Het effect van klimaatverandering op verwarming

Met ingang van dit jaar verandert het ‘normale weer’ in Nederland. Het KNMI heeft nieuwe gemiddelden berekend, gemeten over de afgelopen dertig jaar. Deze berekeningen leiden tot een ‘nieuw normaal’, voor bijvoorbeeld temperatuur en neerslag. Het KNMI stelt dat het daardoor nog duidelijker wordt dat het Nederlandse klimaat verandert. Een aantal wetenschappers denkt daar anders over, zeker na een jaar vol weer records. Dennis Botman ontwikkelde de app ThermoMate, waarmee je het weer kan vergelijken met het gemiddelde van de dag of het uur over de periode van 1950 tot 2020. Ik heb ook zo mijn twijfels bij het tot normaal verklaren van het weer van de afgelopen 30 jaar. Vandaar dat ik op zoek ben gegaan naar een historisch vergelijkingsmateriaal voor ons energieverbruik.

Inmiddels houden we al bijna 10 jaar maandelijks ons energieverbruik bij, daarin is wel zichtbaar wat het effect is van besparingsmaatregelen, maar niet van klimaat. Daarom vandaag een poging om daar verandering in aan te brengen. Er valt ongetwijfeld een hoop tegen onderstaande berekeningen in te brengen, dat kan in de reacties.

Bepalen van de benchmark

Ik bereken ons energieverbruik voor verwarming altijd terug aan de hand van het aantal gewogen graaddagen. De cijfers die ik daarvoor kan vinden gaan terug tot 1970. Om te bepalen hoeveel graaddagen normaal zijn in Nederland wil ik eigenlijk het aantal graaddagen weten zonder invloed van het menselijk broeikaseffect. Dan heb ik naar mijn mening gegevens nodig van voor 1970. In mijn zoektocht stuitte ik op “KNMI publicatie 219 Effectieve temperatuur en graaddagen Klimatologie en klimaatscenario’s” (pdf) uit 2008. Daarin staan gegevens over het aantal graaddagen in de periode 1904 tot en met 2006. Waarbij de onderzoekers ook aangeven dat mediaan voor het aantal graaddagen bij meetstation De Bilt op 2406 ligt in de periode 1904-1975.

Ik gebruik alleen zelf het aantal graaddagen in Rotterdam, dichter bij Schiedam, waar het over het algemeen wat warmer is in de wintermaanden. Met behulp van een bestand met graad- en koeldagen dat ik bij KWA heb gevonden heb ik voor de periode 1970-2019 berekent dat het gemiddeld 86 graaddagen scheelt per stookseizoen (oktober tot en met maart), dat is een verschil van 4%.

Voor het gemak ben ik er van uitgegaan dat er sprake is van een lineair verband tussen het aantal graaddagen in De Bilt en Rotterdam. Het aantal graaddagen in Rotterdam is dan 0,94 met een 95% betrouwbaarheidsinterval van 0,90 tot 0,98.

Dat betekent dat ik voor Rotterdam op gemiddeld aantal graaddagen in de periode 1904 tot en met 1975 op 2.259 graaddagen kom, plus of min 97 graaddagen. Onderstaande tabel geeft het aantal ongewogen graaddagen per jaar in het stookseizoen van Rotterdam voor de periode 2010-2020 in vergelijking met het gemiddelde aantal ongewogen graaddagen in de periode 1904-1975. Als er sprake is van opwarming dan is de verwachting dat het aantal graaddagen daalt.

JaarOng. Graaddagen RotterdamVerwacht 1904-1975Verschil%
20102496225923811%
201119932259-266-12%
201221262259-132-6%
201322802259211%
201417852259-473-21%
201518932259-366-16%
201621412259-117-5%
201719722259-287-13%
201821082259-151-7%
201919592259-300-13%
202019842259-275-12%
Gemiddelde2.0672.259-191-8%

In bovenstaande tabel is te zien dat het aantal ongewogen graaddagen gemiddeld lager ligt dan in de periode 1904-1975. Om te bezien of dit ook statistisch significant is heb ik een t-toets uitgevoerd. Met als nul hypothese dat er het aantal graaddagen in de periode 2011-2020 gelijk is aan het aantal graaddagen in de periode 1904-1975. De uitkomst van deze t-toets is dat de t-waarde -3,2 bedraagt. Daarmee is nul hypothese (geen opwarming) bij significantiedrempel van 5% verworpen. Ergo: het aantal graaddagen ligt in de periode 2011-2020 significant lager dan in de periode 1904-1975.

Aangezien de wetenschap ervan uitgaat dat dit komt door klimaatwetenschap reken ik de bijbehorende energiebesparing voortaan toe aan klimaatverandering.

Effect klimaatverandering op energieverbruik

In onderstaande tabel heb ik het effect van klimaatverandering, energiebesparingsmaatregelen en ons gedrag uitgesplitst. Alle verbruiken zijn omgerekend naar kilowattuur. Om dit terug te rekenen naar m3 aardgas kan je het verbruik door 10 delen (eigenlijk 9,8 nogwat, maar da’s voor de puristen).

Toen we het huis kochten zat er een oude VR-ketel in. Deze hebben we enkel in november en december gebruikt in 2010, in die periode waren we aan het klussen maar woonden we nog niet in het huis. Het verbruik voor 2010 is berekend op basis van deze twee maanden. Omgerekend zouden we dat jaar zo’n 1.100 m3 aardgas voor verwarming hebben gebruikt. Niet heel vreemd voor een C-label woning. Omgerekend naar een standaardjaar zou het ruim 950 m3 aardgas zijn geweest, of 9.622 kWh. Het totale verschil per jaar is telkens het werkelijk verbruik minus het standaardjaarverbruik van 2010.

In 2010 was het aantal graaddagen hoger dan de mediaan in de periode 1904-1975, zoals in de vorige tabel te zien was. Daardoor hebben we in 2010 extra gestookt door het klimaateffect. Een situatie die zich enkel in 2013 herhaald heeft. In alle andere jaren hebben we minder gestookt door minder graaddagen.

JaarVerschil klimaatVerschil HRVerschil IRVerschil gedragTotaal verschil
20101.0130001.013
2011-1.131-3.3720-1.068-5.571
2012-564-3.5970551-3.610
201391-3.85702.789-977
2014-2.017-3.0200-392-5.429
2015-1.557-3.2030-456-5.216
2016-499-3.6230-526-4.648
2017-1.221-3.3360-282-4.839
2018-641-3.5660-207-4.415
2019-1.277-3.314-1.855413-6.033
2020-1.170-3.357-1.879-418-6.824
Totaal-8.973-34.245-3.735405-46.548
Gemiddeld-816-3.113-34037-4.232

Wat verder opvalt is het grote effect van overschakelen op een HR-ketel en ook van de vervolgstap overstappen op infraroodverwarming. Gemiddeld hebben we de afgelopen 10 jaar ruim 800 kWh (ong. 80 m3) aardgas bespaart door klimaatverandering, dat is 19% van ons energieverbruik voor verwarming. Dat valt in het niet bij de besparing die we hebben bereikt door maatregelen te treffen in ons huis. In de meeste jaren is het klimaateffect wel groter dan het effect van ons gedrag op ons verbruik voor verwarming.

Lessen voor klimaatakkoord 2.0

De Europese Unie heeft gekozen voor een scherper klimaatdoel voor 2030, in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de doelstelling in de klimaatwet aan te scherpen en de verkiezingen komen er aan.

De initiatiefwet van D66 en GroenLinks wordt ongetwijfeld inzet van de coalitieonderhandelingen en zal zorgen voor nieuwe onderhandelingen over aanpassingen in het nationale klimaatakkoord. Hoog tijd om daarop vooruitlopend een aantal lessen mee te geven vanuit de dagelijkse praktijk van de lokale uitvoering (eerder gepubliceerd op Sargasso), want het huidige klimaatakkoord bevat een aantal schotten tussen doelstellingen die zacht gezegd niet bepaald zorgen voor maatschappelijke acceptatie bij inwoners. Schotten ook die ervoor zorgen dat inwoners het gevoel hebben dat ze niet serieus worden genomen, dat er enkel ‘infantiele keuzes’ tussen zonneveld of windturbine voorliggen en dat ze de kans missen om de opgave voor de eigen gemeente te verkleinen. Een volstrekt gemiste kans in het huidige klimaatakkoord, die ook zorgt voor onnodige polarisatie. Een goed ontworpen en simpele set spelregels kan inwoners en raadsleden weer grip geven op de enorme opgave die er de komende decennia op ze afkomt vanuit de energietransitie.

Ontwikkelingen in de EU en nationaal

De Europese Commissie heeft aangekondigd de doelstelling voor 2030 te willen aanscherpen naar 55% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990. Het Europees Parlement wil zelfs inzetten op 60% reductie in 2030. Ook in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de ambitie in de klimaatwet voor 2030 op te hogen van 49% naar 55%. Wanneer deze aanscherpingen doorgaan ligt het voor de hand dat ook de maatregelen van het Nederlandse klimaatakkoord (dat is bestempeld tot het eerste klimaatplan, als bedoelt in de klimaatwet) aangevuld moeten worden. Wat weer zal doorwerken in de 30 regionale energiestrategieën. Wat weer tot aanvullende lokale gesprekken met inwoners en gemeenteraden zal leiden over welk aandeel iedere gemeente wil nemen in deze extra opgave.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Koppel energiebesparen aan energie produceren

Veel inwoners vinden dat energiebesparen de eerste stap moet zijn. Jarenlang hameren op de trias energetica heeft zo z’n vruchten afgeworpen. Alleen heeft energiebesparen geen enkel effect op de hoeveelheid te produceren hernieuwbare elektriciteit voor 2030. Terwijl energiebesparen keihard nodig is om het aardgasverbruik in woningen terug te dringen, met als bijkomend voordeel dat woningen die beter geïsoleerd zijn makkelijker aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Ook energiebesparing bij bedrijven kan de hoeveelheid energie die we moeten produceren verminderen. Als inwoners en bedrijven daarmee samen de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit die een gemeente of regio moet opwekken kunnen verminderen biedt dat handelingsperspectief. Het moet dan wel gaan om harde afspraken, niet om zachte convenanten. Worden de afspraken niet gehaald dan is er ook meer energieproductie nodig. Dat betekent meer zonnedaken, maar ook meer zonnvelden, windturbines en op termijn ook meer aardwarmtebronnen (die ook niet vrij van risico’s en nadelen zijn).

De tandeloze zonneladder

In het nationaal beleid, bijvoorbeeld de nationale omgevingsvisie, is een zonneladder opgenomen. Bovenaan staat daarbij zon op dak en iedereen die je er naar vraagt is het daar mee eens. Alleen bij nieuwbouw is de standaard nog steeds dat er een paar schaampanelen op geplaatst worden, net genoeg om aan de normen in het bouwbesluit te voldoen. Als het rijk werkelijk wil dat zonnepanelen bij voorkeur op daken komen dan moet ze daarvoor regels opnemen in het bouwbesluit, zoals Frankrijk dat heeft gedaan. Mocht het rijk dat niet willen geef dan tenminste gemeenten de mogelijkheid om zonnepanelen op het dak verplicht voor te schrijven bij nieuwbouwprojecten. Het is aan inwoners niet uit te leggen dat het rijk een zonneladder heeft waarin zon op dak voorop staat, maar dat de gemeente richting projectontwikkelaars met lege handen staat om dat af te dwingen. Hierdoor blijven daken van nieuwe huizen en bedrijfsgebouwen onbenut, en zijn uiteindelijk meer zonnevelden en windturbines nodig om aan de doelstelling voor 2030 te voldoen. Dat is niet in lijn met de zonneladder en niet in lijn met wat inwoners lokaal als volstrekte nobrainer zien: nieuwe daken moeten vol met zonnepanelen, waar mogelijk zouden zelfs gevels ingezet moeten worden.

Splitsing tussen kleinschalige en grootschalige opwekking van hernieuwbare energie

In het huidige nationale klimaatakkoord is de productie van hernieuwbare energie gesplitst in drie delen: wind op zee, kleinschalige zonnestroominstallaties (<15 kWp, zeg een paneel of 50) en grootschalige opwek door wind- en zonne-energie. De splitsing tussen wind op zee en hernieuwbaar op land is zinvol, dit voorkomt dat lokaal gezegd kan worden dat eerst de zee vol gezet dient te worden. Het gesprek gaat daarmee over de vraag wat inwoners en raadsleden lokaal willen bijdragen aan de nationale opgave.

Wat averechts werkt is de splitsing die in het klimaatakkoord is gemaakt tussen kleinschalige zonnestroominstallaties aan de ene kant en grootschalige wind- en zonne-energie aan de andere kant. Een deel van de inwoners en raadsleden vind zonnevelden en windturbines niet passen bij het lokale landschap, of maakt zich zorgen over de impact zaken als gezondheid, flora en fauna. De kwaliteit van het lokale gesprek zou met sprongen vooruit gaan als inwoners de keuze hadden om de benodigde hoeveelheid zonnevelden en windturbines te beperken door zelf nog massaler dan nu al gebeurd zonnepanelen op hun eigen dak te plaatsen. Alleen is het aantal huiseigenaren dat meer dan 40 tot 50 zonnepanelen kan plaatsen beperkt.

Een extra inzet op (kleinschalig)e zonne-energie in de gebouwde omgeving brengt ook nadelen met zich mee, daar zou de wetgever ook oplossingen voor in kunnen bouwen in de regelgeving. Er zijn inmiddels voldoende oorbeelden uit Australië, Hawaii, Californië, New York en Duitsland beschikbaar om daar slimme regelgeving voor te maken. Bv door zoals in Duitsland regels te stellen over de verhouding tussen omvormer en piekvermogen van de zonnestroominstallatie, of door slimme omvormer voor te schrijven die op afstand terug te regelen zijn door de netbeheerder of een zogenaamde aggregator. Ook het combineren van zonnestroominstallaties met energie-opslag (accu’s of ouderwetse waterboilers) kan helpen om pieken op het netwerk beheersbaar te houden.

Techniekneutraal

In de eerste versie van de handreiking voor regionale energiestrategie werd gesteld dat de invulling van de opgave voor hernieuwbare elektriciteit op land techniek neutraal mocht. In normaal Nederlands regio’s en gemeenten mochten zelf kiezen tussen windenergie, zonne-energie, de inzet van biomasssa/biogas of welke vorm van hernieuwbare elektriciteit dan ook. Enige voorwaarden:  vergunning verlening uiterlijk in 2025 en realisatie uiterlijk in 2030. In latere versies van de handreiking werd techniek neutraal vervangen door wind- en grootschalige zonne-energie. Landelijk was bedacht dat dit de twee technieken zijn die technologisch voldoende ontwikkeld zijn om in 2030 een bijdrage te kunnen leveren.

Daarmee zijn de opstellers van de handreiking in dezelfde valkuil gestapt als het Energie Akkoord: voorschrijven welke techniek voor 2030 passend en haalbaar wordt geacht. Heel fijn dat ze landelijk de discussie daarover gevoerd hebben met elkaar, alleen op lokaal niveau verschillen de meningen over de haalbaarheid en wenselijkheid van de inzet van verschillende vormen van hernieuwbare elektriciteit.

Voor biomassa wordt de discussie op social media,  landelijk en hier op Sargasso bij voorkeur zo ongenuanceerd mogelijk gevoerd. De inzet van biomassa en biogas wordt daarbij per definitie gelijk gesteld aan het importeren van houtige biomassa uit Canada, de VS of zelfs uit tropische bossen. Ook wordt vaak gesteld dat biomassa per definitie luchtkwaliteitsproblemen geeft. Beide hoeft niet het geval te zijn. In agrarische gemeenten is het mogelijk om te kiezen voor de inzet van kleinschalige biogasinstallaties voor elektriciteitsproductie. Ook kan biogas gewonnen worden bij rioolwaterzuiveringsinstallaties. Zelfs als er vanuit landelijk perspectief rendabelere opties zijn zoals het gebruik van het biogas voor verwarming of als feed stock voor de industrie, dan nog is het mogelijk dat daar lokaal andere keuzes in gemaakt worden. De gemeenteraad heeft nu eenmaal haar eigen democratische mandaat en kan dus andere keuzes maken dan de Tweede Kamer. Deze andere keuzes kunnen bijvoorbeeld gemaakt worden vanwege zorgen over het landschap, biodiversiteit of gezondheid. Wat betreft het effect op luchtkwaliteit is het rijk aan zet, een zeer eenvoudige manier om te voorkomen dat biomassa en biogas een negatief effect op de luchtkwaliteit hebben is om de norm voor biobrandstoffen gelijk te trekken met de norm voor fossiele brandstoffen. Er is geen enkele reden te verzinnen waarom biomassa of biogas meer luchtvervuiling zou mogen uitstoten dan hun fossiele tegenhanger. Behalve dan gebrek aan normstelling vanuit de landelijke overheid.

Ontkoppeling tussen hernieuwbare energie en emissies t.g.v. grondgebruik

Klimaatverandering wordt niet enkel veroorzaakt door de CO2 uitstoot van fossiele brandstoffen. Ook methaanemissies vanuit landbouw en grondgebruik spelen een belangrijke rol. Op lokaal niveau zoeken gemeenten naar mogelijkheden om koppelingen tussen deze opgaven te maken, een koppeling die ook past in de geest van de wederom uitgestelde Omgevingswet. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het tegengaan van bodemdaling in veenweidegebied door het verhogen van het peil in een deel van de polder, waarna het deel van het agrarisch land wordt omgevormd tot een combinatie van bloem- en kruidenrijk grasland en zonneveld. Hiermee krijgen insecten weer meer kans, daalt de methaanemissies ten gevolge van veenverbranding, wordt de bodemdaling beperkt en wordt groene stroom geproduceerd. Een aanpak die aan vier kanten hout snijd, maar geen enkele meerwaarde heeft voor de gemeente of de lokale gemeenschap binnen het huidige klimaatakkoord. Het inzetten op dit soort functiecombinaties wordt wel in de ontwerpprincipes van de nationale omgevingsvisie geadviseerd, enige beloning bijvoorbeeld in de vorm van een (tijdelijk) minder hoge opgave in de warmtetransitie of in de opgave voor hernieuwbare elektriciteit biedt het echter niet.

Conclusie

Door slimmere koppelingen te maken tussen verschillende tafels van het klimaatakkoord kan inwoners handelingsperspectief geboden worden. Acties die ze zelf kunnen nemen om ontwikkelingen die ze ongewenst vinden in hun omgeving te beperken of mogelijk zelfs te voorkomen. Dat maakt het lokale gesprek over de energietransitie makkelijker en constructiever. In plaats van de ene dag de vraag zonneveld of windturbine te stellen en de volgende dag warmtenet of warmtepomp, wordt dan de vraag: u wilt geen of minder windmolens? Prima, alleen betekent dat wel dat u zonnepanelen op uw eigen woning en misschien ook wel die van uw buren moet aanbrengen. Minder zonnevelden in uw gemeente? Wat doet u aan energiebesparing en hoeveel minder energieverbruik belooft u in 2030 te realiseren? Eerst zonnepanelen op de grote bedrijfsdaken in de gemeente? Wat gaat u zelf doen om bedrijven daar op aan te spreken en om die zonnedaken te realiseren?

Het ontbreken van slimme koppelingen tussen de verschillende tafels van het klimaatakkoord en speelruimte voor lokaal maatwerk is een gemiste kans. We hebben dan wel haast bij het aanpakken van het klimaatprobleem, maar lokale gemeenschappen hebben ook tijd nodig om te wennen aan nieuwe werkelijkheden en om samen het gesprek te voeren over de wijze waarop ze willen bijdragen aan het doel.

Opmerkelijke klimaatzaken

De Amerikaanse Climate Change Litigation database telt inmiddels 1224 Amerikaanse klimaatzaken en 368 niet Amerikaanse klimaatzaken. Waarbij een klimaatzaak breder gaat dan enkel rechtszaken, het kan ook gaan om dagvaardingen of dreigingen met een rechtszaak. De database is een initiatief van het Sabin Center for Climate Change Law van de Columbia Law School en Arnold & Porter. De afgelopen weken zijn er een aantal ontwikkelingen die de komende jaren grote gevolgen kunnen hebben.

Uitspraak in Ierse klimaatzaak: klimaatbeleid te vaag

De Ierse milieuorganisatie Friends of the Irish Environment (FIE) had een zaak aangespannen tegen de Ierse overheid. FIE stelde dat de Ierse overheid niet voldoet aan verplichtingen uit de Climate Action and Low Carbon Development Act, een wet uit 2015 die zegt dat de overheid plannen moet maken om de transitie naar een klimaatneutrale economie in 2050 te realiseren. Een panel van zeven Ierse opperrechters gaf de milieuorganisatie unaniem gelijk.

Zij bevestigden afgelopen vrijdag dat uit de huidige plannen niet valt af te leiden dat Ierland op weg is om zijn doelen te behalen. De rechter heeft de overheid daarom opgedragen op om een nieuw, gedetailleerd plan te maken. Daarbij moet een redelijk geïnformeerd persoon kunnen beoordelen of het plan realistisch is en of ze het eens zijn met de in het plan gemaakte beleidskeuzes. Het plan moet ook de volle periode tot 2050 beslaan, de latere jaren mogen wel minder gedetailleerd zijn dan de periode tot 2030. De Ierse Hoge Raad is in haar uitspraak niet ingegaan op grondwettelijke of mensenrechten zaken, aangezien de zaak niet door een individu was aangespannen. Dit kan in toekomstige rechtszaken nog wel een rol gaan spelen.

Klimaatactivisten noemen de ontwikkeling hoopgevend. In de uitspraak verwijst de Ierse Hoge Raad (pdf) verschillende keren naar de klimaatzaak van Urgenda. De Ierse regering heeft de uitspraak van de Ierse Hoge Raad positief ontvangen. De nieuwe coalitie, met daarin onder andere de Ierse Groenen, wil dat de uitstoot van broeikasgassen vanaf nu elk jaar met 7 procent afneemt.

Massachusetts vs Exxon Mobil

Eerder dit jaar verloor de aanklager van New York zijn klimaatzaak tegen Exxon Mobil. De aanklager van New York stelde dat Exxon Amerikaanse beleggers en investeerders had misleid over de financiële risico’s van klimaatverandering voor de bedrijfsvoering en waarde van Exxon Mobil. Daarmee zijn de zorgen voor Exxon Mobil niet weg, want Massachusetts heeft een soortgelijke klimaatzaak aangespannen tegen het Amerikaanse olie- en gasbedrijf. Exxon probeert de rechtszaak naar de federale rechtbank verplaatst te krijgen, maar slaagt daar vooralsnog niet in. De rechtbank van Massachusetts heeft eind mei aangegeven van mening te zijn dat de aanklacht van Massachusetts enkel betrekking heeft op mogelijke overtreding van staatswetgeving en dat deze geen federale vragen bevat.

Om de zaken nog wat erger te maken voor Exxon Mobil, maar ook voor andere fossiele energiebedrijven, heeft het Amerikaanse Huis voor Klokkenluiders (National Whistleblower Center (NWC)) op 23 juli het rapport Exposing a Ticking Time Bomb: How Fossil Fuel Industry Fraud is Setting Us Up for a Financial Implosion – and What Whistleblowers Can Do About It gepubliceerd. John Kostyack, NWC Executive Director stelt:

In light of the deceptions we found, the handful of pending fraud cases challenging climate risk disclosures by fossil fuel companies are probably just the tip of the iceberg. We anticipate that the number of cases and defendants will increase dramatically in the near future once potential whistleblowers learn about the benefits of modern whistleblower laws and begin providing information to regulators and prosecutors about climate risk deceptions along the lines of those outlined in our report.

De belangrijkste bevindingen van het rapport zijn dat misleiding over de financiële risico’s van klimaatverandering alomtegenwoordig is in de fossiele brandstofindustrie. Het gaat daarbij om het routinematig weglaten van twee soorten informatie in verklaringen van bedrijven aan aandeelhouders. Op de eerste plaats de onmiddellijke risico’s die klimaatverandering vormt voor de financiële toestand van bedrijven en ten tweede het risico dat de vermindering van de de waarde van activa van het bedrijf zal bijdragen aan een economiebrede financiële implosie. Op de tweede plaats wijst het rapport er op dat de groeiende rol van klokkenluiders in de strijd tegen fraude betekent dat het handjevol van lopende effectenfraudezaken slechts het topje van de ijsberg vormen. Er zijn momenteel slechts vijf lopende zaken – allemaal tegen Exxon – over de vraag of de verklaringen van het bedrijf over de financiële risico’s van klimaatverandering volgens staats- of federale wetgeving vallen onder effectenfraude. De NCW verwacht dat het aantal zaken en gedaagden sterk zal toenemen zodra potentiële klokkenluiders leren over de bescherming en beloningen, die door de huidige Amerikaanse klokkenluiderswet wordt geboden voor het verstrekken van gedetailleerde informatie aan toezichthouders en openbaar aanklagers over fraude met klimaatrisico’s. Volgens het NCW kunnen klokkenluiders in de fossiele brandstof industrie, net als hun voorgangers in tabaksindustrie, bankwezen en gezondheidszorg een centrale rol spelen in de hervorming van hun bedrijfstak en kunnen ze helpen om een wereldwijde financiële implosie te voorkomen.

Afrondend

De recente ontwikkelingen laten zien dat de uitspraak in de Urgenda klimaatzaak niet uniek is. De uitspraak van de Ierse Hoge Raad ligt in het verlengde en dwingt de Ierse overheid tot het maken van concretere plannen. Daarmee is duidelijk dat uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad in de Urgenda klimaatzaak niet enig in zijn soort is. Daarmee kan er ook uitstraling naar andere overheden binnen met name de EU zijn. Voor Exxon Mobil en andere olie, gas en kolenbedrijven betekent de publicatie van het Amerikaanse Huis voor Klokkenluiders en van de rechtbank in Massachusetts dat de juridische gevaren na het winnen van de rechtszaak in New York nog lang niet geweken zijn.

Dit bericht is begin augustus 2020 geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Juli 2020: Milieucommissie Europarlement wil internationale scheepvaart onder CO2-emissiehandel brengen

De Milieucommissie van het Europees Parlement wil dat de internationale scheepvaart vanaf 1 januari 2022 onder het Emissiehandelssysteem (ETS) valt. Dit moet vanaf 2021 gelden voor reizen die vertrekken van, of aankomen in Europese havens. Ook wil de milieucommissie de sector een bindende CO2-reductiedoelstelling opleggen van 40% in 2030 ten opzichte van 2018. De milieucommissie wil ook een fonds opzetten voor de opbrengsten van het veilen van CO2-rechten terug laten vloeien naar de scheepvaartsector voor investeringen in nieuwe CO2-reducerende technieken.

In een reactie op het besluit van de milieucommissie van het Europees Parlement stelt Jutta Paulus, de rapporteur van het Europees Parlement:

The Environment Committee has today made an important contribution to achieving the Paris Climate Agreement goals! I am very pleased that a majority of MEPs support the extension of the EU ETS to maritime transport. We also agreed that half of the revenue should go to a fund that supports research and development of innovative, climate-friendly ships and co-finances nature conservation in our seas.

It was important to everyone that, in addition to CO2, other climate-damaging gases, especially methane, should also be included in the monitoring programme. The ambitious efficiency target of 40% less CO2 per tonne of freight transported and nautical mile travelled will probably have the greatest effect. For this will provide a real incentive to build more economical ships – which will also operate outside the EU.

Today’s vote in the Environment Committee is an important step in the fight against the climate crisis. International maritime shipping is the only transport sector not subject to a binding target for reducing climate-damaging emissions, despite the fact that it is responsible for around three percent of global greenhouse gases.

In its present form, the MRV Regulation has done important groundwork and provided valuable data on CO2 emissions from ships. However, data alone does not reduce greenhouse gases. That is why we MEPs have gone far beyond the Commission proposal.

Na de zomer stemt het voltallig Europees Parlement over het voorstel, daarna beginnen de onderhandelingen met de EU-landen over de uiteindelijke wet. Het gaat interessant worden om te zien wat het openbare standpunt van de Nederlandse regering wordt en hoe ze zich achter de schermen opstellen. Evenals de opstelling van de havens van Rotterdam en Amsterdam, en de Nederlandse reders.

Dit bericht is in juli 2020 geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

CO2 emissies India dalen voor het eerste in bijna 40 jaar

De CO2 uitstoot van India is in het fiscale jaar dat eindigde in maart voor het eerst in 40 jaar gedaald, dat blijkt uit een analyse van Carbon Brief. Zowel de vraag naar kolen als olie is gedaald door de lockdown ten gevolge van het coronavirus.

De tijdelijke gevolgen van de coronacrisis kunnen om verschillende redenen een blijvende impact op de ontwikkeling van de toekomstige CO2 uitstoot van India kunnen hebben:

  • Post-crisis economic stimulus could be directed towards reinvigorating the country’s renewable energy programme.
  • Plummeting electricity demand has brought the power industry’s long-brewing financial problems to a head, necessitating bailouts with the potential for structural changes.
  • Experience of exceptional air quality could add momentum to efforts against air pollution, resulting in strengthened targets and standards.

Of India daadwerkelijk een duurzaam herstelpakket gaat maken blijft de vraag. Het lijkt zekerder dat de grote verbetering van de luchtkwaliteit tot meer maatschappelijke druk zal leiden om luchtvervuiling aan te pakken. Het aanpakken van luchtkwaliteit vergt aanpak van kolencentrales en vervanging van diesel door elektrische voertuigen.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Menselijke niche verschuift door klimaatverandering

De Wageningse hoogleraar Marten Scheffer en een groep internationale onderzoekers concludeert in een onderzoek dat is gepubliceerd in PNAS dat mensen een sterke voorkeur hebben voor een leefomgeving met een gemiddelde temperatuur tussen de 11 en 15 graden Celsius op jaarbasis. Ook al weet de mens zich ook buiten deze temperatuurniche te handhaven. Daarmee bevestigt het onderzoek van Scheffer, volgens Trouw, de uitkomsten van een economisch onderzoek van vijf jaar geleden. De uitkomst van dit in Nature gepubliceerde economisch onderzoek was dat de economie bij een temperatuur rond de 13 graden het best gedijt; in warmere jaren gaat het minder, in koudere ook.

Het is de verwachting dat door menselijke klimaatverandering de temperatuurzones de komende decennia gaan verschuiven, waarbij de optimale menselijke niche richting de polen gaat verschuiven en er rond de evenaar een deel van de menselijke niche verloren gaat. In 2050 zorgt dat er volgens Scheffer voor dat:

in the absence of migration, one third of the global population is projected to experience a MAT >29 °C currently found in only 0.8% of the Earth’s land surface, mostly concentrated in the Sahara. As the potentially most affected regions are among the poorest in the world, where adaptive capacity is low, enhancing human development in those areas should be a priority alongside climate mitigation.

Als al deze mensen op zoek gaan naar een plek binnen de menselijke niche gaat het om 3,5 miljard klimaatvluchtelingen in 2050, ter vergelijking in 2018 waren er volgens UNHCR 70,8 miljoen vluchtelingen wereldwijd. Zelfs als slechts 10% van de bewoners van gebieden die op jaarbasis gemiddeld warmer worden dan 29 °C op de vlucht slaan betekent dat een veelvoud aan klimaatvluchtelingen vergeleken met het totaal aantal wereldwijde vluchtelingen in 2018. De beste manier om deze migratie tegen te gaan is het tegengaan van verdere klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen sterk te beperken, wat met name actie van de rijkste 10% van de wereld vergt.

Een kanttekening bij het onderzoek is dat gerekend is met het RCP8.5 scenario (>4 °C in 2100) van het IPCC, terwijl de CO2 emissies inmiddels meer op het pad van het RCP6 scenario liggen (3 °C stijging van de temperatuur in 2100). Ook gaat de studie uit van SSP3, een scenario voor de sociaal economische ontwikkelingen dat uitgaat van opspelend nationalisme en blijvend hoge bevolkingsgroei in ontwikkelingslanden. Aangezien de bevolkingsgroei ook in een toenemend aantal ontwikkelingslanden daalt. Meer uitleg over de SSP’s vind je hier, meer uitleg over de RCP’s hier.

Als uitgegaan wordt van RCP6 is de verwachting dat de klimaatzones minder snel opschuiven en een SSP met een dalende bevolkingsgroei in ontwikkelingslanden (bv SSP2) zal het aantal mensen dat buiten de optimale klimaatzone voor de menselijke soort lager liggen dan de studie van Scheffer verwacht. Of het aantal klimaatvluchtelingen in 2050 dan ook kleiner is hangt af van de vraag of mijn op niets gebaseerde aanname dat 10% van de mensen een ander heenkomen zal zoeken klopt.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Recensie Planet of the Humans (2019)

De documentaire Planet of the Humans van regisseur Jeff Gibbs en producent Michael Moore maakt de tongen over duurzame energie los. Aan het eind van de film blijkt de centrale stelling dat alleen minder consumeren en minder mensen een oplossing bieden. De weg daarnaartoe leidt langs veel halve onwaarheden en verouderde informatie over duurzame energie en de milieubeweging, en langs een van de vaste stokpaardjes van producent Michael Moore: kapitalisme is slecht en de 1% heeft de macht gegrepen. In een reactie op de commotie geeft Michael Moore aan dat het gelukt is om het debat te openen:

Onder welke steen de beste man de afgelopen 20 jaar gelegen heeft weet ik niet, want het debat over bio-energie woedt al jaren. Net zoals er al jaren stil aandacht is voor de nadelen van wind- en zonne-energie, voor het feit dat elektrische auto’s de files niet gaan oplossen en voor het feit dat enkel en alleen de overschakeling op duurzame energie niet afdoende gaat zijn om binnen de ecologische grenzen te blijven. Zoals er ook al decennia aandacht en beleid is om de groei van de wereldbevolking indirecte af te remmen, bijvoorbeeld door beter onderwijs voor meisjes en door seksuele voorlichting. Directere vormen voor het afremmen van de bevolkingsgroei, zoals de één kind politiek in China, hebben zacht gezegd nogal nare bijwerkingen gehad.

En om nou te zeggen dat Michael Moore degene is die het debat over de tegenstelling tussen kapitaal (de 1%) en arbeid nieuw leven in blaast lijkt me ook wat te veel eer, dat debat is naar mijn mening veeleer nieuw leven ingeblazen door economen als Thomas Piketty. En zoals Jef Fox in The Nation schrijft de film mist alle hoopvolle ontwikkelingen van het afgelopen decennium, waarin de Amerikaanse milieubeweging een vuist wist te maken ondanks een niet zo milieuvriendelijke en een ronduit milieu-onvriendelijke president.

Aangezien de film ook in de reacties van Sargasso discussie deed opwaaien schreef ik voor Sargasso onderstaande recensie. Inclusief een niet uitputtend overzicht van onjuiste en verouderde informatie in de film en met links naar meer lezenswaardige reacties op de film. Los van de inhoud vind ik de film naar overigens een draak. De documentaire mist de subtiliteit en scherpte van het oudere werk van Michael Moore, zoals Bowling for Columbine of Roger & me. Ook zit de film vol met pathetische filmmuziek, waar ik een broertje dood aan heb.

Duurzame energie als het antwoord voor alle problemen?

Zo ergens rond minuut 55 van de documentaire wordt een van de grootste stropoppen van de film opgezet: milieugroepen zouden al jaren roepen dat alles goed komt als we maar overschakelen op duurzame energie. En goh, wat gek, dat blijkt niet waar te zijn. Zelfs wanneer iedereen overschakelt op duurzame energie houden we sociale- en milieuproblemen. Daarbij blijken duurzame energiebronnen ook hun eigen sociale en milieuproblemen te kennen, bv bij de winning van de grondstoffen en in de afvalfase. Een onderwerp waar ik in 2012 al over schreef schreef. Gibbs vergeet voor het gemak te melden dat de bij de winning van grondstoffen voor de alternatieven (fossiele energie en uranium) ook de nodige misstanden zijn. Denk bijvoorbeeld aan de bloedkolen discussie van een paar jaar geleden, aan de enorme landschappelijke schade van dagmijnbouw in Duitsland en Canada, de vervuiling van de Niger delta door de oliewinning, door uranium winninig in Namibië of dichter bij huis de ellende ten gevolge van gaswinning in Groningen.

Een groter probleem is dat Gibbs geen enkel voorbeeld noemt van een milieugroep die heeft gesteld dat met de overgang op duurzame energie alles is opgelost. Niet zo vreemd, want ik ken ze niet. Als ik me beperk tot Nederland noemt Urgenda in haar Visie 2030 een vijftal transities waarvan de overgang naar duurzame energie er maar een is. Naast de overgang op duurzame energie gaat het bij Urgenda om anders eten, anders wonen, andere vormen van mobiliteit en andere manieren van produceren. In al die transities speelt het reduceren van de vraag naar energie een belangrijke rol. In Amerika spreekt het Rocky Mountain Institute al sinds 1990 over NegaWatts als belangrijke opgave. In Nederland pleit Milieudefensie al een aantal jaar onder de term eerlijk om voor een inclusieve energietransitie. En wie hun website bekijkt kan toch moeilijk beweren dat ze enkel gericht zijn op duurzame energie, Milieudefensie zet zich ook al jaren in voor aanpassingen in handelsverdragen. Ook bij Greenpeace is niet terug te vinden dat ze enkel op duurzame energie gefocust zouden zijn als panacee voor alle milieuproblemen.

In de documentaire moeten vooral 350.org en Bill McKibben het ontgelden, zijn reactie vind je hier. Waarschuwing: hij is een stuk beter onderbouwd dan Planet of Humans, dus als je liever blind scheld op de milieubeweging kan ik je het lezen van zijn reactie afraden.

Wellicht dat een van de lezers een milieuorganisatie kent die enkel inzet op duurzame energie als oplossing voor alles?

Meer weten over het tegen gaan van klimaatverandering, of sociale en ecologische grenzen aan groei

Wie meer wil weten over wat er wel allemaal nodig is (en mogelijk) en nieuw is in dit onderwerp raad ik aan om dit artikel uit 2006 over wedges te lezen. Het artikel gaat over de aanpak die Rob Socolow en Stephen Pacala, beide Princeton, hebben geïntroduceerd. Waarbij een wedge een techniek is die in 2055 de emissie met 1 miljard ton CO2 kan hebben verminderd, bv. de inzet van kernenergie, energiebesparing in gebouwen of de inzet van zonne-energie. Princeton onderscheidt op haar website momenteel 15 technologieën die een wedge vormen, waarvan maar 6 met energieproductie te maken hebben. Een uitgebreidere bron van beschikbare technieken die doorontwikkeld en geïmplementeerd moeten worden vind je bij het Internationaal Energie Agentschap, waarbij ze ook aangeven of een techniek op het goede spoor is om zijn bijdrage te leveren. Ook het IEA kijkt verder dan enkel de inzet van (duurzame) energie. Een toegankelijke database vol met mogelijke oplossingen wordt ook geboden door Project Drawdown. Wederom een berg maatregelen die verder gaan dan duurzame energie, waarmee de stelling van Gibbs en Moore dat er enkel focus ligt op duurzame energie wederom gefalsificeerd is. Voor wie een combinatie tussen sociale en ecologische grenzen zoekt kan ik Donut economy van Kate Raworth aanraden.

Het centrale plaatje van haar theorie staat hierboven. Volgens Raworth hebben mensen behoefte aan een zeker minimum aan voorzieningen, zoals onderdak, vrede en gerechtigheid, energie en voedsel. Wanneer er te veel wordt geconsumeerd lopen we echter tegen ecologische grenzen aan, bijvoorbeeld in de vorm van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies of tekorten aan water. Toch niet echt een voorbeeld van enkel kijken naar duurzame energie….

Overbevolking en overconsumptie

Aan het eind van de film schakelt de film zonder goede onderbouwing over naar het feit dat overbevolking en overconsumptie het werkelijke probleem zouden zijn. Los van het feit dat ik me afvraag hoe je in korte tijd de wereldbevolking terug zou kunnen dringen is het een typisch hondenfluitje voor racistische reacties. Want welke bevolkingsgroepen willen Moore en Gibbs dan terugdringen? En hoe zien ze dat voor zich? Daarbij: er wordt al decennia bevolkingspolitiek bedreven. Soms met gruwelijke bijwerkingen, zoals bij de eenkindpolitiek in China. Reden waarom de focus steeds meer verschoven is naar indirecte vormen van geboortebeperking door te investeren in beter onderwijs voor meisjes en in gezinsplanning. Maatregelen die langzaam maar zeker hun vruchten afwerpen, al geldt dat zeker niet voor alle landen. Wereldwijd gezien daalt het aantal kinderen per vrouw al sinds de jaren 50. Uit mijn hoofd zijn er ongeveer 2,2 kinderen per vrouw nodig om de bevolking stabiel te houden, op Afrika na zaten alle continenten daar in 2015 onder.

Brian Kahn trekt het overbevolkingsverhaal nog een stapje verder:

If renewables are so bad, then what does a few million less people on the planet going to do? Oh, and who are we going to knock off or control for? Who decides? How does population control even solve the problem of corporate influence on nonprofits and politics?

Vragen waar de documentaire geen antwoord op geeft. Wellicht dat een van de lezers van Sargasso antwoord kan geven op de vraag hoe je op een ethisch verantwoorde manier 90 tot 95% CO2 reductie bereikt via bevolkingspolitiek en zonder aanpassing in onze levensstijl of overschakeling op duurzame energie.

Een tweede punt dat de documentaire aanhaalt is overconsumptie. Bezien vanuit de donut van Kate Raworth zijn er ongetwijfeld delen van de wereld waar de consumptie op een niveau ligt waardoor ecologische grenzen worden overschreden. In Nederland zijn de grenzen die het meest recent knellen klimaatverandering, neerslag van stikstof en chemische verontreiniging (pfas). Tegelijkertijd zijn er delen van de wereldbevolking waar de consumptie zo laag ligt dat niet voldaan wordt aan een sociaal minimum. Denk aan de beschikbaarheid van energie, voedsel of vrede in grote delen van de wereld. Is er dan sprake van een totale overconsumptie? Eerder van een gebrek aan spreiding van consumptie over de wereld. Al heb ik zo’n vermoeden dat een deel van de mensen die verheugd reageert op de kritiek van de film op duurzame energie het maar lastig gaat vinden als we geld gaan overmaken naar Zuid-Europa of Afrika om mensen daar binnen de donut te krijgen… Hetzelfde geldt denk ik voor de benodigde aanpassingen in onze levensstijl om de het aandeel in de CO2 uitstoot waarvoor de rijkste 10% verantwoordelijk is terug te brengen. Al helemaal als we duurzame energie daarbij uitsluiten als oplossing voor een deel van het terugdringen van onze CO2 emissies.

Vraagtekens bij biobrandstoffen/biomassa

De film zet terecht vraagtekens bij bepaalde vormen van biobrandstoffen en biomassa. Vraagtekens die al jaren gezet worden, deSER bracht in 2010 al een advies uit over de kansen en dilemma’s van een biobased economy. De discussie over het maken van ethanol van mais loopt al zeker 10 jaar, aangezwengeld door met name de milieubeweging en ontwikkelingsorganisaties zoals OxfamNovib. Onder het motto geen voedsel in de tank verzetten zij zich al jaren tegen deze zogenaamde eerste generatie biobrandstoffen, die gemaakt wordt van voedselgewassen. Een van de redenen is dat buitenlandse investeerders massaal grond opkochten om er grondstoffen voor biobrandstoffen op te verbouwen in plaats van voedsel. De tweede generatie biobrandstoffen wordt veelal gemaakt van afval, zoals frituurvet of kadavers. Ook over het gebruik van deze biobrandstoffen bestaat al jaren discussie. Reden voor Nederland om al zeker sinds 2012 in te zetten op geavanceerde biobrandstoffen op basis van algen en bacteriën. In 2019 nam de EU nieuwe duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen aan. Daarmee is de discussie niet volledig weg, maar neemt de EU onder druk van actievoerders en groene partijen wel maatregelen om een deel van de nadelen tegen te gaan. Ontbrekende figuren onder die actievoerders het afgelopen decennium: Michael Moore en Jeff Gibbs. En ik vermoed een heleboel andere mensen die nu dwepen met de negatieve aspecten van biobrandstoffen. De grote palmolieplantages ontging het nieuws vorig jaar niet.

Ook bij de inzet van biomassa voor energie zijn de nodige vraagtekens te zetten. Al is het ook daar wel zaak om niet alles over een kam te scheren. Maar vooral ook om te zien vanuit welke hoek de afgelopen jaren gestreden is voor verbeteringen of afbouw van de inzet van biomassa. Op landelijk niveau zijn het vooral GroenLinks, D66, CU en PvdD en in mindere mate SP en PvdA geweest die zich tegen de inzet van biomassabijstook in kolencentrales hebben gekeerd. De namen Michael Moore en Jeff Gibbs zijn daarbij nooit gevallen. Ook een deel van de mensen die zich nu op twitter druk maken over de stikstofemissie van biomassaverbranding heb ik niet gehoord toen in 2009 te maken kreeg met dilemma’s rond de extra stikstof van een op biodiesel gestookte energiecentrale op de Maasvlakte. Ik heb ook zo’n vermoeden dat een aanzienlijk deel van de mensen die naar aanleiding van deze film tegen de inzet van biomassa ageert niet weet hoe de partij waarop ze de afgelopen decennia hebben gestemd hier tegenover staat. In de peilingen van de VVD is er in ieder geval niets te merken van weerstand tegen biomassa.

De situatie bij biogas ligt ook genuanceerd, biogas gemaakt van een rioolwaterzuivering of afgevangen van een vuilnisbelt zorgt voor weinig controverse. Lastiger ligt het al als er met subsidie mest vergist wordt. In hoeverre houdt dat de intensieve veeteelt in stand? Ook dat is een discussie die al jaren gevoerd wordt.

Dat nuances ten aanzien van bio-energie geen plaats krijgen in de film van Gibbs vind ik kwalijk, dat mensen die betrokken zijn bij bio-energie geen pakkende one-liner hebben als antwoord vind ik logisch. Het gaat niet over wapenbezit, het gaat over een van de lastigste en taaiste onderdelen van de energietransitie. Een onderdeel waar in de Tweede Kamer en in het Europees Parlement al jaren met regelmaat over gedebatteerd wordt. Met een beetje zoeken op internet kom ik ook Amerikaanse studies en artikelen tegen uit 2006 die soortgelijke discussies oproepen ten aanzien van biobrandstoffen van mais als de film van Moore en Gibbs doet. Dat zij er pas in 2020 mee komen doet me in herhaling vervallen: onder welke steen hebben ze al die tijd zelf gelegen?

Wind- en zonne-energie

Het vermakelijkst wordt het eigenlijk bij zon- en windenergie. Ik ben geen techneut, maar kon een deel van de fouten er desondanks zelf al uitvissen bij het kijken naar de film. Zo gaat het bij minuut 15 van de film over een zonnedak met een efficiency van de cellen van 8%. Eerder deze week maakt het Chinese Trina Solar bekend te starten met de productie van zonnepanelen van 515 Wattpiek met een cel efficiency van 21%. De fabrikant verwacht dit op korte termijn verder op te kunnen voeren naar 24%, drie keer zo efficiënt als de panelen uit de film van Gibbs. De beelden zijn dan ook van 10 jaar terug. Alsof je online sociale netwerken gaat bespreken aan de hand van Hyves en MySpace…

Een andere simpele om er uit te vissen was de levensduur van zonnepanelen: 10 jaar wordt zonder tegenspraak beweert in de documentaire. Zonnepanelen kunnen echter veel langer mee. Zelfs Shell zonnepanelen uit 2000 doen het nog steeds. De prestaties van zonnepanelen gaan wel langzaam achteruit, de degradatie in prestaties is zo’n 0,8% per jaar. Voor een van de projecten waar ik zelf bij betrokken ben geweest vanuit onze lokale energiecoöperatie hebben we een opbrengstgarantie voor 16 jaar, leveren de zonnepanelen te weinig op dan krijgen we geld van de installateur.

De film bevat de misvatting dat er altijd fossiele centrales altijd moeten draaien staan om variaties in wind- en zonne-energie op te vangen, wat niet waar is. Zie voor de uitleg hierover deze blog van Jasper Vis. Ook het idee dat de CO2-winst van windenergie teniet wordt gedaan door het dalende rendement van fossiele centrales is borrelpraat, die we in Nederland kennen van de hand van Le Pair en recenter van Van Erp.

Natuurlijk komt ook Duitsland voorbij waarbij in een aantal fragmenten wordt gesproken over het grote aandeel groene stroom, om door te gaan met een shot van het aandeel duurzame energie. Alsof elektriciteit en energie hetzelfde zijn. Daarbij stelt de documentaire ook dat de CO2 emissie in Duitsland niet gedaald is door de overgang naar groene stroom. Wat aantoonbaar onjuist is:

Duitsland zet daarbij, anders dan Nederland, veel minder in op biomassa. Ook is de productie van CO2 arme elektriciteitsbronnen sinds 2002 gestegen, ondanks het afschakelen van kerncentrales. Je kan discussiëren of Duitsland verder was geweest als het zijn kerncentrales open had gehouden en de kolencentrales uit had gezet. Dan ga je echter voorbij aan de politieke realiteit in Duitsland, waar tot een paar jaar geleden weinig steun was voor het aanpakken de kolensector, en aan het feit dat Duitsland het aandeel groene stroom veel sterker heeft laten stijgen dan bijvoorbeeld Frankrijk.

Ook de CO2-emissies over de hele levenscyclus van wind en zon zijn laag. Vele malen lager dan de emissies van de alternatieven: olie, gas en kolen.

Een ander punt waarop Jeff Gibbs de plank zacht gezegd misslaat ten aanzien van Duitsland is als hij de Turkse LNG-haven Dörtyol in Duitsland situeert.

Bij energiedeskundige Thijs ten Brinck en bij Jasper Vis staan uitgebreidere overzichten van hele en halve onwaarheden ten aanzien van energie die de film aanhaalt, die ga ik hier niet allemaal herhalen. Ketan Joshi heeft een uitgebreider overzicht staan van de fouten ten aanzien van Amerikaanse energieprojecten en foto’s waarmee je zelf kunt bepalen of je de landschappelijke impact van een windpark echt vergelijkbaar vind met kolenwinning m.b.v. ‘mountain top removal’.

Elektrische auto

De film stelt ook de elektrische auto ter discussie. In de film zit onder andere een fragment van de introductie van een Chevy Volt. Jasper Vis achterhaalde dat het fragment waarschijnlijk uit 2010 stamt. Op de vraag hoe de elektrische auto geladen wordt is het antwoord van de vertegenwoordiger van het lokale energiebedrijf (Lansing Board of Water & Light) 95% kolenstroom. De tijd heeft sindsdien niet stilgestaan. Zo is Chevrolet gestopt met de Volt en heeft het energiebedrijf besloten om in 2020 de laatste kolencentrale te sluiten. De kolencentrales zijn vervangen door een combinatie van gascentrales en duurzame energie. Wat dat fragment dus vooral duidelijk maakt is hoe dynamisch de elektriciteitsmarkt is en hoe belangrijk het is om bij het beoordelen van elektrificatie niet alleen te kijken naar de huidige stand van zaken, maar vooral ook naar de toekomstige ontwikkelingen in de elektriciteitsssector.

Die toekomstige ontwikkeling laat zien dat ook gascentrales het steeds lastiger krijgen, met name de piekcentrales. Zon en wind in combinatie met twee uur opslag is volgens Bloomberg New Energy Finance nu de goedkoopste optie in de Europa, China en Japan. En ja, de winning van grondstoffen voor energieopslag heeft sociale en milieuproblemen. Dat is geen reden om deze technologie bij het schroot van de geschiedenis te zetten, maar reden om mijnbouwbedrijven en hun afnemers aan te blijven spreken op hun verantwoordelijkheid, of om rechtszaken tegen dergelijke bedrijven te starten. Zoals zowel milieuorganisaties als ontwikkelingsorganisaties dat al decennia doen. Het gebruik van halve of hele onwaarheden, zoals Gibbs doet, helpt je zaak daarbij niet vooruit. Het gebruik van goed gedocumenteerde feitelijke informatie wel.

Miljonairs/miljardairs: filantropen vs belasting betalen

De film geeft ook kritiek op de rol van miljonairs en miljardairs, en dan met name het geven van geld aan goede doelen. Een kritiek die ik deel en die ook in de milieubeweging en bij ontwikkelingsorganisaties al langer weerklank vind. Denk bijvoorbeeld aan de eerlijk om campagne van Milieudefensie, of aan de focus van Oxfam Novib op belastingontwijking en groeiende ongelijkheid tussen arm en rijk. Aandacht die van oudsher ook te vinden is bij GroenLinks, PvdA, PvdD en SP. Hoewel ieder van deze vier partijen op zijn eigen manier worstelt met het samenbrengen van sociale en groene doelstellingen kan toch moeilijk gezegd worden dat ze de afgelopen decennia daar niet mee bezig zijn geweest zoals Moore en Gibbs beweren. Ook in Amerika is eerlijkere belastingbetaling al langer een thema. En vorig jaar haalde Rutger Bregman in Davos uit naar de gebrekkige belastingmoraal van de rijken:

Dat de aandacht niet wijzigingen in beleid heeft geleid daar mag je zeker kritisch op zijn. Het lijkt me dan meer voor de hand om na te gaan wat er geprobeerd is om de belastingdruk van arbeid terug te schuiven naar kapitaal, dan om te laten zien dat ook duurzame energie het speelterrein is van het grote bedrijfsleven. Je zou je ook kunnen afvragen waarom duurzame energie anders zal zijn dan andere sectoren? Gelet op het terugkeren van het thema bij Michael Moore zou ik wat meer zelfreflectie verwachten. Al vanaf Roger & me richt hij zich tegen de praktijken van het grootkapitaal. Blijkbaar zonder veel succes. Wat kan hij daar zelf beter aan doen? Wat heeft ie verkeerd gedaan? Geen woord erover in de documentaire.

Zoals de documentaire in het deel over Duitsland ook geen woord wijd aan de burgerenergiecoöperaties. Terwijl dat nou juist een van de hoopvolle kansen van duurzame energie is als het gaat om het aanpakken van de invloed van het grootkapitaal. In Duitsland was in 2016 42% van de geïnstalleerde capaciteit in handen van burgers, in 2012 was dit 46%. Dat laat zien dat het aandeel daalt, maar nog steeds aanzienlijk is. In een documentaire die de impact van het grootkapitaal wil bekritiseren zou je toch verwachten dat er aandacht is voor dit voordeel van duurzame energie. Aan gebrek aan Engelstalige literatuur hierover hoeft dat niet te liggen, want er zijn verschillende goede Engelstalige informatiebronnen ook speciaal voor journalisten.

In Nederland is er ook een groeiend aantal lokale energiecoöperaties actief, zowel op het gebied van energieproductie als op het gebied van de warmtetransitie. In het Nederlandse klimaatakkoord zijn afspraken opgenomen over lokale participatie en over het streven naar 50% lokaal eigenaarschap. Dikke kans dat wie wat wil doen tegen een kapitalistisch systeem waar enkel winst voor de aandeelhouder telt zich kan aansluiten bij een lokale energiecoöperatie in de buurt. En als duurzame energie niet je ding is, maar je wil je op een van de andere benodigde wedges inzetten dan zijn er ook voldoende initiatieven te vinden. Bijvoorbeeld voor regeneratie van landbouwgronden of lokaal voedsel.

Reactie op de kritiek

Michael Moore, Jeff Gibbs en Ozzie Zehner hebben inmiddels ook gereageerd op de kritiek (zie hierboven). In hun reactie stellen ze dat hun hoofdboodschap is dat enkel overschakelen op groene energie niet gaat werken, dat er veel meer problemen zijn. Bijvoorbeeld overbevissing en een landbouwsysteem dat drijft op fossiele energie, ontbossing en aantasting van de biodiversiteit. Ook stellen ze dat ze niet geloven in oneindige economische groei op een eindige planeet. Door te blijven doen alsof dat onderwerpen zijn die bij de traditionele milieubeweging niet op de agenda staan schetsen ze een karikatuur van de milieubeweging.

Daarbij hebben ze hun boodschap verpakt in een belabberd slechte documentaire gevuld met halve waarheden en stropopargumenten. Dat maakt het lastig om hun verhaal serieus te nemen en de vele fouten leiden af van de werkelijke discussie. Bij de mensen die dat wel doen blijft vooral de boodschap hangen dat duurzame energie en elektrische auto’s slecht zijn. Ik kom bij weinigen het besef tegen dat Moore en Gibbs en andere boodschap verpakt hebben in hun documentaire. Van de zelfreflectie waar Michael Moore toe oproept kom ik erg weinig tegen bij hemzelf. In hun reactie wijden ze geen enkel woord aan de steun die hun film krijgt onder pseudo-sceptici en de wijze waarop deze film de aandacht afleidt van de werkelijke discussies.

Conclusie

Moore, Zehner en Gibbs tonen met hun documentaire vooral aan slechte researchers te zijn als het gaat om duurzame energie en de milieubeweging. Ze zetten een vals beeld van de milieubeweging neer om die vervolgens met veel misbaar neer te halen. Daarbij onderbouwen ze hun argumenten dat het kapitalistisch systeem, overbevolking en overconsumptie de hoofdoorzaken van alle problemen zijn slecht.

Michael Moore toont ook weinig reflectief vermogen: hoe komt het dat de kritiek die hij al sinds Roger & me tegen het kapitalistisch systeem ventileert de afgelopen decennia nauwelijks weerklank heeft gevonden in de politiek? Zijn antwoord dat dat door de groene beweging komt is ver van de waarheid en overtuigd niet. Gibbs, Zehner en Moore leggen ook niet uit hoe het tegengaan van overbevolking gaat leiden tot 90 tot 95% CO2 reductie. Hetzelfde geldt voor het aanpakken van overconsumptie. De slotbeelden van een oerang oetan in een neergehaald bos past ook in het geheel niet bij de film, waarin geen enkel aandacht wordt gegeven aan biobrandstoffen van palmolie. De focus ligt voornamelijk op Amerikanse biomassa en biobrandstoffen, een zielige grijze eekhoorn was meer op zijn plaats geweest.

Is het mogelijk om kritiek te hebben op zonne-energie, windenergie en biomassa? Zeker, maar dan wel op basis van kloppende feiten. Het laatste wat nodig is is een extra bron van misinformatie. Als ik ervan uitga dat Moore en Gibbs duidelijk hebben willen maken dat klimaatverandering niet het enige probleem is en dat duurzame energie alleen het klimaatprobleem niet gaat oplossen, dan schiet de film zijn doel ver voorbij. Wat blijft hangen bij neomalthusianen is dat overbevolking het probleem is, bij mensen die tegen het kapitalistisch systeem zijn dat het groot kapitaal en overconsumptie het probleem zijn, en bij tegenstanders van duurzame energie dat duurzame energie het probleem is. Die laatste boodschap blijft ook hangen bij mensen die door mensen veroorzaakte klimaatverandering ontkennen. Ik schat de kans dat mensen die geloven dat CO2 geen klimaatverandering veroorzaakt na het zien van de film begrijpen dat duurzame energie onvoldoende is en dat ze hun levensstijl aan moeten passen om binnen ecologische grenzen te blijven nihil.

Wil je meer informatie over de film dan heb ik hieronder een (niet uitputtend) lijstje van mogelijke bronnen:

Dit bericht is een bewerking van een bericht dat eerder is gepubliceerd op Sargasso.

Kabinetsmaatregelen om te voldoen aan uitspraak Klimaatzaak

Na jaren van talmen en in beroep gaan heeft het kabinet vandaag maatregelen aangekondigd om de door de Hoge Raad bevestigde uitspraak in de Klimaatzaak te voldoen. Nederland moet volgens het vonnis de uitstoot van CO2 dit jaar met 25 procent terugbrengen ten opzichte van 1990. Uit berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat het Kabinet niet verder dan 19 tot 21 procent komt. Het nu gepresenteerde pakket levert bij daadwerkelijk uitvoer 8 megaton CO2 reductie op, dit komt bovenop de 4 megaton die eerdere maatregelen op leveren.

Maatregelen

Het kabinet wordt incidenteel geholpen bij het bereiken van deze doelstelling door het coronavirus. Dat levert echter geen structurele CO2-reductie op. Het Kabinet komt daarom met maatregelen om de CO2-emissie van kolencentrales te beperken door middel van een uitstootplafond. Ook breidt het kabinet de regeling reductie energieverbruik uit met 150 miljoen Euro, waarmee mensen compensatie kunnen krijgen voor bijvoorbeeld LED-lampen of het goed inregelen van hun verwarmingsinstallaties. Naast huiseigenaren kunnen ook huurders en MKB-bedrijven van deze regeling gebruikmaken. Woningcorporaties krijgen een korting op de verhuurdersheffing als ze investeren in verduurzaming van woningen. Hiervoor stelt het kabinet 150 miljoen euro beschikbaar. Mensen die een oude koel- of vrieskast inleveren, krijgen hiervoor een retourpremie van minimaal 35 euro bij aankoop van een nieuwe. Verder is het kabinet in gesprek met een aantal bedrijven over versnelde ombouw van installaties en het extra terugdringen van de uitstoot van lachgas (een sterk broeikasgas).

Reactie Urgenda

Urgenda, dat de Klimaatzaak in 2015 aanspande, noemt het pakket in haar reactie veelbelovend en een grote stap voorwaarts:

Maar liefst 30 van de 54 maatregelen uit het “54puntenplan” dat Urgenda met 800 organisaties als oplossing aan bood aan het kabinet, lijken uiteindelijk geheel of gedeeltelijk uitgevoerd te gaan worden. Daarmee kiest het kabinet niet alleen voor de goedkoopste optie (kolencentrales geheel of deels sluiten), maar ook voor maatregelen die zorgen voor draagvlak, een lagere energierekening, schonere lucht en meer biodiversiteit. Urgenda is blij dat in het extra pakket van vandaag ook middelen zitten die ook in deze coronacrisis kunnen helpen om meer werk te genereren voor het MKB en zelfstandigen. Het extra pakket bevat ook maatregelen die zorgen voor een lagere energierekening, vooral ook voor huurders en mensen met minder draagkracht, die daardoor blijvend lagere energiekosten kunnen krijgen.

Een deel van de 30 maatregelen die geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd waren al aangekondigd, zoals de grootste maatregel (nr.  54): 2 miljard extra voor de volgende SDE+ ronde waardoor vele daken zullen worden vol gelegd met zonnepanelen. Dat in combinatie met de verlenging van de salderingsregeling van 2020 naar 2023 met langzame afbouw naar 2031 (maatregel 9) en de uitvoering van maatregel 21 (het inzetten van reservetransformatoren voor het aansluiten van zon- en windprojecten) levert flink meer duurzame energie op. Daarnaast zij er veel maatregelen gekozen die energie besparen.

Ook enkele ‘groene’ maatregelen worden uitgevoerd. Hieronder valt bijvoorbeeld uitbreiding van bos en duurzamer bosbeheer (735), is er 30 miljoen euro beschikbaar voor led-verlichting in kassen (24), 60 miljoen extra voor de krimp van de varkenssector (22) en binnen het stikstofpakket nog eens 300 miljoen per jaar voor het helpen stoppen van andere veehouders (253). Maatregel 49 -groen en gezond wonen – krijgt ‘appreciatie’ van het kabinet en wordt doorgestuurd naar de gemeenten.

Urgenda is ook heel blij met al die maatregelen waarmee de energierekening van burgers omlaag gaat: van radiatorfolie tot ledlampen en stand-by killers. Hiervoor waren in het najaar al diverse subsidiemogelijkheden in het leven geroepen, verlengd of verhoogd en nu trekt het kabinet nog eens extra geld uit voor energiebesparing bij huurders, woningeigenaren en MKB’ers (maatregelen 141526293439414243 en 46).

Verder gaat de overheid beter controleren en handhaven op de wet energiebesparing (81344), meer plastic recyclen (3247), is er 10 miljoen uitgetrokken voor duurzamer asfalt (37), daken van overheidsgebouwen vol leggen met zonnepanelen (20), scholen stimuleren om te verduurzamen (23), energie coöperaties beter ondersteunen (33), rijden we geen 130 meer (3) en wordt duurzamer rijden gestimuleerd (25).

Conclusie

De aankondiging van de maatregelen om te voldoen aan het vonnis in de Klimaatzaak zijn

goed nieuws voor de rechtstaat: het kabinet is ondanks de coronacrisis van zins om zich te houden aan de uitspraak van de rechter. Het is ook goed nieuws voor degene die inzetten op een Green New Deal ter bestrijding van de economische kant van de coronacrisis, want het kabinet verwacht dat het maatregelenpakket zorgt voor een economische impuls in sectoren als de installatiebranche.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Klimaatzaak tegen uitbreiding Heathrow gewonnen

In Nederland zijn alle ogen nog gericht zijn op de wijze waarop de Nederlandse overheid dit jaar gaat voldoen aan de uitspraak van het Hogerechtshof in de klimaatzaak, die Urgenda aanspande. Ondertussen zitten klimaatactivisten aan de andere kant van de Noordzee ook niet stil. Inmiddels hebben ze voor de derde keer uitbreidingsplannen van een vliegveld geblokkeerd. Waarvan twee keer door stemming in een gemeente- of districtsraad en een keer via de rechter met een beroep op de verplichtingen die het Verenigd Koninkrijk  is aangegaan in het klimaatverdrag van Parijs.

Eerder dit jaar stemden Uttlesford District County tegen de uitbreidingsplannen van Stansted en stemde de gemeenteraad van Bristol tegen de uitbreidingsplannen van het vliegveld van Bristol. Dit gebeurde mede door druk van omwonenden en van klimaatactivisten, zoals Extinction Rebellion, Greenpeace en Friends of the Earth (Milieudefensie). Omwonenden maken zich zorgen over de negatieve effecten voor de volksgezondheid van geluidsoverlast en luchtvervuiling.

In de uitspraak tegen de uitbreiding van Heathrow stelde de rechter dat de regering ten oprechte geen rekening had gehouden met de het klimaatakkoord van Parijs bij het vaststellen van de uitbreidingsplannen voor Heathrow:

The government when it published the ANPS (Airports National Policy Statement) had not taken into account its own firm policy commitments on climate change under the Paris agreement. That, in our view, is legally fatal to the ANPS in its present form.

De Britse regering heeft al aangegeven niet in cassatie te gaan tegen de uitspraak van de rechter. Heathrow Airport is dat wel van plan. De uitbreiding van Heathrow was alleen gebaseerd op de Britse klimaatwet uit 2008. De rechter heeft de uitbreiding niet verboden, maar eist dat de regering duidelijk maakt hoe die zich verhoudt tot het klimaatakkoord. Een derde landingsbaan kan er wel komen in de toekomst, als deze past binnen het Britse klimaatbeleid.

De uitspraak is een eerste keer dat plannen van een bedrijf getoetst zijn aan het klimaatakkoord van Parijs. Daarmee kan de uitspraak ook grote gevolgen hebben voor bedrijven in andere landen. Dennis van Berkel, die als advocaat van duurzaamheidsorganisatie Urgenda betrokken was bij de klimaatzaak tegen de Nederlandse staat, stelt tegen NRC:

Deze uitspraak laat zien dat het Parijs-akkoord niet zomaar een intentieverklaring is. Overheden zullen moeten uitleggen hoe hun beleid aansluit bij Parijs.

Door deze uitspraak wordt de luchtvaartsector, die buiten het klimaatakkoord van Parijs was gehouden, alsnog binnen de reikwijdte van het klimaatakkoord gebracht. Dit kan ook gevolgen hebben voor de uitbreidingsplannen van Schiphol en Lelystad Airport. Milieufederatie Noord-Holland zal de uitspraak gebruiken om naar de rechter te gaan, zegt directeur Sijas Akkerman tegen NRC. Het wachten is op een concreet besluit tot uitbreiding.

De uitspraak kan ook gevolgen hebben voor de verschillende rechtszaken die wereldwijd lopen tegen het klimaatbeleid van bedrijven. Bijvoorbeeld voor de zaak van Milieudefensie tegen Shell in Nederland.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Quote du Jour | “I’m done with fossil fuels. They’re done”

ExxonMobil en Chevron hebben goede kwartaalcijfers bekend gemaakt, toch dalen de aandelenkoersen. Jim Cramer, presentator van Mad Money on CNBC, stelt:

I’m done with fossil fuels. They’re done. They’re just done. (…) We’re seeing divestment all over the world. (…) We’re in the death knell phase (…) This is the other side of Tesla. (…) These are tabacco, we’re not gonna own them any more.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.