(bijna) een jaar met infraroodverwarming

In maart 2019 hebben we de infraroodverwarming van ThermIQ laten installeren. Inmiddels verwarmen we ons huis er op een haar na een jaar mee. Tijd voor een evaluatie en om te kijken wat er van de verwachtingen met betrekking tot energiebesparing terecht is gekomen.

Verwachtingen voor installatie

Om terug te halen: de verwachting op basis van de gegevens van ThermIQ, onze leverancier van infraroodverwarming, was dat we tenminste 1/3 op ons energieverbruik voor verwarming zouden besparen. Op basis van een langjarig gemiddeld energieverbruik voor verwarming van 5.592 kWh per standaard stookjaar met 2.790 graaddagen per jaar betekent dit een besparing van 1.864 kWh per jaar. Waarmee het verwachte elektriciteitsverbruik op 3.728 kWh komt. In november was het verwachte verbruik in een standaardjaar gedaald naar 3.600 kWh. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik bij de eerste berekeningen in 2015 nog uitging van een veel groter besparingspotentieel van infraroodverwarming, waarmee het elektriciteitsverbruik voor verwarming rond de 1.600 kWh zou liggen.

De verwachting op basis van de COP = 1 politie was dat er hooguit 15% besparing zou zijn door aanpassing van stookgedrag, of 24% energiebesparing als ik uitga van CE’s CEGOIA model.

Installatie en investeringskosten

We hebben in totaal 8 infraroodpanelen in ons huis. 6 stuks van 1.100 Watt en 2 van 550 Watt, in totaal 7.700 Watt. Deze vervangen onze Remeha Calenta CW5 met een vermogen van 6.600 tot 31.200 Watt, waarbij het piekvermogen van de cv-ketel vooral voor warm water bedoeld is.

De infraroodpanelen worden aangestuurd via de BeNext app. Daarmee zijn ook de maximale vermogens per infraroodpaneel in te stellen.

De totale kosten voor het plaatsen van 8 infraroodpanelen in ons huis, inclusief installatie en aanpassing van de elektriciteitsmeter bedragen ongeveer Euro 8.700,-

Ervaringen comfort

Tot nu toe zijn de ervaringen met de infraroodverwarming positief. De warmte is aangenaam en de infraroodpanelen weten het huis goed warm te houden. Net als bij een hr-ketel heeft het systeem een halve graad temperatuurschommeling. Bij het uitschakelen van het systeem en het afkoelen valt het wel op dat het comfort sterk daalt als de temperatuur 0,4 graden gedaald is. Een zelfmodulerend systeem dat de stralingssterkte automatisch verlaagd als de gewenste temperatuur is bereikt en een kleinere temperatuurschommeling zouden het comfort sterk kunnen verbeteren. Nu zet ik de panelen handmatig weer aan als de temperatuur met 0,3 tot 0,4 graden gedaald is.

Ervaringen gebruiksgemak

De aansturing van de panelen gebeurd bij ons thuis via BeNext. Een verbetering tegenover de oude klokthermostaat die we in de badkamer gebruikte. Wat ook een verbetering is is dat we de temperatuur met infraroodverwarming per ruimte kunnen regelen. Zeker nu de kinderen wat groter worden en ook op hun kamer willen spelen is dat een vooruitgang.

De infraroodpanelen reageren vlot, wat betekent dat we de basistemperatuur op de slaapkamers laag kunnen houden (15 graden). Door de grote mate van straling in de warmtemix is het binnen 10 tot 15 minuten comfortabel op de kinderkamers. Het verwarmen van de werkkamer op zolder vergt met 15 tot 30 minuten wat meer tijd voordat het comfortabel is.

Het bedienen van BeNext vergt wel wat ontdekken en uitproberen. De panelen worden standaard enkel 100% aangeschakeld op het moment dat een ruimte verwarmd moet worden. Dat is in ons geval, behalve bij stevige vorst, veel te veel straling om comfortabel te zijn. Het is ook veel te veel warmte als het gaat om vorstbeveiliging in een ruimte. Naast het instellen van de klokthermostaat per ruimte met de gewenste temperatuur heb ik daarom ook regels aangemaakt waarmee de verschillende infraroodpanelen een ingestelde stralingssterkte krijgen die varieert per ruimte. ’s nachts gaan ze niet harder dan 20% aan, in de ochtend gaan de keuken en de eethoek op 50% aan en de zithoek in de woonkamer slechts 30%. Bij het avondeten staan alle hoeken op 50%, ’s avonds laat gaat de zithoek wat hoger naar 70% en de keuken en de eethoek naar 40%.

Energieverbruik verwarming

Het energieverbruik voor verwarming (ongecorrigeerd voor de temperatuur) is de afgelopen 12 maanden op 3.000 kWh uitgekomen. Deels wordt dit veroorzaakt door de warme winter, of moet ik zeggen de koude herfst? Het verbruik per graaddag ligt deze winter echter ook aanzienlijk lager dan eerdere jaren. Ons voortschrijdend gemiddeld energieverbruik per graaddag over een periode van 12 maanden toont vanaf het moment van installeren in maart 2019 een duidelijk knik naar beneden, tijdelijk onderbroken door de zomermaanden. Zoals te zien in onderstaande grafiek.

De grafiek laat goed zien dat het energieverbruik per graaddag deze winter aanzienlijk lager ligt dan eerdere jaren. Ons energieverbruik per graaddag is met 44% gedaald ten opzichte van het gemiddelde over de periode 2011-2018. Als ik geen rekening hou met 2013, vanwege het hogere stookgedrag in de eerste helft van dat jaar, is het energieverbruik per graaddag nog steeds met 41% gedaald. Dat is meer dan de 33% die ThermIQ had opgegeven, en beduidend meer dan de 15 tot 24% waar de COP = 1 politie mee rekent.

Waarbij ik ook meteen de illusie kan wegnemen dat ons stookgedrag is gewijzigd: de gemiddelde temperatuur in onze woonkamer is gelijkgebleven na de overstap naar infraroodverwarming. Infraroodverwarming verwarmt objecten, en pas indirect de lucht. Daarmee zou een lagere luchttemperatuur mogelijk moeten zijn bij hetzelfde comfortniveau. Tot op heden is daar bij ons niks van gebleken. Ik heb het een paar keer geprobeerd, maar de dames hebben het meteen door en klagen over gebrek aan comfort bij een lagere luchttemperatuur.

Wanneer ik het energieverbruik voor verwarming omzet naar een standaardjaar met 2.790 graaddagen per jaar ligt het energieverbruik flink lager dan in voorgaande jaren, zoals in bovenstaande grafiek te zien is. Van gemiddeld 6.050 kWh in de periode 2011-2018, of 5.5.92 kWh als ik 2013 niet meereken, is het het energieverbruik in een standaardjaar gedaald naar 3.400 kWh. Een daling van respectievelijk 44% of 39%.

Dat is ook een stuk lager dan CE’s CEGOIA model verwacht. Het CEGOIA model gaat voor een C-label woning uit van 1.360 m3 aardgas (oftewel 12.775 kWh) bij verwarming met een hr-ketel en 9.850 kWh elektriciteit als gekozen wordt voor infraroodverwarming. In de praktijk verbruik ik veel minder aardgas in onze label C woning. Daarom heb ik gekeken naar hoeveel elektriciteit we voor verwarming zouden gebruiken uitgaande van de 24% besparing ten opzichte van de hr-ketel, waar het CEGOIA model mee rekent.

De lijn Cegoia en langjarig gas geeft aan wat het verwachte elektriciteitsverbruik van infraroodverwarming is als ik afga op 24% besparing ten opzichte van ons gasverbruik. De verwachting is dan dat ik 4.600 kWh elektriciteit voor verwarming verbruik. Daar zitten we onder. De lijn verwachting CEGOIA geeft aan hoeveel elektriciteit we verbruiken uitgaande van 24% energiebesparing ten opzichte van het jaarverbruik in de periode maart 2018 tot en met februari 2019. Ook daar zitten we onder.

Stookkosten

Een ander belangrijk punt bij het overstappen naar een andere verwarmingsbron zijn de kosten. Teruggerekend naar een standaardjaar zouden onze stookkosten tegen de huidige gasprijs zo’n 480 Euro bedragen. Verwarmen met infraroodverwarming blijkt, ondanks mijn eerste indruk vorig jaar, met 830 Euro toch 350 Euro duurder. Iets wat nog niet terug te zien is in mijn energierekening van vorig jaar. Dat zou kunnen liggen aan de warmere winter, aan de andere kant was de teruggave energiebelasting vorig jaar lager dan voorgaande jaren.

Screenshot_20200314-234931_Greenchoice

Het grootste deel van de stijging van de verwarmingskosten is overigens goed te maken wanneer de aardgasaansluiting er af kan, dat scheelt 246 Euro per jaar aan netwerkkosten en 70 Euro aan vaste leveringskosten. Een ander deel zal de komende jaren dalen wanneer de gasprijs stijgt, al scheelt dat de komende 6 jaar jaarlijks slechts 5 Euro per jaar. De daling van de energiebelasting op elektriciteit zal het verschil nog wat verder verkleinen.

Thuisbaas heeft vorig jaar een onderzoek gedaan naar het energieverbruik van verschillende woningen die ze met infraroodverwarming hebben uitgerust. Daaruit komt naar voren dat 12 van de 14 bewoners de energierekening hebben weten te verlagen. Het is dus wel degelijk mogelijk om de energierekening te verlagen met infraroodverwarming.

CO2 emissie

Een laatste niet onbelangrijk punt is hoe onze CO2 uitstoot zich ontwikkelt heeft. In de periode 2011-2018 was onze CO2 uitstoot als gevolg van verwarming zo’n 1 ton per jaar. In 2019 zijn we overgestapt op infraroodverwarming. De vraag is natuurlijk of onze CO2 uitstoot daarmee gedaald of gestegen is, want daar doen we het tenslotte toch voor?

Nu kun je grofweg op twee manieren rekenen met CO2 emissies en elektriciteit. Je kan uitgaan van de netgemiddelde CO2 uitstoot per kWh of van de CO2 emissie van de stroom die je afneemt. In ons geval zijn we klant bij GreenChoice, waar we een stroommix afgnemen met 27% biogas.

In 2019 lag onze CO2 uitstoot voor verwarming op 0,5 ton CO2 als je uitgaat van de elektriciteitsmix die we afnemen. Als je uitgaat van de gemiddelde CO2 factor van het Nederlands elektriciteitsnet komen we uit op een CO2 uitstoot van 1,1 ton CO2. Oftewel uitgaande van de mix die we afnemen van het elektriciteitsbedrijf is onze CO2 emissie gehalveerd. Uitgaande van de netgemiddelde CO2 uitstoot per kWh is onze CO2 uitstoot zo’n 10% gestegen.

In 2020 zal onze CO2 uitstoot van verwarming naar verwachting ten opzichte van 2019, doordat ons gasverbruik in 2020 lager zal zijn dan in 2019. Dit wordt namelijk het eerste kalenderjaar waarin we de cv-ketel niet voor verwarming inzetten.

Anders dan bij aardgas wordt het elektriciteitsverbruik de komende jaren verder vergroend, er van uitgaande dat de plannen uit het nationaal klimaatakkoord uitgevoerd worden. Daardoor zal de CO2 emissie van onze infraroodverwarming de komende jaren dalen.

Daling Duitse kolenstroom zet door

In mei berichtte ik dat de productie van Duitse kolenstroom daalde. Inmiddels zijn de gegevens voor het eerste half jaar van 2019 binnen en wederom is de elektriciteitsproductie met behulp van kolen in Duitsland gedaald. Vooral de productie van bruinkool, de meest milieuonvriendelijke vorm van elektriciteitsproductie, is fors gedaald. In absolute zin met 13,8 TWh ten opzichte van de eerste helft van 2018, in relatieve zin met 20,7% ten opzichte van de eerste helft van 2019. Ook de elektriciteitsproductie van steenkoolcentrales is teruggelopen. In absolute zin is de terugloop met 8,2 TWh kleiner dan bij bruinkool, procentueel is de stroomproductie van steenkoolcentrales met bijna een kwart teruggelopen ten opzichte van 2018. De productie van gascentrales is in het eerste half jaar van 2019 wel gestegen ten opzichte van de eerste helft van 2018

Wind en zon als werkpaarden van de Duitse Energiewende

De productie van wind- en zonne-energie steeg in het eerste half jaar met 15,6% ten opzichte van de eerste helft van 2018. De productie van windenergie steeg met 19% en zonne-energie met 5,6%. Wind- en zonne-energie zijn daarmee de werkpaarden van de Duitse energietransitie. De elektriciteitsproductie met behulp van biomassa bleef gelijk, terwijl waterkracht een behoorlijke daling liet zien. Het aandeel groene stroom ligt in Duitsland inmiddels op 47,7%. De kale stroomprijs is gedaald van 4,326 Eurocent per kWh in 2018 naar 3,681 Eurocent per kilowattuur in 2019.

Grafiek met ontwikkeling Duitse stoommix 1ste half jaar 2019 vergeleken met 1ste half jaar 2018

Meer cijfers hier in de (pfd).

Voortgang Energiewende

De groei van wind- en zonne-energie en de daling van de productie van kolenstroom wil niet zeggen dat er geen zorgen zijn over de marktontwikkeling voor hernieuwbare energie in Duitsland. De groei is er uit bij wind op land in Duitsland en met name de burgerenergiebeweging (energiecoöperaties) heeft het hierdoor zwaar, precies zoals Craig Morris in 2105 en 2017 al voorspelde. In de twee veilingrondes van 2019 is slechts 746 megawatt aan nieuwe windturbines toegewezen, terwijl er 1.350 megawatt werd getenderd. Oftewel minder dan de helft. Een bijkomend probleem zijn de oplopende termijnen om een vergunning te bemachtigen. Deze zijn opgelopen tot gemiddeld 300 dagen. In het eerste kwartaal van 2019 kwam slecht 413 megawatt aan capaciteit door het vergunningverleningproces. De groei van het geïnstalleerd vermogen ligt daarmee op het laagste niveau sinds het begin van de Energiewende.

Burgers zijn via lokale energiecoöperaties en bewonersinitiatieven grote spelers en een belangrijke succesfactor van de Duitse Energiewende. Er zijn meer dan 1.000 energiecoöperaties die samen 42% van de Duitse ‘hernieuwbare energiecentrales’ in handen hebben. Kleine energieproducenten kunnen nog steeds een feedin tarief krijgen, maar bijna alle commerciële en niet-commerciële energieproducenten zijn hiervan uitgezonderd. Zij moeten meedoen aan de veilingen. De veilingen brengen kosten met zich mee, die niet terug te verdienen zijn als het project niet doorgaat. Ook de langere tijd tussen winnen van een veiling en vergunningverlening zorgen voor extra kosten, die voor kleinere spelers, zoals energiecoöperaties, lastig op te brengen zijn.

De verschuiving naar grote energiebedrijven is een vergissing, omdat lokaal eigenaarschap en lokale zeggenschap een belangrijke rol spelen bij de acceptatie van de energietransitie. De protesten tegen wind op land nemen in Duitsland dan ook toe nu het steeds vaker grote energiebedrijven zijn die projecten realiseren.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Productie Duitse kolenstroom daalt

De productie van Duitse kolenstroom is in het eerste kwartaal van 2019 met 19% gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 2018. De daling doet zich zowel voor bij steenkoolcentrales als bij bruinkoolcentrales. Een van de oorzaken is de hogere productie van groene stroom, net name door meer windenergie, in het eerste kwartaal van 2019.

De elektriciteitsproductie door steenkoolcentrales daalde met 23% van 24,8 TWh naar 19 TWh. De elektriciteitsproductie door bruinkoolcentrales daalde met 16% van 38,2 TWh naar 32 TWh. De daling past in een langere trend, waarbij de elektriciteitsproductie van steenkoolcentrales sinds 2006 daalt en die van bruinkoolcentrales sinds 2012 langzaam daalt.

Bruto stroom productie in Duitsland 1990-2018 naar bron. Bron: Clean Energy Wire.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Duurzaam denken is nog niet duurzaam doen

Binnenlands Bestuur heeft een onderzoek naar het klimaatbewustzijn en het gedrag van mensen laten doen door I&O research. In het onderzoek is gekeken hoe Nederlanders denken overduurzaamheid, welk gedrag ze vertonen, en hoe dit gedrag leidt tot eengrote of minder grote ecologische voetafdruk. Het verschil dustussen denken en doen. Het onderzoek kijkt ook naar de verschillen tussen stemmers op diverse politieke partijen. Reden voor verschillende twitteraars om al kersen plukkend de stemmer op de politieke partij van hun keuze af te schieten. Reden om eens wat dieper in het oorspronkelijke onderzoek te duiken. Te beginnen met een open deur.

Open deur: hoger inkomen leidt tot hogere CO2 uitstoot

Ik noem het een open deur, maar vaak wordt de theorie aangehangen dat een hoger inkomen tot milieubewuster gedrag leidt en dat daarmee de klimaatimpact zal dalen. De zogenaamde milieu Kuznetscurve, waarbij gesteld wordt dat het inkomen eerst moet stijgen tot een bepaald niveau voordat mensen milieubewuster gaan leven. Bij klimaat is dat in de resultaten van het onderzoek van I&O research niet terug te vinden:

In figuur 2.2 is ook terug te zien dat mensen met een hogere opleiding nou niet echt minder CO2 uitstoten. Dus ook een leercurve lijkt niet aanwezig te zijn. Hooguit is het dat hoger opgeleide mensen zich vaker zorgen maken over klimaatverandering:

Invloed politieke voorkeur op klimaatuitstoot

Een aantal media was vlot met het overnemen van sappige details, bijvoorbeeld RTL Nieuws dat meldde dat GroenLinks stemmers net zoveel uur vliegen als stemmers op Forum voor Democratie. Hieronder daarom het volledige overzicht van grafieken uit het onderzoek waarin CO2 uitstoot of milieuonvriendelijk gedrag gekoppeld wordt aan politieke voorkeur. Oordeel vooral zelf. Spoiler alert: RTL Nieuws vertelde geen onwaarheid, het was echter wel wat selectief winkelen uit de gegevens.

In het onderzoek zijn aan de gemiddelde uitstoot van een Nederlander 1.000 punten toegekend. De totale CO2 uitstoot per politieke partij, op basis van stemgedrag voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2017, ziet er als volgt uit.

De VVD stemmer scoort het slechts, gevolgd door het CDA. Opvallend is de slechte score van D66, dat zich als politieke partij toch voorstaat op haar groene ambities. Haar kiezers hebben daar duidelijk wat meer moeite mee. Iets meer nog zelfs dan stemmers van PVV en FvD. De kiezers van SP, ChristenUnie, GroenLinks en Partij voor de Dieren hebben een lager dan gemiddelde uitstoot.

Energieverbruik in huis

Wanneer gekeken wordt naar het energieverbruik in huis ziet het beeld er als volgt uit. Waarbij een rangschikking is gekozen van hoogste naar laagste energierekening. Tevens is weergegeven of mensen energie afnemen van een groene energieleverancier en of ze met anderen praten over klimaatverandering. Als definitie voor groene energieleverancier is gekeken naar de voorlopers volgens het jaarlijkse onderzoek van WISE, Greenpeace, Natuur & Milieu en de Consumentenbond. Op de methodologie van dit onderzoek is kritiek of het wel de juiste manier is om te bepalen of energiebedrijf groen is is de vraag. Aan de andere kant nodigt I&O Research criticasters expliciet uit om verbeteringen in de methodologie aan te dragen. 

Mobiliteit

Bij mobiliteit is naar twee belangrijke componenten gekeken. Op de eerste plaats naar autogebruik, waarbij ook gevraagd is of mensen hun bandenspanning regelmatig controleren. Ook is gevraagd of mensen bereid zijn de maximumsnelheid naar 100 km/uur te verlagen. De uitkomsten staan in onderstaande figuur:

De tweede component voor mobiliteit bestaat uit vliegen. Daarbij is gekeken naar het aantal vlieguren per jaar. Waarbij opvalt dat GroenLinks stemmers inderdaad hoog zitten, iets hoger zelfs dan stemmers op FvD. Enkel stemmers op VVD en D66 vliegen meer. Een andere aardigheid is dat stemmers op SP, 50Plus en PVV minder vliegen dan stemmers op de Partij voor de Dieren.

Vlees

Bij voedsel is enkel gekeken naar de consumptie van vlees. De rangschikking van links naar rechts in onderstaande figuur is op basis van het aantal gram vlees dat per week gegeten wordt. Weinig verrassend scoort de PvdD daarbij het laagst. Opvallender vind ik dat het nog steeds 356 gram per week is. Hier laat zich een grote spagaat tussen denken en doen zien: 45% van de PvdD stemmers is van plan om minder vlees te eten en 26% voelt zich schuldig als hij of zij vlees eet. Dat is ook zichtbaar bij GroenLinks en D66 stemmers, ook daar wil meer dan 40% van de stemmers minder vlees eten.

Apparaten

Bij apparaten is het onderscheidt tussen verschillende partijen minder duidelijk zichtbaar. Het percentage mensen dat kiest voor de meest zuinige variant loopt wel uiteen.

Kleding

Bij kleding zijn er wel duidelijk verschillen, al is goed zichtbaar dat dit een thema is dat minder lang op de agenda staat. Gemiddeld let slechts 20% van de mensen op waar kleding gefabriceerd. Uitschieters zitten met name bij D66, GroenLinks en PvdD.

Conclusie

Bovenstaand overzicht is slechts een bloemlezing uit het rapport. Er zit veel meer interessante informatie in. Bijvoorbeeld over de rol van de overheid. Het rapport geeft ook een overzicht van de hoogst scorende CO2-uitstoters. Oordeel zelf op wie de focus zich in het publieke debat behoort te richten:

Het hele onderzoek is hier te downloaden (na registratie)

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

DNB bepleit CO2-heffing van 50 euro per ton CO2

DNB directeur Job Swank pleit in een interview met NRC Handelsblad voor de invoer van een CO2-heffing van 50 Euro per ton CO2 voor de industrie. De Nederlandse industrie is relatief vervuilend en grote bedrijven betalen veel lagere energieprijzen dan elders in Europa. Daar komt nog bij dat die prijzen voor de grote bedrijven ook veel lager zijn dan wat gezinnen en kleinere bedrijven in Nederland betalen. Dat biedt volgens Swank ruimte voor het voeren van nationaal beleid. Onderzoek van DNB laat namelijk zien dat Nederland en zijn grote bedrijven wel een stootje kunnen hebben. Juist omdat de industrie lange tijd ontzien is. Swank geeft aan dat de gemiddelde CO2prijs in Nederland 60 Euro per ton CO2 is, als alleen naar de industrie gekeken wordt bedragen de kosten 15 Euro per ton CO2.

Een belasting van 50 Euro per ton CO2 bovenop de bestaande energiebelasting en emissiehandelsprijs kan dit meer in evenwicht brengen.

Over de kosten daarvan stelt Swank:

Vergeet niet dat die belasting 8 miljard euro genereert. Dat kan je in de schatkist laten lopen, maar je kan er ook de inkomstenbelasting mee verlagen. Op die manier kan je gezinnen tegemoet komen voor het feit dat sommige producten duurder worden. Dat is een politieke beslissing.

Je kan met een deel van die inkomsten ook de getroffen sectoren via subsidies helpen om schoner te gaan produceren. Wij willen die vervuilende sectoren niet kwijt, we willen dat ze schoner worden. En voor een deel kan je de extra belasting ook zien als verevening van het speelveld. Het uitstoten van CO2 is nu gewoon te goedkoop in Nederland.

De CO2 belasting die DNB voorstelt ligt veel hoger dan in de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen stond. Volgens DNB zorgt de invoer van de CO2 belasting met een terugsluis van de opbrengst van circa 8 miljard euro via de inkomstenbelasting zelfs voor een extra economische groei van 0,5 procent en daalt de werkloosheid licht. Er zullen wel negatieve effecten zijn op een aantal sectoren. De grootste kostenstijging treedt op bij de delfstoffenwinning, chemie, basismetaal en de energiesector. Bij de delfstoffen (zand, gas, grind) kan in het slechtste geval een afzetverlies van bijna 8 procent worden geleden. Bij de chemie gaat het om 3%. Swank betwijfelt ook of het waterbedeffect, waar het bedrijfsleven al snel vol van is, echt zo dramatisch is. Het wordt snel gezegd, maar is lastig aan te tonen.

Verder zullen ook andere landen maatregelen moeten nemen en ook daar zullen de rechten om COuit te stoten duurder worden. Neemt niet weg dat je door slimme subsidies zo’n eventueel waterbedeffect altijd nog kan matigen

Het interview in de NRC werd gepubliceerd voorafgaand aan een hoorzitting over de financiële kosten en baten van de klimaatwet in de Tweede Kamer, waar de DNB directeur een van de sprekers was.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Energieverbruik en opwekking augustus 2018

De serie over ons energieverbruik heeft een lange tijd stilgelegen, hoogste tijd dus voor een update over ons energieverbruik. Niet dat er veel spannends te melden is, maar toch. Ik pak de draad gewoon weer op vanaf augustus 2018.

Om te beginnen ons cumulatief netto energieverbruik, dat wil zeggen: het verbruik aan gas en elektriciteit omgerekend naar kilowattuur, minus het aantal kilowattuur dat we opwekken met onze zonnepanelen, winddelen en zonneboiler. Ik wens je veel succes met het vinden van de lijntjes van 2017 en 2018, want beide gaan grotendeels schuil achter de energieverbruiken van 2014, 2015 en 2016. Wat een mooi uitgangspunt geeft voor de ombouw die we voor dit najaar op het programma hebben staan naar meer elektrisch verwarmen en minder gas. Ons netto energieverbruik is al 5 jaar redelijk constant, dus dat geeft een mooie uitgangspositie. Met het omschakelen van alle niet-verblijfsruimtes naar infraroodverwarming hoop ik niet alleen ons gasverbruik verder te reduceren, maar ook het totale energieverbruik. De komende maanden kan ik al gaan kijken of dat lukt.Cumulatief energieverbruik augustus 2018

Een andere manier om naar ons energieverbruik te kijken is door het te vergelijken met de oppervlakte van onze woning. Ook dan is het plaatje onderhand een beetje saai en blijven de verbruiken de laatste 5 jaar redelijk dicht in elkaars buurt. Al is het op jaarbasis nog steeds dubbel zo veel als de BENG norm voor nieuwbouw die in ontwikkeling is. Alleen is het energieverbruik in de grafiek hieronder inclusief het elektriciteitsverbruik van apparaten.

Energieverbruik per m2 oppervlakte augustus 2018

Behalve het vloeroppervlakte is ook het weer van grote invloed op ons energieverbruik. Zo’n 70% van ons energieverbruik bestaat namelijk uit gasverbruik voor verwarming en warm water. Wederom ga ik de lezers teleurstellen. Ook volgens deze graadmeter ligt ons energieverbruik al 5 jaar redelijk constant, al is het energieverbruik dit jaar wel een maatje hoger. Mogelijk veroorzaakt doordat ik de cv ketel dit jaar in de zomermaanden totaal niet heb uitgeschakeld, terwijl ik dat in voorgaande jaren wel deed tijdens zonnige periodes.

Energieverbruik per graaddag augustus 2018

Ook de mix van ons energieverbruik is al een paar jaar redelijk constant. Het grootste deel van ons energieverbruik wordt op jaarbasis geleverd door aardgas, waarbij we al wel een deel van het gasverbruik verminderen door onze zonneboiler. De elektriciteit wekken we op jaarbasis volledig zelf op via onze zonnepanelen en winddelen.

2018 12 maands energieverbruik

Op maandbasis ziet de balans er wat anders uit en hebben we maanden dat we terugleveren aan Greenchoice en maanden dat we elektriciteit van Greenchoice afnemen. Over het algemeen zit de teruglevering in de zomer en de afname van stroom in de winter. Het is wel leuk om te zien dat de productie van zonne-energie en windenergie beide op andere momenten in het jaar pieken, waardoor ze elkaar goed aanvullen. Het meest in het oog springende zijn natuurlijk de pieken in het verbruik tijdens het stookseizoen. Wat meteen het belang laat zien van goede isolatie. Daarmee is de warmtevraag in de winter te verlagen.

Energieverbruik per maand tm augustus 2018

Verbod op cv-ketel

Een coalitie bestaande uit Uneto-VNI, de milieubeweging en een groot deel van de energiesector pleit in een manifest voor een verbod op cv-ketels met ingang van 2021. In plaats daarvan moet er bij vervanging gekozen worden voor alternatieven, zoals een (hybride) warmtepomp. Op het eerste gezicht oogt dit sympathiek en passend in de lange termijndoelstelling om van gas af te gaan voor verwarming. Het is echter de vraag of dit de juiste oplossingsrichting is.

Alternatieve warmtebronnen

Een cv die aan het eind van zijn levensduur is kan dan alleen nog worden vervangen door een warmtepomp, zonnewarmte, stadsverwarming, infraroodverwarming of een hybride systeem (half cv-ketel, half warmtepomp). Deze zijn vaak een stuk duurder dan de cv-ketel en in geval van stadsverwarming of een warmtepomp ook niet zomaar van de een op de andere dag gerealiseerd. Bij een verbod op nieuwe cv-ketels worden bewoners in wijken waar tussen 2021 en 2030 een warmtenet wordt aangelegd op forse kosten gejaagd, tenzij de regels een uitzondering voor het huren van cv-ketels gaan bevatten.

Een ander nadeel is dat een huis niet zomaar geschikt is voor een warmtepomp. Een warmtepomp vergt een forse vermindering van de warmtevraag om te voorkomen dat het elektriciteitsverbruik in het stookseizoen explodeert. De energieinhoud van een kubieke meter gas staat namelijk gelijk aan een kleine 10 kilowattuur. Bij een gemiddeld gasverbruik van 1200 m3 betekent dat 12 duizend kilowattuur extra elektriciteitsverbruik. Zelfs als de warmtepomp daadwerkelijk vijf eenheden thermische warmte uit iedere eenheid elektriciteit weet te halen (de zogenoemde COP) is dat ruim 2.000 kWh elektriciteit per jaar extra.

In het rekenvoorbeeld van Milieucentraal daalt het gasverbruik van 1.700 m3 naar 850 m3 en 1.500 kWh. Dat is dus een besparing van 50% gas en een stijging van je elektriciteitsverbruik met 50% (uitgaande van de 3.000 kWh die Milieucentraal als gemiddeld verbruik hanteert).

Omdat de alternatieven, zoals een hybride warmtepomp, veel duurder zijn en niet iedereen dat geld heeft pleiten de bedrijven en organisaties voor een systeem waarbij je per woning een vast bedrag per maand betaalt voor de installaties die voor warmte en stroom zorgen. Als je je huis verkoopt, neemt de volgende eigenaar de lening over. Dat wordt ook wel gebouw-gebonden financiering genoemd.

Hoe dan wel?

Ik onderschrijf het uitgangspunt dat het gasverbruik snel moet dalen vanwege de mijnbouwschade in Groningen en de klimaatdoelen te halen. De beste manier daarvoor is de energievraag (en dan met name de warmtevraag) van gebouwen fors te verlagen. Bij een goede aanpak geeft dat ook een enorme woningverbetering, een hoger thermisch comfort en een betere kwaliteit binnenlucht. Zelf zou ik daarom een andere weg volgen bestaande uit drie paden. Het eerste pad is bewoners stimuleren of desnoods verplichten tot het plukken van laaghangend fruit. Het tweede pad is een stapsgewijs verbod op nieuwe gastoestellen. Het derde pad dialoog met bewoners over alternatieven warmtebronnen en het afbreken van de bestaande gasinfrastructuur.

Met simpele maatregelen en relatief weinig geld (1.000 Euro) is volgens onafhankelijk energieadviseur Lars Boelen een besparing van 50% van het gasverbruik mogelijk. De maatregelen die hij noemt hebben als bijkomende voordelen dat ze elektriciteit besparen in plaats van leiden tot extra elektriciteitsverbruik en dat ze goedkoper zijn dan een hybride warmtepomp.

De eerste stap van het tweede pad is een verbod op gas bij nieuwbouw van woningen en kantoren. De Eerste Kamer heeft deze week ingestemd met het wetsvoorstel dat dit mogelijk maakt. De tweede stap is een verbod op cv-ketels bij grootschalige renovaties in de huursector en een verplicht afbouwplan bij het verlenen van nieuwe milieuvergunningen. Een verplichting om een van gas af plan te (laten) maken voor je woning bij vervanging van de cv-ketel zou een mooie aanvulling zijn, zeker ook voor de particuliere huursector. Deze stap kan nog deze kabinetsperiode gerealiseerd worden. De derde en laatste stap van het tweede spoor is pas een verbod van de cv-ketel, HRe-ketel en hybride warmtepomp. Deze derde stap zou ik veel verder in de toekomst situeren, zo ergens rond 2030. Op die manier krijgen huiseigenaren en verhuurders de tijd om plannen te maken voor alternatieven waarbij energiebesparing een veel grotere rol kan spelen.

Het derde spoor begint met het aanwijzen van een partij die regie krijgt bij het ontwikkelen van plannen om binnen 15 jaar wijk voor wijk van gas af te gaan. Een mogelijke partij voor de regierol is de gemeente. Deze zou in dialoog met netwerkbedrijf, bewoners en gebouweigenaren plannen moeten uitwerken om wijk voor wijk van gas af te halen, bij voorkeur afgestemd op het moment dat de netbeheerder zijn gasleidingen moet vervangen. Veel gemeenten zijn hier al mee begonnen. Een termijn van 15 jaar geeft bewoners en gebouweigenaren ook de kans om plan te maken voor hun vastgoed waarbij het terugbrengen van de warmtevraag een grote rol speelt.

Conclusie

Het plan om binnen drie jaar een algemeen verbod op nieuwe cv-ketels in te stellen is goed nieuws voor de installatiebranche en de gasbranche. Veel bewoners zullen op het moment van vervanging niet anders kunnen dan overschakelen op een (hybride) warmtepomp. Individueel overstappen op een collectief systeem als stadsverwarming is hoe dan ook kansloos. De gasbranche kan bij uitvoer van dit plan in z’n handjes knijpen, want de hybride warmtepomp vormt na de niet geslaagde marktuitrol van de HRe-ketel een nieuwe mogelijkheid om gasverbruik in stand te houden en de weerstand tegen het verwijderen van de gasinfrastructuur zal een stuk hoger zijn in wijken waar veel mensen verplicht vijfduizend Euro of meer hebben geïnvesteerd in een hybride warmtepomp.

De grote verliezers bij het voorgestelde verbod op cv-ketels zijn niet alleen bewoners, maar ook alle mensen en organisaties die tijd en moeite steken in de beweging van onderop om van gas af te gaan. Ook verkopers van woningen waar een gebouwgebonden financiering op rust waar geen lagere energierekening tegenover staat kunnen zich opmaken voor een daling van de waarde van hun pand (vergelijkbaar met het verschil in woningwaarde tussen woningen zonder en woningen met een hoge erfpachtkanon).

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Halloween Schreeuwometer

Dit jaar heb ik samen met mijn dochter de aankleding van Halloween opgeluisterd met behulp van haar Kano computer en dan voor haar pixel kit. Op het blog van Kano stond uitgelegd hoe je van de pixel kit een ‘Pumpkin Scream-Ometer’ kunt maken. Hoe harder en langer je schreeuwt hoe feller de ledjes van de pixel kit gaan branden.

De code hebben we nagemaakt van het origineel. Het uithollen van een pompoen was wat te veel werk, dus dat hebben we anders opgelost. Eerst hebben we een leeg melkpak opengesneden en daar de pixel kit in gedaan. Om te zorgen dat de pixel kit niet leeg zou zijn tijdens de Halloween optocht hebben we een WakaWaka toegevoegd als extra batterij. Het resultaat lampjes die aangaan als je schreeuwt.

Met behulp van oud t-shirt, een schaar, een pruik en een bezemsteeld wordt het al beter:

Het tussenresultaat is natuurlijk niet gereed zonder schreeuwtest. Gaan de lampjes ook echt aan:

Zie hieronder het eindresultaat, inclusief trotse dochter:

Het eindresultaat is natuurlijk niet compleet zonder het te kunnen beluisteren:

Een geslaagd resultaat al zag de tuin er ’s avonds in het donker toch een stuk mooier uit:

Crowdfunding voor gerechtigheid

Op 29 december 2015 werd Jeroen Ensink voor zijn huis neergestoken voor zijn huis door een volstrekte vreemde. De man had last van een psychose en bleek een paar dagen daarvoor vrijgelaten, omdat justitie eerdere aanklachten (over het bezit van een groot mes en het aanvallen van een agent) liet vallen.

In oktober 2016 heeft deze vreemde schuld bekend en is hij veroordeeld tot opname voor onbepaalde tijd in een psychiatrisch ziekenhuis. Jeroen liet een dochter van 11 dagen oud achter. Vandaag, bijna 16 maanden nadat Jeroen gedood werd, is in het Verenigd Koninkrijk het Artikel 2 onderzoek gestart. Het doel hiervan is vast te stellen in hoeverre de autoriteiten te kort zijn geschoten en om de staat verantwoordelijk te houden.

Voor de nabestaanden een zware dag. Niet alleen door het openrijten van , maar ook omdat de nabestaanden toegang tot rechtsbijstand is ontzegd. De politie en het openbaar ministerie krijgen beide wel juridische bijstand, de politie zelfs van een landsadvocaat. De nabestaanden zijn van mening dat zonder juridische bijstand hun belangen onvoldoende zijn geborgd. Ook zijn ze van mening dat het niet van de financiële middelen van nabestaanden mag afhangen of ze in staat zijn om de autoriteiten ter verantwoording te roepen.

Het ‘goede’ nieuws is namelijk dat er een onderzoek komt naar het handelen van politie en openbaar ministerie voorafgaand aan de dood van Jeroen, maar het ‘slechte’ nieuws is dat dit onderzoek een volle week gaat kosten. Waardoor de kosten voor juridische ondersteuning voor de nabestaanden veel hoger uitvallen dan verwacht. Daarom zijn de nabestaanden een crowdfunding actie gestart om de financiële middelen bij elkaar te krijgen voor juridische ondersteuning. Mocht je wat kunnen missen, dan is een bijdrage zeer welkom. Mijn bijdrage is inmiddels gestort, al had ik het liever besteed aan de toekomst van Jeroen’s dochter of zijn memorial fonds voor MSc-studenten.

 

Essay ‘De economische onderbouwing van het Deltabeleid: een verschuivend perspectief’

In het essay ‘De economische onderbouwing van het Deltabeleid: een verschuivend perspectief’, geeft Gigi van Rhee een historisch overzicht van de manier waarop beoordelingen zijn uitgevoerd bij besluitvorming vanaf de Ramp in 1953 en laat zij zien of in de besluitvorming alle effecten op het gebied van planet, profit en people zijn meegewogen. Het essay is de bijdrage van Gigi van Rhee aan het boek ‘De Nieuwe Delta‘.

Bij keuzes over de inrichting en toekomst van een deltagebied moet men rekening houden met de unieke waarde van de delta. Denk hierbij aan de financieel-economische, de maatschappelijke waarde en de natuurwaarde. Dit besef is sinds de bouw van de deltawerken geleidelijk aan ontstaan. De vraag is of deze integraliteit ook zo in de huidige (economische) onderbouwing van beleidsbeslissingen over de delta meegenomen wordt. Naast een terugblik kijkt Gigi vooruit, hoe de onderbouwing en afweging van de deltabeslissingen kunnen worden versterkt. Het essay werd gepresenteerd op de jaarlijkse werkconferentie Zuidwestelijke Delta.

Bent u benieuwd hoe Stratelligence u kan helpen bij een economische onderbouwing en/of versterking van uw beleid, neemt u dan contact met ons op via info@stratelligence.nl.