Techniek neutraal van gas los

Vanuit de opslag duurzame energie financiert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat twee regelingen. De bekendste is de SDE+, waarmee de productie van duurzame energie wordt gestimuleerd. Minder bekend is de ISDE regeling, waarmee EZK subsidie geeft bij de aankoop van zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels en pelletkachels. Terwijl het ministerie van EZK in Den Haag een van de grootste pleitbezorgers is voor het stellen van doelen in plaats van technieken voorschrijven. Tijd voor een herbezinning?

Techniek sturing en EZK

Het ministerie van EZK heeft de afgelopen 15 jaar met succes ingezet op een milieubeleid dat zich richt op doelen in plaats van middelen. Hierbij stelt de vergunningverlener de doelen die een bedrijf moet halen en kiest een bedrijf zelf met welke technische maatregelen deze het best gehaald kunnen worden.

Tegelijkertijd zet EZK in het energiedomein juist fors in op middelen in plaats van doelen. Zo ook bij het gasloos maken van de gebouwde omgeving. EZK stuurt bij de ISDE (net als bij de SDE+) op techniek, zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels en pelletkachels komen in aanmerking voor subsidie. Andere technieken niet, ook al halen ze vergelijkbare resultaten ten aanzien van doelen als energiebesparing en verminderen van de gasvraag. Bij biomassaketels en pelletkachels worden naar mijn weten ook geen aanvullende luchtkwaliteitseisen gesteld.

Techniek neutraal

Dat het ook anders kan laat de gemeente Amsterdam zien. Amsterdam heeft een aardgasvrij subsidie geïntroduceerd die techniekneutraal, doelgericht inzet op het eindresultaat: aardgasvrij. De subsidie is beschikbaar voor eigenaren en gebruikers van een woning, complex van woningen, vastgoed bij kleinschalige transformatie of maatschappelijk vastgoed in Amsterdam dat is aangesloten op het aardgasnetwerk. Het moet gaan om bestaande woningen of vastgoed, nieuwbouw is uitgesloten van de regeling. Er kan subsidie aangevraagd worden voor de meerkosten om een woning te verbouwen tot aardgasvrij of nul op de meter, en de kosten van het (laten) afsluiten van het aardgasnetwerk.

De kosten van biomassaketels, hout- of pelletkachels en installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen (zoals kolen, olie of butaangas) zijn in Amsterdam uitgesloten. Dit vanwege de negatieve effecten van zulke installaties op de luchtkwaliteit. Waarmee de gemeente Amsterdam, anders dan het rijk meteen rekening houdt met de vele klachten over houtstook en de adviezen die de GGD’s als een aantal jaar geven.

De kosten van zonnepanelen zijn enkel subsidiabel als de woning tot nul op de meter wordt verbouwd en er sprake is van een nieuwe duurzame verwarmingsinstallatie. Het aansluiten van een woning op het warmtenet is in Amsterdam niet subsidiabel.

Amsterdam vergoedt de volgende bedragen:

  • voor de verbouw van een woning, complex van woningen of vastgoed bij kleinschalige transformatie naar nul op de meter : € 8.000,- per woning.
  • voor de verbouw van een woning of complex van woningen naar aardgasvrij: € 5.000,- per woning
  • voor het (laten) afsluiten van de woning of het wooncomplex van het aardgasnet door de netbeheerder: het geldende tarief van de netbeheerder

Ervaringen in Amsterdam

De ervaring in Amsterdam is dat het gemiddeld investeringsbedrag voor een appartement €10.000 incl. BTW bedraagt. Het energieverbruik na de verduurzamingsoperatie ligt onder de 50 kWh/m2 per jaar, waarmee de appartementen op dat punt de norm voor nul op de meter halen. Volgens de cijfers die ik heb mogen inzien is dit gelukt bij appartementen die voor een warmtepomp hebben gekozen en voor appartementen die voor infraroodverwarming hebben gekozen. Ter vergelijking in mijn label C woning verbruiken we 62 kWh/m2 per jaar voor verwarming en warm water, waarvan 47 kWh/m2 voor verwarming.

De huidige regeling in Amsterdam zorgt er voor dat appartementen relatief veel subsidie kunnen krijgen, terwijl de kosten bij appartementen gemiddeld genomen lager liggen dan bij tussenwoningen, hoekwoningen of vrijstaande woningen.

Regeling op rijksniveau

De regeling van de gemeente Amsterdam biedt een mooi aanknopingspunt voor aanpassing van de landelijke ISDE regeling. De maximumbedragen van de subsidie op rijksniveau kunnen gelijkgesteld worden aan de bedragen in Amsterdam. De vergoeding vindt plaats op basis van daadwerkelijke kosten en bedraagt maximaal 50% van de meerkosten voor aardgasvrij of energieneutraal. Door uit te gaan van daadwerkelijke kosten wordt oversubsidiëring van appartementen en nieuwere woningen. Eventueel kan er voor gekozen worden om in wijken waar het gasnet voor 2030 aan vervanging toe is de maximale subsidie te verhogen.

Na aanvraag van de subsidie heeft een gebouweigenaar of gebouwgebruiker 12 maanden om aan te tonen dat de woning aardgasvrij of energieneutraal is. Dat kan door facturen te overleggen van de genomen maatregelen en de factuur van de verwijdering van de gasaansluiting. Een woning geldt als energieneutraal als deze in een periode van 12 maanden tenminste evenveel energie heeft verbruikt als opgewekt. Een gebouweigenaar die ervoor kiest om de woning energieneutraal te verbouwen toont dit aan door binnen 30 maanden na aanvraag van de subsidie aan te tonen dat de woning op jaarbasis energieneutraal is.

Een andere verbetering is nu al te schetsen hoe de toekomstige subsidiebedragen zich zullen ontwikkelen tot aan 2030. Op die manier weten bedrijven, gebouweigenaren en gebouwgebruikers hoe de maximale subsidie zich gaat ontwikkelen en waar ze zich op kunnen richten. Gebouweigenaren en gebouwgebruikers die subsidie aanvragen, maar deze niet gebruiken worden 3 jaar van het aanvragen van nieuwe subsidie uitgesloten. Op die manier wordt voorkomen dat subsidie op de plank blijft liggen.

De kwaliteitscontrole is een onderwerp dat nog op te lossen is. De overheid heeft mijns inziens een rol om te zorgen dat bedrijven die niet werkende oplossingen aanbieden worden uitgesloten van subsidieaanvragen, en een rol om te evalueren welke oplossingen haalbaar en betaalbaar zijn.

Conclusie

Naar mijn mening is het hoog tijd dat het het ministerie van Economische Zaken en Klimaat intern met dezelfde vasthoudendheid het gebruik van techniekvoorschriften aanpakt als dat ze dat richting andere ministeries doet. Wanneer het ministerie op doelen gaat sturen dan biedt ze gebouweigenaren en gebouwgebruikers de mogelijkheid om op de markt te kiezen welke techniek in hun situatie het best past.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Verbod op cv-ketel

Een coalitie bestaande uit Uneto-VNI, de milieubeweging en een groot deel van de energiesector pleit in een manifest voor een verbod op cv-ketels met ingang van 2021. In plaats daarvan moet er bij vervanging gekozen worden voor alternatieven, zoals een (hybride) warmtepomp. Op het eerste gezicht oogt dit sympathiek en passend in de lange termijndoelstelling om van gas af te gaan voor verwarming. Het is echter de vraag of dit de juiste oplossingsrichting is.

Alternatieve warmtebronnen

Een cv die aan het eind van zijn levensduur is kan dan alleen nog worden vervangen door een warmtepomp, zonnewarmte, stadsverwarming, infraroodverwarming of een hybride systeem (half cv-ketel, half warmtepomp). Deze zijn vaak een stuk duurder dan de cv-ketel en in geval van stadsverwarming of een warmtepomp ook niet zomaar van de een op de andere dag gerealiseerd. Bij een verbod op nieuwe cv-ketels worden bewoners in wijken waar tussen 2021 en 2030 een warmtenet wordt aangelegd op forse kosten gejaagd, tenzij de regels een uitzondering voor het huren van cv-ketels gaan bevatten.

Een ander nadeel is dat een huis niet zomaar geschikt is voor een warmtepomp. Een warmtepomp vergt een forse vermindering van de warmtevraag om te voorkomen dat het elektriciteitsverbruik in het stookseizoen explodeert. De energieinhoud van een kubieke meter gas staat namelijk gelijk aan een kleine 10 kilowattuur. Bij een gemiddeld gasverbruik van 1200 m3 betekent dat 12 duizend kilowattuur extra elektriciteitsverbruik. Zelfs als de warmtepomp daadwerkelijk vijf eenheden thermische warmte uit iedere eenheid elektriciteit weet te halen (de zogenoemde COP) is dat ruim 2.000 kWh elektriciteit per jaar extra.

In het rekenvoorbeeld van Milieucentraal daalt het gasverbruik van 1.700 m3 naar 850 m3 en 1.500 kWh. Dat is dus een besparing van 50% gas en een stijging van je elektriciteitsverbruik met 50% (uitgaande van de 3.000 kWh die Milieucentraal als gemiddeld verbruik hanteert).

Omdat de alternatieven, zoals een hybride warmtepomp, veel duurder zijn en niet iedereen dat geld heeft pleiten de bedrijven en organisaties voor een systeem waarbij je per woning een vast bedrag per maand betaalt voor de installaties die voor warmte en stroom zorgen. Als je je huis verkoopt, neemt de volgende eigenaar de lening over. Dat wordt ook wel gebouw-gebonden financiering genoemd.

Hoe dan wel?

Ik onderschrijf het uitgangspunt dat het gasverbruik snel moet dalen vanwege de mijnbouwschade in Groningen en de klimaatdoelen te halen. De beste manier daarvoor is de energievraag (en dan met name de warmtevraag) van gebouwen fors te verlagen. Bij een goede aanpak geeft dat ook een enorme woningverbetering, een hoger thermisch comfort en een betere kwaliteit binnenlucht. Zelf zou ik daarom een andere weg volgen bestaande uit drie paden. Het eerste pad is bewoners stimuleren of desnoods verplichten tot het plukken van laaghangend fruit. Het tweede pad is een stapsgewijs verbod op nieuwe gastoestellen. Het derde pad dialoog met bewoners over alternatieven warmtebronnen en het afbreken van de bestaande gasinfrastructuur.

Met simpele maatregelen en relatief weinig geld (1.000 Euro) is volgens onafhankelijk energieadviseur Lars Boelen een besparing van 50% van het gasverbruik mogelijk. De maatregelen die hij noemt hebben als bijkomende voordelen dat ze elektriciteit besparen in plaats van leiden tot extra elektriciteitsverbruik en dat ze goedkoper zijn dan een hybride warmtepomp.

De eerste stap van het tweede pad is een verbod op gas bij nieuwbouw van woningen en kantoren. De Eerste Kamer heeft deze week ingestemd met het wetsvoorstel dat dit mogelijk maakt. De tweede stap is een verbod op cv-ketels bij grootschalige renovaties in de huursector en een verplicht afbouwplan bij het verlenen van nieuwe milieuvergunningen. Een verplichting om een van gas af plan te (laten) maken voor je woning bij vervanging van de cv-ketel zou een mooie aanvulling zijn, zeker ook voor de particuliere huursector. Deze stap kan nog deze kabinetsperiode gerealiseerd worden. De derde en laatste stap van het tweede spoor is pas een verbod van de cv-ketel, HRe-ketel en hybride warmtepomp. Deze derde stap zou ik veel verder in de toekomst situeren, zo ergens rond 2030. Op die manier krijgen huiseigenaren en verhuurders de tijd om plannen te maken voor alternatieven waarbij energiebesparing een veel grotere rol kan spelen.

Het derde spoor begint met het aanwijzen van een partij die regie krijgt bij het ontwikkelen van plannen om binnen 15 jaar wijk voor wijk van gas af te gaan. Een mogelijke partij voor de regierol is de gemeente. Deze zou in dialoog met netwerkbedrijf, bewoners en gebouweigenaren plannen moeten uitwerken om wijk voor wijk van gas af te halen, bij voorkeur afgestemd op het moment dat de netbeheerder zijn gasleidingen moet vervangen. Veel gemeenten zijn hier al mee begonnen. Een termijn van 15 jaar geeft bewoners en gebouweigenaren ook de kans om plan te maken voor hun vastgoed waarbij het terugbrengen van de warmtevraag een grote rol speelt.

Conclusie

Het plan om binnen drie jaar een algemeen verbod op nieuwe cv-ketels in te stellen is goed nieuws voor de installatiebranche en de gasbranche. Veel bewoners zullen op het moment van vervanging niet anders kunnen dan overschakelen op een (hybride) warmtepomp. Individueel overstappen op een collectief systeem als stadsverwarming is hoe dan ook kansloos. De gasbranche kan bij uitvoer van dit plan in z’n handjes knijpen, want de hybride warmtepomp vormt na de niet geslaagde marktuitrol van de HRe-ketel een nieuwe mogelijkheid om gasverbruik in stand te houden en de weerstand tegen het verwijderen van de gasinfrastructuur zal een stuk hoger zijn in wijken waar veel mensen verplicht vijfduizend Euro of meer hebben geïnvesteerd in een hybride warmtepomp.

De grote verliezers bij het voorgestelde verbod op cv-ketels zijn niet alleen bewoners, maar ook alle mensen en organisaties die tijd en moeite steken in de beweging van onderop om van gas af te gaan. Ook verkopers van woningen waar een gebouwgebonden financiering op rust waar geen lagere energierekening tegenover staat kunnen zich opmaken voor een daling van de waarde van hun pand (vergelijkbaar met het verschil in woningwaarde tussen woningen zonder en woningen met een hoge erfpachtkanon).

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Een nul op de meter renovatie?

De afgelopen maanden is gasloos wonen meerdere keren in het nieuws geweest en wie de afgelopen jaren Ons Huis Verdient het op RTL4 wel eens bekeken heeft weet dat er een nieuwe wind door de bouw- en installatiewereld waait. De wind van nul-op-de-meter, afgekort NOM-woningen. Tijd om wat dieper in te gaan op wat huizenbezitters te wachten staat en hoe de praktijk zich verhoudt tot de theorie. Dat laatste doe ik aan de hand van een voorbeeld uit de sociale huursector, omdat daar al meer nul-op-de-meter woningen gerealiseerd zijn. De getallen zijn niet helemaal representatief voor koopwoningen, maar het geeft wel een beeld van de energetische effecten.

Wat is een nul-op-de-meter woning?

Bij een nul-op-de-meter woning zijn alle in- en uitgaande energiestromen op jaarbasis in balans. Dat wil zeggen dat de woning op jaarbasis voldoende energie oplevert voor ruimteverwarming, warm tapwater gebruik, ventileren, het gebruik van alle huishoudelijke en overige elektrische apparatuur inclusief verlichting. De som van opwekking en verbruik is op jaarbasis dus nul.

Een nul-op-de-meter renovatie garandeert niet alleen grote stappen op het gebied van energiebesparing, maar ook een gezond en comfortabel binnenmilieu. Voor koopwoningen wordt de garantietermijn in lijn gebracht met de bijbehorende financiering. Voor koopwoningen is dat in de meeste gevallen dus 30 jaar, bij huurwoningen worden daar andere afspraken over gemaakt.

20150630_110535

De rekening

De gemiddelde energierekening van een label E-G woning bedraagt €175 per maand. Dit vertegenwoordigt een investeringswaarde van zo’n €45.000,=. Met dit bedrag kan een nul-op-de-meter renovatie gefinancierd worden, want volgens Jan Willem van de Groep heeft onderzoek van Energiesprong uitgewezen dat zo’n 50 tot 70% van dat bedrag kan worden beschouwd als toegenomen waarde. De daadwerkelijke kosten van een nul-op-de-meter renovatie kunnen hoger of lager uitvallen, afhankelijk van de energielasten voor de renovatie, eventuele aanvullende wensen, gebouweigenschappen en het gekozen concept. Op de site Woningconcepten.nl zijn al verschillende voorbeelden van nul op de meter concepten te vinden. Daar zal je zien dat de kosten per aanbieder verschillen. Bij Ons Huis Verdient Het kun je een check uitvoeren om te zien of je huis geschikt is voor een nul op de meter renovatie.

NOM nieuwbouwwoning

Bij het bouwen van een nieuwbouwwoning volgens de principes van nul op de meter woningen bedragen de meerkosten ongeveer €15.000,= Wie bij nieuwbouw niet kiest voor nul-op-de-meter koopt naar mijn mening dan ook een kat in de zak!

Oorsprong

Nul-op-de-meter is aanvankelijk opgezet door Platform31 en het programma Energiesprong voor de sociale huursector. Verschillende woningbouwcorporaties en bouwbedrijven hebben zich verenigd in het programma Stroomversnelling Huur met als ambitie om in eerste instantie 11.000 woningen naar nul-op-de-meter te renoveren. Voor rijtjeswoningen is de fase van pilotwoningen in de huursector inmiddels voorbij en worden de eerste grotere projecten gerealiseerd. Bij hoogbouw in de huursector en koopwoningen gaat het nog wel om pilotwoningen.

Praktijkvoorbeeld sociale huurwoningen Soesterberg, BAM

Voor de zomer was ik op uitnodiging van Sjoerd Klijn Velderman, hoofd business development koninklijke BAM, in Soesterberg om het resultaat te bezichtigen van één van de eerste wijken waar BAM werkt aan opschaling van hun nul-op-de-meter renovatieconcept. BAM richt zich bij nul op de meter renovatie niet op eigenaren van individuele koopwoningen. Het betrof dan ook sociale woningbouw, rijtjeshuizen uit de jaren zestig. Het type huis dat geteisterd wordt door tocht en vocht. In het BAM concept NOM woningen komen verschillende trends samen. De woningen worden veel energiezuiniger en comfortabeler, de strategie richting bewoners gaat van 70% handtekeningen ophalen naar graag of niet (dus 100% voor), en het bouwproces wordt tegelijkertijd industriëler en meer geënt op de filosofie van LEAN-bouwen.

Renovatieperiode

Om een beeld te geven van de snelheid van bouwen: met 2 ploegen van 6 man wordt in 10 tot 15 werkdagen een blok van 9 woningen naar nul-op-de-meter gerenoveerd. BAM vervangt in die tijd de buitenschil, de verwarmingsinstallatie, de badkamer, de keuken en het toilet. In 2 dagen wordt de buitenschil van een woning verwijderd en opnieuw geplaatst en een woning zit maximaal 2 uur zonder verwarming. Dat betekent dat bewoners hun huis tijdens de renovatie niet uit hoeven. Ter vergelijking het renoveren van onze badkamer duurde vorig jaar 2 weken. Tijdens deze periode konden we de badkamer niet gebruiken. In Soesterberg pakt BAM 72 woningen aan. In Heerhugowaard zijn 55 woningen naar nul-op-de-meter gerenoveerd, de volgende 50 tot 100 staan voor 2016 gepland.

.20150630_091743

Energieverbruik

De woningen in Soesterberg zijn 78 m2. Het totale elektriciteitsverbruik van de woningen na renovatie bedraagt 4.848 kWh per jaar. De opbouw van de energiebundel is te zien in onderstaande tabel.

Tabel 1: opbouw energiebundel
Elektriciteitsvraag Hoeveelheid
Lucht-Water warmtepomp (ruimteverwarming) 764 kWh
Lucht-Water warmtepomp (warm tapwater) 1290 kWh
Kooktoestel 251 kWh
Ventilatie 394 kWh
Verlichting 408 kWh
Koelkast 333 kWh
Wasdroger 204 kWh
Wasmachine 170 kWh
Vriezer 163 kWh
Overige apparaten 245 kWh
Televisies 150 kWh
Audio-video 143 kWh
Vaatwasser 143 kWh
ICT 136 kWh
Stofzuiger 54 kWh
Totaal 4848 kWh

De bewoners krijgen een energiebundel waarmee ze gegarandeerd 40 minuten per dag kunnen douchen en waarmee ze de thermostaat het hele jaar door op 20 graden Celsius kunnen zetten. Uitgaande van 2.951 graaddagen, het gemiddeld aantal graaddagen in De Bilt van 1981-2010 volgens het Meteorologische gegevens in Nederland, betekent dat een energieverbruik voor ruimteverwarming van 0,26 kWh/graaddag. Ter vergelijking in mijn jaren 90 woning met HR-ketel is het energieverbruik in de periode januari 2011 t/m april 2014 gemiddeld 2,29 kWh/graaddag. Ook per vierkante meter ligt het energieverbruik voor ruimteverwarming van de nul-op-de-meter woning met 10 kWh/m2 veel lager dan van mijn eigen woning (71 kWh/m2).

Het energieverbruik van de woningen in Soesterberg wordt gemonitord, bewoners krijgen ondersteuning om binnen hun energiebundel te blijven en de woningbouwcorporatie krijgt op bevoegd niveau inzicht in het energieverbruik en de energieopbrengst van de woningen.

De woningen worden van daken met geïntegreerde zonnepanelen voorzien, de berekende elektriciteitsopbrengst hiervan is 5.137 kWh per jaar. Hierbij is rekening gehouden met een degeneratie van de zonnepanelen met 0,6% per jaar. De praktijkopbrengst van de zonnepanelen in het eerste jaar is hoger. Hogere energieopbrengsten of lager energieverbruik is een meevaller voor de bewoner.

Alles rozengeur en maneschijn aan nul-op-de-meter?

Nul-op-de-meter is een mooi en aansprekend concept. Dat neemt niet weg dat er nog aandachtspunten zijn.

Een aandachtspunt voor de bouwers is dat de kosten nu vaak nog boven de €45.000,= liggen, al stelt Urgenda dat nul-op-de-meter nu al kan voor €35.000,=. De prijsdaling van warmtepompen en zonnepanelen draagt bij aan het betaalbaarder maken van nul-op-de-meter. Buiten de hardware verwachten bouwers veel van industrialisatie en van schaalvoordelen bij een groeiend volume.

Voor bewoners die een nul-op-de-meter renovatie overwegen is de bouwkwaliteit van de aanbieder die ze kiezen een belangrijk aandachtspunt. Resultaten monitoring NOM woningen laten zien dat dit essentieel is om tot een goed resultaat te komen. Waarbij met name oververhitting in de zomer een aandachtspunt is. Voor de nul-op-de-meter woningen die BAM heeft gerealiseerd geldt dat deze na renovatie niet warmer zijn in de zomer dan in de oorspronkelijke situatie. BAM richt zich echter niet op de particuliere woningbezitter.

Een ander aandachtspunt is de mogelijke aanpassing van de huidige salderingsregeling voor kleinverbruikers na 2020. Momenteel mogen kleinverbruikers de elektriciteit die ze op jaarbasis opwekken aftrekken van het elektriciteitsverbruik op jaarbasis, waarbij ze zowel het leveringstarief als de energiebelasting volledig terugkrijgen. Na 2020 wordt deze regeling mogelijk aangepast met een overgangsregeling voor bestaande gevallen. Het afschaffen van de huidige salderingsregeling heeft gevolgen voor de hoogte van de energierekening van een nul-op-de-meter woning en dus ook voor de business case. Het precieze effect is onduidelijk, maar zal groter zijn voor woningen die meer energie verbruiken.

Een woningbezitter die een nul-op-de-meter renovatie overweegt doet er dan ook beter aan om zich niet blind te staren op de lagere energierekening, maar ook de kwalitatieve voordelen van een nul-op-de-meter woning mee te wegen in de beslissing. Zo levert een nul-op-de-meter renovatie een comfortabelere woning op, waarvan de gebouwschil en de installaties weer state of the art zijn en jaren mee kunnen.


Met dank aan BAM en haar medewerkers voor het beschikbaar stellen van informatie over nul-op-de-meter renovaties en kritisch meelezen op de inhoud en vorm van het artikel.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Olino.org.

Gasloos wonen in opkomst

In Nederland worden steeds meer huizen gebouwd die alleen elektriciteit gebruiken voor hun energievoorziening. De zogeheten All-Electric-huizen hebben bijvoorbeeld een eigen waterpomp of zijn voorzien van infraroodverwarming. Er zijn nu ruim 2000 van dit soort huizen, maar netbeheerders en energiebedrijven zeggen dat het er steeds meer worden.

Ook het aantal huizen dat gerenoveerd wordt naar all-electric, bijvoorbeeld via het concept nul op de meter groeit. Zo werd vandaag bekend gemaakt dat in Groningen 1650 woningen versterkt en verduurzaamt gaan worden volgens dit concept. Op Sargasso en Nudge publiceerden eerder dit jaar een overzicht van mijn hand van de verschillende mogelijkheden om van gas af te gaan.

Ook deed ik eerder houtje-touwtje pogingen om het energieverbruik van infraroodverwarming, warmtepomp en gas met elkaar te vergelijken.

Open waanlink

Dit bericht is een bewerking van een open waanlink op Sargasso.

1650 Groningse huurwoningen versterkt en verduurzaamd naar nul-op-de-meter

Acht woningcorporaties in het Groningse aardbevingsgebied gaan in totaal 1650 huurwoningen versterken. Ook worden de woningen opgewaardeerd tot nul-op-de-meter.

Dat hebben de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM), het Centrum Veilig Wonen (CVW) en het Rijk afgesproken. Na de zomervakantie start een pilot met 150 gezinswoningen. Als de uitvoering goed verloopt, gaan de partijen verder met de grootschalige aanpak van 1500 woningen.

Het opknappen en verduurzamen gaat zo’n 110.000 euro per woning kosten. Het meeste geld – 60.000 tot 70.000 euro – wordt gestoken in het versterken van de woning. Dit deel komt voor rekening van de NAM. De corporaties dragen tussen de 25.000 en 30.000 euro bij, de meerkosten van het nul-op-de-meter maken. Of de meerkosten van nul-op-de-meter doorberekend worden aan de huurder of door de corporatie betaald worden bepalen de woningbouwcorporaties zelf.

Dit bericht verscheen eerder als open waanlink op Sargasso.

Ons huis verdient het. Uw huis ook?

Vorig jaar lanceerde Energiesprong en Platform31 de Green Deal Stroomversnelling om de huursector naar nul op de meter te krijgen. Nu is het de beurt aan de koopsector. Onder het motto ons huis verdient het stellen ze samen met Vereniging Eigen Huis en VACpunt wonen:

Een huis dat even veel energie opwekt als je nodig hebt en waarin je comfortabel kunt wonen. Zonder dat je daar meer voor hoeft te betalen. Dat wil toch iedereen! Jij ook?

Het idee is dat huiseigenaren het geld dat zij maandelijks aan hun energiemaatschappij overmaken, mogen investeren in het energiezuinig maken van hun woning.

Gemiddeld is de energierekening van een rijwoning € 165 per maand. Energiesprong, het innovatieprogramma voor energieneutrale bouw, wil dat dit bedrag kan worden omgezet in een lening om het huis naar nul-op-de-energiemeter te laten verbouwen. In een woning die nul-op-de-energiemeter is, wordt niet meer energie verbruikt dan er wordt opgewekt. Hierdoor is de energierekening nihil.

Hoe werkt het?

In de voorgestelde financieringsconstructie van Energiesprong kan een huishouden met een energierekening van € 165 per maand ruim € 24.000 euro lenen voor energiebesparende maatregelen. Na de verbouwing is de woning gegarandeerd energieneutraal en zijn de bewoners minder afhankelijk van hun energieleverancier. De maandlasten van die woningbezitters blijven gelijk, want met € 165 per maand kan de lening voor de energiebesparende maatregelen worden afgelost. Vereniging Eigen Huis vindt ook dat de financieringsmogelijkheden voor energiebesparende maatregelen moeten worden versoepeld en steunt daarom het initiatief van Energiesprong. Energiesprong is in gesprek met de overheid, hypotheekverstrekkers en bouwpartijen en hoopt de deal in april 2014 rond te hebben.

Onze situatie

Op basis van ons maandbedrag van 100 Euro zouden we volgens de calculator van Vereniging Eigen Huis 14.770 Euro kunnen lenen voor energiebesparende maatregelen. Uitgangspunten bij deze berekening zijn:

  • De hypothecaire lening wordt binnen 15 jaar tegen een percentage van 4,5% annuïtair afgelost.
  • Fiscale renteteruggave is gesteld op 42%
  • Maandelijkse energiebesparingskosten zijn gelijk aan de over de gehele looptijd berekende gemiddelde maandlasten van de lening.
  • De afsluit-, bemiddelings- en advieskosten van de lening zijn niet meegerekend.
  • De berekening houdt geen rekening met of het in onze situatie mogelijk is een lening aan te gaan. Dat moeten we navragen bij onze adviseur.
  • Lenen betekent wel dat onze hypotheekschuld hoger wordt.

Voor dat bedrag kan je toch nog heel wat energiebesparende maatregelen nemen. Al zal het een uitdaging zijn om werkelijk tot nul op de meter te komen voor dat bedrag.

Meer informatie

Wilt je weten welk bedrag je in dit geval zou mogen lenen? Ga dan naar Eigenhuis.nl/onshuisverdienthet.

Of lees verder op Onshuisverdienthet.nl en zet daar ook meteen een stip voor een huis met nul op de meter 🙂

Van duurzaam naar circulair inkopen

Vorige week plaatste ik hier mijn presentatie over duurzaamheid in de (inkoop)keten. Vandaag kreeg ik via de mail een link naar een filpje over Pre Returnable Procurement (PRP). Een door Rene de Klerk, Rendemint, ontwikkelde methode voor de transitie van de lineaire economie naar de circulaire economie. Voor producten én projecten, van idee tot en met realisatie en van extractie tot en met re-entry. Een methode die Rendemint al meerdere keren heeft weten te integreren in Europese aanbestedingen.

Wie meer wil weten kan op 6 oktober bij het Rijks innovatie lab een kijkje nemen of op 12 november bij de Innovatie-estafette.