Energierekening 2018

Het nieuwe jaar is al weer even bezig, tijd dus om de energierekening over 2018 door te spitten. Onze totale energierekening is met 60 Euro gestegen ten opzichte van 2017.

Hoogte energierekening per kalenderjaar

Onze totale energierekening bestaat vooral uit variabele kosten. De vaste kosten bedroegen in 2018 slechts 140 Euro. In 2019 zullen deze kosten met ruim 30 Euro stijgen door verandering in vaste tarieven van onze gas- en elektriciteitsaansluiting, maar vooral door de lagere teruggave energiebelasting. Daar staat tegenover dat de plannen om van het gas af te gaan steeds concreter vorm krijgen waardoor we mogelijk 150 Euro gaan besparen op de vaste kosten per jaar. Wat ook zou betekenen dat het netwerkbedrijf voor het eerst sinds 2014 niet meer de grootste kostenpost gaat zijn.

Uitsplitsing kosten naar energiebedrijf, netwerkbedrijf en overheid.

De kosten van het energiebedrijf zijn in 2018 ook weer gestegen, evenals de kosten die we via de energierekening aan de overheid betalen.

Procentuele verdeling van kosten voor overheid, netwerkbedrijf en energiebedrijf.

Onze energierekening bestaat voor 44% uit kosten aan het netwerkbedrijf. Het energiebedrijf krijg 34% en de overheid ontvangt 22% van de energierekening. Dat is echter het totaal. Als gekeken wordt naar de variabele kosten dan bestaat 70% uit overheidskosten, te weten energiebelasting, opslag duurzame energie en btw. Wat ook meteen duidelijk maakt dat de opmerking van Tierry Baudet dat de energierekening lager wordt als de kolencentrales door blijven draaien nergens op slaat. Een lagere energierekening voor huishoudens begint bij een lager tarief voor energiebelasting en opslag duurzame energie, of bij het ophogen van de teruggave energiebelasting voor huishoudens.

Energierekening uitgesplitst naar kostenpost

De volledige opsplitsing van onze energierekening laat nog duidelijker zien dat de kosten die we op jaarbasis betalen voor slechts een klein deel bestaan uit de leveringskosten van warmte/gas en elektriciteit. Waarbij elektriciteit eigenlijk nauwelijks zichtbaar is. Het grootste deel van de kosten bestaat uit netwerkkosten en overheidsheffingen. Ook is zichtbaar dat de de opslag duurzame energie door de oplopende tarieven langzaam weer terugkeert in de grafiek. De overheidsheffingen worden wel weer voor een deel teniet gedaan door de vermindering energiebelasting. Deze wordt vanaf 2019 een stuk minder, maar zal als de plannen uit het concept klimaatakkoord worden doorgezet weer stijgen tot net boven het niveau van 2014.

De verhoging van uw energierekening komt uit het midden

De afgelopen maanden is er veel te doen over de betaalbaarheid van de klimaatplannen van het Kabinet. In augustus waarschuwde CDA leider Buma al voor een Fortuijn achtige revolte als de klimaatplannen niet betaalbaar zouden zijn voor de gewone man. Sinds de publicatie van het concept klimaatakkoord in december hebben veel politieke partijen hun zorgen uitgesproken over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor burgers. Voor de milieubeweging en de FNV was de lastenverdeling tussen burgers en bedrijfsleven zelfs reden om een dag voor publicatie van het klimaatakkoord hun handen van het klimaatakkoord af te trekken. Tijd dus om eens te kijken hoe de zorgen van politieke partijen zich het afgelopen half jaar hebben vertaald in voorstellen in de Tweede Kamer en in het stemgedrag van de verschillende politieke partijen als het gaat om de verdeling van de kosten van energiebelasting en opslag duurzame energie over burgers en bedrijven.

Opbouw energierekening

De energierekening kent drie belangrijke posten waar de Tweede Kamer jaarlijks invloed op heeft. Op de eerste plaats zijn dit de  energiebelasting en de vermindering hierop, op de tweede plaats de opslag duurzame energie, . Met deze laatste worden de kasuitgaven van de SDE+ gefinancierd (al zal het Ministerie van Financiën ontkennen dat er een rechtstreekse koppeling is). Over de hoogte van de tarieven van beide is eind 2018 gestemd in de Tweede Kamer. Bij het berekenen van het effect op de energierekening ben ik uitgegaan van het gemiddeld verbruik volgens Milieucentraal (1.470 m3 gas en 3.000 kWh elektriciteit per jaar). In 2018 betaalde mensen met een dergelijk verbruik zo’n 400 Euro aan energiebelasting en opslag duurzame energie, waarbij ik de korting op de energiebelasting en de BTW al heb verrekend. In 2019 wordt dit bij ongewijzigd verbruik 162 Euro meer.

Energiebelasting

Het belastingplan 2019 verhoogt de energiebelasting voor gas en verlaagt de energiebelasting voor elektriciteit. Ook de heffingsvermindering energiebelasting wordt verlaagd. Per saldo kost dat een gemiddeld huishouden 99 Euro per jaar extra. Bij de behandeling van het wetsvoorstel werden twee amendementen ingediend om de verlaging van de heffingsvermindering terug te draaien. In het voorstel van GroenLinks werd de dekking hiervoor gevonden door de tarieven van de hogere schijven van de energiebelasting voor gas en elektriciteit te verhogen. De SP stelde voor om dit te financieren door de tarieven in hoogste schijf van de energiebelasting te verhogen (de echte grootverbruikers). Beide amendementen werden verworpen. In beide gevallen had dit huishoudens Euro 62 per jaar gescheeld. Voor het voorstel van GroenLinks stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en Denk. Tegen het voorstel van GroenLinks stemden VVD, CDA, ChristenUnie, D66, PVV, SGP en Forum voor Democratie. De stemmingsuitslag van het voorstel van de SP verschilde weinig, enkel 50PLUS wisselde stuivertje en stemde tegen het voorstel van de SP.

Het wetsvoorstel werd uiteindelijk wel aangenomen, waarbij VVD, CDA, D66, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie, PvdD, 50PLUS en SGP voor stemden. Tegen stemden PVV, SP, DENK en Forum voor Democratie.

Verder terugzoeken in de tijd levert een heel reeks amendementen op. In 2017 diende GroenLinks een amendement in om de tijdelijke verhoging van de energiebelasting uit het energieakkoord enkel ten laste van de korting op de energiebelasting voor het bedrijfsleven te brengen in plaats. Dit amendement werd verworpen. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdD en DENK. De andere partijen stemden tegen.

In 2016 stelde GroenLinks voor om de energiebelasting voor het bedrijfsleven te verhogen en de opbrengst te gebruiken voor meer innovatiegelden en voor verhoging van de arbeidskorting. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, Groep Bontes/Van Klaveren, DENK (Groep Kuzu/Öztürk, 50PLUS, Houwers, Klein en Van Vliet.

GroenLinks diende in 2011 een amendement in dat een grote verschuiving van lasten van werknemers naar bedrijfsleven zou hebben betekend. Het amendement wilde de arbeidskorting in vier stappen met in totaal 508 euro in 2015 verhogen en de bezuinigingen op de uitkeringen terugdraaien. Dit zou betaald moeten worden door de kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken en door in vier jaar tijd korting op de energiebelastingtarieven voor alle grootverbruikers in 4 stappen te verlagen tussen 2012 en 2015. Dit zou een lastenverschuiving van een paar miljard hebben opgeleverd. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA, ChristenUnie en SGP.

Tarief Opslag duurzame energie

Op 20 november stemde de Kamer over het wetsvoorstel Wijziging van de Wet opslag duurzame energie, in verband met de vaststelling van tarieven voor het jaar 2019. Net als bij de energiebelasting wordt bij de opslag duurzame energie het uitgangspunt gehanteerd dat de helft van de jaarlijkse opbrengsten van kleinverbruikers komt en de helft van grootverbruikers. De tarieven in het wetsvoorstel leiden tot een stijging van de energierekening met 63 Euro voor een gemiddeld huishouden.

Bij de behandeling zijn twee amendementen ingediend. Het eerste amendement van de SP (kamerstuk 35004 – 9) stelt voor om de verdeling van de lasten van de ODE te verschuiven naar grootverbruikers, zodat een verhouding ontstaat van 20:80 in plaats van 50:50. Wanneer dit amendement was aangenomen was de energierekening voor een gemiddeld huishouden met 34 Euro gedaald in plaats van met 63 Euro gestegen. Voor stemden SP, PvdA, PvdD en Denk. Alle andere partijen stemden tegen. Het amendement van de SP was een extremere versie van een GroenLinks amendement uit 2017, dat voorstelde om de lasten van de opslag duurzame energie in een verhouding 40:60 te verdelen over huishoudens en bedrijfsleven. Ook dit voorstel werd afgewezen. In 2018 stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK voor. Alle andere partijen stemden tegen, waaronder VVD, CDA, Forum voor Democratie en PVV.

Het tweede amendement dat in 2018 werd ingediend door GroenLinks en voerde een heffingsvermindering van 51 Euro in (Kamerstuk 35004 – 16) te bekostigen door het verhogen van de hogere schijven van de opslag duurzame energie. Als dit amendement was aangenomen waren de kosten van de opslag duurzame energie in 2019 voor een gemiddeld huishuiden met slechts 1 euro gestegen ten opzichte van 2018. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD en Denk. Tegen stemden VVD, CDA, D66, CU, PVV en Forum voor Democratie.

Van de zijde van Forum voor Democratie, PVV, VVD, CU en CDA kwamen in 2018 geen voorstellen om de lastenverzwaring voor kleinverbruikers te beperken. Er lag ook geen amendement van PVV of Forum voor Democratie om de opslag duurzame energie af te schaffen.

De stemming over twee GroenLinks amendementen uit 2016 laat zien hoe belangrijk de coalitie is in het voorkomen van de verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven.  In 2016 werden door GroenLinks twee amendementen ingediend. Beide amendementen draaiden de verhoging van de ODE voor kleinverbruikers terug en dekten dit door de ODE voor grootverbruikers te verhogen. Het ene amendement deed dit voor de ODE op gas, het andere voor de ODE op elektriciteit. Voor stemden in 2016 de SP, ChristenUnie, GroenLinks, Denk (Groep Kuzu/Öztürk), PvdD, 50PLUS en Klein. Tegen de verschuiving van lasten van burgers naar bedrijfsleven stemden VVD, PvdA, CDA, D66, PVV, SGP, Bontes/Van Klaveren, Houwers, Monasch en Van Vliet.

Zoals te zien is hebben PvdA en CU hun stemgedrag sinds 2016 aangepast. PvdA steunt inmiddels het verzwaren van lasten voor het bedrijfsleven ten gunste van de burger, de ChristenUnie stemt hier inmiddels tegen. Vaste constante in het tegenstemmen zijn VVD, CDA en PVV. Wie verder terug zoekt komt een amendement van D66 tegen uit 2012, dit amendement stelt voor om bij de opslag duurzame energie te werken met een vlaktaks in plaats van met verschillende schijven met een aflopend tarief naarmate het energieverbruik hoger is. Dit amendement zou een veel groter deel van de kosten van de SDE+ regeling bij het bedrijfsleven hebben gelegd. Voor stemden SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks, 50PLUS en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA en SGP.

Klimaatakkoord

In het ontwerp klimaatakkoord zijn twee varianten opgenomen voor een lastenneutrale schuif in de energiebelasting:

A. Een verhoging van de energiebelasting van jaarlijks +1 cent op gas vanaf 2020 t/m 2029 i.c.m. de eerste vier jaar een verhoging belastingvermindering oplopend tot 65 euro, en daarna zes jaar verlaging elektriciteitstarief met -0,5 cent. Aangevuld met een extra ISDE budget van 50 miljoen euro/jaar t/m 2022.

B. Een verhoging van de energiebelasting op gas in 2020 met +4 cent en verhoging belastingvermindering met 65 euro met in de zes jaar daarna een verhoging van de energiebelasting op gas van jaarlijks +1 cent en een verlaging van de energiebelasting op elektriciteit van jaarlijks -0,5 cent tot 2030.

Beide varianten lopen door tot 2030. Uitgaande van hetzelfde gemiddelde verbruik van een huishouden leveren beide varianten een lichte daling van de kosten voor energiebelasting op ten opzichte van 2019. Ten opzichte van 2018 blijft het echter een forse stijging van de energiebelasting.

JaarA t.o.v. 2019A t.o.v. 2018B t.o.v. 2019B t.o.v. 2018
2020-€1.88€97.15-€7.50€91.52
2021-€3.75€95.27-€7.87€91.16
2022-€5.63€93.40-€8.23€90.79
2023-€7.50€91.52-€8.59€90.43
2024-€7.87€91.16-€8.95€90.07
2025-€8.23€90.79-€9.32€89.71
2026-€8.59€90.43-€9.68€89.34
2027-€8.95€90.07-€27.83€71.19
2028-€9.32€89.71-€45.98€53.04
2029-€9.68€89.34-€64.13€34.89
2030-€9.68€89.34-€82.28€16.74

In bovenstaande tabel heb ik nog geen rekening gehouden met de stijging van de opslag duurzame energie van 2019, die naar ik verwacht de komende jaren verder zal stijgen door de realisatie van meer duurzame energieprojecten en uitbreiding van de SDE+ naar de SDE++ regeling. Door deze laatste uitbreiding komt er naar verwachting ook ruimte in de SDE++ regeling (die gefinancierd wordt vanuit de opslag duurzame energie) voor infrastructurele projecten, zoals biogasnetwerken, CO2 leidingen en warmtenetten, en voor CO2 afvang en opslag. Waarmee de opbrengsten van de opslag duurzame energie nog meer dan nu als subsidie naar het bedrijfsleven gaan.

Zodra de doorrekening van PBL beschikbaar is wil ik de effecten van het klimaatakkoord op de energierekening van een gemiddelde huishouden vergelijken met de tarieven die politieke partijen hebben gehanteerd in de doorrekening van hun verkiezingsprogramma.

Wat al wel te zeggen is is dat de verhoging van de belastingvermindering met Euro 65 weggestreept moet worden tegen de verlaging met 51 Euro van dit jaar. Per saldo levert het klimaatakkoord dus slechts 14 Euro meer belastingvermindering op dan u tot vorig jaar al kreeg.

Amendement kosten energietransitie

Een amendement dat apart vermeldenswaardig is betreft het amendement van de PvdA over € 500 miljoen voor koopkrachteffecten energietransitie. Dit amendement reserveert eenmalig 500 miljoen Euro om koopkrachteffecten bij burgers te repareren. Waarbij verwezen wordt naar een soortgelijke reserve die is opgenomen in de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, hetgeen volgens de PvdA waarschijnlijk ten goede zal komen aan bedrijven. Voor het amendement stemden PVV, GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK. Tegen stemden VVD, CDA, D66, ChristenUnie, SGP en Forum voor Democratie.

Conclusie

Het is opvallend dat CDA en VVD, die afgelopen maand beide een nummertje maakten over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor gewone mensen, de afgelopen jaren consequent tegen het verschuiven van de lasten van burgers naar bedrijven stemmen. Dat speelt zowel bij de energiebelasting als bij de opslag duurzame energie. D66 heeft ergens tussen 2012 en nu een draai gemaakt. Waren ze in 2012 nog indiener van een voorstel om de opslag duurzame energie als vlaktaks in te voeren, waarmee een groter deel van de opslag duurzame energie door het bedrijfsleven zou worden betaald. Inmiddels stemmen ze al een aantal jaar consequent tegen voorstellen om de energiebelasting of de opslag duurzame energie voor bedrijven meer te laten stijgen dan voor burgers. Alleen een voorstel om voor hogere energiebelasting die ten gunste komt van innovatie in het bedrijfsleven kon op steun rekenen. De ChristenUnie heeft met het toetreden tot de coalitie stuivertje gewisseld met de PvdA. De ChristenUnie stemt sinds de toetreding tot de coalitie consequent mee met VVD en CDA.

Ook het stemgedrag van de PVV en Forum voor Democratie is opvallend, consequent stemmen ze tegen de wetsvoorstellen energiebelasting en opslag duurzame energie. Tevens stemmen beide op gebied van energie consequent tegen amendementen die lasten van burgers naar bedrijfsleven verschuiven.

Tot slot: De uitlatingen van politici in de media staan de komende maanden in het teken van de provinciale en Europese verkiezingen. Als u in de Eerste Kamer partijen wilt die rekening houden met de verdeling van lasten tussen burgers en bedrijven dan biedt hun stemgedrag de beste garantie op succes. De partijen die de afgelopen jaren het meest consequent gestemd hebben voor verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven zijn SP en PvdD, gevolgd door GroenLinks. Een grotere midddengroep bestaande uit DENK, ChristenUnie en PvdA stemt nu eens voor, dan eens tegen. De partijen die consequent tegen stemmen zijn VVD, CDA, D66, PVV, Forum voor Democratie en SGP. Waarbij PVV en Forum voor Democratie zich nog kunnen verschuilen achter hun standpunt dat klimaatbeleid niet nodig is, al blijft onduidelijk hoe ze het eventueel afschaffen van energiebelasting en opslag duurzame willen dekken. De PVV heeft in een aantal gevallen zich over haar principes heen gezet en gestemd voor de portemonnee van haar kiezer, zoals bij het amendement voor koopkrachtreparatie van PvdA. Forum voor Democratie stemde ook hier tegen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Energieverbruik en opwekking augustus 2018

De serie over ons energieverbruik heeft een lange tijd stilgelegen, hoogste tijd dus voor een update over ons energieverbruik. Niet dat er veel spannends te melden is, maar toch. Ik pak de draad gewoon weer op vanaf augustus 2018.

Om te beginnen ons cumulatief netto energieverbruik, dat wil zeggen: het verbruik aan gas en elektriciteit omgerekend naar kilowattuur, minus het aantal kilowattuur dat we opwekken met onze zonnepanelen, winddelen en zonneboiler. Ik wens je veel succes met het vinden van de lijntjes van 2017 en 2018, want beide gaan grotendeels schuil achter de energieverbruiken van 2014, 2015 en 2016. Wat een mooi uitgangspunt geeft voor de ombouw die we voor dit najaar op het programma hebben staan naar meer elektrisch verwarmen en minder gas. Ons netto energieverbruik is al 5 jaar redelijk constant, dus dat geeft een mooie uitgangspositie. Met het omschakelen van alle niet-verblijfsruimtes naar infraroodverwarming hoop ik niet alleen ons gasverbruik verder te reduceren, maar ook het totale energieverbruik. De komende maanden kan ik al gaan kijken of dat lukt.Cumulatief energieverbruik augustus 2018

Een andere manier om naar ons energieverbruik te kijken is door het te vergelijken met de oppervlakte van onze woning. Ook dan is het plaatje onderhand een beetje saai en blijven de verbruiken de laatste 5 jaar redelijk dicht in elkaars buurt. Al is het op jaarbasis nog steeds dubbel zo veel als de BENG norm voor nieuwbouw die in ontwikkeling is. Alleen is het energieverbruik in de grafiek hieronder inclusief het elektriciteitsverbruik van apparaten.

Energieverbruik per m2 oppervlakte augustus 2018

Behalve het vloeroppervlakte is ook het weer van grote invloed op ons energieverbruik. Zo’n 70% van ons energieverbruik bestaat namelijk uit gasverbruik voor verwarming en warm water. Wederom ga ik de lezers teleurstellen. Ook volgens deze graadmeter ligt ons energieverbruik al 5 jaar redelijk constant, al is het energieverbruik dit jaar wel een maatje hoger. Mogelijk veroorzaakt doordat ik de cv ketel dit jaar in de zomermaanden totaal niet heb uitgeschakeld, terwijl ik dat in voorgaande jaren wel deed tijdens zonnige periodes.

Energieverbruik per graaddag augustus 2018

Ook de mix van ons energieverbruik is al een paar jaar redelijk constant. Het grootste deel van ons energieverbruik wordt op jaarbasis geleverd door aardgas, waarbij we al wel een deel van het gasverbruik verminderen door onze zonneboiler. De elektriciteit wekken we op jaarbasis volledig zelf op via onze zonnepanelen en winddelen.

2018 12 maands energieverbruik

Op maandbasis ziet de balans er wat anders uit en hebben we maanden dat we terugleveren aan Greenchoice en maanden dat we elektriciteit van Greenchoice afnemen. Over het algemeen zit de teruglevering in de zomer en de afname van stroom in de winter. Het is wel leuk om te zien dat de productie van zonne-energie en windenergie beide op andere momenten in het jaar pieken, waardoor ze elkaar goed aanvullen. Het meest in het oog springende zijn natuurlijk de pieken in het verbruik tijdens het stookseizoen. Wat meteen het belang laat zien van goede isolatie. Daarmee is de warmtevraag in de winter te verlagen.

Energieverbruik per maand tm augustus 2018

Energierekening 2016

Een paar weken geleden hebben we de jaarrekening van Greenchoice ontvangen. Tijd om deze te ontrafelen. Te beginnen met de verhouding tussen vaste en variabele kosten.

Totale rekening

2016_energienota_vast_variabel

Onze energiekosten liggen iets hoger dan in 2016. Het grootste deel van onze energierekening gaat op aan variabele kosten, de vaste kosten vormen slechts 12% van onze energierekening. Wat opvalt is dat we weer fors besparen op de hoogte van onze energierekening door zelf energie op te wekken. Op jaarbasis scheelt ons dat ruim €550.

2016_energienota_verdeling_naar_ontvanger

 

Dat scheelt vooral de overheid en het energiebedrijf geld, want de kosten voor het netwerkbedrijf bestaan volledig uit vaste kosten. Terwijl de overheid een vaste teruggaaf energiebelasting geeft, terwijl de hoogte van de energiebelasting en opslag duurzame energie afhangen van het gas- en elektriciteitsverbruik. Ook het energiebedrijf ontvangt z’n geld voornamelijk voor levering van gas en elektriciteit. Aangezien we bijna geen stroom afnemen, maar alles zelf opwekken valt daar niet veel aan te verdienen. Door mee te doen aan een van de vele kortingsacties zouden we per saldo zelfs (bijna) geld terug kunnen krijgen van het energiebedrijf.

2016_energienota_vast_variabel_per_ontvanger

Opgesplitst naar post valt is nog beter te zien dat we door zelf energie op te wekken vooral besparen op elektriciteitskosten, energiebelasting en BTW. De opslag duurzame energie, waar de Essent topman zich dit weekend druk over maakte in het AD, is zelfs zonder eigen opwekking in 2016 nog nauwelijks terug te zien op onze energierekening.

2016_energienota_per_post

Ook procentueel is de opslag duurzame energie (SDE+ heffing, of eigenlijk ODE) een kleine post, van minder dan 5%. De energiebelasting vormt procentueel wel een forse kostenpost, wat mede veroorzaakt wordt door de winddelen. Over de met winddelen opgewekte elektriciteit betalen we namelijk gewoon energiebelasting.

2016_energienota_per_post_procentueel

Variabele kosten

De variabele kosten (inclusief energiebelasting, ODE en btw) voor gas en elektriciteit zijn in 2016 met 10% gestegen t.o.v. 2015. Wat niet raar is, omdat ik eerder al had laten zien dat ons energieverbruik in 2016 ook wat hoger lag dan in 2015.

2016_variabele_energiekosten_cumulatief_2011-2016

De stijging van de kosten komt bij het gasverbruik vooral door de hogere energiebelasting voor gas in 2016 is verhoogd met 5 Eurocent per kubieke meter aardgas.

2016_variabele_gaskosten_cumulatief_2011-2016

De kosten van ons elektriciteitsverbruik zijn in 2016 ook met 10% gestegen t.o.v. 2015. Dit komt vooral doordat we 380 kWh minder elektriciteit hebben opgewekt met onze zonnepanelen en winddelen. Waarbij vooral de winddelen fors minder elektriciteit opleverde (370 kWh), terwijl onze zonnepanelen 100 kWh minder opleverde. De 90 kWh van onze zonnedelen konden dit niet meer goed maken.

2016_variabele_elektriciteitskosten_cumulatief_2011-2016

Energieverbruik 2015 deel 2: Jaarrekening

Het is inmiddels ruim en breed april 2016. De hoogste tijd dus om de energierekening van 2015 tegen het licht te houden. Het jaarverbruik en onze variabele kosten heb ik al eerder geanalyseerd, nu dus tijd voor de volledige energierekening. Het eerste dat me altijd weer opvalt is de volslagen ramp die het oplevert om de jaarrekening van het energiebedrijf te vergelijken met mijn eigen administratie en met de offerte. Al is het verschil inmiddels beperkt tot een paar tientjes. Het tweede dat mij opviel is dat de opbrengst van de zonnedelen in 2015 nog niet is verrekend op de jaarrekening van 2015.

Ontwikkeling energierekening sinds 2011

Onze energierekening is de afgelopen jaren behoorlijk gedaald. Vooral vanaf 2014, hoewel 2015 wel weer wat hoger ligt.

Jaarrekenening_2011-2015_totale_kosten
Figuur 1: jaarrekening totaal 2011-2015

Vergeleken met 2011 is onze energierekening met zo’n 300 Euro gedaald, terwijl de energierekening met zo’n 300 Euro gestegen zou zijn sinds 2011 als we niet zelf energie zouden zijn gaan opwekken. In 2015 zou de energierekening zelfs 674 Euro hoger zijn geweest zonder onze zonnepanelen, zonneboiler en winddelen.

Jaarrekenening_2011-2015_verdeling_naar_ontvanger
Figuur 2: energierekening uitgesplitst naar ontvanger 2011-2015

De energierekening bestaat uit een wirwar van posten. Een van de meest interessante indelingen die in mijn ogen te maken is laat zien wie welk deel van de energierekening ontvangt. Zoals te zien in figuur 2 zijn het energiebedrijf en de overheid degene die er sinds 2014 het meest bij ingeschoten zijn, hoewel de overheid met ruim 100 Euro in 2015 bijna het dubbele ontvangen heeft t.o.v. 2014. Nog altijd 400 Euro minder dan we zonder zonnepanelen en zonneboiler hadden moeten betalen. Ook onze energieleverancier verdient ongeveer 25% minder aan ons dan voorheen. De zonnepanelen en zonneboiler hebben geen effect op de kosten die het netwerkbedrijf in rekening brengt.

Het grootste deel van onze energierekening gaat naar het netwerkbedrijf en het energiebedrijf. De overheid ontvangt iets minder dan 20% van onze energierekening en verdubbeld daarmee haar aandeel t.o.v. 2014. Zonder eigen energieopwekking zou de overheid overigens bijna 40% ontvangen, terwijl dat in 2011 minder dan 30% was.

image
Figuur 3: energierekening uitgesplitst naar ontvanger (procentueel) 2011-2015

Vast vs. variabel

Het grootste deel van onze energierekening bestaat uit variabele kosten. Slechts 6% bestaat uit vaste kosten.

Jaarrekenening_2011-2015_verdeling_vast_variabel
Figuur 4: vast en variabel deel energierekening

Overigens zijn de vaste kosten vooral laag door de vaste teruggaaf energiebelasting, zonder deze post zou het vaste deel van de energierekening bijna € 500 bedragen.

Jaarrekenening_2015_verdeling_naar_ontvanger_vast_variabel
Figuur 5: vaste en variabele kosten naar ontvanger 2011-2015

In figuur 5 is goed te zien dat het netwerkbedrijf geen variabele kosten doorberekend. Ook valt op dat de overheid meer verdient aan een hoger energieverbruik dan onze energieleverancier. De variabele kosten die de overheid berekend zijn namelijk hoger dan die van onze energieleverancier. De bedoeling daarvan is dat we meer energie gaan besparen, wat in 2015 t.o.v. 2014 niet gelukt is. Ten opzichte van de periode 2011 – 2013 is ligt ons nette energieverbruik wel lager, maar dat ligt deels ook aan eigen opwek van energie.

Kosten gas en elektriciteit

In figuur 6 is te zien dat we sinds 2011 vooral de leveringskosten van elektriciteit en de energiebelasting fors hebben verlaagd. Dat hebben we vooral gedaan door het installeren van een zonneboiler (minder inkoop gas), zonnepanelen (minder inkoop elektriciteit) en door te investeren in winddelen (minder inkoop elektriciteit). De blauwe balk van leveringskosten elektriciteit is in 2015 voor het tweede jaar op rij niet zichtbaar, wat ons €215 scheelt (exclusief btw, energiebelasting en ODE-toeslag).

Jaarrekenening_2011-2015_verdeling_naar_kostenpost
Figuur 6: energierekening uitgesplitst naar kostenpost

Ons gasverbruik en de bijbehorende kosten zijn in 2015 grofweg gelijk gebleven aan de kosten in 2014.

Verwachting 2016

De verwachting voor komend jaar is dat de kosten zullen toenemen, doordat het tarief van de energiebelasting voor gas is gestegen en voor elektriciteit gedaald. We nemen relatief weinig elektriciteit af van het net, door onze zonnepanelen, waardoor ik verwacht dat we er iets op achteruit zullen gaan.

Vervolg

Als ik er aan toekom komt er nog een vervolg op deze analyse, waarbij ik wil kijken naar de totale besparing op onze energierekening door zonnepanelen en winddelen sinds 2011. Ook wil ik daarbij mijn vergelijking van vorig jaar met stadswarmte bijwerken.

Energieverbruik 2014. Deel 2: energierekening en Winddelen

In het eerste deel van de beschrijving van onze energiekosten ben ik ingegaan op de variabele kosten voor gas en elektriciteit. In dit deel de jaarrekening en de prestaties van onze Winddelen. De bedragen voor de variabele kosten voor gas en elektriciteit wijken licht af van de getallen in het eerste deel. Dat komt doordat ik dit keer de kosten niet op maandbasis, maar op jaarbasis heb berekend. Doordat de jaarrekening meestal net niet samenvalt met het kalenderjaar, heb ik aannames gedaan over het gemiddelde tarief dat we per jaar hebben betaald. Het gaat om een paar tientjes verschil op jaarbasis, op een rekening van ruim €600,-

Totale & opbouw jaarrekening

energierekening_totaal
Hoogte van de energierekening per jaar. * Cijfers MilieuCentraal en Nibud op basis van huishouden van 4 personen in tussenwoning met bouwjaar 1991. ** Cijfers Nul op de meter op basis van eigen schatting van kosten bij een netto energieverbruik van 0 kWh elektriciteit en 0 m3 aardgas. Dat wil zeggen: de woning voorziet op jaarbasis in eigen energie.

In de grafiek rechts is goed te zien dat onze energierekening fors lager is dan op basis van de gemiddelde energieverbruiken van het Nibud en MilieuCentraal verwacht mag worden bij een huishouden met gelijke samenstelling in een soorgelijk type woning. Dat komt zowel door energiebesparende maatregelen als doordat we een fors deel van onze energie zelf opwekken. Zoals ik in het eerste deel heb laten zien zitten we inmiddels op ruim 45% eigen energieopwekking. Onze totale energierekening was in 2014 € 606. Tegen ruim €2.000 volgens het Nibud en ruim €1.800 volgens MilieuCentraal.

In mijn vorige stuk over de jaarrekening van 2014 heb ik al laten zien dat onze variabele kosten in 2014 €545 bedroegen. Dat betekent dat de vaste kosten minder dan € 100 per jaar zijn, waarbij opgemerkt dat ik dan de teruggaaf energiebelasting van €318,62 per jaar als korting op de vaste lasten reken. Als ik deze post buiten beschouwing laat bedroegen de vaste kosten voor energie in 2014 €413,- (inclusief BTW).

In onderstaande grafiek is te zien uit welke kostenposten een gemiddelde energierekening is opgebouwd en hoe dat zich bij onze energierekening heeft ontwikkeld. Het is niet zo’n duidelijke grafiek (vind ik), aangezien de energierekening uit een behoorlijk aantal posten bestaat. Wat wel zichtbaar is is dat de leveringskosten van elektriciteit sinds 2013 fors lager zijn en in 2014 nihil zijn. Wie de verschillende posten op de energierekening beter wil doorgronden verwijs ik naar Hier.nu die eind december een hele reeks aan de uitleg van de energierekening heeft gewijd.

Opbouw energierekening naar kostenpost. * Cijfers MilieuCentraal en Nibud op basis van huishouden van 4 personen in tussenwoning met bouwjaar 1991. ** Cijfers Nul op de meter op basis van eigen schatting van kosten bij een netto energieverbruik van 0 kWh elektriciteit en 0 m3 aardgas. Dat wil zeggen: de woning voorziet op jaarbasis in eigen energie.
Opbouw energierekening naar kostenpost. * Cijfers MilieuCentraal en Nibud op basis van huishouden van 4 personen in tussenwoning met bouwjaar 1991. ** Cijfers Nul op de meter op basis van eigen schatting van kosten bij een netto energieverbruik van 0 kWh elektriciteit en 0 m3 aardgas. Dat wil zeggen: de woning voorziet op jaarbasis in eigen energie.

Wie ontvangt mijn geld?

Zelf heb ik de afgelopen weken vooral zitten nadenken over hoe ik deze veelheid aan posten het simpelst kan samenvatten. Naar mijn mening kan dat het best door te kijken naar wie welk deel van de rekening gaat, oftewel wie ontvangt uiteindelijk mijn geld. Dat zijn:

  • procentuele_verdeling_energierekening_naar_ontvanger
    Aandeel van de energierekening dat per jaar naar energiebedrijf, netwerkbedrijf en overheid gaat.

    De energieleverancier;

  • Het netwerkbedrijf;
  • De overheid.

De grafieken in dit deel zijn dan ook opgebouwd volgens deze indeling. Dat geeft leuke resultaten. Bijvoorbeeld dat het grootste deel van de energierekening van een gemiddeld gezin naar de overheid gaat, op de tweede plaats staat de energieleverancier en op de derde plaats het netwerkbedrijf. Bij nul op de meter lijkt het alsof de overheid veel geld krijgt, maar daar komt het grote aandeel juist door de heffingskorting energiebelasting, of hoe dat ding ook mag heten.

wie_krijgt_wat_van_mijn_energierekening
Hoogte van het bedrag dat overheid, energiebedrijf en netwerkbedrijf jaarlijks ontvangen.

Bij ons lag het aandeel van het energiebedrijf t/m 2013 in lijn met het gemiddelde, aan het geringe aandeel voor de overheid in 2011 t/m 2013 kun je al zien dat ons energieverbruik lager ligt dan het gemiddelde waar MilieuCentraal en Nibud mee rekenen. In 2014 is het aandeel van de overheid helemaal fors gedaald, dit komt door onze zonnepalen en doordat het een warm jaar is geweest. Dat laatste heeft tot effect dat we minder gas hebben verstookt en dus ook minder energiebelasting en BTW over ons gasverbruik hoeven te betalen.

Bovenstaande grafiek maakt meteen duidelijk waarom mensen als Jan Willem van de Groep en Jan Rotmans geregeld stellen dat de bouw- en installatiesector de grootste concurrent van het energiebedrijf is. Bij een nul op de meter woning blijft er bij de huidige regelgeving namelijk weinig anders over dan de vaste aansluitkosten voor het energiebedrijf. Die ik hier nog wat overschat heb, doordat ik uit ben gegaan van zowel een gas als een elektriciteitsaansluiting. Bij nul m3 aardgasverbruik ligt afkoppeling van het aardgasnet echter meer voor de hand.

De grafiek laat ook zien dat bouwers en installateurs die nu nog een gemiddelde woning opleveren geld laten liggen. Volgens MilieuCentraal zo’n €1.500 per jaar, een bedrag dat dankbaar geïncasseerd wordt door rijksoverheid en energiebedrijf. Henk & Ingrid kunnen zich m.i. dan ook beter druk gaan maken over het opvoeren van het tempo van energiebesparing en energieopwekking in hun eigen woning dan over de kosten van wind op zee. Met als bijkomend voordeel dat een lager energieverbruik ook leidt tot een lagere afdracht aan energiebelasting en SDE+ heffing en bij gelijkblijvende energieproductie tot een hoger aandeel duurzame energie (noemer effect).

Tot slot laat de grafiek natuurlijk ook zien waarom ik me niet heel druk maak om de verhoging van de SDE+ heffing en energiebelasting. Zolang ik een groter deel zelf weet op te wekken, of nog meer energie weet te besparen gaan deze posten voorlopig namelijk niet uitstijgen boven de bedragen uit voorgaande jaren. Tenzij de Ministeries van Financiën en Economische Zaken de korting op de energiebelasting voor kleinverbruikers verder gaan beperken (of zelfs afschaffen) en energiebelasting gaan heffen over de elektriciteit en warmte die mijn zonnepanelen en zonneboiler opwekken.

Prestaties Windcentrale

Zoal2014_windcentrale_de_jonge_helds ik al vaker2014_windcentrale_grote_geert heb geschreven hebben we een paar jaar geleden geïnvesteerd in 3 Winddelen, 2 in De Grote Geert (mooie kwinkslag naar de windmolenliefhebbers bij de PVV) en 1 in De Jonge Held. De afgelopen twee jaar hebben ze beide minder goed gepresteerd dan vooraf verwacht. Nu kan het natuurlijk zijn dat het slechte windjaren zijn geweest, het kan echter ook zijn dat bij de eerste Windcentrales de opbrengst te hoog is ingeschat en het aantal Winddelen dat er te verkopen viel dus ook.

Een uitgebreide analyse heb ik er nog niet van gemaakt, net als dat ik nog niet in de jaarrekening van 2013 ben gedoken om eens goed te kijken waar de opbrengsten van de MEP subsidie naartoe gaan. Want als Winddeler zie ik enkel een kilowattuur vergoeding terug die zo hoog is als mijn leveringstarief. Dat is beduidend lager dan de bedrage aan MEP-subsidie, wat me dan weer nieuwsgierig maakt of dat in Amsterdam blijft hangen of op een andere manier gebruikt wordt om de kosten van onderhoud, beheer en administratie te dekken. Dat is echter stof voor een andere keer.

Energieverbruik 2014. Deel 1: verbruik, opwekking en variabele kosten

2014 is echt afgelopen, tijd dus om terug te kijken op ons energieverbruik en onze energieopwekking afgelopen jaar. Zoals ik in mijn laatste post van 2014 al aangaf heb ik weer wat zitten sleutelen aan de grafieken en presentatie. In de hoop dat het meer inzicht biedt. De spreadsheet die ik zelf heb gebouwd wordt onderhand behoorlijk uitgebreid en daarmee foutgevoelig, dus wellicht wordt het in 2015 tijd om de boel om te gaan zetten naar een database omgeving. Dat is van later zorg eerst de cijfertjes. De volledige energierekening van 2014 bewaar ik voor later, dat vergt namelijk nog wat rekenwerk. Vandaag kijk ik naar de verbruikscijfers vanaf 2011 t/m 2014 en naar de ontwikkeling van de variabele kosten.

Variabele energiekosten

Ontwikkeling variabele elektriciteitskosten gedurende het jaar. Weergegeven als cumulatief.
Ontwikkeling variabele elektriciteitskosten gedurende het jaar. Weergegeven als cumulatief op maandbasis.

In de grafiek rechts met de variabele kosten van elektriciteitsverbruik is te zien dat deze sinds 2013 en 2014 met name in de zomer erg laag zijn. De zonnepanelen zorgen er dan zelfs voor dat de cumulatieve elektriciteitskosten teruglopen. Oftewel we verdienen in de zomer wat doordat we meer opwekken dan we verbruiken.

Het effect van onze winddelen op de elektriciteitskosten is veel kleiner, ongeveer € 8 tot € 15 per maand, omdat dit enkel voordeel oplevert voor de leveringskosten. De energiebelasting en de SDE+ heffing moeten gewoon afgedragen worden. Daarbij presteerde onze winddelen (in Grote Geert en De Jonge Held) in 2014 ook minder dan verwacht, de opbrengst bleef in kWh 7% achter bij de beoogde opbrengst. Dat is beter dan in 2013, toen ze 13% minder opbrachten. Daarover later meer. Uiteindelijk hebben onze winddelen ons in 2014 een besparing op onze elektriciteitskosten van ongeveer €96 opgeleverd.

Vergelijking variabele kosten gasverbruik. Cumulatief gedurende het jaar.
Ontwikkeling variabele kosten gasverbruik gedurende het jaar. Weergegeven als cumulatief op maandbasis.

De kosten voor gas zijn een stuk hoger dan de kosten voor elektriciteit. Wat logisch is, omdat we ons vooral gericht hebben op het zelf opwekken van elektriciteit. Bij gas gaat het vooral om besparen, buiten dan de zonneboiler voor warm tapwater. In de grafiek rechts is te zien dat onze zonneboiler ervoor zorgt dat de variabele gaskosten vanaf april t/m september nagenoeg nihil zijn. Ook is goed te zien dat we in 2013 fors meer gestookt hebben en dat we in 2014 weer terug zijn op het kostenniveau van 2011.

Als we naar de totale variabele energiekosten kijken (grafiek onder) dan valt op dat deze sinds 2013 licht dalen in de zomermaanden. Wat echter vooral opvalt is de forse daling dit jaar in vergelijking met eerdere jaren. Dat is met name te danken aan onze zonnepanelen. De variabele kosten bedroegen in 2014 iets minder dan €600, dat is iets minder dan €50 per maand.

Variabele energiekosten per jaar vergeleken. Weergegeven zijn de cumulatieve kosten per maand.

De hoogte van alle vaste lasten minus de korting op de energiebelasting bedroeg afgelopen jaren rond de € 120, dus ik verwacht dat onze totale energierekening over 2014 op ongeveer €700 uitkomt, wat neerkomt op iets minder dan €60 per maand. Daarover volgende keer meer, want kostenbesparing is maar een kant van het verhaal. Voor iemand die het energieverbruik van z’n huis wil verduurzamen, zoals wij, zijn de hoeveelheden de andere kant van het verhaal. Tijd dus om daar naar over te schakelen.

Energieverbruik & energieopwekking: op naar 100% duurzaam

Ik heb lang zitten puzzelen hoe ik ons aardgasverbruik op een begrijpelijke wijze kan vergelijken met ons elektricteitsverbruik. En hoe ik daar dan vervolgens weer op een zinnige en begrijpelijke wijze informatie over eigen opwekking aan koppel. Tot nu toe koos ik bij aardgas en de zonneboiler voor kubieke meter gasverbruik en bij elektriciteit voor kilowattuur. Samenvoegen onder dezelfde noemer kan via de route naar Joules. Alleen zegt het aantal Gigajoules energieverbruik de meeste mensen (inclusief mijzelf) weinig, tenzij je stadsverwarming hebt.

Tijdens een gesprek bij ThermIQ viel het kwartje. Zij vertelde dat in België de volledige energienota in kilowattuur wordt genoteerd. Dat is een eenheid die de meeste mensen wel wat zegt. Daarom nu een aantal grafieken die laten zien hoe ons energieverbruik zich sinds 2011 heeft ontwikkeld. Waarbij alle energiehoeveelheden omgerekend zijn naar kWh. Voor de puriteinen onder de lezers: gehanteerde omrekenfactor: 1 m3 aardgas is 9,77 kWh, dat staat gelijk aan 35,17 MJ.

Bruto energieverbruik in kWh per jaar, opgedeeld naar tapwater, verwarming en elektriciteit. * Cijfers Nibud en MilieuCentraal op basis van tussenwoning bouwjaar 1991 met 4 personen en 30% warmtebehoefte voor warm tapwater.
Bruto energieverbruik in kWh per jaar, opgedeeld naar tapwater, verwarming en elektriciteit.
* Cijfers Nibud en MilieuCentraal op basis van tussenwoning met bouwjaar 1991 en 4 persoonshuishouden. Uitgaande van 30% gasverbruik voor warm tapwater.

In de grafiek boven is te zien dat verwarming en warm tapwater (beide gas) volgens Nibud en MilieuCentraal de grootste energieslurpers zijn in een huishouden. Elektriciteit vormt zo’n 25% tot 30% van het energieverbruik van een huishouden met 4 personen in een rijtjeshuis met bouwjaar van begin jaren ’90.

Ook is te zien dat ons energieverbruik behoorlijk fluctueert, van zo’n 11 duizend kWh in 2011 naar ruim 15 duizend kWh in 2013 en weer terug naar zo’n 11 duizend kWh in 2014. Waarbij ook bij ons verwarming en warm tapwater de grootste energieslurpers zijn. Terwijl de focus bij ons al 3 jaar ligt op elektriciteit. Tijd dus om daar wat aan te veranderen. Zeker omdat we in staat zijn om zelf meer duurzame elektriciteit op te wekken, maar niet om groen gas te produceren. Ik heb nog wel wat twijfels over m’n eigen inschatting van de hoeveelheid gas die we gebruiken voor warm tapwater. Dit is nu ongeveer even hoog als ons energieverbruik voor verwarmen, terwijl het eigenlijk zo’n 20 tot 30% hoort te zijn.

2014_netto_energieverbruik_in_kwh_jaar2014_opgewekte_energie_in_kwh_jaarLeuker dan het bruto energieverbruik vind ik zelf om te zien hoe het aandeel zelf opgewekte energie bij ons de afgelopen jaren is gegroeid en hoe ons netto energieverbruik, de hoeveelheid gas en elektriciteit die we moeten kopen bij het energiebedrijf, is gedaald. Verrassend vind ik hoeveel kilowattuur de zonneboiler bijdraagt, al kan dat lager worden als ik de aannames over gasverbruik voor warm tapwater aanpas.

De grafiek onder maakt duidelijk dat we met het zelf opwekken van ons elektriciteitsverbruik voor nu klaar zijn. We wekken 100% van ons eigen elektriciteitsverbuik zelf op (iets meer zelfs). Dat betekent dat we enkel nog netto energieverbruik hebben voor warm tapwater en verwarming. Beide betreft aardgas. Dat kunnen we veel lastiger zelf verduurzamen, want zelf groen gas maken is naar mijn weten nog niet haalbaar.

Aandeel verwarming, warm tapwater en elektriciteit in netto energieverbruik. * Cijfers Nibud en MilieuCentraal op basis van tussenwoning met bouwjaar 1991 en 4 persoonshuishouden. Uitgaande van 30% gasverbruik voor warm tapwater.
Aandeel verwarming, warm tapwater en elektriciteit in netto energieverbruik.
* Cijfers Nibud en MilieuCentraal op basis van tussenwoning met bouwjaar 1991 en 4 persoonshuishouden. Uitgaande van 30% gasverbruik voor warm tapwater.

Tijd dus om door te gaan pakken op all-electric en te kijken of we de komende jaren meer ruimten kunnen gaan voorzien van bijvoorbeeld infrarood verwarming ter vervanging van de cv. In tegenstelling tot een test uit 2010 op Olinio en wat Jan Willem van de Groep in een recent blog schrijft heb ik namelijk niet het idee dat ik met infrarood ga inleveren op comfort. Sterker voor de badkamer is het een duidelijke verbetering t.o.v. de huidige cv-standaard, die warmtevraag in de centrale ruimte met thermostaat vergt om de verwarming in de badkamer aan de praat te krijgen. Tenzij we ruim duizend Euro investeren in een thermostaatsysteem dat per kamer regelbaar is, zoals bv. de Honeywell Evohome of Danfoss Living Connect met Link CC. Beide claimen dat daar gas mee te besparen is. Gezien ons lage gasverbruik weegt dat niet op tegen de kosten, als het al klopt (buiten de woonruimtes is de temperatuur nu namelijk vol continue op 15 graden ingesteld).

Een andere optie is een warmtepomp, nadeel vind ik dat we de radiatoren dan behouden, de kanalen van onze mechanische ventilatie aanzienlijk moeten gaan aanpassen of met decentrale oplossingen moeten gaan werken die we dan weer in de muren moeten zien weg te werken. Een ander nadeel vind ik de kosten van warmtepompen. Afgaande op MilieuCentraal bedragen de kosten van een warmtepomp die gebruik maakt van de buitenlucht zo´n €20.000. Nu weet ik dat de getallen van MilieuCentraal soms wat aan de conservatieve kant zijn, maar zelfs als het de helft is valt een warmtepomp de komende tijd buiten budget en vraag ik me af de meerkosten opwegen tegen de extra besparing.

2014_percentage_energieverbruik_zelf_opgewektEen laatste manier om naar het energievraagstuk te kijken die ik wil laten zien is wat BAS Nederland de weg naar nul noemt.  Eigenlijk een variant op nul-op-de-meter. Daarbij kijk je naar de mate waarin je voorziet in je eigen energievoorziening. Dit is weergegeven in de grafiek rechts, waarbij het effect van energiebesparende maatregelen niet los benoemd is. Zoals je ziet voorzagen we in 2014 in iets meer dan 45% van onze eigen energievoorziening. Een forse sprong t.o.v. 2013. Om dat verder op te schroeven kunnen we meer energie gaan besparen of nog meer zelf op gaan wekken. Dat laatste vergt verdere verschuivingen in onze warmtevoorziening van gas naar elektra.

Tot slot

Voor mij is het een eye-opener dat ons energieverbruik voor warmte en tapwater zo hoog ligt. In m3 vond ik 2013 best meevallen met iets meer dan 1.000 m3 aardgas, omgerekend in kilowattuur gaat het om bijna 12.000 kWh. Wat meteen duidelijk maakt dat focussen op elektriciteit niet altijd het handigst is als je je energieverbruik wil reduceren of onafhankelijker wil worden van het energiebedrijf. Onze zonneboiler neemt evenveel dakoppervlak in als een zonnepaneel, maar produceert wel bijna 5 keer zoveel energie als een enkel zonnepaneel…

Volgende keer de volledige jaarrekening, met een uitsplitsing naar de opbrengsten van onze rekening voor onze energieleverancier, het netwerkbedrijf en de belastingdienst.

Zoals altijd zijn vragen en commentaar welkom.