Stadsverwarming: financiële donderwolk boven de Randstad

In het Klimaatakkoord is een belangrijke rol weggelegd voor stadsverwarming. Afgelopen jaar zijn er echter verschillende berichten naar buiten gekomen die grote problemen laten zien bij warmtebedrijven. De Rekenkamer Nijmegen was begin dit jaar kritisch over de totstandkoming van het warmtenet in de wijk Nijmegen-Noord. In Rotterdam was de rekenkamer ook kritisch over de plannen voor een leiding naar Leiden en bericht de NRC al een paar weken over de oplopende tegenvallers bij het Warmtebedrijf Rotterdam, waarvoor de gemeente en provincie garant staan. Het Afval Energie Bedrijf (AEB) in Amsterdam, waar de tegenvaller voor de gemeente volgens de Telegraaf op kan lopen tot een half miljard Euro, is voorlopig gered met een kapitaalinjectie van 16 miljoen Euro door gemeente en een consortium van banken.

Verwarmen met restwarmte

Op papier klinkt het altijd mooi: waarom huizen en gebouwen verwarmen met aardgas, als het ook kan met restwarmte van de industrie, elektriciteitscentrales of afvalcentrales? In de praktijk lopen bewoners, bestuurders en gemeenteraadsleden met regelmaat tegen problemen op. Een van de standaardproblemen doet zich voor bij bewoners en heeft zijn achtergrond in de regelgeving. Op papier mogen de kosten voor stadsverwarming niet hoger zijn dan de kosten van verwarmen met aardgas, in de praktijk hebben er altijd behoorlijk wat gaten in de regelgeving gezeten.

De belangrijkste en makkelijkste weg om de afzet van warmte te verhogen en de kosten voor de bewoner op te schroeven is dat aansluiting aaneen warmtenet meetelt bij het bepalen van de energiezuinigheid van een huis. Daardoor is er minder isolatie nodig om op papier even energiezuinig te zijn als een woning die met aardgas wordt verwarmd. De warmtevraag van een woning met stadswarmte ligt dan wel hoger dan een woning met aardgas die op papier dezelfde energiezuinigheid heeft. Het verschil kan in de loop van de jaren behoorlijk in de papieren lopen ten nadele van de afnemer van stadswarmte.

Doordat de prijs van warmte gekoppeld is aan de prijs van aardgas en de energiebelasting op aardgas al een aantal jaren stapsgewijs oploopt loopt ook de energierekening stapsgewijs op. Vereniging Eigen Huis schat in dat huishoudens met blok- of stadsverwarming door deze koppeling in 2019 gemiddeld €164 meer dan in 2018 betalen voor de levering van warmte. Er liggen al jaren plannen om de koppeling tussen de gasprijs en stadswarmte te schrappen, tot op heden zijn die niet uitgevoerd. Warmteleveranciers mogen ook lagere tarieven rekenen dan de maximumtarieven die de Autoriteit Consument en Markt (ACM) stelt.

Nijmegen

In Nijmegen werd al in 1996 besloten dat de nieuwe wijk Waalsprong gasloos zou worden. Aanvankelijk werd gekozen voor een zogeheten hybride warmtenet om te komen tot een duurzame warmtevoorziening in de Waalsprong. Maar op onnavolgbare wijze werd in 2011 gekozen voor een traditioneel middentemperatuurnet. De raad is over dat besluit van het college pas achteraf geïnformeerd en is daardoor volgens de Rekenkamer Nijmegen onvoldoende in de gelegenheid gesteld zijn controlerende en kaderstellende rol te vervullen. De Rekenkamer Nijmegen noemde de totstandkoming van het warmtenet in de wijk Nijmegen-Noord eind vorig jaar:

Inconsistent, niet transparant, en daardoor onnavolgbaar en niet controleerbaar.

De gemeente Nijmegen is ook onvoldoende in staat geweest strategische belangen te borgen. Waardoor de gemeente sterk afhankelijk geworden van Nuon, ook voor de energietransitie in de bestaande stad.  Zo blijkt dat de raad in 2012 niet is gekend in de keuze in te zetten op ondertekening van een  contract met Nuon, waarin een aansluitplicht op het warmtenet in de Waalsprong en het Waalfront werd vastgelegd. Voor inwoners van de Waalsprong is het daardoor nauwelijks mogelijk voor een  andere oplossing te kiezen bij de bouw of verbouw (verduurzaming) van hun woning. Al heeft Nuon de afsluitboete voor bewoners inmiddels geschrapt, toch klaagden bewoners eerder dit jaar tegen Omroep Gelderland nog over de hoge stookkosten en de over het gebrek aan alternatieven:

Die warmtewisselaar van de Nuon is heel klein, die past in de meterkast. Een warmtepomp past daar niet in. Ook verwarming met bijvoorbeeld waterstof is volgens hem onmogelijk omdat er in Nijmegen Noord geen gasleidingen zijn aangelegd die (met aanpassingen) waterstof zouden kunnen aanvoeren naar de woningen

De Rekenkamer Nijmegen stelt ook dat er geen duidelijkheid is over hoe duurzaam het warmtenet in de praktijk is. Er zijn namelijk geen transparante berekeningen van de CO2-reductie die met het warmtenet gerealiseerd wordt. Ook is niet bekend in welke mate het warmtenet bijdraagt aan het doel Nijmegen energieneutraal in 2045. Voorafgaand aan de aanleg werd aangegeven dat die daar een belangrijke bijdrage aan zou leveren.

Rotterdam

De provincie Zuid-Holland heeft grootse plannen met warmte. Al jaren wordt door het bureau Warmte Koude Zuid-Holland gewerkt aan de warmterotonde. Eerder waren er tegenvallers doordat de kolencentrales na grote maatschappelijke druk niet aangesloten mochten worden op de warmterotonde, onder andere de raad van Den Haag en de Tweede Kamer keerde zich hier tegen.

Een ander kwakkelend onderdeel van de plannen om tot een warmterotonde te komen is het Warmtebedrijf Rotterdam. Waar al jaren geld bij moet vanuit de gemeente, NRC spreekt over 80 tot 200 miljoen euro sinds de oprichting in 2006. Eerder dit jaar toonde de Rekenkamer Rotterdam zich kritisch over de plannen van Warmtebedrijf Rotterdam voor een transportleiding naar Leiden om de levering van warmte aan Nuon over te nemen van de huidige warmteleverancier Uniper. De Rekenkamer Rotterdam vond dat het Rotterdams college eerlijk moest zijn zijn over de financiële risico’s die deze uitbreiding van het warmtenet met zich meebrengt. Die tekortkomingen staan niet duidelijk genoeg in de risicoanalyse, stelt de Rekenkamer Rotterdam. De risicoanalyse kreeg van de Rotterdamse Rekenkamer een onvoldoende. Ook twijfelde de Rekenkamer Rotterdam over de juistheid van de voorgespiegelde CO2 reductie. De gemeente gaat uit van 60-70 kiloton minder CO2 uitstoot. De Rekenkamer komt niet verder 45 kiloton. Ook constateerde de Rekenkamer Rotterdam dat het realiseren van meer aansluitingen op het warmtenet in Rotterdam in plaats van de leiding naar Leiden verhoudingsgewijs lokaal meer emissies van broeikasgassen en stikstofoxiden worden vermeden, tegen fors minder kosten en met minder risico’s.  Wat ook beter bijdraagt aan het publieke belang van de Rotterdamse deelneming in Warmtebedrijf Rotterdam.  WBR en de gemeente zijn echter juridisch gebonden aan uitbreiding naar Leiden.

De raad van Rotterdam stemde begin februari in met de uitbreiding naar Leiden die 118 miljoen Euro moest kosten, ondanks deze waarschuwing van de Rotterdamse Rekenkamer. Daarbij speelde mee dat het Warmtebedrijf Rotterdam zich heeft verplicht om vanaf 1 januari 2020 warmte te leveren aan Nuon in Leiden en dat later beslissen er toe zou leiden dat de leiding niet meer dit jaar aangelegd zou kunnen worden. Inmiddels is duidelijk dat de aanleg van de warmteleiding vertraagd is en dat de aandeelhouders van het Warmtebedrijf Rotterdam, in casus de Provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam, volledig verantwoordelijk zijn voor de schade die dit Nuon oplevert.

Het Warmtebedrijf Rotterdam is in 2006 opgericht door het Havenbedrijf Rotterdam en de gemeente Rotterdam. Curieus daarbij is dat de gemeente voor 30% aandeelhouder is in Eneco, de grootste regionale concurrent van het Warmtebedrijf Rotterdam. Eneco legde een aantal jaren geleden zelf een leiding over noord aan, waardoor het Warmtebedrijf Rotterdam een belangrijk deel van de lokale markt kwijt raakte aan een ander gemeentelijk bedrijf.

Het Warmtebedrijf Rotterdam heeft lokaal nooit voldoende afnemers gevonden voor de warmte die het verplicht inkoopt bij afvalverbrander AVR – een deal die de gemeente voor het Warmtebedrijf sloot. Regelmatig is gesuggereerd door wethouders en bedrijfsleiding dat een rendabele toekomst voor het Warmtebedrijf dichtbij was, terwijl het van crisis naar crisis zwalkte. In 2016 en 2017 ontwikkelen de gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holalnd samen een reddingsplan. De oplossing voor de financiële nood van het Warmtebedrijf, zo denkt wethouder Adriaan Visser (D66), ligt in Leiden. Nuon levert daar warm water aan zo’n 13.000 Leidse huizen en 200 bedrijven. Het contract van Nuon met warmteleverancier Uniper loopt in 2020 af. Als het Warmtebedrijf (WBR) de positie van Uniper kan innemen, heeft het eindelijk afnemers voor de overtollige warmte die het al jaren verplicht inkoopt bij AVR.

Om het water in Leiden te krijgen, is naar schatting maximaal 140 miljoen euro nodig. Het probleem van het Warmtebedrijf ziet er voor de Zuid-Hollandse gedeputeerde Han Weber uit als een oplossing: restwarmte van de Rotterdamse industrie gebruiken om het gasverbruik bij huishoudens en bedrijven te verlagen. In het coalitieakkoord van 2015 heeft D66 100 miljoen euro binnengehaald voor de ontwikkeling van duurzame energie. Een prachtig resultaat, waar de leiding naar Leiden prima in past als onderdeel van de warmterotonde.

Inmiddels is de aanleg minimaal twee jaar vertraagd en mag de gemeenteraad van Rotterdam zich na het reces buigen over het zoveelste reddingsplan voor het Warmtebedrijf Rotterdam.

Amsterdam

In Amsterdam is een van de warmtebronnen voor stadswarmte het Afval Energie Bedrijf (AEB). Het AEB verwerkt en verbrand niet alleen afval, maar levert ook warmte aan zo’n 35.000 huishoudens en is met Nuon eigenaar van Westpoort Warmte. Westpoort Warmte bezit het warmtenet in Amsterdam Noord en Nieuw-West. Vorig jaar concludeerde de Amsterdamse Rekenkamer dat de gemeente financiële en juridische risico’s loopt door de rommelige wijze waarop Westpoort Warmte gegroeid is. De uitbreiding van stadsverwarming naar nieuwe buurten onderhands gegund aan Westpoort Warmte. De Rekenkamer vraagt zich af of dat wel strookt met Europese staatssteun- en aanbestedingsregels. Als concurrenten van Nuon en AEB zich daardoor gedupeerd voelen, loopt de gemeente juridische risico’s. De gemeente Amsterdam heeft afvalenergiebedrijf AEB in de tussentijd verzelfstandigd. Als enige aandeelhouder van AEB heeft de gemeente geen directe zeggenschap meer over Westpoort Warmte. Maar zonder dat de gemeente beschikt over afvalovens of andere warmtebronnen staat de gemeente nog wel garant voor de levering van warmte voor tienduizenden huishoudens door Westpoort Warmte. Dat kan de gemeente in verlegenheid brengen als de afvalverbrandingsovens van AEB stukgaan.

En laat dat nou net gebeurd zijn. Momenteel liggen 4 van de 6 verbrandingsovens op last van de Omgevingsdienst Noorzeekanaalgebied stil. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied vond dat de installaties van AEB een groot risico opleverden voor medewerkers en omgeving. Het kan negen maanden duren voor alle ovens weer werken, zegt AEB.

Eerder dit jaar maakte Vattenfall/Nuon en AEB bekend dat ze 400 miljoen Euro wilde investeren om hun warmtenetten in Amsterdam onderling te verbinden. De bedoeling was om overtollige warmte van AEB te kunnen leveren aan het verzorgingsgebied van Nuon. Voorlopig heeft AEB door het stilleggen van 4 van de 6 verbrandingslijnen een te kort aan warmte. Volgens Het Parool wordt al gewerkt aan het bijplaatsen van dieselaggregaten om het te kort aan warmte vanaf september op te kunnen vangen. Bij besluitvorming over het warmtebedrijf heeft de gemeenteraad volgens de Amsterdamse Rekenkamer helemaal het nakijken. Bij besluiten over nieuwe investeringen in uitbreiding van het warmtenet wordt de gemeenteraad wel betrokken, maar belangrijke risico’s zijn volgens de Rekenkamer niet met de raad gedeeld.

De Telegraaf berichtte enige weken geleden dat het AEB op omvallen zou staan. De technische staat van de verbrandingsovens en stoomturbines is om te huilen en levensgevaarlijk om mee te werken. Daarnaast gaat iedere minuut minstens tien keer het alarm in de fabriek af wegens storingen en een groot deel van de werknemers is onbekwaam.

Over de gehele linie zijn de systemen niet robuust genoeg en het controlesysteem bevat vele componenten die verouderd zijn en niet meer kunnen worden vervangen. Ook is er een overload aan alarmen die het systeem genereert en die medewerkers niet meer kunnen overzien. Het aantal alarmen per uur is een veelvoud van waar menselijkerwijs op kan worden geacteerd”,

schreef de nieuwe directie van AEB in een brandbrief aan de gemeente.

De Vereniging Afvalbedrijven heeft ook een brandbrief aan de gemeente Amsterdam, de eigenaar van AEB, geschreven over de risico’s voor de inzameling van afval in Nederland door de problemen bij de Amsterdamse afvalverwerker AEB. Andere afvalbedrijven kunnen de problemen wel tijdelijk oplossen, maar dan moet AEB de extra kosten betalen. Het gaat dan om de kosten voor het transport van het afval naar andere afvalverbrandingsinstallaties en voor de kosten om importcontracten voor buitenlands afval af te kopen. En omdat AEB zelf geen geld heeft, moet de gemeente, als eigenaar, de portemonnee trekken. De totale kosten voor de gemeente Amsterdam lopen daarmee nog hoger op.

De AEB verwerkt enkel nog huisvuil uit de gemeente Amsterdam en omliggende gemeenten. Andere klanten die hun vuil in het Westelijk Havengebied laten verbranden, kunnen er voorlopig niet terecht. Zij moeten uitwijken naar elders. AEB heeft op zich genomen de financiële gevolgen te dragen. Alleen heeft AEB geen geld meer. Bovendien raken de opslagbuffers voor afval elders in Nederland vol, waardoor het opgehaalde afval nergens meer heen kan. Wanneer de buffers vol zijn kan ook het ophalen van afval in andere plaatsen in Nederland gaan stagneren.

Voorlopig lijkt het AEB gered door een kapitaalinjectie van 16 miljoen Euro door een consortium van banken, waarvan 6 miljoen gegarandeerd door de gemeente. Het bankenconsortium betreft banken die al leningen bij AEB hebben uitstaan. Dat verkleint voorlopig het risico dat banken waar AEB leningen van ruim 200 miljoen heeft uitstaan, waaronder ING, ABN Amro, Deutsche Bank en BNG Bank, zich terugtrekken. In dat geval zal er in totaal 350 miljoen euro van de gemeente nodig zijn. Accountantsorganisatie KPMG berekende bovendien dat de gemeente als eigenaar van de fabriek het eigen vermogen van AEB (145 miljoen euro) en een lening (108 miljoen euro) volledig moet afschrijven. De totale strop voor Amsterdam zou daarmee uitkomen op ruim een half miljard euro. Hoewel het

De gemeente Amsterdam heeft ook een crisisteam ingesteld dat plannen uitwerkt om het ophalen en de verwerking van Amsterdams huishoudelijk afval en de warmtelevering van 35.000 huishoudens in Amsterdam op korte én lange termijn te garanderen. De gemeente laat daarnaast een extern onderzoek uitvoeren naar de oorzaken en achtergronden van de ontstane situatie bij AEB. Buiten dat is de Rekenkamer Amsterdam kritisch op de informatievoorziening aan de raad en over de nagestreefde duurzaamheidsdoelen. Deze zijn naar mening van de Rekenkamer Amsterdam niet scherp gedefinieerd. Zo is onduidelijk hoe de gemeente de doelstellingen voor bv. CO2 reductie wil meten. Hetzelfde geldt voor doelstellingen als betaalbaarheid van de warmtevoorziening.

Conclusie

Ondanks de mooie plannen kan geconstateerd worden dat stadsverwarming in de praktijk weerbarstig is. Zowel de kosten voor bewoners kunnen tegenvallen, als de risico’s die gemeenten lopen bij hun plannen om een warmtebedrijf op te richten. Met name Rotterdam en Amsterdam lopen grote financiële risico’s, terwijl dit ook steden zijn met grootse plannen om hun warmtenetten verder uit te breiden. Dat roept de vraag op hoeveel politiek wensdenken er in de kostencalculatie en het CO2 effect van het klimaatakkoord zit voor het op warmtenetten aansluiten van bestaande woonwijken. Daarbij is democratische controle op de besluitvorming lastig, omdat veel informatie het stempel bedrijfsgeheim of vertrouwelijk krijgen. De Rekenkamers van Nijmegen, Rotterdam en Amsterdam constateren alle drie dat de raad door deze gebrekkige informatievoorziening haar controlerende en kaderstellende rol onvoldoende kan vervullen. Inmiddels denkt de gemeente Nijmegen ook over het oprichten van een eigen warmtebedrijf. Het is te hopen dat ze daarbij niet dezelfde vergissingen maken als Amsterdam en Rotterdam. Hetzelfde geldt voor de vele andere gemeenten die overwegen om een warmtebedrijf op te starten als middel om een aardgasvrije gebouwde omgeving te bereiken.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Overzicht vragen over ontgassen binnenvaart

In 2013  schreef ik een korte en een lange versie met kanttekeningen bij het onderzoek van CE naar emissies van varend ontgassen door de binnenvaart. Sinds 2013 heb ik een aardige reeks publicaties over het onderwerp op mijn naam staan, deze zijn zowel bij Sargasso als hier te vinden.

Ontgassen is een taai en langjarig dossier, waar voor mij veel meer mensen hun tanden in hebben gezet. Om alle volksvertegenwoordigers die hier aandacht aan hebben besteed eer aan te doen (‘standing on the shoulders of giants’) hieronder een chronologisch overzicht van de vragen die gesteld zijn op lokaal, provinciaal en landelijk niveau, die ik terug heb weten te vinden over dit onderwerp. Als je aanvullingen hebt, laat ze achter in de reacties. Dan voeg ik ze toe.

Naast volksvertegenwoordigers zijn er ook vele andere mensen al jaren druk om een oplossing in dit dossier te vinden, zowel van binnen als van buiten de betrokken branches.

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2018

2019

De economische kans van luchtkwaliteit

Vorig jaar mei schreef ik voor TEDxBinnenhof over de economische kansen van Nederlandse innovaties in luchtkwaliteit. In de kerstvakantie kreeg ik een rapport in handen dat de economische potentie vanuit een andere kant onderstreepte. Het afvangen van schadelijke gassen, die de binnenvaart momenteel al varende in de lucht loost, levert de handelaren in en producenten van deze gassen volgens het rapport ruim €117 mln extra inkomsten op. Zo zie je maar: de strijd van GroenLinks voor schonere lucht in het Rijnmond gebied kan prima samengaan met winstkansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Reden voor de website Duurzaam Bedrijfsleven om het onderwerp samen op te pakken.

Transport vluchtige organische stoffen

Nederlandse binnenvaartschepen vervoeren jaarlijkse miljoenen liters vluchtige organische stoffen, zoals benzeen, MBTE en styreen. Het zijn industriële chemicaliën die worden gebruikt als oplosmiddel of bij de productie van plastics. Deze stoffen zijn in principe vloeibaar, maar vluchtig: ze verdampen snel. In vakjargon heten ze NMVOS.

Door die vluchtigheid blijft er na het lossen van de vloeibare lading altijd een hoeveelheid aan gassen achter in de tanks. In 60 procent van de gevallen moet dit ontgast worden. De Nederlandse wetgeving kent geen beperkingen voor binnenvaartschepen om varend te ontgassen. Het ontgassen leidt tot stankoverlast en, aangezien sommige NMVOS kankerverwekkend zijn, ook tot schade aan het milieu en de volksgezondheid.

Kans van 117 miljoen euro

Het ontgassen is ook een gemiste economische kans. Volgens een recent onderzoek van Raymond Kastermans, specialist in gevaarlijke stoffen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, blijkt dat elk jaar vier miljoen liter aan NMVOS wordt ontgast. Deze gassen kunnen ook worden opgevangen en verhandeld. Volgens het onderzoek van Kastermans vertegenwoordigen de gassen een economische waarde van ruim €117 mln.

Alleen al het afvangen van benzeen zou €42 mln op kunnen leveren. Blootstelling aan hoge doses benzeen is schadelijk voor de gezondheid. Het havengebied in Rotterdam is volgens het Planbureau voor de Leefomgeving en het RIVM een van de weinige gebieden in Nederland waar nog een probleem met het halen van de norm voor benzeenconcentratie bestaat.

VentoClean

Het Rotterdamse TEICom heeft met zijn gepatenteerde koelinstallatie VentoClean een uitvinding in handen die vluchtige gassen kan opvangen en om kan zetten naar een waardevol product. Met behulp van stikstof wordt de ladingdamp direct afgegeven aan de ontvanger, zonder dat het product qua fysische eigenschappen veranderd is.

Tegenover een markt van €117 mln staan investeringskosten van ongeveer €1 mln voor aanschaf en installatie. VentoClean verbruikt 200 kilowattuur aan elektriciteit per uur, maar zelfs tegen kleinverbruikerstarief is dat een schijntje van €46 per uur aan exploitatiekosten.

Met het systeem kan op een 110 meter binnenvaarttanker zoals de Aaltje per reis rond 1100 liter benzeen of 700 liter benzine worden teruggewonnen.

Wereldwijd patent

Vluchtige organische stoffen zijn een wereldwijd probleem. TEICom is net naar de Verenigde Staten geweest, waar het probleem zich ook voordoet. Het bedrijf uit Honselersdijk profiteert van hun wereldwijde patent.

In Nederland is strengere wetgeving in de maak over het ontgassen van NMVOS, maar deze laat op zich wachten. In de tussentijd wordt onvoldoende gebruik gemaakt van innovatieve oplossingen van Nederlandse bedrijven voor het verbeteren van luchtkwaliteit. Alleen in Amsterdam zijn twee VentoClean-installaties besteld.

Havengebied Rotterdam

Het havengebied van Rotterdam is niet zo ambitieus en vond in eerste instantie 2030 vroeg genoeg:

Vorig voorjaar heeft het gemeentebestuur van Rotterdam aangegeven te werken aan een verbod op varend afgassen vanaf 2014. Tot 2020 wordt het afgassen in de Geulhaven gedoogd, dat betekent nog 7 jaar overlast van afgassen voor Vlaardingen (en in mindere mate Schiedam, Rhoon en Hoogvliet).

Tegelijkertijd spreekt Hans Smits, de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, in de serie MVO Leiderschap van NuZakelijk prachtig woorden over het belang van MVO en zorg voor de omgeving voor de ‘licence to operate’ van het Rotterdams Havenbedrijf. Of bij het blijven gedogen van het lozen van schadelijke stoffen naar de lucht, terwijl alternatieven voorhanden zijn de term leiderschap hoort…

Rekentooltje decentrale energieprojecten met vergoeding in natura versie 0.2

Vorige week heb ik een eerste versie van mijn rekentooltje voor het doorrekenen van collectieve decentrale energieprojecten met levering in natura online gezet. Na wat feedback via de mail, onder andere van Pauline Westendorp, heb ik deze wat aangepast. De belangrijkste aanpassingen zijn:

  • Inbouw van effect van geld lenen op je rendement. Rente wordt berekend zodra je een rentepercentage invult. Uitgangspunt is daarbij een lineaire aflossing van de lening gedurende de levensduur van het collectieve energieproject. Eerder aflossen bespaart rente en is heeft dus een gunstig effect op je rendement.
  • Formules ingebouwd om automatisch terugverdienjaar in overzicht bovenaan de spreadsheet te laten zien. Klein aandachtspunt is nog dat een terugverdientijd van 0 jaar kan duiden op heel snel of helemaal niet.
  •  Formules ingebouwd om de gemiddelde Return On Investment te berekenen gedurende de levensduur.
  • Je kan nu kiezen voor investering in meer dan 1 deel van een windpark, zonnepark.

Daarnaast ter verduidelijking de uitgangspunten:

  • inflatie kan je zelf meenemen/instellen
  • prijsstijging elektra idem
  • prijsstijging jaarlijkse onderhoudsbijdrage idem
  • rentevoet: nog niet meegenomen
  • btw 21%, maar aan te passen
  • opbrengstvermindering panelen: niet meegenomen. Uitgangspunt is gemiddelde opbrengst volgens opgaaf aanbieders
  • afschrijvingstermijn = levensduur

Wensenlijst voor volgende versies:

  • Afschrijvingstermijn los kunnen koppelen van levensduur
  • Onderhoudskosten: optie toevoegen om onderhoudskosten per jaar in te voeren i.p.v. gemiddeld per jaar.
  • Indicatie van energierekening per jaar toevoegen voor zelfinvesteren versus energiebedrijf.
  • Toevoegen totaal aantal kWh zelf opgewekt
  • Uitbreiden met groen gas
  • En niet te vergeten: het GroenLinks Amsterdam plan voor burger windparken doorrekenen.
  • Toevoegen optie gemeenschapsbijdrage.
  • Toevoegen duurzame energiebaten en differentiatie energiebelasting grijs-groen
  • Mogelijkheid om vanuit totale investering voor wind/zonne-energiepark te werken toevoegen

Meebouwen? Fouten ontdekt? Laat maar weten in de comments of stuur een mailtje.

Gemeente Rotterdam sluit Samenwerkingsovereenkomst Duurzaam Ontwikkelen

Op 7 september was ik op persoonlijke titel uitgenodigd om het duurzame debat Duurzame Kracht van de gemeente Rotterdam bij te wonen. Inmiddels zijn niet alleen het verslag en het twitterverslag beschikbaar, maar begint de gemeente Rotterdam ook concreet invulling te geven aan haar ambities. Het weblog Duurzaam Gebouwd meldt namelijk dat wethouder Alexandra Van Huffelen, Duurzaamheid, Binnenstad en Buitenruimte en wethouder Hamit Karakus, Wonen, Ruimtelijke Ordening en Vastgoed met ruim 40 vastgoedpartijen een Samenwerkingsovereenkomst Duurzaam Ontwikkelen heeft afgesloten.

In deze overeenkomst zijn de ambities en uitdagingen opgenomen waarvoor de partijen zich de komende jaren inzetten. In een eerdere overeenkomst uit 2008 werd vooral ingezet op CO2 reductie bij nieuwbouw, nu wordt van een brede definitie van duurzaamheid uitgegaan bij zowel bestaande bouw als nieuwe gebiedsontwikkeling en projecten.

Naast CO2 reductie gaat het om zaken als energie, water, afval, gezondheid, luchtkwaliteit (incl. NOx en fijnstof), landgebruik, buitenruimte, transport en management. Ook is het de ambitie Rotterdam groener en aantrekkelijker te maken.

Een mooie stap die past bij mijn persoonlijke mening dat duurzaamheid meer is dan energie en klimaat. En een stap die betekent dat ik mijn mening over het verschil in aanpak tussen Rotterdam en Amsterdam moet gaan herzien. Tot nu toe vond ik dat Amsterdam veel integraler te werk ging bij haar duurzaamheidsstrategie dan Rotterdam, met de Samenwerkingsovereenkomst Duurzaam Ontwikkelen laat Rotterdam zien dat duurzaamheid ook voor de gemeente Rotterdam meer is dan CO2/klimaatbeleid.

Uit de inbox: Vereniging DOET lanceert oplaadpalen.nl

Nu al 2.500 plekken waar je je elektrische voertuig kunt opladen

Amsterdam, 30 juni 2010.

Elektrisch vervoer is aan een opmars bezig, maar het gaat de branche nog niet snel genoeg. Daarom is een vereniging voor ondernemers in elektrisch vervoer opgericht met als doel schoner vervoer, betere mobiliteit en ontwikkeling van de markt voor elektrisch vervoer. DOET (Dutch Organisation for Electric Transport) heet de nieuwe club en is opgericht in samenwerking met o.a. Urgenda, Eco-movement en BOVAG. Vandaag presenteerden de leden van DOET zich aan de media met de lancering van oplaadpalen.nl; een website met gratis mobiele applicatie waarop je kunt zien waar de dichtstbijzijnde oplaadpaal is voor elektrische voertuigen. Er zijn inmiddels 2.500 oplaadmogelijkheden door heel Nederland. Ruud Koornstra (Formule-E Team) en Steven Blom (Voorzitter DOET) verrichtten de lancering van oplaadpalen.nl.

Elektrisch vervoer staat nog in de kinderschoenen, maar groeit hard. Elektrisch vervoer is de toekomst: het is schoon, stil en efficiënter. Bovendien opent het de markt voor nieuwe Nederlandse innovaties. De ondernemers achter vereniging DOET zijn sinds 2005 actief in het voorbewerken en voorbereiden van de markt. Zij besloten barrières als infrastructuur, regelgeving en andere marktbeperkingen met elkaar te lijf te gaan. DOET staat voor ‘Dutch Organisation for Electric Transport’.

De gevestigde brancheverenigingen op het gebied van mobiliteit, BOVAG en RAI Vereniging, zijn ook medeoprichters van DOET. “Wij zien elektrisch vervoer steeds belangrijker worden binnen de mobiliteitsketen in Nederland; autofabrikanten en producenten van andere vervoersmiddelen nemen elektrisch vervoer inmiddels serieus,” aldus algemeen directeur Koos Burgman van BOVAG.

DOET zet vaart achter ontwikkeling van technologie en het promoten van elektrisch vervoer. De vandaag gelanceerde website Oplaadpalen.nl is zo’n ontwikkeling. De website laat zien dat er op dit moment al 2.500 plekken zijn waar je je elektrische voertuig kunt opladen. DOET-initiatiefnemer Steven Blom: “Elektrische vervoersmiddelen zijn er al lang, nu is het zaak dat de ontwikkeling van elektrisch vervoer serieus gefaciliteerd gaat worden op het gebied van infrastructuur, regelgeving en nieuwe technologie. Denk bijvoorbeeld aan de vergroting van de actieradius van elektrische voertuigen door de plaatsing van oplaadpalen en de ontwikkeling van betere en duurzame accu’s.” Mede-initiatiefnemer Geert Kloppenburg vult aan: “Met DOET initiëren en ondersteunen we proefprojecten op het gebied van elektrische mobiliteit. In de gemeente Rotterdam is inmiddels een project van start gegaan waarbij elektrisch vervoer de afstand tussen voordeur en bushalte overbrugt. Hierbij wordt de gehele keten van elektrisch vervoer, van oplaadpaal tot eindgebruiker, in een keer in de markt gezet.”

Een kleine greep uit de wapenfeiten van de leden van DOET tot nu toe:

Al gerealiseerd:

  • Verenigen van de hele keten voor Elektrisch Vervoer in DOET.
  • Online, open-source kennisplatform voor leden.
  • Proeftuin elektrische taxi in Utrecht.
  • Elektrische TukTuks als openbaar vervoer in Rotterdam (gemeente Rotterdam).
  • De website oplaadpalen.nl met gratis iPhone-applicatie voor mobiele telefoons.

Nieuwe doelstellingen:

  • Binnen nu en 3 jaar elektrische taxi’s op elk groot NS station in Nederland.
  • Binnen 5 jaar alle distributie, zoals post, pakketen en bevoorrading etc., in de grote steden met elektrische voertuigen.
  • Vergroten aandeel elektrisch in de verkopen van brom- en snorfietsen.

Over DOET

DOET – de naam zegt het al – is sterk gericht op doén. Opgericht door ondernemers die al zo’n vijf jaar bezig zijn elektrisch vervoer in Nederland op de kaart te zetten. No-nonsense, met een al imposante trackrecord. DOET vertegenwoordigt de hele keten Elektrisch Vervoer en is mede opgericht door Eco-movement, Stichting Urgenda, BOVAG, RAI Vereniging, Stichting TwentyTwenty en TukTuk Company.

Het doel van DOET: stimuleren van elektrisch vervoer in Nederland door te lobbyen, kennis te delen en projecten gezamenlijk op gang te brengen. Lidmaatschap is gratis voor ondernemers uit de branche.

Voor meer informatie, kijk op www.doetdoet.nl, www.oplaadpalen.nl en Twitter: @doetdoet en @oplaadpalen.

Mijn presentatie bij Ik ben die verandering avond van #visienl

Vanavond heb ik een presentatie gegeven bij op de thema-avond van VisieNL over Ik ben die verandering. We waren te gast bij de IMC Weekendschool in Amsterdam Zuid-Oost. Het onderwerp van de presentatie was:

Ben jij Die Verandering of ken jij Die Verandering? Vertel het VisieNL-leden in 20 slides x 20 seconden.
20×20? Dat is PechaKucha! Zie http://www.pecha-kucha.org/ voor inspirerende voorbeelden. Zoek 20 afbeeldingen bij elkaar en verbind daaraan een presentatie van max 20×20 seconden. Geef in je presentatie antwoord op de volgende vragen:

  1. Wie is volgens jou Die Verandering (schroom niet jezelf naar voren te schuiven!)
  2. Waarom?
  3. Waartoe zet Die Verandering jou aan? / Waartoe zet jij als Die Verandering anderen aan? / Waarbij kun jij als Die Verandering nog hulp van (Visie)NL-ers gebruiken?

Mijn presentatie

Dat ik EZ 1.3 noem, wil overigens niet zeggen dat mijn Minister 1.3 is. Het betekent dat ik van mening ben dat EZ nog lerende is en nog een stuk te gaan heeft voordat de werkcultuur daarwerkelijk past bij wat de 2.0 profeten voor ogen hebben. Dat neemt niet weg dat ik erg trots ben te werken bij een departement waar de politieke en ambtelijke leiding het wel aandurft om te experimenteren met deze nieuwe technieken. Vanavond werd ik zelfs uitgemaakt als deelmakend van de internet avant-garde (en dat voor een voormalig geiten wollen sok uit Wageningen, die nu ambtenaar is… 😉

Links & filmpjes

Hierbij ook de links naar de in de presentatie genoemde initiatieven en organisaties:

Filmpjes:


Tim Berners-Lee over open data: