Tag: energietransitie

  • Gastbijdrage: Welke rol is er voor kolen in de Duitse energiewende?

    ANALYSE – Bouwt Duitsland kolencentrales om haar kerncentrales te vervangen? En als Duitsland zijn CO2-doelstellingen wil halen, hebben deze kolencentrales dan toekomst? Begin juni is een studie gepubliceerd die deze onderwerpen onderzoekt en de uitkomsten zijn in lijn met een beoordeling van Deutsche Bank later die maand.

    In een nieuwe studie van de Böll Foundation getiteld German Coal Conundrum (het Duitse kolen raadsel) heb ik samen met mijn collegas Arne Jungjohann en Thomas Gerke (die regelmatige lezers van Renewables International al kennen) onderzocht wat de rol is van kolencentrales in de Duitse energietransitie. We hebben een historisch perspectief gekozen, waarbij we hebben onderzocht waarom intelligente topmannen uit het bedrijfsleven het afgelopen decennium zoveel kolencentrales hebben gepland; onze aanname was dat het om slimme mensen gaat die hiervoor goede redenen gehad moeten hebben.

    Vandaag de dag kennen we allemaal de uitkomsten, een dramatisch grote overcapaciteit ondanks de onverwachte sluiting van zo’n 8 GW aan kerncentrales in 2011. De energiebedrijven zelf geven inmiddels ook toe dat ze de situatie verkeerd hebben ingeschat. Het historisch perspectief is bedoeld om te begrijpen welke markt- en beleidsprikkels er voor zorgen dat zulke slimme mensen het verkeerde pad kiezen, zodat in de toekomst dergelijke misleidende signalen voorkomen kunnen worden. Het is niet de bedoeling om deze mensen af te kraken.

    Wellicht belangrijker is dat onze studie concludeert dat Duitse bruinkool zich in een relatief veilige marktpositie bevind tijdens de uitfasering van kernenergie. Hier is de belangrijkste grafiek die dat uitbeeld:

    NoMoreCoal
    Bron: Böll foundation

    2003 was het jaar waarin de eerste kerncentrale werd gesloten als gevolg van de oorspronkelijke uitfasering van kernenergie uit 2002. 2013 is het laatste jaar waarvoor we volledige gegevens hebben en 2023 is het eerste jaar zonder kernenergie in Duitsland, omdat de laatste kerncentrale in 2022 gesloten wordt.

    Wat we in de grafiek zien is dat het vooral hernieuwbare energiebronnen zullen zijn die kernenergie vervangen in termen van TWh (de hoeveelheid elektriciteit die geproduceerd wordt). Hernieuwbare energie zal een klein deel van de kolencentrales vervangen en gascentrales blijven uit de elektriciteitsmix geperst worden. Het is ook duidelijk dat de uitfasering van kolen pas begint na 2023.

    We hebben in onze studie niet verder gekeken dan 2023, maar onze inschatting is in lijn met cijfers die Deutsche Bank (PDF) in juni heeft gepubliceerd. Volgens hun analisten wekt Duitsland 33% van zijn elektriciteit op met kolen (steen- en bruinkool) in 2035, vergeleken met grofweg 42% in onze analyse voor 2023 en verder. Alleen in een gas-vriendelijke beleidsscenario daalt het aandeel kolen naar 28%, waarbij aardgas het gat opvult.

    De cijfers voor 2023 zijn onze beste inschatting en we hebben ervoor gekozen om de internationale elektriciteitshandel buiten beschouwing te laten, omdat internationale handel en aantal onzekerheden oplevert die Duitse beleidsmakers niet in de hand hebben. Het is voldoende om te zeggen dat een verdere stijging van de Duitse netto export van elektriciteit direct zal leiden tot een grotere vraag naar conventionele elektriciteit, en dat de EU het bevorderen van internationale elektriciteits handel tussen lidstaten als doel heeft.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een vertaling van het artikel ‘What role for coal in the Energiewende?. Het artikel is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

  • De wereldwijde strijd om de onderkant van de energiemarkt

    sunfunder_installationDe winstgevendheid van energiecentrales op kolen en gas in Europa, de VS en Australië staat in toenemende mate onder druk door de opkomst van hernieuwbare energie. Net als de tabaksindustrie verleggen mijnbouw- en oliebedrijven hun focus naar ontwikkelingslanden. Zowel Peabody Energy Inc. (een van de grootste kolenbedrijven van de  VS) als Exxon Mobile verklaarde recent dat fossiele energiebronnen belangrijk zijn voor een betaalbare energievoorziening voor de armen.

    Het enige probleem voor bedrijven in olie, kolen en gas is dat de marktontwikkeling ze niet meezit. Een recente studie van Kepler Chevreux laat zien dat deze bedrijven zelfs onder het business as usual-scenario van het Internationaal Energie Agentschap, dat wil zeggen zonder klimaatbeleid, forse verliezen kunnen verwachten. Paradoxaal genoeg worden die verliezen alleen maar hoger als de prijs van fossiele brandstoffen stijgt. Dus hoe hoger de olieprijs, hoe hoger het verlies volgens Kepler Chevreux wordt.

    De oorzaak daarvan heeft alles te maken met de opkomst van duurzame energiebronnen. De geest is uit de fles en in een toenemend aantal gebieden in de wereld is elektriciteit van zon- en wind, eventueel aangevuld met een micro-grid, goedkoper dan het traditionele elektriciteitsmodel van grote kolen-, gas- en oliecentrales met een groot elektriciteitsnetwerk. Met als bijkomende uitdaging: de kostprijs van zon- en windenergie daalt, terwijl de kostprijs van kolen, olie en gas stijgt door een combinatie van regelgeving en het opraken van makkelijk winbare voorraden.

    De problemen ontstaan niet alleen in landen die duurzame energie goed gezind zijn, zoals Duitsland. Ook in Australië, waar de huidige regering weinig opheeft met klimaatbeleid of duurzame energie, beginnen energiebedrijven het te voelen. Zo zeer zelfs dat een van de netwerkbeheerders bezig is naar een omslag naar energieopslag in plats van netwerkuitbreiding.

    Ontwikkelingen  aan de onderkant van de energiemarkt

    Aan de echte onderkant van de markt, in Afrika, Zuid-Amerika en Azië, zijn grote gebieden nog niet aangesloten op elektriciteitsnetwerken. Met de dalende kosten van duurzame energie en energieopslag is het de vraag of deze gebieden ooit aangesloten gaan worden op een centraal elektriciteitsnetwerk. Of dat deze gebieden gebruik  gaan maken van offgrid oplossingen en mini-grids. In Nederland zijn dergelijke oplossingen vooral bekend vanWakaWaka, dat in 2012 en 2013 via crowdfundingacties op Symbid enOnePlanetCrowd ruim €300.000 ophaalde. In de VS pakken ze het nog een maatje groter aan en haalde D.Light recent $11 miljoen op aan durfkapitaal om de verdere groei te financieren.

    logo_sunfunderAmerika kent met Sunfunder zelfs een crowdfunding platform dat zich specifiek richt op het financieren van offgrid zonne-energie. Sinds hun start 2 jaar geleden hebben ze ruim $600.000 opgehaald voor 21 projecten via crowdfunding en private investeerders.

    Sunfunder is naar mijn mening om drie redenen interessant: ten eerste kijken ze verder dan lampen en telefoonopladers op zonne-energie, ze kijken ook steeds vaker naar micro-grids. Bijvoorbeeld bij hun huidige project Switch On Ntungamo. Ten tweede gebruiken ze crowdfunding om offgrid solar toegang te geven tot financiering door grote private investeerders en uiteindelijk ook banken. Tot nu toe is 100% van de leningen terugbetaald.

    Impact_land_a_hand_for_Rafiki-500x259
    Impact berekening offgrid solar project in Tanzania.

    Een derde belangrijke reden dat Sunfunder interessant is is omdat ze laten zien hoeveel een familie kan besparen door over te schakelen van fossiele energie op zonne-energie. Traditioneel gebruiken veel families en Afrika en India kerosene voor verlichting. Dat is slecht voor hun gezondheid (luchtkwaliteit binnenshuis) en gevaarlijk (brand). Bovendien kost kerosine iedere maand geld, terwijl een zonne-lamp enkel een start investering vergt. Daarna is de elektriciteit gratis. De terugverdientijden zijn daarbij erg kort. Vaak minder dan een jaar, terwijl de besparing op kan lopen tot 15% van het huishoudinkomen.

    IMG_6454Een bijkomend probleem voor de olie-industrie is dat de Afrikaanse markt een afzetmarkt vormt voor kwalitatief laagwaardige producten. Hoogwaardige kerosine gaat naar de luchtvaart, laagwaardige naar Afrika voor verlichting. Iedere verkochte zonne-lamp vreet dus ook aan de afzetmarkt van de olie-industrie. Ieder micro-grid vreet aan de potentiële markt voor centrale energieopwekking met grote elektriciteitsnetwerken. Ik vraag me dan ook af of een bottom of the pyramid strategie daadwerkelijk gaat werken voor de olie- en kolenindustrie.

    Disclosure: Ik heb zelf deelgenomen aan de crowdfunding acties van WakaWaka en investeer in offgrid solar via Sunfunder.

    Dit artikel is eerder gepubliceerd op Sargasso en Oneworld.

    Fotocredits: Sunfunder.

  • Laat de markt de nieuwbouw van kolencentrales voorkomen

    Vorige week was het brekend nieuws: Rutte en Obama gaan samen de nieuwbouw van kolencentrales voorkomen. Ik stel voor dat Rutte zijn tijd en ons belastinggeld beter gaat besteden. Bijvoorbeeld met nadenken over hoe de overheid de komende decennia het wegvallen van energiebelasting, aardgasbaten en brandstofaccijnzen op gaat vangen. En met nadenken over hoe we voorkomen dat de publieke energienetwerken de volgende serie bakstenen in het energiedebat worden.

    In tegenstelling tot wat de spotjes van het FD Energiedebat ons willen doen geloven draaien kolencentrales namelijk verre van overuren. Sterker: zelfs de modernste en efficiëntste kolencentrale van Europa heeft dit jaar al een weekend stil gelegen door de energietransitie. In dat weekend werden zelfs bruinkoolcentrales in productie terug geschroefd. Kolencentrales zijn mijns inziens dan ook niet de grote winnaar van de Duitse Energiewende, maar het volgende slachtoffer. In Duitsland is de elektriciteitsproductie van steenkolen in de eerste maanden van 2014 met 16,6% gedaald t.o.v. 2013. Alleen de elektriciteitsproductie door middel van aardgas is harder gedaald.

    Europese energiebedrijven hebben in 2013 dan ook massaal afgeboekt op de waarde van hun bestaande conventionele energiecentrales. Europese energiebedrijven staan daarin niet alleen, ook in de VS enAustralië hebben energiebedrijven en netwerkbedrijven het moeilijk. Met als bijkomende uitdaging de verwachting dat de kostprijs van energieopslag de komende jaren fors gaat dalen en dat deenergieopslag markt aan de vooravond van grote groei staat. Met alle nadelige gevolgen voor de business case van conventionele energiecentrales en van het bestaande elektriciteitsnetwerk, laat staan de business case voor het terugverdienen van de investering in een Europees supergrid. Zonder investeringen in een supergrid spreekt Morgan Stanley al over het tipping point voor offgrid gaan in de VS en in Australië noemen ze offgrid gaan voor nieuwbouw van buurten al ‘an absolute no-brainer’.

    Dus om terug te komen op de opening: beste meneer Rutte, besteed uw tijd niet aan het voorkomen van de nieuwbouw van kolencentrales die er sowieso niet meer gaan komen. Besteed uw tijd liever aan een toekomstvast belastingstelsel, dat de energietransitie faciliteert, en aan een toekomststrategie voor de publieke energienetwerken in het licht van de aanstormende ontwikkelingen op het gebied van energieopslag.

  • Deal van de eeuw: buyout van de Amerikaanse kolenindustrie

    Vorig jaar stelden een aantal mensen voor om Nuon terug te kopen middels crowdfunding. Ik was daar zelf niet zo’n voorstander van. Vorige week stelde Gil Friend, hoofd duurzaamheid in Palo Alto, CA en Felix Kramer, oprichter van The California Cars Initiative, in The Guardian iets soortgelijks voor de hele Amerikaanse kolenindustrie voor:

    What if Bloomberg, Branson and Grantham came together to buy out the coal industry, close and clean up the mines, retrain workers and accelerate the expansion of renewable energy?

    Friend en Kramer stellen zelfs dat:

    A crowdsourced component could become the biggest kickstarter ever.

    De kosten van het opkopen van de volledige Amerikaanse kolenindustrie becijferen ze op 50 miljard dollar. Los van het klimaateffect bedraagt de directe gezondheids- en milieuwinst tussen de $100miljard per jaar (studie van de National Academy of Sciences uit 2010), tot $345miljard per jaar (studie van Harvard Medical School uit 2011).

    Dus misschien is het niet zo’n goed idee om een energiebedrijf te kopen, maar wel om de hele sector op te kopen. Europese energiebedrijven staan tenslotte ook zwaar in de min ?

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Een ‘bad bank’ voor Duitse kolencentrales?

    Al een paar jaar roepen tegenstanders van de energietransitie dat Duitsland ondanks hun Energiewende een renaissance van kolencentrales doormaakt. In dat kader is het op z’n minst opmerkelijk te noemen dat Duitse vakbonden hebben voorgesteld om de bestaande steenkoolcentrales onder te brengen in een ‘nationaal bedrijf’, naar het voorbeeld van de steenkoolmijnen, en dat een woordvoerder van E.On het een ‘interessant idee’ vindt. Volgens sommige commentaren is zo’n nationaal bedrijf te beschouwen als een bad bank voor steenkoolcentrales.

    Het voorstel is wat minder gek als je kijkt naar het capaciteitsgebruik van de verschillende energiebronnen, die bij elkaar de omgekeerde merit order vormen. Hoe hoger in de afbeelding hoe eerder er stroom van dit type centrales betrokken wordt en hoe lager dus de marginale kosten per kWh geproduceerde elektriciteit zijn:

    18plantsystemutilization

    Boven aan in de grafiek staan kerncentrales, die bijna altijd op volle capaciteit draaien. Soms vallen ze terug tot 80%, dat gebeurt op dagen dat de day ahead prices op de groothandelsmarkt voor elektriciteit negatief zijn. Wat betekent dat de exploitanten van kerncentrales hun klanten liever betalen dan de productie verder terug te schroeven. Dat maakt meteen duidelijk dat kerncentrales slecht regelbaar zijn.

    Onder de kerncentrales komen kolencentrales, maar er is een groot verschil tussen bruinkool en steenkool. Bruinkool draait meestal op (bijna) volle capaciteit en daalt soms tot ongeveer 60 procent. De capaciteitsfactor van steenkoolcentrales daarentegen daalt met regelmaat, soms zelfs tot slechts 10%. Gascentrales bevinden zich duidelijk in de hoek waar de hardste klappen vallen, zoals ook blijkt uit het aantal aanvragen om gascentrales te sluiten. Het aantal vollasturen van gascentrales is volgens BDEW gedaald van 3400 in 2010 naar 2640 in 2012 (cijfers 2013 nog niet bekend).

    Hoewel zichtbaar is dat steenkoolcentrales nog steeds op behoorlijke capaciteitsfactoren draaien is in de grafiek ook duidelijk te zien dat ze het volgende type centrale zijn dat door de lage marginale kosten van duurzame energie de markt uitgedrukt gaat worden. In 2022 ontstaat door de sluiting van kerncentrales weer ruimte aan de bovenkant van de grafiek. Het is echter zeer de vraag of deze ruimte door steenkolen gevuld gaat worden. Met het verlagen van het aantal gascentrales in de elektriciteitsmix blijven kolencentrales ook na 2022 onder druk staan van hernieuwbare energie. In dat licht is het voorstel voor een bad bank voor steenkoolcentrales zo vreemd nog niet.

    Nu maar hopen voor de energiereuzen dat hun gloednieuwe steenkoolcentrales in Nederland niet tot de toekomstige bezittingen van de bad bank gaan behoren…

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Exit gas, welkom energieopslag

    Vorige week was een bijzondere week voor duurzame energie in de VS. In de VS werd namelijk de grootste zonnecentrale ter wereld opgestart en werd de bouw van ‘s werelds grootste zonnetoren met zoutbatterij afgerond. Deze laatste levert voorlopig nog geen elektriciteit, omdat de komende maanden alle systemen nog getest en opgestart moeten worden.

    De zonnetoren van het Amerikaanse bedrijf SolarReserve is met een vermogen van 110 MW vijf keer zo groot als andere pilot en demo installaties met gesmolten zout als energieopslag. De Spaanse concurrent Abengoa heeft plannen voor een even grote installatie in Chili.

    Door de combinatie met energieopslag kan de installatie meer elektriciteit produceren dan andere zonne-installaties met hetzelfde vermogen. Ook is er geen back-up van conventionele centrales nodig. Bovendien maakt de energieopslag het mogelijk om elektriciteit te leveren wanneer dat nodig is, waarmee een van de bezwaren van tegenstanders van duurzame energie weggenomen is. De zonnetoren kan net als een kolencentrale basislast leveren aan het elektriciteitsnet, is regelbaar met de snelheid van een gascentrale en heeft een marginale kostprijs die lager is dan die van kolen- en gascentrales. De zonnetoren heeft een contract om van 12 uur ‘s middags tot 12 uur ‘s nachts stroom te leveren aan Las Vegas. Dan is de zon al lang onder.

    Het in gebruik nemen van deze grote zonnecentrales heeft milieuvoordelen, al houden de bouw van de centrales en de productie van de benodigde materialen hun milieu-impact. Ten opzichte van conventionele centrales hebben ze het voordeel dat er geen milieuvervuilende winning van brandstoffen nodig is. Daarnaast ontstaan er geen schadelijke emissies naar lucht, bodem of water bij de productie van elektriciteit met een zonnecentrale. Het waterverbruik van de centrales ligt ook veel lager dan dat van conventionele centrales, wat in een droog gebied als Las Vegas niet geheel onbelangrijk is.

    Situatie in Nederland

    Een zonnetoren met zoutopslag is (vooralsnog) geen geschikte technologie voor Nederland. Het laat wel zien dat het argument dat energieopslag ontbreekt achterhaald is. De kosten van energieopslag dalen de laatste jaren ook sterk, volgens sommige bedrijven kan energieopslag de concurrentie met gascentrales zelfs al aan. Een ontwikkeling die naar verwachting doorzet door de vraag naar energieopslag voor elektrische auto’s, maar ook door marktstimulering in Duitsland en Californië. In Australië kijken netwerkbedrijven naar energieopslag om hun kosten te verlagen. Een Nieuw-Zeeland’s netwerkbedrijf subsidieert zonne-energie met energieopslag zelfs al, omdat de kosten lager zijn dan de kosten voor het uitbreiden van het netwerk. Ook solar lease bedrijven beginnen in de VS energieopslag in hun aanbod op te nemen, bv. SolarCity in samenwerking met Tesla.

    Het is dus simpelweg een kwestie van tijd tot ook Nederland gaat kennismaken met de voordelen van energieopslag boven gascentrales voor de energietransitie. Het wordt dan ook hoog tijd dat de theorie van energietransitie aan die veranderende werkelijkheid wordt aangepast. Exit gas, welkom energieopslag.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Stijgende energieprijzen door duurzame energie ?

    Nadat eerder dit jaar de nieuwe voorzitter van Business Europe in een interview met VNO-NCW (pfd) stelde dat de energieprijzen stijgen door subsidies voor duurzame energie was het deze week de beurt aan de surrealistische Magrittegroep om op te roepen tot het afschaffen van subsidies op schone energie. Ook het Nederlandse GasTerra (50% eigendom van de Nederlandse staat, waarvan 10% rechtstreeks en 40% via 100% staatsbedrijf Energiebeheer Nederland) behoort tot de Magrittegroep.

    Beide oproepen maakten weinig onderscheid in de soort energie waar ze het over hebben, gaat het om gas, elektriciteit of warmte? De hele energietransitie en dan met name de Duitse variant Energiewende is vooral succesvol op het gebied van elektriciteit. Dus laten we maar eens kijken wat daar met de prijzen gebeurt. Wat er gebeurt op de markt voor gas en warmte is mogelijk een ander verhaal,  daar ga ik in deze post niet op in.

    Kosten elektriciteit

    Op de elektriciteitsmarkt is het van belang een onderscheid te maken tussen kleinverbruikers en grootverbruikers. In veel landen betalen kleinverbruikers meer energiebelasting dan grootverbruikers. Als we specifiek naar Nederland kijken dan bedraagt de energiebelasting (exclusief BTW) voor kleinverbruikers 11,65 Eurocent per kWh (14,10 Eurocent incl BTW), terwijl het leveringstarief exclusief btw rond de 7 Eurocent ligt (inclusief BTW 9 Eurocent). In 2006 was de energiebelasting voor kleinverbruikers 7,05 Eurocent. Een stijging in 7 jaar van 4,5 Eurocent. Voor grootverbruikers is de stijging veel kleiner en boven de 10 miljoen kWh is het tarief zelfs onverandert gebleven op 0,1 Eurocent/kWh voor niet zakelijke gebruikers en 0,05 Eurocent voor zakelijke gebruikers.

    Ondertussen dalen de elektriciteitskosten op de groothandelsmarkt door die door de Magrittegroep en Business Europe zo verfoeide duurzame elektriciteit. Dat gebeurt niet alleen in Europa, maar ook in Australie en de VS. Dat betekent dat steeds meer bestaande fossiele centrales stil komen te liggen of minder gebruikt worden. Volgens dit artikel is de bezettingsgraad gedaald van 51% in 2006 naar 45% in 2012. Daar zit dan ook de echte pijn voor de leden van de Magrittegroep en in het feit dat traditionele centrales tijdens de meest lucratieve uren steeds vaker worden vervangen door zon en wind.

  • Doldwaas zomeridee: koop een energiebedrijf of twee

    Vorige week maakte Vattenfall een fors verlies voor Nuon bekend en gaf ze aan dat ze mede-investeerders zoekt voor de continentale delen van het bedrijf. Ook suggereerde Eneco-topman Jeroen de Haas in een interview dat de overheid energiebedrijven moet terugkopen. Sindsdien  gonst mijn Twitter-timeline van de mensen die dromen van het terugkopen van Nuon. Door de overheid, zoals de SP wil, of via een crowdfunding campagne, zoals Sven Pluut voorstelt. Zelfs een criticaster van bestaande energiebedrijven als Jan Rotmans toonde zich op Twitter voorstander van de terugkoop van Nuon en Essent door de overheid.

    Maar is terugkoop nou werkelijk zo’n goed idee? Aangezien Twitter een belabberd discussieplatform is hieronder de gehoorde argumenten op een rij (voor zover ik ze heb onthouden).Trans

    Door energiebedrijven te kopen krijgt de overheid de netwerken weer in handen

    Dat is de makkelijkste, want de netwerken zijn nooit mee verkocht. De regionale gas- en elektriciteitsnetwerken zijn in handen van gemeenten en provincies gebleven, alleen netwerkbeheerder Stedin is onderdeel van overheidsbedrijf Eneco gebleven. Alle andere regionale netwerkbedrijven zijn afgesplitst. Het landelijke netwerk is nog steeds van de rijksoverheid. Alleen de warmtenetten zijn van de energiebedrijven. Waarom dat laatste zo is? Geen idee. Naar mijn mening een weeffoutje in het systeem, maar niet een waarvoor ik belastinggeld in de overname van een volledig energiebedrijf zou stoppen.

    Met een energiebedrijf in handen kan de overheid de energietransitie versnellen

    Dat klinkt leuk en het bekt aardig, alleen: waarom liep Nederland volgens Eurostat Europees gezien dan zo achteraan? Alle belangrijke Nederlandse energiebedrijven waren tot 2009 in handen van de overheid. Wanneer overheidsbezit werkelijk tot versnelling van de energietransitie zou leiden dan hadden we in 2009 (het jaar van de verkoop van Essent en Nuon) toch meer dan de schamele 4% aan hernieuwbare energie moeten hebben? Ook in 2004 stond Nederland met 1,8% duurzame energie al op de vierde plaats van onderen qua aandeel duurzame energie in de EU. Alleen Malta, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk hadden een lager percentage volgens Eurostat. Dat is nou niet echt een prestatie waar de Nederlandse overheidsaandeelhouders uit die tijd zich voor op de borst mogen kloppen…

    Pas in 2011 (het laatste jaar waarvoor Eurostat cijfers heeft staan) waren we zowaar een plekje opgeschoven door stuivertje te wisselen met België, de nummer vijf op de lijst van kleinste aandeel duurzame energie. Dat heeft overigens net zoveel te maken met een terugval van het aandeel duurzame energie in België als met een kleine stijging van het aandeel duurzame energie in ons eigen land tot 4,3%.

    Mijn conclusie: overheidsbezit van een energiebedrijf heeft in het verleden niet geleid tot versnelling van de energietransitie. Ik denk zelfs dat de opkomst van nieuwe bedrijven als Qurrent, BAS Energie, het al langer bestaande GreenChoice en niet te vergeten de vele energiecooperaties in meer of mindere mate van oprichting meer effect gaan hebben op de energietransitie. Net als solar lease bedrijven als Rooftop Energy die met slimme constructies komen om zonne-energie haalbaar te maken vanuit de energierekening.

    De overheid heeft geleerd van fouten uit het verleden en gaat haar aandeelhoudersmacht nu wel inzetten voor de energietransitie

    Wederom: het bekt lekker, maar enige onderbouwing van zulke inzet ten bate van de broodnodig geachte versnelling van de energietransitie is gewenst. Heeft het ingrijpen van de overheid in de financiële sector (de meest recente overheidsinterventie op de markt via overname van bedrijven) werkelijk geleid tot duurzamere banken en verzekeraars? Merken ASR, ABN en SNS dat de overheid stuurt op duurzaamheid van hun organisatie? Ik waag het te betwijfelen. Ook voor wat betreft de beloning maak ik me weinig illusies. Meteen na de overname van ABN werd duidelijk dat er naast de Balkenendenorm een tweede Zalmnorm van zeven ton voor bankdirecteuren werd geïntroduceerd. Dat zal voor energiebedrijven niet veel anders gaan.

    Ik heb namelijk nergens gelezen dat er een grootschalige wisseling van ambtenaren heeft plaatsgevonden waarbij personen die ik ken als voorvechters van duurzaamheid aan de top van ambtelijke organisaties terecht zijn gekomen. Ook een draai naar actief aandeelhouderschap van de overheid heb ik niet waargenomen in de ambtelijke benoemingen van de laatste jaren. Dan heb ik het voor het gemak maar even niet over het feit dat de politieke leiding ook niet echt in die richtingen lijkt te denken.

    Als de overheid dan toch wil leren, laat haar dan leren ingrijpen via regelgeving. De voorbeelden in landen als Duitsland, Denemarken en Spanje laten zien dat dat een veel groter effect heeft op de toename van het aandeel duurzame energie. Wel goed nadenken over de hoogte van vergoedingen, want Spanje laat zien dat een te hoge vergoeding niet houdbaar is. Met het streven naar een Noord-West Europese energiemarkt zou ik zeggen: copy-paste van onze oosterburen. Desgewenst met een wat lagere vergoeding, maar verder onder dezelfde voorwaarden. Dat is een bewezen recept voor een succesvolle energietransitie met lage groothandelsprijzen van elektriciteit voor de grootverbruikers en een hoge mate van acceptatie onder de bevolking. Met een opslag rond de 5 tot 6 eurocent per kWh is het nog altijd goedkoper dan onze huidige kleinverbruikerstarief van de energiebelasting, zelfs als er in 2014 0,8 eurocent bovenop komt.

    Fossiele centrales blijven de komende twintig jaar nodig als back-up van het elektriciteitsnetwerk

    Dat is goed mogelijk, maar het kan net zo goed zijn dat dat niet het geval is. Overheidsbedrijf Eneco heeft de afgelopen jaren eigenhandig ervaren dat de energietransitie soms anders loopt dan verwacht. Want hun gloednieuwe gascentrale maakt nauwelijks draaiuren. Daarmee verkeren ze in goed gezelschap, want ook de nieuwe gascentrale van Nuon draait op zeer beperkte capaciteit. Ook GDF heeft eerder dit jaar al aangekondigd gascentrales te gaan sluiten, terwijl gas gezien wordt als de transitiebrandstof naar een duurzame elektriciteitsvoorziening. Gascentrales hebben echter last van de combinatie hoog brandstofkosten, lage CO2-prijs en niet te vergeten de lage wholesale-prijs voor elektriciteit door de energietransitie in Duitsland. Dat is wat anders dan zeggen dat de elektriciteitsprijs voor kleinverbruikers daalt, want dat is net als in Duitsland niet het geval.

    Duitsland, de VS en ook Australië laten zien dat het met de behoefte aan fossiele centrales als back-up voor het systeem ook een hele andere kant op kan gaan. Zo werkt Duitsland op verschillende manieren aan een betere inpassing van hernieuwbare elektriciteit. Zo heeft Duitsland sinds begin dit jaar een nieuwe regeling om opslagtechnieken te stimuleren. Opslagtechnieken kunnen momenteel wellicht financieel nog niet uit, maar met de juiste prijsprikkels en marktontwikkelingen kan dat snel gaan. Met als gevolg verdere waardedaling van bestaande energiecentrales. Daarnaast zet Duitsland in op vraagbeperking, ze hebben er sinds kort zelfs een speciale markt voor geopend.

    Duitsland laat ook zien dat door de energietransitie de concepten baseload en peakload geheel andere betekenissen krijgen. Wanneer dat doorzet, gaan we de komende jaren nog meer afboekingen op bestaande centrales zien. Vooral op centrales die niet snel kunnen op- en afschakelen. Traditioneel is dat een voordeel voor gascentrales ten opzichte van kolencentrales. Alleen worden nieuwe kolencentrales inmiddels ook steeds flexibeler gebouwd. Zolang het prijsnadeel van gas niet wordt gecompenseerd door een voordeel via de CO2-prijs van ETS blijft kolen dan de voorkeur hebben.

    Als provincies en gemeenten de opbrengst van de verkoop van energiebedrijven niet besteden vind het Rijk wel een manier om het op te halen

    Verreweg het slechtste argument dat ik heb gelezen, want angst is een slechte raadgever. En als belastingbetaler zie ik het geld liever van de ene naar de andere overheid verhuizen, dan dat het geld wordt gestoken in de overname van bedrijven waar mogelijk nog steeds fors op afgeboekt moet gaan worden. Een sector in ieder geval waarvan je kan afvragen of het de komende twintig jaar nog de stabiele investering blijft die het van oudsher altijd was. Bovendien loop ik al voldoende risico in deze sector door de forse investeringen van mijn pensioenfondsen in de energiesector.

    Een andere optie als gemeenten en provincies niet willen dat het geld wordt geconfisqueerd door ‘Den Haag’ is om het geld rechtstreeks te steken in de energietransitie. Bijvoorbeeld door te investeren in het opschalen van een sprong naar energienotanul woningen of energieneutrale kantoorgebouwen, scholen en zorginstellingen. Ik vermoed dat ze bij Energiesprong nog wel wat concepten op de plank hebben liggen.

    Als de overheid energiebedrijven terugkoopt kunnen kolencentrales op termijn goedkoop omgebouwd worden tot diep-thermische centrales

    Een mooie optie, alleen waarom is daar op dit moment een overname door de overheid voor nodig? Wie zegt dat de bodem bereikt is en dat er geen verdere afschrijvingen nodig zijn? En bovendien: wie zegt dat de overheid wel gaat investeren in de ombouw en marktpartijen niet? De rijksoverheid heeft met Energie Beheer Nederland enkel een goed track record als het gaat om de winning van olie en gas. Tot nu toe zie ik dit staatsbedrijf geen enkele beweging maken om een deel van de baten van duurzame energie te plukken.

    Wil je water dan ook privatiseren?

    Nou nee, dat heb ik ook nooit beweerd. Water is naar mijn mening een hele andere markt, waarbij de ervaring in het buitenland leert dat het scheiden van netwerk en levering veel moeilijker, zo niet bijna onmogelijk is. Bij energie is scheiding tussen de netwerken, productie en levering veel makkelijker te realiseren en dat is ook gebeurd. Dat maakt de productiebedrijven en de handelsbedrijven (de Eneco’s, Nuon’s en Essent’s van deze wereld) kwetsbaarder voor overnames en concurrentie. Zolang het netwerk in publieke handen blijft hoeft dat naar mijn mening geen probleem te zijn. In een decentrale productieomgeving verandert hun rol. Met de opkomst van lokale initiatieven worden de keuzes voor afnemers steeds groter. Koop je een winddeel bij de Windcentrale? Heb je een paar zonnepaneeltjes op je dak? Wil je nog deelnemen aan een collectieve zonnecentrale van SolarGreenPoint of 1.000.000 Watt? In theorie allemaal mogelijk.

    Wellicht dat de rol van het energiebedrijf in de toekomst beperkt is tot het afnemen van stroom uit deze projecten als je het zelf niet verbruikt en het leveren van stroom als je meer vraagt dan je projecten opleveren. Als dat toekomstbeeld klopt is het bezit van veel grootschalige centrale productie mijns inziens geen zegen.

    Mijn eindconclusie:

    Ik wil best geld investeren in de energiesector, maar niet via een bedrijfsovername door de overheid. Ook ga ik geen geld steken in overname van bedrijven waarvan ik me zeer afvraag of ze het dieptepunt al bereikt hebben. Ik geloof absoluut dat er binnen Nuon en Essent mensen zijn die sneller willen verduurzamen. Ik betwijfel alleen of een overname door overheid of particulieren er voor gaat zorgen dat die mensen naar boven komen drijven. Of dat een groep crowdfunders in staat is om het bedrijf in de benodigde strategische klem te zetten voor verduurzaming van binnenuit (zoals Jeroen de Haas dat ooit omschreef in een interview). Ik laat me graag overtuigen van het tegendeel, dus schiet maar raak in de commentaren.

    Dit bericht is eerder geplaatst op Sargasso.

  • Revolutie met recht gestart

    Vorig jaar schreef ik over het boek Revolutie met recht van Roger Cox. Deze week werd duidelijk dat het Roger Cox en Urgenda ernst is. Na 5 jaar positieve acties, icoonprojecten, regiotours, dagen en nachten van de duurzaamheid, heeft Urgenda nu de eerste stappen richting een rechtzaak gezet met het sturen van een brief aan de Staat. Inzet is om klimaatmaatregelen in Nederland af te dwingen.

    Urgenda pakt het groot aan met de website Wij Willen Actie waarop iedereen zijn of haar bijdrage kan leveren bij het verzamelen van feiten, informatie en argumenten.

    De basis

    Als je gaat kijken naar hoe Nederland het internationaal gezien doet dan is er alle reden om de rijksoverheid te helpen met het zetten van een extra stapje. De ambities voor duurzame energie zijn onder Rutte 2b weer wat omhooggeschroefd, de realisatie laat echter nog steeds te wensen over. Nederland bungelt nog steeds onderaan de lijstjes met duurzame energie opwekkende lidstaten en is van duurzame koploper tot fossiele achterblijver verworden. Terwijl we als burger wel 2 keer zoveel energiebelasting betalen als de Duitsers aan feedin opslag kwijt zijn. Peter Desmet noemt dat betalen voor een energietransitie die we niet krijgen. ECN heeft het over een energiebeleid dat niet is afgestemd op energietransitie.

    Duurzame energie is echter maar een klein stukje van de puzzel die klimaatverandering oplevert, zoals de Algemene Rekenkamer deze week in een onderzoek over klimaatadaptatie liet zien. Klimaatadaptatie is een ander belangrijk onderdeel. Het effect van klimaatverandering op waterhuishouding en ruimtelijk ordening is op orde. Op een aantal andere terreinen zijn de effecten van klimaatverandering nog niet goed onder­zocht volgens de Algemene Rekenkamer: gezondheid, energie, transport en recreatie. Daardoor bestaat er geen goed zicht op wat de risico’s en kwets­baarheden in deze sectoren zijn. Ook blijven in de afzonderlijke onderzoeken van kennis- en onderzoeks­instituten de raakvlakken tussen de problemen (versterken effecten elkaar? welke gevolgen heeft een adaptatiemaatregel in sector x voor sector y?) veelal buiten beeld.

    Naarmate maatregelen later genomen worden lopen de kosten volgens de Rekenkamer op. Als ik me het boek Revolutie met Recht goed herinner kan dat ook reden zijn om nu al maatregelen af te dwingen via de rechter.

    Mijn mening

    Ik blijf mijn bedenkingen hebben tegen de juridische route, dat neemt niet weg dat ik de verrichtingen van Urgenda met  nieuwsgierigheid ga volgen. Dat er vandaag bij de SER gesproken is over een nationaal energieakkoord klinkt hoopgevend. Ik heb echter genoeg mooie woorden gehoord, het is tijd voor woorden die ondersteund worden met daden. Dus niet roepen dat je energiebesparing bij woningbouwcorporaties belangrijk vind terwijl je ondertussen 2 miljard van hun reserves de staatskas in sluist en de huurtarieven aanpast (naar 4,5% van de WOZ waarde). Of wel de hypotheekrenteaftrek aanpassen, maar daarin weer niks regelen voor mensen die hun huis willen verduurzamen.

  • Duurzame energie en de stijgende energierekening

    Sinds begin oktober is er een discussie gaande over de stijgende kosten van energie als gevolg van de ambities om meer duurzame energie op te wekken. Volgens sommige energiebedrijven is er een extra energieheffing nodig om buffercapaciteit aan te leggen. Volgens weer anderen, zoals Rene Leegte van de VVD, is Duitsland het voorbeeld van een land waar de kosten van de energietransitie de pan uit reizen. Tijd om de eigen elektriciteitsrekening er bij te pakken en de Duitse en het Nederlandse systeem in prijs te vergelijken.

    De kosten van buffercapaciteit

    Volgens GDF Suez en E.ON is een extra energieheffing nodig om buffercapaciteit aan te leggen. Deze buffercapaciteit moet voorkomen dat het licht uit gaat als het aandeel duurzame elektriciteit in Nederland stijgt. Dat de regelkosten voor fossiele centrales behoorlijk volgens sommige energiebedrijven behoorlijk kunnen zijn laat Hans Labohm zien. Hij schrijft op basis van gegevens van Rob Walter dat deze regelkosten ongeveer 4 Eurocent per kWh bedragen voor windenergie en iets minder voor zonne-energie.

    Inmiddels heeft Eneco via haar website weten geen aanleiding te zien voor een extra energieheffing ten bate van fossiele energie. Dat laat meteen zien hoe dit soort zaken opgelost kan worden sinds het opheffen van de Samenwerkende Energieproducenten: via marktwerking. Dit is nou typisch zo’n geval waarin dat werkt.

    GDF Suez en E.ON wensen blijkbaar een hogere prijs te berekenen aan hun klanten i.v.m. benodigde back-up capaciteit. Eneco stelt dat dit niet nodig is en denkt dat de prijs gelijk kan blijven. Effect: klanten stappen over naar Eneco, of naar andere energieproducenten die een lagere vergoeding vragen voor het dragen van programmaverantwoordelijkheid. In een markt waarbij de NMA de consument vooral aanzweept om op de prijs te letten is het dan exit GDF Suez en E.ON.

    Bovenstaande neemt overigens niet weg dat ik volledig bereid ben om een energiebedrijf te betalen voor programmaverantwoordelijkheid.

    Onze elektriciteitsrekening

    Het variabele deel van onze elektriciteitsrekening bestaat uit 3 delen:

    1. leveringstarief elektriciteit
    2. energiebelasting
    3. BTW

    Elektriciteitskosten

    Uitgaand van ons verwachte elektriciteitsverbruik voor 2013 gaan we zo’n € 280 aan elektriciteit betalen (inclusief BTW).

    Prijs ex btw BTW Prijs incl btw Jaarverbruik Kosten
    Laagtarief  € 0,055 21%  € 0,0666 1.600  € 106,48
    Hoogtarief  € 0,075 21%  € 0,0908 1.900  € 172,43
    Elektriciteitskosten 3.500  € 278,91

    Energiebelasting vs. feedin opslag

    In het eerste deel staan de kosten van elektriciteitslevering. Die blijven gelijk, ongeacht de keuze voor energiebelasitng of feedin dat je hanteert voor de financiering van duurzame energie. Het verschil tussen beide systemen ontstaat zodra je gaat kijken naar de energiebelasting en de feedin opslag. De berekening zie je in de tabel hieronder.

    Energiebelasting Feedin opslag
    ex BTW € 0,11400 € 0,05277
    BTW 21% 21%
    incl. BTW € 0,13794 € 0,06385
    Jaarverbruik 3.500 3.500
    Totaal belasting € 483 € 223
    Totaal elektriciteit € 279 € 279
    Totaal variabel € 762 € 502
    Verschil met EB € – € 259
    Besparing tov EB 0% 34%
    Belastingdruk 173% 80%

    Zoals je ziet levert het Duitse feedin systeem een besparing op de elektriciteitsrekening op van € 259. Dat is dik 30% minder en fors meer duurzame energie dan in Nederland. De stijgende energierekening voor particulieren in Nederland ligt dus veel minder aan het succes van het duurzame energie beleid in Nederland, dan aan het ophogen van de energiebelasting door de overheid.

    De belastingdruk op elektriciteit in Nederland voor particulieren is dan ook dik 170%. Oftewel voor iedere Euro aan elektriciteit die je koopt betaal je € 1,70 aan energiebelasting. In Duitsland betaal je na verhoging van de feedin opslag nog steeds slechts € 0,80 aan feedin opslag voor iedere Euro aan elektriciteit.

    Doe mij dus maar de Duitse insteek: meer resultaat tegen 1/3 minder kosten. Maar ja, marktwerking tussen nationale overheden vergt dat je multinational of grootverbruiker bent…

    PS de berekeningen vind je hier.