Categorie: Sargasso

  • Gastbijdrage van Craig Morris: Angst… dat de Duitse Energiewende zal slagen

    Het Instituut voor Energie Onderzoek (IER) stelt dat angst een belangrijke drijfveer is van de Duitse Energiewende. Een energietransitie die zonder de inzet van schaliegas zal falen in het reduceren van emissies, zeker zonder inzet van kernenergie. Craig Morriss stelt echter dat het erop lijkt dat sommige critici zelf bang zijn, bang dat de Duitsers hun energietransitie voor elkaar krijgen zonder inzet van schaliegas of kernenergie.

    Angst_energiewende_werkt_afb_1
    De grootste angst van critici van de Duitse Energiewende is niet dat deze zal falen, maar dat deze zal slagen (foto credits: Günter Hentschel, CC BY-ND 2.0

    De IER schrijft in zijn commentaar met de titel ‘Duitsland’s angst voor hydraulisch fracken en emissie reductie doelstellingen:

    “[…] als Duitsland vasthoud aan het halen van haar CO2 doelstellingen, sluit een verbod op hydraulisch fracken het land af van een energiebron met relatief lage emissies en maakt het het halen van de gestelde doelstellingen moeilijker.

    Er valt niks weinig af te dingen op die zin, maar veel meer op stellingen elders – te beginnen met de titel.

    Beschuldigingen van Duitse angst ploppen op zoals in het spel Whack-A-Mole. Ze zijn gemakkelijk te weerleggen, zeker als we rekening houden met de reactie van andere landen op nucleaire incidenten.

    Zorgen over de risico’s van kernenergie speelden een hoofdrol in het Duitse debat na het ongeluk in Tsjernobyl in 1986, toen Duitse ambtenaren het publiek waarschuwde voor de risico’s. In reactie daarop implementeerde Duitsland z’n eerste uitfasering van kernenergie – 16 jaar later, in 2002. De regering die de uitfasering implementeerde trad aan in 1998 en besteedde vier jaar aan het plannen en uitonderhandelen van de details van de uitfasering met experts en eigenaren van kerncentrales. Zo’n tijdsplanning klinkt eerder als professioneel, dan als paniek voetbal.

    Italië reageerde na het ongeluk in Tsjernobyl snel met z’n eigen referendum door in 1987 een eigen uitfasering van kernenergie te starten. De Italianen sloten de laatste van hun vier kernreactoren in 1990. Ze hadden geen plan voor het vervangen van kernenergie, dus is Italië nu een van de grootste elektriciteitsimporteurs van Europa, voornamelijk uit Frankrijk. Maar wellicht is Italië’s beslissing slimmer dan je op het eerste gezicht denkt, want de Italianen lijken tegen de Fransen te hebben gezegd: “We willen jullie kernenergie best kopen, maar jullie moeten de risico’s voor ons dragen.”

    Vergelijk dat met de Zweedse rectie – niet op Tsjernobyl (1986), maar oop het veel minder zware ongeluk bij Three Mile Island (1979). In 1980 – op een moment dat zonnecellen een buitenaardse techniek waren en de ontwikkeling van de eerste moderne, maar nog steeds kleine windturbine nog niet eens begonnen was – besloten de Zweden in een referendum tot het uitfaseren van kernenergie in 2010. De Zweedse uitfasering faalde, omdat de Zweden (net als de Italianen) geen tijd hadden genomen om na te denken over hoe kernenergie vervangen kon worden.

    Oostenrijk had al een referendum gehouden in 1978, het jaar voor Three Mile Island, om de ingebruikname van de eerste afgebouwde kerncentrale van het land te blokkeren. Sindsdien staat de afgebouwde centrale weg te roesten, zonder ooit een kilowattuur elektriciteit te hebben geproduceerd, en Oostenrijk begon z’n eigen uitfasering van kernenergie in 1997. Bezien vanuit de Europese context lijkt de Duitse reactie op kernenergie van de afgelopen decennia simpelweg verstandig.

    Veiligheidstheater

    Toegegeven, het besluit om kernenergie uit te faseren van bondskanselier Merkel in 2011 was een verrassing. Toendertijd noemde ik het incompetent en onverantwoordelijk. Zo minitieus, gedetailleerd en flexibel als de uitfasering van 2002 was, zo plotseling en drastisch was de uitfasering van 2011. En het vormde de ergste vorm van overheidsingrijpen in een markt en private bezittingen. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met het terugdraaien van de uitfasering van kernenergie door bondskanselier Merkel, een paar maanden voor het ongeluk in Fukushima; in de zomer van 2010 was de levensduur van Duitse kerncentrales met 8 tot 14 jaar verlengd. De uitfasering van 2011 vormde de tweede draai in het kernenergiebeleid in 8 maanden.

    Ik denk dat de IER en ik het met elkaar eens zijn dat de wijze waarop de uitfasering van 2011 is aangepakt ruimte biedt voor verbetering. Maar onze wegen scheiden als het aankomt op de onderbouwing van de uitfasering van kernenergie. Zij schrijven dat “het zeer onwaarschijnlijk is dat Duitsland getroffen wordt door een tsunami.” Dat is waar, maar dat betekent niet dat kernenergie risicoloos is.

    Dit soort denken is wat veiligheidsexpert Bruce Schneier veiligheidstheater noemt – geen echte veiligheid, maar alleen maar acteren om mensen zich veilig te laten voelen: “als we ons bij de beveiliging van vliegvelden concentreren op het controleren van schoenen en het in beslag nemen van vloeistoffen, en de terroristen verstoppen hun explosieven in bh’s of vaste stoffen, hebben we ons geld verspild.” Een kernongeluk in Duitsland zou niet het gevolg zijn van Soviet onbekwaamheid of een tsunami, maar eerder van een combinatie van technisch en menselijk falen, eventueel met een natuurramp als aanstichter. Verschillende Duitse kerncentrales zijn gebouwd op tectonische breuklijnen en ontberen de meest basale bescherming tegen aardbevingen. Het hele land is gevoelig voor overstromingen, maar bij verschillende Duitse kerncentrales ontbreekt fatsoenlijke bescherming tegen overstromingen. Onvoorziene gebeurtenissen zijn dus mogelijk.

    Duitsers begrijpen dat het volgende kernongeluk gemakkelijk anders kan zijn dan Tsjernobyl en Fukushima. Maar zoals Merkel zich in 2011 realiseerde, het volgende ongeluk zou in Duitsland plaats kunnen vinden – om verschillende redenen.

    Duitsland wist hoe kernenergie te vervangen

    In tegenstelling tot de Zweden en Italianen, wisten de Duitsers in 2002 hoe kernenergie te vervangen – en ze hebben zelfs alle kernenergie die vanaf 2011 verloren is gegaan vervangen. De IER beweert het tegendeel:

    Duitsers zijn teruggevallen op kolen als back-up voor de onregelmatige hernieuwbare technologiën en om zich te verzekeren van voldoende vermogen om te voldoen aan de elektriciteitsvraag.

    Angst_dat_energiewende_werkt_afb_2_Figure-2003to20132Deze claim is gebaseerd op een eerdere publicatie van de IER zelf (PDF). Maar zoals we al gedemonstreed hebben in onze studie German Coal Conundrum (zie ook het artikel Welke rol voor kolen in de Duitse energietransitie?), overstijgt de groei van hernieuwbare elektriciteit vanaf 2011 de reductie in kernenergie. En zoals regelmatige lezers van mijn stukken weten vergroot de vraag van het buurlanden naar Duitse stroom het aandeel van de resterende vraag dat bediend wordt door conventionele centrales (in 2013 waren Nederland en Frankrijk in 2013 de grootste importeurs van Duitse stroom). Preciezer gesteld als we de Duitse recordexport van elektriciteit in 2013 buiten beschouwing laten zouden kolenstroom en CO2-emissies met ongeveer 2.5 procent gedaald zijn. Vooral het buitenland maakt massaal gebruik van Duitse kolenstroom; Duitsland heeft veel minder elektriciteit van kolen nodig om in z’n eigen elektriciteitsvraag te voldoen.

    We zouden ook niet moeten stoppen met tellen bij 2013. De verandering in TWh (terawattuur, 1 miljard kilowattuur) staat in de grafiek hierboven. Maak je maar vast op voor rapporten over dalende emissies in Duitsland dit jaar.

    Angst_dat_energietransitie_werkt_afb_3_63changeelectricityproduction2014

    Koolstof in de grond laten

    Tot slot: neemt iemand bij de IER de term ‘unburnable carbon’ serieus? Meerdere organisaties, die je niet kunt beschuldigen van te groen zij, zoals het Internationaal Energie Agentschap (IEA), stellen inmiddels dat we ten minste tweederde van de huidige bewezen reserves fossiele brandstoffen in de grond moeten laten. Als Duitsland schaliegas gaat produceren verhoogt dat enkel de hoeveelheid koolstof die in de grond moet blijven.

    De IER stelt dat Duitsland schaliegas afwijst ‘ondanks stijgende elektriciteitsprijzen,’ alsof binnenlands geproduceerd Duits schaliegas op een of andere magische wijze de elektriciteitsprijzen zou verlagen. Duitsland heeft een van de grootste en minst dure bruinkool voorraden in de wereld. Elektriciteit van schaliegas gaat niet automatisch elektriciteit van bruinkool vervangen, en gas zou relatief goedkoop moeten zijn om elektriciteit van steenkool te vervangen, die ook steeds vaker de markt uit gedrukt wordt (zie grafieken hierboven). Het meest waarschijnlijk is dat Duits schaliegas de Duitse import van gas zou verlagen, zonder de CO2 emissies substantieel te veranderen.

    Globaal genomen lijkt het er op dat het doel van de IER studie is om de Duitse Energiewende in een kwaad daglicht te stellen. Zinnen zoals deze zijn veelzeggend:

    In de nasleep van het besluit tot sluiting van kerncentrales uit 2011 zijn de Duitse CO2 emissie daadwerkelijk gestegen en Duitsland is nu het EU land met de hoogste CO2 emissie (met 760 miljoen ton in 2013) volgens het statistisch bureau van de EU, Eurostat.

    Duitsland heeft niet ‘nu’ de hoogste CO2 emissies, het is verreweg de grootste economie van de EU en is de grootste CO2 uitstoter voor zo ver terug als je wenst te gaan.

    Agst_dat_energiewende_werkt_afb_4_63co2emissionsbycountry

    We moeten bedenken dat het voorzien in goedkope fossiele brandstof geen doel is van de Energiewende. Voor het klimaat moet het doel zijn om om zoveel mogelijk koolstof in de grond te laten, niet om meer grondstoffen (schaliegas) om te zetten in bewezen reserves. Maar het IER lijkt sowieso bezorgder om goedkope energie voor de industrie dan het klimaat. Zoals ik recent uitlegde is Duitsland nieuwe wetgeving geïnterpreteerd als het open zetten van de sluizen (door degene die fracking willen verbieden) of als een verbod (door het bedrijfsleven). De interpretatie van de IER valt duidelijk in het tweede kamp.

    Niemand maakt zich zo druk om de Duitse economie als de voorstanders van fracking en kernenergie lijken te doen. De Duitse economie heeft er sinds de hereniging nog nooit zo goed voorgestaan, en marktanalisten zeggen dat Duitsers zich op kunnen maken voor de Golden 20s in het volgende decenium. Hoe dan ook maakt de IER zich geen werkelijke zorgen om klimaatverandering, CO2 emissies of het succes van de Energiewende. De IER is bezorgd dat Duitsland de omslag voor elkaar gaat krijgen zonder schaliegas of kernenergie.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een vertaling van het artikel ‘Angst… that the Energiewende will workHet artikel is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

  • Anti-statiegeldlobby biedt Aldi & Lidl compensatie bij afschaffen statiegeld

    Het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL), de brancheorganisatie van supermarkten, en grote frisdrankfabrikanten strijden al jaren voor het afschaffen van het statiegeldsysteem voor petflessen. Maar tot dusverre weigerden supermarktketens als Aldi en Lidl zich bij deze lobby aan te sluiten.

    Twee weken geleden meldde P+ echter dat nu ook Aldi en Lidl, dankzij druk van het CBL en Coca Cola, overstag zouden zijn gegaan en eveneens voor afschaffing van het statiegeldsysteem zijn.

    Opmerkelijk: volgens P+ worden Aldi en Lidl financieel gecompenseerd voor het verlies dat ze door de afschaffing van het ‘dure’ statiegeldsysteem zouden leiden. (Lees hier meer over de primeur van P+.)

    Deze omslag is dus op zijn zachtst gezegd opmerkelijk, want in 2012 gaf Aldi in een interview met Trouw (bron: Levensmiddelenkrant) aan door te willen met het statiegeldsysteem. Volgens Aldi was het systeem kostendekkend.

    Eerder dit jaar gaf ook Lidl in een interview met Trouw aan dat het afschaffen van statiegeld juist contraproductief is. Door het statiegeld loopt de hoeveelheid hergebruikte polyethyleentereftalaat (PET) in nieuw verkochte flessen bij Lidl op van 30% in 2010 naar 60% in 2014. Marlijn Somhorst, verantwoordelijk voor het duurzaamheidsprogramma bij Lidl in Nederland, zegt zelfs (bron: Distrifood):

    we willen graag naar flessen van honderd procent hergebruikt materiaal. Om daar te komen, hebben we de door de klant gebruikte flessen hard nodig, en ons recyclingsysteem is daarbij een prachtig instrument.

    Ga je mengen met andere verpakkingen, zoals in de oranje container gebeurt, dan raakt de kunststofstroom steeds verder vervuild totdat je er alleen nog fleeces en bermpaaltjes van kunt maken. Dan ben je aan het downgraden. Voor de frisdrankflessen heb je dan nieuwe PET nodig. In ons systeem maken we van gebruikte flessen nieuwe flessen. Het afval wordt grondstof dat zijn kwaliteit en waarde behoudt

    Lidl en Aldi hebben een ander systeem voor inname van statiegeld petflessen dan andere supermarkten. Uit een studie van CE Delft van eerder dit jaar blijkt zelfs dat ze door dit systeem een kleine winst maken op het inzamelen van hun eigen petflessen: 3 cent per fles.

    Om de kosten te drukken, werkt Lidl bijvoorbeeld met een emballage-apparaat dat na inname de flessen meteen in elkaar drukt. Zo wordt voorkomen dat deze onnodig veel ruimte in het magazijn innemen. Ook is er zo geen sprake van transport van onnodig veel lucht.

    De Plastic Soup Foundation heeft inmiddels boos gereageerd, vooral richting Coca Cola. Marga Hoek, directeur van De Groene Zaak, geeft ineen reactie aan dat het statiegeldsysteem wat haar betreft enkel ingeruild moet worden voor een systeem waarvan op voorhand vaststaat dat het een beter resultaat oplevert.

    Inmiddels zijn er ook Kamervragen gesteld door PvdA, CU en SP. In een reactie aan P+ geeft Stientje van Veldhoven (D66) aan huiverig te zijn voor kartelvorming door supermarkten en de PvdD staat nog steeds achter haar slogan een echte held kiest statiegeld.

    Bij afschaffing van statiegeld verwacht P+ dat het grootste deel van het kostbare PET-afval in afvalverbrandingsinstallaties verdwijnt. Waar we dan wel weer ‘duurzame’ elektriciteit en ‘duurzame’ warmte mee opwekken.

    Dit bericht verscheen eerder bij Sargasso en haalde op 9 september 2014 Radio 1 (bij 13.25u).

  • Gastbijdrage: Duitse energiebedrijven willen 7,9 GW aan conventionele elektriciteitscentrales sluiten

    ANALYSE – Ben je op zoek naar een woord voor galgje in het Duits? Probeer “Kraftwerksstillegungsanzeigenliste”, dat is de lijst met (conventionele) elektriciteitscentrales waarvoor een sluitingsverzoek is ingediend. In juli stonden er 49 centrales op deze lijst met een totale productiecapaciteit van 7.900 megawatt.

    Als je de critici van windenergie mag geloven zijn windturbines niet alleen vogelgehaktmolens, maar zijn ze ook niet volledig in staat om conventionele elektriciteitscentrales te vervangen. Deze blijven nodig als backup, voor als de wind niet waait.

    Maar als je, zoals Duitsland doet, veel windturbines plaatst in combinatie met zonne-energie en biomassa dan vervang je op een gegeven moment blijkbaar toch volledige conventionele elektriciteitscentrales. Volgens de officiële lijstvanconventioneleelektriciteitscentraleswaareensluitingsverzoekvoorisingediend (fraai resultaat van verlengingen in het Duits!), zouden Duitse energiebedrijven 49 centrales willen sluiten met een totale capaciteit van 7,9 GW. De Bundesnetzagentur, die de verzoeken moet beoordelen om de betrouwbaarheid van het net te garanderen alvorens zijn goedkeuring te verlenen, heeft tot nu toe slechts 246 MW laten sluiten. Dat lijkt niet veel, maar Duitsland heeft al 10 kerncentrales volledig vervangen met hernieuwbare energie, met nog 9 te gaan tot 2020.

    De nieuwe Kraftwerksstilllegungsanzeigenliste (afgekort tot KWSAL om op kleine schermpjes te passen) toont dat het aantal kolencentrales, gasturbines, oliegestookte elektriciteitscentrales en pompcentrales dat te weinig draait om winstgevend te blijven inmiddels ruwweg 7% van de conventionele capaciteit bedraagt. De conventionele capaciteit wordt op basis van de Kraftwerksliste (geen afkorting) geschat op 107 GW.

    Natuurlijk worden niet al de centrales waar een sluitingsverzoek voor is ingediend gesloten. Ongeveer 4,5 GW van de centrales liggen in Zuid-Duitsland, waar de komende jaren knelpunten worden verwachten door het sluiten van kerncentrales. En natuurlijk heeft Duitsland, zoals ik herhaaldelijk stel, ongeveer de omvang van z’n piek elektriciteitsvraag (plus 10% veiligheidsmarge) nodig als afroepbaar vermogen.

    Vorig jaar lag de piekvraag naar elektriciteit rond de 75 GW, een verlaging ten opzichte van de gebruikelijke piek van 80 GW, en de elektriciteitsvraag ligt dit jaar wederom lager. Misschien dat 75 GW het nieuwe startpunt zou moeten zijn voor berekening van het benodigd afroepbaar vermogen in plaats van 80 GW.

    Met een veiligheidsmarge van 10% betekent dit dat Duitsland grofweg 82,5 GW afroepbaar vermogen nodig heeft voor de nabije toekomst. Maar afroepbaar betekent nog niet dat dit vermogen niet hernieuwbaar kan zijn en Duitsland heeft al grofweg 7,5 GW (de veiligheidsmarge) aan basislast vermogen in de vorm van waterkracht en biomassacentrales.

    Het lijkt dus denkbaar dat Duitsland haar vloot conventionele centrales kan verkleinen van 107 GW naar ongeveer 75 GW. Duitsland zou dan geen 8 GW, maar 32 GW aan conventionele centrales sluiten. En

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een vertaling van het artikel ‘German utillities want to shut down 7.9 GW. Het artikel is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Welke rol is er voor kolen in de Duitse energiewende?

    ANALYSE – Bouwt Duitsland kolencentrales om haar kerncentrales te vervangen? En als Duitsland zijn CO2-doelstellingen wil halen, hebben deze kolencentrales dan toekomst? Begin juni is een studie gepubliceerd die deze onderwerpen onderzoekt en de uitkomsten zijn in lijn met een beoordeling van Deutsche Bank later die maand.

    In een nieuwe studie van de Böll Foundation getiteld German Coal Conundrum (het Duitse kolen raadsel) heb ik samen met mijn collegas Arne Jungjohann en Thomas Gerke (die regelmatige lezers van Renewables International al kennen) onderzocht wat de rol is van kolencentrales in de Duitse energietransitie. We hebben een historisch perspectief gekozen, waarbij we hebben onderzocht waarom intelligente topmannen uit het bedrijfsleven het afgelopen decennium zoveel kolencentrales hebben gepland; onze aanname was dat het om slimme mensen gaat die hiervoor goede redenen gehad moeten hebben.

    Vandaag de dag kennen we allemaal de uitkomsten, een dramatisch grote overcapaciteit ondanks de onverwachte sluiting van zo’n 8 GW aan kerncentrales in 2011. De energiebedrijven zelf geven inmiddels ook toe dat ze de situatie verkeerd hebben ingeschat. Het historisch perspectief is bedoeld om te begrijpen welke markt- en beleidsprikkels er voor zorgen dat zulke slimme mensen het verkeerde pad kiezen, zodat in de toekomst dergelijke misleidende signalen voorkomen kunnen worden. Het is niet de bedoeling om deze mensen af te kraken.

    Wellicht belangrijker is dat onze studie concludeert dat Duitse bruinkool zich in een relatief veilige marktpositie bevind tijdens de uitfasering van kernenergie. Hier is de belangrijkste grafiek die dat uitbeeld:

    NoMoreCoal
    Bron: Böll foundation

    2003 was het jaar waarin de eerste kerncentrale werd gesloten als gevolg van de oorspronkelijke uitfasering van kernenergie uit 2002. 2013 is het laatste jaar waarvoor we volledige gegevens hebben en 2023 is het eerste jaar zonder kernenergie in Duitsland, omdat de laatste kerncentrale in 2022 gesloten wordt.

    Wat we in de grafiek zien is dat het vooral hernieuwbare energiebronnen zullen zijn die kernenergie vervangen in termen van TWh (de hoeveelheid elektriciteit die geproduceerd wordt). Hernieuwbare energie zal een klein deel van de kolencentrales vervangen en gascentrales blijven uit de elektriciteitsmix geperst worden. Het is ook duidelijk dat de uitfasering van kolen pas begint na 2023.

    We hebben in onze studie niet verder gekeken dan 2023, maar onze inschatting is in lijn met cijfers die Deutsche Bank (PDF) in juni heeft gepubliceerd. Volgens hun analisten wekt Duitsland 33% van zijn elektriciteit op met kolen (steen- en bruinkool) in 2035, vergeleken met grofweg 42% in onze analyse voor 2023 en verder. Alleen in een gas-vriendelijke beleidsscenario daalt het aandeel kolen naar 28%, waarbij aardgas het gat opvult.

    De cijfers voor 2023 zijn onze beste inschatting en we hebben ervoor gekozen om de internationale elektriciteitshandel buiten beschouwing te laten, omdat internationale handel en aantal onzekerheden oplevert die Duitse beleidsmakers niet in de hand hebben. Het is voldoende om te zeggen dat een verdere stijging van de Duitse netto export van elektriciteit direct zal leiden tot een grotere vraag naar conventionele elektriciteit, en dat de EU het bevorderen van internationale elektriciteits handel tussen lidstaten als doel heeft.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een vertaling van het artikel ‘What role for coal in the Energiewende?. Het artikel is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Hoe staat het met de Duitse de-industrialisatie?

    ACHTERGROND – De voorspelde negatieve gevolgen van de Duitse energietransitie op de industrie blijven uit.

    Deze gastbijdrage betreft een vertaling van twee artikelen van Craig Morris door mij voor Sargasso.

    Naar verwachting worden de nieuwe amendementen op de Duitse duurzame energiewet in augustus van kracht. Een van de doelen van deze wijzigingen is om een belangrijk – maar niet-bestaand – bijeffect van de Duitse energietransitie aan te pakken: industrie die het land uit wordt gejaagd. Nieuwe cijfers van Deutsche Bank tonen hoe erg de Duitse industrie ‘lijdt’.

    Zoals iedereen weet is een van de belangrijkste doelstellingen van de Duitse energietransitie om de economie te ruïneren. Dat is althans het beeld dat ik krijg bij het lezen van internationale rapporten. Afgaande op de laatste data van Deutsche Bank (pdf) behaalt de energietransitie deze doelstelling echter niet.

    ‘Capaciteitsbenutting is momenteel hoog,’ schrijven de analisten van Deutsche Bank in hun rapport en ze voegen er aan toe dat ze verwachten dat de reële industriële productie in Duitsland in 2014 met 4% zal groeien. De export naar West-Europa stijgt, maar de wereldwijde groei blijft achter. Dat zorgt ervoor dat de inflatie laag blijft op 1,1% in de eerste helft van 2014, ondanks de ‘goede arbeidsmarktsituatie’.

    Deutsche-Bank-500x221
    Bron: Deutsche Bank

    Vergeleken met andere landen in de Eurozone heeft Duitsland (op Ierland na) de hoogste verwachte economische groei, een lage inflatie en als enige begrotingsevenwicht (Luxemburg heeft dat ook, maar is niet weergegeven).

    Energie wordt enkel genoemd in de context van inflatie: door de sterke euro en stabiele olieprijzen stijgen de energieprijzen niet. En hoewel de analisten het niet noemen, heb ik al eens beschreven hoe groothandelstarieven zijn gedaald en retailtarieven stabiel (het tarief dat de consument betaalt) zijn gebleven. Mogelijkerwijs gaan dit jaar ook deze tarieven dalen.

    De analisten van Deutsche Bank richten zich meer op arbeid, omdat de invoer van een minimumloon logischerwijs een belangrijke factor vormt voor het bedrijfsleven. In ieder geval groter dan energie. Momenteel heeft Duitsland namelijk enkel loonafspraken per sector.

    Bron: Deutsche Bank
    Bron: Deutsche Bank.

    De rechter van deze twee grafieken toont hoe de industrie in het voorjaar van 2011 in eerste instantie behoorlijk negatief reageerde op het besluit tot uitfasering van kernenergie door Bondskanselier Merkel. De verwachtingen van de industrie vielen toen scherp terug. Aan het eind van 2012 werd duidelijk dat de Duitse energietransitie vooral lagere energieprijzen betekende voor de industrie en geen uitval van het elektriciteitsnetwerk. In de linker grafiek is te zien dat de werkelijke prestaties van de industrie stabiel bleven, ondanks de schommelende verwachtingen.

    Het rapport is nog het somberst over de energietransitie in de volgende passage:

    Moreover, in light of various government decisions (such as higher pensions) or high energy prices, some companies will probably show restraint when it comes to investment in Germany. As a result, employment growth in industry also looks hardly likely…. However, one needs to bear in mind that the number of employees in German industry currently is more than 7% higher than at its low point of spring 2010, and in a longer-term comparison is high overall.

    Door de tegenvallende start van 2014 voor de machinebouw en chemie is de Duitse industrie afhankelijker geworden van de automotive-sector. De enige reden die wordt gegeven voor de tegenvallende start van de machinebouw is een lager handelsvolume met Rusland.

    Aldel ontvluchtte Nederland vanwege de Duitse Energiewende

    Speciaal voor de Nederlandse lezer vul ik onze non-serie over bedrijven die Duitsland ontvluchten vanwege de hoge elektriciteitsprijzen aan met het verhaal van Aldel. Een Nederlands bedrijf, net over de grens met Duitsland, dat meer elektriciteit wilde inkopen in Duitsland. Want als je gehoord hebt over de Duitse energietransitie die energie-intensieve industrie, zoals aluminium smelters, wegjaagt, raad ik je aan even goed te gaan zitten voor het originele citaat uit het persbericht:

    De Provincie Groningen zelf zal zorgen voor de lening van € 7 miljoen, die nodig is om er voor te zorgen dat Aldel, haar aandeelhouders en de Nederlandse overheid een oplossing vinden op lange termijn, in de vorm van een directe verbinding van Aldel naar het Duitse elektriciteitsnet. Deze verbinding zal dienen als een belangrijke levensader voor Aldel; het zal concurrerende internationale energieprijzen in de toekomst veilig stellen.

    Oftewel: de provincie Groningen, met een van Europa’s grootste gasvelden, leent Aldel 7 miljoen Euro zodat het bedrijf aangesloten kan worden op het Duitse elektriciteitsnetwerk. Deze verbinding noemen ze een ‘belangrijke levensader’, omdat het zorgt voor ‘internationaal concurrerende elektriciteitsprijzen’.

    De Volkskrant meldde dat Aldel’s Duitse concurrenten 25% minder voor elektriciteit betalen. De roep om aansluiting op het Duitse elektriciteitsnetwerk toont dat het verschil niet komt door uitzonderingen voor de Duitse industrie, maar door verschil in werkelijke stroomprijzen.

    De Volkskrant had het echter fout toen ze stelde dat de Duitse reactie op Fukushima aantoont waarom de elektriciteitsmarkt op Europees in plaats van op nationaal niveau moet worden gecoördineerd. Het elektriciteitsaanbod was namelijk nog veel groter – en de elektriciteitsprijs dus veel lager – geweest als Duitsland in 2011 niet acht kerncentrales had gesloten.
    De oorzaak van de dalende elektriciteitsprijzen in Duitsland is vooral de enorme groei van zonne-energie. En dat was al jaren voor Fukushima aan de gang. Sommigen onder ons probeerden uit te leggen wat de resultaten daarvan zouden zijn, maar luisterde daar eigenlijk wel iemand naar?

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een samenvoeging van twee eerder op Renewables International gepubliceerde artikelen over het effect van de energietransitie op de industrie. Te weten German deindustrialization: how is that going? en Dutch aluminum firm hungry for German electricity. De artikelen zijn met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Duitse export van elektriciteit waardevoller dan import

    ANALYSE – De elektriciteit die Duitsland in 2013 exporteerde was 6,3% duurder per MWh dan de elektriciteit die het land importeerde. De realiteit is dus precies tegenovergesteld aan het veelgehoorde verhaal dat Duitsland haar overschot aan duurzame elektriciteit tegen dumpprijzen verkoopt in omliggende landen.

    Deze gastbijdrage is een vertaling van een artikel van Craig Morris door mij voor Sargasso.

    Vooral voor Frankrijk is de situatie ongunstig; de Duitse elektriciteit die wordt geïmporteerd is 24,4% duurder dan de elektriciteit die Frankrijk naar Duitsland exporteert.

    Trek dus maar 2,8 miljard Euro af van de kosten van de Energiewende in 2013. Dit bedrag verdiende Duitsland dat jaar met de export van energie.

    De algemene aanname is dat Duitsland haar overtollig geproduceerde duurzame elektriciteit (een gevolg van ‘onberekenbare’ wind- en zonne-energie) dumpt in omliggende landen. Dit zou dan betekenen dat de elektriciteit die Duitsland exporteert minder waard moet zijn dan de waarde van de elektriciteit die Duitsland – naar wordt aangenomen op zon- of windloze dagen – importeert.

    Dat lijkt een logische conclusie, maar als we naar de data kijken, ontstaat een heel ander verhaal.

    Zo zijn in Frankrijk de stroomprijzen vaak flink negatiever dan in Duitsland. (Negatieve stroomprijzen worden berekend wanneer, met name in daluren, veel overtollige energie op het elektriciteitsnet wordt gedumpt – bijvoorbeeld door een teveel aan wind of zon, maar ook door de relatief hoge kosten van het naar beneden schakelen van conventionele kern- of kolencentrales.)

    Het veelgehoorde bezwaar tegen zonne- of windenergie, dat deze moeilijker dan conventionele elektriciteit, in overeenstemming met de energievraag zijn te brengen, gaat dus niet op.

    Vorig jaar schreef ik hoe de gemiddelde Duitse exportprijs per kWh 5,6 Eurocent was, vergeleken met 5,25 Eurocent voor iedere geïmporteerde kWh. Met andere woorden: Duitse elektriciteit was 0,35 Eurocent meer waard dan buitenlandse elektriciteit.

    Dit prijsverschil is vorig jaar echter nooit expliciet gemaakt; het persbericht van het Duitse centraal bureau voor statistiek presenteerde enkel de ruwe data. Dit jaar was er niet eens een persbericht. Daarom heb ik de ruwe data zelf opgehaald (klik hier).

    Country Power exports MWh Value in 1,000 euros Power imports in MWh Value in 1,000 euros
    2013
    Belgium
    Luxembourg 4,137,024 209,295
    Sweden 1,049,091 44,492 1,078,890 46,899
    Denmark 6,128,898 301,543 3,678,792 209,096
    France 1,605,290 85,743 11,606,053 498,465
    Netherlands 24,491,975 1,337,447 273,985 14,313
    Austria 15,424,664 812,725 7,070,229 382,777
    Poland 5,672,752 270,502 562,580 25,932
    Czech Republic 2,525,571 135,571 9,203,951 471,618
    Switzerland 10,792,061 559,501 3,398,437 164,927
    TOTAL 71,827,326 4,581,922 35,794,027 1,767,128
    Price of kWh (all) 5.2303 4.9197
    Price of kWh (France) 5.3413 4.2949

    Op de eerste plaats zien we dat er geen elektriciteit wordt verhandeld met België (informatie die ik heb toegevoegd om duidelijk te maken dat ik België niet ben vergeten). Ook Luxemburg exporteert geen stroom terug naar Duitsland. Het verschil tussen de gemiddelde prijs per kWh geëxporteerde stroom en geïmporteerde stroom is 0,31 Eurocent in het voordeel van Duitsland. Opvallend is het grote verschil bij de handel met Frankrijk, dat is bijna 25%.

    Let op dat het hier gaat over fysieke elektriciteitsstromen, niet om commerciële aankopen. In de tabel hierboven lijkt het alsof Frankrijk acht keer zoveel stroom verkoopt aan Duitsland dan het koopt van Duitsland, maar Frankrijk gebruikt het Duitse elektriciteitsnet ook om stroom te verkopen aan Zwitserland en Italië. In werkelijkheid is Frankrijk een grote commerciële koper van Duitse stroom.

    De oorzaken hiervan zijn wederom empirisch eenvoudig te begrijpen (al lijken ze niet logisch). Op de eerste plaats moeten we voorbij de nonsens dat Duitsland onverkoopbare hernieuwbare elektriciteit dumpt op de elektriciteitsmarkt van buurlanden. (Wat Frankrijk overduidelijk wel doet met onverkooopbare kernenergie). Duitsland heeft recent een nieuw record gevestigd, waarbij 73% van de elektriciteit duurzaam werd opgewekt. Dat is duidelijk geen overproductie aan hernieuwbare elektriciteit, daarvoor moet meer dan 100% worden opgewekt (een grens die Denemarken al haalt met enkel windenergie).

    En zoals ik al heb uitgelegd, zorgt de buitenlandse vraag naar Duitse elektriciteit voor een hogere productie van grijze stroom; de productie van hernieuwbare elektriciteit wordt niet beïnvloed door de vraag uit het buitenland.

    Duitsland exporteert goedkope energie omdat conventionele centrales in de knel komen door de groeiende productie van hernieuwbare elektriciteit en deze conventionele centrales niet rendabel kunnen draaien bij een passende (lage) energieproductie. Kortom: Duitsland dumpt juist grijze stroom in buurlanden.

    Onderstaande grafiek illustreert ook wanneer Duitsland stroom importeert en exporteert.

    Energie-export-Dld-458x300

    Agora Energiewende

    De rode lijn geeft de Duitse elektriciteitsvraag weer. Duitsland exporteert elektriciteit wanneer de rode lijn onder het grijze gebied komt. ‘s nachts en aan het begin van de dag gaan de elektriciteitsproductie en de vraag naar elektriciteit redelijk gelijk op. Op deze momenten, wanneer de elektriciteitsvraag en -prijs laag zijn, exporteert Duitsland, relatief gesproken, maar een klein beetje energie. Echter wanneer de vraag (en dus ook de prijs) hoog zijn, is de Duitse energie-export veel groter.

    Kerncentrales in Frankrijk draaien over het algemeen zo veel mogelijk op vol vermogen, dus die kunnen de productie niet verder opschroeven. Frankrijk was mede daarom de tweede importeur van Duitse elektriciteit na Nederland. Alleen zijn Nederlanders gewiekste ondernemers, geen ideologische aanhangers van bepaalde technologieën, zodat de waarde van de elektriciteit die Duitsland aan Nederland verkocht slechts 4,6% meer waard was dan de elektriciteit die Duitsland van Nederland kocht.

    Dat is dan het einde van het verhaal dat Duitsland duurzame elektriciteit tegen verlies dumpt in omliggende landen. Het is een logisch verhaal, maar dat was Aristoteles’ metafysica ook. Sinds de Middeleeuwen is wetenschappelijk denken gebaseerd op experimenten en data. En dat is waar de Duitse energietransitie op is gebaseerd.

    Helaas lijkt veel van de kritiek op de Duitse energietransitie op het wensdenken van metafysici die hun uitleg van de vier elementen en lichaamsvloeistoffen als een feit neerzetten, terwijl hun verhaal enkel klopt volgens de regels van de logica.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • RIVM past emissiecijfers ontgassen binnenvaart aan

    Sargasso beschikt over stukken waaruit blijkt dat het RIVM, naar aanleiding van het rapport van CE Delft, de emissiecijfers van ontgassen door de binnenvaart met een factor tien omhoog bijstelt [RIVM heeft de aangepaste cijfers inmiddels gepubliceerd op Emissieregistratie.nl, KB]. De cijfers voor 2013 ontbreken nog, deze zouden half mei gepubliceerd worden. De cijfers tot en met 2012 (in bezit Sargasso) laten duidelijk zien dat de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) vorig jaar onterecht het frame hanteerde dat de emissies als gevolg van ontgassen door de binnenvaart gedaald zijn.

    Volgens de oude cijfers was de emissie als gevolg van ontgassen in 2012 179.300 kg, na bijstelling gaat het om 1.909.290 kg. Weliswaar gaat het slechts om 1,3% van de totale nationale emissie van vluchtige organische stoffen, maar het gaat vaak wel om stoffen met schadelijke gezondheidseffecten, zoals bijvoorbeeld benzeen, of emissies met effecten op de drinkwaterkwaliteit, zoals MTBE. Het gaat bovendien om emissies die zich concentreren rond gebieden met veel binnenvaart en (petro)chemie, zoals Moerdijk, de Drechtsteden, de regio Rijnmond en Amsterdam.

    Ontgassen_VOS_emissie

    Wat is ontgassen ook al weer?

    Ontgassen is nodig omdat er in de tanks van schepen die chemicaliën en aardolieproducten vervoeren ladingrestanten en ladingdampen achterblijven nadat de tanks geleegd zijn. De schepen worden na het lossen met ladingrestant en ladingdamp weggestuurd van de terminal. Om een volgende lading te kunnen laden moet een schipper vaak laten zien dat het schip gasvrij is. Om dat te bereiken moeten de ladingrestanten en ladingdampen uit het ruim verdwijnen. Dat kan op verschillende manieren, bij een tankschoonmaakbedrijf of door de tanks te luchten in de buitenlucht. Dat laatste heet ontgassen (soms eufemistisch omschreven als schoonmaken in de buitenlucht, ventileren of droogblazen).

    Gezondheidseffect ontgassen

    Bij ontgassen komen aardolieproducten en chemische stoffen vrij. Veelal gaat het om vluchtige organische stoffen (VOS) met schadelijke bijwerkingen, zoals benzeen, tolueen, ETBE en MTBE (loodvervangers in benzine). Daarbovenop komt dat VOS-emissies effecten kunnen hebben op de gezondheid. De volgende effecten kunnen acuut of na langdurige blootstelling optreden:

    • Aldehyden (formaldehyde, aceetaldehyde): slijmvlies irriterend,
    • carbonzuren (mierenzuur, azijnzuur): irriterend en soms corrosief,
    • koolwaterstoffen (tolueen, nonaan): narcotiserend, niereffecten bij sommige proefdieren,
    • chloorkoolwaterstoffen (tri, tetra, per): narcotiserend, lever, nier,
    • methyleenchloride: ernstige irritatie (vloeistof), branderig gevoel (damp),
    • aromatische amines en nitroverbindingen (nitrobenzeen):methemoglobine-vorming.

    Verder zijn er een aantal VOS met specifieke effecten:

    • Benzeen, aniline: effecten op het bloed en bloedvormend systeem,
    • hexaan en MIBK perifere zenuwstelsel/neurotoxisch,
    • benzeen, vinylchloride, butadieen, PAK: kankerverwekkend

    Aangepaste emissiecijfers

    Het RIVM heeft de emissiecijfers voor verschillende stoffen aangepast en het aantal stoffen uitgebreid. Een stof waarvan de emissie naar boven is bijgesteld, is benzeen. Volgens de oude cijfers werd in 2012 6.645 kg benzeen uitgestoten, volgens de nieuwe cijfers 60.751 kg. Daarmee is ontgassen in een klap goed voor 70% van de jaarlijkse benzeenemissie van de binnenvaart.

    Ik snap overigens niet waarom er voor benzeenuitstoot van landbronnen een minimalisatieverplichting geldt, terwijl je het rustig uit je schip mag laten dampen. Met alle schadelijke gevolgen voor opvarenden en omwonenden van dien. Zeker na het uitkomen van het rapport van Antea (pdf), waarin staat dat de meetapparatuur op de schepen niet nauwkeurig genoeg is om te bepalen of gevaarlijke concentraties gas aanwezig zijn, waardoor er risico bestaat dat personeel het dek op gaat terwijl te hoge concentraties giftige dampen hangen, die ook explosief kunnen zijn.

    Benzeen_emissie_ontgassen

    Een nieuwkomer in de cijfers van het RIVM is MTBE, een stof die aan benzine wordt toegevoegd als loodvervanger. Deze stof vormt een probleem voor de drinkwatervoorziening en wordt door de Amerikaanse overheid bestempeld als mogelijk kankerverwekkend. Vanwege grondwatervervuiling is de stof in zestien staten in de Verenigde Staten verboden. MTBE is zwaarder dan lucht en slaat bij ontgassen dus neer in het oppervlaktewater. Het is daarom bijzonder dat het RIVM ontgassen van MTBE ziet als emissie naar het compartiment lucht. Reden voor mij om begin mei vragen te stellen aan het RIVM over het bestempelen van MTBE als luchtemissie. Op deze vragen is nog geen antwoord gekomen.

    Wat ook bijzonder is aan MTBE is dat de bijstelling van de emissiecijfers voor de binnenvaart een enorm effect heeft op de totale Nederlandse emissie. Deze bedroeg in 2011 slechts 918 kg, terwijl ontgassen door de binnenvaart in dat jaar goed was voor 360.000 kg. Aan de hoogte van de officiële cijfers valt sowieso te twijfelen, aangezien ik over stukken beschik over een lozing van twee- tot drieduizend kg op het oppervlaktewater. Het kan natuurlijk zijn dat het geen lozing, maar een ontgassing betrof. Dat blijft echter giswerk, aangezien ontgassingen niet gemeld hoeven te worden.

    MTBE_emissie_ontgassen

    Benzine komt niet apart voor in de cijfers van het RIVM, tenzij deze onder de algemene term NMVOS (niet-methaan vluchtige organische stoffen) wordt meegerekend. Als het RIVM benzine niet meeneemt is dat opvallend, omdat CE Delft in haar rapport tot 281 ton benzine-emissie per jaar komt – ook al mag benzine volgens de benzinerichtlijn niet aan de buitenlucht ontgast worden. Politiek gezien natuurlijk wel zo handig om dat getal dan weg te stoppen onder een andere naam, bijvoorbeeld als minerale oliën (de categorie die in hoeveelheid het dichtst bij het CE rapport van vorig jaar komt)?

    Benzine_emissie_ontgassen

    Onderbouwing emissiecijfers

    Het RIVM baseert zich voor haar nieuwe berekeningen op het rapport van CE Delft van vorig jaar. Dat rapport is op zijn beurt weer gebaseerd op het protocol met behulp waarvan het RIVM de oudere cijfers opstelde, wat vervolgens weer gebaseerd is op een nog ouder rapport van CE Delft over ontgassen uit 2003. Toch zit er een groot verschil tussen de cijfers op basis van het protocol uit 2003 en op basis van het nieuwe rapport van CE uit 2013. Hoe dat komt? Zelfs als geïnteresseerde burger kan ik het niet volgen.

    Zolang er geen meld-, monitor- of meetplicht is voor ontgassen in de binnenvaart zie ik de officiële cijfers als een conservatieve schatting. Ik voel me daarin gesterkt door Staatssecretaris Mansveld, die in de beantwoording van Kamervragen aangaf dat toxische stoffen wel degelijk ontgast mogen worden, en door het onderzoek dat Antea vorig jaar heeft uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

    Dit artikel is geschreven en gepubliceerd op Sargasso, als onderdeel van de reeks over emissies van ontgassen in de binnenvaart.

  • Deal van de eeuw: buyout van de Amerikaanse kolenindustrie

    Vorig jaar stelden een aantal mensen voor om Nuon terug te kopen middels crowdfunding. Ik was daar zelf niet zo’n voorstander van. Vorige week stelde Gil Friend, hoofd duurzaamheid in Palo Alto, CA en Felix Kramer, oprichter van The California Cars Initiative, in The Guardian iets soortgelijks voor de hele Amerikaanse kolenindustrie voor:

    What if Bloomberg, Branson and Grantham came together to buy out the coal industry, close and clean up the mines, retrain workers and accelerate the expansion of renewable energy?

    Friend en Kramer stellen zelfs dat:

    A crowdsourced component could become the biggest kickstarter ever.

    De kosten van het opkopen van de volledige Amerikaanse kolenindustrie becijferen ze op 50 miljard dollar. Los van het klimaateffect bedraagt de directe gezondheids- en milieuwinst tussen de $100miljard per jaar (studie van de National Academy of Sciences uit 2010), tot $345miljard per jaar (studie van Harvard Medical School uit 2011).

    Dus misschien is het niet zo’n goed idee om een energiebedrijf te kopen, maar wel om de hele sector op te kopen. Europese energiebedrijven staan tenslotte ook zwaar in de min ?

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Wie heeft de groenste?

    ANALYSE – Het jaarlijkse onderzoek naar duurzaamheid van de Nederlandse energiesector negeert de trend naar het zelf opwekken van duurzame energie.

    Een paar weken geleden werd de uitkomst gepubliceerd van het jaarlijkse onderzoek naar de duurzaamheid van Nederlandse elektriciteitsleveranciers.

    Bij het lezen van de uitkomsten miste ik echter wat. Ik kon er niet meteen de vinger opleggen, maar deze week viel het kwartje: ik mis de bouw- en installatiebedrijven die u volledig van uw energierekening afhelpen. Dit doen ze door volgens de trias energetica 2.0 in te zetten op energiebesparing, hergebruik van energie uit reststromen en door het resterende energieverbruik volledig duurzaam op te wekken bij u thuis.

    Het onderzoek

    Maar nu eerst terug naar het onderzoek.

    Het onderzoek naar de duurzaamheid van Nederlandse energieleveranciers is uitgevoerd door CE Delft in opdracht van WISE, de Consumentenbond, Greenpeace, Hivos, Natuur & Milieu, Vereniging Eigen Huis en Wereld Natuur Fonds. De zeven maatschappelijke organisaties verenigen zich om samen vanuit verschillende invalshoeken een eenduidig beeld te geven over de duurzaamheid van Nederlandse elektriciteitsleveranciers.

    De ambities van de opdrachtgevers zijn goed: ze willen de verwarring rond groene stroom verminderen, afnemers inzicht geven in de duurzaamheid van hun stroomleverancier, de transparantie in de elektriciteitsmarkt vergroten en Nederlandse stroomleveranciers stimuleren om duurzame keuzes te maken en een grotere bijdrage te leveren aan de transitie naar een schone en veilige energievoorziening.

    Aan de hand van de cijfers uit het onderzoeksrapport van CE Delft zijn de zeven bovengenoemde organisaties aan de slag gegaan om de stroomleveranciers te beoordelen op de volgende twee onderdelen van hun bedrijfsvoering:

    1. De investeringen in stroomopwekking wegen voor 50% mee in de beoordeling.
    2. De productie, levering en inkoop van stroom bepalen samen de andere 50% van de beoordeling.

    De duurzame score per onderdeel is afhankelijk van de gebruikte energiebronnen en de gebruikte techniek om stroom op te wekken.

    De onderzoeksresultaten

    Uit het onderzoek komen Windunie, Raedthuys, HVC Energie, Eneco en Greenchoice als beste uit de bus. De minst duurzame energiebedrijven zijn volgens het onderzoek Atoomstroom, Essent en Delta.

    Al voor het verschijnen van het onderzoek schreef energiebedrijf BAS een blog over de vragen van het onderzoek. Na het verschijnen onstonden de gebruikelijke schermutselingen tussen WISE en HIER Klimaatbureau over de juiste wijze om een dergelijk onderzoek uit te voeren. Schermutselingen die zeker niet de gewenste aanpak van misstanden in de groene stroommarkt verhelderen of het inzicht van de energieconsument vergroten, zoals Jan Paul van Soest en ik vorig jaar ook al schreven.

    Jan Paul van Soest riep toen op tot het oprichten naar een onafhankelijke checker die alle feiten paraat heeft en die de consument de eigen weging laat maken aan de hand van zijn eigen criteria.

    Tekortkomingen van het onderzoek

    Zelf merkte ik dat me bij hij het lezen van de uitkomsten van het onderzoek en de kritiek daarop een unheimisch gevoel bekroop, alsof het een wedstrijdje ‘wie heeft de groenste’ was geworden. Dat gevoel werd nog versterkt na het doen van weer een nieuwe online test voor energiebesparing en de aankondiging van de collectieve inkoop spouwmuurisolatie door Stichting Natuur & Milieu.

    Bij de aankondiging van de lancering van Vandebron.nl, weer een energiebedrijf dat het helemaal anders gaat doen, viel eindelijk het kwartje: energiebesparingsmaatregelen stapelen helpt je niet van je energierekening af. Zelfs nieuwe energiebedrijven als Vandebron en Qurrent zijn niet het innovatieve business model dat tot disruptie van de energiemarkt gaat leiden. Disruptie gaat komen van bouw- en installatiebedrijven die u van uw energierekening af kunnen helpen. Voor burgers en bedrijven die daarmee aan de slag zijn is de discussie over sjoemelstroom achterhaald…

    Waarom ik dit denk? Extrapolatie op basis van eigen ervaringen. Een paar jaar geleden zijn we begonnen met verduurzaming van ons huis. Dat begon met het besluit om een zonneboiler op ons huis te leggen, waardoor we vijf maanden per jaar nauwelijks aardgas verbruiken. We hebben zijn doorgegaan met de aanschaf van Winddelen, ledencertificaten in een windmolencoöperatie die per stuk goed zijn voor 500 kWh per jaar, en vorig jaar hebben we zonnepanelen op ons huis geïnstalleerd. Daarmee zijn we in drie jaar tijd voor een groot deel energieconsument af geworden. We produceren inmiddels op jaarbasis bijna 90% van ons eigen elektriciteitsverbruik en ongeveer 20% van onze behoefte aan warmte.

    Het effect hiervan is dat het ons inmiddels veel minder boeit of ons energiebedrijf tot de top van de duurzame energiebedrijven behoort. Wat ons interesseert, is het vinden van een partij die ons afhelpt van de laatste 80% warmte die we fossiel opwekken. Dat gaat een lastige opgaaf worden, wat helaas komt door mijn eigen haast om meters te maken met energiebesparing en -opwekking.

    Had ik drie jaar gewacht, had ik binnenkort een volledig renovatieconcept kunnen inkopen met gegarandeerd 0 kWh en 0 m per jaar op de meter in ruil voor een bedrag van tien of vijftien keer de jaarlijkse energierekening.

    Bizar maar waar, zie concrete voorbeelden als het Bright House van Heijmans, Energienotaloze Pluswoningen van Volker Wessels of de voorbeelden bij het W&R exepertisecentrum van BAM. Of neus eens rond op de website van De Stroomversnelling en Energiesprong om te beseffen dat het hier niet gaat om een niche, maar om de opschaling van niche naar (een komende) mainstream van ‘nul op de meterwoningen’. Naar deze niche (nog wel) wordt inmiddels ook door Vereniging Eigen Huis en Alliander gekeken.

    Conclusie

    Het onderzoek naar de duurzaamste energieleverancier is op zich een goed initiatief. De vraagstelling gaat echter voorbij aan belangrijke ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Er staan steeds meer energiebedrijven op die hun klant helpen om energie te besparen en om hun eigen duurzame energie op te wekken, bijvoorbeeld BAS, Maak je huis hoom, GreenSpread en RooftopEnergy.

    Daarnaast introduceren bouw- en installatiebedrijven steeds vaker betaalbare concepten voor nieuwbouwwoningen en renovatie met nul op de meter. Daarmee wordt de bouwsector de komende jaren de grootste concurrent van de energiesector en de duurzaamste energie is toch echt de energie die je niet nodig hebt, gevolgd door energie die je lokaal en zonder netverlies opwekt. Ons huis verdient dat, uw huis ook?

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Exit gas, welkom energieopslag

    Vorige week was een bijzondere week voor duurzame energie in de VS. In de VS werd namelijk de grootste zonnecentrale ter wereld opgestart en werd de bouw van ‘s werelds grootste zonnetoren met zoutbatterij afgerond. Deze laatste levert voorlopig nog geen elektriciteit, omdat de komende maanden alle systemen nog getest en opgestart moeten worden.

    De zonnetoren van het Amerikaanse bedrijf SolarReserve is met een vermogen van 110 MW vijf keer zo groot als andere pilot en demo installaties met gesmolten zout als energieopslag. De Spaanse concurrent Abengoa heeft plannen voor een even grote installatie in Chili.

    Door de combinatie met energieopslag kan de installatie meer elektriciteit produceren dan andere zonne-installaties met hetzelfde vermogen. Ook is er geen back-up van conventionele centrales nodig. Bovendien maakt de energieopslag het mogelijk om elektriciteit te leveren wanneer dat nodig is, waarmee een van de bezwaren van tegenstanders van duurzame energie weggenomen is. De zonnetoren kan net als een kolencentrale basislast leveren aan het elektriciteitsnet, is regelbaar met de snelheid van een gascentrale en heeft een marginale kostprijs die lager is dan die van kolen- en gascentrales. De zonnetoren heeft een contract om van 12 uur ‘s middags tot 12 uur ‘s nachts stroom te leveren aan Las Vegas. Dan is de zon al lang onder.

    Het in gebruik nemen van deze grote zonnecentrales heeft milieuvoordelen, al houden de bouw van de centrales en de productie van de benodigde materialen hun milieu-impact. Ten opzichte van conventionele centrales hebben ze het voordeel dat er geen milieuvervuilende winning van brandstoffen nodig is. Daarnaast ontstaan er geen schadelijke emissies naar lucht, bodem of water bij de productie van elektriciteit met een zonnecentrale. Het waterverbruik van de centrales ligt ook veel lager dan dat van conventionele centrales, wat in een droog gebied als Las Vegas niet geheel onbelangrijk is.

    Situatie in Nederland

    Een zonnetoren met zoutopslag is (vooralsnog) geen geschikte technologie voor Nederland. Het laat wel zien dat het argument dat energieopslag ontbreekt achterhaald is. De kosten van energieopslag dalen de laatste jaren ook sterk, volgens sommige bedrijven kan energieopslag de concurrentie met gascentrales zelfs al aan. Een ontwikkeling die naar verwachting doorzet door de vraag naar energieopslag voor elektrische auto’s, maar ook door marktstimulering in Duitsland en Californië. In Australië kijken netwerkbedrijven naar energieopslag om hun kosten te verlagen. Een Nieuw-Zeeland’s netwerkbedrijf subsidieert zonne-energie met energieopslag zelfs al, omdat de kosten lager zijn dan de kosten voor het uitbreiden van het netwerk. Ook solar lease bedrijven beginnen in de VS energieopslag in hun aanbod op te nemen, bv. SolarCity in samenwerking met Tesla.

    Het is dus simpelweg een kwestie van tijd tot ook Nederland gaat kennismaken met de voordelen van energieopslag boven gascentrales voor de energietransitie. Het wordt dan ook hoog tijd dat de theorie van energietransitie aan die veranderende werkelijkheid wordt aangepast. Exit gas, welkom energieopslag.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.