NWEA en Holland Solar: 73 TWh wind en zonne-energie op land in zicht

In het concept nationaal klimaatakkoord is een doelstelling opgenomen van 42 TWh voor hernieuwbare elektriciteitsproductie (groene stroom) in 2030. Deze bestaat uit 7 TWh zonne-energie op woonhuizen en 35 TWh grootschalige opwekking (bv. zon op bedrijfsdaken, zonneparken en windenergie). Tijdens de nationale Windenergy Days 2019 hebben de branchorganisaties voor windenergie (NWEA) en zonne-energie (Holland Solar) gisteren prognoses vrijgegeven voor de ontwikkeling van zonne-energie en windenergie. In totaal komen ze uit op een prognose van 73 TWh groene stroom uit zon en wind in 2030.

Opbouw prognose

Voor windenergie is de prognose van NWEA dat er 23 TWh opgewekt wordt in 2030 op basis van wat er nu staat (inclusief deel repowering) en alles wat in de pijplijn zit en waarmee de provincies al hebben ingestemd.

Voor zonne-energie is de verwachting van Holland Solar dat er in 2030 30TWh opgewekt wordt m.b.v. zakelijke dakopstellingen en 10 TWh met veldopstellingen. Wat in totaal 30 TWh aan groene stroom uit grootschalige zonne-energieprojecten betekent. Met de opbrengst van windenergie erbij zou dat 63 TWh grootschalige opwekking van groene stroom op land betekenen. Voor huishoudens gaat Holland Solar uit van 10 TWh zonnestroom in 2030. Wat het totaal hernieuwbaar op land op 73 TWh brengt.

Basispad Nationale Energieverkenning uit 2017

De prognoses van NWEA en Holland Solar zijn fors hoger dan het basispad uit de laatste Nationale Energieverkenning (NEV) uit 2017 (pdf). In het basispad zonder SDE+ na 2019 werd daar uitgegaan van 12 TWh wind op land, 5 TWh grootschalige zonne-energie, in totaal 1 7 TWh. Voor kleinschalige zonne-energie (zon op woonhuizen) werd in de NEV 2017 uitgegaan van 7 TWh in het basispad. In totaal ging de NEV 2017 dus uit van ongeveer 24 TWh groene stroom van wind- en zonne-energie.

Conclusie

Mijn eerste conclusie is het ik erg benieuwd ben naar het nieuwe basispad in de NEV 2019 en dat het in een zo snel ontwikkelende markt als hernieuwbare energie geen goede zaak is dat er vorig jaar voor gekozen is om de NEV 2018 over te slaan. Meer budget voor PBL en CPB had hier zeker meerwaarde gehad. Zeker ook voor de regionale energiestrategieën die elke regio na het ondertekenen van het klimaatakkoord moet gaan opstellen.

Ook duiden de prognoses van NWEA en Holland Solar er op dat de groei van groene stroom nu ook in Nederland eindelijk stevig van de grond is gekomen. Zo sterk dat ook onze modellen mogelijk binnenkort achter de werkelijkheid aan gaan lopen, in plaats van dat de ontwikkeling standaard langzamer gaat dan gehoopt.

Kanttekening bij de prognoses van NWEA en Holland Solar is natuurlijk wel dat de projecten nog niet daadwerkelijk gerealiseerd zijn. Zelfs als een deel niet gerealiseerd wordt lijkt de marge ten opzichte van de 42 TWh doelstelling voor 2030 ruim genoeg om te concluderen dat de doelstelling voor 2030 in zicht is. NWEA en Holland Solar houden in hun prognose er zelf ook rekening mee dat een deel niet gerealiseerd wordt. Voor zover ik begrepen heb zit dat verwerkt in de prognose voor 2030.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Klimaatnoodtoestand

De afgelopen maanden hebben Engeland, Wales, Schotland, Ierland en verschillende steden in de wereld (waaronder Londen, Bristol en Manchester) de klimaatnoodtoestand uitgeroepen. De Britse krant The Guardian paste z’n stijlhandboek ook aan en spreekt niet meer van klimaatverandering, maar van een klimaatcrisis. Vandaag stemt de Tweede Kamer over een motie van de Partij van de Dieren om de klimaatnoodtoestand in Nederland uit te roepen (pdf). Een tweede motie van de Partij voor de Dieren roept op tot het uitroepen van een biodiversiteitsnoodtoestand (pfd).

Wat is de klimaatnoodtoestand?

De Partij voor de Dieren stelt in haar motie dat ze van mening is dat het uitroepen van de klimaatnoodtoestand een sterke erkenning is van de gezamenlijke opdracht om een maximale inspanning te leveren om de opwarming van de aarde zo veel als mogelijk te beperken. Fractievoorzitter Marianne Thieme stelt:

Het zelfbenoemde ‘groenste kabinet ooit’ is tijdens de grootste ecologische crisis ooit een kabinet dat vooral afschuift en doorschuift. Afschuift aan klimaattafels, waar grootvervuilers zijn oververtegenwoordigd. En doorschuift naar toekomstige generaties. Dit gebrek aan dadendrang steekt schril af bij wat er om ons heen gebeurt. Jongeren gaan wereldwijd massaal de straat op voor een beter klimaatbeleid. Om met het gezicht van deze klimaatstakers, de Zweedse Greta Thunberg, te spreken: Ik wens dat u handelt zoals u in een crisis zou doen. Ik wil dat u doet alsof het huis in brand staat. Dat staat het namelijk.

Extinction Rebellion

De motie om de klimaatnoodtoestand uit te roepen vindt z’n oorsprong in de eisen van de actiegroep Extinction Rebellion, dat ook in Nederland een afdeling heeft. De meest in het oog springende actie tot nu toe van Extinction Rebellion Nederland was de actie tijdens Koningsdag. Ook vandaag hebben ze acties gepland op het plein bij Den Haag. Extinction Rebellion Nederland heeft eerder in een open brief 4 eisen aan de overheid en politici geformuleerd:

  1. Dat de Nederlandse overheid de waarheid vertelt aan haar burgers, bedrijven en andere betrokken over hoe levensbedreigend de huidige situatie is. Dit verhaal moet weerklank vinden binnen het onderwijs.
  2. Wij eisen dat de CO2 uitstoot naar netto nihil gaat in 2025 en ecosystemen moeten worden hersteld om broeikasgassen weg te nemen uit de atmosfeer. Regelgeving en internationale afspraken die dit doel in de weg staan moeten worden teruggedraaid en er moet internationaal gestreefd worden naar een economie die de planetaire grenzen respecteert.
  3. Er moet een Deltaplan Klimaat ontwikkeld en uitgevoerd worden dat recht doet aan de omvang van deze crisis. Deze transitie kan het best worden gecontroleerd door een burgerkamer, een nieuw bestuursorgaan die de diversiteit aan inwoners van dit land weerspiegeld.
  4. Wij willen dat de vervuiler betaalt en dat de lasten en kosten van de vereiste transitie op een rechtvaardige manier verdeeld worden.

In de Groene Amsterdammer van deze week is meer informatie over Extinction Rebellion, dat zich met name richt op de overheid, en Code Rood, de tegenhanger die zich richt op de fossiele energie industrie, te vinden.

Effecten klimaatverandering voor Nederland

Vrij Nederland had begin februari een uitgebreide rapportage (betaalmuur) over de effecten van zeespiegelstijging ten gevolge van klimaatverandering op Nederland. Verschillende experts gaven daarbij aan dat de huidige kustlijn van Nederland te beschermen is tot 1 a 2 meter zeespiegelstijging. Een versnelde zeespiegelstijging zal in de komende decennia nog niet tot grote problemen leiden. Maar voor de termijn daarna is er veel onzeker. Marjolein Haasnoot van onderzoeksinstituut Deltares en auteur van een rapport over de gevolgen van zeespiegelstijging voor Nederland vind dat bij heel grote infrastructurele werken rekening moet worden gehouden met een potentieel grote zeespiegelstijging.

Voor alle maatregelen is tijd nodig. Nu is de tijd er nog om daarover na te denken en een goed plan te maken. (…) Als het gaat om zeespiegelbeleid moet je kunnen omgaan met onzekerheden. Je kunt niet wachten tot je precies weet wat er gaat gebeuren. Als je het zeker weet, dan gebeurt het al, en zou het bovendien veel te snel kunnen gaan.

Een van de opties die de verschillende onderzoekers noemen is een gecontroleerde terugtrekking naar het hogerop gelegen deel van Nederland, oftewel richting Veluwestad en op naar Duitsland. Waarbij het deel van Nederland ten westen van de Utrechtse Heuvelrug de komende anderhalve eeuw grotendeels opgegeven wordt, oftewel de volledige Randstad. Een andere optie is een ring van dijken en meren rondom Nederland, dat vergt echter heel veel zandsuppleties. Ook blijven bestaande problemen met bodemdaling en verzilting dan bestaan. De uitdagingen om water te spuien bij hevige neerslag of grote afvoer van rivierwater zullen bij een dergelijk scenario ook niet kleiner worden.

Slot

Grote infrastructurele projecten worden voor 100 tot 200 jaar aangelegd. Dat maakt het volgens de onderzoekers nodig om de komende 20 tot 30 jaar strategische keuzes te maken: een rand van meren en dijken om Nederland heen, met alle bijbehorende kosten en energieverbruik, of zoeken we het hogerop voor de generaties na ons? Zo bezien zijn de motie van Partij voor de Dieren en de eisen van Extinction Rebellion niet zo buitensporig als ze op het eerste gezicht lijken. Zoals verwacht werd de motie verworpen en stemde enkel PvdD en GroenLinks voor de motie.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Rutte oefende druk uit om presentatie doorrekening klimaatakkoord uit te stellen

Premier Rutte heeft vorig jaar druk laten uitoefenen op het PBL en CPB om de publicatie van de analyse van het voorstel voor hoofdlijnen van het klimaatakkoord uit te stellen tot na Prinsjesdag. Dit blijkt uit stukken die het rijk heeft vrijgegeven na een WOB-verzoek van Nieuwsuur.

PBL wil uitkomsten publiceren voor Prinsjesdag

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) wilden de bewuste doorrekeningen van het klimaatakkoord op 13 september 2018 naar buiten brengen. Een week voor Prinsjesdag en het belangrijkste debat van het jaar: de Algemene Politieke Beschouwingen. Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, en zijn ambtenaren waren hiervan op de hoogte. Wiebes was eind augustus ook op de hoogte gebracht van de eerste indrukken van de doorrekening door PBL. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat was voorstander van publicatie uit angst voor lekken en omdat bij uitstel van publicatie de indruk zou kunnen bestaan dat de resultaten van de doorrekening onder de pet gehouden zouden worden. Formeel hadden de departementen ook geen invloed op het moment van publicatie, omdat zij niet de opdrachtgever van het onderzoek waren. Dat was Ed Nijpels als voorzitter van de klimaattafels. Wiebes is er vooraf door zijn ambtenaren op gewezen dat uitstel van publicatie een ongebruikelijke ingreep van het ministerie vergde.

Premier Rutte oefent drukt uit om publicatie uit te stellen

In een mail schrijft de raadsadviseur van het ministerie van Algemene Zaken aan het ministerie van Economische Zaken dat Rutte tegen publicatie van de doorrekening voor Prinsjesdag is (pagina 37 van de pdf met vrijgegeven documenten):

De doorrekening (en daarmee de appreciatie) wordt dan gespreksonderwerp op het APB (Algemene Politieke Beschouwingen) en dat is onwenselijk. MP (Minister President) wil vasthouden aan de procesafspraken in de MR (Ministerraad) van 24/8.

Uit de stukken is niet te halen of premier Rutte, net als Wiebes, op de hoogte was van de eerste indrukken van de doorrekening. Ed Nijpels, de voorzitter van de klimaattafels, reageert op 3 september uiterst stekelig op het verzoek van EZK om publicatie uit te stellen. Op 6 september constateert Sandor Gaastra, momenteel Directeur Generaal Klimaat en Energie bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, echter dat er een kleine opening is doordat Ed Nijpels heeft gevraagd om de departementen en tafelvoorzitters de tijd te geven om tussen 13 en 17 september de volledige analyse in te zien en om op de volledige analyse te kunnen reageren.

Vervolg

Verschillende Kamerfracties hadden gevraagd om publicatie van de doorrekening van het PBL voorafgaand aan Prinsjesdag en de Algemene Politieke Beschouwingen. Zowel Forum voor Democratie, PvdA en GroenLinks wilden opheldering over de rol van premier Rutte. Volledig begrijpelijk en terecht, klimaatbeleid gaat de komende decennia grote invloed hebben op het beleid. De meest logische plek om dat debat te voeren is niet in commissievergaderingen, maar juist in de plenaire zaal van de Tweede Kamer bij het belangrijkste debat van het jaar over de toekomstplannen van het Kabinet.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Eerste Kamer stemt voor klimaatwet

De Eerste Kamer heeft dinsdag 28 mei de Klimaatwet, ofwel het initiatiefwetsvoorstel-Klaver, Asscher, Beckerman, Jetten, Dik-Faber, Yesilgöz-Zegerius, Agnes Mulder en Geleijnse Klimaatwet, aangenomen. De fracties van VVD, CDA, D66, SP, PvdA, GroenLinks, ChristenUnie, 50PLUS, OSF en Fractie-Duthler stemden voor, de fracties van SGP, PvdD en PVV stemden tegen.

Het voorstel stelt klimaatdoelstellingen voor de regering vast. Tegelijkertijd is het een kader voor de ontwikkeling, effectmeting en wijze van verantwoording van het beleid dat moet leiden tot het halen van de wettelijke vastgelegde klimaatdoelstellingen. Hoofddoel van het voorstel is het als resultaat bereiken van 95% broeikasgasreductie in Nederland in 2050 ten opzichte van 1990 en als tussendoel streven naar 49% broeikasgasreductie in 2030 ten opzichte van 1990. Daarnaast bevat het voorstel als nevendoel het streven naar 100% CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050.

Het wetsvoorstel is op verschillende punten minder sterk dan het oorspronkelijk initatiefwetsvoorstel van Klaver-Samson. Op de eerste plaats zijn de doelen van de klimaatwet niet meer juridisch afdwingbaar, op de tweede plaats is het tussendoel voor 2030 minder hoog dan de oorspronkelijke 55%. Het streven naar 100% CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050 een afzwakking van het streven naar 100% hernieuwbare energie in 2050, elektriciteit is goed voor ongeveer 20% van het huidige energieverbruik van Nederland. Ook het begrip emissiebudget uit het oorspronkelijke wetsvoorstel is geschrapt uit de klimaatwet.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Visualisatie van verkoopcijfers elektrische auto’s in de VS

Op basis van de verkoopcijfers van de Amerikaanse verkoopcijfers van elektrische auto’s die Inside EV’s bijhoudt heeft Mase Goslin een datavisualisatie gemaakt van de verkoopcijfers van elektrische auto’s vanaf januari 2012 tot heden.

https://public.flourish.studio/resources/embed.js

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Energieverbruik en opwekking mei 2019

Het is juni 2019, tijd dus voor het maandelijks overzicht van ons energieverbruik. Hieronder weer de belangrijkste kengetallen. Dit keer voor mei.

Wat20182019verschil
Ruimteverwarming0110
Verbruik/graaddag0,000,71
Elektriciteitsafname232531129%
Teruglevering190
Elektriciteitsverbruik23234147%
Zonnepanelen325280-14%
Zonnedelen26288%
Winddelen7657-25%
Zonneboiler11414325%
Totaal opwekking541508-6%
Netto elektriciteitsverbruik-195-24-88%
Saldo jaarbasis8

Wat opvalt is dat mei dit jaar kouder was dan in 2018. In tegenstelling tot vorig jaar hebben we de kachel aangehad, terwijl ik deze in april nog wel zo optimistisch had uitgezet. Wat ook opvalt is dat we minder elektriciteit hebben opgewekt dan in 2018. De zonneboiler heeft wel wat meer warmte geleverd. Wat een beetje paradoxaal is, want bij een lagere opbrengst van de zonnepanelen verwacht ik ook een lagere opbrengst van de zonneboiler. Het kan dus ook zijn dat ik ons energieverbruik voor warm water te hoog inschat en dat we minder warm water gebruiken dan gemiddeld.

Uitsplitsing energievraag

Laten we vervolgens maar eens beginnen met een grafiek waarin de maandelijkse energievraag wordt opgesplitst naar warm water, ruimteverwarming en elektrische apparaten (inclusief de mechanische ventilatie).

De bron van dit energieverbruik is voor een groeiend deel elektriciteit, wat we zelf opwekken door middel van onze zonnepanelen, winddelen en zonnedelen. Daarnaast levert onze zonneboiler natuurlijk een deel van de warmte.

Op jaarbasis komen we inmiddels elektriciteit te kort, wat betekent dat we het resterende deel van de stroom inkopen bij GreenChoice. Een mea culpa aan mijn twittervolgers is wat dat betreft op zijn plaats, want door een domme rekenfout in de spreadsheet dacht ik dat we nog zo’n 400 kWh op jaarbasis extra opwekte. Dat blijkt niet zo te zijn. Op jaarbasis nemen we momenteel 8 kWh af van Greenchoice. De fout zat hem in de wijze waarop ik de zelf opgewekte zonnestroom verrekende met onze nieuwe meterstanden en de manier waarop ik de stroomproductie van onze zonnedelen verrekende met de afname van elektriciteit bij Greenchoice.

In onderstaande grafiek is nog beter te zien dat het overgrote deel van onze energievraag op jaarbasis nog steeds gevormd wordt door aardgas. Een aandeel dat pas in het nieuwe stookseizoen verder terug gaat lopen. Tenzij juni 2019 net als mei stookdagen in petto heeft, maar dat hoop ik toch niet.

Energieverbruik verwarming

Mei werd onverwacht toch weer koud genoeg om de verwarming aan te zetten. Uiteindelijk hebben we 110 kWh aan elektriciteit verbruik voor verwarming, waarvan 6 kWh in de badkamer. Een nadeel vanaf nu voor de infraroodverwarming, want deze telt vanaf nu gewoon mee. Terwijl de badkamer in het gasverbruik voor verwarming al sinds de verbouwing van onze badkamer niet meer meetelt.

In bovenstaande grafiek is te zien dat het energieverbruik voor verwarming nog steeds lager ligt dan bij verwarmen met hr-ketel. Al is het verschil minder geworden, doordat ik in de periode 2014 t/m 2018 nauwelijks tot niet gestookt heb in mei. Wanneer ik het energieverbruik van de verschillende jaren corrigeer voor graaddagen en omreken naar het energieverbruik in een standaardjaar met 2802 graaddagen ontstaat het volgende beeld:

Het energieverbruik voor verwarming in 2019 ligt dan nog steeds onder het gemiddelde energieverbruik voor de periode 2014-2018, op basis van het aantal graaddagen zou ik verwachten dat ik bij doorstoken met aardgas juist iets boven het gemiddelde zou zijn uitgekomen. Al met al hebben we tot en met mei omgerekend naar een standaardjaar 3.115 kWh voor verwarming verbruikt, dat is omgerekend 319 m3 aardgas. Gemiddeld hebben we in de jaren 2014-2018 in de periode januari tot en met mei 3.435 kWh, oftewel 352 m3 aardgas, verbruikt voor verwarming.

Omgerekend naar een standaardjaar zijn onze stookkosten wel gestegen met Euro 60, al is het nog steeds minder dan verwacht op basis van de hypothese COP=1.

Ontwikkeling energieverbruik

Ons totale netto energieverbruik in mei 2019 ligt met 3.290 kWh 13% lager dan het gemiddelde over 2014-2018. Daarbij is niet gecorrigeerd voor graaddagen, zonne-uren of windsnelheden. Vooralsnog maakt 2019 dus goede kans om het zuinigste jaar tot nu toe te worden. Het laat echter wel zien dat we nog een kleine uitdaging hebben om meer opwekking te realiseren om 100% van ons eigen energieverbruik zelf op te wekken. Gelukkig komt er weer een nieuw project van Energiek Schiedam aan, dus dat biedt wellicht kansen.

Omgerekend naar vierkante meters is ons energieverbruik in 2019 nagenoeg gelijk aan het energieverbruik in 2014, ons zuinigste jaar tot nu toe.

Wanneer ik kijk naar het aantal Wattuur dat ik per graaddag en per vierkante meter verbruik dan ligt dat in mei 2019 12% lager dan het gemiddelde over de periode 2014-2018. Het verschil loopt vooral op vanaf maart. In februari was het verschil slechts 2%, in maart 9% om in april op te lopen tot 11%.

Ontwikkeling variabele energiekosten

De variabele energiekosten zijn de kosten die we aan gas en elektriciteit betalen, los van de netwerkkosten.

Onze variabele gaskosten lopen in mei meestal niet zo ver meer op. Dat geldt dit jaar eigenlijk al sinds maart, toen de infraroodverwarming werd geïnstalleerd. Ons gasverbruik ligt sindsdien onder de 10 m3 per maand. In april was het 4 m3 in mei was het 6 m3. Als we ons huis warm hadden gestookt met de cv ketel waren de kosten wel opgelopen, maar waren ze in mei ook redelijk vlak gebleven.

Onze variabele elektriciteitskosten lopen meestal vanaf april terug, doordat de zonnepanelen dan meer gaan terugleveren dan dat we verbruiken. Dit jaar ligt dat iets anders, doordat we in mei nog behoorlijk wat kilowattuur hebben verbruik voor de verwarming. Zonder de verwarming was ons elektriciteitsverbruik in lijn met eerdere jaren geweest. Al heb ik nog wel een dingetje met Greenchoice. Die schatten ons elektriciteitsverbruik op jaarbasis in op 97.530 kWh en 10 m3 aardgas. Beide zijn niet in lijn met mijn verwachting van het jaarverbruik.

Greenchoice adviseert een termijnbedrag van Euro 1.351. Als ik naar bovenstaande grafiek met de ontwikkeling van onze energiekosten kijk is dat een hoger maandbedrag dan ik op jaarbasis ga afrekenen. Daarbij lijkt het er niet op dat de energierekening heel fors gaat afwijken van eerdere jaren, veel aanleiding voor de door Greenchoice voorgestelde aanpassing zie ik dan ook niet.

Infrarood de kritiek

Twee weken geleden publiceerde ik een stuk waarin ik de energiekosten sinds het installeren van de infraroodpanelen van ThermIQ vergeleek met de kosten van stoken met een HR-ketel. Dat leidde tot nogal wat commentaar. Daarom hierbij een stukje verduidelijking en verheldering. Te beginnen met een stukje duiding van onze situatie. Op LinkedIn enTwitter vliegen me daarover namelijk behoorlijk wat aannames om de oren.

Beschrijving van ons huis en ons stookgedrag

We wonen met 2 volwassenen en 2 kinderen in een tussenwoning van 119 m2 met energielabel C, bouwjaar 1991. We stoken de woonkamer tot 20 graden Celsius, de badkamer verwarmen we ongeveer twee uur per dag. In de badkamer zit sinds 2014 een infraroodpaneel voor de verwarming. De rest van het huis staat ingesteld op 15 graden Celsius. Ons gasverbruik vanaf 2014 is dus nagenoeg volledig veroorzaakt door verwarming van de huiskamer en door warm water.

We hebben de afgelopen jaren al een hele reeks maatregelen genomen. We hebben een zonneboiler, zonnepanelen, Winddelen, zonnedelen, kozijnen op zoalder aan de zuid-zijde vervangen, isolatie op de aanvoer leidingen aangebracht, radiatorfolie achter de radiatoren aangebracht, radiatoren zijn voorzien van klokthermostaten, alles naar led en halogeen verlichting overgezet, tochtstrips aanbrengen, etc. Een volledig overzicht vind je hier.

In maart 2019 hebben we infraroodpanelen laten installeren in de woonkamer, de hal, 2 slaapkamers en op zolder. In de woonkamer is de instelling weer 20 graden. Ik heb 18 en 19 graden Celsius geprobeerd, maar dat leverde binnen 2 dagen klachten over gebrek aan comfort van de 3 andere huisbewoners op. Het idee van een lagere luchttemperatuur heb ik daarmee voorlopig laten varen. De gemiddelde luchttemperatuur in de woonkamer in maart en april 2019 week ook nagenoeg niet af van de gemiddelde luchttemperatuur in dezelfde periode in 2018 (0,1 tot 0,2 graden Celsius).

De infraroodpanelen zijn, met uitzondering van de badkamer, traploos instelbaar in intensiteit tussen de 0 en de 100%. De panelen in de woonkamer schakelen gelijktijdig aan en uit en staan alle 3 op nagenoeg dezelfde intensiteit, waardoor de woonkamer egaal verwarmd wordt.

Ons huis kent een aantal comfortklachten. In de huiskamer worden deze niet zozeer veroorzaakt door de roosters in de schuifpui, als wel door de koudeval van de aluminium schuifpui zelf en door de kou die aan de voorkant via de vloer het huis in trekt. De radiatoren zijn vrij krap bemeten voor de woonkamer en weten de koudeval bij de schuifpui niet te compenseren of voorkomen. Het is niet mijn verwachting dat deze comfortklachten weg zijn door de infraroodverwarming, het is wel mijn hoop dat ze gelijk blijven of van karakter veranderen.

De kinderen vinden in de winter hun kamer te koud om in te spelen en hun bed (te) koud als ze naar bed gaan. Dit hebben we niet kunnen verhelpen met individuele klokthermostaten, de hoop is dat de infraroodpanelen dit comfortprobleem wel weg gaan nemen. Dat zal wel extra energie gaan kosten.

Eerst energievraag verminderen

In onze C-label woning hebben we de afgelopen jaren de volgende hoeveelheden gas verbruikt voor verwarming, waarbij ik het gas heb omgezet naar een standaardwoning van 120 m2 en gecorrigeerd naar 2.802 graaddagen. Dat is het gemiddeld aantal graaddagen per jaar voor De Bilt in de periode 2000-2018. Ter vergelijking het gemiddeld gasverbruik voor een C-label woning volgens de Vesta MAIS infobladen van CE. Ik heb in de informatiebladen niet kunnen vinden met hoeveel graaddagen Vesta Mais werkt, dus mocht 2.802 niet kloppen dan hoor ik dat graag, dan pas ik de berekeningen aan.

JaarVerwarming in kWhReductie t.o.v. Vesta Mais
Vesta Mais13.4860%
20115.682-58%
20126.368-53%
20138.942-34%
20145.256-61%
20155.258-61%
20165.667-58%
20175.291-61%
20185.979-56%
Gem. 2011-20186.055-55%
Gem. excl. 20135.643-58%
Gem. 2014-20185.490-59%

In mijn eerdere bericht heb ik er voor gekozen om uit te gaan van het gemiddeld gasverbruik voor verwarming in de periode 2014-2018. In bovenstaande tabel is te zien dat dat de meest gunstige is voor de HR-ketel, het gasverbruik voor verwarming is in deze periode namelijk gemiddeld het laagst. Het laat ook zien de stelling dat ik eerst had moeten kijken naar naar vraagreductie wat kort door de bocht is. Ten opzichte van het gemiddelde modelverbruik volgens Vesta Mais ligt ons verbruik gemiddeld al ruim de helft lager.

Waarmee ik niet wil zeggen dat er geen ruimte is of was voor verdere verlaging. In het 7 puntenplan om afscheid te nemen van de helft van je gasrekening van Lars Boelen staat 1 maatregel die enkel effect heeft op de hr-ketel en niet op de warmtevraag van andere verwarmingsbronnen: cv-tunen. Verwacht effect: 15-20% besparing op gasverbruik voor verwarming. Dat betekent in ons geval 824-1098 kWh besparing. Waarbij ik twijfel of het volle potentieel haalbaar is vanwege het formaat van de radiatoren in de huiskamer, die aan de kleine kant zijn. Op koude dagen (vorst of tegen de vorst aan) is het al jaren lastig om onze huiskamer behaaglijk te krijgen met de cv-ketel. Ofwel het is koud ofwel het is benauwd.

Alle andere maatregelen uit het 7 puntenplan van Lars Boelen hebben naar mijn mening ook effect op de warmtevraag als een andere verwarmingsbron dan een HR-ketel wordt gekozen. Mocht ik dat verkeerd zien, dan hoor ik dat graag in de commentaren.

Nu hebben modellen zo hun beperking, dus het lijkt me zinnig om te kijken hoe ons gasverbruik zich verhoudt tot de gaslevering aan vergelijkbare woningen in dezelfde periode. Bij het CBS zijn deze data te vinden voor de periode 2012-2017. Waarbij ik ons verbruik vergelijk met tussenwoningen, bouwjaar 1975-1992, met 100-150m2 vloeroppervlak en energielabel C. Dat levert onderstaande tabel op voor gaslevering per m2:

JaarHuis werkelijkGemiddelde5e percentiel
201155,6

201265,7112,367,4
201393,7113,368,4
201449,5102,660,6
201552,7100,659,6
201657,8101,659,6
201754,0101,660,6
201858,4
Verschil
Gem 2011-201860,9105,3-42%
Gem excl 201356,2103,7-46%
Gem 2014-201854,5101,6-46%

In bovenstaande tabel is dus niet gecorrigeerd voor graaddagen en is ook niet gekeken naar gaslevering voor ruimteverwarming of voor warm water, maar is enkel gekeken naar de werkelijk gaslevering van het net aan woningen. Waarbij de levering is omgerekend naar kWH/m2 vloeroppervlakte.

Bovenstaande tabel laat goed zien dat we ook dan onder het gemiddelde gasverbruik zitten. Op 2013 na behoren zitten we bij het 5e percentiel, oftewel de zuinigste stokers. De stelling ga eerst eens je gasverbruik verminderen is dus een beetje kort door de bocht.

Wanneer ik het gasverbruik op deze wijze bekijk is de periode 2014-2018 gemiddeld wederom onze zuinigste periode, dus de meest ongunstige voor infraroodpanelen om mee vergeleken te worden.

Je hebt geen jaargegevens en graaddagen ontbreken

Ik heb inderdaad nog geen gegevens voor een volledig jaar of stookseizoen van mijn eigen woning, een terecht kritiekpunt van sommige reacties. Daar staat tegenover dat ik bij mijn keuze voor infraroodverwarming niet over één nacht ijs ben gegaan. Ik heb praktijkgegevens van meerdere woningen over meerdere stookseizoenen. Gemiddeld laten deze woningen 35% minder energieverbruik voor verwarming zien t.o.v. een hr-ketel op aardgas. Maart en april 2019 waren warmer dan gemiddeld, daar is in de analyse voor gecorrigeerd m.b.v. graaddagen.

2019 was een zonniger jaar, dus je hebt minder kosten dan in 2018

Op zich was deze al ondervangen, doordat ik in mijn vorige bericht de kosten voor 2019 vergeleek, waarbij de opbrengst van zonnepanelen, zonneboiler en winddelen niet verandert door de keuze voor een andere verwarmingsbron. Voor de werkelijke kosten ben ik daarbij uitgegaan van de werkelijke verbruiken en opwekking, zoals ik die hier al had vermeld. Voor het gemak herhaal ik de getallen hieronder.

Wat20182019verschil
Ruimteverwarming261167-36%
Verbruik/graaddag1,810,95-48%
Elektriciteitsafname281593111%
Elektriciteitsverbruik28141347%
Zonnepanelen21227831%
Zonnedelen1912-37%
Winddelen9452-45%
Zonneboiler1511627%
Totaal opwekking4775046%
Netto elektriciteitsverbruik-4471-260%

Bovenstaande tabel laat zien dat de zonnepanelen in april 2019 inderdaad meer hebben opgewekt dan in april 2018. Terwijl de zonnedelen en winddelen minder hebben opgeleverd en de zonneboiler juist wat meer heeft opgeleverd. Voor de vergelijking van de energiekosten tot en met april 2019 maakt dat niet uit. De verschillen in opwekking zijn namelijk in alle 3 de berekeningen voor 2019 meegenomen. Voor de werkelijke kosten vrij simpel door naar de werkelijke verbruiken en opwekking tot en met april te kijken. De kosten zijn dus niet vergeleken met 2018.

Voor de kosten met hr-ketel heb ik het elektriciteitsverbruik en gasverbruik gecorrigeerd voor het energieverbruik t.g.v. verwarming. Voor verwarming m.b.v. infrarood ben uitgegaan van de verbruikscijfers uit het BeNext systeem. Om het gasverbruik met een hr-ketel te berekenen ben ik uitgegaan van het gemiddeld aantal kilowattuur dat we in maart en april in de periode 2014-2018 hebben verbruikt per graadddag met onze hr-ketel. Het verbruik is dan gelijk aan het aantal graaddagen keer het gemiddeld aantal kWh/graadag. Vermenigvuldig dit met de prijs van aardgas en je hebt de stookkosten met hr-ketel. Tel deze op bij de energiekosten en trek er de verwarmingskosten met infrarood vanaf en je hebt een inschatting van de energiekosten als we niet over zouden zijn gestapt van een hr-ketel naar infraroodverwarming.

Omgerekend naar een standaardjaar tegen de tarieven van 2019 geeft dat onderstaand beeld. Waarbij de kosten wel gestegen zijn ten opzichte van verwarmen met een hr-ketel, maar zeker niet zo veel als ik zou verwachten op basis van COP = 1.

Voor de hypothese COP =1 ben ik ervan uitgegaan dat elke kWh die de hr-ketel een op een vervangen wordt door een kWh elektriciteit. Als die een onjuiste weergave is van wat energie-experts met hun stelling COP = 1 bedoelen dan daag ik ze uit om een toetsbare hypothese achter te laten in de reacties.

Energiekosten zijn ongeschikt om de COP uit te rekenen

Een volledig terecht punt. Mijn werkhypothese, die ik al een paar maanden herhaal hier is dat met COP = 1 bedoelt wordt dat infraroodverwarming geen energie bespaart, zoals een warmtepomp dat wel doet. Een warmtepomp maakt m.b.v. een eenheid elektrische energie meerdere eenheden warmte, vaak uitgedrukt in de COP. Bij een COP van 5 zouden we onze warmtebehoefte van gemiddelde 5.400 kWh kunnen leveren met iets meer dan 1.000 kWh elektriciteit. Bij een COP van 1 is er 5.400 kWh elektriciteit nodig om 5.400 kWh warmte te leveren. Bij een elektrische COP = 1 verwarming verwacht ik dus dat mijn elektriciteitsverbruik op jaarbasis met die hoeveelheid toeneemt. Als ik dat verkeerd verwacht dan hoor ik graag hoe de hypothese dan zou moeten luiden.

Bij de hypothese COP = 1 verwacht ik echter dat ons energieverbruik voor ruimteverwarming vergeleken met een standaardjaar niet tot nauwelijks verandert. Ook betekent het dat ik verwacht dat de variabele energiekosten stijgen, want een kilowattuur elektriciteit is 3 keer zo duur als een kWh gas. Nu snap ik dat die laatste stap een tandje te kort door te bocht kan zijn, daarom hieronder het werkelijk energieverbruik omgezet naar standaardjaar vergeleken met het verwachte energieverbruik op basis van HR en de hypothese dat infraroodverwarming zich gedraagt als een COP =1 verwarming.

Maand20192019 HR/COP=1
Begin jaar00
Januari13511351
Februari23872387
Maart29013162
April30943517

Omgerekend naar een standaard jaar, verbruik ik ruim 400 kWh minder voor ruimteverwarming dan verwacht op basis van ons gemiddelde stookgedrag in de periode 2014-2018. Best wel wat op een totaal van 3.500. Voor de maand maart en april had ik op basis van COP = 1 een elektriciteitsverbruik van 1.130 kWh voor verwarming verwacht (in een standaard jaar). Het werden er 708. Een verschil van 37%. In lijn met de 35% die Gerard de Leede, Professor of Practice Smart Cities, JADS, als praktijkeffect in zijn woning waarneemt. Een resultaat ook dat in lijn is met wat ik zelf een aantal jaar geleden berekende voor een infraroodwoning die ik bezocht en waarvan ik jaarcijfers ontving.

De energietransitie gaat toch om CO2 reductie?

In deze vraag liggen een ten minsten twee aannames verborgen. Ten eerste dat energietransitie enkel om CO2 reductie gaat, ten tweede dat de overstap van aardgas naar infraroodverwarming geen CO2 besparing oplevert.

Om bij de eerste te beginnen. De energietransitie kent voor mij meerdere doelen. Uiteraard gaat het om het tegengaan van klimaatverandering, maar het gaat ook om zaken als het verminderen van onze afhankelijkheid van dictatoriale landen als Saoudi Arabië, het democratiseren van onze energievoorziening (ik ben niet voor niets (bestuurs)lid bij een lokale energiecoöperatie en het terugdringen van mijn fossiele energiegebruik. Elektriciteit is vooralsnog eenvoudiger te verduurzamen dan gas.

Ook op milieugebied is energietransitie voor mij geen single issue, er zijn meer milieuproblemen dan enkel klimaatverandering. Verder schreef ik in 2015 al dat ik van gas af wilde, zodat Nederland warm houden geen reden meer kon zijn om de gaskraan in Groningen open te houden. Inmiddels is bekend dat de gaskraan in Groningen uiterlijk in 2030 dicht gaat (lees: uiterlijk dan is het aardgas in Groningen op), dus dat argument gaat minder op. Daarvoor in ruil komt een CO2 argument: we zullen gas moeten gaan importeren om onze huizen warm te stoken.

Zowel het transport naar Nederland als de conversie van buitenlands gas naar gas dat geschikt is voor het Nederlandse net kost energie. De nieuwe stikstoffabrieken die voor de conversie gebouwd worden zijn grote stroomvreters, aanvoer van LNG is ook een grote energievreter. Daar komt nog bij dat de methaanemissies (een broeikasgas dat 25 keer zo sterk is als CO2) bij winning en transport waarschijnlijk te laag worden ingeschat. Mijn verwachting is daarom dat de CO2 footprint van aardgas de komende jaren zal stijgen. Tegelijkertijd wordt de CO2 footprint van elektriciteit lager, doordat het aandeel groene stroom in de elektriciteitsmix de komende jaren stijgt.

Door meer stroom af te nemen verhoog je het gasverbruik in centrales

Alweer een aanname, die niemand kan onderbouwen. Want weet u op enig moment waar uw stroom vandaan komt? Dat is in het huidige systeem simpelweg niet te achterhalen, behalve voor mijn eigen zonnestroom en voor mijn winddelen. Voor beide geldt dat ik mijn verbruik af zou kunnen proberen te stemmen op de opwekking.

Voor alle andere gevallen geldt: op jaarbasis neem ik 100% Nederlandse groene stroom af. Het systeem garandeert dat elke kWh die ik extra gebruik ook extra opgewekt moet worden. Uiteraard is de hoeveelheid groene stroom beperkt, maar dan nog is het op dit moment simpelweg niet mogelijk om te bepalen waar de extra stroom vandaan komt.

De beste benadering voor dit moment is, naar mijn weten, het GHG protocol, waarin wordt voorgeschreven dat de footprint van elektriciteit bij voorkeur op 2 manieren berekend wordt. Ten eerste door te kijken naar de afgenomen stroom en ten tweede door te kijken naar het netgemiddelde. Om bij de eerste te beginnen: we nemen stroom af van Greenchoice, een combinatie van Nederlandse wind en biomassa. De stroom van biomassa is bij Greenchoice afkomstig van vergisters, dus niet van Canadees en Amerikaans gekapt hout.

Als ik de CO2 footprint van ons energieverbruik op basis van infraroodverwarming vergelijk met de CO2 footprint op basis van HR-verwarming kom ik op de volgende getallen. Bij verwarmen met gas in een standaardjaar stoten we 1,1 ton CO2 uit. Bij verwarmen met infrarood verwacht ik in een standaardjaar 3.600 kWh nodig te hebben, dat levert 0,25 ton CO2 uitstoot op als ik naar het stroometiket van Greenchoice kijk en 1,5 ton CO2 als ik uitga van de netgemiddelde CO2 uitstoot per kWh. Of er sprake is van een daling of een stijging van de CO2 uitstoot is dus niet zo eenduidig. Zoals eerder aangegeven kan het tunen van de hr-ketel theoretisch maximaal 1098 kWh aan gas besparen, dat levert maximaal 0,2 ton CO2 reductie per jaar op. De combinatie van groene stroom met infraroodverwarming levert 0,85 ton CO2 reductie op. En het ging toch om CO2 reductie?

Deze CO2 reductie die ik bereken op basis van de stroom die ik afneem is in lijn met wat een andere grote kwaliteitsleverancier van infraroodverwarming in Oostenrijk voorrekent op basis van een woning met een vloeroppervlak van 119 m2 en een warmtevraag van 54 kWh/m2 per jaar. Al heb ik niet kunnen achterhalen met welke emissie per kWh daarbij gerekend wordt.