Dit boek vertelt het verhaal van de Duitse “Energiewende”, en een drijvende kracht erachter is het concept “Energie Democratie”. Er is bij burgers een behoefte om mee te praten over het energie systeem. De transitie voor het klimaat is een kans daar vorm aan te geven.
In de week van 14 tot 18 november 2016 komt Craig Morris in Nederland en België, voor zeven bijeenkomsten. Zouden wij in Nederland kunnen leren van de ervaringen van de duitse Energiewende? Hebben ook wij een behoefte aan “Energie Democratie”? Willen Nederlandse burgers ook meer controle over de energie? Zie hier de lijst van bijeenkomsten.
Craig Morris kan goed vertellen over de Duitse Energiewende. Dit is de aanzet voor een discussie met een panel van mensen die middenin de Nederlandse Energietransitie staan. En met zo’n thema komt ook het publiek natuurlijk aan het woord. De voertaal zal Engels zijn.
Je bent van harte welkom! Meer informatie op de site van Impact Hub Rotterdam. Informatie over andere bijeenkomsten vind je hier.
Een Nederlands voorproefje van de analyses van Craig Morris vind je op Sargasso of hier. Ook de MOOC van Craig Morris in samenwerking met IASS Potsdam is de moeite waard om te bekijken:
OPINIE – Een grote zorg bij veilingen voor duurzame energie is dat de grote spelers mogelijk te laag bieden om toekomstige competitie af te schrikken. Zodra een klein aantal bedrijven de concurrentie heeft afgeschrokken kunnen ze de toekomstige prijzen verhogen. Het nieuws uit Abu Dhabi is daarom ontmoedigend. En het nieuws uit Nederland zou dat binnenkort ook wel eens kunnen zijn, zo stelt Craig Morris.
Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
Vorige week berichtte de pers in de Verenigde Arabische Emiraten dat verschillende bedrijven zich teruggetrokken hebben uit de komende veiling van 350 MW zonne-energie. De bedrijven verwachten dat de opbrengsten van de veiling simpelweg te laag zullen zijn. De vorige veiling leverde een prijsrecord van 2,99 cent op. Talrijke analystenhebben geprobeerd deze prijs in perspectief te plaatsen. Naast specifieke lokale omstandigheden werd ook het risico op onderbieden bediscussieerd.
Het Italiaanse Enel is een van de bedrijven die zich teruggetrokken heeft uit de veiling in Abu Dhabi. Toch plaatste het bedrijf onlangs een winnend bod van 3,5 cent in Mexico. Het is duidelijk dat het bedrijf zeer concurrerend is, maar blijkbaar zijn de prijzen in Abu Dhabi zelfs voor de Italianen te laag worden.
De volgende dag maakte de Nederlandse staat de prijs in de veiling van twee offshore windenergie parken bekend: 7,27 cent per kilowatt-uur. Deze prestatie is geprezen als een doorbraak, wat het zeker is. Ter vergelijking: de oorspronkelijke kostenraming voor deze specifieke windmolenparken was ongeveer 12,4 cent, en de laagste prijs voor offshore wind was 10,3 cent in Denemarken.
Dong Energy plaatste het winnende bod in Nederland en kan ook achter het project in Denemarken zitten (update: het is Vattenfall, met dank voor de informatie aan Jasper Vis, de directeur van Dong Nederland). Vroeger was Dong een staatsbedrijf, maar Dong ging in juni publiek. Er waren al eerder berichten dat vooral het offshore deel van het bedrijf aantrekkelijk was voor investeerders.
Hoe komt Dong aan het geld voor dergelijke lage biedingen? VanGoldman Sachs:
[Dong] has used the capital from Goldman to become the clear global leader in developing and operating offshore wind farms as it won a series of projects in the UK and elsewhere.
Dus hier heb je het: de mensen die u de Griekse financiële crisis brachten, die beleggers bedrogen tijdens de financiële crisis van 2008, en waarvan de andere misbruiken de helft van de Wikipedia-pagina van het bedrijf vullen brengt u nu goedkope offshore windenergie. Graag gedaan.
Mogelijk zijn we getuige van consolidatie in de offshore windsector. De grote spelers zijn mogelijk bezig ervoor te zorgen dat de concurrentie te klein blijft om biedingen uit te brengen. Als dat zo is, zal het enkele jaren duren voordat we de resultaten daarvan zien, en gedurende die tijd krijgen neoliberale commentatoren ruim de tijd om de ongelooflijke lage prijzen te prijzen die bereikt worden door “niet-gesubsidieerde” duurzame energie.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète. Craig Morris is te vinden op Twitter als PPChef.
Eind mei zorgden stakingen voor een verlaging van de productie van kernenergie in Frankrijk. Toch legden een paar weken eerder, zonder stakingen, meer kerncentrales die de productie stil. Duitse en Europese hernieuwbare elektriciteit kunnen een van de redenen zijn geweest voor Frankrijk om zoveel kerncentrales in dat weekend stil te leggen. Gelet op de discussie die de vorige vertaling over kernenergie en energietransitie opleverde, leek het me goed om deze nieuwe analyse van Craig Morris ook te vertalen.
Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
Op 31 maart ontsnapte de kerncentrale Paluel 2 ‘ maar net aan een catastrofe,’ aldus Le Parisien. (Foto door Bodoklecksel, modified, CC BY-SA 3.0)
De kerncentrale Paluel 2 “ontsnapte maar net aan een catastrofe,” zoals Le Parisien het stelde, op 31 maart. (Photo by Bodoklecksel, modfied, CC BY-SA 3.0)
Het nieuws was wat lastig te begrijpen. Reuters meldde bijvoorbeeld dat de stakingen van de vakbond op 26 mei slechts ‘19 kerncentrales’ zouden treffen. Om preciezer te zijn, Frankrijk heeft 58 kernreactoren op 19 locaties. Het verschil tussen deze cijfers is belangrijk als we willen begrijpen wat het betekent dat negen reactoren die dag stilgelegd zijn vanwege de stakingen. Dat betekent dat minder dan een zesde van de reactoren geraakt werden door de stakingen en niet bijna de helft. Stakingen zijn relevant voor nucleaire veiligheid. Mark Hertsgaard schreef al in 1983 dat kerncentrales
Must be designed to sidestep labor-management antagonisms,
Aan de ander kant schroefde 33 van Frankrijks kernreactoren de productie op 26 mei terug of lagen zelfs helemaal stil. Toch was de situatie op donderdag 26 mei niet zo zwaar voor Franse kerncentrales als op zondag 15 mei, al kreeg die laatste dag veel minder aandacht. Op 26 mei zorgden de stakingen voor een daling van de elektriciteitsproductie van de Franse kerncentrales terug tot beneden de 40 GW (en kortstondig onder de 37 GW, zoals te zien is in de grafiek hieronder).
Bron: RTE
Op zondag 15 mei daarentegen daalde de productie van kernenergie tot onder de 28 GW, wat mogelijk een historisch dieptepunt is (het is in ieder geval het laagste productieniveau van dit jaar). Let ook op het verschil in tijdstip; het dieptepunt op 26 mei (een werkdag) ontstond in het midden van de nacht, als de vraag naar stroom laag is. Maar op zondag 15 mei lag het dieptepunt ‘s middags.
Bron: RTE
Er is een interessante correlatie tussen de waarschijnlijke recordproductie van duurzame elektriciteit in Duitsland om 3 uur ‘s middags op 15 mei. Zoals de grafiek hieronder laat zien produceerde wind- en zonne-energie op dat moment samen 35 GW – terwijl de vraag naar stroom slechts zo’n 10 GW hoger lag. Alle andere elektriciteitscentrales (waterkracht, biomassa, kolen, gas en kernenergie) verlaagden hun gezamenlijke elektriciteitsproductie tot 17 GW, waarvan meer dan de helft voor de export bestemd was.
Bron: energy-charts.de
Op 15 mei hebben 34 van de 58 kernreactoren in Frankrijk hun productie verlaagd of zelfs helemaal stilgelegd, een aantal dat mogelijk een historisch record is (als iemand ons kan helpen dat uit te vinden, laat dan a.u.b. een reactie achter). Acht van de 24 productieverlagingen waren ongepland.
Al deze 8 ongeplande gebeurtenissen in Frankrijk begonnen pas op 14 mei, de dag voor het nieuwe record aandeel duurzame energie in de Duitse stroomproductie. Maar duurzame energie zette zaterdag al behoorlijk wat druk op de overige Duitse energiecentrales, zoals de grafiek boven toont.
Frankrijk wordt omgeven door landen met een groot aandeel zon en wind, met uitzondering van Zwitserland. Het lijkt er dus op dat de piek in duurzame energieproductie in west Europa de Franse kerncentrales uit de elektriciteitsmix duwt. Als dat zo is, zullen we zien hoe flexibel de kerncentrales zijn. Mijn gok is dat Frankrijk het zich niet kan veroorloven om meer zon en windenergie te bouwen tenzij het kerncentrales gaat sluiten. Als omliggende landen doorgaan met het ontwikkelen van zon- en windenergie kan het resultaat zijn dat er meer storingen optreden in Frankrijks verouderende kerncentrales.
Sommige van de andere sluitingen vergen nadere bestudering. De kerncentrale Paluel 2 ontsnapte volgens Le Parisien (in Frans) op 31 maart maar net aan een catastrofe. Die dag viel een 465 ton zware stoomgenerator, die boven het betonnen bassin van de kerncentrale hing (de centrale was niet in bedrijf op dat moment), zo’n 22 meter omlaag. De val veroorzaakte een impact ‘vergelijkbaar met een aardbeving’ volgens de Franse krant. Het is onduidelijk of de reactor ooit nog opnieuw stroom gaat produceren.
Als Paluel 2 niet meer in gebruik genomen wordt is het in principe mogelijk dat Frankrijks oudste reactor, Fessenheim, niet gesloten hoeft te worden. De huidige afspraak is dat Fessenheim gesloten wordt zodat de nieuwe centrale in Flamanville opgestart kan worden. Alleen wordt Flamanville mogelijk nooit voltooid en Fessenheim draait ook niet zo goed. Block 1 werd in mei stilgelegd toen er een mogelijk lek werd ontdekt. In totaal had de reactor alleen al in mei 4 storingen en werd de reactor ook 2 dagen volledig stilgelegd voor gepland onderhoud.
Frankrijk heeft zoveel eieren in het nucleaire mandje gelegd dat het zich niet gemakkelijk van de techniek kan afkeren. En omdat teveel mensen die zich zorgen maken om CO2 emissies niet begrijpen dat kernenergie niet verenigbaar is met wind en zon, is het zomaar mogelijk dat Frankrijk gaat proberen die twee te integreren. Het resultaat zou een ongeluk kunnen zijn dat de publieke opinie in het land voor altijd verandert. Dat zou een hoge prijs zijn voor het inzicht dat de toekomst aan wind- en zonne-energie is – en dat deze niet verenigbaar zijn met kernenergie.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.
“Franse export van kernenergie helpt Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Spanje de integratie van hernieuwbare energie te versnellen” schrijft Nick Grealy, voorstander van schaliegas. Maar wat laten de data zien?, vraagt Craig Morris zich af.
Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
April was een relatief koude maand in Europa, wat zorgde voor een licht hogere vraag naar elektriciteit en een licht hogere prijs. Vandaag onderzoek ik 25 april, een koude maandag, om te zien wanneer Frankrijk precies elektriciteit importeert en exporteert op een dag met hoge vraag naar elektriciteit.
Het verhaal waar Grealy voor valt is dat de productie van kernenergie vergroot kan worden als er vraag naar is. Deze vermeende flexibiliteit is van cruciaal belang om als backup van zon en windenergie te dienen. Dit is hoe 25 april er uit zag in Frankrijk.
RTE
Kernenergie fluctueert tussen 41,3 GW om 3 uur ’s nachts en 42,6 GW om 8 uur ’s ochtends, oftewel een flexibiliteit van 3%. De vraag naar elektriciteit fluctueerde tussen 41,4 GW rond 5 uur ’s ochtends tot 56,8 GW rond 1 uur ’s middags – een toename van bijna 50%. Let ook op dat kernenergie ’s nachts goed was voor bijna 100% van de Franse elektriciteitsconsumptie. De import curve voor 25 april spreekt dan ook boekdelen.
RTE
Hier zien we een duidelijk patroon: stevige export midden in de nacht en in de namiddag en avond. Maar van 6 uur ’s ochtends tot 3 uur ’s middags is Frankrijk een netto importeur van elektriciteit. De patronen komen grofweg overeen met het patroon van de Franse elektriciteitsproductie; de grafiek hieronder toont een hoog consumptie niveau vanaf ongeveer 9 uur ’s ochtends tot 3 uur ’s middags. De grote toename van de vraag naar elektriciteit tussen 6 en 9 uur ’s ochtends is de reden dat Frankrijk van exporteur verandert in importeur van elektriciteit.
RTE
We hebben geen grafiek voor de dagelijks elektriciteitsproductie voor Duitsland op Energy-Charts.de, dus we zullen het moeten doen met de weekweergave hieronder. Het toont het tegenstelde patroon voor 25 april. Alles onder 0 is export van elektriciteit. Op momenten met lage vraag exporteert Duitsland minder, met het minimum om 6 uur ’s ochtends. Maar om 2 uur ’s middags heeft Duitsland een netto export van bijna 9 GW. Het overschot op de handelsbalans vlakt af richting middernacht, maar over de gehele dag genomen is Duitsland een netto exporteur van elektriciteit voor 23 van de 24 uur.
Energy-Charts.de
Wat leert deze vergelijking ons?
Op de eerste plaats leert deze vergelijking ons dat Frankrijk liever elektriciteit verkoopt tegen lage prijzen op momenten met weinig vraag dan de elektriciteitsproductie van kerncentrales te verlagen. Ten tweede leert het ons dat het Duitse productiepark voldoende flexibiliteit heeft om de elektriciteitsproductie te verlagen in plaats van tegen lage prijzen te verkopen – om de elektriciteitsproductie weer te verhogen wanneer prijzen hoger worden op tijden van hoge elektriciteitsvraag.
Franse kerncentrales faciliteren dus geen betere integratie van wind- en zonne-energie in omliggende landen. Ze zorgen er eerder voor opstoppingen op het het netwerk en minder flexibiliteit. De productie van zonne-energie in Duitsland zorgt er voor dat conventionele elektriciteitscentrales in Duitsland op een relatief bescheiden niveau draaien, met name tussen 9 uur ’s ochtends en 3 uur ’s middags. In de grafiek hierboven is te zien dat de productie van conventionele centrales daalt van ongeveer 50 GW om 7 uur ’s ochtends naar 40 GW om 2 uur ’s middags. Zonder de 9 GW aan export zou de Duitse conventionele elektriciteitsproductie verminderd worden tot 30 GW – vandaar de enorme export van elektriciteit.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
In april onderzocht het Duitse Öko-Institut de situatie in de Europese elektriciteitssector en vond dat kolencentrales grofweg evenveel elektriciteit produceren, terwijl het de productie van hernieuwbare elektriciteit groeit. Elektriciteit geproduceerd met gas wordt vervangen.
Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
De productie van hernieuwbare elektriciteit is tussen 2010 en 2015 met meer dan eenderde gestegen in de EU, de productie is toegenomen met 244 TWh. De elektriciteitsproductie van kolencentrales is relatief stabiel gebleven met 300 TWh bruinkool en 500 TWh steenkool, maar de elektriciteitsproductie van gascentrales is in deze periode gedaald met 283 TWh.
In Europa heeft dus in essentie een transitie van gas naar hernieuwbaar plaats gevonden.
Öko-Institut
De studie, die in april is gepubliceerd, toont dat Duitsland goed is voor bijna de helft van de elektriciteitsproductie met bruinkool in Europa. Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Polen zijn samen goed voor meer dan de helft van de elektriciteitsproductie met steenkool.
De auteurs schrijven dat prijs de belangrijkste uitdaging is voor gas in de elektriciteitssector. De brandstof is simpelweg niet competitief bij de huidige lage CO2-prijzen – zelfs al bieden gascentrales de flexibiliteit die wind- en zonne-energie uiteindelijk nodig zullen hebben als backup.
Terwijl de productie van windenergie tussen 2010 en 2015 meer dan verdubbeld is in Europa van 149 TWh naar 307 TWh, is de productie van zonne-energie verviervoudigd van 23 naar 101 TWh. Duitsland is verreweg de grootste producent van hernieuwbare elektriciteit met 193 TWh, gevolgd door Italië, Spanje, Zweden en Frankrijk (in die volgorde) met ongeveer 100 TWh.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op Renewables Internationalen met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.
Alternet heeft een lezenswaardige long read over de neergang van de fossiele energiesector. De wereld is nog voor een groot deel afhankelijk van fossiele energiebronnen, toch gaat het niet goed met de sector. Het aantal faillissementen neemt toe bij olie, gas en kolenbedrijven. Hetfaillissement van het grootste private kolenmijnbouwbedrijf ter wereld was daarvan een goed teken. Volgens Alternet is er geen sprake van een tijdelijke dip, maar het symptoom van de wereldwijde overconsumptie van de hulpbronnen en grondstoffen van onze planeet.
De voornaamste oorzaak van de problemen zijn de sterk gedaalde prijzen voor olie, gas en kolen. Hierdoor is een groeiend aantal bedrijven niet in staat om zijn schulden terug te betalen. The Economist schat de totale schuldenberg van de fossiele energiesector op 2,5 triljoen dollar. Volgens andere is de totale schuld tussen 2006 en 2014 verdrievoudigd tot 3 triljoen dollar. Om rente en schulden af te lossen moeten bedrijven veel olie, gas en kolen blijven produceren, wat weer zorgt voor lagere prijzen, waardoor het lastiger wordt om rente en aflossing te voldoen.
Bovenop de problemen door de dalende olie-, gas- en kolenprijzen komt het klimaatverdrag van Parijs, als gevolg waarvan de meeste olie-, gas- en kolenvoorraden in de grond moeten blijven.
Het verhaal dat de Duitse industrie het land verlaat als gevolg van de Energiewende, maar nieuws van Mercedes geeft aan dat het bedrijf van plan is in Duitsland te blijven. De nieuwe investeringen van het bedrijf in elektrische auto’s zullen voornamelijk in Duitsland gedaan worden. Onze zoektocht naar een bedrijf dat Duitsland verlaten heeft vanwege de energietransitie gaat dus door…
Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
NIEUWS –
Een paar maanden geleden, toen Politico claimde dat Mercedes een voorbeeld was van een bedrijf dat Duitsland verlaat vanwege de energietransitie, beloofde ik terug te komen op dat voorbeeld.
Eerst was er de berichtgeving (in het Duits) dat Daimler en BMW sinds 2014 ieder meer dan 3 miljard Euro investeerden in het vernieuwen van hun Duitse productielocaties. Een paar maanden later splitste de wegen van Daimler en Tesla. Daimler maakte deze maand bekend dat Tesla geen leverancier zal zijn voor Mercedes’ nieuwe generatie elektrische auto’s. Tesla leverde de elektrische aandrijflijn voor Mercedes’s B klasse, die Daimler nu zelf wil gaan produceren.
Het Duitse bedrijf is daarnaast ook van plan om 500 miljoen Euro (persbericht) in de productie van accu’s te investeren – wederom, in Duitsland (Kamenz, Saksen). De bouw van de nieuwe fabriek in Duitsland begint naar verwachting deze herfst en de productie van accu’s in de zomer van 2017.
Daimler is ook van plan een half miljard Euro te investeren aan genetwerkte vrachtwagens. Er zijn een aantal persberichten beschikbaar over zelfrijdende vrachtwagens. Op 1 april zal een nieuwe divisie, met 200 personeelsleden, opgericht worden voor dit doel. Dit nieuws kan nog gehypet worden als ‘Mercedes verlaat Duitsland’, omdat de helft van het pesoneel in Detroit gevestigd zal worden. Voor een multinational is zo’n verdeling echter vrij normaal. Hoe dan ook is het lastig om dit nieuws te verkopen als ‘Daimler verlaat Duitsland’ – dus de volgende keer dat je dat hoort kan je mensen naar dit bericht verwijzen. Politico heeft nog niet bericht over de recente aanwijzingen dat Duitsland van plan is in Duitsland te blijven.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
ANALYSE – Volgens een schatting van het Fraunhofer ISE, is de waarde van een gemiddelde kilowattuur die Duitsland vorig jaar exporteerde hoger dan de waarde van een gemiddelde geïmporteerde kilowattuur. Als Duitsland een overschot aan duurzame elektriciteit in buurlanden zou dumpen, zoals sceptici van de Energiewende beweren, zou dit niet gebeuren.
In 2013 merkte ik iets op in de data over de handel in elektriciteit van 2012 waar iedereen overheen had gekeken. Iedereen focuste op hoe Duitsland’s netto export steeg, ondanks de sluiting van 8 van de 17 kerncentrales van Duitsland. Niet alleen was Duitsland niet afhankelijk geworden van import, maar de waarde van Duitse elektriciteit was hoger dan de waarde van elektriciteit in omliggende landen.
Die situatie herhaalde zichzelf in 2013 en in 2014, al was het prijsverschil tussen import en export kleiner geworden, met een klein verschil in het voordeel van Duitse elektriciteit. Tegelijkertijd stijgt de Duitse export van elektriciteit nog steeds, met sinds 2012 jaarlijks een nieuw recordniveau.
De Duitsers hebben geen feestje gevierd over deze cijfers. Mijn artikel uit 2013 was het enige dat de focus legde op iets anders: de hogere waarde van de Duitse export van elektriciteit. Maar inmiddels is Duitsland’s Fraunhofer ISE begonnen om de situatie nauwkeuriger te monitoren.
Ik sprak deze week met ISE’s Bruno Burger. Hij is de persoon achter Energy-Charts.de. Het was me opgevallen dat het gigantische 200 pagina tellende pdf-overzicht van de Duitse elektriciteitssector voor 2015 nog niet was gepubliceerd. Hij informeerde me dat de website inmiddels zo gegroeid is dat hij zich af vroeg of de pdf nog steeds nodig is (ik weet niet zeker of ik het daar mee eens ben – maar hij gaf aan te overwegen om de pdf alsnog te publiceren). Hoe dan ook, hij wees me op een 15 pagina’s tellend overzicht (PDF), dat onderstaande grafiek bevat. De grafiek laat zien welke elektriciteitsbronnen gedaald zijn (elektriciteit van kernenergie, bruinkool, steenkool en gas) en wat gestegen is (elektriciteitsproductie van wind, zon, biomassa en waterkracht). In een jaar met een kleine stijging van elektriciteit van kolen zou er grote internationale ophef zijn, voor nu wachten we geduldig (en waarschijnlijk tevergeefs) op internationale erkenning van de herhaling van de verbetering in 2014, die ook grotendeels ongeprezen voorbijging.
Hou in gedachten dat het record niveau van de export van elektriciteit – grofweg 10% van de totale elektriciteitsproductie – een stijging van conventionele elektriciteitsproductie betekent; wind en zon regaeren op het weer, niet op de vraag naar elektriciteit. Wanneer Duitsland de komende 6 jaar de rest van z’n kerncentrales sluit zal de lage groothandelsprijs in Duitsland meer in balans komen. De huidige overcapaciteit in opwekkingsvermogen maakt Duitse elektriciteit onnatuurlijk competitief. Omdat er geen nieuwe kolencentrales in de pijplijn zitten (met Datteln als mogelijke uitzondering), zal het resultaat dramatisch lagere elektriciteitsproductie van conventionele centrales in 2023 zijn.
Dat brengt me op de prijs situatie: omdat Duitsland zo veel overcapaciteit heeft is het in staat om relatief goedkoop elektriciteit te produceren als de vraag hoog is. En omdat de mix van elektriciteitscentrales een zekere flexibiliteit heeft is het in staat om naar import van stroom over te schakelen wanneer de vraag (en dus de prijzen) laag is. Vooral de vergelijking met Frankrijk is saillant.
Het nieuwe overzicht van Fraunhofer voor 2015 zegt het volgende over de handel in elektriciteit:
Imported electricity cost an average of 42.58 Euro/MWh compared to 42.69 Euro/MWh for exports.
Duitse elektriciteit die verkocht wordt aan omliggende landen is daarom nog steeds 0,11 Euro per MWh meer waard dan de Duitse import van elektriciteit. Het verschil is met 0,3% verwaarloosbaar. Toch schat het Fraunhofer de netto inkomsten van de handel in elektriciteit op 1,6 miljard Euro.
Er kunnen veel lessen uit deze analyse worden getrokken, maar de belangrijkste voor vandaag is dat de de situatie niet is veranderd sinds 2012:
Duitsland blijft in staat om elektriciteit te produceren tegen relatief lage prijzen wanneer de vraag hoog is;
Duitsland heeft geen overschot aan hernieuwbare energie (groene stroom heeft nog nooit meer dan zo’n 80% van de vraag naar elektriciteit geleverd, veel minder dan 100%);
elektriciteit wordt verhandeld op basis van prijzen, niet op basis van tekorten. Specifiek: elektriciteit wordt bijna nooit verhandeld om blackouts te voorkomen (al spreekt de blogosphere regelmatig over handel in elektriciteit in termen van blackouts); en
Duitse export van elektriciteit is waardevoller dan de import, ondanks de relatief lage groothandelsprijzen in Duitsland, omdat Duitsland elektriciteit verkoopt op momenten van grote vraag en koopt op momenten van lage vraag.
Wat laat zien dat Duitsland niet afhankelijk is van het buitenland voor leveringszekerheid of betaalbaarheid, en dat Duitsland geen groene stroom dumpt in omliggende landen.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur vanPetite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
Dit artikel is met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.
Het Rocky Mountain Institute (RMI) heeft recent zijn onderzoek verdiept naar het gebruik van zonne-energie en energieopslag in plaats van het elektriciteitsnetwerk. Craig Morris stelt dat deze studie vooral bruikbaar is, omdat het laat zien dat energiebedrijven die de trend bevechten het enkel maar erger maken.
Een spook waart door de energiesector: afkoppelen van het elektriciteitsnetwerk. In haar recente studie laat RMI zien dat, afhankelijk van je lokale energieprijs, elektriciteit van het netwerk afnemen in een krimpend aantal gebieden van de VS de goedkoopste optie is. Aan het begin van het volgende decennium zal een netwerkaansluiting in combinatie met zonnepanelen in praktisch alle delen van de VS de beste optie zijn.
De volgende stap zal energieopslag zijn, wat mensen de mogelijkheid biedt om veel onafhankelijker te worden, zelfs als ze een netwerkaansluiting behouden. Het resultaat daarvan is slinkende inkomsten uit de verkoop van lagere hoeveelheden elektriciteit. De vraag is dan hoe we zullen blijven betalen voor de vaste kosten van het elektriciteitsnetwerk*, dat praktisch iedereen zal blijven gebruiken, al is het minder intensief.
De studie van RMI moedigt energiebedrijven (en netwerkbedrijven) in wezen aan om mensen op het netwerk aangesloten te houden. Volledig afkoppelen van het netwerk betekent dat mensen voldoende energieopslag installeren om volledig van het elektriciteitsnetwerk af te kunnen koppelen. Het resultaat zou een vicieuze cirkel zijn: doordat de vaste lasten van het elektriciteitsnetwerk over een kleiner aantal gebruikers wordt verdeeld stijgt de prikkel om van het netwerk af te koppelen alleen maar. Het elektriciteitsnetwerk heeft de energietransitie tot nu toe mogelijk gemaakt; het elektriciteitsnetwerk is niet onze vijand. Dus hoe kunnen we het netwerk verdedigen?
De auteurs van RMI beargumenteren dat energiebedrijven de vicieuze cirkel versnellen als ze proberen de trend te stoppen. Tal van regelgevers en energiebedrijven in de VS willen of hebben bijvoorbeeld al een speciale heffing voor huiseigenaren met zonne-energie toegevoegd. Over tien jaar, wanneer energieopslag veel goedkoper is, zullen huiseigenaren deze extra kosten zien als een stimulans om het elektriciteitsnetwerk helemaal te verlaten; het geld dat ze hiermee besparen kan in extra energieopslag en / of zonnepanelen die nodig zijn om volledig van het netwerk af te gaan worden geïnvesteerd.
Hoewel het onderzoeksrapport stelt dat in een vervolg onderzoekspecifieke aanbevelingen voor energiebedrijven onderzocht zullen worden, pleit deze studie er al voor dat energiebedrijven deze verandering moeten omarmen en niet het onvermijdelijke moeten bevechten. Klanten kunnen een afwachtende houding aannemen als energiebedrijven het moeilijker maken om netgekoppelde zonnepanelen te installeren, bijvoorbeeld door het afschaffen van salders.Energiebedrijven en toezichthouders kunnen het dalend aantal afkoppelingen van het netwerk kortstondig als een bewijs van succeszien, terwijl er een enorme golf van verandering komt wanneer hetomslagpunt is bereikt en klanten beseffen dat zonne-energie met energieopslag goedkoper is dan elektriciteit van het netwerk en een netwerkaansluiting. De opkomst van aan het elektriciteitsnetwerk verbonden zonne-energieinstallaties met energieopslag zal langzaam maar zeker leiden tot een volledig verlies van behoefte aan elektriciteit van het netwerk, zelfs als salderen niet is toegestaan, aldus de auteurs.
Kort gezegd leidt de manier waarop Amerikaanse energiebedrijven reageren op zonne-energie bij huishoudens en zakelijke klanten tot een snelle verergering van de ‘utility death spiral’. RMI roept de huidige energiebedrijven op om samen met prosumers te werken aan een geïntegreerd netwerk in plaats van een verlaten infrastructuur te genereren. Energiebedrijven zouden kunnen profiteren van zonne-energie bij klanten, bijvoorbeeld door energie-opslag zo te organiseren dat het bijdraagt aan de behoefte van het netwerk in plaats van aan zelfconsumptie bij huishoudens.
Het rapport wijst er op dat al deze veranderingen extreem snel plaats vinden, zeker gelet op de 30-jarige tijdshorizon voor veel investeringen in de energiesector. Dat maakt het des te dringender voor energiebedrijven om wat met deze aanbevelingen te doen, en we kijken uit naar meer details in vervolgonderzoeken.
Voor andere landen hang het potentieel van volledige loskoppeling van het elektriciteitsnetwerk voornamelijk af van de verhouding in energiebehoefte tussen zomer en winter. Een land als Duitsland, met een grotere elektriciteitsvraag (en een veel grotere vraag naar energie) in de winter, zal in de nabije toekomst nauwelijks op grote schaal afkoppeling van het elektriciteitsnetwerk zien. Dus de snelheid waarmee het probleem urgent wordt kan variëren.
* In Nederland betalen kleinverbruikers een vast bedrag per jaar aan het netwerkbedrijf voor het gebruik van het elektriciteitsnetwerk. Voor grotere verbruikers gelden andere tarieven, die deels van het volume en deels van de maximale piekspanning afhangen.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur vanEnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter alsPPChef.
Het Instituut voor Energie Onderzoek (IER) stelt dat angst een belangrijke drijfveer is van de Duitse Energiewende. Een energietransitie die zonder de inzet van schaliegas zal falen in het reduceren van emissies, zeker zonder inzet van kernenergie. Craig Morriss stelt echter dat het erop lijkt dat sommige critici zelf bang zijn, bang dat de Duitsers hun energietransitie voor elkaar krijgen zonder inzet van schaliegas of kernenergie.
De grootste angst van critici van de Duitse Energiewende is niet dat deze zal falen, maar dat deze zal slagen (foto credits: Günter Hentschel, CC BY-ND 2.0
De IER schrijft in zijn commentaar met de titel ‘Duitsland’s angst voor hydraulisch fracken en emissie reductie doelstellingen:
“[…] als Duitsland vasthoud aan het halen van haar CO2 doelstellingen, sluit een verbod op hydraulisch fracken het land af van een energiebron met relatief lage emissies en maakt het het halen van de gestelde doelstellingen moeilijker.
Er valt niks weinig af te dingen op die zin, maar veel meer op stellingen elders – te beginnen met de titel.
Beschuldigingen van Duitse angst ploppen op zoals in het spel Whack-A-Mole. Ze zijn gemakkelijk te weerleggen, zeker als we rekening houden met de reactie van andere landen op nucleaire incidenten.
Zorgen over de risico’s van kernenergie speelden een hoofdrol in het Duitse debat na het ongeluk in Tsjernobyl in 1986, toen Duitse ambtenaren het publiek waarschuwde voor de risico’s. In reactie daarop implementeerde Duitsland z’n eerste uitfasering van kernenergie – 16 jaar later, in 2002. De regering die de uitfasering implementeerde trad aan in 1998 en besteedde vier jaar aan het plannen en uitonderhandelen van de details van de uitfasering met experts en eigenaren van kerncentrales. Zo’n tijdsplanning klinkt eerder als professioneel, dan als paniek voetbal.
Italië reageerde na het ongeluk in Tsjernobyl snel met z’n eigen referendum door in 1987 een eigen uitfasering van kernenergie te starten. De Italianen sloten de laatste van hun vier kernreactoren in 1990. Ze hadden geen plan voor het vervangen van kernenergie, dus is Italië nu een van de grootste elektriciteitsimporteurs van Europa, voornamelijk uit Frankrijk. Maar wellicht is Italië’s beslissing slimmer dan je op het eerste gezicht denkt, want de Italianen lijken tegen de Fransen te hebben gezegd: “We willen jullie kernenergie best kopen, maar jullie moeten de risico’s voor ons dragen.”
Vergelijk dat met de Zweedse rectie – niet op Tsjernobyl (1986), maar oop het veel minder zware ongeluk bij Three Mile Island (1979). In 1980 – op een moment dat zonnecellen een buitenaardse techniek waren en de ontwikkeling van de eerste moderne, maar nog steeds kleine windturbine nog niet eens begonnen was – besloten de Zweden in een referendum tot het uitfaseren van kernenergie in 2010. De Zweedse uitfasering faalde, omdat de Zweden (net als de Italianen) geen tijd hadden genomen om na te denken over hoe kernenergie vervangen kon worden.
Oostenrijk had al een referendum gehouden in 1978, het jaar voor Three Mile Island, om de ingebruikname van de eerste afgebouwde kerncentrale van het land te blokkeren. Sindsdien staat de afgebouwde centrale weg te roesten, zonder ooit een kilowattuur elektriciteit te hebben geproduceerd, en Oostenrijk begon z’n eigen uitfasering van kernenergie in 1997. Bezien vanuit de Europese context lijkt de Duitse reactie op kernenergie van de afgelopen decennia simpelweg verstandig.
Veiligheidstheater
Toegegeven, het besluit om kernenergie uit te faseren van bondskanselier Merkel in 2011 was een verrassing. Toendertijd noemde ik het incompetent en onverantwoordelijk. Zo minitieus, gedetailleerd en flexibel als de uitfasering van 2002 was, zo plotseling en drastisch was de uitfasering van 2011. En het vormde de ergste vorm van overheidsingrijpen in een markt en private bezittingen. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met het terugdraaien van de uitfasering van kernenergie door bondskanselier Merkel, een paar maanden voor het ongeluk in Fukushima; in de zomer van 2010 was de levensduur van Duitse kerncentrales met 8 tot 14 jaar verlengd. De uitfasering van 2011 vormde de tweede draai in het kernenergiebeleid in 8 maanden.
Ik denk dat de IER en ik het met elkaar eens zijn dat de wijze waarop de uitfasering van 2011 is aangepakt ruimte biedt voor verbetering. Maar onze wegen scheiden als het aankomt op de onderbouwing van de uitfasering van kernenergie. Zij schrijven dat “het zeer onwaarschijnlijk is dat Duitsland getroffen wordt door een tsunami.” Dat is waar, maar dat betekent niet dat kernenergie risicoloos is.
Dit soort denken is wat veiligheidsexpert Bruce Schneier veiligheidstheater noemt – geen echte veiligheid, maar alleen maar acteren om mensen zich veilig te laten voelen: “als we ons bij de beveiliging van vliegvelden concentreren op het controleren van schoenen en het in beslag nemen van vloeistoffen, en de terroristen verstoppen hun explosieven in bh’s of vaste stoffen, hebben we ons geld verspild.” Een kernongeluk in Duitsland zou niet het gevolg zijn van Soviet onbekwaamheid of een tsunami, maar eerder van een combinatie van technisch en menselijk falen, eventueel met een natuurramp als aanstichter. Verschillende Duitse kerncentrales zijn gebouwd op tectonische breuklijnen en ontberen de meest basale bescherming tegen aardbevingen. Het hele land is gevoelig voor overstromingen, maar bij verschillende Duitse kerncentrales ontbreekt fatsoenlijke bescherming tegen overstromingen. Onvoorziene gebeurtenissen zijn dus mogelijk.
Duitsers begrijpen dat het volgende kernongeluk gemakkelijk anders kan zijn dan Tsjernobyl en Fukushima. Maar zoals Merkel zich in 2011 realiseerde, het volgende ongeluk zou in Duitsland plaats kunnen vinden – om verschillende redenen.
Duitsland wist hoe kernenergie te vervangen
In tegenstelling tot de Zweden en Italianen, wisten de Duitsers in 2002 hoe kernenergie te vervangen – en ze hebben zelfs alle kernenergie die vanaf 2011 verloren is gegaan vervangen. De IER beweert het tegendeel:
Duitsers zijn teruggevallen op kolen als back-up voor de onregelmatige hernieuwbare technologiën en om zich te verzekeren van voldoende vermogen om te voldoen aan de elektriciteitsvraag.
Deze claim is gebaseerd op een eerdere publicatie van de IER zelf (PDF). Maar zoals we al gedemonstreed hebben in onze studie German Coal Conundrum (zie ook het artikel Welke rol voor kolen in de Duitse energietransitie?), overstijgt de groei van hernieuwbare elektriciteit vanaf 2011 de reductie in kernenergie. En zoals regelmatige lezers van mijn stukken weten vergroot de vraag van het buurlanden naar Duitse stroom het aandeel van de resterende vraag dat bediend wordt door conventionele centrales (in 2013 waren Nederland en Frankrijk in 2013 de grootste importeurs van Duitse stroom). Preciezer gesteld als we de Duitse recordexport van elektriciteit in 2013 buiten beschouwing laten zouden kolenstroom en CO2-emissies met ongeveer 2.5 procent gedaald zijn. Vooral het buitenland maakt massaal gebruik van Duitse kolenstroom; Duitsland heeft veel minder elektriciteit van kolen nodig om in z’n eigen elektriciteitsvraag te voldoen.
We zouden ook niet moeten stoppen met tellen bij 2013. De verandering in TWh (terawattuur, 1 miljard kilowattuur) staat in de grafiek hierboven. Maak je maar vast op voor rapporten over dalende emissies in Duitsland dit jaar.
Koolstof in de grond laten
Tot slot: neemt iemand bij de IER de term ‘unburnable carbon’ serieus? Meerdere organisaties, die je niet kunt beschuldigen van te groen zij, zoals het Internationaal Energie Agentschap (IEA), stellen inmiddels dat we ten minste tweederde van de huidige bewezen reserves fossiele brandstoffen in de grond moeten laten. Als Duitsland schaliegas gaat produceren verhoogt dat enkel de hoeveelheid koolstof die in de grond moet blijven.
De IER stelt dat Duitsland schaliegas afwijst ‘ondanks stijgende elektriciteitsprijzen,’ alsof binnenlands geproduceerd Duits schaliegas op een of andere magische wijze de elektriciteitsprijzen zou verlagen. Duitsland heeft een van de grootste en minst dure bruinkool voorraden in de wereld. Elektriciteit van schaliegas gaat niet automatisch elektriciteit van bruinkool vervangen, en gas zou relatief goedkoop moeten zijn om elektriciteit van steenkool te vervangen, die ook steeds vaker de markt uit gedrukt wordt (zie grafieken hierboven). Het meest waarschijnlijk is dat Duits schaliegas de Duitse import van gas zou verlagen, zonder de CO2 emissies substantieel te veranderen.
Globaal genomen lijkt het er op dat het doel van de IER studie is om de Duitse Energiewende in een kwaad daglicht te stellen. Zinnen zoals deze zijn veelzeggend:
In de nasleep van het besluit tot sluiting van kerncentrales uit 2011 zijn de Duitse CO2 emissie daadwerkelijk gestegen en Duitsland is nu het EU land met de hoogste CO2 emissie (met 760 miljoen ton in 2013) volgens het statistisch bureau van de EU, Eurostat.
Duitsland heeft niet ‘nu’ de hoogste CO2 emissies, het is verreweg de grootste economie van de EU en is de grootste CO2 uitstoter voor zo ver terug als je wenst te gaan.
We moeten bedenken dat het voorzien in goedkope fossiele brandstof geen doel is van de Energiewende. Voor het klimaat moet het doel zijn om om zoveel mogelijk koolstof in de grond te laten, niet om meer grondstoffen (schaliegas) om te zetten in bewezen reserves. Maar het IER lijkt sowieso bezorgder om goedkope energie voor de industrie dan het klimaat. Zoals ik recent uitlegde is Duitsland nieuwe wetgeving geïnterpreteerd als het open zetten van de sluizen (door degene die fracking willen verbieden) of als een verbod (door het bedrijfsleven). De interpretatie van de IER valt duidelijk in het tweede kamp.
Niemand maakt zich zo druk om de Duitse economie als de voorstanders van fracking en kernenergie lijken te doen. De Duitse economie heeft er sinds de hereniging nog nooit zo goed voorgestaan, en marktanalisten zeggen dat Duitsers zich op kunnen maken voor de Golden 20s in het volgende decenium. Hoe dan ook maakt de IER zich geen werkelijke zorgen om klimaatverandering, CO2 emissies of het succes van de Energiewende. De IER is bezorgd dat Duitsland de omslag voor elkaar gaat krijgen zonder schaliegas of kernenergie.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.