We hebben een warme maart achter de rug, tijd om te kijken naar de ontwikkeling van onze energiekosten, energiegebruik en energieproductie. Wat in maart opviel was dat het veel minder koud was dan in maart vorig jaar, wat ook duidelijk terug te zien is in ons energiegebruik.
Energiekosten
Onze energiekosten bedroegen in maart Euro 128. Zo’n 50 Euro minder dan zonder onze winddelen en 25 Euro duurder dan met een dynamisch contract. Dat verschil had 16 Eurocent groter kunnen zijn ten bate van het dynamisch contract als we onze zonnepanelen bij negatieve prijzen uit hadden geschakeld.
Met de combinatie winddelen en een Local4Local constructie waren we nog een paar euro goedkoper uit geweest. Met als extra voordeel langjarige zekerheid over een groot deel van onze energiekosten, terwijl we minder onbalans en profielkosten hoeven te betalen.
Voor de berekening van de kosten ben ik ervan uit gegaan dat we de kosten voor winddelen halveren t.o.v. een vast contract. Dit om te compenseren voor het feit dat ik al een tijdje geen uurgegevens van De Windcentrale meer weet in te lezen in Home Assistant en ik dus niet precies tegen welke uurtarieven ik de productie van de winddelen weg kan strepen. Waarschijnlijk is dat er hoge uurprijzen zijn bij weinig wind.
In het eerste kwartaal bedroegen onze energiekosten 691 Euro. Dat is 12% lager dan in het eerste kwartaal van 2023. Zonder winddelen waren onze energiekosten 37% hoger geweest dan nu. Met een dynamisch contract hadden we 19% (Euro 130) kunnen besparen ten opzichte van ons huidige vaste contract. Met de L4L constructie i.c.m. winddelen zou dit oplopen tot 28% t.o.v. ons huidige vaste contract.
Energiegebruik
In maart hebben we 760 kWh energie gebruikt. Dat is een daling van 36% t.o.v. maart 2023. Deze daling zit hem deels in minder elektriciteitsgebruik van apparatuur en warm water, maar vooral in minder energiegebruik voor verwarming.
Verwarming
Maart 2024 was uitzonderlijk zacht met 51% minder gewogen graaddagen dan in 2023. Dat was terug te zien in ons stookgedrag, we hebben namelijk 41% minder energie gebruikt voor verwarming. Per gewogen graaddag lag ons elektriciteitsgebruik op 0,85 kWh. Daarmee ligt het elektriciteitsgebruik nog lager dan de 0,93 kWh/gewogen graaddag van 2022.
Op jaarbasis ligt ons energiegebruik voor verwarming op 1,23 kWh/gewogen graaddag. Dat is 6% lager dan gemiddeld met infraroodverwarming.
Op jaarbasis ligt ons huidige energiegebruik voor verwarming op 2.972 kWh. Dat is 28% lager dan in een standaardjaar in de periode 1901-1930 (oudst bekende 30 jarige meetreeks met dagtemperaturen van het KNMI). Onderstaande grafiek laat ook goed zien hoe het gemiddeld jaarverbruik voor verwarming daalt sinds we over zijn gestapt op onze COP=1 infraroodverwarming. Met infraroodverwarming besparen we gemiddelde 40% ten opzichte van het langjarig gemiddelde met aardgas. Een wonderbaarlijk gegeven als je bedenkt dat er tussen de jaren met infraroodverwarming toch echt twee coronawinters met volop tCOP=1 thuiswerken en leren zitten. Het zou natuurlijk ook zo kunnen zijn dat het praktijkonderzoek van W/E over infraroodverwarming meer hout snijdt dan de theoretische verhalen van de COP=1 politie…
Warm water
Voor warm water hebben we in maart 113 kWh gebruikt om m.b.v. onze warmtepomp 157 kWh warm water te produceren. Daarnaast heeft onze zonneboiler nog 66 kWh aan warmte geproduceerd.
Energieproductie
In maart hebben onze zonnepanelen en winddelen het goed gedaan. Onze zonnepanelen produceerde op maandbasis 151 kWh, waarvan we de helft zelf hebben gebruikt en de rest terug hebben geleverd. Onze winddelen hebben 323 kWh geproduceerd en onze warmtepomp en zonneboiler 110 kWh. De resterende 172 kWh hebben we ingekocht bij het elektriciteitsbedrijf. Dat betekent dat we in maart 77% van ons energiegebruik zelf hebben geproduceerd.
Netto energiegebruik
Ons netto energiegebruik is in het eerste kwartaal uitgekomen op 1.209 kWh. Dat is 300 kWh lager dan in 2023. Voor een belangrijk deel ligt dit aan minder energiegebruik voor verwarming, doordat het eerste kwartaal van 2024 warmer was dan het eerste kwartaal van 2023. Het seizoenstekort is dit stookseizoen opgelopen tot 1.984 kWh. Ook dat is een stuk lager dan eerdere jaren, hoewel april daar gemiddeld nog zo’n 110 kWh aan toevoegt.
CO2-uitstoot
De CO2-uitstoot van ons energiegebruik in maart ligt volgens alle 5 methoden lager dan de uitstoot in de periode toen we aardgas gebruikte voor verwarming. Ook gemiddeld genomen hebben we onze CO2-uitstoot volgens alle methoden verminderd sinds we over zijn gestapt op infraroodverwarming.
Onze CO2-uitstoot in het eerste kwartaal is ook gedaald ten opzichte van de CO2-uitstoot in de periode dat we met aardgas verwarmden. De mate waarin verschilt per methode, maar alle vijf de methoden laten nu een daling zien.
April is voorbij, dus tijd om ons energiegebruik te bekijken. April 2023 was een stuk frisser dan april 2022, waardoor we meer energie hebben verbruikt. Onze winddelen brachten ook meer op, waardoor we per saldo minder dan 40 kWh elektriciteit hebben ingekocht. De energiekosten komen daarmee op minder dan 60 Euro in april.
Energiekosten
Zoals gezegd waren onze energiekosten in april minder dan 6o Euro. De grootste kostenpost was het elektriciteitsgebruik met 184 Euro, daar stond echter 172 Euro aan opbrengsten van onze winddelen en zonnepanelen tegenover. Wel hebben we 16 Euro aan onbalans kosten betaald aan Greenchoice. Per saldo kostte onze elektriciteit daarmee 29 Euro. Een euro meer dan de vaste aansluitkosten (netwerkkosten en vaste leveringskosten), deze bedroegen 28 Euro. De energiebelasting viel nagenoeg weg tegen de teruggaaf energiebelasting.
In de eerste vier maanden van het jaar bedragen onze energiekosten Euro 1.222. Het hoogste niveau sinds 2011. Niet zo
Voor het grootste deel bestaan ze uit leveringskosten voor elektriciteit (ruim 2.000 Euro). Het prijsplafond levert ons naar verwachting zo’n 144 Euro op en we hebben zo’n Euro 1.100 zelf opgewekt met onze zonnepanelen en winddelen. Netto hebben we daarmee zo’n Euro 750 aan elektriciteitskosten gehad in de eerste vier maanden en Euro 65 aan onbalans kosten voor onze winddelen. In de eerste vier maanden van 2022 hadden we slechts 600 Euro aan elektriciteitskosten en 33 Euro aan onbalans kosten. We hadden toen nog wel Euro 63 aan gaskosten.
In de eerste vier maanden van 2023 hebben we daarnaast bijna 500 Euro aan energiebelasting betaald. Een dikke verdubbeling ten opzichte van 2022, maar minder dan in 2021.
Bruto energiegebruik
Ons bruto energiegebruik lag in april op 738 kWh, waarvan 559 kWh elektriciteit. De resterende 179 kWh kwam als warmte van onze zonneboiler en hybride warmtepomp. Daarmee lag het energiegebruik in april op het gemiddelde van 746 kWh sinds we in 2011 ons huis hebben betrokken. Als we enkel kijken naar het gas en elektriciteitsverbruik ligt het 7% lager dan het gemiddelde gebruik sinds 2011.
Over de eerste vier maanden lag ons energiegebruik op 4.675 kWh. Dat is 4,5% minder dan het gemiddelde gebruik in de periode 2011-2023. De 3.678 kWh elektriciteit is 1,3% minder dan het gemiddelde gas en elektriciteitsgebruik in de periode 2011-2023. Daarmee ligt het energiegebruik inmiddels wel 12% hoger dan 2020. Het zuinigste jaar tot nu toe voor de periode januari tot april
Bij het aandeel energiebronnen (gas, elektriciteit en warmte) valt op dat het aandeel aardgas vanaf 2018 stapsgewijs is verlaagd. Waarbij 2023 het eerste kalenderjaar is dat we vanaf januari geen aardgas hebben gebruikt. In dezelfde periode is de eerste jaren het aandeel elektriciteit opgelopen en in de laatste 2 jaar het aandeel warmte. Dat komt door de overstap op infraroodverwarming in 2019 en de installatie van onze warmtepomp begin 2022. Naarmate we meer elektriciteit weten te besparen zal het aandeel warmte naar verwachting verder oplopen.
Energievragers
In april verbruikte onze apparaten 292 kWh. Daarnaast hebben we 223 kWh nodig gehad voor warm water en 223 kWh voor verwarming. Daarmee was april een maand waarin we veel gestookt hebben. Sinds we op infraroodverwarming over zijn gestapt hebben we alleen in 2021 (corona: thuiswerken & thuis school) meer verstookt. Het verbruik van dit jaar is hieronder nog niet gecorrigeerd voor het aantal gewogen graaddagen, dus helemaal eerlijk is onderstaande vergelijking niet.
Over de eerste vier maanden hebben we 1.433 kWh gebruikt voor apparaten, dat is 16% meer dan gemiddeld in de periode 2011-2023. Voor warm water hebben we 1.259 gebruikt. Dat is 35% meer dan in 2011-2023. Dat heeft waarschijnlijk te maken hebben met de warmtepomp, deze houdt non-stop 200 liter water op een temperatuur boven de 35 graden Celsius en warmt deze wekelijks op tot boven de 60 graden Celsius (legionella preventie). Voor de 1.259 kWh warm water is slechts 262 kWh elektriciteit gebruikt. Terwijl we voorgaande jaren 450-620 kWh aardgas nodig hadden voor warm water.
Voor verwarming hebben we de eerste vier maanden 1.983 kWh nodig gehad. Dat is slechts 90 kWh meer dan in 2022, maar bijna 300 kWh meer dan 2020 (het zuinigste stookjaar tot nu toe). Gemiddeld hebben we met infraroodverwarming in de eerste vier maanden 54% zuiniger gestookt dan in de eerste vier maanden met aardgas. Wederom niet gecorrigeerd voor het aantal gewogen graaddagen, dus het is geen eerlijk vergelijking.
Verwarming
April 2023 was met 218 gewogen graaddagen frisser dan 2022, dat slecht 200 gewogen graaddagen kende. Bovendien was april 2023 een stuk minder zonnig dan april 2022. Dat was te merken in ons energiegebruik voor verwarming. Hadden we in 2022 169 kWh nodig voor verwarming, in april 2023 was dat 179 kWh. Per gewogen graaddag lag het verbruik in april 2023 op 1,02 kWh, dat is ook hoger dan de 0,84 kWh van april 2022.
Het langjarig gemiddelde met infraroodverwarming ligt op 1,32 kWh per gewogen graaddag. Dat is 39% minder dan het langjarig gemiddelde verbruik met aardgas (2,17 kWh per gewogen graaddag).
Op jaarbasis verbruiken we momenteel 3.152 kWh. Gecorrigeerd voor gewogen graaddagen is dat 3.735 kWh. Een stuk lager dan de 6.339 kWh die we met aardgas gemiddeld gebruikte in een standaard jaar op basis van het gemiddeld aantal gewogen graaddagen voor de periode 1991-2020.
Energieproductie
In april hebben we bijna al onze energie zelf op weten te wekken. Slechts 38 kWh hebben we ingekocht van het energiebedrijf. Alleen in 2020 en 2022 hebben we minder in hoeven kopen, toen leverde we zelfs terug aan het energiebedrijf. April laat ook een mooie mix zien van wind en zon, waarmee we in onze energiebehoefte voorzagen. Zo’n windturbine is best fijn als je ’s avonds er warmpjes bij wil zitten…
April laat ook een mooi aandeel van wind en zon zien in onze energieproductie. Aangevuld met minder dan 5% inkoop van elektriciteit van het energiebedrijf.
In de eerste vier maanden van het jaar hebben onze zonnepanelen 537 kWh opgewekt. Onze winddelen hebben 1.552 kWh opgewekt. Samen goed voor ruim 2.100 kWh. Daarnaast hebben onze warmtepomp en zonneboiler bijna 1.000 kWh warmte geproduceerd. De resterende 1.552 kWh elektriciteit hebben we ingekocht.
Over de eerste vier maanden hebben we 67% van onze energie zelf geproduceerd. Waarvan het leeuwendeel via onze winddelen en warmtepomp. Het aandeel inkoop van energie is teruggelopen tot 33%. In onderstaande grafiek is goed te zien dat dat voor de overstap op infraroodverwarming andersom lag. In de periode 2014-2018 produceerde we weliswaar bijna 100% van onze eigen stroom, maar zo’n 70% van onze energie kochten we nog steeds in in de vorm van aardgas voor verwarming. Pas vanaf 2019 loopt het aandeel aardgas terug en vanaf 2022 loopt het aandeel elektriciteit ook fors terug. De komende maanden verwacht ik dat onze zonnepanelen en winddelen per saldo meer gaan produceren dan we gebruiken. Waarmee het aandeel inkoop van elektriciteit ook terug gaat lopen.
Hieronder de grafiek in een iets andere vorm. Waarbij gebruik van energie aan verwarming, apparaten, warm water en teruglevering van elektriciteit positief is weergegeven. Het afnemen van elektriciteit, aardgas en de productie van warmte en elektriciteit (zonnepanelen, winddelen) is negatief weergegeven.
In onderstaande grafiek is goed zichtbaar dat we tussen 2014 en 2018 in de maand april meer elektriciteit produceerde dan we gebruikte. Terwijl we nog wel aardgas kochten. In april 2022 en 2023 kopen we nagenoeg geen elektriciteit in en hebben we ook geen aardgas meer ingekocht.
Onderstaande grafiek laat dezelfde gegevens zien, maar dan voor de eerste vier maanden van het jaar.
Ja maar, de CO2 uitstoot dan?
Een standaard reactie op infraroodverwarming is: je bespaart dan wel energie, maar de CO2 emissie gaat omhoog. Daarom hieronder de berekening van de CO2 footprint van ons energiegebruik per jaar. Daarom hieronder de CO2 emissie van ons energiebruik volgens 5 methoden berekend.
Nu zijn er vele manieren om de CO2 uitstoot van elektriciteit te bepalen. Hieronder de grafiek met de CO2 uitstoot volgens 5 gebruikte methodes. Bij alle vijf de methodes ben ik er vanuit gegaan dat de bijbehorende CO2 berekening wordt toegepast op aardgas en op de elektriciteit die in een gegeven maand niet van onze zonnepanelen of winddelen afkomstig is.
De eerste twee methoden gaan uit van de CO2 factoren die CBS berekent. Op de eerste plaats volgens de integrale methode van CBS. Deze gaat uit van de totale (hernieuwbare plus niet hernieuwbare) elektriciteitsproductie in verhouding tot de aan elektriciteit toegerekende inzet van aardgas, kolen en kernenergie. Elektriciteit uit afvalverbrandingsinstallaties en restgassen wordt niet meegenomen. De tweede methode van CBS is de referentieparkmethode. Deze gaat uit van de centrale elektriciteitsproductie uit aardgas, kolen en kernenergie, uitgezonderd die centrales waarbij de warmteproductie groter is dan 20 procent van de brandstofinzet.
De andere drie methoden maken gebruik van de CO2-emissiefactoren, zoals gepubliceerd op CO2-emissiefactoren.nl. In alle drie de gevallen ben ik uitgegaan van de well-to-wheel emissiefactoren, oftewel van de emissies in de gehele levenscyclus. Bij de eerste methode (grijs) ben ik ervan uitgegaan dat iedere kWh die we in moeten kopen van grijze stroom komt. Bij de tweede methode ben ik ervan uitgegaan dat we stroom van onbekende bron afnemen. Waarbij ik uitgegaan ben van de emissiefactor zoals die nu vermeld staat, waardoor de CO2 uitstoot van oudere jaren lager lijkt dan die in werkelijkheid was. Het aandeel hernieuwbare elektriciteit is de afgelopen 10 jaar namelijk gestegen in Nederland. In de laatste methode (stroometiket) ben ik vanaf 2015 uitgegaan van de strooommix zoals Greenchoice (onze energieleverancier) deze jaarlijks publiceert. Waarom pas vanaf 2015? Simpel, omdat ik van de jaren voor 2015 zo snel de stroometiketten niet kon vinden.
Voor het berekenen van de gemiddelden ben ik uitgegaan van goed vergelijkbare jaren: 2014-2018 voor verwarming met aardgas en 2019-2023 voor verwarming met infrarood.
Wat opvalt is dat de CO2 uitstoot volgens een aantal methoden fors daalt na overschakeling op infraroodverwarming. Onderstaande cijfers geven het aantal kg CO2 uitstoot in de maanden januari t/m april.
Wat opvalt is dat er nog maar één methode is die een stijging laat zien. Volgens alle andere methoden is er sprake van een daling van de CO2 uitstoot. Vorige maand waren dat er nog 2.
Het eerste kwartaal van 2023 is voorbij, tijd om het energiegebruik en de energieproductie van maart te bekijken. Maart 2023 was met 338 gewogen graaddagen 7% kouder dan maart 2022. Ons energiegebruik lag echter 45% hoger dan in maart 2022. Deels kwam dat doordat het aantal zonuren ook fors lager lag dan in 2022. Dat was merkbaar in de productie van onze zonnepanelen (42% lager dan in 2022).
Energiekosten
Van een daling van de kosten voor elektriciteit is nog niet veel te merken, ook al zijn de tarieven sinds eind vorig jaar wel aan het dalen. De stijging van de energiebelasting, terug naar het oude groeipad van voor de energiecrisis, maakt de daling van het tarief sinds december meer dan ongedaan. Daar komt bij dat het kale leveringstarief dat we betalen nog steeds 80% boven het tarief van vorig jaar ligt.
Procentueel bestond het grootste deel van onze energierekening in maart uit kosten voor elektriciteit, gevolgd door de kosten voor energiebelasting. Een schril contrast met de jaren tot en met 2021, waarin de leveringskosten van gas elektriciteit samen nooit meer dan 40% van de totale energiekosten in maart vormde.
In het eerste kwartaal zijn onze energiekosten met 33% gestegen ten opzichte van 2022. De kosten voor elektriciteit zijn slechts met 18% opgelopen ten opzichte van 2022, maar de kosten voor energiebelasting zijn ruim 2 keer zo hoog als vorig jaar. De teruggaaf energiebelasting ligt lager dan vorig jaar, waardoor de rekening met bijna 300 Euro gestegen is. Onze extra winddelen hebben dit wel afgevlakt.
De kosten van elektriciteit vormde in het eerste kwartaal 60% van onze rekening. De tweede grote kostenpost is de energiebelasting, die bijna 40% van de energierekening vormt. De kosten voor de elektriciteitsaansluiting en winddelen vallen nagenoeg weg tegen de teruggaaf energiebelasting.
Bruto energiegebruik
Doordat ons energiegebruik in maart hoger lag dan vorig jaar is ons bruto energiegebruik in het eerste kwartaal nagenoeg gelijk aan het eerste kwartaal van 2022. Daarmee is het bruto energiegebruik 17% hoger dan in 2020, het zuinigste jaar sinds we in ons huis wonen.
Energieproductie
In maart hebben onze zonnepanelen 42% minder geproduceerd dan in 2022. Doordat we meer winddelen hebben is de productie van onze winddelen gestegen van 80 naar 407 kWh. Samen zijn ze goed voor 556 kWh, goed voor 59% van ons energiegebruik.
Van onze zonnestroom hebben we in maart ruim 70% meteen gebruikt, voordeel van een lagere productie. Onze zonnepanelen en winddelen waren in maart goed voor 59% van onze energiegebruik. De resterende 41% hebben we ingekocht bij onze energieleverancier.
In het eerste kwartaal hebben we 3.127 kWh verbruikt. Onze zonnepanelen hebben 307 kWh geproduceerd en onze winddelen 1.298 kWh. Ons netto elektriciteitsgebruik ligt daarmee op 1.522 kWh. Dit is de hoeveelheid elektriciteit die we hebben ingekocht bij het energiebedrijf.
In het eerste kwartaal waren onze winddelen en zonnepanelen samen goed voor 51% van ons elektriciteitsgebruik. De resterende 49% hebben we aangevuld met elektriciteit van het energiebedrijf. Ons gasverbruik zit wederom op 0%.
Verwarming
Maart was fris en weinig zonnig. Wat voor ons reden was om meer te stoken dan in 2022. Het energiegebruik per gewogen graaddag lag met 1,44 kWh/gewogen graaddag in maart 2023 dan ook 54% hoger dan in maart 2022. Wat overigens nog steeds 39% lager is dan toen we stookten met aardgas (gemiddeld 2,17 kWh/gewogen graaddag). Gemiddeld ligt het energiegebruik sinds we overgestapt zijn op infraroodverwarming van ThermIQ 39% lager dan toen we met aardgas verwarmde.
Op jaarbasis ligt ons energiegebruik voor verwarming op 3.098 kWh. Wanneer ik dat corrigeer voor weerseffecten naar de periode 1991-2020 komt het verbruik op 3.697 kWh per jaar. Dat is een besparing van 39% ten opzichte van verwarmen met de cv-ketel.
Warm water en apparaten
We hebben de HeatCycle van DeWarmte nu ruim een jaar in bedrijf. In maart lag de cop op 4,4, oftwel met iedere kWh elektriciteit die we hebben verbruikt heeft de warmtepomp 4,4 warmte weten te produceren. In totaal hebben we in maart zo’n 70 kWh elektriciteit voor warm water gebruikt. Dat is meer dan in maat 2022, toen onze zonneboiler meer produceerde.
Bouwbesluit norm 1, 2 en 3,
CO2 uitstoot
Een van de veel gehoorde argumenten tegen overschakelen van verwarmen met aardgas naar verwarmen met infraroodverwarming is dat er geen CO2 reductie wordt gehaald. Sterker nog: dat de CO2 uitstoot zou stijgen.
Nu zijn er vele manieren om de CO2 uitstoot van elektriciteit te bepalen. Hieronder de grafiek met de CO2 uitstoot volgens 5 gebruikte methodes. Bij alle vijf de methodes ben ik er vanuit gegaan dat de bijbehorende CO2 berekening wordt toegepast op aardgas en op de elektriciteit die in een gegeven maand niet van onze zonnepanelen of winddelen afkomstig is.
De eerste twee methoden gaan uit van de CO2 factoren die CBS berekent. Op de eerste plaats volgens de integrale methode van CBS. Deze gaat uit van de totale (hernieuwbare plus niet hernieuwbare) elektriciteitsproductie in verhouding tot de aan elektriciteit toegerekende inzet van aardgas, kolen en kernenergie. Elektriciteit uit afvalverbrandingsinstallaties en restgassen wordt niet meegenomen. De tweede methode van CBS is de referentieparkmethode. Deze gaat uit van de centrale elektriciteitsproductie uit aardgas, kolen en kernenergie, uitgezonderd die centrales waarbij de warmteproductie groter is dan 20 procent van de brandstofinzet.
De andere drie methoden maken gebruik van de CO2-emissiefactoren, zoals gepubliceerd op CO2-emissiefactoren.nl. In alle drie de gevallen ben ik uitgegaan van de well-to-wheel emissiefactoren, oftewel van de emissies in de gehele levenscyclus. Bij de eerste methode (grijs) ben ik ervan uitgegaan dat iedere kWh die we in moeten kopen van grijze stroom komt. Bij de tweede methode ben ik ervan uitgegaan dat we stroom van onbekende bron afnemen. Waarbij ik uitgegaan ben van de emissiefactor zoals die nu vermeld staat, waardoor de CO2 uitstoot van oudere jaren lager lijkt dan die in werkelijkheid was. Het aandeel hernieuwbare elektriciteit is de afgelopen 10 jaar namelijk gestegen in Nederland. In de laatste methode (stroometiket) ben ik vanaf 2015 uitgegaan van de strooommix zoals Greenchoice (onze energieleverancier) deze jaarlijks publiceert. Waarom pas vanaf 2015? Simpel, omdat ik van de jaren voor 2015 zo snel de stroometiketten niet kon vinden.
Bovenstaande grafiek laat de CO2 uitstoot in het eerste kwartaal voor de verschillende berekeningsmethoden door de jaren heen zien. Wat opvalt is dat we in 2011 en 2014 volgens alle methoden een forse CO2 daling hebben bereikt. In 2011 komt dat door overschakeling op een HR-ketel en een zonneboiler. In 2014 door installatie van onze zonnepanelen en door onze winddelen.
Wat verder opvalt is dat onze CO2 uitstoot in 2019, het jaar dat we over zijn gestapt op infraroodverwarming, volgens alle methoden daalt t.o.v. 2018 en terugvalt tot het niveau van 2014. Ook valt op dat de CO2 uitstoot volgens de verschillende methoden vanaf 2015 steeds verder uit elkaar beginnen te lopen. Waarbij de stroometiket steevast de laagste emissie oplevert en de referentiemethode de hoogste.
Wanneer ik de gemiddelde CO2 uitstoot in de periode 2014-2018 (met aardgas als warmtevoorziening) vergelijk met de gemiddelde CO2 uitstoot over de periode 2019-2023 (met infraroodverwarming als warmtevoorziening) dan leveren 3 methoden een daling van de CO2 uitstoot op. De daling varieert tussen de 14 en 76%. Twee methoden (referentie en grijs) leveren een stijging op van 4 à 5%.
Welke methode je het best kan hanteren voor de berekening van de CO2-uitstoot laat ik graag over aan de puristen. Ik vind de belangrijkste constatering de stijging bij de methoden die een stijging laten zien relatief klein is (4 à 5%). Terwijl de daling van de andere methoden veel sterker is. Onze CO2-uitstoot is gemiddeld genomen met gedaald. Het specifieke getal van 19% vind ik niet zo interessant. Op jaarbasis blijft de conclusie overeind. Als ik aardgas vergelijk met infraroodverwarming is de daling in de periode 2019-2022 gemiddeld 14% t.o.v. 2014-2018. De stijging volgens de referentie en de grijze stroom methode is voor die periode 4% (60 tot 70 kg CO2 op jaarbasis).
Eind februari hebben we onze cv-ketel uitgezet en sindsdien gebruiken we geen aardgas meer. We gebruiken enkel afvalwarmte, zonnewarmte en zonnestroom van eigen dak, aangevuld met windenergie van windturbines waar we mede-eigenaar van zijn en 1.200 kWh inkoop van groene stroom. Ondanks de stijging van het leveringstarief voor elektriciteit met ruim 250% ten opzicht van de eerste 11 maanden van 2021 zijn de elektriciteitskosten met slechts 20% gestegen. Dat komt voornamelijk doordat we een groter deel van onze elektriciteit zelf opwekken met zonnepanelen en winddelen. Onze totale energiekosten zijn de eerste 11 maanden van 2022 met 700 Euro gedaald t.o.v. 2021. Dat kom door verandering van overheidsbeleid.
Energierekening
Onderstaande grafiek laat de hoogte van onze energierekening per maand zien.
In de grafiek is goed zichtbaar dat we in het eerste kwartaal minder winddelen hadden, waardoor we meer elektriciteit in hebben moeten kopen. Ook is te zien dat we van mei tot en met oktober per saldo een negatieve energierekening hadden.
In oktober vielen de kosten mee door de elektriciteit van onze zonnepanelen en winddelen. In de andere maanden van het stookseizoen (oktober t/m maart) zijn de kosten fors door ons verbruik en de hoge elektriciteitstarieven. Over de eerst 11 maanden van 2022 bedroeg het gemiddelde leveringstarief 0,45 Eurocent, meer dan 3 keer zo veel als de 0,13 Eurocent die we in de eerste 11 maanden van 2021 betaalde. Wat al fors was, want in de jaren daarvoor lag het leveringstarief (exclusief energiebelasting en opslag duurzame energie) voor elektriciteit meestal tussen de 5 en 8 Eurocent per kilowattuur.
Ondanks fors gestegen hogere leveringstarieven zijn de kosten voor levering van elektriciteit met slechts 100 Euro (20%) gestegen. Dat komt doordat we in 2022 veel minder energie hebben ingekocht dan in 2021. Kochten we in de eerste 11 maanden van 2021 nog bijna 4.800 kWh gas en elektriciteit in, in 2022 is dat gedaald naar een kleine 1.700 kWh. Tegelijkertijd is onze eigen productie gestegen van een klein 2.900 kWh naar ruim 4.400 kWh.
Dat komt doordat we meer winddelen hebben gekocht en onze zonnepanelen meer stroom hebben geproduceerd. Over de stroom die onze winddelen opbrengen betalen we energiebelasting, opslag duurzame energie en een vergoeding voor onbalans kosten aan het energiebedrijf waar we een contract mee hebben. Enkel het leveringstarief wordt gesaldeerd.
De kostprijs van de elektriciteit van onze winddelen bedroeg over de eerste 11 maanden 14 Eurocent/kWh, inclusief btw, afschrijvingskosten en onbalans kosten. Inclusief energiebelasting en opslag duurzame energie bedroegen de kosten 23 Eurocent/kWh (inclusief btw). De kostprijs van de van het energiebedrijf afgenomen elektriciteit, inclusief energiebelasting, opslag duurzame energie en btw lag in dezelfde periode gemiddeld op 69 Eurocent per kWh. Een voordeel van 46 Eurocent per kilowattuur.
De totale kosten over de eerste 11 maanden van 2022 liggen onder de 800 Euro, fors lager dan 1.500 Euro in 2021 en terug op een niveau dat we sinds 2014 niet meer hebben gekend. Dat komt grotendeels door verlaging van de energiebelasting en opslag duurzame energie, en door de extra tegemoetkoming in de energiekosten van november.
We hebben in totaal zo’n 6.100 kilowattuur gebruikt. Ik verwacht dat daar nog zo’n 1.000 kWh bijkomt in december. Daarmee maken we nog kans om het zuinigste jaar sinds we hier wonen te verbeteren.
Eerder dit jaar hebben we 6 winddelen bijgekocht om een groter deel van onze elektriciteit zelf te produceren. Op jaarbasis zouden we nu rond de 6.500 kWh zelf op moeten wekken, waarvan 2.000 kWh met zonnepanelen en 4.500 met winddelen. Er zijn nog steeds dagen met weinig wind en weinig zon, waarop de stroom die we gebruiken van fossiele energiecentrales komt. Door de combinatie van wind en zon wordt dat wel een stuk minder dan met enkel zonnepanelen. Onderstaande grafiek laat goed zien dat de elektriciteit die we van onze winddelen krijgen op jaarbasis fors in de lift zit. Nog niet op het niveau van 4.500 kWh, maar wel ruim boven de 2.000 kWh. In totaal produceren we nu op jaarbasis meer dan 4.000 kWh.
Ons netto energiegebruik ligt in de eerste 11 maanden van 2022 dan ook fors lager dan voorgaande jaren. Sinds de aankoop van extra winddelen en de installatie van de hybride warmtepomp schommelt het netto energiegebruik tussen de 1.200 en 2.300 kilowattuur. Ik verwacht dat het in december nog wel wat omhoog gaat, maar dat het netto energiegebruik onder de 2.500 kilowattuur blijft.
Dat we meer elektriciteit produceren met onze winddelen is ook goed zichtbaar in ons energiegebruik van de eerste 11 maanden door de jaren heen. In 2022 ligt de hoeveelheid elektriciteit die we ingekocht hebben bij het energiebedrijf een stuk lager, terwijl de hoeveelheid windenergie die we van onze winddelen krijgen stijgt. Volgend jaar verwacht ik dat dat doorzet, waarbij we (bij gelijkblijvend verbruik) bijna geen elektriciteit meer inkopen bij het energiebedrijf.
De grafiek laat ook goed zien hoe het aandeel aardgas in onze energiemix de afgelopen 10 jaar stapsgewijs is verlaagd. Met de grootste stappen vanaf 2019. De laatste stap hebben we dit jaar gemaakt. Inmiddels is onze gasmeter verwijderd en is ons huis volledig aardgasvrij. Vanaf volgend jaar zal ons gasverbruik 0 m3 per jaar zijn.
Energiegebruik naar toepassing
Ons energiegebruik valt uiteen in drie delen: warm water, verwarming en apparatuur.
In bovenstaande grafiek is goed zichtbaar dat het stookseizoen weer begonnen is. Het energiegebruik stijgt en dan met name het energiegebruik voor verwarming. Ook het energiegebruik voor apparaten is gestegen, wat niet gek is nu de dagen korter worden en er dus vaker ligt aan is in huis.
Op jaarbasis is ons energiegebruik voor warm water aan het dalen, net als het energiegebruik voor verwarming. Klimaatverandering zorgt er voor dat we ruim 1.000 kWh minder nodig hebben voor verwarming dan in de periode 1901-1930. De besparing t.o.v. de klimaatperiode 1991-2020 bedraagt ongeveer 300 kWh, waarmee de afgelopen 12 maanden warm zijn vergeleken met een gemiddeld jaar.
Klimaatverandering zorgt op jaarbasis voor 12,5% minder energiegebruik. Daarmee vormt klimaatverandering inmiddels ongeveer een even groot aandeel in ons totale energiegebruik als het energiegebruik voor warm water (12,7%). Apparaten vormen inmiddels het grootste aandeel in ons energiegebruik met 39,8%. Meer dan onze infraroodverwarming die 35% van ons energiegebruik vormt.
Warm water
De HeatCycle van De Warmte heeft zich in november goed gehouden. Aan het temperatuurverloop is wel goed zichtbaar dat november kouder en bewolkter is geweest dan oktober.
Bovenstaande grafiek laat goed zien dat de gemiddelde temperatuur van het boilervat begin november fors terugvalt. Toch hebben we op 1 dag na geen koude douche gehad. Die dag was 22 november en het temperatuurverloop van die dag zie je hieronder.
De gasfanaten zullen zich ongetwijfeld verkneukelen en afvragen wat er mis was gegaan. Het antwoord is heel simpel: ik heb waarschijnlijk ’s avonds op 21 november een verkeerd knopje ingedrukt waardoor de warmtepomp in standby modus is gezet. Daar kwam ik pas de volgende dag na werktijd achter toen het water lauw uit de kraan kwam en ik hoorde dat de warmtepomp de hele dag opvallend stil was geweest. DeWarmte reageerde gelukkig ook buiten kantooruren snel met een suggestie van wat mogelijk het probleem was en hoe ik dat zelf op kon lossen. Waarna goed te zien is dat de temperatuur ’s avonds weer rap opliep.
In bovenstaande grafiek met het energiegebruik en de energieproductie van de warmtepomp per dag is goed te ziend dat het probleem waarschijnlijk al op 21 november begonnen is. De energieproductie ligt die dag namelijk opvallend laag, niet gek als je de warmtepomp op standby zet. Op de andere dagen is goed zichtbaar dat de warmtepomp met een energiegebruik van 1 tot 4 kWh per dag ons water warm houdt. Op maandbasis hebben we in november 60 kWh gebruikt, terwijl we vorig jaar met aardgas 215 kWh gebruikte. Dat betekent dat we dit jaar in november 72% minder energie hebben gebruikt voor warm water dan in 2021.
Inmiddels heb ik ook alle leidingen van en naar de warmtepomp op zolder geïsoleerd, zodat er nog minder warmte verloren gaat. Nu nog de aanvoerleiding van warm water isoleren en dan is er weer een klein energiebesparingsklusje afgerond.
Verwarming
Sinds begin 2019 verwarmen we ons huis volledig met infraroodverwarming. Sindsdien is ons energiegebruik voor verwarming per gewogen graaddag (dus gecorrigeerd voor temperatuur) met gemiddeld 42% gedaald. Daarbij is niet gecorrigeerd voor de eenmalige piek in ons energiegebruik in 2013 en ook niet voor het hogere energiegebruik van twee jaar thuiswerken met corona.
Ook in bovenstaande grafiek is te zien dat het stookseizoen weer is begonnen. Ons energiegebruik per gewogen graaddag lag nog wel onder het jaargemidddelde. Ten opzicht van vorig jaar november lag ons energiegebruik per gewogen graaddag 29% lager.
Op maandbasis hebben we in november 315 kWh gebruikt voor verwarming. Dat is 36% minder dan in november 2021. Daarvan komt 10% doordat november 2021 warmer was dan november 2022 en 26% door zuiniger stookgedrag.
Op jaarbasis ligt ons energiegebruik voor verwarming met 2.968 kWh/jaar weer onder de 3.000 kWh/jaar. Daarmee naderen we de niveaus van voor corona. We besparen op dit moment ruim 1.000 kWh t.o.v. het energiegebruik op basis van het gemiddelde aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-1930 en 20% t.o.v. het energiegebruik o.b.v. het gemiddelde aantal gewogen graaddagen in de periode 1991-2020.
Of we 2022 onder de 3.000 kWh afsluiten zal voor een groot deel afhangen van het weer de komende weken. Als we net zoveel verstoken als in 2021 kan dat lukken.
Conclusie
Ons energiegebruik ligt 3% lager dan in 2021, daarmee zitten we in lijn om te besparen op ons gebruik. Wat hard nodig is in de huidige aanbodcrisis. Ook zorgen onze zonnepanelen en winddelen er voor dat de effecten van de prijsstijgingen van elektriciteit onze deur grotendeels voorbij gaan.
Het is nog wel een vraagteken hoe de aangekondigde heffing op overwinsten van elektriciteitsproducenten gaat uitpakken. De windturbines waarin we deelnemen hebben namelijk een vermogen > 1 MW. Als de opbrengst van onze winddelen gemaximaliseerd wordt op 13 Eurocent per kilowattuur, dan kijken we de komende 7 maanden tegen een forse verhoging van onze energierekening aan. Volgens De Windcentrale wordt de opbrengst van de winddelen verrekend tegen leveringstarief, ook nu de heffing overwinsten elektriciteitsproducenten van kracht is. Daarmee werken onze winddelen en zonnepanelen als een schokbreker voor de huidige prijsstijgingen. Daarin zijn we niet uniek, want er in Nederland en in het buitenland meerdere initiatieven die hetzelfde bereiken.
Voor de Energiebank Schiedam betekent dat gelijkblijvende opbrengsten, want samen met GroenLinks Schiedam schenken we hen de opbrengst van 34 winddelen. In november hebben de winddelen ruim 1.800 kWh geproduceerd. Omgerekend ruim €1.000, het is nog even zoeken naar het geld om dat ook uit te kunnen keren. Want in het voorschot van het energiebedrijf wordt geen rekening gehouden met de opbrengst van deze extra winddelen. Gezien de hoge energie prijzen kan dat geld beter nu besteed worden door Energiebank Schiedam dan volgend jaar nadat we onze jaarafrekening hebben gekregen.