Tag: klimaatverandering

  • Energierekening, gebruik en productie augustus 2023

    De maand augustus zit er weer op, tijd om de balans op te maken over augustus. Een maand met veel zon en veel wind, waardoor we 240 kWh meer hebben geproduceerd dan gebruikt. Waarmee we in augustus bijna 60 Euro terug hebben gekregen in plaats van betaald.

    Energiekosten

    Zoals gezegd hebben we in augustus geld teruggekregen. Voor het grootste deel komt dit door de jaarlijkse teruggaaf energiebelasting, hoewel deze ongeveer wegvalt tegen de vaste aansluitkosten en de vaste kosten van onze winddelen. De elektriciteitskosten van deze maand worden meer dan goedgemaakt door de stroom die we met onze zonnepanelen en winddellen hebben geproduceerd. Ook krijgen we een klein beetje energiebelasting terug (salderen). Het afschaffen van salderen zou ons zo’n Euro 42 schelen op de energierekening van augustus.

    2023 Augustus Energiekosten Augustus

    Tot en met augustus bedraagt de energierekening Euro 1.036. Zonder onze zonnepanelen en winddelen was dat ruim Euro 2.500 geweest. Afschaffen van salderen zou onze rekening ruim Euro 300 verhogen. Hoewel ik me daar niet heel druk over maak, want onze zonnepanelen hebben zichzelf al lang terugverdiend. Onze winddelen vallen niet onder de regels voor salderen, dus daar betalen we al energiebelasting en onbalanskosten over.

    Onze energierekening tot en met augustus is gestegen ten opzichte van 2022, ondanks dat we minder stroom inkopen van het elektriciteitsbedrijf. Dat komt door de hogere elektriciteitstarieven begin dit jaar, terwijl onze winddelen en zonnepanelen op dat moment minder opwekten dan we verbruikten.

    2023 Augustus Energiekosten Tm Augustus

    Bruto energiegebruik

    Ons bruto energiegebruik in augustus was 442 kWh, waarvan 50% voor warm water en 50% voor apparaten.

    2023 Augustus Energievraag Augustus

    In totaal is ons bruto energiegebruik tot en met augustus 6.672 kWh. Waarvan zo’n 40% voor apparaten, 30% voor verwarming en 30% voor warm water. Vooral het energiegebruik voor apparaten is dit jaar gestegen. Een duidelijke reden hiervoor heb ik (nog) niet, maar ik vermoed dat het deels te maken heeft met de anti-legionella cyclus van onze warmtepomp en de problemen die we dit jaar hebben gehad met onze zonneboiler. Daardoor is onze zonneboiler dit jaar nauwelijks boven de 60 graden uitgekomen en heeft de warmtepomp dus vaker dan vorig jaar z’n anti-legionella programma moeten draaien.

    2023 Augustus Energievraag Tm Augustus

    De ontwikkeling van ons bruto energiegebruik ligt in 2023 7% boven het gemiddelde voor de jaren met infraroodverwarming, maar nog steeds 18% onder het gemiddelde bruto energiegebruik in de jaren dat we aardgas gebruikte voor verwarming.

    2023 Augustus Bruto Energiegebruik Incl Warmte

    Verwarming

    Augustus was een suffe maand voor de infraroodverwarming van ThermIQ, want hij is niet aan geweest.

    Warm water

    Onze HeatCycle van DeWarmte heeft het in augustus uitstekend gedaan. Ondanks de hoge temperaturen van het vat (gemiddeld 51,6 graden Celsius) heeft ie een COP van 5,0 behaald. Onze zonneboiler is in de loop van augustus gerepareerd, waardoor alle vacuümbuizen weer functioneren. Er zit nog wel wat lucht in het systeem, waardoor de zonneboiler (nog) niet optimaal werkt. Door veel te ontluchten en de pomp geforceerd te laten draaien is de meeste lucht er inmiddels uit.

    Afbeelding

    Energieproductie

    In augustus hebben we meer energie geproduceerd dan we hebben gebruikt. Het teveel aan warmte zit grotendeels in onze boiler en een kleiner deel is verloren gegaan door afkoeling van het boilervat.

    Het teveel aan elektriciteit hebben we ze teruggeleverd aan het elektriciteitsnetwerk. Het gaat daarbij zowel op stroom van onze zonnepanelen als om stroom van onze winddelen. Per saldo hebben we meer dan 200 kWh teruggeleverd in augustus.

    2023 Augustus Energieaanbod Augustus

    Tot en met augustus hebben we 4.840 kWh elektriciteit gebruikt, daarvan hebben we een groot deel zelf opgewekt met onze zonnepanelen en winddelen. Per saldo hebben we tot en met augustus 619 kWh elektriciteit ingekocht. Een daling van bijna 500 kWh vergeleken met dezelfde periode in 2022. En, ik verval in herhaling, het blijft leuk om te zien hoe ons aardgasgebruik de afgelopen jaren stapsgewijs naar 0 kWh is gedaald.

    2023 Augustus Energieaanbod Tm Augustus

    2023 Augustus Netto Energiegebruik

    Energievraag en aanbod op jaarbasis

    Op jaarbasis ligt ons energiegebruik momenteel op 11.341 kWh. Daarvan wordt 8% ‘geleverd’ door klimaatverandering. De opwarmende aarde zorgt namelijk voor minder gewogen graaddagen en dus voor minder stoken. Wederom is zichtbaar dat aardgas als energiebron uitgefaseerd is en dat de hoeveel elektriciteit die we inkopen dalende is. De hoeveelheid energie voor warm water en apparaten loopt langzaam wat op.

    2023 Augustus 12 Maands Verbruik En Vraag

    Op jaarbasis is het aandeel inkoop in onze energiemix nog steeds langzaam aan het dalen. Inmiddels naar 14%. Klimaat is goed voor 8% en onze eigen opwek voor 78% van de benodigde energie.

    2023 Augustus Aandeel Zelf Opgewekt

    CO2 uitstoot

    De CO2 uitstoot over augustus kan je op verschillende manieren berekenen. Ik hanteer er vijf, die ieder een eigen oorsprong hebben. Welke manier ik ook gebruik, onze uitstoot in augustus was 0 kg.

    Als ik de uitstoot over januari tot en met augustus bereken dan is op elke berekende manier de CO2 uitstoot gedaald ten opzichte van onze jaren met een hr-ketel. De daling varieert van 1% volgens de referentiemethode tot 75% als ik de systematiek van het stroometiket gebruik. Dus ja, ook met infraroodverwarming kan je je CO2-uitstoot verminderen.

    Afbeelding 1
  • Klimaatverkiezingen 2023

    Hoewel ik zelf een van de aanstichters ben van het zomerthema Zonnige Zomerse Vergezichten, lukt het me niet om een positief Zonnig Zomers Vergezicht te schetsen. Het weer in Nederland is ouderwets Hollands, maar bij het horen van het nieuws over de hittegolven op drie continenten spoken telkens de beelden van Zelfs als alles eindigt door m’n hoofd. Toch zal ik proberen mijn Zonnige Zomerse Vergezicht positief te eindigen.

    Zelfs als alles eindigt (het boek)

    Ik las het boek van Jens Liljestrand vorig jaar op een warme, stoffige camping in Frankrijk, waar het waterpeil in het stuwmeertje fors lager lag dan toen we er een jaar of vijf geleden waren. Het boek speelt zich af in Zweden. In de tijd dat het verhaal speelt is Zweden stevig in de ban van klimaatverandering en daaruit voort komende bosbranden. Als het vuur oprukt moeten de hoofdpersonen hals over de kop hun vakantiewoning verlaten en op zoek naar een veilig heenkomen. Wat volgt is een opeenschakeling van problemen, maar vooral ook van reacties van andere mensen die ze tegenkomen en die koste wat kost hun vakantie willen voortzetten. Want dat is waarvoor ze naar Zweden zijn gekomen. De lokale inwoners doen hun best om de stroom vluchtelingen zo goed en zo kwaad als het gaat op te vangen, en van eten, drinken en een slaapplaats te voorzien.

    Zelfs als alles eindigt (de werkelijkheid)

    Uit onderzoek van World Weather Attribution initiative blijkt dat de extreme hitte in Europa, Amerika en Azië veel waarschijnlijker is door klimaatverandering. Dat wil niet zeggen dat hittegolven vroeger niet voorkwamen, wel dat ze vaker voorkomen en dat de maximum temperatuur tijdens hittegolven hoger ligt. Precies zoals de rapporten van het IPCC al jaren laten zien.

    Met door mensen veroorzaakte klimaatverandering is de kans op dit soort hittegolven eens in de 15 jaar in de VS en Mexico, eens in de 10 jaar in Zuid-Europa en eens in de vijf jaar voor China. De hittegolf in China dit jaar zou eens in de 250 jaar voor kunnen komen zonder menselijke klimaatverandering.

    De hittegolven zouden ook beduidend koeler zijn geweest zonder menselijke klimaatverandering. In China liggen de temperaturen tijdens hittegolven 1°C hoger dan zonder door mensen veroorzaakte klimaatverandering. In Noord-Amerika zijn de hittegolven 2°C warmer en in Zuid-Europa 2,5°C.

    Hittegolven zullen in de toekomst vaker voorkomen en langer duren, tenzij de verbranding van fossiele brandstoffen snel wordt afgebouwd. Bij een stijging van de wereldwijde temperatuur van 2°C zou een hitgolf zoals de huidige eens in de 2 tot 5 jaar voor kunnen komen.

    Dat maakt het urgent dat overheden hitteplannen maken en klimaatadaptieve maatregelen nemen. Vooral steden kunnen grote impact behalen met maatregelen om het urban heat island effect tegen te gaan. Dat is extra belangrijk met de toenemende verstedelijking, vergrijzing en klimaatverandering. Hittegolven zijn namelijk dodelijke natuurrampen.

    Klimaatverandering leidt niet alleen tot hittegolven, maar de hitte vergroot op zijn beurt ook de kans op bosbranden. Dat geeft apocalyptische beelden van hotelgasten die naar het strand vluchten in Griekenland. Ook in het noorden van Afrika (uit zicht van veel westerse media) woeden forse bosbranden. Net als de bosbranden in Australië in 2019-2020 worden bosbranden niet veroorzaakt door klimaatverandering, maar de kans op bosbranden wordt wel groter door de hitte en doordat de grond en vegetatie uitgedroogd zijn kunnen bosbranden steviger om zich heen grijpen.

    Ondertussen doen hittegolven zich niet alleen boven de zeespiegel voor, maar ook er onder. In de Atlantische Oceaan is sprake van een ‘onmogelijke hittegolf’. Statistisch zijn de huidige temperaturen onmogelijk, maar de werkelijkheid laat zich niet altijd vangen in een model. Een hogere watertemperatuur betekent ook kans op stevigere stormen en meer neerslag.

    Zonnig Zomer Vooruitzicht

    Ondanks alles ga ik afsluiten met het Zonnige Zomer Vooruitzicht dat een deel van de Nederlandse na terugkeer van vakantie een migratieles heeft geleerd. Met hopelijk een grijntje meer menselijkheid als gevolg. Daarnaast ligt het zeer voor de hand ligt dat klimaatverandering een groot thema wordt bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2023.

    Het inmiddels demissionaire kabinet heeft de afgelopen maanden een stortvloed aan klimaat- en energieplannen geproduceerd: het concept Nationaal plan energiesysteem, het Programma energie hoofdinfrastructuur, de zonnnebrief, het Nationaal programma verduurzaming industrie, de routekaart verduurzaming industrie, het wetsvoorstel energiewet, het wetsvoorstel Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en dan vergeet ik er vast nog een stel.

    Daarnaast hebben alle regionale energiestrategieën voor de zomer hun voortgangsdocument in moeten leveren en komt PBL in aanloop naar de verkiezingen met een analyse van de RES voortgangsdocumenten en met de Klimaat en Energieverkenning 2023.

    Belangrijker nog dan alle inhoudelijke beleidsontwikkelingen is dat de mogelijke lijsttrekkers van D66 (Rob Jette), GroenLinksPvdA (Frans Timmermans) en CDA (Henri Bontenbal) een uitgesproken klimaat profiel hebben.

    Frans Timmermans zich heeft gemeld als kandidaat lijsttrekker voor de lijstcombinatie GroenLinksPvdA. Timmermans heeft de afgelopen jaren een aantal zeer zware inhoudelijke klimaatdossiers succesvol tot besluitvorming weten te brengen. Waaronder de Europese Green Deal, het Just Transition Fund Mechanism (dat zich richt op overheden, regio’s en werknemers die geraakt worden door klimaatbeleid) en recent de natuurherstelwet. Deze laatste is zeker niet zo sterk als dat ie had kunnen zijn, maar er worden wel stappen voorwaarts gezet. Ook acht ik Timmermans sterk genoeg als debater om de standaard anti-migratieriedel van rechts te draaien richting steviger klimaatbeleid en richting meer steun voor ontwikkelingssamenwerking.

    Tot slot de link naar een lezenswaardig interview (betaalmuur) met Frans Timmermans bij De Correspondent.

    Full disclosure: ik ben lid van GroenLinks en heb voor de gezamenlijke lijst gestemd. De laatste Tweede Kamerverkiezingen heb ik niet op GroenLinks of PvdA gestemd.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Groenboerenboodschap verkiezingen 2023

    Boeren en tuinders maken zich ernstig zorgen over klimaat, biodiversiteit, onze voedselvoorziening en daarmee eigenlijk over ons aller voortbestaan. Zij willen een ander landbouwbeleid! En dat willen zij niet alleen. Samen met honderden organisaties en duizenden mensen staan zij achter het Groenboerenplan. En samen met die organisaties vragen zij iedereen om te stemmen op partijen die écht kiezen voor de voedseltransitie. Omdat ik de zorgen deel en hun oproep steun herhaal ik deze hier.

    Schone lucht, schoon water, een groene omgeving en gevarieerde voeding horen bij onze eerste levensbehoeften. Helaas staan deze behoeften allemaal onder druk en daarmee de toekomst voor ons en de volgende generaties. Terwijl een groener en gezonder (voedsel-)landschap wel degelijk mogelijk is als we nu de juiste keuzes maken. Deze verkiezingen zijn belangrijk, want het gaat om de provincie en de waterschappen. Jouw stem is jouw persoonlijke keuze in jouw provincie.

    Op welke partijen kun je op 15 maart jouw stem uitbrengen?

    Als Groenboeren collectief geven we geen stemadvies, maar vragen we je om te kiezen op een partij die – net als wij – zich zorgen maakt om biodiversiteit en klimaat en deze grote maatschappelijke problemen aan wil pakken.

    Stem dus NIET op de partijen die deze problemen al jarenlang voor zich uitschuiven, bagatelliseren of zelfs ontkennen. En dan nog is er genoeg om uit te kiezen.


    Zie hieronder enkele stemwijzers. Let bij het invullen extra goed op bij vragen die gaan over natuur, landbouw, stikstof, klimaat of water. Lees per vraag ook goed wat de politieke partijen van dat specifieke punt vinden.
    Na het stemmen kun je meestal nog aangeven welke onderwerpen jij extra belangrijk vindt en kijken wat bepaalde partijen vinden.
    Stem met je hart en voor toekomstige generaties

    Enkele stemwijzers:

    Zoals Thomas Oudman op De Correspondent schrijft:

    De vraag is deze verkiezingen dus niet of je boeren een toekomst gunt. Je kiest volgende week sowieso vóór boeren. De vraag is hoe jij die toekomst voor je ziet.

    Lees zijn hele artikel waarin hij goed uitlegt hoe linkse en rechtse partijen denken over de landbouwtransitie.

    Kijk hier om meer te lezen over de Groenboerenboodschap of het Groenboerenplan.

  • Hoe financier je de warmtetransitie bij koopwoningen?

    De afgelopen jaren hebben alle gemeenten een warmtevisie opgesteld. Een plan waarin ze aangeven hoe ze in de periode tot 2050 denken de woningen en gebouwen in hun stad over te schakelen van aardgas voor verwarming naar andere warmtebronnen. Een belangrijk discussiepunt is en blijft haalbaarheid en betaalbaarheid. De focus bij een deel van de Tweede Kamer ligt op de sociale woningbouwsector. Dat is nou net de enige sector waar gemeenten via de prestatieafspraken met woningbouwcorporaties afspraken kunnen maken. Veel lastiger zijn de vrije huursector en de koopsector. Uit gegevens van Jan Willem van de Groep blijkt dat in de koopsector veel meer CO2 uitstoot plaats vind dan in de sociale huursector, en dat het om veel grotere aantallen woningen gaat. Tegelijkertijd is het bij de huidige op hol gesloten huizen- en energieprijzen lastig om ook nog geld vrij te spelen voor verduurzaming van de woning. Onno Dwars, Ballast Nedam, stelde op LinkedIn voor om huizenbezitters te verplichten om verduurzaming uit hun overwaarde te financieren. Groot vraagteken daarbij is en blijft of dat past problemen met financierbaarheid oplost en voor de woningeigenaar: verdienen we onze investeringen wel terug bij verkoop van de woning? Daarom een proefballon, schiet hem gerust lek met een beter voorstel.

    Financierbaarheid verduurzaming

    Bij financierbaarheid van een extra lening spelen twee begrippen een rol: loan to value en loan to income. Beide bedacht om mensen te behoeden tegen onverantwoord grote schulden. Loan to value wil zeggen dat mensen hooguit een percentage van de waarde van het onderpand mogen lenen. Bij huizen ligt dat in Nederland vrij hoog, je mag tot 100% van de waarde van je woning lenen. Voor duurzame verbouwingen mag dit bij sommige hypotheekverstrekkers stijgen tot 106% van de woningwaarde. Als je de maximale waarde van de woning moet lenen, blijft er op moment van aankoop 6% van de woningwaarde over om te steken in het duurzaam verbouwen van je woning. De waarde van een woning fluctueert door de tijd, de laatste jaren zijn veel woningen in waarde gestegen. Waardoor de loan to value gedaald is en er meer ruimte kan zijn om extra te lenen om te verbouwen aan je woning.

    Loan to income wil zeggen dat je een maximaal percentage van je inkomen mag uitgeven aan rente en aflossing van de hypotheek. Dit percentage hangt af van inkomen, rentestand en de vraag of de lening al dan niet onder de hypotheekrenteaftrek valt. Deze regels liggen vast in de Tijdelijke regeling hypothecair krediet.

    Een derde uitdaging die speelt is dat investeringen in verduurzaming van de woning zich niet altijd terug verdienen, hoewel dat bij de huidige gas- en elektriciteitsprijzen een minder groot punt zal zijn.

    Financieren vanuit overwaarde

    Het voorstel van Onno Dwars om huizenbezitters te verplichten om verduurzaming van hun woning te financieren vanuit de overwaarde op hun woning oogt sympathiek. Het logische moment voor veel mensen is echter als ze een nieuwe woning kopen, alleen dan hebben ze in de huidige woningmarkt vaak al hun geld en leenvermogen nodig om een woning te kunnen kopen. Terwijl de verkoper een belastingvrije overwaarde incasseert. Een deel van de huizenbezitters zal die overwaarde inzetten om een nieuwe woning te kopen, een deel niet. Dat het om serieus geld gaat laten de indexcijfers van CBS zien.

    Prijsindex Bestaande Koo
    Prijsindex bestaande koopwoningen. 2015 = 100. Bron: CBS, Kadaster

    Hoe dan ook is het de vraag waarom we als maatschappij die belastingvrije overwaarde niet inzetten voor verduurzaming? Bij voorkeur via een heffing gebaseerd op het energielabel van de woning. Hoe slechter het energielabel, hoe hoger de heffing. Met een heffing van 0% voor woningen die NOM (Nul op de Meter) of ENG (Energie Neutraal Gebouw) zijn.

    De gemiddelde waarde van verkochte woningen is gestegen van Euro 230.194 in 2015 naar Euro 386.714 in 2021, een stijging van ruim Euro 150.000. Energie besparen is belangrijk, de hoogste heffing wil je dan ook zetten op de energielabels E, F en G. Dat zet meteen een rem op pandjesbazen en woningbouwcorporaties die proberen van hun slechte energielabels af te komen zonder deze energetisch aan te pakken. En het geeft de nieuwe eigenaar financiële ruimte om de woning te verduurzamen. Onderstaande percentages zijn een ruw voorstel, waarbij

    EnergielabelHeffingspercentageHeffing bij verkoop na 7 jaar*Budget voor B nieuwe bewonerBudget voor A nieuwe bewoner
    ENG0%€ 0
    A5%€ 7.826
    B10%€ 15.652€ 7.826
    C15%€ 23.478€ 7.826€ 15.652
    D20%€ 31.304€ 15.652€ 23.478
    E30%€ 46.956€ 31.304€ 39.130
    F40%€ 62.608€ 46.956€ 54.782
    G50%€ 78.260€ 62.608€ 70.434

    Om te zorgen dat de heffing gebruikt wordt voor het verduurzamen van de woning wordt het geld gestort op een bouwdepot bij de hypotheekverstrekker. De hypotheekverstrekker keert het geld uit op basis van facturen van maatregelen. Wanneer de nieuwe eigenaar een energielabel A of beter van de woning overlegd wordt het volledige bouwdepot uitgekeerd, ongeacht de gemaakte kosten.

    Kosten verduurzaming woning

    De kosten om een woning te verduurzamen liggen veelal lager dan de heffing bij verkoop na 7 jaar. Een woning van voor 1930 (veelal energielabel G) naar energielabel B brengen vergt volgens de WoonWijzerWinkel een investering van ongeveer Euro 15.000. Woningen uit de periode 1930-1945 hebben nog steeds vaak label G, maar het bereiken van energielabel B kan volgens WoonWijzerWinkel voor ongeveer Euro 11.000. In de periode 1946-1964 werden nog weinig eisen gesteld aan isolatie van woningen, toch hebben ze volgens de WoonWijzerWinkel gemiddeld een iets beter energielabel F. Dat neemt niet weg dat de kosten voor het bereiken van energielabel B nog steeds zo’n Euro 11.000 bedragen. Er zijn ook andere aanpakken mogelijk, zo stelt Urgenda dat het mogelijk is om bestaande woningen voor Euro 35.000 energieneutraal te maken. Ook zijn er concepten zoals Nul-op-de-meter, passief bouw en active house, waarbij veel zwaarder ingezet op energiebesparing. In de heffingssystematiek kan je daar rekening mee houden door naast het energielabel ook voorwaarden te stellen aan de isolatiewaardes van de woning. Dat scheelt energie, of het nu elektriciteit, warmte of gas is. En laten we eerlijk zijn: hoeveel mensen worden blij van meer zonnevelden, windturbines, aardwarmteputten of restwarmte? De beste energievorm om op in te zetten blijft dus de NegaWatt.

    Kosten verduurzaming vs hoogte heffing

    De kosten voor het bereiken van energielabel B liggen vaak lager dan de heffing op basis van de gemiddelde overwaarde van een woning. Ook de kosten om energieneutraal te worden via de methode van Urgenda is goedkoper. NOM woningen zijn naar mijn weten vaak nog wat duurder, hoewel ik denk dat je voor bijna Euro 80.000 een eind kunt komen. Zeker huizenbezitters in het duurdere marktsegment. Het is daarmee interessant voor een huidige woningeigenaar om zijn woning te gaan verduurzamen, mits dat past binnen de loan to value en loan to income voorwaarden van de wet. Het budget voor energielabel A en energielabel B in bovenstaande tabel zijn namelijk de kosten die een huiseigenaar uitspaart door z’n woning te verduurzamen. Aangezien het slechts een percentage is is de kans groot dat loan to value geen probleem vormt. Bovendien blijkt uit verschillende onderzoeken dat de waarde van woningen toeneemt als het energielabel verbetert. Vooral buiten de Randstad heeft een beter energielabel een groot effect op de woningwaarde. In Amsterdam levert een energiesprong van energielabel G naar energielabel A een waardestijging van ruim 7% op.

    Loan to income kan wel een probleem vormen, dan resten een huiseigenaar twee opties: zelf klussen om de woning naar een beter energielabel te krijgen of accepteren dat een groter deel van de overwaarde van de woning naar de nieuwe eigenaar gaat om de woning te verduurzamen. Een derde optie is gebouwgebonden financiering via de gemeente, maar daarvoor moeten nog wat hobbels worden weggenomen.

    Openstaande punten

    Mijn voorstel is verre van compleet. Het systeem kan werken voor grondgebonden woningen. Voor appartementencomplexen en VvE’s is het lastiger. Daar zullen veelal alle leden van de VvE mee moeten doen met de verbouwing, zeker als het om betere isolatie van de schil of de ramen gaat. Mogelijk dat in die gevallen de opbrengst van de heffing te koppelen valt aan financiering van maatregelen uit het duurzaam meerjarenonderhoudsplan van de VvE. Waarbij het bestuur van de VVE het geld uit het bouwdepot kan gebruiken voor verbetering van het energielabel van het hele complex. Niet helemaal eerlijk, want de verhuizer betaalt dan een groot deel van de verbeteringen. Aan de andere kant kan het wel voor de broodnodige versnelling zorgen en de broodnodige NegaWatts. Dat laatste scheelt weer in de hoeveelheid gasverbruik en de hoeveel duurzame energie die opgewekt moet worden.

  • Klimaatverandering: het effect op het stookseizoen

    Al jaren publiceert Steeph maandelijks een update van de wereldtemperatuur op Sargasso. Zelf hou ik sinds we ons huis kochten maandelijks ons energieverbruik bij. Daarbij heb ik gaandeweg geleerd dat een goede vergelijking van het verbruik door de jaren heen standaardisatie vergt. Waarbij het energieverbruik gecorrigeerd wordt voor het aantal gewogen graaddagen per jaar. Als gevolg van de publicatie van het nieuwe klimaatnormaal door het KNMI kwam bij mij de vraag op welk deel van onze energiebesparing eigenlijk komt door klimaatverandering. De langst lopende reeks die ik daarvoor heb kunnen vinden is de reeks met de gemiddelde dagtemperatuur van meetstation De Bilt. De reeks van het meetstation Rotterdam, waarmee ik mijn persoonlijke verbruik corrigeer voor temperatuur, start pas in 1957. Conclusie van mijn analyse: het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar is sinds begin vorige eeuw met 15% gedaald in De Bilt.

    Gewogen Graaddagen Per Jaar De Bilt 500x281

    Gehanteerde methodiek

    Ik heb de volgende methode gebruikt om het aantal gewogen graaddagen per jaar te bepalen. Allereerst is het aantal graaddagen per dag berekend. Het uitgangspunt daarbij is dat je in een etmaal waarin de gemiddelde buitentemperatuur hoger is dan de gemiddelde binnentemperatuur geen gas verbruikt. Ligt de buitentemperatuur echter lager, dan ga je stoken en moeten er graaddagen geteld worden. Ik ben daarbij uitgegaan van een gemiddelde binnentemperatuur van 18 °C. Waarmee ik aansluit bij de methodiek van de website Mindergas, waar ik ooit begonnen ben met het bepalen van mijn verbruik per gewogen graaddag.

    De etmaalgemiddelde buitentemperatuur van een koudere dag wordt afgetrokken van de etmaalgemiddelde binnentemperatuur van 18 graden. Als het op een dag buiten gemiddeld 10 graden was, reken je als volgt: 18 – 10 = 8 graaddagen. Was de gemiddelde buitentemperatuur over 24 uur hoger dan 18 graden, dan kom je altijd uit op 0 graaddagen.

    Behalve de buitentemperatuur, zijn er per jaargetijde nog meer weersomstandigheden van invloed op hoe hard je wil stoken. Denk bijvoorbeeld aan de warmte van zonnestralen op het huis. Om de invloed van die wisselingen op de berekeningen te minimaliseren, worden de graaddagen vermenigvuldigd met een seizoensafhankelijke weegfactor. Dit noemen we gewogen graaddagen. De weegfactor is als volgt gedurende het jaar:

    • april t/m september: 0,8
    • maart en oktober: 1,0
    • november t/m februari: 1,1

    Daarna heb ik het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar berekend. De eerste periode waarvoor dat kan op basis van de cijfers De Bilt is de periode 1901-1930. Het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar over die periode was 3341. Het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar over de laatste periode, te weten 1991-2020 was 2847. Een daling van 15%.

    Het effect op het aantal gewogen graaddagen van meetstation Rotterdam heb ik vervolgens berekend door een lineaire regressie te maken met meetstation De Bilt. Hierbij heb ik de jaren gebruikt waarvoor van beide stations gegevens zijn. Met behulp hiervan heb ik een inschatting gemaakt van het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar in de periode 1901-1930 voor Rotterdam. Met 3.172 ligt het aantal graaddagen in Rotterdam lager dan in De Bilt, wat te verwachten is door de nabijheid van zee. De daling van het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar voor Rotterdam ligt met 13% lager dan voor De Bilt.

    Impact op stookseizoen De Bilt

    De kans dat een koude dag in juli of augustus ervoor zorgt dat je gaat stoken is klein. De kans dat je in april nog stookt of september al gaat stoken is groter. Het echte stookseizoen loopt in Nederland van oktober tot en met maart. De maanden april tot en met september vormen ongeveer 20% van het totaal aantal gewogen graaddagen per jaar.

    30 Jarig Gemiddeld Gewogen Graaddagen Per Jaar Stookseizoen 500x281

    In het stookseizoen is het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen met 11% teruggelopen. Het grootste deel daarvan zit in het vierde kwartaal met een daling van 13%, in het het eerste kwartaal is de terugloop 9%. Van 1942 tot en met 1992 lag het 30 jarig gemiddelde van het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in het eerste kwartaal zelfs tot 4% hoger dan in de periode 1901-1930. Dat heeft de terugloop in het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in het vierde kwartaal in de jaren 40 en jaren 60 weten op te vangen, maar de overall trend in het stookseizoen is al 90 jaar omlaag. Ondanks de kou in maart lag het 30 jarig gemiddelde aantal gewogen graaddagen in het eerste kwartaal over de periode 1992-2021 een vol procent lager dan over de periode 1991-2020.

    Om het 30 jarig gemiddelde aantal gewogen graaddagen terug te brengen op het niveau van de periode 1901-1930 zijn 16 jaren zoals 1963 nodig, het jaar met het hoogste aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-2020. Het jaar ook met de winter van 1962-1963 als de strengste winter van de vorige eeuw, waarin je met de auto over het ijs van Stavoren naar Enkhuizen kon rijden.

    https://youtube.com/watch?v=D7Kv_WQVhdk%3Ffeature%3Doembed

    Effect op energieverbruik voor verwarming

    Dat het aantal gewogen graaddagen per jaar gemiddeld met gedaald is heeft ook effect op het energieverbruik voor verwarming. Mijn eigen verbruik in de periode 2011-2018 (stoken op aardgas) is gemiddeld 2,17 kWh/gewogen graaddag, berekend op meetstation Rotterdam. Voor een standaardjaar uit de periode 1901-1931 levert dat een verbruik van 6.884 kWh op, dat is ongeveer 690 m3 aardgas. Een daling van 13% betekent 896 kWh minder energieverbruik voor verwarming per jaar, ongeveer 90 m3 aardgas.

    Voor 2020 is het verschil nog groter, 2020 kende 2.368 gewogen graaddagen. Een verschil van 801 gewogen graaddagen met het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-1930. Ons werkelijke verbruik lag op 2.878 kWh. Dat is 4.006 kWh, oftewel 58%, lager dan verwacht op basis van ons gasverbruik in de periode 2011-2018. Hiervan wordt 54% veroorzaakt door de vermindering van het aantal gewogen graaddagen en 46% door besparingsmaatregelen in huis.

    Conclusie

    Door mensen veroorzaakte klimaatverandering heeft een effect. Uitgedrukt in de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging lijkt dat effect tot nu toe wellicht klein, met een opwarming van ongeveer 1 graad Celsius. Ingezoomd op het gemiddeld aantal gewogen graaddagen per jaar is het effect in Nederland veel sterker, met een daling van 15% voor meetstation De Bilt. De kans dat die trend keert is ook niet groot, aangezien terugkeer naar het oude gemiddelde over de periode 1901-1930 zestien keer op rij herhaling van het jaar met het hoogste aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-2020 vergt. In dat jaar, 1967, lag het aantal gewogen graaddagen ruim 900 hoger dan het 30 jarig gemiddelde over de periode 1991-2020 en bijna 1.300 hoger dan in 2020.

    2021 telt tot en met oktober 2039 gewogen graaddagen. Dat betekent dat er in november en december nog ruim 1.700 nodig zijn om in de buurt van 1967 te komen. De kans daarop acht ik klein.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Huisvredebreuk? Intrekken die aanklacht ABP

    Dit keer geen uitgewerkt stuk, maar simpelweg mijn sacherijnige reactie naar ABP over het bericht dat ze vreedzame demonstranten uit hun kantoor hebben laten halen door de politie wegens huisvredebreuk (doe gerust ook mee met een betere tekst dan die van mij hieronder):

    ABP praat al sinds ik rond 2006 begon met pensioenopbouwen bij APB over het verduurzamen van de beleggingsportefeuille. Desondanks zit ABP nog fors in olie, gas en kolen onder het mom van engagement. Tegelijkertijd doet ABP bij de aandeelhoudersvergaderingen geen boter bij de vis en stemt niet mee met klimaatresoluties van andere andere aandeelhouders, zoals Follow This. Maar vandaag wel de politie bellen omdat een deel van de pensioenopbouwers het pappen en nathouden beu is en het kantoor bezet. Huisvredebreuk? De inbreuk op de mensenrechten van mijn kinderen door wat u doet met mijn pensioengeld is vele malen groter en weegt zwaarder. Hoog tijd voor meer concrete afrekenbare doelstellingen voor ABP zelf en voor de bedrijven en landen waarin ABP investeert. Niet voldoen aan die doelstellingen is desinvesteren. De tijd van aardgas als transitiebrandstof is voorbij, de tijd dat mooie nota’s overtuigen ook. Na dik twintig jaar praten en schrijven is het tijd dat uw beleggingsbeleid en stemgedrag overeenkomen met alle zalvende woorden over duurzaam beleggen. Ik verzoek u dan ook met klem om de aangifte wegens huisvredebreuk tegen de actievoerders van 5 juli per direct in te trekken.

  • Het effect van klimaatverandering op verwarming

    Met ingang van dit jaar verandert het ‘normale weer’ in Nederland. Het KNMI heeft nieuwe gemiddelden berekend, gemeten over de afgelopen dertig jaar. Deze berekeningen leiden tot een ‘nieuw normaal’, voor bijvoorbeeld temperatuur en neerslag. Het KNMI stelt dat het daardoor nog duidelijker wordt dat het Nederlandse klimaat verandert. Een aantal wetenschappers denkt daar anders over, zeker na een jaar vol weer records. Dennis Botman ontwikkelde de app ThermoMate, waarmee je het weer kan vergelijken met het gemiddelde van de dag of het uur over de periode van 1950 tot 2020. Ik heb ook zo mijn twijfels bij het tot normaal verklaren van het weer van de afgelopen 30 jaar. Vandaar dat ik op zoek ben gegaan naar een historisch vergelijkingsmateriaal voor ons energieverbruik.

    Inmiddels houden we al bijna 10 jaar maandelijks ons energieverbruik bij, daarin is wel zichtbaar wat het effect is van besparingsmaatregelen, maar niet van klimaat. Daarom vandaag een poging om daar verandering in aan te brengen. Er valt ongetwijfeld een hoop tegen onderstaande berekeningen in te brengen, dat kan in de reacties.

    Bepalen van de benchmark

    Ik bereken ons energieverbruik voor verwarming altijd terug aan de hand van het aantal gewogen graaddagen. De cijfers die ik daarvoor kan vinden gaan terug tot 1970. Om te bepalen hoeveel graaddagen normaal zijn in Nederland wil ik eigenlijk het aantal graaddagen weten zonder invloed van het menselijk broeikaseffect. Dan heb ik naar mijn mening gegevens nodig van voor 1970. In mijn zoektocht stuitte ik op “KNMI publicatie 219 Effectieve temperatuur en graaddagen Klimatologie en klimaatscenario’s” (pdf) uit 2008. Daarin staan gegevens over het aantal graaddagen in de periode 1904 tot en met 2006. Waarbij de onderzoekers ook aangeven dat mediaan voor het aantal graaddagen bij meetstation De Bilt op 2406 ligt in de periode 1904-1975.

    Ik gebruik alleen zelf het aantal graaddagen in Rotterdam, dichter bij Schiedam, waar het over het algemeen wat warmer is in de wintermaanden. Met behulp van een bestand met graad- en koeldagen dat ik bij KWA heb gevonden heb ik voor de periode 1970-2019 berekent dat het gemiddeld 86 graaddagen scheelt per stookseizoen (oktober tot en met maart), dat is een verschil van 4%.

    Voor het gemak ben ik er van uitgegaan dat er sprake is van een lineair verband tussen het aantal graaddagen in De Bilt en Rotterdam. Het aantal graaddagen in Rotterdam is dan 0,94 met een 95% betrouwbaarheidsinterval van 0,90 tot 0,98.

    Dat betekent dat ik voor Rotterdam op gemiddeld aantal graaddagen in de periode 1904 tot en met 1975 op 2.259 graaddagen kom, plus of min 97 graaddagen. Onderstaande tabel geeft het aantal ongewogen graaddagen per jaar in het stookseizoen van Rotterdam voor de periode 2010-2020 in vergelijking met het gemiddelde aantal ongewogen graaddagen in de periode 1904-1975. Als er sprake is van opwarming dan is de verwachting dat het aantal graaddagen daalt.

    JaarOng. Graaddagen RotterdamVerwacht 1904-1975Verschil%
    20102496225923811%
    201119932259-266-12%
    201221262259-132-6%
    201322802259211%
    201417852259-473-21%
    201518932259-366-16%
    201621412259-117-5%
    201719722259-287-13%
    201821082259-151-7%
    201919592259-300-13%
    202019842259-275-12%
    Gemiddelde2.0672.259-191-8%

    In bovenstaande tabel is te zien dat het aantal ongewogen graaddagen gemiddeld lager ligt dan in de periode 1904-1975. Om te bezien of dit ook statistisch significant is heb ik een t-toets uitgevoerd. Met als nul hypothese dat er het aantal graaddagen in de periode 2011-2020 gelijk is aan het aantal graaddagen in de periode 1904-1975. De uitkomst van deze t-toets is dat de t-waarde -3,2 bedraagt. Daarmee is nul hypothese (geen opwarming) bij significantiedrempel van 5% verworpen. Ergo: het aantal graaddagen ligt in de periode 2011-2020 significant lager dan in de periode 1904-1975.

    Aangezien de wetenschap ervan uitgaat dat dit komt door klimaatwetenschap reken ik de bijbehorende energiebesparing voortaan toe aan klimaatverandering.

    Effect klimaatverandering op energieverbruik

    In onderstaande tabel heb ik het effect van klimaatverandering, energiebesparingsmaatregelen en ons gedrag uitgesplitst. Alle verbruiken zijn omgerekend naar kilowattuur. Om dit terug te rekenen naar m3 aardgas kan je het verbruik door 10 delen (eigenlijk 9,8 nogwat, maar da’s voor de puristen).

    Toen we het huis kochten zat er een oude VR-ketel in. Deze hebben we enkel in november en december gebruikt in 2010, in die periode waren we aan het klussen maar woonden we nog niet in het huis. Het verbruik voor 2010 is berekend op basis van deze twee maanden. Omgerekend zouden we dat jaar zo’n 1.100 m3 aardgas voor verwarming hebben gebruikt. Niet heel vreemd voor een C-label woning. Omgerekend naar een standaardjaar zou het ruim 950 m3 aardgas zijn geweest, of 9.622 kWh. Het totale verschil per jaar is telkens het werkelijk verbruik minus het standaardjaarverbruik van 2010.

    In 2010 was het aantal graaddagen hoger dan de mediaan in de periode 1904-1975, zoals in de vorige tabel te zien was. Daardoor hebben we in 2010 extra gestookt door het klimaateffect. Een situatie die zich enkel in 2013 herhaald heeft. In alle andere jaren hebben we minder gestookt door minder graaddagen.

    JaarVerschil klimaatVerschil HRVerschil IRVerschil gedragTotaal verschil
    20101.0130001.013
    2011-1.131-3.3720-1.068-5.571
    2012-564-3.5970551-3.610
    201391-3.85702.789-977
    2014-2.017-3.0200-392-5.429
    2015-1.557-3.2030-456-5.216
    2016-499-3.6230-526-4.648
    2017-1.221-3.3360-282-4.839
    2018-641-3.5660-207-4.415
    2019-1.277-3.314-1.855413-6.033
    2020-1.170-3.357-1.879-418-6.824
    Totaal-8.973-34.245-3.735405-46.548
    Gemiddeld-816-3.113-34037-4.232

    Wat verder opvalt is het grote effect van overschakelen op een HR-ketel en ook van de vervolgstap overstappen op infraroodverwarming. Gemiddeld hebben we de afgelopen 10 jaar ruim 800 kWh (ong. 80 m3) aardgas bespaart door klimaatverandering, dat is 19% van ons energieverbruik voor verwarming. Dat valt in het niet bij de besparing die we hebben bereikt door maatregelen te treffen in ons huis. In de meeste jaren is het klimaateffect wel groter dan het effect van ons gedrag op ons verbruik voor verwarming.

  • Lessen voor klimaatakkoord 2.0

    De Europese Unie heeft gekozen voor een scherper klimaatdoel voor 2030, in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de doelstelling in de klimaatwet aan te scherpen en de verkiezingen komen er aan.

    De initiatiefwet van D66 en GroenLinks wordt ongetwijfeld inzet van de coalitieonderhandelingen en zal zorgen voor nieuwe onderhandelingen over aanpassingen in het nationale klimaatakkoord. Hoog tijd om daarop vooruitlopend een aantal lessen mee te geven vanuit de dagelijkse praktijk van de lokale uitvoering (eerder gepubliceerd op Sargasso), want het huidige klimaatakkoord bevat een aantal schotten tussen doelstellingen die zacht gezegd niet bepaald zorgen voor maatschappelijke acceptatie bij inwoners. Schotten ook die ervoor zorgen dat inwoners het gevoel hebben dat ze niet serieus worden genomen, dat er enkel ‘infantiele keuzes’ tussen zonneveld of windturbine voorliggen en dat ze de kans missen om de opgave voor de eigen gemeente te verkleinen. Een volstrekt gemiste kans in het huidige klimaatakkoord, die ook zorgt voor onnodige polarisatie. Een goed ontworpen en simpele set spelregels kan inwoners en raadsleden weer grip geven op de enorme opgave die er de komende decennia op ze afkomt vanuit de energietransitie.

    Ontwikkelingen in de EU en nationaal

    De Europese Commissie heeft aangekondigd de doelstelling voor 2030 te willen aanscherpen naar 55% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990. Het Europees Parlement wil zelfs inzetten op 60% reductie in 2030. Ook in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de ambitie in de klimaatwet voor 2030 op te hogen van 49% naar 55%. Wanneer deze aanscherpingen doorgaan ligt het voor de hand dat ook de maatregelen van het Nederlandse klimaatakkoord (dat is bestempeld tot het eerste klimaatplan, als bedoelt in de klimaatwet) aangevuld moeten worden. Wat weer zal doorwerken in de 30 regionale energiestrategieën. Wat weer tot aanvullende lokale gesprekken met inwoners en gemeenteraden zal leiden over welk aandeel iedere gemeente wil nemen in deze extra opgave.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

    Koppel energiebesparen aan energie produceren

    Veel inwoners vinden dat energiebesparen de eerste stap moet zijn. Jarenlang hameren op de trias energetica heeft zo z’n vruchten afgeworpen. Alleen heeft energiebesparen geen enkel effect op de hoeveelheid te produceren hernieuwbare elektriciteit voor 2030. Terwijl energiebesparen keihard nodig is om het aardgasverbruik in woningen terug te dringen, met als bijkomend voordeel dat woningen die beter geïsoleerd zijn makkelijker aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Ook energiebesparing bij bedrijven kan de hoeveelheid energie die we moeten produceren verminderen. Als inwoners en bedrijven daarmee samen de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit die een gemeente of regio moet opwekken kunnen verminderen biedt dat handelingsperspectief. Het moet dan wel gaan om harde afspraken, niet om zachte convenanten. Worden de afspraken niet gehaald dan is er ook meer energieproductie nodig. Dat betekent meer zonnedaken, maar ook meer zonnvelden, windturbines en op termijn ook meer aardwarmtebronnen (die ook niet vrij van risico’s en nadelen zijn).

    De tandeloze zonneladder

    In het nationaal beleid, bijvoorbeeld de nationale omgevingsvisie, is een zonneladder opgenomen. Bovenaan staat daarbij zon op dak en iedereen die je er naar vraagt is het daar mee eens. Alleen bij nieuwbouw is de standaard nog steeds dat er een paar schaampanelen op geplaatst worden, net genoeg om aan de normen in het bouwbesluit te voldoen. Als het rijk werkelijk wil dat zonnepanelen bij voorkeur op daken komen dan moet ze daarvoor regels opnemen in het bouwbesluit, zoals Frankrijk dat heeft gedaan. Mocht het rijk dat niet willen geef dan tenminste gemeenten de mogelijkheid om zonnepanelen op het dak verplicht voor te schrijven bij nieuwbouwprojecten. Het is aan inwoners niet uit te leggen dat het rijk een zonneladder heeft waarin zon op dak voorop staat, maar dat de gemeente richting projectontwikkelaars met lege handen staat om dat af te dwingen. Hierdoor blijven daken van nieuwe huizen en bedrijfsgebouwen onbenut, en zijn uiteindelijk meer zonnevelden en windturbines nodig om aan de doelstelling voor 2030 te voldoen. Dat is niet in lijn met de zonneladder en niet in lijn met wat inwoners lokaal als volstrekte nobrainer zien: nieuwe daken moeten vol met zonnepanelen, waar mogelijk zouden zelfs gevels ingezet moeten worden.

    Splitsing tussen kleinschalige en grootschalige opwekking van hernieuwbare energie

    In het huidige nationale klimaatakkoord is de productie van hernieuwbare energie gesplitst in drie delen: wind op zee, kleinschalige zonnestroominstallaties (<15 kWp, zeg een paneel of 50) en grootschalige opwek door wind- en zonne-energie. De splitsing tussen wind op zee en hernieuwbaar op land is zinvol, dit voorkomt dat lokaal gezegd kan worden dat eerst de zee vol gezet dient te worden. Het gesprek gaat daarmee over de vraag wat inwoners en raadsleden lokaal willen bijdragen aan de nationale opgave.

    Wat averechts werkt is de splitsing die in het klimaatakkoord is gemaakt tussen kleinschalige zonnestroominstallaties aan de ene kant en grootschalige wind- en zonne-energie aan de andere kant. Een deel van de inwoners en raadsleden vind zonnevelden en windturbines niet passen bij het lokale landschap, of maakt zich zorgen over de impact zaken als gezondheid, flora en fauna. De kwaliteit van het lokale gesprek zou met sprongen vooruit gaan als inwoners de keuze hadden om de benodigde hoeveelheid zonnevelden en windturbines te beperken door zelf nog massaler dan nu al gebeurd zonnepanelen op hun eigen dak te plaatsen. Alleen is het aantal huiseigenaren dat meer dan 40 tot 50 zonnepanelen kan plaatsen beperkt.

    Een extra inzet op (kleinschalig)e zonne-energie in de gebouwde omgeving brengt ook nadelen met zich mee, daar zou de wetgever ook oplossingen voor in kunnen bouwen in de regelgeving. Er zijn inmiddels voldoende oorbeelden uit Australië, Hawaii, Californië, New York en Duitsland beschikbaar om daar slimme regelgeving voor te maken. Bv door zoals in Duitsland regels te stellen over de verhouding tussen omvormer en piekvermogen van de zonnestroominstallatie, of door slimme omvormer voor te schrijven die op afstand terug te regelen zijn door de netbeheerder of een zogenaamde aggregator. Ook het combineren van zonnestroominstallaties met energie-opslag (accu’s of ouderwetse waterboilers) kan helpen om pieken op het netwerk beheersbaar te houden.

    Techniekneutraal

    In de eerste versie van de handreiking voor regionale energiestrategie werd gesteld dat de invulling van de opgave voor hernieuwbare elektriciteit op land techniek neutraal mocht. In normaal Nederlands regio’s en gemeenten mochten zelf kiezen tussen windenergie, zonne-energie, de inzet van biomasssa/biogas of welke vorm van hernieuwbare elektriciteit dan ook. Enige voorwaarden:  vergunning verlening uiterlijk in 2025 en realisatie uiterlijk in 2030. In latere versies van de handreiking werd techniek neutraal vervangen door wind- en grootschalige zonne-energie. Landelijk was bedacht dat dit de twee technieken zijn die technologisch voldoende ontwikkeld zijn om in 2030 een bijdrage te kunnen leveren.

    Daarmee zijn de opstellers van de handreiking in dezelfde valkuil gestapt als het Energie Akkoord: voorschrijven welke techniek voor 2030 passend en haalbaar wordt geacht. Heel fijn dat ze landelijk de discussie daarover gevoerd hebben met elkaar, alleen op lokaal niveau verschillen de meningen over de haalbaarheid en wenselijkheid van de inzet van verschillende vormen van hernieuwbare elektriciteit.

    Voor biomassa wordt de discussie op social media,  landelijk en hier op Sargasso bij voorkeur zo ongenuanceerd mogelijk gevoerd. De inzet van biomassa en biogas wordt daarbij per definitie gelijk gesteld aan het importeren van houtige biomassa uit Canada, de VS of zelfs uit tropische bossen. Ook wordt vaak gesteld dat biomassa per definitie luchtkwaliteitsproblemen geeft. Beide hoeft niet het geval te zijn. In agrarische gemeenten is het mogelijk om te kiezen voor de inzet van kleinschalige biogasinstallaties voor elektriciteitsproductie. Ook kan biogas gewonnen worden bij rioolwaterzuiveringsinstallaties. Zelfs als er vanuit landelijk perspectief rendabelere opties zijn zoals het gebruik van het biogas voor verwarming of als feed stock voor de industrie, dan nog is het mogelijk dat daar lokaal andere keuzes in gemaakt worden. De gemeenteraad heeft nu eenmaal haar eigen democratische mandaat en kan dus andere keuzes maken dan de Tweede Kamer. Deze andere keuzes kunnen bijvoorbeeld gemaakt worden vanwege zorgen over het landschap, biodiversiteit of gezondheid. Wat betreft het effect op luchtkwaliteit is het rijk aan zet, een zeer eenvoudige manier om te voorkomen dat biomassa en biogas een negatief effect op de luchtkwaliteit hebben is om de norm voor biobrandstoffen gelijk te trekken met de norm voor fossiele brandstoffen. Er is geen enkele reden te verzinnen waarom biomassa of biogas meer luchtvervuiling zou mogen uitstoten dan hun fossiele tegenhanger. Behalve dan gebrek aan normstelling vanuit de landelijke overheid.

    Ontkoppeling tussen hernieuwbare energie en emissies t.g.v. grondgebruik

    Klimaatverandering wordt niet enkel veroorzaakt door de CO2 uitstoot van fossiele brandstoffen. Ook methaanemissies vanuit landbouw en grondgebruik spelen een belangrijke rol. Op lokaal niveau zoeken gemeenten naar mogelijkheden om koppelingen tussen deze opgaven te maken, een koppeling die ook past in de geest van de wederom uitgestelde Omgevingswet. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het tegengaan van bodemdaling in veenweidegebied door het verhogen van het peil in een deel van de polder, waarna het deel van het agrarisch land wordt omgevormd tot een combinatie van bloem- en kruidenrijk grasland en zonneveld. Hiermee krijgen insecten weer meer kans, daalt de methaanemissies ten gevolge van veenverbranding, wordt de bodemdaling beperkt en wordt groene stroom geproduceerd. Een aanpak die aan vier kanten hout snijd, maar geen enkele meerwaarde heeft voor de gemeente of de lokale gemeenschap binnen het huidige klimaatakkoord. Het inzetten op dit soort functiecombinaties wordt wel in de ontwerpprincipes van de nationale omgevingsvisie geadviseerd, enige beloning bijvoorbeeld in de vorm van een (tijdelijk) minder hoge opgave in de warmtetransitie of in de opgave voor hernieuwbare elektriciteit biedt het echter niet.

    Conclusie

    Door slimmere koppelingen te maken tussen verschillende tafels van het klimaatakkoord kan inwoners handelingsperspectief geboden worden. Acties die ze zelf kunnen nemen om ontwikkelingen die ze ongewenst vinden in hun omgeving te beperken of mogelijk zelfs te voorkomen. Dat maakt het lokale gesprek over de energietransitie makkelijker en constructiever. In plaats van de ene dag de vraag zonneveld of windturbine te stellen en de volgende dag warmtenet of warmtepomp, wordt dan de vraag: u wilt geen of minder windmolens? Prima, alleen betekent dat wel dat u zonnepanelen op uw eigen woning en misschien ook wel die van uw buren moet aanbrengen. Minder zonnevelden in uw gemeente? Wat doet u aan energiebesparing en hoeveel minder energieverbruik belooft u in 2030 te realiseren? Eerst zonnepanelen op de grote bedrijfsdaken in de gemeente? Wat gaat u zelf doen om bedrijven daar op aan te spreken en om die zonnedaken te realiseren?

    Het ontbreken van slimme koppelingen tussen de verschillende tafels van het klimaatakkoord en speelruimte voor lokaal maatwerk is een gemiste kans. We hebben dan wel haast bij het aanpakken van het klimaatprobleem, maar lokale gemeenschappen hebben ook tijd nodig om te wennen aan nieuwe werkelijkheden en om samen het gesprek te voeren over de wijze waarop ze willen bijdragen aan het doel.

  • Opmerkelijke klimaatzaken

    De Amerikaanse Climate Change Litigation database telt inmiddels 1224 Amerikaanse klimaatzaken en 368 niet Amerikaanse klimaatzaken. Waarbij een klimaatzaak breder gaat dan enkel rechtszaken, het kan ook gaan om dagvaardingen of dreigingen met een rechtszaak. De database is een initiatief van het Sabin Center for Climate Change Law van de Columbia Law School en Arnold & Porter. De afgelopen weken zijn er een aantal ontwikkelingen die de komende jaren grote gevolgen kunnen hebben.

    Uitspraak in Ierse klimaatzaak: klimaatbeleid te vaag

    De Ierse milieuorganisatie Friends of the Irish Environment (FIE) had een zaak aangespannen tegen de Ierse overheid. FIE stelde dat de Ierse overheid niet voldoet aan verplichtingen uit de Climate Action and Low Carbon Development Act, een wet uit 2015 die zegt dat de overheid plannen moet maken om de transitie naar een klimaatneutrale economie in 2050 te realiseren. Een panel van zeven Ierse opperrechters gaf de milieuorganisatie unaniem gelijk.

    Zij bevestigden afgelopen vrijdag dat uit de huidige plannen niet valt af te leiden dat Ierland op weg is om zijn doelen te behalen. De rechter heeft de overheid daarom opgedragen op om een nieuw, gedetailleerd plan te maken. Daarbij moet een redelijk geïnformeerd persoon kunnen beoordelen of het plan realistisch is en of ze het eens zijn met de in het plan gemaakte beleidskeuzes. Het plan moet ook de volle periode tot 2050 beslaan, de latere jaren mogen wel minder gedetailleerd zijn dan de periode tot 2030. De Ierse Hoge Raad is in haar uitspraak niet ingegaan op grondwettelijke of mensenrechten zaken, aangezien de zaak niet door een individu was aangespannen. Dit kan in toekomstige rechtszaken nog wel een rol gaan spelen.

    Klimaatactivisten noemen de ontwikkeling hoopgevend. In de uitspraak verwijst de Ierse Hoge Raad (pdf) verschillende keren naar de klimaatzaak van Urgenda. De Ierse regering heeft de uitspraak van de Ierse Hoge Raad positief ontvangen. De nieuwe coalitie, met daarin onder andere de Ierse Groenen, wil dat de uitstoot van broeikasgassen vanaf nu elk jaar met 7 procent afneemt.

    Massachusetts vs Exxon Mobil

    Eerder dit jaar verloor de aanklager van New York zijn klimaatzaak tegen Exxon Mobil. De aanklager van New York stelde dat Exxon Amerikaanse beleggers en investeerders had misleid over de financiële risico’s van klimaatverandering voor de bedrijfsvoering en waarde van Exxon Mobil. Daarmee zijn de zorgen voor Exxon Mobil niet weg, want Massachusetts heeft een soortgelijke klimaatzaak aangespannen tegen het Amerikaanse olie- en gasbedrijf. Exxon probeert de rechtszaak naar de federale rechtbank verplaatst te krijgen, maar slaagt daar vooralsnog niet in. De rechtbank van Massachusetts heeft eind mei aangegeven van mening te zijn dat de aanklacht van Massachusetts enkel betrekking heeft op mogelijke overtreding van staatswetgeving en dat deze geen federale vragen bevat.

    Om de zaken nog wat erger te maken voor Exxon Mobil, maar ook voor andere fossiele energiebedrijven, heeft het Amerikaanse Huis voor Klokkenluiders (National Whistleblower Center (NWC)) op 23 juli het rapport Exposing a Ticking Time Bomb: How Fossil Fuel Industry Fraud is Setting Us Up for a Financial Implosion – and What Whistleblowers Can Do About It gepubliceerd. John Kostyack, NWC Executive Director stelt:

    In light of the deceptions we found, the handful of pending fraud cases challenging climate risk disclosures by fossil fuel companies are probably just the tip of the iceberg. We anticipate that the number of cases and defendants will increase dramatically in the near future once potential whistleblowers learn about the benefits of modern whistleblower laws and begin providing information to regulators and prosecutors about climate risk deceptions along the lines of those outlined in our report.

    De belangrijkste bevindingen van het rapport zijn dat misleiding over de financiële risico’s van klimaatverandering alomtegenwoordig is in de fossiele brandstofindustrie. Het gaat daarbij om het routinematig weglaten van twee soorten informatie in verklaringen van bedrijven aan aandeelhouders. Op de eerste plaats de onmiddellijke risico’s die klimaatverandering vormt voor de financiële toestand van bedrijven en ten tweede het risico dat de vermindering van de de waarde van activa van het bedrijf zal bijdragen aan een economiebrede financiële implosie. Op de tweede plaats wijst het rapport er op dat de groeiende rol van klokkenluiders in de strijd tegen fraude betekent dat het handjevol van lopende effectenfraudezaken slechts het topje van de ijsberg vormen. Er zijn momenteel slechts vijf lopende zaken – allemaal tegen Exxon – over de vraag of de verklaringen van het bedrijf over de financiële risico’s van klimaatverandering volgens staats- of federale wetgeving vallen onder effectenfraude. De NCW verwacht dat het aantal zaken en gedaagden sterk zal toenemen zodra potentiële klokkenluiders leren over de bescherming en beloningen, die door de huidige Amerikaanse klokkenluiderswet wordt geboden voor het verstrekken van gedetailleerde informatie aan toezichthouders en openbaar aanklagers over fraude met klimaatrisico’s. Volgens het NCW kunnen klokkenluiders in de fossiele brandstof industrie, net als hun voorgangers in tabaksindustrie, bankwezen en gezondheidszorg een centrale rol spelen in de hervorming van hun bedrijfstak en kunnen ze helpen om een wereldwijde financiële implosie te voorkomen.

    Afrondend

    De recente ontwikkelingen laten zien dat de uitspraak in de Urgenda klimaatzaak niet uniek is. De uitspraak van de Ierse Hoge Raad ligt in het verlengde en dwingt de Ierse overheid tot het maken van concretere plannen. Daarmee is duidelijk dat uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad in de Urgenda klimaatzaak niet enig in zijn soort is. Daarmee kan er ook uitstraling naar andere overheden binnen met name de EU zijn. Voor Exxon Mobil en andere olie, gas en kolenbedrijven betekent de publicatie van het Amerikaanse Huis voor Klokkenluiders en van de rechtbank in Massachusetts dat de juridische gevaren na het winnen van de rechtszaak in New York nog lang niet geweken zijn.

    Dit bericht is begin augustus 2020 geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Juli 2020: Milieucommissie Europarlement wil internationale scheepvaart onder CO2-emissiehandel brengen

    De Milieucommissie van het Europees Parlement wil dat de internationale scheepvaart vanaf 1 januari 2022 onder het Emissiehandelssysteem (ETS) valt. Dit moet vanaf 2021 gelden voor reizen die vertrekken van, of aankomen in Europese havens. Ook wil de milieucommissie de sector een bindende CO2-reductiedoelstelling opleggen van 40% in 2030 ten opzichte van 2018. De milieucommissie wil ook een fonds opzetten voor de opbrengsten van het veilen van CO2-rechten terug laten vloeien naar de scheepvaartsector voor investeringen in nieuwe CO2-reducerende technieken.

    In een reactie op het besluit van de milieucommissie van het Europees Parlement stelt Jutta Paulus, de rapporteur van het Europees Parlement:

    The Environment Committee has today made an important contribution to achieving the Paris Climate Agreement goals! I am very pleased that a majority of MEPs support the extension of the EU ETS to maritime transport. We also agreed that half of the revenue should go to a fund that supports research and development of innovative, climate-friendly ships and co-finances nature conservation in our seas.

    It was important to everyone that, in addition to CO2, other climate-damaging gases, especially methane, should also be included in the monitoring programme. The ambitious efficiency target of 40% less CO2 per tonne of freight transported and nautical mile travelled will probably have the greatest effect. For this will provide a real incentive to build more economical ships – which will also operate outside the EU.

    Today’s vote in the Environment Committee is an important step in the fight against the climate crisis. International maritime shipping is the only transport sector not subject to a binding target for reducing climate-damaging emissions, despite the fact that it is responsible for around three percent of global greenhouse gases.

    In its present form, the MRV Regulation has done important groundwork and provided valuable data on CO2 emissions from ships. However, data alone does not reduce greenhouse gases. That is why we MEPs have gone far beyond the Commission proposal.

    Na de zomer stemt het voltallig Europees Parlement over het voorstel, daarna beginnen de onderhandelingen met de EU-landen over de uiteindelijke wet. Het gaat interessant worden om te zien wat het openbare standpunt van de Nederlandse regering wordt en hoe ze zich achter de schermen opstellen. Evenals de opstelling van de havens van Rotterdam en Amsterdam, en de Nederlandse reders.

    Dit bericht is in juli 2020 geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.