Recensie Planet of the Humans (2019)

De documentaire Planet of the Humans van regisseur Jeff Gibbs en producent Michael Moore maakt de tongen over duurzame energie los. Aan het eind van de film blijkt de centrale stelling dat alleen minder consumeren en minder mensen een oplossing bieden. De weg daarnaartoe leidt langs veel halve onwaarheden en verouderde informatie over duurzame energie en de milieubeweging, en langs een van de vaste stokpaardjes van producent Michael Moore: kapitalisme is slecht en de 1% heeft de macht gegrepen. In een reactie op de commotie geeft Michael Moore aan dat het gelukt is om het debat te openen:

Onder welke steen de beste man de afgelopen 20 jaar gelegen heeft weet ik niet, want het debat over bio-energie woedt al jaren. Net zoals er al jaren stil aandacht is voor de nadelen van wind- en zonne-energie, voor het feit dat elektrische auto’s de files niet gaan oplossen en voor het feit dat enkel en alleen de overschakeling op duurzame energie niet afdoende gaat zijn om binnen de ecologische grenzen te blijven. Zoals er ook al decennia aandacht en beleid is om de groei van de wereldbevolking indirecte af te remmen, bijvoorbeeld door beter onderwijs voor meisjes en door seksuele voorlichting. Directere vormen voor het afremmen van de bevolkingsgroei, zoals de één kind politiek in China, hebben zacht gezegd nogal nare bijwerkingen gehad.

En om nou te zeggen dat Michael Moore degene is die het debat over de tegenstelling tussen kapitaal (de 1%) en arbeid nieuw leven in blaast lijkt me ook wat te veel eer, dat debat is naar mijn mening veeleer nieuw leven ingeblazen door economen als Thomas Piketty. En zoals Jef Fox in The Nation schrijft de film mist alle hoopvolle ontwikkelingen van het afgelopen decennium, waarin de Amerikaanse milieubeweging een vuist wist te maken ondanks een niet zo milieuvriendelijke en een ronduit milieu-onvriendelijke president.

Aangezien de film ook in de reacties van Sargasso discussie deed opwaaien schreef ik voor Sargasso onderstaande recensie. Inclusief een niet uitputtend overzicht van onjuiste en verouderde informatie in de film en met links naar meer lezenswaardige reacties op de film. Los van de inhoud vind ik de film naar overigens een draak. De documentaire mist de subtiliteit en scherpte van het oudere werk van Michael Moore, zoals Bowling for Columbine of Roger & me. Ook zit de film vol met pathetische filmmuziek, waar ik een broertje dood aan heb.

Duurzame energie als het antwoord voor alle problemen?

Zo ergens rond minuut 55 van de documentaire wordt een van de grootste stropoppen van de film opgezet: milieugroepen zouden al jaren roepen dat alles goed komt als we maar overschakelen op duurzame energie. En goh, wat gek, dat blijkt niet waar te zijn. Zelfs wanneer iedereen overschakelt op duurzame energie houden we sociale- en milieuproblemen. Daarbij blijken duurzame energiebronnen ook hun eigen sociale en milieuproblemen te kennen, bv bij de winning van de grondstoffen en in de afvalfase. Een onderwerp waar ik in 2012 al over schreef schreef. Gibbs vergeet voor het gemak te melden dat de bij de winning van grondstoffen voor de alternatieven (fossiele energie en uranium) ook de nodige misstanden zijn. Denk bijvoorbeeld aan de bloedkolen discussie van een paar jaar geleden, aan de enorme landschappelijke schade van dagmijnbouw in Duitsland en Canada, de vervuiling van de Niger delta door de oliewinning, door uranium winninig in Namibië of dichter bij huis de ellende ten gevolge van gaswinning in Groningen.

Een groter probleem is dat Gibbs geen enkel voorbeeld noemt van een milieugroep die heeft gesteld dat met de overgang op duurzame energie alles is opgelost. Niet zo vreemd, want ik ken ze niet. Als ik me beperk tot Nederland noemt Urgenda in haar Visie 2030 een vijftal transities waarvan de overgang naar duurzame energie er maar een is. Naast de overgang op duurzame energie gaat het bij Urgenda om anders eten, anders wonen, andere vormen van mobiliteit en andere manieren van produceren. In al die transities speelt het reduceren van de vraag naar energie een belangrijke rol. In Amerika spreekt het Rocky Mountain Institute al sinds 1990 over NegaWatts als belangrijke opgave. In Nederland pleit Milieudefensie al een aantal jaar onder de term eerlijk om voor een inclusieve energietransitie. En wie hun website bekijkt kan toch moeilijk beweren dat ze enkel gericht zijn op duurzame energie, Milieudefensie zet zich ook al jaren in voor aanpassingen in handelsverdragen. Ook bij Greenpeace is niet terug te vinden dat ze enkel op duurzame energie gefocust zouden zijn als panacee voor alle milieuproblemen.

In de documentaire moeten vooral 350.org en Bill McKibben het ontgelden, zijn reactie vind je hier. Waarschuwing: hij is een stuk beter onderbouwd dan Planet of Humans, dus als je liever blind scheld op de milieubeweging kan ik je het lezen van zijn reactie afraden.

Wellicht dat een van de lezers een milieuorganisatie kent die enkel inzet op duurzame energie als oplossing voor alles?

Meer weten over het tegen gaan van klimaatverandering, of sociale en ecologische grenzen aan groei

Wie meer wil weten over wat er wel allemaal nodig is (en mogelijk) en nieuw is in dit onderwerp raad ik aan om dit artikel uit 2006 over wedges te lezen. Het artikel gaat over de aanpak die Rob Socolow en Stephen Pacala, beide Princeton, hebben geïntroduceerd. Waarbij een wedge een techniek is die in 2055 de emissie met 1 miljard ton CO2 kan hebben verminderd, bv. de inzet van kernenergie, energiebesparing in gebouwen of de inzet van zonne-energie. Princeton onderscheidt op haar website momenteel 15 technologieën die een wedge vormen, waarvan maar 6 met energieproductie te maken hebben. Een uitgebreidere bron van beschikbare technieken die doorontwikkeld en geïmplementeerd moeten worden vind je bij het Internationaal Energie Agentschap, waarbij ze ook aangeven of een techniek op het goede spoor is om zijn bijdrage te leveren. Ook het IEA kijkt verder dan enkel de inzet van (duurzame) energie. Een toegankelijke database vol met mogelijke oplossingen wordt ook geboden door Project Drawdown. Wederom een berg maatregelen die verder gaan dan duurzame energie, waarmee de stelling van Gibbs en Moore dat er enkel focus ligt op duurzame energie wederom gefalsificeerd is. Voor wie een combinatie tussen sociale en ecologische grenzen zoekt kan ik Donut economy van Kate Raworth aanraden.

Het centrale plaatje van haar theorie staat hierboven. Volgens Raworth hebben mensen behoefte aan een zeker minimum aan voorzieningen, zoals onderdak, vrede en gerechtigheid, energie en voedsel. Wanneer er te veel wordt geconsumeerd lopen we echter tegen ecologische grenzen aan, bijvoorbeeld in de vorm van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies of tekorten aan water. Toch niet echt een voorbeeld van enkel kijken naar duurzame energie….

Overbevolking en overconsumptie

Aan het eind van de film schakelt de film zonder goede onderbouwing over naar het feit dat overbevolking en overconsumptie het werkelijke probleem zouden zijn. Los van het feit dat ik me afvraag hoe je in korte tijd de wereldbevolking terug zou kunnen dringen is het een typisch hondenfluitje voor racistische reacties. Want welke bevolkingsgroepen willen Moore en Gibbs dan terugdringen? En hoe zien ze dat voor zich? Daarbij: er wordt al decennia bevolkingspolitiek bedreven. Soms met gruwelijke bijwerkingen, zoals bij de eenkindpolitiek in China. Reden waarom de focus steeds meer verschoven is naar indirecte vormen van geboortebeperking door te investeren in beter onderwijs voor meisjes en in gezinsplanning. Maatregelen die langzaam maar zeker hun vruchten afwerpen, al geldt dat zeker niet voor alle landen. Wereldwijd gezien daalt het aantal kinderen per vrouw al sinds de jaren 50. Uit mijn hoofd zijn er ongeveer 2,2 kinderen per vrouw nodig om de bevolking stabiel te houden, op Afrika na zaten alle continenten daar in 2015 onder.

Brian Kahn trekt het overbevolkingsverhaal nog een stapje verder:

If renewables are so bad, then what does a few million less people on the planet going to do? Oh, and who are we going to knock off or control for? Who decides? How does population control even solve the problem of corporate influence on nonprofits and politics?

Vragen waar de documentaire geen antwoord op geeft. Wellicht dat een van de lezers van Sargasso antwoord kan geven op de vraag hoe je op een ethisch verantwoorde manier 90 tot 95% CO2 reductie bereikt via bevolkingspolitiek en zonder aanpassing in onze levensstijl of overschakeling op duurzame energie.

Een tweede punt dat de documentaire aanhaalt is overconsumptie. Bezien vanuit de donut van Kate Raworth zijn er ongetwijfeld delen van de wereld waar de consumptie op een niveau ligt waardoor ecologische grenzen worden overschreden. In Nederland zijn de grenzen die het meest recent knellen klimaatverandering, neerslag van stikstof en chemische verontreiniging (pfas). Tegelijkertijd zijn er delen van de wereldbevolking waar de consumptie zo laag ligt dat niet voldaan wordt aan een sociaal minimum. Denk aan de beschikbaarheid van energie, voedsel of vrede in grote delen van de wereld. Is er dan sprake van een totale overconsumptie? Eerder van een gebrek aan spreiding van consumptie over de wereld. Al heb ik zo’n vermoeden dat een deel van de mensen die verheugd reageert op de kritiek van de film op duurzame energie het maar lastig gaat vinden als we geld gaan overmaken naar Zuid-Europa of Afrika om mensen daar binnen de donut te krijgen… Hetzelfde geldt denk ik voor de benodigde aanpassingen in onze levensstijl om de het aandeel in de CO2 uitstoot waarvoor de rijkste 10% verantwoordelijk is terug te brengen. Al helemaal als we duurzame energie daarbij uitsluiten als oplossing voor een deel van het terugdringen van onze CO2 emissies.

Vraagtekens bij biobrandstoffen/biomassa

De film zet terecht vraagtekens bij bepaalde vormen van biobrandstoffen en biomassa. Vraagtekens die al jaren gezet worden, deSER bracht in 2010 al een advies uit over de kansen en dilemma’s van een biobased economy. De discussie over het maken van ethanol van mais loopt al zeker 10 jaar, aangezwengeld door met name de milieubeweging en ontwikkelingsorganisaties zoals OxfamNovib. Onder het motto geen voedsel in de tank verzetten zij zich al jaren tegen deze zogenaamde eerste generatie biobrandstoffen, die gemaakt wordt van voedselgewassen. Een van de redenen is dat buitenlandse investeerders massaal grond opkochten om er grondstoffen voor biobrandstoffen op te verbouwen in plaats van voedsel. De tweede generatie biobrandstoffen wordt veelal gemaakt van afval, zoals frituurvet of kadavers. Ook over het gebruik van deze biobrandstoffen bestaat al jaren discussie. Reden voor Nederland om al zeker sinds 2012 in te zetten op geavanceerde biobrandstoffen op basis van algen en bacteriën. In 2019 nam de EU nieuwe duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen aan. Daarmee is de discussie niet volledig weg, maar neemt de EU onder druk van actievoerders en groene partijen wel maatregelen om een deel van de nadelen tegen te gaan. Ontbrekende figuren onder die actievoerders het afgelopen decennium: Michael Moore en Jeff Gibbs. En ik vermoed een heleboel andere mensen die nu dwepen met de negatieve aspecten van biobrandstoffen. De grote palmolieplantages ontging het nieuws vorig jaar niet.

Ook bij de inzet van biomassa voor energie zijn de nodige vraagtekens te zetten. Al is het ook daar wel zaak om niet alles over een kam te scheren. Maar vooral ook om te zien vanuit welke hoek de afgelopen jaren gestreden is voor verbeteringen of afbouw van de inzet van biomassa. Op landelijk niveau zijn het vooral GroenLinks, D66, CU en PvdD en in mindere mate SP en PvdA geweest die zich tegen de inzet van biomassabijstook in kolencentrales hebben gekeerd. De namen Michael Moore en Jeff Gibbs zijn daarbij nooit gevallen. Ook een deel van de mensen die zich nu op twitter druk maken over de stikstofemissie van biomassaverbranding heb ik niet gehoord toen in 2009 te maken kreeg met dilemma’s rond de extra stikstof van een op biodiesel gestookte energiecentrale op de Maasvlakte. Ik heb ook zo’n vermoeden dat een aanzienlijk deel van de mensen die naar aanleiding van deze film tegen de inzet van biomassa ageert niet weet hoe de partij waarop ze de afgelopen decennia hebben gestemd hier tegenover staat. In de peilingen van de VVD is er in ieder geval niets te merken van weerstand tegen biomassa.

De situatie bij biogas ligt ook genuanceerd, biogas gemaakt van een rioolwaterzuivering of afgevangen van een vuilnisbelt zorgt voor weinig controverse. Lastiger ligt het al als er met subsidie mest vergist wordt. In hoeverre houdt dat de intensieve veeteelt in stand? Ook dat is een discussie die al jaren gevoerd wordt.

Dat nuances ten aanzien van bio-energie geen plaats krijgen in de film van Gibbs vind ik kwalijk, dat mensen die betrokken zijn bij bio-energie geen pakkende one-liner hebben als antwoord vind ik logisch. Het gaat niet over wapenbezit, het gaat over een van de lastigste en taaiste onderdelen van de energietransitie. Een onderdeel waar in de Tweede Kamer en in het Europees Parlement al jaren met regelmaat over gedebatteerd wordt. Met een beetje zoeken op internet kom ik ook Amerikaanse studies en artikelen tegen uit 2006 die soortgelijke discussies oproepen ten aanzien van biobrandstoffen van mais als de film van Moore en Gibbs doet. Dat zij er pas in 2020 mee komen doet me in herhaling vervallen: onder welke steen hebben ze al die tijd zelf gelegen?

Wind- en zonne-energie

Het vermakelijkst wordt het eigenlijk bij zon- en windenergie. Ik ben geen techneut, maar kon een deel van de fouten er desondanks zelf al uitvissen bij het kijken naar de film. Zo gaat het bij minuut 15 van de film over een zonnedak met een efficiency van de cellen van 8%. Eerder deze week maakt het Chinese Trina Solar bekend te starten met de productie van zonnepanelen van 515 Wattpiek met een cel efficiency van 21%. De fabrikant verwacht dit op korte termijn verder op te kunnen voeren naar 24%, drie keer zo efficiënt als de panelen uit de film van Gibbs. De beelden zijn dan ook van 10 jaar terug. Alsof je online sociale netwerken gaat bespreken aan de hand van Hyves en MySpace…

Een andere simpele om er uit te vissen was de levensduur van zonnepanelen: 10 jaar wordt zonder tegenspraak beweert in de documentaire. Zonnepanelen kunnen echter veel langer mee. Zelfs Shell zonnepanelen uit 2000 doen het nog steeds. De prestaties van zonnepanelen gaan wel langzaam achteruit, de degradatie in prestaties is zo’n 0,8% per jaar. Voor een van de projecten waar ik zelf bij betrokken ben geweest vanuit onze lokale energiecoöperatie hebben we een opbrengstgarantie voor 16 jaar, leveren de zonnepanelen te weinig op dan krijgen we geld van de installateur.

De film bevat de misvatting dat er altijd fossiele centrales altijd moeten draaien staan om variaties in wind- en zonne-energie op te vangen, wat niet waar is. Zie voor de uitleg hierover deze blog van Jasper Vis. Ook het idee dat de CO2-winst van windenergie teniet wordt gedaan door het dalende rendement van fossiele centrales is borrelpraat, die we in Nederland kennen van de hand van Le Pair en recenter van Van Erp.

Natuurlijk komt ook Duitsland voorbij waarbij in een aantal fragmenten wordt gesproken over het grote aandeel groene stroom, om door te gaan met een shot van het aandeel duurzame energie. Alsof elektriciteit en energie hetzelfde zijn. Daarbij stelt de documentaire ook dat de CO2 emissie in Duitsland niet gedaald is door de overgang naar groene stroom. Wat aantoonbaar onjuist is:

Duitsland zet daarbij, anders dan Nederland, veel minder in op biomassa. Ook is de productie van CO2 arme elektriciteitsbronnen sinds 2002 gestegen, ondanks het afschakelen van kerncentrales. Je kan discussiëren of Duitsland verder was geweest als het zijn kerncentrales open had gehouden en de kolencentrales uit had gezet. Dan ga je echter voorbij aan de politieke realiteit in Duitsland, waar tot een paar jaar geleden weinig steun was voor het aanpakken de kolensector, en aan het feit dat Duitsland het aandeel groene stroom veel sterker heeft laten stijgen dan bijvoorbeeld Frankrijk.

Ook de CO2-emissies over de hele levenscyclus van wind en zon zijn laag. Vele malen lager dan de emissies van de alternatieven: olie, gas en kolen.

Een ander punt waarop Jeff Gibbs de plank zacht gezegd misslaat ten aanzien van Duitsland is als hij de Turkse LNG-haven Dörtyol in Duitsland situeert.

Bij energiedeskundige Thijs ten Brinck en bij Jasper Vis staan uitgebreidere overzichten van hele en halve onwaarheden ten aanzien van energie die de film aanhaalt, die ga ik hier niet allemaal herhalen. Ketan Joshi heeft een uitgebreider overzicht staan van de fouten ten aanzien van Amerikaanse energieprojecten en foto’s waarmee je zelf kunt bepalen of je de landschappelijke impact van een windpark echt vergelijkbaar vind met kolenwinning m.b.v. ‘mountain top removal’.

Elektrische auto

De film stelt ook de elektrische auto ter discussie. In de film zit onder andere een fragment van de introductie van een Chevy Volt. Jasper Vis achterhaalde dat het fragment waarschijnlijk uit 2010 stamt. Op de vraag hoe de elektrische auto geladen wordt is het antwoord van de vertegenwoordiger van het lokale energiebedrijf (Lansing Board of Water & Light) 95% kolenstroom. De tijd heeft sindsdien niet stilgestaan. Zo is Chevrolet gestopt met de Volt en heeft het energiebedrijf besloten om in 2020 de laatste kolencentrale te sluiten. De kolencentrales zijn vervangen door een combinatie van gascentrales en duurzame energie. Wat dat fragment dus vooral duidelijk maakt is hoe dynamisch de elektriciteitsmarkt is en hoe belangrijk het is om bij het beoordelen van elektrificatie niet alleen te kijken naar de huidige stand van zaken, maar vooral ook naar de toekomstige ontwikkelingen in de elektriciteitsssector.

Die toekomstige ontwikkeling laat zien dat ook gascentrales het steeds lastiger krijgen, met name de piekcentrales. Zon en wind in combinatie met twee uur opslag is volgens Bloomberg New Energy Finance nu de goedkoopste optie in de Europa, China en Japan. En ja, de winning van grondstoffen voor energieopslag heeft sociale en milieuproblemen. Dat is geen reden om deze technologie bij het schroot van de geschiedenis te zetten, maar reden om mijnbouwbedrijven en hun afnemers aan te blijven spreken op hun verantwoordelijkheid, of om rechtszaken tegen dergelijke bedrijven te starten. Zoals zowel milieuorganisaties als ontwikkelingsorganisaties dat al decennia doen. Het gebruik van halve of hele onwaarheden, zoals Gibbs doet, helpt je zaak daarbij niet vooruit. Het gebruik van goed gedocumenteerde feitelijke informatie wel.

Miljonairs/miljardairs: filantropen vs belasting betalen

De film geeft ook kritiek op de rol van miljonairs en miljardairs, en dan met name het geven van geld aan goede doelen. Een kritiek die ik deel en die ook in de milieubeweging en bij ontwikkelingsorganisaties al langer weerklank vind. Denk bijvoorbeeld aan de eerlijk om campagne van Milieudefensie, of aan de focus van Oxfam Novib op belastingontwijking en groeiende ongelijkheid tussen arm en rijk. Aandacht die van oudsher ook te vinden is bij GroenLinks, PvdA, PvdD en SP. Hoewel ieder van deze vier partijen op zijn eigen manier worstelt met het samenbrengen van sociale en groene doelstellingen kan toch moeilijk gezegd worden dat ze de afgelopen decennia daar niet mee bezig zijn geweest zoals Moore en Gibbs beweren. Ook in Amerika is eerlijkere belastingbetaling al langer een thema. En vorig jaar haalde Rutger Bregman in Davos uit naar de gebrekkige belastingmoraal van de rijken:

Dat de aandacht niet wijzigingen in beleid heeft geleid daar mag je zeker kritisch op zijn. Het lijkt me dan meer voor de hand om na te gaan wat er geprobeerd is om de belastingdruk van arbeid terug te schuiven naar kapitaal, dan om te laten zien dat ook duurzame energie het speelterrein is van het grote bedrijfsleven. Je zou je ook kunnen afvragen waarom duurzame energie anders zal zijn dan andere sectoren? Gelet op het terugkeren van het thema bij Michael Moore zou ik wat meer zelfreflectie verwachten. Al vanaf Roger & me richt hij zich tegen de praktijken van het grootkapitaal. Blijkbaar zonder veel succes. Wat kan hij daar zelf beter aan doen? Wat heeft ie verkeerd gedaan? Geen woord erover in de documentaire.

Zoals de documentaire in het deel over Duitsland ook geen woord wijd aan de burgerenergiecoöperaties. Terwijl dat nou juist een van de hoopvolle kansen van duurzame energie is als het gaat om het aanpakken van de invloed van het grootkapitaal. In Duitsland was in 2016 42% van de geïnstalleerde capaciteit in handen van burgers, in 2012 was dit 46%. Dat laat zien dat het aandeel daalt, maar nog steeds aanzienlijk is. In een documentaire die de impact van het grootkapitaal wil bekritiseren zou je toch verwachten dat er aandacht is voor dit voordeel van duurzame energie. Aan gebrek aan Engelstalige literatuur hierover hoeft dat niet te liggen, want er zijn verschillende goede Engelstalige informatiebronnen ook speciaal voor journalisten.

In Nederland is er ook een groeiend aantal lokale energiecoöperaties actief, zowel op het gebied van energieproductie als op het gebied van de warmtetransitie. In het Nederlandse klimaatakkoord zijn afspraken opgenomen over lokale participatie en over het streven naar 50% lokaal eigenaarschap. Dikke kans dat wie wat wil doen tegen een kapitalistisch systeem waar enkel winst voor de aandeelhouder telt zich kan aansluiten bij een lokale energiecoöperatie in de buurt. En als duurzame energie niet je ding is, maar je wil je op een van de andere benodigde wedges inzetten dan zijn er ook voldoende initiatieven te vinden. Bijvoorbeeld voor regeneratie van landbouwgronden of lokaal voedsel.

Reactie op de kritiek

Michael Moore, Jeff Gibbs en Ozzie Zehner hebben inmiddels ook gereageerd op de kritiek (zie hierboven). In hun reactie stellen ze dat hun hoofdboodschap is dat enkel overschakelen op groene energie niet gaat werken, dat er veel meer problemen zijn. Bijvoorbeeld overbevissing en een landbouwsysteem dat drijft op fossiele energie, ontbossing en aantasting van de biodiversiteit. Ook stellen ze dat ze niet geloven in oneindige economische groei op een eindige planeet. Door te blijven doen alsof dat onderwerpen zijn die bij de traditionele milieubeweging niet op de agenda staan schetsen ze een karikatuur van de milieubeweging.

Daarbij hebben ze hun boodschap verpakt in een belabberd slechte documentaire gevuld met halve waarheden en stropopargumenten. Dat maakt het lastig om hun verhaal serieus te nemen en de vele fouten leiden af van de werkelijke discussie. Bij de mensen die dat wel doen blijft vooral de boodschap hangen dat duurzame energie en elektrische auto’s slecht zijn. Ik kom bij weinigen het besef tegen dat Moore en Gibbs en andere boodschap verpakt hebben in hun documentaire. Van de zelfreflectie waar Michael Moore toe oproept kom ik erg weinig tegen bij hemzelf. In hun reactie wijden ze geen enkel woord aan de steun die hun film krijgt onder pseudo-sceptici en de wijze waarop deze film de aandacht afleidt van de werkelijke discussies.

Conclusie

Moore, Zehner en Gibbs tonen met hun documentaire vooral aan slechte researchers te zijn als het gaat om duurzame energie en de milieubeweging. Ze zetten een vals beeld van de milieubeweging neer om die vervolgens met veel misbaar neer te halen. Daarbij onderbouwen ze hun argumenten dat het kapitalistisch systeem, overbevolking en overconsumptie de hoofdoorzaken van alle problemen zijn slecht.

Michael Moore toont ook weinig reflectief vermogen: hoe komt het dat de kritiek die hij al sinds Roger & me tegen het kapitalistisch systeem ventileert de afgelopen decennia nauwelijks weerklank heeft gevonden in de politiek? Zijn antwoord dat dat door de groene beweging komt is ver van de waarheid en overtuigd niet. Gibbs, Zehner en Moore leggen ook niet uit hoe het tegengaan van overbevolking gaat leiden tot 90 tot 95% CO2 reductie. Hetzelfde geldt voor het aanpakken van overconsumptie. De slotbeelden van een oerang oetan in een neergehaald bos past ook in het geheel niet bij de film, waarin geen enkel aandacht wordt gegeven aan biobrandstoffen van palmolie. De focus ligt voornamelijk op Amerikanse biomassa en biobrandstoffen, een zielige grijze eekhoorn was meer op zijn plaats geweest.

Is het mogelijk om kritiek te hebben op zonne-energie, windenergie en biomassa? Zeker, maar dan wel op basis van kloppende feiten. Het laatste wat nodig is is een extra bron van misinformatie. Als ik ervan uitga dat Moore en Gibbs duidelijk hebben willen maken dat klimaatverandering niet het enige probleem is en dat duurzame energie alleen het klimaatprobleem niet gaat oplossen, dan schiet de film zijn doel ver voorbij. Wat blijft hangen bij neomalthusianen is dat overbevolking het probleem is, bij mensen die tegen het kapitalistisch systeem zijn dat het groot kapitaal en overconsumptie het probleem zijn, en bij tegenstanders van duurzame energie dat duurzame energie het probleem is. Die laatste boodschap blijft ook hangen bij mensen die door mensen veroorzaakte klimaatverandering ontkennen. Ik schat de kans dat mensen die geloven dat CO2 geen klimaatverandering veroorzaakt na het zien van de film begrijpen dat duurzame energie onvoldoende is en dat ze hun levensstijl aan moeten passen om binnen ecologische grenzen te blijven nihil.

Wil je meer informatie over de film dan heb ik hieronder een (niet uitputtend) lijstje van mogelijke bronnen:

Dit bericht is een bewerking van een bericht dat eerder is gepubliceerd op Sargasso.

Kabinetsmaatregelen om te voldoen aan uitspraak Klimaatzaak

Na jaren van talmen en in beroep gaan heeft het kabinet vandaag maatregelen aangekondigd om de door de Hoge Raad bevestigde uitspraak in de Klimaatzaak te voldoen. Nederland moet volgens het vonnis de uitstoot van CO2 dit jaar met 25 procent terugbrengen ten opzichte van 1990. Uit berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat het Kabinet niet verder dan 19 tot 21 procent komt. Het nu gepresenteerde pakket levert bij daadwerkelijk uitvoer 8 megaton CO2 reductie op, dit komt bovenop de 4 megaton die eerdere maatregelen op leveren.

Maatregelen

Het kabinet wordt incidenteel geholpen bij het bereiken van deze doelstelling door het coronavirus. Dat levert echter geen structurele CO2-reductie op. Het Kabinet komt daarom met maatregelen om de CO2-emissie van kolencentrales te beperken door middel van een uitstootplafond. Ook breidt het kabinet de regeling reductie energieverbruik uit met 150 miljoen Euro, waarmee mensen compensatie kunnen krijgen voor bijvoorbeeld LED-lampen of het goed inregelen van hun verwarmingsinstallaties. Naast huiseigenaren kunnen ook huurders en MKB-bedrijven van deze regeling gebruikmaken. Woningcorporaties krijgen een korting op de verhuurdersheffing als ze investeren in verduurzaming van woningen. Hiervoor stelt het kabinet 150 miljoen euro beschikbaar. Mensen die een oude koel- of vrieskast inleveren, krijgen hiervoor een retourpremie van minimaal 35 euro bij aankoop van een nieuwe. Verder is het kabinet in gesprek met een aantal bedrijven over versnelde ombouw van installaties en het extra terugdringen van de uitstoot van lachgas (een sterk broeikasgas).

Reactie Urgenda

Urgenda, dat de Klimaatzaak in 2015 aanspande, noemt het pakket in haar reactie veelbelovend en een grote stap voorwaarts:

Maar liefst 30 van de 54 maatregelen uit het “54puntenplan” dat Urgenda met 800 organisaties als oplossing aan bood aan het kabinet, lijken uiteindelijk geheel of gedeeltelijk uitgevoerd te gaan worden. Daarmee kiest het kabinet niet alleen voor de goedkoopste optie (kolencentrales geheel of deels sluiten), maar ook voor maatregelen die zorgen voor draagvlak, een lagere energierekening, schonere lucht en meer biodiversiteit. Urgenda is blij dat in het extra pakket van vandaag ook middelen zitten die ook in deze coronacrisis kunnen helpen om meer werk te genereren voor het MKB en zelfstandigen. Het extra pakket bevat ook maatregelen die zorgen voor een lagere energierekening, vooral ook voor huurders en mensen met minder draagkracht, die daardoor blijvend lagere energiekosten kunnen krijgen.

Een deel van de 30 maatregelen die geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd waren al aangekondigd, zoals de grootste maatregel (nr.  54): 2 miljard extra voor de volgende SDE+ ronde waardoor vele daken zullen worden vol gelegd met zonnepanelen. Dat in combinatie met de verlenging van de salderingsregeling van 2020 naar 2023 met langzame afbouw naar 2031 (maatregel 9) en de uitvoering van maatregel 21 (het inzetten van reservetransformatoren voor het aansluiten van zon- en windprojecten) levert flink meer duurzame energie op. Daarnaast zij er veel maatregelen gekozen die energie besparen.

Ook enkele ‘groene’ maatregelen worden uitgevoerd. Hieronder valt bijvoorbeeld uitbreiding van bos en duurzamer bosbeheer (735), is er 30 miljoen euro beschikbaar voor led-verlichting in kassen (24), 60 miljoen extra voor de krimp van de varkenssector (22) en binnen het stikstofpakket nog eens 300 miljoen per jaar voor het helpen stoppen van andere veehouders (253). Maatregel 49 -groen en gezond wonen – krijgt ‘appreciatie’ van het kabinet en wordt doorgestuurd naar de gemeenten.

Urgenda is ook heel blij met al die maatregelen waarmee de energierekening van burgers omlaag gaat: van radiatorfolie tot ledlampen en stand-by killers. Hiervoor waren in het najaar al diverse subsidiemogelijkheden in het leven geroepen, verlengd of verhoogd en nu trekt het kabinet nog eens extra geld uit voor energiebesparing bij huurders, woningeigenaren en MKB’ers (maatregelen 141526293439414243 en 46).

Verder gaat de overheid beter controleren en handhaven op de wet energiebesparing (81344), meer plastic recyclen (3247), is er 10 miljoen uitgetrokken voor duurzamer asfalt (37), daken van overheidsgebouwen vol leggen met zonnepanelen (20), scholen stimuleren om te verduurzamen (23), energie coöperaties beter ondersteunen (33), rijden we geen 130 meer (3) en wordt duurzamer rijden gestimuleerd (25).

Conclusie

De aankondiging van de maatregelen om te voldoen aan het vonnis in de Klimaatzaak zijn

goed nieuws voor de rechtstaat: het kabinet is ondanks de coronacrisis van zins om zich te houden aan de uitspraak van de rechter. Het is ook goed nieuws voor degene die inzetten op een Green New Deal ter bestrijding van de economische kant van de coronacrisis, want het kabinet verwacht dat het maatregelenpakket zorgt voor een economische impuls in sectoren als de installatiebranche.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Voorwaarden aan bedrijfssteun in coronatijd

Al weken klinkt er vanaf verschillende kanten de roep om eisen te stellen aan steun voor bedrijven, zowel in Nederland als internationaal. Het Kabinet is er echter nog niet van overtuigd dat dit mogelijk is, getuige het optreden van minister Kaag bij Wakker Nederland. Tegelijkertijd worden in andere EU landen de eerste contouren van de steunpakketten duidelijk. In Denemarken en Oostenrijk hebben ze duidelijk minder moeite om eisen te stellen aan bedrijven die overheidssteun willen. Met de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 op komst wordt het steunpakket voor het Nederlands bedrijfsleven de lakmoesproef voor partijen: zijn het mooie woorden over aanpak van belastingontwijking, beloningsbeleid en duurzaamheid, of horen daar ook daden richting het bedrijfsleven bij?

Steunpakket fase 1

In de eerste fase van de coronacrisis heeft het steunpakket zich terecht gericht op het bieden van inkomenszekerheid aan werknemers, zzp’ers en mkb-ondernemers. Of dat noodverband geslaagd is in zijn opzet lijkt me een mooi onderwerp voor een stevige evaluatie. Afgaande op de berichten die ik lees over ontslagen van met name medewerkers met tijdelijke contracten en zzp’ers die zonder opdracht zijn komen te zitten en diverse ondernemers zijn daar vraagtekens bij te plaatsen. Belangrijker is dat in Nederland de flexibele schil kwetsbaar blijkt voor grote verstoringen, omdat velen niet in staat zijn om voldoende buffers op te bouwen in goede tijden.

Steunpakket fase 2

Voor fase 2 is de vraag of en zo ja welke maatschappelijke eisen gesteld gaan worden aan bedrijven die om financiële steun vragen. Waar Minister Kaag zich afvraagt of dat überhaupt kan zijn er al minstens drie voorbeelden binnen de EU waar het gewoon gebeurd: Polen, Denemarken en Oostenrijk. In Polen komen alleen bedrijven die in Polen vennootschapsbelasting betalen of dat binnen 9 maanden gaan doen in aanmerking voor overheidssteun. In Denemarken heeft de overheid bekend gemaakt dat bedrijven die dividend uitbetalen, aandelen terugkopen of geregistreerd staan in belastingparadijzen niet in aanmerking komen voor de steunprogramma’s, die onder andere bestaan uit leningen en garantstellingen. Daarmee is steun enkel beschikbaar voor bedrijven die in goede tijden ook hun eerlijke financiële bijdrage leveren aan de Deense samenleving. Een prima startpunt voor politieke partijen die belastingontwijking aan willen pakken, al is die registratie in een belastingparadijs wat lastig voor belastingparadijs Nederland… Vervangen van de vestiging in een belastingparadijs door de eis dat een bedrijf geen ruling met de belastingdienst heeft om de belastingafdracht te verlagen en deze gedurende de looptijd van de steunmaatregel niet zal sluiten kan een alternatief zijn.

In Oostenrijk wordt ondertussen ook gewerkt aan eisen aan staatssteun. De regeringscoalitie van OVP en groenen lijkt een pakket op te leveren waarbij aan de ene kant ingezet wordt op garanties voor baanbehoud in Oostenrijk en aan de andere kant klimaateisen. Zo lijkt Austrian Airlines, dat onderdeel is van Lufthanse Group, geconfronteerd te gaan worden met eisen om banen in Oostenrijk te behouden en om te vergroenen. De discussie over baanbehoud tussen het Oostenrijkse Austrian Airlines en het Duitse moederbedrijf Lufthansa is vergelijkbaar met de Nederlandse discussie hierover tussen Air France en KLM. De huidige marktomstandigheden, waarbij KLM een fors steunpakket nodig lijkt te hebben bieden meer kansen op invloed op de plaats van KLM binnen de alliantie Air France – KLM dan het kopen van een aandeel in Air France – KLM. De klimaateisen aan Austrian Airlines waar Oostenrijk aan denkt kunnen als voorbeeld dienen voor Nederland. Maatregelen waar aan gedacht wordt zijn bijvoorbeeld beperking van het aantal korte vluchten, samenwerking met treinmaatschappijen, inzet van duurzamere brandstoffen en stevigere belastingen op vliegen.

In een interview met het Oostenrijkse Kurier geeft de Oostenrijkse Minister van Milieu Gewessler dat het stellen van klimaateisen voor haar de norm dient te zijn bij steun aan bedrijven. Daarmee lijkt de inzet breder dan enkel voor Austrian Airlines te gelden. Wat ook blijkt uit de voorbeelden die ze geeft. Een daarvan is de Oostenrijkse subsidie voor het vervangen van oliekachels, die regionale werkgelegenheid oplevert en het klimaat ten goede komt.

Ook Partij voor de Dieren, SP, GroenLinks en PvdA pleiten inmiddels voor het stellen van strenge maatschappelijke eisen aan bedrijven die overheidssteun willen. Klaver wil eisen dat bedrijven geen bonussen betalen aan hun topmensen. Dat ze geen dividend aan aandeelhouders mogen betalen en dat ze geen eigen aandelen mogen opkopen. Ook moeten bedrijven werk maken van verduurzaming en dat bedrijven niet gevestigd zijn in een belastingparadijs. Al blijft die laatste eis in mijn ogen lastig voor een land dat zelf een belastingparadijs is…

Wet- en regeling op orde brengen

Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad in de klimaatzaak en de uitspraak van de Raad van State over de programmatische aanpak stikstof is het hoog tijd dat Nederland werk gaat maken van milieubeleid. Niet meer door te roepen dat we niet het schoonste jongetje van de EU hoeven te zijn, want dat zijn we gelet op de twee rechterlijke tikken op de vingers van Nederlandse beleidsmakers niet meer. Eerder wordt het tijd om de wet- en regelgeving daadwerkelijk gereed te maken voor de broodnodige verduurzaming van de Nederlandse economie. Behalve het moderniseren van de elektriciteitswet, de gaswet en de warmtewet hoort daar ook bij dat maatregelen om uit de stikstofcrisis te geraken en maatregelen uit het Klimaatakkoord, zoals de invoer van de CO2-prijs, niet op de lange baan geschoven worden. Zeker gemeenten, provincies en waterschappen en een deel van het bedrijfsleven hun verantwoordelijkheid wel pakken en wel doorgaan met het uitvoeren van de afspraken uit het Klimaatakkoord. Soms met vertraging, omdat besluitvorming en participatie over bijvoorbeeld de regionale energiestrategieën nu in een ander tempo lopen, soms nog steeds sneller dan afgesproken. Een voorbeeld van die versnelling zit bij de grond-, weg- en waterbouw, waar aannemers en leveranciers samen werken aan het bereiken van een emissieloze bouwplaats in 2026 in plaats van in 2030, zoals vastgelegd in het nationale Klimaatakkoord.  Om de koplopers te belonen

Het wegvallen van een deel van het wegverkeer biedt ook kansen voor gemeenten, bijvoorbeeld om straten voetganger- en fietsvriendelijker in te richten of om de snelheden blijvend aan te passen. Lagere snelheden hebben vanuit verkeersveiligheid namelijk grote voordelen, terwijl de effecten op binnenstedelijke reistijd beperkt zijn.

Voordelen

Het wegvallen van een deel van het wegverkeer en een groot deel van het vliegverkeer blijkt grote voordelen te hebben. Zowel als het gaat om vermindering van het aantal files en verbetering van de gezondheid als waar het gaat om verlaging van de overlast door luchtvervuiling en geluid. Een ander mooi bijeffect dat ik dagelijks zie in de straat waar ik woon is dat de straat weer van de kinderen is in plaats van dat deze toebehoort aan rond razende blikken op de weg.

Slotsom

Hoog tijd dus voor Nederlandse ambtenaren en politici om hun lofzang op het Deense model uit te breiden tot het leveren van een eerlijke bijdrage door bedrijven aan het collectief. Kunnen ze het meteen aanvullen met een lofzang op het Oostenrijkse model voor banenbehoud en klimaat. Van politieke partijen met visie mag je verwachten dat ze zich de komende weken en maanden inzetten om de overheidssteun aan het bedrijfsleven te gebruiken hun lange termijnvisie ten aanzien van de economie en dan met name het bedrijfsleven dichter bij te brengen. Anders dreigt wederom een verloren decennium voor het milieu en voor de aanpak van situaties in het bedrijfsleven, zoals de belastingmoraal van multinationals, die tot veel gekrakeel in de Tweede Kamer leiden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Goed nieuws over mijn doelen voor 2020

Begin dit jaar schreef ik over mijn twee goede doelen voor 2020, wat er door de toevoeging van Groasis uiteindelijk 3 zijn geworden. Tijd om een kleine stand van zaken te geven over hoe het er voor staat, waarbij ik ook meteen een aantal oudere doelen meeneem.

Doelen 2020

Laat ik beginnen met het goede nieuws met betrekking tot onze doelen voor 2020: Land van Ons heeft begin maart het eerste stuk land weten aan te kopen in Drenthe en inmiddels een boer gekozen die de komende jaren op de grond gaat boeren. Land van Ons wil zich namelijk inzetten voor het revitaliseren van landbouwgronden, omdat landbouwgronden vroeger een belangrijke bron waren van biodiversiteit. Daarbij gaan ze voor:

  • Herstel hagen, singels, houtwallen
  • Bemesting aangepast aan de behoefte
  • Herstel temperatuurgradiënten
  • Wisselteelt
  • Bewuste verrommeling (dood hout laten liggen, broeihopen, schuilplaatsen)
  • Voorkomen van verdichting van de grond
  • Herstel mineralenhuishouding
  • Herstel zuurgraad bodem
  • Periodes van rust

Land van Ons stopt met:

  • Chemische gewasbescherming
  • Chemische verdelging van planten
  • Injecteren van drijfmest
  • Gebruik van kunstmest
  • Gebruik van monoculturen raaigras
  • Intensief maaibeleid

Het tweede doel dat ik me gesteld had is van gas af gaan. Inmiddels is ons aardgasverbruik gedaald naar minder dan 150 m3 op jaarbasis. Dus ook daar zijn we aardig op weg.

Bij Groasis is nog weinig verandering te melden, al ben ik er wel achter dat een aantal lezers inmiddels ook een investering hebben gedaan. Wat natuurlijk een bemoedigende gedachte is 🙂

Resultaat Meewind 2019

In 2008 besloot ik mee te doen met een actie om een aanbetaling te doen voor het realiseren van een van de eerste Nederlandse offshore windparken. Dat heeft er toe geleid dat ik sinds 2009 een investering in het Belgische windpark op zee Belwind heb. Een belegging die me geen windeieren heeft gelegd. Het dividend heb ik meestal opnieuw geïnvesteerd in een van de fondsen van Meewind. Hierdoor heb ik inmiddels naast een aandeel in het fonds bestaande parken, ook een aandeel in het fonds nieuwe parken, dat een aandeel heeft in het Nederlandse park Gemini, en in het Energietransitiefonds. Over 2019 hebben alle drie de fondsen een positief rendement geboekt variërend tussen de 8 en de 10%.

Crowdfunding: WakaWaka en Ampyx Power

Buiten de investeringen in directe opwekking heb ik ook een aantal kleine investeringen in producenten van zon en windenergie in Nederland. Het gaat om WakaWaka dat bij de doorstart afspraken heeft weten maken met de nieuwe eigenaar dat de crowdfunders van het eerste uur een aandeel zouden krijgen in het doorgestarte bedrijf. Dit is inmiddels gebeurd.

Ampyx Power is een Nederlandse ontwikkelaar van zogenaamde ‘airborne windenergy’. Oftewel windenergie opwekken met behulp van vliegers of onbemande vliegtuigen. Ondanks de coronacrisis werkt Ampxy Power gestaag door richting een commercieel model. Ampyx Power kiest daarbij voor onbemande vliegtuigen. Ampyx Power is een concurrent van Makani, dat tot februari van dit jaar onderdeel uitmaakte van Google’s moederbedrijf Alphabet.

Daaropgewekt

Behalve investeren in duurzame energie in Nederland investeer ik ook in duurzame energie voor de onderkant van de energiemarkt. Niets zo leuk tenslotte als m’n eigen bewering dat fossiele energie niet de oplossing is voor de onderkant van de energiemarkt dichterbij te brengen door mijn eigen investeringen. Wat ik inmiddels al weer 7 jaar doe. Tijd voor een actualisatie van mijn investeringen.

Ten opzichte van het overzicht in januari heb ik 6 nieuwe investeringen gedaan en zijn er twee investeringen volledig terugbetaald. Het totaal aantal terugbetaalde leningen staat nu op 5. Ook heb ik de eerste leningen af mogen schrijven. De betreffende Afrikaanse provider is in kredietproblemen gekomen. Er is een akkoord met de schuldeisers gesloten, waardoor een deel van de lening niet meer terugbetaald zal worden. Het risico van geld uitlenen aan een bedrijf.

WebsiteProjectTerugbetaald
Energise AfricaAzuri Tech Issue 2: 5% Bond100%
TrineKayenze, Tanzania100%
TrineSolar for Local Businesses, Zambia100%
TrineSolar for Local Businesses, Zambia100%
TrineMwembeshi, Zambia100%
Energise AfricaSolarNow Issue 2: 5% Bond90%
Lend a handSollatek Electronics Kenya 367%
Energise AfricaSunTransfer Kenya: 5.5% Bond33%
Energise AfricaUpOwa – Issue 5: Cameroon 6.75% Bond25%
Energise AfricaAzuri Tech – Uganda SolarPlus 1: 5% Bond25%
Lend a handVITALITE Zambia 425%
TrineBBOXX 5, Rwanda25%
TrineSolarHome, Myanmar22%
Energise AfricaOOLU Solar Issue 9: Mali – 6% Bond20%
TrineDaystar Power 2, Ghana18%
Energise AfricaSolarWorks! Trading B.V. Issue 10: 6% Bond17%
TrineBBOXX 6, Kenya17%
Ecologico75 kWp zonnestelsel Rift Valley Roses10%
TrineDaystar Power 4, Nigeria9%
TrineDaystar Power 3, Nigeria9%
Ecologico276 kWp zonnestelsel Centrale universiteit Onderwijs & administratie0%
Energise AfricaBBOXX Capital Ltd Issue 7: 5.5% Bond0%
Energise AfricaAzuri Luminosa Ltd Issue 4: Zambia – 5.5% Bond0%
TrineDaystar Power 12, Nigeria0%
TrineAzuri 4, Kenya0%
TrineDaystar Power 10, Nigeria0%
TrineDaystar Power 9, Nigeria0%
TrineDaystar Power 8, Nigeria0%
TrineDaystar Power 8, Nigeria0%
TrineDaystar Power 7, Ghana0%
TrineDaystar Power 6, Nigeria0%
TrineKingo 3, Guatemala0%
TrineSolarHome 4, Myanmar0%
TrineGreenlight Planet 2, Kenya0%
Lend a handREDAVIA GmbH0%

Corona als herkansing voor de bankencrisis

In 2009 brak de bankencrisis uit, al snel gevolgd door de eurocrisis. Banken dreigden om te vallen en werden massaal overeind gehouden met staatssteun of door nationalisatie. Het was de eerste economische crisis waarbij het bedrijfsleven achter de schermen aandrong op extra duurzaamheidsmaatregelen. Momenteel zijn veel bedrijven wederom in zwaar weer geraakt door de maatregelen om het coronavirus te beteugelen en wederom klinkt de roep om de crisis aan te grijpen om bedrijven duurzamer te laten opereren. Op Europees niveau werd al gewerkt aan een Green New Deal, een term die tijdens de vorige crisis ook al rondzong. Tegelijkertijd klinkt de roep om bepaalde bedrijven, zoals Air France-KLM, tegen alle mogelijke kosten te redden. Tijd voor een terugblik en om als samenleving randvoorwaarden aan bedrijven die steun willen te formuleren.

Bankencrisis 2009

Tijdens de bankencrisis van 2009 werkte ik bij het Ministerie van Economische Zaken. De roep om duurzaamheidsmaatregelen vanuit het bedrijfsleven riep daar verwarring op, milieu en duurzaamheid hoorde je toch juist uit te stellen bij economische tegenwind? Wat het Ministerie gemist had was de mate waarin een deel van de Nederlandse bedrijven inmiddels meerwaarde wisten te creëren door duurzamer te ondernemen. De strategienotitie over duurzaamheid als kans, waar ik toentertijd aan werkte, werd op hoofdlijnen positief ontvangen door de leden van VNO-NCW. Dat was ook voor het ambtelijk apparaat van VNO-NCW wennen, want het meeste commentaar dat zij voorafgaand aan het overleg met de milieucommissie van VNO-NCW terug hadden gestuurd diende grotendeels als niet verzonden te worden beschouwd. Alleen de kritiek op de inzet op elektrisch rijden mocht ongewijzigd blijven staan.

Bij de Nederlandse banken die wankelden heerste ook onzekerheid over de voorwaarden die het rijk zou kunnen stellen aan staatssteun. Naast eisen aan de beloning voor bestuurders was de verwachting bij een aantal banken dat er eisen gesteld zouden worden ten aanzien van duurzaamheid. Samen met een collega werd ik informeel uitgenodigd voor een aantal verkennende gesprekken, waarvan het belangrijkste doel leek te zijn om te peilen welke voorwaarden er te verwachten waren van het Ministerie van Financiën. Samen met de bankmedewerkers bedachten we een aantal voorwaarden die duurzaamheid vooruit zouden helpen en die tegelijkertijd de internationale concurrentiepositie van Nederlandse banken zou versterken. Bij het Ministerie van Economische Zaken en bij Financiën vonden deze ideeën weinig gehoor, eerst moest de crisis aangepakt worden. Bij de steunpakketten voor de banken en verzekeraars werden dan ook nauwelijks eisen gesteld aan duurzaamheid, maatschappelijk verantwoord ondernemen of beloningsbeleid. Na verstrekking van de steun was er bij de banken ook geen behoefte meer om te praten over verduurzaming. Toen ik dit als gemiste kans van de crisis benoemde in het personeelsblaadje van Economische Zaken kwam dat me op een reprimande van de directie te staan, dat blaadje werd namelijk ook door Tweede Kamerleden gelezen… In het uiteindelijke economisch steunpakket werd wel 30 miljoen Euro uitgetrokken voor het stimuleren van duurzaam ondernemen, een fractie van de steun die aan de banken werd verstrekt en een fractie van wat eisen aan banken en verzekeraars tot effect zouden kunnen hebben gehad.

Coronacrisis

In de huidige coronacrisis wordt er wederom van verschillende kanten opgeroepen om in te zetten op verduurzaming van de economie. Er is een oproep van 170 Nederlandse wetenschappers, de Europese Commissie werkt aan een Green New Deal en 13 lidstaten, waaronder Nederland, roepen op tot een duurzaam economisch stimuleringspakket.

Vooral de oproep van de Nederlandse en Franse overheid roept bij mij vraagtekens op. Van de Europese Commissie wordt een groen stimuleringspakket verwacht, maar tegelijkertijd geen woord over vergroening in het debat over steun aan KLM. Tijdens het coronadebat van woensdag 8 april in de Tweede Kamer stelde PvdA-leider Lodewijk Asscher drie voorwaarden. Er moet rekening worden gehouden met werknemers, de staat moet zeggenschap krijgen en andere aandeelhouders moeten meebetalen. Geen woord over duurzaamheid of klimaatverandering, bij andere partijen is dat helaas niet veel anders in de plenaire zaal. De coronacris biedt echter een prima gelegenheid om de opening van Lelystad Airport en de uitbreiding van Schiphol te stoppen. Dan leeft het Kabinet zelf ook meteen voor wat ze aan de Europese Commissie vraagt: vergroen de economie. Wat betreft zelf meebetalen zou voor ieder bedrijf dat overheidsgeld ontvangt moeten gelden dat de topman fors in salaris terug mag, dat het bedrijf een claimemissie op bestaande aandeelhouders dient te doen, en dat dividend betaling en inkoopprogramma’s van eigen aandelen gestopt dienen te worden.

Luchtvaart

In de huidige coronacrisis zijn het vooral de luchtvaartmaatschappijen die hard schreeuwen om steun. Air France – KLM benoemt zichzelf tot vitale infrastructuur, terwijl je je toch af kunt vragen of het niet de OAD van de luchtvaart is. Tegelijkertijd is al een tijd duidelijk dat de luchtvaart een forse impact heeft op onze leefomgeving en gezondheid. Denk daarbij onder andere aan geluidsoverlast, luchtvervuiling, negatieve effecten op de Nederlandse natuur en de bijdrage van de luchtvaart aan klimaatverandering. Nu luchtvaartmaatschappijen in de touwen hangen en om overheidssteun vragen is het dus hoog tijd om lessen uit de vorige crisis te trekken en dit keer wel eisen te stellen. En vooral om niet in te gaan op de roep van luchtvaartbedrijven om de toch al slappe klimaatdoelen voor de luchtvaart verder te verwateren door het basisjaar aan te passen.

Juist nu de crisis nog volop huishoudt in de luchtvaartsector, want niet voldoen aan de eisen die de samenleving stelt aan overheidssteun betekent faillissement. Gelet op de zware lobby van de luchtvaart tegen milieumaatregelen, het betalen van normale belastingen en accijnzen en de enorme overlast die de luchtvaart voor omwonenden veroorzaakt is dit de ideale kans om de luchtvaart te dwingen weer binnen de grenzen van wat maatschappelijk aanvaardbaar is te functioneren. Het laatste getal dat circuleert voor Air France – KLM is 10 miljard Euro steun. Wat de vraag doet reizen of bij de huidige beurswaarde van krap 2 miljard Euro een nationalisatie niet verstandiger is. Of beter wellicht een faillissement met doorstart, waarbij het bedrijf zich kan ontdoen van bestaande verplichtingen (zoals de lease van voorlopig niet meer nodige vliegtuigen).

Thijs ten Brinck heeft op zijn website vijf aanzetten gegeven voor verduurzaming van de luchtvaartsector. Een mooie aanzet, zelf zou ik zijn idee om ieder jaar de CO2 uitstoot met 3% te verminderen vervangen door het eisen van science based targets. Ik vraag me namelijk af of een lineaire afname van de broeikasgasemissies van de luchtvaart voldoende is om aan de klimaatdoelen van Parijs te voldoen.

Groningen

Door de coronacrisis zou je het bijna vergeten, maar in Groningen wachten nog steeds vele mensen op herstel en versteviging van hun huis. Herstel en versteviging van woningen kan prima samengaan met het verduurzamen van de woningvoorraad in Groningen. Nu de zakken van het Kabinet ongekend diep blijken te zijn in de huidige coronacrisis is het niet meer dan logisch om als de wiedeweerga aan de gang te gaan met deze gigantische opgave en de ereschuld aan de Groningers in te lossen. Groningen als kraamkamer voor het energieneutraal maken van de bestaande gebouwde omgeving. Niets is echter minder waar. De gaskraan gaat weliswaar dicht, daar zijn Groningers met schade aan hun woning niet mee geholpen. Het dichtdraaien van de gaskraan zorgt er wel voor dat de aandacht in Den Haag voor Groningen wegebt. Nog even en Groningen zit met de rekening, terwijl Den Haag kwistig met miljarden strooit naar KLM. Het geld dat het Kabinet wel naar Groningen stuurt lijkt meer op een grabbelton uit de tijd van het Fonds Economische Structuurversterking.

Transitie gebouwde omgeving

Voor de bouw is corona het derde probleem dat zich afgelopen jaar heeft aangediend, na PFAS, dat vooral grondverzetbedrijven raakt, en de stikstofproblematiek. Breder dan in Groningen zijn er dan ook zorgen over het effect van de coronacrisis op de bouw. De verwachting bij sommigen is al dat de huidige crisis er harder in gaat hakken dan de bouwcrisis in 2012. Volgens Cobouw wordt vooral verduurzaming van de bestaande voorraad getroffen door corona. Netbeheerders werken momenteel liever niet bij bewoners binnen en voor veel verduurzamingsoperaties in de bestaande bouw zijn ombouw van de aansluitingen op het gas- en elektriciteitsnetwerk benodigd.

Tegelijkertijd biedt thuiswerken grote kansen in de utiliteitsmarkt, want scholen en kantoren staan grotendeels leeg of worden slechts gedeeltelijk gebruikt. Gebouweigenaren die snel kunnen schakelen kunnen hun bestaande pand verduurzamen, of bestaande apparatuur beter laten inregelen door de installateur. Hetzelfde geld voor zwembaden, die een

Energiesector

In de energiesector liggen verschillende kansen. Op de eerste plaats licht de vraag naar elektriciteit, gas, kolen en olie lager dan gebruikelijk. Deels komt dit door de zachte winter, voor een ander deel door het coronavirus. In de oliesector is de vraag naar kerosine grotendeels weggevallen door de problemen in de luchtvaart. Daar komt de, inmiddels bijgelegde, prijzenoorlog tussen Saoedi Arabië en Rusland van afgelopen weken nog bovenop. Het heeft er voor gezorgd dat de tankopslagbedrijven overvol zitten en dat olietankers als drijvende opslag voor olie worden gebruikt. De verwachting van analisten is dan ook dat de productiebeperking onvoldoende is om de terugvallende vraag te compenseren. Al steeg de olieprijs gisteren wel. In Amerika heeft het eerste schalieoliebedrijf inmiddels surseance van betaling aangevraagd en overwegen bedrijven om werkende olieputten te sluiten. Verschillende grote oliebedrijven, zoals Shell en ExxonMobil, hebben aangekondigd hun investeringen fors te verlagen.

De lage olieprijs zorgt daarnaast voor problemen in de toeleverende industrie, zoals Halliburton. Al liggen daar ook kansen, bijvoorbeeld doordat bedrijven die boringen doen nu capaciteit vrij krijgen om naar aardwarmte te boren. Sommigen zien in de problemen die de oliesector momenteel plagen een kans om publieke invloed te gebruiken voor afbouw van de sector.

In de elektriciteitssector zet de wegvallende vraag en de groei van het aandeel groene stroom druk op de elektriciteitsprijs en daarmee ook op de winstgevendheid van kolen- en gascentrales. Daarmee daalt ook de economische waarde van de resterende Nederlandse kolencentrales, wat het sluiten van deze centrales goedkoper maakt. Het sluiten van kolencentrales levert een daling van de stikstof en CO2 uitstoot op. De lage prijs van wind- en zonne-energie maakt het waarschijnlijk onzinnig om extra subsidie hierin te steken. Het ligt meer voor de hand om een stimuleringspakket op te zetten dat knelpunten in de energietransitie kan oplossen, bijvoorbeeld door het stimuleren van demand management, energieopslag en smart grids.

Transportsector

In de transportsector is de verkoop van auto’s wereldwijd aan het dalen. Michael Leibrecht van Bloomberg New Energy Finance stelt voor om autofabrikanten niet te ondersteunen met geld, maar met maatregelen die ervoor zorgen dat ze een enorme vraag naar nul-emissie voertuigen kunnen verwachten. Bijvoorbeeld door pakketbezorgers en webwinkels te stimuleren om hun bestellingen met nul-emissie voertuigen te bezorgen. Hetzelfde geldt voor deelauto’s (GreenWheels ed), taxi’s, doelgroepenvervoer, voertuigen van overheidsdiensten en het openbaar vervoer.

Cultuursector

De grote ontbrekende sector, die momenteel keihard geraakt wordt is de culturele sector. In de gebouwen van de culturele sector valt ongetwijfeld duurzaamheidswinst te boeken. Belangrijker dan dat is dat veel artiesten en culturele instellingen ook zonder het covid-19 virus al moeite genoeg hadden om het hoofd boven water te houden.

Slotoverweging

In alle stimuleringsplannen die gemaakt wordt, of ze nu groen zijn of niet, blijft de alles overheersende vraag: Redden we mensen of redden we bedrijven? In 2008 was het antwoord: we redden banken en verzekeraars. Nu 10 jaar later is het de vraag of daarvan geleerd is. Zo niet, dan kunnen de midden-partijen zich naar mijn mening opmaken voor een stevige verdere opmars van wat ze als populisme zien in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen in 2021.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Kabinet gedoogt vliegvelden

Vorig jaar september werd duidelijk dat de Nederlandse luchthavens niet over een natuurvergunning beschikken. De Schiphol Groep beweerde toen nog dat er geen natuurvergunning nodig zou zijn voor de vliegvelden. Minister Schouten komt tot een andere conclusie, maar geeft de vliegvelden een half jaar om alsnog een natuurvergunning aan te vragen. Tot die tijd gedoogt het kabinet de overtreding van de natuurbeschermingswet door overheidsbedrijf Schiphol. Mobilisation for the Environment (MOB), dat vorig jaar aan het licht bracht dat de vliegvelden niet over een natuurvergunning beschikken en dat de programmatische aanpak stikstof (PAS) succesvol aanvocht voor de rechtbank, heeft aangekondigd beroep aan te tekenen tegen het besluit van de minister.

Programmatische aanpak stikstof (PAS): hoe zat het ook al weer?

De neerslag van stikstofoxides en ammoniak (in de pers vaak samengevoegd onder de term stikstof) op Nederlandse natuurgebieden is al jaren te hoog. Dat betekent dat Nederland onder in Europees verband gemaakte afspraken maatregelen dient te nemen om de stikstofdepositie te in natuurgebieden te verminderen. De rijksoverheid tuigde hier een ingewikkelde rekenmethodiek voor op, die het mogelijk maakte om extra neerslag nu te compenseren met toekomstige maatregelen, ook al was het effect van dergelijke toekomstige maatregelen niet altijd duidelijk. In haar advisering over de PAS waarschuwde de Raad van State al dat de PAS aanpak mogelijk in tegenspraak was met Europese regelgeving. Vorig jaar werd dit bevestigd in een rechtszaak die onder andere door MOB was aangespannen. Sindsdien heeft het Kabinet een aantal maatregelen genomen, zoals het verlagen van de snelheid op snelwegen naar 100 km per uur.

Natuurvergunning en krimp

Als bijvangst van de PAS rechtszaak kwam ook naar boven dat veel bedrijven met stikstofuitstoot niet over een natuurvergunning beschikken en dat provincies en rijk hier nauwelijks tot niet op handhaven. Ook de Nederlandse vliegvelden beschikken niet over een natuurvergunning. Reden voor MOB om een handhavingsverzoek tegen Groningen Airport Eelde, Maastricht Aachen Airport, Rotterdam
The Hague Airport, Lelystad Airport, Eindhoven Airport Schiphol Airport. In juli 2019 heeft de Stichting Red de Veluwe een handhavingsverzoekover Lelystad Airport ingediend. Vorige week nam minister Schouten een besluit over deze handhavingsverzoeken, met uitzondering van het handhavingsverzoek tegen het grote vliegverkeer in Lelystad Airport, dat al in december 2019 werd genomen.

De minister concludeert in haar besluiten, in tegenstelling tot wat Schiphol beweerde, dat vliegvelden wel degelijk een natuurvergunning nodig is voor de vliegvelden. Alleen vliegveld Eelde beschikt over een natuurvergunning, het vliegveld Maastricht Aachen Airport valt volgens de minister binnen overgangsrecht. De overige vliegvelden (Schiphol, Rotterdam The Hague Airport, Eindhoven Airport en Lelystad Airport) beschikken niet over een natuurvergunning. Bij Lelystad gaat het niet alleen om de natuurvergunning voor de grote luchtvaart, ook de natuurvergunning voor de huidige kleine luchtvaart mist. De minister weigert te handhaven, ondanks dat er geen zicht is op legalisatie, en geeft de vliegvelden tot oktober om met een verschillenberekening te onderbouwen dat de stikstofuitstoot van het huidige maximale aantal vluchten past binnen hun bestaande vergunningsruimte. Schiphol Group heeft inmiddels een vergunningsaanvraag ingediend voor Lelystad Airport, ook al vonden ze eerder dat er geen natuurvergunning nodig is. Zowel de bestaande kleine luchtvaart als de 45.000 extra starts en landingen van vakantiecharters zal door Lelystad Airport aangevraagd moeten worden. Opvallend in het besluit van Lelystad Airport is dat er te weinig tijd is geweest om een verschillenberekening voor de emissies van de kleine luchtvaart te maken, maar dat het advocatenkantoor dat Lelystad Airport heeft ingehuurd op voorhand wel durft te stellen dat de emissies binnen het plafond uit het aanwijzingsbesluit van 1999 passen.

Als gevolg van de beslissing van de minister dreigt volgens Een Vandaag krimp voor verschillende vliegvelden. Schiphol heeft volgens de minister recht op de stikstofuitstoot die hoort bij 480.000 vluchten, dat is minder dan de 520.000 vliegbewegingen die in 2019 plaats vonden. Eindhoven Airport heeft rechten die stammen uit 2007, de groei in vliegbewegingen sinds die tijd moet opnieuw vergund worden. Het is de vraag of dat past binnen de grenzen uit 2007.

MOB wil in beroep

MOB wil in beroep tegen de besluiten van de minister om de stikstofdepositie van vliegvelden te gedogen. Om de kosten hiervan te dragen hebben ze een crowdfundingactie gestart, die inmiddels het benodigde geld heeft opgehaald. Het Kabinet lijkt in ieder geval niet van plan om de ontbrekende natuurvergunningen bij vliegvelden te gebruiken om de titel ‘groenste kabinet ooit’ in daden om te zetten. Wederom lijkt het er op dat de rechter er aan te pas dient te komen om het kabinet tot actie te dwingen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Hoog tijd om Nederlandse vliegvelden te laten krimpen

Vorig jaar schreef ik dat de rechterlijke uitspraak over de programmatische aanpak stikstof dwingt tot het maken van keuzes. Uit de reactie van Minister Schouten op het handhavingsverzoek tegen vliegvelden van Mobilisation for the Environment concludeer ik dat het Kabinet nog steeds luchtvaart boven de lokale economie lijkt te stellen. En economie boven ecologie. Minister Schouten geeft namelijk aan dat de vliegvelden wel degelijk een natuurvergunning nodig hebben, al blufte Schiphol Group vorig jaar nog dat ze al zo lang bestaan dat ze niet onder de natuurwetgeving zouden vallen.

Tegelijkertijd geeft Schouten aan dat ze niet van plan is om op te treden tegen vliegvelden die niet over een natuurvergunning beschikken. Het ‘groenste Kabinet ooit’ gedoogt de overtreding van de natuurwet door de Nederlandse vliegvelden en geeft ze tot oktober de tijd om hun zaken op orde te krijgen.

Mobilisation for the Environment (MOB) is niet van plan het daar bij te laten zitten en heeft beroep aangekondigd tegen de besluiten van de minister. Om beroep in te kunnen stellen heeft MOB geld nodig, daarom zijn ze een crowdfunding actie gestart. Aangezien krimp van de luchtvaart prima past bij klimaatbeleid en het beperken van het aantal vliegbewegingen hier een zeer effectieve methode voor is heb ik ook mijn bijdrage aan de crowdfundingactie van MOB geleverd. Da’s dus nog een goed voornemen voor 2020: actievoerders blijven ondersteunen.

Een vol jaar met infraroodverwarming

Sinds maart 2019 verwarmen we ons huis met infraroodverwarming. Dat betekent dat we inmiddels een vol jaar stoken op elektriciteit er op hebben te zitten. Huidige stand van zaken: verbruik elektriciteit voor verwarming 3.034 kWh, ongecorrigeerd voor temperatuur. Als ik dat corrigeer voor temperatuur is ons verbruik 3.400 kWh per jaar, het langjarig gemiddelde met cv-ketel was 5.600 kWh per jaar (572 m3 aardgas). Het resterend gasverbruik voor warm water is 1.377 kWh, oftewel 141 m3 aardgas voor warm water.

Het is goed te beseffen dat ik ons gasverbruik om heb gerekend van kubieke meters naar kilowattuur. Waarbij een kubieke meter gas gelijk staat aan 9,77 kWh.

Situatie huis

We wonen in een rijtjeshuis van 119 m2 met bouwjaar 1991 en energielabel C (Rc waardes van de muren 2,5). We hebben al de nodige maatregelen in huis genomen, van een zonneboiler tot zonnepanelen en HR++ ramen op de zuidzijde van de zolder. We verbruiken rond de 700 m3 aardgas per jaar voor verwarming en warm water (omgerekend zo’n 6.800 kWh aan aardgas, waarvan 5.600 kWh voor verwarming), en rond de 3.300 kWh elektriciteit. Ons aardgasverbruik ligt laag doordat we een deel van ons warm water opwekken met behulp van een zonneboiler. Onze stroom wekken we op met zonnepanelen op ons dak (2.300 kWh) en met winddelen (1.500 kWh).

De volgende stap waar we voor stonden was de vraag hoe we ons gasverbruik verder zouden verminderen. Daarbij hadden we grofweg twee opties, die in prijs ongeveer even duur waren. Ofwel een ronde isolatie a 20.000 Euro: 10.000 Euro investeren in een beter geïsoleerde schuifpui, 5.000 Euro voor nieuwe Veluxramen en 5.000 Euro voor het beter isoleren van de spouwmuren. Verwacht effect op ons energieverbruik: 20 tot 30% besparing op het gasverbruik voor verwarming (110 tot 180 m3 aardgas) en een huis waarvan de schil gereed is voor lage temperatuurverwarming, bv m.b.v. een warmtepomp. Of een kleine 10.000 Euro investeren in het installeren van infraroodverwarming in alle kamers in ons huis. Aangezien ik wel van een experiment hou en de infraroodverwarming in onze badkamer goed bevalt viel de keuze op de infraroodverwarming.

Verwachtingen voor installatie

In de Nederlandse modellen, zoals CE’s CEGOIA model, wordt ervan uitgegaan dat infraroodverwarming een rendement van 100% heeft: 1 eenheid elektriciteit produceert 1 eenheid warmte. Dit in tegenstelling tot warmtepompen, de betere weten met behulp van een bron en 1 eenheid elektriciteit 4 tot 5 eenheden warmte te produceren. Dit wordt aangeduid als de Coefficient of Performance (COP) van een warmtepomp. Nederlandse modellen gaan er vanuit dat met infraroodverwarming bij een lagere luchttemperatuur eenzelfde comfortniveau kan worden bereikt. Ook kan met infraroodverwarming lokaal verwarmd worden, waardoor enkel de plaatsen waar je zit worden verwarmd. Dit zorgt voor een besparing ten opzichte van een cv-ketel van 15-24%.

Op basis van de gegevens van ThermIQ, onze leverancier van infraroodverwarming, was de verwachting vorig jaar dat we tenminste 1/3 op ons energieverbruik voor verwarming zouden besparen. Op basis van een langjarig gemiddeld energieverbruik voor verwarming van 5.600 kWh per standaard stookjaar met 2.790 graaddagen per jaar betekent dit een besparing van een 1.850 kWh per jaar. Waarmee het verwachte elektriciteitsverbruik op 3.750 kWh uit zou komen. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik bij de eerste berekeningen in 2015 nog uitging van een veel groter besparingspotentieel van infraroodverwarming, waarmee het elektriciteitsverbruik voor verwarming rond de 1.600 kWh zou liggen. In de voorbereidingen naar de keuze voor infraroodverwarming heeft mijn leverancier me duidelijk gemaakt dat dat te optimistisch ingeschat was.

Installatie en investeringskosten

We hebben in totaal 8 infraroodpanelen in ons huis. 6 stuks van 1.100 Watt en 2 van 550 Watt, in totaal 7.700 Watt. Deze vervangen onze Remeha Calenta CW5 met een vermogen van 6.600 tot 31.200 Watt, waarbij het piekvermogen van de cv-ketel vooral voor warm water bedoeld is.

De infraroodpanelen worden aangestuurd via de BeNext app. Daarmee zijn ook de maximale vermogens per infraroodpaneel in te stellen, ’s nachts staan de panelen in de slaapkamer bijvoorbeeld op maximaal 20%. De totale kosten voor het plaatsen van 8 infraroodpanelen in ons huis, inclusief installatie en aanpassing van de elektriciteitsmeter zijn ongeveer Euro 8.700,-. Een beetje handige klusser (de categorie waar ik niet toe behoor) kan de infraroodpanelen zelf installeren. Wij hebben het laten doen, wat in totaal twee dagen werk was.

Ervaringen comfort

Tot nu toe zijn de ervaringen met de infraroodverwarming positief. De warmte is aangenaam en de infraroodpanelen weten het huis goed warm te houden. Net als bij een hr-ketel heeft het systeem een halve graad temperatuurschommeling. Bij het uitschakelen van het systeem en het afkoelen valt het wel op dat het comfort sterk daalt als de temperatuur 0,4 graden gedaald is. Een zelfmodulerend systeem dat de stralingssterkte automatisch verlaagd als de gewenste temperatuur is bereikt en een kleinere temperatuurschommeling zouden het comfort sterk kunnen verbeteren. Nu zet ik de panelen op koude dagen handmatig weer aan als de temperatuur met 0,3 tot 0,4 graden gedaald is.

Ervaringen gebruiksgemak

De aansturing van de panelen gebeurd bij ons thuis via BeNext. Een verbetering tegenover de oude klokthermostaat die we in de badkamer gebruikte. Wat ook een verbetering is is dat we de temperatuur met infraroodverwarming per ruimte kunnen regelen. Zeker nu de kinderen wat groter worden en ook op hun kamer willen spelen of huiswerkmaken is dat een vooruitgang.

De infraroodpanelen reageren vlot, wat betekent dat we de basistemperatuur op de slaapkamers laag kunnen houden (15 graden). Door de grote mate van straling in de warmtemix is het binnen 10 tot 15 minuten comfortabel op de kinderkamers. Het verwarmen van de grotere werkkamer op zolder vergt met 15 tot 30 minuten wat meer tijd voordat het comfortabel is.

Het bedienen van BeNext is eenvoudig, maar het goed instellen vergt wel wat ontdekken en uitproberen. De panelen worden standaard enkel 100% aangeschakeld op het moment dat een ruimte verwarmd moet worden. Dat is in ons geval, behalve bij stevige vorst, veel te veel stralingswarmte om comfortabel te zijn. Het is ook veel te veel stralingswarmte als het enkel gaat om vorstbeveiliging in een ruimte.

Naast het instellen van de klokthermostaat per ruimte met de gewenste temperatuur heb ik daarom ook regels aangemaakt waarmee de verschillende infraroodpanelen een ingestelde stralingssterkte krijgen die varieert per ruimte en dagdeel. ’s nachts gaan ze niet harder dan 20% aan, in de ochtend gaan de keuken en de eethoek op 50% aan en de zithoek in de woonkamer slechts 30%. Bij het avondeten staan alle hoeken op 50%, ’s avonds laat gaat de zithoek wat hoger naar 70% en de keuken en de eethoek naar 40%. Mocht het teveel of te weinig blijken op een avond dan is elk paneel traploos verstelbaar in stralingssterkte.

Energieverbruik verwarming

Het energieverbruik voor verwarming (ongecorrigeerd voor de temperatuur) is de afgelopen 12 maanden op 3.035 kWh uitgekomen. Deels wordt dit veroorzaakt door de warme winter, of moet ik zeggen de koude herfst? Het verbruik per graaddag ligt deze winter echter ook aanzienlijk lager dan eerdere jaren. Ons voortschrijdend gemiddeld energieverbruik per graaddag over een periode van 12 maanden toont vanaf het moment van installeren in maart 2019 een duidelijk knik naar beneden, tijdelijk onderbroken door de zomermaanden. Zoals te zien in onderstaande grafiek.

De grafiek laat goed zien dat het energieverbruik per graaddag deze winter aanzienlijk lager ligt dan eerdere jaren. Ons energieverbruik per graaddag is met 44% gedaald ten opzichte van het gemiddelde over de periode 2011-2018. Als ik geen rekening hou met 2013, vanwege het hogere stookgedrag in de eerste helft van dat jaar, is het energieverbruik per graaddag nog steeds met 41% gedaald. Dat is meer dan de 33% die ThermIQ had opgegeven, en beduidend meer dan de 15 tot 24% waar de COP = 1 politie mee rekent.

Waarbij ik ook meteen de illusie kan wegnemen dat ons stookgedrag is gewijzigd: de gemiddelde temperatuur in onze woonkamer is gelijkgebleven na de overstap naar infraroodverwarming. Infraroodverwarming verwarmt objecten, en pas indirect de lucht. Daarmee zou een lagere luchttemperatuur mogelijk moeten zijn bij hetzelfde comfortniveau. Tot op heden is daar bij ons niks van gebleken. Ik heb het een paar keer geprobeerd, maar de dames hebben het meteen door en klagen over gebrek aan comfort bij een lagere luchttemperatuur. De 15 tot 24% energiebesparing die ik daarmee zou kunnen bereiken is dus niet bereikt.

Onze cv-ketel is niet optimaal getuned. Daarmee hadden we volgens het Paris Proof Plan van Lars Boelen 15% kunnen besparen.

Wanneer ik het energieverbruik voor verwarming omzet naar een standaardjaar met 2.790 graaddagen per jaar ligt het energieverbruik flink lager dan in voorgaande jaren, zoals in bovenstaande grafiek te zien is. Van gemiddeld 6.050 kWh in de periode 2011-2018, of 5.600 kWh als ik 2013 niet meereken, is het het energieverbruik in een standaardjaar gedaald naar 3.400 kWh. Een daling van respectievelijk 44% of 39%.

Dat is ook een stuk lager dan CE’s CEGOIA model verwacht. Het CEGOIA model gaat voor een C-label woning uit van 1.360 m3 aardgas (oftewel 12.775 kWh) bij verwarming met een hr-ketel en 9.850 kWh elektriciteit als gekozen wordt voor infraroodverwarming. In de praktijk verbruik ik veel minder aardgas in onze label C woning. Daarom heb ik gekeken naar hoeveel elektriciteit we voor verwarming zouden gebruiken uitgaande van de 24% besparing ten opzichte van de hr-ketel, waar het CEGOIA model mee rekent.

De lijn Cegoia en langjarig gas geeft aan wat het verwachte elektriciteitsverbruik van infraroodverwarming is als ik afga op 24% besparing ten opzichte van ons gasverbruik. De verwachting is dan dat ik 4.600 kWh elektriciteit voor verwarming verbruik. Daar zitten we onder. De lijn verwachting CEGOIA geeft aan hoeveel elektriciteit we verbruiken uitgaande van 24% energiebesparing ten opzichte van het jaarverbruik in de periode maart 2018 tot en met februari 2019. Ook daar zitten we onder.

Stookkosten

Een ander belangrijk punt bij het overstappen naar een andere verwarmingsbron zijn de kosten. Teruggerekend naar een standaardjaar zouden onze stookkosten tegen de huidige gasprijs zo’n 480 Euro bedragen. Verwarmen met infraroodverwarming blijkt, ondanks mijn eerste indruk vorig jaar, met 830 Euro toch 350 Euro duurder. Iets wat overigens nog niet echt terug te zien is in mijn energierekening van vorig jaar. Dat zou kunnen liggen aan de warmere winter, aan de andere kant was de teruggave energiebelasting vorig jaar lager dan voorgaande jaren.

Screenshot_20200314-234931_Greenchoice

Het grootste deel van de stijging van de verwarmingskosten is overigens goed te maken wanneer de aardgasaansluiting er af kan, dat scheelt 246 Euro per jaar aan netwerkkosten en 70 Euro aan vaste leveringskosten. Een ander deel zal de komende jaren dalen wanneer de gasprijs stijgt, al scheelt dat de komende 6 jaar jaarlijks slechts 5 Euro per jaar. De daling van de energiebelasting op elektriciteit zal het verschil nog wat verder verkleinen.

Thuisbaas heeft vorig jaar een onderzoek gedaan naar het energieverbruik van verschillende woningen die ze met infraroodverwarming hebben uitgerust. Daaruit komt naar voren dat 12 van de 14 bewoners de energierekening hebben weten te verlagen. Het is dus wel degelijk mogelijk om de energierekening te verlagen met infraroodverwarming, al is dat mij nog niet gelukt.

CO2 emissie

Een laatste niet onbelangrijk punt is hoe onze CO2 uitstoot zich ontwikkelt heeft. In de periode 2011-2018 was onze CO2 uitstoot als gevolg van verwarming zo’n 1 ton per jaar. In 2019 zijn we overgestapt op infraroodverwarming. De vraag is natuurlijk of onze CO2 uitstoot daarmee gedaald of gestegen is, want daar doen we het tenslotte toch voor? Voor onderstaande berekening ben ik uitgegaan van de CO2 emissie van de stroom die we afnemen van GreenChoice, waar we een stroommix afnemen van Nederlandse wind, zon en 27% biogas.

CO2-uitstoot van verwarming 2011-2020

In 2019 lag onze CO2 uitstoot voor verwarming op 0,5 ton CO2 als je uitgaat van de elektriciteitsmix die we afnemen. Oftewel uitgaande van de mix die we afnemen van het elektriciteitsbedrijf is onze CO2 emissie gehalveerd. In 2020 zal onze CO2 uitstoot van verwarming naar verwachting ten opzichte van 2019, doordat ons gasverbruik in 2020 lager zal zijn dan in 2019. Dit wordt namelijk het eerste kalenderjaar waarin we de cv-ketel niet voor verwarming inzetten.

Voor de fijnproevers: je kan ook uitgaan van de CO2-uitstoot van de Nederlandse stroommix. Door de afspraken die gemaakt zijn in het nationaal klimaatakkoord zal deze de komende 10 jaar verregaand vergroenen. Dat betekent dat ook met die berekeningmethode onze CO2-uitstoot de komende jaren zal dalen ten opzichte van verwarmen met aardgas. Te meer doordat de CO2 emissie van aardgas in Nederland gaat stijgen door de groeiende afhankelijkheid van import.

Conclusie

Afsluitend kan ik stellen dat de overstap naar infraroodverwarming ons bevalt, al heb ik in de eerste maand wel moeten wennen en zoeken naar de goede instellingen. Ons huis is deze winter echter behaaglijk en warm. We behalen ruimschoots de energiebesparing ten opzichte van verwarmen met een cv-ketel, ook al is het me niet gelukt om mijn gezin aan een een lagere luchttemperatuur te laten wennen. Toch heeft de overstap naar infraroodverwarming ons gasverbruik en onze CO2 emissie aanzienlijk verlaagd. Onze energierekening is vooralsnog niet gedaald, maar gestegen. Dat komt voor een groot deel doordat we de gasaansluiting nog niet de deur uit hebben gedaan. Voordat dat kan moeten we eerst een alternatief voor warm water in de winter hebben. Al met al lijkt infraroodverwarming ook in de praktijk een effectieve manier om van gas los te gaan.

Dit is een bewerking van een bericht dat ik voor Sargasso geschreven heb en een actualisatie van dit eerdere bericht.

Sterke daling Duitse CO2-emissie in 2019 brengt doelstelling 2020 binnen bereik

De Duitse CO2-uitstoot is in 2019 voor het derde jaar op rij sterk gedaald. Hierdoor komt de reeds losgelaten doelstelling van 40% CO2-reductie in 2020 ten opzicht van 1990 weer in zicht. De daling doet zicht met name voor in de energiesector en bij de industrie, de gebouwde omgeving en met name de transport sector hebben meer moeite om een emissiedaling te realiseren. Het Duitse milieuagentschap UBA stelt dat het land goed op weg is om de klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen, maar waarschuwt dat het coronavirus geen structurele daling van de CO2-emissie zal veroorzaken.

De Duitse uitstoot van broeikasgassen nam in 2019 opnieuw een duik. Duitsland stootte vorig jaar ongeveer 805 miljoen ton CO2 uit, een daling van 6,3% vergeleken met het jaar ervoor, de sterkste daling sinds de recessie van 2009. De emissies waren vorig jaar 35,7% lager dan in 1990. De energiesector zorgde, zoals halverwege vorig jaar al verwacht, voor de grootste reductie, gevolgd door de industriële sector. De daling in deze sectoren werd, volgens de Duitse federale milieuagentschap (UBA), sterk beïnvloed door stijgende emissieprijzen in het Europese emissiehandelssysteem (EU-ETS). Ondanks dat de transport- en gebouwensector beide een stijgende uitstoot zagen, betekent de vermindering van de uitstoot van de energie- en industriesector dat Duitsland dicht bij de doelstelling komt om de uitstoot met 40 procent te verminderen in vergelijking met 1990, wat de regering al een onhaalbare doelstelling achtte. De Duitse regering verliet de doelstelling om de CO2-emissie met 40% te reduceren ten opzichte van 1990 tijdens de coalitiegesprekken na de verkiezingen van 2017 en verving deze door een emissiebudget in de nieuwe klimaatwet. Minister van Milieu Schulze zei tijdens een persconferentie in Berlijn:

Met uitzondering van het jaar van de wereldwijde financiële crisis in 2009 is er geen grotere reductie geweest. In de reguliere economische tijden is er nog nooit zo’n sterke daling geweest.

De belangrijkste oorzaak voor de lagere emissiecijfers is de verminderde inzet van de kolencentrales, zei Schulze. Dit wordt veroorzaakt door zowel vervanging van kolen door aardgas als gevolg van lagere gasprijzen als door de stijgende prijzen voor CO2 in EU-ETS. De hogere CO2-prijzen zorgde zowel voor lager kolengebruik als voor grotere inspanningen door de industrie voor energie-efficiëntie. De winderige weersomstandigheden en de zachte winter hebben bijgedragen aan een lagere uitstoot, maar de lagere uitstoot in de energie- en industriesector zijn ook het resultaat van politieke beslissingen. Denk daarbij aan de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen en de geleidelijke sluiting van kolencentrales sinds 2016.

Problemen zijn er ook voor het Duitse klimaatbeleid. Zo zijn er problemen met de uitbreiding van wind- en zonne-energie. De ontwikkelingen in de transportsector, waar de CO2 uitstoot 1 miljoen ton hoger ligt dan in 1990, en de gebouwde omgeving, waar de CO2-uitstoot 5 miljoen ton hoger ligt dan in 1990, laten zien dat vooral daar nog veel moet worden bereikt. Het laat echter ook zien dat de uitdaging voor het Duitse klimaatbeleid niet zit in de energiesector, hoe graag Nederlanders ook kritiek willen leveren op het Duitse energiebeleid. Uit twee onderzoeken in opdracht van Schulze’s ministerie van Milieu (BMU) en het ministerie van Economie (BMWi) is onlangs gebleken dat maatregelen die zijn uiteengezet in het klimaatpakket van de regering voor 2030 en de geleidelijke afschaffing van kolen niet volstaan ​​om de beoogde vermindering van 55 procent te bereiken en in plaats daarvan peil het effect tot 52 procent.

Klimaatbeleidadviseur Henrik Maatsch van WWF Duitsland zei dat het succes van de reductie de “structurele traagheid” van de klimaatinspanningen van de regering niet mag verbergen. Maatsch zei dat de regering moeite had om een ​​werkbare strategie te vinden voor het implementeren van al lang bekende oplossingen om de inzinking van windenergie-uitbreiding te overwinnen of om continue ondersteuning van zonne-energie te garanderen.

Duitse CO2-emissie 1990-2019. Bron CleanEnergyWire

UBA: groen stimuleringspakket nodig om de economische activiteit te doen herleven na de huidige neergang

UBA-hoofd Messner zei dat het belangrijk zal zijn om ervoor te zorgen dat alle ondersteunende maatregelen voor de economie zijn ontworpen met de klimaatdoelstellingen in gedachten. Waarbij hij aangeeft dat deze maatregelen bijvoorbeeld kunnen bestaan ​​uit energiezuinige renovatie van gebouwen, de uitrol van elektrische voertuigen en meer mogelijkheden voor openbaar vervoer, evenals meer aandacht voor waterstof- gebaseerde brandstoffen voor industriële toepassingen. Mesner zei:

Duitsland gaat de goede kant op met betrekking tot de klimaatdoelstellingen voor 2030 en dat is zeer welkom. We weten echter ook dat we momenteel op onze lauweren rusten, vooral met betrekking tot hernieuwbare energiebronnen.

Hij zei dat zorgen dat de uitbreiding van hernieuwbare energie weer op de rails komt en dat de elektrificatie van de transportsector snel wordt opgeschaald de prioriteit heeft. Transport-NGO VCD had kritiek op de matige prestaties op het gebied van emissiereductie in de transportsector, erop wijzend dat de winst op het gebied van motorefficiëntie routinematig wordt gecompenseerd door de verkoop van zwaardere en meer voertuigen en meer met de auto afgelegde kilometers, en dat het aandeel van het vervoer in de totale uitstoot voortdurend toeneemt. In plaats van voorrang te geven aan auto’s, zou de Duitse regering meer in moeten zetten op duurzame alternatieven, vooral in binnensteden.

Verwachting CO2 uitstoot 2020

De verwachting is dat de Duitse CO2 uitstoot in 2020 verder daalt. Deels komt dat door de hogere CO2 prijzen en de zachte weersomstandigheden in het eerste kwartaal van 2020. Een ander deel wordt veroorzaakt door de terugvallende economie als gevolg van het coronavirus. De verwachting is dat het coronavirus een tijdelijk effect heeft op de CO2 uitstoot. Reden voor UBA om te pleiten voor economisch stimuleringspakket dat rekening houdt met de lange termijn klimaatdoelen.

Dit stuk is gebaseerd op een artikel van CleanEnergyWire en eerder gepubliceerd op Sargasso.

Energieverbruik en -productie februari 2020

Februari is voorbij, dus tijd om naar ons energieverbruik van februari te kijken. Om te beginnen met een tabel met de vergelijking tussen februari 2020 en februari 2019 (alle getallen in kWh).

Wat (in kWh)20192020verschil
Ruimteverwarming756514-32%
Warm water223208-7%
Apparaten305267-12%
Verbruik/graaddag2,131,52-29%
Gasverbruik957186-81%
Elektriciteitsafname305806164%
Teruglevering025
Elektriciteitsverbruik305781156%
Zonnepanelen13369-48%
Zonnedelen54-20%
Winddelen118271129%
Zonneboiler22220%
Totaal opwekking27836632%
Netto elektriciteitsverbruik49437795%

Bruto energieverbruik en verdeling

Ons bruto energieverbruik ligt in januari plus februari op ongeveer 2.000 kWh. Dat is bijna 40% lager dan het gemiddelde over de periode 2011-2018, exclusief 2013.

Ons energieverbruik valt grofweg in drie delen uiteen: verwarming, warm water en elektrische apparatuur. Een deel van de elektrische apparatuur is gebouwgebonden, bijvoorbeeld de mechanische ventilatie. Deze reken ik voor het gemak gewoon mee met de elektrische apparaten. Alleen het elektriciteitsverbruik van de infraroodverwarming reken ik los.

Het energieverbruik voor warm water is behoorlijk constant, ongeacht het weer willen we een warme douche en verbruiken we warm water voor de vaatwasser. Het enige verschil is dat de benodigde energie in de zomermaanden door onze zonneboiler wordt geleverd. Het elektriciteitsverbruik van apparaten kent wel een licht seizoensritme. In de herfst en winter ligt het verbruik hoger dan in de in zomermaanden, omdat we in de herfst en winter meer lampen aan hebben.

Het grootste seizoenseffect zit hem in de verwarming, die in de zomermaanden uit staat. De piek in ons energieverbruik voor verwarming ligt deze winter een stuk lager dan voorgaande jaren. Wat slechts gedeeltelijk te verklaren is door een warmere winter. In de periode oktober tot en met februari hadden we afgelopen winter 1687 graaddagen, vorig jaar waren dat er 1750. Een verschil van 4%, terwijl het energieverbruik in dezelfde periode daalde met 37% (van 3.583 kWh naar 2.268). Een uitgebreidere analyse van ons verwarmingsverbruik vind je hier.

De daling van het energieverbruik door infraroodverwarming is ook terug te zien in ons totale energieverbruik dat met 8.7000 kWh nu dik onder de 10.000 kWh zit. De grote wijziging zit hem in ons energieverbruik voor verwarming.

De verandering in ons energieverbruik begint ook duidelijk zichtbaar te worden in de verdeling van ons energieverbruik tussen verwarming, elektrische apparaten en warm water. De hoeveelheid energie voor warm water is niet gestegen, maar het aandeel in onze totale energiemix stijgt wel. Alle drie de onderdelen vormen momenteel zo’n 1/3 van ons energieverbruik. Tot vorig jaar was verwarming goed voor 40-50% van ons energieverbruik.

Netto energieverbruik en energieproductie

Ons netto energieverbruik is ook gedaald ten opzichte van 2019. Net als in januari ligt het netto energieverbruik duidelijk lager dan voorgaande jaren. Dit komt deels door de goede opbrengst van onze winddelen, deels door de warmere winter en deels door de overschakeling op infraroodverwarming.

De hoeveelheid aardgas die we verbruiken ligt dit stookseizoen fors lager dan voorgaande jaren. Op jaarbasis ligt ons gasverbruik momenteel op 155 m3 aardgas. Dat is vooral opgevangen door meer stroom van het net af te nemen, hoewel dat in februari door de goede opbrengst van onze winddelen minder nodig was dan in januari.

Op jaarbasis daalt ons gasverbruik en stijgt de afname van elektriciteit van het net. Inmiddels nemen we op jaarbasis ongeveer 2.300 kWh af van het net, waarmee de inkoop van stroom zo’n 20% van ons energieverbruik vormt.

De inkoop van elektriciteit plus ons aardgasverbruik vormen samen een kleine 40% van ons energieverbruik. Voordat we overschakelden op infraroodverwarming was aardgas goed voor 50-60% van ons energieverbruik. De overschakeling zorgt er dus voor dat we een groter deel van ons jaarlijks energieverbruik zelf opwekken.

De daling van ons aardgasverbruik is goed te zien als ik energieverbruik uitsplits tussen aardgas, elektriciteit en zonnewarmte. Het aandeel aardgas is sinds maart 2019 fors gedaald en bedraagt inmiddels minder dan 20% van ons totale energieverbruik.

Afsluitend

Afsluitend kan ik stellen dat het mogelijk lijkt om in onze label C woning van het aardgas af te gaan voor minder dan Euro 20.000. Waarbij we een comfortabele woning behouden en ook ons totale energieverbruik weten te verminderen.