Tag: duurzaam bouwen

  • Renoveren of nieuwbouw?

    Bij de conferentie C2C beton stelde een van de deelnemers de vraag of het renoveren van bestaande gebouwen milieuvriendelijker is dan nieuwbouw. Uit onderzoek in opdracht van Agentschap NL blijkt dat nieuwbouw en renovatie elkaar weinig ontlopen, zeker bij oudere gebouwen (bouwjaar 1980). Hoe dan ook blijkt het aanpakken van het energieverbruik van gebouwen vanuit milieuoogpunt zeker de moeite waard met als bijkomend voordeel een lagere energierekening. De milieubesparing kan oplopen tot 80% t.o.v. een kantoor met G label, ook als rekening wordt gehouden met de extra milieubelasting door de inzet van meer materialen.

    [youtube http://www.youtube.com/watch?v=Tys-afx3IY4]

    Maatregelen waaraan gedacht kan worden zijn:

    • Betere isolatie van gevel en glas;
    • Meer daglicht in het gebouw;
    • Energiezuinige verlichting;
    • Duurzame energieopwekking.

    Een bijkomend voordeel voor de eigenaar is dat energiezuinige kantoren een hogere huuropbrengst genereren en een hogere waarde per vierkante meter te hebben (pdf).

    Wilt u advies over mogelijke besparingen in uw bedrijfsgebouw? Neem contact op voor een quick scan met Trefoil Energy.

  • Impressie Cradle 2 Cradle – duurzaam beton – 23 juni 2011

    Op donderdag 23 juni was ik te gast bij de Cradle 2 Cradle – duurzaam beton conferentie die werd georganiseerd door Strukton, Bouwend Nederland en de Stichting Vernieuwing Bouw. Onderwerp van de bijeenkomst was een onderzoeksproject naar recycling van beton in het kader van het 7e Kaderprogramma (KP7) Recyling bouwmaterialen, waar vanuit Nederland StruktonTheo PauwHeidelberg/ENCI en de TU Delftaan meewerken (met nog 12 Europese partners). De bijeenkomst vond plaats in het gebouw van Bomen Centrum Nederland te Baarn, waar geen spatje beton in te vinden was… Tijdens de bijeenkomst waren er presentaties van:

    • Peter Rem, Technische Universiteit Delft;
    • Frank Hoekemeijer, Strukton Civiel;
    • Andre Burger, directeur Cement & BetonCentrum;
    • Douwe Jan Joustra, partner One Planet Architecture institute (OPAi).

    Bij de opening door Martijn Smitt, directeur Strukton Civiel, passeerde een paar mooie voorbeelden van duurzame oplossingen van Strukton de revue, zoals hergebruik van rail ballast, hergebruik van sloopmateriaal in het eigen productieproces, het combineren van transportbewegingen voor brengen van bouwmateriaal en halen van afval, en een getijde energiecentrale in de Oosterschelde, waarvan Strukton zelf ook elektriciteit af gaat nemen.

    De presentaties

    Peter Rem van de TU Delft schetste in zijn presentatie de technische contouren van het project en de mogelijkheden die het project biedt. Hij gaf aan dat Europese programma’s beginnen vanuit een oogpunt dat voor bedrijven soms wat vreemd oogt: de positieve effecten voor de Europese burger. Projecten die de EU steunt vanuit de Kaderprogramma’s moeten bijdragen aan de gezondheid, welvaart en het milieu voor de Europese burger en aan harmonisatie van regelgeving binnen Europa.

    In het geval van recycling van bouwmaterialen gaat het dan concreet om:

    • het verminderen van transportbewegingen;
    • minder gebruik van niet-duurzame materialen;
    • uitwerking van de resultaten van het onderzoek op Europese regelgeving.

    Peter Rem gaf aan dat de cementindustrie (een belangrijke grondstof voor beton) wereldwijd goed is voor 5 tot 10% van de CO2 emissies. André Burger gaf later aan dat de cementindustrie wereldwijd goed is voor 5% van de CO2 emissies en in Nederland slechts voor 2% van de CO2 emissie. Daarmee zit de cementindustrie volgens Douwe Jan Joustra in dezelfde orde van grootte als de luchtvaart- en scheepvaartsector. Een grote uitstoter van CO2, wat ook verantwoordelijkheid voor de vermindering van emissies met zich meebrengt.

    Toekomstverwachtingen betonmarkt

    Wereldwijd is veel beton aan het einde van haar levensduur (in jargon EOL beton als ik het goed begreep). Nederland loopt binnen Europa voorop in recycling van Bouw en Sloop Afval (BSA), in het zoeken van hoogwaardige toepassing van vrijkomende materialen en in innovatieve methodieken om gebouwen te ontmantelen. Het storten van beton (of ander afval) gebeurd in Nederland vergeleken met andere landen niet tot nauwelijks.

    De verwachting voor de toekomst (tot 2025) is dat de hoeveelheid EOL beton toeneemt. Momenteel wordt end of life beton vooral gebruikt om menggranulaat van te maken, dat op haar beurt weer dient als fundering voor wegen. De verwachting is dat de vraag naar menggranulaat voor deze toepassing in de toekomst echter nauwelijks groeit. Dat betekent dat in 2025 mogelijk een overschot aan EOL beton ontstaat. De hoofdvraag van het onderzoeksproject is hoe dit overschot op een duurzame wijze gerecycled kan worden. Factoren die daarbij meespelen zijn het aantal transportbewegingen, cement en energie (de 3 ecologische kanten waar naar gekeken wordt), de proceskosten (de economische kant), de productkwaliteit en productgaranties (de markt kanten).

    Het onderzoeksconsortium heeft een proefproces ontwikkeld dat de naam Advanced Dry Recovery (ADR) heeft meegekregen. Het betreft een mobiel proces dat ingezet kan worden op de slooplocatie, waardoor de hoeveelheid transportbewegingen beperkt blijft. In de ADR wordt het beton gescheiden in grof en fijn betongranulaat. Het grove betongranulaat is zuiver genoeg om als grondstof voor beton te dienen. De fijnere fractie kan als grondstof voor cement dienen, waarmee het een CO2 besparende vorm van recycling is. De kwaliteit van de reststoffen is digitaal te monitoren. Volgens Peter Rem is het proces economisch rendabel en competitief. Een eerste praktijktest wordt uitgevoerd bij de sloop van het oude IBG gebouw in Groningen.

    Uitdagingen

    Hoewel ADR volgens de TU Delft een veelbelovende technologie is, zijn er zeker ook nog beren op de weg. Zo is het lastig om met vaste percentages herbruik te werken, zoals BREAAM doet, omdat betongranulaat niet altijd lokaal beschikbaar is (je gaat bv. meestal het oude pand pas slopen als je het nieuwe pand voor een opdrachtgever hebt staan). Daarnaast is het van belang dat het beton bij sloop meteen gescheiden wordt en dat de kwaliteit van het betongranulaat goed is. Verder moet het inzetten van de techniek ook in de praktijk rendabel zijn.

    Een laatste uitdaging is het effect van ADR op de duurzaamheidsscore van een project. Vooralsnog levert het nieuwe proces binnen de verschillende berekeningsmethoden voor duurzaam bouwen nog weinig op. Bij BREAAM is 1 punt te verdienen als je meer dan 25% beton hergebuikt binnen een straal van 30 kilometer. Bij DuboCalc en GreenCalc heeft hergebruik van beton nog helemaal geen effect op de duurzaamheidsscore. Terwijl er in de levencyclusanalyse wel milieuwinst geboekt wordt. Niet alleen wordt er minder CO2 uitgestoten per ton cement, ook wordt er bespaard op het aantal benodigde transportbewegingen. En de transportsector is goed voor een aanzienlijk deel van de CO2 emissies, maar ook voor geluidshinder en luchtverontreinigende emissies, zoals fijn stof en stikstofoxides.

    Hoe worden de uitdagingen getackeld?

    Strukton pleitte tijdens de bijeenkomst voor een ketenbrede aanpak om de uitdagingen te tackelen en ADR tot een succes te maken. Strukton werkt zelf mee aan het opzetten van deze ketenbrede aanpak, zowel binnen het onderzoeksconsortium als via het betonketen overleg van MVO Nederland.

    Overige opvallende punten van de middag

    Wat me opviel tijdens de bijeenkomst was de wil en verwachting bij een groot aantal aanwezigen dat het nu echt tijd is om veranderingen in de bouwsector in te gaan zetten. Niet meer praten, maar echt gaan doen. Dat stemt hoopvol.

    Wat me ook opviel was het grote verschil tussen de defensieve toonzetting van Andre Burger over duurzaam beton en de offensieve insteek van Douwe Jan Joustra van OPAi. Burger haalde de passage uit Alice in Wonderland aan waarbij Alice vraagt welke weg ze moet nemen. Waarop ze de vraag krijgt waar ze heen wil. Alice zegt dat ze dat niet weet, waarop ze het antwoord krijgt dan maakt het ook niet uit welke weg je neemt. Moraal van het verhaal: definieer eerst duurzaamheid en dan gaan we ’t oplossen. De versie van Douwe Jan Joustra (waar ik me meer in kan vinden) luidde: we weten allemaal waar we niet willen zijn, dus tijd om aan de slag te gaan om uit te zoeken hoe we hier vandaan komen.

    Een van de manieren van de cementindustrie in Nederland en Europa om de CO2 emissie te reduceren is door de inzet van secondaire brandstoffen en biomassa. Overigens lobbied de cementindustrie naar mijn weten nog steeds stevig tegen het verhogen van de reductiedoelstelling voor CO2 in de EU i.v.m. de kans op carbon leakage. Als de cementindustrie in de EU nagenoeg klimaatneutraal zou zijn lijkt me dat weggegooid geld…

    Daarnaast is klimaatneutrale productie slechts een aspect van velen die te maken hebben met duurzaamheid. Wie bijvoorbeeld kijkt in het Europese Emissieregistratiesysteem (E-PRTR) onder mineral industry / productie van cement komt nog een heleboel andere stoffen tegen die niet bekend staan om hun onschadelijkheid. Andre Burger stelde dat er wereldwijd ruim voldoende grondstoffen voor cement zijn, de wereldbehoefte aan aggregaten voor beton voor een periode van 40 jaar komt overeen met de inhoud van één Mont Blanc. Waarop een van de aanwezige antwoordde: de Zwitsers hebben misschien grondstof voor cement in overvloed, maar ze zijn wereldkampioen recyclen en bovendien erg gehecht aan hun Alpen…

    Joustra nam een andere insteek: het gaat er in zijn optiek niet zozeer om om minder CO2 uit te stoten, als wel om zo te ontwerpen dat je je schaarse grondstoffen terugkrijgt aan het einde van de levensduur van een produkt. Bij voorkeur met behoud van kwaliteit. Zoals gebruikelijk bij Cradle2Cradle maakte Douwe Jan daarbij een onderscheidt tussen de technische en biologische kringloop. Alles wat vanzelf afbreekt zonder gevaar voor het ecosysteem behoort tot de laatste categorie, alles wat wel risico’s voor ecosystemen oplevert hoort thuis in de technische kringloop. Douwe Jan pleitte ook voor het gebruik van goede stoffen (geen betere of minder slechte, maar GOEDE).

    Fabrikanten kunnen het bezit van grondstoffen behouden door producten niet te verkopen, maar te verhuren of leasen. Dat maakt dat je vanzelf anders gaat ontwerpen, want aan het eind van de rit mag je het zelf opruimen… De gebruiker vraagt ook niet om alle problemen die er komen kijken bij het bezit van een produkt, maar om de prestatie die het produkt levert. Je wil geen lamp, maar licht. In dat kader ontwikkelde Rau Turntoo, een concept dat draait om de prestatie van een produkt ipv het eigendom. Dat kan ook voor de bouw interessant zijn, zo zijn oude bakstenen vaak meer waard dan nieuwe. Ziedaar de ClickBrick van Daas Baksteen

    Tot slot las ik nog een intrigrerende vraag die Ruud Koornstra tijdens een andere bijeenkomst over beton stelde, namelijk hoe het komt dat we als land met bijna de zachtste boden van de wereld toch de zwaarste gebouwen neerzetten? Een vraag waarop de zaal vol bouw- en betonexperts stil bleef.

    Update 17 augustus 2011: Uit reacties via de email begrijp ik inmiddels dat Nederland niet zwaarder bouwt dan andere landen en dat de bouwmateriaalconsumptie per m3 gebouwinhoud in België en Duitsland tientallen procenten hoger ligt. Ik heb geen statistieken of gegevens om dat te onderbouwen. Terecht werd via de mail de vraag gesteld of gewicht het punt is of dat het gaat om een optimale bouwstijl gegevens de lokale omstandigheden.

  • Veerkrachtige steden toegift

    Mark van Baal vroeg zich vorig jaar in een artikel in Ode af wat er komt na duurzaamheid. Hij stelde voor om uit te gaan van het begrip veerkracht. Een mooi concept, inmiddels heb ik ook een aantal geweldige filmpjes op internet gevonden dat invulling geven aan het begrip voor steden.

    Als toegift op een week vol berichten over veerkrachtige steden vandaag een met feiten en cijfers overladen presentatie van Peter Calthrope. Ondanks de hoeveelheid cijfers is het zeker geen saaie presentatie. Calthrope gaat onder andere in op de relatie tussen bouwwijze en CO2 uitstoot, maar ook op het verband tussen waarde van het vastgoed en de ‘loopbaarheid’ van de buurt. Waarschuwing voor autominnaars en OV-haters: het bekijken van deze presentatie kan je aan het nadenken zetten 😉

  • Veerkrachtige steden: verticale tuinen

    Mark van Baal vroeg zich vorig jaar in een artikel in Ode af wat er komt na duurzaamheid. Hij stelde voor om uit te gaan van het begrip veerkracht. Een mooi concept, inmiddels heb ik ook een aantal geweldige filmpjes op internet gevonden dat invulling geven aan het begrip voor steden. Daarom deze week een reeks over veerkrachtige steden.

    Vandaag een aantal presentaties over verticale tuinen en alles wat daarbij komt kijken. Het onderwerp sluit mooi aan bij het verhaal van Jan Rotmans, maar ook bij de ontwikkeling van urban farming en groene daken in Nederland.

  • Presentaties over veerkrachtige steden in Californië

    Mark van Baal vroeg zich vorig jaar in een artikel in Ode af wat er komt na duurzaamheid. Hij stelde voor om uit te gaan van het begrip veerkracht. Een mooi concept, inmiddels heb ik ook een aantal geweldige filmpjes op internet gevonden dat invulling geven aan het begrip voor steden. Daarom deze week een reeks over veerkrachtige steden.

    Vandaag een lange zit (maar dat mag best op een zaterdag), maar zeker de moeite waard. Als je niet zoveel tijd hebt, kijk dan even op de website van Fora.tv voor de onderdelen die je het meest interesseren.

  • Veerkrachtige steden: bouwen volgens de wetten van de natuur

    Mark van Baal vroeg zich vorig jaar in een artikel in Ode af wat er komt na duurzaamheid. Hij stelde voor om uit te gaan van het begrip veerkracht. Een mooi concept, inmiddels heb ik ook een aantal geweldige filmpjes op internet gevonden dat invulling geven aan het begrip voor steden. Daarom deze week een reeks over veerkrachtige steden.

    Vandaag een presentatie van Michael Pawlyn over bouwen volgens natuurlijke processen. Het is vrijdag, dus een beetje denkstof  om het weekend mee in te gaan kan geen kwaad. Zijn ingrediënten voor een veerkrachtige stad: grondstof efficiëntie, het sluiten van kringlopen en het gebruik van zonne-energie (de laatste twee punten lijken sterk op de insteek van cradle to cradle).

  • Veerkrachtige steden: stop met bouwen, start met groeien…

    Mark van Baal vroeg zich vorig jaar in een artikel in Ode af wat er komt na duurzaamheid. Hij stelde voor om uit te gaan van het begrip veerkracht. Een mooi concept, inmiddels heb ik ook een aantal geweldige filmpjes op internet gevonden dat invulling geven aan het begrip voor steden. Daarom deze week een reeks over veerkrachtige steden.

    Na de vier filmpjes gisteren, vandaag één kort filmpje over groene architectuur. Het is een TED presentatie door Mitchell Joachim met als onderwerp het intrigrerende idee dat je je huis ook kunt laten groeien in plaats van bouwen…

  • Onze zonneboiler komt eraan 🙂

    Komende woensdag is het zover, dan wordt onze zonneboiler geïnstalleerd. Het was al ons voornemen bij de verhuizing, maar het heeft wat langer geduurd om alles goed uit te zoeken. Als me een ding duidelijk is geworden is het namelijk wel dat de communicatie en informatievoorziening over zelfopwekking van warmte of energie (anders dan via aardgas) uitermate belabberd is (bv. met rekenvoorbeelden op basis van het prijspijl van 2002…). Ook de kennis en kwaliteit van de aanbiedingen die we hebben ontvangen liep behoorlijk uiteen.

    Dat betekent dus veel zelf uitzoeken en voor een deel gewoon de knoop doorhakken. Want laat ik over een ding duidelijk zijn: de terugverdientijd van onze zonneboiler? Geen idee, waarschijnlijk een jaar of 10 a 12. Alleen heeft u zich ooit afgevraagd wat de terugverdientijd is van die nieuwe keuken van 20.000 euris? Of van uw nieuwe auto? Of van uw nieuwe mobiele telefoon? I rest my case…

    De verschillende opties

    In een vorig bericht over energiebesparing in eigen huis heb ik al beschreven dat we een tweetal types offertes hadden ontvangen. Een zonneboiler van Solesta (vlakke plaat met terugloop) en HR Solar (vlakke plaat met glycol). Begin dit jaar heb ik voor de leuk toch ook nog maar even geïnformeerd bij een collega die zelf een zonneboiler heeft geïnstalleerd van 2 Improve. Hij was dik tevreden en gaf aan dat hij op eerste kerstdag ruim boven de 60 graden Celsius zat in zijn systeem met heatpipes. Kortom: alle reden om de adviezen van de leveranciers in de wind te slaan en door te zeuren om een systeem met vacuümbuizen. De meerkosten van de heatpipes van Rivusol ten opzichte van de vlakke plaat collector van HR Solar viel met Euro 300 erg mee. De totale warmteopbrengst van het HR Solar systeem is hoger dan de heatpipes, maar de vacuümbuizen geven een hoger rendement in na- en voorjaar. Het seizoen waarin de behoefte aan warmwater ook wat groter is als je verregend thuiskomt, vandaar de keuze voor heatpipes.

    Voordelen zonneboiler

    Aangezien we een verwarmingssysteem met hoge temperatuur hebben is aansluiting van de zonneboiler op onze verwarming volgens onze installateur nauwelijks interessant. Ongeveer eenderde van ons gasverbruik is echter gerelateerd aan warm tapwater. Het systeem dat we hebben gekozen zou daar ongeveer 60 tot 80% van kunnen besparen. Dat is naar verwachting een besparing van ongeveer 300 m3 gas (bij een jaarverbruik aan gas van ongeveer 1500 m3, waarvan 500 m3 voor warm tapwater).

    Daarnaast zullen de vaatwasser en wasmachine ook voorzien worden van een hotfill aansluiting, zodat we ook 10 tot 30 procent besparen op het electriciteitsverbruik van deze apparaten.

    Tot slot zal ons huis volgens het energieprestatieadvies dat we vorig jaar hebben laten uitvoeren door de installatie van de zonneboiler een label stijgen, van C naar B. Niet dat lagere energierekeningen in Nederland al veel effect hebben op de waarde van een huis, maar in Amerika kan een verlaging van de energierekening met $1 leiden tot een stijging van de waarde van het huis met $20. Als dat in Nederland ook op zou gaan dan was ons huis met een besparing op de rekening van rond de 250 euro ineens 5.000 Euro meer waard…

    Uit warmte kun je ook prima elektriciteit winnen. Wat de zonneboiler nog interessanter zou maken, aangezien er op zomerse dagen waarschijnlijk overcapaciteit aanwezig zal zijn. Helaas zijn er in Nederland nog geen ontwikkelingen om met de overtollige warmte van zonneboilers elektriciteit op te wekken. Er zijn wel gasgestookte hr ketels met een sterling motor voor elektriciteitsopwekking, maar voor zonneboilers is dat in Nederland nog toekomstmuziek. Al schijnt er wel een Canadees bedrijf bezig te zijn met een veelbelovende techniek… En dan wordt zonnewarmte ineens veel interessanter. Het vergt wel wat elektrotechniek om door te schakelen naar een tweede circuit waarin de thermo-acoustische motor wordt aangezet tot energieopwekking (zonder dat de boiler over de kook gaat), maar dat mag toch geen probleem zijn?

    Subsidie

    Het gekozen systeem geeft recht op een subside van Euro 1.100. Het wordt nog even afwachten of die ook toegewezen wordt, want de nieuwe regeling is nog niet gepubliceerd. Volgens de site van Agentschap NL is de pot voor zonnewarmte en grondgebonden warmtepompen echter al volledig volgetekend. In het ergste geval betekent dat dus een tegenvaller van Euro 1.100. Aan de andere kant heb ik de afgelopen jaren al vele malen gehoord van afnemers, leveranciers en installateurs dat de Nederlandse subsidieregelingen voor duurzame energie een loterij zijn. Wat dat betreft is het bewonderenswaardig dat er ondernemers zijn die hun bedrijf weten op te bouwen op subsidieregelingen die slechts een paar dagen tot maanden per jaar geopend zijn.

    Financiering

    De financiering van de zonneboiler danken we aan het niet schrappen van de hypotheekrenteaftrek door het huidige Kabinet. Per jaar krijgen we naar verwachting zo’n 3 tot 4 duizend Euro terug van de belastingdienst. Dat geld zullen we de komend jaren inzetten voor de volgende zaken:

    1. Energiebesparende maatregelen
    2. Eigen decentrale, duurzame energieopwekking
    3. Vervroegd aflossen van de hypotheek
    4. Overige woningverbeteringen

    Ik geef toe dat daarmee mijn doldwaze zomeridee uit 2009 een iets andere invulling krijgt: niet het energiebedrijf, maar de belastingbetaler betaald mijn energierekening.

    Overigens ben en blijf ik vurig pleitbezorger van de (gecontroleerde) afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. We zullen de hypotheekrenteaftrek niet terugstorten aan de belastingdienst (zoals Staatssecretaris Bleker recent voorstelde in Nieuwsuur), maar via energiebesparende en energieopwekkende maatregelen dragen we wel ons steentje bij aan het halen van de duurzame energie en energiebesparingsdoelstellingen. Als energieopwekking voor de meter goed geregeld wordt willen we misschien nog wel een keer mee-investeren in een grote windmolen, zonder dat daar subsidie voor nodig is.

    Dergelijke investeringen voorkomen ook dat we bij oplopende energieprijzen (gas en/of elektra) last krijgen van energiearmoede. Want het ontslaan van ambtenaren mag volgens Minister De Jager dan goed zijn voor de economie, voor een gezin met een kind op de kinderopvang vraagt het ook heel wat lastige beslissingen. Want kind op de kinderopvang kost ons netto ongeveer Euro 300 per maand, maar het kind van de kinderopvang halen maakt het met de Hollandse wachttijden voor kinderopvang praktisch onmogelijk om terug te keren naar een anderhalf of tweeverdieners situatie.

  • #7di De Duurzame Verbinding (via @nudgenl en @7di )

    Wil je graag duurzaam produceren? Wil je liever CO2-neutraal zaken doen? Wil je winst behalen met duurzaam ondernemen? Kom dan op 3 maart naar De Duurzame Verbinding. De doelstelling van deze avond is om MVO-kennis toegankelijk te maken voor het MKB en vraag en aanbod op een frisse manier bij elkaar te brengen. De Duurzame Verbinding vindt tegelijkertijd plaats in Rotterdam en 8 andere steden. In Rotterdam ligt de focus op de bouw- en installatiebranche.

    Wat kun je tijdens deze avond verwachten?

    • Inspiratie: laat je inspireren door voorbeelden uit de praktijk.
    • Praktisch advies: krijg antwoord op je vraag over duurzaam ondernemen.
    • Netwerken: op regionale schaal verbindingen leggen tussen de bouwbranche, de installatiebranche en eskundige adviseurs.
    • Business Case: Louis Hiddes zal de business case duurzaam bouwen toelichten en uitleggen.

    Partners

    De Duurzame Verbinding is onderdeel van 7 Days of Inspiration en wordt belangeloos en zonder financieel gewin georganiseerd. Dit initiatief wordt ondersteund door o.a. MVO Nederland, Stichting Stimular, KvK, DCMR, DHV, IMSA, Cleandrinks, Club van 30, InterfaceFlor en Nudge.

    Kom ook op 3 maart!

    Het evenement vindt plaats bij het Innovatie Centrum Duurzaam Bouwen op het RDM-terrein.
    Meer informatie en aanmelden:  www.deduurzameverbinding.nl.
    Coördinator De Duurzame Verbinding Rotterdam: Mark Slegers.

  • Eindig fosfor

    Op 18 januari zond Labyrint de uitzending eindig fosfor uit. Na een heleboel kijktips via twitter en via weblogs (oa Duurzaam Gebouwd) heb ik gelukkig toch maar besloten te kijken. De uitzending is zeker de moeite waard en biedt ook een blik op het belang van fosforproducent Thermphos in Vlissingen (en ja, ik heb de Zembla uitzending over Therphos gezien).

    De aflevering van Labyrint geeft ook een mooi inkijkje in wat er inmiddels allemaal mogelijk is met rioolwater. In Sneek wordt gewerkt aan methoden om van een kostenpost een opbrengstenpost te maken. Daar is een wijk in aanbouw waar het rioolwater voor een deel in de gas- en elektriciteitsbehoefte van bewoners gaat voorzien. Bovendien kan ook het groenafval in dezelfde installatie, wat weer ritten met vuilniswagens scheelt om het groenafval gescheiden op te halen. Minder ritjes met vuilniswagens scheelt weer in de luchtkwaliteit in de woonomgeving (tenzij je nul-emissie vuilniswagens hebt) en je hebt minder ambtenaren nodig (in plaatsen waar afval ophalen nog in overheidshanden is).

    Voor een gemeente als Rotterdam, waar in grote delen nog geen gescheiden inzameling plaatsvind biedt het bovendien de mogelijkheid om groenafval wel te scheiden en nuttig in te zetten. Inzet van dit soort technieken vergt wel een omslag in het denken over afvalwaterzuivering: van groot en centraal naar kleinschaliger en decentraal.