Tag: duurzaam ondernemen

  • Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie

    Tijdens de uitreiking van de VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award kregen de aanwezigen het boekje Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie mee. Een uitgave van KPMG en VBDO naar aanleiding van een Rond Tafel over verantwoord ketenbeheer die KPMG Sustainability , VBDO en Supply Change Associates eerder dit jaar organiseerden.

    Definitie verantwoord ketenbeheer

    Van verantwoord ketenbeheer is volgens de publicatie sprake als organisaties bij het gehele inkoopproces rekening houden met sociale en milieuaspecten. Waarbij sociale en milieuaspecten een rol krijgen naast conventionele aspecten als prijs, beschikbaarheid en kwaliteit. Bij milieuaspecten gaat het om de de impact die een product of dienst tijdens de gehele levenscyclus op de leefomgeving heeft. Bij sociale impact gaat het om de leef- en werkomstandigheden van de mensen die zijn betrokken bij de productieketen.

    Verantwoord ketenbeheer kan niet los worden gezien van duurzaam ondernemen. Een bedrijf dat verantwoord wil ondernemen kan er niet omheen om ook te kijken naar de milieudruk en sociale omstandigheden in toeleverende bedrijven.

    De eerste stap bij het implementeren van verantwoord ketenbeheer is het opstellen van richtlijnen en gedragscodes voor leveranciers. De invulling daarvan is afhankelijk van de duurzaamheidsthema’s die spelen in de keten. Voor internationale bedrijven zijn er ook veel gebruikte standaarden, zoals:

    • United Nations Global Compact
    • ILO International Labour Standards
    • ILO Code of Practice in Safety and Health
    • OECD Guidelines for Multinational Enterprises
    • The Rio Declaration on Environment and Development
    • United Nations Convention Against Corruption
    • ISO 14001
    • SA 8000
    • OHSAS 18001

    Naast algemene richtlijnen bestaan er ook richtlijnen of standaarden die voor een specifieke sector ontwikkeld zijn. Zoals bijvoorbeeld de CO2 Prestatieladder voor de Nederlandse bouwsector.

    Verantwoord ketenbeheer als risicomanagement

    Verantwoord ketenbeheer is ontstaan in reactie op de kritiek die bedrijven kregen op de werkomstandigheden bij toeleveranciers. Aanvankelijk ontkenden veel bedrijven dat ze verantwoordelijkheid droegen voor de omstandigheden bij hun toeleveranciers. In reactie daarop heeft een grote groep bedrijven inmiddels een inkoopbeleid opgezet waarmee bij leveranciers het kaf van het koren kan worden gescheiden. De aanhoudende druk van stakeholders op bedrijven als Coca Cola, C&A, Nike, Apple en Facebook laat zien dat dat geen overbodige luxe is.

    Organisaties die starten met verantwoord ketenbeheer zetten volgens de schrijvers relatief eenzijdig in op een beleid dat risico’s minimaliseert of mitigeert. Het gaat daarbij om risico’s op het gebied van:

    • reputatieschade: bv. door negatief nieuws over gebeurtenissen of omstandigheden in de toeleveringsketen.
    • omzetverlies: bv. door het verliezen van opdrachten/klanten waar duurzaamheid een rol speelt bij de inkoop.
    • wetgeving: bv. doordat er maatschappelijke onvrede ontstaat over de (waargenomen) voortgang. Koplopers hebben dan geen concurrentienadeel, maar voor bedrijven die niet aan de wetgeving voldoet ontstaan risico’s.
    • Stakeholderconflicten: verantwoordelijk gedrag zorgt voor een grotere legitimatie bij stakeholders. Dat kan voordelen opleveren bij bv. het aantrekken van personeel of draagvlak bij de lokale bevolking.

    Hoewel een defensieve strategie zeker een eerste stap is stelt de publicatie dat het niet hoeft te leiden tot het inkopen van duurzamere producten of diensten. Je scheidt tenslotte enkel op leveranciersniveau en niet op het niveau van producten of diensten. Om daadwerkelijk duurzamere producten of diensten in te kopen is meer nodig. Belangrijker nog is dat het onderscheidend vermogen van een defensieve strategie steeds kleiner wordt. De auteurs stellen vast dat defensief verantwoord ketenbeheer steeds meer de status krijgt die ‘kwaliteit’ en ISO-certificeringen hebben. Oftewel een vanzelfsprekendheid waar bedrijven niet zonder kunnen als ze zaken willen blijven doen.

    Een van de omvangrijkste initiatieven op dit gebied is het Sustainability Consortium van Wal-Mart, waar ik al eerder over schreef en waar inmiddels zo’n 100 bedrijven, instituten (waaronder WUR) en NGO’s aan meewerken. Volgens de auteurs komt het doel om producten een label te geven met alle aspecten van duurzaamheid binnen bereik. Voor Wal-Mart biedt het initiatief ook strategische mogelijkheden, waarover volgende keer meer.

  • Impressie Uitreiking VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award

    Afgelopen woensdag was ik namens Strukton aanwezig bij de uitreiking van de VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award 2011 in het kantoor van KPMG. Een avond die in het teken stond van de rol die duurzaam inkopen en ketenbeheer kunnen spelen bij het verduurzamen van organisaties. Onderstaande impressie is zeker niet compleet, maar geeft hopelijk wel een beeld van de avond.

    Giuseppe van der Helm, directeur van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), gaf aan dat de VBDO twee belangrijke routes ziet om de productieketen te verduurzamen:

    • Via de klant
    • Via de eigenaar/aandeelhouder

    Hoewel er bij de consument nog een wereld te winnen is als het gaat om duurzaam consumeren. Zeker als de klant een ander bedrijf is kun je grote duurzaamheidswinst behalen.

    Duurzaamheid is volgens de VBDO belangrijk vanuit maatschappelijk oogpunt en vanuit de business case. Vooral op dat laatste aspect zijn bedrijven goed aan te spreken. Om met duurzaamheid tot een sluitende business case te komen is de keten cruciaal. Zowel voor het toevoegen van waarde als voor voor het verbeteren van de marge. Verantwoord ketenbeheer draait volgens de VBDO niet om het drukken van kosten, maar om het helpen van je ketenpartners om successen te behalen in andere omstandigheden. Unilever doet dit bv. door met belangrijke leveranciers gezamenlijke ontwikkel / innovatieovereenkomsten af te sluiten. Verantwoord ketenbeheer vraagt om visie, transparantie, ketenbeheer en lef om waarde toe te voegen en aan je visie vast te houden.

    Bart Vos van de Tilburg School of Economy & Management voegde daar tijdens de paneldiscussie aan toe dat het niet alleen gaat om de verdeling van de waardecreatie tussen bedrijven, maar ook om de verdeling van waardecreatie binnen bedrijven. Hoe wordt een inkoper afgerekend? Wat telt er mee voor de projectleider? Welke businessunit ziet de gerealiseerde extra marge terug in zijn cijfers?

    Lessen Unilever

    Unilever heeft vorig jaar het Unilever Sustainable Living Plan gelanceerd. Doel verdubbeling van de omzet, milieuvoetafdruk halveren, meer dan 1 miljard mensen helpen in actie te komen om hun gezondheid en welzijn te verbeteren, en 100% van de landbouwgrondstoffen betrekken uit duurzame landbouw (da’s volgens Unilever wat anders dan biologische landbouw).

    Voor Unilever staat vast dat duurzaamheid in de toekomst een basisvoorwaarde wordt voor zakendoen. Wanneer dat zo is zijn er nog maar twee mogelijkheden leiden of volgen. Leiden geeft (tijdelijk) competitief voordeel.

    De kunst daarbij is te zoeken naar de sweet spot waar er voordeel is voor de klant en waar de oplossing goed is voor duurzaamheid. Voorbeeld: handenwassen met zeep. Om bacteriën te doden moet je je handen 30 tot 60 seconden wassen met standaardzeep. Unilever heeft een zeep ontwikkeld die hetzelfde effect bereikt in 7 seconden. Dat scheelt 23 tot 53 seconden aan water en 7 seconden is voor kinderen een haalbaardere termijn dan een minuut handen wassen. Unilever heeft ook een leverancierscode voor haar banken en financiers, dat is wennen voor de banken.

    Een belangrijke keueze van Unilever om duurzamer te worden is om weg te gaan van veilingen en internationale markten, waar je niet weet wat de herkomst is. Unilever werkt actief aan kortere ketens. Voor contacten met kleine boeren wel samenwerken met lokale partijen, dus handelshuis ertussen. Met het handelshuis worden wel afspraken gemaakt over kennisondersteuning en inkooptrajecten.

    Bij Unilever is duurzaam of niet geen discussie meer, omdat verdubbeling van de omzet en halvering van de ecologische footprint beide op hoog niveau vastliggen en even zwaar wegen bij de beoordeling. Voor bv. thee is Rainforest Alliance de norm, einde discussie. Wel is Unilever met Rainforest Alliance in discussie over de sociale criteria die Rainforest Alliance hanteert. Unilever vindt deze namelijk onvoldoende en wil vernieuwing van de criteria.

    Uitreiking Award en speciale vermeldingen

    Giuseppe van der Helm noemde vooral de vooruitgang in verduurzaming van de keten van de bouwsector opmerkelijk. Deze vooruitgang is in zijn ogen voor een belangrijk deel te danken aan het beheersen van de CO2-uitstoot. In de bouwsector is het gebruik van de CO2-prestatieladder van SKAO inmiddels heel gebruikelijk geworden. Bouwbedrijf BAM is zelfs doorgedrongen tot de top 10 van de VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award en ontving daarvoor een speciale vermelding van de jury. Ook de vooruitgang bij Wavin, een belangrijke toeleverancier voor de bouwsector, werd beloond met een speciale vermelding.

    De vijf genomineerde bedrijven waren Akzo Nobel, DSM, Philips, Reed Elsevier en Unilever. De winnaar van de Award was Philips met 95% van de maximale score.

    Aanpak BAM

    BAM lichtte kort toe hoe zij de afgelopen jaren hadden gewerkt aan het verbeteren van hun ketenbeheer. Deze aanpak bestond uit 3 stappen (waarvan ik er maar 2 heb onthouden 😉 :

    1. keuzes maken binnen de grote hoeveelheid aan duurzaamheidsonderwerpen. BAM heeft daarbij gekozen voor: veiligheid, CO2 reductie en afvalreductie
    2. Uit de of of discussie van geld of duurzaam stappen

    Daarnaast stellen inkopers in gesprekken met leveranciers en onderaannemers de vraag of de leverancier/onderaannemer ideeën heeft hoe het duurzamer kan dan in het bestek staat (en daarbij hebben ze het niet meteen over de centjes).

    Paneldiscussie

    Van de paneldiscussie zijn me maar een paar zaken bijgebleven. Ten eerste de nadruk die Philips legde op het belang van samen met concurrenten optrekken als het gaat om problemen die vroeg in de keten zitten. Bijvoorbeeld als de winning van grondstoffen in verband wordt gebracht met oorlogen of andere misstanden. De tweede opmerking die me bij is gebleven is het antwoord van Piet Sprengers, ASN Bank, op de vraag hoe je achterblijvers in beweging kunt krijgen. Zijn idee was om dat als criterium mee te nemen in de beoordeling van de koplopers.

    De derde opmerking komt ook op naam van Piet Sprengers. Hij gaf aan dat de ASN bank investeert vanuit waarden creatie en pas dan vanuit waarde creatie. Hij gaf aan dat deze op de langere termijn heel goed in elkaars verlengde kunnen liggen. Zo heeft de ASN nauwelijks tot geen investeringen in de financiële sector, omdat de meeste banken en verzekeraars niet transparant genoeg zijn om toegelaten te worden tot het beleggingsuniversum van de ASN-bank. Dat dat de ASN bank op dit moment geen windeieren legt behoeft geen uitleg…

    Na afloop van de avond kregen alle aanwezigen het boekje Verantwoord Ketenbeheer: van risicomanagement naar waardecreatie mee.

  • Persoonlijke investeringen: Enviu Participations

    Begin 2010 heb ik in een stuk geschreven over de mogelijkheden van crowdfunding (of peer to peer banking) voor sociale ondernemers. Inmiddels heb ik zelf ook een klein aantal investeringen gedaan (en nog 2 te doen) in sociale ondernemers. Een daarvan is een investering in Enviu Participations via het platform van Symbid.

    Enviu Participations is de ontwikkelingspoot van Enviu, waarin een aantal start-ups die ze verzinnen ondergebracht zijn en worden. Inmiddels hebben ze meer dan 50% van het benodigde kapitaal hebben opgehaald via crowdfunding. Om dat te vieren hebben alle investeerders die meer dan 100 Euro hebben ingelegd een proefpakketje van Yuno ontvangen. Een leuke verrassing, waar vooral dochterlief al een week begerig naar kijkt.

    Binnenkort ga ik dus samen met mijn dochter de smaaktest doen. Aan de verpakking zal het in ieder geval niet liggen, die is aanlokkelijk genoeg voor een 2 jarige. Als Yuno goed smaakt hoeven we ook niet ver om het te kopen, want volgens de site van Yuno ligt ’t bij onze lokale Plus supermarkt in de schappen.

    Zelf ook investeren? Kijk op Enviu-investment.nl of lees alle details op Symbid.

  • Belemmeringen van duurzame ondernemers

    Vorige week schreef ik een stukje over belemmeringen voor duurzame ondernemers en duurzame innovatie. Uit dat stuk kan onterecht de indruk ontstaan dat uitdagingen enkel bij de overheid of financiers liggen. Dat is naar mijn mening niet het geval, ook voor duurzame ondernemers zijn er nog voldoende uitdagingen. De vier meest in het oog springende zijn in mijn ogen:

    1. Idealisme;
    2. Kennis van financiering;
    3. Verschil tussen opschalen en kopiëren;
    4. De overheid als probleemoplosser.

    Idealistisch

    Duurzame ondernemers zijn vaak wat idealistischer dan andere ondernemers. Dat maakt dat ze soms onjuiste verwachtingen hebben van hun marktkansen. Als hun product bijvoorbeeld milieuvriendelijker is dan dat van de concurrent denken ze in een paar jaar tijd minstens 50% van de markt over te nemen, alsof bestaande concurrent voor die tijd niet allang gereageerd zullen hebben… Soms door verbeterde producten, soms door te lobbyen voor aanpassing van de regelgeving om het concurrentievoordeel van de duurzame ondernemer te beperken (of in heel extreme gevallen zelfs tot een concurrentienadeel te maken).

    Een andere reactie kan zijn dat concurrenten langjarige contracten aangaan met hun afnemers. Op die manier wordt het voor een nieuwkomer op de markt erg lastig om er tussen te komen. Nieuwe contracten binnenhalen wordt dan een kwestie van een lange adem, wat in het nadeel is van met name startende bedrijven. Want geen klanten = geen omzet, en startende ondernemers beschikken vaak niet over diepe zakken.

    Financiering

    Dat brengt ons meteen bij het tweede probleem van duurzame ondernemers: ze hebben niet altijd even veel kaas gegeten van financiering. Ze kloppen bijvoorbeeld bij een bank aan om een experimentele productontwikkeling gefinancierd te krijgen. Het risico van zo’n project is echter vaak te hoog voor een bank. De klanten van de bank willen nu eenmaal jaarlijks rente over hun spaargeld en uiteindelijk ook hun spaarcentjes gewoon volledig terug krijgen.

    Voor het financieren van R&D en pilot projecten zul je naar business angels of venture capital op zoek moeten. Wat een nieuwe uitdaging oplevert, omdat deze meestal via het verstrekken van eigen vermogen werken. De ondernemer moet dan een deel van zijn bedrijf ‘verkopen’ aan een ander, wat ook de nodige stof voor conflicten kan opleveren. Al biedt het ook volop kansen, want een goede business angel of venture capitalist brengt ook kennis en een netwerk mee. Zoals een Amerikaanse venture capitalist ooit tegen mij zei:

    Het is kiezen tussen 100% van het chocoladekoekje of 25% van de chocoladetaart.

    Wat een ondernemer kiest is zijn eigen keus, beide keuzes hebben z’n voor- en z’n nadelen. Wanneer je kiest voor het volledige chocoladekoekje is het hard werken en mogelijk een stevige strijd tegen gevestigde partijen. Wanneer je kiest voor een deel van de chocoladetaart kan het zomaar gebeuren dat je bedrijf wordt opgekocht door een grote partij, zoals recent met Epyon is gebeurd.

    In beide gevallen biedt het opkomende fenomeen van crowdfunding een nieuwe mogelijkheid voor financiering van je bedrijf. Dat kan zowel via eigen vermogen (bv. Symbid) of via vreemd vermogen / leningen (bv. CrowdAboutNow of We komen er wel).

    Kopiëren vs. opschalen

    Veel duurzame ondernemers die ik de afgelopen jaren heb gesproken zijn actief in de milieutechnische hoek. Het zijn gedreven en ambitieuze techneuten. Het nabouwen van een bestaande installatie vinden ze maar saai en het streven blijft naar nog beter en nog groter. Terwijl het veel makkelijker is om een bestaand type installatie nogmaals te bouwen. De technische en financiële risico’s zijn voor klanten en financiers veel beter te overzien, waardoor de financiële voorwaarden gunstiger zijn. Aan financiers en potentiële klanten kan een bestaande installatie getoond worden die aan dezelfde specificaties voldoet en naar tevredenheid van de klant werkt.

    Een grotere of betere installatie geeft opnieuw de nodige (financiële) risico’s. Een installatie die een factor 10 groter is kan te maken krijgen met onverwachte technische problemen. In het geval van gebruik van een verbrandingsmotor kan het bijvoorbeeld gaan om sterk stijgende verbrandingsemissies door onvolledige verbranding. Bij gebruik van een verwarmingsmotor voor het verwarmen van een oven kan de temperatuur in de oven ongelijkmatig worden met schade aan het eindprodukt tot gevolg.

    Bel OVERHEID voor al uw problemen

    Een laatste categorie uitdagingen is de reflex om voor de oplossing van ieder probleem naar de overheid te kijken. Of het nu gaat om problemen met regelgeving, vinden van klanten of financiering de neiging bestaat al snel om naar de overheid te kijken voor de oplossing van deze problemen. Zelf werd ik altijd het meest recalcitrant van ondernemers met een briljante business case die alleen nog even gefinancierd moet worden door de overheid. Mijn tegenvraag was altijd waarom de bank of een andere financier de briljante business case niet wilde financieren?

    Meestal lagen er dan onder de oppervlakte factoren die voor een bank (en iedere andere financier) een risico vormen, bijvoorbeeld onervaren ondernemers, geen of weinig zekerheden, geen of weinig omzet, enkel een prototype beschikbaar (en nog geen werkend produkt) of de financier wilde een aandeel en zeggenschap in het bedrijf in ruil voor financiering.

    De overheid heeft diverse regelingen om dergelijke risico’s voor financiers te verkleinen of beheersbaar te maken, bijvooorbeeld d.m.v. borgstellingen. Stap 1 is echter dat de business case werkelijk op orde is, want over het algemeen moet de financier de aanvraag voor deze regelingen doen. Zodat de overheid zeker weet dat enkel geld wordt gestoken in ondernemers met voldoende marktpotentie. De overheid investeert zelf namelijk niet rechtstreeks in bedrijven. Tenzij je een olie- of gasput gaat slaan dan kan je de Nederlandse overheid vragen om via haar dochteronderneming Energie Beheer Nederland risicodragend te investeren, wat via dividendafdrachten weer terugkeerd in de schatkist als aardgasbaten.

    Waar haal je meer kennis vandaan?

    Als je als duurzaam ondernemer meer zicht wilt krijgen op mogelijke strategiën om bovengenoemde uitdagingen aan te pakken kun je op verschillende plekken terecht. Zelf heb ik de afgelopen jaren veel plezier gehad van het TNO onderzoek The Future of Industry. Vooral de bijbehorende visualisaties van marktblokkades en mogelijke strategiën om deze te overkomen vind ik erg verhelderend. Ik weet niet zeker of die ook in het onderzoeksrapport staan en ik kan helaas geen presentatie online vinden met de plaatjes die ik bedoel. Een andere optie is om je licht eens op te steken bij MVO-Nederland of De Groene Zaak.

  • Nederland modderland, belemmeringen voor duurzame innovaties

    Gisteravond heb ik Goudzoekers zitten kijken. De aankonding van de aflevering Nederland Modderland beloofde veel:

    Nederland dreigt de boot weer eens te missen. Het zou als ondernemend, duurzaam en vernieuwend land weer op de kaart gezet worden -dat was wat Balkenende voor ogen had, toen hij in 2003 het Innovatie Platform oprichtte. Hoe is het nu met dat ‘swingende kennisland’?

    De start was ook goed met Ruud Koornstra en Igor Kluin die uitlegde op welke wijze zij hun onderneming runnen en tegen welke belemmeringen ze daarbij aan lopen. De anekdote van Igor Kluin over een manager van een netwerkbedrijf dat het product van Qurrent onzinnig vind legt meteen de vinger op een van de zere plekken van de transitiefanfare.

    Desondanks kon de uitzending de belofte van de aankondiging naar mijn mening niet waarmaken. Zoals ik tijdens de uitzending al tweette vond een van de interviewers luchtgitaar spelen helaas belangrijker dan doorvragen aan de geëmigreerde ondernemer welke belemmeringen in regelgeving voor startups zijn vertrek naar de VS veroorzaakt hadden. Gelukkig maakte Frans Nauta het nog goed door voor te stellen om alle hoogleraren voortaan nog maar 9 maanden salaris te geven en ze de andere 3 maanden bij te laten klussen ter meerdere eer & glorie van het ‘algemeen belang’ (of ordinair gezegd: bijscharrelen om zorg te dragen voor voldoende nieuwe en innovatieve bedrijvigheid in profit of non-profit hoek).

    Onderzoek naar belemmeringen

    Ik wil niet beweren dat ik alle antwoorden heb op belemmeringen voor (duurzame) innovaties in Nederland. Op gebied van duurzame innovaties zijn er inmiddels al wel voldoende rapporten en onderzoeken verschenen die houvast bieden. Een makkelijk weg te lezen start vormt het rapport Koplopersloket Schone Energie (pdf  hier) uit 2009 van Rebelgroup. Degelijkere werkjes (vooral ook dikker, saaier en wetenschappelijk verantwoorder) zijn gemaakt in opdracht van de Europese Commissie, DG Enterprise. Bijvoorbeeld de Study on the Competitiveness of the EU eco-industry (2009) of de studie naar milieuschadelijke subsidies uit 2010.

    De conclusies en aanbevelingen komen ruwweg overeen en bevatten vaak onderdelen van de volgende waslijst:

    • zorg voor een gelijk speelveld tussen duurzaam en niet-duurzaam (dus bouw milieuschadelijke subsidies en/of ondersteuningsregelingen af);
    • zorg voor voldoende geld / financiering;
    • zet de inkoopmacht van de overheid in;
    • neem hindernissen in regelgeving weg;
    • zorg voor kennisoverdracht tussen klant en leverancier van duurzame producten/diensten;
    • zorg voor een goede Europese markt voor duurzame innovaties, de Nederlandse markt is te klein om van schaalvoordelen te profiteren (dus zet in op Europese standaarden);
    • een eigen thuismarkt is van groot belang om tot export te kunnen komen (‘eat your own dogfood’).

    Alternatieve opvattingen

    Natuurlijk vind niet iedereen dat bovengenoemde punten recht doen aan de knelpunten die er bestaan op gebied van duurzame innovaties. Als je daar in geïnteresseerd bent raad ik je aan om eens rond te neuzen in de archieven van de LinkedIn groep Innovatie 2.0 of in het archief van het weblog van Wouter de Heij.

  • #7di De Duurzame Verbinding (via @nudgenl en @7di )

    Wil je graag duurzaam produceren? Wil je liever CO2-neutraal zaken doen? Wil je winst behalen met duurzaam ondernemen? Kom dan op 3 maart naar De Duurzame Verbinding. De doelstelling van deze avond is om MVO-kennis toegankelijk te maken voor het MKB en vraag en aanbod op een frisse manier bij elkaar te brengen. De Duurzame Verbinding vindt tegelijkertijd plaats in Rotterdam en 8 andere steden. In Rotterdam ligt de focus op de bouw- en installatiebranche.

    Wat kun je tijdens deze avond verwachten?

    • Inspiratie: laat je inspireren door voorbeelden uit de praktijk.
    • Praktisch advies: krijg antwoord op je vraag over duurzaam ondernemen.
    • Netwerken: op regionale schaal verbindingen leggen tussen de bouwbranche, de installatiebranche en eskundige adviseurs.
    • Business Case: Louis Hiddes zal de business case duurzaam bouwen toelichten en uitleggen.

    Partners

    De Duurzame Verbinding is onderdeel van 7 Days of Inspiration en wordt belangeloos en zonder financieel gewin georganiseerd. Dit initiatief wordt ondersteund door o.a. MVO Nederland, Stichting Stimular, KvK, DCMR, DHV, IMSA, Cleandrinks, Club van 30, InterfaceFlor en Nudge.

    Kom ook op 3 maart!

    Het evenement vindt plaats bij het Innovatie Centrum Duurzaam Bouwen op het RDM-terrein.
    Meer informatie en aanmelden:  www.deduurzameverbinding.nl.
    Coördinator De Duurzame Verbinding Rotterdam: Mark Slegers.

  • Eindig fosfor

    Op 18 januari zond Labyrint de uitzending eindig fosfor uit. Na een heleboel kijktips via twitter en via weblogs (oa Duurzaam Gebouwd) heb ik gelukkig toch maar besloten te kijken. De uitzending is zeker de moeite waard en biedt ook een blik op het belang van fosforproducent Thermphos in Vlissingen (en ja, ik heb de Zembla uitzending over Therphos gezien).

    De aflevering van Labyrint geeft ook een mooi inkijkje in wat er inmiddels allemaal mogelijk is met rioolwater. In Sneek wordt gewerkt aan methoden om van een kostenpost een opbrengstenpost te maken. Daar is een wijk in aanbouw waar het rioolwater voor een deel in de gas- en elektriciteitsbehoefte van bewoners gaat voorzien. Bovendien kan ook het groenafval in dezelfde installatie, wat weer ritten met vuilniswagens scheelt om het groenafval gescheiden op te halen. Minder ritjes met vuilniswagens scheelt weer in de luchtkwaliteit in de woonomgeving (tenzij je nul-emissie vuilniswagens hebt) en je hebt minder ambtenaren nodig (in plaatsen waar afval ophalen nog in overheidshanden is).

    Voor een gemeente als Rotterdam, waar in grote delen nog geen gescheiden inzameling plaatsvind biedt het bovendien de mogelijkheid om groenafval wel te scheiden en nuttig in te zetten. Inzet van dit soort technieken vergt wel een omslag in het denken over afvalwaterzuivering: van groot en centraal naar kleinschaliger en decentraal.

  • De toekomst van duurzaam is lokaal ondernemerschap

    Dat is althans de mening van Majora Carter. In haar TED talk tijdens TEDxMidwest uit 2010 geeft ze drie voorbeelden van ondernemende mensen die oplossingen bieden voor lokale problemen. De eerste is imker worden als alternatief voor gevangenisstraf, inclusief een berekening van wat de besparing voor de maatschappij is. De tweede wordt actueler nu de Amerikaanse milieudienst (EPA) strenger lijkt te worden bij het vergunnen van kolenwinning met de zogenaamde mountaintop removal methode. Als je wil weten wat het derde voorbeeld is zul je het filmpje zelf moeten bekijken.

  • Zin in de toekomst: Ampyx Power

    Sinds Google.org een aantal jaar geleden het project RE<C (duurzame energie goedkoper dan kolen) startte is een groeiend aantal bedrijven die duurzame energie technologie ontwikkelen vanuit deze invalshoek bezig. Tijdens TEDxAmsterdam 2010 gaf de Nederlandse startup Ampyx Power een korte presentatie van de techniek waarmee zij denken dit voor elkaar te gaan krijgen:
    [youtube=http://www.youtube.com/watch?v=jn2E_R9sjPQ&w=100&h=100]

    Ampyx Power heeft een techniek ontwikkeld, waarmee een vliegtuigje/vlieger stroom opwekt door tijdens het opstijgen een draad af te rollen. Wanneer de draad volledig uitgerold is maakt het vliegtuig een duikvlucht waarbij de draad weer wordt opgerold. Het oprollen van de draad kost minder energie dan het afrollen oplevert. Momenteel hebben ze een prototype van 10 kW. Het uiteindelijke doel is om veel grotere types te bouwen die ook veel meer elektriciteit opwekken.