Energieverbruik en energieopwekking januari 2019

Het is februari. Onze jaarrekening van het energiebedrijf heb ik uitgeplozen, tijd dus voor de vaste routine van het maandelijks energieverbruik en de maandelijkse energieopwekking.

Energieverbruik januari 2019 vergeleken met januari 2018

Wat20182019verschil
Gasverbruik1541550%
Verbruik/graaddag0,370,32-13%
Elektriciteitsverbruik408349-14%
Zonnepanelen444911%
Zonnedelen304-87%
Winddelen1871870%
Totaal opwekking261240-8%
Netto elektriciteitsverbruik147109-26%
Saldo jaarbasis-281-44257%

Ons gasverbruik is nagenoeg onveranderd ten opzichte van vorig jaar. In verbruik per graaddag is het wel met 13% gedaald. Januari 2019 was kouder dan januari 2018 en toch ligt ons gasverbruik nauwelijks hoger. Da’s een leuke opsteker. Ons elektriciteitsverbruik is met 14% gedaald. Hoe we dat precies voor elkaar hebben gekregen weet ik niet, mogelijk dat het vervangen van een aantal halogeen lampen door led doorwerkt.

Bij de energieopwekking hebben we een stijging van de opbrengst van onze zonnepanelen, al klinkt 11% stoerder dan de 5 kWh die ze daadwerkelijk meer hebben weten op te wekken. De opbrengst van onze winddelen is gelijk aan januari 2018 en de opbrengst van onze zonnedelen is fors gedaald. Waar dat door komt weet ik niet, mogelijk dat er een project tijdelijk stil ligt of dat er geen data binnen is gekomen van een van de projecten waar we in hebben geïnvesteerd. Ons netto elektriciteitsverbruik is met 26% afgenomen. Op jaarbasis produceren we met onze eigen zonnepanelen, winddelen en zonnedelen nog steeds 442 kWh meer dan we verbruiken. Waarvan ruim 250 kWh wordt opgewekt met onze zonnedelen.

Energieverbruik

Ons totale energieverbruik uitgedrukt in kilowattuur is in januari weer bijna 1.900 kWh, waarvan zo’n 1.500 kWh aardgas is. Oftewel verwarming is in januari het grootste gedeelte van ons energieverbruik. Al lijkt dat in kubieke meter altijd mee te vallen ten opzichte van het elektriciteitsverbruik.

Ook als ik kijk naar ons voortschrijdend jaarverbruik (het cumulatief energieverbruik van de afgelopen 12 maanden) dan bestaat ons energieverbruik voor het grootste deel uit gasverbruik. Van de 11.700 kWh die op jaarbasis verbruiken is bijna 7.000 kWh aardgasverbruik. Ons energieverbruik op jaarbasis ligt sinds december 2013 wel behoorlijk constant.

Netto energieverbruik

Ons netto energieverbruik lag in januari in dezelfde range als altijd. Alleen 2013 blijft in januari een uitschieter naar boven.

Variabele energiekosten

Bij de variabele energiekosten zijn wel wat opvallende zaken te zien. De heffingen voor gas zijn dit jaar verhoogd en voor elektriciteit is de energiebelasting iets verlaagd.

Bij onze variabele elektriciteitskosten voor januari is niet terug te vinden dat het tarief voor de energiebelasting gedaald is. Op zich niet zo vreemd als je bedenkt dat de daling van de energiebelasting bijna volledig teniet gedaan is door de stijging van de opslag duurzame energie.

Bij de variabele gaskosten is wel te zien dat de energiebelasting op aardgas en de opslag duurzame energie beide gestegen zijn. In januari 2019 waren de gaskosten 12 Euro hoger dan in januari 2018. Dat is een stijging van ruim 10%. Waarmee 2019 voor gasverbruik de duurste januari is sinds 2013.

De stijging van de gasrekening is ook terug te zien in de totale variabele energiekosten voor januari. Ook die zijn opgelopen tot het hoogste niveau sinds 2013.

Stappen naar van gas los

Gelukkig is er voor onze oplopende gaskosten een oplossing in aantocht. Komende maand worden de infraroodpanelen namelijk geleverd en geïnstalleerd. Na installatie van de infraroodpanelen heb ik enkel nog een oplossing nodig voor warm water in de maanden dat onze zonneboiler onvoldoende levert.

Hopelijk is de installatie nog op tijd afgerond om in de cijfers terug te kunnen zien of infraroodpanelen daadwerkelijk 1 op 1 vergelijkbaar zijn met elektrische kachels, zoals Lars Boelen en andere energie-experts me op bierfiltjes hebben voorgerekend. Of dat 35% energiebesparing ten opzichte van het energieverbruik bij een HR ketel op aardgas, zoals Gerard de Leede stelt, meer op zijn plaats is. De installatie biedt in ieder geval kansen om deze oude vergelijkingen tussen infrarood en hr-ketel op te poetsen met eigen cijfers. En mogelijk dan ook maar weer eens de vergelijkingen met warmtepomp en stadsverwarming.

Openstaande vragen aan jurist Lucas Bergkamp

De afgelopen maanden heb ik een aantal keer discussies proberen te voeren met de heer Lucas Bergkamp, partner bij het advocaten/lobbykantoor Hunton & Williams in Brussel. Zodra de vragen wat lastig worden ontwijkt de heer Bergkamp deze om er maanden later weer op terug te komen. Ook heeft hij er een handje van om mensen met kritische vragen te blokkeren en om zijn tweets na afloop van een discussie te verwijderen.

Ter achtergrond: Hunton & Williams (inmiddels Hunton AK) was in het verleden betrokken bij de eerste klimaatzaak Massachusetts v. Environmental Protection Agency waarin 12 Amerikaanse staten regulering van CO2 door EPA afdwongen op basis van de Clean Air Act. Hunton & Williams verdedigde tijdens deze rechtszaak de stelling dat dit niet de bedoeling was van de Clean Air Act. Daarnaast is Hunton & Williams diverse malen in verband gebracht met spionage van milieuactivisten. Hunton lobbied voor de olie, kolen en gassector en ontving in 2018 ruim een miljoen dollar daarvoor van bedrijven als Exxon en Koch Industries.

Op de vraag waar de heer Bergkamp zijn geld mee verdiend blijft het over het stil:

Omdat de heer Bergkamp vaak in cirkeltjes draait en na verloop van tijd zijn vragen herhaald hierbij een kleine bloemlezing van openstaande vragen aan de heer Bergkamp. Niet omdat het iemand wat zal interesseren, wel om het mezelf in de toekomst wat makkelijker te maken als hij weer een poging doet tot dialoog. Dan staat namelijk eerst nog deze lijst met vragen open.

Een langlopend vraag is de zoektocht naar een klimaatwetenschapper die in de ogen van de heer Bergkamp wel in staat is om te beoordelen of de IPPC summary for policymakers AR5 nog als stand van de wetenschap te beschouwen is. De mensen achter het weblog Klimaatverandering vielen voor hem af. Op onderstaande vervolgvraag mist het antwoord nog steeds (of de heer Bergkamp heeft het weer verwijderd):

Net als het antwoord op deze vraag:

De definitie van wetenschap. Daar zijn diverse vragen over gesteld, maar niet beantwoord:

De vraag of de heer Bergkamp de basis van klimaatwetenschap, zijnde Arrhenius onderschrijft:

Op de vraag van Tinus Pulles of Lucas Bergkamp de natuurkundige causale keten waarom fossiel CO2 tot opwarming accepteert is het antwoord voorlopig. Wetenschappelijke onderbouwing van zijn andere punten lukt hem niet echt.

Klimaatwetenschap of propaganda.

Naar aanleiding van een link naar een artikel over de rol van scenariostudies in de wetenschap stelt de heer Bergkamp dat dit propaganda is. Onderbouwing volgt niet. Wel deblokkeert hij tijdelijk Tinus Pulles, gepensioneerde milieuwetenschapper, en Gerard Kats, die als ICT’er o.a. aan klimaatmodellen heeft gewerkt.

De heer Bergkamp beweert geregeld dat het klimaatwetenschap beleidsondersteunend en gepoliticiseerd is. Waarbij klimaatwetenschap is verwerven met klimaatbeleid en onderdeel van de klimaatbeweging. Ondanks zijn bewering dat dat uitvoerig gedocumenteerd is blijft onderbouwing met wetenschappelijke artikelen uit.

En hier:

Energierekening 2018

Het nieuwe jaar is al weer even bezig, tijd dus om de energierekening over 2018 door te spitten. Onze totale energierekening is met 60 Euro gestegen ten opzichte van 2017.

Hoogte energierekening per kalenderjaar

Onze totale energierekening bestaat vooral uit variabele kosten. De vaste kosten bedroegen in 2018 slechts 140 Euro. In 2019 zullen deze kosten met ruim 30 Euro stijgen door verandering in vaste tarieven van onze gas- en elektriciteitsaansluiting, maar vooral door de lagere teruggave energiebelasting. Daar staat tegenover dat de plannen om van het gas af te gaan steeds concreter vorm krijgen waardoor we mogelijk 150 Euro gaan besparen op de vaste kosten per jaar. Wat ook zou betekenen dat het netwerkbedrijf voor het eerst sinds 2014 niet meer de grootste kostenpost gaat zijn.

Uitsplitsing kosten naar energiebedrijf, netwerkbedrijf en overheid.

De kosten van het energiebedrijf zijn in 2018 ook weer gestegen, evenals de kosten die we via de energierekening aan de overheid betalen.

Procentuele verdeling van kosten voor overheid, netwerkbedrijf en energiebedrijf.

Onze energierekening bestaat voor 44% uit kosten aan het netwerkbedrijf. Het energiebedrijf krijg 34% en de overheid ontvangt 22% van de energierekening. Dat is echter het totaal. Als gekeken wordt naar de variabele kosten dan bestaat 70% uit overheidskosten, te weten energiebelasting, opslag duurzame energie en btw. Wat ook meteen duidelijk maakt dat de opmerking van Tierry Baudet dat de energierekening lager wordt als de kolencentrales door blijven draaien nergens op slaat. Een lagere energierekening voor huishoudens begint bij een lager tarief voor energiebelasting en opslag duurzame energie, of bij het ophogen van de teruggave energiebelasting voor huishoudens.

Energierekening uitgesplitst naar kostenpost

De volledige opsplitsing van onze energierekening laat nog duidelijker zien dat de kosten die we op jaarbasis betalen voor slechts een klein deel bestaan uit de leveringskosten van warmte/gas en elektriciteit. Waarbij elektriciteit eigenlijk nauwelijks zichtbaar is. Het grootste deel van de kosten bestaat uit netwerkkosten en overheidsheffingen. Ook is zichtbaar dat de de opslag duurzame energie door de oplopende tarieven langzaam weer terugkeert in de grafiek. De overheidsheffingen worden wel weer voor een deel teniet gedaan door de vermindering energiebelasting. Deze wordt vanaf 2019 een stuk minder, maar zal als de plannen uit het concept klimaatakkoord worden doorgezet weer stijgen tot net boven het niveau van 2014.

De erfenis van Rutte 2: het Urgenda vonnis

Afgelopen vrijdag kwam PBL met een nieuwe prognoses voor de CO2 emissie in 2020. 2020 is een belangrijk jaar, omdat de staat onder Rutte 2 in 2015 in de klimaatzaak, die Urgenda had aangespannen, door de rechtbank op de vingers werd getikt over haar klimaatbeleid. De rechtbank sprak uit dat de CO2 emissie in 2020 ten minste 25% lager moet liggen dan in 1990. Dit vonnis werd in 2018 in hoger beroep bevestigd. De staat is inmiddels in cassatie tegen de uitspraak. Dat neemt niet weg dat het vonnis uitgevoerd moet worden en dat Rutte III het doel niet gaat halen volgens PBL.

Benodigde CO2 reductie

In november berekende ik dat de staat zo’n 17 megaton extra CO2 zou moeten reduceren om te voldoen aan de uitspraak in de klimaatzaak. De NOS meldde vorige week al er waarschijnlijk 9 megaton extra CO2 reductie nodig is. Wat dan wel weer prettig was geweest voor Kabinet Rutte 3 na de tegenvaller van 1,2 megaton uit de chemische industrie van vorig jaar.

Uit de cijfers van PBL komt naar voren dat ik aan de bovenkant van de bandbreedte zat met mijn 17 megaton. PBL stelt dat de CO2 reductie 9 megaton CO2 equivalenten boven het doel uitkomt, met een bandbreedte tussen de 2 en 17 megaton. Inmiddels is ook duidelijk dat PBL en CPB voor de provinciale staten verkiezingen met de doorrekening van het concept klimaatakkoord komen.

Het wordt interessant om te zien hoe de coalitie de pijn gaat verdelen tussen burgers en bedrijfsleven. VVD, CDA, ChristenUnie en D66 roepen ten slotte ieder dat de omslag betaalbaar moet zijn en blijven voor de burger. Ook al is dat niet altijd terug te vinden in hun stemgedrag de afgelopen jaren. Het kabinet heeft al aangegeven pas na de verkiezingen met aanvullende maatregelen te komen voor het halen van de doelstelling van de klimaatzaak.

Stemgedrag over wetsvoorstellen en amendementen energiebelasting en opslag duurzame energie per politieke partij. Bron: Tweede Kamer.

Benodigde maatregelen

De NOS noemt drie maatregelen waar aan gedacht zou worden. Op de eerste plaats de sluiting van twee kolencentrales (of de versnelde ombouw naar biomassacentrales, waarmee ze Pulp Fiction CO2 neutraal zijn), wat volgens de NOS een CO2 reductie oplevert  van 4 megaton. Het gaat dan waarschijnlijk om de Amercentrale in Tilburg en de Hemwegcentrale in Amsterdam. Sluiting van de Amercentrale levert een forse uitdaging op in Tilburg, aangezien de Amercentrale daar gebruikt wordt voor het warmtenet. Ingewijden geven tegen Sargasso aan dat meer tijd nodig is om alternatieve duurzame warmtebronnen te ontwikkelen. Een sneller alternatief is een leiding naar de afvalverbranding in Moerdijk, die past alleen niet zo goed in een circulaire economie en over de duurzaamheid van afvalverwerking valt te twisten. Sluiting van de Hemwegcentrale levert minder problemen op.

De tweede maatregel die de NOS noemt is het verlagen van de maximum snelheid van 130 naar 100, dat is goed voor 1 megaton. Dat is 0,6 megaton minder dan ik had ingeschat. Bij elkaar zijn deze maatregelen goed voor 5 megaton, resteert een gat van 4 megaton. De derde optie die de NOS noemt om dat gat te vullen is het verder verhogen van de energierekening voor burgers en/of bedrijven. Het verhogen van de tarieven kan  extra energiebesparende of CO2 reducerende maatregelen bij burgers of het bedrijfsleven uitlokken. Alhoewel het bij burgers ook tot grote problemen kan leiden. Zeker in bestaande woningen en in huurhuizen zijn maatregelen niet zomaar te nemen. In huurhuizen zijn huurders afhankelijk van de verhuurder. Bij koopwoningen zorgt een stijgende energierekening zonder flankerend inkomensbeleid voor toenemende problemen met betrekking tot betaalbaarheid en financierbaarheid van maatregelen.

Een alternatief is vaart maken met de invoer van een bodemprijs voor CO2 (ook voor de industrie). Dat kan ook tot extra CO2 reductieplannen van de industrie leiden, zeker als dat gecombineerd wordt met flankerend beleid om het nemen van maatregelen te stimuleren. Al vraag ik me af hoeveel CO2 reductie dat in 2 jaar nog op kan leveren. Net als dat het praktisch onhaalbaar is om via een extra stimulans meer hernieuwbare energie te realiseren voor 2020.

Conclusie

Voor zover ik kan vinden zijn er in het coalitieakkoord geen afspraken gemaakt over het verdelen van de opgave die voortvloeit uit de klimaatzaak over bedrijven en burgers. Dat maakt het extra interessant om te volgen waar het kabinet deze lasten gaat neerleggen. Gaat de energiebelasting voor burgers nog verder omhoog? Of krijgt de burger dit keer enkel de rekening gepresenteerd in de vorm van verlaging van de maximum snelheid naar 100 kilometer per uur? En als de twee kolencentrales dicht gaan, wordt de resterende opgave dan bij het bedrijfsleven gelegd? Of pakt het Kabinet een eigen rol, bijvoorbeeld door CO2 reductie in de eigen organisatie?

De belangrijkste vraag blijft of extra beleid binnen 2 jaar resulteert in een emissiereductie van 9 megaton. Waarschijnlijker is dat het treuzelen en dralen met het nemen van aanvullende maatregelen door de Kabinetten Rutte 2 en Rutte 3 ervoor zorgt dat het Urgenda vonnis niet meer haalbaar is.

De verhoging van uw energierekening komt uit het midden

De afgelopen maanden is er veel te doen over de betaalbaarheid van de klimaatplannen van het Kabinet. In augustus waarschuwde CDA leider Buma al voor een Fortuijn achtige revolte als de klimaatplannen niet betaalbaar zouden zijn voor de gewone man. Sinds de publicatie van het concept klimaatakkoord in december hebben veel politieke partijen hun zorgen uitgesproken over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor burgers. Voor de milieubeweging en de FNV was de lastenverdeling tussen burgers en bedrijfsleven zelfs reden om een dag voor publicatie van het klimaatakkoord hun handen van het klimaatakkoord af te trekken. Tijd dus om eens te kijken hoe de zorgen van politieke partijen zich het afgelopen half jaar hebben vertaald in voorstellen in de Tweede Kamer en in het stemgedrag van de verschillende politieke partijen als het gaat om de verdeling van de kosten van energiebelasting en opslag duurzame energie over burgers en bedrijven.

Opbouw energierekening

De energierekening kent drie belangrijke posten waar de Tweede Kamer jaarlijks invloed op heeft. Op de eerste plaats zijn dit de  energiebelasting en de vermindering hierop, op de tweede plaats de opslag duurzame energie, . Met deze laatste worden de kasuitgaven van de SDE+ gefinancierd (al zal het Ministerie van Financiën ontkennen dat er een rechtstreekse koppeling is). Over de hoogte van de tarieven van beide is eind 2018 gestemd in de Tweede Kamer. Bij het berekenen van het effect op de energierekening ben ik uitgegaan van het gemiddeld verbruik volgens Milieucentraal (1.470 m3 gas en 3.000 kWh elektriciteit per jaar). In 2018 betaalde mensen met een dergelijk verbruik zo’n 400 Euro aan energiebelasting en opslag duurzame energie, waarbij ik de korting op de energiebelasting en de BTW al heb verrekend. In 2019 wordt dit bij ongewijzigd verbruik 162 Euro meer.

Energiebelasting

Het belastingplan 2019 verhoogt de energiebelasting voor gas en verlaagt de energiebelasting voor elektriciteit. Ook de heffingsvermindering energiebelasting wordt verlaagd. Per saldo kost dat een gemiddeld huishouden 99 Euro per jaar extra. Bij de behandeling van het wetsvoorstel werden twee amendementen ingediend om de verlaging van de heffingsvermindering terug te draaien. In het voorstel van GroenLinks werd de dekking hiervoor gevonden door de tarieven van de hogere schijven van de energiebelasting voor gas en elektriciteit te verhogen. De SP stelde voor om dit te financieren door de tarieven in hoogste schijf van de energiebelasting te verhogen (de echte grootverbruikers). Beide amendementen werden verworpen. In beide gevallen had dit huishoudens Euro 62 per jaar gescheeld. Voor het voorstel van GroenLinks stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en Denk. Tegen het voorstel van GroenLinks stemden VVD, CDA, ChristenUnie, D66, PVV, SGP en Forum voor Democratie. De stemmingsuitslag van het voorstel van de SP verschilde weinig, enkel 50PLUS wisselde stuivertje en stemde tegen het voorstel van de SP.

Het wetsvoorstel werd uiteindelijk wel aangenomen, waarbij VVD, CDA, D66, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie, PvdD, 50PLUS en SGP voor stemden. Tegen stemden PVV, SP, DENK en Forum voor Democratie.

Verder terugzoeken in de tijd levert een heel reeks amendementen op. In 2017 diende GroenLinks een amendement in om de tijdelijke verhoging van de energiebelasting uit het energieakkoord enkel ten laste van de korting op de energiebelasting voor het bedrijfsleven te brengen in plaats. Dit amendement werd verworpen. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdD en DENK. De andere partijen stemden tegen.

In 2016 stelde GroenLinks voor om de energiebelasting voor het bedrijfsleven te verhogen en de opbrengst te gebruiken voor meer innovatiegelden en voor verhoging van de arbeidskorting. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, Groep Bontes/Van Klaveren, DENK (Groep Kuzu/Öztürk, 50PLUS, Houwers, Klein en Van Vliet.

GroenLinks diende in 2011 een amendement in dat een grote verschuiving van lasten van werknemers naar bedrijfsleven zou hebben betekend. Het amendement wilde de arbeidskorting in vier stappen met in totaal 508 euro in 2015 verhogen en de bezuinigingen op de uitkeringen terugdraaien. Dit zou betaald moeten worden door de kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken en door in vier jaar tijd korting op de energiebelastingtarieven voor alle grootverbruikers in 4 stappen te verlagen tussen 2012 en 2015. Dit zou een lastenverschuiving van een paar miljard hebben opgeleverd. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA, ChristenUnie en SGP.

Tarief Opslag duurzame energie

Op 20 november stemde de Kamer over het wetsvoorstel Wijziging van de Wet opslag duurzame energie, in verband met de vaststelling van tarieven voor het jaar 2019. Net als bij de energiebelasting wordt bij de opslag duurzame energie het uitgangspunt gehanteerd dat de helft van de jaarlijkse opbrengsten van kleinverbruikers komt en de helft van grootverbruikers. De tarieven in het wetsvoorstel leiden tot een stijging van de energierekening met 63 Euro voor een gemiddeld huishouden.

Bij de behandeling zijn twee amendementen ingediend. Het eerste amendement van de SP (kamerstuk 35004 – 9) stelt voor om de verdeling van de lasten van de ODE te verschuiven naar grootverbruikers, zodat een verhouding ontstaat van 20:80 in plaats van 50:50. Wanneer dit amendement was aangenomen was de energierekening voor een gemiddeld huishouden met 34 Euro gedaald in plaats van met 63 Euro gestegen. Voor stemden SP, PvdA, PvdD en Denk. Alle andere partijen stemden tegen. Het amendement van de SP was een extremere versie van een GroenLinks amendement uit 2017, dat voorstelde om de lasten van de opslag duurzame energie in een verhouding 40:60 te verdelen over huishoudens en bedrijfsleven. Ook dit voorstel werd afgewezen. In 2018 stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK voor. Alle andere partijen stemden tegen, waaronder VVD, CDA, Forum voor Democratie en PVV.

Het tweede amendement dat in 2018 werd ingediend door GroenLinks en voerde een heffingsvermindering van 51 Euro in (Kamerstuk 35004 – 16) te bekostigen door het verhogen van de hogere schijven van de opslag duurzame energie. Als dit amendement was aangenomen waren de kosten van de opslag duurzame energie in 2019 voor een gemiddeld huishuiden met slechts 1 euro gestegen ten opzichte van 2018. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD en Denk. Tegen stemden VVD, CDA, D66, CU, PVV en Forum voor Democratie.

Van de zijde van Forum voor Democratie, PVV, VVD, CU en CDA kwamen in 2018 geen voorstellen om de lastenverzwaring voor kleinverbruikers te beperken. Er lag ook geen amendement van PVV of Forum voor Democratie om de opslag duurzame energie af te schaffen.

De stemming over twee GroenLinks amendementen uit 2016 laat zien hoe belangrijk de coalitie is in het voorkomen van de verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven.  In 2016 werden door GroenLinks twee amendementen ingediend. Beide amendementen draaiden de verhoging van de ODE voor kleinverbruikers terug en dekten dit door de ODE voor grootverbruikers te verhogen. Het ene amendement deed dit voor de ODE op gas, het andere voor de ODE op elektriciteit. Voor stemden in 2016 de SP, ChristenUnie, GroenLinks, Denk (Groep Kuzu/Öztürk), PvdD, 50PLUS en Klein. Tegen de verschuiving van lasten van burgers naar bedrijfsleven stemden VVD, PvdA, CDA, D66, PVV, SGP, Bontes/Van Klaveren, Houwers, Monasch en Van Vliet.

Zoals te zien is hebben PvdA en CU hun stemgedrag sinds 2016 aangepast. PvdA steunt inmiddels het verzwaren van lasten voor het bedrijfsleven ten gunste van de burger, de ChristenUnie stemt hier inmiddels tegen. Vaste constante in het tegenstemmen zijn VVD, CDA en PVV. Wie verder terug zoekt komt een amendement van D66 tegen uit 2012, dit amendement stelt voor om bij de opslag duurzame energie te werken met een vlaktaks in plaats van met verschillende schijven met een aflopend tarief naarmate het energieverbruik hoger is. Dit amendement zou een veel groter deel van de kosten van de SDE+ regeling bij het bedrijfsleven hebben gelegd. Voor stemden SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks, 50PLUS en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA en SGP.

Klimaatakkoord

In het ontwerp klimaatakkoord zijn twee varianten opgenomen voor een lastenneutrale schuif in de energiebelasting:

A. Een verhoging van de energiebelasting van jaarlijks +1 cent op gas vanaf 2020 t/m 2029 i.c.m. de eerste vier jaar een verhoging belastingvermindering oplopend tot 65 euro, en daarna zes jaar verlaging elektriciteitstarief met -0,5 cent. Aangevuld met een extra ISDE budget van 50 miljoen euro/jaar t/m 2022.

B. Een verhoging van de energiebelasting op gas in 2020 met +4 cent en verhoging belastingvermindering met 65 euro met in de zes jaar daarna een verhoging van de energiebelasting op gas van jaarlijks +1 cent en een verlaging van de energiebelasting op elektriciteit van jaarlijks -0,5 cent tot 2030.

Beide varianten lopen door tot 2030. Uitgaande van hetzelfde gemiddelde verbruik van een huishouden leveren beide varianten een lichte daling van de kosten voor energiebelasting op ten opzichte van 2019. Ten opzichte van 2018 blijft het echter een forse stijging van de energiebelasting.

JaarA t.o.v. 2019A t.o.v. 2018B t.o.v. 2019B t.o.v. 2018
2020-€1.88€97.15-€7.50€91.52
2021-€3.75€95.27-€7.87€91.16
2022-€5.63€93.40-€8.23€90.79
2023-€7.50€91.52-€8.59€90.43
2024-€7.87€91.16-€8.95€90.07
2025-€8.23€90.79-€9.32€89.71
2026-€8.59€90.43-€9.68€89.34
2027-€8.95€90.07-€27.83€71.19
2028-€9.32€89.71-€45.98€53.04
2029-€9.68€89.34-€64.13€34.89
2030-€9.68€89.34-€82.28€16.74

In bovenstaande tabel heb ik nog geen rekening gehouden met de stijging van de opslag duurzame energie van 2019, die naar ik verwacht de komende jaren verder zal stijgen door de realisatie van meer duurzame energieprojecten en uitbreiding van de SDE+ naar de SDE++ regeling. Door deze laatste uitbreiding komt er naar verwachting ook ruimte in de SDE++ regeling (die gefinancierd wordt vanuit de opslag duurzame energie) voor infrastructurele projecten, zoals biogasnetwerken, CO2 leidingen en warmtenetten, en voor CO2 afvang en opslag. Waarmee de opbrengsten van de opslag duurzame energie nog meer dan nu als subsidie naar het bedrijfsleven gaan.

Zodra de doorrekening van PBL beschikbaar is wil ik de effecten van het klimaatakkoord op de energierekening van een gemiddelde huishouden vergelijken met de tarieven die politieke partijen hebben gehanteerd in de doorrekening van hun verkiezingsprogramma.

Wat al wel te zeggen is is dat de verhoging van de belastingvermindering met Euro 65 weggestreept moet worden tegen de verlaging met 51 Euro van dit jaar. Per saldo levert het klimaatakkoord dus slechts 14 Euro meer belastingvermindering op dan u tot vorig jaar al kreeg.

Amendement kosten energietransitie

Een amendement dat apart vermeldenswaardig is betreft het amendement van de PvdA over € 500 miljoen voor koopkrachteffecten energietransitie. Dit amendement reserveert eenmalig 500 miljoen Euro om koopkrachteffecten bij burgers te repareren. Waarbij verwezen wordt naar een soortgelijke reserve die is opgenomen in de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, hetgeen volgens de PvdA waarschijnlijk ten goede zal komen aan bedrijven. Voor het amendement stemden PVV, GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK. Tegen stemden VVD, CDA, D66, ChristenUnie, SGP en Forum voor Democratie.

Conclusie

Het is opvallend dat CDA en VVD, die afgelopen maand beide een nummertje maakten over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor gewone mensen, de afgelopen jaren consequent tegen het verschuiven van de lasten van burgers naar bedrijven stemmen. Dat speelt zowel bij de energiebelasting als bij de opslag duurzame energie. D66 heeft ergens tussen 2012 en nu een draai gemaakt. Waren ze in 2012 nog indiener van een voorstel om de opslag duurzame energie als vlaktaks in te voeren, waarmee een groter deel van de opslag duurzame energie door het bedrijfsleven zou worden betaald. Inmiddels stemmen ze al een aantal jaar consequent tegen voorstellen om de energiebelasting of de opslag duurzame energie voor bedrijven meer te laten stijgen dan voor burgers. Alleen een voorstel om voor hogere energiebelasting die ten gunste komt van innovatie in het bedrijfsleven kon op steun rekenen. De ChristenUnie heeft met het toetreden tot de coalitie stuivertje gewisseld met de PvdA. De ChristenUnie stemt sinds de toetreding tot de coalitie consequent mee met VVD en CDA.

Ook het stemgedrag van de PVV en Forum voor Democratie is opvallend, consequent stemmen ze tegen de wetsvoorstellen energiebelasting en opslag duurzame energie. Tevens stemmen beide op gebied van energie consequent tegen amendementen die lasten van burgers naar bedrijfsleven verschuiven.

Tot slot: De uitlatingen van politici in de media staan de komende maanden in het teken van de provinciale en Europese verkiezingen. Als u in de Eerste Kamer partijen wilt die rekening houden met de verdeling van lasten tussen burgers en bedrijven dan biedt hun stemgedrag de beste garantie op succes. De partijen die de afgelopen jaren het meest consequent gestemd hebben voor verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven zijn SP en PvdD, gevolgd door GroenLinks. Een grotere midddengroep bestaande uit DENK, ChristenUnie en PvdA stemt nu eens voor, dan eens tegen. De partijen die consequent tegen stemmen zijn VVD, CDA, D66, PVV, Forum voor Democratie en SGP. Waarbij PVV en Forum voor Democratie zich nog kunnen verschuilen achter hun standpunt dat klimaatbeleid niet nodig is, al blijft onduidelijk hoe ze het eventueel afschaffen van energiebelasting en opslag duurzame willen dekken. De PVV heeft in een aantal gevallen zich over haar principes heen gezet en gestemd voor de portemonnee van haar kiezer, zoals bij het amendement voor koopkrachtreparatie van PvdA. Forum voor Democratie stemde ook hier tegen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Engelse plannen kernenergie verder onder druk

De Engelse plannen voor nieuwe kerncentrales wankelen nu na Toshiba ook Hitachi zich terug heeft getrokken. Daarmee volgen de Engelse toekomstplannen voor kernenergie het pad van de Amerikaanse nucleaire renaissance: veel plannen, weinig uitvoer.

Hitachi werkte in het Verenigd Koninkrijk aan een nieuwe kerncentrale bij Wylfa met een capaciteit van ten minste 2.900 MW. Hitachi heeft bekend gemaakt dat het een verlies van 300 miljard yen (2,4 miljard euro) op het Britse project neemt en zich terugtrekt. Ook een tweede project, in Gloucestershire, Engeland, gaat voorlopig niet door. Voor de Japanse bouwer zijn de projecten rendabel.

De plannen voor kernenergie in Groot-Brittanië staan onder druk door de hoge kosten voor Hinkley Point C en de dalende kosten van alternatieven, zoals wind op zee.

Open waanlink

Dit bericht is een bewerking van een eerder bericht op Sargasso.