Grootschalig landherstel

Op Sargasso besteden we regelmatig aandacht aan ontwikkelingen op gebied van duurzame energie, maar minder aan andere oplossingen voor de ecologische crises waar we voor staan. Vandaag een korte film over hoe een stuk Egyptische woestijn regeneratief hersteld werd door Sekem. Sekem is een initiatief uit 1977 van het echtpaar Ibrahim en Gudrun Abouleis, dat 40 jaar geleden begon met het omvormen van 70 hectare woestijngrond tot landbouwgrond. Inmiddels is het project zowel sociaal, cultureel, economisch als ecologisch fors gegroeid. Het project omvat inmiddels scholingsprogramma’s, verschillende bedrijven en er wordt gewerkt aan het herstel van nog eens 2500 hectare woestijn.

Naast Sekem is ook het Nederlandse Commonland actief met grootschalig landschapsherstel. Een van de projecten van Commonland is het ecologisch herstel van de veenweidegebieden in de Vechtstreek. Twee andere Nederlandse initiatieven die zich richten op een duurzamere landbouw zijn Land van Ons (disclaimer: ik ben sinds begin dit jaar lid van Land van Ons) en Herenboeren.

Klimaateffect

Het herstel van gedegradeerde grond is niet alleen van belang voor lokale mensen, dieren en planten. Het kan ook een bijdrage leveren aan het tegengaan van klimaatverandering. Volgens berekeningen van Project Drawdown kan met het herstellen van gedegradeerde landbouwgronden wereldwijd 12 tot 25 gigaton CO2 worden vastgelegd tot 2050. De kosten van deze maatregel bedragen US$100 tot US$160 miljard. De financiële opbrengsten over de levensduur worden ingeschat op US$2.660 tot US$4.300 miljard. Dat staat nog los van de effecten van herstel van tropisch regenwoud, bossen in gematigde klimaatzones of het planten van boomplantages op gedegradeerde landbouwgronden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Quote du Jour | Op ramkoers met Duitsland

In Trouw reageerde Rob de Wijk op de Nederlandse reactie op de voorstellen voor het steunpakket van de Europese Commissie. Hij blijft zich verbazen over dit gedrag, waardoor Nederland nu ook op ramkoers met bondgenoot Duitsland is komen te liggen. Iets wat niet echt in het belang van Nederland is, maar ja:

Nederland ziet de begroting als een huishoudboekje dat moet kloppen. Veel andere landen zien de begroting als een politiek instrument om iets te bereiken. Het gevolg van de Nederlandse boekhoudersmentaliteit is dat burgers in tegenstelling tot die in andere landen al jarenlang op de nullijn zitten. De koopkracht had kunnen stijgen als de staatsschuld iets groter was geweest.

Nederland is met zijn open economie een van de grootste profiteurs van de Euro. Door de muntunie kan Nederland tegen een gunstige wisselkoers naar de rest van de wereld exporteren. De zwakkere Zuid-Europese landen helpen ons aan die gunstige wisselkoers. Dat Nederlanders daar weinig van merken in hun portemonnee is een politieke keuze, geen wet van meden en perzen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Coronasteun: het verschil tussen bedrijf en land

De afgelopen maanden is er volop discussie over de vraag of er voorwaarden gesteld moeten worden aan bedrijven die steun ontvangen vanwege de coronacrisis. Tegelijkertijd lopen er soortgelijke discussies over steun aan Zuid-Europa en overzeese gebiedsdelen. Wat daarbij opvalt is het verschil in voorwaarden voor steun aan bedrijven en voorwaarden voor steun aan Zuid-Europa en de Antillen.

Steun aan Zuid-Europa en Antillen

Zowel Zuid-Europa als de Antillen zijn zwaar geraakt door de coronacrisis. In met name Italië en Spanje is sprake van een groot aantal besmettingsgevallen en doden door het coronavirus. Beide landen hebben stevige beleidsmaatregelen getroffen om het virus in te dammen, wat voor forse economische schade zorgt. Op de Nederlandse Antillen ligt het aantal besmetting per miljoen inwoners een stuk lager dan in Italië en Spanje, met uitzondering van Sint Maarten.

Voor zowel Spanje, Italië als de Nederlandse Antillen geldt dat de economie in een stevige crisis terecht is gekomen. Voor al deze landen is toerisme een belangrijke sector van hun economie, waardoor momenteel veel inkomsten wegvallen en de werkloosheid stevig oploopt. In april betrok het kabinet bij monde van minister Hoekstra een harde lijn als het gaat om economische steun voor Spanje en Italië, van gezamenlijke eurobonds of het laten vallen van de bestaande voorwaarden aan noodsteun kon geen sprake zijn.

Begin april werd gewaarschuwd dat de armoede hard toeslaat op Curaçao en Sint Maarten. Staatssecretaris Knops stelt eisen aan het noodpakket. Daarbij gaat het onder andere om de hoogte van de salarissen in de publieke sector en transparantie over de financiële sector.

Bedrijfssteun

Deze week presenteerde het kabinet ook de tweede set van maatregelen voor het Nederlands bedrijfsleven. Bedrijven die gebruik willen maken van het nieuwe steunpakket mogen geen bonussen betalen of dividend uitkeren. Hiermee wordt gedeeltelijk tegemoet gekomen aan de kritiek die het eerste steunpakket opriep. Zo kon Booking.com, dat de afgelopen jaren al miljarden staatssteun ving via o.a. belastrulings en de expat regeling, zijn loonkosten bij de samenleving neerleggen. In het nieuwe steunpakket wordt echter niet echt doorgepakt als het gaat om belastingontwijking. Bedrijven worden niet verplicht om hun belastingrulings te openbaren of om aan te tonen dat ze in Nederland belasting afdragen. Bedrijven als Booking.com kunnen dus gewoon gebruik blijven maken van de staatssteun.

Met name de VVD keert zich tegen extra maatregelen aan het bedrijfsleven, zoals ook bleek bij de discussie over de redding van KLM. De VVD vreest daar dat eisen op gebied van duurzaamheid de KLM op achterstand zetten. Wat vreemd is, omdat op termijn de wereldwijde luchtvaartsector aan duurzaamheidseisen zal moeten voldoen om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. KLM zou dus eerder koploper worden, waar binnen het Europees milieusteunkader ook extra financiële ondersteuning voor mogelijk is vanuit de staat.

Verschil

Het kabinet stelt harde voorwaarden op het gebied van economische hervormingen aan economische steun aan Zuid-Europa en de Antillen. Tegelijkertijd weigert het soortgelijke voorwaarden neer te leggen richting het bedrijfsleven. Veel van de voorstanders van eisen aan Zuid-Europa en de Antillen stellen zich op het standpunt dat dat nodig is om de steun van kiezers te behouden. Aan hen heb ik wel de vraag waarom het kabinet dan niet minstens net zoveel werk zou moeten maken van de aanpak van belastingontwijking door het bedrijfsleven? Zeker nu belastingontwijkers als Booking.com in Nederland wel massaal uit de staatsruif mee willen eten, maar weinig aan het collectief bijdragen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

CO2 emissies India dalen voor het eerste in bijna 40 jaar

De CO2 uitstoot van India is in het fiscale jaar dat eindigde in maart voor het eerst in 40 jaar gedaald, dat blijkt uit een analyse van Carbon Brief. Zowel de vraag naar kolen als olie is gedaald door de lockdown ten gevolge van het coronavirus.

De tijdelijke gevolgen van de coronacrisis kunnen om verschillende redenen een blijvende impact op de ontwikkeling van de toekomstige CO2 uitstoot van India kunnen hebben:

  • Post-crisis economic stimulus could be directed towards reinvigorating the country’s renewable energy programme.
  • Plummeting electricity demand has brought the power industry’s long-brewing financial problems to a head, necessitating bailouts with the potential for structural changes.
  • Experience of exceptional air quality could add momentum to efforts against air pollution, resulting in strengthened targets and standards.

Of India daadwerkelijk een duurzaam herstelpakket gaat maken blijft de vraag. Het lijkt zekerder dat de grote verbetering van de luchtkwaliteit tot meer maatschappelijke druk zal leiden om luchtvervuiling aan te pakken. Het aanpakken van luchtkwaliteit vergt aanpak van kolencentrales en vervanging van diesel door elektrische voertuigen.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Energieverbruik en productie mei 2020

De zonnige maand mei is achter de rug en juni is gelukkig begonnen met meer regen en wolken. Voor onze energieproductie was de zonnige mei maand prettig, voor de natuur, landbouw en onze tuin een stuk minder.

Wat (in kWh)20192020verschil
Ruimteverwarming1101-100%
Warm water223216-3%
Apparaten23128423%
Totaal verbruik564501-79%
Verbruik/graaddag0,710,00-99%
Gasverbruik5949-17%
Elektriciteitsafname341285-16%
Teruglevering19025233%
Elektriciteitsverbruik15133-78%
Zonnepanelen28035627%
Zonnedelen284146%
Winddelen578549%
Zonneboiler1641672%
Totaal opwekking52964923%
Netto elektriciteitsverbruik-214-449110%

Bruto energieverbruik

Ons bruto energieverbruik tot en met mei ligt lager dan in 2019 en 30% lager dan gemiddeld in de periode 2011-2018, exclusief 2013. Het lagere verbruik ten opzichte van 2019 komt deels doordat we dit jaar in mei nauwelijks hebben hoeven stoken, terwijl we vorig jaar nog wel de kachels aan hadden in mei. Dit jaar hebben we enkel één keer de badkamer opgewarmd.

De verlaging van ons bruto energieverbruik ten opzichte van de periode 2011-2018 komt door de overschakeling op infraroodverwarming. Dat is goed te zien in onderstaande grafiek, waarin geel het energieverbruik voor verwarming betreft. De piek in verbruik lag afgelopen stookseizoen beduidend lager dan voorgaande jaren.

Ook op jaarbasis is het bruto energieverbruik gedaald, het ligt momenteel op 8.432 kWh. Met name het verbruik voor verwarming is gedaald, waarbij in onderstaande grafiek nog geen rekening is gehouden met temperatuurverschillen tussen de verschillende jaren.

De verdeling van ons energieverbruik tussen verwarming, warm water en elektrische apparaten is inmiddels ongeveer gelijk. Alle drie de toepassingen vormen ongeveer 1/3 van ons totale energieverbruik.

Energieproductie

Mei was een goede maand voor de elektriciteitsproductie. Zowel onze winddelen, zonnepanelen als zonnedelen leverden meer op dan in 2019. Samen met een lager energieverbruik dan in 2019 zorgt dat er voor dat we deze maand stroom meer energie hebben geproduceerd dan verbruikt.

In bovenstaande grafiek is te zien dat vooral onze zonnepanelen veel elektriciteit hebben opgewekt. Toch hebben we 70% van de geproduceerde elektriciteit zelf verbruikt en slechts 30% teruggeleverd aan het net. Dat is een hoger percentage zelf gebruik in mei dan ik had verwacht. Samen met de zonnedelen en winddelen hebben we 649 kWh elektriciteit opgewekt, dat is 23% meer dan in 2019.

In bovenstaande grafiek is goed zichtbaar dat ons elektriciteitsverbruik op jaarbasis sinds het installeren van de infraroodverwarming gestegen is, terwijl het totale energieverbruik op jaarbasis tijdens de stookmaanden gedaald is. Inmiddels verbruiken we ongeveer 6.000 kWh per jaar voor verwarming en apparatuur, daarvan kopen we zo’n 2.000 kWh elektriciteit in en de rest wekken we zelf op met onze zonnepanelen, winddelen en zonnedelen. Dat betekent wel dat we zo’n 2.000 kWh extra duurzame elektriciteit op moeten gaan wekken om op jaarbasis weer evenveel elektriciteit op te gaan wekken als dat we verbruiken, om ons volledig energieverbruik op jaarbasis zelf op te wekken (dus ook ons gasverbruik) moeten we 3.300 kWh extra opwekken.

In bovenstaande grafiek wordt het deel dat we zelf opwekken gevormd door zonnewarmte, zonnepanelen, zonnedelen en winddelen. Gas en elektriciteitsinkoop vormen 40% van ons energieverbruik, de overige 60% van onze energie produceren we zelf. Begin 2019 was 40% produceerde we ongeveer 40% van onze eigen energie, terwijl we 60% inkochten in de vorm van aardgas. De overstap op infraroodverwarming heeft dus niet alleen geleid tot een forse daling van ons gasverbruik, maar ook tot een groter aandeel zelf geproduceerde energie door energiebesparing.

In bovenstaande grafiek is te zien dat het aandeel gas fors gedaald is naar 16%, terwijl het aandeel in ons energieverbruik voor de overschakeling naar infraroodverwarming rond de 60% lag. Onze zonneboiler levert inmiddels 15% van het energieverbruik, doordat we minder energie verbruiken. De overige 70% van ons energieverbruik bestaat uit elektriciteit.

Nieuwe coalitie Noord-Brabant handhaaft klimaatambities

De nieuwe coalitie van Noord-Brabant bestaande uit VVD, Forum voor Democratie, CDA en Lokaal Brabant heeft vandaag haar bestuursakkoord gepresenteerd. In dit bestuursakkoord zijn de afspraken over energie en klimaat gehandhaafd. Brabant zet in op 50% duurzame energie en een CO2 reductie van 50% in 2030. Ook de afspraken over wind op land uit 2013 (het Energie Akkoord) worden nagekomen. De provincie blijft tegen (fracking voor) aardgaswinning in de provincie en biomassacentrales hebben niet de voorkeur in het beleid. Daarmee zet de provincie Brabant in op een veel hoger percentage duurzame energie dan de landelijke overheid (25%) en willen ze 1% meer CO2 reduceren in 2030 dan het rijk.

Martien Visser, lector Energietransitie Hanzehogeschool/Entrance wijst er op twitter op dat van die 25% duurzame energie 8,5% op zee wordt gerealiseerd. Waardoor er provincies gemiddeld slechts 16,5% duurzame energie hoeven te realiseren.

In het bestuursakkoord is opgenomen dat Brabant open staat voor kernenergie en onderzoek wil doen naar thoriumcentrales. Bij kerncentrales kan de provincie niet om het rijk heen, omdat het rijk gaat over de vergunningverlening en de locatiebepaling voor kerncentrales. Naar mijn weten is er geen locatie in de provincie Noord-Brabant aangewezen voor kernenergie. Aangewezen locaties zijn Borssele (Zeeland), Tweede Maasvlakte (Zuid-Holland) en Delfzijl (Groningen). Ook Dodewaard (Gelderland) heeft mogelijk nog een ruimtelijke bestemming voor kernenergie, als is de centrale daar al een tijd gesloten.

Thoriumcentrales zijn volgens energie-expert Jasper Vis niet commercieel beschikbaar voor 2050, al denkt Henri Bontenbal (strateeg bij Stedin) dat ze al over 10 tot 15 jaar beschikbaar kunnen zijn.

Saillant detail: Forum voor Democratie levert de gedeputeerde voor energie. Vanuit het aanpakken van klimaatverandering en het belang van energietransitie hebben het CDA en VVD in Brabant een mooi coalitieakkoord gesloten met Forum voor Democratie, waarin de belangrijke punten op gebied van energie en klimaat overeind blijven.

In het stikstofdossier concludeert Trouw dat de boeren de winnaar en de natuur de verliezer is van het nieuwe coalitieakkoord.

Meer informatie in deze draadjes op twitter van Henri Bontenbal en Remco de Boer.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Menselijke niche verschuift door klimaatverandering

De Wageningse hoogleraar Marten Scheffer en een groep internationale onderzoekers concludeert in een onderzoek dat is gepubliceerd in PNAS dat mensen een sterke voorkeur hebben voor een leefomgeving met een gemiddelde temperatuur tussen de 11 en 15 graden Celsius op jaarbasis. Ook al weet de mens zich ook buiten deze temperatuurniche te handhaven. Daarmee bevestigt het onderzoek van Scheffer, volgens Trouw, de uitkomsten van een economisch onderzoek van vijf jaar geleden. De uitkomst van dit in Nature gepubliceerde economisch onderzoek was dat de economie bij een temperatuur rond de 13 graden het best gedijt; in warmere jaren gaat het minder, in koudere ook.

Het is de verwachting dat door menselijke klimaatverandering de temperatuurzones de komende decennia gaan verschuiven, waarbij de optimale menselijke niche richting de polen gaat verschuiven en er rond de evenaar een deel van de menselijke niche verloren gaat. In 2050 zorgt dat er volgens Scheffer voor dat:

in the absence of migration, one third of the global population is projected to experience a MAT >29 °C currently found in only 0.8% of the Earth’s land surface, mostly concentrated in the Sahara. As the potentially most affected regions are among the poorest in the world, where adaptive capacity is low, enhancing human development in those areas should be a priority alongside climate mitigation.

Als al deze mensen op zoek gaan naar een plek binnen de menselijke niche gaat het om 3,5 miljard klimaatvluchtelingen in 2050, ter vergelijking in 2018 waren er volgens UNHCR 70,8 miljoen vluchtelingen wereldwijd. Zelfs als slechts 10% van de bewoners van gebieden die op jaarbasis gemiddeld warmer worden dan 29 °C op de vlucht slaan betekent dat een veelvoud aan klimaatvluchtelingen vergeleken met het totaal aantal wereldwijde vluchtelingen in 2018. De beste manier om deze migratie tegen te gaan is het tegengaan van verdere klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen sterk te beperken, wat met name actie van de rijkste 10% van de wereld vergt.

Een kanttekening bij het onderzoek is dat gerekend is met het RCP8.5 scenario (>4 °C in 2100) van het IPCC, terwijl de CO2 emissies inmiddels meer op het pad van het RCP6 scenario liggen (3 °C stijging van de temperatuur in 2100). Ook gaat de studie uit van SSP3, een scenario voor de sociaal economische ontwikkelingen dat uitgaat van opspelend nationalisme en blijvend hoge bevolkingsgroei in ontwikkelingslanden. Aangezien de bevolkingsgroei ook in een toenemend aantal ontwikkelingslanden daalt. Meer uitleg over de SSP’s vind je hier, meer uitleg over de RCP’s hier.

Als uitgegaan wordt van RCP6 is de verwachting dat de klimaatzones minder snel opschuiven en een SSP met een dalende bevolkingsgroei in ontwikkelingslanden (bv SSP2) zal het aantal mensen dat buiten de optimale klimaatzone voor de menselijke soort lager liggen dan de studie van Scheffer verwacht. Of het aantal klimaatvluchtelingen in 2050 dan ook kleiner is hangt af van de vraag of mijn op niets gebaseerde aanname dat 10% van de mensen een ander heenkomen zal zoeken klopt.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Tony Seba over disrupties door cleantech

Dit weekend had ik een behoorlijk zure recensie van de film Planet of Humans van Jeff Gibbs. Tijd om er vandaag wat positievers tegenover te zetten: de verwachtingen van Tony Seba over de impact van clean tech op olie, kolen en brandstofvoertuigen. Kleine waarschuwing vooraf: Seba staat niet stil bij de voor- en nadelen ten aanzien van het milieu. Als je een beetje oplet en zijn voorspellingen ziet met betrekking tot het aantal auto’s in de VS dan zit daar al wel een heel stuk milieuwinst. Minder auto’s betekent minder grondstofverbruik, minder brandstofauto’s betekent minder luchtvervuiling en minder behoefte aan olie. Seba zit, meer nog dan Bloomberg New Energy Finance, aan de kant van techno-optimisten. Hij onderbouwt zijn verwachtingen wel met veel data. Ze zullen niet allemaal uitkomen, maar een aantal van zijn oudere voorspellingen is inmiddels aardig uitgekomen (al was hij soms wat te pessimistisch).

Veel kijkplezier.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Energieverbruik en productie april 2020

Maart en april zijn voorbij, maar met de coronamaatregelen waardoor werk nu ineens gecombineerd moet worden met parttime lesgeven aan de kinderen was het er de afgelopen maanden niet van gekomen om naar ons energieverbruik te kijken. Tijd om er toch nog eens een blik op te werpen, waarbij ik maart oversla en meteen naar april ga.

Bruto energieverbruik

Ons bruto energieverbruik lag in de eerste vier maanden van 2020 34% lager dan in het eerste vier maanden van het gemiddelde over de eerdere jaren (minus 2013, want dat blijft een raar jaar). De enige grote verandering die we sinds maart 2019 hebben gemaakt in ons huis is het overschakelen naar infraroodverwarming. Daar staat tegenover dat de eerste vier maanden van 2020 met 1.234 graaddagen erg warm vergeleken met eerdere jaren (ter vergelijking: 2018: 1.482, 2019: 1.319).

Netto energieverbruik en verdeling naar functie

Ook ons netto energieverbruik ligt dit jaar beduidend lager dan in voorgaande jaren, terwijl we geen extra zonnepanelen, zonneboiler, zonnedelen of winddelen hebben aangeschaft. Wat naast het lagere bruto energieverbruik wel meehelpt is dat onze zonnepanelen, zonnedelen en winddelen de eerste vier maanden zo’n 100 kWh meer hebben opgewekt dan in 2019.

In april hebben we de kachel nog wel een paar keer aangehad, wat te zien is in onderstaande grafiek. Het leeuwendeel van het verbruik in april zit hem echter in warmte voor warm water en voor elektrische apparaten. Het grootste deel van de energie voor warm water werd door de zon geleverd.

In het totale verbruik op jaarbasis is vooral het verbruik voor verwarming gedaald. Dit is nog maar 35% van ons totale energieverbruik. Terwijl dit in voorgaande jaren tussen de 40 en 50% schommelde.

Energieverbruik verwarming

Het meest voor de hand ligt het om het lagere energieverbruik aan de warmere temperaturen toe te schrijven. Wanneer ik kijk naar het energieverbruik per graaddag is er op jaarbasis een daling te zien van 43% per graaddag. De piek in verbruik per graaddag lag dit stookseizoen ook lager dan in voorgaande jaren.

Het totale energieverbruik voor verwarming gecorrigeerd voor de temperatuur lag ook lager dan voorgaande jaren. Op jaarbasis verbruiken we nu in een standaardjaar (2.790 graaddagen) 3.300 kWh. Dat is 41% minder dan waar het model van CE vanuit gaat.

Energiebronnen

In april hebben we meer energie opgewekt dan dat- we hebben verbruikt. In onderstaande grafiek is ook goed zichtbaar dat onze winterpiek dit jaar beduidend lager ligt dan eerdere jaren en dat de aardgas vraag fors lager lag.

Op jaarbasis is het effect van infraroodverwarming nu goed zichtbaar geworden in onze energiemix. We verbruiken zo’ n 6.000 kWh elektriciteit, waarvan we nu ongeveer 1/3 inkopen. De andere 4.000 kWh wekken we zelf op met onze zonnepanelen, zonnedelen en winddelen. Het gasverbruik is sterk teruggelopen en bedraagt nu minder dan 1.400 kWh (150 m3 aardgas) op jaarbasis. Het gaat om verbruik voor warm water, afhankelijk van de vraag of onze warmwatervoorziening in het stookseizoen gaan oplossen met een doorstroomverwarmer of een warmtepomp krijgen we er nog tussen de 500 en 1.400 kWh elektriciteitsverbruik bij op jaarbasis.

Inschatting elektriciteitsverbruik Greenchoice

Zoals iedere maand heeft Greenchoice ons een overzicht gestuurd van ons gas- en elektriciteitsverbruik in april. Dit overzicht bevat ook een inschatting van ons netto-elektriciteitsgebruik op jaarbasis. Ons werkelijk elektriciteitsverbruik op jaarbasis ligt al 3 maanden gelijk net onder de 4.000 kWh. De verwachting van Greenchoice is gedaald van bijna 10.000 kWh in januari en februari, naar 7.000 kWh in maart. In april is de inschatting gedaald naar minder dan 3.000 kWh per jaar, terwijl ons werkelijk elektrictieitsverbruik nog steeds rond de 4.000 kWh ligt.

Recensie Planet of the Humans (2019)

De documentaire Planet of the Humans van regisseur Jeff Gibbs en producent Michael Moore maakt de tongen over duurzame energie los. Aan het eind van de film blijkt de centrale stelling dat alleen minder consumeren en minder mensen een oplossing bieden. De weg daarnaartoe leidt langs veel halve onwaarheden en verouderde informatie over duurzame energie en de milieubeweging, en langs een van de vaste stokpaardjes van producent Michael Moore: kapitalisme is slecht en de 1% heeft de macht gegrepen. In een reactie op de commotie geeft Michael Moore aan dat het gelukt is om het debat te openen:

Onder welke steen de beste man de afgelopen 20 jaar gelegen heeft weet ik niet, want het debat over bio-energie woedt al jaren. Net zoals er al jaren stil aandacht is voor de nadelen van wind- en zonne-energie, voor het feit dat elektrische auto’s de files niet gaan oplossen en voor het feit dat enkel en alleen de overschakeling op duurzame energie niet afdoende gaat zijn om binnen de ecologische grenzen te blijven. Zoals er ook al decennia aandacht en beleid is om de groei van de wereldbevolking indirecte af te remmen, bijvoorbeeld door beter onderwijs voor meisjes en door seksuele voorlichting. Directere vormen voor het afremmen van de bevolkingsgroei, zoals de één kind politiek in China, hebben zacht gezegd nogal nare bijwerkingen gehad.

En om nou te zeggen dat Michael Moore degene is die het debat over de tegenstelling tussen kapitaal (de 1%) en arbeid nieuw leven in blaast lijkt me ook wat te veel eer, dat debat is naar mijn mening veeleer nieuw leven ingeblazen door economen als Thomas Piketty. En zoals Jef Fox in The Nation schrijft de film mist alle hoopvolle ontwikkelingen van het afgelopen decennium, waarin de Amerikaanse milieubeweging een vuist wist te maken ondanks een niet zo milieuvriendelijke en een ronduit milieu-onvriendelijke president.

Aangezien de film ook in de reacties van Sargasso discussie deed opwaaien schreef ik voor Sargasso onderstaande recensie. Inclusief een niet uitputtend overzicht van onjuiste en verouderde informatie in de film en met links naar meer lezenswaardige reacties op de film. Los van de inhoud vind ik de film naar overigens een draak. De documentaire mist de subtiliteit en scherpte van het oudere werk van Michael Moore, zoals Bowling for Columbine of Roger & me. Ook zit de film vol met pathetische filmmuziek, waar ik een broertje dood aan heb.

Duurzame energie als het antwoord voor alle problemen?

Zo ergens rond minuut 55 van de documentaire wordt een van de grootste stropoppen van de film opgezet: milieugroepen zouden al jaren roepen dat alles goed komt als we maar overschakelen op duurzame energie. En goh, wat gek, dat blijkt niet waar te zijn. Zelfs wanneer iedereen overschakelt op duurzame energie houden we sociale- en milieuproblemen. Daarbij blijken duurzame energiebronnen ook hun eigen sociale en milieuproblemen te kennen, bv bij de winning van de grondstoffen en in de afvalfase. Een onderwerp waar ik in 2012 al over schreef schreef. Gibbs vergeet voor het gemak te melden dat de bij de winning van grondstoffen voor de alternatieven (fossiele energie en uranium) ook de nodige misstanden zijn. Denk bijvoorbeeld aan de bloedkolen discussie van een paar jaar geleden, aan de enorme landschappelijke schade van dagmijnbouw in Duitsland en Canada, de vervuiling van de Niger delta door de oliewinning, door uranium winninig in Namibië of dichter bij huis de ellende ten gevolge van gaswinning in Groningen.

Een groter probleem is dat Gibbs geen enkel voorbeeld noemt van een milieugroep die heeft gesteld dat met de overgang op duurzame energie alles is opgelost. Niet zo vreemd, want ik ken ze niet. Als ik me beperk tot Nederland noemt Urgenda in haar Visie 2030 een vijftal transities waarvan de overgang naar duurzame energie er maar een is. Naast de overgang op duurzame energie gaat het bij Urgenda om anders eten, anders wonen, andere vormen van mobiliteit en andere manieren van produceren. In al die transities speelt het reduceren van de vraag naar energie een belangrijke rol. In Amerika spreekt het Rocky Mountain Institute al sinds 1990 over NegaWatts als belangrijke opgave. In Nederland pleit Milieudefensie al een aantal jaar onder de term eerlijk om voor een inclusieve energietransitie. En wie hun website bekijkt kan toch moeilijk beweren dat ze enkel gericht zijn op duurzame energie, Milieudefensie zet zich ook al jaren in voor aanpassingen in handelsverdragen. Ook bij Greenpeace is niet terug te vinden dat ze enkel op duurzame energie gefocust zouden zijn als panacee voor alle milieuproblemen.

In de documentaire moeten vooral 350.org en Bill McKibben het ontgelden, zijn reactie vind je hier. Waarschuwing: hij is een stuk beter onderbouwd dan Planet of Humans, dus als je liever blind scheld op de milieubeweging kan ik je het lezen van zijn reactie afraden.

Wellicht dat een van de lezers een milieuorganisatie kent die enkel inzet op duurzame energie als oplossing voor alles?

Meer weten over het tegen gaan van klimaatverandering, of sociale en ecologische grenzen aan groei

Wie meer wil weten over wat er wel allemaal nodig is (en mogelijk) en nieuw is in dit onderwerp raad ik aan om dit artikel uit 2006 over wedges te lezen. Het artikel gaat over de aanpak die Rob Socolow en Stephen Pacala, beide Princeton, hebben geïntroduceerd. Waarbij een wedge een techniek is die in 2055 de emissie met 1 miljard ton CO2 kan hebben verminderd, bv. de inzet van kernenergie, energiebesparing in gebouwen of de inzet van zonne-energie. Princeton onderscheidt op haar website momenteel 15 technologieën die een wedge vormen, waarvan maar 6 met energieproductie te maken hebben. Een uitgebreidere bron van beschikbare technieken die doorontwikkeld en geïmplementeerd moeten worden vind je bij het Internationaal Energie Agentschap, waarbij ze ook aangeven of een techniek op het goede spoor is om zijn bijdrage te leveren. Ook het IEA kijkt verder dan enkel de inzet van (duurzame) energie. Een toegankelijke database vol met mogelijke oplossingen wordt ook geboden door Project Drawdown. Wederom een berg maatregelen die verder gaan dan duurzame energie, waarmee de stelling van Gibbs en Moore dat er enkel focus ligt op duurzame energie wederom gefalsificeerd is. Voor wie een combinatie tussen sociale en ecologische grenzen zoekt kan ik Donut economy van Kate Raworth aanraden.

Het centrale plaatje van haar theorie staat hierboven. Volgens Raworth hebben mensen behoefte aan een zeker minimum aan voorzieningen, zoals onderdak, vrede en gerechtigheid, energie en voedsel. Wanneer er te veel wordt geconsumeerd lopen we echter tegen ecologische grenzen aan, bijvoorbeeld in de vorm van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies of tekorten aan water. Toch niet echt een voorbeeld van enkel kijken naar duurzame energie….

Overbevolking en overconsumptie

Aan het eind van de film schakelt de film zonder goede onderbouwing over naar het feit dat overbevolking en overconsumptie het werkelijke probleem zouden zijn. Los van het feit dat ik me afvraag hoe je in korte tijd de wereldbevolking terug zou kunnen dringen is het een typisch hondenfluitje voor racistische reacties. Want welke bevolkingsgroepen willen Moore en Gibbs dan terugdringen? En hoe zien ze dat voor zich? Daarbij: er wordt al decennia bevolkingspolitiek bedreven. Soms met gruwelijke bijwerkingen, zoals bij de eenkindpolitiek in China. Reden waarom de focus steeds meer verschoven is naar indirecte vormen van geboortebeperking door te investeren in beter onderwijs voor meisjes en in gezinsplanning. Maatregelen die langzaam maar zeker hun vruchten afwerpen, al geldt dat zeker niet voor alle landen. Wereldwijd gezien daalt het aantal kinderen per vrouw al sinds de jaren 50. Uit mijn hoofd zijn er ongeveer 2,2 kinderen per vrouw nodig om de bevolking stabiel te houden, op Afrika na zaten alle continenten daar in 2015 onder.

Brian Kahn trekt het overbevolkingsverhaal nog een stapje verder:

If renewables are so bad, then what does a few million less people on the planet going to do? Oh, and who are we going to knock off or control for? Who decides? How does population control even solve the problem of corporate influence on nonprofits and politics?

Vragen waar de documentaire geen antwoord op geeft. Wellicht dat een van de lezers van Sargasso antwoord kan geven op de vraag hoe je op een ethisch verantwoorde manier 90 tot 95% CO2 reductie bereikt via bevolkingspolitiek en zonder aanpassing in onze levensstijl of overschakeling op duurzame energie.

Een tweede punt dat de documentaire aanhaalt is overconsumptie. Bezien vanuit de donut van Kate Raworth zijn er ongetwijfeld delen van de wereld waar de consumptie op een niveau ligt waardoor ecologische grenzen worden overschreden. In Nederland zijn de grenzen die het meest recent knellen klimaatverandering, neerslag van stikstof en chemische verontreiniging (pfas). Tegelijkertijd zijn er delen van de wereldbevolking waar de consumptie zo laag ligt dat niet voldaan wordt aan een sociaal minimum. Denk aan de beschikbaarheid van energie, voedsel of vrede in grote delen van de wereld. Is er dan sprake van een totale overconsumptie? Eerder van een gebrek aan spreiding van consumptie over de wereld. Al heb ik zo’n vermoeden dat een deel van de mensen die verheugd reageert op de kritiek van de film op duurzame energie het maar lastig gaat vinden als we geld gaan overmaken naar Zuid-Europa of Afrika om mensen daar binnen de donut te krijgen… Hetzelfde geldt denk ik voor de benodigde aanpassingen in onze levensstijl om de het aandeel in de CO2 uitstoot waarvoor de rijkste 10% verantwoordelijk is terug te brengen. Al helemaal als we duurzame energie daarbij uitsluiten als oplossing voor een deel van het terugdringen van onze CO2 emissies.

Vraagtekens bij biobrandstoffen/biomassa

De film zet terecht vraagtekens bij bepaalde vormen van biobrandstoffen en biomassa. Vraagtekens die al jaren gezet worden, deSER bracht in 2010 al een advies uit over de kansen en dilemma’s van een biobased economy. De discussie over het maken van ethanol van mais loopt al zeker 10 jaar, aangezwengeld door met name de milieubeweging en ontwikkelingsorganisaties zoals OxfamNovib. Onder het motto geen voedsel in de tank verzetten zij zich al jaren tegen deze zogenaamde eerste generatie biobrandstoffen, die gemaakt wordt van voedselgewassen. Een van de redenen is dat buitenlandse investeerders massaal grond opkochten om er grondstoffen voor biobrandstoffen op te verbouwen in plaats van voedsel. De tweede generatie biobrandstoffen wordt veelal gemaakt van afval, zoals frituurvet of kadavers. Ook over het gebruik van deze biobrandstoffen bestaat al jaren discussie. Reden voor Nederland om al zeker sinds 2012 in te zetten op geavanceerde biobrandstoffen op basis van algen en bacteriën. In 2019 nam de EU nieuwe duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen aan. Daarmee is de discussie niet volledig weg, maar neemt de EU onder druk van actievoerders en groene partijen wel maatregelen om een deel van de nadelen tegen te gaan. Ontbrekende figuren onder die actievoerders het afgelopen decennium: Michael Moore en Jeff Gibbs. En ik vermoed een heleboel andere mensen die nu dwepen met de negatieve aspecten van biobrandstoffen. De grote palmolieplantages ontging het nieuws vorig jaar niet.

Ook bij de inzet van biomassa voor energie zijn de nodige vraagtekens te zetten. Al is het ook daar wel zaak om niet alles over een kam te scheren. Maar vooral ook om te zien vanuit welke hoek de afgelopen jaren gestreden is voor verbeteringen of afbouw van de inzet van biomassa. Op landelijk niveau zijn het vooral GroenLinks, D66, CU en PvdD en in mindere mate SP en PvdA geweest die zich tegen de inzet van biomassabijstook in kolencentrales hebben gekeerd. De namen Michael Moore en Jeff Gibbs zijn daarbij nooit gevallen. Ook een deel van de mensen die zich nu op twitter druk maken over de stikstofemissie van biomassaverbranding heb ik niet gehoord toen in 2009 te maken kreeg met dilemma’s rond de extra stikstof van een op biodiesel gestookte energiecentrale op de Maasvlakte. Ik heb ook zo’n vermoeden dat een aanzienlijk deel van de mensen die naar aanleiding van deze film tegen de inzet van biomassa ageert niet weet hoe de partij waarop ze de afgelopen decennia hebben gestemd hier tegenover staat. In de peilingen van de VVD is er in ieder geval niets te merken van weerstand tegen biomassa.

De situatie bij biogas ligt ook genuanceerd, biogas gemaakt van een rioolwaterzuivering of afgevangen van een vuilnisbelt zorgt voor weinig controverse. Lastiger ligt het al als er met subsidie mest vergist wordt. In hoeverre houdt dat de intensieve veeteelt in stand? Ook dat is een discussie die al jaren gevoerd wordt.

Dat nuances ten aanzien van bio-energie geen plaats krijgen in de film van Gibbs vind ik kwalijk, dat mensen die betrokken zijn bij bio-energie geen pakkende one-liner hebben als antwoord vind ik logisch. Het gaat niet over wapenbezit, het gaat over een van de lastigste en taaiste onderdelen van de energietransitie. Een onderdeel waar in de Tweede Kamer en in het Europees Parlement al jaren met regelmaat over gedebatteerd wordt. Met een beetje zoeken op internet kom ik ook Amerikaanse studies en artikelen tegen uit 2006 die soortgelijke discussies oproepen ten aanzien van biobrandstoffen van mais als de film van Moore en Gibbs doet. Dat zij er pas in 2020 mee komen doet me in herhaling vervallen: onder welke steen hebben ze al die tijd zelf gelegen?

Wind- en zonne-energie

Het vermakelijkst wordt het eigenlijk bij zon- en windenergie. Ik ben geen techneut, maar kon een deel van de fouten er desondanks zelf al uitvissen bij het kijken naar de film. Zo gaat het bij minuut 15 van de film over een zonnedak met een efficiency van de cellen van 8%. Eerder deze week maakt het Chinese Trina Solar bekend te starten met de productie van zonnepanelen van 515 Wattpiek met een cel efficiency van 21%. De fabrikant verwacht dit op korte termijn verder op te kunnen voeren naar 24%, drie keer zo efficiënt als de panelen uit de film van Gibbs. De beelden zijn dan ook van 10 jaar terug. Alsof je online sociale netwerken gaat bespreken aan de hand van Hyves en MySpace…

Een andere simpele om er uit te vissen was de levensduur van zonnepanelen: 10 jaar wordt zonder tegenspraak beweert in de documentaire. Zonnepanelen kunnen echter veel langer mee. Zelfs Shell zonnepanelen uit 2000 doen het nog steeds. De prestaties van zonnepanelen gaan wel langzaam achteruit, de degradatie in prestaties is zo’n 0,8% per jaar. Voor een van de projecten waar ik zelf bij betrokken ben geweest vanuit onze lokale energiecoöperatie hebben we een opbrengstgarantie voor 16 jaar, leveren de zonnepanelen te weinig op dan krijgen we geld van de installateur.

De film bevat de misvatting dat er altijd fossiele centrales altijd moeten draaien staan om variaties in wind- en zonne-energie op te vangen, wat niet waar is. Zie voor de uitleg hierover deze blog van Jasper Vis. Ook het idee dat de CO2-winst van windenergie teniet wordt gedaan door het dalende rendement van fossiele centrales is borrelpraat, die we in Nederland kennen van de hand van Le Pair en recenter van Van Erp.

Natuurlijk komt ook Duitsland voorbij waarbij in een aantal fragmenten wordt gesproken over het grote aandeel groene stroom, om door te gaan met een shot van het aandeel duurzame energie. Alsof elektriciteit en energie hetzelfde zijn. Daarbij stelt de documentaire ook dat de CO2 emissie in Duitsland niet gedaald is door de overgang naar groene stroom. Wat aantoonbaar onjuist is:

Duitsland zet daarbij, anders dan Nederland, veel minder in op biomassa. Ook is de productie van CO2 arme elektriciteitsbronnen sinds 2002 gestegen, ondanks het afschakelen van kerncentrales. Je kan discussiëren of Duitsland verder was geweest als het zijn kerncentrales open had gehouden en de kolencentrales uit had gezet. Dan ga je echter voorbij aan de politieke realiteit in Duitsland, waar tot een paar jaar geleden weinig steun was voor het aanpakken de kolensector, en aan het feit dat Duitsland het aandeel groene stroom veel sterker heeft laten stijgen dan bijvoorbeeld Frankrijk.

Ook de CO2-emissies over de hele levenscyclus van wind en zon zijn laag. Vele malen lager dan de emissies van de alternatieven: olie, gas en kolen.

Een ander punt waarop Jeff Gibbs de plank zacht gezegd misslaat ten aanzien van Duitsland is als hij de Turkse LNG-haven Dörtyol in Duitsland situeert.

Bij energiedeskundige Thijs ten Brinck en bij Jasper Vis staan uitgebreidere overzichten van hele en halve onwaarheden ten aanzien van energie die de film aanhaalt, die ga ik hier niet allemaal herhalen. Ketan Joshi heeft een uitgebreider overzicht staan van de fouten ten aanzien van Amerikaanse energieprojecten en foto’s waarmee je zelf kunt bepalen of je de landschappelijke impact van een windpark echt vergelijkbaar vind met kolenwinning m.b.v. ‘mountain top removal’.

Elektrische auto

De film stelt ook de elektrische auto ter discussie. In de film zit onder andere een fragment van de introductie van een Chevy Volt. Jasper Vis achterhaalde dat het fragment waarschijnlijk uit 2010 stamt. Op de vraag hoe de elektrische auto geladen wordt is het antwoord van de vertegenwoordiger van het lokale energiebedrijf (Lansing Board of Water & Light) 95% kolenstroom. De tijd heeft sindsdien niet stilgestaan. Zo is Chevrolet gestopt met de Volt en heeft het energiebedrijf besloten om in 2020 de laatste kolencentrale te sluiten. De kolencentrales zijn vervangen door een combinatie van gascentrales en duurzame energie. Wat dat fragment dus vooral duidelijk maakt is hoe dynamisch de elektriciteitsmarkt is en hoe belangrijk het is om bij het beoordelen van elektrificatie niet alleen te kijken naar de huidige stand van zaken, maar vooral ook naar de toekomstige ontwikkelingen in de elektriciteitsssector.

Die toekomstige ontwikkeling laat zien dat ook gascentrales het steeds lastiger krijgen, met name de piekcentrales. Zon en wind in combinatie met twee uur opslag is volgens Bloomberg New Energy Finance nu de goedkoopste optie in de Europa, China en Japan. En ja, de winning van grondstoffen voor energieopslag heeft sociale en milieuproblemen. Dat is geen reden om deze technologie bij het schroot van de geschiedenis te zetten, maar reden om mijnbouwbedrijven en hun afnemers aan te blijven spreken op hun verantwoordelijkheid, of om rechtszaken tegen dergelijke bedrijven te starten. Zoals zowel milieuorganisaties als ontwikkelingsorganisaties dat al decennia doen. Het gebruik van halve of hele onwaarheden, zoals Gibbs doet, helpt je zaak daarbij niet vooruit. Het gebruik van goed gedocumenteerde feitelijke informatie wel.

Miljonairs/miljardairs: filantropen vs belasting betalen

De film geeft ook kritiek op de rol van miljonairs en miljardairs, en dan met name het geven van geld aan goede doelen. Een kritiek die ik deel en die ook in de milieubeweging en bij ontwikkelingsorganisaties al langer weerklank vind. Denk bijvoorbeeld aan de eerlijk om campagne van Milieudefensie, of aan de focus van Oxfam Novib op belastingontwijking en groeiende ongelijkheid tussen arm en rijk. Aandacht die van oudsher ook te vinden is bij GroenLinks, PvdA, PvdD en SP. Hoewel ieder van deze vier partijen op zijn eigen manier worstelt met het samenbrengen van sociale en groene doelstellingen kan toch moeilijk gezegd worden dat ze de afgelopen decennia daar niet mee bezig zijn geweest zoals Moore en Gibbs beweren. Ook in Amerika is eerlijkere belastingbetaling al langer een thema. En vorig jaar haalde Rutger Bregman in Davos uit naar de gebrekkige belastingmoraal van de rijken:

Dat de aandacht niet wijzigingen in beleid heeft geleid daar mag je zeker kritisch op zijn. Het lijkt me dan meer voor de hand om na te gaan wat er geprobeerd is om de belastingdruk van arbeid terug te schuiven naar kapitaal, dan om te laten zien dat ook duurzame energie het speelterrein is van het grote bedrijfsleven. Je zou je ook kunnen afvragen waarom duurzame energie anders zal zijn dan andere sectoren? Gelet op het terugkeren van het thema bij Michael Moore zou ik wat meer zelfreflectie verwachten. Al vanaf Roger & me richt hij zich tegen de praktijken van het grootkapitaal. Blijkbaar zonder veel succes. Wat kan hij daar zelf beter aan doen? Wat heeft ie verkeerd gedaan? Geen woord erover in de documentaire.

Zoals de documentaire in het deel over Duitsland ook geen woord wijd aan de burgerenergiecoöperaties. Terwijl dat nou juist een van de hoopvolle kansen van duurzame energie is als het gaat om het aanpakken van de invloed van het grootkapitaal. In Duitsland was in 2016 42% van de geïnstalleerde capaciteit in handen van burgers, in 2012 was dit 46%. Dat laat zien dat het aandeel daalt, maar nog steeds aanzienlijk is. In een documentaire die de impact van het grootkapitaal wil bekritiseren zou je toch verwachten dat er aandacht is voor dit voordeel van duurzame energie. Aan gebrek aan Engelstalige literatuur hierover hoeft dat niet te liggen, want er zijn verschillende goede Engelstalige informatiebronnen ook speciaal voor journalisten.

In Nederland is er ook een groeiend aantal lokale energiecoöperaties actief, zowel op het gebied van energieproductie als op het gebied van de warmtetransitie. In het Nederlandse klimaatakkoord zijn afspraken opgenomen over lokale participatie en over het streven naar 50% lokaal eigenaarschap. Dikke kans dat wie wat wil doen tegen een kapitalistisch systeem waar enkel winst voor de aandeelhouder telt zich kan aansluiten bij een lokale energiecoöperatie in de buurt. En als duurzame energie niet je ding is, maar je wil je op een van de andere benodigde wedges inzetten dan zijn er ook voldoende initiatieven te vinden. Bijvoorbeeld voor regeneratie van landbouwgronden of lokaal voedsel.

Reactie op de kritiek

Michael Moore, Jeff Gibbs en Ozzie Zehner hebben inmiddels ook gereageerd op de kritiek (zie hierboven). In hun reactie stellen ze dat hun hoofdboodschap is dat enkel overschakelen op groene energie niet gaat werken, dat er veel meer problemen zijn. Bijvoorbeeld overbevissing en een landbouwsysteem dat drijft op fossiele energie, ontbossing en aantasting van de biodiversiteit. Ook stellen ze dat ze niet geloven in oneindige economische groei op een eindige planeet. Door te blijven doen alsof dat onderwerpen zijn die bij de traditionele milieubeweging niet op de agenda staan schetsen ze een karikatuur van de milieubeweging.

Daarbij hebben ze hun boodschap verpakt in een belabberd slechte documentaire gevuld met halve waarheden en stropopargumenten. Dat maakt het lastig om hun verhaal serieus te nemen en de vele fouten leiden af van de werkelijke discussie. Bij de mensen die dat wel doen blijft vooral de boodschap hangen dat duurzame energie en elektrische auto’s slecht zijn. Ik kom bij weinigen het besef tegen dat Moore en Gibbs en andere boodschap verpakt hebben in hun documentaire. Van de zelfreflectie waar Michael Moore toe oproept kom ik erg weinig tegen bij hemzelf. In hun reactie wijden ze geen enkel woord aan de steun die hun film krijgt onder pseudo-sceptici en de wijze waarop deze film de aandacht afleidt van de werkelijke discussies.

Conclusie

Moore, Zehner en Gibbs tonen met hun documentaire vooral aan slechte researchers te zijn als het gaat om duurzame energie en de milieubeweging. Ze zetten een vals beeld van de milieubeweging neer om die vervolgens met veel misbaar neer te halen. Daarbij onderbouwen ze hun argumenten dat het kapitalistisch systeem, overbevolking en overconsumptie de hoofdoorzaken van alle problemen zijn slecht.

Michael Moore toont ook weinig reflectief vermogen: hoe komt het dat de kritiek die hij al sinds Roger & me tegen het kapitalistisch systeem ventileert de afgelopen decennia nauwelijks weerklank heeft gevonden in de politiek? Zijn antwoord dat dat door de groene beweging komt is ver van de waarheid en overtuigd niet. Gibbs, Zehner en Moore leggen ook niet uit hoe het tegengaan van overbevolking gaat leiden tot 90 tot 95% CO2 reductie. Hetzelfde geldt voor het aanpakken van overconsumptie. De slotbeelden van een oerang oetan in een neergehaald bos past ook in het geheel niet bij de film, waarin geen enkel aandacht wordt gegeven aan biobrandstoffen van palmolie. De focus ligt voornamelijk op Amerikanse biomassa en biobrandstoffen, een zielige grijze eekhoorn was meer op zijn plaats geweest.

Is het mogelijk om kritiek te hebben op zonne-energie, windenergie en biomassa? Zeker, maar dan wel op basis van kloppende feiten. Het laatste wat nodig is is een extra bron van misinformatie. Als ik ervan uitga dat Moore en Gibbs duidelijk hebben willen maken dat klimaatverandering niet het enige probleem is en dat duurzame energie alleen het klimaatprobleem niet gaat oplossen, dan schiet de film zijn doel ver voorbij. Wat blijft hangen bij neomalthusianen is dat overbevolking het probleem is, bij mensen die tegen het kapitalistisch systeem zijn dat het groot kapitaal en overconsumptie het probleem zijn, en bij tegenstanders van duurzame energie dat duurzame energie het probleem is. Die laatste boodschap blijft ook hangen bij mensen die door mensen veroorzaakte klimaatverandering ontkennen. Ik schat de kans dat mensen die geloven dat CO2 geen klimaatverandering veroorzaakt na het zien van de film begrijpen dat duurzame energie onvoldoende is en dat ze hun levensstijl aan moeten passen om binnen ecologische grenzen te blijven nihil.

Wil je meer informatie over de film dan heb ik hieronder een (niet uitputtend) lijstje van mogelijke bronnen:

Dit bericht is een bewerking van een bericht dat eerder is gepubliceerd op Sargasso.