1ste bijdrage voor Sargasso: Verduurzaming woningmarkt kan wel

Dit bericht is oorsponkelijk geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Het woonakkoord dat Stef Blok recent sloot, biedt weinig mogelijkheden tot verduurzaming van de woningmarkt. Zonde, daar zijn tal van scenario’s voor.

Het recent gevormde woonakkoord staat symbool voor hoe het niet moet als je gaat hervormen. De woningbouwcorporaties kregen in eerste instantie een extra last van twee miljard euro per jaar opgelegd, en moesten vervolgens blij zijn te horen dat het zo’n 250 miljoen minder werd. Onderzoekers van Amsterdam School of Real Estate voorspellen nog altijd een vraaguitval van twee tot tien jaar bouwproductie.

De maatregelen voor de koopmarkt zijn al even robuust. Het enige lichtpuntje is dat paal en perk wordt gesteld aan de hypotheekrenteaftrek. Jammer alleen van die Blok-aan-je-been-restschuld-lening voor starters.

En dat terwijl er tal van alternatieve hervormingen denkbaar zijn.

Wat dan wel?

De makkelijkste oplossing was natuurlijk geweest om te kijken naar een van de verschilllende plannen die er al lagen voor hervorming van de woningmarkt. Denk bijvoorbeeld aan Wonen 4.0, waaraan slechts Vereniging Eigen Huis, de Woonbond, Aedes en de makelaarsorganisaties hun naam verleenden. Kern van Wonen 4.0 vormt geleidelijke afbouw van de hypotheekrenteaftrek en geleidelijke verhoging van de huren tot marktconform niveau. Om zowel kopen als huren bereikbaar te houden voor lagere inkomens is een woontoeslag beschikbaar.

Een andere optie, die vanuit duurzaamheid nog meer mijn voorkeur heeft, is om ook verregaande energiebesparingsmaatregelen in de hervorming van de woningmarkt op te nemen. Daarmee houden we bouwvakkers en installateurs uit de WW, gaan we energiearmoede tegen, verbeteren we het milieu en spelen we op termijn koopkracht vrij voor eigen consumptie in plaats van import van gas of kolen.

Woningbouwcorporaties

Woningbouwcorporaties zijn bedoeld om huisvesting te bieden aan mensen met een smalle beurs. Door allerlei oorzaken en om verschillende redenen is er een behoorlijk aantal mensen dat blijft wonen in sociale huisvesting, ook als hun inkomen stijgt. Zij staan beter bekend als scheefwoners. Er kunnen echter zeer goede redenen zijn om scheef te willen wonen. Bijvoorbeeld omdat je een van de vele flexwerkers of zzp’ers bent die Nederland rijk is. Je inkomen mag nu dan wel te hoog zijn voor de sociale woningbouw, maar hoe is dat volgend jaar? Een lage huur en daarmee lagere vaste lasten zijn dan wel zo prettig om buffer op te bouwen voor minder goede periodes.

Er zijn woningbouwcorporaties die experimenteren met andere oplossingen. Bijvoorbeeld met huren die meebewegen met je inkomen. Verdien je meer, dan betaal je meer. Valt je inkomen terug dan betaal je minder huur. Het voordeel voor de hele straat: sociale cohesie. Het voordeel voor de individuele bewoner: een vaste woonstek en de zekerheid van lagere vaste lasten als het tegenzit, bijvoorbeeld bij ontslag, ziekte of minder opdrachten. Vandaag werd bekend dat driekwart van de woningcorporaties dit jaar het inkomensafhankelijke deel van de huur wil verhogen (van eventuele verlagingen wordt niet gesproken) om de eigen inkomsten te verhogen. Dat is nodig vanwege de eerder genoemde twee miljard die de corporaties via de verhuurdersheffing aan het Rijk moeten betalen.

Een andere uitdaging waar woningbouwcorporaties mee worstelen is het energiezuinig maken van hun woningvoorraad. De afgelopen jaren hebben woningbouwcorporaties, bewoners en bouwbedrijven met ondersteuning van het programma Energiesprong verschillende innovatieve en veelbelovende pilots gedaan om te komen tot forse energiebesparingen, soms zelfs in bewoonde toestand van G label tot Passief Huis.

Helaas ziet het er naar uit dat bij veel woningbouwcorporaties de komende jaren het geld ontbreekt om deze pilots op te schalen. Dat is vernietiging van onze aardgasbaten (Energiesprong ontvangt subsidie vanuit de voormalige FES-pot van het Rijk), privaat geld (bewoners betalen onnodig veel aan het energiebedrijf), en menselijk kapitaal. Bovendien vergroot het de kans op energiearmoede, waarvoor cynisch genoeg de rijksoverheid recent juist waarschuwde. Ook belanden bouwvakkers en installateurs die de woningen energetisch kunnen verbeteren in de WW of bijstand in plaats van dat ze door het doen van grootschalige renovatietrajecten kostendalingen bewerkstelligen en kennis opdoen die energetische verbeteringen binnen bereik van eigenaren van koopwoningen brengen.

Koopmarkt

Ook op de koopmarkt is het zaak om te komen tot opschaling van verduurzaming van de bestaande bouw. Ieder zichzelf respecterend dorp heeft inmiddels een voorbeeldwoning, maar daarmee zijn we er nog lang niet. Kijkend naar de belangen van (huis)eigenaren spelen twee belangrijke drempels om te verduurzamen:

  1. het gebrek aan kapitaal om de initiële investering te doen.
  2. de lange termijn horizon voor het terugverdienen van de investering aangezien huiseigenaren eens in de 5 tot 7 jaar verhuizen.

Een interessant internationaal initiatief om deze drempels het hoofd te bieden is de ontwikkeling van PACE Loan constructie in de Verenigde Staten. PACE staat voor Property Assessed Clean Energy. Hierbij bieden lokale overheden speciale obligaties aan investeerders. Vervolgens versterkt de lokale overheid een lening aan consumenten en ondernemers voor het verduurzamen van vastgoed met daartegen over een zekerheid voor de overheid in de vorm van een pandrecht op het eigendom. De lening wordt terug betaald over een periode van vijftien tot twintig jaar via een verhoging van de onroerendezaakbelasting (OZB), waar tegenover staat een verlaging van de energierekening. De PACE Loan constructie kent een aantal voordelen. Zo hoeven huiseigenaren geen grote investeringen te doen, de investering wordt omgezet in periodieke kosten. Ook voorkomt de PACE Loan constructie restwaarde discussies bij verkoop van het huis en verbetert het de toegang tot kapitaal voor verduurzaming van het huizenbezit. In Groningen heeft Rutte I een Green Deal getekend om PACE te onderzoeken voor zonnepanelen. Een bredere inzet biedt goede kansen om te komen tot energiebesparing van en decentrale energieopwekking bij koopwoningen.

Een andere optie is de stapsgewijze invoer van een bonus/malus-regeling voor vastgoed. We hebben de afgelopen jaren gezien dat de invoer van een bonus/malus-regeling leidt tot verduurzaming in bijvoorbeeld de autobranche en in de markt voor huishoudelijke apparatuur. Op dit moment is er wel een aanzet om te komen tot een energielabelsysteem voor vastgoed, maar het ontbreekt aan voordelen voor de eigenaar en/of gebruiker van het vastgoed. Door bijvoorbeeld de hoogte van OZB, overdrachtsbelasting, hypotheekrenteaftrek of leencapaciteit afhankelijk te maken van het energielabel worden de voordelen van verduurzaming van bestaande bouw tastbaarder.

Dekking

De eeuwige Haagse vraag bij het aandragen van alternatieven is dekking. Oftewel: waar komt het geld vandaan? Dat is een sterk overschatte vraag in tijden dat de overheid voor bijna 0% kan lenen en ze dus juist de rust en ruimte kan nemen om de lange lijnen voor de toekomst uit te zetten. Lange strategische lijnen die burgers en investeerders het vertrouwen geven dat er nagedacht wordt over de toekomst. Bijvoorbeeld over de aanwending van de 10 miljard aan aardgasbaten en 4 miljard aan energiebelasting, die momenteel in de Haagse grote pot verdwijnen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s