“7 veelbelovende innovaties…

…die de transitie geen steek verder helpen.”

Dat is de opbeurende titel van een bericht op Wattisduurzaam. Volgens Thijs ten Brinck, schrijver van het weblog, is beleid dat innovatie aanjaagt en ruimte laat fouten te maken even onmisbaar als beleid dat bewezen oplossingen aanjaagt en de ruimte geeft om deze verder te verbeteren. En op te schalen. Opschalen loopt echter vaak tegen barrières op, want ook de nadelen van een techniek zijn al bekend.

Dus blijven de proeftuinen en pilots elkaar opvolgen. Storende bijwerking daarvan is dat bewezen ineffectieve innovaties steeds opnieuw komen bovendrijven. Hij noemt op zijn website 7 voorbeelden, waar er minstens 2 bijzitten waar ik meer van had verwacht/gehoopt.

Volgens Thijs ten Brinck zijn dit de 7 ineffectieve innovaties die niet gaan bijdragen aan de energietransitie:

  1. Zonnestroom van het fietspad en de snelweg
  2. Windmolens zonder wieken
  3. Energie-opwekkende stoeptegels
  4. Thorium gesmolten-zoutreactoren
  5. Inzet van blockhaintechnologie
  6. Blauwe energie uit rivierwater dat de zee in stroomt
  7. Elektriciteit uit levende plantjes

Onderbouwing in de Open waanlink

Dit bericht is oorspronkelijk gepubliceerd op Sargasso.

De elektrificatie van transport

20171016_174350In een vorig bericht besteedde ik aandacht aan Tesla. Dit keer zoom ik uit naar de ontwikkelingen in elektrische mobiliteit. De basis hiervoor wordt gevormd door dit artikel van Michael Liebreich, oprichter van Bloomberg New Energy Finance (BNEF).

Elektrisch vervoer: de ontwikkelingen tot nu toe

In 2016 voorspelde BNEF dat er in 2040 406 miljoen elektrische auto’s zullen rondrijden, terwijl er tot begin dat jaar wereldwijd minder dan 1 miljoen verkocht waren. De meeste energie en transport onderzoekers vonden BNEF te optimistisch over de groei van elektrische auto’s. Inmiddels is het aantal verkochte elektrische auto’s wereldwijd opgelopen tot vier miljoen en BNEF verwacht dat de volgende miljoen voertuigen binnen zes maanden verkocht zullen zijn. Veel energie en transport onderzoekers hebben hun verwachtingen fors naar boven bijgesteld. Het Internationaal Energie Agentschap voorspelde in 2016 dat er in 2030 23 miljoen elektrische auto’s rond zouden rijden, In 2017 hebben ze dit bijgesteld naar 127 miljoen in 2030 en 280 miljoen in 2040. BP heeft zijn voorspelling voor 2035 bijgesteld van 72 miljoen naar 210 miljoen. Zelfs de OPEC heeft zijn voorspelling bijgesteld van 46 miljoen naar 252 miljoen in 2040. Ook BNEF heeft zijn voorspelling naar boven bijgesteld naar 560 miljoen voertuigen in 2040. Een groeiend aantal autofabrikanten richt zich daarom op elektrisch rijden, bijna allemaal hebben ze een forse inhaalslag te maken t.o.v. hun Chinese concurrenten en ten opzichte van Tesla. Deze laatste heeft met de Model 3 inmiddels het model in handen dat in de VS de meeste omzet oplevert en de nummer 5 positie bezet in de verkoopstatistieken per model (SUV en pickup trucks buiten beschouwing latend). Van januari tot en met juli is Tesla wereldwijd de nummer 2 verkoper van elektrische auto’s, achter Renault-Nissan Mitsubishi. Het Chinese BYD is wereldwijd nummer 3 (met meer dan 20.000 verkochte auto’s in China in augustus). Van alle elektrische auto’s is 46% van Chinese makelij. Recent haalde nieuwkomer Lucid  1 miljard dollar aan financiering op bij het Saoudisch staatsfonds en NIO haalde 1,3 miljard dollar op met een beursgang.

Elektrificatie van andere voertuigen

Hoewel de aandacht vooral uitgaat naar elektrische personenauto’s heeft de groei ook gevolgen voor andere segmenten van de mobiliteitssector. In 2016 was al wel zichtbaar dat elektrische fietsen een forse markt vormden, met alleen in China al 200 miljoen verkochte exemplaren. Het blijft dan ook zonde dat Nederland in 2009 koos om 30 miljoen te steken in elektrische auto’s in plaats van in elektrische fietsen. 20171201_122521

Wat minder zichtbaar was in 2016 was de ontwikkeling van elektrische bussen. Er zijn inmiddels bijna 400.000 elektrische bussen op de weg, waarvan 99% in China rijdt. Elektrische bussen zijn goed voor 17% van de Chinese vloot en in een stad als Shenzen rijden inmiddels geen dieselbussen meer. Deze groei van elektrische bussen begint de olieindustrie inmiddels pijn te doen. Volgens berekeningen van BNEFzorgen 1.000 elektrische bussen op de weg voor zo’n 60.000 liter minder vraag naar diesel per dag. Dat betekent dat de 400.000 elektrische bussen goed zijn voor een daling van de dagelijkse vraag naar diesel met zo’n 24 miljoen liter en de groei van elektrische bussen zet door. Zo heeft Parijs eind vorig jaar 1.000 elektrische bussenbesteld, die vanaf 2020 in de dienstregeling opgenomen worden. Ook in Europa, de VS, Canada en Zuid-Amerika worden de voordelen van elektrische bussen voor lokale luchtkwaliteit en geluidsoverlast dus gezien. Daarbij zijn volgens BNEF de totale kosten over de levensduur van elektrische bussen vaak al lager dan van dieselbussen.

Ook bij bestelbussen is de trend naar elektrificatie ingezet. Een paar jaar geleden nam DHL Deutsche Post nog het bedrijf StreetScooter over om zelf elektrische bestelbussen te produceren, omdat ze geen producent konden vinden die elektrische bestelbussen wilde leveren. Dit jaar opende StreetScooter een tweede fabriek om de vraag van andere bedrijven aan te kunnen. Hoewel de aantallen nog klein zijn werken Daimler, Volkswagen, Ford en andere autofabrikanten inmiddels hard om de achterstand op StreetScooter, Nissen en Renault in te halen.

Elektrificatie van vrachtwagens

In mijn artikel over Tesla schreef ik al dat Tesla werkt aan een elektrische vrachtwagen. Maar daarin is Tesla zeker niet de enige die werkt aan een Class 8 semi-trailer met een actieradius van 800 kilometer. Deze zomer onthulde Daimler’s dochterbedrijf Freightliner de eCascadia, een Class 8 semi-trailer met een actieradius van 400 kilometer. Eerder dit jaar introduceerde Daimler al z’n Fuso eCanter, een 7,5 ton vrachtwagen voor de Europese markt. Ook Volvo, Scania, PaccarDAF/VDL en Cummins werken aan elektrische vrachtwagens voor alle gewichtsklassen.

Ook bij zwaarder materieel, zoals dat bijvoorbeeld wordt ingezet in de mijnbouw, wordt gekeken naar elektrificatie. Zo werkt Volvo aan elektrische versies voor verschillende mijnbouwvoertuigen, hebben de Amerikaanse bedrijven Artisan Vehicles en Kirkland Lake samen een elektrische 40 tons truck voor de mijnbouw ontwikkeld en hebben twee Zwitserse bedrijven een Komatsu 605-7 omgebouwd naar elektrisch.  Ook Goldcorp Inc. test elektrische voertuigen in een van zijn mijnen in Canada. De brandstof- en CO2 besparing van deze omslag in de mijnbouw kan groot zijn. Het brandstofgebruik van een Komatsu 605-7 is 50.000 tot 100.000 liter diesel per jaar, goed voor zo’n 131 tot 262 ton CO2 uitstoot. Grofweg zorgt een omgebouwde Komatsu 605-7 voor net zo’n grote daling in de vraag naar diesel als 5 elektrische bussen.

Elektrificatie van scheepvaart

De afgelopen twee jaar is ook de elektrificatie van de scheepvaart op gang gekomen. Veel commentaren zien hier nog steeds niets in, omdat de transportafstanden van schepen te lang zou zijn voor elektrificatie. Deze critici missen volgens Liebreich het punt: er zijn voldoende schepen die nooit lange afstanden varen. Denk aan veerponten, binnenlands scheepvaartverkeer en sleepboten, of aan pleziervaartuigen. Michael Liebreich verwacht dat deze schepen vroeger of later over zullen schakelen op een elektrische aandrijving. De eerste voorbeelden zijn er al. In Noorwegen varen al elektrische veerponten en ook in Amsterdam gaat een elektrische veerpont varen. Rolls-Royce heeft sinds 2010 15MWh aan schepen met energieopslagsystemen gerealiseerd en verwacht een verdubbeling in 2019. Marktleider voor accu’s voor schepen Corvus Energy breidt zijn productiecapaciteit ondertussen uit naar 600 MWh per jaar. Noorwegen is wereldmarktleider in de elektrificatie van schepen en heeft grote plannen.

Elektrificatie van de luchtvaart

Nog onwaarschijnlijker dan bussen, vrachtwagens en de scheepvaart is de ontwikkeling van elektrisch vliegen. Het gaat dan zowel om kleine toestellen die verticaal kunnen opstijgen en landen (vliegende taxi’s), als om grotere vliegtuigen voor de lange afstand. Voordat je in de commentaren gaat schrijven dat de energiedichtheid lithium-ion batterijen slechts 2% van kerosine is raad ik je aan het artikel van Michael Liebreich te lezen.

Inmiddels werkt een tiental bedrijven aan elektrische vliegtuigen voor de langere afstand en ruim 40 bedrijven werken aan vliegende taxi’s. Desondanks laat de marktintroductie van elektrische vliegtuigen nog wel even op zich wachten.

Conclusie

Wat deze ontwikkelingen wel duidelijk maken is dat de prijsval en kwaliteitsverbetering van lithium-ion accu’s ertoe leidt dat de markt wijzigt. Was lithium-ion 15 jaar geleden voorbehouden aan mobiele telefoons, inmiddels hebben ze vaste grond aan de voeten in elektrische fietsen, elektrische scooters, stadsbussen en personenauto’s. Vanuit deze markten worden nieuwe markten ontwikkeld, zoals bestelbussen, vrachtauto’s, scheepvaart en luchtvaart. Met de toenemende kansen voor elektrificatie van transport op korte afstanden (tot zo’n 400 kilometer) dalen volgens Liebreich de kansen voor waterstof voor korte afstanden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Japans ontwikkelaar kolencentrales stapt over op hernieuwbare energie

De Japanse ontwikkelaar van kolencentrales Marubeni heeft deze week bekend gemaakt te stoppen met het bouwen van nieuwe kolencentrales. Ook wil het bedrijf in 2030 zijn aandeel in kolencentrales gehalveerd hebben ten opzicht van het portfolio in 2018. Marubeni heeft momenteel voor 3,5 GW aan kolencentrales in de boeken staan en werkt aan 13,6 GW aan kolencentrales in Japan, Botswana, Egypt, Mongolia, Vietnam, Thailand, Indonesia en Myanmar. In plaats van uitbreiding kiest Marubeni voor uitbreiding in hernieuwbare energie. Medewerkers worden volgens het Japanse zakenblad Nikkei overgeplaatst van de ontwikkeling van kolencentrales naar de ontwikkeling van hernieuwbare energieprojecten.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

BNEF 2018: zon en wind 50% stroomvoorziening in 2050

Bloomberg New Energy Finance (BNEF) heeft zijn nieuwe Energy Outlook uitgebracht. De BNEF-analisten voorspellen dat in 2050 50% van de wereldwijde stroomproductie van zon- en windenergie afkomstig zal zijn. Het is in hun ogen een strijd van techniek tegen grondstoffen. Zon- en windenergie behoeven geen brandstoffen om te blijven draaien. De leercurves van zon- en windenergie zorgen al jaren voor dalende prijzen, en ook bij energieopslag (lithiumion-accu’s) is dat het geval.

In de ogen van de onderzoekers is het daarom:

a matter of when and how, not if, wind and solar disrupt electricity systems everywhere.

Zonne- en windenergie

De leercurve voor zonne-energie bedraagt 28,5% voor iedere verdubbeling van de geïnstalleerde capaciteit sinds 1970. De prijzen van PV-modules zijn sinds 2010 met 83% gedaald. Voor wind ligt de leercurve wat lager op 10,5% op basis van US$ per MW geïnstalleerd vermogen. Dat is echter slechts een deel van het verhaal, want de capaciteitsfactor van windturbines is sinds 2010 gestegen van zo’n 20% naar 35%. Dat betekent dat windmolens meer opbrengen per MW geïnstalleerd vermogen.

Op basis van de verwachte kostenontwikkeling van de verschillende componenten construeren de analisten van BNEF twee kantelpunten. Het eerste kantelpunt is waar nieuwe wind- en zonne-energie goedkoper worden dan fossiele alternatieven (gas in Amerika of steenkool in China). Het tweede kantelpunt is wanneer nieuwe wind- en zonne-energie goedkoper worden dan bestaande fossiele centrales.

Het eerste kantelpunt is volgens BNEF al bereikt in de VS en China. Wat betekent dat een toenemend aantal energiebedrijven vanaf nu gaat kiezen voor hernieuwbare energiebronnen in plaats van gas. Het tweede kantelpunt volgt volgens BNEF voor 2030, wat betekent dat ongesubsidieerde wind en zonne-energie dan het aantal draaiuren van bestaande fossiele centrales gaat beperken. Onderzoekers van het Rocky Mountain Institute kwamen eerder dit jaar tot dezelfde conclusie. Zij waarschuwden dat een groot deel van de gascentrales die momenteel in de pijplijn zitten tijdens hun levensduur onrendabel zullen worden.

Verschillende toezichthouders in de VS verwijzen voorstellen voor nieuwe gascentrales inmiddels terug naar de tekentafel en vragen om voorstellen voor hernieuwbare energie in combinatie met energieopslag.

Rol energieopslag

Zonne-energie en windenergie kunnen niet volcontinu leveren. Het aandeel dat ze in de energiemix kunnen innemen groeit door ze te combineren met energieopslag. Waarbij vooral lithium-ion accu’s sterk in ontwikkeling zijn. Sinds 2010 zijn de kosten per kWh gedaald met 80%, een leercurve van 18%. De analisten verwachten een verdere daling tot 96 USD/kWh in 2025 en 70 USD/kWh in 2030.

De wereldwijde productiecapaciteit voor lithium-ion accu’s is momenteel 131 GWh, waarvan 60% in China zit. BNEF verwacht dat de productiecapaciteit in 2021 verdrievoudigd zal zijn met een marktaandeel voor China van 73%. China streeft in de markt voor energieopslag een soortgelijke positie na als bij PV.

Energieopslag kan twee rollen vervullen. Op de eerste plaats zullen energieopslagsystemen netdiensten gaan aanbieden, zoals frequentieregeling. Deze diensten kunnen ze sneller en preciezer leveren dan fossiele centrales. Een voorbeeld hiervan is te zien in de Hornsdale energieopslag in Zuid-Australië, maar ook in Europa staan inmiddels de eerste energieopslagsystemen die netdiensten leveren.

Een tweede toepassing is het opvangen van langere termijn verschillen tussen vraag en aanbod, door elektriciteit op te slaan bij veel aanbod en te leveren bij veel vraag. Op deze markt bieden accu’s geen volledige vervanging voor fossiele centrales.

Rol fossiele brandstoffen

De ontwikkelingen op gebied van hernieuwbare energie en energieopslag betekenen niet dat er geen rol is voor fossiele energiecentrales. Vooral voor gascentrales is er een rol weggelegd om fluctuaties in energieproductie op te vangen. Op de langere termijn zal het daarbij steeds meer gaan om het opvangen van seizoensfluctuaties, omdat energieopslag de rol voor kortere onbalansperiodes over zal nemen. In de nieuwe rol voor gascentrales is veel minder volume aardgas nodig dan voorheen, wat slecht nieuws is voor gasproducenten.

De grootste verliezers volgens BNEF zijn kolencentrales. Hun marktaandeel loopt in de nieuwste modellering terug van 37% nu naar 11% in 2050.

Uitdagingen voor beleidsmakers

BNEF ziet twee uitdagingen voor beleidsmakers. Op de eerste plaats wordt het een uitdaging om te zorgen dat de markt zo in elkaar steekt dat eigenaren van zonne-energie en windturbines hun geld terug verdienen. Op de tweede plaats wordt het een uitdaging om te zorgen dat de benodigde reservecapaciteit aan gascentrales beschikbaar blijft en ontwikkeld wordt. Om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen is de derde uitdaging om een alternatief te ontwikkelen voor de rol die gascentrales hebben om seizoensschommelingen op te vangen.

Lees ook dit artikel over de implicaties van de BNEF doorrekening.

Dit artikel is eerder verschenen op Sargasso.

Bloomberg: Europa’s kolencentrales gaan in rook op

Volgens persbureau Bloomberg sluiten kolencentrales in Europa sneller dan verwacht. Bloomberg stelt dat dit met name komt door de dalende kosten van de overschakeling op hernieuwbare energie. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) heeft zijn verwachtingen voor de kolensector voor 2030 sinds 2012 met 12% naar beneden bijgesteld. Naar verwachting van het IEA is er in 2030 nog 114 GW aan geïnstalleerd vermogen over, vergeleken met 177 GW in 2014 (het laatste jaar waarover gegevens beschikbaar zijn).

In het Verenigd Koninkrijk, Finland, Frankrijk, Portugal en Oostenrijk wordt kolen volledig uit gefaseerd. Ook in Duitsland sluiten kolencentrales, zoals de kolencentrale van STEAG in Voerde – met een vermogen van 2,2 GW ooit Europa’s grootste kolencentrale. Dat de Energiewende ook pijn doet bij de eigenaren van kolencentrales begint daarmee zichtbaar te worden. Duitse energiebedrijven hebben namelijk voor nog 27 kolen- en gascentrales met een gezamenlijke capaciteit van 6,6 GW sluiting aangevraagd bij de netbeheerder.

En dat terwijl Eurelectric, de Europese brancheorganisatie voor de elektriciteitssector, in december 2013 zei dat:

the expansion of renewables is going hand in hand with an expansion of coal-fired generation.

Nu, vier jaar later, kondigt de brancheorganisatie aan dat haar leden geen intentie hebben om na 2020 nog in nieuwe kolencentrales te investeren. Als het IEA gelijk krijgt lijkt het er op dat de anti-energietransitie garde binnenkort op zoek mag naar een nieuw verhaal over waarom hernieuwbare energie geen optie is.

Dit bericht is geschreven voor Sargasso.

Grootste Nederlandse windpark op land komt in gemeenschappelijk bezit

Hoe groot kan een coöperatief project zijn? Hoe groot klinkt ’93 windturbines’ en ‘400 miljoen euro’? Het grootste windpark op land in Nederland zal 50% groter zijn dan het grootste windpark tot nu toe – en dat is misschien pas het begin. Hoe komt het dat Nederlandse coöperatieve windprojecten zo op het niveau van nutsbedrijven zitten? Craig Morris onderzoekt het.

Zeewolde_Floris_Oosterveld
Zeewolde: een enorm succesvol wind park in gemeenschappelijk bezit (foto Floris Oosterveld, edited, CC BY 2.0)

De provincie Flevoland is letterlijk gevormd uit land dat gewonnen is uit het IJsselmeer. De provincie bestaat grotendeels uit landbouwgrond en is het centrum van de Nederlandse windenergieproductie op land.

cm1-1

Honderden windturbines in Flevoland naderen het einde van hun 20-jarige productieve leven. Het vervangen van deze turbines – een proces dat in het Engels repowering heet – is geen één-op-één-voorstel, omdat windturbines zo veel gegroeid zijn in de afgelopen decennia.

Wanneer ik het succes van Duitse gemeenschapsprojecten in de windenergiesector presenteer wordt vaak de vraag gesteld of of projecten niet simpelweg te groot zijn geworden voor kleine spelers. In het licht van de groei van turbines lijkt dat een logische vraag.

cm2-1

Het windpark bij Zeewolde geeft een duidelijk antwoord. Grofweg 200 lokale burgers, veel van hen boeren, en eigenaren van de oude windturbines, realiseerden zich een decennium geleden dat ze een plan moesten gaan maken voor het eind van hun huidige windturbines. Siward Zomer, hoofd van de Nederlandse windcoöperatie De Nieuwe Molenaars, legt uit:

Er was sprake van oud zeer. Sommige landeigenaren verdienden 30.000 euro per jaar omdat de turbines op hun land stonden, maar hun buren, die net zo dicht bij de windturbines woonden, kregen niks.

Onder invloed van de Europese Commissie schakelen de meeste Europese landen nu over op veilingen, een systeem waarin bieders met elkaar concurreren. Maar om de ongelijkheid van de huidige situatie te overkomen lieten de gemeentelijke en provinciale overheden iedereen samenwerken.

Het resultaat was een vijf jaar lange discussie waarin burgers vragen moesten beantwoorden zoals: ‘Hoeveel geld zou een landeigenaar moeten ontvangen als er een kabel over zijn eigendom loopt?’ en ‘Hoeveel krijg je als een windmolen op je land staat en hoeveel krijgen de buren?’ Normaal gesproken wordt over dit soort voorwaarden onderhandeld met de projectontwikkelaar. Nu werden deze voorwaarden vastgesteld door een democratisch georganiseerde windorganisatie, opgezet door burgers zelf. De overheid wilde slechts doorgaan met het verlenen van de vergunning als het publiek de uitkomsten van dit proces accepteerde – niet na één of ander referendum of een verkiezing gebaseerd op loze beloftes, maar na geïnformeerde en langdurige onderhandelingen tussen burgers. “Het was niet makkelijk” zo vat Zomer de ervaring van dit proces samen.

De burgers die een windturbine bezaten of die eigendom in de buurt bezaten waren al lid van een windorganisatie, maar burgers die in omliggende dorpen woonden vielen buiten de boot. REScoop.nl en REScoop.eu (de Nederlandse en Europese federatie van burger-energiecoöperaties) brachten daarom geld bij elkaar om een bestaande windturbine in het gebied te kopen en ze zetten een lokale energiecoöperatie op voor bewoners van de dorpen. Deze lokale energiecoöperatie zou dezelfde rechten krijgen om aan het nieuwe windpark deel te nemen. Zomer herinnert zich:

We kwamen op enig punt 40.000 euro te kort, dus gingen we samen werken met REScoop.eu om internationale burgers investeerders te vinden

REScoop verbond de Nederlanders met Spaanse burgers, die mee investeerden uit solidariteit en samenwerking met hun noordelijke mede-burgers.

Uiteindelijk moet voor de realisatie van het windpark zo’n 80 miljoen euro aan eigen vermogen opgehaald worden en zo’n 320 miljoen aan bankleningen om het totale prijskaartje van 400 miljoen euro te dekken. Daan Creupelandt, woordvoerder voor REScoop.eu, zegt dat zijn organisatie momenteel werkt aan een revolving fund, als onderdeel van het REScoop MECISE project, om het voor lokale energie coöperaties eenvoudiger te maken om internationale investeringen aan te trekken.

10,4 miljoen euro van het project zal via De Nieuwe Molenaars publiek aangeboden worden in de vorm van obligaties en risicodragende aandelen en obligaties. De prijs voor een aandeel start op € 250. Om ruimte te bieden aan elk budget worden de obligaties in coupons van € 50 uitgegeven. Hiermee wordt het project toegankelijk voor een brede groep burgers. Lokale bewoners krijgen voorrang, aldus Zomer, maar andere burgers kunnen deelnemen als niet alle aandelen lokaal verkocht worden. Uiteindelijk is de verwachting dat zo’n 1000 burgers de krachten zullen bundelen met zo’n 200 boeren en eigenaren van de bestaande windturbines om het gigantische project te financieren.

Als alles goed gaat kan het leiden tot vervolgprojecten. Tenslotte zullen binnenkort meer oude windturbines in aanmerking komen voor repowering. Zomer hoopt dat:

we binnenkort een revolving fund hebben. Nieuwe coöperaties die het aan geld ontbreekt zouden hun krachten kunnen bundelen met oude coöperaties die op zoek zijn naar nieuwe projecten.”

Zomer schat het potentieel aan vervangingsprojecten voor windenergie op 1.000 MW. Om dat in perspectief te zetten: eind 2016 was slechts 4.328 MW aan windenergie geïnstalleerd in Nederland (PDF).

Perspectief kan ook nuttig zijn om de omvang van het project te beoordelen. Met 350 MW is het project twee keer zo groot als enig enkel project in Duitsland (lijst in Duits). Het grootste windpark op land in Europa is een 600 MW project in Roemenië, gebouwd door de CEZ Group uit Tsjechië in 2012.

Bovendien zorgt de discussie over eigendomsmogelijkheden ervoor dat windenergie populairder wordt in Nederland. In andere landen zou je protesten verwachten tijdens de informatiebijeenkomsten in de planningsfase, maar Zomer zegt:

In toenemende mate komen mensen langs om te zien hoe hun windpark er uit komt te zien.

De geplande opleveringsdatum voor windpark Zeewolde is 2019, meer informatie over de Nieuwe Molenaars vind je hier.

Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende en hij is momenteel Senior Fellow bij IASS.

Dit artikel is eerder verschenen op Energytransition en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

Energie & klimaat in de verkiezingsprogramma’s

Lang leesvoer van Gert Jan Kramer, hoogleraar duurzame energievoorziening, van de Universiteit van Utrecht over de plaats die energietransitie, klimaatverandering en ecologisch denken in de verschillende verkiezingsprogramma’s hebben.

GroenLinks en de ChristenUnie staan het meest duidelijk aan de ecologische kant. De ChristenUnie schrijft in haar verkiezingsprogramma dat het voor haar “als een paal boven water dat het in de economie niet dient te draaien om groei, maar om het goede leven.” Het is daarmee – met deze ene zin – de partij die explicieter dan welke andere partij ook de zelf-evidentie van economische groei en groei-om-de-groei ter discussie stelt. Zelfs GroenLinks durft dat niet aan.

(…)

Aan de andere kant van het spectrum staat de VVD. Wie de introductie leest van het hoofdstuk Energie en Klimaat in het verkiezingsprogramma waant zich wat de probleembeschrijving terug in de tijd van het kabinet Biesheuvel

Conclusie:

Vrijwel iedere geïnformeerde en betrokken burger onderkent inmiddels het klimaatprobleem en de noodzaak om urgent te handelen. Dat is bij de veel partijen gelukkig ook het geval, maar bij een aantal ook niet. Van populistisch rechts is dit te verwachten – klimaatverandering is een onderwerp waartegen the world over populisten zich afzetten. Maar de inadequate opstelling van de VVD is op zijn minst teleurstellend, maar eigenlijk gewoon onbegrijpelijk. Dit geldt, zij het in iets mindere mate, ook voor het CDA. Wie vanuit een conservatief of conservatief-liberaal perspectief het klimaatprobleem beschouwt en zich rekenschap geeft van de mogelijkheden die alternatieve energie nu biedt om het energiesysteem en de economie te vernieuwen, zou het onderwerp hoger en urgenter agenderen, en zou concrete oplossingsrichtingen aandragen – en dit niet aan links overlaten.

Open waanlink

Dit bericht is eerder als open waanlink op Sargasso gepubliceerd.