Rutte oefende druk uit om presentatie doorrekening klimaatakkoord uit te stellen

Premier Rutte heeft vorig jaar druk laten uitoefenen op het PBL en CPB om de publicatie van de analyse van het voorstel voor hoofdlijnen van het klimaatakkoord uit te stellen tot na Prinsjesdag. Dit blijkt uit stukken die het rijk heeft vrijgegeven na een WOB-verzoek van Nieuwsuur.

PBL wil uitkomsten publiceren voor Prinsjesdag

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) wilden de bewuste doorrekeningen van het klimaatakkoord op 13 september 2018 naar buiten brengen. Een week voor Prinsjesdag en het belangrijkste debat van het jaar: de Algemene Politieke Beschouwingen. Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, en zijn ambtenaren waren hiervan op de hoogte. Wiebes was eind augustus ook op de hoogte gebracht van de eerste indrukken van de doorrekening door PBL. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat was voorstander van publicatie uit angst voor lekken en omdat bij uitstel van publicatie de indruk zou kunnen bestaan dat de resultaten van de doorrekening onder de pet gehouden zouden worden. Formeel hadden de departementen ook geen invloed op het moment van publicatie, omdat zij niet de opdrachtgever van het onderzoek waren. Dat was Ed Nijpels als voorzitter van de klimaattafels. Wiebes is er vooraf door zijn ambtenaren op gewezen dat uitstel van publicatie een ongebruikelijke ingreep van het ministerie vergde.

Premier Rutte oefent drukt uit om publicatie uit te stellen

In een mail schrijft de raadsadviseur van het ministerie van Algemene Zaken aan het ministerie van Economische Zaken dat Rutte tegen publicatie van de doorrekening voor Prinsjesdag is (pagina 37 van de pdf met vrijgegeven documenten):

De doorrekening (en daarmee de appreciatie) wordt dan gespreksonderwerp op het APB (Algemene Politieke Beschouwingen) en dat is onwenselijk. MP (Minister President) wil vasthouden aan de procesafspraken in de MR (Ministerraad) van 24/8.

Uit de stukken is niet te halen of premier Rutte, net als Wiebes, op de hoogte was van de eerste indrukken van de doorrekening. Ed Nijpels, de voorzitter van de klimaattafels, reageert op 3 september uiterst stekelig op het verzoek van EZK om publicatie uit te stellen. Op 6 september constateert Sandor Gaastra, momenteel Directeur Generaal Klimaat en Energie bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, echter dat er een kleine opening is doordat Ed Nijpels heeft gevraagd om de departementen en tafelvoorzitters de tijd te geven om tussen 13 en 17 september de volledige analyse in te zien en om op de volledige analyse te kunnen reageren.

Vervolg

Verschillende Kamerfracties hadden gevraagd om publicatie van de doorrekening van het PBL voorafgaand aan Prinsjesdag en de Algemene Politieke Beschouwingen. Zowel Forum voor Democratie, PvdA en GroenLinks wilden opheldering over de rol van premier Rutte. Volledig begrijpelijk en terecht, klimaatbeleid gaat de komende decennia grote invloed hebben op het beleid. De meest logische plek om dat debat te voeren is niet in commissievergaderingen, maar juist in de plenaire zaal van de Tweede Kamer bij het belangrijkste debat van het jaar over de toekomstplannen van het Kabinet.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Eerste Kamer stemt voor klimaatwet

De Eerste Kamer heeft dinsdag 28 mei de Klimaatwet, ofwel het initiatiefwetsvoorstel-Klaver, Asscher, Beckerman, Jetten, Dik-Faber, Yesilgöz-Zegerius, Agnes Mulder en Geleijnse Klimaatwet, aangenomen. De fracties van VVD, CDA, D66, SP, PvdA, GroenLinks, ChristenUnie, 50PLUS, OSF en Fractie-Duthler stemden voor, de fracties van SGP, PvdD en PVV stemden tegen.

Het voorstel stelt klimaatdoelstellingen voor de regering vast. Tegelijkertijd is het een kader voor de ontwikkeling, effectmeting en wijze van verantwoording van het beleid dat moet leiden tot het halen van de wettelijke vastgelegde klimaatdoelstellingen. Hoofddoel van het voorstel is het als resultaat bereiken van 95% broeikasgasreductie in Nederland in 2050 ten opzichte van 1990 en als tussendoel streven naar 49% broeikasgasreductie in 2030 ten opzichte van 1990. Daarnaast bevat het voorstel als nevendoel het streven naar 100% CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050.

Het wetsvoorstel is op verschillende punten minder sterk dan het oorspronkelijk initatiefwetsvoorstel van Klaver-Samson. Op de eerste plaats zijn de doelen van de klimaatwet niet meer juridisch afdwingbaar, op de tweede plaats is het tussendoel voor 2030 minder hoog dan de oorspronkelijke 55%. Het streven naar 100% CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050 een afzwakking van het streven naar 100% hernieuwbare energie in 2050, elektriciteit is goed voor ongeveer 20% van het huidige energieverbruik van Nederland. Ook het begrip emissiebudget uit het oorspronkelijke wetsvoorstel is geschrapt uit de klimaatwet.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Visualisatie van verkoopcijfers elektrische auto’s in de VS

Op basis van de verkoopcijfers van de Amerikaanse verkoopcijfers van elektrische auto’s die Inside EV’s bijhoudt heeft Mase Goslin een datavisualisatie gemaakt van de verkoopcijfers van elektrische auto’s vanaf januari 2012 tot heden.

https://public.flourish.studio/resources/embed.js

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Hoe stem je op een eerlijker financieel systeem?

Finance Watch, een organisatie die zich in zet voor een eerlijker financieel systeem in de EU, heeft de voorstellen van de verschillende Europese fracties voor financiële hervormingen beoordeeld. Daarbij is gekeken of de voorstellen de stabiliteit van het financiële systeem verbeteren, het democratiseren van financiële instituties en de ontwikkeling van financieel beleid, verschuiving van geldstromen naar duurzame investeringen en voorbereiding op toekomstige financiële crisis. Daaruit komen duidelijke verschil tussen de verschillende fracties.

Finance Watch

Finance Watch is een organisatie die zich er voor inzet dat het financieel systeem de samenleving dient. Onder de leden bevinden zich onder andere Transparency International, BEUC (de Europese consumentenorganisatie), Oxfam, Consumentenbond, SOMO en verschillende vakbonden. Volgens Finance Watch is het huidige financiële systeem nog steeds instabiel en niet voorbereid op de toekomst. Finance Watch is van mening dat er op vier fronten veranderingen nodig zijn en heeft dit vastgelegd in een visie op het financieel systeem met daarbij behorende voorstellen voor verandering in het huidige systeem.

Finance Watch heeft haar wensenlijst vergeleken met de EU brede manifesten van 6 Europese fracties. De Europese fracties Europa van Vrijheid en Directe Democratie (EFDD) en Europa van Naties en Vrijheid (ENF) hebben nog nooit een EU breed manifest gepubliceerd en hebben ook niet gereageerd op vragen van Finance Watch.

Overzicht Nederlandse fracties in Europa

De meeste Nederlandse partijen werken in Europa samen in een fractie met leden uit meerdere lidstaten. Hieronder een overzicht van politieke partijen en de Europese fractie waarin ze samenwerken, op volgorde van het huidig aantal parlementsleden:

Stabiliteit financieel systeem

Met betrekking tot de stabiliteit van het financieel systeem heeft Finance Watch verschillende wensen geformuleerd. Op de eerste plaats mag geen financiële instelling to big to fail zijn. Finance Watch wil een scheiding tussen traditionele bankactiviteiten en investeringsbanken. Verder wil Finance Watch het toezicht op financiële instellingen hervormen om stranded assets te voorkomen. Tot slot wil Finance Watch regelgeving om schadelijke financiële speculatie te voorkomen en krediet bubbels te vermijden, bv. door schaduwbanken te reguleren.

Democratiseren van het financieel systeem

Finance Watch heeft verschillende wensen die ze scharen onder het kopje democratiseren van het financieel systeem. Zo willen ze dat financiële instellingen rekenschap geven van de impact van hun leningen en investeringen op het halen van de VN Sustainable Development Goals. Ook willen ze dat de invloed van de financiële lobby beperkt wordt. Verder behoren burgers toegang te hebben tot een basisset aan financiële diensten, die nodig zijn voor economische en sociale deelname binnen de EU. De volledige lijst met eisen is te vinden op de website van Finance Watch.

Verduurzaming financieel systeem

Finance Watch wil een verschuiving van kapitaal naar duurzame investeringen. Om dat te bereiken willen ze dat het EU Action Plan on Financing Sustainable Growht bijdraagt aan het halen van de doelen uit het klimaatakkoord van Parijs en de Sustainable Development Goals van de VN. Alle wetgeving zou moeten bijdragen aan het uitfaseren van investeringen en leningen aan sociaal- en milieuschadelijke activiteiten. Ook zouden centrale banken en toezichthouders risico’s ten gevolge van klimaat, milieu, ongelijkheid en sociaal moeten meewegen in hun beslissingen.

Voorbereiden op de volgende crisis

Finance Watch vind dat het huidige financieel stelsel onvoldoende voorbereid is op de volgende crisis. De voorstellen die ze heeft om dit te verbeteren zijn veelal technisch van aard, maar gaan onder andere over het verbeteren van stresstesten voor banken en andere financiële instellingen. En over de veiligheid van kritische IT infrastructuur op nationaal en EU niveau.

Conclusie

Als het gaat om de verbeteringen in het financieel systeem die volgens Finance Watch nodig zijn om het financieel systeem eerlijker te maken doen de Greens (GroenLinks), Socialists & Democrats (PvdA) en GUE/ENGL (SP en PvdD) het beter dan andere Europese fracties. Alleen als het gaat om de voorbereiding van het financieel stelsel op de volgende crisis komen de Christian Democrats (CDA) enigzins mee. Het is natuurlijk mogelijk dat de individuele nationale fractie betere plannen heeft dan blijkt uit het Europees manifest van de fractie waartoe een partij behoort, of dat het stemgedrag een ander beeld geeft. Wil je de Nederlandse verkiezingsprogramma’s voor de Europese verkiezingen vergelijken dan kun je terecht bij ons overzicht van stemwijzers voor de Europese verkiezingen. De analyse van het stemgedrag ten aanzien van klimaatbeleid vind je hier.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Varend ontgassen: de saga continues

De afgelopen maanden zijn er veel vragen gesteld door lokale, provinciale en landelijke politici over varend ontgassen. De antwoorden hierop zijn inmiddels voor het merendeel binnen en de minister van Infrastructuur en Water heeft een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer gestuurd. Ook geeft de VVD Rotterdam nog steeds groots op van hun initiatief om in het gebied Groot Rotterdam een pilot met handhaving van een verbod op varend ontgassen uit te voeren. Tijd dus om me daar weer eens een Paasweekend lang doorheen te worstelen en mijn bevindingen te delen. De lezer die het dossier varend ontgassen van zeer zorgwekkende stoffen op Sargasso langer volgt zal zich niet verbazen dat ik na het lezen van alle stukken weer eindig met meer vragen dan antwoorden. Op 8 mei spreek ik tijdens de Maritime Industry beurs over varend ontgassen, wie weet krijg ik dan antwoorden.

Doorgaan met het lezen van “Varend ontgassen: de saga continues”

NRC en het varend ontgassende kwartje

Twee weken geleden las ik in het NRC een uitstekend artikel van Hester van Santen over de toekomst van de raffinaderijen in Nederland. Het artikel (betaalmuurtje) schetst de vele uitdagingen die er op de raffinaderijen in Nederland af komen. In raffinaderijen gaat het om grote volumes en lage marges. Gemiddeld wordt op op een liter raffinage product minder dan 3 Eurocent marge behaald. Uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat blijkt dat de marges van raffinaderijen in andere werelddelen 10 tot 240% hoger liggen dan in Nederland. Twee van de raffinaderijen staan in de top 10 van grootste CO2 uitstoters van Nederland. De vraag waar het Kabinet en de Tweede Kamer de komende maanden voor staat is hoe hard het nationale klimaatbeleid de sector mag raken. De vraag is ook hoe hard een verbod op varend ontgassen, waarbij de verlader de rekening betaalt, de sector raakt of mag raken.

Ontwikkelingen raffinagesector

Een raffinaderij is in z’n simpelste vorm een grote destillatiekolom (maar dan wel een heel in gewikkelde). Raffinaderijen produceren van oudsher ruwweg drie soorten producten. Het lichtste spul is nafta (in Europa vooral grondstof voor chemicaliën) en benzine. In het middensegment ontstaat diesel en kerosine. Onderaan blijven smeermiddelen en zware stookolie over. Stookolie wordt traditioneel voor een groot deel gebruikt in de zeescheepvaart. De hoogste marge wordt gehaald op diesel en kerosine. Uit olie kunnen raffinaderijen maximaal 40 tot 50% diesel en kerosine halen. Het restant bestaat uit minder lucratieve benzine, nafta en stookolie. Door de nieuwe regels voor brandstofkwaliteit in de zeescheepvaart zal de vraag naar stookolie de komende jaren gaan dalen. Dat is de reden dat verschillende raffinaderijen in Europa investeren in nieuwe krakers. In Nederland hebben Shell en ExxonMobil dit gedaan. Andere raffinaderijen hebben de investeringsbeslissing uitgesteld of bereiden de investeringsbeslissing nog voor.

Raffinaderijen in Europa hebben te maken met verschillende uitdagingen. De vraag naar hun producten in Europa daalt, terwijl deze in Azië en Afrika groeit. In deze gebieden worden ook grotere en modernere raffinaderijen gebouwd, waarmee vergeleken de Europese raffinaderijen oud en klein zijn. In Europa zijn daarnaast de arbeidskosten hoger en de milieuregels strikter. Europa wint ook weinig eigen olie.

Wat ook niet helpt is dat het overschot aan benzine werd geëxporteerd naar de VS. Door de groei van de oliewinning en de benzineproductie in de VS dalen de opbrengsten van de export van benzine. Verder is raffinage een CO2 intensief proces, waardoor raffinaderijen last hebben van de gestegen CO2 prijs. Ook al krijgen ze een groot deel van hun CO2 rechten nog gratis, de verwachting is dat de CO2 prijs richting 2030 verder op gaat lopen.

Voor de Europese chemische sector spelen vergelijkbare zaken. Met name de sterk gedaalde prijs van aardgas in de VS zet een rem op de Europese investeringen in de chemie en zet druk op marges. Al met al niet echt een economisch klimaat waarin deze bedrijfstakken zitten te wachten op een kostprijsverhoging door een verbod op varend ontgassen, waarbij zij als verlader verantwoordelijk worden voor het betalen van de rekening.

Verladers, waaronder raffinaderijen en de chemie, zullen opdraaien voor de extra kosten van verantwoord ontgassen. Dat gaat om 3 tot 5 duizend Euro per keer. Voor een binnenvaarttankschip dat 3 miljoen liter vervoert betekent dat 0,1 tot 0,5 Eurocent extra kosten per liter raffinageproduct. Oftewel 3 tot 5% minder marge voor een sector met een lage marge, waarvoor de Botlek toch al geen vanzelfsprekende keuze meer is. Niet gek dus dat Shell z’n raffinaderij het warmtenet van de provincie Zuid-Holland in koppelt voor extra inkomsten en ook zoekt naar manieren om straks met SDE++ subsidie CO2 op te kunnen gaan slaan.

Tot slot

Het is de vraag of de zes raffinaderijen in de Botlek allemaal behouden blijven als de vraag naar diesel en benzine in Europa verder daalt door toenemende elektrificatie van transport, met name stadsbussen. Waarbij de uiteindelijke rekening van de raffinaderij wel eens bij de belastingbetaler kan komen te liggen, want zoals het artikel in de NRC afsluit:

Maar een raffinageterrein definitief ontmantelen, dat is het laatste wat je wilt. Na een halve eeuw raffineren is de bodem doorgaans flink vervuild. Het is in Nederland nooit gedaan, maar afbreken en woningen bouwen? Dat is waarschijnlijk veel te duur.

Dat u vast weet wat ‘de vervuiler betaalt’ waard is als een van de raffinaderijen ooit omvalt of gesloten wordt.

Voor omwonenden van de Nederlandse waterwegen is het een hard gelach, want na 5 jaar voor het lapje gehouden te zijn met provinciale ontgasverboden lijken de rijksoverheid, provincies, omgevingsdiensten en industrie nog steeds geen haast te hebben om te werken aan alternatieven voor varend ontgassen. Het uitgangspunt voor het beleid rond varend ontgassen lijkt meer pappen, nathouden en kijken hoe met hergebruik van maatregelen van 5 jaar terug de rust weer terug kan keren in de tent. Daarover een volgende keer meer.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

De toekomst van gaswinning in Nederland

Minister Wiebes van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft begin 2018 aangekondigd dat de gaswinning in Groningen vanaf 2030 beëindigd wordt. NAM maakte vorig jaar al duidelijk dat het veld tegen die tijd ook al leeg is of niet meer op het huidig niveau kan produceren. NAM is inmiddels begonnen met de ontmanteling van de eerste productielocaties in Groningen. Om de gasbaten nog wat langer binnen te laten komen is de rijksoverheid er veel aan gelegen om de gaswinning uit kleine velden op te voeren. In antwoord op schriftelijke Kamervragen van Tierry Baudet stelt minister Wiebes dat hij een toename van de binnenlandse gasproductie verwacht.

Het voorgenomen verbod op het gebruik van kolen voor elektriciteitsproductie moet ertoe leiden dat er per 1 januari 2030 geen kolen meer gebruikt worden voor de productie van elektriciteit. Hiermee wordt verzekerd dat het verbod op kolen een aanzienlijke bijdrage levert aan het realiseren van de ambitie uit het klimaatakkoord van 49% CO2-reductie. Dit heeft invloed op de samenstelling van het Nederlandse productiepark. Welke energiebronnen de weggevallen productie als gevolg van het verbod zullen opvangen is afhankelijk van de ontwikkelingen op de elektriciteitsmarkt en daarmee onzeker. Op basis van de analyse van Frontier Economics (2018) is onze inschatting dat de voorgenomen wet zal leiden tot een toename van de import en een toename van de binnenlandse productie van gas en biomassa.

Een toename van binnenlandse productie? Waar wil de minister die vandaan toveren met afbouw van de gaswinning in Groningen en afnemende productie van de kleine velden? Broeden EZK en EBN op een hernieuwde poging om schaliegas te winnen of heeft EBN hoge verwachtingen van de hoeveelheid aardgas die gewonnen kan worden via de dual-play strategie bij diepe en ultradiepe aardwarmte? Deze dual-play strategie beschreef EBN in 2018 op pagina 45 van het rapport Play based portfoliobenadering (pdf):

Met name op het gebied van het combi­neren van geothermie en olie- en gaswinning zou onshore nog veel mogelijk zijn. Dit gaat om herge­bruik van bestaande olie- en gasputten, maar ook om nieuwe projectontwikkelingen waarbij tijdelijk nog olie- en gas gewonnen worden en tegelijk duurzame geothermie kan worden ontwikkeld die profiteert van een sterke risico- en kostenreductie.

En waarom is onduidelijk hoe de weggevallen elektriciteitsproductie van kolencentrales opgevangen gaat worden? Is er als opdracht aan de elektriciteitstafel van het klimaatakkoord geen opgave voor 20 Mton CO2 reductie in 2030 meegegeven? Lijkt me lastig realiseerbaar als aardgas op veel grotere schaal ingezet gaat worden voor elektriciteitsopwekking.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.