De verhoging van uw energierekening komt uit het midden

De afgelopen maanden is er veel te doen over de betaalbaarheid van de klimaatplannen van het Kabinet. In augustus waarschuwde CDA leider Buma al voor een Fortuijn achtige revolte als de klimaatplannen niet betaalbaar zouden zijn voor de gewone man. Sinds de publicatie van het concept klimaatakkoord in december hebben veel politieke partijen hun zorgen uitgesproken over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor burgers. Voor de milieubeweging en de FNV was de lastenverdeling tussen burgers en bedrijfsleven zelfs reden om een dag voor publicatie van het klimaatakkoord hun handen van het klimaatakkoord af te trekken. Tijd dus om eens te kijken hoe de zorgen van politieke partijen zich het afgelopen half jaar hebben vertaald in voorstellen in de Tweede Kamer en in het stemgedrag van de verschillende politieke partijen als het gaat om de verdeling van de kosten van energiebelasting en opslag duurzame energie over burgers en bedrijven.

Opbouw energierekening

De energierekening kent drie belangrijke posten waar de Tweede Kamer jaarlijks invloed op heeft. Op de eerste plaats zijn dit de  energiebelasting en de vermindering hierop, op de tweede plaats de opslag duurzame energie, . Met deze laatste worden de kasuitgaven van de SDE+ gefinancierd (al zal het Ministerie van Financiën ontkennen dat er een rechtstreekse koppeling is). Over de hoogte van de tarieven van beide is eind 2018 gestemd in de Tweede Kamer. Bij het berekenen van het effect op de energierekening ben ik uitgegaan van het gemiddeld verbruik volgens Milieucentraal (1.470 m3 gas en 3.000 kWh elektriciteit per jaar). In 2018 betaalde mensen met een dergelijk verbruik zo’n 400 Euro aan energiebelasting en opslag duurzame energie, waarbij ik de korting op de energiebelasting en de BTW al heb verrekend. In 2019 wordt dit bij ongewijzigd verbruik 162 Euro meer.

Energiebelasting

Het belastingplan 2019 verhoogt de energiebelasting voor gas en verlaagt de energiebelasting voor elektriciteit. Ook de heffingsvermindering energiebelasting wordt verlaagd. Per saldo kost dat een gemiddeld huishouden 99 Euro per jaar extra. Bij de behandeling van het wetsvoorstel werden twee amendementen ingediend om de verlaging van de heffingsvermindering terug te draaien. In het voorstel van GroenLinks werd de dekking hiervoor gevonden door de tarieven van de hogere schijven van de energiebelasting voor gas en elektriciteit te verhogen. De SP stelde voor om dit te financieren door de tarieven in hoogste schijf van de energiebelasting te verhogen (de echte grootverbruikers). Beide amendementen werden verworpen. In beide gevallen had dit huishoudens Euro 62 per jaar gescheeld. Voor het voorstel van GroenLinks stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en Denk. Tegen het voorstel van GroenLinks stemden VVD, CDA, ChristenUnie, D66, PVV, SGP en Forum voor Democratie. De stemmingsuitslag van het voorstel van de SP verschilde weinig, enkel 50PLUS wisselde stuivertje en stemde tegen het voorstel van de SP.

Het wetsvoorstel werd uiteindelijk wel aangenomen, waarbij VVD, CDA, D66, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie, PvdD, 50PLUS en SGP voor stemden. Tegen stemden PVV, SP, DENK en Forum voor Democratie.

Verder terugzoeken in de tijd levert een heel reeks amendementen op. In 2017 diende GroenLinks een amendement in om de tijdelijke verhoging van de energiebelasting uit het energieakkoord enkel ten laste van de korting op de energiebelasting voor het bedrijfsleven te brengen in plaats. Dit amendement werd verworpen. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdD en DENK. De andere partijen stemden tegen.

In 2016 stelde GroenLinks voor om de energiebelasting voor het bedrijfsleven te verhogen en de opbrengst te gebruiken voor meer innovatiegelden en voor verhoging van de arbeidskorting. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, Groep Bontes/Van Klaveren, DENK (Groep Kuzu/Öztürk, 50PLUS, Houwers, Klein en Van Vliet.

GroenLinks diende in 2011 een amendement in dat een grote verschuiving van lasten van werknemers naar bedrijfsleven zou hebben betekend. Het amendement wilde de arbeidskorting in vier stappen met in totaal 508 euro in 2015 verhogen en de bezuinigingen op de uitkeringen terugdraaien. Dit zou betaald moeten worden door de kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken en door in vier jaar tijd korting op de energiebelastingtarieven voor alle grootverbruikers in 4 stappen te verlagen tussen 2012 en 2015. Dit zou een lastenverschuiving van een paar miljard hebben opgeleverd. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA, ChristenUnie en SGP.

Tarief Opslag duurzame energie

Op 20 november stemde de Kamer over het wetsvoorstel Wijziging van de Wet opslag duurzame energie, in verband met de vaststelling van tarieven voor het jaar 2019. Net als bij de energiebelasting wordt bij de opslag duurzame energie het uitgangspunt gehanteerd dat de helft van de jaarlijkse opbrengsten van kleinverbruikers komt en de helft van grootverbruikers. De tarieven in het wetsvoorstel leiden tot een stijging van de energierekening met 63 Euro voor een gemiddeld huishouden.

Bij de behandeling zijn twee amendementen ingediend. Het eerste amendement van de SP (kamerstuk 35004 – 9) stelt voor om de verdeling van de lasten van de ODE te verschuiven naar grootverbruikers, zodat een verhouding ontstaat van 20:80 in plaats van 50:50. Wanneer dit amendement was aangenomen was de energierekening voor een gemiddeld huishouden met 34 Euro gedaald in plaats van met 63 Euro gestegen. Voor stemden SP, PvdA, PvdD en Denk. Alle andere partijen stemden tegen. Het amendement van de SP was een extremere versie van een GroenLinks amendement uit 2017, dat voorstelde om de lasten van de opslag duurzame energie in een verhouding 40:60 te verdelen over huishoudens en bedrijfsleven. Ook dit voorstel werd afgewezen. In 2018 stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK voor. Alle andere partijen stemden tegen, waaronder VVD, CDA, Forum voor Democratie en PVV.

Het tweede amendement dat in 2018 werd ingediend door GroenLinks en voerde een heffingsvermindering van 51 Euro in (Kamerstuk 35004 – 16) te bekostigen door het verhogen van de hogere schijven van de opslag duurzame energie. Als dit amendement was aangenomen waren de kosten van de opslag duurzame energie in 2019 voor een gemiddeld huishuiden met slechts 1 euro gestegen ten opzichte van 2018. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD en Denk. Tegen stemden VVD, CDA, D66, CU, PVV en Forum voor Democratie.

Van de zijde van Forum voor Democratie, PVV, VVD, CU en CDA kwamen in 2018 geen voorstellen om de lastenverzwaring voor kleinverbruikers te beperken. Er lag ook geen amendement van PVV of Forum voor Democratie om de opslag duurzame energie af te schaffen.

De stemming over twee GroenLinks amendementen uit 2016 laat zien hoe belangrijk de coalitie is in het voorkomen van de verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven.  In 2016 werden door GroenLinks twee amendementen ingediend. Beide amendementen draaiden de verhoging van de ODE voor kleinverbruikers terug en dekten dit door de ODE voor grootverbruikers te verhogen. Het ene amendement deed dit voor de ODE op gas, het andere voor de ODE op elektriciteit. Voor stemden in 2016 de SP, ChristenUnie, GroenLinks, Denk (Groep Kuzu/Öztürk), PvdD, 50PLUS en Klein. Tegen de verschuiving van lasten van burgers naar bedrijfsleven stemden VVD, PvdA, CDA, D66, PVV, SGP, Bontes/Van Klaveren, Houwers, Monasch en Van Vliet.

Zoals te zien is hebben PvdA en CU hun stemgedrag sinds 2016 aangepast. PvdA steunt inmiddels het verzwaren van lasten voor het bedrijfsleven ten gunste van de burger, de ChristenUnie stemt hier inmiddels tegen. Vaste constante in het tegenstemmen zijn VVD, CDA en PVV. Wie verder terug zoekt komt een amendement van D66 tegen uit 2012, dit amendement stelt voor om bij de opslag duurzame energie te werken met een vlaktaks in plaats van met verschillende schijven met een aflopend tarief naarmate het energieverbruik hoger is. Dit amendement zou een veel groter deel van de kosten van de SDE+ regeling bij het bedrijfsleven hebben gelegd. Voor stemden SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks, 50PLUS en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA en SGP.

Klimaatakkoord

In het ontwerp klimaatakkoord zijn twee varianten opgenomen voor een lastenneutrale schuif in de energiebelasting:

A. Een verhoging van de energiebelasting van jaarlijks +1 cent op gas vanaf 2020 t/m 2029 i.c.m. de eerste vier jaar een verhoging belastingvermindering oplopend tot 65 euro, en daarna zes jaar verlaging elektriciteitstarief met -0,5 cent. Aangevuld met een extra ISDE budget van 50 miljoen euro/jaar t/m 2022.

B. Een verhoging van de energiebelasting op gas in 2020 met +4 cent en verhoging belastingvermindering met 65 euro met in de zes jaar daarna een verhoging van de energiebelasting op gas van jaarlijks +1 cent en een verlaging van de energiebelasting op elektriciteit van jaarlijks -0,5 cent tot 2030.

Beide varianten lopen door tot 2030. Uitgaande van hetzelfde gemiddelde verbruik van een huishouden leveren beide varianten een lichte daling van de kosten voor energiebelasting op ten opzichte van 2019. Ten opzichte van 2018 blijft het echter een forse stijging van de energiebelasting.

JaarA t.o.v. 2019A t.o.v. 2018B t.o.v. 2019B t.o.v. 2018
2020-€1.88€97.15-€7.50€91.52
2021-€3.75€95.27-€7.87€91.16
2022-€5.63€93.40-€8.23€90.79
2023-€7.50€91.52-€8.59€90.43
2024-€7.87€91.16-€8.95€90.07
2025-€8.23€90.79-€9.32€89.71
2026-€8.59€90.43-€9.68€89.34
2027-€8.95€90.07-€27.83€71.19
2028-€9.32€89.71-€45.98€53.04
2029-€9.68€89.34-€64.13€34.89
2030-€9.68€89.34-€82.28€16.74

In bovenstaande tabel heb ik nog geen rekening gehouden met de stijging van de opslag duurzame energie van 2019, die naar ik verwacht de komende jaren verder zal stijgen door de realisatie van meer duurzame energieprojecten en uitbreiding van de SDE+ naar de SDE++ regeling. Door deze laatste uitbreiding komt er naar verwachting ook ruimte in de SDE++ regeling (die gefinancierd wordt vanuit de opslag duurzame energie) voor infrastructurele projecten, zoals biogasnetwerken, CO2 leidingen en warmtenetten, en voor CO2 afvang en opslag. Waarmee de opbrengsten van de opslag duurzame energie nog meer dan nu als subsidie naar het bedrijfsleven gaan.

Zodra de doorrekening van PBL beschikbaar is wil ik de effecten van het klimaatakkoord op de energierekening van een gemiddelde huishouden vergelijken met de tarieven die politieke partijen hebben gehanteerd in de doorrekening van hun verkiezingsprogramma.

Wat al wel te zeggen is is dat de verhoging van de belastingvermindering met Euro 65 weggestreept moet worden tegen de verlaging met 51 Euro van dit jaar. Per saldo levert het klimaatakkoord dus slechts 14 Euro meer belastingvermindering op dan u tot vorig jaar al kreeg.

Amendement kosten energietransitie

Een amendement dat apart vermeldenswaardig is betreft het amendement van de PvdA over € 500 miljoen voor koopkrachteffecten energietransitie. Dit amendement reserveert eenmalig 500 miljoen Euro om koopkrachteffecten bij burgers te repareren. Waarbij verwezen wordt naar een soortgelijke reserve die is opgenomen in de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, hetgeen volgens de PvdA waarschijnlijk ten goede zal komen aan bedrijven. Voor het amendement stemden PVV, GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK. Tegen stemden VVD, CDA, D66, ChristenUnie, SGP en Forum voor Democratie.

Conclusie

Het is opvallend dat CDA en VVD, die afgelopen maand beide een nummertje maakten over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor gewone mensen, de afgelopen jaren consequent tegen het verschuiven van de lasten van burgers naar bedrijven stemmen. Dat speelt zowel bij de energiebelasting als bij de opslag duurzame energie. D66 heeft ergens tussen 2012 en nu een draai gemaakt. Waren ze in 2012 nog indiener van een voorstel om de opslag duurzame energie als vlaktaks in te voeren, waarmee een groter deel van de opslag duurzame energie door het bedrijfsleven zou worden betaald. Inmiddels stemmen ze al een aantal jaar consequent tegen voorstellen om de energiebelasting of de opslag duurzame energie voor bedrijven meer te laten stijgen dan voor burgers. Alleen een voorstel om voor hogere energiebelasting die ten gunste komt van innovatie in het bedrijfsleven kon op steun rekenen. De ChristenUnie heeft met het toetreden tot de coalitie stuivertje gewisseld met de PvdA. De ChristenUnie stemt sinds de toetreding tot de coalitie consequent mee met VVD en CDA.

Ook het stemgedrag van de PVV en Forum voor Democratie is opvallend, consequent stemmen ze tegen de wetsvoorstellen energiebelasting en opslag duurzame energie. Tevens stemmen beide op gebied van energie consequent tegen amendementen die lasten van burgers naar bedrijfsleven verschuiven.

Tot slot: De uitlatingen van politici in de media staan de komende maanden in het teken van de provinciale en Europese verkiezingen. Als u in de Eerste Kamer partijen wilt die rekening houden met de verdeling van lasten tussen burgers en bedrijven dan biedt hun stemgedrag de beste garantie op succes. De partijen die de afgelopen jaren het meest consequent gestemd hebben voor verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven zijn SP en PvdD, gevolgd door GroenLinks. Een grotere midddengroep bestaande uit DENK, ChristenUnie en PvdA stemt nu eens voor, dan eens tegen. De partijen die consequent tegen stemmen zijn VVD, CDA, D66, PVV, Forum voor Democratie en SGP. Waarbij PVV en Forum voor Democratie zich nog kunnen verschuilen achter hun standpunt dat klimaatbeleid niet nodig is, al blijft onduidelijk hoe ze het eventueel afschaffen van energiebelasting en opslag duurzame willen dekken. De PVV heeft in een aantal gevallen zich over haar principes heen gezet en gestemd voor de portemonnee van haar kiezer, zoals bij het amendement voor koopkrachtreparatie van PvdA. Forum voor Democratie stemde ook hier tegen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Klimaatakkoord en energierekening

Vandaag berichtte De Volkskrant dat er plannen zijn om de energiebelasting op gas fors te verhogen. Uiteraard leidde dat tot verhitte discussies en reacties op social media, waarbij meestal vergeten werd dat tegenover de stijging van de energiebelasting op gas een daling van de energiebelasting op elektriciteit staat.

De Telegraaf stelde dat:

Een gemiddeld huishouden gaat daardoor per jaar honderden euro’s meer betalen. Daar tegenover staat een verlaging van de belasting op elektriciteit van vijftig procent, maar het is zeer de vraag of dit de lastenverhoging compenseert. Hiervoor moeten huizenbezitters peperdure investeringen doen in alternatieve warmtebronnen.

De PVV geeft in een reactie aan dat de energierekening hiermee volstrekt onbetaalbaar wordt. De SP betwijfelt of de prijsprikkel werkt om mensen aan te zetten tot verduurzaming van hun woning. Sandra Beckerman, Tweede Kamerlid voor de SP, stelde op Twitter:

Los van de noodzaak om huishoudens met een laag en gemiddeld inkomen van gas los kunnen is het de vraag of deze groep nog meer gaat betalen door deze maatregel. Ook is vooralsnog onduidelijk welke maatregelen er in het klimaatakkoord zitten om deze groepen te ondersteunen bij de omslag naar gasloos wonen (en dan kan er echt meer dan de digitale optie warmtepomp of warmtenet).

Effect op energierekening

Mijn conclusie op basis van de gemiddelde energieverbruiken die Nibud hanteert is dat met name bewoners van vrijstaande woningen en 2 onder 1 kap woningen een hogere energierekening krijgen. Een gemiddeld gezin in een vrijstaande woning gaat er Euro 348 per jaar op achteruit, een gemiddeld gezin in een 2 onder 1 kap woning Euro 200 per jaar.

Flatbewoners gaan er met Euro 7 per jaar het minst op achteruit, bewoners van tussenwoningen volgen met Euro 92 per jaar. Ik heb geen informatie over de woonsituatie van mensen, maar ik vermoed toch dat mensen met een lager inkomen en middeninkomen vaker in flats wonen dan in een vrijstaande woning of in een 2 onder 1 kap.

Het maakt echter ook uit met hoeveel personen je samenwoont, het elektriciteitsverbruik stijgt namelijk met het aantal personen per huishouden. Huishoudens van 3 of meer personen die in een appartement/flat wonen gaan er in de voorstellen die vandaag naar buiten kwamen op voorruit. Huishoudens van 4 of meer personen in een tussenwoning ook.

Personen per huishouden 1 2 3 4 5 gemiddeld
2 onder 1 kap €284 €199 €152 €109 €92 €200
Flat €91 €6 -€42 -€85 -€102 €7
Gemiddeld alle woningen €204 €119 €72 €29 €12 €240
Hoekwoning €231 €175 €99 €56 €38 €147
Tussenwoning €175 €90 €43 €0 -€17 €92
Vrijstaand €432 €347 €300 €256 €239 €348

Alle bedragen in de tabel hierboven en in dit bericht zijn inclusief 21% BTW.

Effect woninglabel

Nu zegt het gemiddeld energieverbruik per woningtype natuurlijk niet alles, want er zit ook verschil in het energielabel. Uit eerder onderzoek van OTB Delft, onderdeel van de TU Delft, blijkt dat het verband tussen energieverbruik en energielabel in de praktijk minder sterk is dan op basis van het theoretisch energieverbruik te verwachten is. Met name slechtere labels verbruiken minder dan verwacht, waarschijnlijk komt dit deels door gedragsaanpassingen.

Effect op je eigen energierekening

Desondanks is ieders energieverbruik anders. Je kan vrij eenvoudig bepalen of je er op voor- of achteruit gaat door het aantal kilowattuur elektriciteit dat je gebruikt te delen door 3. Als de uitkomst hieruit hoger is dan het aantal kubieke meter aardgas dat je verbruikt dan ga je er op vooruit. Is de uitkomst lager dan het aantal kubieke meter aardgas dat je verbruikt dan ga er op achteruit.

Bij deze berekening heb ik geen rekening gehouden met zonnepanelen. Als je die wel hebt (zoals wij) dan zal de uitkomst van de berekening anders zijn. Daarvoor verwijs ik naar Peter Segaar’s website.

Conclusie

Door de uitgelekte schuif in de energiebelasting van elektriciteit naar gas zullen huishoudens met een hoog gasverbruik in verhouding tot hun elektriciteitsverbruik er de komende 12 jaar stap voor stap financieel op achteruit gaan. Het gaat dan met name om kleinere huishoudens en om bewoners van vrijstaande woningen en 2 onder 1 kap.

De berekeningen hierboven gaan er vanuit dat huishoudens verder geen besparende maatregelen nemen en geen maatregelen nemen om van gas naar elektriciteit (of warmte) over te stappen. Of dat ze dit niet kunnen, bijvoorbeeld doordat ze een woning huren of te weinig geld hebben voor de benodigde investeringen.

Gezien de ook al uitgelekte ambitie die Samsom heeft meegekregen om 2 miljoen woningen aardgasvrij te maken in 2030 lijkt het me waarschijnlijk dat er ook op dat front het nodige aan plannen aan zit te komen. Ook lijkt het me waarschijnlijk dat huishoudens de komende jaren bij de keuze voor bijvoorbeeld een nieuwe keuken of nieuwe keukenapparatuur naar alternatieven voor een gasfornuis gaan kijken.

Uiteraard zullen er huishoudens zijn die er op achteruit gaan, als het uitvoeren van de schuif daadwerkelijk over 12 jaar wordt uitgespreid is er ruim voldoende de tijd om voor die huishoudens maatregelen te treffen. Of om die huishoudens met voorrang van het gas af te helpen.

Als bij elektriciteit de vervuiler betaalt…

… dan zijn kleinverbruikers en afnemers van groene stroom heel vies…

Even terug:

Begin januari schreef ik dat de huidige energiebelasting niet uitgaat van de vervuiler betaalt, maar van de verbruiker betaalt en dat dat met name bij kleinverbruikers (eerste schijf energiebelasting) zo werkt. In reactie daarop stelden een aantal mensen op twitter dat de vervuiler wel degelijk betaalt via het emissiehandelssysteeem voor CO2 (in jargon ETS).

Nu kan ik me een onderzoek van een paar jaar geleden herinneren, waarin CE Delft liet zien dat de impliciete CO2 prijs voor kleinverbruikers veel hoger is dan voor grootverbruikers van energie. Wat al vreemd is in een systeem waarin de vervuiler betaalt… Nu zegt de prijs van een ton CO2 de gemiddelde mens niet zo veel (en mij ook niet). Daarom heb ik de afgelopen weken zitten puzzelen op een manier om de opslag per kWh als gevolg van ETS vergelijkbaar te maken met het tarief van de energiebelasting.

Het resultaat

Als ik uitga van de CO2 conversiefactor voor grijze stroom uit het handboek CO2 prestatieladder* (455 gram CO2 / kWh) dan kan je met 1 ton CO2 2.198 kWh elektriciteit opwekken (1 ton CO2 / (455 gram CO2/kWh) ). De prijs van een ton CO2 ligt binnen ETS (het Europese CO2 emissiehandel systeem )momenteel onder de 10 Euro. Dat betekent dat de CO2 opslag minder dan 0,5 Eurocent per kWh uur is. Vergelijk dat met het verbruikerstarief  van 11,65 Eurocent en het moge duidelijk zijn: het is de (klein)verbruiker die betaald. Niet zo raar, aangezien het idee is dat particulieren en bedrijfsleven ieder ongeveer 50% van de totale energiebelasting dienen op te brengen. Wel een klein beetje scheef als je de impliciete CO2 prijsopslag voor kleinverbruikers als gevolg van de energiebelasting berekend: dik 250 Euro per ton CO2.   En ook een beetje scheef als je bedenkt dat huishoudens volgens het Compendium voor de Leefomgeving in 2011 12,5% van de totale hoeveelheid energie afnamen. Maar ja, huishoudens zijn wat minder goed in staat om overheden van verschillende landen tegen elkaar uit te spelen…

Stel nou dat je overschakelt op bv. windenergie, zoals wij hebben gedaan met de aanschaf van winddelen en de inkoop van windenergie van GreenChoice, dan is de CO2 conversiefactor volgens het handboek CO2 prestatieladder 15 gram CO2 / kWh. Dat betekent dat je met 1 ton CO2 een dikke 66.000 kWh op kan wekken. De energiebelasting blijft dan echter 11,65 Eurocent. Dat betekent dat de impliciete CO2 prijs als gevolg van de energiebelasting oploopt tot ruim 7.000 Euro…

Grootverbruikers en energiebelasting

Alleen bij energieverbruikers die meer dan 10 miljoen kWh gebruiken is de opslag als gevolg van de CO2 prijs hoger dan het energiebelastingstarief dat ze betalen (0,1 Eurocent voor niet zakelijke gebruikers en 0,05 Eurocent voor zakelijke gebruikers). Wie denkt dat een fors hogere CO2 prijs (zeg 50 Euro/ton CO2) tot een forse heffing per kWh gaat leiden kan ik ook uit de droom helpen: een prijs van 50 Euro/ton CO2 betekent een opslag van ongeveer 2,3 Eurocent per kWh.

Wat erger is is dat de huidige vorm van de energiebelasting helemaal niet aanzet tot vergroening bij deze bedrijven. Bij grijze stroom is de energiebelasting omgerekend goed voor een opslag van ongeveer 1 Euro / ton CO2. Bij overschakeling op windenergie loopt dit op tot Euro 30 per ton CO2.

Opslag energiebelasting omgerekend naar CO2 prijs / kWh

CO2 opslag/kWh elektriciteit

Kijkend naar bovenstaande grafiek mogen het duidelijk zijn dat bij de energiebelasting moeilijk gesproken kan worden van de vervuiler betaalt. Het is toch echt de verbruiker die betaald. Elke prikkel tot inkoop van groene stroom (anders dan een moreel appel) ontbreekt.

Berekeningen vind je hier.

* In werkelijkheid zal de hoeveelheid elektriciteit die je kan produceren met een ton CO2 binnen het ETS afhangen van de brandstof die je kiest. Zo stoot steekkolen meer CO2 uit dan gas. De conversiefactor uit het handboek CO2 prestatieladder is een gemiddelde voor de Nederlandse stroommix. Ook hanteeert de CO2 prestatieladder een andere benadering dan ETS:  Het handboek CO2 prestatieladder gaat uit van de well-to-wheel benadering, terwijl ETS enkel kijkt naar de emissie die samenhangt met de opwekking van elektriciteit. De CO2 emissies van bv. winning van grondstoffen wordt bij ETS dus niet gezien als emissies van het energiebedrijf.

De jaarrekening energie 2012

Onze jaarrekening is al  weer een paar weken binnen, tijd dus om de vergelijking met de jaarrekening 2011 te maken. De rekening is niet over een vol jaar opgesteld, maar slechts over 347 dagen tegen 364 dagen vorig jaar. Als ik voor het aantal dagen corrigeer is het gemiddeld elektriciteitsverbruik per dag gestegen en het gemiddeld gasverbruik per dag gedaald. Daarmee hou ik me weer eens niet aan de trend die stelt dat het gemiddeld elektriciteitsverbruik van huishoudens in Nederland aan het dalen is.

Per dag 2011 2012
Elektriciteitsverbruik 6,98 8,35
Gasverbruik 2,52 2,04

Gas en elektriciteitsverbruik

2011 2012
Verbruik elektriciteit (kWh) 2540 2898
verbruik aardgas (m3) 919 708

Ons jaarverbruik gas is teruggelopen van 919 tot 708 m3 aardgas. Voor een deel ligt dat waarschijnlijk aan minder graaddagen (niet uitgezocht voor dit bericht), deels aan bewuster gebruik maken van de zonneboiler en langer de cv uit houden in de zomermaanden. Voor komend jaar verwacht ik dat het gasverbruik weer op gaat lopen, omdat we deze winter wat meer zullen stoken doordat we vaker overdag thuis zijn en in januari gezinsuitbreiding verwachten.

Ons elektriciteitsverbruik is afgelopen jaar opgelopen t.o.v. 2011 en voor komend jaar verwacht ik eigenlijk dat dat nog verder oploopt. Hoe dat precies komt weet ik (nog) niet, maar met de installatie van de Qbox van Qurrent hoop ik meer inzicht te krijgen in ons elektriciteitsverbruik. Na de eerste periode van 24 uur lijkt het alsof 10 tot 15% van ons elektriciteitsverbruik ’s nachts plaatsvind. Het enige dat dan aan hoeft te staan zijn de koelkast, de mechanische ventilatie en de twee bedlampjes (dat zijn ledlampjes van 2 watt, dus dat kan het nachtverbruik van 140 volcontinue niet verklaren).

Samenstelling energienota

Percentage rekening 2011 2012
Kosten elektriciteit 15% 17%
Kosten aardgas 26% 22%
Vastrecht levering 4% 4%
Transportkosten 34% 33%
Energiebelasting 40% 39%
Milieukorting -35% -33%
BTW 16% 16%
Totaal 100% 100%

Van onze totale energierekening bestond in 2011 41% uit directe verbruikskosten voor gas en elektriciteit. In 2012 is dat gedaald naar 39%, ondanks een stijging van het elektriciteitsverbruik en de verbruikskosten met € 10,40. De andere 61%van onze energierekening bestaat voor 37% uit vaste lasten (vastrecht en transportkosten). Het restant bestaat uit energiebelasting, btw en een vaste teruggaaf.

De (klein)verbruiker betaalt

2011 2012 Verschil
Kosten elektriciteit € 159,09 € 199,89 € 40,80
Kosten aardgas € 287,10 € 256,70 € 30,40-
Vastrecht levering € 41,93 € 43,38 € 1,44
Transportkosten € 373,57 € 379,17 € 5,60
Energiebelasting € 435,72 € 443,62 € 7,90
Milieukorting € 378,12- € 359,84- € 18,28
BTW € 174,67 € 183,55 € 8,88
Totaal € 1.093,96 € 1.146,46 € 52,50

Zoals je in bovenstaand overzicht kan zien is onze energienota in 2012 gestegen, ondanks het feit dat de nota betrekking heeft op minder dagen. 30% van deze kostenstijging komt door verandering in gas- en elektriciteitsverbruik, 3% door gestegen vastrechtkosten, 22% door hogere transportkosten en 44% door hogere belastingen.

De reden daarvoor is dat in het Nederlandse systeem de (klein)verbruiker betaalt voor een energietransitie die de overheid niet levert, ongeacht de vraag of een kleinverbruiker in Nederland opgewekte duurzame energie afneemt. Discussies om dat te veranderen verzanden nogal eens in discussies over gederfde inkomsten voor de Nederlandse staat. Dat Nederlandse burgers daardoor massaal kiezen voor een van de meest kapitaalintensieve vormen van duurzame energie (zonnepanelen op eigen dak) nemen de voorstanders van het huidige systeem voor lief, maar daarover later meer.

Energiebelasting & SDE+ versus zelflevering

Gisteren heeft Greenchoice het geld geincasseerd voor de 3 winddelen die we hebben gekocht. Dat betekent dat we vanaf volgend jaar ongeveer 1.500 kWh zelf gaan opwekken. Dat wordt in mindering gebracht op onze elektriciteitsrekening, wat ons ongeveer 120 Euro per jaar op de energierekening scheelt. Voor elektriciteit betalen we volgend jaar nog 160 Euro, terwijl we gewoon 480 Euro aan energiebelasting blijven betalen. Die windmolen staat tenslotte niet achter onze molen en de energiebelasting heeft andere doelen (zoals Henri Bontenbal op zijn blog uitlegt). Dat maakt de verhouding tussen elektriciteitskosten en energiebelasting overigens niet minder bizar…

In het regeerakkoord staat echter een hoopgevend zinnetje over zelflevering:

Het kleinschalig, duurzaam opwekken van (zonne-)energie waarvoor geen rijkssubsidie wordt ontvangen, wordt fiscaal gestimuleerd door invoering van een verlaagd tarief in de eerste schijf van de energiebelasting op elektriciteit die afkomstig is van coöperaties van particuliere kleinverbruikers, aan deze verbruikers geleverd wordt en in hun nabijheid is opgewekt.

Voor De Windcentrale blijft de invulling van het begrip nabijheid een uitdaging, net als de eis dat geen rijkssubsidie mag worden ontvangen. Het eerste punt (nabijheid)  zou ik zelf liever via een aanpassing  van het transporttarief geregeld willen zien.

Met de eis van rijkssubsidie ben ik het eens. Het is tenslotte niet netjes en eerlijk om het voordeel van een verlaagd tarief op de energiebelasting te willen en tegelijkertijd ook de SDE subsidie nog te blijven ontvangen. (Ik vermoed althans dat de Windcentrales een SDE subsidie ontvangen.)

Ik ruil de SDE echter met alle plezier in voor een verlaging of vrijstelling van de energiebelasting. Het basisbedrag voor wind op land in 2008 (voor zover mij bekend oudste beschikbare jaar van de SDE) bedroeg € 0,110 per kWh windenergie. Dat betekent ongeveer 6 Eurocent per kWh subsidie (basisbedrag minus gemiddelde marktprijs). Als we die 6 Eurocent subsidie nu is wegstrepen tegen de energiebelasting dan scheelt dat een hoop rondpompen van geld. Zelfs als het elektriciteitsbedrijf de bovengenoemde regelkosten voor fossiele centrales mag doorberekenen gaan winddelers er per saldo nog iets op vooruit. Bijkomend voordeel is de lange termijn zekerheid over de hoogte van onze elektriciteitsrekening.

Al weet je dat laatste nooit helemaal zeker in Nederland…

Berekeningen

De spreadsheet met berekeningen vind je hier. De uitkomsten hieronder. De kolom NL geeft aan wat onze huidige kosten zijn. De kolom Winddeel geeft aan wat de kosten zijn met de 3 winddelen. De kolom Zelflevering 2 geeft aan wat de kosten zijn als de volgende 3 zaken veranderen:

NL Winddeel Zelflevering 2
Jaarverbruik 3.500 3.500 3.500
Zelf opgewekt -1.500 -1.500
Saldo 2.000 2.000
Belastingtarief € 0,114 € 0,114 € 0,114
Tarief regelkosten DE * € 0,04
Tarief DE netwerk ** € 0,00
BTW 21% 21% 21%
Belasting incl. BTW € 0,14 € 0,14 € 0,14
Totaal belasting € 483 € 483 € 276
Regelkosten € 0 € 0 € 73
Kosten netwerk € 0 € 0 € 0
Kosten elektriciteit € 279 € 159 € 257
Totale kosten € 762 € 642 € 605
Besparing tov EB 0% -16% -21%
Belastingdruk 173% 303% 107%

Duurzame energie en de stijgende energierekening

Sinds begin oktober is er een discussie gaande over de stijgende kosten van energie als gevolg van de ambities om meer duurzame energie op te wekken. Volgens sommige energiebedrijven is er een extra energieheffing nodig om buffercapaciteit aan te leggen. Volgens weer anderen, zoals Rene Leegte van de VVD, is Duitsland het voorbeeld van een land waar de kosten van de energietransitie de pan uit reizen. Tijd om de eigen elektriciteitsrekening er bij te pakken en de Duitse en het Nederlandse systeem in prijs te vergelijken.

De kosten van buffercapaciteit

Volgens GDF Suez en E.ON is een extra energieheffing nodig om buffercapaciteit aan te leggen. Deze buffercapaciteit moet voorkomen dat het licht uit gaat als het aandeel duurzame elektriciteit in Nederland stijgt. Dat de regelkosten voor fossiele centrales behoorlijk volgens sommige energiebedrijven behoorlijk kunnen zijn laat Hans Labohm zien. Hij schrijft op basis van gegevens van Rob Walter dat deze regelkosten ongeveer 4 Eurocent per kWh bedragen voor windenergie en iets minder voor zonne-energie.

Inmiddels heeft Eneco via haar website weten geen aanleiding te zien voor een extra energieheffing ten bate van fossiele energie. Dat laat meteen zien hoe dit soort zaken opgelost kan worden sinds het opheffen van de Samenwerkende Energieproducenten: via marktwerking. Dit is nou typisch zo’n geval waarin dat werkt.

GDF Suez en E.ON wensen blijkbaar een hogere prijs te berekenen aan hun klanten i.v.m. benodigde back-up capaciteit. Eneco stelt dat dit niet nodig is en denkt dat de prijs gelijk kan blijven. Effect: klanten stappen over naar Eneco, of naar andere energieproducenten die een lagere vergoeding vragen voor het dragen van programmaverantwoordelijkheid. In een markt waarbij de NMA de consument vooral aanzweept om op de prijs te letten is het dan exit GDF Suez en E.ON.

Bovenstaande neemt overigens niet weg dat ik volledig bereid ben om een energiebedrijf te betalen voor programmaverantwoordelijkheid.

Onze elektriciteitsrekening

Het variabele deel van onze elektriciteitsrekening bestaat uit 3 delen:

  1. leveringstarief elektriciteit
  2. energiebelasting
  3. BTW

Elektriciteitskosten

Uitgaand van ons verwachte elektriciteitsverbruik voor 2013 gaan we zo’n € 280 aan elektriciteit betalen (inclusief BTW).

Prijs ex btw BTW Prijs incl btw Jaarverbruik Kosten
Laagtarief  € 0,055 21%  € 0,0666 1.600  € 106,48
Hoogtarief  € 0,075 21%  € 0,0908 1.900  € 172,43
Elektriciteitskosten 3.500  € 278,91

Energiebelasting vs. feedin opslag

In het eerste deel staan de kosten van elektriciteitslevering. Die blijven gelijk, ongeacht de keuze voor energiebelasitng of feedin dat je hanteert voor de financiering van duurzame energie. Het verschil tussen beide systemen ontstaat zodra je gaat kijken naar de energiebelasting en de feedin opslag. De berekening zie je in de tabel hieronder.

Energiebelasting Feedin opslag
ex BTW € 0,11400 € 0,05277
BTW 21% 21%
incl. BTW € 0,13794 € 0,06385
Jaarverbruik 3.500 3.500
Totaal belasting € 483 € 223
Totaal elektriciteit € 279 € 279
Totaal variabel € 762 € 502
Verschil met EB € – € 259
Besparing tov EB 0% 34%
Belastingdruk 173% 80%

Zoals je ziet levert het Duitse feedin systeem een besparing op de elektriciteitsrekening op van € 259. Dat is dik 30% minder en fors meer duurzame energie dan in Nederland. De stijgende energierekening voor particulieren in Nederland ligt dus veel minder aan het succes van het duurzame energie beleid in Nederland, dan aan het ophogen van de energiebelasting door de overheid.

De belastingdruk op elektriciteit in Nederland voor particulieren is dan ook dik 170%. Oftewel voor iedere Euro aan elektriciteit die je koopt betaal je € 1,70 aan energiebelasting. In Duitsland betaal je na verhoging van de feedin opslag nog steeds slechts € 0,80 aan feedin opslag voor iedere Euro aan elektriciteit.

Doe mij dus maar de Duitse insteek: meer resultaat tegen 1/3 minder kosten. Maar ja, marktwerking tussen nationale overheden vergt dat je multinational of grootverbruiker bent…

PS de berekeningen vind je hier.

Op naar de eerste Windcentrale

De Windcentrale heeft deze week een nieuwe functie op haar site toegevoegd. Je kan nu zien hoeveel winddelen er al verkocht zijn. Op het moment van schrijven staat de teller op 8210 winddelen van De Grote Geert. Dat betekent dat van de 9.910 winddelen er nog 1.700 te koop zijn, oftewel 850.000 kWh. Goed om zo’n 243 huishoudens van windenergie te voorzien (uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh per huishouden per jaar). Per huishouden vergt dat een investering van €2.415 (7 winddelen van €345 per stuk).

Ondertussen merk ik dat mijn weblog vooral bezocht wordt door mensen die op zoek zijn naar de nadelen van De Windcentrale. Toch een vreemd fenomeen: ik ben wat kritisch, maar koopt uiteindelijk toch 2 winddelen en vervolgens blijft m’n weblog vooral bezocht worden door mensen die op zoek zijn naar de nadelen. Het was me al eens opgevallen dat er behoorlijk wat bezoekers zochten naar nadelen of slechte ervaringen met zonneboilers, heatpipes, Meewind en De Windvogel. De Windcentrale slaat echter alles. In de top 10 van zoektermen op mijn blog komen De Windcentrale en winddelen al weken alleen voor in combinatie met het woord ‘nadelen’. Misschien wat om over na te denken voor de marketeers en seo-specialisten onder mijn lezers.

Hopelijk gaat het aantal zoekers naar negatieve informatie de pret niet drukken, want ik hoop toch minimaal op nog 243 mede winddelers. Meer mag natuurlijk ook 🙂 En ik hoop natuurlijk dat al die winddelers de landelijke politiek gaan lastig vallen over zelflevering / salderen voor de meter (al schijnen inmiddels 7 partijen in verkiezingstijd achter het idee te staan). Het is tenslotte toch van de zotte dat de Nederlandse politiek roept dat we duurzamer moeten worden, maar dat de energiebelasting op duurzame energie even hoog is als op fossiel energie. Voor consumenten gaat het dan al snel om 70% van de elektriciteitsprijs. Terwijl we met de vergroening van auto’s toch een goed voorbeeld hebben van de kracht van financiële prikkels…

Nog zotter wordt het als je bedenkt dat de Nederlandse staat bij het winnen van fossiele energiebronnen 40% van de investering en het risico voor zijn rekening neemt via Energiebeheer Nederland*, terwijl je bij duurzame energie mag meeloten voor een exploitatiesubsidie. Die exploitatiesubsidie kan veel lager worden wanneer groene en grijze stroom gedifferentieerde belastingtarieven krijgen. Zodra dat gebeurt wil ik met alle plezier praten over een variabele vergoeding voor transportkosten (afhankelijk van afstand tussen energieopwekking en energieverbruik) en een vergoeding voor de  programmaverantwoordelijkheid van het energiebedrijf.

* GroenLinks is naar mijn weten de enige partij die in haar verkiezingsprogramma aangeeft dat EBN  niet mag gaan investeren in een specifieke vorm van fossiele energie, te weten schaliegas.

Windenergie vs zonne energie. Deel 2

Ga ik zonnepanelen op ons eigen dak, investeren in een volkszonnetuintje of handelen in wind. Dat is een van de vragen die ik mijzelf heb gesteld de afgelopen maanden. Elke optie heeft z’n voors en tegens. De opties roepen ook hun eigen geharnaste misverstanden op. Zo bestaat zelfs bij het wetenschappelijk bureau van GroenLinks het idee dat windenergie niet voor Jan Modaal is weggelegd. Daarom nog maar een keer een vergelijking van de verschillende opties op diverse aspecten, zoals ik die zelf heb gehanteerd bij de keuze voor Winddelen van De Windcentrale. Dit keer de focus op de financiële en fiscale kant van het verhaal, in het vorige deel ben ik al ingegaan op de nadelen met betrekking tot milieu, natuur en sociale aspecten.

Verschillende vormen van coöperaties

Bij een ‘traditionele’ windcoöperatie (zoals De Windvogel, waar wij zelf lid van zijn) kun je voor weinig geld lid worden (eenmalig € 50). De leden zijn via de coöperatieve vereniging eigenaar van de windmolens. Als lid kun je geld uitlenen aan de coöperatie om de windmolens te financieren, hierover ontvang je rente. Daarnaast kun je bij De Windvogel er voor kiezen om zelf stroom af te nemen bij de coöperatie. Er is geen verband tussen de hoeveelheid elektriciteit die je afneemt en het bedrag dat je uitleent aan de coöperatie, wel is de hoeveelheid elektriciteit die je kunt afnemen gemaximeerd op 3.500 kWh.

De Windcentrale, Zonnepark Nederland in Nijmegen en SolarGreenPoint hebben een ander model gekozen. Bij Zonnepark Nederland en SolarGreenPoint koop je een zonnepaneel op een publiek dak. De energieopbrengst van dat paneel is de komende 25 jaar voor jou. Bij SolarGreenPoint zijn nog geen definitieve gegevens te vinden. Bij Zon op Nijmegen bedraagt de investering € 500 per zonnepaneel met een gemiddelde opbrengst van 197 kWh per jaar. Daar komt nog € 15 per jaar onderhoudskosten bovenop.

De Windcentrale verdeelt de opbrengst van haar windmolens in Winddelen van elk 500 kWh per jaar. Deze biedt ze aan voor € 345 per stuk, daar komt nog € 15 onderhoudskosten per jaar bovenop. De opbrengst kan per jaar iets fluctueren afhankelijk van de hoeveelheid wind. De windmolens gaan naar verwachting nog 16 jaar mee.

Financiële vergelijking verschillende opties

In onderstaande tabellen vergelijk ik de verschillende mogelijkheden om je eigen elektriciteit op te wekken. Tabel 1 is meer kwalitatief en toont de benodigde investering en jaarlijkse kosten. Tabel 2 vergelijkt de prijs per kiloWattuur voor de verschillende mogelijkheden.

Tabel 1. Beoordelingsmatrix

Aspect Winddeel (Windcentrale) Windcoöperatie (Windvogel) Zonnepanelen (eigen dak) Zondeel (Zonnepark Nederland)
Uitbetaling In kWh Rente op lening In kWh In kWh
Energiebelasting over opgewekte elektriciteit Ja a Ja b Nee Nee c
Omzetbelasting over opgewekte elektriciteit Nee Onbekend Nee Onbekend
Onderhoud/storing Regelt coöperatie Regelt coöperatie Zelf regelen Regelt coöperatie
Investering d € 2.415 n.v.t. € 6.990e € 8.000
Lidmaatschap Inbegrepen € 50 n.v.t. Inbegrepen
Jaarlijkse kosten € 15/winddeel n.v.t. Geen € 15/zondeel
Terugverdientijd 8 jaar n.v.t. 5-11 jaar 11 jaar
Levensduur min. 16 jaar n.v.t. 20-25 jaar 25 jaar

a) De Windcentrale draagt over opgewekte energie van de Winddelen energiebelasting af. Al zijn ze voorstander van het afschaffen daarvan.
b) De Windvogel is gestopt met afdracht van energiebelasting, maar de Belastingdienst is inmiddels een rechtszaak begonnen tegen De Windvogel. Tot die tijd verlaagt De Windvogel de tarieven voor afnemers van de elektriciteit niet, maar stopt het geld in een aparte pot in afwachting van de uitspraak van de rechtbank.
c) Zon op Nijmegen stelt bij de Zondelen gebruik te maken van de ruimte die de wet biedt om geen energiebelasting te betalen over zelfopgewekte duurzame energie voor de meter. De gemeente Nijmegen staat de eerste jaren garant voor het geval dat een onjuiste interpretatie is.
d) Uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh
e) Uitgaande van een installatie van 3,9 kWp, prijs bepaald met behulp van Compare my Solar www.CompareMySolar.nl

Tabel 2: tariefopbouw per initiatief

Initiatief Kostprijsa Energiebelasting Omzetbelasting Totaal prijs
GreenChoice b 5,80 11,40 5,80 20,47
Windcentrale 7,74 11,40 2,17 21,31
Windvogel (1) c 7,71 11,40 3,63 22,74
Windvogel (2) d 12-18 0 0 12-18
Zon op Nijmegen e 17,8 0 0 17,80
Zon pv (1) f 8 0 0 8
Zon pv (2) g 13,2 0 0 13,2

a) Kostprijzen zijn nagerekend op basis van gegevens van de websites van de aanbieders en is inclusief de jaarlijkse bijdrage per winddeel en zondeel.
b) actietarief Greenchoice op Gaslicht.com d.d. 7 augustus 2012.
c) Tarieven Windvogel 1 op basis van document zelflevering
d) Tarief Windvogel 2 op basis van document zelflevering. Kostprijs is 7-12 cent, daarbovenop stelt De Windvogel 5 Eurocent voor overhead.
e) Uitgaande van toewijzing van het recht op zelflevering, wanneer dit niet wordt toegestaan daalt het rendement. De gemeente Nijmegen staat garant voor de eerste 2 jaar energiebelasting. Inmiddels is wel duidelijk dat het slagen van het zelfleveringsconcept van Zon op Nederland afhangt van goedkeuring door de belastingdienst. Wat dat betreft kan Zon op Nederland zich aansluiten bij de rechtszaak van De Windvogel en de belastingdienst.
f)  Op basis berekeningen Vincent Dekker
g) Op basis berekeningen Zonnestroomnl.nl april 2012. Systeemgrootte 2,5 kWp, rentevoet 3%.

Update 20 september: Zelf rekenen, zie hier.

Ontwikkelingen om rekening mee te houden

Er zijn een paar ontwikkelingen om rekening mee te houden op gebied van regelgeving. Het gaat daarbij om:

  1. Verandering van het energiebelastingtarief. Hoe hoger dat tarief wordt, hoe interessanter het wordt om te kiezen voor zonnepanelen op eigen dak. Bij die optie heb je daar tenslotte geen last van.
  2. Verandering van het btw tarief voor energie. Hoe hoger dat tarief wordt, hoe interessanter het wordt om te kiezen voor zonnepanelen op eigen dak. Bij die optie heb je daar tenslotte geen last van.
  3. Meer mogelijkheden voor zelflevering voor de meter. Als dat mogelijk wordt wordt het interessanter om met je buurt of stad samen te investeren in je eigen duurzame energie opwekking.
  4. Verandering van de salderingsregels voor eigen energieopwekking. Er zijn grofweg 2 stromingen. De eerste vind de huidige salderingsregels een vorm van subsidie en wil deze aanpassen. Daarbij gaat het met name om een vergoeding voor de programmaverantwoordelijkheid die elektriciteitsbedrijven dragen. Dat wil zeggen dat ze je ook stroom leveren als je zonnepanelen of windmolen niet werken en de elektriciteit die je tijdelijk te veel hebt afnemen. De andere kant wil juist de huidige limiet van 5.000 kWh ophogen.
  5. Binnen Europa wordt al een tijdje gesproken over herziening van de energiebelasting, waarbij het de bedoeling is om minimumtarieven in te stellen op basis van de energie-inhoud en CO2 inhoud van een energiebron. Invoer daarvan kan gunstig zijn voor wind en zonne-energie.

De komende verkiezingen kunnen een groot verschil maken, zeker voor duurzame energie en zelflevering. Een overzicht van de standpunten op gebied van duurzame energie vind je hier, een breder overzicht van standpunten op gebied van duurzaam ondernemen vind je bij de Groene Zaak.

Conclusie

Zoals je in tabel 1 kunt zien is het investeren in eigen opwekking van windenergie de meest haalbare voor Jan Modaal. Het vergt het minste kapitaal. Bij De Windvogel is enkel een eenmalig lidmaatschapsgeld van € 50 verschuldigd. Je houdt dan natuurlijk de kans op jaarlijkse stijgingen van de energieprijs als de leden/investeerders stemmen voor een hoger rendement op hun ingelegde geld.

Bij De Windcentrale krijg je met een investering van € 345 de komende jaren 500 kWh per jaar en je bent voordeliger uit ongeacht de uitkomst van de discussie over zelflevering voor de meter. Zonne-energie vergt een hogere investering voor minder kWh per jaar. Of je het nu doet op je eigen dak of dat je gokt op de mogelijkheid van zelflevering voor de meter. In beide gevallen is de benodigde investering aanzienlijk hoger.

Onze keuze

Als je bovenstaande hebt gelezen zal het je niet verbazen dat we ervoor hebben gekozen om 2 winddelen te kopen i.p.v. te investeren in zonne-energie. Met 2 winddelen wekken we op jaarbasis ongeveer 1.000 kWh op, dat is ongeveer 1/3 van ons elektriciteitsverbruik. We hadden 5 winddelen kunnen kopen. Vooralsnog doen we dat niet. De charme van De Windcentrale is namelijk de 1 op 1 relatie met de windmolen. Daarmee krijg je draagvlak onder de omwonenden, alleen wonen we niet in Delfzijl maar in Schiedam. Zodra er een windcentrale in onze regio komt zullen we dus winddelen bij kopen.

Van zelflevering naar duurzame energiebaten

Na het afsluiten van het Lenteakkoord is wel weer duidelijk geworden dat mooie plannen van politici makkelijk kunnen stranden in de angst voor verlies aan energiebelasting van ambtenaren. Daarom wordt de btw op zonnepanelen niet verlaagd en komen er slechts pilots met zelflevering van elektriciteit. Waarmee Nederland respectievelijk terug gaat naar de oude SDE situatie waarin het installeren van zonne-energie niet eens als seizoensarbeid aangemerkt kan worden en de pilot van Eneco en De Windvogel van een paar jaar weer dunnetjes overgedaan gaat worden.

In een artikel in de NRC verwoord Liesbeth van Tongeren een aantal angsten van de ambtenaren van Financiën. De belangrijkste lijkt te zijn dat de btw verlaging een open einde regeling is, waarbij je niet weet hoeveel mensen er gebruik van gaan maken. Wat ook maakt dat het lastig is om het budgettair effect in te schatten. Alsof de energiebelasting bij de huidige tarieven en de doorgaande prijsdalingen voor duurzame energie nog een lang leven beschoren is op de particuliere woningmarkt? En dan hebben we het nog niet over de administratieve hel die uitbreekt als particulieren hun elektrische of plugin hybride auto in de toekomst als buffer gaan gebruiken… Het wegvallen van de opbrengst van energiebelasting lijkt ook de belangrijkste drijfveer achter de weerstand tegen “zonnetuintjes” of andere vormen van zelflevering. Liesbeth van Tongeren geeft aan er een warm voorstander van te zijn, daarom hieronder nogmaals de doorrekening van het alternatief voor de huidige energiebelasting: duurzame energiebaten.

De probleemstelling

Wanneer we zoals GroenLinks bij monde van Liesbeth van Tongeren uitgaan van particulieren hebben we het over een verlies aan inkomsten voor de belastingdienst van ongeveer € 0,15 per kWh (Energiebelasting € 0,1140, BTW: € 0,0364).

In de huidige situatie maakt het uit waar of je voor of achter je meter elektriciteit opwekt. Heb je een geschikt dak dan vergelijk je de kosten van het zelf opwekken van elektriciteit met de prijs inclusief energiebelasting en btw die je betaalt aan je energiebedrijf. Het goedkoopste tarief dat ik vandaag kon vinden op Gaslicht.com was Greenchoice 1 jaar vast met een kostprijs van € 0,2278 per kWh, daarvan is € 0,0774 bestemd voor Greenchoice.

Als je in de huidige situatie een zonnetuintje wil beginnen vergelijk je de kosten daarvan met € 0,0774, want je moet energiebelasting en btw betalen. Bij een kostprijs van € 0,08 per kWh ben je dus een dief van je eigen portemonnee totdat de energieprijs stijgt. Het risico ligt bovendien volledig bij de particuliere investeerders.

Wat we dus zoeken is een alternatief systeem dat (een deel) van de vijftien Eurocent die Financiën ontvangt per kWh terugverdient voor de Nederlandse staat en bij voorkeur tegelijkertijd particulieren die investeren in een zonnetuintje, gezamenlijke windmolen of biovergister zekerheid biedt over de kostprijs.

Een mogelijk alternatief: Duurzame energiebaten

Duurzame energiebaten kunnen zo’n alternatief zijn. De opzet is gelijk met de opzet van de aardgasbaten: de Nederlandse staat investeert tot 40% risicodragend in duurzame energieprojecten en ontvangt daarvoor 40% van de opbrengsten, ook mag voor deze projecten geen SDE+ aangevraagd worden. Als het inkomstenverlies voor de rekenmeesters van Financiën te groot is kan het verkleind worden door een verlaagd energiebelastingtarief in te voeren voor duurzame energie, zoals dat bij de BPM ook bestaat voor energiezuinige auto’s.

Het vehikel om de investering te doen bestaat al en heet Energie Beheer Nederland. Een 100% dochter van de Nederlandse staat, ondergebracht bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Een alternatieve mogelijkheid is om de financiering te regelen via een staatsdeelneming in de onlangs door Holland Financial Center voorgestelde Groene Investeringsmaatschappij.

Rekenvoorbeeld 1: Windbaten

De energieopbrengst en het aantal windmolens in het rekenvoorbeeld zijn aangepast n.a.v. tweet Pauline Westendorpdie op fout wees. De betreffende fout heeft geen effect op onderstaande berekeningen.

In het laatste nummer van 2011 van het tijdschrift Milieu (van de Vereniging voor Milieuprofessionals) stond een artikel van Geert Bosch over de kosten van windenergie. Hij rekende voor dat een windmolen een windpark met 5 windmolens van 3 MW een investering vergt van 22,5 miljoen Euro en jaarlijks gemiddeld 23.000.000 33.000.000 kWh elektriciteit levert. De kostprijs bedraagt volgens Geert Bosch 9,6 Eurocent/kWh, dat is wat hoger dan de kostprijs waar ik bij De Windcentrale op uitkwam. De subsidie bedraagt 3,6 Eurocent per kWh volgens Geert Bosch.

Bedragen in Eurocent/kWh Huidig Windbaten Windbaten met laag EB
Kostprijs energie 7,74 9,60 9,60
Energiebelasting (EB) 11,40 0,00 5,00
BTW 3,64 0,00 0,00
Subsidie windenergie -3,60 0,00 0,00
Windbaten
5,27 5,27
Saldo overheid 11,44 5,27 10,27
Verschil met huidig
6,16 1,16
Kostprijs consument 22,78 14,87 19,87
Verschil met huidig
7,91 2,91

Zoals je ziet ‘verliest’ de overheid bij de invoer van windbaten 6,168 Eurocent per kWh, terwijl de particulier er 7,9 Eurocent per kWh op vooruitgaat. Op jaarbasis bespaart de particulier op deze manier ruim Euro 270 op z’n energierekening (uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh). Als de overheid 5 Eurocent energiebelasting instelt resteert een verlies van 1,168 Eurocent per kWh voor de overheid, terwijl de particulier 2,9 Eurocent minder voor z’n elektriciteit betaalt. Voor de particulier resteert dan een daling van de energierekening van ongeveer Euro 100.

In bovenstaande berekening is met een aantal zaken geen rekening gehouden:

  • kapitaalkosten voor de overheid;
  • de vermindering in kosten voor de overheid door het wegvallen van de mogelijkheid tot subsidie;
  • werkgelegenheidseffect;
  • mogelijke verandering in draagvlak (en daarmee proceskosten) en gedrag als mensen zelf voordeel hebben van windenergie, of er zelfs eigenaar van worden.

Rekenvoorbeeld 2: Zonnebaten voor de meter

Sterk in opkomst zijn momenteel de projecten waarbij gewerkt wordt aan zonnetuintjes. Bijvoorbeeld in Nijmegen (Zonnepark Nederland) en Amsterdam. Stel nu dat we de duurzame energiebaten invoeren voor collectieve zonnestroomprojecten, zoals in Nijmegen. Dan zie je de uitkomst per kWh hieronder (gebaseerd op het rekenvoorbeeld van Zonnepark Nijmegen).

Bedragen in Eurocent/kWh Huidig Zonnebaten Zonnebaten met laag EB
Kostprijs energie 7,74 17,80 17,80
Energiebelasting (EB) 11,40 0,00 5,00
BTW 3,64 0,00 0,00
Subsidie zonne-energie -7,00 0,00 0,00
Zonnebaten
1,99 1,99
Saldo overheid 8,04 1,99 6,99
Verschil met huidig
6,04 1,04
Kostprijs consument 22,78 19,79 24,79
Verschil met huidig
2,99 -2,01

Voor projecten die voor SDE+ in aanmerking komen gaat de overheid er 6 cent op achteruit, gelijk aan windenergie. Als het gaat om projecten die momenteel zonder subsidie van de grond komen gaat de overheid er per saldo 13 cent op achteruit. De particulier gaat er bij het systeem van zonnebaten 3 Eurocent op vooruit. Dat is minder dan bij windenergie. Op jaarbasis kost zonne-energie de particulier 170 Euro meer dan windenergie (uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh), maar de particulier bespaart nog steeds ruim 100 Euro op z’n energierekening.

Rekenvoorbeeld 3: Zonnebaten achter de meter

Het aantal particulieren dat investeert in zonnepanelen op het eigen dak (als ze dat kunnen) is ook sterk groeiende (al is er een tijdelijke hickup door de komende subsidieregeling). Al deze mensen leveren de belastingdienst een derving van vijftien Eurocent per kilowattuur zelf opgewekte elektriciteit op. Natuurlijk staat daar een eenmalige opbrengst in de vorm van btw over de geïnstalleerde zonnepanelen tegenover, maar per saldo resteert al snel een inkomstenderving voor de overheid.

Op eigen dak verliest de overheid in de huidige situatie 15 Eurocent per kWh die zelf opgewekt wordt. De invoer van zonnebaten vermindert dit met 3 Eurocent (uitgaande van de kostprijs van 15 Eurocent die ik eerder dit jaar berekend had). Als je uitgaat van de kostprijs van 8 Eurocent die Vincent Dekker van Trouw hanteert dan wordt het verlies vermindert tot 9 Eurocent, terwijl de particulier nog steeds 8,9 Eurocent per kWh goedkoper uit is. Op jaarbasis bedraagt het voordeel voor particulieren ruim 300 Euro (uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh).

Bedragen in Eurocent/kWh Huidig Zonnebaten Zonnebaten met laag EB
Kostprijs energie 7,74 8,00 8,00
Energiebelasting (EB) 11,40 0,00 5,00
BTW 3,64 0,00 0,00
Subsidie zonne-energie
0,00 0,00
Zonnebaten
5,91 5,91
Saldo overheid 15,04 5,91 10,91
Verschil met huidig
9,12 4,12
Kostprijs consument 22,78 13,91 18,91
Verschil met huidig
8,87 3,87

In bovenstaande berekeningen is met een aantal zaken geen rekening gehouden:

  • kapitaalkosten voor de overheid;
  • de vermindering in kosten voor de overheid door het wegvallen van de mogelijkheid tot subsidie;
  • werkgelegenheidseffect;
  • mogelijke verandering in draagvlak en gedrag als mensen zelf voordeel hebben van zonne-energie, of er zelfs eigenaar van worden.

Het verhogen van de energiebelasting en de btw die voor 2013 op het programma staan zal het aantal particulieren (of verhuurders van woonruimte aan particulieren) dat investeert in zonnepanelen op het dak enkel laten groeien. Kortom: door de dalende prijs van zonne-energie en de stijgende consumentenprijs voor elektriciteit is heeft de huidige energiebelasting z’n beste tijd gehad. Tijd dus om na te denken over alternatieven.

Het naderende einde van energiebelasting in de gebouwde omgeving

Voor de energiesector zijn het spannende tijden. Naar mijn mening te vergelijken met de overgang van telefonie naar internet. Dat laatste vergde al de nodige souplesse en lenigheid van de overheid, maar de transitie in de energiesector zet nog veel meer op z’n kop. De energiesector is namelijk een belangrijke bron van inkomsten voor de staat. Alleen al de energiebelasting is goed voor ruim 2 miljard Euro. Tegelijkertijd wordt de grondslag van de energiebelasting momenteel van verschillende kanten aangetast. De belangrijkste twee zijn naar mijn mening:

  1. In de bouw is een omslag gaande naar energieneutrale renovatie en nieuwbouw van woningen en utiliteitsbouw.
  2. De prijs van zonne-energie daalt zo snel dat ze inmiddels ongeveer even duur is als elektriciteit uit het stopcontact. Deze prijsdaling zet nog wel even door (overcapaciteit) terwijl de energiebelasting en SDE+ toeslag stijgen. Dit maakt  zonnepanelen voor woningeigenaren nog interessanter en holt de grondslag van de energiebelasting sneller uit.

Het is alsof er een belasting bestaat op bellen via het vaste net, terwijl meer en meer mensen gebruik maken van VOIP. Door het uithollen van de grondslag van de energiebelasting (en SDE+) is minder geld beschikbaar voor de subsidie van duurzame energie, terwijl het PBL stelt dat er meer geld nodig is om de doelstelling te halen.

Systeem drijft huiseigenaar naar duurste systeem

Het huidige systeem drijft huiseigenaren naar dure, gebouwgebonden vormen van duurzame energieopwekking. Vooral zonne-energie is steeds interessanter. De wetswijziging om salderen voor verenigingen van eigenaren mogelijk te maken, die momenteel voor consultatie voorligt, maakt zonne-energie (en urban wind) nog interessanter (bovendien zijn grotere zonne-energie installaties relatief goedkoper). Het is de vraag of dat economisch gezien een optimaal pad is, want andere vormen van duurzame energie (zoals wind op land) zijn veel goedkoper.

De huidige wetgeving en de hoogte van de energiebelasting maakt dat zonnepanelen op dit moment toch interessanter zijn dan het investeren in wind op land. Bij een investering in wind op land blijf je namelijk overgeleverd aan de grillen van een Kabinet, dat op zoek is naar bezuinigingen en extra belastingopbrengsten. Investeringen in zonnepanelen op je eigen dak en achter de energiemeter voelen op dat punt veel veiliger.

Het nadeel voor de overheid is dat ze de volledige energiebelasting kwijtraakt. Dat gaat om een aanzienlijk bedrag. Uitgaande van ons eigen jaarverbruik van ongeveer 3.000 kWh gaat het om ongeveer Euro 350 aan energiebelasting per jaar (3.000 * 0,114). Daarbovenop komt nog het verlies aan BTW van Euro 65 per jaar.

Om dat voor elkaar te krijgen moeten we een kleine 7.500 Euro investeren in zonnepanelen (zie vergelijking collectieve inkoopacties zonnepanelen). Voor de overheid betekent dat dat ze dit jaar eenmalig Euro 1.425 aan BTW ontvangt. Daar staat tegenover dat ik de rente voor de lening om zonnepanelen te installeren mag aftrekken (verbetering van het huis, dus hypotheekrenteaftrek). Dat betekent een jaarlijkse kostenpost voor de staat van 30 Euro aan extra hypotheekrenteaftrek, naast het verlies van ruim 400 euro aan energiebelasting en BTW per jaar.

Alternatief: duurzame energie baten

Stel nu dat de overheid 40% van de investeringen in rendabele hernieuwbare energie doet, zoals ze dat ook doet voor het winnen van gas en olie, en dat de overheid de energiebelasting laat vallen voor zelflevering aan mensen en bedrijven die zelf risicodragend investeren in de opwekking van hernieuwbare energie. Net als in de huidige SDE+ krijgen de projecten die het hoogste rendement voor de staat leveren voorrang bij de investeringsbeslissing.

De keuze wordt dan een heel andere. Zonnepanelen op mijn dak vergen dan nog steeds een investering van Euro 7.500, want voor de staat is zonne-energie met een kostprijs van 15 tot 23 Eurocent relatief duur, de kans dat de overheid daar nu al 40% van financiert is dus miniem. De Windcentrale stelt te kunnen leveren voor 5,3 Eurocent per kWh en krijgt dus voorrang (net als andere wind op land projecten waar bedrijven en particulieren in investeren voor hun eigen elektriciteitsvoorziening).

Het opwekken van mijn eigen elektriciteitsbehoefte via windenergie kost via de Windcentrale Euro 2.400 (6 Winddelen van ieder Euro 400). In het door mij voorgestelde systeem neemt de staat 40% van de investering voor haar rekening, dat is Euro 960. Zelf moet ik dan nog Euro 1.440 investeren om in mijn eigen elektriciteitsbehoefte te voorzien, een stuk minder dan de Euro 7.500 die ik nodig heb om hetzelfde effect te bereiken met zonne-energie.

Doordat de staat 40% van de investering financiert bij een duurzame energiebatensysteem heeft ze ook recht op 40% van de opbrengst van de opgewekte windenergie. Uitgaande van een consumentenprijs van 20 Eurocent gaat het om een kleine 180 Euro per jaar, dat is 18% rendement (kapitaalkosten niet meegerekend). Voor mij is het voordeel dat ik mijn huidige energierekening van 600 Euro (3.000 * 0,20) hou, maar wel een rendement van 18% haal op mijn investering. Als ik het geld voor mijn investering mag lenen bij een groenbank tegen ongeveer 6% betekent dat 12% rendement, of mijn energierekening tot minder dan Euro 300.

Zoals je ziet kan het ook voor de overheid een voordeel hebben als ze accepteert dat de energiebelasting in haar huidige vorm haar langste tijd heeft gehad. Op die manier wordt een nieuwe inkomstembasis opgebouwd, die past bij het perspectief dat decentrale energieopwekking en een energieneutrale gebouwde omgeving de toekomst zijn. Dat zijn tenslotte toekomstperspectieven die de rijksoverheid ook omarmt via respectievelijk EL&I en Energiesprong (EL&I en BZK).

Meer uitleg over duurzame energie baten:

Een volgende keer een doorrekening van het voorstel van duurzame energie baten op basis van de plannen van De Windcentrale.