Bewoners van het gas af en bedrijven aan het gas

In Schiedam is ophef ontstaan in de raad over de plannen van staalharderij Dominial om meer aardgas te gaan gebruiken. Aan de ene kant worden plannen ontwikkeld worden om de eerste wijken van aardgas te gaan halen en op het warmtenet van Eneco aan te sluiten. Aan de andere kant heeft de gemeente het bedrijf Dominial een vergunning verleend om het gasverbruik met een factor 2 tot 3 te verhogen. Dat staat haaks op de ambities van de gemeente om het aardgasverbruik te verminderen.

Brief college aan ministerie

De gemeente Schiedam heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat een brief gestuurd waarin de gemeente aandacht vraagt voor deze ongewenste situatie. Volgens de gemeente zijn er binnen de huidige landelijke wet- en regelgeving namelijk geen mogelijkheden om de groei van het gasverbruik bij een bedrijf te reguleren.

Volgens de brief van het college (in bezit van Sargasso) leveren de uitbreidingsplannen van Dominial een extra aardgasverbruik van 660.000 m3 op (equivalent aan het aardgasverbruik van circa 440 huishoudens). Het is volgens het college van Schiedam nauwelijks uit te leggen:

dat wij aan bedrijven een vergunning met extra gasstook moeten verlenen en tegelijkertijd proberen bewoners mee te krijgen om een eerste woonwijk van het gas af te halen (en daar nu al veel geld voor uitgeven).

Het college van Schiedam wil de komende maanden Euro 305.000 namelijk uittrekken om de haalbaarheid van een warmtenet in de wijk Groenoord nader te onderzoeken. Een voorstel dat zorgt voor verdeeldheid in de raad, omdat er nog geen concreet plan op tafel ligt.

In haar brief schrijft het college ook dat de omgevingswet meer ruimte biedt voor lokale afwegingen, maar dat deze niet geschikt is om klimaatdoelen bij bedrijven te bereiken. Ten eerste omdat de gemeente maar voor een beperkt deel van de bedrijven het bevoegd gezag is, veel grotere bedrijven vallen onder het bevoegd gezag van de provincie. Het aanscherpen van lokale regels zou er dan voor zorgen dat juist kleinere bedrijven scherpere regels krijgen, terwijl grotere bedrijven niet onder deze regels vallen.

Op de tweede plaats kan lokaal beleid, dat verder gaat dan rijksbeleid, er volgens de gemeente voor zorgen dat bedrijven naar andere gemeenten vertrekken. Het befaamde waterbedeffect dat we ook op nationaal niveau kennen en dat pas ophoudt bij een intergalactisch klimaatbeleid.

Het college van Schiedam schrijft ook:

De ongeclausuleerde uitbreiding van gasstook bij bedrijven conflicteert met het kunnen overtuigen van bewoners om hun bestaande gasstook terug te dringen. Bovendien wordt onze klimaatopgave groter door toename van het gasverbruik van het bedrijfsleven.

In de brief constateert het college van Schiedam dat het ontwerp klimaatakkoord nog geen zicht geeft op een afbouwschema voor gas of op mogelijkheden om meer te kunnen regelen dan nu volgens wet- en regelgeving mogelijk is. In de brief vraagt het college de minister welke oplossingen hij voor ogen heeft voor de genoemde dilemma’s.

Dominial levert de restwarmte van haar productieproces overigens wel aan bedrijven in de buurt. Dat gebeurt niet via een warmtenet maar met behulp van een warmtewisselaar. Hierdoor krijgt Dominial koelwater voor haar productieproces en krijgen de buren warmte voor hun kantoren en bedrijfsruimtes.

In een reactie aan Sargasso stelt Evert Hassink van Milieudefensie:Niet alleen voor Schiedammers, ook voor Groningers is het onbegrijpelijk dat er nog een fabriek ter grote van een dorp op Gronings gas wordt aangesloten. Is dit de energietransitie?

Conclusie

Naar mijn mening vergt het maar een  paar van dit soort vergunningen erbij en naar je draagvlak bij bewoners voor de overstap van aardgas op een andere warmtebron kun je als gemeente wel fluiten. Momenteel ligt er een wetsvoorstel ter consultatie voor over een verbod op laagcalorisch (Gronings) gas voor grootverbruikers, in dit wetsvoorstel is niks geregeld voor uitbreidingsvergunningen of nieuwe vergunningen voor bedrijven die niet tot de grootverbruikers behoren. Regeren is vooruitzien, dat het ministerie van EZK vergunningsaanvragen voor het gebruik van extra laagcalorisch aardgas niet heeft meegenomen vind ik dan ook teleurstellend. De kleinste stap die genomen kan worden is dat bedrijven verplicht worden om groen gas in te kopen als ze hun gasverbruik willen opschroeven.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.


EU: heel Europa ‘van aardgas los’

De Europese Unie heeft een voorstel aangenomen om het gebruik van hernieuwbare energie voor verwarming en koeling vanaf 2021 jaarlijks met 1,3% te vergroten. Daarmee wordt eindelijk de draai gemaakt van hernieuwbare elektriciteit naar warmte en koeling. Niet onbelangrijk aangezien verwarming en koeling goed zijn voor een groot deel van de energievraag in de EU en slechts 18% van de warmte en koude duurzaam is. In Nederland bestond 19% van de totale energievraag in 2017 uit warmte. Waarvan slechts 10% hernieuwbare warmte was, vooral uit biomassa.

Het Europese voorstel laat zien dat Nederland misschien een van de weinige lidstaten is die al bezig is met de omslag van aardgas naar andere bronnen voor verwarming van de gebouwde omgeving, maar dat er wel degelijk gewerkt wordt aan een Europees plan om de omslag naar gas te voorkomen. Of als dat niet lukt er een tijdelijke fase van te maken. Landen als Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Belgiëwerken ook al aan de overstap naar andere warmtebronnen. En ook in de VS zijn plannen om aardgas als warmtebron te vervangen.

Om de EU klimaatdoelen voor 2050 te halen is volgens sommige onderzoekers een verbod op nieuwe gasketels en gasboilers per 2030nodig. Dat verbod is echter voorlopig nog niet in de maak.

Kansen voor de industrie

Een verplichting om het aandeel duurzame warmte en koude vanaf 2021 te verhogen biedt kansen voor de Europese industrie. Zeker voor bedrijven die zich bezig houden met zonnewarmte oplossingen (zonneboilers, heatpipes etc). Zonnewarmte maakt nu nog maar een klein deel van de totale warmtevoorziening uit. Europa exporteert zijn kennis en producten nu vooral naar Zuid-Amerika en China. Terwijl zonnewarmte in zuidelijke lidstaten, zoals Griekenland, volledig in de warmwatervoorziening voor een huishouden kan voorzien. Ook in Denemarken en Oostenrijk zijn grote zonnewarmte systemen te vinden. Grote zonnewarmte systemen kunnen ook een rol spelen bij het leveren van warmte aan een warmtenet, zoals bijvoorbeeld bij Nagele in balans, een van de 27 proeftuinen voor aardgasvrije wijken, de bedoeling is.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Techniek neutraal van gas los

Vanuit de opslag duurzame energie financiert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat twee regelingen. De bekendste is de SDE+, waarmee de productie van duurzame energie wordt gestimuleerd. Minder bekend is de ISDE regeling, waarmee EZK subsidie geeft bij de aankoop van zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels en pelletkachels. Terwijl het ministerie van EZK in Den Haag een van de grootste pleitbezorgers is voor het stellen van doelen in plaats van technieken voorschrijven. Tijd voor een herbezinning?

Techniek sturing en EZK

Het ministerie van EZK heeft de afgelopen 15 jaar met succes ingezet op een milieubeleid dat zich richt op doelen in plaats van middelen. Hierbij stelt de vergunningverlener de doelen die een bedrijf moet halen en kiest een bedrijf zelf met welke technische maatregelen deze het best gehaald kunnen worden.

Tegelijkertijd zet EZK in het energiedomein juist fors in op middelen in plaats van doelen. Zo ook bij het gasloos maken van de gebouwde omgeving. EZK stuurt bij de ISDE (net als bij de SDE+) op techniek, zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels en pelletkachels komen in aanmerking voor subsidie. Andere technieken niet, ook al halen ze vergelijkbare resultaten ten aanzien van doelen als energiebesparing en verminderen van de gasvraag. Bij biomassaketels en pelletkachels worden naar mijn weten ook geen aanvullende luchtkwaliteitseisen gesteld.

Techniek neutraal

Dat het ook anders kan laat de gemeente Amsterdam zien. Amsterdam heeft een aardgasvrij subsidie geïntroduceerd die techniekneutraal, doelgericht inzet op het eindresultaat: aardgasvrij. De subsidie is beschikbaar voor eigenaren en gebruikers van een woning, complex van woningen, vastgoed bij kleinschalige transformatie of maatschappelijk vastgoed in Amsterdam dat is aangesloten op het aardgasnetwerk. Het moet gaan om bestaande woningen of vastgoed, nieuwbouw is uitgesloten van de regeling. Er kan subsidie aangevraagd worden voor de meerkosten om een woning te verbouwen tot aardgasvrij of nul op de meter, en de kosten van het (laten) afsluiten van het aardgasnetwerk.

De kosten van biomassaketels, hout- of pelletkachels en installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen (zoals kolen, olie of butaangas) zijn in Amsterdam uitgesloten. Dit vanwege de negatieve effecten van zulke installaties op de luchtkwaliteit. Waarmee de gemeente Amsterdam, anders dan het rijk meteen rekening houdt met de vele klachten over houtstook en de adviezen die de GGD’s als een aantal jaar geven.

De kosten van zonnepanelen zijn enkel subsidiabel als de woning tot nul op de meter wordt verbouwd en er sprake is van een nieuwe duurzame verwarmingsinstallatie. Het aansluiten van een woning op het warmtenet is in Amsterdam niet subsidiabel.

Amsterdam vergoedt de volgende bedragen:

  • voor de verbouw van een woning, complex van woningen of vastgoed bij kleinschalige transformatie naar nul op de meter : € 8.000,- per woning.
  • voor de verbouw van een woning of complex van woningen naar aardgasvrij: € 5.000,- per woning
  • voor het (laten) afsluiten van de woning of het wooncomplex van het aardgasnet door de netbeheerder: het geldende tarief van de netbeheerder

Ervaringen in Amsterdam

De ervaring in Amsterdam is dat het gemiddeld investeringsbedrag voor een appartement €10.000 incl. BTW bedraagt. Het energieverbruik na de verduurzamingsoperatie ligt onder de 50 kWh/m2 per jaar, waarmee de appartementen op dat punt de norm voor nul op de meter halen. Volgens de cijfers die ik heb mogen inzien is dit gelukt bij appartementen die voor een warmtepomp hebben gekozen en voor appartementen die voor infraroodverwarming hebben gekozen. Ter vergelijking in mijn label C woning verbruiken we 62 kWh/m2 per jaar voor verwarming en warm water, waarvan 47 kWh/m2 voor verwarming.

De huidige regeling in Amsterdam zorgt er voor dat appartementen relatief veel subsidie kunnen krijgen, terwijl de kosten bij appartementen gemiddeld genomen lager liggen dan bij tussenwoningen, hoekwoningen of vrijstaande woningen.

Regeling op rijksniveau

De regeling van de gemeente Amsterdam biedt een mooi aanknopingspunt voor aanpassing van de landelijke ISDE regeling. De maximumbedragen van de subsidie op rijksniveau kunnen gelijkgesteld worden aan de bedragen in Amsterdam. De vergoeding vindt plaats op basis van daadwerkelijke kosten en bedraagt maximaal 50% van de meerkosten voor aardgasvrij of energieneutraal. Door uit te gaan van daadwerkelijke kosten wordt oversubsidiëring van appartementen en nieuwere woningen. Eventueel kan er voor gekozen worden om in wijken waar het gasnet voor 2030 aan vervanging toe is de maximale subsidie te verhogen.

Na aanvraag van de subsidie heeft een gebouweigenaar of gebouwgebruiker 12 maanden om aan te tonen dat de woning aardgasvrij of energieneutraal is. Dat kan door facturen te overleggen van de genomen maatregelen en de factuur van de verwijdering van de gasaansluiting. Een woning geldt als energieneutraal als deze in een periode van 12 maanden tenminste evenveel energie heeft verbruikt als opgewekt. Een gebouweigenaar die ervoor kiest om de woning energieneutraal te verbouwen toont dit aan door binnen 30 maanden na aanvraag van de subsidie aan te tonen dat de woning op jaarbasis energieneutraal is.

Een andere verbetering is nu al te schetsen hoe de toekomstige subsidiebedragen zich zullen ontwikkelen tot aan 2030. Op die manier weten bedrijven, gebouweigenaren en gebouwgebruikers hoe de maximale subsidie zich gaat ontwikkelen en waar ze zich op kunnen richten. Gebouweigenaren en gebouwgebruikers die subsidie aanvragen, maar deze niet gebruiken worden 3 jaar van het aanvragen van nieuwe subsidie uitgesloten. Op die manier wordt voorkomen dat subsidie op de plank blijft liggen.

De kwaliteitscontrole is een onderwerp dat nog op te lossen is. De overheid heeft mijns inziens een rol om te zorgen dat bedrijven die niet werkende oplossingen aanbieden worden uitgesloten van subsidieaanvragen, en een rol om te evalueren welke oplossingen haalbaar en betaalbaar zijn.

Conclusie

Naar mijn mening is het hoog tijd dat het het ministerie van Economische Zaken en Klimaat intern met dezelfde vasthoudendheid het gebruik van techniekvoorschriften aanpakt als dat ze dat richting andere ministeries doet. Wanneer het ministerie op doelen gaat sturen dan biedt ze gebouweigenaren en gebouwgebruikers de mogelijkheid om op de markt te kiezen welke techniek in hun situatie het best past.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Op ontdekkingsreis naar een energiezuinigere woning. Reist u mee?

In 2015 plaatsten we Sargasso mijn bericht Wanneer ga jij van het gas af? In de tussenliggende jaren heeft Sargasso geregeld aandacht besteed aan de klimaatbeleid en energietransitie, zoals het verbod op aardgas bij nieuwbouw, de 27 proeftuinen die van gas af gaannul op de meter renovatiesinfraroodverwarming en energiebesparing. Maar hoe breng je dat zelf in praktijk? Hoe verduurzaam je je eigen huis? Waar loop je tegenaan en zijn adviseurs, bouwbedrijven en installateurs er wel klaar voor om je te ondersteunen? Een aantal redacteuren van Sargasso zullen de lezers van Sargasso de komende tijd meenemen in hun zoektocht en hun eigen ervaringen beschrijven. Ik heb vorige week het spits af gebeten met een korte beschrijving van mijn woonsituatie en een aantal kleinere maatregelen die ik in ons huis genomen heb. Heb je zelf ervaring met energiebesparing in je huis? Deel ze in de reacties.

Type woning en gezinssituatie

Onze woning is een grondgebonden tussenwoning met bouwjaar 1991. De woning heeft een oppervlakte van 119 m2 verdeeld over 5 kamers. De woning was bij aanschaf aan de voorkant en achterzijde voorzien van gewoon dubbelglas. Enkel de schuifpui aan de achterzijde was voorzien van HR+ glas. Het huis is naar de huidige maatstaven redelijk geïsoleerd (zo’n 7 cm spouwmuurisolatie) en had label C toen we het huis kochten. We begonnen in het huis met 3 personen, inmiddels is er een tweede kind bij en zijn we met 4.

We hebben het huis in 2010 gekocht en bij aanschaf een bouwdepot afgesloten voor het vervangen van de VR-ketel door een HR-ketel en een zonneboiler (waarover later meer). De hypotheekadviseur vond dat toentertijd maar vreemd, dat geld konden we toch ook voor een nieuwe keuken of badkamer gebruiken. Sindsdien ben ik niet meer bij een hypotheekadviseur geweest, maar ik hoop dat zij hun rol inmiddels beter weten te pakken bij het energiezuiniger maken van bestaande woningen. In ieder geval zijn er inmiddels meerdere banken die hypotheekproducten op de markt brengen die rentevoordeel bieden als de woning energiezuiniger wordt gemaakt.

Energieverbruik woning en meterstanden bijhouden

Na aanschaf schatte het energiebedrijf ons energieverbruik in op 1.800 m3 aardgas en 6.800 kWh elektriciteit, wat een voorschotrekening van ruim 200 euro per maand opleverde. Reden om vanaf het begin iedere maand de energiestanden bij te houden met een zelf in elkaar geknutselde spreadsheet. Voor wie zelf niet van rekenen houdt zijn er ook voldoende websites en andere middelen om je energieverbruik bij te houden. In 2012 heb ik me zelf echt verdiept in de verschillende mogelijkheden om je energieverbruik bij te houden. Inmiddels heeft MilieuCentraal een website waar nog veel meer verschillende energieverbruiksmanagers worden vergeleken. Zelf gebruik ik naast mijn eigen rekensheet nog een website, omdat die net wat gebruiksvriendelijke is voor het invoeren van de meterstanden. Door het energieverbruik maandelijks vast te leggen kun je makkelijker patronen herkennen. Door de standen voor en na een vakantie op te schrijven heb ik verschillende sluipverbruikers weten op te sporen.

De vreugde was groot toen we in het eerste jaar dat we er woonden met nieuwe HR ketel, zonneboiler en een trits kleinere maatregelen op slechts 680 m3 aardgas en 2.900 kWh elektriciteitsverbruik uitkwamen. Waarmee ons voorschot terug ging naar 120 Euro.

CV-ketel vervangen

Het gasloos maken van de woning speelde bij onze keuze voor een hr-ketel nog geen rol, energie en geld besparen wel. Toen we de eerste maanden aan het klussen waren in ons nieuwe huis viel ons al snel op dat er geen radiator zat op zolder, maar dat het daar wel warmer was dan in de huiskamer. De warmtebron die de zolder op temperatuur hield bleek de cv-ketel. Nadat we de oude vr-ketel vervangen hadden door een nieuwe hr-ketel steeg de temperatuur in de woonkamer en daalde deze op zolder. De oude ketel verwarmde dus het verkeerde deel van het huis. De zolder werd uiteindelijk zo koud dat we een radiator met klokthermostaat hebben geplaatst om de zolder als werkkamer te kunnen gebruiken. Ook de andere radiatoren hebben we voorzien van klokthermostaten, zodat we met wat kunst en vliegwerk de badkamer warm konden maken. Kwestie van de klokthermostaten van de radiatoren in de woonkamer op 2 graden lager zetten, de badkamerthermostaat op 20 graden en tegelijkertijd de klokthermostaat van de cv in de woonkamer een graad warmer dan de gebruikelijke temperatuur. Gevolg: cv slaat aan, maar de radiatoren in de woonkamer zijn dichtgedraaid dus de enige plaats waar het warme water heen kan is de badkamer waar de radiator wel opengedraaid is door de klokthermostaat.

Een andere eenvoudige maatregel die we hebben doorgevoerd is het installeren van thermostaatkranen bij de douche en het bad, en een waterbesparende douchekop. Effect: meer comfort en een klein beetje energiebesparing. Het zijn bovendien maatregelen die ik zelf met mijn twee linkerhanden kon uitvoeren.

De verwarmingsbuizen op zolder hebben we geïsoleerd, weinig geld en wel een beetje besparing. Enkel de aanvoerleidingen, want bij een HR-ketel wil je de retourleiding zo koud mogelijk hebben. Of in ieder geval onder de 60 graden Celsius. Achter de radiatoren hebben we reflecterende folie geplakt, zodat de muren minder worden opgewarmd en de kamers meer.

Een andere maatregel die relatief eenvoudig uit te voeren is is het zuinig afstellen van de cv. Aan de ene kant kan dat door de temperatuur van het verwarmingscircuit in de cv te verlagen. Bij ons bleek deze op een vooroorlogse 90 graden Celsius ingesteld te staan. Dat kan waarschijnlijk makkelijk terug naar 60 of 70 graden, zonder comfortverlies. Mogelijk zelfs lager. Door dit aan het begin of eind van het stookseizoen bij te stellen kun je dat zelf ontdekken.

Alleen de temperatuur verlagen levert niet heel veel op, je zal ook de balans in je cv-systeem goed moeten (laten) inregelen, zodat alle radiatoren voldoende warm water krijgen. Dit wordt ook wel waterzijdig inregelen genoemd. Hierbij worden alle radiatoren zo ingesteld, dat ze ongeveer even snel warm worden. Door dit te doen wordt de warmte beter verdeeld waardoor de ketel niet onnodig lang hoeft te stoken. Ook koelt het water beter af in de radiatoren, waardoor het kouder terugkomt in de hr-ketel. Om dit te bereiken kun je speciale ventielen gebruiken (constante flow ventielen en constante druk gelijkstroompompen). De lagere retourtemperatuur is nog een extra voordeel waardoor de hr-ketel een stuk zuiniger gaat werken. Voor de doe-het-zelvers: hier vind je meer informatie over het energiezuinig afstellen van je cv-ketel. Een goede installateur kan je cv-systeem waterzijdig inregelen, kosten zo’n 300 Euro, besparing 15% op je gasverbruik. Als de installateur het niet kan kun je hem of haar nog tot het volgende stookseizoen geven voor een bijscholingscursus. Als de installateur in het najaar nog niet snapt wat je bedoelt met waterzijdig inregelen zoek je een installateur die dat wel weet.

Kleine maatregelen

In de keuken kwam een enorm koude tocht onder de keukenkastjes vandaan. Na een paar offertes voor het vervangen van de gevelplaat kozen we een simpele en goedkope oplossing: naar de bouwmarkt voor piepschuim. Het piepschuim hebben we achter de plint onder de keukenkastjes gestopt om de kou uit de keuken te houden.

De meeste lampen hebben we vervangen door ledlampen, op een paar halogeenlampen na. Toen we daarmee begonnen kostte een ledlamp nog 15 tot 25 euro. Inmiddels zijn de prijzen van led-lampen fors lager geworden, waarmee led-lampen een nobrainer zijn geworden.

Een andere kleine maatregel met veel comfort is de kierenjacht geweest. Hoewel we zeker niet alles hebben weten op te lossen, want kieren bij kantelramen zijn lastig op te lossen. Ik hou me aanbevolen voor tips. Wel hebben we tochtstrips geplakt bij de voordeur en de balkondeur van de slaapkamer. Minder kou in de winter, minder warmte in de zomer en minder muggen in huis… Kortom: weinig kosten, veel comfort en een klein beetje energiebesparen. Om de warmte in de huiskamer te houden hebben we een dranger geïnstalleerd en een borstel aan de onderkant van de huiskamerdeur. Niet fraai zo’n borstel, wel comfortabel.

Om koude voeten in de winter te voorkomen hebben we in de zithoek een vloerkleed gelegd. Een paar warme dekens om ’s avonds onder te kruipen voorkomt dat het huis gestookt moet worden tot de temperatuur die de grootste koukleum in huis het comfortabel vind. Met kinderen doen de dekens ze dubbel dienst, want die bouwen er bijna dagelijks hutten mee in de huiskamer.

Koken doen we op een keramische kookplaat, die al in de keuken zat toen we het huis kochten. In de zomermaanden koken we sinds vorig jaar in de weekenden soms ook met behulp van de zon. Een zonnekookapparaat vergt wat meer tijd, maar het is wel lollig om te doen. En niet onbelangrijk, de kinderen vinden het leuk om te helpen met koken met onze solar cooker.

Energiebesparend vervangen

Apparaten die de afgelopen jaren kapot zijn gegaan, zoals de wasmachine, de wasdroger, de waterkoker en de vaatwasmachine, hebben we iedere keer vervangen door energiezuinige varianten. Ook de mechanische ventilatie hebben we vervangen door een nieuwe variant op gelijkstroom. Geen balansventilatie of ventilatiewarmtepomp om de warmte terug te winnen, want dat vonden we op dat moment nog te duur. Of deze vervangingen veel uitmaken in ons elektriciteitsverbruik weet ik niet, daarvoor hou ik het energieverbruik onvoldoende bij.

Toen de zolderramen toe waren aan vervanging hebben we het dubbelglas daar vervangen door HR++. Bij het verbouwen van de badkamer hebben we het bestaande kozijn en de ruit vervangen door een HR++ versie. De badkamer is ook de eerste plaats geweest waar we zijn gaan testen met infraroodverwarming als vervanging voor de radiator.

Gedragsverandering

Ook door gedrag te veranderen kan je energie besparen. Zelf verwarmen we enkel de huiskamer en we houden de hal vorstvrij. De badkamer verwarmen we enkel ’s ochtends en ’s avonds een uurtje: bij het opstaan en het naar bed gaan van de kinderen. De slaapkamers verwarmen we niet. In de winter daalt de temperatuur daar soms tot een graad of 10, wijzelf en de kinderen zijn daar aan gewend. Of het veel scheelt in de energierekening weet ik niet, maar een koude slaapkamer vind ik comfortabeler dan een warme.

Vervolg

Volgende keer meer over grotere maatregelen, zoals isoleren, de aanschaf van een zonneboiler, zonnepanelen installeren, of de overstap op een andere verwarmingsbron.

Heb je zelf ervaring met kleine maatregelen voor energiebesparing? Laat het weten in de commentaren, en bedenk daarbij dat niet iedereen met thermo-ondergoed en een muts op in een berenvelletje voor een knappend haardvuurtje wil liggen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Installatie van de infraroodpanelen

De afgelopen jaren heb ik meermalen geschreven over onze plannen om het gasverbruik te verminderen. Na meerdere gesprekken met leveranciers van verschillende opties heb ik een paar jaar geleden de knoop doorgehakt dat infraroodverwarming de handigste optie zou zijn. De afgelopen maanden ben ik bezig geweest met het regelen van de installatie. Inmiddels is het zover en hangt de verwarming in de woonkamer, de panelen in de slaapkamers en op zolder moeten nog aangesloten worden. We verwarmen ons huis inmiddels bijna twee weken met infraroodverwarming, tijd dus voor een eerste indruk.

Offerte aanvragen

De offerteaanvraag stond al een paar jaar in de week bij ThermIQ, om verschillende redenen was het er niet van gekomen om door te zetten. Het zetje om deze winter door te pakken kwam door de verhoging van de energiebelasting op aardgas en het feit dat ik zowel als bestuurslid bij Energiek Schiedam als in mijn werk bezig ben met de vraag hoe je bewoners stimuleert om van aardgas af te gaan. Eat your own dogfood vind ik nog steeds een goed uitgangspunt. Dus vorig jaar hebben we de knoop doorgehakt en een offerte voor de infraroodpanelen met het aansturingssysteem van BeNext aangevraagd.

De kosten waren een maatje hoger dan verwacht en een aanpassing van de elektriciteitsaansluiting van 1×35 Ampère naar 3×25 Ampère was ook raadzaam. Dat betekende hogere kosten voor het installeren. Dus ook wat langer thuis met elkaar dubben en denken, voordat we de knoop definitief door hebben gehakt. Waarbij de afspraak is dat de cv-ketel nog minstens een stookseizoen blijft hangen voor het geval de infraroodpanelen niet bevallen. De totale kosten voor het plaatsen van infraroodpanelen in alle kamers, inclusief installatie en aanpassing van de elektriciteitsmeter bedragen ongeveer Euro 8.700,-

Installatie

Het installeren is netjes en vakkundig gedaan door Wils Services, een lokale installateur. Bij het installeren heb ik nog wel wat verbeterpuntjes ontdekt. Zo is onze installateur een halve dag zoet geweest met het koppelen van alle infraroodpanelen en temperatuursensoren aan het BeNext systeem. Een klus die volgens mij prima voor te bereiden is, zodat de installateur daar op locatie geen omkijken naar heeft. Al vergt dat wel dat vooraf bekend is in welke kamer welke producten geplaatst gaan worden en markeringen op de dozen van de infraroodpanelen en de BeNext componenten.

De frames waarmee de infraroodpanelen aan het plafond zijn bevestigd is vergelijkbaar met de wijze waarop de achterkant van fotolijstjes vastgezet wordt. De gebruikte metalen strips zijn behoorlijk scherp en moeten licht gebogen worden om ze achter de randen van de panelen vast te klikken. Een klusje waarbij je gemakkelijk je handen open haalt.

Installatie infrarood verwarming

Programmeren van de aansturing

Met de aansturingssoftware van BeNext kan je per ruimte de temperatuur instellen en per paneel het vermogen. Voor de temperatuur kun je net als bij een cv-ketel een tijdschema in programmeren. Alleen had ik er geen rekening mee gehouden dat er tijd zitten tussen het moment van inschakelen en het moment dat een kamer op temperatuur is. Inmiddels is de temperatuur per kamer en per dag ingesteld via het klokschema.

Ook was het in het begin lastig om uit te vogelen hoe ik het vermogen van de infraroodpanelen gedurende de dag automatisch kan bijstellen in plaats van dat ik dat telkens met de hand moet doen. Inmiddels heb ik daar een omweg voor bedacht. Het vermogen van de panelen regel ik via zogenaamde scenes en regels. In verschillende scenes leg ik vast op hoeveel vermogen de infraroodpanelen in een kamer, bv de woonkamer, werken. Ik heb nu voor de woonkamer een scene voor ’s nachts, als de woonkamer enkel vorstvrij hoeft te blijven, voor overdag en ’s avonds, als de woonkamer op temperatuur en behaaglijk moet blijven en voor momenten waarop ik de temperatuur van de woonkamer fors wil verhogen (net voor het opstaan en net voordat we ’s avonds thuiskomen). Deze intensiteit volgt ongeveer hetzelfde klokprogramma als de temperatuurinstellingen.

Voor de slaapkamers, zolder en entree heb ik zelfstandige scenes aangemaakt.

De eerste weken

De eerste week was het wennen. Aanvankelijk had ik het vermogen van de infraroodpanelen te laag ingesteld, waardoor het huis niet goed op temperatuur kwam en de dames zich beklaagde over het comfort. Na het inregelen van de scenes en regels heb ik daar geen commentaar meer op gehoord.

In onze woonkamer meet ik al een een paar jaar de temperatuur op een vast punt boven op een kast. De temperatuur wordt vastgelegd door domoticz. Opvallend vind ik zelf dat onze cv ketel de temperatuur soms erg hoog laat oplopen hoog in de kamer.

Variatie in temperatuur woonkamer, februari 2019

In februari 2019 lag de maximale temperatuur geregeld tegen of zelfs boven de 22 graden Celsius, terwijl de gemiddelde temperatuur niet boven de 21 graden Celsium kwam. Ook lag de maximale temperatuur op een dag geregeld bijna 2 of meer graden boven de gemiddelde temperatuur.

Variatie in temperatuur woonkamer, maar 2018.

Ook in maart 2018 schommelde de temperatuur flink, al kwam de maximale temperatuur in maart 2018 niet boven de 22 graden. De maximale temperatuur lag geregeld 1,5 graden Celsius boven de gemiddelde temperatuur.

Variatie in temperatuur woonkamer, eerste helft maart 2019.

Op 7 maart zijn onze infraroodpanelen in de woonkamer aangezet. In bovenstaande grafiek valt mij op dat de maximale temperatuur de dagen daarna met ruim een graad daalt. Of dat de rest van de maand ook zo blijft durf ik niet te beweren. Het is wel het type effect dat je verwacht bij overschakeling van luchtverwarming naar stralingsverwarming. Het verschil tussen de gemiddelde temperatuur en de maximale temperatuur is vanaf 7 maart terug gelopen tot ongeveer 1 graad Celsius. Terwijl dit begin maart nog ruim 1,5 graden Celsius was.

De gemiddelde temperatuur daalde aanvankelijk ook, maar dat is vooralsnog te optimistisch gebleken. De dames vonden het te koud, dus vooralsnog lijkt de hypothese dat de temperatuur omlaag kan niet op te gaan. Al kan het ook zijn dat ik de verhouding tussen stralingssterkte en temperatuur nog niet goed genoeg in de vingers heb om het bij lagere temperaturen toch comfortabel te krijgen in huis.

Energieverbruik

Over het energieverbruik valt nog niet heel veel te zeggen, daarvoor draaien de infraroodpanelen te kort. Aan de andere kant, twee weken terug wierp ik een hypothese op en als ik toch aan het schrijven ben kan ik net zo goed een eerste blik werpen op de vraag of de ontwikkeling van ons energieverbruik de kant op gaat die ik had verwacht.

HypotheseCOP = 135% energiebesparing66% energiebesparing
Extra elektriciteitsverbruik (in kWh/Jaar5.6003.7001.900
Energiebesparing (in kWh/jaar)01.9003.800
Verbruik (in kWh/graaddag)2,11,40,7
Verbruik (in m3 gas/graaddag)0,220,140,07

In de 12 dagen dat de panelen nu draaien hebben ze 135 kWh verbruikt. Dat is omgerekend 14 m3 aardgas. Het aantal graaddagen in deze periode was volgens MinderGas 179, dat betekent dat we 0,8 kWh/graaddag hebben verbruikt, omgerekend 0,08 m3 aardgas per graaddag. Daarmee ligt ons verbruik in deze periode het dichtst bij de hypothese dat 66% besparing op de benodigde hoeveelheid energie mogelijk is bij verwarming met aardgas.

Daar zitten nog wel kanttekeningen bij. Ten eerste is de periode met 12 dagen erg kort, waarbij er ook nog geen forse vorstperiode in heeft gezeten. Op de tweede plaats is het nog mogelijk dat de verdeling die ik heb gemaakt tussen gasverbruik voor warm water en gasverbruik voor verwarming niet klopt. Als ik te veel gasverbruik toereken aan verwarming kloppen de gehanteerde getallen in mijn hypothese niet.

Voorlopige conclusie

Voorlopig is mijn conclusie dat ik tevreden ben met onze infraroodpanelen. Ook lijkt het er vooralsnog op dat het energieverbruik de verwachte daling laat zien. De hypothese van bureau’s als DWA en van Lars Boelen dat het energieverbruik niet verandert bij overschakeling van een HR ketel naar infraroodverwarming kan ik niet terugvinden in de cijfers van de eerste twee weken. De pieken in het energieverbruik zijn vooralsnog kleiner dan dat we ’s zomers veroorzaken met onze zonnepanelen. Die piek kan wel hoger liggen als overal in huis tegelijkertijd de infraroodpanelen vol aan gaan. De kans daarop is echter klein en idealiter zou dat in de toekomst softwarematig begrenst moeten kunnen worden.

Infraroodverwarming effectiefste weg naar aardgasvrij?

Afgelopen jaar is de discussie over hoe we onze huizen gaan verwarmen na aardgas in volle hevigheid losgebarsten. Vooral het verbod op aardgas bij nieuwbouwwoningen deed het nodige stof opwaaien. De grote uitdaging zit echter niet in de nieuwbouw, maar in de bestaande bouw. Bij nieuwbouw worden de energetische bouwnormen steeds scherper, waardoor verwarmen zonder aardgas ook steeds eenvoudiger wordt. Bestaande bouw is er in vele smaken, waardoor er ook vele oplossingen mogelijk zijn. Wat ook blijkt uit de plannen in de 27 proefwijken die van gas af gaan. Natuurkundig zijn er drie vormen van warmteoverdracht: geleiding, convectie en straling. In dit artikel pleiten we voor meer aandacht voor een specifieke vorm van stralingswarmte: infraroodstralingspanelen.

Dit artikel is geschreven door Gerard de Leede en Krispijn Beek

Geleiding

Geleiding (conductie). Dit is warmteoverdracht binnen de desbetreffende stof, waarbij warmte stroomt van delen met een hoge temperatuur naar delen die kouder zijn. De warmtestroom is afhankelijk van het temperatuursverschil over de afstand en de interne weerstand tegen warmtestroom van het betreffende materiaal. Materialen met een hoge interne weerstand tegen warmtestroom zijn geschikt als isolatiemateriaal.

Convectie

Stroming (convectie). Dit is warmteoverdracht door verplaatsing van een warme vloeistof of een warm gas. Bijvoorbeeld door verplaatsing van warme lucht, deze wordt verwarmd door de radiator, stijgt op naar het plafond, koelt weer af en daalt daardoor weer. Als deze luchtstromen te groot worden is dat onaangenaam en wordt tocht of een koudeval ervaren.

Een centrale verwarming maakt gebruik van convectie. In Nederland beschikt het merendeel (>85%) van de woningen in Nederland over centrale luchtverwarming. Luchtverwarming is inefficiënt en verbruikt veel energie, omdat het volledige volume aan lucht in een ruimte moet worden opgewarmd, ongeacht hoeveel personen er zich in de ruimte bevinden. Warme lucht heeft ook de eigenschap om naar het plafond te stijgen, waar ze van geen nut is voor het verwarmen van personen in een ruimte. Dat betekent dat slechts een deel van het energieverbruik van de centrale verwarming nuttig wordt gebruikt voor het verwarmen van mensen.

Ondanks dat hoge energieverbruik levert luchtverwarming niet het gewenste resultaat op, zeker niet als meerdere mensen dezelfde ruimte delen. In het praktijkhandboek voor binennklimaat in kantoren wordt ervan uitgegaan dat 10 tot 15% van de mensen ontevreden is over het thermisch comfort (te warm of te koud) en dat 10 tot 20% ontevreden is over de ventilatie.

Stralingsverwarming

Bij straling (radiatie) is sprake van warmteoverdracht tussen twee lichamen, die niet met elkaar in aanraking zijn zonder gebruik te maken van een tussenstof. Het ene lichaam is warm en geeft daardoor veel elektromagnetische straling af en verliest zo warmte, en het andere lichaam absorbeert een deel van de binnenkomende straling en zet die om in warmte. De bekendste warmtestraling is de zonnestraling, die zich in het bereik UV-straling, zichtbaar licht en infraroodstraling laat opdelen.

Kris de Decker van Lowtechmagazine noemde stralingsverwarming in 2015:

een controversieel en slecht begrepen onderwerp. Er worden tegenstrijdige meningen verkondigd en er wordt soms met religieus fanatisme over gediscussiëerd. De wetenschap achter stralingswarmte is bijzonder complex en de regulering en normering lopen achterop.

Straling wordt niet geabsorbeerd door de lucht en verwarmt alle voorwerpen en muren/plafonds. Deze stralen terug naar mensen in de woning. Een persoon voelt warmte door overdracht van de hem direct omringende lucht, en stralingswarmte van alle voorwerpen en muren in de ruimte. Een goed voorbeeld van stralingswarmte is zonnewarmte in de sneeuw. Dit is tegelijkertijd een extreem voorbeeld want sneeuw reflecteert heel veel zonnestraling. Een infraroodpaneel gaat dit effect niet evenaren, de werking is wel vergelijkbaar. Leveranciers stellen dat infraroodstralingspanelen bij een 2 tot 3 graden lagere luchttemperatuur hetzelfde comfortniveau kunnen bieden als convectieverwarming. Per graad lagere temperatuur daalt het energieverbruik voor verwarming met ongeveer 6%. Er is nog geen goed kwantitatief onderzoek gedaan naar dit effect. Volgend jaar start hier wel onderzoek naar m.b.v. subsidie vanuit de landelijke TKI regeling.

Een mens is ook gevoelig voor tocht/trek, dat voelt direct kouder en onprettig. Bij IR straling ontstaat geen convectie, zoals dat wel gebeurt bij een warme radiator.

Verder is er een hypothese dat door de straling van de muur het vochtgehalte op en in de muur minder wordt, waardoor een betere isolatiewerking ontstaat.

Traditionele vormen van stralingswarmte zijn de gaskachel en de open haard of houtkachel. Modernere vormen zijn infraroodstralingspanelen, beter bekend als infraroodpanelen. In de praktijk is er een groot verschil in kwaliteit en stralingsfactor tussen verschillende leveranciers. Theoretisch is de stralingsfactor van een infraroodpaneel maximaal 60%. Peter Kosack, onderzoeker aan de Universiteit van Kaiserlautern, spreekt van infraroodstralingsverwarming als de stralingsfactor groter is dan 50%. Infraroodpanelen met een lagere stralingsfactor leveren vooral convectieverwarming.

Kosten bij aanschaf

De aanschafkosten hangen sterk af van de vraag welke stralingsbron gekozen wordt. Infraroodpanelen zijn in verschillende kwaliteiten verkrijgbaar. Voor onze eigen woning van 119 m2 kom ik (Krispijn) op basis van de tarieven die Thuisbaas rekent uit op ongeveer €10.000, inclusief installatiekosten. Als ik alleen de woonkamer en de hal onder handen neem, de twee ruimtes die het meest verwarmd worden, kom ik uit op €4.500, inclusief installatiekosten. Gelet op het beschikbare budget ligt momenteel de keuze voor om de woonkamer, hal en de slaapkamers van de kinderen te voorzien van infraroodpanelen. De voorlopige inschatting van onze installateur is dat we geen verzwaring van de elektriciteitsaansluiting nodig hebben en dat de 6 extra infraroodpanelen passen op onze 1*35A aansluiting. Als dat toch niet mogelijk blijkt moeten we de aansluiting laten verzwaren tot 3*25A wat rond de €250 kost en geen effect heeft op de vastrechtkosten van de elektriciteitsaansluiting.

Op basis van vergelijking van verschillende offertes van leveranciers van infraroodpanelen van goede kwaliteit komen de kosten voor infraroodverwarming momenteel uit op €1.000 tot €1.500 per 25 vierkante meter vloeroppervlak.

Verbruikskosten

De verbruikskosten van infraroodverwarming hangen uiteraard af van het eigen stookgedrag. Als vuistregel kan voor bestaande woningen uitgegaan worden van 25 tot 45 kWh/m2 vloeroppervlak per jaar. DWA komt in zijn recente notitie over zeer energiezuinige nieuwbouw uit op 20 tot 30 kWh/m2, afhankelijk van de bewonersbundel en het forfait voor koeling waar ze mee hebben gerekend (wat niet inzichtelijk is in de notitie). Voor de woning van Krispijn betekent dit een extra electriciteitsverbruik tussen de 3.000 en 5.355 kWh.

In de praktijk komen we verbruikscijfers tussen de 18 en 26 kWh/m2 per jaar tegen in bestaande woningen bij gebruik van infraroodstralingspanelen. Op basis van Krispijn’s eigen stookgedrag was zijn verwachting in 2014 dat er tussen de 1.500 en 2.000 kWh elektriciteit nodig zou zijn voor het verwarmen van de woning met infraroodpanelen. Dat betekent zo’n Euro 315 aan extra elektriciteitskosten. Daar staat een besparing op de gasrekening tegenover van ongeveer Euro 350 (het gasverbruik voor verwarmen bij Krispijn ligt rond de 500 m3 aardgas). Overschakelen op infraroodverwarming lijkt dus geen grote daling van de energierekening op te gaan leveren, tenzij de overheid het beleid om gas duurder te maken en elektriciteit goedkoper doorzet of als de gasprijs de komende jaren harder stijgt dan de elektriciteitsprijs. Echt interessant wordt het eigenlijk pas als de gasaansluiting er helemaal uit kan, dan wordt €180 aan vastrecht voor gas bespaart (tarief Stedin 2018).

Waarom is infraroodverwarming een alternatief voor gas?

Infraroodverwarming is niet nieuw en wordt al meer dan tien jaar op kleine schaal succesvol toegepast in verschillende landen. De techniek heeft een grote potentie om onze woningen goedkoop van het aardgas af te krijgen. Steeds meer ervaringen in de nieuwbouw en renovatie laten zien dat het juist heel comfortabel is om een woning in haar geheel te verwarmen door middel van infrarood techniek. Zo heeft woningbouwcorporatie Kleurrijk Wonen eerder dit jaar jaar 34 energieneutrale nieuwbouwwoningen uitgerust met infraroodverwarming en balansventilatie met warmteterugwinning. Ook Heijmans paste in 2016 infraroodverwarming toe in hun concept voor tijdelijke woningen de Heijmans One. Zelf ben ik (Krispijn) begonnen met de badkamer, een kamer die we vaak, maar slechts kortstondig gebruiken.

Verwarming met infraroodpanelen is nu al betaalbaar en kan ook in stappen worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld door eerst de badkamer en woonkamer ermee uit te rusten, of door juist te kiezen voor toepassing in kamers die slechts een deel van de dag gebruikt worden. De kosten van infraroodverwarming zullen volgens Gerard de Leede, Professor of Practice Smart Cities JADS aan de Tilburg Universiteit, razendsnel verder dalen bij grootschalige toepassing. Dat komt omdat het schaaleffect een enorme invloed heeft op de kostprijs van de panelen. Infraroodpanelen zijn op dat punt vergelijkbaar met zonnepanelen. Een infraroodpaneel bevat een geleidende pasta, een type product waar Nederland rond Eindhoven veel kennis en ervaring mee heeft. Volgens Gerard de Leede leert een kostenanalyse van dat de investering op termijn zelfs lager zal uitkomen dan de investering die nodig is voor een gasketel. Bovendien ligt het energieverbruik bij verwarmen van een woning met infrarood panelen minstens 35% lager dan het verbruik bij verwarming op gas, doordat de warmte veel beter wordt benut.

De effectiviteit van infraroodverwarming is te verhogen door speciale verf of speciaal stucwerk toe te passen,waarmee de infraroodstraling gereflecteerd wordt door de muren.

Misverstanden over infraroodverwarming

Toch wordt deze manier van verwarming door adviseurs en instanties behoudend getypeerd als een interessante bijverwarming. Wat opvalt is dat deze meningen over infrarood verwarming zelden zijn gebaseerd op degelijke ervaringsfeiten. De conclusies worden volgens Gerard de Leede veelal getrokken uit beperkte deelonderzoeken en -aspecten.

Een van de veel gehoorde argumenten tegen infraroodverwarming is dat infraroodverwarming een coefficient of performance (COP) van 1 heeft. De COP geeft de verhouding weer tussen de hoeveelheid afgegeven warmte tegenover de hoeveelheid verbruikte energie. Hoe hoger de COP hoe kleiner de hoeveelheid elektriciteit die nodig is om een huis te verwarmen. Bij gebruik van stralingswarmte wordt de lucht niet opgewarmd en is de COP waarde dus ook niet relevant. De daadwerkelijk meetbare energiebesparing ten opzichte van verwarmen met gas bedraagt minstens 35%.

Een ander argument tegen infrarood verwarming is dat de stroom voor de panelen van het elektriciteitsnet moet komen. Die stroom wordt momenteel nog grotendeels opgewekt uit fossiele brandstoffen als kolen en gas. Maar bijna alle duurzame woningen zijn voorzien van een dak met zonnepanelen, deze verbruiken in het stookseizoen veel van de duurzaam opgewekte stroom direct zelf voor de verwarming. Verder zal de landelijke energiemix in snel tempo gaan veranderen als gevolg van nieuw beleid. Volgens de Nationale Energieverkenning Verkenning 2017 (NEV-2017) stijgt het aandeel groene stroom naar meer dan 50% in 2025 en ongeveer 75% in 2030. Dit is inmiddels al weer achterhaald, doordat hierin de aangekondigde sluiting van alle kolencentrales in Nederland uiterlijk in 2030 nog niet is meegenomen. Een groot deel hiervan zal van wind op zee en wind op land komen (in 2020 38% en in 2030 59%), windmolens leveren in het stookseizoen meer elektriciteit dan in de zomer. Voor een uitgebreidere onderbouwing zie het blog van Jasper Vis.

Een ander veelgehoord argument tegen infrarood verwarming betreft de uitdaging voor ons elektriciteitsnetwerk bij vergaande elektrificering van de energievraag in de woningen. Hier moeten we nuchter kijken naar de beschikbare data. Uit de praktijkmetingen aan woningen die geïsoleerd zijn naar de huidige standaarden blijkt dat de stroomvraag bij infrarood verwarming helemaal niet zo groot is. Dat blijkt zelfs op koude dagen zo te zijn. We hebben het hier over een stroomverbruik als van een flinke stofzuiger. Het stroomverbruik variëert bovendien niet veel over een etmaal. Energiezuinigheid en een aangenaam binnenklimaat gaan hier hand in hand. Dat geeft een gelijkmatige belasting van het elektriciteitsnet, en de gevreesde grote piekvragen blijven achterwege.

Conclusie

De sector zou in snel tempo meer ervaring op moeten doen met de praktische toepassing van infrarood verwarming in nieuwbouw en renovatie. Er is zeker nog ruimte voor verbetering. Nu nog worden infraroodpanelen veelal met de hand bediend, of met een thermostaat. Het systeem leent zich echter uitstekend voor eenvoudige besturingen met slimme, gebruiksvriendelijke apps. Wetenschappers hebben veel bruikbare kennis over de relaties tussen binnenklimaat en comfort, die we met deze manier van verwarmen optimaal kunnen gaan benutten. De eerste fabrikanten die werken aan slimme, gebruiksvriendelijke apps zijn er al.

Om de transitie voortvarend en tegen zo laag mogelijke kosten uit te voeren is het aangewezen in te zetten op snel schaalbare innovaties. Er wordt gestreefd naar de juiste oplossingen in de transitie, de zogenaamde ‘no regret’ oplossingen. De ervaringsfeiten tonen aan dat infarood verwarming wel eens bovenaan in de lijst van de ‘no regret’ oplossingen zou kunnen thuishoren. We dagen de betrokkenen in de sector uit om zich versneld en beter te verdiepen in de infrarood techniek.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

27 proeftuinen gaan #vangaslos

In het Energierapport – Transitie naar duurzaam uit 2016 geeft de rijksoverheid aan dat het gebruik van aardgas voor ruimteverwarming in de gebouwde omgeving in 2050 zoveel mogelijk zal zijn verminderd. Inmiddels heeft het kabinet aangegeven dat de gaswinning in het Groningen gasveld in 2030 gaat stoppen en voor nieuwbouwwoningen is een aansluiting op het gasnet sinds 1 juli 2018 een uitzondering. In de reacties op eerdere berichten vroegen verschillende reaguurders zich af wat dat gaat betekenen voor bestaande wijken en woningen. Vandaag een eerste stuk hierover naar aanleiding van de toekenning van 120 miljoen Euro subsidie aan 27 gemeenten om een wijk van gas los te maken. In dit stuk geef ik een beeld van de technische opties. Wie een beeld wil hebben hoe zijn gemeente de warmtetransitie gaat invullen kan dat beter navragen bij zijn eigen gemeente.

Aanvragen

In totaal zijn 74 voorstellen ingediend bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de plannen onder andere beoordeeld op kwaliteit en de financiële onderbouwing. Ook werd gekeken hoe de plannen konden helpen bij mogelijke andere opgaven in de wijk. Om zoveel mogelijk kennis op te doen voor andere wijken is een gevarieerde groep geselecteerd: groot en klein, landelijke en stedelijk, verschillende technieken en spreiding door heel Nederland: elke provincie heeft minimaal één proeftuin. Het kabinet heeft 40 miljoen Euro meer beschikbaar gemaakt dan de oorspronkelijke 80 miljoen Euro. Halverwege 2019 kunnen gemeente waarschijnlijk opnieuw een aanvraag indienen.

De 27 geselecteerde gemeenten gaan kennis delen via een kennisprogramma, dat toegankelijk wordt voor alle gemeenten. Dit programma gaat gemeenten helpen bij het invullen van hun regierol in de warmtetransitie en is nodig om de overgang naar aardgasvrije wijken te versnellen. Andere partners van het Programma Aardgasvrije Wijken zijn het ministerie van EZK, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UVW). Naast de proeftuinen ondersteunt het rijk het aardgasvrij maken van Nederland met een programma voor aardgasvrije en frisse basisscholen (5 miljoen euro) en een subsidie voor technische innovaties (12,8 miljoen euro).

Warmtenetten

Uit een analyse door Squarewise blijkt dat de geselecteerde proeftuinen in bijna driekwart van de gevallen kiezen voor warmtenetten. In acht wijken gaat het om uitbreiding van conventionele warmtenetten die gebruik maken van industriële restwarmte of warmte van afvalverbranders. Daarnaast zijn er nog 11 wijken die kiezen voor een warmtenet. Uitbreiding van een bestaand warmtenet gebeurd bijvoorbeeld in Eindhoven, Amsterdam, Purmerend, Sliedrecht , Middelburg en Delfzijl. In Utrecht, Rotterdam en Den Haag is de keuze nog niet gemaakt volgens de nieuwsberichten. Wat mij lastig lijkt, omdat in de aanvraag aangegeven moest worden voor welke oplossing gekozen werd.

Ook Brunsum en Sittard hebben subsidie gekregen voor uitbreiding van hun warmtenet. Brunsum voor het aansluiten van meer woningen op het warmtenet van Mijnwater bv en Sittard voor het aansluiten van meer woningen op Het Groene Net. Mijnwater bv gebruikt warm water uit oude mijnbouwschachten voor het verwarmen van huizen. Het Groene Net maakt gebruik van een biomassa centrale en restwarmte van industrieterrein Chemelot voor de voeding van het warmtenet.

De gemeente Wageningen heeft subsidie toegekend gekregen voor aanleg van een coöperatief warmtenet, dat in handen komt van de bewoners. Voor zover ik het project in Wageningen begrijp bevat dit plan nog wel aardgas als achtervang voor de hoogtemperatuur warmtepomp. De gemeente Loppersum heeft plannen voor een warmtenet en de combinatie van warmtepompen en collectieve warmte-koude-opslag-systemen.

Een bijzonder soort van warmtenet, waarvoor subsidie is toegekend is het project Nagele in balans. In het plan worden de daken gebruikt voor zonnecollectoren, waartoe het ‘platte daken-dorp’ zich uitstekend leent. Door seizoensberging wordt een balans gemaakt tussen opwekking, opslag en gebruik van energie. Onder de grote grasvelden van de hofjes komen goed geïsoleerde opslagtanks te liggen. Deze dienen als opslagplaats voor het overschot aan heet water die de thermische zonnecollectoren ‘s zomers opwekken. In de winter wordt dit warme water gebruikt om de huizen te verwarmen.

All-electric en groen gas

Warmtenetten zijn niet voor alle wijken een oplossing. Andere oplossingen, zoals all-electric en groen gas zijn pas veel korter in ontwikkeling en zijn daardoor vaak ook nog duur. De kans op kostendalingen door grotere volumes of door innovaties tijdens het bouwproces zijn daarmee ook groter. Om een voorbeeld te geven: een renovatie naar all-electric en nul op de meter kostte een jaar of 10 geleden meer dan een ton per woning, inmiddels zijn de kosten gedaald naar zo’n 60.000 Euro. Voor het all-electric maken van een woning heb ik ook al partijen gezien die dat voor 10.000 tot 30.000 Euro kunnen. Deze partijen zijn op zoek naar klanten en naar schaalgrootte, zodat ze kunnen profiteren van schaalvoordelen en de daarmee de kosten kunnen verlagen.

Er zijn echter maar vier subsidies toegekend aan wijken die kiezen voor all-electric en vier subsidies voor groen gas. De gemeente Assen heeft geld gekregen voor het aanpakken van de wijk waar een van de eerste VVE flats (VVE Ellen) staat die naar nul op de meter is gerenoveerd. In het nieuwsbericht wordt gesproken over herhaling van deze aanpak bij andere flats in de wijk. In Assen wordt dus waarschijnlijk voor een all-electric oplossing gekozen. Ook de gemeente Appingedam gaat aan de slag met all-electric in de vorm van warmtepompen op lucht.

De gemeente Pekela kiest voor een combinatie van hybride warmtepompen met biogas uit lokaal rioolslib. Ook de gemeente Oldambt kiest voor groen gas.

Afvallers gaan door

Veel van de initiatieven die geen subsidie hebben gekregen gaan wel door, als is vaak nog niet duidelijk hoe. Veel initiatieven zijn of gaan hierover lokaal in overleg met bewoners, gemeenten en andere betrokken organisaties, zoals netbeheerders en woningbouwcorporaties. Daar zitten ook initiatieven van bewoners bij, zoals Warm in de Wijk dat de Haagse Vruchtenbuurt aardgasvrij wil maken. Warm in de Wijk heeft geen subsidie gekregen van het rijk.

Conclusie

Voor zover ik de verschillende plannen heb weten te vinden verschillen ze sterk in aanpak en in hoe ver de plannen al gevorderd zijn. Technisch gezien kiest een groot aantal gemeenten voor (uitbreiding van) een conventioneel warmtenet. Slechts een klein aantal ervan zijn in mijn ogen innovatief te noemen en bieden kans om te leren voor andere wijken. Ik denk dan met name aan Brunsum, Loppersum, Nagele en Wageningen. In alle vier de gemeenten wordt een warmtenet aangelegd dat afwijkt van de standaard en dat mogelijk toepasbaar is in andere wijken, buurten en dorpskernen waar all-electric of biogas nu de enige alternatieven lijken.

Ook de biogas en all-electric wijken vind ik technisch interessant, omdat dit technieken zijn die nog volop in ontwikkeling zijn. Het beschikbaar krijgen van voldoende biogas gaat wel een uitdaging worden. Wat betekent dat er vooral een grote kostendaling nodig is bij all-electric om de ambities uit het Energierapport en het Klimaatakkoord te halen.

Vanuit sociaal oogpunt en draagvlak vind ik vooral de wijken waar de bewoners zelf het initiatief nemen interessant. Bij de geselecteerde proefwijken betreft dit Wageningen. Daarbuiten zijn er echter meer wijken die zelf bezig zijn, zoals de Vruchtenbuurt in Den Haag en Meer Energie in Amsterdam.

Zelf aan de slag?

Wie zelf aan de slag wil met het aardgasvrij maken van zijn woning kan terecht bij het stappenplan aardgasvrij wonen van MilieuCentraal,  bij een lokale energiecoöperatie of bij het lokale energieloket van zijn gemeente. Wie wil weten wat de plannen van zijn gemeente zijn voor zijn buurt kan kijken bij Hierverwarmt of navraag doen bij de eigen gemeente. Wie samen met zijn buren aan de slag wil kan veel informatie vinden bij Hierverwarmt en Hieropgewekt.

Disclaimer: de gemeente waar ik woon en de gemeente waar ik werkzaam ben hebben ook een subsidieaanvraag ingediend, maar deze zijn niet toegewezen. In beide gemeenten ben ik niet rechtstreeks betrokken geweest bij de subsidieaanvragen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.