Klimaatnoodtoestand

De afgelopen maanden hebben Engeland, Wales, Schotland, Ierland en verschillende steden in de wereld (waaronder Londen, Bristol en Manchester) de klimaatnoodtoestand uitgeroepen. De Britse krant The Guardian paste z’n stijlhandboek ook aan en spreekt niet meer van klimaatverandering, maar van een klimaatcrisis. Vandaag stemt de Tweede Kamer over een motie van de Partij van de Dieren om de klimaatnoodtoestand in Nederland uit te roepen (pdf). Een tweede motie van de Partij voor de Dieren roept op tot het uitroepen van een biodiversiteitsnoodtoestand (pfd).

Wat is de klimaatnoodtoestand?

De Partij voor de Dieren stelt in haar motie dat ze van mening is dat het uitroepen van de klimaatnoodtoestand een sterke erkenning is van de gezamenlijke opdracht om een maximale inspanning te leveren om de opwarming van de aarde zo veel als mogelijk te beperken. Fractievoorzitter Marianne Thieme stelt:

Het zelfbenoemde ‘groenste kabinet ooit’ is tijdens de grootste ecologische crisis ooit een kabinet dat vooral afschuift en doorschuift. Afschuift aan klimaattafels, waar grootvervuilers zijn oververtegenwoordigd. En doorschuift naar toekomstige generaties. Dit gebrek aan dadendrang steekt schril af bij wat er om ons heen gebeurt. Jongeren gaan wereldwijd massaal de straat op voor een beter klimaatbeleid. Om met het gezicht van deze klimaatstakers, de Zweedse Greta Thunberg, te spreken: Ik wens dat u handelt zoals u in een crisis zou doen. Ik wil dat u doet alsof het huis in brand staat. Dat staat het namelijk.

Extinction Rebellion

De motie om de klimaatnoodtoestand uit te roepen vindt z’n oorsprong in de eisen van de actiegroep Extinction Rebellion, dat ook in Nederland een afdeling heeft. De meest in het oog springende actie tot nu toe van Extinction Rebellion Nederland was de actie tijdens Koningsdag. Ook vandaag hebben ze acties gepland op het plein bij Den Haag. Extinction Rebellion Nederland heeft eerder in een open brief 4 eisen aan de overheid en politici geformuleerd:

  1. Dat de Nederlandse overheid de waarheid vertelt aan haar burgers, bedrijven en andere betrokken over hoe levensbedreigend de huidige situatie is. Dit verhaal moet weerklank vinden binnen het onderwijs.
  2. Wij eisen dat de CO2 uitstoot naar netto nihil gaat in 2025 en ecosystemen moeten worden hersteld om broeikasgassen weg te nemen uit de atmosfeer. Regelgeving en internationale afspraken die dit doel in de weg staan moeten worden teruggedraaid en er moet internationaal gestreefd worden naar een economie die de planetaire grenzen respecteert.
  3. Er moet een Deltaplan Klimaat ontwikkeld en uitgevoerd worden dat recht doet aan de omvang van deze crisis. Deze transitie kan het best worden gecontroleerd door een burgerkamer, een nieuw bestuursorgaan die de diversiteit aan inwoners van dit land weerspiegeld.
  4. Wij willen dat de vervuiler betaalt en dat de lasten en kosten van de vereiste transitie op een rechtvaardige manier verdeeld worden.

In de Groene Amsterdammer van deze week is meer informatie over Extinction Rebellion, dat zich met name richt op de overheid, en Code Rood, de tegenhanger die zich richt op de fossiele energie industrie, te vinden.

Effecten klimaatverandering voor Nederland

Vrij Nederland had begin februari een uitgebreide rapportage (betaalmuur) over de effecten van zeespiegelstijging ten gevolge van klimaatverandering op Nederland. Verschillende experts gaven daarbij aan dat de huidige kustlijn van Nederland te beschermen is tot 1 a 2 meter zeespiegelstijging. Een versnelde zeespiegelstijging zal in de komende decennia nog niet tot grote problemen leiden. Maar voor de termijn daarna is er veel onzeker. Marjolein Haasnoot van onderzoeksinstituut Deltares en auteur van een rapport over de gevolgen van zeespiegelstijging voor Nederland vind dat bij heel grote infrastructurele werken rekening moet worden gehouden met een potentieel grote zeespiegelstijging.

Voor alle maatregelen is tijd nodig. Nu is de tijd er nog om daarover na te denken en een goed plan te maken. (…) Als het gaat om zeespiegelbeleid moet je kunnen omgaan met onzekerheden. Je kunt niet wachten tot je precies weet wat er gaat gebeuren. Als je het zeker weet, dan gebeurt het al, en zou het bovendien veel te snel kunnen gaan.

Een van de opties die de verschillende onderzoekers noemen is een gecontroleerde terugtrekking naar het hogerop gelegen deel van Nederland, oftewel richting Veluwestad en op naar Duitsland. Waarbij het deel van Nederland ten westen van de Utrechtse Heuvelrug de komende anderhalve eeuw grotendeels opgegeven wordt, oftewel de volledige Randstad. Een andere optie is een ring van dijken en meren rondom Nederland, dat vergt echter heel veel zandsuppleties. Ook blijven bestaande problemen met bodemdaling en verzilting dan bestaan. De uitdagingen om water te spuien bij hevige neerslag of grote afvoer van rivierwater zullen bij een dergelijk scenario ook niet kleiner worden.

Slot

Grote infrastructurele projecten worden voor 100 tot 200 jaar aangelegd. Dat maakt het volgens de onderzoekers nodig om de komende 20 tot 30 jaar strategische keuzes te maken: een rand van meren en dijken om Nederland heen, met alle bijbehorende kosten en energieverbruik, of zoeken we het hogerop voor de generaties na ons? Zo bezien zijn de motie van Partij voor de Dieren en de eisen van Extinction Rebellion niet zo buitensporig als ze op het eerste gezicht lijken. Zoals verwacht werd de motie verworpen en stemde enkel PvdD en GroenLinks voor de motie.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Rutte oefende druk uit om presentatie doorrekening klimaatakkoord uit te stellen

Premier Rutte heeft vorig jaar druk laten uitoefenen op het PBL en CPB om de publicatie van de analyse van het voorstel voor hoofdlijnen van het klimaatakkoord uit te stellen tot na Prinsjesdag. Dit blijkt uit stukken die het rijk heeft vrijgegeven na een WOB-verzoek van Nieuwsuur.

PBL wil uitkomsten publiceren voor Prinsjesdag

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) wilden de bewuste doorrekeningen van het klimaatakkoord op 13 september 2018 naar buiten brengen. Een week voor Prinsjesdag en het belangrijkste debat van het jaar: de Algemene Politieke Beschouwingen. Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, en zijn ambtenaren waren hiervan op de hoogte. Wiebes was eind augustus ook op de hoogte gebracht van de eerste indrukken van de doorrekening door PBL. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat was voorstander van publicatie uit angst voor lekken en omdat bij uitstel van publicatie de indruk zou kunnen bestaan dat de resultaten van de doorrekening onder de pet gehouden zouden worden. Formeel hadden de departementen ook geen invloed op het moment van publicatie, omdat zij niet de opdrachtgever van het onderzoek waren. Dat was Ed Nijpels als voorzitter van de klimaattafels. Wiebes is er vooraf door zijn ambtenaren op gewezen dat uitstel van publicatie een ongebruikelijke ingreep van het ministerie vergde.

Premier Rutte oefent drukt uit om publicatie uit te stellen

In een mail schrijft de raadsadviseur van het ministerie van Algemene Zaken aan het ministerie van Economische Zaken dat Rutte tegen publicatie van de doorrekening voor Prinsjesdag is (pagina 37 van de pdf met vrijgegeven documenten):

De doorrekening (en daarmee de appreciatie) wordt dan gespreksonderwerp op het APB (Algemene Politieke Beschouwingen) en dat is onwenselijk. MP (Minister President) wil vasthouden aan de procesafspraken in de MR (Ministerraad) van 24/8.

Uit de stukken is niet te halen of premier Rutte, net als Wiebes, op de hoogte was van de eerste indrukken van de doorrekening. Ed Nijpels, de voorzitter van de klimaattafels, reageert op 3 september uiterst stekelig op het verzoek van EZK om publicatie uit te stellen. Op 6 september constateert Sandor Gaastra, momenteel Directeur Generaal Klimaat en Energie bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, echter dat er een kleine opening is doordat Ed Nijpels heeft gevraagd om de departementen en tafelvoorzitters de tijd te geven om tussen 13 en 17 september de volledige analyse in te zien en om op de volledige analyse te kunnen reageren.

Vervolg

Verschillende Kamerfracties hadden gevraagd om publicatie van de doorrekening van het PBL voorafgaand aan Prinsjesdag en de Algemene Politieke Beschouwingen. Zowel Forum voor Democratie, PvdA en GroenLinks wilden opheldering over de rol van premier Rutte. Volledig begrijpelijk en terecht, klimaatbeleid gaat de komende decennia grote invloed hebben op het beleid. De meest logische plek om dat debat te voeren is niet in commissievergaderingen, maar juist in de plenaire zaal van de Tweede Kamer bij het belangrijkste debat van het jaar over de toekomstplannen van het Kabinet.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

De gerechtvaardigde zorgen van de klimaatstakers

Begin april hebben klimaatwetenschappers een brief gepubliceerd in Science waarin ze aangeven dat de zorgen van de klimaatstakers gerechtvaardigd zijn, evenals hun roep om snelle maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Bijna elk land heeft het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 ondertekend en geratificeerd. Waarmee ze zich hebben gecommitteerd aan het beperken van de wereldwijde temperatuurstijging tot  2°C boven pre-industrieel niveau en om zich in te spannen om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C. Wetenschappers hebben vorig jaar ook duidelijk laten zien dat een wereldwijde opwarming met 2°C in plaats van 1,5°C de impact van klimaatverandering fors zou vergroten en het risico vergroot dat sommige effecten onomkeerbaar worden. Doordat veel effecten van klimaatverandering wereldwijd niet gelijk verdeeld is zorgt een 2°C warmere wereld bovendien voor een stijging van de wereldwijde ongelijkheid.

Volgens de briefschrijvers zijn er al veel sociale, technische en natuurlijke oplossingen voorhanden. De jonge actievoerders vragen volgens de wetenschappers terecht dat deze ingezet worden om een duurzame samenleving te bereiken. Dat vergt wel doelgerichte en snelle actie. De tijd ontbreekt om te wachten tot de jongere generatie aan de macht is. Er rust een grote verantwoordelijkheid op politici om de benodigde randvoorwaarden en beleidsvoorstellen tijdig te implementeren.

Het vertragingseffect

Bij het broeikaseffect gaat het niet alleen om de huidige uitstoot, maar vooral om de totale concentratie broeikasgassen in de lucht. Veel broeikasgassen blijven lang in de lucht zitten. Dat betekent dat later of minder reduceren de opgave voor de toekomst vergroot. Het effect daarvan is in onderstaande grafiek te zien.

Wereldwijde emissiereductie paden met 66% kans om meer dan 2°C opwarming te voorkomen op basis van startjaar. De vaste zwarte lijn toont de historische uitstoot, terwijl de gestippelde zwarte lijn gelijkblijvende emissies ten opzichte van 2016 toont. Data en grafiekontwerp door Robbie Andrew van CICERO en the Global Carbon Project. Illustratie: Carbon Brief.

Wereldwijde emissiereductie paden met 66% kans om meer dan 2°C opwarming te voorkomen op basis van startjaar. De vaste zwarte lijn toont de historische uitstoot, terwijl de gestippelde zwarte lijn gelijkblijvende emissies ten opzichte van 2016 toont. Data en grafiekontwerp door Robbie Andrew van CICERO en the Global Carbon Project. Illustratie: Carbon Brief.

Verschil moet er wezen

Carbon Brief heeft vorige week een interactieve tool op haar website beschikbaar gemaakt waarmee je op basis van geboortejaar en land kunt nazoeken hoe groot het CO2 budget is dat iemand ter beschikking heeft. Carbon Brief concludeert op basis van haar analyse dat kleinkinderen 8 keer minder CO2 mogen uitstoten dan hun grootouders om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen.

Om de wereldwijde temperatuurstijging tot maximaal 1,5°C te beperken mag er nog minder CO2 worden uitgestoten. En moeten de CO2 emissies die Europese en Amerikaanse kinderen veroorzaken snel dalen naar het niveau van Indiase en Chinese kinderen.

Samenvattend

Wanneer rond 1995 een wereldwijde daling van de CO2 emissies was ingezet had de daling veel geleidelijker kunnen lopen. Verder uitstel of vertraging van de verlaging van de CO2 uitstoot zal de opgave voor de toekomst vergroten. Niet alleen zullen toekomstige generaties minder CO2 kunnen uitstoten gedurende hun levensduur, ook zullen ze een snellere afname van de CO2 emissies moeten bewerkstelligen. Het is dus volkomen logisch dat kinderen die op school de basisbeginselen van wetenschap onderwezen krijgen opstaan om te eisen dat de huidige machthebbers in de politiek en het bedrijfsleven hun verantwoordelijkheid nemen en alle beschikbare middelen inzetten om een daling van de wereldwijde CO2 uitstoot te bewerkstelligen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

De doorgerekende draai van Rutte III over verdeling klimaatkosten

Vorige presenteerde het CPB en PBL hun doorrekening van het ontwerp klimaatakkoord. De conclusie van het PBL is dat de doelstelling om de CO2 uitstoot met 49% te reduceren waarschijnlijk niet wordt gehaald. Het CPB concludeerde dat met name de lage en de middeninkomens de lasten van het energie- en klimaatbeleid (inclusief het ontwerp klimaatakkoord) dragen. Het kabinet was er als de kippen bij om maatregelen aan te kondigen ter verzachting van de pijn, waarbij lasten van burgers naar bedrijven worden geschoven.

Doorrekening PBL

De conclusie van de doorrekening van PBL is dat de verwachte afname van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 31 – 52 megaton CO2-equivalenten bedraagt. De opgave bedraag 48,7 megaton (49% ten opzichte van 1990). Dit valt net binnen de bandbreedte, maar wordt waarschijnlijk niet gehaald. Het ontwerpakkoord kan volgens het PBL leiden tot grote stappen in de energietransitie, maar er is nog veel werk aan de winkel: er moeten (politieke) keuzes gemaakt worden waarmee onzekerheden over het precieze effect van de voorgestelde maatregelen afnemen. De nationale kosten van deze voorstellen in 2030 vallen met 1,6 – 1,9 miljard euro nu lager uit dan geraamd op basis van het hoofdlijnenakkoord in 2018.

De grootste reductie (18,3 – 21,0 Mton) wordt bereikt in de elektriciteitssector. Het doel was hier een reductie van 20,2 Mton. De sterke toename van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit zorgt er mogelijk voor dat Nederland in 2030 netto-exporteur van elektriciteit is en ook bijdraagt aan vermindering van emissies in het buitenland. Het einde van kolenstook en ondersteuning van wind- en zonne-energie zorgt ervoor dat in 2030 zo’n driekwart van de elektriciteitsproductie hernieuwbaar is.

De sector met daarna de grootste reductie is de industrie(6,0 – 13,9 Mton), waar naar verwachting het doel (14,3 Mton) niet wordt gehaald. De grote bandbreedte wordt veroorzaakt door onzekerheden over de bonus-malus regeling, waarvan PBL twijfelt of deze het gewenste effect gaat hebben.

Ook in de mobiliteit is er met 4,2 – 8,0 (doel 7,3 Mton) sprake van een forse emissiereductie. De bandbreedte komt hier door onzekerheid over de snelheid waarmee het aantal elektrische personenauto’s in Nederland zal toenemen, de mate van inzet van biobrandstoffen en de omvang van stedelijke zones voor zero-emissies van het goederenvervoer.

De aanpak in de landbouwsector(1,8 – 4,6 Mton reductie) is gelijk verdeeld over een reductie van overige broeikasgassen in de veeteelt en vernieuwing van de glastuinbouw; de reductie door ander landgebruik is minder. In de gebouwde omgeving (reductie 0,8 – 3,7 Mton) staat onzekerheid over het succes van de wijkaanpak centraal. De normering in de utiliteitsbouw kan naast de wijkaanpak ook tot forse emissiereductie leiden.

Doorrekening CPB

Uit de doorrekening van het CPB komt naar voren dat met name de lage en de middeninkomens zijn die er door het klimaatakkoord op achteruitgaan, terwijl de achteruitgang in koopdracht door het totale klimaat en energiebeleid ook al steviger aankomt bij lagere inkomens. Het CPB hanteert, net als het PBL, bandbreedtes voor de verwachte effecten.

Het totale inkomenseffect bestaat deels uit maatregelen die burgers direct raken en deels uit afwenteling van kosten door bedrijven. De afbeelding laat zien dat huishoudens een groot deel van de afwenteling door bedrijven opvangen door gedragseffecten, bijvoorbeeld door schonere producten te kiezen.

Reactie op doorrekening PBL en CPB

In de eerste reacties op de doorrekening van PBL en CPB lag de focus op het feit dat de doelen voor 2030 waarschijnlijk niet gehaald zouden worden en dat huishoudens, met name de lagere en modale inkomens, er in koopkracht op achteruit zouden gaan. In sommige gevallen zelfs 3 tot 4%. Deze reacties verstomde echter al snel toen het kabinet met een snelle reactie bleek te komen.

Kabinetsreactie op doorrekening

Het kabinet was vlot met reageren op de doorrekening. In deze reactie gaf het kabinet aan om dat ze de komende weken tot een definitief pakket aan maatregelen te komen. In dat definitieve pakket zal klimaatakkoord op vijf punten worden bijgesteld. Op de eerste plaats zal in ieder geval de verdeling van kosten tussen burger en bedrijfsleven aangepast worden. Dit gebeurt door de opslag duurzame energie (ODE) vanaf 2020 voor grootverbruikers te verhogen, waarbij de verhouding tussen huishoudens en bedrijven 1/3 – 2/3 wordt in plaats van de huidige 50-50. Of deze verhouding ook bij de energiebelasting wordt aangepast laat de brief in het midden.

Op de tweede plaats gaat de bonus-malus regeling voor bedrijven bij het grofvuil en komt er een ‘verstandige en objectieve’ CO2 heffing voor bedrijven. Hoe deze er uit komt te zien is onduidelijk. Op de derde plaats zal het kabinet elektrische auto’s minder ondersteunen van voorgesteld en meer inzetten op het ontwikkelen van de tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s. Als gevolg hiervan hoeven de kosten van brandstofauto’s minder te stijgen. Op de vierde plaats zal het kabinet meer geld vrijmaken voor de extra CO2 reductie die de landbouwsector wil realiseren. Op de vijfde plaats gaat het kabinet de inzet van CO2 afvang en opslag (CCS) beperken.

Met deze reactie kunnen de koopkrachtplaatjes van het CPB meteen bij het grofvuil, die zijn achterhaald.

Reactie op kabinetsreactie

De Telegraaf was een van de eerste die de kabinetsreactie om de verdeling van kosten tussen burgers en bedrijven aan een plotse ommezwaai van een kabinet in ‘ nauw noemde. Een begrijpelijke reactie van de Telegraaf gelet op de snelheid van reageren, aangezien Sargasso eerder liet zien dat geen van de coalitiepartijen sinds het aantreden van Rutte III voor zo’n verschuiving heeft gestemd. De volledige coalitie en GroenLinks stemde vorig jaar tegen het SP/PvdD amendement dat het dichtst in de buurt komt van de in de kabinetsreactie aangekondigde verschuiving van de opslag duurzame energie van burgers naar bedrijven. De SP en PvdD stelde vorig jaar een verdeling van 20/80 tussen huishoudens en bedrijven voor.

De tarieven voor de ODE zijn vooralsnog overigens een stuk lager dan de tarieven voor de energiebelasting. Bij het verschuiven van de verdeling van de energiebelasting wordt echter vaak als argument in de strijd geworpen dat het bedrijfsleven al een CO2 prijs betaalt via het Europese emissiehandelssysteem voor CO2 (ETS). Dat is een van de reden dat verschillende partijen al langer pleiten voor een CO2 heffing, al dan niet in de vorm van een bodemprijs. Waarbij er nog verschillende smaken zijn, bijvoorbeeld enkel gericht op bedrijven die niet onder ETS vallen, enkel gericht op de energiesector of gericht op alle bedrijven en sectoren. De prijs voor CO2 in het ETS systeem ligt momenteel rond de € 22,50 per ton CO2.

Ontwikkeling CO2 prijs, bron Finanzen.nl

Voor bedrijven die en onder ETS vallen en energiebelasting betalen zijn de kosten per ton CO2 een stuk lager dan voor huishoudens. Dat is duidelijk te zien in onderstaande tabel, waarbij de energiebelastingtarieven omgerekend zijn naar de corresponderende CO2 prijs in Euro per ton CO2, alle bedragen zijn inclusief 21% BTW. De bedragen hieronder wijken af van de getallen van Han Blok, omdat ik de opslag duurzame energie buiten beschouwing heb gelaten en uitgegaan ben van andere CO2 emissiefactoren.

ElektriciteitGasGrijze stroom (0,649 kg CO2/kWh)Aardgas (1,890 kg CO2/m3)
0 t/m 10.000 kWh0-170.000 m³€ 184€ 188
10.001 t/m
50.000 kWh
170.001
t/m
1 miljoen
€ 100€ 42
50.001 t/m
10 miljoen kWh
meer
dan 1
miljoen
t/m 10
miljoen
€ 26€ 15
meer dan 10
miljoen kWh
meer
dan 10
miljoen
€ 1€ 8

Tel bij de bedragen in bovenstaande tabel de kosten per ton CO2 uit het ETS en het is duidelijk dat huishoudens nog steeds een stuk meer betalen. De invoer van een CO2 heffing kan dan ook bijdragen  aan een eerlijkere verdeling van de kosten van klimaatbeleid tussen bedrijven en huishoudens. Zelfs als bedrijven in 80% van de gevallen de kosten van zo’n CO2 heffing doorberekenen aan klanten, want het CPB geeft aan dat huishoudens deze prijsstijgingen door gedragsaanpassingen ontlopen. Bedrijven die hun omzet willen behouden zullen hun CO2 uitstoot verminderen, bv door energiebesparing of door over te schakelen van gas op elektriciteit.

CPB: afwenteling van kosten door bedrijven wordt grotendeels te niet gedaan door gedragseffecten van huishoudens.

Het kabinet kan bedrijven daarvoor op verschillende manieren de tijd en kans geven. Een eerste is om de CO2 heffing als een jaarlijks oplopende bodemprijs in te voeren. De CO2 heffing gaat dan pas geld kosten op het moment dat de prijs per ton CO2 in het emissiehandelssysteem onder de de bodemprijs komt te liggen, terwijl bedrijven voor hun investeringen wel een vaststaand prijspad zien. Het kabinet zou bijvoorbeeld kunnen starten met een bodemprijs van € 10 / ton CO2 in 2020 en deze jaarlijks € 10 / ton op laten lopen tot 2030. Bij de huidige ETS prijs krijgen bedrijven pas in 2022 last van de bodemprijs, terwijl de bodemprijs al wel vanaf 2020 de investeringsbeslissingen gaat beïnvloeden. Bij deze variant is de CO2 prijs in 2030 nog niet op het niveau van huishoudens, dus als burger wil ik nog steeds graag de kans om mee te doen aan ETS. Het aanschaffen van CO2 rechten is namelijk vele malen goedkoper dan de huidige energiebelasting op elektriciteit en gas.

Een andere optie is om de verschillende varianten van de CO2 heffing uit de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s van 2017 te bekijken en daaruit de versie te kiezen met het meeste effect op de CO2 emissie en de minste nadelige gevolgen voor de concurrentiepositie.

Afsluitend

Veel commentaren die ik de afgelopen dagen heb gelezen zien de draai van Rutte III met betrekking tot de verdeling van de kosten van het klimaatbeleid tussen burgers en bedrijfsleven als een overwinning voor GroenLinks. Jesse Klaver heeft ook positief gereageerd op deze draai. De gepresenteerde voorstellen passen echter ook prima bij SGP (meer geld voor landbouw), of SP en PvdA (verschuiven van lasten van bedrijfsleven naar burger).  Ook de uitlatingen van Sybrand Buma, CDA, in het AD dat GroenLinks hooguit derde keus is geven aan dat het maar de vraag is of GroenLinks de daadwerkelijke gedoogpartner gaat worden na de verkiezing van een nieuwe Eerste Kamer door de nieuwe leden van Provinciale Staten.

Een ander risico van de kabinetsreactie is dat de details pas in april naar buiten komen en dat de voorstellen pas op z’n vroegst in 2020 doorgevoerd worden. De kans bestaat nog steeds dat de reparatie enkel de verhoging van de energierekening van 2019 compenseert. Of dat de ODE voor huishoudens enkel minder hard stijgt, omdat deze de komende jaren sowieso op gaat lopen doordat er meer projecten die SDE+ hebben ontvangen energie gaan produceren en omdat via de SDE++ ook subsidie aan industriële projecten voor CO2 reductie gegeven kan gaan worden. Bij dat laatste kan het ook gaan om kostbare projecten, zoals CO2 afvang en opslag of overschakelen van gas naar elektrische productieprocessen.

Wat het kabinet wel slim heeft gedaan is dat met de snelle reactie niet alleen een handreiking is gedaan naar PvdA, SP, SGP en GroenLinks, maar ook dat de aandacht over het waarschijnlijk niet halen van de doelstelling voor 2030 volledig weg is. De discussie over de haalbaarheid van de doelen zien we ongetwijfeld over een jaar terugkeren, wanneer de regio’s aan moeten geven welke bijdrage zij gaan leveren aan het nationale klimaatakkoord ten aanzien van duurzame elektriciteit en gebouwde omgeving.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Greta Thurnberg genomineerd voor Nobelprijs voor de Vrede

Vorige week werd bekend dat Greta Thurnberg, de 16 jarige scholiere die vorig jaar de aanzet gaf tot de inmiddels wereldwijde beweging van klimaatstakers, is genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede. Op de vraag van New Scientist wat het over de toestand in de wereld zegt dat er scholieren nodig zijn om klimaatverandering weer bovenaan de agenda te krijgen in de media en politiek antwoord ze:

It’s very sad. I think everyone must realise that we have failed in many ways. But there is still time to fix it if we all try to do the impossible. It can and must be done.

Afgelopen vrijdag staakten wereldwijd ruim 1,5 miljoen scholieren en studenten de straat om te protesteren voor een ambitieuzer klimaatbeleid, maar vooral voor meer maatregelen.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Duurzaam denken is nog niet duurzaam doen

Binnenlands Bestuur heeft een onderzoek naar het klimaatbewustzijn en het gedrag van mensen laten doen door I&O research. In het onderzoek is gekeken hoe Nederlanders denken overduurzaamheid, welk gedrag ze vertonen, en hoe dit gedrag leidt tot eengrote of minder grote ecologische voetafdruk. Het verschil dustussen denken en doen. Het onderzoek kijkt ook naar de verschillen tussen stemmers op diverse politieke partijen. Reden voor verschillende twitteraars om al kersen plukkend de stemmer op de politieke partij van hun keuze af te schieten. Reden om eens wat dieper in het oorspronkelijke onderzoek te duiken. Te beginnen met een open deur.

Open deur: hoger inkomen leidt tot hogere CO2 uitstoot

Ik noem het een open deur, maar vaak wordt de theorie aangehangen dat een hoger inkomen tot milieubewuster gedrag leidt en dat daarmee de klimaatimpact zal dalen. De zogenaamde milieu Kuznetscurve, waarbij gesteld wordt dat het inkomen eerst moet stijgen tot een bepaald niveau voordat mensen milieubewuster gaan leven. Bij klimaat is dat in de resultaten van het onderzoek van I&O research niet terug te vinden:

In figuur 2.2 is ook terug te zien dat mensen met een hogere opleiding nou niet echt minder CO2 uitstoten. Dus ook een leercurve lijkt niet aanwezig te zijn. Hooguit is het dat hoger opgeleide mensen zich vaker zorgen maken over klimaatverandering:

Invloed politieke voorkeur op klimaatuitstoot

Een aantal media was vlot met het overnemen van sappige details, bijvoorbeeld RTL Nieuws dat meldde dat GroenLinks stemmers net zoveel uur vliegen als stemmers op Forum voor Democratie. Hieronder daarom het volledige overzicht van grafieken uit het onderzoek waarin CO2 uitstoot of milieuonvriendelijk gedrag gekoppeld wordt aan politieke voorkeur. Oordeel vooral zelf. Spoiler alert: RTL Nieuws vertelde geen onwaarheid, het was echter wel wat selectief winkelen uit de gegevens.

In het onderzoek zijn aan de gemiddelde uitstoot van een Nederlander 1.000 punten toegekend. De totale CO2 uitstoot per politieke partij, op basis van stemgedrag voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2017, ziet er als volgt uit.

De VVD stemmer scoort het slechts, gevolgd door het CDA. Opvallend is de slechte score van D66, dat zich als politieke partij toch voorstaat op haar groene ambities. Haar kiezers hebben daar duidelijk wat meer moeite mee. Iets meer nog zelfs dan stemmers van PVV en FvD. De kiezers van SP, ChristenUnie, GroenLinks en Partij voor de Dieren hebben een lager dan gemiddelde uitstoot.

Energieverbruik in huis

Wanneer gekeken wordt naar het energieverbruik in huis ziet het beeld er als volgt uit. Waarbij een rangschikking is gekozen van hoogste naar laagste energierekening. Tevens is weergegeven of mensen energie afnemen van een groene energieleverancier en of ze met anderen praten over klimaatverandering. Als definitie voor groene energieleverancier is gekeken naar de voorlopers volgens het jaarlijkse onderzoek van WISE, Greenpeace, Natuur & Milieu en de Consumentenbond. Op de methodologie van dit onderzoek is kritiek of het wel de juiste manier is om te bepalen of energiebedrijf groen is is de vraag. Aan de andere kant nodigt I&O Research criticasters expliciet uit om verbeteringen in de methodologie aan te dragen. 

Mobiliteit

Bij mobiliteit is naar twee belangrijke componenten gekeken. Op de eerste plaats naar autogebruik, waarbij ook gevraagd is of mensen hun bandenspanning regelmatig controleren. Ook is gevraagd of mensen bereid zijn de maximumsnelheid naar 100 km/uur te verlagen. De uitkomsten staan in onderstaande figuur:

De tweede component voor mobiliteit bestaat uit vliegen. Daarbij is gekeken naar het aantal vlieguren per jaar. Waarbij opvalt dat GroenLinks stemmers inderdaad hoog zitten, iets hoger zelfs dan stemmers op FvD. Enkel stemmers op VVD en D66 vliegen meer. Een andere aardigheid is dat stemmers op SP, 50Plus en PVV minder vliegen dan stemmers op de Partij voor de Dieren.

Vlees

Bij voedsel is enkel gekeken naar de consumptie van vlees. De rangschikking van links naar rechts in onderstaande figuur is op basis van het aantal gram vlees dat per week gegeten wordt. Weinig verrassend scoort de PvdD daarbij het laagst. Opvallender vind ik dat het nog steeds 356 gram per week is. Hier laat zich een grote spagaat tussen denken en doen zien: 45% van de PvdD stemmers is van plan om minder vlees te eten en 26% voelt zich schuldig als hij of zij vlees eet. Dat is ook zichtbaar bij GroenLinks en D66 stemmers, ook daar wil meer dan 40% van de stemmers minder vlees eten.

Apparaten

Bij apparaten is het onderscheidt tussen verschillende partijen minder duidelijk zichtbaar. Het percentage mensen dat kiest voor de meest zuinige variant loopt wel uiteen.

Kleding

Bij kleding zijn er wel duidelijk verschillen, al is goed zichtbaar dat dit een thema is dat minder lang op de agenda staat. Gemiddeld let slechts 20% van de mensen op waar kleding gefabriceerd. Uitschieters zitten met name bij D66, GroenLinks en PvdD.

Conclusie

Bovenstaand overzicht is slechts een bloemlezing uit het rapport. Er zit veel meer interessante informatie in. Bijvoorbeeld over de rol van de overheid. Het rapport geeft ook een overzicht van de hoogst scorende CO2-uitstoters. Oordeel zelf op wie de focus zich in het publieke debat behoort te richten:

Het hele onderzoek is hier te downloaden (na registratie)

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.