Grootste Nederlandse windpark op land komt in gemeenschappelijk bezit

Hoe groot kan een coöperatief project zijn? Hoe groot klinkt ’93 windturbines’ en ‘400 miljoen euro’? Het grootste windpark op land in Nederland zal 50% groter zijn dan het grootste windpark tot nu toe – en dat is misschien pas het begin. Hoe komt het dat Nederlandse coöperatieve windprojecten zo op het niveau van nutsbedrijven zitten? Craig Morris onderzoekt het.

Zeewolde_Floris_Oosterveld
Zeewolde: een enorm succesvol wind park in gemeenschappelijk bezit (foto Floris Oosterveld, edited, CC BY 2.0)

De provincie Flevoland is letterlijk gevormd uit land dat gewonnen is uit het IJsselmeer. De provincie bestaat grotendeels uit landbouwgrond en is het centrum van de Nederlandse windenergieproductie op land.

cm1-1

Honderden windturbines in Flevoland naderen het einde van hun 20-jarige productieve leven. Het vervangen van deze turbines – een proces dat in het Engels repowering heet – is geen één-op-één-voorstel, omdat windturbines zo veel gegroeid zijn in de afgelopen decennia.

Wanneer ik het succes van Duitse gemeenschapsprojecten in de windenergiesector presenteer wordt vaak de vraag gesteld of of projecten niet simpelweg te groot zijn geworden voor kleine spelers. In het licht van de groei van turbines lijkt dat een logische vraag.

cm2-1

Het windpark bij Zeewolde geeft een duidelijk antwoord. Grofweg 200 lokale burgers, veel van hen boeren, en eigenaren van de oude windturbines, realiseerden zich een decennium geleden dat ze een plan moesten gaan maken voor het eind van hun huidige windturbines. Siward Zomer, hoofd van de Nederlandse windcoöperatie De Nieuwe Molenaars, legt uit:

Er was sprake van oud zeer. Sommige landeigenaren verdienden 30.000 euro per jaar omdat de turbines op hun land stonden, maar hun buren, die net zo dicht bij de windturbines woonden, kregen niks.

Onder invloed van de Europese Commissie schakelen de meeste Europese landen nu over op veilingen, een systeem waarin bieders met elkaar concurreren. Maar om de ongelijkheid van de huidige situatie te overkomen lieten de gemeentelijke en provinciale overheden iedereen samenwerken.

Het resultaat was een vijf jaar lange discussie waarin burgers vragen moesten beantwoorden zoals: ‘Hoeveel geld zou een landeigenaar moeten ontvangen als er een kabel over zijn eigendom loopt?’ en ‘Hoeveel krijg je als een windmolen op je land staat en hoeveel krijgen de buren?’ Normaal gesproken wordt over dit soort voorwaarden onderhandeld met de projectontwikkelaar. Nu werden deze voorwaarden vastgesteld door een democratisch georganiseerde windorganisatie, opgezet door burgers zelf. De overheid wilde slechts doorgaan met het verlenen van de vergunning als het publiek de uitkomsten van dit proces accepteerde – niet na één of ander referendum of een verkiezing gebaseerd op loze beloftes, maar na geïnformeerde en langdurige onderhandelingen tussen burgers. “Het was niet makkelijk” zo vat Zomer de ervaring van dit proces samen.

De burgers die een windturbine bezaten of die eigendom in de buurt bezaten waren al lid van een windorganisatie, maar burgers die in omliggende dorpen woonden vielen buiten de boot. REScoop.nl en REScoop.eu (de Nederlandse en Europese federatie van burger-energiecoöperaties) brachten daarom geld bij elkaar om een bestaande windturbine in het gebied te kopen en ze zetten een lokale energiecoöperatie op voor bewoners van de dorpen. Deze lokale energiecoöperatie zou dezelfde rechten krijgen om aan het nieuwe windpark deel te nemen. Zomer herinnert zich:

We kwamen op enig punt 40.000 euro te kort, dus gingen we samen werken met REScoop.eu om internationale burgers investeerders te vinden

REScoop verbond de Nederlanders met Spaanse burgers, die mee investeerden uit solidariteit en samenwerking met hun noordelijke mede-burgers.

Uiteindelijk moet voor de realisatie van het windpark zo’n 80 miljoen euro aan eigen vermogen opgehaald worden en zo’n 320 miljoen aan bankleningen om het totale prijskaartje van 400 miljoen euro te dekken. Daan Creupelandt, woordvoerder voor REScoop.eu, zegt dat zijn organisatie momenteel werkt aan een revolving fund, als onderdeel van het REScoop MECISE project, om het voor lokale energie coöperaties eenvoudiger te maken om internationale investeringen aan te trekken.

10,4 miljoen euro van het project zal via De Nieuwe Molenaars publiek aangeboden worden in de vorm van obligaties en risicodragende aandelen en obligaties. De prijs voor een aandeel start op € 250. Om ruimte te bieden aan elk budget worden de obligaties in coupons van € 50 uitgegeven. Hiermee wordt het project toegankelijk voor een brede groep burgers. Lokale bewoners krijgen voorrang, aldus Zomer, maar andere burgers kunnen deelnemen als niet alle aandelen lokaal verkocht worden. Uiteindelijk is de verwachting dat zo’n 1000 burgers de krachten zullen bundelen met zo’n 200 boeren en eigenaren van de bestaande windturbines om het gigantische project te financieren.

Als alles goed gaat kan het leiden tot vervolgprojecten. Tenslotte zullen binnenkort meer oude windturbines in aanmerking komen voor repowering. Zomer hoopt dat:

we binnenkort een revolving fund hebben. Nieuwe coöperaties die het aan geld ontbreekt zouden hun krachten kunnen bundelen met oude coöperaties die op zoek zijn naar nieuwe projecten.”

Zomer schat het potentieel aan vervangingsprojecten voor windenergie op 1.000 MW. Om dat in perspectief te zetten: eind 2016 was slechts 4.328 MW aan windenergie geïnstalleerd in Nederland (PDF).

Perspectief kan ook nuttig zijn om de omvang van het project te beoordelen. Met 350 MW is het project twee keer zo groot als enig enkel project in Duitsland (lijst in Duits). Het grootste windpark op land in Europa is een 600 MW project in Roemenië, gebouwd door de CEZ Group uit Tsjechië in 2012.

Bovendien zorgt de discussie over eigendomsmogelijkheden ervoor dat windenergie populairder wordt in Nederland. In andere landen zou je protesten verwachten tijdens de informatiebijeenkomsten in de planningsfase, maar Zomer zegt:

In toenemende mate komen mensen langs om te zien hoe hun windpark er uit komt te zien.

De geplande opleveringsdatum voor windpark Zeewolde is 2019, meer informatie over de Nieuwe Molenaars vind je hier.

Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende en hij is momenteel Senior Fellow bij IASS.

Dit artikel is eerder verschenen op Energytransition en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

Energie & klimaat in de verkiezingsprogramma’s

Lang leesvoer van Gert Jan Kramer, hoogleraar duurzame energievoorziening, van de Universiteit van Utrecht over de plaats die energietransitie, klimaatverandering en ecologisch denken in de verschillende verkiezingsprogramma’s hebben.

GroenLinks en de ChristenUnie staan het meest duidelijk aan de ecologische kant. De ChristenUnie schrijft in haar verkiezingsprogramma dat het voor haar “als een paal boven water dat het in de economie niet dient te draaien om groei, maar om het goede leven.” Het is daarmee – met deze ene zin – de partij die explicieter dan welke andere partij ook de zelf-evidentie van economische groei en groei-om-de-groei ter discussie stelt. Zelfs GroenLinks durft dat niet aan.

(…)

Aan de andere kant van het spectrum staat de VVD. Wie de introductie leest van het hoofdstuk Energie en Klimaat in het verkiezingsprogramma waant zich wat de probleembeschrijving terug in de tijd van het kabinet Biesheuvel

Conclusie:

Vrijwel iedere geïnformeerde en betrokken burger onderkent inmiddels het klimaatprobleem en de noodzaak om urgent te handelen. Dat is bij de veel partijen gelukkig ook het geval, maar bij een aantal ook niet. Van populistisch rechts is dit te verwachten – klimaatverandering is een onderwerp waartegen the world over populisten zich afzetten. Maar de inadequate opstelling van de VVD is op zijn minst teleurstellend, maar eigenlijk gewoon onbegrijpelijk. Dit geldt, zij het in iets mindere mate, ook voor het CDA. Wie vanuit een conservatief of conservatief-liberaal perspectief het klimaatprobleem beschouwt en zich rekenschap geeft van de mogelijkheden die alternatieve energie nu biedt om het energiesysteem en de economie te vernieuwen, zou het onderwerp hoger en urgenter agenderen, en zou concrete oplossingsrichtingen aandragen – en dit niet aan links overlaten.

Open waanlink

Dit bericht is eerder als open waanlink op Sargasso gepubliceerd.

De Correspondent brengt 30 jaar oude Shell film over klimaatverandering uit

Uit vertrouwelijke documenten die De Correspondent in handen heeft blijkt dat oliebedrijf Shell al sinds 1986 intern alarm slaat over de gevaren van klimaatverandering. Tegelijkertijd werkt het bedrijf al dertig jaar klimaatbeleid tegen. Afgelopen week openbaarde De Correspondent Shell’s zelfgemaakte klimaatfilm uit 1991 waarmee het de wereld wilde waarschuwen en waarin ze opriepen om onmiddellijk tot actie over te gaan. Volgens professor Tom Wigley, toenmalig hoofd van klimaatonderzoek bij de Universiteit van East Anglia, is de film verrassend accuraat.

Ondanks de oproep tot actie in Shell’s film investeerde Shell de afgelopen 30 jaar fors in winning van CO2-intensieve oliewinning in de Canadese teerzanden en in proefboringen in het Noordpool gebied. Ook is Shell lang lid geweest van industriële lobbygroepen, die zich verzette tegen klimaatbeleid. Zo was Shell tot 1998 lid van de zogenaamde Global Climate Coalition; tot 2015 van de American Legislative Exchange Council (Alec); en is Shell nog steeds lid van de Business Roundtable en het American Petroleum Institute. In de jaren negentig heeft Shell ook, net als ExxonMobil, meegedaan aan een campagne die doelbewust twijfel zaaide over de klimaatwetenschap. Reden voor Amerikaanse congresleden om op te roepen tot een strafrechtelijk onderzoek naar Shells bijdrage aan ‘bedrog’ van het publiek. In 2015 onthulde The Guardian dat Shell actief lobbyde tegen de Europese doelstellingen voor duurzame energie. In 2015 spendeerde Shell naar schatting $22miljoen dollar aan lobby tegen klimaatbeleid.

Open waanlink

Dit bericht is eerder gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.

Van Gas Los

Begin 2015 vroeg ik me al af wanneer jij van het aardgas afgaat en vorig jaar berichtte ik dat gasloos wonen in opkomst is. Zelfs Minister Kamp heeft in de Energieagenda aangegeven de gasaansluitplicht uit de wet te willen schrappen. Hoog tijd dus om Van Gas Los trending & trendy te maken:

Is je huis toe aan een nieuwe cv ketel of wil je niet wachten tot je wijk aan de beurt is om van gas af te gaan? Overweeg dan eens een alternatief, zoals een nul-op-de-meter renovatie, of als dat je te ver gaat een alternatief zoals warmtepomp of infraroodverwarming. Wil je meer informatie over wonen zonder gas? Kijk op Wonen zonder aardgas of Hier verwarmt.

Wil je weten waarom je zo snel mogelijk van gas af moet. Kijk dan op 4 maart om 20.20u op NPO2 naar De Stille Beving en zie wat gaswinning in Groningen voor menselijke ellende aanricht.

Kun je nog niet van gas los en wil je toch wat doen voor de Groningers? Doneer dan (net als ik doe) een bedrag per kubieke meter gas aan de Groninger Bodembeweging, zodat zij de gedupeerden van de gaswinning bij kunnen staan in hun strijd tegen NAM, Shell, ExxonMobil, staatsbedrijf EBN en de Nederlandse rijksoverheid. Zelf maak ik 10 Eurocent per kubieke meter over aan de Groninger Bodembeweging. In mijn geval betekent dat ongeveer Euro 70 per jaar, wat ik met terugwerkende kracht vanaf 2011 heb overgemaakt.

IBAN rekeningnummer:
NL50 RABO 0153 1650 65
t.n.v. “Groninger Bodem Beweging

Is nul-op-de-meter CO2 neutraal?

Afgelopen week publiceerde de innovatiemanager van Remeha een artikel waarin hij stelt dat een all-electric nul-op-de-meter woning geen effect heeft op de CO2 uitstoot. Dit in tegenstelling voor een energiezuinige woning met gasaansluiting, die volgens Remeha door toepassing van groen gas wel naar CO2 neutraal kan. Het streven zou volgens Remeha dan ook moeten zijn om een woning CO2 vrij te maken in plaats van gasvrij. Vanuit verschillende hoeken is er al kritiek geleverd op de energieberekening van Remeha, zie bv. het commentaar van Jan Willem van de Groep. Tijd voor een kleine calculatie van de CO2 emissie op basis van de CO2 prestatieladder, waar Remeha zelf ook voor gecertificeerd is.

CO2 emissie nul-op-de-meter

Remeha stelt dat de CO2 emissie van een all-electric woning groter is dan nul. Op jaarbasis wekt de woning dan wel evenveel elektriciteit op als dat de woning verbruikt, maar het elektriciteitsnet wordt als buffer gebruikt. In de zomer produceert de woning meer stroom dan verbruikt wordt en in de winter neemt de woning meer stroom van het net op. De winterstroom wordt door Remeha voor het gemak gelijk gesteld aan kolenstroom of anders zou volgens Remeha gewerkt moeten worden met de uurgemiddelde CO2 footprint van elektriciteit.

Dat levert meteen meerdere afwijkingen ten opzichte van de CO2 footprint bepaling van de CO2 prestatieladder op. Ten eerste kent de CO2 prestatieladder geen uurgemiddelde elektriciteitsfootprint. Een gecertificeerd bedrijf kan zijn elektriciteitsverbruik vergroenen door zogenaamde garanties van oorsprong te kopen, daarmee toont het bedrijf aan dat op jaarbasis evenveel groene stroom wordt geproduceerd als het zelf verbruikt. Ik ben dan ook benieuwd of Remeha de CO2 uitstoot van haar eigen elektriciteitsverbruik op uurbasis heeft vergroend, of dat op die manier gaat doen.

Een nul-op-de-meter woning produceert op jaarbasis evenveel energie (meestal zonne-energie) als er gebruikt wordt. Zonne-energie heeft volgens de CO2 emissiefactoren, die onder andere gebruikt worden bij de CO2 prestatieladder een emissie van 0 gram / kWh. Dat betekent dat de jaarlijkse CO2 emissie van een NOM woning nul is. Ongeacht het aantal kWh dat gebruikt wordt. Kun je over discussiëren, maar dan moeten we het ook gaan hebben over de CO2 footprint van Remeha zelf en van alle bedrijven die hun CO2 emissie rapporteren volgens de methodiek van de CO2 prestatieladder (en ik vermoed zelfs van alle bedrijven die het internationale Green House Gas protocol gebruiken).

Nu weet ik dat er verschillende bedrijven zijn die hun betrokkenheid bij nul-op-de-meter woningen opvoeren als keteninitiatief in kader van de CO2 prestatieladder. Sterker: ik kan me voorstellen dat er bedrijven zijn die de nul-op-de-meter woningen die ze bouwen opvoeren als vermindering van hun zogenaamde downstream scope 3 emissies. Dat laatste zou betekenen dat er auditors van de CO2 prestatieladder zijn die een CO2 emissiereductie hebben toegekend aan nul-op-de-meter woningen.

CO2 emissie groen gas

Remeha stelt dat de CO2 emissie van een woning met een gasaansluiting en een HRE ketel wel naar nul kan door gebruik te maken van groen gas. Ook daar doet zich een uitdaging voor met de methodiek van de CO2 prestatieladder. De lijst met CO2 emissiefactoren kent namelijk 2 soorten biogas: stortgas en covergisting, met een CO2 emissiefactor (well-to-wheel) van respectievelijk 0,398 kg CO2/m3 gas en 1,260 kg CO2/m3 gas. Hoe je met dergelijke emissiefactoren bij het gebruik van zelfs maar 1 kubieke meter groen gas tot nul CO2 emissie kan komen is mij een raadsel. Ik kan de claim dat een groen gas woning wel nul CO2 emissie kan halen dan ook niet plaatsen.

Conclusie

In het artikel introduceert Remeha een aantal novititeiten, zoals het toepassen van uurgemiddelde CO2 emissiefactoren voor elektriciteit en het stellen dat groen gas CO2 neutraal is. Het eerste is zeer ongebruikelijk bij het bepalen van de CO2 emissie van elektriciteitsverbruik. Het tweede komt niet overeen met de in Nederland gehanteerde CO2 emissiefactoren, tenzij Remeha zich beperkt tot de CO2 emissie van verbranding van het gas. Ook dat is niet de afspraak binnen de CO2 prestatieladder, waar gewerkt wordt met de CO2 emisssie over de gehele levenscyclus (de zogenaamde well-to-wheel emissies).

Bijeenkomsten met Craig Morris over Energy Democracy

Energy Democracy“, is het nieuwe boek van Craig Morris, en Arne Jungjohann. Op Twitter zijn zij bekend als @PPchef en @Arne_JJ, en via de blog @EnergiewendeGER.

Dit boek vertelt het verhaal van de Duitse “Energiewende”, en een drijvende kracht erachter is het concept “Energie Democratie”.   Er is bij burgers een behoefte om mee te praten over het energie systeem. De transitie voor het klimaat is een kans daar vorm aan te geven.

In de week van 14 tot 18 november 2016 komt Craig Morris in Nederland en België, voor zeven bijeenkomsten. Zouden wij in Nederland kunnen leren van de ervaringen van de duitse Energiewende?  Hebben ook wij een behoefte aan “Energie Democratie”? Willen Nederlandse burgers ook meer controle over de energie? Zie hier de lijst van bijeenkomsten.

Op woensdag 16 november is hij te gast bij Impact Hub Rotterdam.

Craig Morris kan goed vertellen over de Duitse Energiewende.  Dit is de aanzet voor een discussie met een panel van mensen die middenin de Nederlandse Energietransitie staan.  En met zo’n thema komt ook het publiek natuurlijk aan het woord. De voertaal zal Engels zijn.

Je bent van harte welkom! Meer informatie op de site van Impact Hub Rotterdam. Informatie over andere bijeenkomsten vind je hier.

Een Nederlands voorproefje van de analyses van Craig Morris vind je op Sargasso of hier. Ook de MOOC van Craig Morris in samenwerking met IASS Potsdam is de moeite waard om te bekijken:

Energy democracy

n. [ɛnərdʒi dɪmɑkrəsi]

1) when citizens and communities can make their own energy, even when it hurts energycorporations financially;

2) something currently mainly pursued in Denmark and Germany but that can spread around the world during the current window of opportunity;

3) the most often overlooked benefit of distributed renewables in the fight against climate change;

4) something to fight for as the path to better quality of life with stronger communities and better personal relationships.

Op 5 november trekt de duurzaamheidskaravaan door Schiedam Noord

Wilt u er deze winter warmpjes bijzitten en nog geld besparen ook, kom dan op 5 november naar de Duurzaamheidskaravaan Noord! De duurzaamheidskaravaan wordt georganiseerd door de gemeente Schiedam in samenwerking met de WoonWijzerWinkel.

De karavaan doet 3 locaties aan:
– Krona (10.30 -11.30)
– Hof van Spaland (12.00 –14.00)
– Geuzenplein (14.30-16.00)

De karavaan bestaat o.a. uit de WoonWijzerWagen, een bus vol informatie over mogelijkheden op het gebied van energiebesparing en duurzame energie. Ook zijn er ter plekke adviseurs aanwezig. U kunt zich hier inschrijven voor het laten uitvoeren van een energiescan, zodat u advies op maat kunt krijgen over wat in uw geval het beste is.

Daarnaast rijdt de TukTuk mee. In deze TukTuk kunt u ervaren hoe u met een warmtecamara kunt zien hoeveel warmte er verloren gaat uit de woning, waar de warmteverliezen zijn en wat hier aan te doen is. Samen met uw buren kunt u een warmtescan aanvragen en advies krijgen over welke maatregelen er getroffen kunnen worden.

De medewerkers van de WoonWijzerWinkel ontmoeten u graag op een van deze locaties!

Bent u niet in de gelegenheid om te komen 5 november? Geen nood, dan kunt u de hele maand november nog informatie halen in het NME-centrum Harre Wegh. Hier kunt u zich nog aanmelden voor de energiescan of de warmtescan.

Bericht overgenomen van Schiedamduurzaam.nl en Energiek Schiedam