Tag: luchtkwaliteit

  • Fijn stof meting

    Sinds januari van dit jaar zijn voor de buitenlucht nieuwe eisen voor luchtkwaliteit van kracht. Mensen zijn echter gemiddeld 85% van hun tijd binnen, thuis, op school of op kantoor. Allerlei stoffen die in het binnenmilieu vrijkomen, zoals vocht, CO2, fijnstof, allergenen en radon, kunnen zich bij onvoldoende ventilatie ophopen. De concentraties stoffen zijn volgens het RIVM in het binnenmilieu vaak hoger dan buiten en kunnen gezondheidseffecten veroorzaken.

    Gezondheidsimpact fijnstof

    Fijnstof is een verzamelnaam voor deeltjesvormige luchtverontreiniging die klein genoeg zijn om ingeademd te worden. Er is geen drempelwaarde bekend waaronder geen gezondheidseffecten optreden. Vooral gezondheidseffecten van fijnstof in de buitenlucht zijn bekend uit onderzoek. Acute effecten van fijnstof zijn hoesten, benauwdheid en verergering van luchtwegklachten, ziekenhuisopnames en toename in de dagelijkse sterfte. Mensen met bestaande luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten zijn extra gevoelig. Behalve door de kortdurende piekblootstelling, kunnen gezondheidseffecten ook optreden door langdurige blootstelling aan het gemiddelde achtergrondniveau. Dit kan leiden tot blijvende gezondheidseffecten zoals verminderde longfunctie, verergering van luchtwegklachten en vroegtijdige sterfte aan met name luchtwegklachten en hart- en vaatziekten.

    Er wordt steeds meer gekeken naar nog kleinere stofdeeltjes, die onderdeel zijn van PM10. Bijvoorbeeld PM2,5 zijn deeltjes die kleiner zijn dan 2,5 micrometer. Ultrafijnstof bestaat uit stofdeeltjes die kleiner zijn dan 0,1 micrometer (PM0,1). Vermoed wordt dat deze kleinere deeltjes schadelijker zijn dan PM10, omdat ze dieper in de longen kunnen doordringen. Daarnaast is er sinds kort ook weer veel aandacht voor het roet in stofdeeltjes (bv. van verbrandingsmoteren) omdat de effecten daarvan tien keer nadeliger worden ingeschat dan die van PM10.

    Frisse scholen

    Voor 2009 was de luchtkwaliteit volgens het Longfonds in 8 van de 10 klaslokalen onvoldoende. Reden voor de overheid om vanaf 2009 fors te investeren in regelingen om de luchtkwaliteit op scholen te verbeteren. Ook kunnen scholen die structureel aan gezondheid werken het vignet Gezonde School aanvragen en zich profileren als Gezonde School. Luchtkwaliteit is een van de onderwerpen waarmee een school zich kan profileren. Dat voorkomt gezondheidsklachten en daarmee ziekteverzuim. Ook heeft een goed binnenmilieu een positief effect op de leerprestateis.

    Het gaat bij een gezonde binnenlucht niet alleen om goed ventileren, maar ook om onderhoud van bv. luchtbehandelingsinstallaties. Vanaf 1 januari 2015 zijn scholen in het primair onderwijs zelf verantwoordelijk voor het onderhoud en de aanpassingen van het gebouw. Een onafhankelijke fijnstofmeting door een expert kan uitwijzen of onderhoud en aanpassingen aan gebouw en installaties nodig zijn en of ze tot de afgesproken verbetering van de luchtkwaliteit leiden. Dat dat nog niet altijd het geval is blijkt uit een item uit augustus 2014 BNR Gezond over de luchtkwaliteit op scholen. Dit item leidde zelfs tot Kamervragen van het CDA.

    Fijnstof kantoren en werkplaatsen

    Ook in kantoren kan fijnstof tot gezondheidsklachten en ziekteverzuim leiden, of impact hebben op de prestaties van uw medewerkers. Mogelijke bronnen van fijnstof in kantoren zijn achterstallig onderhoud aan de luchtbehandelingsinstallatie, niet schoonmaken van de ventilatiekanalen of het te laat vervangen van filters.

    Het meten van de luchtkwaliteit en fijnstof kan helpen om te bepalen of onderhoud of aanpassingen goed zijn uitgevoerd, of dat aanvullende maatregelen nodig zijn. In werkplaatsen kan het meten van fijnstof uitwijzen of de maatregelen die genomen zijn om werknemers tegen fijnstof te beschermen afdoende zijn.

    Dit bericht is geschreven in opdracht van Strooming, specialist op gebied van waterveiligheid, luchtkwaliteit, brandpreventie, asbest, energiebesparing en technische keuringen.

  • Uit de inbox: Burgerkennisnetwerk Schiedam meteen van start met eerste opgave

    Maandagavond was ik uitgenodigd voor de startbijeenkomst van het Burgerkennisnetwerk. Geen vaste organisatie, maar een kennisnetwerk van professionals die hun kennis en expertise vrijwillig inzetten voor de gemeenschap. Aanmelden voor het netwerk was voor mijzelf een logische stap, gezien mijn betrokkenheid bij het Schiedams Energie Collectief, het dossier ontgassen door de binnenvaart en de daar uit voortgekomen plannen om een luchtkwaliteitsnetwerk op te zetten naar Eindhovens model. Over dat laatste binnenkort meer, voor nu het persbericht van de startbijeenkomst:

    kennisnetwerk-0714Huib Sneep kreeg op 28 januari de meeste stemmen voor zijn SchiedamsDOEN-voorstel voor het instellen van een ‘Burgerkennisnetwerk’. De collegeleden beloofden dat ze de vijf voorstellen met de meeste stemmen nog in 2014 zouden helpen realiseren. Maandagavond 15 december 2014 heette wethouder Marcel Houtkamp de eerste 14 leden van het ‘kennisteam’ welkom en overhandigde hij aan Huib Sneep een beeldje dat symbool staat voor onderlinge verbondenheid en samenwerking. Houtkamp beloofde: “Ik ga het beste uit u halen voor de stad!”

    “Het burgerkennisnetwerk is geen vaste organisatie”, legde wethouder Houtkamp uit. “Het start als een transparante database, en de deelnemers van het netwerk bepalen zelf hoe ze het beheer regelen.” In 2014 is met tal van Schiedammers gesproken die in dit kennisnetwerk vrijwillig hun deskundigheid willen inzetten voor de gemeenschap. De gemeente en Huib Sneep vormden samen goede afspraken over de inzetbaar bij de ontwikkeling van beleid. Marcel Houtkamp opperde bij de start meteen een eerste gespreksonderwerp: “Kunnen we een toolkit ontwikkelen voor optimale participatie tussen bewoners en ambtenaren bij bouw- of inrichtingsprojecten in de stad?” En: “De kunst is nu om alle beschikbare kennis in de stad te ontsluiten en samen te brengen.”

    Gevraagd en ongevraagd meedenken

    “In dit platform combineren we kennis over Schiedam, lokale ervaring én vakmanschap”, legt Huib Sneep uit. “We gaan niet alleen over beleidsontwikkelingen gevraagd en ongevraagd meedenken. Ook over de opzet en uitvoering van de meest uiteenlopende projecten, zowel abstract-beleidsmatig als praktisch-uitvoerend, denken we mee. De gemeente informeert ons over komende activiteiten, onderhoudsplannen of beleidstrajecten. En samen met ambtenaren gaan wij kijken of wij daarbij vanuit onze deskundigheid aandachtspunten hebben.” Daarnaast blijven vanzelfsprekend de reguliere participatie- en inspraaktrajecten bestaan. Een begeleidingscommissie evalueert regelmatig de uitgevoerde projecten en bekijkt op basis van die evaluatie of de aanpak moet worden bijgesteld.

    Professional? Meld je ook aan!

    Het kennisnetwerk bestaat inmiddels uit deskundigen op het gebied van de inrichting van de openbare ruimte, (duurzame) energie, zorg en welzijn, wet- en regelgeving, etc. In de eerste drie

    maanden van 2015 wil Huib Sneep gericht werken aan het uitbouwen van het netwerk. Wie beschikt over waardevolle professionele kennis, wie kan samenwerken met een ambtelijke organisatie en geen belangen verstrengelt, kan een cv sturen naar burgerkennisnetwerk@schiedamsdoen.nl.

    Wederzijdse en gelijkwaardige inbreng

    Wethouder Houtkamp: “SchiedamsDOEN is gericht op een betere samenwerking en communicatie tussen Schiedammers en de gemeentelijke organisatie. Dus zal ik de samenwerking binnen de organisatie zeker blijven aanmoedigen. Dat maakt het werk voor iedereen leuker.” Houtkamp is er blij mee dat met het kennisnetwerk de deskundigheid in de stad beter wordt benut. Die bijdrage gaat verder dan een vrijblijvend advies. We gaan echt uit van een wederzijdse en gelijkwaardige inbreng van kennis en visie.”

  • Provinciale ontgasverboden

    Nu Zuid-Holland en Noord-Brabant werken aan een beperkt ontgassingsverbod, is het de vraag wat andere provincies gaan doen.

    In mei berichtte Sargasso dat het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam overeenstemming hadden bereikt over het terugdringen van ontgassingen door varende binnenvaartschepen. Onderdeel van het akkoord zijn provinciale ontgasverboden in Zuid-Holland en Noord-Brabant die in 2015 in zouden moeten gaan.

    Deze regionale aanpak betekent dat schippers kunnen gaan uitwijken naar provincies waar ontgassen nog niet is verboden. Reden voor Sargasso om deze zomer een rondje langs de provincies gelegen aan de belangrijkste vaarroutes naar Duitsland en België te maken. De vraag daarbij was simpel: overweegt uw provincie een provinciaal ontgasverbod voor de binnenvaart in te stellen?

    Ontgassen: wat was het ook al weer?

    Bij transport van natte bulklading is het soms nodig om de ruimen (of beter gezegd de tanks) te ontdoen van restanten van die lading, omdat anders geen nieuwe vracht geladen kan worden. Wanneer het vluchtige stoffen betreft, wordt dit vaak gedaan door middel van het ontgassen van het varende schip aan de buitenlucht. Dit is wettelijk toegestaan.

    De dampen die daarbij vrijkomen, bijvoorbeeld van benzeen of benzeenhoudende stoffen, kunnen stankklachten, maar ook milieu- en gezondheidsschade veroorzaken. Met behulp van ontgasinstallaties op de wal of op het schip kunnen schepen echter gecontroleerd worden ontgast, zonder de ladingdampen naar de buitenlucht te laten ontsnappen.

    Status Noord-Brabant en Zuid-Holland

    Inmiddels hebben de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland beide een conceptwijziging van hun Provinciale Milieuverordening opgesteld. In Zuid-Holland is de inspraakperiode inmiddels achter de rug (mijn zienswijze vind je hier). Het doel van de aanpassingen van de provinciale milieuverordening is het verbieden van het ontgassen van benzeen aan de buitenlucht per 1 januari 2015 en benzeenhoudende stoffen vanaf 1 januari 2016.

    Toch wijken beide provinciale milieuverordeningen op punten van elkaar af. Een ontwikkeling die Steven Lak, voorzitter van Deltalinqs (vereniging van Rotterdamse havenondernemers), bij een recente bijeenkomst over het verwerken van ladingdampen in de petrochemische keten deed opmerken dat een lappendeken van provinciale verordeningen dreigt.

    Overige provincies

    Sommige provincies hebben meer kans dan andere om last te krijgen van binnenvaarttankschepen die uitwijken om een ontgasverbod in Zuid-Holland en Noord-Brabant te ontlopen. De provincie Zeeland ligt op een belangrijke verbindingsroute tussen Rotterdam en Antwerpen. De provincies Utrecht en Gelderland liggen op de verbindingsroute tussen Rotterdam en het Duitse achterland, en in de provincie Noord-Holland ligt de grootste benzinehaven ter wereld. De vraag aan deze provincies was simpel:

    Overweegt uw provincie het instellen van een provinciaal ontgasverbod?

    Zo ja, neemt de provincie dan de al in ontwikkeling zijnde aanpassingen van de provinciale milieuverordening uit Noord-Brabant of Zuid-Holland over, of wordt aan een eigen verordening gewerkt?

    Zo nee, kunt u aangeven waarom niet?

    De persvoorlichter van de provincie Utrecht gaf in een reactie aan niet te werken aan een provinciaal verbod op ontgassen, omdat de provincie van mening is dat het Rijk het probleem internationaal moet oplossen (via het Scheepsafvalstoffenverdrag, CDNI). De provincie wil daarom geen verordening instellen waarmee het probleem verplaatst wordt en waarvan het juridisch gezien onduidelijk is of ze deze kunnen handhaven (zie ook mijn eerdere berichtgeving op Sargasso of op mijn blog).

    De provincie Zeeland gaf aan in gesprek te zijn met betrokken partijen over de mogelijke gevolgen van een ontgasverbod in Noord-Brabant en Zuid-Holland. De provincie wil verder geen inhoudelijke openheid van zaken geven over de inhoud van deze gesprekken.

    De persvoorlichter van de provincie Noord-Holland gaf aan dat er binnen de provincie niet wordt gewerkt aan een provinciaal ontgasverbod, waarbij op persoonlijke titel werd toegevoegd dat het probleem in Noord-Holland mogelijk minder speelt.

    De aanwezigheid van het Havenbedrijf Amsterdam en de vereniging van Amsterdamse ondernemers (ORAM) bij de bijeenkomst waar ook Steven Lak vorige week maandag sprak doet echter vermoeden dat er in Noord-Holland wel degelijk nagedacht wordt over een provinciaal ontgasverbod.

    De provincie Gelderland heeft niet gereageerd op het verzoek om informatie. In mei gaf de provincie evenwel aan niet mee te zullen doen aan de afspraken tussen Rijksoverheid en de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland.

    Conclusie

    Vooralsnog lijkt de kans op een provinciale lappendeken beperkt. Al is het natuurlijk mogelijk dat de ondervraagde provincies liever in stilte een ontgassingsverbod voorbereiden of wachten met aanpassing van hun provinciale milieuverordening totdat de wijzigingen in Zuid-Holland en/of Noord-Brabant van kracht zijn.

  • Update Wob-verzoek DCMR dampretourinstallaties

    Tijdens mijn speurtocht naar ontgassen in de binnenvaart stuitte ik vorig jaar op een presentatie van het ministerie van I&M. In deze presentatie werd gesteld dat er nog dampretourinstallaties zijn vergund die rechtstreeks naar de buitenlucht afblazen (sheet 8). Dampretourinstallaties die de schadelijke dampen die ze retour nemen dus niet door een dampverwerkingsinstallatie (DVI) leiden. De reden volgens is volgens de presentatie dat dampverwerkingsinstallaties traag, duur en log zijn.

    Een bizar fenomeen leek me, maar genoeg reden om bij DCMR (Milieudienst Rijnmond) informatie te vragen om een overzicht van installaties waar dat voor geldt in de regio Rijnmond. Na weken wachten op een antwoord werd dit Wob-verzoek net voor het verstrijken van de besluittermijn afgewezen, omdat ik om een overzicht vroeg en DCMR een dergelijk bestand niet heeft. Beetje flauw, want er is dan wellicht geen overzicht, maar van milieuvergunningen is natuurlijk gewoon documentatie. Even een belletje of mailtje mijn kant op en we hadden dat kunnen oplossen.

    Aangezien ik niet voor één gat te vangen ben vroeg ik om raad aan Brenno de Winter. Dat leidde tot een nieuw Wob-verzoek dat ik als nieuwjaarscadeautje op 3 januari verstuurde. Daarin stelde ik de volgende vragen:

    Ik wil u vragen mij informatie te verschaffen, welke mogelijk is vervat in documenten, met betrekking tot ontgassen en dampretourinstallaties. Specifiek gaat het om navolgende informatie:

    1. Alle actuele vergunning voor dampretourinstallaties met inbegrip van de documenten met betrekking tot het verkrijgen van die vergunningen met inbegrip van eventuele procedures. Met actueel bedoel ik vergunningen die in het jaar 2013 zijn aangevraagd alsmede vergunningen die in de periode 2013 tot heden nog niet verlopen waren;
    2. Onderzoeken en metingen met betrekking tot ontgassing uitgevoerd of beschreven in de periode 2010 tot heden;
    3. Informatie met betrekking tot toezicht op vergunningen voor dampretourinstallaties alsmede ontgassing gedurende de periode 2013;
    4. Communicatie met interne en externe partijen met betrekking tot dampretourinstallaties of ontgassing;
    5. Besluiten, opinies, standpunten welke in voorbereiding zijn.

    Op 15 januari ontving ik een ontvangstbevestiging, waarin DCMR aangaf 6 weken nodig te hebben voor een besluit. Inmiddels zijn we bijna 8 weken verder en heb ik niks meer gehoord van DCMR. Dat betekent dat ik februari af heb gesloten met het in gebreke stellen van DCMR. Lang leve de open overheid, nu graag boter bij de vis 🙁

  • Mansveld zet in op internationaal verbod op ontgassen

    binnenvaarttanker

    Staatssecretaris Wilma Mansveld heeft vorige week aan de Tweede Kamer laten weten dat ze inzet op een internationaal verbod op ontgassen door de binnenvaart, dus niet op een verbod in de havens zoals RTV Rijnmond in december meldde. Ze deed dit in antwoord op Kamervragen van Henk van Gerven (SP) en Liesbeth van Tongeren (GroenLinks). Dat is goed nieuws. Uit de antwoorden valt op te maken dat er in juni belangrijk internationaal overleg is om tot zo´n internationaal verbod op ontgassen te komen. Helaas vermeldt de staatssecretaris geen beoogde ingangsdatum van het verbod, ondanks berichten in diverse media dat dit wel zo zou zijn. Ook biedt ze vooruitlopend op een internationaal verbod geen zicht op nationale maatregelen.

    Wel positief is dat het RIVM opdracht krijgt om opnieuw naar het protocol waarmee de omvang van emissie door ontgassen bepaald wordt te kijken. De kans is groot dat de officiële emissies daarmee gaan stijgen, zowel de emissies naar de lucht als de emissies naar het oppervlaktewater. Waarschijnlijk nog meer dan CE al berekende, omdat de staatssecretaris aangeeft dat het ontgassen van toxische stoffen naar de buitenlucht is toegestaan, zoals ik ook al schreef. CE Delft gaat in haar rapport ervan uit dat toxische stoffen niet aan de buitenlucht ontgast worden. Volgens CE gaat het om maximaal 24 ton aan toxische stoffen, te weten UN 1093 (acrylonitrile), UN 1230 (methanol), UN 1662 (nitrobenzene) and UN 2312 (phenol) en UN 1547 (aniline).

    Nieuwe vragen

    De staatssecretaris geeft aan dat ze de mening deelt dat de havens van Amsterdam, Dordrecht, Moerdijk en Rotterdam grotendeels in de buurt van woonkernen zijn gelegen. Een begrip dat voorkomt in internationale verdragen, maar niet is gedefinieerd in de Nederlandse regelgeving. Tot mijn verbazing laat de Staatssecretaris het bij deze constatering, zonder de logische vervolgstap om het begrip woonkern te koppelen aan een bestaand definitie. Bijvoorbeeld gebieden met de bestemming wonen.

    Wat ook verrast, is dat de staatssecretaris schrijft dat alle dampretourinstallaties in Nederland in principe de teruggewonnen damp naar de buitenlucht mogen uitstoten. Het ontgaat me wat dan nog het milieuvoordeel van een dampretourinstallatie is. Tenzij ze bedoelt dat dampretourinstallaties teruggewonnen damp in geval van calamiteiten naar de buitenlucht mogen uitstoten. In mijn naïviteit dacht ik dat een dampretourinstallatie de dampen uit een tank retour nam of deze damp naar een dampverwerkingsinstallatie door zou sturen.

    Inmiddels hebben Henk van Gerven en Liesbeth van Tongeren samen schriftelijke vervolgvragen gesteld aan Staatssecretaris Mansveld. Een volledig overzicht van vragen over ontgassen vind je hier.

    Selectief informeren

    De staatssecretaris stelt dat er tijdens handhavingsacties door de samenwerkende toezichthouders op de Zuid-Hollandse wateren en in de Rotterdamse haven slechts een beperkt aantal waarschuwingen en processen-verbaal zijn opgemaakt. In 2012 ging het om 38 waarschuwingen en 14 processen-verbaal en in 2013 om 6 waarschuwingen en 17 processen-verbaal. Deze gegevens komen uit het Evaluatieverslag (pdf) thema-acties ontgassen & boord-boord overslag 2012 van BTR-Rijnmond.

    In dit evaluatieverslag staat ook dat de samenwerkende toezichthouders op basis van de uitgevoerde handhavingsacties concluderen dat het nalevingsniveau van het ADN en andere vigerende wet- en regelgeving laag is. De samenwerkende toezichthouders zijn van mening dat dit stringenter toezicht op de naleving van wet- en regelgeving met betrekking tot boord-boord overslag en ontgassen noodzakelijk maakt. De diversiteit aan overtredingen die de toezichthouders geconstateerd hebben is groot en de geconstateerde overtredingen brengen onaanvaardbaar hoge veiligheidsrisico’s voor bemanning en omgeving met zich mee.

    Dat is een veel minder rooskleurig resultaat dan dat oprijst uit de aantallen die de staatssecretaris noemt in de beantwoording van de Kamervragen van Van Gerven.

  • De Rotterdamse dienstauto mag wat kosten

    Vorige week raakte ik verzeild in een discussie over de nieuwe dienstauto´s voor de Rotterdamse wethouders. Om een beetje te prikkelen tweette ik:

    Dat deed ik op basis de ervaringen van Houston met elektrische auto´s. Nu is Nederland Amerika niet, zo zijn de brandstofprijzen hier een maatje duurder. Om te onderbouwen dat het in Nederland ook kan stuurde ik Arno Bonte van GroenLinks een excelletje dat ik ooit heb gemaakt waarin ik een Toyota Prius met een Nissan Leaf vergelijk bij 30.000 km per jaar.

    Arno Bonte stuurde de mail door aan de mensen achter Bogue.nl, een Rotterdams weblog, waarna ik dit weekend diverse mailwisselingen had om mijn rekenmodel toe te lichten. Vandaag kan je het resultaat terugvinden op Bogue en dat liegt er niet om: de BMW 520d die de Rotterdamse wethouders willen is niet alleen 1,5 keer zo duur per jaar als de elektrische Nissan Leaf, maar stoot ook 6.828 % meer CO2 uit per jaar (over luchtkwaliteit heeft Bogue het nog niet eens). En dan hebben we het over slechts 1 auto. Als we uitgaan van 30.000 km per jaar en 5 dienstauto´s kan er € 20.000 per jaar bespaart worden. Daar kan de Rotterdamse voedselbank 2 jaar van gehuisvest worden.

    De Nissan Leaf heeft natuurlijk z’n beperkingen in rijafstanden, maar ik kan me niet voorstellen dat de Rotterdamse wethouders met regelmaat op meer dan 100 km van de stad moeten zijn…

    Lees hier de finesses van het verhaal.

  • Wethouder Baljeu zegt verbod op ontgassen in Rotterdamse haven en Moerdijk toe

    Sinds een jaar bemoei ik me intensief met het dossier ontgassen door de binnenvaart. Verschillende partijen strijden al veel langer tegen de zeer schadelijke uitstoot van de zogenaamde Vluchtige Organische Koolwaterstoffen zoals benzeen. Ook journalisten als Leon van Heel van het Algemeen Dagblad en Jaap Deijl van RTV Rijnmond zijn al veel langer met het dossier bezig.

    Zodra schepen hun lading hebben gelost blijft er in het ruim damp achter. Voordat er een nieuwe lading kan worden aangenomen dient het schip zich eerst van deze dampen te ontdoen. In de praktijk doen schepen dit veelal door hun luiken open te zetten waardoor deze dampen naar buiten toe worden geblazen.

    Afgelopen week was een duidelijk hoogtepunt in het dossier. Naar aanleiding van een artikel van mijn hand over ontgassen op Sargasso heeft Arno Bonte (GroenLinks Rotterdam) vragen gesteld aan het college van B&W in Rotterdam. Landelijk hebben Henk van Gerven (Tweede Kamerfractie SP) en Liesbeth van Tongeren (Tweede Kamerfractie GroenLinks) vragen gesteld aan staatssecretaris Mansveld.

    In de Tweede Kamer beloofde Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) om met wetgeving te komen die het ontgassen van schepen strafbaar stelt. Zaterdag 14 december 2014 stond er een artikel in het Algemeen Dagblad waarin de Rotterdamse Wethouder Haven en Economie, Jeannette Baljeu (VVD), zich achter een ontgasverbod schaart. Haar streven is om het verbod al per 1 januari 2015 in te laten gaan en te handhaven.

    In de Rotterdamse haven is varend ontgassen officieel verboden, met uitzondering van twee aangewezen gedoogplekken (Geulhaven en 2e PET haven). Het verbod op varend ontgassen geldt echter alleen in de havenbekkens. Het is niet verboden voor schepen om varend op bijvoorbeeld de Nieuwe Waterweg te ontgassen. Dat betekent dat schepen die chemicaliën vervoeren hier hun luiken openzetten en de dampen naar buiten blazen, met alle negatieve effecten op de gezondheid van de inwoners van de Waterweggemeenten.

    Uit recent onderzoek van het onafhankelijk onderzoeksbureau CE Delft blijkt dat de uitstoot van Vluchtige Organische Koolwaterstoffen een factor 10 hoger is dan de officiële cijfers van het RIVM. Er wordt 1,79 kiloton aan giftige stoffen naar buiten geblazen. Zelf ben ik na doorspitten van de aannames van het rapport van mening dat de onderzoekers uit Delft waarschijnlijk nog veel te conservatief zijn geweest (zie mijn artikel op Sargasso). Het gaat dus om een zeer relevant gezondheidsrisico.

    Afgelopen jaar heb ik intensief samengewerkt met Mark Lensselink, Fractievoorzitter van de VVD Hoek van Holland, en lokale en landelijke politici van GroenLinks om het probleem op de kaart te zetten en oplossingen aan te dragen. Ook de steun van SP en PvdA is daarbij van grote waarde geweest.

    Zowel het Kabinet als de Gemeente Rotterdam hebben dus uitgesproken dat de schadelijke uitstoot van onder andere benzeen in Nederland en dus ook in het Rijnmond gebied aan banden moet worden gelegd. Het jaar 2014 zal worden gebruikt om regelgeving op te stellen. Deze zal moeten aansluiten bij Europese afspraken. Daarnaast zullen er in de Rotterdamse haven installaties moeten komen om de dampen af te vangen.

    Mark Lensselink stelt dat het ontgasdossier een voorbeeld is van hoe je met elkaar in het belang van de inwoners zaken kunt bereiken. Daar sluit ik me volmondig bij aan.

    Meer informatie: Ontgasverbod voor havengebied.

  • Overzicht vragen over ontgassen binnenvaart

    In 2013  schreef ik een korte en een lange versie met kanttekeningen bij het onderzoek van CE naar emissies van varend ontgassen door de binnenvaart. Sinds 2013 heb ik een aardige reeks publicaties over het onderwerp op mijn naam staan, deze zijn zowel bij Sargasso als hier te vinden.

    Ontgassen is een taai en langjarig dossier, waar voor mij veel meer mensen hun tanden in hebben gezet. Om alle volksvertegenwoordigers die hier aandacht aan hebben besteed eer aan te doen (‘standing on the shoulders of giants’) hieronder een chronologisch overzicht van de vragen die gesteld zijn op lokaal, provinciaal en landelijk niveau, die ik terug heb weten te vinden over dit onderwerp. Als je aanvullingen hebt, laat ze achter in de reacties. Dan voeg ik ze toe.

    Naast volksvertegenwoordigers zijn er ook vele andere mensen al jaren druk om een oplossing in dit dossier te vinden, zowel van binnen als van buiten de betrokken branches.

    2010

    2011

    2012

    2013

    2014

    2015

    2016

    2018

    2019

    2020

    • 12 september 2020: Technische vragen Carla van Viegen, Partij voor de Dieren Zuid-Holland, aan Gedeputeerde Staten en beantwoording.
    • Oktober 2020: schriftelijke vragen Charlotte de Roo, GroenLinks Gelderland, aan Gedeputeerde Staten en beantwoording.

    2021

    • 10 juni 2021: schriftelijke vragen Neill Voorburg, GroenLinks Vlaardingen, aan college Vlaardingen.

  • Ontgassen binnenvaart de highlights

    Gisteren heb ik op Sargasso een uitgebreide analyse gepubliceerd van het onderzoek dat CE Delft in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam en de verladers heeft uitgevoerd naar ontgassen in de binnenvaart.

    Bij ontgassen komen giftige ladingdampen vrij, voornamelijk vluchtige organische stoffen (VOS) als benzeen, tolueen, ETBE en MTBE (loodvervangers in benzine). Deze stoffen dragen bij aan lucht- en waterverontreiniging.

     Een van de belangrijkste kritiekpunten op het artikel is de omvang ervan. Daarom hier kort de highlights voor de lezer met minder tijd:

    • De omvang van de emissies is een factor 10 hoger dan de overheid ons voorhoudt en is de afgelopen 10 jaar niet tot nauwelijks gedaald;
    • Bij MTBE (een zuurstofhoudende toevoeging voor benzine) bedraagt de emissie van ontgassen volgens CE Delft ruim 360 keer de totale Nederlandse emissie per jaar;
    • CE Delft gaat op aangeven van de industrie er vanuit dat toxische stoffen niet ontgast worden omdat dit niet mag van de regelgeving. Dat is wat te kort door de bocht, dezelfde regelgeving stelt namelijk dat ontgassen van toxische stoffen aan de buitenlucht is toegestaan als andere wijzen van verwijdering van ladingdampen en ladingrestanten niet praktisch zijn. Er zijn in Nederland geen aangewezen plaatsen voor het ontgassen van toxische stoffen en er is slechts één installatie die toxische stoffen mag verwerken. Die is gevestigd in Moerdijk. Hoe praktisch is dat vanuit Amsterdam of Rotterdam?
    • CE Delft gaat er op aangeven van de industrie vanuit dat er veel minder ontgast wordt als dezelfde stof meerdere keren achter elkaar vervoerd wordt (dedicatievaart). Reders geven echter aan dat ze volgens de inkoopvoorwaarden van de verladers gasvrij aan de terminal moeten komen, ook bij dedicatievaart. Gasvrij betekent wassen of ontgassen. Wassen kost geld, ontgassen is ‘gratis’;
    • CE Delft gaat er op aangeven van de industrie vanuit dat er veel minder ontgast wordt als stoffen die compatibel zijn na elkaar vervoerd worden. Ook hier geldt dat de eis in de inkoopvoorwaarden veelal gasvrij aan de terminal is;
    • Een dampretourinstallatie is in meerdere gevallen slechts het verplaatsen van het probleem volgens een presentatie van I&M uit 2012. De dampretourinstallatie blaast de gassen namelijk alsnog de lucht in;
    • De onderzoekers van CE Delft berekenen dat er 281 ton benzine wordt ontgast, terwijl er sinds 2006 een ontgasverbod voor benzine geldt.

     Een uitgebreidere versie vind je bij Sargasso.

    Inmiddels heb ik ook 2 informatieverzoeken bij de overheid uitstaan:

    1. Bij Rijkswaterstaat voor het aantal meldingen van wijziging seinvoering;
    2. Bij DCMR voor het aantal dampretourinstallaties in de regio Rijnmond dat de damp onbehandelt naar de buitenlucht afvoert.
  • De economische kans van luchtkwaliteit

    Vorig jaar mei schreef ik voor TEDxBinnenhof over de economische kansen van Nederlandse innovaties in luchtkwaliteit. In de kerstvakantie kreeg ik een rapport in handen dat de economische potentie vanuit een andere kant onderstreepte. Het afvangen van schadelijke gassen, die de binnenvaart momenteel al varende in de lucht loost, levert de handelaren in en producenten van deze gassen volgens het rapport ruim €117 mln extra inkomsten op. Zo zie je maar: de strijd van GroenLinks voor schonere lucht in het Rijnmond gebied kan prima samengaan met winstkansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Reden voor de website Duurzaam Bedrijfsleven om het onderwerp samen op te pakken.

    Transport vluchtige organische stoffen

    Nederlandse binnenvaartschepen vervoeren jaarlijkse miljoenen liters vluchtige organische stoffen, zoals benzeen, MBTE en styreen. Het zijn industriële chemicaliën die worden gebruikt als oplosmiddel of bij de productie van plastics. Deze stoffen zijn in principe vloeibaar, maar vluchtig: ze verdampen snel. In vakjargon heten ze NMVOS.

    Door die vluchtigheid blijft er na het lossen van de vloeibare lading altijd een hoeveelheid aan gassen achter in de tanks. In 60 procent van de gevallen moet dit ontgast worden. De Nederlandse wetgeving kent geen beperkingen voor binnenvaartschepen om varend te ontgassen. Het ontgassen leidt tot stankoverlast en, aangezien sommige NMVOS kankerverwekkend zijn, ook tot schade aan het milieu en de volksgezondheid.

    Kans van 117 miljoen euro

    Het ontgassen is ook een gemiste economische kans. Volgens een recent onderzoek van Raymond Kastermans, specialist in gevaarlijke stoffen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, blijkt dat elk jaar vier miljoen liter aan NMVOS wordt ontgast. Deze gassen kunnen ook worden opgevangen en verhandeld. Volgens het onderzoek van Kastermans vertegenwoordigen de gassen een economische waarde van ruim €117 mln.

    Alleen al het afvangen van benzeen zou €42 mln op kunnen leveren. Blootstelling aan hoge doses benzeen is schadelijk voor de gezondheid. Het havengebied in Rotterdam is volgens het Planbureau voor de Leefomgeving en het RIVM een van de weinige gebieden in Nederland waar nog een probleem met het halen van de norm voor benzeenconcentratie bestaat.

    VentoClean

    Het Rotterdamse TEICom heeft met zijn gepatenteerde koelinstallatie VentoClean een uitvinding in handen die vluchtige gassen kan opvangen en om kan zetten naar een waardevol product. Met behulp van stikstof wordt de ladingdamp direct afgegeven aan de ontvanger, zonder dat het product qua fysische eigenschappen veranderd is.

    Tegenover een markt van €117 mln staan investeringskosten van ongeveer €1 mln voor aanschaf en installatie. VentoClean verbruikt 200 kilowattuur aan elektriciteit per uur, maar zelfs tegen kleinverbruikerstarief is dat een schijntje van €46 per uur aan exploitatiekosten.

    Met het systeem kan op een 110 meter binnenvaarttanker zoals de Aaltje per reis rond 1100 liter benzeen of 700 liter benzine worden teruggewonnen.

    Wereldwijd patent

    Vluchtige organische stoffen zijn een wereldwijd probleem. TEICom is net naar de Verenigde Staten geweest, waar het probleem zich ook voordoet. Het bedrijf uit Honselersdijk profiteert van hun wereldwijde patent.

    In Nederland is strengere wetgeving in de maak over het ontgassen van NMVOS, maar deze laat op zich wachten. In de tussentijd wordt onvoldoende gebruik gemaakt van innovatieve oplossingen van Nederlandse bedrijven voor het verbeteren van luchtkwaliteit. Alleen in Amsterdam zijn twee VentoClean-installaties besteld.

    Havengebied Rotterdam

    Het havengebied van Rotterdam is niet zo ambitieus en vond in eerste instantie 2030 vroeg genoeg:

    [youtube http://www.youtube.com/watch?v=mkTsCe_xPBI&w=560&h=315]

    Vorig voorjaar heeft het gemeentebestuur van Rotterdam aangegeven te werken aan een verbod op varend afgassen vanaf 2014. Tot 2020 wordt het afgassen in de Geulhaven gedoogd, dat betekent nog 7 jaar overlast van afgassen voor Vlaardingen (en in mindere mate Schiedam, Rhoon en Hoogvliet).

    Tegelijkertijd spreekt Hans Smits, de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, in de serie MVO Leiderschap van NuZakelijk prachtig woorden over het belang van MVO en zorg voor de omgeving voor de ‘licence to operate’ van het Rotterdams Havenbedrijf. Of bij het blijven gedogen van het lozen van schadelijke stoffen naar de lucht, terwijl alternatieven voorhanden zijn de term leiderschap hoort…

    [youtube http://www.youtube.com/watch?v=KhG-Un1AJkk&w=560&h=315]