Bloomberg: Europa’s kolencentrales gaan in rook op

Volgens persbureau Bloomberg sluiten kolencentrales in Europa sneller dan verwacht. Bloomberg stelt dat dit met name komt door de dalende kosten van de overschakeling op hernieuwbare energie. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) heeft zijn verwachtingen voor de kolensector voor 2030 sinds 2012 met 12% naar beneden bijgesteld. Naar verwachting van het IEA is er in 2030 nog 114 GW aan geïnstalleerd vermogen over, vergeleken met 177 GW in 2014 (het laatste jaar waarover gegevens beschikbaar zijn).

In het Verenigd Koninkrijk, Finland, Frankrijk, Portugal en Oostenrijk wordt kolen volledig uit gefaseerd. Ook in Duitsland sluiten kolencentrales, zoals de kolencentrale van STEAG in Voerde – met een vermogen van 2,2 GW ooit Europa’s grootste kolencentrale. Dat de Energiewende ook pijn doet bij de eigenaren van kolencentrales begint daarmee zichtbaar te worden. Duitse energiebedrijven hebben namelijk voor nog 27 kolen- en gascentrales met een gezamenlijke capaciteit van 6,6 GW sluiting aangevraagd bij de netbeheerder.

En dat terwijl Eurelectric, de Europese brancheorganisatie voor de elektriciteitssector, in december 2013 zei dat:

the expansion of renewables is going hand in hand with an expansion of coal-fired generation.

Nu, vier jaar later, kondigt de brancheorganisatie aan dat haar leden geen intentie hebben om na 2020 nog in nieuwe kolencentrales te investeren. Als het IEA gelijk krijgt lijkt het er op dat de anti-energietransitie garde binnenkort op zoek mag naar een nieuw verhaal over waarom hernieuwbare energie geen optie is.

Dit bericht is geschreven voor Sargasso.

Grootste Nederlandse windpark op land komt in gemeenschappelijk bezit

Hoe groot kan een coöperatief project zijn? Hoe groot klinkt ’93 windturbines’ en ‘400 miljoen euro’? Het grootste windpark op land in Nederland zal 50% groter zijn dan het grootste windpark tot nu toe – en dat is misschien pas het begin. Hoe komt het dat Nederlandse coöperatieve windprojecten zo op het niveau van nutsbedrijven zitten? Craig Morris onderzoekt het.

Zeewolde_Floris_Oosterveld
Zeewolde: een enorm succesvol wind park in gemeenschappelijk bezit (foto Floris Oosterveld, edited, CC BY 2.0)

De provincie Flevoland is letterlijk gevormd uit land dat gewonnen is uit het IJsselmeer. De provincie bestaat grotendeels uit landbouwgrond en is het centrum van de Nederlandse windenergieproductie op land.

cm1-1

Honderden windturbines in Flevoland naderen het einde van hun 20-jarige productieve leven. Het vervangen van deze turbines – een proces dat in het Engels repowering heet – is geen één-op-één-voorstel, omdat windturbines zo veel gegroeid zijn in de afgelopen decennia.

Wanneer ik het succes van Duitse gemeenschapsprojecten in de windenergiesector presenteer wordt vaak de vraag gesteld of of projecten niet simpelweg te groot zijn geworden voor kleine spelers. In het licht van de groei van turbines lijkt dat een logische vraag.

cm2-1

Het windpark bij Zeewolde geeft een duidelijk antwoord. Grofweg 200 lokale burgers, veel van hen boeren, en eigenaren van de oude windturbines, realiseerden zich een decennium geleden dat ze een plan moesten gaan maken voor het eind van hun huidige windturbines. Siward Zomer, hoofd van de Nederlandse windcoöperatie De Nieuwe Molenaars, legt uit:

Er was sprake van oud zeer. Sommige landeigenaren verdienden 30.000 euro per jaar omdat de turbines op hun land stonden, maar hun buren, die net zo dicht bij de windturbines woonden, kregen niks.

Onder invloed van de Europese Commissie schakelen de meeste Europese landen nu over op veilingen, een systeem waarin bieders met elkaar concurreren. Maar om de ongelijkheid van de huidige situatie te overkomen lieten de gemeentelijke en provinciale overheden iedereen samenwerken.

Het resultaat was een vijf jaar lange discussie waarin burgers vragen moesten beantwoorden zoals: ‘Hoeveel geld zou een landeigenaar moeten ontvangen als er een kabel over zijn eigendom loopt?’ en ‘Hoeveel krijg je als een windmolen op je land staat en hoeveel krijgen de buren?’ Normaal gesproken wordt over dit soort voorwaarden onderhandeld met de projectontwikkelaar. Nu werden deze voorwaarden vastgesteld door een democratisch georganiseerde windorganisatie, opgezet door burgers zelf. De overheid wilde slechts doorgaan met het verlenen van de vergunning als het publiek de uitkomsten van dit proces accepteerde – niet na één of ander referendum of een verkiezing gebaseerd op loze beloftes, maar na geïnformeerde en langdurige onderhandelingen tussen burgers. “Het was niet makkelijk” zo vat Zomer de ervaring van dit proces samen.

De burgers die een windturbine bezaten of die eigendom in de buurt bezaten waren al lid van een windorganisatie, maar burgers die in omliggende dorpen woonden vielen buiten de boot. REScoop.nl en REScoop.eu (de Nederlandse en Europese federatie van burger-energiecoöperaties) brachten daarom geld bij elkaar om een bestaande windturbine in het gebied te kopen en ze zetten een lokale energiecoöperatie op voor bewoners van de dorpen. Deze lokale energiecoöperatie zou dezelfde rechten krijgen om aan het nieuwe windpark deel te nemen. Zomer herinnert zich:

We kwamen op enig punt 40.000 euro te kort, dus gingen we samen werken met REScoop.eu om internationale burgers investeerders te vinden

REScoop verbond de Nederlanders met Spaanse burgers, die mee investeerden uit solidariteit en samenwerking met hun noordelijke mede-burgers.

Uiteindelijk moet voor de realisatie van het windpark zo’n 80 miljoen euro aan eigen vermogen opgehaald worden en zo’n 320 miljoen aan bankleningen om het totale prijskaartje van 400 miljoen euro te dekken. Daan Creupelandt, woordvoerder voor REScoop.eu, zegt dat zijn organisatie momenteel werkt aan een revolving fund, als onderdeel van het REScoop MECISE project, om het voor lokale energie coöperaties eenvoudiger te maken om internationale investeringen aan te trekken.

10,4 miljoen euro van het project zal via De Nieuwe Molenaars publiek aangeboden worden in de vorm van obligaties en risicodragende aandelen en obligaties. De prijs voor een aandeel start op € 250. Om ruimte te bieden aan elk budget worden de obligaties in coupons van € 50 uitgegeven. Hiermee wordt het project toegankelijk voor een brede groep burgers. Lokale bewoners krijgen voorrang, aldus Zomer, maar andere burgers kunnen deelnemen als niet alle aandelen lokaal verkocht worden. Uiteindelijk is de verwachting dat zo’n 1000 burgers de krachten zullen bundelen met zo’n 200 boeren en eigenaren van de bestaande windturbines om het gigantische project te financieren.

Als alles goed gaat kan het leiden tot vervolgprojecten. Tenslotte zullen binnenkort meer oude windturbines in aanmerking komen voor repowering. Zomer hoopt dat:

we binnenkort een revolving fund hebben. Nieuwe coöperaties die het aan geld ontbreekt zouden hun krachten kunnen bundelen met oude coöperaties die op zoek zijn naar nieuwe projecten.”

Zomer schat het potentieel aan vervangingsprojecten voor windenergie op 1.000 MW. Om dat in perspectief te zetten: eind 2016 was slechts 4.328 MW aan windenergie geïnstalleerd in Nederland (PDF).

Perspectief kan ook nuttig zijn om de omvang van het project te beoordelen. Met 350 MW is het project twee keer zo groot als enig enkel project in Duitsland (lijst in Duits). Het grootste windpark op land in Europa is een 600 MW project in Roemenië, gebouwd door de CEZ Group uit Tsjechië in 2012.

Bovendien zorgt de discussie over eigendomsmogelijkheden ervoor dat windenergie populairder wordt in Nederland. In andere landen zou je protesten verwachten tijdens de informatiebijeenkomsten in de planningsfase, maar Zomer zegt:

In toenemende mate komen mensen langs om te zien hoe hun windpark er uit komt te zien.

De geplande opleveringsdatum voor windpark Zeewolde is 2019, meer informatie over de Nieuwe Molenaars vind je hier.

Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende en hij is momenteel Senior Fellow bij IASS.

Dit artikel is eerder verschenen op Energytransition en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

Energie & klimaat in de verkiezingsprogramma’s

Lang leesvoer van Gert Jan Kramer, hoogleraar duurzame energievoorziening, van de Universiteit van Utrecht over de plaats die energietransitie, klimaatverandering en ecologisch denken in de verschillende verkiezingsprogramma’s hebben.

GroenLinks en de ChristenUnie staan het meest duidelijk aan de ecologische kant. De ChristenUnie schrijft in haar verkiezingsprogramma dat het voor haar “als een paal boven water dat het in de economie niet dient te draaien om groei, maar om het goede leven.” Het is daarmee – met deze ene zin – de partij die explicieter dan welke andere partij ook de zelf-evidentie van economische groei en groei-om-de-groei ter discussie stelt. Zelfs GroenLinks durft dat niet aan.

(…)

Aan de andere kant van het spectrum staat de VVD. Wie de introductie leest van het hoofdstuk Energie en Klimaat in het verkiezingsprogramma waant zich wat de probleembeschrijving terug in de tijd van het kabinet Biesheuvel

Conclusie:

Vrijwel iedere geïnformeerde en betrokken burger onderkent inmiddels het klimaatprobleem en de noodzaak om urgent te handelen. Dat is bij de veel partijen gelukkig ook het geval, maar bij een aantal ook niet. Van populistisch rechts is dit te verwachten – klimaatverandering is een onderwerp waartegen the world over populisten zich afzetten. Maar de inadequate opstelling van de VVD is op zijn minst teleurstellend, maar eigenlijk gewoon onbegrijpelijk. Dit geldt, zij het in iets mindere mate, ook voor het CDA. Wie vanuit een conservatief of conservatief-liberaal perspectief het klimaatprobleem beschouwt en zich rekenschap geeft van de mogelijkheden die alternatieve energie nu biedt om het energiesysteem en de economie te vernieuwen, zou het onderwerp hoger en urgenter agenderen, en zou concrete oplossingsrichtingen aandragen – en dit niet aan links overlaten.

Open waanlink

Dit bericht is eerder als open waanlink op Sargasso gepubliceerd.

China sleept de kolen uit het vuur

China ontpopt zich steeds meer tot koploper in klimaatbeleid, in tegenstelling tot het populaire idee dat China de boeman in het klimaatbeleid is. In 2016 daalde de productie en consumptie van kolen voor het derde jaar op rij. Verwachtte het Internationaal Energie Agentschap eerder nog groei in kolenverbruik tot 2030, inmiddels wordt gesproken van een piek in het kolenverbruik in 2013. De capaciteitsfactor van kolencentrales (de hoeveelheid elektriciteit die ze produceren t.o.v. het geïnstalleerd vermogen) is in 2016 gedaald 47,5%, een paar jaar geleden was dat nog 79%.

De daling in het kolenverbruik heeft twee oorzaken: lagere economische groei en investeringen in duurzame energie. Tot 2020 wil China nog voor 340 miljard Euro investeren in duurzame energie.

Kolen is dan ook de verliezer aan het worden van de Chinese energietransitie. Op Reneweconomy noemt , redacteur/uitgever van EEnergy Informer, het redden van de kolensector moeilijker dan het redden van de Titanic. Op Trouw is Vincent Dekkers nuchterder met zijn stelling dat Trump geen Thatcher is.

Open waanlink

Dit bericht is oorspronkelijk gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.

GroenLinks: de plannen & cijfers (focus energie & klimaat)

Met minder dan 2 weken te gaan voor de verkiezingen leek het me tijd om nog even de belangrijkste effecten van de plannen van GroenLinks op een rij te zetten, met daarin de focus op de effecten op klimaat, energie en milieu. De plannen kun je nalezen in het verkiezingsprogramma en in de analyses van het verkiezingsprogramma door PBL, CPB, en SCP.

programma_gl_ruggegraat
Bron: GroenLinks

 

Klimaat en energie

GroenLinks heeft (zoals je kan verwachten) ambitieuze plannen op gebied van klimaat en energie. De CO2 reductie die GroenLinks behaalt ligt met 62% boven de doelstelling van het verkiezingsprogramma en boven wat volgens PBL nodig is om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. Volledigheidshalve: volgens Greenpeace en Urgenda is meer nodig dan PBL stelt.

image2

In de grafiek kan je zien dat GroenLinks met haar plannen behoorlijk op weg gaat om in 2050 uit te komen op 95% CO2 reductie.Terwijl het basispad na 2030 een behoorlijke versnelling vereist, kiest GroenLinks juist voor een versnelling in de komende jaren.

De CO2 reductie die GroenLinks haalt in 2030 ligt iets lager dan de Partij voor de Dieren in het verkiezingsprogramma heeft staan (62% GroenLinks vs. 65% PvdD), daar staat tegenover dat de PvdD haar plannen niet heeft laten doorrekenen.Ook is opvallend dat PvdA en SP met hun plannen in 2030 niet de CO2 reductie van de Klimaatwet halen. Terwijl ze de Klimaatwet wel mede-ondertekend hebben.

Voor energiebesparing en het aandeel duurzame energie heeft GroenLinks een stevige ambitie in vergelijking met andere partijen. Wat mij vooral opvalt is het lage percentage energiebesparing bij D66, terwijl deze partij toch meerdere initiatiefnota’s over energiebesparing op haar naam heeft staan (2013, 2016).

score-energietransitie-klein-1024x722
Aandeel duurzame energie en percentage energiebesparing in 2030, bron NVDE op basis van doorrekening PBL.

GroenLinks scoort ook goed als het gaat om het ondersteunen van de lange termijn energietransitie.

image1
Bron: doorrekening PBL

Luchtkwaliteit & biodiversiteit

Een bijkomend effect van voorstellen van GroenLinks is de verbetering van de luchtkwaliteit t.o.v. het basispad. De emissies door transport van fijn stof dalen met 14%, van NOx met 10% en de landbouwemissies van ammoniak met 14%. De biodiversiteit stijgt met 20-25% t.o.v. het basispad.

Het onomkeerbare momentum van schone energie

ANALYSE – President Obama over de onomkeerbare dynamiek van schone energie: economische groei en vermindering van CO2 emissies kunnen samengaan. Sterker nog: het bewijs groeit dat het niet verlagen van de CO2 emissies tot grote schade aan de wereldeconomie en verlies aan werkgelegenheid zal leiden. Ook bedrijven beginnen te ontdekken dat klimaatvriendelijk ondernemen ze geen windeieren hoeft te leggen, zeker met de forse kostendaling van zon- en windenergie. En door de lage gasprijs in de VS is het onwaarschijnlijk dat energiebedrijven over zullen stappen op duurdere kolencentrales.

Open waanlink

Dit bericht is eerder geplaatst als open waanlink op Sargasso.

Gastbijdrage: Productie hernieuwbare energie stagneert in Duitsland in 2016

ANALYSE – Na de sterke groei in 2015 vertoont het aandeel hernieuwbare energie in Duitsland nauwelijks veranderingen in het afgelopen jaar. Eigenlijk is het meest verrassende de verandering in aardgas. Craig Morris duikt in de cijfers.

2016 liet een stijging van het gasverbruik zien, en weinig voortgang in het aandeel hernieuwbare energie (Foto door Michal Osmenda, edited, CC BY-SA 2.0)

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

De cijfers zijn niet alleen gebaseerd op voorlopige cijfers, maar deels ook op voorspellingen. De AGEB, een groep economen en energie experts die de cijfers opstelde, publiceerde ze namelijk net voor de kerst – voor het jaar ook maar over was. De totale primaire energie consumptie steeg met 1,6%, dat kwam vooral, legt AGEB uit,  door het koudere weer en het schrikkeljaar, wat 0,3% extra tijd toevoegde aan 2016. We hebben de officiële CO2 emissiecijfers nog niet, maar Agora Energiewende schat dat de CO2 emissie van elektriciteitsproductie daalde met 1,6%, doordat het kolenverbruik verder daalde. Tegelijkertijd stijgen de CO2 emissies met 0,9% doordat er te weinig voortgang wordt geboekt in de warmte en transportsectoren (Duits persbericht).

Mix van primaire energie consumptie Duitsland 2016

Een punt om te laten zien hoe groot de aanpassing aan deze voorlopige cijfers kan zijn. Het bericht van vorig jaar over AGEB’s voorlopige cijfers voor 2015 nam aan dat het aandeel hernieuwbare energie tot 32,5% van de binnenlandse energievraag was gestegen. Maar dat cijfer werd in de zomer verlaagd tot 31,5%. En na gematigde groei in 2016 staat de nieuwe voorlopige voorspelling op 32,3% – minder dan vorig werd verwacht. De grafiek hieronder laat het aandeel hernieuwbare energie in de totale productie zien, dat is inclusief het record niveau van export. Het aandeel hernieuwbare energie in de totale productie is lager dan in de binnenlandse vraag enkel omdat Duitsland zoveel elektriciteit exporteert.

Mix van energieproductie in Duitsland voor 2016

Ondanks de stilstand op de biogas markt, nam de elektriciteitsproductie van bioenergie toe. Biogas units kunnen elektriciteit leveren op afroep en zijn dus minder afhankelijk van het weer. Zonne-energie is zeer afhankelijk van het weer en produceerde minder elektriciteit dan in 2015, ook al was er een lichte stijging in geïnstalleerd vermogen. Blijkbaar was 2016 simpelweg minder zonnig dan 2015. Zulke fluctuaties zullen niet weg gaan; we zullen er mee moeten leren leven in een toekomst die grotendeels op de zon gebaseerd is. En dan was er nog de terugval in windenergie. Na 70,9 TWh in 2015 viel de productie van wind op land vorig jaar terug naar 66,8 TWh, ook al was er een sterke stijging van het aantal nieuw geïnstalleerde windmolens.

Dubbele aanpassingen

Maar deze uitkomst is zelfs slechter vanuit het gezichtspunt van vorig jaar januari, toen de AGEP voor wind (op land en op zee) 85,4 TWh noteerde, een getal dat de Duitse wind energie associatie BWE nog steeds gebruikt in zijn meest recente persbericht (Duitstalig). In feite heeft AGEB dit getal in de zomer van 2016 verlaagd naar 79,1 TWh.

Waarom zijn de cijfers voor 2015 naar beneden bijgesteld? In de basis komt dit doordat de ‘live’ data (die in feite gebaseerd zijn op een combinatie van berekenen en schatten) die Entso-e (het Europese samenwerkingsverband van netwerkbeheerders) rapporteert slechts zo’n 90% van de elektriciteitsproductie dekt (zie ook dit rapport). Websites zoals de Agorameter en Fraunhofer’s Energy Charts maken gebruik van de data van Entso-e en stellen hun berekeningen naar boven bij om het gat te vullen (net als AGEB). Maar toen begon ook Entso-e deze aanpassing te maken – blijkbaar zonder dit aan iemand te vertellen. Agora, Fraunhofer en AGEB voegde hun eigen correctie toe aan die van Entso-e, waardoor hun schattingen kort gezegd te hoog werden.

De elektriciteitsproductie voor wind op land en op zee staat voor 2016 voorlopig op 79,8 TWh, slechts 1% hoger dan de gecorrigeerde elektriciteitsproductie voor 2015. De sterke groei van de elektriciteitsproductie door wind op zee compenseerde de lagere productie van wind op land, vooral doordat Bard 1, een windpark van 400 MW, van januari tot oktober 2015 stil laag (Duitstalig verslag) maar goed draaide in 2016.

Focus moet verschuiven van kolen naar olie & gas

De grootste veranderingen in het energieaanbod hebben betrekking op aardgas en kernenergie. Het aandeel van gas in de elektriciteitsproductie steeg deels doordat de gasprijs in 2015 inzakte en laag bleef in 2016 (zie figuur 4.2 in deze pdf). AGEB schrijft ook dat de vraag naar warmte steeg doordat het weer kouder was, en gas is goed voor ongeveer de helft van de ruimteverwarming in Duitsland.

Elektriciteitsproductie van steenkool en bruinkool daalde met 0,7%. Sins het niveau in 2007 (voor de economische crisis) is de elektriciteitsproductie van kolen met zo’n 12,5% gedaald – bovenop de halvering van kernenergie. Tegelijkertijd is de export van elektriciteit met 55,5 TWh tot  record hoogte gestegen, dit staat gelijk aan 9% van de totale productie. Agora wijst er op dat Duitse kolencentrales gered worden door de export (Duitstalig), want kolencentrales zijn in toenemende mate niet meer nodig om in de binnenlandse vraag naar elektriciteit te voorzien, zie mijn artikel uit 2013 voor een verklaring.

Kernenergie lag lager door twee oorzaken. Ten eerste sloot in 2015 Grafenrheinfeld nog tot mei in gebruik, en ten tweede lagen verschillende kerncentrales in april en mei om diverse redenen, waaronder veiligheidsproblemen en lekkages, stil. Duitsland heeft momenteel 8 kerncentrales in gebruik.

Nuclear power generation by month in 2016, showing the downturn in April and May. (Source: Fraunhofer ISE)

Het oliegebruik blijft onveranderd op 34% van de totale vraag, dat is meer dan bruinkool en steenkool gecombineerd. Had ik al gezegd dat er meer aandacht besteed moet worden aan de warmte- en transportsectoren?

Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende, en hij is momenteel Senior Fellow bij IASS.

Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.