Frankrijk wil 14 kerncentrales sluiten

Deze week heeft Macron bekendgemaakt dat Frankrijk tot 2035 14 van zijn 58 kerncentrales wil sluiten. Het aandeel kernenergie in de elektriciteitsmix zal daardoor dalen tot 50%. Hollande was al van plan om het aandeel kernenergie in 2025 al terug te brengen tot 50%, Macron stelt dit 10 jaar uit. Op social media klinkt van verschillende mensen kritiek op de plannen om kerncentrales te sluiten, omdat daarmee een CO2 arme energiebron gesloten wordt. De vraag is of die kritiek terecht is.

Combinatie van kernenergie en duurzame energie

Met de plannen om het aandeel kernenergie te verlagen volgt Frankrijk het beleid van Duitsland om kerncentrales te sluiten om ruimte te maken voor duurzame energiebronnen, zoals wind- en zonne-energie. Daarmee volgt Frankrijk het beleid van Duitsland en Spanje, hoewel de eerlijkheid gebied te zeggen dat de meningen over de flexibiliteit van kerncentrales verschillen:

Zelfs als kerncentrales wel flexibel kunnen opereren is het de vraag of het financieel verstandig is om kerncentrales als achtervang voor zon en wind in te zetten.

Welke kerncentrales wil Frankrijk sluiten?

Macron wil minder centrales sluiten dan aanvankelijk verwacht om het aandeel kernenergie terug te brengen, al heb ik geen volledige lijst kunnen vinden van de veertien kerncentrales die Macron wil sluiten voor 2035. Wie op Wikipedia kijkt naar de bouwjaren van Franse kerncentrales ziet echter dat Frankrijk 19 kerncentrales heeft die voor 1982 in gebruik zijn genomen. In 2035 zijn die tenminste 54 jaar oud. De oudste zal dan zelfs 64 jaar in gebruik zijn. Het is dus niet geheel onlogisch dat een deel daarvan voor die tijd aan vervanging of sluiting toe is. Cleantechnica schrijft dat het gaat om centrales van de eerste generatie. Volgens Het Laatste Nieuws gaat het onder andere om de centrales in Gravelines uit 1980. Ook de oude centrales in Fessenheim staan al langer op de lijst om te sluiten. De kerncentrales in Fessenheim zijn volgens Reuters ook de enige twee die zullen sluiten tijdens de termijn van Macron. In 2025-206 volgen mogelijk nog 1 of 2 kerncentrales en in 2027-2028 nog 1 of 2, mits de energievoorziening dat toestaat. De resterende 6 tot 8 centrales zullen tussen 2030 en 2035 sluiten. Reuters stelt dat het gaat om de centrales in Tricastin (1980), Bugey (1979), Gravelines (1981) en Chinon (1984). Reuters verwacht dat de sluitingsplannen kunnen leiden tot een herstructurering van EDF, de Franse exploitant van kerncentrales.

Gelet op de impact die het sluiten van kerncentrales heeft op de energievoorziening in Frankrijk en op de bouwtijd voor een nieuwe kerncentrale is het eigenlijk niet meer dan logisch dat de Franse overheid nu al aankondigt wat de plannen met kernenergie tot 2035 zijn. De nieuwe reactor in Flamanville is bijvoorbeeld in aanbouw sinds 2007 en zou in 2012 opgestart worden, een bouwtijd van 5 jaar. Inmiddels is de geplande commerciële ingebruikname verschoven naar het 2e kwartaal van 2020 (bouwtijd van 13 jaar) en zijn de kosten opgelopen van €3.3 miljard naar €10,9 miljard. Finland begon in 2005 met de bouw van een nieuwe centrale, die in 2010 opgeleverd zou worden. De verwachting is nu dat deze in 2019 in gebruik genomen gaat worden. Een bouwtijd van 14 jaar. De verwachte opleverdatum van de Engelse kerncentrale Hinkley C is inmiddels 2025, een vertraging van 8 jaar. De eerste vergunningen voor deze centrale werden in 2012 afgegeven. Een voorlopige doorlooptijd van 12 jaar.

Andere klimaatplannen van Macron

Naast het sluiten van kerncentrales houdt Macron vast aan eerdere plannen om de laatste vier kolencentrales per 2022 te sluiten. Tegelijkertijd wil Macron het aandeel duurzame energie verhogen. De stroomproductie van Franse windmolens op land wordt voor 2030 verdrievoudigd en het aandeel zonne-energie moet vijf keer zo groot worden. Er wordt ook gewerkt aan meer wind op zee, de komende 5 jaar zal Frankrijk vier tenders voor offshore wind in de markt zetten. Volgens Bloomberg houdt Frankrijk last van logge administratieve procedures, die tot vertraging leiden. Het goede nieuws is dat de eerste offshore windturbine inmiddels stroom levert aan het net.

Macron wil de brandstofaccijnzen  niet verlagen, ondanks de protesten:

Je kunt niet op maandag voor het milieu zijn en op dinsdag tegen de verhoging van brandstofprijzen. Wat in een verkiezingscampagne is gezegd, schept verplichtingen.

De opbrengst van de brandstofaccijnzen wordt volgens Cleantechnicaingezet voor de financiering van de plannen met duurzame energie.

Conclusie

Gelet op de leeftijd van de Franse kerncentrales die de komende 15 jaar gaan sluiten is het de vraag of het terecht is om kritiek te hebben op de plannen om kerncentrales. Het is goed mogelijk dat deze centrales aan het einde van hun technische of economische levensduur zitten. Het kan zijn dat ze met een forse investering weer een aantal jaar meekunnen. Het is echter de vraag of dat economisch verstandig is gelet op de dalende kosten van duurzame energiebronnen, zoals windenergie en zonne-energie. Het is ook de vraag of het voor Frankrijk economisch verstandig is om enkel in te blijven zetten op kernenergie, gelet op de tegenvallers bij de drie kerncentrales die EDF in aanbouw heeft in Europa.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Spanje presenteert concept klimaatwet

In navolging van verschillende landen, die al een klimaatwet hebben, heeft nu ook Spanje een concept klimaatwet gepresenteerd. In vergelijking met de Nederlandse klimaatwet bevat het Spaanse wetsvoorstel meer concrete doelen. De Spaanse concept klimaatwet bevat de doelstelling om in 2050 de CO2 emissie met 90% te verlagen en om 100% van de elektriciteit groen op te wekken. De wet bevat daarnaast een verbod op nieuwe exploratie vergunningen voor olie- en gaswinning, en op winning van schaliegas.

Het Spaanse wetsvoorstel bevat verder voorstellen voor eerlijke transitiepakketten, gericht op vervroegd pensioen, bijscholing en herscholing van werknemers, en herstel van milieuschade. Een soortgelijk pakket presenteerde Spanje toen het de sluiting van zijn kolenmijnen aankondigde. De kosten hiervoor worden deels betaald uit de veiling van CO2 emissierechten. Toevoeging van deze eerlijke transitiepakketten is waarschijnlijk belangrijk om steun te verwerven voor het wetsvoorstel van Podemos. Het wetsvoorstel bevat ook een financieringsvoorstel voor klimaatmitigatie.

De Spaanse klimaatwet bevat volgens The Guardian en Euractive een tussendoel van 35% duurzame stroom in 2030. Om dit te bereiken wil de Spaanse regering de komende 10 jaar 3,000 MW wind- en zonne-energie bijplaatsen per jaar. Ik vermoed dat echter dat de 35% duurzame stroom een vergissing is en dat duurzame energie wordt bedoeld, want in 2017 bedroeg het aandeel groene stroom al 32,1% (pdf). Mijn Spaans is echter te slecht om het wetsvoorstel zelf te lezen en te controleren of ik dat juist heb, dus ik hou me aanbevolen voor verbeteringen in de reacties.

Het wetsvoorstel zet ook in op energiebesparing. De energie-efficiency moet tot 2030 met 35% verbeteren ten opzichte van nu. En overheden en publieke diensten mogen enkel nog gebouwen huren die bijna energieneutraal zijn.

Los van de klimaatwet verwacht Spanje  dat in 2030 de laatste kolencentrale gesloten zal zijn. 9 van de 14 kolencentrales zullen al in juni 2020 sluiten, omdat ze niet voldoen aan de scherpere Europese emissie-eisen voor grote stookinstallaties. Tot slot heeft de huidige Spaanse regering aangegeven dat ze de levensduur van de Spaanse kerncentrales niet wil verlengen, wat betekent dat de laatste kerncentrale rond 2028 zal sluiten.

Het is nog wel de vraag of de Spaanse klimaatwet door het parlement komt, omdat de huidige Spaanse regering slechts een kwart van de parlementszetels heeft. De regeringspartij is afhankelijk van de steun van Podemos en Ciudadanos.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

“7 veelbelovende innovaties…

…die de transitie geen steek verder helpen.”

Dat is de opbeurende titel van een bericht op Wattisduurzaam. Volgens Thijs ten Brinck, schrijver van het weblog, is beleid dat innovatie aanjaagt en ruimte laat fouten te maken even onmisbaar als beleid dat bewezen oplossingen aanjaagt en de ruimte geeft om deze verder te verbeteren. En op te schalen. Opschalen loopt echter vaak tegen barrières op, want ook de nadelen van een techniek zijn al bekend.

Dus blijven de proeftuinen en pilots elkaar opvolgen. Storende bijwerking daarvan is dat bewezen ineffectieve innovaties steeds opnieuw komen bovendrijven. Hij noemt op zijn website 7 voorbeelden, waar er minstens 2 bijzitten waar ik meer van had verwacht/gehoopt.

Volgens Thijs ten Brinck zijn dit de 7 ineffectieve innovaties die niet gaan bijdragen aan de energietransitie:

  1. Zonnestroom van het fietspad en de snelweg
  2. Windmolens zonder wieken
  3. Energie-opwekkende stoeptegels
  4. Thorium gesmolten-zoutreactoren
  5. Inzet van blockhaintechnologie
  6. Blauwe energie uit rivierwater dat de zee in stroomt
  7. Elektriciteit uit levende plantjes

Onderbouwing in de Open waanlink

Dit bericht is oorspronkelijk gepubliceerd op Sargasso.

De elektrificatie van transport

20171016_174350In een vorig bericht besteedde ik aandacht aan Tesla. Dit keer zoom ik uit naar de ontwikkelingen in elektrische mobiliteit. De basis hiervoor wordt gevormd door dit artikel van Michael Liebreich, oprichter van Bloomberg New Energy Finance (BNEF).

Elektrisch vervoer: de ontwikkelingen tot nu toe

In 2016 voorspelde BNEF dat er in 2040 406 miljoen elektrische auto’s zullen rondrijden, terwijl er tot begin dat jaar wereldwijd minder dan 1 miljoen verkocht waren. De meeste energie en transport onderzoekers vonden BNEF te optimistisch over de groei van elektrische auto’s. Inmiddels is het aantal verkochte elektrische auto’s wereldwijd opgelopen tot vier miljoen en BNEF verwacht dat de volgende miljoen voertuigen binnen zes maanden verkocht zullen zijn. Veel energie en transport onderzoekers hebben hun verwachtingen fors naar boven bijgesteld. Het Internationaal Energie Agentschap voorspelde in 2016 dat er in 2030 23 miljoen elektrische auto’s rond zouden rijden, In 2017 hebben ze dit bijgesteld naar 127 miljoen in 2030 en 280 miljoen in 2040. BP heeft zijn voorspelling voor 2035 bijgesteld van 72 miljoen naar 210 miljoen. Zelfs de OPEC heeft zijn voorspelling bijgesteld van 46 miljoen naar 252 miljoen in 2040. Ook BNEF heeft zijn voorspelling naar boven bijgesteld naar 560 miljoen voertuigen in 2040. Een groeiend aantal autofabrikanten richt zich daarom op elektrisch rijden, bijna allemaal hebben ze een forse inhaalslag te maken t.o.v. hun Chinese concurrenten en ten opzichte van Tesla. Deze laatste heeft met de Model 3 inmiddels het model in handen dat in de VS de meeste omzet oplevert en de nummer 5 positie bezet in de verkoopstatistieken per model (SUV en pickup trucks buiten beschouwing latend). Van januari tot en met juli is Tesla wereldwijd de nummer 2 verkoper van elektrische auto’s, achter Renault-Nissan Mitsubishi. Het Chinese BYD is wereldwijd nummer 3 (met meer dan 20.000 verkochte auto’s in China in augustus). Van alle elektrische auto’s is 46% van Chinese makelij. Recent haalde nieuwkomer Lucid  1 miljard dollar aan financiering op bij het Saoudisch staatsfonds en NIO haalde 1,3 miljard dollar op met een beursgang.

Elektrificatie van andere voertuigen

Hoewel de aandacht vooral uitgaat naar elektrische personenauto’s heeft de groei ook gevolgen voor andere segmenten van de mobiliteitssector. In 2016 was al wel zichtbaar dat elektrische fietsen een forse markt vormden, met alleen in China al 200 miljoen verkochte exemplaren. Het blijft dan ook zonde dat Nederland in 2009 koos om 30 miljoen te steken in elektrische auto’s in plaats van in elektrische fietsen. 20171201_122521

Wat minder zichtbaar was in 2016 was de ontwikkeling van elektrische bussen. Er zijn inmiddels bijna 400.000 elektrische bussen op de weg, waarvan 99% in China rijdt. Elektrische bussen zijn goed voor 17% van de Chinese vloot en in een stad als Shenzen rijden inmiddels geen dieselbussen meer. Deze groei van elektrische bussen begint de olieindustrie inmiddels pijn te doen. Volgens berekeningen van BNEFzorgen 1.000 elektrische bussen op de weg voor zo’n 60.000 liter minder vraag naar diesel per dag. Dat betekent dat de 400.000 elektrische bussen goed zijn voor een daling van de dagelijkse vraag naar diesel met zo’n 24 miljoen liter en de groei van elektrische bussen zet door. Zo heeft Parijs eind vorig jaar 1.000 elektrische bussenbesteld, die vanaf 2020 in de dienstregeling opgenomen worden. Ook in Europa, de VS, Canada en Zuid-Amerika worden de voordelen van elektrische bussen voor lokale luchtkwaliteit en geluidsoverlast dus gezien. Daarbij zijn volgens BNEF de totale kosten over de levensduur van elektrische bussen vaak al lager dan van dieselbussen.

Ook bij bestelbussen is de trend naar elektrificatie ingezet. Een paar jaar geleden nam DHL Deutsche Post nog het bedrijf StreetScooter over om zelf elektrische bestelbussen te produceren, omdat ze geen producent konden vinden die elektrische bestelbussen wilde leveren. Dit jaar opende StreetScooter een tweede fabriek om de vraag van andere bedrijven aan te kunnen. Hoewel de aantallen nog klein zijn werken Daimler, Volkswagen, Ford en andere autofabrikanten inmiddels hard om de achterstand op StreetScooter, Nissen en Renault in te halen.

Elektrificatie van vrachtwagens

In mijn artikel over Tesla schreef ik al dat Tesla werkt aan een elektrische vrachtwagen. Maar daarin is Tesla zeker niet de enige die werkt aan een Class 8 semi-trailer met een actieradius van 800 kilometer. Deze zomer onthulde Daimler’s dochterbedrijf Freightliner de eCascadia, een Class 8 semi-trailer met een actieradius van 400 kilometer. Eerder dit jaar introduceerde Daimler al z’n Fuso eCanter, een 7,5 ton vrachtwagen voor de Europese markt. Ook Volvo, Scania, PaccarDAF/VDL en Cummins werken aan elektrische vrachtwagens voor alle gewichtsklassen.

Ook bij zwaarder materieel, zoals dat bijvoorbeeld wordt ingezet in de mijnbouw, wordt gekeken naar elektrificatie. Zo werkt Volvo aan elektrische versies voor verschillende mijnbouwvoertuigen, hebben de Amerikaanse bedrijven Artisan Vehicles en Kirkland Lake samen een elektrische 40 tons truck voor de mijnbouw ontwikkeld en hebben twee Zwitserse bedrijven een Komatsu 605-7 omgebouwd naar elektrisch.  Ook Goldcorp Inc. test elektrische voertuigen in een van zijn mijnen in Canada. De brandstof- en CO2 besparing van deze omslag in de mijnbouw kan groot zijn. Het brandstofgebruik van een Komatsu 605-7 is 50.000 tot 100.000 liter diesel per jaar, goed voor zo’n 131 tot 262 ton CO2 uitstoot. Grofweg zorgt een omgebouwde Komatsu 605-7 voor net zo’n grote daling in de vraag naar diesel als 5 elektrische bussen.

Elektrificatie van scheepvaart

De afgelopen twee jaar is ook de elektrificatie van de scheepvaart op gang gekomen. Veel commentaren zien hier nog steeds niets in, omdat de transportafstanden van schepen te lang zou zijn voor elektrificatie. Deze critici missen volgens Liebreich het punt: er zijn voldoende schepen die nooit lange afstanden varen. Denk aan veerponten, binnenlands scheepvaartverkeer en sleepboten, of aan pleziervaartuigen. Michael Liebreich verwacht dat deze schepen vroeger of later over zullen schakelen op een elektrische aandrijving. De eerste voorbeelden zijn er al. In Noorwegen varen al elektrische veerponten en ook in Amsterdam gaat een elektrische veerpont varen. Rolls-Royce heeft sinds 2010 15MWh aan schepen met energieopslagsystemen gerealiseerd en verwacht een verdubbeling in 2019. Marktleider voor accu’s voor schepen Corvus Energy breidt zijn productiecapaciteit ondertussen uit naar 600 MWh per jaar. Noorwegen is wereldmarktleider in de elektrificatie van schepen en heeft grote plannen.

Elektrificatie van de luchtvaart

Nog onwaarschijnlijker dan bussen, vrachtwagens en de scheepvaart is de ontwikkeling van elektrisch vliegen. Het gaat dan zowel om kleine toestellen die verticaal kunnen opstijgen en landen (vliegende taxi’s), als om grotere vliegtuigen voor de lange afstand. Voordat je in de commentaren gaat schrijven dat de energiedichtheid lithium-ion batterijen slechts 2% van kerosine is raad ik je aan het artikel van Michael Liebreich te lezen.

Inmiddels werkt een tiental bedrijven aan elektrische vliegtuigen voor de langere afstand en ruim 40 bedrijven werken aan vliegende taxi’s. Desondanks laat de marktintroductie van elektrische vliegtuigen nog wel even op zich wachten.

Conclusie

Wat deze ontwikkelingen wel duidelijk maken is dat de prijsval en kwaliteitsverbetering van lithium-ion accu’s ertoe leidt dat de markt wijzigt. Was lithium-ion 15 jaar geleden voorbehouden aan mobiele telefoons, inmiddels hebben ze vaste grond aan de voeten in elektrische fietsen, elektrische scooters, stadsbussen en personenauto’s. Vanuit deze markten worden nieuwe markten ontwikkeld, zoals bestelbussen, vrachtauto’s, scheepvaart en luchtvaart. Met de toenemende kansen voor elektrificatie van transport op korte afstanden (tot zo’n 400 kilometer) dalen volgens Liebreich de kansen voor waterstof voor korte afstanden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Japans ontwikkelaar kolencentrales stapt over op hernieuwbare energie

De Japanse ontwikkelaar van kolencentrales Marubeni heeft deze week bekend gemaakt te stoppen met het bouwen van nieuwe kolencentrales. Ook wil het bedrijf in 2030 zijn aandeel in kolencentrales gehalveerd hebben ten opzicht van het portfolio in 2018. Marubeni heeft momenteel voor 3,5 GW aan kolencentrales in de boeken staan en werkt aan 13,6 GW aan kolencentrales in Japan, Botswana, Egypt, Mongolia, Vietnam, Thailand, Indonesia en Myanmar. In plaats van uitbreiding kiest Marubeni voor uitbreiding in hernieuwbare energie. Medewerkers worden volgens het Japanse zakenblad Nikkei overgeplaatst van de ontwikkeling van kolencentrales naar de ontwikkeling van hernieuwbare energieprojecten.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

BNEF 2018: zon en wind 50% stroomvoorziening in 2050

Bloomberg New Energy Finance (BNEF) heeft zijn nieuwe Energy Outlook uitgebracht. De BNEF-analisten voorspellen dat in 2050 50% van de wereldwijde stroomproductie van zon- en windenergie afkomstig zal zijn. Het is in hun ogen een strijd van techniek tegen grondstoffen. Zon- en windenergie behoeven geen brandstoffen om te blijven draaien. De leercurves van zon- en windenergie zorgen al jaren voor dalende prijzen, en ook bij energieopslag (lithiumion-accu’s) is dat het geval.

In de ogen van de onderzoekers is het daarom:

a matter of when and how, not if, wind and solar disrupt electricity systems everywhere.

Zonne- en windenergie

De leercurve voor zonne-energie bedraagt 28,5% voor iedere verdubbeling van de geïnstalleerde capaciteit sinds 1970. De prijzen van PV-modules zijn sinds 2010 met 83% gedaald. Voor wind ligt de leercurve wat lager op 10,5% op basis van US$ per MW geïnstalleerd vermogen. Dat is echter slechts een deel van het verhaal, want de capaciteitsfactor van windturbines is sinds 2010 gestegen van zo’n 20% naar 35%. Dat betekent dat windmolens meer opbrengen per MW geïnstalleerd vermogen.

Op basis van de verwachte kostenontwikkeling van de verschillende componenten construeren de analisten van BNEF twee kantelpunten. Het eerste kantelpunt is waar nieuwe wind- en zonne-energie goedkoper worden dan fossiele alternatieven (gas in Amerika of steenkool in China). Het tweede kantelpunt is wanneer nieuwe wind- en zonne-energie goedkoper worden dan bestaande fossiele centrales.

Het eerste kantelpunt is volgens BNEF al bereikt in de VS en China. Wat betekent dat een toenemend aantal energiebedrijven vanaf nu gaat kiezen voor hernieuwbare energiebronnen in plaats van gas. Het tweede kantelpunt volgt volgens BNEF voor 2030, wat betekent dat ongesubsidieerde wind en zonne-energie dan het aantal draaiuren van bestaande fossiele centrales gaat beperken. Onderzoekers van het Rocky Mountain Institute kwamen eerder dit jaar tot dezelfde conclusie. Zij waarschuwden dat een groot deel van de gascentrales die momenteel in de pijplijn zitten tijdens hun levensduur onrendabel zullen worden.

Verschillende toezichthouders in de VS verwijzen voorstellen voor nieuwe gascentrales inmiddels terug naar de tekentafel en vragen om voorstellen voor hernieuwbare energie in combinatie met energieopslag.

Rol energieopslag

Zonne-energie en windenergie kunnen niet volcontinu leveren. Het aandeel dat ze in de energiemix kunnen innemen groeit door ze te combineren met energieopslag. Waarbij vooral lithium-ion accu’s sterk in ontwikkeling zijn. Sinds 2010 zijn de kosten per kWh gedaald met 80%, een leercurve van 18%. De analisten verwachten een verdere daling tot 96 USD/kWh in 2025 en 70 USD/kWh in 2030.

De wereldwijde productiecapaciteit voor lithium-ion accu’s is momenteel 131 GWh, waarvan 60% in China zit. BNEF verwacht dat de productiecapaciteit in 2021 verdrievoudigd zal zijn met een marktaandeel voor China van 73%. China streeft in de markt voor energieopslag een soortgelijke positie na als bij PV.

Energieopslag kan twee rollen vervullen. Op de eerste plaats zullen energieopslagsystemen netdiensten gaan aanbieden, zoals frequentieregeling. Deze diensten kunnen ze sneller en preciezer leveren dan fossiele centrales. Een voorbeeld hiervan is te zien in de Hornsdale energieopslag in Zuid-Australië, maar ook in Europa staan inmiddels de eerste energieopslagsystemen die netdiensten leveren.

Een tweede toepassing is het opvangen van langere termijn verschillen tussen vraag en aanbod, door elektriciteit op te slaan bij veel aanbod en te leveren bij veel vraag. Op deze markt bieden accu’s geen volledige vervanging voor fossiele centrales.

Rol fossiele brandstoffen

De ontwikkelingen op gebied van hernieuwbare energie en energieopslag betekenen niet dat er geen rol is voor fossiele energiecentrales. Vooral voor gascentrales is er een rol weggelegd om fluctuaties in energieproductie op te vangen. Op de langere termijn zal het daarbij steeds meer gaan om het opvangen van seizoensfluctuaties, omdat energieopslag de rol voor kortere onbalansperiodes over zal nemen. In de nieuwe rol voor gascentrales is veel minder volume aardgas nodig dan voorheen, wat slecht nieuws is voor gasproducenten.

De grootste verliezers volgens BNEF zijn kolencentrales. Hun marktaandeel loopt in de nieuwste modellering terug van 37% nu naar 11% in 2050.

Uitdagingen voor beleidsmakers

BNEF ziet twee uitdagingen voor beleidsmakers. Op de eerste plaats wordt het een uitdaging om te zorgen dat de markt zo in elkaar steekt dat eigenaren van zonne-energie en windturbines hun geld terug verdienen. Op de tweede plaats wordt het een uitdaging om te zorgen dat de benodigde reservecapaciteit aan gascentrales beschikbaar blijft en ontwikkeld wordt. Om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen is de derde uitdaging om een alternatief te ontwikkelen voor de rol die gascentrales hebben om seizoensschommelingen op te vangen.

Lees ook dit artikel over de implicaties van de BNEF doorrekening.

Dit artikel is eerder verschenen op Sargasso.

Bloomberg: Europa’s kolencentrales gaan in rook op

Volgens persbureau Bloomberg sluiten kolencentrales in Europa sneller dan verwacht. Bloomberg stelt dat dit met name komt door de dalende kosten van de overschakeling op hernieuwbare energie. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) heeft zijn verwachtingen voor de kolensector voor 2030 sinds 2012 met 12% naar beneden bijgesteld. Naar verwachting van het IEA is er in 2030 nog 114 GW aan geïnstalleerd vermogen over, vergeleken met 177 GW in 2014 (het laatste jaar waarover gegevens beschikbaar zijn).

In het Verenigd Koninkrijk, Finland, Frankrijk, Portugal en Oostenrijk wordt kolen volledig uit gefaseerd. Ook in Duitsland sluiten kolencentrales, zoals de kolencentrale van STEAG in Voerde – met een vermogen van 2,2 GW ooit Europa’s grootste kolencentrale. Dat de Energiewende ook pijn doet bij de eigenaren van kolencentrales begint daarmee zichtbaar te worden. Duitse energiebedrijven hebben namelijk voor nog 27 kolen- en gascentrales met een gezamenlijke capaciteit van 6,6 GW sluiting aangevraagd bij de netbeheerder.

En dat terwijl Eurelectric, de Europese brancheorganisatie voor de elektriciteitssector, in december 2013 zei dat:

the expansion of renewables is going hand in hand with an expansion of coal-fired generation.

Nu, vier jaar later, kondigt de brancheorganisatie aan dat haar leden geen intentie hebben om na 2020 nog in nieuwe kolencentrales te investeren. Als het IEA gelijk krijgt lijkt het er op dat de anti-energietransitie garde binnenkort op zoek mag naar een nieuw verhaal over waarom hernieuwbare energie geen optie is.

Dit bericht is geschreven voor Sargasso.