Meer dan 11.000 wetenschappers waarschuwen voor klimaatcrisis

27 jaar geleden, in 1992, publiceerde de ‘Union of Concerned Scientists’, samen met meer dan 1.700 onafhankelijke wetenschappers, met onder hen de meerderheid van de nog levende Nobelprijswinnaars Natuurwetenschappen, de ‘World Scientists’ Warning to Humanity’ (pdf). Deze bezorgde wetenschappers riepen de mensheid op de vernietiging van ons milieu af te remmen en waarschuwden dat:

een grote verandering in de omgang van de mensheid met de aarde en het leven noodzakelijk zou zijn, als we enorme menselijke ellende nog wilden voorkomen.

Deze week herhaalde William J Ripple, Christopher Wolf, Thomas M Newsome, Phoebe Barnard, en William R Moomaw deze oproep in een publicatie in BioScience. De publicatie werd ondertekend door ruim 15,364 mensen, waarvan ruim 11.000 wetenschappers, uit 184 landen. Ripple et al. constateren dat er op een paar onderdelen na in 27 jaar weinig vooruitgang is geboekt. Dit baseren ze op een wetenschappelijke analyse van meer dan veertig jaar aan beschikbare gegevens over onder andere energieverbruik, temperatuur, bevolkingsgroei, ontbossing, ijsmassa en emissies.

Het goede nieuws

Om het bericht optimistisch te houden begin ik bij het goede nieuws. Volgens de auteurs toont de snelle wereldwijde afname in de productie van ozon-schadelijke stoffen aan dat wij in staat zijn snel positieve veranderingen uit te voeren. De auteurs zien ook vooruitgang in de vermindering van extreme armoede en honger. Andere pluspunten zijn de snelle daling van de geboortecijfers in vele gebieden (ondanks de teruglopende bestedingen aan family planning), toe te schrijven aan investeringen in het onderwijs aan meisjes en vrouwen, de veelbelovende daling van ontbossing van sommige gebieden, en de snelle groei van de hernieuwbare energiesector.

Het slechte nieuws

Ondanks het goede nieuws zijn de bedreigingen voor ons ecosysteem op aarde de afgelopen 25 jaar verre van afgenomen. Deze zijn zelfs veel erger geworden, zoals onderstaande figuur laat zien. Alarmerend is volgens de auteurs de huidige tendens naar een potentieel catastrofale klimaatverandering als gevolg van de toename van broeikasgassen in de atmosfeer door de verbranding van fossiele brandstoffen (Hansen et al. 2013), door ontbossing (Keenan et al. 2015) en door landbouwproductie – in het bijzonder de toename van herkauwers voor de vleesconsumptie (Ripple et al. 2014). Verder hebben wij volgens de auteurs een massa extinctie ontketend, de zesde in ruwweg 540 miljoen jaar. Deze massa extinctie zou vele van de huidige levensvormen kunnen vernietigen of richting uitsterving tegen het eind van deze eeuw sturen.

Ripple et al. stellen:

Wij brengen onze toekomst in gevaar door onze intensieve, maar geografisch en demografisch ongelijke materiële consumptie niet te beteugelen en omdat wij ons niet realiseren dat de snelle toename van de bevolking de hoofdreden is achter vele ecologische en zelfs sociale gevaren (Crist et al. 2017).Omdat we er niet in te slagen de bevolkingstoename te beperken, de rol van een economie enkel gebaseerd op groei te herzien, broeikasgassen te verminderen, hernieuwbare energie uit te breiden , biotopen te beschermen, ecosystemen te herstellen, verontreiniging onder controle te houden, dierensterfte te stoppen en invasieve vreemde fauna en flora te beperken, onderneemt de mensheid niet de noodzakelijke stappen om onze bedreigde biosfeer te beveiligen.

Wereldwijde klimaatplannen schieten te kort

De constateringen van de Ripple et al. ten aanzien van de voortgang op gebied van klimaatbeleid komen overeen met een recent rapport van het Universal Ecological Fund dat stelt dat enkel de plannen van de EU en een aantal andere Europese landen afdoende zijn om aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te voldoen. Van de 184 landen die toezeggingen hebben scoren slechts 36 een voldoende, terwijl 12 gedeeltelijk voldoende scoren. De overigen scoren een (gedeeltelijke) onvoldoende.

Van de vijf grootste uitstoters van broeikasgassen zijn enkel de toezeggingen van de EU voldoende. De EU zet in op tenminste 40% CO2e reductie ten opzichte van 1990 in 2030. De lidstaten liggen volgens het Universal Ecological Fund op koers om gezamenlijk 58% reductie te behalen. China heeft grootse plannen, maar deze zijn volgens het Universal Ecological Fund de komende jaren nog onvoldoende om de broeikasgasemissies in China daadwerkelijk te laten dalen. Ook India’s broeikasgasemissies stijgen naar verwachting nog tot 2030 door economische groei. De Verenigde Staten hebben recent stappen gezet om het klimaatakkoord van Parijs te verlaten, al zal dat pas na de presidentsverkiezingen volgend jaar z’n effect krijgen. Rusland heeft nog helemaal geen toezeggingen voor het reduceren van haar broeikasgasemissies gedaan. Het enige lichtpunt is dat Rusland recent wel toegetreden is tot het klimaatakkoord van Parijs.

Niet alleen de plannen om klimaatemissies te verminderen zijn onvoldoende, ook de realisatie schiet te kort. Veel landen hebben namelijk nog onvoldoende beleid om de gestelde doelen te halen. Ook komen landen hun toezeggingen voor financiering, technologieoverdracht en kennisopbouw niet na. Het niet nakomen van deze toezeggingen is een probleem, want 126 landen hebben hun toezeggingen hier geheel of gedeeltelijk van afhankelijk gemaakt.

Benodigde acties

Volgens Riple et al. zijn voor een overgang naar duurzaamheid de volgende effectieve en gevarieerde stappen nodig (niet in
volgorde van belang of urgentie):

  • Prioriteit geven aan de oprichting van stevig gefinancierde en goed beheerde reservaten voor een belangrijk deel van de leefgebieden van de aarde op het land, het water, de zee en de lucht.
  • behoud van de natuurlijke ecosysteemdiensten door het stoppen van de herbestemming van de bossen, graslanden, en andere inheemse leefgebieden;
  • grootschalig herstel van inheemse aanplantingen, boslandschappen in het bijzonder;
  • wilde inheemse diersoorten opnieuw uitzetten, zeker de top predators om de ecologische processen en dynamiek te herstellen;
  • ontwikkeling en uitvoering van passende beleidsinstrumenten om het uitsterven van dieren te verhelpen en om de stroperij en de handel en exploitatie van bedreigde diersoorten te stoppen;
  • verminderen van voedseloverschotten door opvoeding en betere infrastructuur;
  • stimuleren van de consumptie van plantaardige voedingsmiddelen;
  • verdere vermindering van de geboortecijfers, door vrouwen en mannen toegang te geven tot onderwijs en diensten voor vrijwillige gezinsplanning, met name in gebieden waar deze middelen nog steeds ontbreken;
  • bevorderen van natuureducatie in open lucht voor kinderen en van een algemene betrokkenheid van de samenleving voor de waardering van de natuur;
  • het overhevelen van financiële investeringen naar positieve ecologische innovatie;
  • ontwikkeling en bevordering van nieuwe groene technologieën en massaal omschakelen naar hernieuwbare energiebronnen, met een gelijktijdige afschaffing van subsidies voor de productie van energie uit fossiele brandstoffen;
  • herziening van onze economie om de ongelijke verdeling van kapitaal te verminderen en ervoor te zorgen dat prijzen, belastingen en financiële toeslagen rekening houden met de werkelijke kosten van consumptiepatronen op onze omgeving; en
  • het inschatten van de grootte van een wetenschappelijk verdedigbare, duurzame menselijke populatie op lange termijn en tegelijk landen en hun leiders verenigen om dit cruciaal doel te ondersteunen.

Om een wijdverbreide ellende en een catastrofaal verlies aan biodiversiteit te voorkomen, moet de mensheid  volgens Ripple et al. een duurzaam milieugericht businessmodel uitwerken en uitvoeren. Vijfentwintig jaar geleden was dit reeds ondubbelzinnig geformuleerd door wetenschappers, maar in de meeste opzichten hebben we geen rekening gehouden met hun waarschuwing. Volgens de Rippel et al. is het vijf voor twaalf en zal het binnenkort te laat zijn om corrigerende maatregelen te nemen. De auteurs stellen dat we moeten erkennen, in ons dagelijks leven en in onze bestuurlijke instellingen, dat de Aarde met al zijn leven ons enige huis is.

Onder druk wordt alles vloeibaar

Veel politieke leiders reageren op publieke druk (of op tractoren en graafmachines). Daarom moeten wetenschappers, opiniemakers en burgers er volgens Ripple et al. op aandringen dat hun overheden direct maatregelen nemen. Dit is volgens hen een morele verplichting tegenover huidige en toekomstige generaties van menselijk en ander leven. De toename van georganiseerde initiatieven vanuit de basis noemen ze hoopvol. Daarnaast zullen volgens hen ook ons individueel gedrag moeten veranderen. Bijvoorbeeld door het drastisch verminderen van onze individuele consumptie van fossiele brandstoffen, vlees, en andere natuurlijke rijkdommen. Ook nadenken over het aantal kinderen dat we krijgen behoort daarbij. Waarbij meteen opgemerkt dat rijke mensen een veelvoud vervuilen van arme mensen.

De Nederlandse vertaling van de oproep van de 11.000 wetenschappers is hier (pdf alert) te vinden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Onderzoek regionale omroepen: Gegevens en rapporten mijnbouw vol met fouten

Officiële gegevens en rapporten over gaswinning in ons land zitten vol met fouten. Ook is regelmatig  sprake van tegenstrijdige adviesrapporten over de gas-, olie- en zoutwinning en afvalwaterinjectie. Dat blijkt uit onderzoek van de vier noordelijke regionale omroepen RTV Noord, RTV Drenthe, Omrop Fryslân en RTV Oost. Volgens de omroepen worden de Europese richtlijnen niet altijd nageleefd en worden milieuvergunningen niet aangevraagd. Verder worden risico’s in veel conceptrapporten beschreven, maar zijn ze ineens verdwenen uit het definitieve rapport.

De vier regionale omroepen hebben verschillende conceptrapporten en de officiële versies naast elkaar gelegd. In het onderzoek zijn ook e-mails betrokken die door vertegenwoordigers van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) zijn verstuurd. Het SodM houdt toezicht op de winning van gas en olie in Nederland. Ze kijken ook of bedrijven de regels naleven.Medewerkers van SodM zeggen in de e-mails dat ze van de fouten weten en dat zij zich in sommige gevallen ook verbazen over de uitkomsten van rapporten.

Wouter van der Zee, hoofd Ondergrond bij toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen, durft in een reactie niet te spreken van fraude:

Het kan een slordigheid zijn, er kan bij de verwerking een fout zijn gemaakt, je kunt niet spreken van moedwillige fraude.

Voor gegevens uit de mijnbouw zijn vergunningverleners en toezichthouders vrijwel volledig afhankelijk van de commerciële olie- en gasbedrijven. Zij hebben de wettelijke plicht om te zorgen voor een deugdelijke verzameling van alle data en de plicht om die te delen met de overheid. De overheid publiceert deze data op NLOG. Er is geen feitelijke controle van de data die commerciële olie- en gasbedrijven aanleveren, SodM stuurt alleen op risico’s en we moeten de bedrijven vertrouwen op het netjes naleven van de wet. Intussen moet de minister zijn besluiten en risico-afwegingen wel maken op basis van wat deze bedrijven ons willen vertellen.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

FTM: Uniper wil belastingbetaler op laten draaien voor foutieve investeringsbeslissing

Het bedrag dat Uniper wil hebben voor het sluiten van zijn nieuwe kolencentrale  op de Maasvlakte is veel hoger dan de marktontwikkelingen rechtvaardigen. Dat blijkt uit documenten die Follow The Money in handen heeft. Uniper besloot in 2008 tot de bouw van een nieuwe kolencentrale ter waarde van 1,7 miljard Euro. Uniper wil momenteel 850 miljoen Euro van de staat, voor het uiterlijk in 2030 sluiten van de zijn kolencentrale.

De business case uit 2006

In 2008 was het groothandelstarief van elektriciteit in Nederland hoog. Reden voor het toenmalig kabinet om aan te dringen op nieuwe kolencentrales, de gasprijs lag namelijk ook hoog en de kosten van zon- en windenergie waren nog niet concurrerend. Uiteindelijk zorgde dit voor plannen van nieuwe kolencentrales van (de voorgangers van) RWE, Uniper, Vattenfall en Engie. Eneco koos voor een nieuwe gascentrale, Vattenfall besloot eerst het gasdeel van de nieuwe Magnum centrale te bouwen en heeft later afgezien van het kolendeel. RWE, Uniper en Engie zetten hun plannen wel door.

Uit de documenten die FTM in handen heeft blijkt dat ze bij hun investeringsbeslissing uitgingen van een verwachte stroomprijs van 85,31 Euro/MWh in 2019, 107,53 Euro/MWh in 2030 en 144,83 Euro/MWh in 2050. De werkelijke stroomprijs in 2019 schommelt tussen de 25 en 45 Euro/MWh op de spotmarkt. Dat is 36-70% minder dan verwacht. De verwachte stijging van de stroomprijs is uitgebleven, zoals met name het ministerie van Economische Zaken en het grootverbruikersconsortium hoopten.

De elektriciteitsbedrijven verwachtte in 2006 dat de CO2 prijs van 12,91 Euro/ton CO2 naar 42,11 Euro/ton CO2 zou oplopen. Dat is een overschatting gebleken, momenteel schommelt de ETS-prijs rond de 25 Euro per ton. Dat levert een meevaller op van zo’n 17 Euro/ton CO2.

De energiebedrijven dachten echter dat Nederland een Duits plan uit dit tijd over zou nemen om de energie-intensieve industrieën 14 jaar van gratis CO2-rechten te voorzien. In een memo in handen van FTM wordt de verwachting uitgesproken dat de lobby van de energiesector voor overname van het Duitse plan en daarmee gratis rechten succesvol zal zijn. En dat elektriciteitsbedrijven in het pessimistische scenario 85% van hun CO2 rechten 10 jaar gratis zouden krijgen. Het Duitse systeem werd echter niet overgenomen, sterker sinds 2013 is Nederland gestopt met het gratis verstrekken van CO2 rechten aan elektriciteitsbedrijven.

FTM rekent voor dat steenkolenstroom per Euro prijsstijging in ETS 0,08 Eurocent duurder wordt. Gascentrales stoten minder CO2 uit, waardoor de kostprijs met slechts 0,04 Eurocent stijgt. Bij een ETS prijs van 25 Euro/ton betekent dat dat de kosten van kolenstroom 2 Eurocent stijgen en van gasstroom met 1 Eurocent. Biomassa, windenergie en zonne-energie hebben geen last van de stijging van de ETS-prijs.

Kolen uit de mix

Veel Europese kolencentrales hebben last van de stijgende CO2 prijs, lage gasprijzen en van het toenemend aandeel hernieuwbare energie, met name zon- en windenergie. Volgens een onderzoek van Carbon Tracker, waar we hier eerder over berichtte, draait bijna 80% van de Europese kolencentrales met verlies.

Dat de Nederlandse kolencentrales hier ook last hebben bleek dit jaar met verschillende kolenstroomvrije dagen. Dagen waarop er voldoende wind- en zonne-energie voorhanden was om aan de vraag naar stroom te voldoen. De eerste was op 6 juli 2019, het eerste moment zonder kolenstroom in 133 jaar duurde 2 dagen. In de periode 7 tot 21 augustus gingen de kolencentrales 2 weken uit. In september waren de kolencentrales uit van 11 tot 16 september en op 28 en 29 september.

Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproducten

In de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproducten staat dat het vanaf 2030 verboden is om elektriciteit te produceren met kolen als brandstof. De wet werd op 4 juli 2019 met 125 stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. Op het eerste gezicht een overwinning voor de milieubeweging en de groene partijen in de Tweede Kamer. De wet is echter ook aanleiding voor Uniper om naar de rechter te stappen. Uniper stelt dat het wetsvoorstel een verkapte vorm van onteigening is en eist 850 miljoen Euro van de staat. Op basis van de verwachtingen uit 2006 en de werkelijke ontwikkelingen in 2019 is het de vraag of dat bedrag gerechtvaardigd is. Een veel lager bedrag ligt voor de hand. Zeker omdat verschillende concurrenten al fors hebben afgeboekt op de waarde van hun nieuwe kolencentrales. Ook heeft Engie z’n Nederlandse kolencentrale samen met 3 andere verkocht voor een bedrag van naar verluidt 250 miljoen Euro. Al heeft Engie het precieze bedrag niet bekend gemaakt, de schuldenpositie kon met 200 miljoen worden verbeterd door de verkoop.

Conclusies

De belangrijkste conclusie lijkt dat ook scenario’s van energiebedrijven er naast kunnen zitten. De tweede conclusie heeft te maken met de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproducten. Hoe aantrekkelijk het ook lijkt om dergelijk verboden in te stellen, het is niet per se verstandig als gekozen wordt voor een marktsysteem, zoals ETS.  Het maakt namelijk kwetsbaar voor juridische procedures. Wanneer Engie wint kan het zelfs reden zijn voor gascentrales of andere sectoren die gesaneerd moeten worden vanuit bedrijfseconomisch en milieu-oogpunt om in te zetten op een verbod voor hun sector. In dat laatste geval lopen ze namelijk weg met een vergoeding van de belastingbetaler voor een sanering die bedrijfseconomisch toch al plaats zal vinden. Al is het bij een bedrijfseconomisch proces lastiger om een harde einddatum te bepalen.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

De wereldwijde neergang van de kolensector

Het is een veel gebruikt argument: waarom zouden we ons druk maken over de Nederlandse broeikasgasemissies als India en China aan de lopende band kolencentrales blijven bouwen, is het niet in eigen land dan wel in het buitenland? De werkelijkheid is dat de groei in de kolensector wereldwijd stagneert. De groei in capaciteit neemt af en in belangrijke groeimarkten, zoals China en India hebben kolencentrales te maken met onderproductie. Ook groeit wereldwijd het aantal beleggers, bankiers, verzekeraars en ingenieurs die weigert zaken te doen met bedrijven in de kolensector.

Sluiting kolencentrales

De sluiting van kolencentrales wordt aangevoerd door de VS, ondanks de verkiezingsbeloftes van Donald Trump. Sinds 2010 zijn 289 kolencentrales gesloten, waarvan 50 onder het bewind van president Trump. Inmiddels zijn de kleine kolencentrales in de VS op en wordt ook de sluiting van grote kolencentrales aangekondigd. Grote kolencentrales die ook nog eens in echte kolenstaten als Arizona, Pennsylvania en Kentucky.

De kolencentrales worden vervangen door een combinatie van gascentrales en hernieuwbare energie, waarbij deze laatste aan belang wint. Eerder deze week vroeg het Amerikaanse kolenmijnbouwbedrijf Murray Energy faillissement aan. Pikant hieraan is dat het bedrijf een van de grote sponsors van Trump was, de uitgevoerde wensenlijst m.b.t. het ontmantelen van milieuregelgeving heeft het bedrijf niet kunnen redden. Daarmee hebben alle 4 de grote Amerikaanse kolenmijnbouwbedrijven de afgelopen 3 jaar faillissement aangevraagd. Peabody Energy als eerste in 2016 waarna het 2017 een doorstart maakte. Arch Coal ook in 2016 waarna het bedrijf nog hetzelfde jaar een doorstart maakte. Cloud Peak Energy vroeg in mei van dit jaar faillissement aan.

In China draaien kolencentrales nog steeds onder hun geplande capaciteit, hierdoor draaide bijna 50% van de centrales in 2018 verlies. Ook in de EU zijn de vooruitzichten voor kolencentrales niet gunstig. Volgens een recent rapport van Carbon Tracker draait 79% van de Europese kolencentrales met verlies. Door de niet aflatende concurrentie van steeds goedkopere wind- en zonne-energie en gas zullen de verliezen de komende jaren verder oplopen. Carbon Tracker voorziet dat kolencentrales uiterlijk in 2030 uit de markt gedrukt zullen zijn. In 2019 is de elektriciteitsproductie van steenkoolcentrales met 39% gedaald t.o.v. 2018, wat resulteert in zeer lage capaciteitsgraden, terwijl de bruinkoolproductie met 20% is gedaald. RWE loopt volgens Carbon Tracker de grootste risico’s op verliezen, gevolgd door het Tsjechische EPH (dat een aantal jaar geleden de kolenactiviteiten van Vattenfall in Duitsland overnam). De problemen voor de Europese kolensector zijn het zichtbaarst in het Verenigd Koninkrijk, waar kolencentrales de afgelopen jaren in rap tempo sluiten of overschakelen op biomassa (waarbij je je vraagtekens kunt stellen bij het milieueffect van een dergelijke omschakeling, wat veel groene politieke partijen ook al jaren doen). In Duitsland daalt de productie van elektriciteit door kolencentrales rustig verder, ondanks de uitfasering van kerncentrales. Zowel steenkoolcentrales als bruinkoolcentrales hebben last van de gestegen CO2 prijs en van de groei van wind- en zonne-energie. De trend is onderhand wel terug te zien in onderstaande tijdreeks.

Elektriciteitsproductie Duitse kolencentrales per maand vanaf januari 2010 tot en met oktober 2019

Krimpende pijplijn aan kolenprojecten

15 landen zijn goed voor 90% van de nieuw geplande capaciteit aan kolencentrales. In 2019 is tot augustus zo’n 12,7 GW aan nieuwe kolencentrales aangekondigd. Dat is slechts 3 GW meer dan de hoeveelheid die dit jaar gesloten is (beide stand 13 augustus 2019). Dat betekent dat de wereldwijde kolencapaciteit binnenkort gaat dalen, want van de aangekondigde kolencentrales wordt sinds 2010 slechts een derde gerealiseerd. Het enige lichtpuntje voor de kolensector lijkt China, waar na een tijdelijk bouwverbod de werkzaamheden bij verschillende kolencentrales in aanbouw weer begonnen lijken. Vraag is of die groei stand houdt als China werkelijk doorzet met zijn klimaatplannen en de CO2 emissiehandel.

Weerstand investeerders, banken, verzekeraars en werknemers

Een andere uitdaging voor de kolensector is het groeiende aantal investeerders dat z’n handen van de sector aftrekt. Een probleem waar ook het Indiase Adani tegenaan loopt bij de ontwikkeling van een nieuwe kolenmijn in Australië. Verzekeraar Axis heeft recent aangegeven de mijn en de spoorlijn er naar toe niet te willen verzekeren. Een extra complicatie wordt gevormd doordat ingenieursbureaus zich afkeren van de kolensector, onder druk van werknemers en activisten. Ruim 1.300 Australische ingenieurs en 112 ingenieursbureaus hebben een verklaring ondertekend, waarmee ze klimaatverandering en verlies van biodiversiteit tot de belangrijkste thema’s van deze tijd. Onderdeel van de verklaring is dat de ingenieursbureaus:

Evaluate all new projects against the environmental necessity to mitigate climate breakdown, and encourage our clients to adopt this approach.

Daarmee ligt het stoppen van leveren van diensten aan de kolensector voor de hand. Twee ingenieursbureaus, Aurecon en Cardno, hebben inmiddels ook aangekondigd de banden met het mijnbouwproject van Adani te verbreken. Reden voor de mijnbouwlobby om te dreigen de bedrijven op de zwarte lijst te zetten voor andere projecten. Daarbij vergeten de mijnbouwbedrijven dat ingenieursbureaus een belangrijke reden hebben om te luisteren naar hun werknemers: ze zijn voor hun omzet en winst volledig afhankelijk van de kennis en kunde van hun werknemers, omdat ze geen andere productiemiddelen bezitten.

De actie van Australische ingenieurs is inmiddels overgeslagen naar het Verenigd Koninkrijk. Waar ruim 100 ingenieursbureaus de verklaring hebben ondertekend, in het VK is deze er in verschillende smaken, voor civil engineers, building services engineers en structural services engineers. Voor zover bekend is deze beweging nog niet overgeslagen naar Nederland, al heeft het Nederlandse Arcadis de verklaring van de civiele ingenieurs in het VK wel ondertekend.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Uitvoering stikstofbeleid kabinet vergt jaren

Op Foodlog een gesprek over de kabinetsreactie op de adviezen van commissie Remkes met Tjeerd de Groot (D66), Johan Vollenbroek van Mobilisation en Wim van Opbergen van de stichting Werkgroep Behoud de Peel die de Nederlandse stikstofregelgeving bij de Raad van State succesvol wisten aan te vechten, en de in stikstofzaken gespecialiseerde advocaat Paul Bodden (Hekkelman, Nijmegen). Waar Tjeerd de Groot stelt dat hij kan leven met de brief van het Kabinet, tonen de andere gesprekspartners zich beduidend kritischer. Rode draad in de reacties: er is nog veel onduidelijk en uitvoering van het kabinetsbeleid gaat nog jaren duren.

Klein lichtpuntje voor de woningbouw: zowel Werkgroep behoud de Peel als Mobilisation for the Environment geven aan niet tegen woningbouw te procederen, zolang deze noodzakelijk is, op de juiste plaats en ze maar min of meer stikstofneutraal zijn. Over de hogere drempelwaarden die in Duitsland en België worden gehanteerd stelt Van Opbergen:

Door de uitspraak van het Europese Hof die in ons land het PAS liet vallen, zullen de eenvoudige en hoge drempelwaarden waar Verhagen op basis van voorbeelden in ons omringende landen mee schermt ook onderuit gaan. Voor dichtbevolkte gebieden zijn ze te hoog.

Vollenbroek is dezelfde mening toegedaan:

Ook in België en Duitsland zullen daaraan moeten geloven.” In Nederland is nog altijd niet goed doorgedrongen dat de uitspraak van het Europese Hof van november 2018 geldt voor alle EU-landen. “Het is een kwestie van tijd dat dit ook bij Duitse NGO’s gaat doordringen.

De verwachting van Mobilisation en de stichting Werkgroep Behoud de Peel is dus dat het buitenland zich aan ons gaat aanpassen en niet dat Nederland zich aan het buitenlandse beleid gaat aanpassen. Mobilisation houdt ook vast aan zijn kernpunten:

  • Algehele verlaging van de maximumsnelheid: regering moet de regie nemen, overal in het hele land naar max. 100 km/uur op snelwegen
  • Beperken van gezondheidsschade als gevolg van stikstofdioxide (NO2 door geen nieuwe wegen meer toe te staan en rekening rijden
  • Moratorium op nieuwe veestallen en tevens op uitbreiding ervan;
  • Moratorium op biomassacentrales (forse nieuwe bronnen van NOx-stikstof); onmiddellijk stoppen met subsidie verstrekking op biomassacentrales (€11 miljard);
  • Dit bedrag inzetten voor stoppende boeren en aanleg van klimaatbossen.
  • NOx-emissies van kolencentrales en raffinaderijen halveren;
  • Beperkingen vliegverkeer door vliegtax zodanig te verhogen dat dit leidt tot fors minder vluchten;

Zolang die maatregelen er niet komen vanuit het Kabinet zullen er dus ongetwijfeld nog meer procedures en rechtszaken volgen. Een voorproefje daarvan heeft MOB al afgegeven met het handhavingsverzoek tegen de Nederlandse vliegvelden.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Google doneert aan twijfelbrigade

Google heeft de afgelopen jaren grote sommen geld gedoneerd aan organisaties die actief twijfel zaaien over klimaatwetenschap. Op de lijst van organisaties die het bedrijf steunt staan organisaties als Competitive Enterprise Institute (CEI), die actief hebben gelobbied om te zorgen dat de VS zich terugtrekken uit het klimaatakkoord van Parijs. Google zegt teleurgesteld te zijn over het klimaatstandpunt van CEI, maar blijft wel geld doneren.

Naast het CEI heeft Google ook geld gedoneerd aan conservatieve denktanks en lobbyclubs als American Conservative Union (waarvan de voorzitter jarenlang voor Koch Industries heeft gewerkt), American Enterprise Institute, Americans for Tax Reform, Cato Institute (een door Koch opgerichte conservatieve denktank), Mercatus Center (een door Koch gefinacierde denktank), Heritage Foundation en Heritage Action (een pressiegroep die het klimaatakkoord van Parijs als een kosmopolitisch speeltje beschouwt).

Bronnen die The Guardian heeft gesproken stellen dat het bedrijf deze groepen vooral steunt om conservatieve beleidsmakers te beïnvloeden en om de dereguleringsagenda van het bedrijf te ondersteunen. het bedrijf zegt de klimaatstandpunten van de betreffende organisaties niet te steunen. Een woordvoerder van Google zegt hierover:

We’ve been extremely clear that Google’s sponsorship doesn’t mean that we endorse that organisation’s entire agenda – we may disagree strongly on some issues.

BillMcKibben, een van de prominente actievoerders voor klimaatbeleid in de VS, stelt daartegenover dat Google en andere techgiganten zelden hun eigen lobbyisten inzetten om te pleiten voor meer klimaatbeleid. Verder dan hun eigen bedrijfsvoering wensen ze niet te kijken.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Wil de Galileo van de klimaatwetenschap opstaan?

Het is een vaak gebruikt argument van de ontkenners van klimaatwetenschap: de kerk geloofde Galileo ook niet toen hij zei dat de aarde om de zon draait. De kerk is in de beeldspraak van ontkenners de huidige klimaatwetenschap. En Galileo is willekeurig welke ontkenner van die wetenschap, zolang deze maar beweert dat menselijk handelen niet de oorzaak is van de huidige klimaatverandering. Daarom vandaag een kleine zoektocht naar de Galileo van de klimaatwetenschap, die waarschijnlijk verre van compleet is. Waarbij Galileo naar mijn mening een wetenschapper was die, in weerwil van de heersende opvatting dat de aarde het middelpunt van het heelal, op zoek ging naar bewijzen voor de theorie van Copernicus, waarin de zon het middelpunt van het heelal is.

De aarde als middelpunt van het heelal

Tot aan de 17 eeuw was de opvatting van de kerk dat de aarde het centrum van het heelal was. Vlak voor zijn dood in 1534 publiceerde Copernicus zijn theorie, waarin de zon het centrum van het universum was. Het boek trok weinig aandacht van het Vaticaan totdat Galileo er in de 17e eeuw naar begon te verwijzen. Met behulp van onderzoek met zijn telescoop verzamelde hij bewijzen voor de theorie van Copernicus. Zijn publicaties hierover brachten Galileo in conflict met de Katholieke kerk en leverde hem uiteindelijk een levenslang huisarrest op. De Katholieke kerk sprak pas in 1992 haar excuses uit, waarmee Galilei’s naam werd gezuiverd en Galilei werd erkend als gelovig mens. Tijden veranderen, want inmiddels is de zon ook niet meer het middelpunt van het heelal in de theorieën over het heelal.

Als we een klimaat-Galileo aan willen wijzen zoeken we dus een wetenschapper die tegen de heersende opvattingen in zijn tijd ver vooruit is met zijn voorspelling over de menselijke invloed op klimaat. Tot ver in de 20ste eeuw was de algemene overtuiging dat de nietige mens niet in staat is tot permanente veranderingen aan de aarde. Enkel door het voeren van een kernoorlog kon de mens blijvende invloed hebben op het klimaat op aarde. Ondanks de overheersende opvatting dat de mens geen invloed op wereldschaal kan hebben is er al lange tijd een onderstroom van wetenschappers die anders beweert. Deze mensen komen dus in aanmerking voor de titel klimaat-Galileo. Als mensen vasthouden aan het 19e eeuwse idee dat de mens te  nietig is om effect te hebben op mondiaal niveau dan heeft dat weinig tot niets te maken met Galileo.

Kandidaat klimaat-Galileo: John Tyndall

In 1859 demonstreerde Tyndall dat sommige gassen infraroodstraling blokkeren. Hij stelt dat veranderingen in concentraties van deze gassen veranderingen klimaatverandering kunnen veroorzaken. Slechts weinigen binnen en buiten de wetenschap besteedden aandacht aan de ideeën van Tyndall.

Kandidaat klimaat-Galileo: Svante Arrhenius

In 1896 publiceerde de Zweedse Arrhenius het idee dat de mensheid de gemiddelde temperatuur op aarde kan verhogen door het verbranden van fossiele brandstoffen. Het was slechts een van de ideeën over mogelijke oorzaken van klimaatverandering. Slechts enkele wetenschappers besteedden aandacht aan het idee van Arrhenius en gebruikte experimenten en ruwe aannames om te beargumenteren dat menselijke emissies de aarde niet konden veranderen. De meeste mensen vonden het vanzelfsprekend dat de nietige mens nooit de wereldwijde natuurlijke processen kon verstoren.

Andere wetenschappers waren sceptisch over de theorie van Arrhenius, mede ingegeven door het simplisme van het model. Zo hield het model geen rekening met de invloed van veranderingen in bewolking. In metingen met de toenmalige spectograven overlapte de bandbreedte waarin CO2 en waterdamp infrarood reflecteerde elkaar. Meer CO2 kon geen effecten hebben op de uitstraling in de bandbreedte van waterdamp, omdat waterdamp in die bandbreedte al blokkeerde. Daarbij beschouwde de toenmalige wetenschappers de atmosfeer als één grote dikke laag. Huidige wetenschappers verdelen de atmosfeer in verschillende lagen. De wereldwijde gemiddelde temperatuur wordt gereguleerd door de dunne buitenste lagen van de atmosfeer, waar infraroodstraling makkelijk kan ontsnappen uit de dampkring. Hoe hoger hoe kouder de atmosfeer wordt. Koude lucht kan minder waterdamp bevatten, waardoor een stijging van andere broeikasgassen (zoals CO2) met 1% veel invloed kan hebben op de wereldwijde temperatuur.

Kandidaat klimaat-Galileo: Guy Stewart Callendar

Guy Steward Callender was een Engelse amateurwetenschapper. Hij beargumenteerde in de jaren 30 dat de waargenomen opwarming in de Verenigde Staten en het Noord-Atlantische gebied geen onderdeel was van een natuurlijke cyclus, maar het het gevolg van menselijk handelen. Hij ging er van uit dat de gevolgen van de opwarming positief zouden zijn.

Kandidaat klimaat-Galileo: Edward Telle

Edward Telle was een natuurkundige die in 1959 de olieindustrie waarschuwde voor klimaatverandering als gevolg van het gebruik van hun product. Bij een congres voor het 100 jarig bestaan van de olieindustrie vertelde hij het verzamelde publiek:

Ladies and gentlemen, I am to talk to you about energy in the future. I will start by telling you why I believe that the energy resources of the past must be supplemented. First of all, these energy resources will run short as we use more and more of the fossil fuels. [….] But I would […] like to mention another reason why we probably have to look for additional fuel supplies. And this, strangely, is the question of contaminating the atmosphere. [….] Whenever you burn conventional fuel, you create carbon dioxide. [….] The carbon dioxide is invisible, it is transparent, you can’t smell it, it is not dangerous to health, so why should one worry about it?

Carbon dioxide has a strange property. It transmits visible light but it absorbs the infrared radiation which is emitted from the earth. Its presence in the atmosphere causes a greenhouse effect [….] It has been calculated that a temperature rise corresponding to a 10 per cent increase in carbon dioxide will be sufficient to melt the icecap and submerge New York. All the coastal cities would be covered, and since a considerable percentage of the human race lives in coastal regions, I think that this chemical contamination is more serious than most people tend to believe.

Na afloop vatte hij zijn waarschuwing als volgt samen:

At present the carbon dioxide in the atmosphere has risen by 2 per cent over normal. By 1970, it will be perhaps 4 per cent, by 1980, 8 per cent, by 1990, 16 per cent [about 360 parts per million, by Teller’s accounting], if we keep on with our exponential rise in the use of purely conventional fuels. By that time, there will be a serious additional impediment for the radiation leaving the earth. Our planet will get a little warmer. It is hard to say whether it will be 2 degrees Fahrenheit or only one or 5.

But when the temperature does rise by a few degrees over the whole globe, there is a possibility that the icecaps will start melting and the level of the oceans will begin to rise. Well, I don’t know whether they will cover the Empire State Building or not, but anyone can calculate it by looking at the map and noting that the icecaps over Greenland and over Antarctica are perhaps five thousand feet thick.

Met zijn waarschuwing tijdens een congres van de olieindustrie maakt Edward Telle een goede kans op de titel klimaat-Galileo.

Kandidaat klimaat-Galileo: Charles Keeling

In de jaren 50 werden studies op touw gezet om Callendar’s ideeën te toetsen. Dankzij betere technieken en meer overheidsfinanciering, mede vanwege militaire belangstelling voor betere weersvoorspellingen, wisten wetenschappers aan te tonen dat de CO2-concentratie in de atmosfeer inderdaad kon toenemen en dat dit een opwarmend effect kon hebben.

In 1960 wist Charles Keeling dit voor het eerst nauwkeurig in beeld te brengen. Aan Charles Keeling danken we de Keeling curve.

Kandidaat klimaat-Galileo: E. Robinson en R.C. Robbins

In 1968 publiceerde E. Robinson en R.C. Robbins een rapport in opdracht van het American Petroleum Institute. In dit rapport stond de volgende waarschuwing te lezen over het effect van hun product op het klimaat op aarde:

Significant temperature changes are almost certain to occur by the year 2000, and these could bring about climatic changes. […] there seems to be no doubt that the potential damage to our environment could be severe. […] pollutants which we generally ignore because they have little local effect, CO2 and submicron particles, may be the cause of serious world-wide environmental changes.

Robinson en Robbins maken een goede kans op de titel klimaat-Galileo met  het publiceren van een waarschuwing over klimaatverandering ten gevolge van CO2 in een rapport in opdracht van de olieindustrie.

Kandidaat klimaat-Galileo: James Hansen

In 1988 getuigde NASA wetenschapper James Hansen voor het de Amerikaanse Senaat over klimaatverandering. Dertig jaar later kan geconcludeerd worden dat hij grotendeels gelijk heeft gehad.

Of dat voldoende is voor de titel klimaat-Galileo?

Conclusie

Bij door menselijk handelen veroorzaakte klimaatverandering is er naar mijn mening niet echt één Galileo aan te wijzen. Verschillende mensen hebben de afgelopen eeuwen gewezen op de mogelijkheid dat het verbranden van fossiele brandstoffen klimaatverandering kan veroorzaken. Voor het grote publiek is James Hansen de grote bekende. Binnen de fossiele energie industrie komen mensen als Edward Telle, Robinson en Robbins meer in aanmerking. Vanuit wetenschappelijk oogpunt ligt Callendar meer voor de hand. Een ding is zeker: wat in al die tijd niet verandert is is het fanatisme waarmee de onwelkome boodschap dat het verbranden van fossiele brandstoffen door mensen het klimaat kan veranderen wordt bestreden. De fossiele energiekerk legt alleen geen huisarrest op, maar stuurt een leger social media trollbots of fossiel gefinancierde denktanks op je af.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.