Voorwaarden aan bedrijfssteun in coronatijd

Al weken klinkt er vanaf verschillende kanten de roep om eisen te stellen aan steun voor bedrijven, zowel in Nederland als internationaal. Het Kabinet is er echter nog niet van overtuigd dat dit mogelijk is, getuige het optreden van minister Kaag bij Wakker Nederland. Tegelijkertijd worden in andere EU landen de eerste contouren van de steunpakketten duidelijk. In Denemarken en Oostenrijk hebben ze duidelijk minder moeite om eisen te stellen aan bedrijven die overheidssteun willen. Met de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 op komst wordt het steunpakket voor het Nederlands bedrijfsleven de lakmoesproef voor partijen: zijn het mooie woorden over aanpak van belastingontwijking, beloningsbeleid en duurzaamheid, of horen daar ook daden richting het bedrijfsleven bij?

Steunpakket fase 1

In de eerste fase van de coronacrisis heeft het steunpakket zich terecht gericht op het bieden van inkomenszekerheid aan werknemers, zzp’ers en mkb-ondernemers. Of dat noodverband geslaagd is in zijn opzet lijkt me een mooi onderwerp voor een stevige evaluatie. Afgaande op de berichten die ik lees over ontslagen van met name medewerkers met tijdelijke contracten en zzp’ers die zonder opdracht zijn komen te zitten en diverse ondernemers zijn daar vraagtekens bij te plaatsen. Belangrijker is dat in Nederland de flexibele schil kwetsbaar blijkt voor grote verstoringen, omdat velen niet in staat zijn om voldoende buffers op te bouwen in goede tijden.

Steunpakket fase 2

Voor fase 2 is de vraag of en zo ja welke maatschappelijke eisen gesteld gaan worden aan bedrijven die om financiële steun vragen. Waar Minister Kaag zich afvraagt of dat überhaupt kan zijn er al minstens drie voorbeelden binnen de EU waar het gewoon gebeurd: Polen, Denemarken en Oostenrijk. In Polen komen alleen bedrijven die in Polen vennootschapsbelasting betalen of dat binnen 9 maanden gaan doen in aanmerking voor overheidssteun. In Denemarken heeft de overheid bekend gemaakt dat bedrijven die dividend uitbetalen, aandelen terugkopen of geregistreerd staan in belastingparadijzen niet in aanmerking komen voor de steunprogramma’s, die onder andere bestaan uit leningen en garantstellingen. Daarmee is steun enkel beschikbaar voor bedrijven die in goede tijden ook hun eerlijke financiële bijdrage leveren aan de Deense samenleving. Een prima startpunt voor politieke partijen die belastingontwijking aan willen pakken, al is die registratie in een belastingparadijs wat lastig voor belastingparadijs Nederland… Vervangen van de vestiging in een belastingparadijs door de eis dat een bedrijf geen ruling met de belastingdienst heeft om de belastingafdracht te verlagen en deze gedurende de looptijd van de steunmaatregel niet zal sluiten kan een alternatief zijn.

In Oostenrijk wordt ondertussen ook gewerkt aan eisen aan staatssteun. De regeringscoalitie van OVP en groenen lijkt een pakket op te leveren waarbij aan de ene kant ingezet wordt op garanties voor baanbehoud in Oostenrijk en aan de andere kant klimaateisen. Zo lijkt Austrian Airlines, dat onderdeel is van Lufthanse Group, geconfronteerd te gaan worden met eisen om banen in Oostenrijk te behouden en om te vergroenen. De discussie over baanbehoud tussen het Oostenrijkse Austrian Airlines en het Duitse moederbedrijf Lufthansa is vergelijkbaar met de Nederlandse discussie hierover tussen Air France en KLM. De huidige marktomstandigheden, waarbij KLM een fors steunpakket nodig lijkt te hebben bieden meer kansen op invloed op de plaats van KLM binnen de alliantie Air France – KLM dan het kopen van een aandeel in Air France – KLM. De klimaateisen aan Austrian Airlines waar Oostenrijk aan denkt kunnen als voorbeeld dienen voor Nederland. Maatregelen waar aan gedacht wordt zijn bijvoorbeeld beperking van het aantal korte vluchten, samenwerking met treinmaatschappijen, inzet van duurzamere brandstoffen en stevigere belastingen op vliegen.

In een interview met het Oostenrijkse Kurier geeft de Oostenrijkse Minister van Milieu Gewessler dat het stellen van klimaateisen voor haar de norm dient te zijn bij steun aan bedrijven. Daarmee lijkt de inzet breder dan enkel voor Austrian Airlines te gelden. Wat ook blijkt uit de voorbeelden die ze geeft. Een daarvan is de Oostenrijkse subsidie voor het vervangen van oliekachels, die regionale werkgelegenheid oplevert en het klimaat ten goede komt.

Ook Partij voor de Dieren, SP, GroenLinks en PvdA pleiten inmiddels voor het stellen van strenge maatschappelijke eisen aan bedrijven die overheidssteun willen. Klaver wil eisen dat bedrijven geen bonussen betalen aan hun topmensen. Dat ze geen dividend aan aandeelhouders mogen betalen en dat ze geen eigen aandelen mogen opkopen. Ook moeten bedrijven werk maken van verduurzaming en dat bedrijven niet gevestigd zijn in een belastingparadijs. Al blijft die laatste eis in mijn ogen lastig voor een land dat zelf een belastingparadijs is…

Wet- en regeling op orde brengen

Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad in de klimaatzaak en de uitspraak van de Raad van State over de programmatische aanpak stikstof is het hoog tijd dat Nederland werk gaat maken van milieubeleid. Niet meer door te roepen dat we niet het schoonste jongetje van de EU hoeven te zijn, want dat zijn we gelet op de twee rechterlijke tikken op de vingers van Nederlandse beleidsmakers niet meer. Eerder wordt het tijd om de wet- en regelgeving daadwerkelijk gereed te maken voor de broodnodige verduurzaming van de Nederlandse economie. Behalve het moderniseren van de elektriciteitswet, de gaswet en de warmtewet hoort daar ook bij dat maatregelen om uit de stikstofcrisis te geraken en maatregelen uit het Klimaatakkoord, zoals de invoer van de CO2-prijs, niet op de lange baan geschoven worden. Zeker gemeenten, provincies en waterschappen en een deel van het bedrijfsleven hun verantwoordelijkheid wel pakken en wel doorgaan met het uitvoeren van de afspraken uit het Klimaatakkoord. Soms met vertraging, omdat besluitvorming en participatie over bijvoorbeeld de regionale energiestrategieën nu in een ander tempo lopen, soms nog steeds sneller dan afgesproken. Een voorbeeld van die versnelling zit bij de grond-, weg- en waterbouw, waar aannemers en leveranciers samen werken aan het bereiken van een emissieloze bouwplaats in 2026 in plaats van in 2030, zoals vastgelegd in het nationale Klimaatakkoord.  Om de koplopers te belonen

Het wegvallen van een deel van het wegverkeer biedt ook kansen voor gemeenten, bijvoorbeeld om straten voetganger- en fietsvriendelijker in te richten of om de snelheden blijvend aan te passen. Lagere snelheden hebben vanuit verkeersveiligheid namelijk grote voordelen, terwijl de effecten op binnenstedelijke reistijd beperkt zijn.

Voordelen

Het wegvallen van een deel van het wegverkeer en een groot deel van het vliegverkeer blijkt grote voordelen te hebben. Zowel als het gaat om vermindering van het aantal files en verbetering van de gezondheid als waar het gaat om verlaging van de overlast door luchtvervuiling en geluid. Een ander mooi bijeffect dat ik dagelijks zie in de straat waar ik woon is dat de straat weer van de kinderen is in plaats van dat deze toebehoort aan rond razende blikken op de weg.

Slotsom

Hoog tijd dus voor Nederlandse ambtenaren en politici om hun lofzang op het Deense model uit te breiden tot het leveren van een eerlijke bijdrage door bedrijven aan het collectief. Kunnen ze het meteen aanvullen met een lofzang op het Oostenrijkse model voor banenbehoud en klimaat. Van politieke partijen met visie mag je verwachten dat ze zich de komende weken en maanden inzetten om de overheidssteun aan het bedrijfsleven te gebruiken hun lange termijnvisie ten aanzien van de economie en dan met name het bedrijfsleven dichter bij te brengen. Anders dreigt wederom een verloren decennium voor het milieu en voor de aanpak van situaties in het bedrijfsleven, zoals de belastingmoraal van multinationals, die tot veel gekrakeel in de Tweede Kamer leiden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Groene SEO: Een nieuwe backlink-strategie voor duurzame hosting bedrijven

De hosting markt is erg vol, met veel bedrijven die vechten om aandacht van potentiele klanten met een dienst die, laten we eerlijk zijn, steeds generieker wordt. Dat betekent dat bedrijven zich steeds vaker bedienen van reclame, marketing, sponsoring en de meest gevaarlijke strategie: vergelijkingssites, waar een slechte dag in uw datacenter uw ranking voor jaren kan verpesten.

Recent ontdekte René Post van The Green Web Foundation een zwakke plek voor hosting bedrijven: het gebrek aan verwijzingen van kwalitatief goede websites. Een hosting bedrijf kan een miljoen klanten hebben, maar als geen van deze klanten u noemt op zijn website, kan u het in het SEO-termen nog steeds verliezen van uw buurman die feestjes organiseert.

In de hosting sector zorgt dit voor een soort van zwart gat rond hosting bedrijven. Probeer bijvoorbeeld eens een Google zoekopdracht uit te voeren naar ‘hosted by One.com’, ‘websites hosted by strato’ of naar ‘www.dreamhost.com’. Drie bedrijven die ieder meer dan een miljoen domeinnamen hosten, maar met nauwelijks aanbevelingen van klanten voor hun hosting services.

Wat opviel was het feit dat de link naar de website van The Green Web Foundation’s op de eerste of tweede pagina met zoekresultaten staat, terwijl The Green Web Foundation toch maar een klein project is met ongeveer 2.000 bezoekers per maand. Er zijn een ontelbaar aantal links vanaf parked sites naar grote hosters, maar aangezien deze sites geen content en geen bezoekers hebben is de waarde van deze backlinks waarschijnlijk beperkt. Relevantie is belangrijk, dat maakt de gratis registratie in het online overzicht met groene webhosts van The Green Web Foundation voor uw van waarde. Een goede reden om uw bedrijf te registreren.

greencheckwww.energiekschiedam.nlVoor groene hosters is er mogelijk meer goed nieuws in aantocht. Over het algemeen heeft de content van de website van uw klanten weinig relevantie voor uw bedrijf. De inhoud van de website van het Schiedams Energie Collectief heeft bijvoorbeeld weinig van doen met de inhoud van de website van hun hosting bedrijf, bHosted. Dit verandert wanneer het Schiedams Energie Collectief een pagina toevoegt over haar duurzaamheidsbeleid en daarbij aandacht besteed aan het belang van groene hosting. Op dat moment levert een badge met ‘Duurzaam gehoste door’ en een verwijzing naar het onderdeel op de website van het hosting bedrijf over duurzaamheid of maatschappelijk verantwoord ondernemen beide extra punten op in zoekmachines. In SEO-termen zijn groene hosting, duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen op deze wijze on-topic backlinks, die de groene inspanningen van beide bedrijven benadrukken – zonder daarvoor te betalen met Adwords, sponsoring of betaalde links.

Voor de Nederlandse groene hosting bedrijven die ik opzocht speelt het zwarte gat probleem mogelijk minder (Greenhost, bHosted, Alternet), omdat ze wel op de eerste pagina verschijnen bij Google. Toch stond ook hier The Green Web Foundation iedere keer op de eerste pagina met zoekresultaten en zijn on-topic backlinks voor hen waardevol in SEO-termen.

The Green Web Foundation

Het doel van The Green Web Foundation is om de transitie naar het gebruik van duurzame energie voor het internet te versnellen. Neem contact met ons op als u geïnteresseerd bent in onze ondersteuning om er uit te springen als duurzaam hosting bedrijf.

Dit is een bewerking van een bericht van René Post en eerder gepubliceerd op 2BSustainable.

Start met de e-Driver Challenge!

e-driver-challengeDoor de e-Driver Challenge gaan uw medewerkers veilig en zuinig op weg. Met een uitdagende competitie worden uw medewerkers gemotiveerd om deel te nemen. e-Driver Challenge is een trainings- en motivatieprogramma om bewuster, veiliger en duurzamer deel te nemen aan het verkeer.

  • Volledig campagne- en communicatiepakket!
  • Online trainings- en kennisplatform!
  • Uitdagende competitie voor uw medewerkers!

Waarom kiezen voor dit product?

  • 22% minder ongevallen
  • 8% lagere brandstofkosten
  • 8% minder CO2 uitstoot

Hoe werkt het, snel en overzichtelijk starten
Nadat u de vooraankondiging heeft gedaan en wij de personeelsgegevens hebben ontvangen, krijgen uw medewerkers volautomatisch toegang tot het online trainingsprogramma. Periodiek ontvangen zij nieuwe trainingen en kunnen zij meedoen aan de online e-Driver Challenge.

U ontvangt iedere 6 weken een rapportage met betrekking tot de voortgang van uw medewerkers.

Uw voordeel
Direct besparen op mobiliteitskosten

e-Driver is gebaseerd op (recente) wetenschappelijke inzichten over beïnvloeding en sturing van onbewust gedrag. TÜV Rheinland deed onderzoek naar de resultaten van e-Driver. Klanten die e- Driver inzetten krijgen voor iedere geïnvesteerde euro gemiddeld 3 euro terug.

Onderscheidende aanpak

USP’s e-Driver programma:

  • Bewezen effectief, gepatenteerde X-learning methodiek (onderzoek TÜV Rheinland)
  • Keurmerk certificaat uitgereikt door DNV GL t.b.v. maatschappelijke profilering
  • Trainingen ontwikkeld i.s.m. TNO Human Factors, SWOV, gedragsdeskundigen
  • Iedere 6 weken ontvangt de manager stuurinformatie. Incl. management-trainingen gericht op gedragsverandering
  • Gratis trainingen voor partner en kinderen van medewerker

e-driver-challenge

ASN-bank en groene hosting

De afgelopen maanden heb ik me wat meer verdiept in groene webhosting, oftewel het gebruik van duurzame energie voor het hosten van websites. Ik werk aan een reeks artikelen daarover, maar helaas ontbreekt tot nu toe de tijd om deze te publiceren. In mijn onderzoekje heb ik de Green Web App van The Green Web Foundation gebruikt. Dit is een toevoeging aan je webbrowser die laat zien of een website gehost wordt m.b.v. groene stroom.

Een leuke startvraag vond ik dan ook welke zichzelf duurzaam noemende organisaties gebruiken een ‘groene’ webhost? En als ze dat niet doen, waarom dan niet? Nogal wiedes dus dat de ASN-bank en hun online community VoorDeWereldVanMorgen.nl een van de eerste waren om te checken. Beide draaien volgens The Green Web App op grijze stroom. Tijd dus voor vragen.

Navraag bij de ASN-bank leert dat hun website door henzelf wordt gehost, om preciezer te zijn door de SNS-REAAL. Volgens de persvoorlichter van de ASN-bank gebruikt SNS-REAAL groene stroom voor de datacenter. Dat is niet terug te vinden op de website van de SNS-REAAl, wat wel terug is te vinden in het jaarverslag van 2013 (pdf) is dat SNS-REAAL voor ongeveer 90% van z’n stroomvoorziening gebruik maakt van groene stroom. Het verhaal van de ASN dat hun website groen gehost wordt is dus aannemelijk. Al kan ik uit het jaarverslag niet opmaken wat voor garanties van oorsprong SNS-REAAL gebruikt, dus of het om IJslandse waterkracht of Nederlande duurzame energie gaat weet ik niet.

Voor de website VoorDeWereldVanMorgen ligt het verhaal iets ingewikkelder. De webhost die de ASN daarvoor gebruikt is  Pelican ICT. Op de site van dit bedrijf is niks te vinden over het gebruik van groene stroom en in The Green Web App staat deze als grijs te boek. Bij VoorDeWereldVanMorgen kan ik vooralsnog niet meer doen dan op het woord van de ASN persvoorlichter vertrouwen, want ik het nog niet de tijd gehad om navraag te doen bij Pelican ICT zelf.

Gebruikte tools:

  • De Green Web App om te zien of een website groen gehost wordt.
  • TCP Utils om uit te vinden welk bedrijf de hosting verzorgt.

Disclaimer: Mijn eigen site wordt ook grijs gehost. Ik heb daarover al vragen gesteld aan WordPress.com. Alleen daar wordt niet op geantwoord. Dat betekent dat ik bezig met plannen te maken voor migratie naar een zelfgehoste WordPress omgeving bij een webhost met groene stroom. Ik ben sinds kort ook vrijwilliger bij The Green Web Foundation.

Van duurzaam naar circulair inkopen

Vorige week plaatste ik hier mijn presentatie over duurzaamheid in de (inkoop)keten. Vandaag kreeg ik via de mail een link naar een filpje over Pre Returnable Procurement (PRP). Een door Rene de Klerk, Rendemint, ontwikkelde methode voor de transitie van de lineaire economie naar de circulaire economie. Voor producten én projecten, van idee tot en met realisatie en van extractie tot en met re-entry. Een methode die Rendemint al meerdere keren heeft weten te integreren in Europese aanbestedingen.

Wie meer wil weten kan op 6 oktober bij het Rijks innovatie lab een kijkje nemen of op 12 november bij de Innovatie-estafette.

Nieuwe investering: Ampyx Powerplane

Eerder deze week werd bekend dat Google(X) Makani Power overneemt. Makani Power wil stroom winnen met windturbines die hoog in de lucht zweven, de wind opvangen en hierdoor energie creëren. Dat deed me er aan denken dat ik eerder deze maand zelf een kleine investering heb gedaan in een concurrent van Hollandse bodem: Ampyx Powerplane, waar ik in 2011 al over schreef. Daarbij heb ik gekozen voor een converteerbare lening, dus wie weet wordt ik in de toekomst nog aandeelhouder 😉

Werking

Een PowerPlane-systeem brengt met behulp van een aan een kabel verbonden zweefvliegtuig windkracht over naar een stroomgenerator op de grond. Het zweefvliegtuig vliegt volautomatisch, gebruikmakend van de modernste sensor- en besturingstechnologie. Resultaat: veel groene stroom opwekken met minimaal materiaalverbruik – dus dubbel duurzaam.  Vergeleken met een conventionele windmolen met hetzelfde vermogen wordt dan 120.000 kilo toren en wieken vervangen door een vliegtuig en een kabel van samen nog geen 400 kilo. Bovendien vliegt de PowerPlane veel hoger, waar de wind harder en constanter waait. Door het lage materiaalverbruik en de krachtigere wind is het 850kW PowerPlane-systeem goedkoper dan gewone windmolens.

Toekomst

Het eerste commerciële PowerPlane-systeem van 850kW komt in 2015 op de markt. Na een opschaling denkt Ampyx dat PowerPlanes rond 2018 een kostenniveau bereiken dat goed kan concurreren met kolencentrales.

Filmpje

De economische kans van luchtkwaliteit

Vorig jaar mei schreef ik voor TEDxBinnenhof over de economische kansen van Nederlandse innovaties in luchtkwaliteit. In de kerstvakantie kreeg ik een rapport in handen dat de economische potentie vanuit een andere kant onderstreepte. Het afvangen van schadelijke gassen, die de binnenvaart momenteel al varende in de lucht loost, levert de handelaren in en producenten van deze gassen volgens het rapport ruim €117 mln extra inkomsten op. Zo zie je maar: de strijd van GroenLinks voor schonere lucht in het Rijnmond gebied kan prima samengaan met winstkansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Reden voor de website Duurzaam Bedrijfsleven om het onderwerp samen op te pakken.

Transport vluchtige organische stoffen

Nederlandse binnenvaartschepen vervoeren jaarlijkse miljoenen liters vluchtige organische stoffen, zoals benzeen, MBTE en styreen. Het zijn industriële chemicaliën die worden gebruikt als oplosmiddel of bij de productie van plastics. Deze stoffen zijn in principe vloeibaar, maar vluchtig: ze verdampen snel. In vakjargon heten ze NMVOS.

Door die vluchtigheid blijft er na het lossen van de vloeibare lading altijd een hoeveelheid aan gassen achter in de tanks. In 60 procent van de gevallen moet dit ontgast worden. De Nederlandse wetgeving kent geen beperkingen voor binnenvaartschepen om varend te ontgassen. Het ontgassen leidt tot stankoverlast en, aangezien sommige NMVOS kankerverwekkend zijn, ook tot schade aan het milieu en de volksgezondheid.

Kans van 117 miljoen euro

Het ontgassen is ook een gemiste economische kans. Volgens een recent onderzoek van Raymond Kastermans, specialist in gevaarlijke stoffen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, blijkt dat elk jaar vier miljoen liter aan NMVOS wordt ontgast. Deze gassen kunnen ook worden opgevangen en verhandeld. Volgens het onderzoek van Kastermans vertegenwoordigen de gassen een economische waarde van ruim €117 mln.

Alleen al het afvangen van benzeen zou €42 mln op kunnen leveren. Blootstelling aan hoge doses benzeen is schadelijk voor de gezondheid. Het havengebied in Rotterdam is volgens het Planbureau voor de Leefomgeving en het RIVM een van de weinige gebieden in Nederland waar nog een probleem met het halen van de norm voor benzeenconcentratie bestaat.

VentoClean

Het Rotterdamse TEICom heeft met zijn gepatenteerde koelinstallatie VentoClean een uitvinding in handen die vluchtige gassen kan opvangen en om kan zetten naar een waardevol product. Met behulp van stikstof wordt de ladingdamp direct afgegeven aan de ontvanger, zonder dat het product qua fysische eigenschappen veranderd is.

Tegenover een markt van €117 mln staan investeringskosten van ongeveer €1 mln voor aanschaf en installatie. VentoClean verbruikt 200 kilowattuur aan elektriciteit per uur, maar zelfs tegen kleinverbruikerstarief is dat een schijntje van €46 per uur aan exploitatiekosten.

Met het systeem kan op een 110 meter binnenvaarttanker zoals de Aaltje per reis rond 1100 liter benzeen of 700 liter benzine worden teruggewonnen.

Wereldwijd patent

Vluchtige organische stoffen zijn een wereldwijd probleem. TEICom is net naar de Verenigde Staten geweest, waar het probleem zich ook voordoet. Het bedrijf uit Honselersdijk profiteert van hun wereldwijde patent.

In Nederland is strengere wetgeving in de maak over het ontgassen van NMVOS, maar deze laat op zich wachten. In de tussentijd wordt onvoldoende gebruik gemaakt van innovatieve oplossingen van Nederlandse bedrijven voor het verbeteren van luchtkwaliteit. Alleen in Amsterdam zijn twee VentoClean-installaties besteld.

Havengebied Rotterdam

Het havengebied van Rotterdam is niet zo ambitieus en vond in eerste instantie 2030 vroeg genoeg:

Vorig voorjaar heeft het gemeentebestuur van Rotterdam aangegeven te werken aan een verbod op varend afgassen vanaf 2014. Tot 2020 wordt het afgassen in de Geulhaven gedoogd, dat betekent nog 7 jaar overlast van afgassen voor Vlaardingen (en in mindere mate Schiedam, Rhoon en Hoogvliet).

Tegelijkertijd spreekt Hans Smits, de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, in de serie MVO Leiderschap van NuZakelijk prachtig woorden over het belang van MVO en zorg voor de omgeving voor de ‘licence to operate’ van het Rotterdams Havenbedrijf. Of bij het blijven gedogen van het lozen van schadelijke stoffen naar de lucht, terwijl alternatieven voorhanden zijn de term leiderschap hoort…

Strukton op niveau 5 van CO2 prestatieladder 2.0

De afgelopen maanden ben ik samen met collega’s druk geweest met het voorbereiden van de externe audit voor de CO2 prestatieladder voor de werkmaatschappijen die vallen onder het CO2 Bewust certificaat van Strukton Groep (Strukton Bouw, Strukton Civiel, Strukton Worksphere en Strukton Integrale Projecten). Vlak na de audit, die goed verliep, ben ik op vakantie gegaan wetende dat de externe auditeur geen grote punten was tegengekomen.

Inmiddels hebben we de rapportage binnen en is duidelijk dat Strukton Groep niveau 5 behaald heeft op de CO2 prestatieladder 2.0. Een bericht dat mooi samenvalt met een van de start van een van de eerste projecten die we hebben binnengehaald met gunningsvoordeel volgens deze nieuwe versie van de CO2 prestatieladder. Dochterbedrijf Ooms Civiel bereikte al eerder niveau 5 van CO2 prestatieladder 2.0 en Strukton Rail behield eerder dit jaar niveau 5 op CO2 prestatieladder versie 1.2. Daarmee zijn alle Nederlandse onderdelen van Strukton Groep op het hoogste niveau van de CO2 prestatieladder gecertificeerd.

CO2 reductie onderdeel van MVO beleid

Voor Strukton is CO2-emissiereductie geen doel op zich, maar het maakt onderdeel uit van een integrale visie op mvo waarbij ‘denken in levensduur centraal’ staat. Bij het ontwerp van een werk houden we rekening met de levensduur ervan. Vanaf de start van de bouw tot de uiteindelijke sloop ervan. Strukton denkt vanuit levensduur, voor projecten, mens en natuur en draagt hiermee concurrerende en innovatieve oplossingen aan voor de vraagstukken van onze klanten, zowel gevraagd als op eigen initiatief.

CO2-emissiereductie in 2011

In 2011 behaalde Strukton de doelsteling om de CO2 emissie met 2% te reduceren t.o.v. 2010 ruimschoots met een daling van 16%. Deze daling is onder andere het gevolg van de overschakeling op Windkracht 220 van Essent. De eerste helft van 2012 laat ook goede resultaten zien, zo heeft Strukton Worksphere in de eerste helft van 2012 haar CO2 emissie met 4 procent weten te reduceren, gerelateerd aan de omzet. Wederom voor een deel door de overschakeling op groene stroom, maar deels ook door lastigere maatregelen als het aanscherpen van de CO2 grenzen van het leasewagenpark, het stimuleren van open vervoer en Active Energy Management voor de eigen panden.

Doorkijk 2012 en verder

CO2-emissiereductie is een zaak van lange adem, sommige zaken zijn snel te realiseren andere kosten meer tijd. Begin 2012 zijn intern verschillende trajecten opgestart om de CO2-emissie verder te verlagen. Zowel binnen de organisatie, als samen met ketenpartners. Zo doet Strukton mee aan de pilot Het Nieuwe Draaien: een initiatief van Natuur & Milieu en BMWT om brandstofbesparing bij mobiele werktuigen te stimuleren. Het nieuwe draaien is het slim toepassen van de ervaringen van het nieuwe rijden op bouwmachines. Door de bouwmachines slimmer te bedienen kan er veel energie worden bespaard.

Daarnaast is Strukton dit jaar Gouden Partner van de Dutch Green Building Week die plaatsvind van 17 september t/m 21 september en zijn we volop bezig met het voorbereiden van activiteiten voor de Dag van de Duurzaamheid van Urgenda op 10 oktober 2012.

5 Elektrische auto’s voor Strukton Worksphere

Precies een week geleden heeft Strukton Worksphere 5 Nissan Leafs in ontvanst genomen door de directeur van Strukton Worksphere. De Leafs worden gebruikt als poolauto voor verschillende vestigingen van Strukton Worksphere. Inmiddels heb ik op Yammer en Twitter ook al de eerste enthousiaste reacties van collega’s terug kunnen lezen over het gebruik van de Leafs.

Het gebruik van de Leafs past mooi bij de uitrol van laadinfrastructuur voor elektrische auto’s, waar Strukton Worksphere ook bij betrokken is. Vorig jaar werd tijdens de Electric Roadsow op de dag van de duurzaamheid ook al een elektrische laadpaal in gebruik genomen bij het hoofdkantoor van Strukton in Utrecht.

De ingebruikname leverde ook mooie plaatjes op (al geef ik onmiddelijk toe dat een foto van 50 Peugeot natuurlijk ook erg fraai is):

Nissan Leaf voor Strukton Worksphere 1Nissan Leaf voor Strukton Worksphere 2Nissan Leaf voor Strukton Worksphere 3Nissan Leaf voor Strukton Worksphere 4Nissan Leaf voor Strukton Worksphere 5

Verantwoord ketenbeheer: van risicomanagement naar waardecreatie (deel 2)

Vorige week ben ik ingegaan op de wijze waarop verantwoord ketenbeheer in eerste instantie ontwikkeld is als antwoord op kritiek op de manier waarop bedrijven omgingen met (vermeende) misstanden bij hun leveranciers. Volgens de auteurs van het boekje Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie was dat een logische eerste stap, maar wel een defensieve. Veel bedrijven die op die manier begonnen zijn beginnen manieren te ontdekken waarop verantwoord ketenbeheer meer strategisch ingezet kan worden als een manier om van een red ocean strategy naar een blue ocean strategy te komen. Oftewel van een strategie waarbij gevochten wordt om procenten marktaandeel naar een strategie waar nieuwe markten worden verkend. Die laatste strategie is interessanter, omdat het aantal concurrenten in blauwe oceanen beperkt is. Daarbij baseren de auteurs zich op het boek Blue Ocean Strategy van W. Chan Kim en Renée Mauborgne.

Mogelijkheden om verantwoord ketenbeheer meer strategisch in te zetten

De auteurs van Verantwoord Ketenbeheer stellen dat het duurzaamheidsvraagstuk veelomvattend is, maar in essentie ook heel eenvoudig: het is een schaarsteprobleem. Het gaat om de beschikbaarheid en daarmee de waarde van grondstoffen, brandstoffen, energie, voedsel en biodiversiteit voor de wereldbevolking. Nu en straks. Bedrijven staan voor de uitdaging om te anticiperen op dit schaarstevraagstuk. Bijvoorbeeld door het opzetten van een effectief beleid voor verantwoord ketenbeheer, want om een duurzaamheidstransformatie te starten is een ketenbenadering nodig.

Door verantwoord ketenbeheer te verbinden aan bv. business development, productontwikkeling, marketing en sales kan verantwoord ketenbeheer op zowel korte als lange termijn waarde gaan opleveren voor een bedrijf. Vanuit de defensieve basis kan dan gewerkt worden aan waardecreatie, bv. door samen met leveranciers te zoeken naar mogelijke efficiencyverbeteringen, kostenreducties, nieuwe producten, nieuwe logistieke oplossingen, nieuwe materialen etc.

De auteurs zien vier terreinen voor waardecreatie

  1. Kostenreductie: toverwoord daarbij is en blijft Total Cost of Ownership. Waarbij de focus ligt op kostenbesparing over de hele gebruiksduur en kwaliteit. Walmart vraagt bijvoorbeeld al haar leveranciers om energie te besparen en de energie-efficientie van producten te verbeteren. Het idee daarachter is dat energiereductie leidt tot kostenbesparingen, die voor een deel doorgegeven worden aan Walmart. Waarmee Walmart haar positie als prijsvechter kan behouden.
  2. Innovatie: voor veel bedrijven geldt dat de impact in de keten qua duurzaamheid veel groter is dan de impact van de eigen bedrijfsvoering. Dat geldt ook voor de overheid. Door een voorkeurspositie te geven aan leveranciers die voorlopen in het verbeteren van hun duurzaamheidsprestaties wordt de toeleveringsketen structureel gestimuleerd tot innovatie.
  3. Onderscheidend vermogen: duurzaamheid kan een onderscheidend vermogen zijn. Zeker in markten waar de consument weinig verschil ervaart en de prijsdruk hoog is. Zo heeft Unilever de negatieve prijsspiraal bij thee weten te doorbreken door alleen nog te werken met gecertificeerde theeplantages. Daardoor zijn consumenten meer waarde gaan toekennen aan het product en heeft Unilever een forse omzetgroei bereikt.
  4. Ketenintegratie: om de voordelen te realiseren is vergaande samenwerking met toeleveranciers nodig. In de bouw worden verrassende resultaten behaald door toeleveranciers vanaf het begin te betrekken en mee te laten denken over de beste oplossing binnen het beschikbare budget.

Randvoorwaarden voor succesvolle implementatie

Helaas bestaat er volgens de auteurs van Verantwoord Ketenbeheer van risicomanagement naar waardecreatie geen standaardsuccesrecept voor de omslag van risicomanagement naar waardecreatie. Wel benoemen ze een aantal leidende principes die randvoorwaardelijk zijn bij het succesvol waarde creëren door duurzame inkoop:

  • Leiderschap
  • Ondernemerschap
  • Openheid
  • Samenwerking

Veranderende rol inkoop

Een strategische inzet van verantwoord ketenbeheer verandert de rol van de inkoopfunctie. Wanneer inkopers samen met leveranciers werken aan gedeelde doelen wordt de toegevoegde waarde van inkopers duidelijk. Samen met leveranciers wordt dan gewerkt aan een groter onderscheidend vermogen of zelfs aan het creëren van nieuwe markten. Een van de grote uitdagingen is om prikkels te verzinnen die leveranciers uitdagen om mee te denken om de organisatie succesvoller te maken. Op gebied van duurzaamheid kan dat betekenen dat eisen gesteld worden aan de duurzaamheid van een leverancier of product, of door duurzame producten een voorkeursbehandeling te geven. Volgens de auteurs is het echter nog beter om in gezamenlijkheid te zoeken naar (het verhogen van het) differentiërend vermogen.