Provinciale ontgasverboden in de maak

Na Zuid-Holland en Noord-Brabant wil nu ook de provincie Utrecht wil een verbod op ontgassen door de binnenvaart instellen door de Provinciale Milieuverordening (PMV) aan te passen. Eerder gaf de provincie nog aan in te zetten op een landelijk verbod op ontgassen, daar lijkt de provincie niet meer op te willen wachten.

De Milieuverordening ligt tussen 19 april en 3 juni 2016 ter inzage bij de provincie Utrecht. De aanpassingen in de PMV moeten zorgen voor een verminderde uitstoot van benzeen en benzeenhoudende verbindingen, waardoor de luchtkwaliteit in de buurt van vaarwegen verbetert. Het gaat naar verwachting om 190 tot 650 ontgassingen in 2016.

Wat is varend ontgassen ook al weer?

Nadat schippers hun lading hebben gelost is het soms nodig om de ruimen te ontdoen van restanten van die lading. Waar het vluchtige stoffen betreft wordt dit vaak gedaan door middel van het ontgassen van het varende schip aan de buitenlucht.

De dampen die daarbij vrijkomen, bijvoorbeeld van benzeen of benzeenhoudende stoffen, kunnen milieu- en gezondheidsschade veroorzaken. Benzeen en benzeen houdende koolwaterstoffen zijn in de Europese wetgeving aangemerkt als kankerverwekkend, mutageen (kans op genetische schade) en daardoor dus als schadelijk voor de gezondheid. Met behulp van ontgasinstallaties op de wal of op het schip kunnen schepen gecontroleerd worden ontgast en wordt emissie naar de buitenlucht  voorkomen.

Ontwikkelingen in andere provincies

De Provinciale Staten van Gelderland hebben vorige week besloten om samen met de provincie Noord-Holland een brief te sturen aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over het varend ontgassen van binnenvaartschepen. In de brief verzoekt de provincie Noord-Holland, mede namens de provincies Utrecht, Zeeland en Gelderland, de staatssecretaris om landelijke regelgeving te ontwikkelen om het varend ontgassen van benzeen en benzeenhoudende stoffen door binnenvaartschepen te verbieden. Dit vooruitlopend op internationale regelgeving die naar mening van de provincies te lang op zich laat wachten.

De Provincie Noord-Holland geeft op de website echter aan daar niet op te wachten. Door het instellen van een verbod op varend ontgassen door de provincie Utrecht verwacht de provincie Noord-Holland een toename van varend ontgassen in Noord-Holland. Dit is reden voor de provincie Noord-Holland om ook een verbod in te gaan stellen tegen varend ontgassen

Sinds begin dit jaar is het verbod op varend ontgassen voor de binnenvaart in de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant uitgebreid met benzeenhoudende stoffen. Volgens de gemeente Rotterdam heeft het ontgasverbod effect, al is het lastig om aan te geven hoe groot dat effect is (pdf). Wel geeft de gemeente onbedoeld een inkijkje in de ontwikkelingen in andere provincies, volgens de gemeente Rotterdam werkt naast de provincie Noord-Holland ook de provincie Zeeland aan het invoeren van een provinciaal ontgasverbod. De persvoorlichter van de provincie Zeeland geeft op vragen van Sargasso aan dat de plannen worden voorbereid en dat de verwachting is dat het besluit half april wordt genomen. Ook de provincie Zeeland lijkt dus niet meer te willen wachten op landelijk of internationaal beleid.

Nationale ontwikkelingen

Begin dit jaar had er een Green Deal moeten zijn voor ontgassen door de binnenvaart. Sargasso berichtte al eerder dat de provincies dat een te vrijblijvende aanpak vonden voor dit milieuprobleem. Op internet of in Kamerstukken is niets terug te vinden over de Green Deal.

Internationale ontwikkelingen

Het doel was om vorig jaar december tot internationale overeenstemming over het verbieden van ontgassen door de binnenvaart te komen. Dat is niet gelukt en de hoop is nu gevestigd op juni dit jaar. Tijdens een seminar vorig jaar september gaven meerdere sprekers aan dat de provinciale ontgasverboden in Zuid-Holland en Noord-Brabant internationaal voor versnelling hebben gezorgd. De internationale brancheorganisaties in de chemie en binnenvaart lijken zich er bij neergelegd te hebben dat er een internationaal ontgasverbod komt.

Een heet hangijzer blijven de kosten van ontgassen en de vraag of het kostenvraagstuk via de privaatrechtelijk of publiekrechtelijke weg geregeld moet worden. Bij rail- en wegtransport is het via de privaatrechtelijke weg geregeld, dus een soortgelijke constructie in de binnenvaart is niet onlogisch.

In de definitie sfeer zijn vorig jaar wel stappen voorwaarts gemaakt, zo is er een definitie van een ‘gasvrij’ schip gemaakt, deze ligt op 10% LEL (Lower Explosion Level), de bijbehorende concentratie van stoffen ligt nog steeds veel hoger dan de eisen die aan landbronnen worden gesteld. Het is echter een hele grote stap voorwaarts als die definitie wordt gehanteerd.

Het internationale verbod op ontgassen voor de binnenvaart moet uiteindelijk gaan voor 25 stoffen, waar de toxische stoffen en stankstoffen waarschijnlijk nog aan toegevoegd worden. De invoer zal gefaseerd zijn in de tijd, zodat sectoren de tijd hebben om faciliteiten voor verantwoord ontgassen te ontwikkelen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso. Zie hier voor de volledige berichtgeving op Sargasso over ontgassen.

Luchtvervuiling door zeescheepvaart

De zeescheepvaart is in Nederland goed voor de helft van de uitstoot van zwaveldioxide. Het is daarmee een belangrijke bron van luchtvervuiling; ook in Schiedam. Sinds begin 2015 mogen zeeschepen in het Kanaal, op de Noordzee en de Baltische Zee alleen nog varen op brandstof met 0,1 procent zwavel (dit is nog altijd 100 keer hoger dan de norm voor diesel van wegverkeer). Voor die tijd waren zwavelgehalten toegestaan tot tien keer zo hoog!

Deze regels worden echter slecht nageleefd. Dit bleek half februari uit gegevens van de Nederlandse scheepvaartinspectie: van de honderdzestig in 2015 gecontroleerde schepen voldeden er twintig niet aan de regels. Acht schepen moesten andere brandstof inslaan in een Nederlandse haven voordat ze hun reis mochten vervolgen. Toch werden er geen boetes opgelet: ‘Er kunnen in beginsel boetes tot ruim 800.000 euro worden opgelegd, maar over het boetebeleid wordt volgens het ministerie nog overlegd met Justitie. Ook is er nog discussie tussen de lidstaten van de EU over de hoogte van de boetes’.

Dit was voor EenVandaag reden om maandag 28 maart aandacht te besteden aan het onderwerp. Waarbij ik ook een aantal zinnen mag uitspreken😉

Volgens Europese afspraken dient Nederland vanaf dit jaar 10% van de schepen die Nederland aandoet te controleren, vorig jaar stokte de teller bij 0,2%.

Inzet GroenLinks

GroenLinks zet zich op verschillende niveau’s in voor een schonere scheepvaart. Op Europees niveau was Bas Eickhout een van de drijvende krachten achter het verbeteren van de monitoring van luchtvervuilende uitstoot door zeeschepen. Op provinciaal niveau zet GroenLinks in op het stimuleren van walstroom en het tegengaan van bijmenging van (chemisch) afval in stookolie. Lokaal, provinciaal en landelijk maakt GroenLinks zich bovendien hard voor het tegengaan van ontgassen door tankschepen.

Oplossingen

Bestrijden van luchtvervuilende emissies levert winst op voor de gezondheid van bewoners van Schiedam en is goed voor het milieu. Daarnaast biedt het ook kansen voor ondernemers en werkgelegenheid. In Zuid-Holland zitten namelijk bedrijven die daar een belangrijke rol bij kunnen spelen, zoals Holland Diesel Maassluis, dat plannen heeft om dieselschepen om te bouwen naar gas.

Dit bericht is geschreven  voor en gepubliceerd op de website van GroenLinks Schiedam.

Dieselgate

ANALYSE, DATA – Al een week lang groeit het schandaal rond de emissie van Volkswagen diesels en inmiddels rond alle diesels. In de praktijk blijken ze niet alleen minder zuinig dan geclaimd, maar ook veroorzaken ze veel meer luchtverontreiniging dan mag van de norm. Op zich geen nieuws, staatssecretaris Van Geel drong al aan op betere testen in Brussel. Wat wel nieuw is is dat duidelijk wordt dat autobedrijven niet alleen de randjes van de wet opzochten, maar daar ook overheen gingen. Zo zeer zelfs dat de Duitse transportraad een ultimatum heeft gesteld aan Volkswagen: voor 7 oktober een oplossing of anders een verkoopverbod voor de betreffende modellen.

Volkswagen heeft inmiddels bekend gemaakt dat er in Duitsland zo’n 3 miljoen sjoemel diesels rondrijden met te hoge luchtverontreinigende emissies. Voor Nederland heeft Datagraver uitgerekend dat het sinds 2009 (startjaar Euro VI normering) om ruim 700.000 duizend personenauto’s gaat, die nu nog op de weg rijden.

Aantal verkochte diesels naar merk 2009 tot 2015
Aantal verkochte diesels naar merk 2009 tot 2015

Wanneer de selectie beperkt wordt tot de diesels van merken die momenteel verdacht zijn gaat het volgens Datagraver om een kleine 330.000 personenauto’s.

Verkochte diesels, geselecteerde merken.
Verkochte diesels, geselecteerde merken.

Inmiddels is in Duitsland duidelijk dat het bij Volkswagen ook om bestelbussen gaat en dat mogelijk ook ander merken betrokken zijn. Volkswagen Nederland heeft vorige week bekend gemaakt dat 160.000 personen en bedrijfsauto’s terug geroepen gaan worden.

Effect op luchtkwaliteit

Uitgaande van het gemiddeld aantal kilometers dat een automobilist per jaar rijd en de overschrijding van een factor 5 zoals De Volkskrant die noemt gaat het inmiddels om 4,7 miljoen kilo extra stikstofoxide (NOx) uitstoot per jaar. De werkelijke emissie van NOx kan veel hoger oplopen. Een rapport van TNO uit 2013 spreekt over spreidingen tussen praktijkemissies en testemissies van 10% tot 1000%.

Doordat Nederland in luchtkwaliteitsmodellen rekent met de praktijkemissies en niet met de officiële emissies valt het effect op de officiële cijfers misschien mee. Daar staat tegenover dat het voor gemeentes die de afgelopen jaren sloop- en nieuwkoop regelingen hadden voor oude diesels (zoals bv. Rotterdam en Utrecht) een hard gelag moet zijn dat de gemaakte kosten nauwelijks tot niet bijdragen aan schonere lucht voor hun bewoners.

Effect voor schatkist

Iedere auto veroorzaakt CO2-uitstoot. Hoe meer, hoe hoger de belasting. Hoe schoner de uitstoot, hoe gunstiger de aanschaf. De hoogte van de belasting op de aanschaf van nieuwe auto s wordt berekend in grammen CO2-uitstoot per kilometer. Een serieuze schatting van wat de staatskas nu misloopt, staat in het rapport From Laboratory To Road van TNO en het instituut ICCT. Voor Nederland kan het bedrag oplopen tot meer dan 3,4 miljard Euro per jaar. Voor de periode 2009 tot en met 2015 gaat het dan om 23,8 miljard Euro. Een serieus bedrag, waarbij de 6 miljard voor elektrische auto’s in het niet valt…

Effect voor klimaatdoelstelling

Naast het financiële effect en de impact op luchtkwaliteit is er ook een effect op de klimaatemissies. Volgens de onderzoekers wordt de CO2 reductie van personenauto’s van de afgelopen 10 jaar gehalveerd door het hogere praktijkverbruik. Uitgaande van 450 Euro extra brandstofkosten per jaar en een brandstofprijs van 1,50 per liter gaat het om 0,6 megaton CO2 per jaar extra emissie.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Het belang van een goed binnenklimaat op de werkplek

Mensen zijn 85% van hun tijd binnen, veel mensen brengen een groot deel van deze tijd door op kantoor. Toch gaat maar 10% van de operationele kosten van een organisatie naar huisvestingskosten en energiekosten (samen 10%), het leeuwendeel van de kosten (90%) gaat op aan de salariskosten van de medewerkers. De productiviteit van medewerkers of gebouwaspecten die daarop van invloed zijn, zijn daarmee heel relevant voor werkgevers.

Bron: Health, Wellbeing & Productivity in Offices, World Green Building Council, 2014
Bron: Health, Wellbeing & Productivity in Offices, World Green Building Council, 2014

Medewerkers ontevreden over binnenklimaat

Het Center for People and Buildings houdt jaarlijks een enquete onder werknemers over hun werkomgeving. De focus ligt daarbij op de fysieke werkomgeving, maar er wordt ook gekeken naar aspecten die voor de beleving van de werkomgeving van belang zijn. Net als in eerder onderzoek uit 2014 zijn medewerkers volgens de CfPB indicator 2015 vooral ontevreden over het binnenklimaat. Bij binnenklimaat gaat het om zaken als thermisch comfort, verlichting, geluidsinvloeden en luchtkwaliteit.

Bron: CfPB
Bron: CfPB

Gebouw de sleutel tot gezondheid en productiviteit

In het onderzoeksrapport Health, Wellbeing & Productivity in Offices (pdf) stelt de World Green Building Council dat een goede luchtkwaliteit tot een productiviteitswinst en gezondheidsvoordeel kan leiden van 8 – 11%. Als veel medewerkers nu ontevreden zijn is de kans groot dat het voordeel op kan lopen. Oftewel gebouwen zijn de sleutel tot gezondheid en productiviteit van uw medewerkers.

Door meten is goed vast te stellen of uw gebouw voldoet aan de fysieke eisen die uw medewerkers stellen aan hun werkplek. Dat het gebouw voldoet aan de wettelijke eisen wil daarbij nog niet zeggen dat medewerkers het binnenklimaat ook als comfortabel ervaren. Temperatuur is relatief eenvoudig zelf te meten. Het wordt al lastiger om te bepalen of er geen sprake is van koudeval, tocht of een te grote temperatuur gradiënt in een ruimte. Hetzelfde geldt voor geluidsinvloeden, lichtsterkte, luchtvochtigheid en luchtkwaliteit. In al deze gevallen kan het inschakelen van een gespecialiseerd bedrijf helpen om grip te krijgen op het binnenklimaat.

Luchtkwaliteit

Een goede luchtkwaliteit betekent een lage CO2 concentratie en lage concentraties aan vervuilende stoffen. Dat vergt tijdig goed ingeregelde ventilatie- en klimaatbeheersingsinstallaties, maar ook tijdig schoonmaken van ventilatiekanalen en vervangen van filters. Slecht schoongemaakte luchtbehandelingskasten zijn een bron van stof en ziektekiemen. Ook kan een slechte luchtkwaliteit leiden tot klachten als hoofdpijn, brandende ogen en irritatie van de luchtwegen.

Luchtkwaliteitsonderzoek kantoor

Een luchtkwaliteitsonderzoek kantoor is een goede manier om te achterhalen hoe het met luchtkwaliteit in een kantoor gesteld is. Met dit onderzoek kunnen de meest voorkomende ziekmakende pathogene, zoals bacterien, schimmels en gisten, geanalyseerd worden. Door ook op strategische plekken CO2, luchtvochtigheid en temperatuur te meten kan de oorzaak van klachten achterhaald worden. Als er klachten zijn over geur of fijn stof is het mogelijk om deze aspecten mee te nemen in het onderzoek. Om te bepalen of de oorzaak van een slechte luchtkwaliteit buiten het gebouw ligt is het mogelijk om ook buiten metingen te doen.

Na het uitvoeren van het luchtonderzoek kantoor wordt in een rapport duidelijk aangegeven welke problemen er zijn en welke acties genomen kunnen worden om deze aan te pakken. Zo kan bij een verhoogde waarde van fijnstof het advies gegeven worden dat de luchtbehandelingskast of luchtkanalen een schoonmaakbeurt nodig hebben of dat het kantoor zelf een grondigere schoonmaak nodig heeft. Aanvullend is het mogelijk dat de luchtbehandelingskast met eventueel luchtkanalen gedesinfeerd moeten worden. Bij een te hoge luchtvochtigheid kan worden gedacht aan ontvochtiger of andersom bij een te droge lucht aan een bevochtiger. Als de luchtkwaliteit en luchtvochtigheid goed zijn, maar een beperkt aantal medewerkers toch klachten houdt kan het advies zijn om maatwerk voor de werkplek van deze medewerkers te treffen. Bijvoorbeeld een extra luchtbevochtiger op de werkplek van deze medewerker.

Dit bericht is geschreven in opdracht van Strooming, specialist op gebied van waterveiligheid, luchtkwaliteit, brandpreventie, asbest, energiebesparing en technische keuringen. De originele publicatie is hier te vinden.

Fijn stof meting

Sinds januari van dit jaar zijn voor de buitenlucht nieuwe eisen voor luchtkwaliteit van kracht. Mensen zijn echter gemiddeld 85% van hun tijd binnen, thuis, op school of op kantoor. Allerlei stoffen die in het binnenmilieu vrijkomen, zoals vocht, CO2, fijnstof, allergenen en radon, kunnen zich bij onvoldoende ventilatie ophopen. De concentraties stoffen zijn volgens het RIVM in het binnenmilieu vaak hoger dan buiten en kunnen gezondheidseffecten veroorzaken.

Gezondheidsimpact fijnstof

Fijnstof is een verzamelnaam voor deeltjesvormige luchtverontreiniging die klein genoeg zijn om ingeademd te worden. Er is geen drempelwaarde bekend waaronder geen gezondheidseffecten optreden. Vooral gezondheidseffecten van fijnstof in de buitenlucht zijn bekend uit onderzoek. Acute effecten van fijnstof zijn hoesten, benauwdheid en verergering van luchtwegklachten, ziekenhuisopnames en toename in de dagelijkse sterfte. Mensen met bestaande luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten zijn extra gevoelig. Behalve door de kortdurende piekblootstelling, kunnen gezondheidseffecten ook optreden door langdurige blootstelling aan het gemiddelde achtergrondniveau. Dit kan leiden tot blijvende gezondheidseffecten zoals verminderde longfunctie, verergering van luchtwegklachten en vroegtijdige sterfte aan met name luchtwegklachten en hart- en vaatziekten.

Er wordt steeds meer gekeken naar nog kleinere stofdeeltjes, die onderdeel zijn van PM10. Bijvoorbeeld PM2,5 zijn deeltjes die kleiner zijn dan 2,5 micrometer. Ultrafijnstof bestaat uit stofdeeltjes die kleiner zijn dan 0,1 micrometer (PM0,1). Vermoed wordt dat deze kleinere deeltjes schadelijker zijn dan PM10, omdat ze dieper in de longen kunnen doordringen. Daarnaast is er sinds kort ook weer veel aandacht voor het roet in stofdeeltjes (bv. van verbrandingsmoteren) omdat de effecten daarvan tien keer nadeliger worden ingeschat dan die van PM10.

Frisse scholen

Voor 2009 was de luchtkwaliteit volgens het Longfonds in 8 van de 10 klaslokalen onvoldoende. Reden voor de overheid om vanaf 2009 fors te investeren in regelingen om de luchtkwaliteit op scholen te verbeteren. Ook kunnen scholen die structureel aan gezondheid werken het vignet Gezonde School aanvragen en zich profileren als Gezonde School. Luchtkwaliteit is een van de onderwerpen waarmee een school zich kan profileren. Dat voorkomt gezondheidsklachten en daarmee ziekteverzuim. Ook heeft een goed binnenmilieu een positief effect op de leerprestateis.

Het gaat bij een gezonde binnenlucht niet alleen om goed ventileren, maar ook om onderhoud van bv. luchtbehandelingsinstallaties. Vanaf 1 januari 2015 zijn scholen in het primair onderwijs zelf verantwoordelijk voor het onderhoud en de aanpassingen van het gebouw. Een onafhankelijke fijnstofmeting door een expert kan uitwijzen of onderhoud en aanpassingen aan gebouw en installaties nodig zijn en of ze tot de afgesproken verbetering van de luchtkwaliteit leiden. Dat dat nog niet altijd het geval is blijkt uit een item uit augustus 2014 BNR Gezond over de luchtkwaliteit op scholen. Dit item leidde zelfs tot Kamervragen van het CDA.

Fijnstof kantoren en werkplaatsen

Ook in kantoren kan fijnstof tot gezondheidsklachten en ziekteverzuim leiden, of impact hebben op de prestaties van uw medewerkers. Mogelijke bronnen van fijnstof in kantoren zijn achterstallig onderhoud aan de luchtbehandelingsinstallatie, niet schoonmaken van de ventilatiekanalen of het te laat vervangen van filters.

Het meten van de luchtkwaliteit en fijnstof kan helpen om te bepalen of onderhoud of aanpassingen goed zijn uitgevoerd, of dat aanvullende maatregelen nodig zijn. In werkplaatsen kan het meten van fijnstof uitwijzen of de maatregelen die genomen zijn om werknemers tegen fijnstof te beschermen afdoende zijn.

Dit bericht is geschreven in opdracht van Strooming, specialist op gebied van waterveiligheid, luchtkwaliteit, brandpreventie, asbest, energiebesparing en technische keuringen.

Uit de inbox: Burgerkennisnetwerk Schiedam meteen van start met eerste opgave

Maandagavond was ik uitgenodigd voor de startbijeenkomst van het Burgerkennisnetwerk. Geen vaste organisatie, maar een kennisnetwerk van professionals die hun kennis en expertise vrijwillig inzetten voor de gemeenschap. Aanmelden voor het netwerk was voor mijzelf een logische stap, gezien mijn betrokkenheid bij het Schiedams Energie Collectief, het dossier ontgassen door de binnenvaart en de daar uit voortgekomen plannen om een luchtkwaliteitsnetwerk op te zetten naar Eindhovens model. Over dat laatste binnenkort meer, voor nu het persbericht van de startbijeenkomst:

kennisnetwerk-0714Huib Sneep kreeg op 28 januari de meeste stemmen voor zijn SchiedamsDOEN-voorstel voor het instellen van een ‘Burgerkennisnetwerk’. De collegeleden beloofden dat ze de vijf voorstellen met de meeste stemmen nog in 2014 zouden helpen realiseren. Maandagavond 15 december 2014 heette wethouder Marcel Houtkamp de eerste 14 leden van het ‘kennisteam’ welkom en overhandigde hij aan Huib Sneep een beeldje dat symbool staat voor onderlinge verbondenheid en samenwerking. Houtkamp beloofde: “Ik ga het beste uit u halen voor de stad!”

“Het burgerkennisnetwerk is geen vaste organisatie”, legde wethouder Houtkamp uit. “Het start als een transparante database, en de deelnemers van het netwerk bepalen zelf hoe ze het beheer regelen.” In 2014 is met tal van Schiedammers gesproken die in dit kennisnetwerk vrijwillig hun deskundigheid willen inzetten voor de gemeenschap. De gemeente en Huib Sneep vormden samen goede afspraken over de inzetbaar bij de ontwikkeling van beleid. Marcel Houtkamp opperde bij de start meteen een eerste gespreksonderwerp: “Kunnen we een toolkit ontwikkelen voor optimale participatie tussen bewoners en ambtenaren bij bouw- of inrichtingsprojecten in de stad?” En: “De kunst is nu om alle beschikbare kennis in de stad te ontsluiten en samen te brengen.”

Gevraagd en ongevraagd meedenken

“In dit platform combineren we kennis over Schiedam, lokale ervaring én vakmanschap”, legt Huib Sneep uit. “We gaan niet alleen over beleidsontwikkelingen gevraagd en ongevraagd meedenken. Ook over de opzet en uitvoering van de meest uiteenlopende projecten, zowel abstract-beleidsmatig als praktisch-uitvoerend, denken we mee. De gemeente informeert ons over komende activiteiten, onderhoudsplannen of beleidstrajecten. En samen met ambtenaren gaan wij kijken of wij daarbij vanuit onze deskundigheid aandachtspunten hebben.” Daarnaast blijven vanzelfsprekend de reguliere participatie- en inspraaktrajecten bestaan. Een begeleidingscommissie evalueert regelmatig de uitgevoerde projecten en bekijkt op basis van die evaluatie of de aanpak moet worden bijgesteld.

Professional? Meld je ook aan!

Het kennisnetwerk bestaat inmiddels uit deskundigen op het gebied van de inrichting van de openbare ruimte, (duurzame) energie, zorg en welzijn, wet- en regelgeving, etc. In de eerste drie

maanden van 2015 wil Huib Sneep gericht werken aan het uitbouwen van het netwerk. Wie beschikt over waardevolle professionele kennis, wie kan samenwerken met een ambtelijke organisatie en geen belangen verstrengelt, kan een cv sturen naar burgerkennisnetwerk@schiedamsdoen.nl.

Wederzijdse en gelijkwaardige inbreng

Wethouder Houtkamp: “SchiedamsDOEN is gericht op een betere samenwerking en communicatie tussen Schiedammers en de gemeentelijke organisatie. Dus zal ik de samenwerking binnen de organisatie zeker blijven aanmoedigen. Dat maakt het werk voor iedereen leuker.” Houtkamp is er blij mee dat met het kennisnetwerk de deskundigheid in de stad beter wordt benut. Die bijdrage gaat verder dan een vrijblijvend advies. We gaan echt uit van een wederzijdse en gelijkwaardige inbreng van kennis en visie.”

Provinciale ontgasverboden

Nu Zuid-Holland en Noord-Brabant werken aan een beperkt ontgassingsverbod, is het de vraag wat andere provincies gaan doen.

In mei berichtte Sargasso dat het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam overeenstemming hadden bereikt over het terugdringen van ontgassingen door varende binnenvaartschepen. Onderdeel van het akkoord zijn provinciale ontgasverboden in Zuid-Holland en Noord-Brabant die in 2015 in zouden moeten gaan.

Deze regionale aanpak betekent dat schippers kunnen gaan uitwijken naar provincies waar ontgassen nog niet is verboden. Reden voor Sargasso om deze zomer een rondje langs de provincies gelegen aan de belangrijkste vaarroutes naar Duitsland en België te maken. De vraag daarbij was simpel: overweegt uw provincie een provinciaal ontgasverbod voor de binnenvaart in te stellen?

Ontgassen: wat was het ook al weer?

Bij transport van natte bulklading is het soms nodig om de ruimen (of beter gezegd de tanks) te ontdoen van restanten van die lading, omdat anders geen nieuwe vracht geladen kan worden. Wanneer het vluchtige stoffen betreft, wordt dit vaak gedaan door middel van het ontgassen van het varende schip aan de buitenlucht. Dit is wettelijk toegestaan.

De dampen die daarbij vrijkomen, bijvoorbeeld van benzeen of benzeenhoudende stoffen, kunnen stankklachten, maar ook milieu- en gezondheidsschade veroorzaken. Met behulp van ontgasinstallaties op de wal of op het schip kunnen schepen echter gecontroleerd worden ontgast, zonder de ladingdampen naar de buitenlucht te laten ontsnappen.

Status Noord-Brabant en Zuid-Holland

Inmiddels hebben de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland beide een conceptwijziging van hun Provinciale Milieuverordening opgesteld. In Zuid-Holland is de inspraakperiode inmiddels achter de rug (mijn zienswijze vind je hier). Het doel van de aanpassingen van de provinciale milieuverordening is het verbieden van het ontgassen van benzeen aan de buitenlucht per 1 januari 2015 en benzeenhoudende stoffen vanaf 1 januari 2016.

Toch wijken beide provinciale milieuverordeningen op punten van elkaar af. Een ontwikkeling die Steven Lak, voorzitter van Deltalinqs (vereniging van Rotterdamse havenondernemers), bij een recente bijeenkomst over het verwerken van ladingdampen in de petrochemische keten deed opmerken dat een lappendeken van provinciale verordeningen dreigt.

Overige provincies

Sommige provincies hebben meer kans dan andere om last te krijgen van binnenvaarttankschepen die uitwijken om een ontgasverbod in Zuid-Holland en Noord-Brabant te ontlopen. De provincie Zeeland ligt op een belangrijke verbindingsroute tussen Rotterdam en Antwerpen. De provincies Utrecht en Gelderland liggen op de verbindingsroute tussen Rotterdam en het Duitse achterland, en in de provincie Noord-Holland ligt de grootste benzinehaven ter wereld. De vraag aan deze provincies was simpel:

Overweegt uw provincie het instellen van een provinciaal ontgasverbod?

Zo ja, neemt de provincie dan de al in ontwikkeling zijnde aanpassingen van de provinciale milieuverordening uit Noord-Brabant of Zuid-Holland over, of wordt aan een eigen verordening gewerkt?

Zo nee, kunt u aangeven waarom niet?

De persvoorlichter van de provincie Utrecht gaf in een reactie aan niet te werken aan een provinciaal verbod op ontgassen, omdat de provincie van mening is dat het Rijk het probleem internationaal moet oplossen (via het Scheepsafvalstoffenverdrag, CDNI). De provincie wil daarom geen verordening instellen waarmee het probleem verplaatst wordt en waarvan het juridisch gezien onduidelijk is of ze deze kunnen handhaven (zie ook mijn eerdere berichtgeving op Sargasso of op mijn blog).

De provincie Zeeland gaf aan in gesprek te zijn met betrokken partijen over de mogelijke gevolgen van een ontgasverbod in Noord-Brabant en Zuid-Holland. De provincie wil verder geen inhoudelijke openheid van zaken geven over de inhoud van deze gesprekken.

De persvoorlichter van de provincie Noord-Holland gaf aan dat er binnen de provincie niet wordt gewerkt aan een provinciaal ontgasverbod, waarbij op persoonlijke titel werd toegevoegd dat het probleem in Noord-Holland mogelijk minder speelt.

De aanwezigheid van het Havenbedrijf Amsterdam en de vereniging van Amsterdamse ondernemers (ORAM) bij de bijeenkomst waar ook Steven Lak vorige week maandag sprak doet echter vermoeden dat er in Noord-Holland wel degelijk nagedacht wordt over een provinciaal ontgasverbod.

De provincie Gelderland heeft niet gereageerd op het verzoek om informatie. In mei gaf de provincie evenwel aan niet mee te zullen doen aan de afspraken tussen Rijksoverheid en de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland.

Conclusie

Vooralsnog lijkt de kans op een provinciale lappendeken beperkt. Al is het natuurlijk mogelijk dat de ondervraagde provincies liever in stilte een ontgassingsverbod voorbereiden of wachten met aanpassing van hun provinciale milieuverordening totdat de wijzigingen in Zuid-Holland en/of Noord-Brabant van kracht zijn.