Categorie: Sargasso

  • Internet & datacenters: de grijze kant van duurzame banken?

    De internet-sector is een van de snelst groeiende bedrijfstakken van Nederland. Tegelijkertijd is het een elektriciteit verslindende bedrijfstak. Reden om me afgelopen jaar te verdiepen in de vraag of bedrijven bij de keuze van hun datacenters en webhosting letten op het gebruik van duurzame energie. Met als startpunten banken, een sector die in toenemende mate via online gaat en die daarnaast van oudsher veel gebruik maakt van datacenters.

    Gehanteerde aanpak

    Bij mijn onderzoek heb ik gebruik gemaakt van onderzoek van HIVOS, van informatie op van CDP (Carbon Disclosure Project) en van de Green Web App, een gratis plugin voor de webbrowser van The Green Web Foundation die laat zien of een website ‘groen’ gehost wordt. Waarbij groen gehost wil zeggen dat de webhost gebruik maakt van duurzame energie voor z’n energievoorziening en hier bij voorkeur ook over communiceert op de website. Daarbij maakt The Green Web Foundation momenteel geen onderscheid naar soort groene stroom.

    Wanneer een webhost gebruik maakt van grijze stroom is met de website tcp utils nagegaan om welke webhost het gaat, zodat op de website nagekeken kon worden of het resultaat van de Green Web App overeenstemt met wat een bedrijf zelf op z’n website publiceert. Als ook dat geen uitsluitsel gaf is een reactie gevraagd aan de betreffende bank.

    Duurzame koplopers

    Twee voorlopers op het gebied van bankieren zonder bankkantoren zijn de ASN-bank en Triodos-bank. Beide hebben geen netwerk van kantoren, maar werken van oudsher via post en met de opkomst van internetbankieren uiteraard via internet. Beide banken zijn in de publieke opinie ook voorlopers als het gaat om duurzaamheid en bij de Eerlijke Bankwijzer scoren beide banken goed. Ook zijn beide banken partner van De Groene Zaak, die zich ten doel stellen gezamenlijk de transitie naar een duurzame economie en samenleving in de hoogst mogelijke versnelling te realiseren.

    ASN-bank

    Als eerste heb ik vorig jaar uitgezocht hoe de ASN-bank haar webhosting en datacenter geregeld heeft. Volgens The Green Web Foundation werd de ASN-bank grijs gehost door SNS Reaal, wat ook zichtbaar is met de site tcp utils. Navraag bij de ASN-bank leverde als antwoord op dat SNS Reaal inderdaad de webhosting en datacenter verzorgde voor de ASN. Naspeuring in het jaarverslag van SNS Reaal (pdf) leverde op dat 90% van de verbruikte elektriciteit in 2013 groen was. Na publicatie van deze uitkomsten op mijn eigen weblog (grijs gehost bij krispijnbeek.nl/ 🙁 ) heeft The Green Web Foundation haar oordeel over de hosting van ASN en SNS aangepast van grijs naar groen. Voor de Wereld van Morgen, de community website van de ASN-bank is dit jaar overgestapt op Leaseweb voor de hosting. Volgens de gegevens van The Green Web Foundation maakt Leaseweb wel gebruik van duurzame energie.

    Triodos bank

    De Triodos bank stond aanvankelijk op groen in de Green Web App. Naspeuren op de website van de drie ict-bedrijven waar ze zaken mee doen (Sentia, Colt en Good.com) levert weinig informatie over gebruik van duurzame energie op. Reden om The Green Web Foundation uitleg te vragen, aangezien transparantie over het gebruik van groene stroom een van de eisen is om als groen aangemerkt te worden door The Green Web Foundation. Ondanks verschillende verzoeken van The Green Web Foundation hebben Sentia, Colt en Good.com geen informatie over groene stroom verbruik verstrekt.

    Sentia

    De website van Sentia levert geen enkele verwijzing op over groene stroom, duurzaamheid of maatschappelijk verantwoord ondernemen. Reden om de navraag bij Triodos bank daar te beginnen. Volgens Maarten Thijs, woordvoerder van Triodos bank, maakt Sentia:

    gebruik van groene stroom. Triodos Bank betrekt duurzaamheidsaspecten in de gespreken met al onze leveranciers – en wij vragen hun waar mogelijk hun diensten verder te verduurzamen.

    Tot op heden heeft Sentia niet gereageerd op vragen van mij of The Green Web Foundation over hun stroomverbruik. In het onderzoek van HIVOS komen ze niet voor. Ik ben Sentia niet tegengekomen in de rapportages van CDP en ook van de Triodos bank heb ik geen nadere onderbouwing van de claim over groene stroomverbruik ontvangen.

    Colt

    Ook Colt heb ik vragen gesteld over hun elektriciteitsverbruik. Het is hun Nederlandse public affairs bureau tot nu toe niet gelukt de gevraagde informatie over duurzaam elektriciteitsverbruik boven tafel te krijgen. Op de website van CDP is wel informatie te vinden over het gebruik van groene stroom in 2012, de informatie is echter onduidelijk over de hoeveelheid groene stroom en over het type garanties van oorsprong dat gebruikt is. Op haar website stelt Colt over haar CO2-emissie:

    we know our data centre estate represents the highest proportion (over 60%) of our own carbon emissions from purchased electricity.

    Wat het onwaarschijnlijk maakt dat nog gebruik gemaakt wordt van groene stroom. Want dan zou met een veel lagere CO2 emissie voor elektriciteitsverbruik gewerkt mogen worden.

    Gevraagd om een reactie geeft René Post van The Green Web Foundation aan:

    na bestudering van de duurzaamheidspagina van Colt komt The Green Web Foundation tot de conclusie dat er geen indicatie is van het gebruik van groene stroom. Daarbij is de gemelde PUE van 1,83 gigantisch hoog, een beetje modern datacenter zit in de range van 1,3 – 1,5 en een echt nieuw datacenter vaak onder de 1,2.

    Good

    Good is zo transparant dat op de website niets over duurzaamheid, maatschappelijk verantwoord ondernemen of groene stroom gebruik is te vinden. Ook is er geen mogelijkheid te ontdekken om via een contactformulier of via email persvragen in te dienen. De contactformulieren op de site leiden rechtstreeks naar de sales afdeling en onder press staan enkel persberichten.

    Conclusie

    De banken die zich als koplopers beschouwen m.b.t. duurzaamheid en transparantie kunnen voor hun leveranciers van hosting- en datacenterdiensten nog groeien en wat leren van ABN AMRO dat eerder dit jaar aankondigde volledig over te schakelen op Nederlandse windenergie. Daarbij lijkt ASN het energieverbruik van haar datacenters beter op orde te hebben dan Triodos, dat komt vooral doordat het duurzame elektriciteitsverbruik van de ASN terug te vinden is in het jaarverslag van SNS Reaal. SNS vermeldt geen herkomst van de groene stroom in het jaarverslag, daarin gaat ABN Amro met de openlijke keuze voor Nederlandse groene stroom dan weer een stapje verder.

    Disclaimer: ik bankier bij zowel de ASN-bank als de Triodos bank, en ben sinds begin dit jaar als vrijwilliger betrokken bij The Green Web Foundation.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.nl

  • Inkoopstrategie voor elektriciteit van rijksoverheid is gemiste kans

    Voor het zomerreces van 2014 deed Minister Kamp de Tweede Kamer de toezegging dat hij zou bezien of de aanbesteding van groene stroom door het rijk anders kan. Bijvoorbeeld door te kijken naar de manier waarop de NS vorig jaar groene stroom heeft aanbesteed. Inmiddels heeft de rijksoverheid haar elektriciteit voor 2016 en 2017 aanbesteed. Navraag bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken leert dat het enkel om de volumes elektriciteit gaat, de garanties van oorsprong (waarmee de ingekocht stroom vergroend wordt) zijn nog niet ingekocht. Daarmee volgt de rijksoverheid de trend naar een sterkere koppeling tussen elektriciteitsopwekker en -verbruiker niet. Een gemiste kans voor duurzame energie en voor kostenbesparing.

    Langjarige zekerheid drukt kosten hernieuwbare elektriciteit

    Windturbines en zonne-energie installaties vergen vooral grote investeringen vooraf, terwijl de onderhoudskosten minimaal zijn en er geen brandstofkosten zijn. Een grote kostenpost wordt dan ook gevormd door de financieringskosten, met name rente en dividend. Hoe zekerder een bedrijf is van de toekomstige cashflow hoe lager de risico opslag die een bank of investeerder rekent en hoe lager dus ook de kosten voor het bouwen van een nieuwe installatie.

    In de VS neemt het afsluiten van contracten voor meerjarig inkoop van het geproduceerde volume aan elektriciteit van windmolenparken en zonne-energie installaties dan ook snel toe, dit gebeurd m.b.v. zogenaamde power purchase agreements (PPA’s). Door langjarige inkoopcontracten af te sluiten weten afnemers zich langjarig verzekerd van een vast elektriciteitstarief. Terwijl eigenaren van windturbines en zonne-energie installaties zich verzekert weten van een langjarige cashflow.

    De kosten van PPA’ s dalen in de VS, zo lag de gemiddelde PPA prijs voor windenergie in 2013 op $25/MWh. Niet helemaal vergelijkbaar met de kosten in Nederland, omdat de belastingvoordelen en steunmaatregelen daar anders gestructureerd zijn dan hier en ook gebaseerd op een klein aantal nieuwe installaties (‘slechts’ 630 MW). Maar toch: het geeft aan dat met PPA’s scherpe inkooptarieven mogelijk zijn. Vorig jaar hebben het Wereld Natuur Fonds en 12 Fortune 500 bedrijven ook gezamenlijke inkoopprincipes voor de inkoop van duurzame energie bekend gemaakt. Grote Amerikaanse bedrijven roepen daarnaast energiebedrijven op om het aanbod van duurzame elektriciteit te vergroten om in hun vraag te voorzien.

    Goed voorbeeld: de NS

    Het rijk had bij de inkoop van elektriciteit ook een schoonheidswedstrijd Ă  la de NS kunnen uitschrijven. Waarmee het aanbod van groene stroom vergroot had kunnen worden.

    De NS heeft namelijk een contract met Eneco gesloten voor de levering van tractie-elektriciteit (1,4 terawattuur, 1% van het Nederlandse elektriciteitsverbruik, 10% van de Nederlandse groene stroom). De groene stroom die de NS afneemt van Eneco is afkomstig uit nieuwe windparken die de komende jaren stapsgewijs in gebruik genomen worden in onder meer Nederland, Scandinavië en België.  De energie is daardoor direct herleidbaar naar de bron. NS maakt geen aanspraak op bestaande duurzame energiebronnen en het aanbod van groene stroom op de energiemarkt groeit door de wijze waarop de NS haar groene elektriciteit heeft ingekocht, terwijl de gekozen inkoopstrategie er ook voor zorgt dat er weinig tot geen prijsopdrijvend effect optreed.

    Waarde GvO’s

    De hoogte van de SDE subsidie wordt jaarlijks vastgesteld. Momenteel wordt enkel gekeken naar de marktprijs van elektriciteit, deze wordt van het toegekende basisbedrag afgetrokken om de hoogte van het subsidiebedrag vast te stellen. De overheid heeft de mogelijkheid om de waarde van GvO’s mee te nemen bij het bepalen van de hoogte van de SDE subsidie, dat doet ze niet omdat het lastig is de prijs vast te stellen. Het CBS schatte de waarde van een GvO Nederlandse wind in 2014 in op 0,1 tot 0,2 Eurocent/kWh. Uitgaande van de geproduceerde hoeveelheid windenergie in 2013 (laatste cijfers in CBS Statline) en het CBS onderzoek naar de waarde van GvO’s Nederlandse wind levert het verrekenen van de waarde van een GvO een besparing op tussen de 5 en 11 miljoen Euro per jaar.

    Nut van prijsopdrijven GvO’s voor de overheid

    Voor de Nederlandse overheid kan het opdrijven van de prijs van GvO’s door kwalitatieve eisen te stellen aan de soort groene stroom extra geld besparen. Door zelf Nederlandse GvO’s windenergie in te kopen (of met behulp van bijvoorbeeld de eisen uit het handboek CO2-prestatieladder eisen te stellen aan de kwaliteit van GvO’s) krijgt de overheid beter zicht op de marktprijs van GvO’s. Dat maakt het mogelijk om de waarde van GvO’s daadwerkelijk te verrekenen. De besparing neemt wel af tot 4,5 tot 9 miljoen Euro, doordat de overheid ook kosten moet maken voor de inkoop van kwalitatief betere GvO’s.

    Wanneer de inkoop van de Nederlandse overheid een prijsopdrijvend effect heeft op de waarde van GvO’s neemt de besparing toe. Per tiende cent per kWh bespaart de overheid per saldo zo’n 4,5 miljoen Euro. Dat bedrag wordt nog hoger als ook de prijs voor andere Nederlandse GvO’s stijgt, wat niet ondenkbaar is aangezien het elektriciteitsverbruik van de rijksoverheid goed is voor zo’n 10% van de Nederlandse duurzame energie productie.

    Wanneer het in verband met Europese aanbestedingseisen niet haalbaar is om expliciet om Nederlandse groene stroom te vragen, dan biedt het handboek van de CO2 prestatieladder een prima uitweg. Rijkswaterstaat werkt daar mee en ik ben in de drie jaar dat ik er mee heb gewerkt weinig tot geen gecertificeerde bedrijven tegengekomen die het aandurven om te kiezen voor de goedkope optie van Noorse, laat staan IJslandse, garanties van oorsprong.

    Voor de bewuste consument is het effect op de energierekening van deze strategie beperkt. Uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh gaat het om 35 Euro/jaar, of Euro 2,92 per maand. Daar staat tegenover dat er minder geld nodig is voor de SDE subsidie.

    Conclusie

    De belangrijkste vraag is of ministers, beleidsmakers en inkopers in staat zijn om over hun eigen budget en ministerie heen te werken aan een integrale beleids- en inkoopstrategie voor duurzame energie. De antwoorden die ik de afgelopen jaren heb gehad vanuit inkopers en beleidsmakers stemmen wat dat betreft weinig hoopvol. Want ‘de inkoop van IJslandse waterkracht voldoet toch aan de duurzaam inkopen criteria’?

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • WK Voetbal in BraziliĂ« levert parkeergarage van $900 miljoen op

    Voorafgaand aan grote sportevenementen worden de meest fantastische economische effecten voorgeschoteld.  Zo ook in Brazilië voor het WK van 2014. Een jaar na datum pakt het iets anders uit:

    Brazil spent about $3 billion building 12 new or heavily refurbished stadiums for last year’s World Cup. Officials promised these taxpayer-funded venues would continue to generate revenue for years, hosting concerts, pro soccer games, and other events.

    But as Lourdes Garcia-Navarro at NPR reports, most stadiums are failing to generate much revenue at all. The most expensive one, in Brasilia, is most regularly used as a site for a municipal bus parking lot. …

    There are economists who study the potential economic impact of these events on the cities that host them, and their findings are unequivocal: they don’t pay. As Victor Matheson, an economist at College of the Holy Cross, told my colleague Brad Plumer, “My basic takeaway for any city considering a bid for the Olympics is to run away like crazy.”

    Link via Environmental Economics.

    Dit bericht is eerder als open waanlink op Sargasso gepubliceerd.

  • Ionica Smeets kraakt gegoochel met cijfers door anti-statiegeldlobby

    Wiskundige Ionica Smeets (ook wel bekend als Wiskundemeisje) kraakt de wijze waarop de anti-statiegeldlobby met cijfers ‘goochelt’. ‘Misleidend’, stelt ze dit weekend in haar column in de Volkskrant vast. De column zit achter de betaalmuur, maar P+ geeft een inkijkje in de vreemde wijze waarop Nederland Schoon volgens Smeets goochelt met getallen. Smeets vraagt zich bijvoorbeeld af of het meten van zwerfafval in aantallen methodologisch juist is? Zou volume niet logischer zijn? Of zijn twee peuken echt erger dan een plastic petfles of plastic zak?

    Dagblad Trouw toonde zich eerder ook al kritisch over de wijze waarop de anti-statiegeldlobby omgaat met onderzoeksuitkomsten en beschreef hoe de Nederland Schoon alles op alles zet voor een land zonder statiegeld. Met nog een maand te gaan tot het besluit van Mansveld is zelfs het inzetten van Burson-Marsteller, het public relations bureau dat jaren disinformatie heeft verspreid ten bate van de tabaksindustrie en dat nog steeds doet voor de kolensector, geen bezwaar.

    Ook de plastic helden mengen zich in de strijd met gepersonaliseerde tweets die verwijzen naar een bericht op Plastic Heroes met het door Smeets en Trouw gekraakte onderzoeksrapport:

    Volgens Jan Blom, hoofdredacteur van P+, gaat het om honderden, zo niet duizenden, gepersonaliseerde tweets. Waarbij natuurlijk de vraag rijst wie betaalt al die gepersonaliseerde tweets en wie heeft ‘m bedacht:

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso als open waanlink. Zie ook eerdere berichtgeving over hoe de anti-statiegeldlobby Lidl en Aldi geld zouden bieden voor het stoppen met statiegeld.

  • Hoe ziet een goed vrijhandelsbedrag voor de middenklasse er uit?

    Er is veel te doen over de vrijhandelsverdragen TTIP en TPP. Voorstanders stellen dat deze verdragen leiden tot welvaartsgroei voor de middenklasse. In een blogbijdrage op de website van het Economic Policy Institute stelt Josh Bivens dat in tegenspraak is met zowel de economische theorie als eerdere ervaringen.

    Ook stelt hij dat vrijhandelsverdragen, zoals TPP, niet zo zeer gaan over vrijhandel, als wel over wie wel en wie bloot gesteld gaan worden aan wereldwijde concurrentie. Waarbij Amerikaanse bedrijven die winst maken met intellectueel eigendom, zoals softwarebedrijven en de farmaceutische industrie, de grote winnaars zijn, omdat intellectueel eigendom via internationale vrijhandelsverdragen vaak nog beter beschermd wordt.

    Een vrijhandelsverdrag dat winst op levert voor de middenklasse zou er volgens Bivens volstrekt anders uit zien:

    Simply put, nothing at all like the TPP. An agreement that fostered international cooperation to let countries tax capital income without it simply fleeing abroad would be hugely useful. So would an agreement that instituted a harmonized financial transactions tax across international borders. And so would an agreement that tried to stop carbon “leakage” – the movement of activity that produced greenhouse gases to those countries that have not institute measures to mitigate greenhouse gas emissions. And so would an agreement that finally put teeth into provisions to stop currency management that led to global trade imbalances.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder als open waanlink op Sargasso gepubliceerd.

  • Schaliegasindustrie neemt EU expertcommissie over

    The Guardian bericht op 15 april over een duidelijk gevalletje ‘wij van wc-eend’.  De EU expertcommissie die moet adviseren over het de mogelijke risico’s van schaliegas wordt geleid door zes leden, waarvan er drie afkomstig zijn van Cuadrilla en ConocoPhilips (beide actief in schaliegas), twee van pro-schaliegas ministeries in het Verenigd Koninkrijk en Polen, en als laatste een adviseur van de lobbygroep Schale Gas Europe.

    De expertcommissie overzien en beoordelen het werk van de werkgroepen, die alleen op uitnodiging toegankelijk zijn. In de werkgroepen zaten zo’n 70 vertegenwoordigers namens de industrie en 10 namens de milieubeweging. Reden voor de milieubeweging om zich volledig uit deze werkgroepen terug te trekken.

    Tip: Stollmeyer.

    Dit bericht is eerder als waanlink op Sargasso gepubliceerd.

  • Geen provinciaal ontgasverbod in Gelderland

    Eind vorig jaar heeft GroenLinks Gelderland vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten over ontgassen binnen de provincie Gelderland. De vragen zijn al weer een tijdje beantwoord, tijd dus om er wat dieper in te duiken.

    Globaal wilde GroenLinks Gelderland weten of het provinciebestuur het eens was dat er geen verschil is tussen emissies van stoffen als benzeen en MTBE via landbronnen en vanuit de binnenvaart, en of de provincie overwoog om een provinciaal ontgasverbod in te stellen naar voorbeeld van de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant.

    Wat betreft de huidige verschillen in behandeling tussen landbronnen en mobiele emissiebronnen heeft GroenLinks Gelderland gelijk gekregen. Volgens de provincie Gelderland is er milieuhiegyenisch geen verschil tussen emissies vanuit landbronnen en vanuit mobiele bronnen, zoals de binnenvaart. Idealiter zouden dus ook dezelfde emissie-eisen aan beide soorten emissies opgelegd moeten worden.

    De provincie Gelderland is echter niet van plan om een provinciaal verbod op ontgassen aan de buitenlucht in te stellen. In de beantwoording geeft de provincie aan dat ze via het Interprovinciaal overleg (IPO) samen met de andere provincies heeft gepleit voor een wettelijk vastgelegd landelijk ontgasverbod. Naar mening van de provincie werkt de staatssecretaris daar ook aan per juni 2015. Roel Vincken, persvoorlichter bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, geeft echter aan dat het ministerie hier niet van op de hoogte is en dat het ministerie ook niet werkt aan een nationaal verbod vooruitlopend op internationale regelgeving.

    Green Deal poging 2

    Wel heeft staatssecretaris Mansveld brieven van verschillende grote verladers van benzeen ontvangen waarin zij aangeven vrijwillig te stoppen met ontgassen aan de buitenlucht van 100% benzeenladingen in Nederland. Ook is het ministerie van I&M in gesprek met verladers en de binnenvaartsector om te komen tot een Green Deal voor het stoppen met ontgassen aan de buitenlucht van benzeenhoudende ladingen (>10% benzeen). Deze Green Deal zou per 1 januari 2016 in moeten gaan, de datum waarop de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland hun provinciaal ontgasverbod willen uitbreiden naar deze productgroep..

    IPO werkt echter niet mee aan een Green Deal, omdat de provincies van mening zijn dat ontgassen zich niet leent voor een vrijwillige aanpak. De provincies vinden dat ontgassen via een landelijk verbod op ontgassen aan de buitenlucht geregeld moet worden, met uitzondering van de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland waar al een provinciaal verbod op ontgassen van 100% benzeen is ingesteld en waar benzeenhoudende ladingen (>10%) vanaf 1 januari 2016 zouden moeten volgen.

    Hoe kansrijk een Green Deal aanpak is blijft onduidelijk, aangezien er oorspronkelijk in september 2014 al een Green Deal had moeten zijn voor benzeen. Die werd begin januari 2015 definitief achterhaald door de werkelijkheid van het ontgasverbod in de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland.

    Verladers benzeen over op dedicated transport

    Volgens Roel Vincken, persvoorlichter bij het ministerie van I&M, hebben de grote verladers van benzeen per brief aan de staatssecretaris van I&M laten weten dat schepen die zij inhuren per 1 januari jongstleden niet meer aan de buitenlucht ontgassen. Volgens  Erwin Thijssen, beleidsmedewerker bij Koninklijke Schuttevaer, wordt dit vooral bereikt door te kiezen voor dedicated transport van benzeen. Ook zou er verandering zichtbaar zijn in de inkoopvoorwaarden van de verladers, waardoor schepen die dedicated benzeen varen niet meer gasvrij aan de terminal hoeven te komen (zie eerdere berichtgeving op Sargasso). Dat zou betekenen dat ontgassen aan de buitenlucht voor het innemen van een nieuwe lading niet meer nodig is. Dat zou ook kunnen verklaren ook waarom aanbieders van alternatieve ontgasmethodes, zoals Mariflex in Vlaardingen, geen toename zien van het aantal binnenvaarttankschepen dat gasvrij gemaakt wil worden.

    Een andere verklaring is dat er in de praktijk weinig veranderd is en dat binnenvaarttankschepen nog steeds aan de buitenlucht ontgassen om zo gasvrij aan de terminal te komen, zoals de website Schiedams Nieuws eerder dit jaar berichtte en waarvan de bron naar mijn mening betrouwbaar is. Op mijn vragen aan DCMR naar aanleiding van deze berichtgeving wordt door zowel DCMR als Port of Rotterdam slechts zeer globaal beantwoord. DCMR heeft daarbij geen antwoord gegeven op de vraag of het We-Nose netwerk onderscheidt kan maken tussen ontgassen van 100% benzeen en benzeenhoudende mengsel, en waar het omslagpunt ligt. DCMR heeft eveneens geen antwoord gegeven op de vraag of bij de benzeen meetpunten een daling van de concentratie of het aantal pieken is waar te nemen. Terwijl de binnenvaart volgens de provinciale verordening van Zuid-Holland goed is voor 50 ton benzeen op jaarbasis. Voor de Rotterdamse haven waren er bij DCMR eind februari geen vergunningaanvragen voor installaties voor ontgassen aan de wal bekend.

    Marktontwikkelingen rond ontgastechnologie

    Ondertussen zit de markt niet stil en hebben NofaMarsac en Hobeon samen met Vaporsol een nieuw ontgassingscertificaat ontwikkeld. Het ontgassingscertificaat is bedoeld om producenten en afnemers de zekerheid te bieden dat de ontgassing voldoet aan de eisen van de handhavende instanties. Begin maart heeft het samenwerkingsverband van NofaMarsac (de gasdokters), Hobeon (een certificerende instantie) en Vaporsol (de producent van de Vaitec vapor recovery unit) een test uitgevoerd in de Antwerpse haven. Bij deze test werd een schip geladen met circa 2.700 ton benzine (UN 1203) in ongeveer acht uur tijd ontgast tot beneden 10 procent LEL (LEL = lower explosion limit. 10 procent LEL is de maximale uitstoot die is toegestaan in de nieuwe regelgeving). De pilot werd succesvol afgesloten met de uitgifte van het allereerste ontgassingscertificaat.

    Wat wel bijzonder is is dat deze test plaatsvond met een stof die al niet ontgast mag worden aan de buitenlucht. Wat dan weer de vraag oproept hoe het huidige verbod op ontgassen van benzine nageleefd wordt. Bijvoorbeeld in Amsterdam, de grootste benzinehaven ter wereld.

    Update met betrekking tot vragen aan het ministerie van I&M

    De vragen aan het Ministerie van Infrastructuur & Milieu, die Sargasso op 14 november 2014 heeft gesteld, zijn nog steeds niet beantwoord. Ondanks herhaaldelijke toezeggingen van persvoorlichter Roel Vincken dat deze op korte termijn beantwoord zouden worden.

    Ik schrijf al langere tijd voor Sargasso over ontgassen door de binnenvaart. Ook dit artikel is eerder op Sargasso gepubliceerd.

  • Gastbijdrage: Duitsland de aluminium magneet

    Tekst: Craig Morris; Vertaling: Krispijn Beek.

    Update: de Nederlandse aluminium smelter Aldel maakt dit jaar een doorstart met een directe aansluiting op het Duitse elektriciteitsnetwerk. En het lijkt erop alsof het Verenigd Koninkrijk ook jaloers is op de elektriciteitsprijzen voor de grootste industriële energieverbruikers.

    ACHTERGROND – Vandaag heb ik oud nieuws voor je, maar het is niet zo breed bekend. In 2013 schreef ik over de plannen van de Nederlandse aluminiumsmelter Aldel om faillissement aan te vragen als het geen directe aansluiting kreeg op het Duitse elektriciteitsnetwerk (Nederlandse elektriciteit is duurder). Kort daarna vroeg het bedrijf inderdaad faillissement aan.

    Maar hier eindigt het verhaal niet. In november kondigde het bedrijf aan dat de directe aansluiting op het Duitse netwerk dit jaar gereed zal komen en dat het bedrijf op dat moment een doorstart wil maken. (Update: het lijkt erop dat het bedrijf begin maart inderdaad doorgestart is. De directe lijn is toegezegd, maar nog niet gereed. Zie dit artikel.)

    In februari schreef Reuters dat de Duitse aluminium producent Trimet een in problemen verkerende concurrent in Frankrijk over had genomen. Het artikel wijst er op dat de aluminium sector in een aantal landen in moeilijkheden verkeerd, maar Duitsland behoort niet tot deze landen.

    In mijn onderzoek hiernaar kwam ik ook een studie (PDF) uit april 2012 tegen naar de sluiting van een aluminiumsmelter in het VK, dat zijn aluminiumsector de laatste jaren heeft zien verkommeren. De enige keer dat Duitsland genoemd wordt in de studie is in verband met de elektriciteitsprijzen:

    The most damaging of all additional energy costs are those that are imposed unilaterally, so that British energy-intensive industries pay costs that their rivals in other countries do not. With the addition of the most recent of these, the carbon price floor, total UK electricity costs in 2013 will be raised by 24 per cent for energy-intensive sectors.   To put this in perspective, German energy-intensive businesses will only be paying 16 per cent extra through government-added costs at the same time.

    En verderop:

    
 the mitigation measures the UK gives to energy-intensive companies, such as a 65 per cent rebate on the climate change levy that will rise to 80 per cent from next year, are still small fry compared to the other green costs they face here and the greater discounts other countries offer. Germany for instance provides energy-intensive firms with a rebate of 98.5 per cent of the cost of subsidising renewable energy on electricity bills. This allows the German government to pursue its green agenda but without the risk of overburdening valuable and vulnerable industries. Including all other costs, British companies will be paying 15 per cent more for their electricity compared to Germany in 2013.

    Bedenk je dat dit rapport uit april 2012 stamt, toen de Duitse opslag voor duurzame energie 3,5 Eurocent bedroeg, vergeleken met 6,2 Eurocent op dit moment. Wat betekent dat de situatie verslechterd is bezien vanuit de energie-intensieve industrie in het VK.

    Het vormt aanvullend bewijs dat de grootste energieverbruikers in Duitsland zich goed staande houden in de Energiewende.

    En overigens hadden de Nederlanders onlangs een grote blackout in de regio Amsterdam. Hoewel Reuters zegt dat er problemen waren bij een onderstation, weten we allemaal dat hernieuwbare energiebronnen het grootste probleem waren. De Nederlanders hebben immers zoveel zonne-energie dat ze het niet eens kunnen niet eens tellen.

    Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planùte en is te vinden op Twitter als PPChef.

  • Wanneer ga jij van het gas af?

    De afgelopen maanden heb ik me regelmatig afgevraagd wat ik zelf kan doen om te zorgen dat er minder gas gewonnen gaat worden in Groningen. Na een discussie over klimaat en energie bij GroenLinks vorige week en een groot aantal bezoekers aan een stukje over wonen zonder gasaansluiting op mijn persoonlijke blog weet ik het zeker: ik ga zo snel als financieel haalbaar gasloos. En ik hoop dat velen mijn voorbeeld volgen, zodat Nederland ‘warm houden in de winter’ geen argument meer kan zijn om de gaskraan open te houden.

    Waarom gasloos wonen?

    Gas is al lang niet meer nodig om je huis te verwarmen of om tapwater te verwarmen, laat staan om mee te koken. De politiek maakt helaas al decennia weinig haast met het dichtdraaien van de vraag naar gas, terwijl Groningers terecht willen dat de gaskraan veel verder dicht gaat. Tijd dus om het heft in eigen hand te nemen. Want zoals Jan Willem van de Groep al eerder schreef op Sargassso: als je van het gas af wil schiet je weinig op met zonnepanelen, dan moet je je warmtevraag aanpakken. De mogelijkheden daartoe zijn groter dan je denkt en het comfort effect vele malen kleiner dan je denkt.

    De overgang naar gasloos

    Een Nederlandse huishouden dat van het gas af wil moet voor 3 zaken een gasloze oplossing vinden: koken, warm tapwater en de verwarming. Hieronder de mogelijkheden die ik ken om van het gas af te komen. Het zijn er genoeg, dus wat is jouw excuus om Groningen te laten beven voor jouw behoefte aan een warm huis?

    Gasloos: de mogelijkheden voor koken en tapwater

    Het simpelste om mee te beginnen is koken. Meestal is dat niet een hele grote gasverbruiker en al vanaf een paar honderd euro kan je overschakelen op keramisch, inductie of elektrisch koken. Het is wellicht even wennen t.o.v. koken op gas, maar het heeft ook zo zijn voordelen. Bijvoorbeeld in luchtvochtigheid, want een van de bijproducten van het verbranden van gas is water. Zelf koken we keramisch en ik mis het gas niet.

    Het wordt al wat lastiger als je ook voor je warmte tapwater van het gas af wil. Grofweg heb je twee mogelijkheden: met opslag en zonder opslag. Bij systemen met opslag kan je denken aan zonneboilers, al moet je er dan nog wel wat bij verzinnen voor de wintermaanden als de zonneboiler te weinig warm water levert. Bijvoorbeeld door de zonneboiler te combineren met andere opties zoals een warmtepompboiler. Systemen zonder opslag zijn in Nederland onbekend, in Duitsland is echter een keur aan doorstroomverwarmers te verkrijgen. Niet meteen denken dat je dan obscure merken krijgt, ook grote namen als Siemens leveren ze. Er zijn voldoende Nederlandse webwinkels te vinden die ze kunnen leveren, maar je kan ze ook rechtstreeks in Duitsland bestellen.

    Gasloos verwarmen

    De grootste uitdaging is de ruimteverwarming. Een oplossing die in Nederland populair is, zeker onder de nul-op-de-meter concept aanbieders, is de warmtepomp. Te verkrijgen in veel verschillende uitvoeringen, waarbij de belangrijkste vraag is of je voor een grond- of luchtgebonden warmtepomp gaat. Bij de lucht warmtepomp kan je kiezen voor balansventilatie (centraal of decentraal) of voor een lucht-water warmtepomp. Bij dit laatste type neemt de warmtepomp de functie en plaats van de HR-ketel over.

    Er zijn echter ook andere mogelijkheden, bv. een pelletkachel, pelletketel, serververwarming of infraroodverwarming. Open haarden of allesbranders kan je beter links laten liggen, tenzij je behoefte hebt aan astma of burengerucht. Een pelletketel kan de plaats innemen van de cv-ketel en vergt dus weinig aanpassingen aan bestaande centrale verwarmingssystemen. Pellet-kachels en pellet-ketels kunnen vaak ook warm tapwater leveren en sommige modellen kunnen zelfs elektriciteit opwekken, net als de HRe-ketel.

    Infraroodverwarming is zeker voor ruimtes die je weinig gebruikt de moeite van het overwegen waard. De investeringskosten zijn relatief laag en infraroodverwarming reageert snel. Moderne systemen zijn in staat om met klokthermostaten te werken of kun je via je smartphone of tablet bedienen. Zelf heb ik nu infraroodverwarming in de badkamer. De volgende stap is infraroodverwarming in alle slaapkamers en in de werkkamer op zolder. Voor de huiskamer en voor tapwater blijf ik dan nog even afhankelijk van gas, maar ik schat dat er toch weer een 100 tot 150 m3 van ons toch al lage gasverbruik (0,20 m3/gewogen graaddag volgens Mindergas.nl) af kan.

    Een wat nerdige oplossing, die niet onderschat moet worden, is het gebruik van de warmte van een server. In het buitenland zijn er al diverse bedrijven mee bezig en recent kondigde Eneco aan eenminderheidsbelang te nemen in Nerdalize. Nerdalize is een Yes!Delft-startup die serverwarmte inzet om huishoudens te verwarmen. De eerste gezinnen hebben al proefgedraaid met computers als kachel enEneco en Nerdalize gaan de komende maanden 5 pilots uitvoeren. De aanwezige rekenkracht in het eRadiator-systeem wordt via internet aan een clouddienst gekoppeld. Nerdalize verkoopt deze decentraal verdeelde rekenkracht aan bedrijven en onderzoeksinstituten. De start-up stelt dat het met deze opzet de kosten voor omvangrijke rekenprojecten met 30 tot 55% kan worden verlaagd. Huishoudens kunnen naar verwachting zo’n 400 Euro per jaar op hun gasrekening besparen. De eRadiator moet nog wel aan een buitenmuur worden bevestigd om de warmte in de zomer kwijt te kunnen.

    Totaal concepten

    Wie niet zelf wil nadenken over lossen stapjes om van het gas af te gaan kan ook fysiek op steeds meer plaatsen aankloppen voor een nul-op-de-meter woningconcept. Met als bijkomende voordelen dat energiebesparing/isolatie, woongenot en gebruiksgemak een belangrijke rol spelen in deze concepten. Bijvoorbeeld door zaken als meerjarige energieprestatieafspraken voor het te leveren concept. Ook kijken creatieve installateurs steeds beter naar mogelijke combinaties van verschillende opties, zoals het verlagen van de totale kosten over de gehele levensduur door na te denken over combinaties van warmtepomp en infraroodverwarming of serververwarming.

    En stadsverwarming dan?

    Nou, da’s voor mij gewoon geen optie. Eerder dit jaar ben ik de uitdaging uitgegaan om te berekenen wat stadsverwarming zou betekenen voor onze energierekening. Mijn conclusie: stadsverwarming is te duur en ik zie geen enkel nut van het inruilen voor de ene vastrechtpost voor de andere.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Gastbijdrage: Zorgen over zonsverduistering laaien op

    De Telegraaf, de NOS en Trouw besteedde een aantal weken geleden aandacht aan de gedeeltelijke zonsverduistering die op 20 maart dit jaar plaats vind. De basis hiervoor was een persbericht van Tennet. De reactie van Craig Morris op de Nederlandse berichtgeving: ‘Onzin’. Tijd dus om ook het derde artikel dat Craig Morris over de zonsverduistering schreef voor Renewables International te vertalen voor Sargasso.

    Entso-e, de organisatie van Europese netwerkbeheerders, heeft een paper gepubliceerd waarin ze de impact van de komende gedeeltelijke zonsverduistering op de productie van zonne-energie in de EU onderzoeken.

    Op 20 maart zal Europa getuige zijn van een gedeeltelijke zonsverduistering, de eerste sinds het continent zoveel capaciteit aan zonelektrisch vermogen heeft geïnstalleerd. Ik schreef al eerder over het onderwerp hier en hier. De grote vraag is of het elektriciteitsnetwerk in staat zal zijn om met zo’n snelle verandering in zonelektrisch vermogen om te gaan. Het korte antwoord is ja, maar het lange antwoord is dat het een ruige rit kan gaan worden – of een volstrekt oninteressante dag als het bewolkt is.

    Entso-e heeft z’n eigen overzicht voor Europa gepubliceerd (PDF). Hoewel het duidelijk geschreven is voor ingenieurs (de organisatie wil netwerkbeheerders helpen bij de voorbereiding voor de gebeurtenis), is het stuk nog steeds interessant om te lezen voor het algemene publiek, deels omdat het zoveel cijfers bevat. TsjechiĂ« lijkt bijvoorbeeld een klein beetje minder te hebben op 28 maart dan eind 2013 had, en de cijfers voor Nederland zijn wilde gok (zie de tabel op bladzijde 5).

    De tabel op pagina 6 toont dat de maximale verduistering in Duitsland 76% zal bedragen (in Kassel), maar daalt naar 59% in ItaliĂ« (Florence). Het ‘episch centrum’ van de eclips ligt erg noordelijk, zodat de invloed naar het zuiden toe verminderd. Wat interessant is is dat de verduistering in Madrid, Spanje, en Coimbra, Portugal met respectievelijk 67% en 70% groter is dan in ItaliĂ«. Maar Spanje en Portugal hebben veel minder zonelektrisch vermogen geĂŻnstalleerd.

    Door heel continentaal Europa kan de afname aan zonelektrisch vermogen zo’n 30 GW bedragen, op een geïnstalleerd vermogen van grofweg 90 GW. Ik schat in dat de afname in Duitsland met gemak 10 GW van de 39 GW geïnstalleerd vermogen kan bedragen; Entso-e stelt het maximum op 16.916 MW (iets minder dan 17 GW). Ze gaan daarbij uit van een stralende, hemelsblauwe lucht, terwijl ik uitging van een sigarenkist berekening op basis van een scenario met redelijk goed weer. Elke bedekking van de hemel met wolken (en er zullen best wat wolken boven Europa zijn) zal de impact van de zonsverduistering verminderen, en een bewolkte hemel boven Duitsland zal van de zonsverduistering een non-evenement maken. De studie verwacht dat de vermindering van de invoer van zonnestroom tot 50% van Duitsland alleen komt.

    De studie zet de maximale vermindering op 400 MW per minuut over Europa, maar de vermeerdering zal groter zijn met maximaal 700 MW per minuut. Het verschil hangt samen met het moment van de dag. De zonsverduistering start om 8:30u ‘s ochtends, wanneer er nog relatief weinig zoninstraling is. De eclipse begint grofweg een half uur later te verdwijnen. Dus het opvoeren van het vermogen aan zonne-energie vind ruwweg plaats tussen 9 en 10u ‘s ochtends, wanneer de zoninstraling groter is. Daarom gaat het opvoeren van het vermogen sneller dan het ‘afregelen’.

    De meest saillante verrassing is voor mij dat in Groot Brittanië het effect van mensen dat naar de zonsverduistering gaat kijken op de elektriciteitsvraag blijkbaar groter is dan het effect van zonne-energie op de elektriciteitsproductie. Vreemd genoeg stelt de studie:

    The PV effect acts in the opposite direction on the residual demand to the human-demand effect, and so will in fact ameliorate the situation.

    Ik weet niet zeker wat hier bedoeld wordt. De productie van zonnestroom zal eerst dalen en dan snel stijgen, dus het beweegt in twee richtingen. Het menselijk effect kan een lagere vraag naar elektriciteit zijn als veel mensen stoppen met werken om de zonsverduistering te bekijken (LET OP: kijk NIET rechtstreeks in de richting van de zon), maar eerlijk gezegd weet ik niet zeker of Entso-e denkt dat iedereen z’n tv aan zal zetten om de eclips te bekijken, waardoor de vraag naar elektriciteit juist stijgt. Hoe het ook zij, de vraag naar elektriciteit zal ongewoon zijn die ochtend, maar zal niet gelijk opgaan met de verandering in opgewekte zonnestroom. I neem aan dat mensen hun elektriciteitsverbruik net voor de eclips veranderen en weer aan het werk zullen gaan net nadat de zonsverduistering voorbij is. En nogmaals, bescherm a.u.b uw ogen. Het elektriciteitsnetwerk overleeft het wel, maar laten we ons niet allemaal blind staren op deze zeldzame gebeurtenis.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planùte en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.