“7 veelbelovende innovaties…

…die de transitie geen steek verder helpen.”

Dat is de opbeurende titel van een bericht op Wattisduurzaam. Volgens Thijs ten Brinck, schrijver van het weblog, is beleid dat innovatie aanjaagt en ruimte laat fouten te maken even onmisbaar als beleid dat bewezen oplossingen aanjaagt en de ruimte geeft om deze verder te verbeteren. En op te schalen. Opschalen loopt echter vaak tegen barrières op, want ook de nadelen van een techniek zijn al bekend.

Dus blijven de proeftuinen en pilots elkaar opvolgen. Storende bijwerking daarvan is dat bewezen ineffectieve innovaties steeds opnieuw komen bovendrijven. Hij noemt op zijn website 7 voorbeelden, waar er minstens 2 bijzitten waar ik meer van had verwacht/gehoopt.

Volgens Thijs ten Brinck zijn dit de 7 ineffectieve innovaties die niet gaan bijdragen aan de energietransitie:

  1. Zonnestroom van het fietspad en de snelweg
  2. Windmolens zonder wieken
  3. Energie-opwekkende stoeptegels
  4. Thorium gesmolten-zoutreactoren
  5. Inzet van blockhaintechnologie
  6. Blauwe energie uit rivierwater dat de zee in stroomt
  7. Elektriciteit uit levende plantjes

Onderbouwing in de Open waanlink

Dit bericht is oorspronkelijk gepubliceerd op Sargasso.

BNEF 2018: zon en wind 50% stroomvoorziening in 2050

Bloomberg New Energy Finance (BNEF) heeft zijn nieuwe Energy Outlook uitgebracht. De BNEF-analisten voorspellen dat in 2050 50% van de wereldwijde stroomproductie van zon- en windenergie afkomstig zal zijn. Het is in hun ogen een strijd van techniek tegen grondstoffen. Zon- en windenergie behoeven geen brandstoffen om te blijven draaien. De leercurves van zon- en windenergie zorgen al jaren voor dalende prijzen, en ook bij energieopslag (lithiumion-accu’s) is dat het geval.

In de ogen van de onderzoekers is het daarom:

a matter of when and how, not if, wind and solar disrupt electricity systems everywhere.

Zonne- en windenergie

De leercurve voor zonne-energie bedraagt 28,5% voor iedere verdubbeling van de geïnstalleerde capaciteit sinds 1970. De prijzen van PV-modules zijn sinds 2010 met 83% gedaald. Voor wind ligt de leercurve wat lager op 10,5% op basis van US$ per MW geïnstalleerd vermogen. Dat is echter slechts een deel van het verhaal, want de capaciteitsfactor van windturbines is sinds 2010 gestegen van zo’n 20% naar 35%. Dat betekent dat windmolens meer opbrengen per MW geïnstalleerd vermogen.

Op basis van de verwachte kostenontwikkeling van de verschillende componenten construeren de analisten van BNEF twee kantelpunten. Het eerste kantelpunt is waar nieuwe wind- en zonne-energie goedkoper worden dan fossiele alternatieven (gas in Amerika of steenkool in China). Het tweede kantelpunt is wanneer nieuwe wind- en zonne-energie goedkoper worden dan bestaande fossiele centrales.

Het eerste kantelpunt is volgens BNEF al bereikt in de VS en China. Wat betekent dat een toenemend aantal energiebedrijven vanaf nu gaat kiezen voor hernieuwbare energiebronnen in plaats van gas. Het tweede kantelpunt volgt volgens BNEF voor 2030, wat betekent dat ongesubsidieerde wind en zonne-energie dan het aantal draaiuren van bestaande fossiele centrales gaat beperken. Onderzoekers van het Rocky Mountain Institute kwamen eerder dit jaar tot dezelfde conclusie. Zij waarschuwden dat een groot deel van de gascentrales die momenteel in de pijplijn zitten tijdens hun levensduur onrendabel zullen worden.

Verschillende toezichthouders in de VS verwijzen voorstellen voor nieuwe gascentrales inmiddels terug naar de tekentafel en vragen om voorstellen voor hernieuwbare energie in combinatie met energieopslag.

Rol energieopslag

Zonne-energie en windenergie kunnen niet volcontinu leveren. Het aandeel dat ze in de energiemix kunnen innemen groeit door ze te combineren met energieopslag. Waarbij vooral lithium-ion accu’s sterk in ontwikkeling zijn. Sinds 2010 zijn de kosten per kWh gedaald met 80%, een leercurve van 18%. De analisten verwachten een verdere daling tot 96 USD/kWh in 2025 en 70 USD/kWh in 2030.

De wereldwijde productiecapaciteit voor lithium-ion accu’s is momenteel 131 GWh, waarvan 60% in China zit. BNEF verwacht dat de productiecapaciteit in 2021 verdrievoudigd zal zijn met een marktaandeel voor China van 73%. China streeft in de markt voor energieopslag een soortgelijke positie na als bij PV.

Energieopslag kan twee rollen vervullen. Op de eerste plaats zullen energieopslagsystemen netdiensten gaan aanbieden, zoals frequentieregeling. Deze diensten kunnen ze sneller en preciezer leveren dan fossiele centrales. Een voorbeeld hiervan is te zien in de Hornsdale energieopslag in Zuid-Australië, maar ook in Europa staan inmiddels de eerste energieopslagsystemen die netdiensten leveren.

Een tweede toepassing is het opvangen van langere termijn verschillen tussen vraag en aanbod, door elektriciteit op te slaan bij veel aanbod en te leveren bij veel vraag. Op deze markt bieden accu’s geen volledige vervanging voor fossiele centrales.

Rol fossiele brandstoffen

De ontwikkelingen op gebied van hernieuwbare energie en energieopslag betekenen niet dat er geen rol is voor fossiele energiecentrales. Vooral voor gascentrales is er een rol weggelegd om fluctuaties in energieproductie op te vangen. Op de langere termijn zal het daarbij steeds meer gaan om het opvangen van seizoensfluctuaties, omdat energieopslag de rol voor kortere onbalansperiodes over zal nemen. In de nieuwe rol voor gascentrales is veel minder volume aardgas nodig dan voorheen, wat slecht nieuws is voor gasproducenten.

De grootste verliezers volgens BNEF zijn kolencentrales. Hun marktaandeel loopt in de nieuwste modellering terug van 37% nu naar 11% in 2050.

Uitdagingen voor beleidsmakers

BNEF ziet twee uitdagingen voor beleidsmakers. Op de eerste plaats wordt het een uitdaging om te zorgen dat de markt zo in elkaar steekt dat eigenaren van zonne-energie en windturbines hun geld terug verdienen. Op de tweede plaats wordt het een uitdaging om te zorgen dat de benodigde reservecapaciteit aan gascentrales beschikbaar blijft en ontwikkeld wordt. Om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen is de derde uitdaging om een alternatief te ontwikkelen voor de rol die gascentrales hebben om seizoensschommelingen op te vangen.

Lees ook dit artikel over de implicaties van de BNEF doorrekening.

Dit artikel is eerder verschenen op Sargasso.

Groene stroom voor de industrie

In de commentaren op Sargasso (waar ik voor blog) is het een veel gebezigd argument: duurzame energie kan de industrie niet van betaalbare stroom voorzien. In Australië denken ze daar inmiddels anders over. De van oorsprong Engelse staal miljardair Gupta werkt daar gestaag aan zijn plannen om 10 GW aan zonne-energie te realiseren, waarmee hij onder andere zijn eigen staalfabrieken van stroom wil voorzien.

Gisteren maakte Gupta en de Zuid-Australische Kamer voor Mijnbouw en Energie (SACOME) een langjarige overeenkomst bekend om groene stroom te leveren aan vijf bedrijven. De verwachte besparing voor deze bedrijven ten opzichte van hun huidige energieprijs bedraagt 20 tot 50%. Deze kostenbesparing wordt bereikt door de nieuwe zonne-energie projecten te combineren met energieopslag en waterkracht. Onder de afnemers zit onder andere een kopermijn. De overeenkomst volgt op eerdere overeenkomsten die Gupta sloot, waaronder een overeenkomst om zonnestroom te leveren aan een staalfabriek in Victoria.

Kortom: het verhaal dat duurzame energie de basisindustrie niet van stroom kan voorzien kan in kolenminnend Australië naar de prullenbak. Nu nog in andere landen.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Tijd voor meer zonnestroom in Schiedam in 2018

In de duurzaamheidsbeoordeling die Stichting Natuur & Milieu onlangs publiceerde eindigt Schiedam op de 33ste plaats. Voor Energiek Schiedam is het interessanter om te zien hoe het staat met het opwekken van groene stroom in Schiedam. Ook hier scoort Schiedam slecht met de productie van slechts 14 kilowattuur zonnestroom per inwoner per jaar, alleen Rotterdam doet het slechter met 11 kilowattuur per inwoner.

Ranglijst opgewekte zonnestroom per inwoner per jaar
Ranglijst opgewekte zonnestroom per inwoner per jaar. Bron Natuur & Milieu.

Schiedamse plannen voor zonne-energie

Het goede nieuws is dat er in 2017 een behoorlijk aantal subsidieaanvragen is gedaan voor nieuwe projecten in Schiedam. Alleen al in de eerste helft van 2017 werd subsidie toegekend voor 28 projecten in Schiedam. Volgens de huidige subsidieregels moeten deze projecten binnen een jaar opdracht geven tot het plaatsen van zonnepanelen.

Overzicht Schiedamse projecten SDE+ voorjaarsronde 2017
Bron: RVO stand van zaken aanvragen SDE+

Wanneer de projecten die in de eerste helft van 2017 subsidie hebben gekregen allemaal worden gerealiseerd stijgt de stroomproductie met 58 kilowattuur per inwoner, dat is een verdrievoudiging van de productie. Hoeveel er in de tweede helft van 2017 in totaal is toegekend aan Schiedamse projecten is nog niet bekend.

Plannen Energiek Schiedam en Schiedams Energie Collectief

Wat we al wel weten is dat Energiek Schiedam in de tweede helft van 2017 subsidie heeft gekregen voor nieuwe zonne-energie projecten op gemeentelijk vastgoed. Wanneer we deze projecten realiseren zijn ze samen jaarlijks goed voor 5 kilowattuur per Schiedammer. Ter vergelijking ons eerste project Zon op Wennekerpand is jaarlijks goed voor 0,5 kilowattuur per Schiedammer. Het bestuur van Energiek Schiedam wil deze nieuwe projecten dan ook graag realiseren en zoekt enthousiaste vrijwilligers om daar bij te helpen.

Ook het Schiedams Energie Collectief heeft subsidie toegewezen gekregen voor zonne-energie projecten op gemeentelijk vastgoed. Deze projecten zijn net als die van Energiek Schiedam goed voor 5 kilowattuur per Schiedammer.

De projecten waarvoor Energiek Schiedam en het Schiedams Energie Collectief subsidie hebben gekregen kunnen de productie van zonnestroom van Schiedam verdubbelen en de productie van zonnestroom op gebouwen van de gemeente zelfs vertienvoudigen. Het bestuur van Energiek Schiedam hoopt dan ook op actieve ondersteuning van de huidige en de toekomstige raads- & collegeleden, en van de ambtenaren van de gemeente Schiedam.

Conclusie

Wanneer we alle nu bekende plannen voor zonnestroom uit 2017 in 2018 realiseren groeit de productie van zonnestroom in Schiedam naar 83 kilowattuur per inwoner. Volgens de rapportage van Natuur & Milieu is dat goed voor een top 10 notering op gebied van opwekking van zonnestroom per inwoner. Naar onze mening is dat de moeite waard om onze schouders onder te zetten. Doe je mee?

Dit bericht is eerder gepubliceerd op de website van Energiek Schiedam.

Gastbijdrage: Duitslands elektriciteitsconsumptie in 2017

ANALYSE – Gebaseerd op voorlopige cijfers voor 2017 is de productie van groene stroom in Duitsland met een recordhoeveelheid gegroeid. De productie van kolenstroom daalde ook merkbaar, terwijl de hoeveelheid kernenergie afnam en de stroomexport recordhoogte bereikte. Maar één groot nieuwswaardig feit wordt mogelijk over het hoofd gezien tussen alle nieuwe records. Craig Morris duikt in de cijfers.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
Sage-Exon-10
Duitsland haalt zijn duurzame energie doelstelling voor 2020 drie jaar eerder (Foto door Usein, edited, CC BY-SA 1.0)

De productie van groene stroom is harder gegroeid dan de productie van kernenergie is gedaald sinds in 2003 de eerste kernreactor werd stilgelegd als onderdeel van Duitslands nucleaire uitfasering. De productie van kolenstroom – zowel van bruin- als van steenkool – is ook gedaald. Toch zijn de lichten in Duitsland aangebleven.

duurzame_energie_en_export_2003-2017

De Duitse export van elektriciteit bedroeg 53 TWh, voor het vijfde jaar op rij een record. De netto export van elektriciteit biedt ruimte aan conventionele elektriciteitscentrales (kolen, gas en kern). Groene stroom heeft voorrang op het Duitse netwerk, wat betekent dat groene stroom geconsumeerd wordt voor conventionele stroom. Meer specifiek reageren windenergie en zonne-energie op het weer, niet op vraag naar elektriciteit. Dat betekent dat buitenlandse vraag de elektriciteitsproductie van deze bronnen niet kan vergroten.

Duitse_stroom_balans_1990-2016
Foto via CleanEnergyWire

De stroomproductie van gascentrales is in 2017 weer een beetje gegroeid, daarmee is de totale elektriciteitsproductie van gascentrales met een kwart gegroeid sinds 2013. De elektriciteitsproductie van steenkolen is in dezelfde periode met een kwart gedaald. De stroomproductie van bruinkoolcentrales daalde slechts 8%, omdat groene stroom deze centrales nog niet dwingt om hun productie veel te verlagen.

Kernenergie

De productie van kernenergie daalde met bijna 11% in 2017. Eind december werd er een reactor gesloten, maar dat veroorzaakte slechts een kleine daling. Een grotere factor was de verlengde stop van Brokdorf, een kernreactor die vorig jaar geschiedenis schreef doordat het de eerste kernreactor was die specifiek sloot vanwege schade veroorzaakt door de elektriciteitsproductie actief te variëren op basis van de vraag naar stroom. Andere kernreactors, zoals de Franse Civaux, hebben ook moeilijkheden gekend door de productie te variëren op basis van de vraag naar stroom, maar het op- en afregelen van de elektriciteitsproductie was nooit eerder zo helder benoemd als oorzaak van problemen bij een andere kernreactor.

Stroom_productie_duitse_kerncentrales
Elektriciteitsproductie van alle 8 overgebleven kerncentrales in 2017. Het wegvallen van Brokdorf van begin februari tot eind juli verminderde de productie aanzienlijk. (via Fraunhofer ISE)

Groei groene stroom

De toename van groene stroom met 29 TWh in 2017 betekent een nieuw jaarrecord. De groei staat gelijk aan zo’n 5% van de Duitse stroomvraag. Als de Duitse groene stroomproductie in dit tempo blijft doorgroeien zou het theoretisch mogelijk zijn om in 20 jaar van 0% op 100% groene stroom uit te komen.

Alleen begon Duitsland in 2017 niet vanaf 0% groene stroom, maar vanaf ongeveer 30% (inclusief export). Dat steeg afgelopen jaar naar 33%. Belangrijker is dat de doelstelling voor 2020 35% van de elektriciteitsvraag is (exclusief export). Vorig jaar bereikte Duitsland 36,5% hernieuwbare elektriciteit, op basis van de elektriciteitsvraag (exclusief export). Duitsland heeft zijn doelstelling voor 2020 dus 3 jaar eerder gehaald.

duitse_stroom_productie_naar_bron_2017

Als Duitsland door zou gaan met het toevoegen van 5% hernieuwbare stroom per jaar dan zou het in slechts 13 jaar op 100% (in 2030) uitkomen op 100%. Maar deze groei zal de komende jaren stagneren. De overheid is recent overgeschakeld op veilingen om de toekomstige groei te beheersen: het volume dat geveild wordt is beperkt, en de tijd voor realisatie van de projecten is royaal. Dit jaar is misschien nog niet zo slecht, maar de windsector valt naar verwachting stil in 2019 en 2020, omdat veel van de recent geveilde projecten tot 2021 en 2022 hebben om het project te realiseren. Het aandeel groene stroom in 2020 zou daarom wel eens weinig af kunnen wijken van het aandeel groene stroom in 2017.

Technische beperkingen zijn een belangrijke reden voor deze vertraging: een aandeel groene stroom van 100% (of zelfs van 50%) is niet triviaal. Basislast centrales zullen volledig moeten verdwijnen terwijl er tegelijkertijd voldoende flexibele capaciteit beschikbaar moet blijven. Brancheorganisatie BDEW roept daarom op om meer nieuwe gas turbines te bouwen (in het Duits), en bedrijven zoals Uniper (voormalig Eon) onderzoekt momenteel haar mogelijkheden (in het Duits). Dat doen ook gemeentelijke energiebedrijven, zoals dat van Cottbus die recentelijk plannen aankondigde om over te schakelen van lokaal geproduceerd bruinkool naar gas (in het Duits). Tussen al het nieuws over records in duurzame elektriciteitsproductie en elektriciteitsexport verdient dit kleine nieuws item meer aandacht: een gemeentelijk energiebedrijf in een van Duitslands drie grootste bruinkoolmijngebieden (Lausitz) schakelt over op gas.

100% groene stroom?

Misschien wel het hipste nieuwsbericht kwam juist na de jaarwisseling, toen het nieuwe Duitse handelsplatform (SMARD) voor elektriciteit liet zien dat een korte tijd ruwweg 100% van de elektriciteitsvraag door groene stroom werd geleverd. In de grafiek van de website hieronder valt de rode lijn (de elektriciteitsvraag) over de top van het blauwe gebied dat het aanbod aan windenergie weergeeft, met de andere hernieuwbare energiebronnen eronder. De vraag naar elektriciteit was laag en de productie van windenergie hoog vanaf ongeveer 4 uur ’s nachts tot 6 uur ’s ochtends op 1 januari. De andere twee belangrijke elektriciteitsmarkt visualisaties – de Agorameter en Energy-Charts.de – tonen een aandeel groene stroom dat dichter bij 90% ligt. Het verschil wordt veroorzaakt door verschillen in de schattingen. Eerdere keren dat geclaimd werd dat Duitsland 100% hernieuwbare stroom produceerde bleken overschattingen te zijn (lees ook dit), maar misschien is dit nieuwe platform betrouwbaarder en had Duitsland werkelijk 2 uur lang 100% duurzame stroom.

SMARD_Grafik__-20180101_20180101

In ieder geval was 2017 een goed jaar voor hernieuwbare energie in Duitsland, en 2018 is goed van start gegaan.

Craig Morris (@PPchef) is redacteur van Global Energy Transition. Hij is medeauteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van Duitsland’s Energiewende, en is momenteel Senior Fellow bij IASS.

Dit artikel is eerder verschenen op Global Energy Transition en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso door Krispijn Beek.

GeenStijl zakt voor rekentoets

Vandaag publiceerde GeenStijl een bericht dat GroenLinks zou liegen over de lastenverzwaring voor burgers. Er valt een hoop af te dingen op het stuk, maar laat ik beginnen met deze passage over het bedrag per huishouden:

8 miljard is bijna 500 euro per Nederlander per jaar, inclusief baby’s en bejaarden. Zeg maar gerust 2000 euro per belastingbetalend huishouden, en dat per jaar. Ofwel: GroenLinks kost u bijna een netto modaal maandsalaris per jaar.

GroenLinks verhoogt inderdaad de uitgaven aan de SDE+ met 8 miljard jaar in 2030 ten opzichte van het basispad van PBL, en die verzwaring vind inderdaad grotendeels na de komende kabinetsperiode. Laten we eerst eens kijken naar wat dit werkelijk doet met de gemiddelde energierekening. Te beginnen met de statistieken en de bronbestanden. Ik sluit stiekem af.

Energieverbruik gemiddeld gezin en hoogte opslag duurzame energie

Volgens Milieucentraal verbruikt een gemiddeld gezin in Nederland 3.300 kilowattuur elektriciteit en 1.500 kubieke meter gas per jaar.

In onderstaande tabel staat de opslag duurzame energie (ODE) per kubieke meter gas en per kilowattuur elektriciteitsverbruik. Voor GroenLinks is het tarief genoemd in 2030, zoals genoemd in de doorrekening van PBL (tabel 8.3, pfd), bij het basispad gaat het om het tarief in 2023. Ik meen me te herinneren dat PBL ook de tarieven van de ODE in 2030 gemeld heeft, maar die kom ik niet tegen in openbare stukken. Voor de hoogte van de ODE in 2023 baseer ik me daarom op de Nota naar aanleiding van verslag van Wet opslag duurzame energie in verband met vaststelling tarieven voor 2017. Ook staat in de tabel de gemiddelde energiebesparing die in 2030 gehaald wordt t.o.v. het huidig verbruik.

 Wat Basispad (2023) GroenLinks Eenheid
ODE gas 0,058 0,176 Euro/m3
ODE elektriciteit 0,023 0,109 Euro/kWh
Energiebesparing in 2030 20%

Aantal inwoners en huishoudens

GeenStijl gaat uit van 16 miljoen inwoners (8 miljard gedeeld door 500) en een gemiddelde omvang per huishouden van 4 personen (2000 gedeeld 500). Een factcheck op deze cijfers bij CBS levert onderstaande gegevens op voor 2016.

Aantal inwoners en huishoudens volgens CBS (stand 2016) en GeenStijl.

CBS GS
Aantal inwoners 16.979.120 16.000.000
Aantal huishoudens 7.720.787 4.000.000

Ik snap dat het kniesoren is, maar als je factchecked zorg dan dat je zelf je feiten op orde hebt… Dat GeenStijl een miljoen inwoners niet meetelt op een totaal van 17 miljoen is tot daaraantoe, maar 3,7 miljoen huishoudens buiten beschouwing laten op een totaal van 7,7 vind ik wat te gortig.

Tarieven Opslag Duurzame Energie GeenStijl

Naar aanleiding van commentaar op twitter dat de  berekeningen lastig te volgen zijn een simpelere berekening. Hoe hoog is het tarief voor de opslag duurzame energie in het basispad, hoe hoog is het bij GroenLinks en hoe hoog zouden ze moeten zijn om per gezin 2.000 Euro extra kwijt te zijn ten opzichte van het basispad van het PBL. Zie hieronder het resultaat, waarbij geen rekening is gehouden met 20% energiebesparing:

Tarief Hoeveelheid Basispad GL GS
Gas 1500 €0.058 €0.176 €0.610
Elektriciteit 3300 €0.023 €0.109 €0.378
Kosten per gezin €162.90 €623.70 €2,162.90
Extra kosten per gezin t.o.v. basispad €460.80 €2,000.00

Als rekening gehouden wordt met de 20% energiebesparing die GroenLinks bereikt in 2030 nemen de verschillen tussen wat GeenStijl berekent en waar PBL voor GroenLinks op uitkomt enkel maar toe. Terwijl de extra kosten per gezin bij GroenLinks dalen (want minder gas- en elektriciteitsverbruik):

Tarief Hoeveelheid Basispad GL GS
Gas 1200 €0.058 €0.176 €0.763
Elektriciteit 2640 €0.023 €0.109 €0.472
Kosten per gezin €163 €499 €2,163
Extra kosten per gezin t.o.v. basispad €336 €2,000

De energierekening

Dan nu de energierekening. Eerst maar eens de hoeveelheden. Op basis van Milieucentraal kom ik uit op een verbruik van 1500 m3 gas jaar en 3300 kWh elektriciteit per jaar voor een gemiddeld huishouden. Onder de aanname dat de energiebesparing van GroenLinks gelijkelijk verdeeld is over alle sectoren, daalt het energieverbruik in 2030 met 20% t.o.v. het basispad. Ik heb deze gelijkelijk verdeeld over gas en elektriciteit, al verwacht ik dat het gasverbruik harder zal dalen.

Dan de energieverbruiken waar GeenStijl mee rekent. Om uit te komen op de 500 Euro hogere kosten per persoon (bij 16 miljoen inwoners) t.o.v. het basispad die GeenStijl noemt kom ik met de tarieven uit tabel 8.3 van de doorrekening uit op een energieverbruik per huishouden van 6510 m3 gas en 14.322 kWh elektriciteit (er van uitgaande dat het energieverbruik in 2030 van Geenstijl gelijk is aan het energieverbruik dat ze nu als gemiddeld energieverbruik hanteren). GeenStijl gaat in haar berekening dus uit van een energieverbruik dat ruim 4 keer zo hoog ligt als een gemiddeld huishouden. Lijkt me zelfs voor de niet zo milieubewuste achterban van GeenStijl wat veel… Al is het minder dan waar ik op Twitter op uit kwam. Ook ik maak wel eens een rekenfout, zeker in een vertraagde trein, dus reken mijn cijfers gerust na).

Verbruik Basispad GL excl. besparing GL incl. besparing Basispad GS GS GL
Gas (m3/jaar) 1500 1500 1200 6510 6510
Elektriciteit (kWh/jaar) 3300 3300 2640 14322 14322

De hogere tarieven voor de ODE hebben de volgende effecten op de energierekening:

Extra kosten Basispad GL excl. besparing GL incl. besparing Basispad GS GS GL
Gas €87 €264 €211 €378 €1,146
Elektriciteit €76 €360 €288 €329 €1,561
Totaal €163 €624 €499 €707 €2,707
Verschil t.o.v. basipad €0 €461 €336 €544 €2,544

Zoals te verwachten is heeft de verhoging van de ODE effect op de energierekening in 2030. Voor een gemiddeld huishouden gaat het om €461 per jaar, als rekening wordt gehouden met het effect van energiebesparing wordt dat €336. Heel andere bedragen dan de 2.000 Euro per huishouden van GeenStijl, die alleen al door hun enorme inschattingsfout van het energieverbruik per huishouden er meer dan 500 Euro naast zitten voor het basispad…

Een derde fout die GeenStijl maakt is dat ze enkel kijken naar huishoudens. Alleen verhoogt GroenLinks niet alleen de ODE heffing, maar vervlakt ze ook de tarieven (GL_12 en GL_13, pagina 111 van de doorrekening). Van de 8 miljard extra kosten komt daardoor 44% bij huishoudens terecht, en als rekening gehouden wordt met energiebesparing slechts 32%. Per persoon is de verhoging van de energierekening Euro 210 per jaar, of 153 als rekening gehouden wordt met energiebesparing. Dat is minder dan de helft van het bedrag dat GeenStijl noemt.

GL excl. besparing GL incl. besparing GS GL Verschil
Extra kosten SDE+ €8 mljrd €8 mljrd €8 mljrd €0
Waarvan huishoudens €3,6 mljrd €2,6 mljrd €8 mljrd €4,4 mljrd
Per persoon €210 €153 €500 €290
Per huishouden €461 €336 €2,000 €1,539
Aandeel huishoudens 44% 32% 100%

In bovenstaande berekening is geen rekening gehouden met het verlagende effect dat duurzame energie kan hebben op de groothandelsprijs, of met een snellere prijsdaling van duurzame energietechnologie of energieopslag dan PBL voorziet.

Alternatieve berekening energieverbruik GeenStijl

Je kan het energieverbruik waarmee GeenStijl heeft gerekend ook bepalen door uit te gaan van een stijging van 2.000 Euro per GeenStijl gezin ten opzichte van het basispad van PBL. Het gasverbruik wordt dan 5.200 m3 per jaar en het elektriciteitsverbruik ruim 11 duizend kWh, tegen 1500 m3 gas nu en 3300 kWh. Dat is nog steeds bijna 2,5 keer zo veel als het huidige energieverbruik per huishouden. In combinatie met een energiebesparing in 2030 van 20% niet zo heel realistisch.

De energierekening per huishouden komt er dan als volgt uit te zien:

Verschil tov basispad PBL GL excl. besparing GL incl. besparing GS PBL basispad GS GL
Extra kosten SDE+ €8 mljrd €8 mljrd €8 mljrd €8 mljrd
Waarvan huishoudens €3,6 mljrd €2,6 mljrd €3,1 mljrd €8 mljrd
Per persoon €210 €153 €183 €500
Per huishouden €461 €336 €402 €2,000
Aandeel huishoudens 44% 32% 39% 100%

Nog steeds een fors verschil met de berekening van PBL. Alleen al het verschil in basispad is hoger dan de stijging van de energierekening in 2030 bij GroenLinks,

Waarom pas na 2021 verhogen?

GroenLinks heeft bij het PBL een oplopende uitgaven tempo voor de SDE+ ingeleverd, waarbij we voor het gemak een lineaire ophoging naar maximaal 8 miljard Euro bovenop het basispad hadden voorgesteld tot 2030. Een voorlichter van het PBL hierover tegen de Volkskrant:

De ODE-heffing levert geld op voor subsidies, maar projecten krijgen die pas als energie wordt opgewekt. En voordat, bijvoorbeeld, een windmolenpark draaiende is en subsidie kan krijgen, ben je snel vier jaar verder.’

De heffing pas verhogen na 2020 is dus niet stiekum, maar je neerleggen bij het oordeel van de rekenmeesters van PBL, zoals ook De Volkskrant concludeert.

Mijn conclusie

GeenStijl heeft zijn statistieken niet op orde. Of het nu gaat om het energieverbruik per huishouden of het aantal huishoudens, in beide zit een forse afwijking van de officiële cijfers van CBS en Milieucentraal. Ook heeft GeenStijl enkel gekeken naar effect op ODE voor huishoudens, zonder te kijken naar de daadwerkelijke ODE tarieven die in de doorrekening van PBL staan. GeenStijl heeft ook niet de moeite genomen om PBL of CPB te benaderen met de vraag of zij een verklaring hebben voor de ophoging van de ODE na 2021, wat de Volkskrant wel heeft gedaan.

De spreadsheet met mijn berekeningen vind je hier.

 

Energiek Schiedam: terugblik 2016

Nieuwjaar ligt al weer even achter ons. Tijd voor een terugblik op 2016. Dit jaar wat korter dan volgend jaar.

Eerste project opgeleverd: Zon op Wennekerpand

In 2016 heeft Energiek Schiedam haar eerste project in gebruik genomen: Zon op Wennekerpand. Het project is ontwikkeld door het Schiedams Energie Collectief (SEC) en gefinancierd door Energiek Schiedam (ES). ES heeft gebruik gemaakt van Zonnepanelendelen om via crowdfunding de financiering te regelen, wat sneller dan verwacht lukte.

In 2016 heeft de zonnestroominstallatie bijna 9 MWh aan elektriciteit opgewekt, dat is ongeveer het jaargebruik van 3 huishoudens.

Splitsing in Schiedams Energie Collectief en Energiek Schiedam

Doordat het eerste project in gebruik is genomen is ook de splitsing tussen SEC en ES belangrijker geworden. Grofweg is de taakverdeling als volgt: SEC richt zich op het ontwikkelen van projecten, zoals Zon op Wennekerpand, Wind op Vijfsluizen en advisering over bv. verduurzaming van de energievoorziening in het havengebied. ES richt zich op de exploitatie van projecten, zoals Zon op Wennekerpand, en op collectieve acties gericht op bewoners, bv. onderlinge advisering over energiebesparing of alternatieven voor gas. Een ander belangrijk verschil is dat Energiek Schiedam een coöperatieve vereniging is, waarvan alle Schiedammers lid kunnen worden, terwijl SEC een stichting is.

Samenwerking Greenchoice

In 2016 lanceerde Greenchoice de campagne energievangers, waar ook Energiek Schiedam aan meedoet. Onderdeel van de campagne is dat Energiek Schiedam een jaarlijkse vergoeding van Greenchoice krijgt voor klanten die aangeven ook lid te zijn van Energiek Schiedam. Deze bijdrage zetten we in ten bate van onze projecten en onze leden.

Voor Schiedamse ondernemers en stichtingen kunnen we op verzoek een offerte op maat aanvragen en deze vergelijken met de huidige energieleverancier. Dit hebben we bijvoorbeeld gedaan voor Stichting Wennekerpand. Indien u hierin geïnteresseerd bent kunt u rechtstreeks offerte aanvragen bij Greenchoice. U kunt ook een email met machtiging tot aanvraag van offerte op uw naam en een recente jaarrekening van uw huidige leverancier sturen aan krispijn at energiekschiedam.nl.

Overige activiteiten in 2016

In 2016 hebben Energiek Schiedam en het Schiedams Energie Collectief aan verschillende activiteiten in Schiedam deelgenomen. Zo hebben we twee keer ingesproken op het Klimaatplan van de gemeente Schiedam, hebben we samen met GroenLinks Schiedam en de gemeente een duurzaamheidsdag georganiseerd, en stonden we op de Brandersfeesten en de Woonbeurs Schiedam.

Plannen 2017

Komende maanden zal de eerste algemene ledenvergadering van Energiek Schiedam plaats vinden. Tijdens de alv wordt het bestuur formeel gekozen en wordt de leden gevraagd welke activiteiten zij belangrijk vinden. De uitkomst van dit laatste deel van de alv gaat in grote mate bepalen waar ES zich op gaat richten in 2017.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op de website van Energiek Schiedam.