Klimaatverandering: het effect op het stookseizoen

Al jaren publiceert Steeph maandelijks een update van de wereldtemperatuur op Sargasso. Zelf hou ik sinds we ons huis kochten maandelijks ons energieverbruik bij. Daarbij heb ik gaandeweg geleerd dat een goede vergelijking van het verbruik door de jaren heen standaardisatie vergt. Waarbij het energieverbruik gecorrigeerd wordt voor het aantal gewogen graaddagen per jaar. Als gevolg van de publicatie van het nieuwe klimaatnormaal door het KNMI kwam bij mij de vraag op welk deel van onze energiebesparing eigenlijk komt door klimaatverandering. De langst lopende reeks die ik daarvoor heb kunnen vinden is de reeks met de gemiddelde dagtemperatuur van meetstation De Bilt. De reeks van het meetstation Rotterdam, waarmee ik mijn persoonlijke verbruik corrigeer voor temperatuur, start pas in 1957. Conclusie van mijn analyse: het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar is sinds begin vorige eeuw met 15% gedaald in De Bilt.

Gehanteerde methodiek

Ik heb de volgende methode gebruikt om het aantal gewogen graaddagen per jaar te bepalen. Allereerst is het aantal graaddagen per dag berekend. Het uitgangspunt daarbij is dat je in een etmaal waarin de gemiddelde buitentemperatuur hoger is dan de gemiddelde binnentemperatuur geen gas verbruikt. Ligt de buitentemperatuur echter lager, dan ga je stoken en moeten er graaddagen geteld worden. Ik ben daarbij uitgegaan van een gemiddelde binnentemperatuur van 18 °C. Waarmee ik aansluit bij de methodiek van de website Mindergas, waar ik ooit begonnen ben met het bepalen van mijn verbruik per gewogen graaddag.

De etmaalgemiddelde buitentemperatuur van een koudere dag wordt afgetrokken van de etmaalgemiddelde binnentemperatuur van 18 graden. Als het op een dag buiten gemiddeld 10 graden was, reken je als volgt: 18 – 10 = 8 graaddagen. Was de gemiddelde buitentemperatuur over 24 uur hoger dan 18 graden, dan kom je altijd uit op 0 graaddagen.

Behalve de buitentemperatuur, zijn er per jaargetijde nog meer weersomstandigheden van invloed op hoe hard je wil stoken. Denk bijvoorbeeld aan de warmte van zonnestralen op het huis. Om de invloed van die wisselingen op de berekeningen te minimaliseren, worden de graaddagen vermenigvuldigd met een seizoensafhankelijke weegfactor. Dit noemen we gewogen graaddagen. De weegfactor is als volgt gedurende het jaar:

  • april t/m september: 0,8
  • maart en oktober: 1,0
  • november t/m februari: 1,1

Daarna heb ik het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar berekend. De eerste periode waarvoor dat kan op basis van de cijfers De Bilt is de periode 1901-1930. Het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar over die periode was 3341. Het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar over de laatste periode, te weten 1991-2020 was 2847. Een daling van 15%.

Het effect op het aantal gewogen graaddagen van meetstation Rotterdam heb ik vervolgens berekend door een lineaire regressie te maken met meetstation De Bilt. Hierbij heb ik de jaren gebruikt waarvoor van beide stations gegevens zijn. Met behulp hiervan heb ik een inschatting gemaakt van het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar in de periode 1901-1930 voor Rotterdam. Met 3.172 ligt het aantal graaddagen in Rotterdam lager dan in De Bilt, wat te verwachten is door de nabijheid van zee. De daling van het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar voor Rotterdam ligt met 13% lager dan voor De Bilt.

Impact op stookseizoen De Bilt

De kans dat een koude dag in juli of augustus ervoor zorgt dat je gaat stoken is klein. De kans dat je in april nog stookt of september al gaat stoken is groter. Het echte stookseizoen loopt in Nederland van oktober tot en met maart. De maanden april tot en met september vormen ongeveer 20% van het totaal aantal gewogen graaddagen per jaar.

In het stookseizoen is het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen met 11% teruggelopen. Het grootste deel daarvan zit in het vierde kwartaal met een daling van 13%, in het het eerste kwartaal is de terugloop 9%. Van 1942 tot en met 1992 lag het 30 jarig gemiddelde van het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in het eerste kwartaal zelfs tot 4% hoger dan in de periode 1901-1930. Dat heeft de terugloop in het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in het vierde kwartaal in de jaren 40 en jaren 60 weten op te vangen, maar de overall trend in het stookseizoen is al 90 jaar omlaag. Ondanks de kou in maart lag het 30 jarig gemiddelde aantal gewogen graaddagen in het eerste kwartaal over de periode 1992-2021 een vol procent lager dan over de periode 1991-2020.

Om het 30 jarig gemiddelde aantal gewogen graaddagen terug te brengen op het niveau van de periode 1901-1930 zijn 16 jaren zoals 1963 nodig, het jaar met het hoogste aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-2020. Het jaar ook met de winter van 1962-1963 als de strengste winter van de vorige eeuw, waarin je met de auto over het ijs van Stavoren naar Enkhuizen kon rijden.

Effect op energieverbruik voor verwarming

Dat het aantal gewogen graaddagen per jaar gemiddeld met gedaald is heeft ook effect op het energieverbruik voor verwarming. Mijn eigen verbruik in de periode 2011-2018 (stoken op aardgas) is gemiddeld 2,17 kWh/gewogen graaddag, berekend op meetstation Rotterdam. Voor een standaardjaar uit de periode 1901-1931 levert dat een verbruik van 6.884 kWh op, dat is ongeveer 690 m3 aardgas. Een daling van 13% betekent 896 kWh minder energieverbruik voor verwarming per jaar, ongeveer 90 m3 aardgas.

Voor 2020 is het verschil nog groter, 2020 kende 2.368 gewogen graaddagen. Een verschil van 801 gewogen graaddagen met het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-1930. Ons werkelijke verbruik lag op 2.878 kWh. Dat is 4.006 kWh, oftewel 58%, lager dan verwacht op basis van ons gasverbruik in de periode 2011-2018. Hiervan wordt 54% veroorzaakt door de vermindering van het aantal gewogen graaddagen en 46% door besparingsmaatregelen in huis.

Conclusie

Door mensen veroorzaakte klimaatverandering heeft een effect. Uitgedrukt in de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging lijkt dat effect tot nu toe wellicht klein, met een opwarming van ongeveer 1 graad Celsius. Ingezoomd op het gemiddeld aantal gewogen graaddagen per jaar is het effect in Nederland veel sterker, met een daling van 15% voor meetstation De Bilt. De kans dat die trend keert is ook niet groot, aangezien terugkeer naar het oude gemiddelde over de periode 1901-1930 zestien keer op rij herhaling van het jaar met het hoogste aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-2020 vergt. In dat jaar, 1967, lag het aantal gewogen graaddagen ruim 900 hoger dan het 30 jarig gemiddelde over de periode 1991-2020 en bijna 1.300 hoger dan in 2020.

2021 telt tot en met oktober 2039 gewogen graaddagen. Dat betekent dat er in november en december nog ruim 1.700 nodig zijn om in de buurt van 1967 te komen. De kans daarop acht ik klein.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Lessen voor klimaatakkoord 2.0

De Europese Unie heeft gekozen voor een scherper klimaatdoel voor 2030, in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de doelstelling in de klimaatwet aan te scherpen en de verkiezingen komen er aan.

De initiatiefwet van D66 en GroenLinks wordt ongetwijfeld inzet van de coalitieonderhandelingen en zal zorgen voor nieuwe onderhandelingen over aanpassingen in het nationale klimaatakkoord. Hoog tijd om daarop vooruitlopend een aantal lessen mee te geven vanuit de dagelijkse praktijk van de lokale uitvoering (eerder gepubliceerd op Sargasso), want het huidige klimaatakkoord bevat een aantal schotten tussen doelstellingen die zacht gezegd niet bepaald zorgen voor maatschappelijke acceptatie bij inwoners. Schotten ook die ervoor zorgen dat inwoners het gevoel hebben dat ze niet serieus worden genomen, dat er enkel ‘infantiele keuzes’ tussen zonneveld of windturbine voorliggen en dat ze de kans missen om de opgave voor de eigen gemeente te verkleinen. Een volstrekt gemiste kans in het huidige klimaatakkoord, die ook zorgt voor onnodige polarisatie. Een goed ontworpen en simpele set spelregels kan inwoners en raadsleden weer grip geven op de enorme opgave die er de komende decennia op ze afkomt vanuit de energietransitie.

Ontwikkelingen in de EU en nationaal

De Europese Commissie heeft aangekondigd de doelstelling voor 2030 te willen aanscherpen naar 55% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990. Het Europees Parlement wil zelfs inzetten op 60% reductie in 2030. Ook in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de ambitie in de klimaatwet voor 2030 op te hogen van 49% naar 55%. Wanneer deze aanscherpingen doorgaan ligt het voor de hand dat ook de maatregelen van het Nederlandse klimaatakkoord (dat is bestempeld tot het eerste klimaatplan, als bedoelt in de klimaatwet) aangevuld moeten worden. Wat weer zal doorwerken in de 30 regionale energiestrategieën. Wat weer tot aanvullende lokale gesprekken met inwoners en gemeenteraden zal leiden over welk aandeel iedere gemeente wil nemen in deze extra opgave.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Koppel energiebesparen aan energie produceren

Veel inwoners vinden dat energiebesparen de eerste stap moet zijn. Jarenlang hameren op de trias energetica heeft zo z’n vruchten afgeworpen. Alleen heeft energiebesparen geen enkel effect op de hoeveelheid te produceren hernieuwbare elektriciteit voor 2030. Terwijl energiebesparen keihard nodig is om het aardgasverbruik in woningen terug te dringen, met als bijkomend voordeel dat woningen die beter geïsoleerd zijn makkelijker aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Ook energiebesparing bij bedrijven kan de hoeveelheid energie die we moeten produceren verminderen. Als inwoners en bedrijven daarmee samen de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit die een gemeente of regio moet opwekken kunnen verminderen biedt dat handelingsperspectief. Het moet dan wel gaan om harde afspraken, niet om zachte convenanten. Worden de afspraken niet gehaald dan is er ook meer energieproductie nodig. Dat betekent meer zonnedaken, maar ook meer zonnvelden, windturbines en op termijn ook meer aardwarmtebronnen (die ook niet vrij van risico’s en nadelen zijn).

De tandeloze zonneladder

In het nationaal beleid, bijvoorbeeld de nationale omgevingsvisie, is een zonneladder opgenomen. Bovenaan staat daarbij zon op dak en iedereen die je er naar vraagt is het daar mee eens. Alleen bij nieuwbouw is de standaard nog steeds dat er een paar schaampanelen op geplaatst worden, net genoeg om aan de normen in het bouwbesluit te voldoen. Als het rijk werkelijk wil dat zonnepanelen bij voorkeur op daken komen dan moet ze daarvoor regels opnemen in het bouwbesluit, zoals Frankrijk dat heeft gedaan. Mocht het rijk dat niet willen geef dan tenminste gemeenten de mogelijkheid om zonnepanelen op het dak verplicht voor te schrijven bij nieuwbouwprojecten. Het is aan inwoners niet uit te leggen dat het rijk een zonneladder heeft waarin zon op dak voorop staat, maar dat de gemeente richting projectontwikkelaars met lege handen staat om dat af te dwingen. Hierdoor blijven daken van nieuwe huizen en bedrijfsgebouwen onbenut, en zijn uiteindelijk meer zonnevelden en windturbines nodig om aan de doelstelling voor 2030 te voldoen. Dat is niet in lijn met de zonneladder en niet in lijn met wat inwoners lokaal als volstrekte nobrainer zien: nieuwe daken moeten vol met zonnepanelen, waar mogelijk zouden zelfs gevels ingezet moeten worden.

Splitsing tussen kleinschalige en grootschalige opwekking van hernieuwbare energie

In het huidige nationale klimaatakkoord is de productie van hernieuwbare energie gesplitst in drie delen: wind op zee, kleinschalige zonnestroominstallaties (<15 kWp, zeg een paneel of 50) en grootschalige opwek door wind- en zonne-energie. De splitsing tussen wind op zee en hernieuwbaar op land is zinvol, dit voorkomt dat lokaal gezegd kan worden dat eerst de zee vol gezet dient te worden. Het gesprek gaat daarmee over de vraag wat inwoners en raadsleden lokaal willen bijdragen aan de nationale opgave.

Wat averechts werkt is de splitsing die in het klimaatakkoord is gemaakt tussen kleinschalige zonnestroominstallaties aan de ene kant en grootschalige wind- en zonne-energie aan de andere kant. Een deel van de inwoners en raadsleden vind zonnevelden en windturbines niet passen bij het lokale landschap, of maakt zich zorgen over de impact zaken als gezondheid, flora en fauna. De kwaliteit van het lokale gesprek zou met sprongen vooruit gaan als inwoners de keuze hadden om de benodigde hoeveelheid zonnevelden en windturbines te beperken door zelf nog massaler dan nu al gebeurd zonnepanelen op hun eigen dak te plaatsen. Alleen is het aantal huiseigenaren dat meer dan 40 tot 50 zonnepanelen kan plaatsen beperkt.

Een extra inzet op (kleinschalig)e zonne-energie in de gebouwde omgeving brengt ook nadelen met zich mee, daar zou de wetgever ook oplossingen voor in kunnen bouwen in de regelgeving. Er zijn inmiddels voldoende oorbeelden uit Australië, Hawaii, Californië, New York en Duitsland beschikbaar om daar slimme regelgeving voor te maken. Bv door zoals in Duitsland regels te stellen over de verhouding tussen omvormer en piekvermogen van de zonnestroominstallatie, of door slimme omvormer voor te schrijven die op afstand terug te regelen zijn door de netbeheerder of een zogenaamde aggregator. Ook het combineren van zonnestroominstallaties met energie-opslag (accu’s of ouderwetse waterboilers) kan helpen om pieken op het netwerk beheersbaar te houden.

Techniekneutraal

In de eerste versie van de handreiking voor regionale energiestrategie werd gesteld dat de invulling van de opgave voor hernieuwbare elektriciteit op land techniek neutraal mocht. In normaal Nederlands regio’s en gemeenten mochten zelf kiezen tussen windenergie, zonne-energie, de inzet van biomasssa/biogas of welke vorm van hernieuwbare elektriciteit dan ook. Enige voorwaarden:  vergunning verlening uiterlijk in 2025 en realisatie uiterlijk in 2030. In latere versies van de handreiking werd techniek neutraal vervangen door wind- en grootschalige zonne-energie. Landelijk was bedacht dat dit de twee technieken zijn die technologisch voldoende ontwikkeld zijn om in 2030 een bijdrage te kunnen leveren.

Daarmee zijn de opstellers van de handreiking in dezelfde valkuil gestapt als het Energie Akkoord: voorschrijven welke techniek voor 2030 passend en haalbaar wordt geacht. Heel fijn dat ze landelijk de discussie daarover gevoerd hebben met elkaar, alleen op lokaal niveau verschillen de meningen over de haalbaarheid en wenselijkheid van de inzet van verschillende vormen van hernieuwbare elektriciteit.

Voor biomassa wordt de discussie op social media,  landelijk en hier op Sargasso bij voorkeur zo ongenuanceerd mogelijk gevoerd. De inzet van biomassa en biogas wordt daarbij per definitie gelijk gesteld aan het importeren van houtige biomassa uit Canada, de VS of zelfs uit tropische bossen. Ook wordt vaak gesteld dat biomassa per definitie luchtkwaliteitsproblemen geeft. Beide hoeft niet het geval te zijn. In agrarische gemeenten is het mogelijk om te kiezen voor de inzet van kleinschalige biogasinstallaties voor elektriciteitsproductie. Ook kan biogas gewonnen worden bij rioolwaterzuiveringsinstallaties. Zelfs als er vanuit landelijk perspectief rendabelere opties zijn zoals het gebruik van het biogas voor verwarming of als feed stock voor de industrie, dan nog is het mogelijk dat daar lokaal andere keuzes in gemaakt worden. De gemeenteraad heeft nu eenmaal haar eigen democratische mandaat en kan dus andere keuzes maken dan de Tweede Kamer. Deze andere keuzes kunnen bijvoorbeeld gemaakt worden vanwege zorgen over het landschap, biodiversiteit of gezondheid. Wat betreft het effect op luchtkwaliteit is het rijk aan zet, een zeer eenvoudige manier om te voorkomen dat biomassa en biogas een negatief effect op de luchtkwaliteit hebben is om de norm voor biobrandstoffen gelijk te trekken met de norm voor fossiele brandstoffen. Er is geen enkele reden te verzinnen waarom biomassa of biogas meer luchtvervuiling zou mogen uitstoten dan hun fossiele tegenhanger. Behalve dan gebrek aan normstelling vanuit de landelijke overheid.

Ontkoppeling tussen hernieuwbare energie en emissies t.g.v. grondgebruik

Klimaatverandering wordt niet enkel veroorzaakt door de CO2 uitstoot van fossiele brandstoffen. Ook methaanemissies vanuit landbouw en grondgebruik spelen een belangrijke rol. Op lokaal niveau zoeken gemeenten naar mogelijkheden om koppelingen tussen deze opgaven te maken, een koppeling die ook past in de geest van de wederom uitgestelde Omgevingswet. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het tegengaan van bodemdaling in veenweidegebied door het verhogen van het peil in een deel van de polder, waarna het deel van het agrarisch land wordt omgevormd tot een combinatie van bloem- en kruidenrijk grasland en zonneveld. Hiermee krijgen insecten weer meer kans, daalt de methaanemissies ten gevolge van veenverbranding, wordt de bodemdaling beperkt en wordt groene stroom geproduceerd. Een aanpak die aan vier kanten hout snijd, maar geen enkele meerwaarde heeft voor de gemeente of de lokale gemeenschap binnen het huidige klimaatakkoord. Het inzetten op dit soort functiecombinaties wordt wel in de ontwerpprincipes van de nationale omgevingsvisie geadviseerd, enige beloning bijvoorbeeld in de vorm van een (tijdelijk) minder hoge opgave in de warmtetransitie of in de opgave voor hernieuwbare elektriciteit biedt het echter niet.

Conclusie

Door slimmere koppelingen te maken tussen verschillende tafels van het klimaatakkoord kan inwoners handelingsperspectief geboden worden. Acties die ze zelf kunnen nemen om ontwikkelingen die ze ongewenst vinden in hun omgeving te beperken of mogelijk zelfs te voorkomen. Dat maakt het lokale gesprek over de energietransitie makkelijker en constructiever. In plaats van de ene dag de vraag zonneveld of windturbine te stellen en de volgende dag warmtenet of warmtepomp, wordt dan de vraag: u wilt geen of minder windmolens? Prima, alleen betekent dat wel dat u zonnepanelen op uw eigen woning en misschien ook wel die van uw buren moet aanbrengen. Minder zonnevelden in uw gemeente? Wat doet u aan energiebesparing en hoeveel minder energieverbruik belooft u in 2030 te realiseren? Eerst zonnepanelen op de grote bedrijfsdaken in de gemeente? Wat gaat u zelf doen om bedrijven daar op aan te spreken en om die zonnedaken te realiseren?

Het ontbreken van slimme koppelingen tussen de verschillende tafels van het klimaatakkoord en speelruimte voor lokaal maatwerk is een gemiste kans. We hebben dan wel haast bij het aanpakken van het klimaatprobleem, maar lokale gemeenschappen hebben ook tijd nodig om te wennen aan nieuwe werkelijkheden en om samen het gesprek te voeren over de wijze waarop ze willen bijdragen aan het doel.

Opmerkelijke klimaatzaken

De Amerikaanse Climate Change Litigation database telt inmiddels 1224 Amerikaanse klimaatzaken en 368 niet Amerikaanse klimaatzaken. Waarbij een klimaatzaak breder gaat dan enkel rechtszaken, het kan ook gaan om dagvaardingen of dreigingen met een rechtszaak. De database is een initiatief van het Sabin Center for Climate Change Law van de Columbia Law School en Arnold & Porter. De afgelopen weken zijn er een aantal ontwikkelingen die de komende jaren grote gevolgen kunnen hebben.

Uitspraak in Ierse klimaatzaak: klimaatbeleid te vaag

De Ierse milieuorganisatie Friends of the Irish Environment (FIE) had een zaak aangespannen tegen de Ierse overheid. FIE stelde dat de Ierse overheid niet voldoet aan verplichtingen uit de Climate Action and Low Carbon Development Act, een wet uit 2015 die zegt dat de overheid plannen moet maken om de transitie naar een klimaatneutrale economie in 2050 te realiseren. Een panel van zeven Ierse opperrechters gaf de milieuorganisatie unaniem gelijk.

Zij bevestigden afgelopen vrijdag dat uit de huidige plannen niet valt af te leiden dat Ierland op weg is om zijn doelen te behalen. De rechter heeft de overheid daarom opgedragen op om een nieuw, gedetailleerd plan te maken. Daarbij moet een redelijk geïnformeerd persoon kunnen beoordelen of het plan realistisch is en of ze het eens zijn met de in het plan gemaakte beleidskeuzes. Het plan moet ook de volle periode tot 2050 beslaan, de latere jaren mogen wel minder gedetailleerd zijn dan de periode tot 2030. De Ierse Hoge Raad is in haar uitspraak niet ingegaan op grondwettelijke of mensenrechten zaken, aangezien de zaak niet door een individu was aangespannen. Dit kan in toekomstige rechtszaken nog wel een rol gaan spelen.

Klimaatactivisten noemen de ontwikkeling hoopgevend. In de uitspraak verwijst de Ierse Hoge Raad (pdf) verschillende keren naar de klimaatzaak van Urgenda. De Ierse regering heeft de uitspraak van de Ierse Hoge Raad positief ontvangen. De nieuwe coalitie, met daarin onder andere de Ierse Groenen, wil dat de uitstoot van broeikasgassen vanaf nu elk jaar met 7 procent afneemt.

Massachusetts vs Exxon Mobil

Eerder dit jaar verloor de aanklager van New York zijn klimaatzaak tegen Exxon Mobil. De aanklager van New York stelde dat Exxon Amerikaanse beleggers en investeerders had misleid over de financiële risico’s van klimaatverandering voor de bedrijfsvoering en waarde van Exxon Mobil. Daarmee zijn de zorgen voor Exxon Mobil niet weg, want Massachusetts heeft een soortgelijke klimaatzaak aangespannen tegen het Amerikaanse olie- en gasbedrijf. Exxon probeert de rechtszaak naar de federale rechtbank verplaatst te krijgen, maar slaagt daar vooralsnog niet in. De rechtbank van Massachusetts heeft eind mei aangegeven van mening te zijn dat de aanklacht van Massachusetts enkel betrekking heeft op mogelijke overtreding van staatswetgeving en dat deze geen federale vragen bevat.

Om de zaken nog wat erger te maken voor Exxon Mobil, maar ook voor andere fossiele energiebedrijven, heeft het Amerikaanse Huis voor Klokkenluiders (National Whistleblower Center (NWC)) op 23 juli het rapport Exposing a Ticking Time Bomb: How Fossil Fuel Industry Fraud is Setting Us Up for a Financial Implosion – and What Whistleblowers Can Do About It gepubliceerd. John Kostyack, NWC Executive Director stelt:

In light of the deceptions we found, the handful of pending fraud cases challenging climate risk disclosures by fossil fuel companies are probably just the tip of the iceberg. We anticipate that the number of cases and defendants will increase dramatically in the near future once potential whistleblowers learn about the benefits of modern whistleblower laws and begin providing information to regulators and prosecutors about climate risk deceptions along the lines of those outlined in our report.

De belangrijkste bevindingen van het rapport zijn dat misleiding over de financiële risico’s van klimaatverandering alomtegenwoordig is in de fossiele brandstofindustrie. Het gaat daarbij om het routinematig weglaten van twee soorten informatie in verklaringen van bedrijven aan aandeelhouders. Op de eerste plaats de onmiddellijke risico’s die klimaatverandering vormt voor de financiële toestand van bedrijven en ten tweede het risico dat de vermindering van de de waarde van activa van het bedrijf zal bijdragen aan een economiebrede financiële implosie. Op de tweede plaats wijst het rapport er op dat de groeiende rol van klokkenluiders in de strijd tegen fraude betekent dat het handjevol van lopende effectenfraudezaken slechts het topje van de ijsberg vormen. Er zijn momenteel slechts vijf lopende zaken – allemaal tegen Exxon – over de vraag of de verklaringen van het bedrijf over de financiële risico’s van klimaatverandering volgens staats- of federale wetgeving vallen onder effectenfraude. De NCW verwacht dat het aantal zaken en gedaagden sterk zal toenemen zodra potentiële klokkenluiders leren over de bescherming en beloningen, die door de huidige Amerikaanse klokkenluiderswet wordt geboden voor het verstrekken van gedetailleerde informatie aan toezichthouders en openbaar aanklagers over fraude met klimaatrisico’s. Volgens het NCW kunnen klokkenluiders in de fossiele brandstof industrie, net als hun voorgangers in tabaksindustrie, bankwezen en gezondheidszorg een centrale rol spelen in de hervorming van hun bedrijfstak en kunnen ze helpen om een wereldwijde financiële implosie te voorkomen.

Afrondend

De recente ontwikkelingen laten zien dat de uitspraak in de Urgenda klimaatzaak niet uniek is. De uitspraak van de Ierse Hoge Raad ligt in het verlengde en dwingt de Ierse overheid tot het maken van concretere plannen. Daarmee is duidelijk dat uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad in de Urgenda klimaatzaak niet enig in zijn soort is. Daarmee kan er ook uitstraling naar andere overheden binnen met name de EU zijn. Voor Exxon Mobil en andere olie, gas en kolenbedrijven betekent de publicatie van het Amerikaanse Huis voor Klokkenluiders en van de rechtbank in Massachusetts dat de juridische gevaren na het winnen van de rechtszaak in New York nog lang niet geweken zijn.

Dit bericht is begin augustus 2020 geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Juli 2020: Milieucommissie Europarlement wil internationale scheepvaart onder CO2-emissiehandel brengen

De Milieucommissie van het Europees Parlement wil dat de internationale scheepvaart vanaf 1 januari 2022 onder het Emissiehandelssysteem (ETS) valt. Dit moet vanaf 2021 gelden voor reizen die vertrekken van, of aankomen in Europese havens. Ook wil de milieucommissie de sector een bindende CO2-reductiedoelstelling opleggen van 40% in 2030 ten opzichte van 2018. De milieucommissie wil ook een fonds opzetten voor de opbrengsten van het veilen van CO2-rechten terug laten vloeien naar de scheepvaartsector voor investeringen in nieuwe CO2-reducerende technieken.

In een reactie op het besluit van de milieucommissie van het Europees Parlement stelt Jutta Paulus, de rapporteur van het Europees Parlement:

The Environment Committee has today made an important contribution to achieving the Paris Climate Agreement goals! I am very pleased that a majority of MEPs support the extension of the EU ETS to maritime transport. We also agreed that half of the revenue should go to a fund that supports research and development of innovative, climate-friendly ships and co-finances nature conservation in our seas.

It was important to everyone that, in addition to CO2, other climate-damaging gases, especially methane, should also be included in the monitoring programme. The ambitious efficiency target of 40% less CO2 per tonne of freight transported and nautical mile travelled will probably have the greatest effect. For this will provide a real incentive to build more economical ships – which will also operate outside the EU.

Today’s vote in the Environment Committee is an important step in the fight against the climate crisis. International maritime shipping is the only transport sector not subject to a binding target for reducing climate-damaging emissions, despite the fact that it is responsible for around three percent of global greenhouse gases.

In its present form, the MRV Regulation has done important groundwork and provided valuable data on CO2 emissions from ships. However, data alone does not reduce greenhouse gases. That is why we MEPs have gone far beyond the Commission proposal.

Na de zomer stemt het voltallig Europees Parlement over het voorstel, daarna beginnen de onderhandelingen met de EU-landen over de uiteindelijke wet. Het gaat interessant worden om te zien wat het openbare standpunt van de Nederlandse regering wordt en hoe ze zich achter de schermen opstellen. Evenals de opstelling van de havens van Rotterdam en Amsterdam, en de Nederlandse reders.

Dit bericht is in juli 2020 geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

‘Het is geen genocide of zo’

In het eigen FvD journaal kreeg Baudet de vraag voorgelegd:

Hoe sta je tegenover Groningen? Meer gas geboord worden of moet de kraan dicht? Zou Fvd ook meer steun kunnen geven aan Groningers voor de schade die veroorzaakt is door het boren?


Het antwoord van Baudet kun je hier zelf zien (of onder de video lezen):

Er zit voor iets van 500 miljard aan gas in de grond in Groningen en dat is een conservatieve schatting want er wordt steeds nieuw bij gevonden. Maar dat is een astronomisch bedrag. De totale waarde van al die huizen daar die door aardbevingen geraakt worden enzovoort loopt in de tientallen miljarden maximaal. Dus dat is een, dat staat totaal, dat staat niet in verhouding tot elkaar.

Dus wat je moet doen. Wat je had had moeten doen als je een normale daadkrachtige regering had gehad die problemen kon oplossen dat je onmiddellijk die mensen compenseert. Het is heel, het is heel, want je moet ook niet overdrijven het is niet heel erg wat er gebeurd is met die aardbevingen. Maar het is wel, het is verdomd vervelend. Een scheur in je huis, je moet een weekend ergens anders logeren dat soort dingen allemaal. He ik bedoel het is geen genocide of zo, het is niet dat die mensen allemaal massaal…

En toen ging het beeld zwart…

Uit het verhaal van Baudet over mijnbouwschade in Groningen onderschrijf ik één ding: de overheid moet mensen onmiddellijk compenseren voor mijnbouwschade. De waarde van woningen in Groningen bedroeg volgens het CBS in 2019 een kleine 48 miljard Euro. Of dat valt binnen de tientallen miljarden van Baudet laat ik aan hem.

Of de mijnbouwschade valt in de categorie ‘verdomd vervelend’ waag ik echter zacht gezegd te betwijfelen. Wie v

orig jaar het dossier Ik Wacht bij Dagblad van het Noorden heeft gevolgd weet dat de gevolgen voor mensen veel groter kunnen zijn dan ‘verdomd vervelend’. Wat ‘verdomd vervelend’ is, is een zwart scherm tijdens een lifestream. Mijnbouwschade lijdt tot grote financiële problemen bij bewoners die kampen met mijnbouwschade en zorgt nog steeds voor psychische problemen, waar Sargasso al in 2016 over schreef.

Dit bericht schreef ik in juni 2020 voor Sargasso.

The devil put the coal in the ground

Op 5 april 2010 kwamen 29 mijnwerkers in West Virginia om het leven bij een explosie. Theatermakers Jessica Blank en Erik Jensen maakten een stuk op basis van interviews met de overlevenden en familie van de overledenen. Steve Earl schreef, op basis van de interviews, de nummers voor het stuk. Waaronder het nummer The devil put the coal in the ground. Ter herinnering dat niet alleen mijnbouw in Congo zwaar en gevaarlijk werk is, maar ook mijnbouw voor oude vormen van energie: kolen.

Dat geldt ook voor de omgang met de werknemers en het milieu. De afgelopen jaren hebben verschillende Amerikaanse kolenmijnen geprobeerd om van hun verplichtingen ten aanzien van landschapsherstel, pensioenen en zieke werknemers af te komen via de Amerikaanse Chapter 11 procedure. Een methode die in iets aangepaste vorm in Nederland wordt toegepast bij de gaswinning in Groningen, waar het leeuwendeel van de 101 mensen die het Dagblad van het Noorden vorig jaar interviewde voor de serie Ik wacht nog steeds wacht op het verhelpen van de mijnbouwschade ten gevolge van gaswinning.

HT De Groene Amsterdammer.

Dit bericht is eerder gepubliceerd als Closing Time op Sargasso.

Grootschalig landherstel

Op Sargasso besteden we regelmatig aandacht aan ontwikkelingen op gebied van duurzame energie, maar minder aan andere oplossingen voor de ecologische crises waar we voor staan. Vandaag een korte film over hoe een stuk Egyptische woestijn regeneratief hersteld werd door Sekem. Sekem is een initiatief uit 1977 van het echtpaar Ibrahim en Gudrun Abouleis, dat 40 jaar geleden begon met het omvormen van 70 hectare woestijngrond tot landbouwgrond. Inmiddels is het project zowel sociaal, cultureel, economisch als ecologisch fors gegroeid. Het project omvat inmiddels scholingsprogramma’s, verschillende bedrijven en er wordt gewerkt aan het herstel van nog eens 2500 hectare woestijn.

Naast Sekem is ook het Nederlandse Commonland actief met grootschalig landschapsherstel. Een van de projecten van Commonland is het ecologisch herstel van de veenweidegebieden in de Vechtstreek. Twee andere Nederlandse initiatieven die zich richten op een duurzamere landbouw zijn Land van Ons (disclaimer: ik ben sinds begin dit jaar lid van Land van Ons) en Herenboeren.

Klimaateffect

Het herstel van gedegradeerde grond is niet alleen van belang voor lokale mensen, dieren en planten. Het kan ook een bijdrage leveren aan het tegengaan van klimaatverandering. Volgens berekeningen van Project Drawdown kan met het herstellen van gedegradeerde landbouwgronden wereldwijd 12 tot 25 gigaton CO2 worden vastgelegd tot 2050. De kosten van deze maatregel bedragen US$100 tot US$160 miljard. De financiële opbrengsten over de levensduur worden ingeschat op US$2.660 tot US$4.300 miljard. Dat staat nog los van de effecten van herstel van tropisch regenwoud, bossen in gematigde klimaatzones of het planten van boomplantages op gedegradeerde landbouwgronden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Quote du Jour | Op ramkoers met Duitsland

In Trouw reageerde Rob de Wijk op de Nederlandse reactie op de voorstellen voor het steunpakket van de Europese Commissie. Hij blijft zich verbazen over dit gedrag, waardoor Nederland nu ook op ramkoers met bondgenoot Duitsland is komen te liggen. Iets wat niet echt in het belang van Nederland is, maar ja:

Nederland ziet de begroting als een huishoudboekje dat moet kloppen. Veel andere landen zien de begroting als een politiek instrument om iets te bereiken. Het gevolg van de Nederlandse boekhoudersmentaliteit is dat burgers in tegenstelling tot die in andere landen al jarenlang op de nullijn zitten. De koopkracht had kunnen stijgen als de staatsschuld iets groter was geweest.

Nederland is met zijn open economie een van de grootste profiteurs van de Euro. Door de muntunie kan Nederland tegen een gunstige wisselkoers naar de rest van de wereld exporteren. De zwakkere Zuid-Europese landen helpen ons aan die gunstige wisselkoers. Dat Nederlanders daar weinig van merken in hun portemonnee is een politieke keuze, geen wet van meden en perzen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Coronasteun: het verschil tussen bedrijf en land

De afgelopen maanden is er volop discussie over de vraag of er voorwaarden gesteld moeten worden aan bedrijven die steun ontvangen vanwege de coronacrisis. Tegelijkertijd lopen er soortgelijke discussies over steun aan Zuid-Europa en overzeese gebiedsdelen. Wat daarbij opvalt is het verschil in voorwaarden voor steun aan bedrijven en voorwaarden voor steun aan Zuid-Europa en de Antillen.

Steun aan Zuid-Europa en Antillen

Zowel Zuid-Europa als de Antillen zijn zwaar geraakt door de coronacrisis. In met name Italië en Spanje is sprake van een groot aantal besmettingsgevallen en doden door het coronavirus. Beide landen hebben stevige beleidsmaatregelen getroffen om het virus in te dammen, wat voor forse economische schade zorgt. Op de Nederlandse Antillen ligt het aantal besmetting per miljoen inwoners een stuk lager dan in Italië en Spanje, met uitzondering van Sint Maarten.

Voor zowel Spanje, Italië als de Nederlandse Antillen geldt dat de economie in een stevige crisis terecht is gekomen. Voor al deze landen is toerisme een belangrijke sector van hun economie, waardoor momenteel veel inkomsten wegvallen en de werkloosheid stevig oploopt. In april betrok het kabinet bij monde van minister Hoekstra een harde lijn als het gaat om economische steun voor Spanje en Italië, van gezamenlijke eurobonds of het laten vallen van de bestaande voorwaarden aan noodsteun kon geen sprake zijn.

Begin april werd gewaarschuwd dat de armoede hard toeslaat op Curaçao en Sint Maarten. Staatssecretaris Knops stelt eisen aan het noodpakket. Daarbij gaat het onder andere om de hoogte van de salarissen in de publieke sector en transparantie over de financiële sector.

Bedrijfssteun

Deze week presenteerde het kabinet ook de tweede set van maatregelen voor het Nederlands bedrijfsleven. Bedrijven die gebruik willen maken van het nieuwe steunpakket mogen geen bonussen betalen of dividend uitkeren. Hiermee wordt gedeeltelijk tegemoet gekomen aan de kritiek die het eerste steunpakket opriep. Zo kon Booking.com, dat de afgelopen jaren al miljarden staatssteun ving via o.a. belastrulings en de expat regeling, zijn loonkosten bij de samenleving neerleggen. In het nieuwe steunpakket wordt echter niet echt doorgepakt als het gaat om belastingontwijking. Bedrijven worden niet verplicht om hun belastingrulings te openbaren of om aan te tonen dat ze in Nederland belasting afdragen. Bedrijven als Booking.com kunnen dus gewoon gebruik blijven maken van de staatssteun.

Met name de VVD keert zich tegen extra maatregelen aan het bedrijfsleven, zoals ook bleek bij de discussie over de redding van KLM. De VVD vreest daar dat eisen op gebied van duurzaamheid de KLM op achterstand zetten. Wat vreemd is, omdat op termijn de wereldwijde luchtvaartsector aan duurzaamheidseisen zal moeten voldoen om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. KLM zou dus eerder koploper worden, waar binnen het Europees milieusteunkader ook extra financiële ondersteuning voor mogelijk is vanuit de staat.

Verschil

Het kabinet stelt harde voorwaarden op het gebied van economische hervormingen aan economische steun aan Zuid-Europa en de Antillen. Tegelijkertijd weigert het soortgelijke voorwaarden neer te leggen richting het bedrijfsleven. Veel van de voorstanders van eisen aan Zuid-Europa en de Antillen stellen zich op het standpunt dat dat nodig is om de steun van kiezers te behouden. Aan hen heb ik wel de vraag waarom het kabinet dan niet minstens net zoveel werk zou moeten maken van de aanpak van belastingontwijking door het bedrijfsleven? Zeker nu belastingontwijkers als Booking.com in Nederland wel massaal uit de staatsruif mee willen eten, maar weinig aan het collectief bijdragen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

CO2 emissies India dalen voor het eerste in bijna 40 jaar

De CO2 uitstoot van India is in het fiscale jaar dat eindigde in maart voor het eerst in 40 jaar gedaald, dat blijkt uit een analyse van Carbon Brief. Zowel de vraag naar kolen als olie is gedaald door de lockdown ten gevolge van het coronavirus.

De tijdelijke gevolgen van de coronacrisis kunnen om verschillende redenen een blijvende impact op de ontwikkeling van de toekomstige CO2 uitstoot van India kunnen hebben:

  • Post-crisis economic stimulus could be directed towards reinvigorating the country’s renewable energy programme.
  • Plummeting electricity demand has brought the power industry’s long-brewing financial problems to a head, necessitating bailouts with the potential for structural changes.
  • Experience of exceptional air quality could add momentum to efforts against air pollution, resulting in strengthened targets and standards.

Of India daadwerkelijk een duurzaam herstelpakket gaat maken blijft de vraag. Het lijkt zekerder dat de grote verbetering van de luchtkwaliteit tot meer maatschappelijke druk zal leiden om luchtvervuiling aan te pakken. Het aanpakken van luchtkwaliteit vergt aanpak van kolencentrales en vervanging van diesel door elektrische voertuigen.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.