Energiegebruik en productie september 2021

Het is al een paar maanden stil hier over ons energieverbruik. Gezin en vooral werk hebben het afgelopen half jaar de hoofdmoot van mijn tijd opgesoupleerd. Met de sterk stijgende prijzen is het tijd om weer eens een stand van zaken te geven over ons energieverbruik. Het eerste dat opvalt is het hogere verbruik voor verwarming, veroorzaakt door een te hoge temperatuurinstelling op zolder. Hierdoor heeft de kachel iedere ochtend aangestaan. Dom, dom, dom. Gelukkig scheelt het slechts 3 kWh voor de hele maand. Wat ook opvalt is dat ons gasverbruik hoger ligt dan in 2021, al is het slechts 1 m3 aardgas meer. In totaal koersen we nog steeds op ongeveer 150 m3 aardgas op jaarbasis. De zonnepanelen hebben het prima gedaan, onze zonnedelen en winddelen hebben echter aanzienlijk minder opgebracht dan vorig jaar september.

Wat (in kWh)20202021verschil
Graaddagen6039-35%
Ruimteverwarming totaal14259%
Ruimteverwarming HK+00#DEEL/0!
Warm water2262364%
Apparaten2592632%
Totaal verbruik4865033%
Verbruik/graaddag0,020,10452%
Gasverbruik596817%
Elektriciteitsafname2602673%
Teruglevering129127-2%
Zonnepanelen2042071%
Zonnedelen4331-28%
Winddelen6448-25%
Zonneboiler1671670%
Totaal opwekking478453-5%
Netto elektriciteitsverbruik-51-19-63%
% eigen verbruik37%39%
Saldo jaarbasis3832
Energieverbruik & productie september 2020 vergeleken met september 2021

Verwarming: infrarood

Zo aan het begin van het stookseizoen en met de fors stijgende gasprijzen is het toch wel aardig om even bij ons energiegebruik voor verwarming stil te staan. Sinds maart 2019 verwarmen we ons huis met infraroodverwarming van ThermIQ. De standaardreactie daarop is dat je dan het energiegebruik van aardgas 1 op 1 vervangt door elektriciteit. Iets wat ik niet terug zie in ons energebruik voor verwarming. In de praktijk kom ik uit op ruim 40% lager energieverbruik per gewogen graaddag.

Eerder dit jaar heb ik meegedaan aan een onderzoek dat W/E Adviseurs in opdracht van TKI Urban Energy heeft uitgevoerd naar energiegebruik en comfortbeleving van infraroodverwarming. In de samenvatting van dit onderzoek onderschrijven zij mijn persoonlijke ervaring:

Hoewel er nog steeds een behoorlijke spreiding zit in de verbruiken van de IR-panelen per m2 gebruiksoppervlakte, vooral bij de appartementen, zit zo’n 50% van de woningen tussen een verbruik van 20 en 50 kWh/m2 en gemiddeld rond de 40 kWh/m2. (Dat is het verbruik dat is geregistreerd in februarimaart 2021, teruggerekend tot een standaardklimaatjaar). We hebben onvoldoende kennis over de woningen om dit getal af te zetten tegen een berekende warmtebehoefte. Het is fors minder dan het gemiddelde van woningen met een gasgestookte verwarming (circa 90 kWh/m2). Er moet nog wel rekening gehouden worden met een mogelijk hoger energiegebruik van IR-woningen voor tapwater en eventueel koeling.

Het verbruik per persoon is gemiddeld 1.350 kWh, met 50% van de gevallen tussen 930 en 1.720 kWh/jaar.

Ter vergelijking het verbruik in onze woning ligt de afgelopen 12 maanden rond de 36 kWh/m2 en langjarig voor infrarood op 30 kWh/m2. Ons aardgas verbruik lag op 53 kWh/m2. Per persoon ligt ons energieverbruik de laatste 12 maanden op 1.100 kWh en sinds we op infraroodverwarming over zijn gemiddeld op 910 kWh. Ons aardgasverbruik voor verwarming lag gemiddeld op 1.585 kWh per persoon. Tapwater is bij ons eigenlijk geen issue, buiten de 150 m3 aardgas die we nog verbruiken voor verwarming. Conclusie: infraroodverwarming bespaart in de praktijk energie, wat de COP = 1 adepten op basis van theoretische verhandelingen ook beweert. Mijn ervaring daarin is niet uniek.

Ontwikkeling energiegebruik voor verwarming in kWh/gewogen graaddag. 10 kWh = (ongeveer) 1 m3 aardgas.

Bruto energiegebruik

Door een jaar thuiswerken en gesloten scholen in het voorjaar ligt ons bruto energiegebruik weer in lijn met het energiegebruik voor de overschakeling naar infraroodverwarming. De daling in gebruik is teruggelopen tot 7% ten opzichte van het gemiddelde over de periode 2011-2018.

Inmiddels zijn de scholen weer open, maar werken we nog steeds veel vanaf huis. Ik verwacht dan ook niet dat ons bruto energiebruik in 2021 nog veel gaat teruglopen ten opzichte van het gemiddelde over de periode 2011-2018. Al hoop ik wel voor het derde jaar op rij onder de 10.000 kWh op jaarbasis te blijven.

De toename zit vooral in het energiegebruik voor verwarming, zoals in onderstaande grafiek te zien is. Ook is goed te zien dat dekoudere winter en het koudere voorjaar in combinatie met de lockdown voor een stijging van de energievraag hebben gezorgd.

Huisvredebreuk? Intrekken die aanklacht ABP

Dit keer geen uitgewerkt stuk, maar simpelweg mijn sacherijnige reactie naar ABP over het bericht dat ze vreedzame demonstranten uit hun kantoor hebben laten halen door de politie wegens huisvredebreuk (doe gerust ook mee met een betere tekst dan die van mij hieronder):

ABP praat al sinds ik rond 2006 begon met pensioenopbouwen bij APB over het verduurzamen van de beleggingsportefeuille. Desondanks zit ABP nog fors in olie, gas en kolen onder het mom van engagement. Tegelijkertijd doet ABP bij de aandeelhoudersvergaderingen geen boter bij de vis en stemt niet mee met klimaatresoluties van andere andere aandeelhouders, zoals Follow This. Maar vandaag wel de politie bellen omdat een deel van de pensioenopbouwers het pappen en nathouden beu is en het kantoor bezet. Huisvredebreuk? De inbreuk op de mensenrechten van mijn kinderen door wat u doet met mijn pensioengeld is vele malen groter en weegt zwaarder. Hoog tijd voor meer concrete afrekenbare doelstellingen voor ABP zelf en voor de bedrijven en landen waarin ABP investeert. Niet voldoen aan die doelstellingen is desinvesteren. De tijd van aardgas als transitiebrandstof is voorbij, de tijd dat mooie nota’s overtuigen ook. Na dik twintig jaar praten en schrijven is het tijd dat uw beleggingsbeleid en stemgedrag overeenkomen met alle zalvende woorden over duurzaam beleggen. Ik verzoek u dan ook met klem om de aangifte wegens huisvredebreuk tegen de actievoerders van 5 juli per direct in te trekken.

Energieverbruik en productie maart 2021

Maart is voorbij en graag had ik gezegd dat het stookseizoen voorbij is, maar da’s nog niet het geval. Wel hebben we ook in maart het grootste deel van de maand met z’n vieren thuis gezeten, waardoor we wederom meer hebben gestookt dan in voorgaande jaren. 2021 is nu al hard op weg om net zo’n uitschieter in ons energieverbruik te worden als 2013. Al is dat overdreven, want ons bruto energieverbruik lag in het eerste kwartaal nog steeds lager dan elk eerder kwartaal met een hr-ketel in de periode 2011-2019. Het aantal gewogen graaddagen lag 1% proces lager dan het gemiddelde in de periode 2011-2019, het energieverbruik lag in het eerste kwartaal van 2021 25% lager dan gemiddeld in de periode 2011-2019 en 19% lager dan de mediaan.

Energieverbruik

Ons totale energieverbruik op jaarbasis is in maart door gestegen, zowel het verbruik van apparaten als het verbruik voor verwarming is gestegen. Beide lag in de lijn der verwachting, doordat we ook in maart grotendeels thuis hebben gezeten met het hele gezin.

Relatief is het aandeel energieverbruik voor verwarming het hardst gestegen. Inmiddels is weer bijna 40% van ons energieverbruik bedoeld voor verwarming.

Verwarming

Maart was een wisselvallige maand. Met een aantal warme dagen, maar uiteindelijk toch met 2% meer gewogen graaddagen dan in 2020. Uiteindelijk hebben we in mei 560 kWh verbruikt voor verwarming, dat is 34% meer dan in 2020. Gecorrigeerd voor het aantal gewogen graaddagen lag het verbruik op 1,61 kWh/graaddag, dat is 31% hoger dan in 2020. Als daar het extra verbruik door thuiswerken van af wordt gehaald resteert een verbruik van 1,40 kWh/graaddag. Dat is 20% meer dan in maart 2020.

Het energieverbruik voor verwarming op jaarbasis is door ons verbruik in maart uiteraard weer opgelopen. Omgezet naar een standaard jaar met 2.790 gewogen graaddagen (het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in de periode 1991-2020) ligt het jaarverbruik op 3.854. Het gemiddelde energieverbruik voor verwarming ligt na twee jaar infraroodverwarming op 3.617 kWh. Dat is nog steeds 35% lager dan het gemiddelde energieverbruik voor verwarming met een hr-ketel in de periode 2011-2018, exclusief 2013.

Energiebronnen

In maart kochten we 63% van onze energie in, 53% elektriciteit en 13% aardgas. De resterende 34% hebben we zelf opgewekt met onze zonneboiler, zonnepanelen, zonnedelen en winddelen.

Op jaarbasis is de inkoop van energie overigens nog lang niet terug op het niveau van ons eerste jaar. Sowies is een groot verschil dat we inmiddels veel minder aardgas verbruiken dan toen. Op jaarbasis kopen we 4.634 kWh in, waarvan 3.245 kWh elektriciteit. Op jaarbasis is dat 48% van ons energieverbruik, 34% elektriciteit en 14% aardgas. De resterende 52% hebben we zelf opgewekt met onze zonneboiler, zonnepanelen, zonnedelen en winddelen. In 2011 kochten we 9.519 in, waarvan 2.897 kWh elektriciteit. We wekten toen 1.244 kWh op met onze zonneboiler. In 2011 kochten we 88% van onze energie in.

De forse terugval in het aandeel aardgas is ook mooi te zien in onderstaande grafiek. Aardgas vormde in 2011 62% van ons energieverbruik, inmiddels is het gedaald tot minder dan 15%. En als alles meezit gaan we in de loop van dit jaar die laatste 15% ook uitfaseren met behulp van De Warmte.

Energieproductie

Onze eigen energieproductie is in de eerste maanden van dit jaar wat gedaald. Met name door terugloop van onze winddelen. In de afgelopen 8 jaar hebben die slechts 1 keer meer opgeleverd dan de 500 kWh per stuk dat bij de lancering van De Windcentrale voorgehouden werd.

Warm blijven in de kou. Energieverbruik februari 2021

Februari 2021 was een koude maand, een van de koudste sinds we ons huis verwarmen met infraroodverwarming. Terwijl we dit jaar ook veel vaker thuis zijn dan voorheen. Afgaande op de adviezen van bijvoorbeeld MilieuCentraal over verwarmen met infraroodverwarming zou ons energieverbruik dus fors gestegen moeten zijn:

Infrarood panelen kunnen een energiezuinige keuze zijn als bijverwarming op een bepaalde plek (bijvoorbeeld de zithoek), of in ruimtes die je kort of weinig gebruikt (bijvoorbeeld de badkamer of een werkplek op zolder die je verder niet verwarmt).

In zeer goed geïsoleerde huizen kan volledige verwarming met infrarood panelen een milieuvriendelijke keuze zijn, als je gebruik maakt van duurzaam opgewekte stroom. Een warmtepomp is nóg beter voor het milieu, maar duurder in aanschaf.

Tijd dus om de proef op de som te nemen. Want ook in februari zijn we alle 4 de hele dag thuis geweest, wat betekent dat we de huiskamer vanaf ’s ochtends 7 tot ’s avonds 22u gestookt hebben.

Comfort

Ondanks de kou hebben we onze cv-ketel niet gebruikt voor ruimteverwarming. De infraroodpanelen hebben het keurig gedaan. Wel heb ik ze harder aangezet om het comfortabel te houden, zonder de temperatuurinstelling in de woonkamer aan te passen. De temperatuurinstelling van het halletje bij de entree heb ik wel verhoogd, om de koudeval vanuit onze deur tegen te gaan.

Het gedoe met handmatig instellen van het vermogen per paneel bracht wel een oude wens terug in herinnering: een zelfmodulerend algoritme, dat op basis van de buitentemperatuur het vermogen van de panelen aanpast. Liefst ook nog rekening houdend met de tijd die het normaal kost om kamers te verwarmen, zodat ie zelf bedenkt hoe laat de panelen aanmoeten om op een bepaald tijdstip de kamer op de gewenste temperatuur te hebben.

Aan de andere kant ben ik meestal als eerste op, waardoor ik het vermogen van de panelen al bijgeregeld had voordat de andere huisgenoten beneden waren. Het nadeel van handmatig is wel dat de andere gezinsleden bij vorst klagen over kou als ik dat een keer vergeet.

Energieverbruik verwarming

Februari 2021 telde 20% meer gewogen graaddagen dan februari 2020. Het energieverbruik voor verwarming lag dan ook 46% hoger dan in 2020. Gecorrigeerd voor het grotere aantal gewogen graaddagen lag het verbruik 20% hoger dan in 2020. Nog steeds lager dan toen we ons huis met aardgas verwarmde, maar hierdoor loopt het gemiddelde verbruik per gewogen graaddag voor infraroodverwarming natuurlijk wel op.

Als ik het energieverbruik voor verwarming omreken naar een standaardjaar dan is dat uiteraard ook gestegen. Het verbruik ligt nu iets boven het verbruik dat ik in november 2019 ingeschat had, maar nog steeds onder het verbruik volgens de modellen van CE Delft.

Nu was februari wederom een vreemde maand, omdat er bij mij corona werd geconstateerd en het hele gezin in quarantaine mocht blijven. Geen school dus voor de kinderen en net als de eerdere maanden drie extra ruimtes warmstoken. Wanneer ik daar voor corrigeer dan is het energieverbruik voor verwarming met slechts 10% gestegen. Het verbruik per graaddag is dan zelfs met 9% gedaald naar 1,38 kWh/graaddag. Oftewel: kouder weer en meer stookuren, maar toch zuiniger stoken per graaddag. Ik zou een ander effect verwachten, zeker omdat ik in februari het vermogen van veel panelen van 50% naar 60 tot soms wel 80% heb opgeschroefd om het huis comfortabel te houden.

Totaal overzicht energie

Wat (in kWh)20202021verschil
Ruimteverwarming51474946%
Warm water210198-6%
Apparaten2883066%
Totaal verbruik1012125324%
Verbruik/graaddag1,521,8220%
Gasverbruik188176-6%
Elektriciteitsafname802105532%
Teruglevering253124%
Zonnepanelen6911668%
Zonnedelen423475%
Winddelen271111-59%
Zonneboiler22220%
Totaal opwekking366272-26%
Netto elektriciteitsverbruik45880576%
% eigen verbruik64%73%
Saldo jaarbasis2646

Energieverbruik februari 2021

In februari verbruikten we in totaal 1253 kWh. Dat is 24% meer dan in dezelfde periode in 2020, maar nog steeds lager dan alle jaren voor de omschakeling naar infraroodverwarming. Ook al hebben we dit jaar beduidend meer energie gebruikt door thuiswerken en het verwarmen van meer ruimtes. Vergeleken met 2014 en 2016, jaren met ongeveer evenveel gewogen graaddagen in januari en februari als 2021, ligt ons energieverbruik 15% lager.

Het grootste deel van onze energievraag kwam in februari uiteraard van de behoefte aan ruimteverwarming.

Ook op jaarbasis is de energievraag voor verwarming gestegen, wat deels veroorzaakt wordt door het verwarmen van extra ruimtes. Het jaarlijks energieverbruik van elektrische apparaten is in februari licht gestegen, wat logisch is aangezien er ook veel meer lampen en computers aan geweest zijn.

Op jaarbasis is het aandeel verwarming in het totale energieverbruik weer aan het stijgen. Al ligt het nog steeds lager dan in de periode 2011-2019.

In februari kochten we wederom een groot deel van onze energie in. De energieproductie van onze zonnepanelen en winddelen woog niet op tegen het verbruik van onze verwarming.

Energieproductie februari 2021

Onze zonnepanelen hebben het in februari prima gedaan. Ze wekte bijna 70% meer op dan in februari 2020. Ook de zonnedelen leverde veel meer op in februari. Onze winddelen bleven achter, waardoor onze totale energieproductie uiteindelijk daalde. Op jaarbasis daalde onze energieproductie met bijna 100 kWh. Dit werd vooral door een tegenvallende productie van onze winddelen veroorzaakt.

Slotwoord

Ondanks de kou en ondanks de extra ruimtes die we hebben moeten verwarmen ligt ons energieverbruik nog steeds lager dan toen we gas verbruikten. Ons huis is ook in de vorstperiode comfortabel gebleven. Eigenlijk zelfs comfortabeler dan toen we ons huis met de cv-ketel verwarmden, omdat we we de kamertemperatuur niet verder op hoeven te schroeven om het warm te hebben. We kunnen volstaan met het opschroeven van het vermogen van onze infraroodpanelen.

Infraroodverwarming verbruikt inderdaad meer dan een warmtepomp zou doen, ware het niet dat ons huis onvoldoende geïsoleerd is voor een lage temperatuurverwarming. Ik heb dan ook nog steeds geen moment spijt van onze keuze voor infraroodverwarming. Op basis van de stroom die we zelf opwekken en de mix we inkopen besparen we ook bijna één ton CO2 per jaar. Als ik uitga van de gemiddelde electriciteitsmix in 2020 besparen we 9% CO2, aangezien het aandeel duurzame elektriciteit groeit stijgt de CO2 besparing op basis van de gemiddelde elektriciteitsmix. Een ontwikkeling waar ik afgelopen jaar ook weer een klein zetje aan heb gegeven als bestuurslid van Energiek Schiedam.

Energieverbruik en productie januari 2021

Januari is voorbij, tijd om weer eens naar het energieverbruik te kijken. Meest opvallend is het stijgend energieverbruik voor verwarming en apparaten, veroorzaakt door thuiswerken en thuisonderwijs. Daardoor verwarmen en verlichten we momenteel 3 extra kamers in huis en staan er overdag 4 computers aan, tegen hooguit een in de avonduren vorig jaar.

Wat (in kWh)20202021verschil
Ruimteverwarming59288249%
Warm water228225-1%
Apparaten26535132%
Totaal verbruik1085145834%
Verbruik/graaddag1,531,8420%
Gasverbruik228225-1%
Elektriciteitsafname857123344%
Teruglevering143-79%
Zonnepanelen385134%
Zonnedelen440%
Winddelen159113-29%
Zonneboiler00n.v.t.
Totaal opwekking201168-16%
Netto elektriciteitsverbruik656106562%
% eigen verbruik63%94%
Saldo jaarbasis2646

Energieverbruik

Ons energieverbruik lag in januari duidelijk hoger dan in januari vorig jaar. Zoals in de inleiding gezegd is dat waarschijnlijk deels terug te voeren op het effect van thuiswerken en thuisonderwijs. Ook was januari 20221 een stuk kouder dan vorig jaar, met ruim 20% meer gewogen graaddagen. Het bruto energieverbruik van januari 2021 was 1458 kWh, ruim 370 kWh hoger dan in januari 2020. Desondanks lag het bruto energieverbruik in januari 23% lager dan de mediaan van het bruto energieverbruik van 2011-2018 en ook lager dan ooit bereikt met de cv-ketel.

Het netto energieverbruik lag in januari 2021 400 kWh hoger dan in januari 2020. Dat is nog steeds 18% lager dan het gemiddelde in de periode 2014-2018. De periode 2011-2013 reken ik niet mee, omdat we toen geen zonnepanelen hadden.

Als ik kijk naar ons energieverbruik per maand dan hebben we vorige maand fors elektriciteit ingekocht. De eigen elektriciteitsproductie viel met 168 kWh tegen. De verbruikspiek ligt in januari hoger dan vorig jaar, zoals in onderstaande grafiek goed te zien is. Of januari de top blijft, ofd dat we net als in 2012 een nog hoger verbruik krijgen in februari zal afhangen van hoe lang het winterse weer aanhoudt.

Onderstaande grafiek laat zien hoe ons energieverbruik per 12 maanden zich heeft ontwikkeld, zoals te zien is loopt dit sinds december vorig jaar weer op. Thuiswerken en de schoolsluiting hebben hun effect op ons energieverbruik. Al zitten we met 9.200 kWh nog steeds bijna 2.000 kWh onder ons verbruik toen we aardgas gebruikte voor verwarming. Daarbij heb ik dan niet gecorrigeerd voor temperatuur.

Op jaarbasis groeit de inkoop van elektriciteit nog steeds, inmiddels bestaat ongeveer 30% van ons energieverbruik uit ingekochte elektriciteit. Als we ook het gas meerekenen kopen we op jaarbasis een kleine 45% van ons energieverbruik in. De andere 55% produceren we zelf via onze zonneboiler, zonnepanelen, winddelen en zonnedelen.

Energievraag naar functie

Onze energievraag bestaat deze maand vooral uit verwarming, waarover straks meer. De energievraag vanuit apparaten is ook opgelopen. Dat laatste kan te maken hebben met de spelcomputer die de meiden hebben gekregen, maar ook met het feit dat er nu dagelijks 4 computers aan staan in verband met thuiswerken en schoolwerk.

In onderstaande grafiek is mooi te zien dat op jaarbasis de energievraag voor verwarming zeer constant is. Het energieverbruik van apparaten is weer iets aan het oplopen. Wat echter vooral stijgt is de energievraag van verwarming. Op jaarbasis ligt ons energieverbruik voor verwarming overigens nog steeds zo’n 100 kWh lager dan in januari 2020. De dalende trend is echter wel tot stilstand gekomen de afgelopen twee maanden.

Doordat het energieverbruik voor verwarming is opgelopen neemt ook het aandeel van verwarming op jaarbasis weer toe. Het aandeel is gestegen van 32 naar 34%. Het aandeel voor warm water is juist afgenomen, omdat het energieverbruik voor warm water redelijk constant is door het jaar heen.

Energieproductie

De energie die we zelf produceren bestaat voornamelijk uit zonne-energie, waarbij we zowel zonnewarmte hebben van onze zonneboiler als elektriciteit van onze zonnepanelen.

Aan de grafieken hiervoor kun je als zien dat zonne-energie niet de handigste energiebron is om de winterpieken in onze energiebehoefte op te vangen. Reden waarom we aan het kijken zijn hoe we onze warmwaterbehoefte in de winter op een andere wijze kunnen invullen.

Inmiddels weet ik van De Warmte dat hun systeem voldoende warm water produceert om ook in de wintermaanden comfortabel te kunnen douchen. De vraag die nog openstaat is of ze dat ook kunnen en willen zonder na verwarming.

Verwarming

In bovenstaande grafieken en analyses is geen rekening gehouden met het effect van het aantal graaddagen op het energieverbruik voor verwarming. Tijd dus om de verwarmingscijfers beter vergelijkbaar te maken. In onderstaande grafiek heb ik het energieverbruik voor verwarming per maand gedeeld door het aantal gewogen graaddagen in een maand. Waarbij we tot februari 2019 ons huis verwarmden op aardgas met een hr-ketel. In maart 2019 zijn we overgestapt op infraroodverwarming van ThermIQ.

In januari 2021 lag ons verbruik voor verwarming maar liefst 49% hoger dan in januari 2020. Het effect per gewogen graaddag is minder, maar nog steeds is ons energieverbruik in januari 20% gestegen ten opzichte van dezelfde periode in 2020. Van 1,53 kWh/gewogen graaddag naar 1,84 kWh/gewogen graaddag. Zouden de infraroodpanelen dan toch niet de verwachte daling in energieverbruik halen en was 2020 een toevalstreffer?

Gelukkig biedt ons BeNext monitoringssysteem daarbij uitkomst. Waar de stijging in 2013 en 2018 een kwestie van gissen blijft, kan ik bij BeNext per paneel terugzien wat het energieverbruik is. Zoals aan het begin al gezegd hebben we in januari 2021 een veel groter deel van ons huis verwarmt dan in januari 2020. Dat heeft ons zo’n 150 kWh extra aan elektriciteit gekost. Als ik corrigeer voor dit extra verbruik ten gevolge van thuiswerken en gesloten scholen dan was ons energieverbruik met 1,54 kWh per gewogen graaddag nagenoeg gelijk aan het verbruik in januari 2020.

Door het hogere verbruik in december en januari is ons energieverbruik in een standaardjaar met bijna 400 kWh gestegen. Dat is 12% en brengt ons weer in de buurt van het energieverbruik dat ik verwachtte voor een standaardjaar in november 2019. Ons verbruik blijft lager dan het verbruik dat ik op basis van CE’s Cegoia model zou verwachten. Om dat verbruik te bereiken moeten we echt nog een paar maanden fors doorstoken.

Effect klimaatverandering op aantal gewogen graaddagen

Ik ben nog steeds aan het rekenen aan het effect van klimaatverandering op het aantal gewogen graaddagen. Ik heb inmiddels de gemiddelde etmaaltemperatuur vanaf 1901 tot 2020 van De Bilt gevonden en ook van meetstation Rotterdam vanaf 1957. Voor De Bilt kom ik vooralsnog uit op 3.386 gewogen graaddagen over de periode 1901-1930. De laatste 30 jaar zijn dat er bijna 450 minder, oftewel meer dan 10%. De week winterse kou is leuk, maar zelfs als 2021 het aantal gewogen graaddagen uit 1963 (meeste aantal sinds 1901) evenaart blijft het verschil met de periode 1901-1930 bijna 430 gewogen graaddagen op jaarbasis.

Energieverbruik en productie december 2020

Het nieuwe jaar is begonnen, december achter de rug. Tijd om naar ons energieverbruik te kijken. Een energieverbruik dat deze december beduidend hoger lager dan in 2019, met name door het energieverbruik voor verwarming, al lag ook het energieverbruik voor apparaten hoger. Op zich begrijpelijk, aangezien we dit jaar kerst en Oud&Nieuw thuis hebben gevierd. Waardoor we beduidend meer stookuren hebben gehad en ook een hoger elektriciteitsverbruik van tv, lampen en koken. Het totale energieverbruik nam met 34% toe ten opzichte van december 2019.

Wat (in kWh)20192020verschil
Ruimteverwarming44269758%
Warm water247234-5%
Apparaten22729831%
Totaal verbruik916122934%
Verbruik/graaddag1,111,7154%
Gasverbruik247234-5%
Elektriciteitsafname66999549%
Teruglevering142-86%
Zonnepanelen4832-33%
Zonnedelen4775%
Winddelen113106-6%
Zonneboiler00
Totaal opwekking165145-12%
Netto elektriciteitsverbruik50485069%
% eigen verbruik71%94%
Saldo jaarbasis2237

Energieverbruik

Ons bruto energieverbruik is uitgekomen op 8.819 kWh, dat is 22% lager dan de mediaan over de periode 2011-2018. De jaren waarin we ons huis met aardgas verwarmden. Al met al geen slecht resultaat na 9 maanden thuiswerken, wat toch echt een hele grote verandering in levensstijl en gebruik van ons huis heeft betekend.

Ons energieverbruik bestond in 2020 voor het grootste deel uit elektriciteit. Aardgas en zonnewarmte leverden beide ongeveer 15% van ons energieverbruik.

In ons elektriciteitsverbruik is de inkoop van elektriciteit fors gestegen. In de eerste helft van 2019 konden op jaarbasis nog in ons eigen elektriciteitsverbruik voorzien. Door het hogere verbruik als gevolg van de overstap op infraroodverwarming lukt dat niet meer en kopen we nu op jaarbasis zo’n 2.000 kWh in. Daar staat tegenover dat de inkoop van aardgas met ruim 5.000 kWh (zo’n 500 m3 aardgas) gedaald is. Per saldo is het aandeel eigen opwek dus gestegen, van 43% eind 2018 tot 50% eind 2019 en naar bijna 59% eind 2020.

Energieproductie

Het aantal kWh dat we zelf opwekken ligt wel redelijk constant, al schommelt het wel een beetje per jaar. Afgelopen jaar krabbelde met name onze winddelen weer enigzins op. Desondanks hebben ze in 2020 slechts 1.410 kWh van de voorgespiegelde 1.500 kWh opgeleverd.

Verwarming

Tot slot de cijfers voor verwarming, omgerekend naar het gebruik per gewogen graaddag. Daarbij is geen rekening gehouden met het effect van minder graaddagen door klimaatverandering, waar ik eerder over schreef.

In bovenstaande grafiek is goed te zien hoe het energieverbruik per gewogen graaddag schommelt met de seizoenen. In het stookseizoen 2019 lag de piek beduidend lager dan december. Tocht lag ons verbruik per graaddag in december 2020 nog steeds 30% lager dan het gemiddelde voor de maand december met aardgas.

Omgerekend naar een standaardjaar, waarbij een standaardjaar hier het gemiddeld aantal gewogen graaddagen voor de periode 2000-2019 is, hebben we in 2020 ruim 3200 kWh verbruikt. In werkelijkheid lag het aantal gewogen graaddagen lager dan het gemiddeld aantal graaddagen in de genoemde periode, waardoor we in werkelijkheid een kleine 2.900 kWh hebben verbruikt. Bijna 300 kWh minder, doordat er 405 gewogen graaddagen minder waren in 2020 dan gemiddeld in de periode 2000-2019. De berekening van het aantal gewogen graaddagen zonder klimaatverandering vergt wat meer tijd, wordt aan gewerkt.

Het effect van klimaatverandering op verwarming

Met ingang van dit jaar verandert het ‘normale weer’ in Nederland. Het KNMI heeft nieuwe gemiddelden berekend, gemeten over de afgelopen dertig jaar. Deze berekeningen leiden tot een ‘nieuw normaal’, voor bijvoorbeeld temperatuur en neerslag. Het KNMI stelt dat het daardoor nog duidelijker wordt dat het Nederlandse klimaat verandert. Een aantal wetenschappers denkt daar anders over, zeker na een jaar vol weer records. Dennis Botman ontwikkelde de app ThermoMate, waarmee je het weer kan vergelijken met het gemiddelde van de dag of het uur over de periode van 1950 tot 2020. Ik heb ook zo mijn twijfels bij het tot normaal verklaren van het weer van de afgelopen 30 jaar. Vandaar dat ik op zoek ben gegaan naar een historisch vergelijkingsmateriaal voor ons energieverbruik.

Inmiddels houden we al bijna 10 jaar maandelijks ons energieverbruik bij, daarin is wel zichtbaar wat het effect is van besparingsmaatregelen, maar niet van klimaat. Daarom vandaag een poging om daar verandering in aan te brengen. Er valt ongetwijfeld een hoop tegen onderstaande berekeningen in te brengen, dat kan in de reacties.

Bepalen van de benchmark

Ik bereken ons energieverbruik voor verwarming altijd terug aan de hand van het aantal gewogen graaddagen. De cijfers die ik daarvoor kan vinden gaan terug tot 1970. Om te bepalen hoeveel graaddagen normaal zijn in Nederland wil ik eigenlijk het aantal graaddagen weten zonder invloed van het menselijk broeikaseffect. Dan heb ik naar mijn mening gegevens nodig van voor 1970. In mijn zoektocht stuitte ik op “KNMI publicatie 219 Effectieve temperatuur en graaddagen Klimatologie en klimaatscenario’s” (pdf) uit 2008. Daarin staan gegevens over het aantal graaddagen in de periode 1904 tot en met 2006. Waarbij de onderzoekers ook aangeven dat mediaan voor het aantal graaddagen bij meetstation De Bilt op 2406 ligt in de periode 1904-1975.

Ik gebruik alleen zelf het aantal graaddagen in Rotterdam, dichter bij Schiedam, waar het over het algemeen wat warmer is in de wintermaanden. Met behulp van een bestand met graad- en koeldagen dat ik bij KWA heb gevonden heb ik voor de periode 1970-2019 berekent dat het gemiddeld 86 graaddagen scheelt per stookseizoen (oktober tot en met maart), dat is een verschil van 4%.

Voor het gemak ben ik er van uitgegaan dat er sprake is van een lineair verband tussen het aantal graaddagen in De Bilt en Rotterdam. Het aantal graaddagen in Rotterdam is dan 0,94 met een 95% betrouwbaarheidsinterval van 0,90 tot 0,98.

Dat betekent dat ik voor Rotterdam op gemiddeld aantal graaddagen in de periode 1904 tot en met 1975 op 2.259 graaddagen kom, plus of min 97 graaddagen. Onderstaande tabel geeft het aantal ongewogen graaddagen per jaar in het stookseizoen van Rotterdam voor de periode 2010-2020 in vergelijking met het gemiddelde aantal ongewogen graaddagen in de periode 1904-1975. Als er sprake is van opwarming dan is de verwachting dat het aantal graaddagen daalt.

JaarOng. Graaddagen RotterdamVerwacht 1904-1975Verschil%
20102496225923811%
201119932259-266-12%
201221262259-132-6%
201322802259211%
201417852259-473-21%
201518932259-366-16%
201621412259-117-5%
201719722259-287-13%
201821082259-151-7%
201919592259-300-13%
202019842259-275-12%
Gemiddelde2.0672.259-191-8%

In bovenstaande tabel is te zien dat het aantal ongewogen graaddagen gemiddeld lager ligt dan in de periode 1904-1975. Om te bezien of dit ook statistisch significant is heb ik een t-toets uitgevoerd. Met als nul hypothese dat er het aantal graaddagen in de periode 2011-2020 gelijk is aan het aantal graaddagen in de periode 1904-1975. De uitkomst van deze t-toets is dat de t-waarde -3,2 bedraagt. Daarmee is nul hypothese (geen opwarming) bij significantiedrempel van 5% verworpen. Ergo: het aantal graaddagen ligt in de periode 2011-2020 significant lager dan in de periode 1904-1975.

Aangezien de wetenschap ervan uitgaat dat dit komt door klimaatwetenschap reken ik de bijbehorende energiebesparing voortaan toe aan klimaatverandering.

Effect klimaatverandering op energieverbruik

In onderstaande tabel heb ik het effect van klimaatverandering, energiebesparingsmaatregelen en ons gedrag uitgesplitst. Alle verbruiken zijn omgerekend naar kilowattuur. Om dit terug te rekenen naar m3 aardgas kan je het verbruik door 10 delen (eigenlijk 9,8 nogwat, maar da’s voor de puristen).

Toen we het huis kochten zat er een oude VR-ketel in. Deze hebben we enkel in november en december gebruikt in 2010, in die periode waren we aan het klussen maar woonden we nog niet in het huis. Het verbruik voor 2010 is berekend op basis van deze twee maanden. Omgerekend zouden we dat jaar zo’n 1.100 m3 aardgas voor verwarming hebben gebruikt. Niet heel vreemd voor een C-label woning. Omgerekend naar een standaardjaar zou het ruim 950 m3 aardgas zijn geweest, of 9.622 kWh. Het totale verschil per jaar is telkens het werkelijk verbruik minus het standaardjaarverbruik van 2010.

In 2010 was het aantal graaddagen hoger dan de mediaan in de periode 1904-1975, zoals in de vorige tabel te zien was. Daardoor hebben we in 2010 extra gestookt door het klimaateffect. Een situatie die zich enkel in 2013 herhaald heeft. In alle andere jaren hebben we minder gestookt door minder graaddagen.

JaarVerschil klimaatVerschil HRVerschil IRVerschil gedragTotaal verschil
20101.0130001.013
2011-1.131-3.3720-1.068-5.571
2012-564-3.5970551-3.610
201391-3.85702.789-977
2014-2.017-3.0200-392-5.429
2015-1.557-3.2030-456-5.216
2016-499-3.6230-526-4.648
2017-1.221-3.3360-282-4.839
2018-641-3.5660-207-4.415
2019-1.277-3.314-1.855413-6.033
2020-1.170-3.357-1.879-418-6.824
Totaal-8.973-34.245-3.735405-46.548
Gemiddeld-816-3.113-34037-4.232

Wat verder opvalt is het grote effect van overschakelen op een HR-ketel en ook van de vervolgstap overstappen op infraroodverwarming. Gemiddeld hebben we de afgelopen 10 jaar ruim 800 kWh (ong. 80 m3) aardgas bespaart door klimaatverandering, dat is 19% van ons energieverbruik voor verwarming. Dat valt in het niet bij de besparing die we hebben bereikt door maatregelen te treffen in ons huis. In de meeste jaren is het klimaateffect wel groter dan het effect van ons gedrag op ons verbruik voor verwarming.

Lessen voor klimaatakkoord 2.0

De Europese Unie heeft gekozen voor een scherper klimaatdoel voor 2030, in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de doelstelling in de klimaatwet aan te scherpen en de verkiezingen komen er aan.

De initiatiefwet van D66 en GroenLinks wordt ongetwijfeld inzet van de coalitieonderhandelingen en zal zorgen voor nieuwe onderhandelingen over aanpassingen in het nationale klimaatakkoord. Hoog tijd om daarop vooruitlopend een aantal lessen mee te geven vanuit de dagelijkse praktijk van de lokale uitvoering (eerder gepubliceerd op Sargasso), want het huidige klimaatakkoord bevat een aantal schotten tussen doelstellingen die zacht gezegd niet bepaald zorgen voor maatschappelijke acceptatie bij inwoners. Schotten ook die ervoor zorgen dat inwoners het gevoel hebben dat ze niet serieus worden genomen, dat er enkel ‘infantiele keuzes’ tussen zonneveld of windturbine voorliggen en dat ze de kans missen om de opgave voor de eigen gemeente te verkleinen. Een volstrekt gemiste kans in het huidige klimaatakkoord, die ook zorgt voor onnodige polarisatie. Een goed ontworpen en simpele set spelregels kan inwoners en raadsleden weer grip geven op de enorme opgave die er de komende decennia op ze afkomt vanuit de energietransitie.

Ontwikkelingen in de EU en nationaal

De Europese Commissie heeft aangekondigd de doelstelling voor 2030 te willen aanscherpen naar 55% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990. Het Europees Parlement wil zelfs inzetten op 60% reductie in 2030. Ook in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de ambitie in de klimaatwet voor 2030 op te hogen van 49% naar 55%. Wanneer deze aanscherpingen doorgaan ligt het voor de hand dat ook de maatregelen van het Nederlandse klimaatakkoord (dat is bestempeld tot het eerste klimaatplan, als bedoelt in de klimaatwet) aangevuld moeten worden. Wat weer zal doorwerken in de 30 regionale energiestrategieën. Wat weer tot aanvullende lokale gesprekken met inwoners en gemeenteraden zal leiden over welk aandeel iedere gemeente wil nemen in deze extra opgave.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Koppel energiebesparen aan energie produceren

Veel inwoners vinden dat energiebesparen de eerste stap moet zijn. Jarenlang hameren op de trias energetica heeft zo z’n vruchten afgeworpen. Alleen heeft energiebesparen geen enkel effect op de hoeveelheid te produceren hernieuwbare elektriciteit voor 2030. Terwijl energiebesparen keihard nodig is om het aardgasverbruik in woningen terug te dringen, met als bijkomend voordeel dat woningen die beter geïsoleerd zijn makkelijker aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Ook energiebesparing bij bedrijven kan de hoeveelheid energie die we moeten produceren verminderen. Als inwoners en bedrijven daarmee samen de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit die een gemeente of regio moet opwekken kunnen verminderen biedt dat handelingsperspectief. Het moet dan wel gaan om harde afspraken, niet om zachte convenanten. Worden de afspraken niet gehaald dan is er ook meer energieproductie nodig. Dat betekent meer zonnedaken, maar ook meer zonnvelden, windturbines en op termijn ook meer aardwarmtebronnen (die ook niet vrij van risico’s en nadelen zijn).

De tandeloze zonneladder

In het nationaal beleid, bijvoorbeeld de nationale omgevingsvisie, is een zonneladder opgenomen. Bovenaan staat daarbij zon op dak en iedereen die je er naar vraagt is het daar mee eens. Alleen bij nieuwbouw is de standaard nog steeds dat er een paar schaampanelen op geplaatst worden, net genoeg om aan de normen in het bouwbesluit te voldoen. Als het rijk werkelijk wil dat zonnepanelen bij voorkeur op daken komen dan moet ze daarvoor regels opnemen in het bouwbesluit, zoals Frankrijk dat heeft gedaan. Mocht het rijk dat niet willen geef dan tenminste gemeenten de mogelijkheid om zonnepanelen op het dak verplicht voor te schrijven bij nieuwbouwprojecten. Het is aan inwoners niet uit te leggen dat het rijk een zonneladder heeft waarin zon op dak voorop staat, maar dat de gemeente richting projectontwikkelaars met lege handen staat om dat af te dwingen. Hierdoor blijven daken van nieuwe huizen en bedrijfsgebouwen onbenut, en zijn uiteindelijk meer zonnevelden en windturbines nodig om aan de doelstelling voor 2030 te voldoen. Dat is niet in lijn met de zonneladder en niet in lijn met wat inwoners lokaal als volstrekte nobrainer zien: nieuwe daken moeten vol met zonnepanelen, waar mogelijk zouden zelfs gevels ingezet moeten worden.

Splitsing tussen kleinschalige en grootschalige opwekking van hernieuwbare energie

In het huidige nationale klimaatakkoord is de productie van hernieuwbare energie gesplitst in drie delen: wind op zee, kleinschalige zonnestroominstallaties (<15 kWp, zeg een paneel of 50) en grootschalige opwek door wind- en zonne-energie. De splitsing tussen wind op zee en hernieuwbaar op land is zinvol, dit voorkomt dat lokaal gezegd kan worden dat eerst de zee vol gezet dient te worden. Het gesprek gaat daarmee over de vraag wat inwoners en raadsleden lokaal willen bijdragen aan de nationale opgave.

Wat averechts werkt is de splitsing die in het klimaatakkoord is gemaakt tussen kleinschalige zonnestroominstallaties aan de ene kant en grootschalige wind- en zonne-energie aan de andere kant. Een deel van de inwoners en raadsleden vind zonnevelden en windturbines niet passen bij het lokale landschap, of maakt zich zorgen over de impact zaken als gezondheid, flora en fauna. De kwaliteit van het lokale gesprek zou met sprongen vooruit gaan als inwoners de keuze hadden om de benodigde hoeveelheid zonnevelden en windturbines te beperken door zelf nog massaler dan nu al gebeurd zonnepanelen op hun eigen dak te plaatsen. Alleen is het aantal huiseigenaren dat meer dan 40 tot 50 zonnepanelen kan plaatsen beperkt.

Een extra inzet op (kleinschalig)e zonne-energie in de gebouwde omgeving brengt ook nadelen met zich mee, daar zou de wetgever ook oplossingen voor in kunnen bouwen in de regelgeving. Er zijn inmiddels voldoende oorbeelden uit Australië, Hawaii, Californië, New York en Duitsland beschikbaar om daar slimme regelgeving voor te maken. Bv door zoals in Duitsland regels te stellen over de verhouding tussen omvormer en piekvermogen van de zonnestroominstallatie, of door slimme omvormer voor te schrijven die op afstand terug te regelen zijn door de netbeheerder of een zogenaamde aggregator. Ook het combineren van zonnestroominstallaties met energie-opslag (accu’s of ouderwetse waterboilers) kan helpen om pieken op het netwerk beheersbaar te houden.

Techniekneutraal

In de eerste versie van de handreiking voor regionale energiestrategie werd gesteld dat de invulling van de opgave voor hernieuwbare elektriciteit op land techniek neutraal mocht. In normaal Nederlands regio’s en gemeenten mochten zelf kiezen tussen windenergie, zonne-energie, de inzet van biomasssa/biogas of welke vorm van hernieuwbare elektriciteit dan ook. Enige voorwaarden:  vergunning verlening uiterlijk in 2025 en realisatie uiterlijk in 2030. In latere versies van de handreiking werd techniek neutraal vervangen door wind- en grootschalige zonne-energie. Landelijk was bedacht dat dit de twee technieken zijn die technologisch voldoende ontwikkeld zijn om in 2030 een bijdrage te kunnen leveren.

Daarmee zijn de opstellers van de handreiking in dezelfde valkuil gestapt als het Energie Akkoord: voorschrijven welke techniek voor 2030 passend en haalbaar wordt geacht. Heel fijn dat ze landelijk de discussie daarover gevoerd hebben met elkaar, alleen op lokaal niveau verschillen de meningen over de haalbaarheid en wenselijkheid van de inzet van verschillende vormen van hernieuwbare elektriciteit.

Voor biomassa wordt de discussie op social media,  landelijk en hier op Sargasso bij voorkeur zo ongenuanceerd mogelijk gevoerd. De inzet van biomassa en biogas wordt daarbij per definitie gelijk gesteld aan het importeren van houtige biomassa uit Canada, de VS of zelfs uit tropische bossen. Ook wordt vaak gesteld dat biomassa per definitie luchtkwaliteitsproblemen geeft. Beide hoeft niet het geval te zijn. In agrarische gemeenten is het mogelijk om te kiezen voor de inzet van kleinschalige biogasinstallaties voor elektriciteitsproductie. Ook kan biogas gewonnen worden bij rioolwaterzuiveringsinstallaties. Zelfs als er vanuit landelijk perspectief rendabelere opties zijn zoals het gebruik van het biogas voor verwarming of als feed stock voor de industrie, dan nog is het mogelijk dat daar lokaal andere keuzes in gemaakt worden. De gemeenteraad heeft nu eenmaal haar eigen democratische mandaat en kan dus andere keuzes maken dan de Tweede Kamer. Deze andere keuzes kunnen bijvoorbeeld gemaakt worden vanwege zorgen over het landschap, biodiversiteit of gezondheid. Wat betreft het effect op luchtkwaliteit is het rijk aan zet, een zeer eenvoudige manier om te voorkomen dat biomassa en biogas een negatief effect op de luchtkwaliteit hebben is om de norm voor biobrandstoffen gelijk te trekken met de norm voor fossiele brandstoffen. Er is geen enkele reden te verzinnen waarom biomassa of biogas meer luchtvervuiling zou mogen uitstoten dan hun fossiele tegenhanger. Behalve dan gebrek aan normstelling vanuit de landelijke overheid.

Ontkoppeling tussen hernieuwbare energie en emissies t.g.v. grondgebruik

Klimaatverandering wordt niet enkel veroorzaakt door de CO2 uitstoot van fossiele brandstoffen. Ook methaanemissies vanuit landbouw en grondgebruik spelen een belangrijke rol. Op lokaal niveau zoeken gemeenten naar mogelijkheden om koppelingen tussen deze opgaven te maken, een koppeling die ook past in de geest van de wederom uitgestelde Omgevingswet. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het tegengaan van bodemdaling in veenweidegebied door het verhogen van het peil in een deel van de polder, waarna het deel van het agrarisch land wordt omgevormd tot een combinatie van bloem- en kruidenrijk grasland en zonneveld. Hiermee krijgen insecten weer meer kans, daalt de methaanemissies ten gevolge van veenverbranding, wordt de bodemdaling beperkt en wordt groene stroom geproduceerd. Een aanpak die aan vier kanten hout snijd, maar geen enkele meerwaarde heeft voor de gemeente of de lokale gemeenschap binnen het huidige klimaatakkoord. Het inzetten op dit soort functiecombinaties wordt wel in de ontwerpprincipes van de nationale omgevingsvisie geadviseerd, enige beloning bijvoorbeeld in de vorm van een (tijdelijk) minder hoge opgave in de warmtetransitie of in de opgave voor hernieuwbare elektriciteit biedt het echter niet.

Conclusie

Door slimmere koppelingen te maken tussen verschillende tafels van het klimaatakkoord kan inwoners handelingsperspectief geboden worden. Acties die ze zelf kunnen nemen om ontwikkelingen die ze ongewenst vinden in hun omgeving te beperken of mogelijk zelfs te voorkomen. Dat maakt het lokale gesprek over de energietransitie makkelijker en constructiever. In plaats van de ene dag de vraag zonneveld of windturbine te stellen en de volgende dag warmtenet of warmtepomp, wordt dan de vraag: u wilt geen of minder windmolens? Prima, alleen betekent dat wel dat u zonnepanelen op uw eigen woning en misschien ook wel die van uw buren moet aanbrengen. Minder zonnevelden in uw gemeente? Wat doet u aan energiebesparing en hoeveel minder energieverbruik belooft u in 2030 te realiseren? Eerst zonnepanelen op de grote bedrijfsdaken in de gemeente? Wat gaat u zelf doen om bedrijven daar op aan te spreken en om die zonnedaken te realiseren?

Het ontbreken van slimme koppelingen tussen de verschillende tafels van het klimaatakkoord en speelruimte voor lokaal maatwerk is een gemiste kans. We hebben dan wel haast bij het aanpakken van het klimaatprobleem, maar lokale gemeenschappen hebben ook tijd nodig om te wennen aan nieuwe werkelijkheden en om samen het gesprek te voeren over de wijze waarop ze willen bijdragen aan het doel.

Goede voornemens 2020: de stand van zaken

Begin dit jaar heb ik me drie zaken voorgenomen. De laatste dag van het jaar lijkt me een mooi moment om de stand van zaken op te maken. Nieuwe voornemens heb ik nog niet. Tips mag je in de reacties achterlaten.

Land van Ons

Het eerste voornemen was om lid te worden van Land van Ons, een coöperatieve vereniging die zich tot doel stelt om Nederlandse landbouwgrond te revitaliseren. De grond wordt dus geen natuurgebied, maar blijft in gebruik als cultuurgrond: die door mensen bewerkt wordt en waar producten vanaf komen voor ons dagelijks bestaan. Waar Land van Ons zich door willen onderscheiden is dat de ecologie de basis is voor de exploitatie van de gronden. Dat betekent dat er nog steeds op geboerd kan worden op een manier die meer lijkt op hoe de ‘biologische’ boeren dat aanpakken. Hoewel de eerlijkheid gebiedt: ook daar kunnen op het vlak van herstel biodiversiteit nog genoeg stappen gemaakt worden.

Inmiddels heeft Land van Ons vijf percelen aangekocht in verschillende provincies van Nederland. Zelf hebben we onze inleg verhoogd en hebben we nu omgerekend voor zo’n 40 m2 aan grond helpen aankopen. Niet veel, maar vele kleine beetjes kunnen samen een grote beweging maken zoals de coöperatieve energiesector steeds duidelijker laat zien. Want ook het aantal initiatieven dat zich inzet voor verandering in de landbouw groeit. Of het nu gaat om Rechtstreex, Herenboeren of Caring Farmers. Ze hebben een ding gemeen: ze zoeken naar een nieuwe verbinding tussen stad en platteland, en naar exploitatie van de grond binnen de ecologische grenzen. Al die kleine initiatieven samen kondigen verandering aan, net als lokale biologische boeren (bv Ruyge Weide in Oudewater) en grootschaligere initiatieven zoals Common Land en Kipster.

Ben je op zoek naar een goed voornemen voor 2021? Sluit je aan bij een van de verschillende initiatieven, of stem volgend jaar met je portemonnee. Al gebied de eerlijkheid me te zeggen dat we dit jaar wel een aantal maanden wekelijks een deel van onze boodschappen bij Rechtstreex hebben besteld, maar dat ik dat niet heb volgehouden. Het ritme om uiterlijk op dinsdag het menu voor het weekend daarop te bepalen kregen we niet in ons systeem. Wel zijn we voor de koffie bijna volledig overgeschakeld op plantaardige melk van haver, amandelen en soja. Koffie en thee bestel ik sinds de eerste lockdown bij Peeze.

Groasis

Kort na het bekend maken van mijn twee goede voornemens werd ik gewezen op Groasis. Een Nederlands bedrijf dat een waterbox maakt, waarmee planten en bomen die in droge gebieden worden aangeplant een veel hogere overlevingskans hebben. De video hieronder laat goed zien hoe het werkt.

Het investeringsprogramma van Groasis is per 1 december 2020 gesloten, dus je kan momenteel helaas niet meer meedoen. Maar er zijn genoeg mogelijkheden om te helpen met het herplanten van bomen, ook in Nederland. Bijvoorbeeld de actie Meer Bomen. Dus als je nog een goed voornemen zoekt voor volgend jaar hoeft de investeringsstop van Groasis je niet te weerhouden.

Van gas af

Het derde voornemen dat ik had was om verder te gaan in de speurtocht om van aardgas af te gaan. Over heel 2020 komt ons verbruik uit op minder dan 200 m3. Dat is energie die we enkel nog nodig hebben voor warm water in herfst, winter en lente. In de zomer kunnen we het af met onze zonneboiler. Dit jaar hebben we nog geen keuze gemaakt, wel hebben we genoeg gespaard om de laatste stap te kunnen gaan zetten. Voor de keuken staat inmiddels wel vast dat we een close in boiler gaan nemen, waarschijnlijk met kookwaterkraan.

Voor warm water in de badkamer zijn nog een paar serieuze kandidaten over. Een optie is om een doorstroomverwarmer te nemen, nadeel zijn de piekbelasting en het relatief hoge energieverbruik. Voordeel zijn de kosten en relatief simpele installatie, die ook weinig ruimte in beslag neemt. Een tweede kandidaat is warm water maken uit de lucht die onze mechanische ventilatie afzuigt. Een andere kandidaat die dit jaar op de radar kwam was DeWarmte, een nieuw riothermie bedrijf uit Delft. Zij winnen warmte terug die anders letterlijk door het putje gaat. Vraag is nog even wat de kosten hiervan zijn, hoe makkelijk de installatie is en of het voldoende is om in onze warmwaterbehoefte te voorzien.

Een definitieve keus hebben we nog niet gemaakt. Het goede voornemen om van gas af te gaan schuift dus nog een jaartje door. Wel met reden, want door het coronavirus vergde werk en privé beide veel meer aandacht, en een dag heeft nu eenmaal een beperkt aantal uren. Zoals ook wel blijkt uit de teruggelopen hoeveelheid berichten op mijn weblog dit jaar.

Voortgezette activiteiten

Buiten de drie nieuwe goede voornemens had ik natuurlijk al de nodige zaken lopen. Een daarvan is mijn bestuurslidmaatschap van Energiek Schiedam. Daar hebben we een belangrijke stap gezet met het realiseren van ons tweede zonnedak. Ook is het bestuur dit jaar vernieuwd en hebben we de samenwerking met gemeente Schiedam op gebied van energiebesparing bij inwoners versterkt.

Mijn lidmaatschap van De Windvogel loopt nog steeds door, al ben ik daar verder niet actief. Dit jaar heb ik geen verdere investeringen via Zonnepanelendelen of De Windcentrale gedaan. Wel heb ik weer in verschillende zonne-energie projecten in Afrika geïnvesteerd via Trine en Energise Africa. Want het gaat mij niet alleen om hieropgewekt, maar ook om daaropgewekt. Daar meer hernieuwbare energie opwekken zorgt voor minder kansen voor nieuwe kolencentrales, maar ook voor minder afzet van slechte kwaliteit kerosine voor Europese raffinaderijen. Bovendien draag ik graag mijn steentje bij aan het behalen van de Sustainable Development Goals.

Ik heb in 2020 een investering via crowdfunding gedaan in GoSun. Daarnaast hebben we nog steeds een reeks investeringen uit het het verleden, waaronder investeringen in de verschillende fondsen van Meewind en in Ampyx Power.

Opmerkelijke klimaatzaken

De Amerikaanse Climate Change Litigation database telt inmiddels 1224 Amerikaanse klimaatzaken en 368 niet Amerikaanse klimaatzaken. Waarbij een klimaatzaak breder gaat dan enkel rechtszaken, het kan ook gaan om dagvaardingen of dreigingen met een rechtszaak. De database is een initiatief van het Sabin Center for Climate Change Law van de Columbia Law School en Arnold & Porter. De afgelopen weken zijn er een aantal ontwikkelingen die de komende jaren grote gevolgen kunnen hebben.

Uitspraak in Ierse klimaatzaak: klimaatbeleid te vaag

De Ierse milieuorganisatie Friends of the Irish Environment (FIE) had een zaak aangespannen tegen de Ierse overheid. FIE stelde dat de Ierse overheid niet voldoet aan verplichtingen uit de Climate Action and Low Carbon Development Act, een wet uit 2015 die zegt dat de overheid plannen moet maken om de transitie naar een klimaatneutrale economie in 2050 te realiseren. Een panel van zeven Ierse opperrechters gaf de milieuorganisatie unaniem gelijk.

Zij bevestigden afgelopen vrijdag dat uit de huidige plannen niet valt af te leiden dat Ierland op weg is om zijn doelen te behalen. De rechter heeft de overheid daarom opgedragen op om een nieuw, gedetailleerd plan te maken. Daarbij moet een redelijk geïnformeerd persoon kunnen beoordelen of het plan realistisch is en of ze het eens zijn met de in het plan gemaakte beleidskeuzes. Het plan moet ook de volle periode tot 2050 beslaan, de latere jaren mogen wel minder gedetailleerd zijn dan de periode tot 2030. De Ierse Hoge Raad is in haar uitspraak niet ingegaan op grondwettelijke of mensenrechten zaken, aangezien de zaak niet door een individu was aangespannen. Dit kan in toekomstige rechtszaken nog wel een rol gaan spelen.

Klimaatactivisten noemen de ontwikkeling hoopgevend. In de uitspraak verwijst de Ierse Hoge Raad (pdf) verschillende keren naar de klimaatzaak van Urgenda. De Ierse regering heeft de uitspraak van de Ierse Hoge Raad positief ontvangen. De nieuwe coalitie, met daarin onder andere de Ierse Groenen, wil dat de uitstoot van broeikasgassen vanaf nu elk jaar met 7 procent afneemt.

Massachusetts vs Exxon Mobil

Eerder dit jaar verloor de aanklager van New York zijn klimaatzaak tegen Exxon Mobil. De aanklager van New York stelde dat Exxon Amerikaanse beleggers en investeerders had misleid over de financiële risico’s van klimaatverandering voor de bedrijfsvoering en waarde van Exxon Mobil. Daarmee zijn de zorgen voor Exxon Mobil niet weg, want Massachusetts heeft een soortgelijke klimaatzaak aangespannen tegen het Amerikaanse olie- en gasbedrijf. Exxon probeert de rechtszaak naar de federale rechtbank verplaatst te krijgen, maar slaagt daar vooralsnog niet in. De rechtbank van Massachusetts heeft eind mei aangegeven van mening te zijn dat de aanklacht van Massachusetts enkel betrekking heeft op mogelijke overtreding van staatswetgeving en dat deze geen federale vragen bevat.

Om de zaken nog wat erger te maken voor Exxon Mobil, maar ook voor andere fossiele energiebedrijven, heeft het Amerikaanse Huis voor Klokkenluiders (National Whistleblower Center (NWC)) op 23 juli het rapport Exposing a Ticking Time Bomb: How Fossil Fuel Industry Fraud is Setting Us Up for a Financial Implosion – and What Whistleblowers Can Do About It gepubliceerd. John Kostyack, NWC Executive Director stelt:

In light of the deceptions we found, the handful of pending fraud cases challenging climate risk disclosures by fossil fuel companies are probably just the tip of the iceberg. We anticipate that the number of cases and defendants will increase dramatically in the near future once potential whistleblowers learn about the benefits of modern whistleblower laws and begin providing information to regulators and prosecutors about climate risk deceptions along the lines of those outlined in our report.

De belangrijkste bevindingen van het rapport zijn dat misleiding over de financiële risico’s van klimaatverandering alomtegenwoordig is in de fossiele brandstofindustrie. Het gaat daarbij om het routinematig weglaten van twee soorten informatie in verklaringen van bedrijven aan aandeelhouders. Op de eerste plaats de onmiddellijke risico’s die klimaatverandering vormt voor de financiële toestand van bedrijven en ten tweede het risico dat de vermindering van de de waarde van activa van het bedrijf zal bijdragen aan een economiebrede financiële implosie. Op de tweede plaats wijst het rapport er op dat de groeiende rol van klokkenluiders in de strijd tegen fraude betekent dat het handjevol van lopende effectenfraudezaken slechts het topje van de ijsberg vormen. Er zijn momenteel slechts vijf lopende zaken – allemaal tegen Exxon – over de vraag of de verklaringen van het bedrijf over de financiële risico’s van klimaatverandering volgens staats- of federale wetgeving vallen onder effectenfraude. De NCW verwacht dat het aantal zaken en gedaagden sterk zal toenemen zodra potentiële klokkenluiders leren over de bescherming en beloningen, die door de huidige Amerikaanse klokkenluiderswet wordt geboden voor het verstrekken van gedetailleerde informatie aan toezichthouders en openbaar aanklagers over fraude met klimaatrisico’s. Volgens het NCW kunnen klokkenluiders in de fossiele brandstof industrie, net als hun voorgangers in tabaksindustrie, bankwezen en gezondheidszorg een centrale rol spelen in de hervorming van hun bedrijfstak en kunnen ze helpen om een wereldwijde financiële implosie te voorkomen.

Afrondend

De recente ontwikkelingen laten zien dat de uitspraak in de Urgenda klimaatzaak niet uniek is. De uitspraak van de Ierse Hoge Raad ligt in het verlengde en dwingt de Ierse overheid tot het maken van concretere plannen. Daarmee is duidelijk dat uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad in de Urgenda klimaatzaak niet enig in zijn soort is. Daarmee kan er ook uitstraling naar andere overheden binnen met name de EU zijn. Voor Exxon Mobil en andere olie, gas en kolenbedrijven betekent de publicatie van het Amerikaanse Huis voor Klokkenluiders en van de rechtbank in Massachusetts dat de juridische gevaren na het winnen van de rechtszaak in New York nog lang niet geweken zijn.

Dit bericht is begin augustus 2020 geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.