Categorie: Sargasso

  • Mansveld zet in op internationaal verbod op ontgassen

    binnenvaarttanker

    Staatssecretaris Wilma Mansveld heeft vorige week aan de Tweede Kamer laten weten dat ze inzet op een internationaal verbod op ontgassen door de binnenvaart, dus niet op een verbod in de havens zoals RTV Rijnmond in december meldde. Ze deed dit in antwoord op Kamervragen van Henk van Gerven (SP) en Liesbeth van Tongeren (GroenLinks). Dat is goed nieuws. Uit de antwoorden valt op te maken dat er in juni belangrijk internationaal overleg is om tot zo´n internationaal verbod op ontgassen te komen. Helaas vermeldt de staatssecretaris geen beoogde ingangsdatum van het verbod, ondanks berichten in diverse media dat dit wel zo zou zijn. Ook biedt ze vooruitlopend op een internationaal verbod geen zicht op nationale maatregelen.

    Wel positief is dat het RIVM opdracht krijgt om opnieuw naar het protocol waarmee de omvang van emissie door ontgassen bepaald wordt te kijken. De kans is groot dat de officiële emissies daarmee gaan stijgen, zowel de emissies naar de lucht als de emissies naar het oppervlaktewater. Waarschijnlijk nog meer dan CE al berekende, omdat de staatssecretaris aangeeft dat het ontgassen van toxische stoffen naar de buitenlucht is toegestaan, zoals ik ook al schreef. CE Delft gaat in haar rapport ervan uit dat toxische stoffen niet aan de buitenlucht ontgast worden. Volgens CE gaat het om maximaal 24 ton aan toxische stoffen, te weten UN 1093 (acrylonitrile), UN 1230 (methanol), UN 1662 (nitrobenzene) and UN 2312 (phenol) en UN 1547 (aniline).

    Nieuwe vragen

    De staatssecretaris geeft aan dat ze de mening deelt dat de havens van Amsterdam, Dordrecht, Moerdijk en Rotterdam grotendeels in de buurt van woonkernen zijn gelegen. Een begrip dat voorkomt in internationale verdragen, maar niet is gedefinieerd in de Nederlandse regelgeving. Tot mijn verbazing laat de Staatssecretaris het bij deze constatering, zonder de logische vervolgstap om het begrip woonkern te koppelen aan een bestaand definitie. Bijvoorbeeld gebieden met de bestemming wonen.

    Wat ook verrast, is dat de staatssecretaris schrijft dat alle dampretourinstallaties in Nederland in principe de teruggewonnen damp naar de buitenlucht mogen uitstoten. Het ontgaat me wat dan nog het milieuvoordeel van een dampretourinstallatie is. Tenzij ze bedoelt dat dampretourinstallaties teruggewonnen damp in geval van calamiteiten naar de buitenlucht mogen uitstoten. In mijn naïviteit dacht ik dat een dampretourinstallatie de dampen uit een tank retour nam of deze damp naar een dampverwerkingsinstallatie door zou sturen.

    Inmiddels hebben Henk van Gerven en Liesbeth van Tongeren samen schriftelijke vervolgvragen gesteld aan Staatssecretaris Mansveld. Een volledig overzicht van vragen over ontgassen vind je hier.

    Selectief informeren

    De staatssecretaris stelt dat er tijdens handhavingsacties door de samenwerkende toezichthouders op de Zuid-Hollandse wateren en in de Rotterdamse haven slechts een beperkt aantal waarschuwingen en processen-verbaal zijn opgemaakt. In 2012 ging het om 38 waarschuwingen en 14 processen-verbaal en in 2013 om 6 waarschuwingen en 17 processen-verbaal. Deze gegevens komen uit het Evaluatieverslag (pdf) thema-acties ontgassen & boord-boord overslag 2012 van BTR-Rijnmond.

    In dit evaluatieverslag staat ook dat de samenwerkende toezichthouders op basis van de uitgevoerde handhavingsacties concluderen dat het nalevingsniveau van het ADN en andere vigerende wet- en regelgeving laag is. De samenwerkende toezichthouders zijn van mening dat dit stringenter toezicht op de naleving van wet- en regelgeving met betrekking tot boord-boord overslag en ontgassen noodzakelijk maakt. De diversiteit aan overtredingen die de toezichthouders geconstateerd hebben is groot en de geconstateerde overtredingen brengen onaanvaardbaar hoge veiligheidsrisico’s voor bemanning en omgeving met zich mee.

    Dat is een veel minder rooskleurig resultaat dan dat oprijst uit de aantallen die de staatssecretaris noemt in de beantwoording van de Kamervragen van Van Gerven.

  • Ontgassen binnenvaart de highlights

    Gisteren heb ik op Sargasso een uitgebreide analyse gepubliceerd van het onderzoek dat CE Delft in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam en de verladers heeft uitgevoerd naar ontgassen in de binnenvaart.

    Bij ontgassen komen giftige ladingdampen vrij, voornamelijk vluchtige organische stoffen (VOS) als benzeen, tolueen, ETBE en MTBE (loodvervangers in benzine). Deze stoffen dragen bij aan lucht- en waterverontreiniging.

     Een van de belangrijkste kritiekpunten op het artikel is de omvang ervan. Daarom hier kort de highlights voor de lezer met minder tijd:

    • De omvang van de emissies is een factor 10 hoger dan de overheid ons voorhoudt en is de afgelopen 10 jaar niet tot nauwelijks gedaald;
    • Bij MTBE (een zuurstofhoudende toevoeging voor benzine) bedraagt de emissie van ontgassen volgens CE Delft ruim 360 keer de totale Nederlandse emissie per jaar;
    • CE Delft gaat op aangeven van de industrie er vanuit dat toxische stoffen niet ontgast worden omdat dit niet mag van de regelgeving. Dat is wat te kort door de bocht, dezelfde regelgeving stelt namelijk dat ontgassen van toxische stoffen aan de buitenlucht is toegestaan als andere wijzen van verwijdering van ladingdampen en ladingrestanten niet praktisch zijn. Er zijn in Nederland geen aangewezen plaatsen voor het ontgassen van toxische stoffen en er is slechts één installatie die toxische stoffen mag verwerken. Die is gevestigd in Moerdijk. Hoe praktisch is dat vanuit Amsterdam of Rotterdam?
    • CE Delft gaat er op aangeven van de industrie vanuit dat er veel minder ontgast wordt als dezelfde stof meerdere keren achter elkaar vervoerd wordt (dedicatievaart). Reders geven echter aan dat ze volgens de inkoopvoorwaarden van de verladers gasvrij aan de terminal moeten komen, ook bij dedicatievaart. Gasvrij betekent wassen of ontgassen. Wassen kost geld, ontgassen is ‘gratis’;
    • CE Delft gaat er op aangeven van de industrie vanuit dat er veel minder ontgast wordt als stoffen die compatibel zijn na elkaar vervoerd worden. Ook hier geldt dat de eis in de inkoopvoorwaarden veelal gasvrij aan de terminal is;
    • Een dampretourinstallatie is in meerdere gevallen slechts het verplaatsen van het probleem volgens een presentatie van I&M uit 2012. De dampretourinstallatie blaast de gassen namelijk alsnog de lucht in;
    • De onderzoekers van CE Delft berekenen dat er 281 ton benzine wordt ontgast, terwijl er sinds 2006 een ontgasverbod voor benzine geldt.

     Een uitgebreidere versie vind je bij Sargasso.

    Inmiddels heb ik ook 2 informatieverzoeken bij de overheid uitstaan:

    1. Bij Rijkswaterstaat voor het aantal meldingen van wijziging seinvoering;
    2. Bij DCMR voor het aantal dampretourinstallaties in de regio Rijnmond dat de damp onbehandelt naar de buitenlucht afvoert.
  • Jokkebrokken over groene energie

    Vorige week opende de Nederlandse Energie Maatschappij de aanval op groene energie. Waarom? En hebben ze gelijk?

    In paginagrote advertenties in landelijke dagbladen noemt de Nederlandse Energie Maatschappij de informatievoorziening rondom groene stroom “jokkebrokken”. Ze legt uit dat er in Nederland niet eens genoeg groene stroom opgewekt wordt om te leveren aan iedereen die daar om gevraagd heeft. De vraag in Nederland was in 2011 33 miljard kilowattuur, terwijl Nederland slechts 11 miljard kilowattuur aan duurzame elektriciteit produceerde. Het restant leveren energiebedrijven door grijze stroom te vergroenen met Garanties van Oorsprong (GvO’s) uit andere landen. Voor GvO’s bestaat namelijk een Europese markt.  Zo is het wettelijk geregeld, CertiQ ziet in Nederland toe op de handel in Garanties van Oorsprong. CertiQ is onderdeel van elektriciteitstransporteur TenneT TSO B.V. en is door de minister van Economische Zaken aangewezen Garanties van Oorsprong te verstrekken, als enige in Nederland.

    De kosten van GvO’ s zijn voor energiebedrijven beperkt. Nle spreekt over € 1,44 per jaar voor het vergroenen van de stroom van een gemiddeld Nederlands gezin. De HIER Klimaatcampagne en WISE hebben het over soortgelijke bedragen.

    ‘Jokkebrokken’

    In de jokkebrokken-campagne draait het naar mijn mening om twee zaken. In de eerste plaats om de vraag of energiebedrijven de groene stroom die ze verkopen ook in Nederland opwekken. In de tweede plaats  gaat het er om hoe energiebedrijven de groene stroom die ze verkopen in Nederland opwekken.

    Ten aanzien van het eerste punt suggereren energiebedrijven al jaren dat het kopen van groene stroom goed is voor het milieu in de buurt, terwijl de meesten al jaren bezig zijn vooral fossiele centrales bij te bouwen. De Nederlandse duurzame elektriciteitproductie is dan ook maar goed voor eenderde van het Nederlandse verbruik van duurzame elektriciteit. De rest wordt groengewassen met GvO’s uit andere landen.

    Nederlandse groene stroom wordt voor bijna 50 procent opgewekt door de bijstook van biomassa in elektriciteitscentrales (lees kolencentrales) en van afvalverbrandingsinstallaties. Die zie je slechts zelden figureren in spotjes voor groene stroom. Dan gaat het om windmolens, biovergisters en zonnepanelen. Windenergie is leverde in 2011 ongeveer 40 procent van de totale hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit, zon was goed voor ongeveer 1 procent en biovergisters voor 1,5 procent.
    Oimg?key=0AoYHa2iiEJy5dG9ISWZpR0RiU01IbWJjYnhIMFNWclE&oid=3&zx=llfhvvj0vte2

    Buitenbeentje

    Nle is een buitenbeentje in de elektriciteitsmarkt. Het is een handelsmaatschappij zonder eigen opwekkingvermogen. Volgens hun stroometiket leveren ze echter al sinds hun oprichting 100% waterkracht. De vraag is dan ook wat Nle motiveert tot de jokkenbrokken-campagne. Ze stellen zelf dat ze van plan zijn de energiemarkt open te gooien in Nederland. De vraag is of ze dat willen doen door groene stroom in een kwaad daglicht te stellen als zijnde ‘green tape’, zodat ze per klant €1,44 per jaar kunnen besparen en nog goedkoper kunnen aanbieden. Of dat ze van plan zijn te gaan investeren in groene stroom productie in Nederland.

    Inmiddels roept Peer de Rijk van WISE via Twitter op om over te stappen naar een andere energieleverancier, bij voorkeur te kiezen via hun groenestroomchecker en niet via die van de HIER Klimaatcampagne. Alsof er door zo’n overstap ook maar een kWh extra groene stroom opgewekt gaat worden in Nederland. Roep de Nederlandse Energie Maatschappij liever op om zo snel mogelijk echt Hollandse groene stroom te gaan leveren aan hun klanten, door te investeren in uitbreiding van de Nederlandse opwekkingscapaciteit. Dan komen de Nederlandse duurzame energie-doelstellingen meteen ook weer een stukje dichterbij.

    Overheid: Hollandse Groene of sjoemelstroom

    In de Tweede Kamer ontstond dinsdag verrassend genoeg meteen ophef over de herkomst van duurzame stroom in Nederland. Verbazingwekkend, want met een kleine blik op de CBS-cijfers over verbruik en productie van hernieuwbare elektriciteit hadden de Kamerleden dit al lang en breed horen te weten. Inmiddels ben ik zelf maar eens op zoek naar het soort groene elektriciteit dat de overheid gebruikt. Tot nu toe kom ik niet veel verder, behalve dan dat de Tweede Kamer het zelf ook niet weet.

    De Rijksoverheid gaf in reactie op mijn vraag in eerste instantie aan alleen algemene vragen over beleid te beantwoorden. Dus in tweede poging heb ik mijn vraag opnieuw geformuleerd. Inmiddels heb ik via Wolter (een van de lezers van mijn blog) deze presentatie (pdf) over de inkoop van gas en stroom door de overheid. Deze geeft een goed beeld van hoe het waarschijnlijk zit: sjoemelstroom (Europese aanbesteding tegen minimale opslag op marktprijs).

    Het Rijk verbruikt jaarlijks 1 TeraWatt aan stroom. Dat is 1 miljard kWh. Wanneer het rijk Hollandse Groene zou gebruiken gaat kopen ze dus 1/11 van de Nederlandse groene stroom in. Dat zou een aanzienlijke stijging van de vraag naar groene stroom zijn. En daarmee van de prijs van GvO’s, waardoor de SDE+ weer omlaag kan.

    Oimg?key=0AoYHa2iiEJy5dG9ISWZpR0RiU01IbWJjYnhIMFNWclE&oid=1&zx=8atmxebgces5
    De bijbehorende berekeningen vind je hier.

    Ons eigen elektriciteitsverbruik

    Voordat je denkt dat ik hier zelf niks aan doe: we zijn thuis al jaren actief bezig met ons energieverbruik. Sinds een jaar of drie houden we dat maandelijks bij. Ons gasverbruik hebben we teruggebracht tot ongeveer 1.000 m3 per jaar met behulp van een zonneboiler. De afgelopen jaren hebben we diverse besparingsmaatregelen genomen in huis en sinds januari wekken we ongeveer 40 procent van ons elektriciteitsverbruik zelf op via Winddelen van de Windcentrale. Binnenkort worden zonnepanelen geplaatst waarmee we nog eens 40 procent van ons elektriciteitsverbruik zelf op gaan wekken. Het resterend deel nemen we af van Greenchoice (een jaar vast), volgens zowel de groene stroom checker van WISE als de HIER Klimaatcampagne een groene keus.

    Dit bericht is een bewerking van een bericht dat eerder verscheen op Sargasso.

  • 1ste bijdrage voor Sargasso: Verduurzaming woningmarkt kan wel

    Dit bericht is oorsponkelijk geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

    Het woonakkoord dat Stef Blok recent sloot, biedt weinig mogelijkheden tot verduurzaming van de woningmarkt. Zonde, daar zijn tal van scenario’s voor.

    Het recent gevormde woonakkoord staat symbool voor hoe het niet moet als je gaat hervormen. De woningbouwcorporaties kregen in eerste instantie een extra last van twee miljard euro per jaar opgelegd, en moesten vervolgens blij zijn te horen dat het zo’n 250 miljoen minder werd. Onderzoekers van Amsterdam School of Real Estate voorspellen nog altijd een vraaguitval van twee tot tien jaar bouwproductie.

    De maatregelen voor de koopmarkt zijn al even robuust. Het enige lichtpuntje is dat paal en perk wordt gesteld aan de hypotheekrenteaftrek. Jammer alleen van die Blok-aan-je-been-restschuld-lening voor starters.

    En dat terwijl er tal van alternatieve hervormingen denkbaar zijn.

    Wat dan wel?

    De makkelijkste oplossing was natuurlijk geweest om te kijken naar een van de verschilllende plannen die er al lagen voor hervorming van de woningmarkt. Denk bijvoorbeeld aan Wonen 4.0, waaraan slechts Vereniging Eigen Huis, de Woonbond, Aedes en de makelaarsorganisaties hun naam verleenden. Kern van Wonen 4.0 vormt geleidelijke afbouw van de hypotheekrenteaftrek en geleidelijke verhoging van de huren tot marktconform niveau. Om zowel kopen als huren bereikbaar te houden voor lagere inkomens is een woontoeslag beschikbaar.

    Een andere optie, die vanuit duurzaamheid nog meer mijn voorkeur heeft, is om ook verregaande energiebesparingsmaatregelen in de hervorming van de woningmarkt op te nemen. Daarmee houden we bouwvakkers en installateurs uit de WW, gaan we energiearmoede tegen, verbeteren we het milieu en spelen we op termijn koopkracht vrij voor eigen consumptie in plaats van import van gas of kolen.

    Woningbouwcorporaties

    Woningbouwcorporaties zijn bedoeld om huisvesting te bieden aan mensen met een smalle beurs. Door allerlei oorzaken en om verschillende redenen is er een behoorlijk aantal mensen dat blijft wonen in sociale huisvesting, ook als hun inkomen stijgt. Zij staan beter bekend als scheefwoners. Er kunnen echter zeer goede redenen zijn om scheef te willen wonen. Bijvoorbeeld omdat je een van de vele flexwerkers of zzp’ers bent die Nederland rijk is. Je inkomen mag nu dan wel te hoog zijn voor de sociale woningbouw, maar hoe is dat volgend jaar? Een lage huur en daarmee lagere vaste lasten zijn dan wel zo prettig om buffer op te bouwen voor minder goede periodes.

    Er zijn woningbouwcorporaties die experimenteren met andere oplossingen. Bijvoorbeeld met huren die meebewegen met je inkomen. Verdien je meer, dan betaal je meer. Valt je inkomen terug dan betaal je minder huur. Het voordeel voor de hele straat: sociale cohesie. Het voordeel voor de individuele bewoner: een vaste woonstek en de zekerheid van lagere vaste lasten als het tegenzit, bijvoorbeeld bij ontslag, ziekte of minder opdrachten. Vandaag werd bekend dat driekwart van de woningcorporaties dit jaar het inkomensafhankelijke deel van de huur wil verhogen (van eventuele verlagingen wordt niet gesproken) om de eigen inkomsten te verhogen. Dat is nodig vanwege de eerder genoemde twee miljard die de corporaties via de verhuurdersheffing aan het Rijk moeten betalen.

    Een andere uitdaging waar woningbouwcorporaties mee worstelen is het energiezuinig maken van hun woningvoorraad. De afgelopen jaren hebben woningbouwcorporaties, bewoners en bouwbedrijven met ondersteuning van het programma Energiesprong verschillende innovatieve en veelbelovende pilots gedaan om te komen tot forse energiebesparingen, soms zelfs in bewoonde toestand van G label tot Passief Huis.

    Helaas ziet het er naar uit dat bij veel woningbouwcorporaties de komende jaren het geld ontbreekt om deze pilots op te schalen. Dat is vernietiging van onze aardgasbaten (Energiesprong ontvangt subsidie vanuit de voormalige FES-pot van het Rijk), privaat geld (bewoners betalen onnodig veel aan het energiebedrijf), en menselijk kapitaal. Bovendien vergroot het de kans op energiearmoede, waarvoor cynisch genoeg de rijksoverheid recent juist waarschuwde. Ook belanden bouwvakkers en installateurs die de woningen energetisch kunnen verbeteren in de WW of bijstand in plaats van dat ze door het doen van grootschalige renovatietrajecten kostendalingen bewerkstelligen en kennis opdoen die energetische verbeteringen binnen bereik van eigenaren van koopwoningen brengen.

    Koopmarkt

    Ook op de koopmarkt is het zaak om te komen tot opschaling van verduurzaming van de bestaande bouw. Ieder zichzelf respecterend dorp heeft inmiddels een voorbeeldwoning, maar daarmee zijn we er nog lang niet. Kijkend naar de belangen van (huis)eigenaren spelen twee belangrijke drempels om te verduurzamen:

    1. het gebrek aan kapitaal om de initiële investering te doen.
    2. de lange termijn horizon voor het terugverdienen van de investering aangezien huiseigenaren eens in de 5 tot 7 jaar verhuizen.

    Een interessant internationaal initiatief om deze drempels het hoofd te bieden is de ontwikkeling van PACE Loan constructie in de Verenigde Staten. PACE staat voor Property Assessed Clean Energy. Hierbij bieden lokale overheden speciale obligaties aan investeerders. Vervolgens versterkt de lokale overheid een lening aan consumenten en ondernemers voor het verduurzamen van vastgoed met daartegen over een zekerheid voor de overheid in de vorm van een pandrecht op het eigendom. De lening wordt terug betaald over een periode van vijftien tot twintig jaar via een verhoging van de onroerendezaakbelasting (OZB), waar tegenover staat een verlaging van de energierekening. De PACE Loan constructie kent een aantal voordelen. Zo hoeven huiseigenaren geen grote investeringen te doen, de investering wordt omgezet in periodieke kosten. Ook voorkomt de PACE Loan constructie restwaarde discussies bij verkoop van het huis en verbetert het de toegang tot kapitaal voor verduurzaming van het huizenbezit. In Groningen heeft Rutte I een Green Deal getekend om PACE te onderzoeken voor zonnepanelen. Een bredere inzet biedt goede kansen om te komen tot energiebesparing van en decentrale energieopwekking bij koopwoningen.

    Een andere optie is de stapsgewijze invoer van een bonus/malus-regeling voor vastgoed. We hebben de afgelopen jaren gezien dat de invoer van een bonus/malus-regeling leidt tot verduurzaming in bijvoorbeeld de autobranche en in de markt voor huishoudelijke apparatuur. Op dit moment is er wel een aanzet om te komen tot een energielabelsysteem voor vastgoed, maar het ontbreekt aan voordelen voor de eigenaar en/of gebruiker van het vastgoed. Door bijvoorbeeld de hoogte van OZB, overdrachtsbelasting, hypotheekrenteaftrek of leencapaciteit afhankelijk te maken van het energielabel worden de voordelen van verduurzaming van bestaande bouw tastbaarder.

    Dekking

    De eeuwige Haagse vraag bij het aandragen van alternatieven is dekking. Oftewel: waar komt het geld vandaan? Dat is een sterk overschatte vraag in tijden dat de overheid voor bijna 0% kan lenen en ze dus juist de rust en ruimte kan nemen om de lange lijnen voor de toekomst uit te zetten. Lange strategische lijnen die burgers en investeerders het vertrouwen geven dat er nagedacht wordt over de toekomst. Bijvoorbeeld over de aanwending van de 10 miljard aan aardgasbaten en 4 miljard aan energiebelasting, die momenteel in de Haagse grote pot verdwijnen.