De zwarte kant van onze stroomimport

OPINIE – Het artikel De zon en wind zijn Europees dat de Onderzoeksredactie een aantal weken geleden in De Groene Amsterdammer publiceerde, beschrijft de ontwikkelingen op de elektriciteitsmarkten in Noordwest-Europa.

In het artikel noemen de auteurs de Duitse bruinkoolcentrales de zwarte keerzijde van de Duitse Energiewende. Een analyse waar Nederlanders graag op terugvallen om te verbloemen hoe slecht de eigen prestaties zijn op gebied van duurzame energie. Het is echter de vraag of de analyse klopt.

Wat gemist wordt in het artikel is het belang van de bestaande interconnectiecapaciteit van de Franse en Nederlandse elektriciteitsmarkt met Duitsland bij het openhouden van Duitse bruinkoolcentrales. Zowel Nederland als Frankrijk behoren tot de grootste importeurs van Duitse elektriciteit. Beide landen betalen per kilowattuur ook meer dan ze ontvangen voor hun eigen export naar Duitsland.

Frankrijk importeert met name veel in de wintermaanden, als de elektrische verwarmingen in Frankrijk veel stroom vreten. Het Franse elektriciteitssysteem, dat grotendeels op kerncentrales draait, kan slecht met grotere vraag naar elektriciteit omgaan. Kerncentrales draaien namelijk bij voorkeur zo dicht mogelijk tegen vol vermogen aan. Frankrijk importeert bij piekvraag elektriciteit uit Duitsland.

Deze extra vraag kan niet geleverd worden door wind- of zonne-energie, omdat deze vooralsnog niet op verandering in vraag kunnen reageren. De extra elektriciteit komt daarom grotendeels van Duitse conventionele centrales, waarbij centrales met de laagste marginale kosten als eerste stroom gaan produceren. Veelal zijn dit bruinkoolcentrales.

Eenzelfde verhaal geldt voor Nederland dat bij grote elektriciteitsvraag liever kiest voor import uit Duitsland, dan voor duurdere stroom uit Nederlandse gascentrales. Voor wie deze analyse niet gelooft, een klein gedachte-experiment: stel dat Duitsland, net als België geen of te weinig interconnectiecapaciteit zou hebben met Nederland en Frankrijk. Op momenten met veel elektriciteitsvraag in Nederland of Frankrijk, zouden de Nederlandse en Franse piekcentrales dan bijspringen, deze draaien veelal op gas. Tegelijkertijd zou – zonder export – op dagen met veel zon en wind in Duitsland veel minder behoefte zijn aan de elektriciteit van conventionele centrales. Wat betekent dat die dan hun elektriciteitsproductie zouden moeten terugschroeven.

Om een beeld te geven Duitsland exporteerde in 2013 33 TWh, dat is ruim 5% van de Duitse elektriciteitsproductie. De Nederlandse en Franse stroomimport is zodoende indirect verantwoordelijk voor het aantal MWh dat Duitse kolencentrales kunnen produceren.

De Duitse regering heeft kort geleden ook een discussiestuk over uitfasering van kolencentrales gepubliceerd. Inmiddels is duidelijk dat de Duitse regering niet aan het uitfaseren van kolen wil beginnen zolang de uitfasering van kernenergie nog niet afgerond is. Denemarken lijkt de uitfasering van haar kolencentrales wel te willen vervroegen.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Aldel, of het failliet van het grootverbruikersconsortium

Bijna tien jaar geleden streed een klein groepje grootverbruikers van elektriciteit samen met de FNV voor lagere stroomprijzen. De overheersende gedachte bij het grootverbruikersconsortium (met steun van VNO-NCW) en de FNV was dat Nederland teveel dure gascentrales had die energie met een (te) hoge kostprijs leverden.

Het was dus tijd, meenden zij, voor nieuwe gas- en kolencentrales, die energie met een lagere kostprijs zouden kunnen leveren. Dure wind- en zonne-energie kon in hun optiek geen oplossing zijn.

Ook het Ministerie van Economische Zaken ging in die gedachte mee, zoals vorig jaar al te lezen viel in het uitstekende onderzoeksdossier Land van gas en kolen van de Onderzoeksredactie.

Energiebedrijven

De energiebedrijven hebben weinig plezier beleefd aan de toen gemaakte keuze voor investeringen in nieuwe kolen- en gascentrales. Eneco heeft zijn nieuwe gascentrale alweer gesloten. Vattenfall en RWE hebben forse afschrijvingen gedaan op hun Nederlandse tak. Een groot deel daarvan komt voor rekening van de afwaardering van hun productiepark.

Als gevolg hiervan is Nuon inmiddels door eigenaar Vattenfall uit de etalage gehaald. Pech voor de Nederlandse crowdfunders die vorig jaar het plan opperden om Nuon terug te kopen.

Grootverbruikersconsortium

Ook de leden van het grootverbruikersconsortium hebben weinig plezier beleefd van hun lobby. Het verschil in groothandelsprijs van elektriciteit met Duitsland is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Duitsland is de afgelopen jaren immers alleen maar doorgegaan met forse investeringen in wind- en zonne-energie.

Hoewel de kostprijs per megawattuur van laatstgenoemde energiebronnen misschien wel hoger ligt dan die van conventionele energie, zijn de marginale kosten nihil. Daarmee drukken wind- en zonne-energie de groothandelsprijs omlaag. Tot groot verdriet van eigenaren van kolen-, gas- en kerncentrales, doen met name zonnepanelen dat ook nog eens vooral op momenten met veel vraag naar elektriciteit, wat traditioneel de lucratieve uren waren.

De crisis in de kolensector is zo groot dat Vattenfall nu van de bruinkool activiteiten in Duitsland af wil. Al kan dat ook komen door de eigen duurzaamheidsdoelstellingen. Een duidelijker teken is dat Bilfinger, een bouwer van gas- en kolencentrales, Duitsland gaat verlaten (oei… toch wat de-industrialisatie). De draai die Bilfinger de laatste jaren heeft gemaakt, van nieuwbouw naar service, is duidelijk te laat gekomen.

Voor Herbert Bodner, de CEO van Bilfinger, is de situatie helder:

We moeten ons richten op landen waar kolen nog een toekomst hebben.

Het verdriet van Bilfinger en de energiebedrijven is echter de blijdschap van de Duitse energie-intensieve industrie. Het prijsvoordeel is zo groot dat Aldel vorig jaar al aangaf een eigen stroomkabel naar het Duitse net te willen om van dat prijsverschil te kunnen profiteren.

In de aankondiging dat aluminiumsmelterij Aldel weer opengaat, ontbreekt helaas de verwijzing naar de lobby, die Aldel en het grootverbruikersconsortium jaren hebben gevoerd, voor meer kolencentrales.

Aldel gaat open en zal in de toekomst rechtstreeks goedkope stroom uit Duitsland halen. De investering voor de kabel is voor de nieuwe oude eigenaar Kletsch waarschijnlijk met gemak te betalen uit winstuitkeringen van de afgelopen jaren.

Ministerie van Economische Zaken

Tenslotte heeft ook het Ministerie van Economische Zaken weinig plezier van de gevoerde strategie voor meer kolencentrales. Op de eerste plaats liggen de vergunningen nog steeds onder vuur van de milieubeweging. Op de tweede plaats is Nederland nog steeds niet de netto-exporteur van elektriciteit waar in Den Haag van gedroomd werd. Sterker Nederland betaalt per megawattuur meer aan Duitslandvoor import dan het ontvangt voor haar eigen export.

Om de zaak nog wat erger te maken, gaat het Ministerie van Economische Zaken de kolencentrales vanaf volgend jaar laten bijstoken met biomassa die duurder is dan windenergie… In de juni-fase van de Stimuleringsregeling duurzame energieproductie 2015 (SDE) ontvangen windmolens maximaal 10,7 Eurocent/kWH. Kolencentrales krijgen bij ‘meestook bestaande capaciteit’ 10,8 ct/kWh.

Dit artikel is eerder verschenen op Sargasso.

Visie e-Decentraal en partners op decentrale energie

Deze week rolde de timeline van twitter en de rss-lezer vol met berichten over de reactie van een brede coalitie op de discussienotitie ‘DECENTRALE ENERGIESYSTEMEN: Wat is de visie van EL&I?’ van juni 2012. De discussienotitie van EL&I is onder een select gezelschap verspreid en niet openbaar. Ik heb de discussienotitie inmiddels onderhands wel in bezit, maar meer dan een eerste ruwe aanzet tot een visie kan ik het niet noemen. Tenzij de ideeën armoede werkelijk heeft toegeslagen. Het persbericht en de bijbehorende brief kun je vinden op de website van e-Decentraal.

Vormen van duurzame energie productie

e-Decentraal onderscheid 3 vormen van duurzame energie productie:

  1. Eigen productie en gebruik van duurzame energie achter de aansluiting op de openbare gas- elektriciteits- en warmtenetten, zonder levering aan deze netten. De gebruiker produceert duurzame warmte, koude, elektriciteit of groen gas voor eigen gebruik achter de aansluiting op de openbare netten en levert geen energie terug aan deze netten. Het effect op de energiehuishouding is hetzelfde als met energiebesparing: de vraag neemt af. Daarover is nu geen belasting verschuldigd en dat moet zo blijven.
  2. Eigen productie van duurzame energie voor eigen gebruik, met gebruikmaking van het openbare net. De gebruiker produceert duurzame warmte, koude, elektriciteit of groen gas voor eigen gebruik, levert als de productie hoger dan de vraag is aan het openbare net en neemt af van het openbare net als de vraag hoger is dan het aanbod.
  3. Productie van duurzame energie, bedoeld voor derden. De situatie betreft partijen die duurzaam opwekken en aan derden leveren via de openbare netten. Hier is salderen niet aan de orde.

Gewenste aanpassingen

e-Decentraal pleit voor uitbreiding van de bestaande regelingen op de volgende punten:

  1. Uitbreiding van het bestaande systeem voor saldering achter de meter naar groen gas;
  2. Vormen van saldering ook mogelijk maken voor productie die niet achter de eigen aansluiting op het openbare net, maar in de buurt. Bij buurt wordt daarbij gedacht aan het regionale gasnet of het 20 kV-net.
    Op die manier kunnen bijvoorbeeld ook bewoners waarvan de woning niet op het zonnige zuiden is gericht en bewoners van flats en appartementen hun eigen energie zelf gaan opwekken. Individueel of in collectief verband. Iedereen moet kunnen investeren in de verduurzaming van zijn energievoorziening. Het moet voor kleinverbruikers ook mogelijk zijn om dit in collectief verband te doen. Of door verhuurders van woningen voor hun huurders of Verenigingen van Eigenaren voor hun leden.
  3. Als een collectief ook de rol van energiebedrijf gaat vervullen, dan is de nu verplichte leveringsvergunning disproportioneel zwaar. E-Decentraal pleit voor een lichtere vorm, op den duur wellicht te vervangen door (uitsluitend) een meldingsplicht bij de NMA en/of de netbeheerder. De programmaverantwoordelijkheid moet dan wel bij een door TenneT erkende partij zijn ondergebracht.
  4. Voor de aansluiting op en het gebruik van de openbare netten kunnen de kosten doorberekend worden aan de betreffende kleinverbruiker of collectief van kleinverbruikers. Daarbij gaat e-decentraal er wel vanuit dat de eventuele diepere investeringen in netverzwaring gesocialiseerd worden, net als dat nu gebeurt voor grootschalige centrale aansluitingen.

Randvoorwaarden

E-Decentraal stelt de volgende randvoorwaarden voor haar voorstellen:

  • Het gelijkheidsbeginsel. Dat betekent ondermeer salderen voor eigen gebruik niet beperken tot een selectieve groep energiegebruikers en/of –opwekkers. Daarnaast bij de toegang en het gebruik van de openbare energie infrastructuur dezelfde regels hanteren voor warmte/koude, groen gas en duurzame elektriciteit.
  • De elektriciteits-, gas- en warmtewet en het toezicht daarop moeten een eerlijk speelveld voor decentraal duurzaam opgewekte energie gaan bieden. De energie-wetten zijn ontworpen op basis van een centraal energiesysteem en daardoor op veel punten strijdig met de belangen van decentrale systemen.
  • De energiebelasting moet meer gaan reguleren en daardoor energiebesparing en duurzame opwekking stimuleren. Dat is ook in lijn met het Lenteakkoord (opheffing vrijstelling kolenbelasting, verhoging Energiebelasting op grijs gas) en de ontwikkeling van de nieuwe EU richtlijn (grondslag voor energiebelasting grotendeels baseren op de koolstofinhoud en bij de bron heffen).
  • Uitbreiding en vereenvoudiging van de mogelijkheden van financiering van decentrale duurzame initiatieven. Ondermeer door versoepeling van de (toepassing van de) Wet op het financieel toezicht door De Nederlandsche Bank en de AFM, zodat crowdfunding voor decentrale duurzame initiatieven mogelijk wordt.
  • Het huidige systeem van saldering is laagdrempelig en eenvoudig. Bij een verdere uitbouw en verbreding van het systeem van teruglevering moeten deze voordelen behouden blijven.

Mijn mening over het verhaal

Wat ik goed vind in het inleidende verhaal is dat de opstellers geen onderscheid maken in type duurzame energie (warmte, koude, elektriciteit, groen gas) of toegepaste technologie. Daarmee voorkom je dat investeringen in bepaalde technieken gedaan worden enkel voor een fiscaal voordeel. Ook de brede ondersteuning vanuit verschillende organisaties vind ik goed geregeld. Daarmee is het een krachtig verhaal.

De randvoorwaarde dat energiebelasting ingezet moet worden om energiebesparing en duurzame opwekking te stimuleren is goed. Het is alleen jammer dat dat zo weinig is uitgewerkt en zo weinig aandacht krijgt in het persbericht. Al vind ik de reacties die ik op internet tegen kom als gevolg van dit ondergeschoven kindje wat overtrokken. Zelf vraag ik me nog steeds af waarom EL&I en Financien geen lering trekken uit de succesvolle verduurzaming van het zakelijke wagenpark. De combinatie van lagere bijtelling, BPM en wegenbelasting voor zuinige auto’s heeft die markt behoorlijk op z’n kop gezet. Internationaal vent Nederland het uit als een best practice op beleidsgebied, maar nationaal zijn we niet in staat om hetzelfde mechanisme te gebruiken op andere beleidsterreinen…

Wat ik persoonlijk (als investeerder in De Windcentrale en lid van Windvogel) spijtig vind is de definitie van buurt. Volgens mij is er geen windmolen van De Windcentrale of De Windvogel die me van elektriciteit kan voorzien zonder over het hoogspanningsnet te gaan.

Ik kan me voorstellen dat TenneT graag haar hoogspanningsnetwerk wil ontzien en dus productie en afname in de buurt wil stimuleren. Dat moet je m.i. echter niet doen via de energiebelasting, maar via een verschil in transportkosten. Dan is het daarna aan mij om minder transportkosten te betalen en een windmolen in de buurt te accepteren, of meer transportkosten te betalen en m’n wind van zee of uit Delfzijl te halen. En ja, ik weet dat grootschalige windmolens op land een lagere kostprijs hebben dan kleinschalige windparken en wind op zee. Maar juist vanuit andere waarden zijn er legio mensen die niet de goedkoopste optie kiezen, waaronder ik mijzelf ook reken.

Discussienotitie EL&I

Wat betreft de discussienotitie van EL&I wil ik slechts 1 ding kwijt: in de notitie wordt gesteld dat (de rest mag je WOBBEN,):

Belastingvrijstelling vaak (zoals bij windenergie) een forse ‘overstimulering’ zou betekenen.

Dat kan natuurlijk waar zijn, alleen vraag ik me dan af hoe die overstimulering er uit ziet bij fossiele energie, gezien de ondersteuning d.m.v. fiscale voordelen, subsidies en andere reguleringen. Denk aan:

  • 40% investering van staatsgeld voor proefboringen en exploitatie (in ruil voor 40% opbrengsten, maar de energiebelasting op windenergie laat zien dat je ‘rent’ ook op een heel andere wijze kunt innen als overheid)
  • kleine gasveldenbeleid: fiscale voordelen voor exploitanten die kleine gasvelden ontginnen. Ooit ingesteld bij een veel lagere olie- en gasprijs, maar naar mijn weten nog steeds van kracht. Wordt weinig gebruik van gemaakt, maar is wel lekkere achtervang.

En zo is er nog een heel scala aan regelingen die de winning van fossiele brandstoffen bevorderen. Gelet op de winstgevendheid van oliebedrijven is dat nou echt overstimulering.

TEDxBinnenhof: Innovation in Construction – part 2: Energy Producing Buildings

In my first postI linked to a TEDx talk by an architect who showed a lot of innovative ideas to construct more sustainable buildings and cities. In this post I will focus on ways the construction industry is enabling him and his colleagues to actually build them. Reducing the energy use and increasing the energy generation capacity of buildings is a central theme, but the focus is shifting towards more integrated approaches. In this post I will focus on energy, because I think it still remains the question whether the Dutch regulatory framework is facilitating the transition towards energy neutral and energy producing buildings.

Increasing the energy generation capacity of buildings
It is becoming increasingly clear that solar power is reaching grid parity for consumers in The Nethterlands, according to some the price of solar power has fallen below grid parity for consumers already. The Dutch are becoming totally enthousiastic about collective purchasing of solar power. In 2009 Urgenda started the collective purchasing action called we want solare (Wij Willen Zon). Currently there are over 60 active collective purchasing actions in the Netherlands. Even now, more local community energy companies are starting everywhere in the Netherlands.

For those who won’t or can’t afford the upfront investment in solar panels a growing number of solar as a service companies are starting. Zonline, for example, offers consumers solar panels paid by a fixed price per kilowatt hour electricity produced. They’ve only just started, but looking at Dutch consumer prices for electricity (around 21 to 23 Eurocent per kilowatt hour, about 70% of which are taxes) and the growth rate of it’s US partner Sungevity it promises to be a booming business. Other companies, like Rooftop Energy are applying the same business model to the business market. Which is a bit more difficult as companies pay a lower rate for electricity. Still the first examples of local governments using solar lease to get solar on their rooftops are popping up. For business placing solar on your own rooftop can be part of their CSR strategy too.

Different forms of sustainable heating are catching up too. Sometimes (old fashioned ) based on using the waste heat of waste incinerators, but also based on heat pumps (air-to-air or air-to-water) or geo-thermal power.

Reducing energy use
Although solar energy is the sexiest kid on the block, it surely isn’t the only one.
Stimulated by the energy label for buildings and rising energy prices a growing number of companies are offering help to property owners to reduce their energy use in existing buildings. Most of them demand upfront investments by the property owner. A few are exploring new business models and let property owners repay their investment through a reduction in their energy bill. In the commercial property market (offices, swimming pools) energy service companies (ESCo’s) are emerging. ESCo’s are offering a way to reduce the energy use budget neutral or even with a direct reduction in costs for the property owner or tenant. The upfront investments are done by the ESCo. The reduction in energy use can be achieved by changes to the installations, but also by adjustments to the façade of the building.

Some companies are even exploring business models that combine ESCo’s with green lease agreements. Which is a logical combination, as even the most energy efficient building will use a lot of energy if the tenant doesn’t change it’s habits.

Examples for the residential market include WAIFER and Qurrent. WAIFER says it can renovate a home within weeks and is currently renovating around 2500 homes from housing corporations in the Rotterdam area. Qurrent advertises as a new kind of energy company: one that wants to sell as little energy as possible.

Dutch regulatory framework
The Dutch regulatory framework for the construction industry used to consists mainly on construction. As energy generation is increasing because of the rise in popularity of solar panels, amongst others, the regulatory framework for the energy industry is becoming increasingly pressing. Energy regulation is mainly focused on centralized energy production making little use of lessons learned in other environmental policy fields or in other countries. Despite the subsidy for sustainable energy and many policy changes The Netherlands are lacking behind in sustainable energy.

For example users of sustainable energy have to pay the same amount of energy tax as users of fossil energy. This means sustainable energy has to be subsidized to be able to compete with fossil energy at wholesale prices. For cars the Dutch government has chosen a different strategy making fuel efficient cars more attractive using tax incentives. Looking at the sales figures of hybrids like the Toyota Prius this has proven a very successful strategy.

The high energy tax on (sustainable) energy does make investments in energy efficiency and solar power more attractive, especially for consumers. This will put a growing pressure on the 2 billion Euro in energy taxes the Dutch government collects from users of residential buildings each year.

To make things worse for government budget some community owned energy companies have stopped paying energy taxes on energy used by their members/investors. They claim that there is no difference between people growing their own food and transporting it to their home via public infrastructure and producing your own energy and using public infrastructure to get the energy to your home. It is not yet known if judges will agree, but it does show that current legislation is hindering people who try to provide their own energy together with their neighbors. Pretty strange if you consider the fact that some Dutch politicians are complaining about the nimby-behaviour of Dutch citizens.

Changes for Dutch government
Things can be arranged differently as the Dutch government has a well established system of reaping the benefits of our natural gas supplies. Through EBN, a subsidiary of the Ministry of Economic Affairs, the Dutch government offers the possibility to provide up to 40% of the necessary capital for the exploration and production of natural gas and oil. Dutch government earned around 6 billion Euro from this investments in 2011 alone. So why not use the same model to finance sustainable energy now that it has become a profitable alternative?

This alternate business model, based on the exploration and exploitation of sustainable energy, would earn a growing income for the Dutch government as opposed to the decreasing income if more inhabitants will change to solar power as a primary source of energy. It can also decrease the funds and manpower necessary for subsidizing alternate sources of energy, thus reducing the costs of reaching the sustainable energy goals set by the Dutch government.

For solar power it can help in decreasing the costs and improving the efficiency of the installations. Take for example my own neighborhood. An average house can uphold about 6 till 9 solar panels, while larger installations are relatively cheaper to install. I would love to be able to combine my installation with the neighbors and exchange the energy generated. Current legislation makes that financially unattractive if not impossible, whereas there would be a valid business case for combining our solar energy systems under a different regulatory framework.

Similar cases are abundant all through the Netherlands, not only for rooftop solar PV installations, but also for the production of biogas or heat recovery from waste water treatment. Adjusting the regulatory framework would also open up opportunities for other technologies like using the heat generated by roads or datacenters to cool and warm our buildings.

Due to the current regulatory framework for energy those types of innovation need subsidy way to long and large scale application is pushed to the future setting Dutch companies on a disadvantage in the international market.

Conclusion
What can we learn from the above? I think the best lesson to be learned is that it’s time to shift pardigm. With sustainable energy becoming competitive with fossil energy (despite existing subsidies and tax breaks for fossil fuel) there are chances for both Dutch government, society and entrepreneurs if we can apply lessons learned from other policy fields to sustainable energy.

For example the government could increase the amount of sustainable energy produced by variating the amount of energy tax paid for sustainable energy and fossil energy. The downside of this policy is that part of the benefit will go to foreign producers of sustainable energy and not towards more sustainable energy production in The Netherlands.

Changing the energy tax system in such a way that no energy tax has to be paid on energy produced by your own solar panels, windturbine or part of the solar road, does have a lot of potential to increase sustainable energy production in The Netherlands. It will bring possibilities to rationalize the decision to invest for consumers. Combining solar installations with your neighbors, using noise barriers next to highways for large scale solar pv installations (like Solar Green Point is promoting) or using heat collected from highways to keep buildings warm in the winter and cool in the summer.

To speed up the development even further and to yield some of the financial benefits the government could use part of the profits from oil and gas production for co-investing in sustainable energy production. Like some local government are already doing.

This way the government gets more than a double dividend. The first benefit will be that the amount of necessary subsidies for sustainable energy can be reduced. The subsidy can be focused on innovative technologies, like tidal power or offshore wind. Dutch government will get a growing revenue base from investments in sustainable energy production to compensate for the expected downward trends in energy taxes. The governmentbudget can be safeguarded even more if existing tax breaks and subsidies for fossil fuels are removed or decreased, like Maria van der Hoeven executive director of the International Energy Agency calls upon.

For investors and entrepreneurs in sustainable energy the co-investment from the Dutch government acts as an assurance that Dutch policy won’t change overnight, just like the current investments by EBN in oil and gas do for fossil fuel companies.

This post was originally written for and published at TEDxBinnenhof with the support of Ivo Stroeken and Max Herold.

Doldwaas zomeridee: windbaten tegen begrotingsgaten

Zo eens in de zoveel tijd krijg ik de zomerkolder in m’n kop. De afgelopen weken kwam daar een vraag uit opborrelen: waarom int de Nederlandse staat wel aardgasbaten, maar geen windbaten? De Powershift bijeenkomst in combinatie met een weekendje Brugge en een Offgrid bijeenkomst bij Except doen wat dat betreft wonderen, want volgens het boekje met stadwandelingen dat we daar kochten was de wind in de middeleeuwen eigendom van de stad en betaalde de molenaar belasting voor het bouwen van een molen. Is het tijd om dat idee weer van stal te halen nu windenergie langzaam maar zeker rendabel wordt en de aargasbaten de komende decennia zullen dalen? Bij olie- en gaswinning dragen de exploitanten tenslotte ook een deel van de opbrengst af aan de samenleving?

Achtergrond

Olie, gas zijn natuurlijke hulpbronnen, net als bos, wind en zon. Volgens de economische theorie bestaat er kans op overwinsten (economic rent) voor bedrijven als de overheid niet een deel van de opbrengsten van de winning van olie en gas incasseert. Wanneer bedrijven overwinsten behalen op de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen bestaat de kans dat er meer gewonnen wordt dan vanuit maatschappelijk oogpunt optimaal is. In de ontwikkelingseconomie speelt het begrip economic rent ook een belangrijke rol om tot een beter beheer van hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen als zoals bossen te komen.

Het aloude idee om belasting te heffen voor het bouwen van molens kun je in dat zelfde licht zien. Net als de Nederlandse aardgasbaten, de grote bedragen die de Nederlandse staat jaarlijkst ontvangt van olie- en gasbedrijven die aardgas en olie winnen uit de Nederlandse bodem. De  Nederlandse overheid is van mening dat het aardgas in de bodem een publiek goed is en dat de opbrengst van de winning ervan dus ook ten goede moet komen aan de publieke zaak.

Wanneer je wind en zon ook als natuurlijke hulpbronnen beschouwt dan kun je eenzelfde redenering voor wind- en zonne-energie op laten gaan. Tot op heden was er altijd een probleem: elektriciteit van wind en zon waren onrendabel zonder subsidie van de overheid.

Dat is echter aan het veranderen. Zo heb ik de afgelopen maanden van verschillende kanten gehoord dat het opwekken van wind op land op sommige plaatsen in Nederland kan voor een kostprijs van 4 cent per kilowattuur. Op mijn energierekening van Greenchoice staat momenteel bijna 8 cent per kilowattuur als verkoopprijs. Dat betekent dat nieuwe windparken dus 100% winst halen en dat de staat hier geen cent van ontvangt. Niet handig bij het huidige begrotingstekort, zeker als je bedenkt dat aardgas moeizamer en daarmee duurder te winnen wordt. Terwijl de prognoses voor wind- en zonne-energie zijn dat de kosten voorlopig nog zullen dalen. Zie bijvoorbeeld dit rapport van Ecorys en CE Delft.

De consequenties

Voor de paar voorstanders van duurzame energie die nu nog niet op de kast zitten: bedenk wel dat het introduceren van windbaten, zonbaten of algemener gesteld duurzame energiebaten ook positieve consequenties heeft wanneer we de analogie met andere publieke goederen, zoals aardgas, doortrekken. Bij de winning van fossiele energievormen bestaat namelijk de mogelijkheid dat de overheid via haar dochterbedrijf Energie Beheer Nederland tot 40% van de kosten en risico’s van exploratie en/of exploitatie draagt. In 2010 bedroeg de afdracht van EBN aan de Nederlandse staat 5,3 miljard Euro (bron: jaarverslag EBN 2010).

Vanuit banken hoor ik al jaren dat ze investeringen in duurzame energieprojecten te riskant vinden, doordat ze niet weten of een nieuw kabinet het oude subsidiesysteem of de oude beleidsdoelstellingen in stand houdt. Voor een bank (en iedere andere financier) betekent extra risico dat  ze extra rente in rekening brengen (als ze al financieren), kijk maar naar de enorm oplopende verschillen in rente tussen landen als Spanje, Portugal en Griekenland en Duitsland of Nederland.

Olie- en gaswinningsbedrijven hoor ik zelden over wisselvallig beleid op gebied van de regels voor olie- en gaswinning. Wat niet vreemd is gezien de omvang van de aardgasbaten en de omvang van de investeringen die de Nederlandse staat in de winning heeft gedaan. Een zigzagkoers in beleid t.a.v. de winning van aardgas en olie heeft een veel te groot effect op de begroting om ook maar overwogen te worden. De totale aardgasbaten zijn voor 2011 op 9,9 miljard Euro ingeschat.

Conclusie

Zinnig idee, of net zo dwaas als een energiebedrijf dat je hypotheekbetaald?

Dit bericht is eerder geplaatst op het rijksduurzaamheidsnetwerk.

Transactiekosten van milieubeleid

Milieubeleid kan gepaard gaan met hoge kosten, een deel daarvan bestaat uit de kosten die bedrijven en burgers moeten nemen om emissies te reduceren. Een ander deel bestaat uit zogenaamde transactiekosten. Dat zijn indirecte kosten die samenhangen met het milieubeleid. Het kan gaan om informatie verzamelen, personeel bijscholen, monitoring, rapportagekosten, kosten om wetgeving te ontwikkelen, implementatiekosten, handhavingskosten etc.

Transactiekosten

Transactiekosten staan binnen de economie al langer in de belangstelling, vooral door het boek Transaction Cost Economics. In dit boek biedt Williamson een verklaring voor het bestaan van bedrijven/organisaties terwijl de vrije markt de heilige graal is. Binnen een bedrijf/organisatie wordt de vrije markt tenslotte uitgeschakeld, er zijn dus omstandigheden waarin de markt niet het beste systeem is om schaarse middelen te verdelen. De keuze om een transactie binnen de eigen organisatie plaats te laten vinden of via de markt hangt volgens Williamson af van:

  • frequentie
  • specificiteit
  • beperkte rationaliteit
  • opportunistisch gedrag

Belangrijkste factoren

Een recente studie (pdf) van Coggan, Whitten en Bennett laat zien dat dit ook speelt bij milieubeleid. Transactiekosten kunnen volgens Coggan ea. optreden in verschillende fase van het milieubeleisproces, van planning tot handhaving. Volgens de studie zijn de transactiekosten van milieubeleid vooral afhankelijk van:

  1. De door Williamson al genoemde factoren, zoals:
    De aard en frequentie van de transactie. Hoe specifieker het onderwerp van beleid, hoe hoger de kosten waarschijnlijk zijn. Overigens laat een andere recente studie (pdf) zien dat er ook grote synergie in het halen van doelstellingen is bereiken door betere afstemming van bijvoorbeeld klimaatbeleid, energiebeleid en luchtkwaliteitsbeleid op elkaar afgestemd worden [link toevoegen]. Voor de meeste beleidseconomen is dit geen nieuw inzicht, aangezien dit een andere manier is om te zeggen dat de voorkeur uitgaat naar zogenaamde ‘no regret’ maatregelen.
    Wanneer transacties vaker herhaald worden kunnen de transactiekosten beperkt worden door bv. standaardcontracten op te stellen of een markt te creëren.
  2. Transactiekosten kunnen sterk variëren door de tijd en activiteiten in het begin van het beleidsproces kunnen een grote impact hebben op de transactiekosten bij de uitvoering of handhaving.
  3. Transactiekosten hangen af van het gekozen beleidsinstrument. Bv. van de keuze tussen regulering en marktinstrumenten. Wanneer voor een marktinstrument gekozen wordt stijgen bv. de transactiekosten van investeringsbeslissingen, omdat er verschillende opties afgewogen moeten worden. Regulering kan echter tot hogere kosten als gevolg van regulering en handhaving leiden. Bovendien kan regulering erg duur uitpakken als het leidt tot veel vervroegde afschrijvingen op bestaande apparatuur die niet kan voldoen aan de nieuwe norm.

TED debat over kernenergie (via @GoranGacic

@GoranGagic wees me op deze video van een TED debat over nucleaire energie. Boeiend debat en in ieder geval voldoende reden om te twijfelen aan de claim van Atoomstroom dat kernenergie een CO2 vrije energiebron is. Over de gehele levenscyclus gemeten is zelfs windenergie namelijk niet CO2 vrij. De productie van het metaal voor de turbine en het vervoer naar de locatie zijn tenslotte nog altijd CO2 emitterende activiteiten. Bij de bouw van een kerncentrale is een heleboel cement en beton nodig, dat zijn vrij grote CO2 emitterende sectoren.

Ook opvallend vind ik de cijfers op het gebied van luchtkwaliteit (bij 10.04 minuten), waar kernenergie ook slechter scoort dan wind- en zonne-energie. De cijfers zijn daarbij gebaseerd op overschakeling van transport naar elektrisch vervoer.