlink

Lees ook de kritiek op het stuk in The Atlantic waar er op wordt gewezen dat het artikel van The New York Times de rol van de olie- en gasindustrie, die al veel eerder op de hoogte waren van het risico op klimaatverandering, en van de Republikeinse partij wel erg stevig verkleind. In The Intercept legt Naomi Klein de schuld (voorspelbaar) bij ‘het kapitalisme’.

Dit stuk is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Vergeten klimaatbeleid: aanbodbeperking

Binnen de milieubeweging en onder activisten is het beperken van de winning van fossiele brandstoffen al langer een thema. Economen en beleidsmakers geven meestal de voorkeur aan in hun ogen optimale beleidsinstrumenten, zoals beprijzing van CO2 emissies. Nieuw onderzoek van Green en Denniss laat zien dat er zowel politieke als economische argumenten zijn voor het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen.

Vier vormen van beleid

Volgens Green en Denniss zijn er vier soorten klimaatbeleid te onderscheiden. Waarbij de auteurs aan de ene kant onderscheid maken tussen restrictief beleid en stimuleringsbeleid, en aan de andere kant tussen beleid dat zich richt op de aanbodzijde en beleid op de vraagzijde. Visueel vatten de auteurs de mogelijkheden in de volgende matrix samen:

Tabel met typen klimaatbeleid
Typen klimaatbeleid

Een Nederlands voorbeeld van aanbod gericht stimuleringsbeleid zijn de subsidies voor duurzame energie, maar ook het kleine veldenbeleid voor gaswinning. Een voorbeeld van stimuleringsmaatregelen gericht op de vraagzijde is de ISDE subsidie, waar bewoners subsidie krijgen als ze overschakelen op een (hybride) warmtepomp of een zonneboiler installeren. Voorbeelden van restrictief beleid gericht op de vraagzijde zijn de CO2-emissienormen voor auto’s en de Europese emissiehandel in CO2 (ETS).

Voordelen aanbodbeperking

Vanuit economisch oogpunt is het voordeel van aanbodbeperkend beleid dat er minder administratieve lasten zijn, de winning van fossiele brandstoffen wordt om andere redenen al bijgehouden en er zijn minder bedrijven bij betrokken. Een tweede argument is dat het beprijzen van CO2 in theorie lijdt tot optimale keuzes, doordat de CO2 emissie op de goedkoopste manier wordt beperkt. In de praktijk dekt CO2 beprijzing zelden de volledige economie en wordt er met regelmaat een beroep gedaan op de angst voor het waterbed effect. Bovendien zorgt de lagere vraag naar fossiele brandstoffen als gevolg van hogere CO2 prijzen voor een lagere brandstofprijs, wat weer zorgt voor meer vraag. Het beperken van het aanbod kan dit effect tegengaan.

Een derde economisch argument is dat het beperken van het aanbod een infrastructurele lockin kan voorkomen. Het aanleggen van nieuwe gaspijpleidingen zorgt er bijvoorbeeld voor dat er meer aanbod komt. Zelfs als de huidige eigenaar van een pijpleiding failliet gaat zal een nieuwe eigenaar de pijpleiding blijven exploiteren zolang de marginale opbrengsten voor transport van gas of olie hoger zijn dan de marginale kosten. Tot slot voorkomt het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen dat olie- en gasbedrijven de winning op korte termijn fors gaan verhogen om nog snel te cashen voordat de CO2 prijs zo hoog is dat ze uit de markt geprijsd worden.

Ook vanuit het oogpunt van politieke economie heeft het voeren van restrictief beleid op fossiele brandstoffen voordelen. In de eerste plaats kan restrictief beleid gericht op de aanbodzijde vaak op meer steun rekenen onder burgers en heeft het directer waarneembare voordelen. Hierdoor wordt het makkelijker om coalities te bouwen tussen burgers en organisaties, wat het draagvlak voor aanvullend beleid vergroot. Ook is het lastiger om voor tegenstanders om tegen dergelijk beleid te lobbyen door de bredere voordelen.

De olie, gas en kolenindustrie is goed georganiseerd. Een voordeel van aanbodbeperkend beleid is dat het scheidslijnen binnen de sector kan opwerpen, bijvoorbeeld tussen bestaande spelers en nieuwkomers, bijvoorbeeld als nieuwe winning verboden wordt. Of scheidslijnen tussen brandstoffen, bijvoorbeeld als de bouw van nieuwe kolencentrales verboden wordt en er daardoor mogelijk ruimte ontstaat voor nieuwe gascentrales.

Tot slot is internationale samenwerking volgens Green en Dennis makkelijker bij restrictief aanbod beleid. Dat is van belang omdat het klimaatakkoord van Parijs opgebouwd is uit vrijwillige bijdragen van de deelnemende landen en geen internationaal juridisch bindend bolwerk is geworden. Restrictief aanbodbeleid komt daarbij goed van pas. Als de prijselasticiteit van de vraag (de mate waarin afnemers een alternatief kunnen vinden) relatief hoog is ten opzichte van de prijselasticiteit van het aanbod, dat zorgt voor een minder groot waterbedeffect dan beleid dat zich richt op de vraagzijde.  Dit lijkt bij kolen het geval, waardoor het eenzijdig verlagen van het aanbod van kolen effectiever is voor het verlagen van de wereldwijde emissies dan het eenzijdig verlagen van de consumptie.

Daarnaast geldt dat restrictief aanbodbeleid makkelijker te monitoren is, waardoor het ook eenvoudiger te controleren voor andere landen. En controleerbare en meetbare maatregelen geven meer vertrouwen in het beleid van andere landen, waardoor samenwerking makkelijker wordt en er een grotere kans is dat landen bereidt zijn samen te werken aan verdere wereldwijde emissiereductie.

Conclusie

In het klimaatdebat is er veel aandacht voor met name restrictief beleid gericht op de vraagzijde. Daarin past ook het pleidooi dat partijen als VVD, VNO-NCW en Shell jarenlang hebben gehouden voor inzet op CO2 reductie in plaats van op CO2 reductie (restrictief beleid vraagzijde), energiebesparing (stimulerend beleid vraagzijde) en duurzame energie (stimulerend beleid aanbodzijde).

Vanuit oogpunt van draagvlak geeft PBL al aan dat inzet op energiebesparing en duurzame energie nodig kan zijn. Het artikel van Green en Denniss voegt met de herwaardering van restrictief beleid gericht op de aanbodzijde een vierde doel aan toe: beperken van het aanbod van gas, olie en kolen. Volgens David Roberts tonen Green en Denniss daarmee het belang aan van actievoerders die pleiten voor het in de grond houden van fossiele brandstoffen en voor het strijden tegen uitbreiding van infrastructuur voor fossiele brandstoffen. Tege

Voorbeelden van Nederlands restrictief aanbodbeleid zijn het afbouwen van de gaswinning in Groningengeen schaliegas winnen. Nog een stap verder kan het stoppen met alle nieuwe exploratie- en winningsvergunningen (zoals Frankrijk al doet). Of het afbouwen van de overslag van kolen in de Rotterdamse haven. Nu Nederland een aantal restrictieve aanbodmaatregelen neemt wordt het interessant om te zien of de voordelen die Green en Denniss in hun artikel noemen in de praktijk zichtbaar gaan worden.

Trump’s nieuwe wereldorde: fossiel vs. groen

Energie-expert Michael Klare vraagt zich af of Trump bezig is met het creëren van een nieuwe wereldorde. Deze is in zijn ogen niet gebaseerd op het wereldbeeld van Wilsonian’s internationalisten, die de wereld verdeeld zien tussen liberale democratieën (aangevoerd door de VS en zijn Europese bondgenoten) en onvrije autocratische landen (geleid door Rusland onder Vladimir Putin). Het is ook niet gebaseerd op Samuel Huntington’s wereldbeeld uit The Clash of Civilizations, waarin de botsing plaatsvind tussen de Islam en het Joods-Christelijke westen. Veeleer lijkt de scheiding te lopen tussen landen die kiezen voor fossiele energie en landen die kiezen voor hernieuwbare energie.

Ultimately, Trump seems to be aiming at the creation of a new world order governed largely by energy preferences.  From this perspective, an alliance of Russia, Saudi Arabia, and the United States makes perfect sense. As a start, authoritarian-minded leaders who detest liberal ideas and seek to perpetuate the Age of Carbon now run all three countries. They, in turn, exercise a commanding role in the global production of energy.  As the world’s three leading producers of petroleum, they account for about 38% of total global oil output.  The U.S. and Russia are also the world’s top two producers of natural gas.  Along with Saudi Arabia, they jointly account for 41% of global gas output.

De eerste drie stappen die wijzen naar deze nieuwe wereldorde die Trump nastreeft zijn het aanhalen van de banden met Saoudi-Arabië, het van zich vervreemden van Europese NAVO-bondgenoten (waarvan de meeste het klimaatakkoord van Parijs steunen) en de aankondiging dat de VS zich terug gaat trekken uit het klimaatakkoord van Parijs. Klare schetst een dystopisch beeld van de gevolgen van een wereld overheerst door fossiele energie belangen:

A world dominated by petro-powers will be one in which oil is plentiful, the skies hidden by smog, weather patterns unpredictable, coastlines receding, and drought a recurring peril. The possibility of warfare is only likely to increase on such a planet, as nations and peoples fight over ever-diminishing supplies of vital resources, especially food, water, and arable land.

Een wereld overheerst door groene krachten leidt naar zijn mening waarschijnlijk tot een positiever toekomstbeeld:

A world dominated by green powers, on the other hand, is likely to be less ravaged by war and the depredations of extreme climate change as renewable energy becomes more affordable and available to all.

Open waanlink

Dit bericht is eerder als Open Waanlink gepubliceerd op Sargasso.

Chevron waarschuwt voor klimaatzaak

Oliebedrijf Chevron geeft toe dat haar rol in het veroorzaken van klimaatverandering ervoor kan zorgen dat het bedrijf onderwerp van overheidsonderzoek kan worden en mogelijk ook van aansprakelijkheid rechtszaken. In een rapportage die Chevron heeft ingediend bij de Amerikaanse beurswaakhond (SEC) geeft Chevron ook aan dat klimaatbeleid forse invloed kan hebben op het bedrijf en de financiele gezondheid van het bedrijf:

In the years ahead, companies in the energy industry, like Chevron, may be challenged by an increase in international and domestic regulation relating to greenhouse gas emissions.

Such regulation could have the impact of curtailing profitability in the oil and gas sector or rendering the extraction of the company’s oil and gas resources economically infeasible.

If a new onset of regulation contributes to a decline in the demand for the company’s products, this could have a material adverse effect on the company and its financial condition.

Chevron is het eerste oliebedrijf dat investeerders zo expliciet waarschuwt voor de financiele en juridische risico’s van klimaatbeleid op hun bedrijfsactiviteiten, en van hun lobby activiteiten om klimaatwetenschap in twijfel te trekken. Een forse verschuiving voor een bedrijf dat een paar jaar geleden nog ontkende dat dergelijke risico’s bestonden.

Open waanlink

Dit bericht is eerder gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.

Energie & klimaat in de verkiezingsprogramma’s

Lang leesvoer van Gert Jan Kramer, hoogleraar duurzame energievoorziening, van de Universiteit van Utrecht over de plaats die energietransitie, klimaatverandering en ecologisch denken in de verschillende verkiezingsprogramma’s hebben.

GroenLinks en de ChristenUnie staan het meest duidelijk aan de ecologische kant. De ChristenUnie schrijft in haar verkiezingsprogramma dat het voor haar “als een paal boven water dat het in de economie niet dient te draaien om groei, maar om het goede leven.” Het is daarmee – met deze ene zin – de partij die explicieter dan welke andere partij ook de zelf-evidentie van economische groei en groei-om-de-groei ter discussie stelt. Zelfs GroenLinks durft dat niet aan.

(…)

Aan de andere kant van het spectrum staat de VVD. Wie de introductie leest van het hoofdstuk Energie en Klimaat in het verkiezingsprogramma waant zich wat de probleembeschrijving terug in de tijd van het kabinet Biesheuvel

Conclusie:

Vrijwel iedere geïnformeerde en betrokken burger onderkent inmiddels het klimaatprobleem en de noodzaak om urgent te handelen. Dat is bij de veel partijen gelukkig ook het geval, maar bij een aantal ook niet. Van populistisch rechts is dit te verwachten – klimaatverandering is een onderwerp waartegen the world over populisten zich afzetten. Maar de inadequate opstelling van de VVD is op zijn minst teleurstellend, maar eigenlijk gewoon onbegrijpelijk. Dit geldt, zij het in iets mindere mate, ook voor het CDA. Wie vanuit een conservatief of conservatief-liberaal perspectief het klimaatprobleem beschouwt en zich rekenschap geeft van de mogelijkheden die alternatieve energie nu biedt om het energiesysteem en de economie te vernieuwen, zou het onderwerp hoger en urgenter agenderen, en zou concrete oplossingsrichtingen aandragen – en dit niet aan links overlaten.

Open waanlink

Dit bericht is eerder als open waanlink op Sargasso gepubliceerd.

China sleept de kolen uit het vuur

China ontpopt zich steeds meer tot koploper in klimaatbeleid, in tegenstelling tot het populaire idee dat China de boeman in het klimaatbeleid is. In 2016 daalde de productie en consumptie van kolen voor het derde jaar op rij. Verwachtte het Internationaal Energie Agentschap eerder nog groei in kolenverbruik tot 2030, inmiddels wordt gesproken van een piek in het kolenverbruik in 2013. De capaciteitsfactor van kolencentrales (de hoeveelheid elektriciteit die ze produceren t.o.v. het geïnstalleerd vermogen) is in 2016 gedaald 47,5%, een paar jaar geleden was dat nog 79%.

De daling in het kolenverbruik heeft twee oorzaken: lagere economische groei en investeringen in duurzame energie. Tot 2020 wil China nog voor 340 miljard Euro investeren in duurzame energie.

Kolen is dan ook de verliezer aan het worden van de Chinese energietransitie. Op Reneweconomy noemt , redacteur/uitgever van EEnergy Informer, het redden van de kolensector moeilijker dan het redden van de Titanic. Op Trouw is Vincent Dekkers nuchterder met zijn stelling dat Trump geen Thatcher is.

Open waanlink

Dit bericht is oorspronkelijk gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.