Stopt de overheid met jokkebrokstroom?

In 2013 legde Sargasso bloot dat de Tweede Kamer zogenaamde jokkebrok stroom inkoopt. Met de marktconsultatie die op 18 augustus is gepubliceerd lijkt verandering op handen.

Hoe werkt inkoop van groene stroom

Consumptie van duurzame elektriciteit bestaat uit een combinatie van fysieke consumptie van elektriteit en het afboeken van zogenaamde Garanties van Oorsprong. Met deze garanties van oorsprong wordt de elektriciteit vergroend. Er zijn 2 manieren om duurzame elektriciteit in te kopen:

  1. Fysieke elektriciteit en garanties van oorsprong bij dezelfde leverancier kopen. Bij voorkeur bij een leverancier die ook elektriciteit uit hernieuwbare bronnen produceert. De afnemer koopt in dat geval de duurzame elektriciteit; de leverancier zorgt voor de levering van elektriciteit en voor het afboeken van de garanties van oorsprong.
  2. Het is ook mogelijk om als afnemer de garanties van oorsprong apart van de elektriciteit in te kopen. Een afnemer moet dan zelf een garantie van oorsprong rekening openen bij de uitgevende instantie (of dit door een derde partij laten doen) en vervolgens zelf garanties van oorsprong kopen bij de ingekochte elektriciteit. Deze garanties laten bijboeken op de eigen garanties van oorsprong rekening en afboeken.

Wat is jokkebrok stroom?

In 2013 legde de Nederlandse Energiemaatschappij (NME) in een reclamespotje uit wat ‘jokkebrok stroom’ is. Voor een habbekrats per klant kochten zij garanties van oorsprong van Scandinavische waterkrachtcentrales. Scandinavische landen trekken deze verkochte GvO’s niet van hun eigen groene stroomproductie af, Scandinavische energiebedrijven melden hun klanten ook nauwelijks dat ze de GvO’s van de waterkrachtcentrale hebben doorverkocht. Milieuorganisaties, zoals Greenpeace, WISE en HIER hebben dan ook al jaren kritiek op deze wijze van vergroenen van elektriciteit en spreken van sjoemelstroom.

Inkoop rijksoverheid

De rijksoverheid kiest al jaren voor het apart aanbesteden van de fysieke elektriciteit en de garanties van oorsprong. Daarmee gebruikt de rijksoverheid wel groene stroom, alleen leidt dat volgens Minister Kamp niet tot extra vergroening van de elektriciteitsvoorziening in Nederland of de EU. Terwijl het hele idee van duurzaam inkopen door de overheid toch juist was om als overheid het goede voorbeeld te geven en daarmee bij te dragen aan de verdere verduurzaming van de economie. In 2013 legde Sargasso bloot dat de rijksoverheid en Tweede Kamer zelf ook jokkebrok stroom gebruiken.

Tot voor kort hield het Kabinet vol dat de Rijksoverheid vanwege Europese aanbestedingsregels niet specifiek voor Nederlandse groene stroom kan kiezen. Er lijkt nu echter toch een doorbraak aan te komen. Op 18 augustus heeft het rijk namelijk een marktconsultatie aangekondigd ter voorbereiding van de inkoop van groene stroom voor de periode 2018-2021. In de aankondiging stelt het rijk dat er sinds dit jaar geen garanties van oorsprong van Scandinavische waterkrachtcentrales (een belangrijke bron van jokkebrok stroom) meer ingekocht worden.

Op de langere termijn wil het Rijk alleen elektriciteit kopen die in Nederland zelf duurzaam is opgewekt, zo veel mogelijk op rijksgrond. De komende vier jaar is dat nog niet haalbaar. De jaren 2018-2021 zijn daarom een overgangsperiode. Door 30 procent van de groene stroom te kopen met Nederlandse certificaten, levert het Rijk ook een bijdrage aan het opwekken van duurzame energie in Nederland.

Hiermee lijkt de rijksoverheid zijn inkoopstrategie aan te willen passen. Het langere termijn doel roept bij mij wel de vraag op hoe dit zich dan verhoudt tot de Europese aanbestedingsregels, die eerder dit jaar nog in de weg zaten bij de keuze voor Nederlandse groene stroom. Al noemde ik dat eerder al vreemd, omdat de provincie Utrecht dat bijvoorbeeld wel doet. Wordt dus vervolgd…

Dit bericht verscheen eerder op Sargasso.

Rijksoverheid jokkebrokt verder met inkoop groene stroom

Onderzoek van WISE laat zien dat de Nederlandse rijksoverheid nog steeds voornamelijk buitenlandse waterkkracht gebruikt om haar elektriciteitsverbruik te vergroenen. Een methode die door deNederlandse Energie Maatschappij in 2013 als jokkebrok stroom werd bestempeld, wat tot ophef in de Tweede Kamer leidde. WaarnaSargasso in 2013 na herhaaldelijk navragen aantoonde dat de rijksoverheid, inclusief de Tweede Kamer, zelf ook grotendeels jokkebrok stroom gebruikt. Berichtgeving in december over de inkoop van jokkebrok stroom door gemeenten leidde tot Kamervragen van SP,PvdA en Groenlinks.

Hoe werkt inkoop van groene stroom

Consumptie van duurzame elektriciteit bestaat uit een combinatie van fysieke consumptie van elektriciteit en het afboeken van zogenaamde Garanties van Oorsprong. Met deze garanties van oorsprong wordt de elektriciteit vergroend. Er zijn 2 manieren om duurzame elektriciteit in te kopen:

  1. Fysieke elektriciteit en garanties van oorsprong bij dezelfde leverancier kopen. Bij voorkeur bij een leverancier die ook elektriciteit uit hernieuwbare bronnen produceert. De afnemer koopt in dat geval de duurzame elektriciteit; de leverancier zorgt voor de levering van elektriciteit en voor het afboeken van de garanties van oorsprong.
  2. Het is ook mogelijk om als afnemer de garanties van oorsprong apart van de elektriciteit in te kopen. Een afnemer moet dan zelf een garantie van oorsprong rekening openen bij de uitgevende instantie (of dit door een derde partij laten doen) en vervolgens zelf garanties van oorsprong kopen bij de ingekochte elektriciteit. Deze garanties laten bijboeken op de eigen garanties van oorsprong rekening en afboeken.

Inkoop elektriciteit rijksoverheid

De rijksoverheid kiest al jaren voor het apart aanbesteden van de fysieke elektriciteit en de garanties van oorsprong.

Daarmee gebruikt de rijksoverheid wel groene stroom, alleen leidt dat volgens Minister Kamp niet tot extra vergroening van de elektriciteitsvoorziening in Nederland of de EU. Terwijl het hele idee van duurzaam inkopen door de overheid toch juist was om als overheid het goede voorbeeld te geven en daarmee bij te dragen aan de verdere verduurzaming van de economie.

De rijksoverheid heeft de fysieke elektriciteit tot en met 2017 ingekocht bij E.On en Delta. Het gaat in totaal om ongeveer 1 miljoen Megawatt uur, gelijk aan het elektriciteitsverbruik van ongeveer 285 duizend huishoudens. Ongeveer driekwart van de ingekochte stroom komt van E.On en een kwart van Delta.

De contracten voor fysieke elektriciteit lopen over meerdere jaren, terwijl de bijbehorende garanties van oorsprong jaarlijks worden ingekocht. Op die manier kan de hoeveelheid garanties van oorsprong worden afgestemd op het werkelijk elektriciteitsverbruik. Een raar argument, want het elektriciteitsverbruik schommelt niet heel sterk per jaar, dus de overheid zou er ook voor kunnen kiezen om een groot deel van de benodigde garanties van oorsprong meerjarig in te kopen. Bijvoorbeeld 75% van het jaarlijks elektriciteitsverbruik en enkel het resterende deel jaarlijks bij te kopen op basis van het werkelijk elektriciteitsverbruik. Op die manier krijgen eigenaren van hernieuwbare energiebronnen net als E.On en Delta langjarige zekerheid over hun inkomsten.

Reactie rijksoverheid

De rijksoverheid houdt vol dat ze zich keurig aan de wet houden en dat er nu eenmaal een overschot is aan garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit in Europa. Vanwege Europese aanbestedingsregels zou de rijksoverheid niet specifiek voor Nederlandse groene stroom kunnen kiezen. Het vreemde is dan natuurlijk dat de Provincie Utrecht wel gebruik maakt van Nederlandse garanties van oorsprong voor windenergie en dat de NS een aantal jaar geleden al liet zien dat je binnen Europese aanbestedingsregels wel degelijk kunt kiezen voor een aanbieder die extra duurzame opwekkingscapaciteit belooft te realiseren. Het rijk voert het NS contract zelfs als showcase op bij haar expertisecentrum inkopen. En het allervreemdste: het rijk koopt nu zelf al een klein deel van haar garanties van oorsprong wel exclusief in bij Nederlandse duurzame energieprojecten.

Bij aanbestedingen van de rijksoverheid (Prorail en Rijkswaterstaat) worden bedrijven onder andere beoordeelt op hun positie op de CO2-prestatieladder. De inkoop van hoogwaardige garanties van oorsprong maakt onderdeel uit van deze beoordeling (zie pagina 33 van handboek 3.0), terwijl de rijksoverheid zelf nog steeds voor jokkebrok stroom kiest. Dit verhoogt de geloofwaardigheid van de overheid niet.

Een ander argument dat de overheid hanteert is dat er onvoldoende hoogwaardige garanties van oorsprong beschikbaar zijn. Aan de ene kant laat dat mogelijk het succes van bewustwordingscampagnes van WISE en HIER Klimaatbureau zien, aan de andere kant zou dat juist de reden moeten zijn om de eigen inkoopmacht in te zetten om te komen tot meer duurzame energieopwekking. Dat kan ook in stappen, zoals de NS heeft gedaan.

Een laatste excuus van de overheid is dat het grote volume aan duurzame elektriciteit dat de rijksoverheid nodig heeft de prijs van hoogwaardige garanties van oorsprong beïnvloed, het rijk zou namelijk zo´n 10% van de Nederlandse duurzame elektriciteit op moeten kopen als voor Nederlandse garanties van oorsprong wordt gekozen.

Het CBS concludeerde in 2014 na onderzoek echter dat prijswaarneming van Nederlandse garanties van oorsprong niet mogelijk was. Volgens WISE bedragen de extra kosten van hoogwaardige garanties van oorsprong voor de rijksoverheid ongeveer EUR 2,2 miljoen. Als daarmee de prijs van hoogwaardige garanties van oorsprong omhoog gaat is dat toch de gewenste marktwerking? Een hogere prijs zorgt voor meer aanbod en voor lagere subsidies, want prijs van garanties van oorsprong kan namelijk meegenomen worden in de bepaling van het uit te keren subsidiebedrag. En door zelf hoogwaardige garanties van oorsprong in te kopen kan de rijksoverheid meteen inzicht in de prijsontwikkeling van garanties van oorsprong geven aan het CBS.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Grote steden kiezen massaal voor kolenstroom

Onderstaand artikel is eind december als open waanlink geplaatst op Sargasso. Inmiddels zijn in verschillende steden, provincies en Tweede Kamerfracties vragen gesteld over de inkoop van elektriciteit.

Terwijl lokale overheden in een convenant beloofden hun stroom vanaf dit jaar duurzaam in te kopen, kiezen ze in praktijk slechts op het criterium ‘laagste prijs’. Dat blijkt uit een groteinventarisatie van gemeentelijke energieaanbestedingen door het Algemeen Dagblad. De nadruk op laagste prijs is zo groot dat Eneco en Pure Energie inmiddels niet meer inschrijven op aanbestedingen van gemeenten.

Gemeenten en provincies bevinden zich met de inkoop van jokkebrok stroom in gezelschap van de rijksoverheid, die na herhaaldelijk vragen door Sargasso ook voornamelijk goedkope buitenlandse garanaties van oorsprong bleek in te kopen. Een type garanties van oorsprong waarvan Minister Kamp onlangs aangaf dat de inkoop daarvan van slechts op papier leidt tot meer duurzame elektriciteit. Zie zijn reactie op het amendement volle transparantie voor elektriciteit.

Volgens gezamenlijk onderzoek van WISE, Natuur&Milieu, Greenpeace, Hivos, WNF en de Consumentenbond is Pure Energie, samen met Qurrent en De Unie, het duurzaamste energiebedrijf van Nederland. Eneco is volgens datzelfde onderzoek met een achtste plaats het hoogst genoteerde grote energiebedrijf.

Open waanlink

Inkoopstrategie voor elektriciteit van rijksoverheid is gemiste kans

Voor het zomerreces van 2014 deed Minister Kamp de Tweede Kamer de toezegging dat hij zou bezien of de aanbesteding van groene stroom door het rijk anders kan. Bijvoorbeeld door te kijken naar de manier waarop de NS vorig jaar groene stroom heeft aanbesteed. Inmiddels heeft de rijksoverheid haar elektriciteit voor 2016 en 2017 aanbesteed. Navraag bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken leert dat het enkel om de volumes elektriciteit gaat, de garanties van oorsprong (waarmee de ingekocht stroom vergroend wordt) zijn nog niet ingekocht. Daarmee volgt de rijksoverheid de trend naar een sterkere koppeling tussen elektriciteitsopwekker en -verbruiker niet. Een gemiste kans voor duurzame energie en voor kostenbesparing.

Langjarige zekerheid drukt kosten hernieuwbare elektriciteit

Windturbines en zonne-energie installaties vergen vooral grote investeringen vooraf, terwijl de onderhoudskosten minimaal zijn en er geen brandstofkosten zijn. Een grote kostenpost wordt dan ook gevormd door de financieringskosten, met name rente en dividend. Hoe zekerder een bedrijf is van de toekomstige cashflow hoe lager de risico opslag die een bank of investeerder rekent en hoe lager dus ook de kosten voor het bouwen van een nieuwe installatie.

In de VS neemt het afsluiten van contracten voor meerjarig inkoop van het geproduceerde volume aan elektriciteit van windmolenparken en zonne-energie installaties dan ook snel toe, dit gebeurd m.b.v. zogenaamde power purchase agreements (PPA’s). Door langjarige inkoopcontracten af te sluiten weten afnemers zich langjarig verzekerd van een vast elektriciteitstarief. Terwijl eigenaren van windturbines en zonne-energie installaties zich verzekert weten van een langjarige cashflow.

De kosten van PPA’ s dalen in de VS, zo lag de gemiddelde PPA prijs voor windenergie in 2013 op $25/MWh. Niet helemaal vergelijkbaar met de kosten in Nederland, omdat de belastingvoordelen en steunmaatregelen daar anders gestructureerd zijn dan hier en ook gebaseerd op een klein aantal nieuwe installaties (‘slechts’ 630 MW). Maar toch: het geeft aan dat met PPA’s scherpe inkooptarieven mogelijk zijn. Vorig jaar hebben het Wereld Natuur Fonds en 12 Fortune 500 bedrijven ook gezamenlijke inkoopprincipes voor de inkoop van duurzame energie bekend gemaakt. Grote Amerikaanse bedrijven roepen daarnaast energiebedrijven op om het aanbod van duurzame elektriciteit te vergroten om in hun vraag te voorzien.

Goed voorbeeld: de NS

Het rijk had bij de inkoop van elektriciteit ook een schoonheidswedstrijd à la de NS kunnen uitschrijven. Waarmee het aanbod van groene stroom vergroot had kunnen worden.

De NS heeft namelijk een contract met Eneco gesloten voor de levering van tractie-elektriciteit (1,4 terawattuur, 1% van het Nederlandse elektriciteitsverbruik, 10% van de Nederlandse groene stroom). De groene stroom die de NS afneemt van Eneco is afkomstig uit nieuwe windparken die de komende jaren stapsgewijs in gebruik genomen worden in onder meer Nederland, Scandinavië en België.  De energie is daardoor direct herleidbaar naar de bron. NS maakt geen aanspraak op bestaande duurzame energiebronnen en het aanbod van groene stroom op de energiemarkt groeit door de wijze waarop de NS haar groene elektriciteit heeft ingekocht, terwijl de gekozen inkoopstrategie er ook voor zorgt dat er weinig tot geen prijsopdrijvend effect optreed.

Waarde GvO’s

De hoogte van de SDE subsidie wordt jaarlijks vastgesteld. Momenteel wordt enkel gekeken naar de marktprijs van elektriciteit, deze wordt van het toegekende basisbedrag afgetrokken om de hoogte van het subsidiebedrag vast te stellen. De overheid heeft de mogelijkheid om de waarde van GvO’s mee te nemen bij het bepalen van de hoogte van de SDE subsidie, dat doet ze niet omdat het lastig is de prijs vast te stellen. Het CBS schatte de waarde van een GvO Nederlandse wind in 2014 in op 0,1 tot 0,2 Eurocent/kWh. Uitgaande van de geproduceerde hoeveelheid windenergie in 2013 (laatste cijfers in CBS Statline) en het CBS onderzoek naar de waarde van GvO’s Nederlandse wind levert het verrekenen van de waarde van een GvO een besparing op tussen de 5 en 11 miljoen Euro per jaar.

Nut van prijsopdrijven GvO’s voor de overheid

Voor de Nederlandse overheid kan het opdrijven van de prijs van GvO’s door kwalitatieve eisen te stellen aan de soort groene stroom extra geld besparen. Door zelf Nederlandse GvO’s windenergie in te kopen (of met behulp van bijvoorbeeld de eisen uit het handboek CO2-prestatieladder eisen te stellen aan de kwaliteit van GvO’s) krijgt de overheid beter zicht op de marktprijs van GvO’s. Dat maakt het mogelijk om de waarde van GvO’s daadwerkelijk te verrekenen. De besparing neemt wel af tot 4,5 tot 9 miljoen Euro, doordat de overheid ook kosten moet maken voor de inkoop van kwalitatief betere GvO’s.

Wanneer de inkoop van de Nederlandse overheid een prijsopdrijvend effect heeft op de waarde van GvO’s neemt de besparing toe. Per tiende cent per kWh bespaart de overheid per saldo zo’n 4,5 miljoen Euro. Dat bedrag wordt nog hoger als ook de prijs voor andere Nederlandse GvO’s stijgt, wat niet ondenkbaar is aangezien het elektriciteitsverbruik van de rijksoverheid goed is voor zo’n 10% van de Nederlandse duurzame energie productie.

Wanneer het in verband met Europese aanbestedingseisen niet haalbaar is om expliciet om Nederlandse groene stroom te vragen, dan biedt het handboek van de CO2 prestatieladder een prima uitweg. Rijkswaterstaat werkt daar mee en ik ben in de drie jaar dat ik er mee heb gewerkt weinig tot geen gecertificeerde bedrijven tegengekomen die het aandurven om te kiezen voor de goedkope optie van Noorse, laat staan IJslandse, garanties van oorsprong.

Voor de bewuste consument is het effect op de energierekening van deze strategie beperkt. Uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh gaat het om 35 Euro/jaar, of Euro 2,92 per maand. Daar staat tegenover dat er minder geld nodig is voor de SDE subsidie.

Conclusie

De belangrijkste vraag is of ministers, beleidsmakers en inkopers in staat zijn om over hun eigen budget en ministerie heen te werken aan een integrale beleids- en inkoopstrategie voor duurzame energie. De antwoorden die ik de afgelopen jaren heb gehad vanuit inkopers en beleidsmakers stemmen wat dat betreft weinig hoopvol. Want ‘de inkoop van IJslandse waterkracht voldoet toch aan de duurzaam inkopen criteria’?

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Van duurzaam naar circulair inkopen

Vorige week plaatste ik hier mijn presentatie over duurzaamheid in de (inkoop)keten. Vandaag kreeg ik via de mail een link naar een filpje over Pre Returnable Procurement (PRP). Een door Rene de Klerk, Rendemint, ontwikkelde methode voor de transitie van de lineaire economie naar de circulaire economie. Voor producten én projecten, van idee tot en met realisatie en van extractie tot en met re-entry. Een methode die Rendemint al meerdere keren heeft weten te integreren in Europese aanbestedingen.

Wie meer wil weten kan op 6 oktober bij het Rijks innovatie lab een kijkje nemen of op 12 november bij de Innovatie-estafette.

Presentatie Duurzaamheid in de (inkoop)keten DGBW 2013

DGBW2013-banner-gouden-sponsor_kleinAfgelopen maandag heb ik voor het tweede jaar op rij een presentatie over duurzaamheid in de (inkoop)keten gegeven voor inkopers van de top 25 klanten en leveranciers van Strukton Worksphere. Samenwerking in de inkoopketen is noodzakelijk om verder te verduurzamen. Locatie was hogeschool Windesheim in Zwolle.

Een aantal aanwezigen constateerde terecht dat de presentatie qua inhoud en toonzetting sterk afweek van de presentatie die ik vorig jaar heb gegeven over hetzelfde onderwerp. Een andere aanwezige gaf aan dat de ervaringen met het voeren van een dialoog met leveranciers, onderaannemers en opdrachtnemers niet altijd de gehoopte resultaten heeft, omdat partijen niet het achterste van hun tong laten zien. Een uitdaging waar ik niet 1, 2, 3 een passend antwoord op had, maar waar we in een vervolggesprek wellicht wel aandacht aan kunnen besteden.

Na afloop van de presentatie werd aan de hand van stellingen gediscussieerd over hoe hoe we verwachten de inkoopketen nog verder te verduurzamen. Met onder andere de stellingen:

  • ‘Duurzaam inkopen leidt tot een hogere prijs!’
  • ‘Strukton heeft een voorbeeldfunctie (binnen techniek) op het gebied van duurzaamheid!’
  • ‘Binnen 10 jaar wordt >50% van de inkopen gedaan in de vorm van DBFMO / EPC / PPS contract’
  • ‘Best Value Procurement (BVP) leidt tot beter Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’

Deze waren voldoende aanleiding om de discussies tussen de aanwezigen op gang te krijgen. Om 16.00 uur hebben we onze gasten bedankt voor hun aanwezigheid en nageborreld met de groep genodigden. Na afloop had ik voldoende stof tot nadenken in de reis naar huis. Wat mij betreft was het een succesvolle eerste dag van de Dutch Green Building Week 2013.

De Tweede Kamer ‘jokkebrokt’ zelf ook over groene stroom

Het heeft even geduurd, maar na niet één, niet twee, niet drie, maar vier keer vragen is het hoge woord er uit: de Tweede Kamer ‘jokkebrokt’ zelf lekker mee over groene stroom, net als de Nederlandse overheid. Daarmee voldoen de Tweede Kamer en de overheid niet aan mijn verwachtingen van duurzaam inkopen: de Nederlandse overheid zet haar inkoopvolume van 1 TeraWattuur aan stroom niet in voor meer duurzame stroom in Nederland. Reden: ‘aanbestedingsregels en hoge kosten’.

Hoe zat het ook al weer?

Half mei lanceerde de Nederlandse Energie Maatschappij de campagne ‘Jokkebrokken’ (zie mijn eerdere bericht hierover). Daarin legt ze uit dat groene stroom in Nederland vaak niet is wat de consument er van verwacht. Slechts een derde van de in Nederland als groen verkochte stroom wordt ook in Nederland opgewekt. De rest is fossiele stroom die groen gemaakt is door het kopen van zogenaamde garanties van oorsprong (GvO’s) uit het buitenland.

Voor kenners van de duurzame energiewereld geen nieuws, want Nederland bungelt al jaren in de onderste regionen van het rechterrijtje van EU-lidstaten (om in voetbaltermen te spreken) als het gaat om productie van duurzame energie en duurzame elektriciteit.

Reactie Tweede Kamer

Ondanks deze voorkennis stelde de Tweede Kamerleden Jan Vos (PvdA) en Agnes Mulder (CDA) op 24 mei schriftelijke vragen aan de minister van Economische Zaken over de import van buitenlandse GvO’s. Dat was voor mij reden om bij de Tweede Kamer en de Rijksoverheid na te vragen wat voor groene stroom ze zelf gebruiken.

De Tweede Kamer antwoordde vrij snel dat ze het zelf ook niet wisten, omdat de inkoop van groene stroom via de Rijksgebouwendienst loopt. Wel meldde de Tweede Kamer dat ze door de combinatie van zonneboiler en zonnepanelen ongeveer 40% energiebesparing realiseert.

Het eerste antwoord van de Rijksgebouwendienst was niet echt bevredigend, maar gisteren kreeg ik een tweede antwoord van de Rijksgebouwendienst. Dit keer wel met informatie over het type garanties van oorsprong (GvO’s) dat de Rijksoverheid en de Tweede Kamer gebruiken:

Geachte heer Beek,

Uw vraag is niet alleen door de Publieksvoorlichting van de Rijksgebouwendienst in behandeling genomen, maar zoals ik begrepen heb, ook door de Tweede Kamer.

Vanuit de Rijksgebouwendienst kan ik u het volgende melden:

De Rijksoverheid maakt voor het overgrote deel gebruik van buitenlandse GVO’s. Binnen de aanbestedingsregels kunnen we niet expliciet eisen dat de oorsprong Nederlands moet zijn. Als we naar hoogwaardiger (groenere) alternatieven gaan, is er sprake van significant hogere kosten.

Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

Met vriendelijke groet,

[naam verwijderd]

Coördinator/Contactpersoon Publieksvoorlichting RGD

Daarmee is mijn vraag over samenhang tussen duurzaam inkopen en beleidsdoelen ook meteen beantwoord: die is er schijnbaar niet. Al wacht ik nog op antwoord van I&M op deze vraag.

Opvallend vind ik de stapeling van argumenten om geen Nederlandse groene stroom in te kopen. Aan de ene kant kan niet geëist worden dat GvO’s van Nederlandse oorsprong zijn in verband met Europese aanbestedingsregels. Bijzonder, want de NS is van plan het te gaan doen en ProRail is naar mijn weten al over op Nederlandse groene stroom. Nu hebben die iets meer ruimte dan het rijk, maar nog steeds hebben ze te maken met Europese aanbestedingsregels.

Het tweede argument, wat niet meer nodig is als het eerste waar is, is dat hoogwaardiger (groenere) alternatieven tot significant hogere kosten voor de overheid leidt. Als dat waar is, heeft EZ haar SDE+ subsidie verkeert ingeregeld. De SDE+ garandeert namelijk een bepaalde mimimumprijs. Bij de bepaling van het werkelijke subsidiebedrag wordt de marktprijs hierop in mindering gebracht. Oftewel: het basisbedrag voor wind op land was 8,5 Eurocent / kWh in de eerste ronde van 2013. Bij een prijs voor elektriciteit van 5 Eurocent / kWh een subsidie van 3,5 Eurocent / kWh wordt verstrekt. Stel dat de aankoop van Nederlandse GvO’s leidt tot een prijsstijging van 1 Eurocent / kWh dan stijgt de marktprijs naar 6 Eurocent / kWh en ontvangt de eigenaar van de windmolen nog maar 2,5 Eurocent / kWh. Netto effect voor de overheid: o Eurocent / kWh. Alleen heeft de RGD meer geld nodig en de SDE+ minder. Vestzak-broekzak noemde mijn opa dat vroeger.

De bijbehorende berekeningen vind je hier.

Managen van verwachtingen

Natuurlijk heeft Jurgen Sweegers een punt als hij stelt dat sjoemelstroom en jokkebrokken verkeerde termen zijn:

Het is echte groene stroom en mensen krijgen wat ze kochten: echte groene stroom. Maar er is wel een probleem. Mensen hadden blijkbaar iets anders verwacht toen ze groene stroom kochten.

Dat geldt wat mij betreft nog veel meer voor door de overheid ingekochte groene stroom. Duurzaam inkopen van energie door de overheid leidt dus niet tot meer duurzame energie of groene stroom in Nederland en de Kamerleden die zich druk maken over de jokkebrokken campagne van NLE hebben boter op hun hoofd.

Het kan anders

Dat het ook anders kan laat de NS zien. In de nieuwe aanbesteding zijn de volgende voorwaarden opgenomen:

NS [wil] dat de stroomleverancier aanwijsbaar nieuwe groene stroomprojecten bouwt of contracteert. Dit om te voorkomen dat inkopen uit het beperkte huidige aanbod aan projecten tot hogere prijzen leidt en om zeker te stellen dat er sprake is van extra groene stroomproductie in onder meer Nederland. De vergroening kan geleidelijk plaatsvinden gedurende de contractperiode afhankelijk van wat realistisch is.

De NS valt ook onder Europese aanbestedingsregels, dat de overheid en Tweede Kamer zich blijven verschuilen achter Europese aanbestedingsregels vind ik dan ook niet sterk. In zekere zin erkent de overheid dat ook door zich in tweede instantie te verschuilen achter hogere kosten voor Nederlandse groene stroom.

Ons eigen elektriciteitsverbruik

Voordat je denkt dat ik hier zelf niks aan doe: we zijn thuis al jaren actief bezig met ons energieverbruik. Sinds een jaar of drie houden we dat maandelijks bij. Ons gasverbruik hebben we teruggebracht tot ongeveer 1.000 m3 per jaar met behulp van een zonneboiler. De afgelopen jaren hebben we diverse besparingsmaatregelen genomen in huis en sinds januari wekken we ongeveer 40 procent van ons elektriciteitsverbruik zelf op via Winddelen van de Windcentrale. Inmiddels zijn onze zonnepanelen geplaatst waarmee we nog eens 40 procent van ons elektriciteitsverbruik zelf op gaan wekken. Het resterend deel nemen we af van Greenchoice (een jaar vast), volgens zowel de groene stroom checker van WISE als de HIER Klimaatcampagne een groene keus.

Wil je zelf zeker weten dat het product dat je afneemt groene stroom van Hollandse bodem is dan kun je terecht bij de productvergelijker van de HIER Klimaatcampagne of de groene stroom checker van WISE. Een derde optie is de vergelijker van Greenpeace en de Consumentenbond. Leuker kunnen NGO’s het niet maken, wel onoverzichtelijker… Een vierde optie is om je aan te sluiten bij een lokaal energie intiatief.

Dit bericht is een bewerking van een eerder bericht voor Sargasso.