Energiegebruik & productie maart 2023

Het eerste kwartaal van 2023 is voorbij, tijd om het energiegebruik en de energieproductie van maart te bekijken. Maart 2023 was met 338 gewogen graaddagen 7% kouder dan maart 2022. Ons energiegebruik lag echter 45% hoger dan in maart 2022. Deels kwam dat doordat het aantal zonuren ook fors lager lag dan in 2022. Dat was merkbaar in de productie van onze zonnepanelen (42% lager dan in 2022).

Energiekosten

Van een daling van de kosten voor elektriciteit is nog niet veel te merken, ook al zijn de tarieven sinds eind vorig jaar wel aan het dalen. De stijging van de energiebelasting, terug naar het oude groeipad van voor de energiecrisis, maakt de daling van het tarief sinds december meer dan ongedaan. Daar komt bij dat het kale leveringstarief dat we betalen nog steeds 80% boven het tarief van vorig jaar ligt.

Procentueel bestond het grootste deel van onze energierekening in maart uit kosten voor elektriciteit, gevolgd door de kosten voor energiebelasting. Een schril contrast met de jaren tot en met 2021, waarin de leveringskosten van gas elektriciteit samen nooit meer dan 40% van de totale energiekosten in maart vormde.

In het eerste kwartaal zijn onze energiekosten met 33% gestegen ten opzichte van 2022. De kosten voor elektriciteit zijn slechts met 18% opgelopen ten opzichte van 2022, maar de kosten voor energiebelasting zijn ruim 2 keer zo hoog als vorig jaar. De teruggaaf energiebelasting ligt lager dan vorig jaar, waardoor de rekening met bijna 300 Euro gestegen is. Onze extra winddelen hebben dit wel afgevlakt.

De kosten van elektriciteit vormde in het eerste kwartaal 60% van onze rekening. De tweede grote kostenpost is de energiebelasting, die bijna 40% van de energierekening vormt. De kosten voor de elektriciteitsaansluiting en winddelen vallen nagenoeg weg tegen de teruggaaf energiebelasting.

Bruto energiegebruik

Doordat ons energiegebruik in maart hoger lag dan vorig jaar is ons bruto energiegebruik in het eerste kwartaal nagenoeg gelijk aan het eerste kwartaal van 2022. Daarmee is het bruto energiegebruik 17% hoger dan in 2020, het zuinigste jaar sinds we in ons huis wonen.

Energieproductie

In maart hebben onze zonnepanelen 42% minder geproduceerd dan in 2022. Doordat we meer winddelen hebben is de productie van onze winddelen gestegen van 80 naar 407 kWh. Samen zijn ze goed voor 556 kWh, goed voor 59% van ons energiegebruik.

Van onze zonnestroom hebben we in maart ruim 70% meteen gebruikt, voordeel van een lagere productie. Onze zonnepanelen en winddelen waren in maart goed voor 59% van onze energiegebruik. De resterende 41% hebben we ingekocht bij onze energieleverancier.

In het eerste kwartaal hebben we 3.127 kWh verbruikt. Onze zonnepanelen hebben 307 kWh geproduceerd en onze winddelen 1.298 kWh. Ons netto elektriciteitsgebruik ligt daarmee op 1.522 kWh. Dit is de hoeveelheid elektriciteit die we hebben ingekocht bij het energiebedrijf.

In het eerste kwartaal waren onze winddelen en zonnepanelen samen goed voor 51% van ons elektriciteitsgebruik. De resterende 49% hebben we aangevuld met elektriciteit van het energiebedrijf. Ons gasverbruik zit wederom op 0%.

Verwarming

Maart was fris en weinig zonnig. Wat voor ons reden was om meer te stoken dan in 2022. Het energiegebruik per gewogen graaddag lag met 1,44 kWh/gewogen graaddag in maart 2023 dan ook 54% hoger dan in maart 2022. Wat overigens nog steeds 39% lager is dan toen we stookten met aardgas (gemiddeld 2,17 kWh/gewogen graaddag). Gemiddeld ligt het energiegebruik sinds we overgestapt zijn op infraroodverwarming van ThermIQ 39% lager dan toen we met aardgas verwarmde.

Op jaarbasis ligt ons energiegebruik voor verwarming op 3.098 kWh. Wanneer ik dat corrigeer voor weerseffecten naar de periode 1991-2020 komt het verbruik op 3.697 kWh per jaar. Dat is een besparing van 39% ten opzichte van verwarmen met de cv-ketel.

Warm water en apparaten

We hebben de HeatCycle van DeWarmte nu ruim een jaar in bedrijf. In maart lag de cop op 4,4, oftwel met iedere kWh elektriciteit die we hebben verbruikt heeft de warmtepomp 4,4 warmte weten te produceren. In totaal hebben we in maart zo’n 70 kWh elektriciteit voor warm water gebruikt. Dat is meer dan in maat 2022, toen onze zonneboiler meer produceerde.

Bouwbesluit norm 1, 2 en 3,

CO2 uitstoot

Een van de veel gehoorde argumenten tegen overschakelen van verwarmen met aardgas naar verwarmen met infraroodverwarming is dat er geen CO2 reductie wordt gehaald. Sterker nog: dat de CO2 uitstoot zou stijgen.

Nu zijn er vele manieren om de CO2 uitstoot van elektriciteit te bepalen. Hieronder de grafiek met de CO2 uitstoot volgens 5 gebruikte methodes. Bij alle vijf de methodes ben ik er vanuit gegaan dat de bijbehorende CO2 berekening wordt toegepast op aardgas en op de elektriciteit die in een gegeven maand niet van onze zonnepanelen of winddelen afkomstig is.

De eerste twee methoden gaan uit van de CO2 factoren die CBS berekent. Op de eerste plaats volgens de integrale methode van CBS. Deze gaat uit van de totale (hernieuwbare plus niet hernieuwbare) elektriciteitsproductie in verhouding tot de aan elektriciteit toegerekende inzet van aardgas, kolen en kernenergie. Elektriciteit uit afvalverbrandingsinstallaties en restgassen wordt niet meegenomen. De tweede methode van CBS is de referentieparkmethode. Deze gaat uit van de centrale elektriciteitsproductie uit aardgas, kolen en kernenergie, uitgezonderd die centrales waarbij de warmteproductie groter is dan 20 procent van de brandstofinzet.

De andere drie methoden maken gebruik van de CO2-emissiefactoren, zoals gepubliceerd op CO2-emissiefactoren.nl. In alle drie de gevallen ben ik uitgegaan van de well-to-wheel emissiefactoren, oftewel van de emissies in de gehele levenscyclus. Bij de eerste methode (grijs) ben ik ervan uitgegaan dat iedere kWh die we in moeten kopen van grijze stroom komt. Bij de tweede methode ben ik ervan uitgegaan dat we stroom van onbekende bron afnemen. Waarbij ik uitgegaan ben van de emissiefactor zoals die nu vermeld staat, waardoor de CO2 uitstoot van oudere jaren lager lijkt dan die in werkelijkheid was. Het aandeel hernieuwbare elektriciteit is de afgelopen 10 jaar namelijk gestegen in Nederland. In de laatste methode (stroometiket) ben ik vanaf 2015 uitgegaan van de strooommix zoals Greenchoice (onze energieleverancier) deze jaarlijks publiceert. Waarom pas vanaf 2015? Simpel, omdat ik van de jaren voor 2015 zo snel de stroometiketten niet kon vinden.

Bovenstaande grafiek laat de CO2 uitstoot in het eerste kwartaal voor de verschillende berekeningsmethoden door de jaren heen zien. Wat opvalt is dat we in 2011 en 2014 volgens alle methoden een forse CO2 daling hebben bereikt. In 2011 komt dat door overschakeling op een HR-ketel en een zonneboiler. In 2014 door installatie van onze zonnepanelen en door onze winddelen.

Wat verder opvalt is dat onze CO2 uitstoot in 2019, het jaar dat we over zijn gestapt op infraroodverwarming, volgens alle methoden daalt t.o.v. 2018 en terugvalt tot het niveau van 2014. Ook valt op dat de CO2 uitstoot volgens de verschillende methoden vanaf 2015 steeds verder uit elkaar beginnen te lopen. Waarbij de stroometiket steevast de laagste emissie oplevert en de referentiemethode de hoogste.

Wanneer ik de gemiddelde CO2 uitstoot in de periode 2014-2018 (met aardgas als warmtevoorziening) vergelijk met de gemiddelde CO2 uitstoot over de periode 2019-2023 (met infraroodverwarming als warmtevoorziening) dan leveren 3 methoden een daling van de CO2 uitstoot op. De daling varieert tussen de 14 en 76%. Twee methoden (referentie en grijs) leveren een stijging op van 4 à 5%.

Welke methode je het best kan hanteren voor de berekening van de CO2-uitstoot laat ik graag over aan de puristen. Ik vind de belangrijkste constatering de stijging bij de methoden die een stijging laten zien relatief klein is (4 à 5%). Terwijl de daling van de andere methoden veel sterker is. Onze CO2-uitstoot is gemiddeld genomen met gedaald. Het specifieke getal van 19% vind ik niet zo interessant. Op jaarbasis blijft de conclusie overeind. Als ik aardgas vergelijk met infraroodverwarming is de daling in de periode 2019-2022 gemiddeld 14% t.o.v. 2014-2018. De stijging volgens de referentie en de grijze stroom methode is voor die periode 4% (60 tot 70 kg CO2 op jaarbasis).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: