Energieverbruik en -productie december 2019

Januari, dus tijd om de balans op te maken over ons energieverbruik en onze energieproductie in december 2019. Oersaai, maar heerlijk om het jaar mee te beginnen. Te beginnen met het overzicht van de kengetallen van december om daarna door te kijken naar ons bruto energieverbruik en de verwarming.

Wat (alles in kWh)20182019verschil
Ruimteverwarming898442-51%
Warm water20224421%
Apparaten339227-33%
Verbruik/graaddag2,371,11-53%
Gasverbruik1089244-78%
Elektriciteitsafname339683101%
Teruglevering14
Elektriciteitsverbruik33966997%
Zonnepanelen354837%
Zonnedelen84-50%
Winddelen153113-26%
Zonneboiler100-100%
Totaal opwekking206165-20%
Netto elektriciteitsverbruik143504252%

Het energieverbruik voor verwarming en apparaten ligt dit jaar fors lager dan vorig jaar. Ook het gasverbruik is behoorlijk gedaald, door onze overstap naar infraroodverwarming. Dat heeft wel gezorgd voor een stijging van ons elektriciteitsverbruik. Per saldo hebben we in december 504 kWh elektriciteit meer verbruikt dan dat we hebben geproduceerd. Onze zonnepanelen hebben het beter gedaan dan in 2018. Onze winddelen, zonnedelen en zonneboiler hebben minder energie opgewekt dan in december 2018. Op jaarbasis verbruiken we inmiddels bijna 1.400 kWh meer elektriciteit dan we zelf opwekken met onze winddelen, zonnedelen en zonnepanelen.

Bruto energieverbruik

Door het lagere energieverbruik in december is ons bruto energieverbruik voor het eerst sinds 2011 onder de 10.000 kWh per jaar uitgekomen. Daarmee ligt ons bruto energieverbruik 1.600 kWh lager dan gemiddeld in de periode 2011-2018, waarbij ik 2013 buiten beschouwing laat. Dat was namelijk een jaar waarin we uitzonderlijk fors hebben gestookt. Ons bruto energieverbruik is daarmee 14% lager uitgekomen dan het gemiddelde over de periode 2011-2018.

Wanneer ik kijk naar de verdeling van ons energieverbruik dan ligt vooral het energieverbruik van onze verwarming veel lager dan in eerdere decembermaanden. Het energieverbruik voor warm water en elektrische apparaten is niet heel veel veranderd.

Onze energievraag op jaarbasis voor warm water en elektrische apparaten is behoorlijk constant. De vraag voor verwarming is wel gedaald. Waarmee het totaal onder de 10.000 kWh op jaarbasis is uitgekomen. Een daling die in maart 2019 al werd ingezet.

Doordat ons energieverbruik voor verwarming afneemt neemt ook het aandeel van verwarming in ons energieverbruik af. Het ligt inmiddels op het laagste niveau met een aandeel van 42%.

In december 2019 bestond ons energieverbruik voor ongeveer tweederde uit elektriciteit. Het resterende deel werd geleverd door aardgas. Een volledige omdraaiing van ons normale patroon, aangezien we in voorgaande jaren in december ruim 75% van onze energiebehoefte uit aardgas haalden.

Wanneer ik kijk naar het aandeel gas in ons bruto energieverbruik dan is dat in december op jaarbasis gedaald naar minder dan 40% van ons energieverbruik. Onze zonneboiler levert nog steeds zo’n 10% van ons energieverbruik. Elektriciteit heeft op jaarbasis voor het eerst sinds we hier in 2011 zijn komen wonen meer dan 50% van onze energie geleverd. Ons bruto energieverbruik is in 2019 voor het eerst sinds we hier wonen onder de 10.000 kWh uitgekomen.

Bron energieverbruik

Een andere manier om naar ons energieverbruik te kijken is door het te verdelen in de verschillende vormen van energieproductie. Waarbij we twee vormen van energie inkopen: aardgas en elektriciteit. Sinds 2013 leveren we in de zomer meer elektriciteit terug dan we verbruiken. Ook ligt ons gasverbruik buiten het stookseizoen al sinds 2011 bijna op nul. Wat in 2019 is verandert is dat ook het gasverbruik in de winter fors gedaald is, doordat we overgeschakeld zijn op infraroodverwarming. De inkoop van groene stroom is daardoor wel gestegen.

Op jaarbasis bestaat ons energie nog steeds voor een groot deel uit aardgas. Al neemt het verbruik wel fors af en is het gedaald naar minder dan 400 m3 gas per jaar, in 2018 was dit nog ruim 700 m3 aardgas. Komend jaar verwacht ik dat het gasverbruik daalt tot onder de 200 m3 aardgas en als de verwarming de rest van het stookseizoen goed doorstaat gaat in 2021 het gas er volledig af.

Het aandeel inkoop van elektriciteit is afgelopen jaar opgelopen en het aandeel aardgas gedaald. Het aandeel gas ligt nu onder de dan 40%. De belangrijkste bron voor energie na aardgas zijn onze zonnepanelen, deze leveren ongeveer 20% van ons jaarlijks energieverbruik. Momenteel kopen we zo’n 15% van onze energie in de vorm van groene stroom. Gevolgd door onze zonneboiler en winddelen met ieder 11% van ons energieverbruik.

Op jaarbasis ligt ons bruto energieverbruik over heel 2019 18% lager dan gemiddeld in de periode 2011-2018. Als ik 2013 buiten beschouwing laat resteert een besparing van 14%, oftewel 1.600 kWh. De daling zit vooral bij de verwarming. De daling van het elektriciteitsverbruik door apparaten wordt voornamelijk bepaald doordat het infraroodpaneel in de badkamer sinds maart meetelt als verwarming. Deze zat voor de installatie van de aansturingssoftware van BeNext verstopt onder elektrische apparatuur.

Energieproductie

Onze energieproductie lag met 4.500 kWh 6% lager dan in 2018. Wederom haalde onze winddelen niet de beoogde productie van 1.500 kWh per jaar. Ook de energieproductie van onze zonnepanelen en zonnedelen lag lager dan in 2018. Alleen de zonneboiler presteerde iets beter dan in 2018.

Doordat ons bruto energieverbruik gedaald is is het aandeel zelf opgewekte energie wel gestegen. We zijn hard op weg naar de 50%, wat ik verwacht te kunnen halen zonder extra zonnepanelen, zonnedelen of winddelen. Puur door de energiebesparing ten gevolge van de overschakeling op infraroodverwarming.

Verwarming

In december zijn we een aantal dagen langer weg geweest dan voorgaande jaren. Dat heeft uiteraard effect gehad op ons energieverbruik. We hebben vooral minder hoeven verwarmen. Als ik hiervoor corrigeer komt het energieverbruik voor verwarming in december uit op 1,65 kWh/graaddag. Dat is 30% lager dan ons energieverbruik voor verwarming in 2018. En ook lager dan we sinds 2011 in ons huis hebben weten te bereiken. De enige verandering ten opzichte van december 2018: infraroodverwarming van ThermIQ.

Ook over heel 2019 ligt ons energieverbruik per graaddag voor verwarming lager dan in eerdere jaren. Al is het verschil minder groot dan in december, omdat we de infraroodpanelen pas in de loop van maart hebben laten installeren. In 2020 verwacht ik daarom dat ons cumulatief energieverbruik voor verwarming, uitgedrukt in kilowattuur per graaddag, lager zal liggen dan in 2019.

Wanneer ik het energieverbruik voor verwarming corrigeer voor onze afwezigheid rond kerst zouden we in december 657 kWh hebben verbruikt voor verwarming. Dat is 27% lager dan de 898 kilowattuur uit december 2018. Daarmee hebben we in 2019 nipt een zuinigheidsrecord gezet met 4.211 kWh, waarmee we zuiniger zijn geweest dan de 4.400 kWh uit 2014. Waarbij de verschillende jaren niet gecorrigeerd zijn voor het aantal graaddagen.

Wanneer ik wel corrigeer voor het aantal graaddagen en de verschillende jaren terug reken naar een standaardjaar met 2802 graaddagen dan wordt het verschil groter. 2019 blijft het meest zuinige jaar met 4.580 kWh, 2014 volgt dan echter op 5.256 kWh. Een verschil van ruim 650 kWh.

Als ik niet corrigeer voor onze afwezigheid rond kerst komt het energieverbruik voor verwarming in december nog lager uit dan in voorgaande jaren. Het energieverbruik per graaddag ligt in december dan zelfs wat lager dan in november. En ook het gemiddeld energieverbruik per graaddag over de afgelopen 12 maanden laat een duidelijke daling zien. Januari wordt wat dat betreft de echte testcase, want lager dan 2,5 kWh/graaddag is me in een januarimaand nog nooit gelukt.

Het totale energieverbruik voor verwarming in een standaardjaar ligt inmiddels onder het de energiebesparing waar het Vesteda model van CE Delft mee rekent voor infraroodverwarming. Zowel als ik uitga van ons energieverbruik op jaarbasis in januari 2019 als wanneer ik uitga van ons langjarig gemiddelde energieverbruik voor verwarming. Naar het totale energieverbruik uit het Vesteda model kijk ik niet eens, voor een c-label woning rekent dat model met een energieverbruik voor aardgas van 12.827 kWh en voor infraroodverwarming met 9.890 kWh. Verbruiken die ik in onze c-label woning nooit en te nimmer heb weten te behalen.

Onze verwarmingskosten zijn in december wel gestegen, ondanks de energiebesparing die onze infraroodpanelen opleveren. Dat komt doordat elektriciteit in Nederland relatief zwaar wordt belast t.o.v. aardgas. De energiebelasting plus opslag duurzame energie bedragen voor gas omgerekend zo’n 4 Eurocent per kilowattuur. Voor elektriciteit is dit 12,5 Eurocent per kilowattuur.

Al met al zijn onze verwarmingskosten met Euro 188 gestegen ten opzichte van onze gemiddelde verwarmingskosten in 2011-2018. Waarbij alle verbruiken omgerekend zijn tegen de tarieven van 2020. Die stijging zal in 2020 nog wel doorzetten, tenzij we extra energiebesparende maatregelen gaan nemen. Wat zomaar zou kunnen.

Variabele energiekosten 2019

Het hoeft weinig verrassing te wekken dat onze variabele gasrekening in 2019 fors lager lag dan voorgaande jaren. Voor in november en december is het verschil goed zichtbaar. In de eerste maanden van het jaar was het verschil nog gering. De infraroodpanelen van ThermIQ zijn pas in maart geïnstalleerd. Onze gasrekening ligt ongeveer 200 Euro lager dan in 2018.

Onze elektriciteitskosten zijn gestegen met 375 Euro, dat komt door de overschakeling op infraroodverwarming. Die stijging is echter een stuk minder dan verwacht op basis van de COP=1 politie, die een stijging van ruim 600 voorspelden. Als ik rekening hou met de 24% energiebesparing waar CE Delft mee rekent in het Vesteda model en waar ook DWA mee rekent dan komt onze elektriciteitsrekening nog steeds 60 Euro lager uit dan verwacht.

Onze totale variabele energiekosten zijn met 180 Euro gestegen ten opzicht van 2018. Ten opzichte van de verwachte energiekosten bij gebruik van de hr-ketel zijn de variabele energiekosten in 2019 met Euro 160 gestegen.

Als ik de variabele energiekosten van de verschillende jaren omreken naar de tarieven voor 2020 dan is onze gasrekening in 2020 beduidend lager dan voorgaande jaren. Al vanaf maart liggen de kosten lager dan eerdere jaren.

Onze variabele elektriciteitskosten zijn in 2019 hoger dan in voorgaande jaren.

De totale variabele energiekosten lagen in 2019 ook bij gebruik van het tarief van 2020 hoger dan voorgaande jaren. Enkel in 2011, 2012 en 2013 lagen de energiekosten hoger. Ten opzichte van de gemiddelde energiekosten in de periode 2014-2018 komen onze variabele energiekosten over 2019 110 Euro hoger uit. Dat is een stijging van 15% ten opzichte van onze gemiddelde variabele energiekosten in de periode 2014-201.

Energieverbruik verwarming november 2019

November is voorbij. Tijd om te kijken naar ons energieverbruik. Vandaag met uitgebreidere analyse van het energieverbruik voor onze verwarming. De analyse van energieproductie en overig energieverbruik volgt later deze week.

Verwarming

November was redelijk koud, waardoor het de eerste maand was waarin we weer behoorlijk gestookt hebben. Interessant dus om te kijken naar wat hoeveel energie we hebben verbruikt voor verwarming van ons huis. De eerste overwinning is dat de cv-ketel niet gebruikt is voor verwarming. Het huis is comfortabel verwarmd m.b.v. onze infraroodverwarming. Een tweede opmerkelijk punt is dat het maar niet lukt om in de buurt te komen van de verbruiken die de COP = 1 politie voor infraroodverwarming voor rekent. CE Delft rekent in haar model met 24% besparing door een lagere luchttemperatuur, door sommigen omschreven als een gedrags-COP.

Energieverbruik per maand per graaddag 2011-2019

In bovenstaande grafiek is te zien dat ons energieverbruik per graaddag in november lager lag dan in voorgaande jaren. Niet een klein beetje, maar 40% lager dan in 2018. Ook ten opzichte van ons gemiddelde energieverbruik per graaddag in november in de periode 2011-2018 ligt het verbruik 40% lager. Zelfs als ik 2013, het jaar waarin we bovengemiddeld veel gestookt hebben, niet meereken.

Dit jaar telt het stroomverbruik van de verwarming van onze badkamer voor het eerst mee als verwarming. In voorgaande jaren telde dit mee als elektriciteitsverbruik apparaten, aangezien ik voorheen geen mogelijkheid had om het elektriciteitsverbruik van dit infraroodpaneel uit te splitsen van het overige elektriciteitsverbruik. Dat scheelt bijna 75 kWh in het nadeel van infraroodverwarming. De werkelijke besparing t.o.v. de cv-ketel ligt dus nog wat hoger.

Elektriciteitsverbruik per infraroodpaneel in november 2019. Bron BeNext meetapparatuur.

Ik heb in november een paar keer geprobeerd om de luchttemperatuur een graad lager te krijgen dan voorgaande jaren of om slechts een deel van de kamer te stoken (de gedrags COP), alleen levert dat telkens commentaar op van de dames over het comfort. Dus daar ben ik mee gestopt. Vandaar dat het elektriciteitsverbruik in de keuken, speelhoek en zithoek nagenoeg gelijk is. Andere theorieën over het verminderde energieverbruik zijn welkom.

Sinds januari is de daling van ons energieverbruik per graaddag minder groot, omdat we in de infraroodpanelen pas sinds halverwege maart gebruiken. Het energieverbruik voor verwarming ligt zo’n 15% lager dan het gemiddelde over de periode 2011-2018, exclusief 2013.

Ook in bovenstaande grafiek is te zien dat het aantal kilowattuur dat we verbruiken voor verwarming per graaddag daalt. De meest heldere maand om dat te gaan zien wordt januari, lager dan 2,5 kWh/graaddag hebben we nog nooit gehaald.

Energieverbruik verwarming omgerekend naar standaardjaar

Bovenstaande grafiek is wat lastiger te begrijpen. De blauwe lijn geeft weer hoeveel kilowattuur gas of elektriciteit we in een standaardjaar zouden verbruiken op basis van het gemiddelde verbruik van de afgelopen 12 maanden. We houden sinds januari 2011 het energieverbruik bij, dus de eerste maand waarvoor dat te berekenen is is december 2012. De rode lijn geeft het gemiddelde energieverbruik voor een standaardjaar aan sinds we in ons huis wonen. Dit ligt hoger, want het effect van 2013 ijlt hierin nog steeds na. De twee rechte horizontale lijnen geven het verwachte energieverbruik in een standaardjaar aan op basis van het Vesteda model van CE Delft. Waarbij de verbruiken gecorrigeerd zijn voor ons eigen gasverbruik en voor de besparing waar Vesteda mee rekent voor infraroodverwarming t.o.v. hr-ketels. De rode geeft aan hoe hoog het verbruik naar verwachting is op basis van ons langjarig gemiddelde gasverbruik in een standaardjaar. De groene lijn gaat uit van het ons langjarig gemiddelde energieverbruik voor verwarming, gecorrigeerd met 24% energiebesparing waar CE’s Vesteda model vanuit gaat. Tot slot laat de gele lijn zien waar ik op verwacht uit te komen uitgaande van de gemiddelde besparing. Dat is ongeveer 3.000 kWh. Het verwachte elektriciteitsverbruik lijkt wel lager te liggen dan de 35% energiebesparing waar ik bij de installatie van de panelen rekening mee hield op basis van gegevens van Gerard de Leede

Het elektriciteitsverbruik is wel een stuk hoger dan de eerste inschatting die ik in 2015 maakte, maar 25 kWh/m2 is wel in lijn met het energieverbruik per vierkant meter van de infraroodwoning waar ik toen aan heb gerekend. Ons energieverbruik in kWh/m2 ligt inmiddels ook lager dan in eerdere jaren, zoals in bovenstaande grafiek te zien is.

Verwarmingskosten

Eerder dit jaar schreef ik dat de verwarmingkosten nog niet stegen. Inmiddels kan ik die woorden inslikken, want de verwarmingskosten stijgen wel degelijk. Als ik de verbruiken van de verschillende jaren omreken naar de te tarieven van 2019 dan is infraroodverwarming duurder dan verwarmen met de hr-ketel. Op basis van het verwachte elektriciteitsverbruik gaat het om Euro 246 per jaar. Daar staat tegenover dat we de gasaansluiting straks de deur uit kunnen doen, wat ons per jaar Euro 172 aansluitkosten aan Stedin en Euro 54 vaste leveringskosten aan Greenchoice scheelt. Waarmee infraroodverwarming Euro 20 per jaar duurder is bij de huidige tarieven. Dit verschil wordt kleiner als de energiebelasting op aardgas de komende jaren oploopt. Naar verwachting wordt

CO2 effect

In januari tot en met november 2018 verbruikte we bijna 4.700 kWh aan gas voor verwarming, dat is omgerekend zo’n 780 m2 aardgas. Goed voor een CO2 uitstoot van 0,9 ton CO2. In dezelfde periode in 2019 hebben we 2.200 kWh aan gas verbruikt voor verwarming, zo’n 226 m3 aardgas, en 1342 kWh aan elektriciteit. We nemen stroom af van Greenchoice, dat betekent dat we mogen rekenen met het stroometiket van het product dat we afnemen. Het betreft een mix van biogas en windenergie. Wanneer ik daar mee reken bedraagt de CO2 uitstoot 0,53 ton CO2, een daling met 41%.

Als ik de CO2 uitstoot via het netgemiddelde (413 gram CO2/kWh voor stroommix onbekend) bereken bedraagt dez 1 ton CO2, 10% hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. De stroommix gaat de komende jaren groener worden, wat betekent dat dit een tijdelijke stijging is. Zelf werk ik ook mee aan de uitbreiding van die capaciteit. Zowel via de energiecoöperatie waar ik in het bestuur zit, als dat ik overweeg om extra zonnepanelen bij te plaatsen op de noordwest-zijde van ons huis of op de dak van onze schuur.

Energieverbruik en -productie oktober 2019

Oktober is voorbij, november begonnen. Dat betekent dat het tijd is om weer eens naar ons energieverbruik te kijken, en naar de hoeveelheid energie die we zelf produceren. Oktober was een memorabele maand, omdat het aandeel aardgas in ons jaarlijks energieverbruik voor het eerst onder de 50% is gezakt.

Oktober 2018 vs 2019

Wat (in kWh)20182019verschil
Ruimteverwarming18123228%
Warm water2022020%
Apparaten2202357%
Verbruik/graaddag1,041,2016%
Gasverbruik282127-55%
Elektriciteitsafname220512133%
Teruglevering46
Elektriciteitsverbruik220466112%
Zonnepanelen16398-40%
Zonnedelen2624-8%
Winddelen11275-33%
Zonneboiler10175-26%
Totaal opwekking402271-23%
Netto elektriciteitsverbruik-81269-385%

In oktober 2019 hebben we 28% meer energie voor ruimteverwarming gebruikt dan in oktober 2018. Het verbruik per graaddag lag 16% hoger dan in oktober 2018. Daarmee is oktober de eerste maand waar het verbruik met infraroodpanelen hoger uitvalt dan in dezelfde periode vorig jaar, zowel in absolute hoeveelheid als in verbruik per graaddag. Ook het energieverbruik voor apparatuur is gestegen ten opzichte van oktober 2018, in totaal met 7%.

Ons gasverbruik is 55% gedaald. Logisch, aangezien we in oktober 2018 nog verwarmde met onze cv-ketel en in oktober 2019 infraroodverwarming gebruikt hebben. Ons elektriciteitsverbruik verdubbelde daardoor ruim.

Voor energieproductie was oktober 2019 een slechte maand vergeleken met vorig jaar. De opbrengst van onze zonnepanelen daalde met 40%, van opbrengst van onze zonnedelen met 8%, van onze winddelen met 33% en van onze zonneboiler met 26%.

Verdeling energieverbruik

In oktober is het stookseizoen duidelijk weer begonnen, zoals te zie is aan de ontwikkeling van onze energievraag. Na een paar maanden niet gestookt te hebben is onze verwarming nu weer aan. Dat betekent dat de welbekende winterpiek in onze energievraag weer in opbouw is. Ook is het ’s ochtend weer later licht en ’s avond weer eerder donker, wat zich vertaald in een stijgende energieverbruik van elektrische apparaten.

Op jaarbasis is onze energievraag een stuk constanter verdeeld over verwarming, elektrische apparaten en warm tapwater. Ons energieverbruik wil nog steeds niet echt onder de 10.000 kWh op jaarbasis zakken. Al hou ik goede hoop dat dat deze winter nog wel gaat lukken.

De procentuele verdeling tussen verwarming, elektrische apparaten en warm water is ook redelijk constant de afgelopen jaren. Al ligt het aandeel verwarming de afgelopen 12 maanden wel lager dan in 2018.

Energieverbruik

Hieronder een nieuw grafiekje, waarin de procentuele verdeling van de energielevering tussen elektriciteit, zonneboiler en aardgas is weergegeven. Deze grafiek laat duidelijk zien dat het grootste deel van ons gasverbruik in de winter zit. De grafiek laat zien dat het lastig is en blijft om in de zomermaanden helemaal aardgasvrij te zijn, ondanks de zonneboiler. De grafiek laat ook het effect zien van onze infraroodpanelen. Het percentage aardgas daalt vanaf maart 2019 beduidend sneller dan eerdere jaren.

Nog aardiger wordt als ik kijk naar de verdeling tussen elektriciteit, zonnewarmte en aardgas. Dan is duidelijk te zien dat het aandeel aardgas in ons energieverbruik terugloopt. Eind oktober is het voor het eerst tot onder de 50% van ons energieverbruik gedaald. Het aandeel elektriciteit stijgt, van deze elektriciteit produceren we nog steeds het grootste gedeelte zelf.

Bronnen energieverbruik (uitgesplitst)

Wanneer we het energieverbruik meer uitsplitsen naar bron op maandbasis, dan is duidelijk zichtbaar dat we in de zomermaanden meer elektriciteit opwekken dan we nodig hebben, terwijl we in de winter tot nu toe een piek in ons aardgasverbruik hebben. Dit jaar blijft de aardgaspiek vooralsnog uit, omdat we ons huis verwarmen met infraroodpanelen. Het energieverbruik is in oktober wel opgelopen ten opzichte van september. Wat ook te verwachten is nu het stookseizoen begonnen is.

Als we meer gedetailleerd naar de bronnen van ons energieverbruik kijken dan is duidelijk dat we te weinig energie opwekken om op jaarbasis in ons energieverbruik te voorzien. Door de overschakeling op infraroodverwarming zijn we ook niet meer in staat om alle elektriciteit op jaarbasis zelf op te wekken. Inmiddels verbruiken we op jaarbasis zo’n 200 kWh elektriciteit meer dan we opwekken.

Op jaarbasis kopen we nu 5% van ons energieverbruik in als elektriciteit bij onze energieleverancier. Daarnaast kopen we bijna 50% in aan aardgas. Dat betekent dat we zo’n 45% van ons energieverbruik zelf opwekken. Best een aardige prestatie, al zou ik het aandeel eigen elektriciteit graag verder ophogen.

Netto energieverbruik

Het netto energieverbruik ligt in 2019 nog steeds op schema om tot de laagste sinds we in ons huis wonen te gaan behoren. Deels komt dat door de hoeveelheid energie die we hebben geproduceerd tot en met oktober, deels doordat ons energieverbruik wat is gedaald.

Wanneer ik kijk naar het netto energieverbruik gecorrigeerd voor vloeroppervlak en voor graaddagen dan ligt dit 16% lager dan het gemiddelde in de periode 2014-2018. De periode 2011-2013 tel ik niet mee, omdat dat de periode voor onze zonnepanelen was. Daardoor is het netto energieverbruik over die periode niet goed vergelijkbaar met het netto energieverbruik in de periode 2014-2018.

Verwarming

Nu het stookseizoen in oktober echt weer is begonnen is het ook tijd om het energieverbruik per graaddag te vergelijken. In oktober 2019 hebben we meer energie per graaddag verbruikt dan in 2018. Ons energieverbruik voor verwarming lag wel 16% lager dan onze gemiddelde energieverbruik per graaddag in de periode 2011-2018.

Belangrijker dan het maandelijkse stookgedrag is de vraag hoe ons stookgedrag van dit jaar zich verhoud tot een standaard jaar. Hier gedefinieerd als een jaar met 2802 graaddagen.

Onderstaande grafiek laat zien dat 2019 tot op heden tot de zuinigste stookjaren behoort. Per vierkante meter zitten we momenteel op een verbruik van iets minder dan 30 kWh. Dat is 7% zuiniger dan gemiddeld in de periode 2011-2018.

Afsluitend

Ons energieverbruik lag afgelopen maand hoger dan in dezelfde periode in 2018. Voor een deel heb ik de oorzaak inmiddels achterhaald en is deze gelegen in een temperatuursensor die ik iets te enthousiast had gecorrigeerd. Hierdoor is ons huis een halve graad warmer gestookt dan nodig.

Onze energieproductie lag in oktober fors lager dan in oktober 2018. Dat heeft vooral te maken met weersinvloeden, waar we weinig invloed op hebben.

Energieverbruik en -productie september 2019

Dierendag is voorbij, dat betekent dat ook september voorbij is. Tijd om naar ons energieverbruik en onze energieproductie van september 2019 te kijken. Te beginnen met de vaste tabel met saaie cijfers.

Wat20182019verschil
Ruimteverwarming072
Warm water2022020%
Apparaten2202273%
Verbruik/graaddag0,001,03
Gasverbruik9778-20%
Elektriciteitsafname22041287%
Teruglevering113
Elektriciteitsverbruik22029936%
Zonnepanelen197176-11%
Zonnedelen34340%
Winddelen10968-37%
Zonneboiler10412318%
Totaal opwekking444401-10%
Netto elektriciteitsverbruik-12021-117%

Verdeling energieverbruik

In bovenstaande tabel valt meteen op dat het energieverbruik voor ruimteverwarming een stuk hoger ligt dan in 2018. Het energieverbruik voor warm water en voor apparatuur is nauwelijks veranderd.

Het energieverbruik voor warm water is een redelijk ruwe berekening, waarbij ik ervan uit ga dat we maandelijks 202 kWh energie voor warm water nodig hebben. Zolang het gasverbruik onder de 202 kWh per maand ligt ga ik ervan uit dat dit nodig was voor warm water. Het uiteindelijke gevolg is dat het stookseizoen in mijn spreadsheet dit jaar al in september is begonnen. Voorgaande jaren begon het pas in oktober, ook al ging de kachel soms al in september aan.

Over een periode van 12 maanden is er weinig verandert in ons energieverbruik. Ons totale energieverbruik is met ongeveer 1% gestegen van 10.224 naar 10.303. Van ons totale energieverbruik gaat op jaarbasis ongeveer 25% op aan warm water en iets meer dan een kwart aan elektrische apparaten. De grootste energieverbruiker is en blijft de verwarming.

Energieverbruik naar bron

Wanneer ik kijk naar de bron van ons energieverbruik dan is de zon in september de belangrijkste bron geweest met in totaal 333 kWh elektriciteit en warmte. Gas leverde slechts 78 kWh, windenergie 68 kWh en daarnaast hebben we nog 21 kWh groene stroom ingekocht bij het energiebedrijf.

Gemeten over 12 maanden blijft aardgas de grootste energiebron met 5.300 kWh, gevolgd door zonne-energie met 3.600 kWh en windenergie met 1.200 kWh. De laatste 200 kWh hebben we bij het energiebedrijf ingekocht. Een duidelijk verschil met september 2018, toen we nog 340 kWh terugleverden aan het energiebedrijf. Ons gasverbruik lag toen ook beduidend hoger op 7.000 kWh, tegen 5.300 kWh nu. De hoop is dat ons 12 maands gasverbruik de komende maanden verder zakt, net als ons totale energieverbruik.

Een zelfde verschuiving in onze energiebronnen is procentueel waarneembaar. Het aandeel gas neemt af en met name het aandeel elektriciteitsinkoop neemt toe. Doordat we komend stookseizoen ons huis volledig met infraroodverwarming willen verwarmen zal het aandeel gas verder afnemen. Ik verwacht dat het rond de 10 tot 20% van ons totale energieverbruik gaat worden.

Cumulatief energieverbruik per jaar

Ons netto energieverbruik in september ligt lager dan in 2014. Daarmee hebben we tot nu toe het laagste netto energieverbruik sinds we in 2011 in dit huis zijn gaan wonen.

Uitgedrukt in energieverbruik per vierkante meter vloeroppervlak in ons huis zitten we tot nu toe op 25 kWh/m2. Een mooie prestatie. Waar ik echter vooral benieuwd naar ben is of het ons gaat lukken om onder de 50 kWh/m2 te blijven in december.

Als ik het energieverbruik per vierkante meter ook nog eens corrigeer voor het aantal graaddagen dan is het netto energieverbruik in 2019 verreweg het laagst.

Verwarming

In bovenstaande grafieken zijn energieverbruik en energieproductie tegen elkaar weggestreept. Dat geeft een vertekend beeld, doordat we in de loop der jaren steeds meer energie zijn gaan opwekken. Om het effect van energieopwekking uit te schakelen en om het energieverbruik door de jaren heen vergelijkbaar te maken heb ik in onderstaande grafiek het energieverbruik voor verwarming gecorrigeerd voor graaddagen. Meer uitleg over graaddagen vind je hier.

Omgerekend naar een verbruik per graaddag ligt ons cumulatief energieverbruik voor verwarming in september 2019 op 1,76 kWh/graaddag. In september 2015 en september 2017 lag het energieverbruik nog iets lager met respectievelijk 1,72 en 1,73 kWh/graaddag. Alle andere jaren verbruikten we meer energie per graaddag voor de verwarming.

Als ik de energieverbruiken vervolgens omreken naar een standaardjaar van 2802 graaddagen (het gemiddelde in de periode 2000-2018) dan blijkt dat we in 2019 tot en met september iets zuiniger hebben gestookt dan in 2015 en 2017. Het verbruik per vierkante meter ligt in 2019 op 27,0 kWh/m2 en in 2015 en 2017 respectievelijk op 27,3 en 27,1 kWh/m2. Geen groot verschil wel opvallend, omdat er in 2015 en 2017 geen energieverbruik voor verwarming is geweest in de maanden mei en september.

Ook in het totale energieverbruik voor een standaardjaar is terug te zien dat 2019 tot nu toe een zuinig stookjaar is. We hebben 295 kWH minder gestookt dan gemiddeld in de periode 2014-2018 en 290 kWh minder dan verwacht met een HR ketel.

Energieverbruik en opwekking mei 2019

Het is juni 2019, tijd dus voor het maandelijks overzicht van ons energieverbruik. Hieronder weer de belangrijkste kengetallen. Dit keer voor mei.

Wat20182019verschil
Ruimteverwarming0110
Verbruik/graaddag0,000,71
Elektriciteitsafname232531129%
Teruglevering190
Elektriciteitsverbruik23234147%
Zonnepanelen325280-14%
Zonnedelen26288%
Winddelen7657-25%
Zonneboiler11414325%
Totaal opwekking541508-6%
Netto elektriciteitsverbruik-195-24-88%
Saldo jaarbasis8

Wat opvalt is dat mei dit jaar kouder was dan in 2018. In tegenstelling tot vorig jaar hebben we de kachel aangehad, terwijl ik deze in april nog wel zo optimistisch had uitgezet. Wat ook opvalt is dat we minder elektriciteit hebben opgewekt dan in 2018. De zonneboiler heeft wel wat meer warmte geleverd. Wat een beetje paradoxaal is, want bij een lagere opbrengst van de zonnepanelen verwacht ik ook een lagere opbrengst van de zonneboiler. Het kan dus ook zijn dat ik ons energieverbruik voor warm water te hoog inschat en dat we minder warm water gebruiken dan gemiddeld.

Uitsplitsing energievraag

Laten we vervolgens maar eens beginnen met een grafiek waarin de maandelijkse energievraag wordt opgesplitst naar warm water, ruimteverwarming en elektrische apparaten (inclusief de mechanische ventilatie).

De bron van dit energieverbruik is voor een groeiend deel elektriciteit, wat we zelf opwekken door middel van onze zonnepanelen, winddelen en zonnedelen. Daarnaast levert onze zonneboiler natuurlijk een deel van de warmte.

Op jaarbasis komen we inmiddels elektriciteit te kort, wat betekent dat we het resterende deel van de stroom inkopen bij GreenChoice. Een mea culpa aan mijn twittervolgers is wat dat betreft op zijn plaats, want door een domme rekenfout in de spreadsheet dacht ik dat we nog zo’n 400 kWh op jaarbasis extra opwekte. Dat blijkt niet zo te zijn. Op jaarbasis nemen we momenteel 8 kWh af van Greenchoice. De fout zat hem in de wijze waarop ik de zelf opgewekte zonnestroom verrekende met onze nieuwe meterstanden en de manier waarop ik de stroomproductie van onze zonnedelen verrekende met de afname van elektriciteit bij Greenchoice.

In onderstaande grafiek is nog beter te zien dat het overgrote deel van onze energievraag op jaarbasis nog steeds gevormd wordt door aardgas. Een aandeel dat pas in het nieuwe stookseizoen verder terug gaat lopen. Tenzij juni 2019 net als mei stookdagen in petto heeft, maar dat hoop ik toch niet.

Energieverbruik verwarming

Mei werd onverwacht toch weer koud genoeg om de verwarming aan te zetten. Uiteindelijk hebben we 110 kWh aan elektriciteit verbruik voor verwarming, waarvan 6 kWh in de badkamer. Een nadeel vanaf nu voor de infraroodverwarming, want deze telt vanaf nu gewoon mee. Terwijl de badkamer in het gasverbruik voor verwarming al sinds de verbouwing van onze badkamer niet meer meetelt.

In bovenstaande grafiek is te zien dat het energieverbruik voor verwarming nog steeds lager ligt dan bij verwarmen met hr-ketel. Al is het verschil minder geworden, doordat ik in de periode 2014 t/m 2018 nauwelijks tot niet gestookt heb in mei. Wanneer ik het energieverbruik van de verschillende jaren corrigeer voor graaddagen en omreken naar het energieverbruik in een standaardjaar met 2802 graaddagen ontstaat het volgende beeld:

Het energieverbruik voor verwarming in 2019 ligt dan nog steeds onder het gemiddelde energieverbruik voor de periode 2014-2018, op basis van het aantal graaddagen zou ik verwachten dat ik bij doorstoken met aardgas juist iets boven het gemiddelde zou zijn uitgekomen. Al met al hebben we tot en met mei omgerekend naar een standaardjaar 3.115 kWh voor verwarming verbruikt, dat is omgerekend 319 m3 aardgas. Gemiddeld hebben we in de jaren 2014-2018 in de periode januari tot en met mei 3.435 kWh, oftewel 352 m3 aardgas, verbruikt voor verwarming.

Omgerekend naar een standaardjaar zijn onze stookkosten wel gestegen met Euro 60, al is het nog steeds minder dan verwacht op basis van de hypothese COP=1.

Ontwikkeling energieverbruik

Ons totale netto energieverbruik in mei 2019 ligt met 3.290 kWh 13% lager dan het gemiddelde over 2014-2018. Daarbij is niet gecorrigeerd voor graaddagen, zonne-uren of windsnelheden. Vooralsnog maakt 2019 dus goede kans om het zuinigste jaar tot nu toe te worden. Het laat echter wel zien dat we nog een kleine uitdaging hebben om meer opwekking te realiseren om 100% van ons eigen energieverbruik zelf op te wekken. Gelukkig komt er weer een nieuw project van Energiek Schiedam aan, dus dat biedt wellicht kansen.

Omgerekend naar vierkante meters is ons energieverbruik in 2019 nagenoeg gelijk aan het energieverbruik in 2014, ons zuinigste jaar tot nu toe.

Wanneer ik kijk naar het aantal Wattuur dat ik per graaddag en per vierkante meter verbruik dan ligt dat in mei 2019 12% lager dan het gemiddelde over de periode 2014-2018. Het verschil loopt vooral op vanaf maart. In februari was het verschil slechts 2%, in maart 9% om in april op te lopen tot 11%.

Ontwikkeling variabele energiekosten

De variabele energiekosten zijn de kosten die we aan gas en elektriciteit betalen, los van de netwerkkosten.

Onze variabele gaskosten lopen in mei meestal niet zo ver meer op. Dat geldt dit jaar eigenlijk al sinds maart, toen de infraroodverwarming werd geïnstalleerd. Ons gasverbruik ligt sindsdien onder de 10 m3 per maand. In april was het 4 m3 in mei was het 6 m3. Als we ons huis warm hadden gestookt met de cv ketel waren de kosten wel opgelopen, maar waren ze in mei ook redelijk vlak gebleven.

Onze variabele elektriciteitskosten lopen meestal vanaf april terug, doordat de zonnepanelen dan meer gaan terugleveren dan dat we verbruiken. Dit jaar ligt dat iets anders, doordat we in mei nog behoorlijk wat kilowattuur hebben verbruik voor de verwarming. Zonder de verwarming was ons elektriciteitsverbruik in lijn met eerdere jaren geweest. Al heb ik nog wel een dingetje met Greenchoice. Die schatten ons elektriciteitsverbruik op jaarbasis in op 97.530 kWh en 10 m3 aardgas. Beide zijn niet in lijn met mijn verwachting van het jaarverbruik.

Greenchoice adviseert een termijnbedrag van Euro 1.351. Als ik naar bovenstaande grafiek met de ontwikkeling van onze energiekosten kijk is dat een hoger maandbedrag dan ik op jaarbasis ga afrekenen. Daarbij lijkt het er niet op dat de energierekening heel fors gaat afwijken van eerdere jaren, veel aanleiding voor de door Greenchoice voorgestelde aanpassing zie ik dan ook niet.

Infrarood de kritiek

Twee weken geleden publiceerde ik een stuk waarin ik de energiekosten sinds het installeren van de infraroodpanelen van ThermIQ vergeleek met de kosten van stoken met een HR-ketel. Dat leidde tot nogal wat commentaar. Daarom hierbij een stukje verduidelijking en verheldering. Te beginnen met een stukje duiding van onze situatie. Op LinkedIn enTwitter vliegen me daarover namelijk behoorlijk wat aannames om de oren.

Beschrijving van ons huis en ons stookgedrag

We wonen met 2 volwassenen en 2 kinderen in een tussenwoning van 119 m2 met energielabel C, bouwjaar 1991. We stoken de woonkamer tot 20 graden Celsius, de badkamer verwarmen we ongeveer twee uur per dag. In de badkamer zit sinds 2014 een infraroodpaneel voor de verwarming. De rest van het huis staat ingesteld op 15 graden Celsius. Ons gasverbruik vanaf 2014 is dus nagenoeg volledig veroorzaakt door verwarming van de huiskamer en door warm water.

We hebben de afgelopen jaren al een hele reeks maatregelen genomen. We hebben een zonneboiler, zonnepanelen, Winddelen, zonnedelen, kozijnen op zoalder aan de zuid-zijde vervangen, isolatie op de aanvoer leidingen aangebracht, radiatorfolie achter de radiatoren aangebracht, radiatoren zijn voorzien van klokthermostaten, alles naar led en halogeen verlichting overgezet, tochtstrips aanbrengen, etc. Een volledig overzicht vind je hier.

In maart 2019 hebben we infraroodpanelen laten installeren in de woonkamer, de hal, 2 slaapkamers en op zolder. In de woonkamer is de instelling weer 20 graden. Ik heb 18 en 19 graden Celsius geprobeerd, maar dat leverde binnen 2 dagen klachten over gebrek aan comfort van de 3 andere huisbewoners op. Het idee van een lagere luchttemperatuur heb ik daarmee voorlopig laten varen. De gemiddelde luchttemperatuur in de woonkamer in maart en april 2019 week ook nagenoeg niet af van de gemiddelde luchttemperatuur in dezelfde periode in 2018 (0,1 tot 0,2 graden Celsius).

De infraroodpanelen zijn, met uitzondering van de badkamer, traploos instelbaar in intensiteit tussen de 0 en de 100%. De panelen in de woonkamer schakelen gelijktijdig aan en uit en staan alle 3 op nagenoeg dezelfde intensiteit, waardoor de woonkamer egaal verwarmd wordt.

Ons huis kent een aantal comfortklachten. In de huiskamer worden deze niet zozeer veroorzaakt door de roosters in de schuifpui, als wel door de koudeval van de aluminium schuifpui zelf en door de kou die aan de voorkant via de vloer het huis in trekt. De radiatoren zijn vrij krap bemeten voor de woonkamer en weten de koudeval bij de schuifpui niet te compenseren of voorkomen. Het is niet mijn verwachting dat deze comfortklachten weg zijn door de infraroodverwarming, het is wel mijn hoop dat ze gelijk blijven of van karakter veranderen.

De kinderen vinden in de winter hun kamer te koud om in te spelen en hun bed (te) koud als ze naar bed gaan. Dit hebben we niet kunnen verhelpen met individuele klokthermostaten, de hoop is dat de infraroodpanelen dit comfortprobleem wel weg gaan nemen. Dat zal wel extra energie gaan kosten.

Eerst energievraag verminderen

In onze C-label woning hebben we de afgelopen jaren de volgende hoeveelheden gas verbruikt voor verwarming, waarbij ik het gas heb omgezet naar een standaardwoning van 120 m2 en gecorrigeerd naar 2.802 graaddagen. Dat is het gemiddeld aantal graaddagen per jaar voor De Bilt in de periode 2000-2018. Ter vergelijking het gemiddeld gasverbruik voor een C-label woning volgens de Vesta MAIS infobladen van CE. Ik heb in de informatiebladen niet kunnen vinden met hoeveel graaddagen Vesta Mais werkt, dus mocht 2.802 niet kloppen dan hoor ik dat graag, dan pas ik de berekeningen aan.

JaarVerwarming in kWhReductie t.o.v. Vesta Mais
Vesta Mais13.4860%
20115.682-58%
20126.368-53%
20138.942-34%
20145.256-61%
20155.258-61%
20165.667-58%
20175.291-61%
20185.979-56%
Gem. 2011-20186.055-55%
Gem. excl. 20135.643-58%
Gem. 2014-20185.490-59%

In mijn eerdere bericht heb ik er voor gekozen om uit te gaan van het gemiddeld gasverbruik voor verwarming in de periode 2014-2018. In bovenstaande tabel is te zien dat dat de meest gunstige is voor de HR-ketel, het gasverbruik voor verwarming is in deze periode namelijk gemiddeld het laagst. Het laat ook zien de stelling dat ik eerst had moeten kijken naar naar vraagreductie wat kort door de bocht is. Ten opzichte van het gemiddelde modelverbruik volgens Vesta Mais ligt ons verbruik gemiddeld al ruim de helft lager.

Waarmee ik niet wil zeggen dat er geen ruimte is of was voor verdere verlaging. In het 7 puntenplan om afscheid te nemen van de helft van je gasrekening van Lars Boelen staat 1 maatregel die enkel effect heeft op de hr-ketel en niet op de warmtevraag van andere verwarmingsbronnen: cv-tunen. Verwacht effect: 15-20% besparing op gasverbruik voor verwarming. Dat betekent in ons geval 824-1098 kWh besparing. Waarbij ik twijfel of het volle potentieel haalbaar is vanwege het formaat van de radiatoren in de huiskamer, die aan de kleine kant zijn. Op koude dagen (vorst of tegen de vorst aan) is het al jaren lastig om onze huiskamer behaaglijk te krijgen met de cv-ketel. Ofwel het is koud ofwel het is benauwd.

Alle andere maatregelen uit het 7 puntenplan van Lars Boelen hebben naar mijn mening ook effect op de warmtevraag als een andere verwarmingsbron dan een HR-ketel wordt gekozen. Mocht ik dat verkeerd zien, dan hoor ik dat graag in de commentaren.

Nu hebben modellen zo hun beperking, dus het lijkt me zinnig om te kijken hoe ons gasverbruik zich verhoudt tot de gaslevering aan vergelijkbare woningen in dezelfde periode. Bij het CBS zijn deze data te vinden voor de periode 2012-2017. Waarbij ik ons verbruik vergelijk met tussenwoningen, bouwjaar 1975-1992, met 100-150m2 vloeroppervlak en energielabel C. Dat levert onderstaande tabel op voor gaslevering per m2:

JaarHuis werkelijkGemiddelde5e percentiel
201155,6

201265,7112,367,4
201393,7113,368,4
201449,5102,660,6
201552,7100,659,6
201657,8101,659,6
201754,0101,660,6
201858,4
Verschil
Gem 2011-201860,9105,3-42%
Gem excl 201356,2103,7-46%
Gem 2014-201854,5101,6-46%

In bovenstaande tabel is dus niet gecorrigeerd voor graaddagen en is ook niet gekeken naar gaslevering voor ruimteverwarming of voor warm water, maar is enkel gekeken naar de werkelijk gaslevering van het net aan woningen. Waarbij de levering is omgerekend naar kWH/m2 vloeroppervlakte.

Bovenstaande tabel laat goed zien dat we ook dan onder het gemiddelde gasverbruik zitten. Op 2013 na behoren zitten we bij het 5e percentiel, oftewel de zuinigste stokers. De stelling ga eerst eens je gasverbruik verminderen is dus een beetje kort door de bocht.

Wanneer ik het gasverbruik op deze wijze bekijk is de periode 2014-2018 gemiddeld wederom onze zuinigste periode, dus de meest ongunstige voor infraroodpanelen om mee vergeleken te worden.

Je hebt geen jaargegevens en graaddagen ontbreken

Ik heb inderdaad nog geen gegevens voor een volledig jaar of stookseizoen van mijn eigen woning, een terecht kritiekpunt van sommige reacties. Daar staat tegenover dat ik bij mijn keuze voor infraroodverwarming niet over één nacht ijs ben gegaan. Ik heb praktijkgegevens van meerdere woningen over meerdere stookseizoenen. Gemiddeld laten deze woningen 35% minder energieverbruik voor verwarming zien t.o.v. een hr-ketel op aardgas. Maart en april 2019 waren warmer dan gemiddeld, daar is in de analyse voor gecorrigeerd m.b.v. graaddagen.

2019 was een zonniger jaar, dus je hebt minder kosten dan in 2018

Op zich was deze al ondervangen, doordat ik in mijn vorige bericht de kosten voor 2019 vergeleek, waarbij de opbrengst van zonnepanelen, zonneboiler en winddelen niet verandert door de keuze voor een andere verwarmingsbron. Voor de werkelijke kosten ben ik daarbij uitgegaan van de werkelijke verbruiken en opwekking, zoals ik die hier al had vermeld. Voor het gemak herhaal ik de getallen hieronder.

Wat20182019verschil
Ruimteverwarming261167-36%
Verbruik/graaddag1,810,95-48%
Elektriciteitsafname281593111%
Elektriciteitsverbruik28141347%
Zonnepanelen21227831%
Zonnedelen1912-37%
Winddelen9452-45%
Zonneboiler1511627%
Totaal opwekking4775046%
Netto elektriciteitsverbruik-4471-260%

Bovenstaande tabel laat zien dat de zonnepanelen in april 2019 inderdaad meer hebben opgewekt dan in april 2018. Terwijl de zonnedelen en winddelen minder hebben opgeleverd en de zonneboiler juist wat meer heeft opgeleverd. Voor de vergelijking van de energiekosten tot en met april 2019 maakt dat niet uit. De verschillen in opwekking zijn namelijk in alle 3 de berekeningen voor 2019 meegenomen. Voor de werkelijke kosten vrij simpel door naar de werkelijke verbruiken en opwekking tot en met april te kijken. De kosten zijn dus niet vergeleken met 2018.

Voor de kosten met hr-ketel heb ik het elektriciteitsverbruik en gasverbruik gecorrigeerd voor het energieverbruik t.g.v. verwarming. Voor verwarming m.b.v. infrarood ben uitgegaan van de verbruikscijfers uit het BeNext systeem. Om het gasverbruik met een hr-ketel te berekenen ben ik uitgegaan van het gemiddeld aantal kilowattuur dat we in maart en april in de periode 2014-2018 hebben verbruikt per graadddag met onze hr-ketel. Het verbruik is dan gelijk aan het aantal graaddagen keer het gemiddeld aantal kWh/graadag. Vermenigvuldig dit met de prijs van aardgas en je hebt de stookkosten met hr-ketel. Tel deze op bij de energiekosten en trek er de verwarmingskosten met infrarood vanaf en je hebt een inschatting van de energiekosten als we niet over zouden zijn gestapt van een hr-ketel naar infraroodverwarming.

Omgerekend naar een standaardjaar tegen de tarieven van 2019 geeft dat onderstaand beeld. Waarbij de kosten wel gestegen zijn ten opzichte van verwarmen met een hr-ketel, maar zeker niet zo veel als ik zou verwachten op basis van COP = 1.

Voor de hypothese COP =1 ben ik ervan uitgegaan dat elke kWh die de hr-ketel een op een vervangen wordt door een kWh elektriciteit. Als die een onjuiste weergave is van wat energie-experts met hun stelling COP = 1 bedoelen dan daag ik ze uit om een toetsbare hypothese achter te laten in de reacties.

Energiekosten zijn ongeschikt om de COP uit te rekenen

Een volledig terecht punt. Mijn werkhypothese, die ik al een paar maanden herhaal hier is dat met COP = 1 bedoelt wordt dat infraroodverwarming geen energie bespaart, zoals een warmtepomp dat wel doet. Een warmtepomp maakt m.b.v. een eenheid elektrische energie meerdere eenheden warmte, vaak uitgedrukt in de COP. Bij een COP van 5 zouden we onze warmtebehoefte van gemiddelde 5.400 kWh kunnen leveren met iets meer dan 1.000 kWh elektriciteit. Bij een COP van 1 is er 5.400 kWh elektriciteit nodig om 5.400 kWh warmte te leveren. Bij een elektrische COP = 1 verwarming verwacht ik dus dat mijn elektriciteitsverbruik op jaarbasis met die hoeveelheid toeneemt. Als ik dat verkeerd verwacht dan hoor ik graag hoe de hypothese dan zou moeten luiden.

Bij de hypothese COP = 1 verwacht ik echter dat ons energieverbruik voor ruimteverwarming vergeleken met een standaardjaar niet tot nauwelijks verandert. Ook betekent het dat ik verwacht dat de variabele energiekosten stijgen, want een kilowattuur elektriciteit is 3 keer zo duur als een kWh gas. Nu snap ik dat die laatste stap een tandje te kort door te bocht kan zijn, daarom hieronder het werkelijk energieverbruik omgezet naar standaardjaar vergeleken met het verwachte energieverbruik op basis van HR en de hypothese dat infraroodverwarming zich gedraagt als een COP =1 verwarming.

Maand20192019 HR/COP=1
Begin jaar00
Januari13511351
Februari23872387
Maart29013162
April30943517

Omgerekend naar een standaard jaar, verbruik ik ruim 400 kWh minder voor ruimteverwarming dan verwacht op basis van ons gemiddelde stookgedrag in de periode 2014-2018. Best wel wat op een totaal van 3.500. Voor de maand maart en april had ik op basis van COP = 1 een elektriciteitsverbruik van 1.130 kWh voor verwarming verwacht (in een standaard jaar). Het werden er 708. Een verschil van 37%. In lijn met de 35% die Gerard de Leede, Professor of Practice Smart Cities, JADS, als praktijkeffect in zijn woning waarneemt. Een resultaat ook dat in lijn is met wat ik zelf een aantal jaar geleden berekende voor een infraroodwoning die ik bezocht en waarvan ik jaarcijfers ontving.

De energietransitie gaat toch om CO2 reductie?

In deze vraag liggen een ten minsten twee aannames verborgen. Ten eerste dat energietransitie enkel om CO2 reductie gaat, ten tweede dat de overstap van aardgas naar infraroodverwarming geen CO2 besparing oplevert.

Om bij de eerste te beginnen. De energietransitie kent voor mij meerdere doelen. Uiteraard gaat het om het tegengaan van klimaatverandering, maar het gaat ook om zaken als het verminderen van onze afhankelijkheid van dictatoriale landen als Saoudi Arabië, het democratiseren van onze energievoorziening (ik ben niet voor niets (bestuurs)lid bij een lokale energiecoöperatie en het terugdringen van mijn fossiele energiegebruik. Elektriciteit is vooralsnog eenvoudiger te verduurzamen dan gas.

Ook op milieugebied is energietransitie voor mij geen single issue, er zijn meer milieuproblemen dan enkel klimaatverandering. Verder schreef ik in 2015 al dat ik van gas af wilde, zodat Nederland warm houden geen reden meer kon zijn om de gaskraan in Groningen open te houden. Inmiddels is bekend dat de gaskraan in Groningen uiterlijk in 2030 dicht gaat (lees: uiterlijk dan is het aardgas in Groningen op), dus dat argument gaat minder op. Daarvoor in ruil komt een CO2 argument: we zullen gas moeten gaan importeren om onze huizen warm te stoken.

Zowel het transport naar Nederland als de conversie van buitenlands gas naar gas dat geschikt is voor het Nederlandse net kost energie. De nieuwe stikstoffabrieken die voor de conversie gebouwd worden zijn grote stroomvreters, aanvoer van LNG is ook een grote energievreter. Daar komt nog bij dat de methaanemissies (een broeikasgas dat 25 keer zo sterk is als CO2) bij winning en transport waarschijnlijk te laag worden ingeschat. Mijn verwachting is daarom dat de CO2 footprint van aardgas de komende jaren zal stijgen. Tegelijkertijd wordt de CO2 footprint van elektriciteit lager, doordat het aandeel groene stroom in de elektriciteitsmix de komende jaren stijgt.

Door meer stroom af te nemen verhoog je het gasverbruik in centrales

Alweer een aanname, die niemand kan onderbouwen. Want weet u op enig moment waar uw stroom vandaan komt? Dat is in het huidige systeem simpelweg niet te achterhalen, behalve voor mijn eigen zonnestroom en voor mijn winddelen. Voor beide geldt dat ik mijn verbruik af zou kunnen proberen te stemmen op de opwekking.

Voor alle andere gevallen geldt: op jaarbasis neem ik 100% Nederlandse groene stroom af. Het systeem garandeert dat elke kWh die ik extra gebruik ook extra opgewekt moet worden. Uiteraard is de hoeveelheid groene stroom beperkt, maar dan nog is het op dit moment simpelweg niet mogelijk om te bepalen waar de extra stroom vandaan komt.

De beste benadering voor dit moment is, naar mijn weten, het GHG protocol, waarin wordt voorgeschreven dat de footprint van elektriciteit bij voorkeur op 2 manieren berekend wordt. Ten eerste door te kijken naar de afgenomen stroom en ten tweede door te kijken naar het netgemiddelde. Om bij de eerste te beginnen: we nemen stroom af van Greenchoice, een combinatie van Nederlandse wind en biomassa. De stroom van biomassa is bij Greenchoice afkomstig van vergisters, dus niet van Canadees en Amerikaans gekapt hout.

Als ik de CO2 footprint van ons energieverbruik op basis van infraroodverwarming vergelijk met de CO2 footprint op basis van HR-verwarming kom ik op de volgende getallen. Bij verwarmen met gas in een standaardjaar stoten we 1,1 ton CO2 uit. Bij verwarmen met infrarood verwacht ik in een standaardjaar 3.600 kWh nodig te hebben, dat levert 0,25 ton CO2 uitstoot op als ik naar het stroometiket van Greenchoice kijk en 1,5 ton CO2 als ik uitga van de netgemiddelde CO2 uitstoot per kWh. Of er sprake is van een daling of een stijging van de CO2 uitstoot is dus niet zo eenduidig. Zoals eerder aangegeven kan het tunen van de hr-ketel theoretisch maximaal 1098 kWh aan gas besparen, dat levert maximaal 0,2 ton CO2 reductie per jaar op. De combinatie van groene stroom met infraroodverwarming levert 0,85 ton CO2 reductie op. En het ging toch om CO2 reductie?

Deze CO2 reductie die ik bereken op basis van de stroom die ik afneem is in lijn met wat een andere grote kwaliteitsleverancier van infraroodverwarming in Oostenrijk voorrekent op basis van een woning met een vloeroppervlak van 119 m2 en een warmtevraag van 54 kWh/m2 per jaar. Al heb ik niet kunnen achterhalen met welke emissie per kWh daarbij gerekend wordt.

Infraroodverwarming: de energiekosten willen maar niet stijgen

Begin maart zijn onze infraroodpanelen geïnstalleerd. In maart en april hebben we ons huis er mee warm gehouden, waarbij de cv-ketel enkel gebruikt is voor warm water. Verder stond de cv op het zomerprogramma. Eerder heb ik al ons energieverbruik van de maanden maart en april geanalyseerd. Daarbij heb ik niet gekeken naar de variabele energiekosten. Hoog tijd om dat wel te doen, uitgaande van de hypothese dat infraroodverwarming een warmterendement heeft van 100%, of zo je wilt een COP van 1 verwacht ik dat de energiekosten over de eerste vier maanden van dit jaar fors gestegen zijn. Een kWh warmte via aardgas kost namelijk 8 Eurocent, dezelfde kWh via elektriciteit kost in ons geval 22 Eurocent tijdens daluren en 25 Eurocent tijdens piektarief.

Variabel energiekosten 2011-2019

Ik begin met de werkelijke kosten, waarbij niet gecorrigeerd is voor verandering in tarieven. Hier onder staan de cumulatieve kosten voor aardgas per jaar.

In bovenstaande grafiek is goed te zien dat de kosten voor aardgas in maart en april nauwelijks gestegen zijn. De lijn 2019 HR laat zien wat de verwachte ontwikkeling van de kosten voor aardgas zijn als uitgegaan wordt van het aantal graaddagen in maart en april 2019 vermenigvuldigd met het gemiddelde aardgasverbruik per graaddag maart en april in de periode 2014-2018. Ten opzichte van de situatie met een HR ketel hebben we Euro 86 minder aan aardgas uitgegeven.

Ik heb de periode 2011-2013 buiten beschouwing gelaten, omdat het gasverbruik in 2013 erg veel hoger lag dan in andere jaren en omdat in 2013 de laatste grote veranderingen in ons huis zijn gedaan (onder andere het plaatsen van zonnepanelen).

De elektriciteitskosten zijn uiteraard wel gestegen nu we ons huis verwarmen met infraroodpanelen. In totaal met 101 Euro. Wat betekent dat we tot nu toe per saldo 15 Euro duurder uit zijn door over te schakelen op infraroodverwarming. Op het eerste gezicht lijkt dat niet in lijn met de verwachting dat de verwarmingskosten met een factor 3 stijgen (uitgaande van COP = 1).

Variabele energiekosten omgezet naar 2019

Het is natuurlijk mogelijk dat de verandering in energiekosten veroorzaakt wordt verandering in de tarieven voor gas en elektriciteit. De overheid heeft de energiebelasting op gas tenslotte verhoogd per 1 januari, terwijl de energiebelasting op elektriciteit is verlaagd. Daarom heb ik alle verbruiken van gas en elektriciteit sinds 2011 omgezet naar de huidige tarieven. Voor gas geeft dat geen schokkende resultaten. Als is in onderstaande grafiek wel beter zichtbaar dat ons gasverbruik in 2019 lager ligt dan in andere jaren.

Het meest interessant om te toetsen of de verwarmingskosten met een factor 3 gestegen zijn is onderstaande grafiek met de variabele kosten voor elektriciteit. Uitgaande van COP = 1 zou ik daar een forse stijging verwachten tot Euro 326. Ruim boven 2012 en 2013, de 2 duurste jaren tot nu toe. De werkelijke variabele kosten bedragen 193 Euro. Een verschil van Euro 133 tussen de theorie COP=1 en de praktijk. Waar ik meteen bij wil voegen dat de gemiddelde binnentemperatuur in maart en april 2019 niet wezenlijk verschilt heeft van de binnentemperatuur van maart en april 2018. Bij gebruik van een hr-ketel voor verwarming hadden de elektriciteitskosten uiteraard lager gelegen.

Tot slot dan het effect op de totale variabele energiekosten. Ook dan is in onderstaande grafiek goed te zien dat de ontwikkeling van de werkelijke kosten afwijkt van de energiekosten die te verwachten zijn als de hypothese COP = 1 waar zou zijn. In werkelijkheid ontlopen de kosten voor verwarming met een hr-ketel en infraroodverwarming elkaar bij ons na twee maanden gebruik nauwelijks.

Conclusie

Eerder had ik al aangeven dat ons energieverbruik niet echt aanleiding gaf om te geloven dat de hypothese dat infraroodverwarming gelijk staat aan een verwarming met een COP van 1 in de praktijk stand houd. Uit de omrekening naar geld komt, logischerwijs, nu dezelfde conclusie naar voor. De werkelijke energiekosten zijn niet gestegen, zoals de Nederlandse theorethyse hypothese COP=1 voorspelt. Waarbij in ons geval verwarmen met infrarood nauwelijks een financiële besparing oplevert ten opzichte van een hr-ketel. Terwijl een kWh elektriciteit 2,7 (dal) tot 3,3 (piek) keer zo duur is als een kWh gas. Het lijkt er dus eerder op dat een kWh van onze infraroodpanelen 2,7 tot 3,3 kWh van gasverbruik vervangen, waarmee mijn eigen verbruik in lijn is met de infrarood woning die ik in 2015 analyseerde. Al is COP een stomme maat voor een verwarming die niet primair de lucht verwarmt.