Categorie: Sargasso

  • Als de eerste zonne-ondernemer niet was ontvoerd, zouden fossiele brandstoffen de 20e eeuw dan zo hebben gedomineerd?

    Eén argument ter verdediging van fossiele brandstoffen is dat ze een historische noodzaak waren, omdat er gedurende een groot deel van de 20e eeuw geen ander levensvatbaar alternatief was. We zijn de fossiele brandstoffen dank verschuldigd, zo luidt het argument, omdat ze onze ontwikkeling hebben gestimuleerd. Maar wat nou als er een levensvatbaar alternatief was dat vanaf het begin is gesaboteerd door de belangen van fossiele brandstoffen?

    Open artikel

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Automobilisten kunnen weer lunchen in Den Haag

    Extinction Rebellion (XR) stopt tot aan het kerstreces met de blokkades van de Utrechtse Baan. Dat betekent dat de toegang tot Den Haag rond lunchtijd weer ongestoord mogelijk is voor automobilisten. Al hadden de blokkades volgens de ANWB weinig verstoring voor automobilisten tot gevolg. XR heeft het besluit genomen omdat de Tweede Kamer een motie van GroenLinks en D66 heeft aangenomen waarin het demissionaire kabinet wordt gevraagd om scenario’s op te stellen voor de afbouw van de “fossiele subsidies”. De scenario’s zouden voor Kerst door het demissionaire kabinet moeten worden uitgewerkt.

    Daarmee is niet alleen het doel van Extinction Rebellion maar ook het doel van de ondertekenaars van de zogenaamde Brandbrief over het stoppen met fossiele subsidies dichterbij gekomen. De motie roept het Kabinet op om scenario’s te onderzoeken voor het afbouwen van de verschillende fossiele subsidies (op de termijn van twee, vijf en zeven jaar). Waarbij per regeling wordt aangegeven op welke manier eventuele negatieve effecten kunnen worden tegengegaan. Ook wordt gevraagd om eventuele nationale maatregelen te schetsten voor fossiele subsidies die in Europees verband vastliggen. De motie neemt ook de sociale gevolgen voor b.v. lagere inkomens mee én de positieve effecten voor circulaire en andere duurzame bedrijven. Deze bedrijven hebben nu namelijk last van concurrenten die profiteren van fossiele subsidie.

    Al met al een evenwichtige motie, die XR aangrijpt als exit voor de dagelijkse blokkade van de Utrechtse Baan. Die zijn dus voorlopig van de baan. Je kan stellen dat XR geluisterd heeft naar de kritiek van mensen als Jan Paul van Soest, je kan ook stellen dat XR strategischer opereert dan mensen vanaf de zijlijn waarnemen. In een maand tijd een onderwerp breed op de agenda krijgen, plus een meerderheid van de Nederlanders die het met je eens is (al is een groot deel het oneens met de methode) en een Kamermeerderheid voor een motie die tegemoet komt aan je wensen. Er zijn betaalde lobbyisten die minder voor elkaar krijgen…

    Het maken van keuzes over de afbouw van de verschillende fossiele subsidies is aan het nieuwe Kabinet en de nieuwe Tweede Kamer. Wat de samenstelling daarvan gaat zijn beslissen we samen op 22 november.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Wereldwijde CO2-emissies van elektriciteitssector naderen piek

    Deze week werden de nieuwe KNMI klimaatscenario’s aan demissionair minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat overhandigd. Die geven de bandbreedte aan waarbinnen het Nederlandse klimaat zich waarschijnlijk zal ontwikkelen, o.a. afhankelijk van de mondiale uitstoot van broeikasgassen. Ruwweg is de uitkomst: winters worden natter en zomers worden droger. De mate waarin hangt af van de hoogte van de wereldwijde CO2-uitstoot. Een meer gedegen stuk hierover vind je bij het weblog klimaatverandering.

    Het is niet alleen treurnis, gelukkig blijkt dat de combinatie van klimaatbeleid en marktinitiatieven wel degelijk werkt. De piek in de wereldwijde emissies van de elektriciteitssector is volgens Ember namelijk nabij. Ook ligt de groei van wind- en zonne-energie bijna op het niveau dat volgens de net zero roadmap van het Internationaal Energie Agentschap nodig is om op schema te blijven voor 1,5 graden Celsius. Daarvoor zou de gecombineerde aandeel van wind- en zonne-energie moeten groeien van 12% in 2022 naar 40% in 2030. Daarvoor is een jaarlijkse groei van 26% in zonne-energie nodig en een jaarlijkse groei van 16% voor windenergie. In 2022 was de jaar-op-jaar groei 25% voor zonne-energie en 14% voor windenergie. Om op koers te blijven voor het  1,5 graden scenario moeten landen wel zorgen dat de groei van wind- en zonne-energie de komende jaren doorzet.

    Ontwikkeling wereldwijde elektriciteitsproductie
    Ontwikkeling wereldwijde elektriciteitsproductie

    Nederland

    Op Prinsjesdag publiceerde PBL het eerste deel van de Klimaat en Energieverkenning 2023. Daaruit bleek dat het demissionaire-kabinet met de plannen in de Voorjaarsnota Klimaat een belangrijke stap vooruit zet op weg naar realisatie van 55 procent minder broeikasgasuitstoot in 2030, vergeleken met 1990. Volgens PBL is een reductie van 46 tot 57 procent mogelijk. Maar om de bovenkant van deze bandbreedte aan te tikken en dus het doel te halen moet alles meezitten, ook niet-stuurbare factoren zoals weer en elektriciteitsimport. De cijfers voor energiebesparing en hernieuwbare energie publiceert PBL op 26 oktober.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Gezocht: dekking voor behoud accijnsverlaging benzine

    Een meerderheid van de Tweede Kamer lijkt zich volgens RTL Nieuws te keren tegen de ophoging van de accijns op benzine, die per 1 januari ingevoerd wordt. Of eigenlijk tegen het afschaffen van de tijdelijke korting, die na de tweede invasie van Rusland in Oekraïne is ingesteld. Het behouden van de korting vergt 1,2 miljard Euro. Een behoorlijk bedrag om dekking voor te zoeken. Gelukkig is er een fraai rapport van SOMO over fossiele subsidies beschikbaar. Daarin staat per regeling hoeveel geld er mee gemoeid is. Daarom hieronder een aantal ideeën voor de Tweede Kamerleden om dekking te zoeken en meteen de demonstranten op de A12 tegemoet te komen (niet uitputtend, daarvoor verwijs ik je naar het rapport van SOMO):

    • De BTW vrijstelling op niet-zakelijke vliegtickets afschaffen. Gederfde inkomsten voor de staat 1,2 miljard Euro in 2022. Nadeel: vergt Europese instemming. Dus niet regelbaar bij behandeling belastingplan.
    • Afschaffen van de vrijstelling gasbelasting voor niet-energetisch gebruik. Gederfde inkomsten voor de staat 79 miljoen Euro in 2022, een druppel op de gloeiende plaat.
    • Doorwerking van de degressieve structuur voor niet-energetisch gebruik gas. Gederfde inkomsten voor de staat: 892 miljoen Euro, dat klinkt al beter. Daar valt samen met afschaffen van de vrijstelling gasbelasting zeker 10% tot 25% van de dekking te halen. Bevordert meteen het beleidsdoel circulaire economie, waar we fors mee achterlopen volgens PBL.
    • Afbouwen van de regelingen voor de glastuinbouw, samen goed voor 1 miljard Euro in 2022. Afschaffen van het verlaagd tarief voor de glastuinbouw en de inputvrijstelling WKK voor gas levert samen 229 miljoen Euro op. Maakt de tabellen voor energiebelasting ook simpeler. Deel van de doorwerking degressieve structuur gas afschaffen levert nog wat meer op. Deelname aan ETS kan geen argument meer zijn, want daar zijn de meeste tuinders met behulp van het Rijk uitgestapt.
    • Afbouwen van de regelingen voor staal en andere energie-intensieve processen: 148 miljoen Euro gederfde inkomsten in 2022. Maak je alleen geen vrienden mee bij de basismetaal en Tata, maar wel op de A12.
    • Afbouwen van de regelingen voor de olieverwerkende industrie. Deze zijn samen goed voor 2,4 miljard Euro gederfde inkomsten in 2022. Maak een afbouwplan in 4 jaar en voor 2024 haal je zo’n 600 miljoen Euro op, de helft van de benodigde dekking.
    • Afbouwen van de vrijstelling verbruik eigen gas bij olie- en gaswinning levert op basis van 2022 zo’n 171 miljoen Euro extra overheidsopbrengsten op. Voordeel is dat dat vooral ten koste van de winstgevendheid zal gaan (niet iets waar olie- en gasbedrijven de afgelopen jaren over te klagen hebben gehad), omdat het een wereldmarkt is waar de winners van olie en gas prijsvolgers zijn. De subsidie voor gasopslag zou ik nog een jaartje laten staan, eerst even kijken hoe we de winter doorkomen.
    • Regelingen rondom emissierechten. Tegenover een opbrengst van 1,1 miljard Euro staat nog steeds de verstrekking van 3,3 miljard Euro aan gratis rechten. In de top 10 van grootste ontvangers van gratis rechten staan olie- en gasbedrijven als Shell, ExxonMobil, BP en Total Energies. Geen van hen heeft te klagen over slechte winstcijfers, dus gewoon betalen voor de rechten vanaf 2024. Verwachte opbrengst op basis van 60/Euro per ton (huidige prijs 80 Euro/ton) bedraagt zo’n 500 miljoen Euro.
    • Afbouw van regelingen voor fossiele elektriciteitsopwekking levert 4,7 miljard Euro op. Ruim de helft van wat er dit jaar aan SDE++ subsidie beschikbaar is… Afschaffing van de vrijstellingen op kolen-, olie- en gasbelasting voor elektriciteitsopwekking levert 450 miljoen Euro op. Dat maakt de stroomprijs duurder, waarmee de uitgaven aan SDE++ in 2024 lager uit zullen vallen. Wanneer ook nog een hapje uit de degressieve structuur van de energiebelasting op gas wordt aangepakt kan het bedrag verder oplopen, waarmee de benodigde SDE++ subsidies dalen.
    • De degressieve tariefstructuur aardgas kost de staat 2,1 miljard Euro. Het dubbele van wat nodig is om de verlaging van de benzineaccijns in stand te houden. Bouw de structuur in 4 jaar af en je hebt volgend jaar zo’n 500 miljoen Euro extra opbrengsten. Natuurlijk zullen bedrijven op zoek gaan naar alternatieven en besparingsopties, waardoor de opbrengsten op termijn dalen. Voor de echte fijnproevers zou je nog een uitzondering kunnen maken voor aardgasgebruik bij bedrijven die onder ETS vallen. Dat heeft wel effect op de opbrengsten van de afbouwmaatregel.
    • Rechttrekken van het lage tarief van aardgas t.o.v. elektriciteit kan 5,3 miljard opleveren en de overstap van aardgas naar alternatieven een boost geven. Het lastige is wel dat het netwerk niet overal gereed is om een dergelijke overstap aan te kunnen en dat er groepen mensen, organisaties en bedrijven zijn die de investeringscapaciteit niet hebben om een snelle overstap te maken. Het is dan ook logischer om hier een meerjarig plan voor te maken van 7 tot 10 jaar, met ondersteuning voor wie de investeringscapaciteit voor een alternatief mist.

    De maatregel waar het meest over gesproken wordt (degressieve structuur elektriciteit) heb ik bewust niet genoemd. Die kan best nog even blijven bestaan als extra prikkel voor elektrificatie bij grootverbruikers, al vraag ik me af of mensen zitten te wachten op alle extra zonnevelden, windparken en kerncentrales die nodig zijn om die stroom te leveren. Het gaat ook om een forse post van 4,2 miljard Euro in 2022.

    Ik wens de politieke partijen veel wijsheid in het zoeken naar dekking voor het behoud van de accijnskorting op benzine op zo’n manier dat de demonstranten op de A12 het gevoel krijgen dat er werk wordt gemaakt van hun acties. Ook wel zo fijn voor politie, automobilisten en niet te vergeten voor het klimaat. Het afbouwen van fossiele subsidies sluit ook aan bij de oproep van een groep prominente economen in het Financieel Dagblad. Onderzoek van het CPB laat zien dat de effecten op de economie beperkt zijn. Er vind wel verplaatsing naar buiten de EU plaats, maar het Carbon Border Adjustment Mechanism zal het effect daarvan beperken. Als het al niet beperkt wordt door klimaatbeleid in andere landen.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Internetconsultatie nationaal verbod varend ontgassen

    Een stapje naar het landelijk verbod op varend ontgassen: het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft een internetconsultatie geopend over een wijziging voor van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart waarmee het verbod op varend ontgassen wordt uitgebreid. Of beter gezegd eindelijk ingevoerd, nu hopen dat handhaving beter gaat dan van het verbod op varend ontgassen van benzine en diesel…

    Met deze stap komt het door Minister Harbers aangekondigde landelijke verbod op varend ontgassen van zeer zorgwekkende stoffen, zoals benzeen, weer een stapje dichterbij. De vlag gaat nog niet uit, want de daadwerkelijk invoer is aan het huidige demissionaire of een volgend Kabinet.

    Door de uitbreiding geldt het verbod vanaf 1 juli 2024 of “zo snel mogelijk daarna” niet alleen voor de stoffen bedoeld in fase I van het verbod uit het CDNI-verdrag, maar ook voor de stoffen bedoeld in fase II.

    Het doel van de regeling is zo snel mogelijk tot een geldend verbod op varend ontgassen te komen voor meer stoffen dan op grond van de huidige regelgeving het geval is. Als wordt gewacht op de inwerkingtreding van het verbod op de stoffen die zijn opgenomen in het CDNI-verdrag, dan gaat het varend ontgassen van die stoffen langer door dan gewenst.

    Een reactie geven op de aanpassingen kan tot 16 oktober 2023.

    A trip down memory lane: aangekondigde (nationale) verboden

    Bij de woorden ‘zo snel als mogelijk’ gaan mijn nekharen overeind staan. Het is tenslotte al 10 jaar geleden dat staatssecretaris Mansveld toezegde te gaan werken aan een internationaal verbod op varend ontgassen. Deze toezegging deed ze naar aanleiding van Kamervragen over Sargasso’s eerste publicatie (samenvatting) over varend ontgassen. Negen jaar geleden kondigde staatssecretaris Mansveld een regiodeal varend ontgassen. Waar het Rijk vervolgens de stekker uit trok op basis van een vertrouwelijk verklaard advies van de Landsadvocaat (die een top track-record hebben in milieuzaken, zie Urgenda, PAS, winningsbesluit Groningen, algemene normen voor windturbines).

    Het is ook al weer vijf jaar geleden dat Minister van Nieuwenhuizen een landelijk verbod op varend ontgassen per 2020 aankondigde. Dat SP en CDA snel een landelijk verbod wilde en dat Minister van Nieuwenhuizen op verzoek van de Partij voor de Dieren ging uitzoeken of een landelijk verbod op varend ontgassen eerder dan in 2020 kon worden ingevoerd. Waarna minister Visser 2 jaar geleden aankondigde dat het verbod op varend ontgassen vanaf 2024 in zou gaan.

    Voorlopig duim ik dat 2024 blijft staan als invoerdatum voor het landelijk verbod op varend ontgassen fase 1 en 2.

    Mijn reactie op het voorstel

    Hieronder mijn integrale reactie op het voorstel. Volgens het beleidskompas behoor ik niet tot een van de groepen met relevante kennis over en ervaring met het vraagstuk. Daar denk ik zelf anders over, dus ik heb gereageerd en daarbij uiteraard aantal uitstapjes naar eerdere artikelen op Sargasso gemaakt.

    Gebrek aan aandacht voor omwonenden en innovatief ondernemerschap

    Ruim 13 jaar geleden heb ik samen met inwoners van Schiedam en Rotterdam een voorstel gelanceerd om samen met verladers, binnenvaartschippers, bedrijven met oplossingen en overheden tot oplossingen te komen. Inwonerparticipatie blijkt echter geen Haagse vinding, want geen enkele keer zijn we uitgenodigd voor de overleggen die georganiseerd werden over de regiodeal varend ontgassen. Sterker, we werden ambtelijk weggezet als snelle jongens die goud geld roken. Uiteindelijk heb ik de publiciteit gezocht en staat de teller op ruim 60 artikelen over varend ontgassen.

    In de afgelopen 10 jaar heb ik ook diverse ondernemers met oplossingen voor varend ontgassen failliet zien gaan door gebrek aan actie vanuit het Rijk en vanuit politieke partijen. De typisch Haagse formulering is dat vergunningverlening aan gemeenten en provincies is. Dat die vergunning verleend moet worden op basis van landelijke normen, wordt slim verzwegen. Juist daar zit de angel, want de landelijke norm eist dat meer dan 99% van de vluchtige organische stoffen worden teruggewonnen. Met als gevolg dat het voor bedrijven bijkans onmogelijk is om een vergunning van gemeente of provincie te krijgen. Waar een gemeente of provincie toch ruimte ziet wordt desnoods druk uitgeoefend om dit te voorkomen (ja, ik heb de originele mail in mijn bezit). De Rijksoverheid laat daarmee liever 100% van de zeer zorgwekkende stoffen de lucht in vliegen, omdat de installaties die 90% af kunnen vangen niet voldoen aan de gestelde norm van 99,5%. Engelsen noemen dat penny wise and pound foulish.

    De Rijksoverheid heeft zijn mond vol van innovatie als oplossing voor milieuproblemen, maar is niet in staat om een markt voor oplossingen te creëren. De overheid maakt daarmee de gezondheid van omwonenden en bemanningsleden van binnenvaarttankers al jaren ondergeschikt aan het mantra van zelfregulering (of moreel appel) en verzonnen hobbels in het internationaal recht.

    Belang van goede monitoring

    Bijna alle havens hebben inmiddels e-noses of andere elektronische snuffelpalen. Schippers weten echter prima hoe ze daar aan kunnen ontkomen. Met de daling in kosten van industriële sensoren voor vluchtige organische stoffen is het tijd dat elk schip wordt uitgerust met sensoren, die waarnemen of er vluchtige organische stoffen vrijkomen uit de tanks of via het manifold.

    Handhaving

    Met IVS Next is goed bij te houden welke schepen een lading vervoeren die valt onder het landelijke ontgasverbod. Wanneer deze schepen de ‘kegel’ verwijderen behoren zij aan te kunnen tonen dat ze bij een installatie die verantwoord kan ontgassen zijn geweest. Zo niet, dan worden verlader van de lading en de schipper beboet. De verlader is aanspreekbaar op basis van ketenverantwoordelijkheid, deze wil zich blijkbaar ontdoen van de ladingsdampen. Waarmee hij opdracht geeft tot het dumpen van chemisch afval.

    Overigens is het ten zeerste te hopen dat de Inspectie Leefomgeving en Transport beter toegerust wordt op haar handhavingstaak voor varend ontgassen dan tot op heden. Dat de grootste benzinehaven ter wereld geen ontgasinstallaties bezit, terwijl er al sinds 2006 een verbod op het varend ontgassen van benzine geldt… Voor geloofwaardige handhaving is meer nodig dan 2 inspecteurs, een drone en een auto.

    Afval of restproduct

    De ladingdampen die retour gewonnen worden worden geclassificeerd als afvalstof. Dat roept de vraag op waarom het ministerie al die jaren zoveel ton chemisch afval heeft laten dumpen in Natura2000 gebieden? Waarom heeft het Rijk nooit gekozen voor het strafrechtelijk vervolgen van verladers wegens het aanzetten tot dumping van chemisch afval, waaronder zeer zorgwekkende stoffen zoals benzeen, door binnenvaartschippers?

    De classificatie tot afval maakt verwerking ook een stuk ingewikkelder en is onnodig. Zoals een Rijksambtenaar me ooit uitlegde kan de teruggewonnen ladingdamp in de haven van Antwerpen via een destillatieproces omgezet worden in product. Wat in België kan onder EU-recht kan ook in Nederland. Het is dus een Nederlands verzinsel om de teruggewonnen ladingdampen als afval te bestempelen. Een stempel die het nodeloos ingewikkeld maakt om vergunningen voor terugwinning af te geven.

    Bestaande terminals kunnen op deze wijze geen schepen verantwoord ontgassen op momenten dat ze ruimte hebben op de terminal. Daar hebben ze een aanvullende afvalverwerkingsvergunning (of hoe dat kreng tegenwoordig ook heet) voor nodig, met alle bijkomende restricties. Terwijl het precies dezelfde stof is die ze terugwinnen als dat als lading uit het schip wordt gehaald.

    Opbouw netwerk van alternatieven

    Onder het kopje ‘gebrek aan aandacht voor omwonenden en innovatief ondernemerschap’ heb ik betoogd dat het huidige beleid waarbij ieder alternatief meteen moet voldoen aan de huidige norm voor bestaande installaties idioot is. Het werpt een onnodig hoge drempel voor nieuwe toetreders op, terwijl de uitstoot van vluchtige organische stoffen door varend ontgassen met 90% of meer verminderd kan worden zonder die drempel. Geef installaties 5 jaar experimenteerruimte, voldoen ze daarna nog niet aan de eisen uit het Activiteitenbesluit dan zijn ze hun vergunning kwijt. Zet liever in op nuttig hergebruik van de teruggewonnen stof in plaats van verbranding. Dat sluit veel beter aan de beleidsdoelen voor circulaire economie en grondstoffen.

    Om tot vergunningen te komen is het na zoveel jaar traineren vanuit het Rijk ook tijd om actief mee te helpen bij het tot stand komen van vergunningen en locaties.

    Beleidskompas

    Het valt op dat het beleidskompas erg karig is ingevuld. De omvang van het probleem is leeg gelaten. Op z’n minst had daar verwezen kunnen worden naar de omvang van het probleem volgens de cijfers van Emissieregistratie.nl: 1 kiloton uitstoot, wat waarschijnlijk nog steeds een zeer grove onderschatting is (en zolang jullie niet meten, zul je dat niet weten).

    Bij de kansrijke beleidsopties (3b) mis ik de mogelijkheid om actief mee te werken aan vergunningverlening voor ontgasinstallaties of het inzetten van de experimenteerruimte om vergunningverlening makkelijker te maken.

    De gedacht dat enkel het invoeren van een verbod leidt tot daling van de emissies is gevaarlijk naïef, zoals blijkt uit het feit dat bijna 20 jaar na de invoer van het verbod op varend ontgassen van benzine er nog steeds geen infrastructuur voor verantwoord ontgassen van benzine is. Of vind u het een geloofwaardig verhaal dat binnenvaarttankers al bijna 20 jaar vanuit Amsterdam naar Moerdijk varen om daar verantwoord te ontgassen?

    Bij monitoring en evaluatie had ik een stevigere paragraaf verwacht, waarbij we nu eindelijk eens van gissen en missen naar meten is weten gaan bij de uitstoot van transport, op- en overslag van vluchtige organische stoffen. Helaas lijkt zelfs dat te hoog gegrepen.

    Zelf een reactie geven op de aanpassingen kan tot 16 oktober 2023.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Klimaatverkiezingen 2023

    Hoewel ik zelf een van de aanstichters ben van het zomerthema Zonnige Zomerse Vergezichten, lukt het me niet om een positief Zonnig Zomers Vergezicht te schetsen. Het weer in Nederland is ouderwets Hollands, maar bij het horen van het nieuws over de hittegolven op drie continenten spoken telkens de beelden van Zelfs als alles eindigt door m’n hoofd. Toch zal ik proberen mijn Zonnige Zomerse Vergezicht positief te eindigen.

    Zelfs als alles eindigt (het boek)

    Ik las het boek van Jens Liljestrand vorig jaar op een warme, stoffige camping in Frankrijk, waar het waterpeil in het stuwmeertje fors lager lag dan toen we er een jaar of vijf geleden waren. Het boek speelt zich af in Zweden. In de tijd dat het verhaal speelt is Zweden stevig in de ban van klimaatverandering en daaruit voort komende bosbranden. Als het vuur oprukt moeten de hoofdpersonen hals over de kop hun vakantiewoning verlaten en op zoek naar een veilig heenkomen. Wat volgt is een opeenschakeling van problemen, maar vooral ook van reacties van andere mensen die ze tegenkomen en die koste wat kost hun vakantie willen voortzetten. Want dat is waarvoor ze naar Zweden zijn gekomen. De lokale inwoners doen hun best om de stroom vluchtelingen zo goed en zo kwaad als het gaat op te vangen, en van eten, drinken en een slaapplaats te voorzien.

    Zelfs als alles eindigt (de werkelijkheid)

    Uit onderzoek van World Weather Attribution initiative blijkt dat de extreme hitte in Europa, Amerika en Azië veel waarschijnlijker is door klimaatverandering. Dat wil niet zeggen dat hittegolven vroeger niet voorkwamen, wel dat ze vaker voorkomen en dat de maximum temperatuur tijdens hittegolven hoger ligt. Precies zoals de rapporten van het IPCC al jaren laten zien.

    Met door mensen veroorzaakte klimaatverandering is de kans op dit soort hittegolven eens in de 15 jaar in de VS en Mexico, eens in de 10 jaar in Zuid-Europa en eens in de vijf jaar voor China. De hittegolf in China dit jaar zou eens in de 250 jaar voor kunnen komen zonder menselijke klimaatverandering.

    De hittegolven zouden ook beduidend koeler zijn geweest zonder menselijke klimaatverandering. In China liggen de temperaturen tijdens hittegolven 1°C hoger dan zonder door mensen veroorzaakte klimaatverandering. In Noord-Amerika zijn de hittegolven 2°C warmer en in Zuid-Europa 2,5°C.

    Hittegolven zullen in de toekomst vaker voorkomen en langer duren, tenzij de verbranding van fossiele brandstoffen snel wordt afgebouwd. Bij een stijging van de wereldwijde temperatuur van 2°C zou een hitgolf zoals de huidige eens in de 2 tot 5 jaar voor kunnen komen.

    Dat maakt het urgent dat overheden hitteplannen maken en klimaatadaptieve maatregelen nemen. Vooral steden kunnen grote impact behalen met maatregelen om het urban heat island effect tegen te gaan. Dat is extra belangrijk met de toenemende verstedelijking, vergrijzing en klimaatverandering. Hittegolven zijn namelijk dodelijke natuurrampen.

    Klimaatverandering leidt niet alleen tot hittegolven, maar de hitte vergroot op zijn beurt ook de kans op bosbranden. Dat geeft apocalyptische beelden van hotelgasten die naar het strand vluchten in Griekenland. Ook in het noorden van Afrika (uit zicht van veel westerse media) woeden forse bosbranden. Net als de bosbranden in Australië in 2019-2020 worden bosbranden niet veroorzaakt door klimaatverandering, maar de kans op bosbranden wordt wel groter door de hitte en doordat de grond en vegetatie uitgedroogd zijn kunnen bosbranden steviger om zich heen grijpen.

    Ondertussen doen hittegolven zich niet alleen boven de zeespiegel voor, maar ook er onder. In de Atlantische Oceaan is sprake van een ‘onmogelijke hittegolf’. Statistisch zijn de huidige temperaturen onmogelijk, maar de werkelijkheid laat zich niet altijd vangen in een model. Een hogere watertemperatuur betekent ook kans op stevigere stormen en meer neerslag.

    Zonnig Zomer Vooruitzicht

    Ondanks alles ga ik afsluiten met het Zonnige Zomer Vooruitzicht dat een deel van de Nederlandse na terugkeer van vakantie een migratieles heeft geleerd. Met hopelijk een grijntje meer menselijkheid als gevolg. Daarnaast ligt het zeer voor de hand ligt dat klimaatverandering een groot thema wordt bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2023.

    Het inmiddels demissionaire kabinet heeft de afgelopen maanden een stortvloed aan klimaat- en energieplannen geproduceerd: het concept Nationaal plan energiesysteem, het Programma energie hoofdinfrastructuur, de zonnnebrief, het Nationaal programma verduurzaming industrie, de routekaart verduurzaming industrie, het wetsvoorstel energiewet, het wetsvoorstel Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en dan vergeet ik er vast nog een stel.

    Daarnaast hebben alle regionale energiestrategieën voor de zomer hun voortgangsdocument in moeten leveren en komt PBL in aanloop naar de verkiezingen met een analyse van de RES voortgangsdocumenten en met de Klimaat en Energieverkenning 2023.

    Belangrijker nog dan alle inhoudelijke beleidsontwikkelingen is dat de mogelijke lijsttrekkers van D66 (Rob Jette), GroenLinksPvdA (Frans Timmermans) en CDA (Henri Bontenbal) een uitgesproken klimaat profiel hebben.

    Frans Timmermans zich heeft gemeld als kandidaat lijsttrekker voor de lijstcombinatie GroenLinksPvdA. Timmermans heeft de afgelopen jaren een aantal zeer zware inhoudelijke klimaatdossiers succesvol tot besluitvorming weten te brengen. Waaronder de Europese Green Deal, het Just Transition Fund Mechanism (dat zich richt op overheden, regio’s en werknemers die geraakt worden door klimaatbeleid) en recent de natuurherstelwet. Deze laatste is zeker niet zo sterk als dat ie had kunnen zijn, maar er worden wel stappen voorwaarts gezet. Ook acht ik Timmermans sterk genoeg als debater om de standaard anti-migratieriedel van rechts te draaien richting steviger klimaatbeleid en richting meer steun voor ontwikkelingssamenwerking.

    Tot slot de link naar een lezenswaardig interview (betaalmuur) met Frans Timmermans bij De Correspondent.

    Full disclosure: ik ben lid van GroenLinks en heb voor de gezamenlijke lijst gestemd. De laatste Tweede Kamerverkiezingen heb ik niet op GroenLinks of PvdA gestemd.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Ruimtelijke ordeningsverkiezingen 2023

    De afgelopen 13 jaar was visie de olifant die het zicht belemmerde. Waar het eerste kabinet Rutte zo’n 10 jaar geleden verklaarde dat Nederland af is kondigde het laatste Kabinet Rutte de ‘grootste verbouwing van Nederland’ aan. Hoewel veel mensen dan denken aan het energiesysteem, gaat de verbouwing op veel meer terreinen spelen en veel meer aspecten van de leefomgeving raken. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) publiceerde vier scenario’s voor de inrichting van Nederland in 2050.

    In deze vier scenario’s schetst het PBL wat de effecten zijn van verschillende keuzes voor de inrichting van Nederland. Het PBL heeft een scenario ontwikkeld waarin grote bedrijven de lead hebben, een scenario met nog verdere digitalisering waardoor afstanden verdwijnen, een scenario met veel ruimte voor de natuur en een scenario waarin burgers het initiatief nemen in hun eigen leefomgeving. De uitkomsten van de scenario’s laten zien dat er wat te kiezen valt en laat dat nou net zijn wat in november 2023 mag doen: kiezen.

    Het belang van visie

    Investeringen die nu gedaan worden in nieuwe woonwijken, (energie)infrastructuur of waterhuishouding gaan zeker 50 jaar mee. Het is daarom van belang om vooruit te kijken naar het land waar we over 30 tot 50 jaar in willen wonen. Hoe ziet het er uit? Hoe en waar verdienen we er ons brood? Hoe en waar wonen we? Hoe ziet onze energievoorziening er uit? Waar bufferen we water voor droge tijden? Hoe ziet onze zorg er uit? Hoe verplaatsen we ons binnen de stad, maar misschien juist wel in de gebieden buiten de stad? Zetten we landelijk nog steeds in op de auto, terwijl steden die stapsgewijs weg lijken te plaatsen?

    En controversiëler wie verdienen hier hun brood? Als een kabinet al valt over een paar duizend gezinsherenigers, waarom zijn de honderdduizenden arbeidsmigranten dan geen onderwerp van discussie? Of is dat de onbenoemde olifant in de kamer? Hoe zorgen we voor voldoende arbeidskrachten voor onze economie? Willen we dat arbeidsmigranten weer terugkeren na gedane arbeid i.p.v. hier te blijven en zo ja, hoe zorgen we daar dan voor? Blijven we inzetten op arbeidsintensieve sectoren met lage lonen (bv. distributiehallen en kassen vol arbeidsmigranten die druk leggen op de woningmarkt en op schaarse ruimte)? Gaan we verplegend personeel uit het buitenland halen voor onze ouderenzorg of gaan we mee in het VVD verhaal dat de ouderenzorg digitaal wordt? Blijven we inzetten op meer werken en meer mantelzorg leveren i.p.v. op kwaliteit van leven?

    Ook wat controversiëler: Hoe ziet de landbouw er uit? Welke plek is er nog voor de intensieve, niet grondgebonden veeteelt? Hoe gaan we bodemdaling en de methaan en CO2 uitstoot van onze veenweidegebieden aanpakken? Maken we bodem en water sturend en gaan we weer CO2 vastleggen in onze veenweidegebieden? En wat betekent dat voor het verdienmodel van de boeren in deze gebieden en voor bv de energietransitie in het Groene Hart (pdf)?

    En hoe gaan we alle veranderingen organiseren. Is het initiatief aan het grote bedrijfsleven, is het aan inwoners, neemt de overheid weer de lead?

    Wie het antwoord weet mag het zeggen. Dat het komende kabinet de komende jaren op deze punten voor belangrijke keuzes staat is zeker. Want nationale ruimtelijke ordening is dan wel terug, maar de nationale keuzes zijn nog lang niet allemaal gemaakt.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Energieverkiezingen 2023

    De komende jaren zijn er tal van belangrijke onderwerpen waar de komende jaren belangrijke keuzes gemaakt moeten worden. Keuzes die vragen om visie. Vandaag de energieverkiezingen van 2023. Want de bij elkaar gefabuleerde migratiecrisis, is een doorzichtige poging tot machtsbehoud en focussen op het spel i.p.v. de knikkers.

    Concept plannen energie

    De afgelopen weken zijn belangrijke conceptplannen gepubliceerd voor iedereen die wat vindt van windturbines, zonnevelden, kerncentrales, hoogspanningsleidingen, waterstof en andere energiegerelateerde zaken. Te weten het concept Nationaal plan energiesysteem 2050, het Ontwerp-programma Energiehoofdstructuur, de zonnebrief van Jetten, het Nationaal programma verduurzaming industrie en de Routekaart verduurzaming industrie. Taaie kost, maar wel van stevige invloed op de economische en ruimtelijke structuur van Nederland de komende decennia. Daarmee kunnen deze verkiezingen wel eens de energieverkiezingen worden. Gezocht: partijen met visie en lef om keuzes te maken.

    Ontwerp-programma Energiehoofdstructuur

    Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) laat zien welke nieuwe nationale energie-infrastructuur nodig is richting 2050 en waar deze geplaatst kan worden. Hiermee kan het Rijk eerder afspraken maken over ruimte met gemeenten, provincies, havenbedrijven en netbeheerders. Ook geeft het PEH nationale kaders om zorgvuldig om te gaan met de ruimte en met respect voor de natuur, cultureel erfgoed, en leefbaarheid. Daarmee draagt het PEH bij aan het doel van een klimaatneutraal energiesysteem in 2050.

    Het ontwerp-PEH geeft een eerste beeld van de energiehoofdstructuur die nodig is voor het energiesysteem van de toekomst en de sturingsinstrumenten om hier te komen. De energiewereld en ruimtelijke ordening zijn hierin dichter bij elkaar gebracht.

    De ruimtelijke strategie die het Rijk voert via het PEH bestaat uit vijf peilers. De afwegingen waar welke functie het beste past kunnen per landschap en daarmee per regio verschillen. Op de eerste plaats wordt uitgegaan van hergebruik van fossiele ruimte voor energiehoofdstructuur. Dit is het meest efficiënt. Het gaat daarbij om hergebruik van bestaande leidingen en buisleidingstraten (bijvoorbeeld waterstof als vervanging van aardgas) alsook om het behoud van locaties van bestaande nationale energiecentrales voor toekomstige centrales. Voor kernenergie blijven enkel de locaties Borssele en Maasvlakte over. De locatie Eemshaven wordt geschrapt (bedankt VVD).

    Een tweede uitgangspunt is voorsorteren op elektrificatie. Op basis van scenario’s rekent het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat er op dat er op veel meer plekken elektriciteit wordt geproduceerd en gebruikt. Als reactie hierop komt er een diepe aanlanding van wind op zee. Hogere taalkunde voor een gelijkspanningskabel vanaf de kust naar Chemelot in Limburg.

    De derde peiler is ruimtelijke regie op opslag en conversie als nieuwe onderdelen in het energiesysteem. Voor grootschalige conversie en opslag van energie bestond tot nu toe geen ruimtelijk beleid. Hoewel de ontwikkeling van elektrolyse zich nog in een beginstadium bevindt, is het belangrijk om nu al rekening te houden met stevige groei. Ook omdat de Tweede Kamer een hoog ambitieniveau heeft vastgelegd. Electrolyse vraagt ruimte, aansluiting op het elektriciteitsnetwerk, aansluiting op het buisleidingennetwerk en water.

    In het energiesysteem van de toekomst zullen batterijen in toenemende mate een belangrijke rol spelen voor het opvangen van korte-termijn onbalans in vraag en aanbod van elektriciteit. Deze vergen ook ruimte (fysiek en op het elektriciteitsnetwerk).

    De vierde en vijfde peiler zijn de duizenddingendoekjes van het moderne beleid: de integrale afweging in de leefomgeving en de lerende aanpak.

    Na vaststelling van het PEH start een juridisch traject waarin onderdelen uit het PEH worden vertaald naar het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en de Energiewet. Daarnaast wordt de interbestuurlijke handhaving en monitoring voor het behoud
    van ruimte voor energiehoofdstructuur aangescherpt. Of het PEH nog vastgesteld gaat worden nu het Kabinet demissionair is, is een goede vraag.

    Nationaal plan energiesysteem 2050

    Een tweede belangrijk document dat op 3 juli naar de Tweede Kamer is gestuurd en dat tot en met 1 oktober ter inzage en consultatie ligt is het Nationaal plan energiesysteem 2050 (NPE). Het doel om in 2050 klimaatneutraal te zijn heeft grote gevolgen voor het toekomstige energiesysteem. Het NPE kijkt met een integrale blik en vanuit klimaatneutraliteit in 2050 naar het energiesysteem. Door de ontwikkelpaden van energieketens en vraagsectoren in kaart te brengen, wordt helder waar deze niet op elkaar aansluiten. Hier zijn dus keuzes nodig.

    Op basis van gesprekken met experts, een Energieraadpleging en diverse bijeenkomsten concludeert de Minister dat we een duurzaam en rechtvaardig energiesysteem willen. Het concept Nationaal plan energiesysteem 2050 bevat 5 richtinggevende keuzes:

    1. Maximaal aanbod: ontwikkeling van maximaal aanbod en infrastructuur van elektriciteit, waterstof, duurzame koolstofdragers en warmte.
    2. Energiebesparing: energiebesparing is onmisbaar bij schaarste aan energie en infrastructuur.
    3. Verdelen bij schaarste: verdeling en inzet van energie en energie-infrastructuur vanuit een systeemperspectief.
    4. Internationale samenwerking: Nederland als belangrijke energiehub voor de EU.
    5. Samen sturen: met burgers en bedrijven, met ruimte voor participatie en perspectief.

    Maximaal aanbod

    De sturende keuze ‘maximale inzet op aanbod van energie’ is een belangrijke. Het concept-NPE bevat een tamelijk ambitieus te noemen groeiscenario voor het aanbod van elektriciteit, onder het motto: afschalen is makkelijker dan opschalen. Het concept Nationaal plan energiesysteem zet maximaal in op een groei van de elektriciteitsproductie van zo’n 122 TWh in 2022 naar zo’n 600 TWh in 2050. Een groei die nodig is om de toenemende vraag naar elektriciteit aan te kunnen, waarbij het uitgangspunt lijkt: we blijven alles doen wat we nu doen.

    Met een beetje rekenen en meten op basis van de tabel op bladzijde 26 van het NPE kom ik grofweg tot de volgende hoeveelheden. Kleine zonnedaken zijn meegerekend bij wind en zon op land (al mag dat niet volgens de huidige systematiek van de regionale energiestrategieën, wat ik stom vind). Bij de bron waterstof gaat het om energiecentrales die elektriciteit maken met behulp van waterstof. Alle getallen zijn in TWh, dat staat gelijk aan 1.000.000 kWh. Voor de productie van 1 TWh zijn volgens het Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën zo’n 54 windturbines van 5 MW of 1.000 ha zonnepanelen benodigd (op dak, water of veld). Een kerncentrale van 1 GW produceert zo’n 7,4 TWh, uitgaande van 85% beschikbaarheid op jaarbasis (gemiddelde van Belgische kerncentrales van 2000-2021).

    Npe Elektriciteitsproductie 1024x273 1

    Een andere belangrijke vraag is waar de elektriciteit voor gebruikt wordt. Daarbij zijn er twee hoofdcategorieën te onderscheiden: elektriciteit die ingezet wordt als eindgebruik (bv voor verlichting in je huis) en elektriciteit die ingezet wordt in andere ketens (bv voor de productie van waterstof) of elektriciteit die verloren gaat (bv door omzettingsverliezen). Onderstaande tabel laat zien om wellke hoeveelheden het gaat volgens het NPE.

    Npe2050 Elektriciteitsvraag 1024x345 1

    Wat opvalt is de sterke stijging bij transport (is nationaal en internationaal samen, omdat de grafiek slecht leesbaar is), de stijging bij de industrie en vooral de forse stijging van de inzet van elektriciteit bij de productie van waterstof, koolstofdragers en warmtelevering. In totaal is de verwachte vraag naar elektriciteit in 2050 568 TWh. Dat lijkt een groot verschil, maar betekent dat de minister inzet op 6% meer productie dan de verwachte vraag.

    Een beetje extra productie t.o.v. de vraag is geen overbodige luxe, want De Groene Amsterdammer heeft een aantal weken geleden berekend dat alleen al de chemie en raffinaderijen 350 TWh nodig heeft. Daarmee wordt dan rond 2050 brandstoffen geproduceerd voor Afrika en andere landen met minder strenge milieuregels (als de oliebedrijven voor elkaar krijgen wat de kolenindustrie niet lukt).

    Wanneer ik de cijfers uit de Groene vergelijk met de cijfers uit het NPE zou het volledige stroomgebruik van industrie en van de inzet voor waterstof, koolstofdragers en warmtelevering enkel voor chemie en raffinaderijen bestemd zijn. Wat niet waarschijnlijk lijkt, want er zijn meer sectoren. Volledige verduurzaming van de bestaande industrie zou de vraag naar elektriciteit dus nog wel eens verder kunnen verhogen.

    Een van de redenen dat bijvoorbeeld Natuur&Milieu zich op basis van een CE rapport afvraagt of energie-intensieve basisindustrie nog een plaats heeft in Nederland.

    Vragen om visie en keuze

    De vragen waar ik van politieke partijen graag een antwoord op zou zien is:

    Het tijdperk van goedkope beschikbare energie als comparatief voordeel voor het aantrekken van energie-intensieve bedrijven is met het afbouwen van de gaswinning in Groningen voorbij voor Nederland. Wat niet wil zeggen dat energie voor alle gebruikers duurder wordt.

    Het vraagt wel antwoord op de vraag: Welke bedrijfstakken willen we voor Nederland behouden? Zijn er (deel)sectoren die beter herplaatsbaar zijn binnen de EU, naar delen met een comparatief voordeel in tijden van goedkope energie van wind, zon en water?

    Als we wel actief een sector ondersteunen om deze te behouden, hoeveel elektriciteit en ruimte vergen die dan? Hoe en waar gaan we de elektriciteit opwekken? Geen gratis lunch meer: alles houden, dan ook zelf de zaaltjes in om uit te leggen dat er extra windturbines / zonneparken / energieopslag / kerncentrales / waterstofcentrales* etc. nodig zijn?

    Hoeveel extra windturbines/zonnevelden/waterstofcentrales/kerncentrales* gaat uw partij realiseren voor verkoop van fossiele brandstoffen in andere landen, of zetten we in op meer duurzame elektriciteitsproductie in die landen en elektrificatie van het vervoer daar. Op die manier verplaatsen we de overlast van windturbines en zonnevelden en verlagen we de CO2 uitstoot wereldwijd. Of accepteren we zo’n 42 GW aan extra kerncentrales om Afrika te voorzien van fossiele brandstoffen?

    Maar ook andersom geen gratis lunch: Als uw partij geen windturbines / zonneparken / energieopslag / kerncentrales / waterstofcentrales* wil, welke economische sector gaat dan krimpen?

    Als uw partij geen warmtenet of wijkaanpakken voor aardgasvrij wil hoe gaat u dan de extra benodigde stroom voor aardgasvrij verwarmen opwekken?

    Hoe denkt uw partij over de nieuwe milieunormen voor windparken en over de nieuwe zonneregels? Passen deze opvattingen bij uw opvatting over het tempo van opschaling van uw variant van het NPE en past uw variant van het NPE in het bredere klimaatbeleid?

    * doorhalen wat van toepassing is

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Minister Harbers kondigt (alweer) verbod op varend ontgassen aan

    Minister Harbers heeft bekend gemaakt per 1 juli 2024 een nationaal verbod op varend ontgassen van chemicaliën, waaronder zeer zorgwekkende stoffen, in te voeren. Of de vlag werkelijk uit mag in dit lang slepende dossier weten we op 1 juli volgend jaar. Het zal niet de eerste keer zijn dat het ministerie terug komt op voornemens voor een nationaal verbod op varend ontgassen. In 2018 maakte toenmalig staatssecretaris Mansveld bekend dat varend ontgassen van vluchtige organische stoffen vanaf 2020 in heel Nederland verboden zou worden. En minister Van Nieuwenhuizen maakt later in 2018 bekend te onderzoeken of een sneller verbod mogelijk was. Nu is het dus minister Harbers die inzet op een nationaal verbod op varend ontgassen per 1 juli 2024. Daarbij zet de minister in op een verbod op het varend ontgassen van een grotere groep stoffen dan internationaal is afgesproken. Waarmee de minister tegemoet komt aan de wens van verladers en het varend bedrijfsleven.

    Ontgassen wat is het ook al weer?

    Nadat schippers hun lading hebben gelost is het soms nodig om de ruimen te ontdoen van restanten van die lading. Waar het vluchtige stoffen betreft wordt dit vaak gedaan door middel van het ontgassen van het varende schip aan de buitenlucht. De dampen die daarbij vrijkomen, bijvoorbeeld van benzeen of benzeenhoudende stoffen, kunnen milieu- en gezondheidsschade veroorzaken. Met behulp van ontgasinstallaties op de wal of op het schip kunnen schepen echter gecontroleerd worden ontgast.

    Omvang emissies

    Sargasso toonde in 2013 op basis van gegevens van CE Delft aan dat de emissies van varend ontgassen een factor 10 hoger lagen dan het RIVM rapporteerde via emissieregistratie.nl (korte versie, lange versie). De emissies daalde ook niet, zoals de VNCI toentertijd beweerde, maar lagen juist een factor 10 hoger dan officieel werd gerapporteerd. De publicatie van Sargasso leidde tot Kamervragen van de SP en GroenLinks, ook op lokaal en provinciaal niveau zijn de afgelopen jaren geregeld vragen gesteld over varend ontgassen. Uiteindelijk paste het RIVM de emissiecijfers voor varend ontgassen aan.

    De cijfers van het RIVM zijn waarschijnlijk nog steeds aan de lage kant, aangezien er volgens de officiële cijfers van Emissieregistratie.nl ongeveer 24.000 kg benzeen emissie per jaar is t.g.v. ontgassen door de binnenvaart. Bij een buitentemperatuur van 20 graden Celsius bevat een gemiddelde binnenvaarttanker 900 kg benzeendamp. Dat betekent dat er volgens de officiële emissiecijfers minder dan 30 binnenvaarttankers per jaar varend ontgassen in Nederland. Het aantal schepen dat potentieel benzeen moet ontgassen per jaar is volgens cijfers van de Taskforce Varend Ontgassen 2.000. Of dedicated en comptabilateits varen werkelijk zo’n grote vlucht hebben genomen in de binnentankvaart? Ik hou m’n twijfels.

    Provinciale verboden

    Sinds 2015 hebben verschillende provincies provinciale verboden op varend ontgassen ingesteld, deels als onderdeel van een regiodeal met het rijk. Toen het Rijk beweerde dat provinciale ontgasverboden niet rechtsgeldig zijn werden dat dode mussen. De bewering van het Rijk bleek later onjuist, omdat de rechter de provincie Zuid-Holland opdroeg het provinciale verbod op varend ontgassen te gaan handhaven. Voor provincies is dat moeilijk omdat zij (anders dan Rijkswaterstaat) niet over schepen voor handhaving beschikken. Het Rijk weigert tot nu toe mee te werken aan handhaving van provinciale verboden op rijkswateren, ondanks de uitspraak van de rechter.

    Nationaal versus internationaal recht

    In de beslisnota, die bij de Kamerbrief gepubliceerd is, wordt nog steeds gedaan alsof er voor het invoeren van een nationaal verbod op varend ontgassen op een bredere groep stoffen aanpassingen in internationale verdragen gemaakt moeten worden. Verbazingwekkend, gelet op de uitspraak van de rechter over provinciale ontgasverboden en gelet op het paper van Professor Alessandra Arcuri van de Erasmus School of Law, waarin ze stelde dat het internationaal recht eerder verplicht tot een nationaal verbod op varend ontgassen dan dat het zo’n verbod onmogelijk maakt. Deze boodschap herhaalde ze tijdens een ronde tafelgesprek in de Tweede Kamer. Een ronde tafel gesprek waarbij de deelnemers unaniem waren in hun pleidooi voor een snelle invoer van een verbod op varend ontgassen, dus zeker de moeite van het terugkijken waard.

    infographic varend ontgssen
    Infographic ontgassen. Bron: SVRGE

    Los van de internationale regels liet ik op Sargasso een aantal jaar geleden ook bovenstaande infographic zien. Wie daar naar kijkt en de getallen vergelijkt met de normen die in de nationale emissierichtlijn voor benzeen staan of in de arbonormen mag zich nog steeds afvragen waarom varend ontgassen niet verboden kan worden op basis van nationaal recht. De SVGRE stelt dat bij ontgassen de eerste uren terugloopt van 200.000 mg/m3 naar 3.000 mg/m3. De norm voor landinstallaties is 1 mg/m3. Da’s een overschrijding van de norm met een factor 200.0000 tot 1.000. Voor de opvarenden kan dat ook niet gezond zijn. De norm vanuit de arbo is met 0.7 mg/m3 namelijk lager dan de milieunorm. Daarbij zijn er nog wel wat meer nationale regels waar varend ontgassen van chemische stoffen niet aan voldoet…

    Vervolgstappen

    Volgens de brief van Harbers heeft Frankrijk de ratificatieprocedure van het CDNI bijna afgerond en de verwachting is dat ook Zwitserland (de laatste Verdragsstaat die nog moet ratificeren) het einde van dit jaar de ratificatie heeft afgerond. De minister beweert nog steeds dat invoer pas kan als alle verdragsstaten het verdrag hebben geratificeerd, maar wil nu toch inzetten op snelle invoer van een nationaal verbod.

    Een belangrijk onderdeel is ook dat er de Inspectie Leefomgeving & Transport gaat handhaven. Hiervoor wordt komend half jaar een plan opgesteld. Ruim 6 jaar na het aanpassen van het CDNI ligt dat blijkbaar nog niet op de plank. Het ministerie werkt ook aan een ‘roadmap varend ontgassen’. In de roadmap worden afspraken en acties opgenomen op het gebied van onder a ndere vergunningen, totstandkoming ontgassingsinfrastructuur, tijdlijn, rolverdeling en de inzet en doorontwikkeling van suboptimale ontgassingsinstallaties. De minister wil de roadmap voor de zomer klaar hebben en vaststellen in een volgend bestuurlijk overleg.

    Conclusie

    Voor omwonenden, schippers van binnenvaarttankers en de waterkwaliteit is het goed nieuws dat er eindelijk een eind lijkt te gaan komen aan het slepende dossier varend ontgassen. De vlag gaat pas uit als de beer daadwerkelijk geschoten is. De ervaring op dit dossier leert dat er altijd nog een onverwacht konijn uit de hoge hoed kan komen, waarmee een verbod of handhaving wederom worden uitgesteld.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Schippers eisen nationaal verbod op varend ontgassen

    Gelderlander meldt dat schippers van tankschepen willen dat minister Mark Harbers binnen drie weken een verbod instelt tegen varend ontgassen op de Waal en andere grote rivieren. Anders stappen ze naar de rechter, zegt Hans de Waard uit Arnhem, voorzitter van de recent opgerichte stichting Tankvaart Dampvrij. Die zet zich ook in voor een speciale ontgassingsinstallatie in Lingewaard.

    Open artikel

    Dit artikel is eerder verschenen op Sargasso.